03 Motivering
Tekst van het document
TAM-Omgevingsplan Bornerweg 33 Te Obbicht Motivering Gemeente Sittard-Geleen
Projectgegevens: Projectnummer: Datum:
M222660 5 maart 2026
TAM-Omgevingsplan Bornerweg 33 Te Obbicht Motivering Gemeente Sittard-Geleen
Status:
NL.IMRO.1883.TAMOPbornerweg33VA01 vastgesteld
Vestiging Baexem Kerkstraat 2 6095 BE BAEXEM 0475 - 45 92 60
Vestiging Ubachsberg Kerkstraat 4 6367 JE VOERENDAAL 045 - 575 32 55
IDN-nummer:
info@aelmans.com www.aelmans.com Op onze dienstverlening zijn de algemene voorwaarden van Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. van toepassing die u vindt op www.aelmans.com. Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. is inschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 14091320. Alleen aan het volledige originele document kunnen rechten worden ontleend door de opdrachtgever. Derden (met uitzondering van bevoegde gezagen) kunnen geen rechten ontlenen aan dit rapport. Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. is niet aansprakelijk voor schade die direct dan wel indirect voortvloeit uit conclusies, aannames en/of aanbevelingen die vermeld staan in dit rapport. Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. is niet aansprakelijk voor mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van dit rapport zelf neemt.
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding
5
Hoofdstuk 2 Plangebied en planontwikkeling
7
2.1 2.2 2.3 2.4
7 8 9 11
Plangebied Bestaande situatie Planbeschrijving Ruimtelijk-visuele effecten
Hoofdstuk 3 Planologisch-juridische situatie
15
3.1 3.2 3.3 3.4
15 16 16 16
Bestemmingsplan 'Kernen Obbicht en Grevenbicht' Facetbestemmingsplan 'Begripsbepaling' Facetbestemmingsplan 'Parkeren' Facetbeheersverordening archeologie Sittard-Geleen
Hoofdstuk 4 Beleid en regelgeving
17
4.1
Rijksbeleid en regelgeving
17
4.2 4.3 4.4
Provinciaal beleid en regelgeving Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
19 24 26
Hoofdstuk 5 Aspecten fysieke leefomgeving
31
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11
31 32 32 34 35 37 38 40 44 49 50
Bodemkwaliteit Geluid Bedrijvigheid Kwaliteit van de buitenlucht Omgevingsveiligheid Cultureel erfgoed Verkeer en parkeren Water en watersystemen Natuur en landschap Kabels, leidingen en vrijwaringszone Duurzaamheid en klimaat
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid
53
6.1 6.2
Participatie en omgevingsdialoog Financiële uitvoerbaarheid
53 56
Hoofdstuk 7 Artikelsgewijze toelichting
59
7.1 7.2
59 61
TAM-Omgevingsplan Procedure
TAM-omgevingsplan Bornerweg 33 te Obbicht
3
Motivering
4
TAM-omgevingsplan Bornerweg 33 te Obbicht
Hoofdstuk 1
Inleiding
Aan de Bornerweg 33 te Obbicht is een voor bedrijfsactiviteiten, specifiek een autoschadebedrijf, bestemde locatie gelegen met daarop gelegen bedrijfswoning en bedrijfsgebouw. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Obbicht en Papenhoven - sectie B - nummers 4156, 4384 en 4549. Het voornemen is om het bedrijfsgebouw te slopen en acht nieuwe levensloopbestendige woningen te realiseren. De bedrijfswoning blijft gehandhaafd als reguliere burgerwoning.
Uitsnede topografische kaart met aanduiding plangebied
Voor het plangebied is het 'Omgevingsplan gemeente Sittard-Geleen' per 1 januari 2024 van rechtswege geldend. Dit omgevingsplan wordt door de gemeente Sittard-Geleen nog nader ingevuld. Het plangebied is eerder in diverse bestemmingsplannen bestemd, die van rechtswege gelden als planregime als onderdeel van het omgevingsplan van rechtswege. Het plangebied kent in het vigerend planregime de bestemmingen 'Bedrijf' en 'Agrarisch'. Het realiseren van acht woningen is niet in overeenstemming met het geldend planologisch-juridisch kader. De beoogde herontwikkeling is binnen de regels van het vigerende planregime niet rechtstreeks mogelijk. Hiervoor is een aanpassing in het omgevingsplan benodigd. Aan de hand van onderhavige tijdelijke alternatieve maatregel (TAM), wordt een wijzigingsbesluit verzocht bij het bevoegd gezag via de IMRO-standaard. Dit TAM-Omgevingsplan dient als wijzigingsbesluit via de technieken van IMRO. Voor het opnemen in een later geconsolideerd omgevingsplan is een nieuw wijzigingsbesluit nodig conform de Standaard officiële publicaties (STOP) met bijbehorende toepassingsprofielen (TPOD). Onderhavige motivering is opgesteld ter motivering bij het te nemen wijzigingsbesluit.
TAM-omgevingsplan Bornerweg 33 te Obbicht
5
6
TAM-omgevingsplan Bornerweg 33 te Obbicht
Hoofdstuk 2 2.1
Plangebied en planontwikkeling
Plangebied
Onderhavig plangebied is gelegen aan de Bornerweg 33 te Obbicht. De locatie is gelegen aan de rand van het dorp Obbicht, op enige afstand van de woningen van de dorpskern. In de directe omgeving is sprake van een bestaande woning (Beelaertstraat 1) en een (agrarisch loonbedrijf (Obbichterweg 2). bevinden zich voornamelijk agrarische gebieden en woningen. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Obbicht en Papenhoven - sectie B - nummers 4156, 4384 en 4549. In onderstaande luchtfoto is de ligging van het plangebied weergegeven.
Uitsnede luchtfoto met aanduiding plangebied
TAM-omgevingsplan Bornerweg 33 te Obbicht
7
Uitsnede kadastrale kaart
2.2
Bestaande situatie
Het plangebied is gelegen aan de Bornerweg 33 te Obbicht. Deze percelen, kadastraal bekend als gemeente Obbicht en Papenhoven - sectie B - nummers 4156, 4384 en 4549, zijn gelegen in het oosten van het dorp Obbicht. Het betreft een bedrijfswoning (Bornerweg 33) met bedrijfsgebouw (Beelaertstraat 5) en enkele bijgebouwen. Verder is er sprake van een erf en kleinschalig gebruik (volkstuin). De bestaande bebouwde situatie is weergegeven aan de hand van onderstaande situatietekening.
Bestaande bebouwde situatie
De bestaande situatie wordt inzichtelijk gemaakt aan de hand van navolgende (obliek)foto's.
Vooraanzicht vanaf Bornerweg
8
TAM-omgevingsplan Bornerweg 33 te Obbicht
Vooraanzicht vanaf Beelaertsstraat
Obliek - noord aanzicht
2.3
Planbeschrijving
Voorliggend plan voorziet in het slopen van het bedrijfsgebouw (Beelaertstraat 5) en diverse bijgebouwen en het realiseren van acht levensloopbestendige woningen. In totaal wordt circa 670 m² aan bestaande bebouwing gesloopt. De bestaande bedrijfswoning (Bornerweg 33) blijft gehandhaafd als reguliere burgerwoning. De beoogde nieuwe woningen zullen alle uit één bouwlaag met zadeldak bestaan. De woningen worden geplaatst op woonpercelen van circa 130 m², en hebben een gebruiksoppervlak van circa 75 m2 . Alle woningen worden voorzien van een berging en achtertuin. De ontsluiting van de woningen is voorzien aan de Beelaertstraat, aan welke zijde tevens het centrale parkeren is voorzien. Zowel aan de noordzijde van de te handhaven woning aan de Bornerweg 33, als aan de (zuid)oostzijde van de nieuw te realiseren woningen, wordt voorzien in een parkachtige inrichting met zitgelegenheid voor de bewoners.
TAM-omgevingsplan Bornerweg 33 te Obbicht
9
Situatietekening
10
TAM-omgevingsplan Bornerweg 33 te Obbicht
Gevelaanzichtenbouwplan
2.4
Ruimtelijk-visuele effecten
Ieder nieuwbouwplan gaat gepaard met het optreden van ruimtelijk-visuele effecten. Beoordeeld dient te worden of de effecten die optreden vanuit ruimtelijk-visueel oogpunt aanvaardbaar mogen worden gevonden. Onderhavig voornemen zal voorzien in de sloop van het bedrijfsgebouw en enkele bijgebouwen met een totaal oppervlak van 670 m². Hiermee wordt voor de de locatie ontsierende bedrijfsbebouwing verwijderd, en wordt plaats gemaakt voor de realisatie van acht levensloopbestendige woningen in een landelijke omgeving, met aandacht voor het landschap. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt wordt aangesloten bij de ter plekke bestaande bebouwing (Bornerweg 33 en Beelaertstraat 1) door de nieuwe woningen eveneens uit te voeren in één bouwlaag met een zadeldak.
TAM-omgevingsplan Bornerweg 33 te Obbicht
11
Impressie voorzijde
Impressie achterzijde
12
TAM-omgevingsplan Bornerweg 33 te Obbicht
Impressie op ooghoogte
Gelet op vorennstaande wordt geconcludeerd dat de sloop van de bestaande (bedrijfs)bebouwing en bouw van de beoogde woningen in een landelijke opzet positieve invloed hebben op de ruimtelijk-visuele effecten.
TAM-omgevingsplan Bornerweg 33 te Obbicht
13
14
TAM-omgevingsplan Bornerweg 33 te Obbicht
Hoofdstuk 3
Planologisch-juridische situatie
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn alle bestemmingsplannen in de gemeente Sittard-Geleen van rechtswege onderdeel geworden van één omgevingsplan. Dit omgevingsplan bestaat uit een tijdelijk en een nieuw deel. De bestemmingsplannen maken onderdeel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Het tijdelijk deel bestaat uit: (ruimtelijke) regels uit verschillende vervallen instrumenten, zoals bestemmingsplannen. Rijksregels over activiteiten (aangeduid als 'de bruidsschat'). Omdat bestemmingsplannen onderdeel uitmaken van het omgevingsplan wordt in navolgende paragraaf het ter plekke geldende bestemmingsplan beschouwd.
3.1
Bestemmingsplan 'Kernen Obbicht en Grevenbicht'
Ter plekke van onderhavig plangebied vigeert het bestemmingsplan 'Kernen Obbicht en Grevenbicht', zoals vastgesteld op 7 oktober 2010 door de gemeenteraad van Sittard-Geleen. Op basis van het geldende bestemmingsplan is de bestemming 'Bedrijf' van kracht met bijhorende bouwvlakken en functieaanduidingen 'bedrijfswoning' en 'specifieke vorm van bedrijf - autoschadebedrijf'. Voor het bouwvlak van het bestaande bedrijfsgebouw geldt een maximale bebouwingspercentage van 80% voor het terrein, een maximale dakhelling van 0 graden, en een maximale goot- en bouwhoogte van 6 meter. Voorts is de bestemming 'Agrarisch' van toepassing.
Uitsnede bestemmingplankaart met aanduiding plangebied
Onderhavig planlocatie is voor zover bestemd tot 'Bedrijf' specifiek bestemd voor een autoschadebedrijf
TAM-omgevingsplan Bornerweg 33 te Obbicht
15
alsmede voor erven, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en overige bijbehorende voorzieningen met bijbehorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarisch grondgebruik alsmede voor voet- en fietspaden, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en overige bijbehorende voorzieningen met bijbehorende bouwwerken, geen gebouw zijnde. Het voornemen om de locatie in te richten en te gebruiken voor reguliere woondoeleinden is niet passend binnen de bestemmingen 'Bedrijf' en 'Agrarisch'. Er zijn geen binnenplanse afwijkingsmogelijkheden opgenomen om het bouwplan alsnog te faciliteren. De gemeente heeft kenbaar gemaakt medewerking te willen verlenen aan voorliggend plan middels een wijziging van het omgevingsplan. In dat verband is voorliggend TAM-omgevingsplan opgesteld.
3.2
Facetbestemmingsplan 'Begripsbepaling'
Op 7 juni 2018 is het facetbestemmingsplan 'Begripsbepaling' vastgesteld. Dit facetbestemmingsplan heeft betrekking op de wijziging en aanvulling van de begripsbepalingen 'huishouden', 'kamerverhuur', 'wonen' en 'woning'.
3.3
Facetbestemmingsplan 'Parkeren'
Op 13 september 2018 is het facetbestemmingsplan 'Parkeren' vastgesteld. Met dit facetbestemmingsplan is sprake van een gebiedsdekkende juridisch-planologische regeling waarmee een bestuursrechtelijke borging van de voor gemeente Sittard-Geleen geldende parkeernormen is verankerd. Op het aspect parkeren in relatie tot voorliggend plan wordt nader ingegaan in paragraaf 5.7.
3.4
Facetbeheersverordening archeologie Sittard-Geleen
De gemeenteraad van Sittard-Geleen heeft op 13 december 2023 de 'Facetbeheersverordening Archeologie Sittard-Geleen' vastgesteld. Met dit facetbeheersverordening wordt inzicht gegeven in de aanwezige en verwachte aanwezigheid van archeologische resten in de grond, planologisch-juridisch verankerd. Onderliggend plan gebied heeft de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 4' op grond van de 'Facetsbeheersverordening Archeologie Sittard-Geleen'. Bij 'Waarde - Archeologie 2' dient in beginsel archeologisch onderzoek te worden verricht indien sprake is van een nieuwe bodemverstoring dieper dan 30 centimeter en met een oppervlakte groter dan 50 m2 . Voor 'Waarde - Archeologie 4' dient in beginsel archeologisch onderzoek te worden verricht indien sprake is van een nieuwe bodemverstoring dieper dan 30 centimeter en met een oppervlakte van meer dan 500 m2 . In paragraaf 5.6 wordt nader ingegaan op het aspect archeologie.
16
TAM-omgevingsplan Bornerweg 33 te Obbicht
Hoofdstuk 4
Beleid en regelgeving
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het Rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijke beleid en wordt het plan hieraan getoetst. Het Rijksbeleid wordt besproken aan de hand van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en de instructieregels Rijk (AMvB's). Voor de beschrijving van het provinciaal beleid is gebruik gemaakt van de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) en de Omgevingsverordening Limburg (OvL). In relatie tot het regionale beleid wordt ingegaan op de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWL), de beleidsregel 'Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021'. Het gemeentelijke beleid is ontleend aan de Omgevingsvisie 2025-2040 'Samen stad en dorp maken', het Woningbehoefteonderzoek Sittard-Geleen (WBO) en de beleidsregel 'Kwalitatieve woningtoevoegingen Sittard-Geleen 2024'.
4.1
Rijksbeleid en regelgeving
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: 'NOVI') vastgesteld. In de NOVI staat de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal, waarmee wordt bedoeld dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. In de NOVI wordt gebruik gemaakt van afwegingsprincipes bij het maken van keuzes: 1. 2. 3.
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en Afwentelen wordt voorkomen.
In de NOVI zijn de volgende belangrijkste keuzes opgenomen: een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat Nederland zodanig wordt ingericht dat het land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) worden ingepast; de verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie dient oog te zijn voor omgevingskwaliteit; de overgang naar een circulaire economie, waarbij Nederland tegelijk goed kan blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat kan bieden; de ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland, waarmee wordt gestuurd op een goed bereikbaar netwerk van steden; het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden; het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. Ter uitvoering van de in de NOVI gemaakte keuzes is een Uitvoeringsagenda opgesteld. Daarin staat hoe samen met medeoverheden en de samenleving uitvoering zal moeten worden gegeven aan de NOVI. In de Uitvoeringsagenda staat een overzicht van instrumenten voor de verschillende beleidskeuzes uit de NOVI.
De NOVI wordt uitgewerkt in algemene rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidsprogramma's, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling. Daarnaast wordt gebiedsgericht gewerkt met Omgevingsagenda's en NOVI-gebieden. In de NOVI wordt ten aanzien van Limburg aangegeven dat de regio sociaaleconomische en fysieke opgaven heeft die van betekenis zijn in een bijzondere grensoverschrijdende omgeving (met regio's rond het Duitse Aken, het Waalse Luik en het Vlaamse Hasselt). De opgaven die te maken hebben met bereikbaarheid
TAM-omgevingsplan Bornerweg 33 te Obbicht
17
(drielandentrein), circulaire economie (Chemelot) en bevolkingsdaling (voormalige mijnstreek) zijn stuk voor stuk fors en vragen alle drie internationale afstemming en overleg. Een rijksrol is daarbij noodzakelijk. Meer specifiek heeft het Rijk in de provincie Limburg enkele belangrijke gebieden aangewezen. Het Rijk kent de Greenport Venlo en Brainport Zuidoost Nederland een belangrijke waarde toe voor de concurrentiepositie van Nederland. Het verstedelijkte gebied rondom Sittard-Geleen en Maastricht is zodoende dan ook aangewezen als een voor de concurrentiepositie essentieel gebied. Met name de bereikbaarheid van deze gebieden verdient derhalve extra aandacht.
Beoordeling Onderhavige locatie valt niet binnen een door het rijk gekenmerkte opgaven en/of ontwikkeling. 4.1.2 Instructieregels Rijk (AMvB's) De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur: het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit bouwwerken leefomgeving. In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Omgevingsbesluit Het Omgevingsbesluit richt zich tot alle partijen die in de fysieke leefomgeving actief zijn: burgers, bedrijven en de overheid. Het Omgevingsbesluit regelt in aanvulling op de wet onder meer welk bestuursorgaan het bevoegd gezag is om een omgevingsvergunning te verlenen en welke procedures gelden. Ook regelt dit besluit wat de betrokkenheid is van andere bestuursorganen bij de besluitvorming en een aantal op zichzelf staande onderwerpen, zoals de milieueffectrapportage en financiële bepalingen. Besluit activiteiten leefomgeving Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) bevat, samen met het Besluit bouwwerken leefomgeving, de algemene regels waaraan burgers, bedrijven en overheden zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Ook bepaalt het besluit voor welke van deze activiteiten een omgevingsvergunning nodig is.
Dit besluit bevat regels om het milieu, waterstaatwerken, wegen en spoorwegen, zwemmers en cultureel erfgoed te beschermen. De regels ter bescherming van het spoor en de zwemmers worden met het Invoeringsbesluit Omgevingswet ingevoegd. Besluit bouwwerken leefomgeving Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) bevat, samen met het Besluit activiteiten leefomgeving, de algemene regels waaraan burgers en bedrijven zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Dit besluit bevat regels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid bij het (ver)bouwen van een bouwwerk, de staat van het bouwwerk, het gebruik van het bouwwerk en het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden. Besluit kwaliteit leefomgeving Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels ter bescherming van de nationale belangen, waaronder : waarborgen van veiligheid beschermen van waterbelangen beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden;
18
TAM-omgevingsplan Bornerweg 33 te Obbicht
het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën. Beoordeling In hoofdstuk 5 van deze motivering worden de aspecten van de fysieke leefomgeving behandeld. Voor zover de instructieregels relevant zijn voor de voorliggende ontwikkeling, worden deze regels in hoofdstuk 5 bij het betreffende aspect behandeld. 4.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor plannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op grond van artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) heeft de Ladder voor duurzame verstedelijking betrekking op een stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is. De aard en omvang van het plan in relatie met de omgeving bepaalt of het plan voldoende substantieel is. Hierbij wordt rekening gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling en, indien de ontwikkeling buiten het stedelijk gebied is voorzien, de mogelijkheden om binnen het stedelijk gebied in die behoefte te kunnen voorzien.
De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist. Deze instructieregel geldt ook voor een omgevingsvergunning Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Dit regelt artikel 8.0b Bkl. Deze instructieregel geldt niet voor de omgevingsvisie. Artikel 5.129g Bkl geeft geen ondergrens aan voor een stedelijke ontwikkeling. Over de vraag wanneer precies sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zich gebogen in een overzichtsuitspraak d.d. 28 juni 2017 (zaaknummer 201608869/1/R3). Daarin is onder andere overwogen dat een woningbouwplan van 12 of meer woningen een stedelijke ontwikkeling betreft. Beoordeling Voorliggend plan voorziet niet in het toevoegen van 12 of meer woningen, echter 8 woningen. Bovendien is ter plekke van onderhavig plangebied sprake van een reeds bebouwd bedrijfsperceel met bedrijfswoning. Er is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling waarbij de Ladder voor duurzame verstedelijking van toepassing is. 4.1.4 Conclusie Rijksbeleid en regelgeving Onderhavig planvoornemen levert geen strijd op met de Nationale Omgevingsvisie en eventuele van toepassing zijnde rijksinstructieregels. Het plan is passend binnen de doelstellingen en het beleid van het Rijk.
Er bestaan geen onoverkomelijke belemmeringen met betrekking tot voorliggende ontwikkeling.
4.2
Provinciaal beleid en regelgeving
4.2.1
Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI)
4.2.1.1 Algemeen Op 15 december 2020 is de Omgevingsvisie vastgesteld door Gedeputeerde Staten, waarna vervolgens Provinciale Staten deze op 1 oktober 2021 hebben vastgesteld. De Omgevingsvisie Limburg is op 25 oktober 2021 in werking getreden. In algemene zin is de Omgevingsvisie een strategische en lange termijn visie (2030-2050) op de fysieke
TAM-omgevingsplan Bornerweg 33 te Obbicht
19
leefomgeving. In de visie worden onderwerpen zoals wonen, infrastructuur, milieu, water, natuur, landschap, bodem, ruimtelijke economie, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed omschreven. Daarnaast worden tevens de aspecten gezondheid, veiligheid en een gezonde leefomgeving - indachtig de Omgevingswet - in de Omgevingsvisie meegenomen. 4.2.1.2 Hoofdopgaven In de omgevingsvisie worden door de provincie drie hoofdopgaven onderscheiden die Limburg-breed spelen. Weliswaar verschillen de accenten per gebied en per sector. De hoofdopgaven zijn: 1.
2. 3.
Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving: a. in stedelijk c.q. bebouwd gebied; b. in landelijk gebied; Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); Klimaatadaptatie en energietransitie.
4.2.1.3 Limburgse principes en algemene zonering Bij het maken van afwegingen op het gebied van de fysieke leefomgeving hanteert de provincie de volgende principes: gestreefd wordt naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving; de kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal; meer stad, meer land; zorgvuldig omgaan met ruimte en voorraden, boven- én ondergronds. Voor het toekomstbeeld voor Limburg hanteert de provincie een indicatieve zonering. De verschillende categorieën worden ondergebracht bij drie hoofdtypes: 1.
2.
3.
landelijke gebieden: a. Natuurnetwerk Limburg (inclusief Natura2000-gebied) b. Buitengebied bebouwde gebieden: a. stedelijk gebied b. stedelijk centrum c. landelijke kern d. werklocaties infrastructuren: a. (inter)nationale weg b. provinciale weg c. (inter)nationale spoorweg d. (inter)nationale waterweg e. (lucht)haven f. (inter)nationale leidingstrook
Onderhavig plangebied is gelegen in de zone 'Buitengebied'.
20
TAM-omgevingsplan Bornerweg 33 te Obbicht
Provinciale zoneringen met aanduiding planlocatie
Buitengebied Het buitengebied betreft de landelijke gebieden op de Zuid-Limburgse plateaus en op de hogere zandgronden in Noord- en Midden-Limburg, samen zo'n 85.000 hectaren groot. Vergeleken met Noord- en Midden-Limburg zijn er in Zuid-Limburg minder mogelijkheden voor intensieve vormen van grondgebruik op de plateaus. Dit komt door de aard van de ondergrond en de aanwezige omgevingskwaliteiten. Op de hogere zandgronden van Noord- en Midden-Limburg is, rekening houdend met de natuurlijke omstandigheden en de ruimteclaims vanuit verschillende transitieopgaven, een breed scala aan grondgebruiksvormen mogelijk. 4.2.1.4 Thematische visies De provincie onderscheidt in de omgevingsvisie de volgende thematische visies: wonen en leefomgeving veiligheid en gezondheid cultuur, sport en erfgoed economie werklocaties mobiliteit energie land- en tuinbouw water natuur landschap bodem en ondergrond Per thema beschrijft de provincie in de omgevingsvisie het provinciale belang, de opgave, de ambities en waar de provincie voor kiest. Voor onderhavig voornemen is sprake van een ontwikkeling gericht op wonen. Daarop wordt in de (provinciale) thematische visie 'Wonen en leefomgeving' ingegaan. Aangegeven wordt dat er op het gebied van wonen en leefomgeving veel uitdagingen en kansen liggen. Zo vermeldt de omgevingsvisie het volgende: 'De woningbehoeften van de Limburgers veranderen.
Daarom kiezen wij voor een goed doordacht, flexibel
TAM-omgevingsplan Bornerweg 33 te Obbicht
21
beleid op hoofdlijnen. Hiermee spelen we in op de huidige opgaven én de te verwachten uitdagingen in de toekomst. De woonbehoeften van onze inwoners zijn hierbij leidend.' Voorts wordt het volgende aangegeven: 'Wat betreft onze ambitie is het succes van de woningmarkt onlosmakelijk verbonden met de sociaaleconomische- en gezondheidssituatie van de inwoners in de steden en dorpen en het voorkomen van segregatie. Door het in balans brengen van vraag en aanbod kunnen we een tekort aan woningen voor bepaalde doelgroepen voorkomen. Daarnaast heeft dit een positief effect op ongewenste leegstand met de bijbehorende ondermijnings- en leefbaarheidsproblemen.' Het provinciale beleid ten aanzien van wonen heeft een vertaling gekregen in de in maart 2023 door partijen (provincie Limburg, alle gemeenten in Limburg, woningcorporaties, en waterschap) ondertekende 'Limburgse Woondeal 2023-2030'. In deze woondeal is afgesproken dat voor de drie woonregio's in Limburg (Noord-Limburg, Midden-Limburg en Zuid-Limburg) er minimaal 26.550 woningen bij komen. Daarbij is tevens de ambitie uitgesproken voor nog eens 20.000 woningen extra. Op grond van de woondeal wordt gestreefd naar een productie van circa 3.000 woningen per jaar. Met de Woondeal Limburg wordt gestreefd naar betaalbaar wonen voor iedereen.
4.2.1.5 Gebiedsgerichte visies Naast de thematische visies gaat de provincie in de omgevingsvisie ook in op de gebiedsgerichte visies. Daarbij wordt ingegaan op de visie op bovenregionaal niveau, om vervolgens de visies voor Noord-, Middenen Zuid-Limburg uiteen te zetten. De provincie geeft aan dat de aantrekkelijkheid van Zuid-Limburg in sterke mate wordt bepaald door de aanwezigheid van relatief op korte afstand van elkaar gelegen, dichtbevolkte stedelijke gebieden, gelegen in het unieke Nationaal Landschap Zuid-Limburg. Het heuvellandschap en de Maasvallei geven samen met de historische binnenstad van Maastricht een bijzondere kwaliteit, rijke historie en eigen cultuur aan deze regio. In Zuid-Limburg wonen, werken en leven zo'n 600.000 mensen. Zuid-Limburg is het meest verstedelijkt grensgebied en de meest Europese regio van het land. Samen met de stedelijke regio's van Aken (Duitsland), Luik en Verviers (Wallonië) en Tongeren, Hasselt en Genk (Vlaanderen) vormt Zuid-Limburg de Euregio Maas-Rijn met vier miljoen inwoners en 2,2 miljoen banen. Daarnaast maakt de regio deel uit van het groene grensoverschrijdende Drielandenpark. Beoordeling Voorliggend plan past binnen het provinciale beleid zoals omschreven in de POVI. Voorzien wordt in de realisatie van acht nultredenwoningen voor senioren in het betaalbare prijssegment.
Met het realiseren van dit woningbouwplan kan kan een bijdrage worden geleverd aan de doorstroming op de woningmarkt. 4.2.2
Omgevingsverordening Limburg (OvL)
4.2.2.1 Algemeen De Omgevingsvisie Limburg is een zelfbindend document en bindt daarmee enkel de provincie Limburg. Daar waar de provincie van mening is dat het noodzakelijk is om bindende regels te stellen voor de uitwerking van onderdelen van beleid in de POVI, dan gebeurt dit in de omgevingsverordening. In de Omgevingsverordening Limburg staan de provinciale regels op het gebied van milieu, provinciale wegen, (grond-)water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte. De Omgevingsverordening Limburg bevat twee soorten regels: instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap. Dit zijn opdrachten aan de gemeenten en het waterschap die de gemeenten moeten verwerken in het gemeentelijke bestemmingsplan (Omgevingsplan) en het waterschap moet verwerken in de waterschapsverordening. Pas na het verwerken van de provinciale instructieregels in het gemeentelijke bestemmingsplan, of in de waterschapsverordening
22
TAM-omgevingsplan Bornerweg 33 te Obbicht
krijgen deze regels effect op activiteiten van inwoners en bedrijven. regels voor activiteiten die rechtstreeks voor alle inwoners en bedrijven gelden, of voor specifieke doelgroepen. 4.2.2.2 Gebiedsaanwijzingen Bij de OvL behoort een aantal thematische kaarten. Deze kaarten zijn digitaal raadpleegbaar, waarbij op perceelniveau kan worden beoordeeld welke provinciale regels uit de OvL van toepassing zijn. Ter plekke van onderhavige locatie zijn een aantal gebiedsaanwijzingen van toepassing; deze zijn opgenomen in onderstaande figuur.
Gebiedsaanwijzingen Omgevingsverordening Limburg ter plekke van plangebied
Op de in casu aan de orde zijnde relevante instructieregels wordt hierna ingegaan.
Instructieregels planvoorraad nieuwe woningen (buitengebied) In artikel 12.1 van de Omgevingsverordening Limburg is voorgeschreven dat bij de realisatie van één of meerdere woningen in de daartoe op te stellen motivering bij een omgevingsplan beschreven wordt dat: a. b. c.
d. e.
rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek; over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid-Limburg. De regio's bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring; realisatie van de woningen beoogd is binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen.
Onderhavig planvoornemen betreft het realiseren van acht nultredenwoningen. Deze woningtoevoeging past binnen de algemene beleidskaders van de provincie, alsook binnen het beleid van de gemeente (zie paragraaf
TAM-omgevingsplan Bornerweg 33 te Obbicht
23
4.4). Op de afstemming woningtoevoeging met de (sub)regio wordt in paragraaf 4.3 ingegaan. Overstromingskansgebied C Op grond van de provinciale regels geldt, met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, voor 'overstromingskansgebied C' een gemiddelde overstromingskans per jaar van 1:25 als omgevingswaarde. Dit betreft een inspanningsverplichting voor het waterschap waaraan uiterlijk in 2035 dient te zijn voldaan. Op het aspect water wordt in paragraaf 5.8 van voorliggende motivering nader ingegaan. Beoordeling Voorliggend plan past binnen de provinciale regels zoals opgenomen in de OvL.
4.3
Regionaal beleid
4.3.1 Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg Op 19 november 2016 heeft de gemeenteraad van Sittard-Geleen ingestemd met de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWZL). De SVWZL is een gezamenlijke, Zuid-Limburgse ruimtelijke visie op de woningmarkt, opgesteld door de Zuid-Limburgse gemeenten. Op grond van het geldende bestemmingsplan is ter plekke van het projectgebied één wooneenheid toegestaan. In het kader van het geldende woningbouwbeleid, zoals vastgelegd is in de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWZL) en deels nader uitgewerkt in de beleidsregel 'Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021' (waarop hierna nader wordt ingegaan), betekent onderhavige project een (netto) toevoeging van twee wooneenheden. Op grond van beleidsafspraak VI van de SVWZL is voor deze netto toevoeging in beginsel compensatie vereist. Deze compensatie kan inhouden: Het onttrekken van een gelijk aantal woningen als netto beoogd is; Het onttrekken van bestaande plancapaciteit (1:1, 1:2 of 1:4) voor de netto toe te voegen woningen; Het leveren van een financiële bijdrage in het subregionale sloopfonds. Van deze compensatie kan echter ontheffing worden verleend als het bouwplan past binnen de beleidsregel 'Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021'.
Het actuele woningbouwbeleid is vastgelegd in de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (SVWZL), aangevuld met de op 28 januari 2021 door de gemeenteraad van Sittard-Geleen vastgestelde beleidsregel 'Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021'. 4.3.2 Beleidsregel 'Ruim baan voor goede woningbouwplannen2021' De gemeenteraad van Sittard-Geleen heeft op 28 januari 2021 de beleidsregel 'Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021' vastgesteld. Deze beleidsregel komt in de plaats van de eerder vastgestelde beleidsregel 'Tijdelijke versoepeling van de compensatiesystematiek van de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg'. Op grond van de nieuwe beleidsregel hoeven 'goede woningbouwplannen' niet meer te worden gecompenseerd. Of sprake is van een goed woningbouwplan wordt bepaald aan de hand van drie criteria:
Criterium 1: Het plan heeft maatschappelijke meerwaarde Een woningbouwplan heeft maatschappelijke meerwaarde wanneer bijvoorbeeld sprake is van één van de volgende situaties:
24
TAM-omgevingsplan Bornerweg 33 te Obbicht
Aantoonbare verbetering van de leefbaarheid in centra en kernen; Herstructurering/vervangingsbouw van woningen; Hergebruik van winkels of (ander) bestaand waardevol vastgoed met passende woningbouw; Aantoonbare bijdrage aan de transformatie van de bestaande woningvoorraad. Daarbij wordt aangesloten op het ruimtelijke uitgangspunt dat inbreiding boven uitbreiding gaat.
Criterium 2: Het plan is planologisch aanvaardbaar Een plan is (ruimtelijk) planologisch aanvaardbaar als het voldoet aan de Ladder van Duurzame verstedelijking (Besluit ruimtelijke ordening; artikel 3.1.6. lid 2) voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat een beschrijving van de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte nodig is: Criterium 2a: Het plan sluit aan bij de kwantitatieve behoefte Criterium 2b: Het plan sluit aan bij de kwalitatieve behoefte Criterium 3: Het plan is (sub)regionaal afgestemd Het derde criterium betreft subregionale afstemming, zodat gezamenlijke oordeelsvorming plaatsvindt en het gemeenschappelijk belang voorop blijft staan (geen onderlinge concurrentie en overschotten op subregionaal niveau). De subregio bepaalt of het plan aan de subregionale woningmarktprogrammering wordt toegevoegd. Woningbouwplannen die concurrerend zijn op regionale schaal (de Zuid-Limburgse woningmarkt), worden ook op Zuid-Limburgse schaal afgestemd.
Ad 1. Maatschappelijke meerwaarde Uit de toelichting op criterium 1 zoals opgenomen in de beleidsregel blijkt onder meer dat, naast de opgesomde situaties, een woningbouwplan maatschappelijke meerwaarde heeft wanneer 'voorzien wordt in een evidente behoefte aan met name woonwagens, sociale en middeldure huur en eventueel koop (onder voorwaarden) voor doelgroep starters en ouderen tot een maximale koopsom die inclusief verwervingskosten gelijk is aan de kostengrens van de Nationale Hypotheek Garantie'. Vooraleerst wordt bij voorliggend plan voorzien in de duurzame beëindiging van een solitaire bedrijfsfunctie, specifiek een voor autoschadebedrijf bestemde locatie. Daarbij wordt de bestaande bedrijfswoning omgevormd tot een reguliere burgerwoning. Voorts wordt de niet in het landschap passende bedrijfsloods gesloopt, net als enkele bijgebouwen. Het totaal te slopen oppervlak bedraagt circa 670 m2 . Het bedrijfsterrein wordt vervolgens heringericht ten behoeve van een 8-tal seniorenwoningen in een landelijke setting. Het duurzaam beëindigen van de bedrijfsfunctie, en herinvullen met in het landschap passende woningbouw, vormt voor de locatie en directe omgeving een meerwaarde. Voorts wordt voorzien in woningen voor ouderen binnen de te hanteren NHG-grens. Voorliggend plan heeft, gelet op vorenstaande, een maatschappelijke meerwaarde als bedoeld in de beleidsregel.
Ad 2. Planologisch aanvaardbaar Indien sprake is van een planontwikkeling die meer dan 11 woningen mogelijk maakt, is sprake van 'stedelijke ontwikkeling' zoals bedoeld in de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Daarop is nader ingegaan in paragraaf 4.1.3 op grond waarvan is geconcludeerd dat voorliggend plan geen stedelijke ontwikkeling betreft. Weliswaar dient voor toepassing van de beleidsregel 'Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021' de behoefte aan het woningbouwplan (kwantitatief en kwalitatief) volgens de systematiek van de ladder
TAM-omgevingsplan Bornerweg 33 te Obbicht
25
aangetoond te worden. Uit het Woonbehoefteonderzoek Sittard-Geleen (13 oktober 2023), waarop nader wordt ingegaan in paragraaf 4.4.2, blijkt dat in de gemeente overall een behoefte bestaat aan nultredenwoningen. In dit woonbehoefteonderzoek wordt geadviseerd om in te zetten op dit type woningen. Aan dergelijk woningtype is in alle prijscategorieën (tot € 280.000, tussen € 280.000 en € 355.000, en meer dan € 355.000) behoefte. Verder wordt aangegeven dat het belangrijk is om rekening te houden met ouderen die graag in hun eigen dorp willen blijven wonen. Dit betreft de ouderen in de landelijke kernen. In het woonbehoefteonderzoek wordt geadviseerd om voor deze doelgroep geconcentreerd in kleine omvang passende woningen aan te bieden in deze dorpen. Voorliggend plan impliceert het kunnen realiseren van acht levensloopbestendige c.q. nultredenwoningen bedoeld voor senioren en komt daarmee tegemoet aan de in het woonbehoefteonderzoek geconstateerde woningbehoefte. De woningen liggen op minder dan 100 meter afstand ten opzichte van de dorpskern Obbicht en om die reden goed bereikbaar voor ouderen c.q. senioren. Voorliggend plan is, gelet op vorenstaande, planologisch aanvaardbaar als bedoeld in de beleidsregel.
Ad 3. Regionale afstemming Voorliggend woningbouwplan is subregionaal afgestemd en toegevoegd aan de subregionale woningmarktprogrammering. Gelet op de aard van het plan is geen sprake van onderlinge concurrentie en overschotten op subregionaal niveau, waardoor bestuurlijke afstemming op Zuid-Limburgse schaal niet aan de orde is. 4.3.3
Conclusie regionaal beleid
Het plan is passend binnen het regionale (woning)bouwbeleid. Er bestaan geen onoverkomelijke belemmeringen met betrekking tot voorliggend plan.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Omgevingsvisie 2025-2040 'Samen stad en dorp maken' In maart 2025 heeft de gemeenteraad van Sittard-Geleen de nieuwe omgevingsvisie vastgesteld. Dit betreft een langetermijnvisie op de fysieke leefomgeving waarin wordt ingegaan op onderwerpen, zoals wonen, bedrijven, infrastructuur, landschap, water, natuur en erfgoed. Daarnaast wordt in de omgevingsvisie vastgelegd hoe de gemeente bijdraagt aan maatschappelijke doelen. De omgevingsvisie vormt het kader voor beleid, initiatieven en samenwerking met inwoners, organisaties en bedrijven. In de omgevingsvisie worden tien ambities c.q. beleidsprioriteiten uitgesproken: Ruimte voor ontmoeten Gezond bewegen Cultuur en erfgoed Goede woonkwaliteit Circulaire bedrijvigheid Duurzame logistiek Gezondere en schonere omgeving Groene wijken en dorpen Water en bodem sturend Verbinding tussen Heuvelland en Maasvallei Op het gebied van wonen als opgave voor de toekomst wordt in de Omgevingsvisie 2025-2040 vermeld dat komende jaren behoefte is naar nieuwe, voornamelijk betaalbare en levensloopbestendige woningen. Nieuwe
26
TAM-omgevingsplan Bornerweg 33 te Obbicht
woningen dienen levensloopbestendig of nultreden te worden uitgevoerd en zijn van voldoende kwaliteit en oppervlakte. Op basis van de omgevingsvisie is onderhavig plangebied gelegen in de aanduiding 'Buitengebied' in een 'dorpsmantel'. Ten aanzien van de dorpsmantels wordt onder andere ingezet op het verwijderen of verminderen van (overbodige) verharding. Voorliggend project ziet op het duurzaam beëindigen van een bedrijfslocatie aan de rand van een dorpkern. Daarmee wordt een ontstening bewerkstelligd waarmee een kwaliteitsverbetering voor de plek optreedt. Voorts worden voor de omgeving milieubelastende activiteiten beëindigd. Tevens wordt ingezet op het versterken van de landschappelijke overgang van de dorpen naar het buitengebied. Bij voorliggend project is voorzien in een landschappelijk inpassingsplan waarmee invulling wordt gegeven aan dit beleidsuitgangspunt uit de visie. Tevens blijkt uit de 'Sittard-Geleense woonladder' dat binnen de dorpen op het gebied van het 'goede wonen' de eigen behoefte van de inwoners van de dorpen wordt gefaciliteerd. Voorliggend project ziet op de bouw van nultredenwoningen voor ouderen waarmee doorstroming op de woningmarkt in Obbicht kan worden bewerktstelligd. Op het perceel waarop momenteel een hoge loods staat waarin een autogaragebedrijf was gevestigd met spuitcabine zijn acht woningen voorzien.
De bestemming van het perceel en het gebouw zijn sindsdien niet gewijzigd. Met voorliggende herbestemming worden acht nultredenwoningen mogelijk gemaakt en verdwijnt duurzaam een milieubelastend bedrijf dat niet thuishoort aan de rand van het buitengebied en ook niet aan de rand van de kern Obbicht. Dit perceel vormt de entree van de kern Obbicht en is een overgangszone tussen agrarisch gebied en stedelijk gebied. Om deze reden hebben eerst het college van B&W en onlangs de gemeenteraad het voorkeursrecht gevestigd op onder andere het perceel gelegen tussen Bornerweg 33 en de kern Obbicht. Dit met het doel om op het tussengelegen perceel ook woningen te gaan realiseren, zodat daarna sprake is van een uitbreiding van de kern Obbicht en met de kern één geheel vormt. De gemeente is inmiddels met de eigenaar van dat tussengelegen perceel waarop het voorkeursrecht nu is gevestigd in overleg over de aankoop van het perceel. Gelet op vorenstaande past voorliggend project binnen de omgevingsvisie. 4.4.2 Woningbehoefteonderzoek Sittard-Geleen (WBO) Het woningbehoefteonderzoek Sittard-Geleen is uitgevoerd als verdieping op het woningbehoefteonderzoek voor de Westelijke Mijnstreek en de Provincie Limburg. Uit het WBO volgt dat binnen de gemeente sprake is van een afname van het aantal inwoners door natuurlijke krimp.
De adviezen uit het WBO zijn: Optimaliseer kwaltiatieve woningbouwprogrammering en zet nadrukkelijk in op nultredenwoningen. Zet instrumenten in om betaalbare woningen te realiseren. Betaalbare woningen staan onder druk vanwege de forse prijsstijgingen. Daarnaast is het zeer lastig om voldoende betaalbare woningen te realiseren door onder andere sterk opgelopen bouwkosten. Zorg voor een gedifferentieerd programma om diversiteit en leefbaarheid op gebiedstypeniveau te behouden en/of vergroten van de diversiteit en leefbaarheid door het toevoegen van kwalitatief sterke woningen. Zet in op een adaptief en anticyclisch woningbouwprogramma. Hierbij gaat het om een integrale samenwerking tussen wonen, gebiedsontwikkeling, planeconomie en de corporaties. Voor de lange termijn gaat het om adaptief programmeren gericht op flexibiliteit om zo mee te kunnen bewegen met de ontwikkelingen op de woningmarkt. Voor de korte termijn gaat het om proactief programmeren gericht op doorbouwen door in te zetten op segmenten die robuust zijn (waar in alle scenario's behoefte aan is) en minder gevoelig zijn voor acute marktontwikkelingen. Denk na over geclusterde woonvormen voor ouderen om doorstroming te bevorderen. Monitor demografische en economische kantelpunten. Benut flexibele en tijdelijke woonvormen voor korte termijn vraag.
TAM-omgevingsplan Bornerweg 33 te Obbicht
27
In het WBO zijn de huishoudensontwikkelingen uiteengezet waarbij rekening is gehouden met het woonmilieu en inkomen van huishoudens. Daaruit volgt dat de behoefte bestaat aan nultredenwoningen in de huursector en in de koopsector met name voor de doelgroep ouderen. Daarnaast bestaat een overschot aan niet-toekomstbestendige koopwoningen en sociale huurappartementen zonder lift, zowel op korte als op lange termijn. Onderliggend voornemen betreft de realisatie van acht nultredenwoningen. Hiermee sluit voorliggend plan aan bij de doelstellingen zoals in het Woningbehoefteonderzoek Sittard-Geleen uiteengezet. 4.4.3 Beleidsregel 'Kwalitatieve woningtoevoegingen Sittard-Geleen 2024' De gemeenteraad van Sittard-Geleen heeft op 26 november 2024 de Beleidsregel kwalitatieve woningtoevoegingen Sittard-Geleen 2024 vastgesteld. Het doel van deze beleidsregel is het zorgen dat nieuwe woningen van voldoende kwaliteit zijn, waarbij een minimaal oppervlak de grondslag daarvoor biedt.
Uit artikel 2 van deze beleidsregel volgen de voorwaarde voor het via een buitenplanse omgevingsplanactiviteit realiseren van één of meerdere woning(en): de gebruiksoppervlakte van de nieuw te realiseren woning bedraagt minimaal 70 m2 ; in een vrijstaand bijgebouw wordt geen woning gerealiseerd; de belangen van gebruikers en/of eigenaren van nabijgelegen gronden en bouwwerken worden niet onevenredig geschaad; de nabijgelegen bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering (en uitbreidingsmogelijk) beperkt; op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het geldend parkeerbeleid; en van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is sprake. Aan de eis betreffende de gebruiksoppervlakte kan het bevoegd gezag afwijken voor zover deze afwijking naar haar oordeel evenredig is en door bijzondere omstandigheden en gelet op de met de beleidsregel te dienen doelen noodzakelijk is (artikel 6 Beleidsregel).
Voor de nieuwe woning gelden gelet op artikel 7 van deze beleidsregel de volgende aandachtspunten: de nieuw te realiseren woning wordt zo veel mogelijk duurzaam en klimaatbestendig gerealiseerd; de nieuw te realiseren woning beschikt over een buitenruimte, zoals tuin, dakterras of balkon; de nieuw te realiseren woning beschikt over voldoende opslagruimte, onder andere ten behoeve van het huishoudelijk afval en de stallen van fietsen; de nieuw te realiseren woning beschikt over voldoende daglichttoetreding; de nieuw te realiseren woning wordt zoveel mogelijk levensloopbestendig gerealiseerd. Onderhavig planvoornemen past binnen deze beleidsregel. In de regels bij voorliggend plan is vastgelegd dat de woningen moeten voldoen aan de minimaal vereiste gebruiksoppervlakte van 70 m² en dat de woningen nultreden dienen te worden uitgevoerd. Het parkeren vindt volledig plaats binnen de grenzen van het plangebied. Daarbij komt dat de belangen van de eigenaren/gebruikers van nabijgelegen gronden niet geschaad zullen worden. Daarop wordt tevens ingegaan in paragraaf 5.3. Betreffende de aandachtspunten geldt dat de duurzaamheid in het Bbl wordt geregeld. Aan de regels uit paragraaf 4.4 van het Bbl dienen de woningen te voldoen als daarvoor een omgevingsvergunning aangevraagd wordt. De percelen hebben aan de voor- en achterzijde voldoende buitenruimte.
Ook bieden de percelen de mogelijkheid om aan de andere aandachtspunten te voldoen, maar hiervoor kan nog geen concrete invulling aan gegeven worden gelet op de aard van onderhavig voornemen. Dat de woningen levensloopbestendig gerealiseerd worden, wordt in de regels behorende bij voorliggend plan gewaarborgd. De eis betreffende parkeergelegenheid zal behandeld worden als onderdeel van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties in Hoofdstuk 5.
28
TAM-omgevingsplan Bornerweg 33 te Obbicht
4.4.4 Conclusie gemeentelijk beleid Gelet op het vorenstaande uiteenzetting van het gemeentelijke beleid wordt geconcludeerd dat onderhavige planontwikkeling niet strijdig is met dit beleid.
TAM-omgevingsplan Bornerweg 33 te Obbicht
29
30
TAM-omgevingsplan Bornerweg 33 te Obbicht
Hoofdstuk 5
Aspecten fysieke leefomgeving
Bij de realisering van een plan moet rekening worden gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de voor onderhavig plan relevante aspecten.
5.1
Bodemkwaliteit
5.1.1 Algemeen Indien sprake is van een planologische functiewijziging, dient te worden aangetoond dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies in de fysieke leefomgeving ter plekke. Ofwel dient bezien te worden of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse geschikt is voor het voorgenomen gebruik. De regels met betrekking tot aspect bodemkwaliteit zijn opgenomen in het Bkl. De inhoud van deze regels is opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 (Bkl). Dit besluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Als uitgangspunt geldt dat onaanvaardbare risico's voor de gezondheid van de mens vanwege het gebruik van de bodem dienen te worden voorkomen (artikel 2.28, lid i Omgevingswet). In dit kader is het van belang om na te gaan wat de kwaliteit van de bodem binnen het plangebied is en of dit nog aanvaardbaar c.q. toelaatbaar wordt geacht voor de beoogde functietoedeling. Bij het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie moet de kwaliteit van de bodem ten minste voldoen aan daarvoor gestelde interventiewaarden (bijlage IIA Bal). De gemeente kan echter in haar Omgevingsplan ook afwijkende lokale waarden vastleggen, voor zover de maximale grenswaarden als bedoeld in artikel 5.89j, tweede lid, van het Bkl niet worden overschreden.
5.1.2 Beoordeling Voorliggend plan voorziet in het realiseren van acht woningen, waarmee nieuwe verblijfsruimten worden toegevoegd. Voorts is sprake van een planologische functiewijziging. In dat kader is ten behoeve van het project een bodemonderzoek uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. De rapportage van dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 1. Op grond van het verrichte onderzoek zijn de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan: De boven- en ondergrond van het perceel is wel diffuus verontreinigd met diverse zware metalen, PAK, PCB en/of bestrijdingsmiddelen. Ter plaatse van de boringen 02, 07 en 08 zijn bodemlagen aangetroffen die sterk met zink of PAK zijn verontreinigd; De overige boven- en ondergrond kan op basis van een indicatieve toetsing als klasse Industrie grond worden bestempeld. De boven- en ondergrond ter plaatse van de boringen 15 t/m 18 kunnen op basis van een indicatieve toetsing als klasse Landbouw/Natuur worden gekwalificeerd. Vanwege de aangetroffen verontreinigingen met zink of PAK dient nader bodemonderzoek plaats te vinden om de omvang van deze verontreinigingen nader in beeld te kunnen brengen. Vervolgens dienen deze te worden gesaneerd.
5.1.3 Conclusie bodemkwaliteit Gelet op voogaande wordt geconcludeerd dat het aspect 'bodemkwaliteit' geen belemmeringen oplevert voor onderhavige afwijking van het omgevingsplan, mits de omvang van de aangetroffen verontreinigingen in beeld zijn gebracht en vervolgens zijn gesaneerd.
TAM-omgevingsplan Bornerweg 33 te Obbicht
31
5.2
Geluid
5.2.1 Algemeen Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. Bij het toelaten van een activiteit, (spoor)weg, industrieterrein of geluidgevoelige gebouw moet het bevoegd gezag het geluid op geluidgevoelige gebouwen beoordelen. De instructieregels hierover in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) heeft het Rijk gesteld voor de bescherming van de gezondheid en het milieu. Beoordeeld dient te worden of sprake is van het realiseren van een geluidgevoelig gebouw (3.21 Bkl) of geluidgevoelige ruimte (3.22 Bkl). Indien hiervan sprake is, dient tevens te worden beoordeeld of sprake is van de ligging in een geluidaandachtsgebied (3.20 Bkl). Wanneer nieuwe activiteiten worden toegelaten in het omgevingsplan, zijn instructieregels voor activiteiten van toepassing (5.59 Bkl). In deze paragraaf wordt ingegaan op geluid door wegen, spoorwegen, en industrieterreinen. In paragraaf 5.3 wordt ingegaan op geluid door (bedrijfs)activiteiten. 5.2.2 Beoordeling Onderhavige ontwikkeling voorziet in het toevoegen van geluidgevoelige objecten. Er is geen sprake van de ligging in een geluidaandachtsgebied van (spoor)weg of industrie. Ten behoeve van onderhavig plan is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 2.
Op grond van het verrichte onderzoek de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan: Het geluid ten gevolge van het wegverkeer op de gemeentewegen overschrijdt de standaardwaarde van 53 dB op geen enkele gevel van de gebouwen; Omdat het gezamenlijk geluid kleiner of gelijk is aan 53 dB, is een nader onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels niet nodig. Bij toepassing van standaard bouwmaterialen is een binnenniveau van 33 dB gewaarborgd. 5.2.3 Conclusie geluid Gelet op voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect 'geluid' geen belemmeringen oplevert voor onderhavige afwijking van het omgevingsplan.
5.3
Bedrijvigheid
5.3.1 Algemeen Bij een ontwikkeling in de fysieke leefomgeving dient rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en (waar mogelijk) te bevorderen. Bij de milieuzonering kan gebruik worden gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) vervaardigde nieuwe VNG-handreiking 'Activiteiten en milieuzonering (2024)'. In tegenstelling tot de eerdere VNG-uitgave(n) wordt niet meer gebruikgemaakt van zones met oplopende milieucategorieën en een Lijst van activiteiten, echter gaat de nieuwe handreiking uit van zones met oplopende beschikbare milieugebruiksruimte per activiteit, zónder een Lijst van activiteiten bij de regels. Deze nieuwe systematiek sluit beter aan bij de integratie van ruimte en milieu onder de Omgevingswet. 5.3.2 Beoordeling In de buurt van onderliggend plangebied is sprake van bestaande bedrijvigheid die van invloed kan zijn op het planvoornemen. Ter plekke van de Obbichterweg 2 te Obbicht is sprake van een voor agrarische bedrijfsdoeleinden bestemde locatie gelegen. In casu wordt ter plekke een loonbedrijf gebezigd. In onderstaande afbeelding is de 30-meter zone en 50-meter zone ten opzichte van de grens van de agrarische bedrijfsbestemming inzichtelijk gemaakt.
32
TAM-omgevingsplan Bornerweg 33 te Obbicht
Zonering bedrijfslocatie Obbichterweg 2 ten opzichte van bestaande en nieuwe woonfuncties
Op grond van de afbeelding met zoneringen blijkt dat de nieuw te realiseren woonfuncties ter plekke van onderhavig plangebied zijn gelegen buíten de 30-meter zone. Wel is de locatie deels binnen de 50-meter zone gelegen. De afstand tussen de nieuwe woonfunctie binnen onderhavig plangebied ten opzichte het meest nabijgelegen bedrijfsgebouw aan de Obbichterweg 2 bedraagt ruim 60 meter; tot aan de feitelijke erfverharding / manoeuvreerruimte binnen de bedrijfslocatie bedraagt deze afstand tenminste circa 70 meter. In de bstaande situati zijn reeds bestaande woningen dichterbij de grens van de agrarische bedrijfsbestemming gelegen, namelijk de woningen aan de Beelaertstraat 21 e.v. en de woning aan de Beelaerstraat 1. Deze bestaande woningen zijn maatgevend voor de ter plekke van de Obbichterweg 2 gebezigde bedrijfsvoering. Bij uitvoering van de bedrijfsactiviteiten dient te worden voldaan aan de geldende normen voor geluid op de gevels van deze bestaande woningen. De nieuw te realiseren woningen ter plekke van onderhavige planlocatie zullen, nu deze niet dichterbij zijn gelegen en daarmee niet maatgevend worden, geen (extra) belemmeringen gaan vormen voor de bedrijfsactiviteiten aan de Obbichterweg 2.
Nu de bedrijfsactiviteiten ter plekke van de Obbichterweg 2 reeds moeten voldoen aan de geldende normen op de bestaande dichterbij gelegen woningen, om ter plekke het woon- en leefklimaat niet onevenredig te schaden, kan worden geconcludeerd dat ter plekke van de nieuwe woningen binnen onderhavig plangebied nu deze verderweg zijn gelegen - sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In dat verband wordt voorts overwogen dat de bedrijfsactiviteiten die plaatsvinden op het buitenterrein van de Obbichterstraat 2 aan de noordoostzijde van de aldaar aanwezige bedrijfsbebouwing plaats vinden. Nu onderhavige projectlocatie ten zuidwesten van de bedrijfslocatie is gelegen, vormt de bedrijfsbebouwing een
TAM-omgevingsplan Bornerweg 33 te Obbicht
33
afschermende werking tegen eventuele bedrijfsgeluiden op het erf. Op grond van het geheel aan reeds bestaande maatgevende woningen en de inrichting van de bedrijfslocatie ten opzichte van de situering van onderhavig plangebied wordt geconcludeerd dat ter plekke van de nieuw te realiseren woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Tot slot is noemenswaardig dat met voorliggende planontwikkeling de plekke van onderliggend plangebied geldende bedrijfsbestemming voor een autoschadebedrijf wordt wegbestemd. Daarmee is sprake van het duurzaam beëindigen van de bedrijfsactiviteiten, als gevolg waarvan mogelijke overlastveroorzakende activiteiten op de direct nabijgelegen woning aan de Beelaertsstraat 1 verdwijnt. Dat verbetert het woon- en leefklimaat in de omgeving. 5.3.3 Conclusie bedrijvigheid Gelet op voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect 'bedrijvigheid' geen belemmeringen oplevert voor onderhavige afwijking van het omgevingsplan.
5.4
Kwaliteit van de buitenlucht
5.4.1 Algemeen Bij een evenwichtige toedeling van functies dient ook rekening gehouden te worden met het belang van de bescherming van de gezondheid (artikel 2.1 lid 4 Ow). Omdat luchtverontreiniging kan zorgen voor negatieve gezondheidseffecten bij de mens, is het belang om het thema luchtkwaliteit hierin mee te nemen. Een afwijking van het omgevingsplan kan invloed hebben op de luchtkwaliteit en op de gezondheid van de mens. Daarom dienen deze gevolgen in kaart te worden gebracht. Ten behoeve van voorliggend project zijn de relevante wijzigingen ten aanzien van luchtkwaliteit geïnventariseerd en is de aanvaardbaarheid van de afwijking van het omgevingsplan beoordeeld. Dit is gedaan aan de hand van de instructieregels vermeld in paragraaf 5.1.4 in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). 5.4.2 Beoordeling In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is aangegeven in welke gevallen een beoordeling van de luchtkwaliteit noodzakelijk is (paragraaf 5.1.4.1). Of een beoordeling nodig is hangt af van de activiteit, de locatie en het effect van de activiteit en de mate van het effect. In artikel 5.54 Bkl is een opsomming gegeven van standaardgevallen die 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Er is sprake van NIBM wanneer de concentratie stikstofdioxide (NO2 ) en fijnstof (PM1 0) niet hoger is dan 1,2 µg/m3 .
Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentratie. Eén van de standaardgevallen die NIBM bijdragen is de realisatie tot 1.500 woningen, ontsloten via één ontsluitingsweg. Bij voorliggend plan is geenszins sprake van een plan van dergelijke omvang, waardoor gesteld kan worden dat het realiseren hiervan NIBM bijdraagt aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Vorenstaande kan worden gestaafd met de NIBM-tool, waarmee de bijdrage van kleinere ruimtelijke plannen en verkeersplannen aan de luchtverontreiniging beoordeeld kunnen worden. Dit rekenmodel toont aan dat (in rekenjaar 2025) tot 1.918 extra voertuigen (weekdaggemiddelde) niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Hierbij wordt uitgegaan van 3% vrachtverkeer. Onderliggend plan gaat niet gepaard met een dergelijk aantal verkeersbewegingen. 5.4.3 Conclusie kwaliteit van de buitenlucht Gelet op voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect 'kwaliteit van de buitenlucht' geen belemmeringen oplevert voor onderhavige afwijking van het omgevingsplan.