CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

03-2 Unilocatie Grevenbicht-Obbicht_Toelichting - Bijlagen 1-10

Raad 24 juni 2021, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Bestemmingsplan en Exploitatieplan unilocatie Grevenbicht-Obbicht (Meekels) (57)27.715 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

bestemmingsplan Unilocatie Grevenbicht-Obbicht (vastgesteld)

Bijlage 1 Notitie verbinding onderwijs en sport voor jonge kinderen

66

Kinderen gun je de meest mogelijke verrijkende omgeving: Onderwijs en Sport op de Unilocatie In de samenwerking tussen Onderwijs en Sport binnen de dorpen Grevenbicht en Obbicht is de mogelijkheid ontstaan om op de Unilocatie Onderwijs en Sport samen te voegen in de nieuwbouw van een Kindcentrum, gymzaal, kleedlokalen, kantine en aanleg van voetbalvelden en tennisbanen. Door toevoeging van de gymzaal een multifunctionele sport- en onderwijslocatie. Voor kinderen in de voorschoolse en basisschoolleeftijd is de directe omgeving belangrijk om binnen veilig vallen en opstaan te ontwikkelen. Voor het samen werken, delen, overleggen, plannen, uitvoeren van onderwijs en sport en het doorontwikkelen van de samenwerking in betekenis voor kinderen, inwoners en dorpen, is het van cruciaal belang om samen de unilocatie te delen. De Rijksoverheid maakt zich zorgen over het steeds minder bewegen van jonge kinderen en de gevolgen daarvan voor de ontwikkeling van hun motorische vaardigheden en de toename van overgewicht https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/sport-en-bewegen/sporten-en-bewegen­ voor-kinderen. De gemeente Sittard-Geleen stimuleert een gezonde en actieve leefstijl onder kinderen en jongeren. Het doel is om in de hele gemeente gezond eten, gezond drinken en bewegen voor iedereen gemakkelijk en leuk te maken.

De gemeente is sinds 2014 een JOGG-gemeente: jongeren op gezond gewicht (leefstijlonderzoek, 2019). Dit document is opgebouwd uit twee delen: 1. Betekenis verbindinding Onderwijs en Sport voor jonge kinderen ll. Betekenis verbinding Onderwijs en Sport op de Unilocatie

bestemmingsplan Unilocatie Grevenbicht-Obbicht (vastgesteld)

Bijlage 2 Onderbouwing Unilocatie onderwijs en sport

78

1.

Advies

: Onderbouwing unilocatie onderwijs en sport Grevenbicht-Obbicht

Datum Opdrachtgever Projectnummer

: 3 februari 2020 : Gemeente Sittard-Geleen : P02573

Opgesteld door

: SD/RO

INLEIDING

Het voornemen bestaat om de bestaande voorzieningen voor basisonderwijs, buitenschoolse opvang, peuteraanbod en (buiten)sport in de kernen Grevenbicht en Obbicht samen te brengen op één locatie in het middengebied tussen deze dorpen. Op dit moment hebben beide dorpen nog hun eigen veldsportaccommodaties en onderwijslocaties. In het verleden waren in de kern Grevenbicht twee basisscholen en in de kern Obbicht één basisschool aanwezig. Deze zijn in augustus 2015 gefuseerd tot één basisschool, met in elke kern één locatie. Wat betreft onderwijs is de doelstelling om een kindcentrum te realiseren, waarin basisonderwijs, peuteraanbod en buitenschoolse opvang op één locatie kunnen plaatsvinden. Wat betreft buitensport kenden de kernen Grevenbicht en Obbicht in het verleden allebei een eigen voetbalvereniging en een tennisvereniging. In 2014 zijn de tennisverenigingen van de dorpen gefuseerd. In het voorjaar van 2019 heeft een fusie plaatsgevonden tussen de twee voetbalverenigingen. De afzonderlijke sportaccommodaties in beide kernen zijn hierbij behouden. Om ook op de langere termijn toekomstbestendig te blijven en om te kunnen blijven voorzien in de huidige en toekomstige behoeften van zowel onderwijs als sport, is het gewenst om de sport- en onderwijsvoorzieningen samen te voegen op één locatie.

Het clusteren van sport, onderwijs en kinderopvang is van grote meerwaarde voor de kinderen, ouders, leden van de sportverenigingen en de dorpsgemeenschappen, zoals in deze notitie wordt toegelicht. De gewenste nieuwe locatie is gelegen in het middengebied tussen de kernen Grevenbicht en Obbicht tussen de Kempenweg, Frankenstraat en Dukkelaarsweg. In de navolgende afbeelding zijn de bestaande onderwijs- en sportlocaties en deze nieuwe unilocatie weergeven. Op basis van de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt onder andere de ontwikkeling van onderwijsvoorzieningen aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hierdoor is toetsing aan de Ladder vereist. Allereerst omvat deze toetsing een onderbouwing van de behoefte binnen het verzorgingsgebied. Omdat deze locatie buiten het bestaand stedelijk gebied is gelegen, dient daarnaast te worden onderbouwd dat binnen het bestaand stedelijk gebied geen geschikte locaties beschikbaar zijn waar de beoogde ontwikkeling gerealiseerd zou kunnen worden. In de voorliggende notitie vindt deze Laddertoets plaats.

ADVIES/ Onderbouwing unilocatie onderwijs en sport Grevenbicht-Obbicht

1

Ligging bestaande onderwijslocaties (rode pijlen), bestaande sportaccommodatie (rood gearceerd) en beoogde unilocatie (blauw gearceerd)

Als eerste wordt in paragraaf 2 ingegaan op het wettelijk kader met betrekking tot de Ladder voor duurzame verstedelijking. In paragraaf 3 wordt ingegaan op de behoefte aan basisonderwijs- en buitensportsportvoorzieningen. Vervolgens wordt de behoefte aan een clustering van deze functies op één unilocatie onderbouwd en de meerwaarde die dat met zich meebrengt. In paragraaf 4 wordt daarna de

ADVIES/ Onderbouwing unilocatie onderwijs en sport Grevenbicht-Obbicht

2

keuze voor de voorliggende locatie in het middengebied onderbouwd, waarbij tevens wordt ingegaan op de mogelijkheden en belemmeringen van eventuele alternatieve locaties. Tot slot wordt in paragraaf 5 een doorkijkje gegeven naar de achterblijvende locaties en welke mogelijke nieuwe invullingen op deze locaties kunnen plaatsvinden. In paragraaf 6 worden de belangrijkste bevindingen uit de voorgaande paragrafen samengevat en is de eindconclusie opgenomen.

2.

LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING

2.1 Wettelijk kader In de nationale Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ geintroduceerd. Deze Ladder is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten, waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. De Ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro is vastgelegd dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voldoen aan de systematiek van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 van het Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Onder ‘andere stedelijke voorzieningen’ als bedoeld in artikel 1.1.1 worden onder andere accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure verstaan. Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn.1 Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden.

Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Volgens de Handreiking Ladder2 bestaat de Laddertoets uit de volgende stappen. Ten eerste dient te worden bepaald of bij een ontwikkeling sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Vervolgens dient te worden bekeken of de ontwikkeling ‘nieuw’ is. Indien sprake blijkt te zijn van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, dient het ruimtelijk verzorgingsgebied in beeld te worden gebracht. Vervolgens dient onderbouwd en aangetoond te worden dat binnen het verzorgingsgebied sprake is van een behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Als de behoefte is onderbouwd, moet worden bekeken of de ontwikkeling binnen of buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt. Indien de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk

1

O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319). Infomil, Handreiking: nieuwe Ladder eenvoudiger in het gebruik, te raadplegen via https://www.infomil.nl/onderwerpen/ruimte/gebiedsontwikkeling/ladder-duurzame/handreiking-ladder/overige-functies/ 2

ADVIES/ Onderbouwing unilocatie onderwijs en sport Grevenbicht-Obbicht

3

gebied plaatsvindt, is de toetsing aan de Ladder daarmee afgerond. Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, dient te worden gemotiveerd waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

2.2 Toetsing nieuwe stedelijke ontwikkeling Blijkens jurisprudentie3 dient een ruimtelijk plan dat voorziet in stedelijke voorzieningen op een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 en/of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte van meer dan 500 m2 te worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Op basis van het bovenstaande dient de voorliggende ontwikkeling van o.a. onderwijsvoorzieningen te worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Deze valt namelijk onder ‘andere stedelijke voorzieningen’ en heeft een omvang van meer dan 500 m2. Wat betreft de ontwikkeling van de buitensportaccommodatie is er geen jurisprudentie beschikbaar waaruit blijkt of dit aangemerkt dient te worden als een stedelijke ontwikkeling. De totaalontwikkeling van de unilocatie, waar de buitensportfaciliteiten een onlosmakelijk onderdeel van uitmaken, dient in ieder geval wel te worden beschouwd als een stedelijke ontwikkeling. Om te kunnen bepalen of een stedelijke ontwikkeling ‘nieuw’ is, wordt gekeken naar het planologisch ruimtebeslag voor de betreffende stedelijke functie dat middels ruimtelijke plannen reeds mogelijk is gemaakt op de betreffende locatie. De beoogde locatie is in het ter plaatse geldende bestemmingsplan ‘Grensmaas deelgebied Sittard-Geleen’ (vastgesteld op 6 september 2007) bestemd als ‘Agrarisch gebied met landschappelijke en/of natuurlijke waarden’.

De gewenste sport- en onderwijsvoorzieningen zijn volgens deze bestemming niet toegestaan, waardoor geen sprake is van planologisch bestaand ruimtebeslag voor deze functies. Er is dan ook sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Wat betreft het verzorgingsgebied is sprake van basisonderwijs- en buitensportvoorzieningen voor de inwoners van de kernen Grevenbicht en Obbicht. Het verzorgingsgebied bestaat logischerwijs dan ook uit de dorpen Grevenbicht en Obbicht. In de navolgende paragraaf 3 vindt een onderbouwing van de behoefte aan de betreffende voorzieningen binnen het verzorgingsgebied plaats. Hierbij wordt ingegaan op de behoefte aan sport- en onderwijsvoorzieningen afzonderlijk, en op de behoefte aan clustering van deze voorzieningen op één locatie. De beoogde unilocatie is gelegen buiten het bestaand stedelijk gebied. In paragraaf 4 wordt daarom onderbouwd waarom de ontwikkeling niet op een locatie binnen het bestaand stedelijk gebied kan plaatsvinden.

3.

ONDERBOUWING BEHOEFTE AAN UNILOCATIE

3.1 Behoefte aan sport- en onderwijsvoorzieningen In de kernen Grevenbicht en Obbicht is sprake van bevolkingskrimp. Om de gevolgen van de krimp tegen te gaan is een aantal maatregelen genomen waardoor het leerlingenaantal naar verwachting zal stabiliseren. Om de dorpen aantrekkelijk te houden voor de huidige bewoners en om eventuele nieuwe inwoners te kunnen aantrekken, dient er in de dorpen een aantrekkelijk aanbod van voorzieningen te 3

ABRS 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1724)

ADVIES/ Onderbouwing unilocatie onderwijs en sport Grevenbicht-Obbicht

4

zijn. Daarnaast zijn voldoende inwoners nodig om het draagvlak voor de voorzieningen te kunnen behouden. Met betrekking tot basisschoolvoorzieningen wordt het afvloeien van leerlingen geconstateerd naar scholen in de omgeving en voor een beperkt deel naar België. De gemeente Stein opteert een grootschalige renovatie van de basisschool in Berg aan de Maas, die van invloed kan zijn op keuzes van ouders in o.a. Obbicht. Met het oog op de bestaande en nog te verwachten krimp zijn de drie basisscholen die Grevenbicht en Obbicht voorheen kenden, gefuseerd tot één basisschool. Deze fusie heeft in augustus 2015 plaatsgevonden. De fusie was noodzakelijk om een voor beide dorpen perspectiefrijke onderwijsvoorziening duurzaam vorm te kunnen geven. Mede als gevolg van de krimp hebben de sportverenigingen in Grevenbicht en Obbicht te maken met teruglopende ledenaantallen. Voorheen kenden beide kernen hun eigen voetbal- en tennisvereniging. De tennisverenigingen zijn in 2014 gefuseerd tot TC Bicht '14 en in het voorjaar van 2019 heeft een fusie plaatsgevonden tussen de twee voetbalverenigingen (S.V. Argo). S.V. Argo maakt vooralsnog gebruik van de bestaande sportaccommodaties in beide kernen. TC Bicht '14 is momenteel gehuisvest op de tennisaccommodatie in Grevenbicht.

De fusies van de buitensportverenigingen waren noodzakelijk om toekomstbestendig te kunnen blijven functioneren en op de langere termijn voldoende leden te kunnen behouden. Hierna wordt de behoefte aan voorzieningen voor buitensport en basisonderwijs verder toegelicht. Onderwijs Zoals hierboven reeds is beschreven, zijn de basisscholen in Grevenbicht en Obbicht in 2015 gefuseerd tot één instelling voor basisonderwijs, met bij de start van de fusie een onderwijslocatie in beide dorpen. De locatie in Grevenbicht is gelegen aan het St. Catharinaplantsoen 4 en 6, in het gebouw waar voorheen zowel de voormalige Pastoor Frankschool als de Ds. Deelemanschool waren gevestigd. De locatie in Obbicht ligt aan de Sint Willibrorduslaan 1, in het gebouw van de voormalige basisschool Willibrordus. Beide locaties zijn centraal in de betreffende kern gelegen. Het handhaven van de twee solitaire basisschoolgebouwen in Grevenbicht en Obbicht is echter niet gewenst en geen duurzame oplossing. Om deze redenen heeft Kindante kenbaar gemaakt de locatie in Obbicht na het lopende schooljaar te sluiten en de volledige school te huisvesten in de locatie Grevenbicht, vooruitlopend op de voorziene nieuwbouw in het middengebied.

Naast bevolkingskrimp worden de basisscholen bovendien geconfronteerd met veranderingen in het onderwijs zelf en bredere maatschappelijke ontwikkelingen en veranderingen, zoals hierna wordt beschreven. Binnen het onderwijs is meer nadruk gekomen op Passend Onderwijs en de individuele ontwikkelingsbehoeften van kinderen. Hierbij is geconstateerd dat de huidige onderwijsvorm, leerlingen van eenzelfde leeftijd onderbrengen in een groep met één of twee leerkrachten, die met de leerlingen een curriculum doorlopen, niet aansluit bij hetgeen Passend Onderwijs vraagt. Er wordt daarmee te weinig recht gedaan aan verschillen tussen kinderen en persoonlijke ontwikkelingsbehoeften. Daarnaast laten actuele ontwikkelingen op de arbeidsmarkt zien dat er landelijk een structureel tekort is aan leerkrachten. Dat tekort zal de komende jaren voortduren en in omvang toenemen. Dat vraagt ook vanuit die optiek om een andere organisatie van het ontwikkelaanbod aan kinderen binnen daartoe in functionele zin geschikte locaties.

ADVIES/ Onderbouwing unilocatie onderwijs en sport Grevenbicht-Obbicht

5

Vanuit de samenleving bestaat er een groeiende behoefte aan goede voorzieningen voor basisonderwijs, voor- en naschoolse opvang en peuteraanbod, in een vorm waarbij niet naast elkaar wordt gewerkt, maar met elkaar via een integraal aanbod. Dat aanbod voor kinderen van 0 tot en met 12 jaar krijgt dan vorm vanuit een gemeenschappelijke missie en visie, vertaald in een gedeelde pedagogische werkwijze. Dit vraagt om een clustering van voorzieningen voor basisonderwijs, voor- en naschoolse opvang en peuteraanbod in een kindcentrum, bij voorkeur op één locatie. De doelstelling is om de bestaande onderwijs- en opvangvoorzieningen in Obbicht en Grevenbicht vorm te geven als een dergelijk kindcentrum, waarbij alle voorzieningen op één locatie worden gehuisvest. Doordat sprake zal zijn van een integrale benadering voor kinderen van 0 tot 12 jaar, zal de kwaliteit van het ontwikkelaanbod verbeteren en kan beter worden ingespeeld op de ontwikkelingsbehoeften van kinderen. Het huisvesten van alle onderwijs- en kindvoorzieningen op één locatie biedt daarnaast kansen om ruimtes te delen en efficiënter te gebruiken. Voor ouders met kinderen van verschillende leeftijden biedt de huisvesting op één locatie logistieke voordelen.

Tevens is de verwachting dat het totale aantal verkeersbewegingen van en naar de locatie afneemt in verhouding tot het aantal verkeersbewegingen bij de huidige, verspreid gelegen voorzieningen. Gelet op de bovengenoemde ontwikkelingen is een clustering van voorzieningen nodig die verder gaat dan de reeds plaatsgevonden fusie om toekomstbestendig basisonderwijs te kunnen blijven bieden. Bovendien verkeren de huidige schoolgebouwen in matige tot slechte technische staat. Met name voor de schoolgebouwen in Grevenbicht is renovatie of vervanging noodzakelijk. De indeling van de school is bovendien niet geschikt voor het moderne onderwijsconcept. Tot slot zijn de ontsluiting en de parkeervoorzieningen op de huidige onderwijslocaties problematisch. Het ontbreekt aan voldoende parkeerplaatsen, waardoor parkeren op de openbare weg plaatsvindt. Dit heeft een nadelig effect op de verkeersveiligheid, mede omdat zich op de wegen ook autoverkeer, fietsers en (overstekende) voetgangers bevinden. Buitensport De buitensportverenigingen in Grevenbicht en Obbicht hebben mede als gevolg van bevolkingskrimp te maken met afnemende ledenaantallen. Daarnaast leiden bredere maatschappelijke trends, zoals de toegenomen individualisering, ertoe dat mensen minder snel lid worden van een (sport)vereniging.

Ook blijkt dat bij de keuze voor het beoefenen van een sport de bereikbaarheid en kwaliteit van een sportvoorziening belangrijker worden geacht dan de beschikbaarheid ervan in de directe omgeving. Om op de middellange en lange termijn te kunnen blijven voortbestaan, hebben reeds fusies plaatsgevonden tussen de voetbalverenigingen en tennisverenigingen in de kernen Grevenbicht en Obbicht. De kernen hebben op dit moment één gezamenlijke voetbalvereniging (S.V. Argo) en één gezamenlijke tennisvereniging (TC Bicht’14). Vooralsnog wordt gebruik gemaakt van de sportvelden in beide kernen. De sportvelden in Obbicht zijn ten zuiden van het dorp gelegen, aan de Ecrevissestraat/Kasteelweg. De sportvelden van Grevenbicht liggen aan de noordzijde van het dorp aan de Steenweg. De voetbalvereniging gebruikt de voetbalvelden in Grevenbicht voor jeugdwedstrijden en de velden in Obbicht voor seniorenwedstrijden. Dit betekent dat jeugdleden uit Obbicht en senioren uit Grevenbicht een langere reistijd hebben om hun sport te kunnen beoefenen. Bovendien is de scheiding tussen jeugd en senioren niet bevorderlijk voor de samenhang binnen de vereniging. Op termijn willen de verenigingen zich daarom vestigen op één sportaccommodatie voor beide kernen. De voorkeur gaat uit naar een centraal gelegen locatie tussen beide dorpen. De huidige sportvelden

ADVIES/ Onderbouwing unilocatie onderwijs en sport Grevenbicht-Obbicht

6

liggen namelijk beide aan de rand van het dorp die het verst verwijderd is van het andere dorp. Hierbij staan de verenigingen open voor samenwerking met elkaar, bijvoorbeeld middels gedeeld gebruik van de kantine, kleedlokalen en vergaderruimtes. Op deze manier kunnen ruimtes efficiënter worden gebruikt en kan de bezettingsgraad worden verhoogd.

3.2 Behoefte aan clustering van voorzieningen Vanuit de buitensportverenigingen, het kindcentrum en de inwoners van Grevenbicht en Obbicht bestaat de behoefte om de onderwijs- en sportvoorzieningen te clusteren op één locatie. Hierbij wordt een totaalconcept gecreëerd voor de unilocatie, met een duidelijke, integrale visie waarbinnen sport en onderwijs één geheel vormen en elkaar versterken. Deze visie bestaat uit de in paragraaf 3.1 geschetste visie van het kindcentrum op de ontwikkeling van kinderen van 0 tot 12 jaar, gecombineerd met een visie op sport en beweging (en hiermee de motorische ontwikkeling) van kinderen. Vanuit deze visie zal ook de vormgeving van een unilocatie worden bepaald, zodat de fysieke vormgeving van de locatie (bebouwing en buitenvoorzieningen) aansluit bij de behoeften van de samenwerkende partijen. Ruimtelijk zal er hierdoor sprake zijn van één geheel, mede omdat ruimtes en sportvelden gezamenlijk gebruikt worden. Op organisatorisch vlak zullen de partijen ook vergaand met elkaar samenwerken en waar mogelijk als een geheel functioneren, bijvoorbeeld op facilitair gebied, qua horeca en bestuursruimte. Naast de ontwikkeling van kinderen binnen het totaalaanbod van bewegen/sport, opvang, peuteraanbod en onderwijs, staat binnen het concept van de unilocatie de ontmoeting tussen mensen centraal.

Door de clustering van onderwijs en sport zal het bewegingsonderwijs zich niet meer beperken tot binnen sporten in een gymzaal, maar komen de kinderen ook in aanraking met buitensporten als voetbal en tennis. De beschikbaarheid van de buitensportlocatie betekent dat buitensport veel gemakkelijker in het lesprogramma geïntegreerd kan worden dan thans het geval is. Niet alleen komen kinderen in aanraking met (buiten)sport, ook de sportverenigingen ontmoeten elkaar en kunnen de jeugd gemakkelijker bereiken. Kinderen komen meer en eerder in contact met voetbal en tennis, en zullen daardoor eerder geneigd zijn zelf een dergelijke sport te gaan beoefenen. Dit zal naar verwachting een positief effect hebben op de ledenaanwas van de twee sportverenigingen, die daardoor ook op langere termijn levensvatbaar blijven. Daarnaast kan een samenwerking met de naschoolse opvang de buitensport toegankelijker maken voor een grotere groep kinderen. Het potentiële tijdvak waarin verenigingsactiviteiten ontplooid kunnen worden, wordt aanzienlijk groter: jeugdtrainingen kunnen bijvoorbeeld plaatsvinden aansluitend aan het schoolprogramma. Hierdoor hoeven buitensportactiviteiten niet meer per definitie te concurreren met andere hobby's. Doordat het kindcentrum en de sportvoorzieningen op één locatie worden geclusterd, zullen zij gebruik maken van gezamenlijke voorzieningen.

Zowel de voetbal-, de tennisvereniging en het bewegingsonderwijs hebben behoefte aan o.a. kleedlokalen en overlegruimtes. Het kindcentrum kan gebruik maken van de voetbal- en tennisvelden en de sportverenigingen kunnen gebruik maken van de overlegruimtes in het kindcentrum. Ook buiten schooltijden kunnen kinderen die bijvoorbeeld naar de buitenschoolse opvang gaan gebruik maken van de aanwezige sportfaciliteiten. Tot slot hebben de voetbal- en de tennisvereniging beide behoefte aan een kantine, en kan deze dus ook gezamenlijk worden gebruikt.

ADVIES/ Onderbouwing unilocatie onderwijs en sport Grevenbicht-Obbicht

7

Door dit gedeelde gebruik worden de ruimtes efficiënter gebruikt en is in totaal minder ruimtebeslag nodig voor alle voorzieningen. In de huidige situatie is de bezettingsgraad van onder andere de sportvelden relatief laag. Middels het gedeeld gebruik wordt de bezettingsgraad verhoogd, niet alleen van de sportvelden, maar ook van kantines, kleedlokalen en overlegruimtes. Het gedeelde gebruik is bovendien positief voor de exploitatie van de voorziening, die wordt gerealiseerd met financiële middelen vanuit de maatschappelijke omgeving. Doordat alle faciliteiten op één locatie zijn gevestigd treden schaalvoordelen op. Er hoeft bijvoorbeeld maar één locatie onderhouden en verwarmd te worden. Doordat de dorpen Grevenbicht en Obbicht een gezamenlijke voorziening krijgen, kunnen de inwoners van beide dorpen elkaar ontmoeten op de unilocatie gedurende de gehele dag voor allerlei arrangementen van kinderopvang, onderwijs en sportactiviteiten. De verbinding tussen deze dorpen wordt hierdoor versterkt, hetgeen tevens een beleidsuitgangspunt is uit de Omgevingsvisie 2016 van de gemeente Sittard-Geleen. Voor ouders is het bovendien voordelig dat het kindcentrum en de sportfaciliteiten op dezelfde locatie zitten.

Zij kunnen hun kinderen ’s ochtends naar de basisschool, peuteraanbod en/of kinderopvang brengen en de kinderen kunnen vervolgens de hele dag op dezelfde locatie blijven, waar zij ook naar de buitenschoolse opvang gaan en kunnen sporten. Tussentijds hoeven zij hun kinderen niet te halen of te brengen naar bijvoorbeeld de buitenschoolse opvang of de sportclub. De kinderen hebben één veilige omgeving waar al deze activiteiten plaatsvinden. De clustering één locatie heeft tot slot een positief effect op de verkeersveiligheid. Doordat alle onderwijs, opvang- en sportfaciliteiten op dezelfde locatie zijn gelegen, kunnen de kinderen de hele dag op dezelfde locatie blijven. Zij hoeven gedurende de dag bijvoorbeeld niet in groepen over straat te lopen naar de gymles of na school naar de opvang gebracht te worden. Het aantal verkeersbewegingen van en naar de unilocatie zal relatief groot zijn, in vergelijking met de huidige, verspreid gelegen voorzieningen. In totaliteit zal het aantal verkeersbewegingen echter afnemen, omdat het verkeer tussen de verspreid gelegen locaties komt te vervallen.

4.

LOCATIEKEUZE

4.1 Locatie middengebied Uit de bovenstaande paragrafen is geconcludeerd dat de clustering van sport-, opvang- en onderwijsvoorzieningen op één locatie een grote meerwaarde biedt voor zowel het kindcentrum als de sportverenigingen en dat daarmee op adequate wijze kan worden voorzien in de behoefte aan deze voorzieningen. Daarnaast is sprake van maatschappelijke meerwaarde. De betrokken partijen hebben de voorkeur uitgesproken voor een unilocatie in het middengebied tussen de dorpen Grevenbicht en Obbicht en in beide kernen bestaat groot draagvlak daarvoor. De betreffende gronden zijn in de huidige situatie grotendeels in agrarisch gebruik als akker- en weiland, met in het middendeel een groenstrook bestaande uit bomen, struiken en een haag. Volgens het geldende bestemmingsplan ‘Grensmaas deelgebied Sittard-Geleen’ (vastgesteld op 6 september 2007) zijn de gronden bestemd als ‘Agrarisch gebied met landschappelijke en/of natuurlijke waarden’.

ADVIES/ Onderbouwing unilocatie onderwijs en sport Grevenbicht-Obbicht

8

Direct aan de noordoost- en noordwestzijde grenst de locatie aan burgerwoningen. Aan de noordwestzijde begint de bebouwde kom van Grevenbicht. Hier zijn enkele winkels gelegen, waaronder een supermarkt. De westzijde van de planlocatie wordt gevormd door de Kempenweg. De Frankenstraat vormt de noordelijke begrenzing en de Dukkelaarsweg vormt de zuidgrens van de locatie. Ten zuidwesten van planlocatie begint de bebouwde kom van Obbicht. Hier is een bebouwingslint gelegen met hoofdzakelijk woningen. De verdere omgeving van de beoogde unilocatie bestaat uit agrarische gronden met enkele verspreid gelegen bomenrijen en bosstroken. Op de navolgende luchtfoto is de locatie en de directe omgeving weergegeven.

Luchtfoto met beoogde unilocatie (rood omlijnd) en directe omgeving

De locatie is voldoende ruim om het kindcentrum en de sportvoorzieningen te herbergen. Bovendien zal worden voorzien in een veilige ontsluiting voor zowel autoverkeer als langzaam verkeer. Op het ter-

ADVIES/ Onderbouwing unilocatie onderwijs en sport Grevenbicht-Obbicht

9

rein is tevens ruimte voor voldoende parkeerplaatsen voor alle functies. Daarnaast kan worden voorzien in een schooltuin, hetgeen een belangrijke wens is vanuit het kindcentrum in ontwikkeling. Volgens het huidige stedenbouwkundige plan zal de bebouwing op het noordelijk deel van de locatie worden geconcentreerd. De voetbalvelden komen ten zuiden van de bebouwing te liggen en de tennisbanen ten oosten van de gebouwen. Het gehele gebied wordt groen ingepast in zijn omgeving en op de locatie worden voorzieningen aangelegd voor de infiltratie van hemelwater. Omdat de locatie is gelegen in het middengebied tussen Grevenbicht en Obbicht is de bereikbaarheid vanuit beide dorpen zeer goed. De reisafstand vanuit beide kernen bedraagt circa 1 kilometer. Vanuit het meest noordelijke deel van Grevenbicht is de reisafstand maximaal 2 kilometer en vanuit het meest zuidelijke deel van Obbicht is de reisafstand maximaal 1,5 kilometer. Voor alle inwoners ligt de locatie hiermee op fietsafstand. Daarnaast is de autobereikbaarheid van de locatie goed, omdat deze is gelegen aan de doorgaande weg tussen Grevenbicht en Obbicht. Deze centrale ligging heeft tevens als voordeel dat de locatie goed ontsloten kan worden. In de omgeving is voldoende ruimte om een goede ontsluiting voor autoverkeer en een veilige verbinding voor fietsers en voetgangers te kunnen creëren.

Bovendien blijven basisvoorzieningen als primair onderwijs, kinderopvang en sportfaciliteiten voor beide dorpen op korte afstand aanwezig. Hierdoor blijft het voorzieningenniveau in beide dorpen op peil. De aantrekkelijkheid om in de dorpen te blijven wonen blijft hierdoor minimaal gelijk. Naar verwachting blijft er sprake van krimp, maar deze zal niet verder toenemen, omdat in beide dorpen sprake blijft van een aantrekkelijk voorzieningenniveau. De beoogde locatie is gelegen buiten de dorpscontouren van zowel Grevenbicht als Obbicht, en daarmee buiten het bestaand stedelijk gebied. Op basis van de Ladder voor duurzame verstedelijking dient daarom te worden gemotiveerd waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In de navolgende paragraaf worden alternatieve locaties in beeld gebracht en wordt onderbouwd waarom binnen het bestaand stedelijk gebied geen alternatieve locaties aanwezig zijn waar de beoogde ontwikkeling gerealiseerd zou kunnen worden.

4.1 Alternatieve locaties In paragraaf 3.2 is de meerwaarde van de clustering van het kindcentrum met buitensportfaciliteiten uitgebreid toegelicht. Samengevat bestaat deze meerwaarde uit het kunnen aanbieden van een integraal programma van onderwijs, ontwikkeling, sport/beweging en opvang voor kinderen van 0 tot 12 jaar, vanuit een integrale visie van alle betrokken partijen. De aanwezigheid van deze voorzieningen op één locatie is hierbij van cruciaal belang. Hierdoor kunnen ruimtes en faciliteiten gezamenlijk en dus efficiënter gebruikt worden, hetgeen positief is voor de financiële exploitatie en levensvatbaarheid van de voorzieningen. Daarnaast is sprake van een positief effect op de verkeersveiligheid, doordat er geen verkeer tussen de verschillende voorzieningen hoeft plaats te vinden, en beschikken kinderen over een veilige omgeving waar zij de hele dag kunnen verblijven. Om alle voorzieningen op het gebied van basisonderwijs, peuteraanbod, opvang en buitensport op één locatie te kunnen herbergen, is een locatie van een grote omvang nodig. Deze locatie dient daarnaast ook ruimte te bevatten voor voldoende parkeerplaatsen. Uit beoordeling is gebleken dat van de huidige

ADVIES/ Onderbouwing unilocatie onderwijs en sport Grevenbicht-Obbicht

10

onderwijs- en sportlocaties alleen het sportcomplex van Obbicht ruimtelijk de mogelijkheid biedt tot realisatie van een unilocatie van onderwijs- en sportvoorzieningen. De omvang van de bestaande locaties van de basisscholen in Grevenbicht en Obbicht is bij lange na niet toereikend om te kunnen voorzien in de clustering van het kindcentrum met sportvoorzieningen. Op het huidige basisschoolterrein in Grevenbicht kan mogelijk wel voldoende ruimte gecreëerd worden voor alleen het kindcentrum, maar de clustering met sportfaciliteiten op dezelfde locatie is daar niet mogelijk. Daarmee gaat de meerwaarde verloren die de clustering van het kindcentrum en de sportfaciliteiten met zich meebrengt. Ter plaatse van de huidige sportvelden in Grevenbicht is evenmin voldoende ruimte om de unilocatie te kunnen realiseren. Omdat de locatie aan bijna alle zijden wordt omringd door woningen, is het bovendien niet mogelijk om de locatie uit te breiden, zodat alle voorzieningen wel ingepast kunnen worden. Binnen de dorpskernen van Grevenbicht en Obbicht (dus binnen het bestaand stedelijk gebied) zijn er geen andere inbreidings- of herstructureringslocaties aanwezig van voldoende omvang waar de unilocatie gerealiseerd zou kunnen worden.

Ter plaatse van de huidige sportvelden in Obbicht aan de Ecrevissestraat/Kasteelweg zou in principe voldoende ruimte gerealiseerd kunnen worden om de unilocatie te kunnen vestigen, met gebruikmaking van de naastgelegen agrarische percelen. Om de locatie aan te passen naar een volwaardige locatie met voldoende ruimte voor alle functies is namelijk ruimte nodig voor de onderwijs- en opvangfaciliteiten en extra parkeerplaatsen. Deze locatie ligt, net als de beoogde unilocatie in het middengebied, buiten het bestaand stedelijk gebied. Daarnaast is deze locatie om een aantal redenen minder geschikt voor de realisatie van de unilocatie, dan de locatie in het middengebied. Om te beginnen is de afstand van deze locatie tot de kern Grevenbicht relatief groot. De locatie ligt namelijk langs de zuidelijke rand van Obbicht, terwijl Grevenbicht ten noorden van Obbicht is gelegen. De afstand tot Grevenbicht bedraagt 2 tot 3 kilometer. Dit betekent voor de inwoners van Grevenbicht dat zij een aanmerkelijk grotere reisafstand hebben naar de onderwijs-, opvang- en sportvoorzieningen dan wanneer voor de locatie in het middengebied wordt gekozen. Bovendien bestaat hierbij het risico dat kinderen uit Grevenbicht naar scholen in omliggende kernen en/of gemeenten afvloeien.

Vanuit de kern Grevenbicht zal er bij de keuze voor deze locatie ten zuiden van Obbicht daarom minder draagvlak zijn voor het plan voor de unilocatie. Bij de leden van de sportverenigingen die in Grevenbicht wonen, zal onvoldoende draagvlak zijn voor deze alternatieve locatie. Hetzelfde geldt voor ouders die kinderen op school en/of de kinderopvang hebben in Grevenbicht. De maatschappelijke haalbaarheid van het plan komt bij deze locatiekeuze daarom onder druk te staan. Daarnaast heeft de keuze voor deze locatie een afname van het voorzieningenniveau in Grevenbicht tot gevolg, omdat in dit dorp dan geen basisonderwijs en buitensportfaciliteiten meer aanwezig zijn. Hierdoor wordt Grevenbicht met name voor jonge gezinnen minder aantrekkelijk om zich te vestigen. Voor zowel de sportverenigingen als de onderwijs- en opvangvoorzieningen is een aantrekkelijk woonklimaat voor jonge gezinnen in beide dorpen van belang, alleen dan kan voldoende ledenaanwas/leerlingenaantallen op lange termijn worden behaald. Indien deze voorzieningen slechts in één van de kernen worden gerealiseerd, wordt de andere kern minder aantrekkelijk om te wonen. De verwachting is hierdoor dat zich in die kern minder jonge gezinnen zullen vestigen. Dit heeft een negatief effect op de

ADVIES/ Onderbouwing unilocatie onderwijs en sport Grevenbicht-Obbicht

11

leefbaarheid in die kern en daarmee ook voor de instandhouding van andere voorzieningen. De onderwijs-, sport- en opvangvoorzieningen hebben voldoende leerlingen c.q. leden uit beide kernen nodig om op (middel)lange termijn levensvatbaar te kunnen blijven. Dit kan alleen als beide kernen voldoende aantrekkelijk blijven om in te wonen. Door de sport- en onderwijsvoorzieningen centraal te realiseren in het middengebied, blijft het voorzieningenaanbod voor beide kernen op peil en blijven beide kernen aantrekkelijk om in te wonen. Dit is tevens positief voor de levensvatbaarheid van de unilocatie op lange termijn. Vanuit de aspecten verkeersaantrekking en -veiligheid zijn de sportvelden Obbicht ook minder geschikt dan de locatie in het middengebied. Indien wordt gekozen voor de bestaande sportlocatie, zullen alle verkeersstromen tussen de unilocatie en Grevenbicht door de dorpskern van Obbicht lopen. De wegen in de kern zijn uitgevoerd als 30 km/uur-wegen. Deze zijn qua breedte niet berekend op grote verkeersstromen. Bovendien staan er regelmatig auto’s langs de wegen geparkeerd en zijn niet langs alle doorgaande wegen voorzieningen als stoepen en fietsstroken aanwezig. Vanuit verkeersveiligheid is deze situatie niet wenselijk, vooral de veiligheid van schoolgaande kinderen komt in het geding.

De locatie in het middengebied is vanuit verkeer en verkeersveiligheid een betere keuze, omdat hier wel voorzien kan worden in een goede en veilige ontsluiting voor autoverkeer, fietsers en voetgangers. Aan de zuidzijde grenzen de sportvelden in Obbicht aan het Kasteel Obbicht, dat wordt omringd door een kasteelpark, waarin onder andere de resten van het oude kasteel zijn gelegen. De wens bestaat om het kasteelpark uit te breiden in de vorm van een landgoed met landschapsontwikkeling. Hiervoor kunnen ook de sportvelden worden ingezet, indien deze hun huidige functie verliezen. Indien de bestaande sportvelden worden uitgebreid tot unilocatie met onderwijs- en opvangfaciliteiten, kan deze ruimte niet meer worden ingezet voor landschapsontwikkeling ten behoeve van het landgoed. De plannen voor het landgoed kunnen daardoor niet meer worden uitgevoerd. Gezien het bovenstaande is de alternatieve locatie op de bestaande sportvelden aan de zuidrand van Obbicht minder geschikt voor de beoogde ontwikkeling dan de locatie in het middengebied. Met name vanuit de aspecten draagvlak vanuit beide dorpen, de effecten op de leefbaarheid in Grevenbicht, de levensvatbaarheid van de voorzieningen op lange termijn (als gevolg van de afnemende leefbaarheid in Grevenbicht) en de verkeersveiligheid is deze locatie geen reëel alternatief.

Daarnaast is deze locatie (net als de locatie in het middengebied) buiten het bestaand stedelijk gebied gelegen. Tot slot zullen bij de ontwikkeling van deze locatie de mogelijkheden voor landschapsontwikkeling van het landgoed bij Kasteel Obbicht sterk afnemen. De wens is namelijk om de sportvelden te betrekken in deze landschapsontwikkeling, indien zij hun huidige functie verliezen. Voor het overige ontbreekt het aan geschikte locaties binnen het bestaand stedelijk gebied waar voldoende ruimte is om de clustering van het kindcentrum met buitensportvoorzieningen op één locatie mogelijk te kunnen maken. Juist deze clustering op één locatie is een belangrijke meerwaarde van deze ontwikkeling. Geconcludeerd kan dan ook worden dat er binnen het verzorgingsgebied geen geschikte alternatieve locaties zijn waar deze ontwikkeling gerealiseerd zou kunnen worden.

ADVIES/ Onderbouwing unilocatie onderwijs en sport Grevenbicht-Obbicht

12

5.

DOORKIJK ACHTERBLIJVENDE LOCATIES

In de voorliggende paragrafen is onderbouwd dat de realisatie van een integrale unilocatie voor buitensport, onderwijs en kinderopvang in het middengebied tussen Grevenbicht en Obbicht de meest geschikte locatie is voor de clustering van deze voorzieningen voor de twee kernen. Dit houdt in dat de bestaande schoollocaties en sportaccommodaties hun huidige functie verliezen. Hiervoor zal een nieuwe invulling moeten worden gezocht. In de voorliggende paragraaf wordt daarom per locatie een doorkijk gegeven naar een mogelijke invulling. Gestreefd wordt naar een invulling die beter op de betreffende locatie past dan de huidige sport- of onderwijsfunctie en die beantwoordt aan een behoefte die aanwezig is in de betreffende kern.

5.1 Onderwijslocatie Grevenbicht De basisschoollocatie in Grevenbicht is gelegen aan het St. Catharinaplantsoen 4 en 6, centraal in de dorpskern. In de omgeving zijn voornamelijk woningen aanwezig. Aan de noord- en westzijde grenst de locatie aan de weg Christinaplantsoen. Aan de overzijde van deze wegen liggen woningen. Ten noordwesten ligt de Heilige Catharinakerk. Aan de oost- en zuidzijde wordt de schoollocatie begrensd door tuinen bij de omliggende woningen. In noordwestelijke richting ligt het dorpscentrum van Grevenbicht, met enkele dorpsvoorzieningen zoals een marktplein, enkele dorpswinkels en horecagelegenheden en een gemeenschapshuis. De schoollocatie zelf is grotendeels bebouwd met de bestaande onderwijsgebouwen en is voor het overige vrijwel geheel verhard. Er zijn enkele solitaire bomen op het terrein aanwezig. Een mogelijke nieuwe invulling van deze locatie zou kunnen bestaan uit wonen, eventueel in combinatie met zorg. Hierbij dient de kanttekening te worden gemaakt dat het beoogde woningtype wel in overeenstemming moet zijn met de behoefte aan woningen in Grevenbicht. Vanuit kwantitatief oogpunt bestaat er geen behoefte aan extra woningen in de kern. Vanuit kwalitatief oogpunt zouden levensloopbestendige en zorggeschikte woningen mogelijk zijn, mede gezien de ligging centraal in de kern, in de nabijheid van de dorpsvoorzieningen.

Hierdoor kunnen senioren, ook bij een (lichte) zorgvraag, langer in hun eigen dorp blijven wonen. Daarnaast zorgt de bouw van woningen voor deze doelgroep voor doorstroming op de woningmarkt, doordat hiermee (eengezins)woningen vrij komen waarin deze doelgroep nu in woont. Dit biedt ruimte voor bijvoorbeeld starters en jongeren, die hierdoor in hun eigen dorp een passende woning kunnen vinden. Dit draagt tevens bij aan de diversiteit en leefbaarheid in het dorp. Volgens de gemeentelijke Omgevingsvisie 2016 is het bovendien een doel om het dorpscentrum van Grevenbicht te versterken. De toevoeging van enkele woningen kan bijdragen aan de versterking van het draagvlak voor de voorzieningen in het dorpscentrum.

5.2

Onderwijslocatie Obbicht

De basisschoollocatie in Obbicht is centraal in de kern gelegen aan de St. Willibrorduslaan 1. In de omgeving zijn voornamelijk woningen aanwezig. Aan de westzijde grenst de school aan een tandtechnisch laboratorium, waar gebitsprotheses worden gemaakt. Aan de noord- en oostzijde van de school en ten zuiden van de St. Willibrorduslaan liggen woningen. Ten zuidwesten van de basisschool ligt de Heilige

ADVIES/ Onderbouwing unilocatie onderwijs en sport Grevenbicht-Obbicht

13

Willibrorduskerk. Verder richting het westen ligt een marktplein. In de verdere omgeving ligt, naast woningen, een aantal dorpsvoorzieningen zoals een bakkerij, een apotheek, enkele bedrijven en horecagelegenheden. De locatie is grotendeels bebouwd met het bestaande schoolgebouw. Ten oosten van dit gebouw ligt een speelplein. Aan de voor- en achterzijde staan enkele bomen en struiken. Een mogelijke nieuwe invulling van deze locatie zou kunnen bestaan uit wonen in combinatie met zorg. Hierbij dient de kanttekening te worden gemaakt dat het beoogde woningtype wel in overeenstemming moet zijn met de behoefte aan woningen in Obbicht. Vanuit kwantitatief oogpunt bestaat er geen behoefte aan extra woningen in de kern. Vanuit kwalitatief oogpunt zouden levensloopbestendige en zorggeschikte woningen mogelijk zijn, mede gezien de ligging centraal in de kern, in de nabijheid van de dorpsvoorzieningen. Hierdoor kunnen senioren, ook bij een (lichte) zorgvraag, langer in hun eigen dorp blijven wonen. Daarnaast zorgt de bouw van woningen voor deze doelgroep voor doorstroming op de woningmarkt, doordat hiermee (eengezins)woningen vrij komen waarin deze doelgroep nu in woont. Dit biedt ruimte voor bijvoorbeeld starters en jongeren, die hierdoor in hun eigen dorp een passende woning kunnen vinden. Dit draagt tevens bij aan de diversiteit en leefbaarheid in het dorp.

5.3

Sportlocatie Grevenbicht

De bestaande sportvelden in Grevenbicht zijn gelegen aan de Steenweg, in het noordelijk deel van het dorp. De Steenweg vormt de noordgrens van de locatie. Aan de zuidzijde wordt het terrein begrensd door de Kingbeek en de wegen Geneer en de Beekstraat. De oostgrens wordt gevormd door de Merker Eyckstraat. In de directe omgeving van de sportvelden zijn voornamelijk woningen gelegen. Ten oosten liggen enkele agrarische percelen. Verder richting het zuiden ligt het dorpscentrum, met enkele bedrijven, horeca en dorpsvoorzieningen. De tennisvelden zijn op het westelijk deel van de locatie gelegen. Het overige deel van de locatie is in gebruik voor de voetbalvelden. Tussen de tennisvelden en de voetbalvelden ligt een voetpad, de Jac Cramersstraat. Langs de zuidzijde van het terrein ligt een groenstrook, bestaande uit bomen, struiken en een haag. De kantines en kleedlokalen van beide sportverenigingen liggen aan de noordzijde van het terrein aan de Steenweg. Wat betreft een mogelijke nieuwe invulling van de locatie is de locatie qua omvang te groot om geheel in te vullen met stedelijke functies als wonen, winkels en horeca. Omdat Grevenbicht een kleine kern is, is de behoefte aan de toevoeging van stedelijke functies gering. Voor detailhandel en horeca geldt bovendien de voorkeur om deze functies binnen het dorpscentrum te concentreren.

Vanwege de ligging te midden van woningen is een invulling met bedrijvigheid evenmin wenselijk, omdat bedrijven van een omvang waarvoor deze locatie geschikt is, vaak een grote verkeersgeneratie en/of milieu-invloed tot gevolg hebben voor omwonenden. Op deze locatie bestaan mogelijkheden om de Kingbeek beter beleefbaar te maken. Hierbij kan gedacht worden aan een parkachtige ontwikkeling met mogelijkheden voor beekherstel in combinatie met hemelwaterberging. De omgeving van de beek kan hierbij een natuurlijke, parkachtige, groene inrichting krijgen, met mogelijkheden voor extensief recreatief medegebruik, zoals wandelen en fietsen. Het overige deel van de sportlocatie zou een extensief agrarisch gebruik kunnen krijgen, bijvoorbeeld

ADVIES/ Onderbouwing unilocatie onderwijs en sport Grevenbicht-Obbicht

14

in de vorm van dierenweiden voor hobbymatig of kleinschalig agrarisch gebruik. Hiermee wordt aangesloten op het bestaand agrarisch gebruik ten noordoosten van de sportvelden, tussen de wegen Steenweg, Staai en Mik aan de noordzijde en Geneer en Op de Coul aan de zuidzijde.

5.4

Sportlocatie Obbicht

De bestaande sportvelden in Obbicht zijn gelegen aan de zuidzijde van het dorp aan de Ecrevissestraat/Kasteelweg. Ten noorden van deze locatie liggen hoofdzakelijk woningen, die deel uitmaken van het woongebied van Obbicht. Aan de westzijde wordt de locatie begrensd door de Kasteelweg. Aan de overzijde van deze weg liggen enkele woningen in een bebouwingslint. Ten zuiden van de sportvelden ligt het Kasteel Obbicht, dat wordt omringd door een kasteelpark/landgoed, waarin onder andere de resten van het oude kasteel zijn gelegen. Aan de oostzijde van de sportlocatie liggen een bosstrook en agrarische percelen. De voetbal- en tennisvereniging hebben elk een eigen clubgebouw en een afzonderlijk parkeerterrein. Aan de noordzijde van de sportlocatie liggen de tennisvelden. De voetbalvelden liggen in het midden en het zuidelijke deel. De sportvelden zijn omzoomd met groenstroken, bestaande uit bomen en struiken. Wat betreft een mogelijke nieuwe invulling van de locatie liggen stedelijke functies zoals woningbouw, winkels of bedrijvigheid niet direct voor de hand, mede vanwege de ligging aan de rand van het dorp, net buiten de rode contour. Bovendien is Obbicht een kleine kern, waar nauwelijks behoefte is aan o.a. extra detailhandel en bedrijven(terreinen).

Vanwege de directe nabijheid van het Kasteel Obbicht zouden de gronden gebruikt kunnen worden voor een uitbreiding van het landgoed in combinatie met landschapsontwikkeling. Dit landgoed zou de vorm kunnen krijgen van een (toegankelijk) landschapspark met een natuurlijke uitstraling. Extensieve vormen van recreatie, zoals wandelen en fietsen, kunnen hierin plaatsvinden. Tevens bestaan hierbij kansen om de belevingswaarde van het kasteel te vergroten. De reeds aanwezige cultuurhistorische en natuurlijke waarden worden hiermee versterkt en beter zichtbaar gemaakt. Vanuit cultuurhistorisch en landschappelijk perspectief is deze invulling beter passend op deze locatie dan de bestaande sportvelden.

6.

SAMENVATTING EN CONCLUSIES

Het voornemen bestaat om de bestaande voorzieningen voor basisonderwijs, peuteraanbod, kinderopvang en buitensport voor de dorpen Grevenbicht en Obbicht te clusteren op één locatie. De belangrijkste redenen hiervoor zijn dat de levensvatbaarheid voorzieningen op (middel)lange termijn hierdoor beter gewaarborgd kan worden, aangezien de dorpen te maken hebben met bevolkingskrimp. Daarnaast is het voornemen om vanuit een gezamenlijke visie van een totaalaanbod van onderwijs, ontwikkeling, sport/beweging en opvang te bieden aan kinderen van 0 tot 12 jaar. Zoals in paragraaf 2 is toegelicht, dient deze ontwikkeling op basis van de Ladder voor duurzame verstedelijking te worden aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hierdoor is toetsing aan de Ladder vereist. Deze toetsing omvat ten eerste een onderbouwing van de behoefte binnen het verzorgingsgebied. Deze onderbouwing heeft plaatsgevonden in paragraaf 3. Het verzorgingsgebied bestaat

ADVIES/ Onderbouwing unilocatie onderwijs en sport Grevenbicht-Obbicht

15

uit de dorpen Grevenbicht en Obbicht. De behoefte binnen deze kernen aan de afzonderlijke voorzieningen is hierbij in beeld gebracht, evenals de meerwaarde van de clustering van de voorzieningen op één locatie. Omdat de gewenste locatie buiten het bestaand stedelijk gebied is gelegen, is vervolgens in paragraaf 4 onderbouwd dat binnen het bestaand stedelijk gebied geen geschikte locaties beschikbaar zijn waar de beoogde ontwikkeling gerealiseerd zou kunnen worden. De belangrijkste resultaten uit deze toetsing zijn hieronder samengevat. Wat betreft de behoefte aan buitensport- en onderwijsvoorzieningen hebben Grevenbicht en Obbicht te maken met bevolkingskrimp. Mede als gevolg hiervan hebben de basisscholen en buitensportvereniging te maken met een teruglopend aantal leerlingen c.q. leden. In 2015 zijn de drie basisscholen die Grevenbicht en Obbicht voorheen kenden gefuseerd tot één basisschool met aanvankelijk in elke kern een afzonderlijke locatie. Daarnaast hebben fusies plaatsgevonden tussen de tennisverenigingen en de voetbalverenigingen van beide dorpen. De voetbalvereniging maakt vooralsnog gebruik van de afzonderlijke veldsportaccommodaties in beide kernen. Op de langere termijn is de huidige situatie, waarbij het onderwijs (nog tot 1 augustus 2020) wordt verzorgd op twee locaties, voor de basisscholen niet houdbaar.

Een unilocatie voor onderwijs en kindvoorzieningen is een basisvoorwaarde is om de beide kerkdorpen ook in de toekomst van een kwalitatief goede onderwijsvoorziening te kunnen voorzien. Vanwege de centrale ligging ten opzichte van het verzorgingsgebied heeft het schoolbestuur Kindante hierbij een voorkeur voor het middengebied tussen de kernen Grevenbicht en Obbicht. Hetzelfde geldt voor de sportaccommodaties, die uiteindelijk ook op één locatie samengevoegd moeten worden om de levensvatbaarheid op lange termijn te kunnen waarborgen. Binnen het onderwijs is meer nadruk gekomen op Passend Onderwijs en de individuele ontwikkelingsbehoeften van kinderen. Vanuit de samenleving bestaat er een groeiende behoefte aan goede voorzieningen voor basisonderwijs, voor- en naschoolse opvang en peuteraanbod, in een vorm waarbij niet naast elkaar wordt gewerkt, maar met elkaar via een integraal aanbod. Om te kunnen voldoen aan deze behoefte is een kindcentrum nodig, waarbinnen voorzieningen voor basisonderwijs, voor- en naschoolse opvang en peuteraanbod aanwezig zijn onder één dak. In paragraaf 3.2 is de meerwaarde van de clustering van het kindcentrum met buitensportfaciliteiten toegelicht.

Samengevat bestaat deze meerwaarde uit het kunnen aanbieden van een integraal programma van onderwijs, ontwikkeling, sport/beweging en opvang voor kinderen van 0 tot 12 jaar, vanuit een integrale visie van alle betrokken partijen. De aanwezigheid van deze voorzieningen op één locatie is hierbij van cruciaal belang. Hierdoor kunnen ruimtes en faciliteiten gezamenlijk en dus efficiënter gebruikt worden, hetgeen positief is voor de financiële exploitatie en levensvatbaarheid van de voorzieningen. Daarnaast is sprake van een positief effect op de verkeersveiligheid, doordat er geen verkeer tussen de verschillende voorzieningen hoeft plaats te vinden, en beschikken kinderen over een veilige omgeving waar zij de hele dag kunnen verblijven. De gewenste locatie voor de unilocatie is gelegen in het middengebied tussen de kernen Grevenbicht en Obbicht, op agrarische gronden buiten bestaand stedelijk gebied. Omdat het een locatie buiten bestaand stedelijk gebied betreft, is in paragraaf 4 onderzocht of er binnen het bestaand stedelijk gebied alternatieve geschikte locaties zijn waar de gewenste ontwikkeling kan plaatsvinden.

ADVIES/ Onderbouwing unilocatie onderwijs en sport Grevenbicht-Obbicht

16

Om alle voorzieningen op het gebied van basisonderwijs, peuteraanbod, opvang en buitensport op één locatie te kunnen herbergen, is een locatie van een grote omvang nodig. Binnen de kernen Grevenbicht en Obbicht (dus binnen het bestaand stedelijk gebied) zijn er geen inbreidings- of herstructureringslocaties aanwezig van voldoende omvang waar de unilocatie gerealiseerd zou kunnen worden. Er zijn binnen de bestaande kernen weliswaar wel mogelijkheden om een afzonderlijk kindcentrum of afzonderlijke sportvoorzieningen te realiseren, maar daarmee gaat de meerwaarde verloren die de clustering van het kindcentrum en de sportfaciliteiten met zich meebrengt. Ter plaatse van de huidige sportvelden in Obbicht aan de Ecrevissestraat/Kasteelweg zou in principe voldoende ruimte gerealiseerd kunnen worden voor de unilocatie. Deze locatie ligt, net als de beoogde unilocatie in het middengebied, buiten het bestaand stedelijk gebied. Zoals in paragraaf 4.2 is toegelicht, vormt deze locatie echter geen geschikt alternatief. In de navolgende tabel is een vergelijking opgenomen tussen de locatie in het middengebied en de locatie van de bestaande sportvelden in Obbicht. Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar paragraaf 4.2. Aspect Bereikbaarheid Verkeersveiligheid

Locatie middengebied Vanuit beide kernen goed, reisafstand ca. 1 km. Mogelijkheden voor veilige ontsluiting voor autoverkeer en langzaam verkeer.

Leefbaarheid

Het niveau van basisvoorzieningen in de nabijheid blijft voor beide dorpen op peil, waardoor de woonaantrekkelijkheid en leefbaarheid van de dorpen gelijk blijft.

Draagvlak

Voldoende draagvlak vanuit beide kernen, voorkeurslocatie van de betrokkenen.

Ontwikkelingen in de omgeving

Voorkomen dient te worden dat het middengebied tussen Grevenbicht en Obbicht vol wordt gebouwd met andere (stedelijke) ontwikkelingen. De

ADVIES/ Onderbouwing unilocatie onderwijs en sport Grevenbicht-Obbicht

Locatie Obbicht Vanuit Obbicht goed, vanuit Grevenbicht reisafstand ca. 2-3 km. Verkeer vanuit Grevenbicht rijdt door de dorpskern van Obbicht. De wegen zijn hier niet op berekend. Weinig voorzieningen voor langzaam verkeer. De basisvoorzieningen (primair onderwijs, kinderopvang en sport) verdwijnen uit Grevenbicht, waardoor de woonaantrekkelijkheid in dit dorp vermindert. Naar verwachting neemt het aantal jonge gezinnen hierdoor af en verhevigt de krimp in dit dorp. Dit heeft een negatief effect op de leefbaarheid en daarmee ook voor de instandhouding van andere voorzieningen. Op de lange termijn zal hierdoor ook de toekomstbestendigheid van de unilocatie onder druk komen te staan, aangezien deze de inwoners van beide dorpen nodig heeft om levensvatbaar te blijven. Vanuit Grevenbicht weinig draagvlak vanwege grote afstand tot voorzieningen. Onvoldoende draagvlak voor het plan, waardoor de maatschappelijke haalbaarheid onder druk komt te staan. De wens bestaat om de sportvelden te betrekken in een landschapsontwikkeling ten behoeve van het landgoed bij Kasteel Obbicht, indien zij hun huidige functie verliezen.

17

Aspect

Locatie middengebied openheid van dit gebied moet worden gewaarborgd.

Locatie Obbicht Indien de bestaande sportvelden incl. omliggende percelen worden ontwikkeld tot unilocatie met onderwijs- en opvangfaciliteiten, kan deze ruimte niet meer worden ingezet voor de gewenste landschapsontwikkeling. Het initiatief beperkt daarmee de ontwikkelmogelijkheden van het landgoed op het gebied van natuur, landschap en cultuurhistorie.

Uit deze vergelijking blijkt dat de locatie in het middengebied vanuit de aspecten draagvlak vanuit beide dorpen, de effecten op de leefbaarheid, de levensvatbaarheid van de voorzieningen op lange termijn en de ontsluiting en verkeersveiligheid de meest geschikte locatie is. Beide locaties zijn buiten het bestaand stedelijk gebied gelegen, waardoor dit geen onderscheidend criterium is. Voor het overige ontbreekt het aan geschikte locaties binnen het bestaand stedelijk gebied waar voldoende ruimte is om de clustering van het kindcentrum met buitensportvoorzieningen op één locatie mogelijk te kunnen maken. Juist deze clustering op één locatie is een belangrijke meerwaarde van deze ontwikkeling. Geconcludeerd wordt dan ook dat er binnen het verzorgingsgebied geen geschikte alternatieve locaties zijn waar deze ontwikkeling gerealiseerd zou kunnen worden. Aangezien sprake is van een behoefte, waarin nergens binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, voldoet de ontwikkeling van de unilocatie in het middengebied hiermee aan de uitgangspunten van de Ladder voor duurzame verstedelijking. De volledige Laddertoets is in de navolgende tabel nogmaals kort samengevat. Stap Stedelijke ontwikkeling?

Toetsing Ja, zie paragraaf 2.2.

Is de stedelijke ontwikkeling ‘nieuw’?

Ja, zie paragraaf 2.2.

Afbakening verzorgingsgebied.

Dorpen Grevenbicht en Obbicht.

Behoefte?

Ja, in paragraaf 3.1 is de behoefte aan sport- en onderwijsvoorzieningen afzonderlijk inzichtelijk gemaakt en in paragraaf 3.2 is de behoefte en meerwaarde van clustering van deze voorzieningen op één locatie toegelicht.

Toelichting Er is sprake van een ‘andere stedelijke voorziening’ (o.a. maatschappelijke voorzieningen) met een omvang van meer dan 500 m 2. Binnen de huidige agrarische bestemming is de gewenste bebouwing en gebruik niet toegestaan. Het betreft basisonderwijs- en buitensportvoorzieningen bedoeld voor de inwoners van de kernen Grevenbicht en Obbicht. Vanwege o.a. bevolkingskrimp bestaat er behoefte aan het aantrekkelijk houden van het voorzieningenniveau en de leefbaarheid van beide dorpen. Het toekomstbestendig in stand kunnen houden van basisvoorzieningen als primair onderwijs, kinderopvang en sportfaciliteiten is hierbij noodzakelijk. Daarnaast is vanuit veranderingen in het onderwijs zelf en vanuit de samenleving behoefte aan

ADVIES/ Onderbouwing unilocatie onderwijs en sport Grevenbicht-Obbicht

18

Stap

Toetsing

Binnen of buiten bestaand stedelijk gebied?

Buiten bestaand stedelijk gebied, zie paragraaf 4.1.

Motivatie waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in deze behoefte kan worden voorzien.

Binnen bestaand gebied zijn geen locaties van geschikte omvang aanwezig. De alternatieve locatie aan de rand van het bestaand stedelijk gebied van Obbicht is voldoende ruim, maar minder geschikt. Zie paragraaf 4.2.

Conclusie

De ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten van de Ladder voor duurzame verstedelijking.

Toelichting een integraal aanbod van basisonderwijs, peuteraanbod en voor- en naschoolse opvang in een kindcentrum op één locatie. Wat betreft de clustering van het kindcentrum met buitensportfaciliteiten bestaat de meerwaarde hiervan uit het kunnen aanbieden van een integraal programma van onderwijs, ontwikkeling, sport/beweging en opvang voor kinderen van 0 tot 12 jaar, vanuit een integrale visie van alle betrokken partijen. De aanwezigheid van deze voorzieningen op één locatie is hierbij van cruciaal belang. De gewenste locatie bestaat uit agrarische gronden die zijn gelegen in het middengebied tussen de kernen Grevenbicht en Obbicht. De bebouwing zal hierbij zoveel mogelijk worden geconcentreerd op het noordelijk deel van de locatie, aansluitend op de bebouwde kom van Grevenbicht. Binnen het bestaand stedelijk gebied ontbreekt het aan geschikte locaties waar voldoende ruimte is om de clustering van het kindcentrum met buitensportvoorzieningen op één locatie mogelijk te kunnen maken. Juist deze clustering op één locatie is een belangrijke meerwaarde van deze ontwikkeling. Een mogelijke alternatieve locatie ter plaatse van de bestaande sportvelden aan de zuidrand van Obbicht is minder geschikt voor de beoogde ontwikkeling dan de locatie in het middengebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=d904ace4-18cf-4aed-b461-ffa61137bb81