CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

03-1 Unilocatie Grevenbicht-Obbicht_Toelichting

Raad 24 juni 2021, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Bestemmingsplan en Exploitatieplan unilocatie Grevenbicht-Obbicht (Meekels) (57)21.751 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek asbest in de bodem zijn van de verdachte bodemlaag mengmonsters samengesteld, waarvan de fijne fractie is geanalyseerd op asbest in grond.

51

bestemmingsplan Unilocatie Grevenbicht-Obbicht (vastgesteld)

Plangebied Unilocatie met boorlocaties en proefgaten voor asbestonderzoek

Conclusie Zowel de bovengrond als de ondergrond is, op basis van de analyseresultaten, licht verontreinigd met verschillende zware metalen in gehalten boven de achtergrondwaarde en in het geval van nikkel boven de index 0,5. Op basis van de afzonderlijk geanalyseerde grondmonsters komen er geen gehalten aan nikkel boven de interventiewaarde voor in de ondergrond.

52

bestemmingsplan Unilocatie Grevenbicht-Obbicht (vastgesteld)

De verhoogd aangetroffen gehalten aan zware metalen zijn niet direct toe te schrijven aan de zintuiglijke bijmengingen, aangezien ze ook in zintuiglijk schone monsters worden aangetoond, zowel binnen de verdachte locaties voormalige moestuin en boomgaard, als ter plaatse van het onverdachte terrein. De voormalige moestuin en boomgaard blijken niet verontreinigd te zijn met bestrijdingsmiddelen (OCB). Aangezien er enkel sprake is van licht verhoogde gehalten aan zware metalen, is er vanuit de Wet bodembescherming geen noodzaak voor het uitvoeren van nader onderzoek en/of het treffen van saneringsmaatregelen. De op asbest in de bodem onderzochte locatie heeft een oppervlakte van circa 2.600 m2. In de ter plaatse van de (voormalige moestuin) onderzochte grond, vrijgekomen uit de proefgaten (tot 0,5 m -mv.), zijn zowel zintuiglijk als analytisch geen asbestverdachte of asbesthoudende materialen aangetoond. Het overige gedeelte van de onderzoekslocatie is niet verdacht op het voorkomen van asbest. De gevonden gehalten in de bovengrond vormen in milieuhygiënische zin geen belemmeringen voor het huidige en toekomstige gebruik van het terrein. Vanwege de indicatieve bodemkwaliteitsklasse ‘Industrie’ in het geval van hergebruik in de ondergrond (vanaf 0,75 m -mv.) verdient het aanbeveling om de daarboven gelegen laag grond te behouden en/of te voorzien van duurzame afdekking/isolatie.

Op basis van de indicatieve toetsing is de grond van de locatie ‘Altijd toepasbaar’, ‘Wonen’ en/of ‘Industrie’. Echter, afhankelijk van het bodembeleid van de gemeente waarin de grond wordt toegepast en de beoogde plaats van toepassing, dient mogelijk nog een partijkeuring uitgevoerd te worden om dit definitief vast te stellen.

4.10.2 Geluidhinder Het ontwerp van het Integraal Kindcentrum met een centrale sportvoorziening tussen de kernen Grevenbicht en Obbicht is getoetst aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Het sportcomplex en de basisschool vallen onder de algemene regels van het Activiteitenbesluit, en dienen te voldoen aan de geluidsvoorschriften die zijn opgenomen in artikel 2.17 van dit besluit. Het stemgeluid van de spelers en bezoekers op het buitenterrein van de inrichting mogen buiten beschouwing worden gelaten volgens artikel 2.18 van het Activiteitenbesluit. Dit geldt tevens voor de piekniveaus ten gevolge van buitensportacitviteiten en activiteiten die hiermee in nauw verband staan (stemgeluid, fluitgeluid e.d). Dit geldt ook voor het komen en gaan van bezoekers. Desalniettemin is in het kader van een goede ruimtelijke ordening inzage gegeven in de te verwachten equivalente geluidsniveaus als gevolg van het stemgeluid en de sportactiviteiten. In het akoestisch onderzoek zijn de geluidsvoorschriften conform het Activiteitenbesluit opgenomen, alsmede de uitgangspunten en resultaten. Zie hiervoor Bijlage 13. Toetsing heeft plaatsgevonden op de gevels van de geluidgevoelige bestemmingen in de omgeving van het complex.

Resultatengeluidsbelasting Voor doordeweekse dagen worden de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit in de avondperiode overschreden voor de woningen aan de Frankenstraat 17/17a en 20. In de dag- en nachtperiode zijn er geen overschrijdingen berekend. De geluidsbelasting op het schoolgebouw bedraagt maximaal 52 dB(A) in de dagperiode. Ook deze overschrijdt de grenswaarde uit het Activiteitenbesluit. Met een geluidscherm tot 5 meter hoog is het mogelijk het maximale geluidniveau voor de Frankenstraat 17/17a terug te brengen tot onder de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Voor de woning aan de Frankenstraat 20 wordt deze grenswaarde al behaald met een 4 meter hoog geluidscherm. Voor het schoolgebouw is een 3 meter hoog geluidscherm afdoende om het maximale geluidniveau terug te brengen onder de voorschriften uit het Activiteitenbesluit. In de regels van het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen om de minimaal benodigde hoogte van het geluidscherm te waarborgen.

53

bestemmingsplan Unilocatie Grevenbicht-Obbicht (vastgesteld)

Maximale geluidsniveau In het weekend wordt voldaan aan de geluidvoorschriften uit het Activiteitenbesluit. Voor een doordeweekse dag worden de geluidvoorschriften uit het Activiteitenbesluit in de nachtperiode overschreden voor de woningen aan de Frankenstraat 17/17a en Frankenstraat 20. Het maximale geluidniveau bedraagt respectievelijk 61 dB(A) en 62 dB(A). Het maximale geluidniveau op de gevel van het schoolgebouw vanwege de tennisvelden bedraagt 74 dB(A). Hiermee worden de geluidvoorschriften uit het Activiteitenbesluit overschreden. Met een geluidscherm tot 5 meter hoog is het mogelijk het maximale geluidniveau voor de Frankenstraat 17/17a terug te brengen tot onder de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Voor de woning aan de Frankenstraat 20 wordt deze grenswaarde al behaald met een 4 meter hoog geluidscherm. Voor het schoolgebouw is een 3 meter hoog geluidscherm afdoende om het maximale geluidniveau terug te brengen onder de voorschriften uit het Activiteitenbesluit. In de regels van het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen om een geluidscherm op te richten van 5 meter.

Verkeersaantrekkendewerking De geluidsbelasting als gevolg van het wegverkeer van komende en gaande bezoekers is lager dan 50 dB(A) etmaalwaarde en voldoet daarmee aan de grenswaarde zoals gesteld in de circulaire ‘Geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting’ van het Ministerie van VROM d.d. 29 februari 1996. Voor wegverkeer wordt niet getoetst aan de maximale geluidsniveaus. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect geluid door de plaatsing van een 5 meter hoog geluidscherm geen belemmering vormt voor de planvorming. Tussen 23.00 en 7.00 uur vinden er in principe geen wedstrijden of trainingen plaats op de tennisvelden. Incidenteel kan het voorkomen dat er meer sets gespeeld moeten worden voor een wedstrijd en uitloopt tot uiterlijk 24 uur. Dit betreft over het algemeen één tennisbaan.

4.10.3 Luchtkwaliteit Wettelijk kader In hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer zijn per 15 november 2007 luchtkwaliteitseisen opgenomen. De betreffende artikelen van de Wet milieubeheer worden in de regel aangeduid als “Wet luchtkwaliteit”. In de “Wet luchtkwaliteit” zijn de Europese luchtkwaliteitseisen opgenomen. In Nederland zijn de maatgevende luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Ten aanzien van PM2,5 kan worden opgemerkt dat uit de praktijk blijkt dat als aan de grenswaarden voor PM10 wordt voldaan, ook de grenswaarde van PM2,5 wordt nageleefd. Conform artikel 5.16 van de Wet milieubeheer zijn bestuursorganen verplicht om bij de uitoefening van hun bevoegdheden de grenswaarden van de in de Wet genoemde stoffen in acht te nemen. Uitvoeringsregels Gelijktijdig met de Wet luchtkwaliteit zijn een aantal uitvoeringsregels in werking getreden. Deze uitvoeringsregels zijn vastgelegd in algemene maatregelen van bestuur (AMvB) en ministeriële regelingen (MR), dit betreft ondermeer: Algemene Maatregel van Bestuur “Niet in betekenende mate” (Besluit nibm) (Stb. 2007, 440). Ministeriële regeling: “Niet in betekenende mate” (regeling nibm ) (Stcrt. 2007, 218). Ministeriële regeling “Beoordeling luchtkwaliteit 2007” (Stcrt. 2007, 220). Ministeriële regeling “Projectsaldering luchtkwaliteit 2007” (Stcrt. 2007, 218).

54

bestemmingsplan Unilocatie Grevenbicht-Obbicht (vastgesteld)

In het Besluit nibm en de Regeling nibm zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip nibm. Indien aan deze regels wordt voldaan kan een ruimtelijke ontwikkeling zonder verdere toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Dit volgt uit artikel 4, eerste lid, van het Besluit nibm. Beoordeling Op grond van de ministeriële regeling 'Niet in betekenende mate bijdragen' zijn (onder andere) de volgende plannen vrijgesteld van toetsing: woningbouwplannen met minder dan 1.500 woningen; kantoorlocaties met een vloeroppervlak van minder dan 100.000 m2; plannen die minder dan 3% van de (toekomstige) grenswaarde voor stikstofdioxide of fijnstof bijdragen. Dit komt overeen met 1,2 µg/m3. Op de Unilocatie worden een integraal kindcentrum en een centraal sportcomplex gerealiseerd. Het integraal kindcentrum bestaat uit een basisschool met gymzaal, peuterspeelzaal en buitenschoolse opvang. Het sportcomplex heeft de volgende functies omvat 2 voetbalvelden, 4 tennisbanen en een (verblijfs)accommodatie. In het kader van het akoestisch onderzoek is in beeld gebracht wat de verkeersaantrekkende werking van het plan is. In totaal gaat het om 616 motorvoertuigbewegingen.

Uitgesplitst naar functie gaat het om het volgende: basisschool: 362 autobewegingen; buitenschoolse opvang: 52 autobewegingen; peuterspeelzaal: 46 autobewegingen sportcentrum: 156 autobewegingen Wanneer deze verkeersaantrekkende werking wordt ingevuld in de NIBM-tool van Infomil, volgt daaruit dat het extra verkeer niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie luchtverontreinigende stoffen (zie onderstaand). Nader onderzoek naar dit aspect is dan ook niet aan de orde.

Resultaat van de NIBM-tool 2019

55

bestemmingsplan Unilocatie Grevenbicht-Obbicht (vastgesteld)

Heersende luchtkwaliteit Naast hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer is ook het beginsel van een goede ruimtelijke ordening van toepassing. In het kader van een goede belangenafweging kan het onwenselijk zijn dat personen worden blootgesteld aan een slechte luchtkwaliteit, ondanks dat wordt voldaan aan hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer. Van belang is daarom dat er inzicht is in de luchtkwaliteit. De heersende luchtkwaliteit ter hoogte van het projectgebied is beoordeeld aan de hand van de grootschalige concentratiekaartbestanden (GCN) zoals gepubliceerd door het RIVM. De heersende luchtkwaliteit voor het peiljaar 2020 is bestudeerd. Uit de concentratiekaartbestanden blijkt dat de heersende waarden voor stikstofdioxide en fijn stof ruim lager zijn dan de grenswaarde van 40 microgram/m³ respectievelijk 25 microgram/m3. Voor stikstof bedraagt de heersende waarde immers 13,5 µg/m3 en voor PM10 is dit 17 µg/m3. Dit leidt ertoe dat er ten aanzien van de heersende luchtkwaliteit geen belemmeringen zijn.

Heersende concentratie NO2 in 2020

56

bestemmingsplan Unilocatie Grevenbicht-Obbicht (vastgesteld)

Heersende concentratie PM10 in 2020

Conclusie Geconcludeerd wordt dat het plan voldoet aan het nibm-criterium waardoor er geen wezenlijke invloed op de luchtkwaliteit is. Daarnaast voldoet de reeds heersende luchtkwaliteit ter plekke van het projectgebied ruimschoots aan de normen. Het aspect luchtkwaliteit vormt daarmee geen belemmering voor de planvorming.

4.10.4 Externe veiligheid Bij het toetsen van het aspect externe veiligheid is de volgende wet- en regelgeving relevant: de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs); de Wet basisnet (Wbn); de Regeling basisnet (Rbn); het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Handleiding risicoanalyse transport (HART). Er is in januari 2019 een inventarisatie uitgevoerd naar de risico's voor de externe veiligheid in de directe omgeving van de kernen Grevenbicht en Obbicht. Hiervoor is de meest actuele versie van de risicokaart gebruikt. Uit deze beschouwing zijn twee “risicobronnen” ten opzichte van de externe veiligheid geïdentificeerd die hieronder nader worden toegelicht. BinnenvaartrouteMaascorridor Op circa 900 meter afstand bevindt zich de binnenvaartroute Maascorridor. Deze route is onderdeel van het basisnet water zoals opgenomen in de regeling basisnet (Rbn) en wordt gebruikt als transportas voor het vervoeren van grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen. Volgens de risicokaart vervoeren er per

57

bestemmingsplan Unilocatie Grevenbicht-Obbicht (vastgesteld)

jaar 258 schepen de stofcategorie GT3. Deze categorie heeft een invloedsgebied 1%-letaliteitsafstand van 1070 meter volgens de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART). Gelet op de bevolkingsdichtheid en de aantallen schepen per jaar is er voor het Groepsrisico geen aantoonbaar effect te verwachten. Buisleiding Aan de oost- en zuidkant van de kern Obbicht loopt de Pijpleiding Rotterdam – Beek (PRB). Deze ligt op 0,60 meter diepte. Doel van de PRB is het vervoer van vloeibare koolwaterstoffen zoals Nafta en gascondensaat. De koolwaterstoffen dienen als grondstof voor de fabrieken van SABIC. Het eindproduct van deze fabrieken is plastic (polyetheen en polypropeen). Het beginpunt van de leiding ligt in de Rotterdamse Haven. Het eindpunt van de leiding ligt op het complex van de chemische industrie Chemelot in de gemeente Sittard-Geleen. Gelet op de kenmerken van de PRB is er sprake van een PR 10-6 contour van 12 meter. Het groepsrisico (GR) dat wordt bepaald binnen het invloedsgebied van 1% letaliteit ligt op 31 meter. Het invloedsgebied voor het GR wordt nader geduid met plasbrandaandachtsgebied. Gelet op de ligging van de PRB en de afstand tot het plangebied Unilocatie (circa 1,5 km) zal ook hier geen aantoonbaar effect te verwachten zijn.

Conclusie Gelet op de ligging van de risicobronnen ten opzichte van het plangebied Unilocatie, ligt het plangebied Unilocatie buiten de PR10-6 contouren van deze risicobronnen. Tevens neemt het groepsrisico niet toe, als gevolg van deze ontwikkeling door de grote afstand. Bovendien gaat het om een verplaatsing van twee bestaande scholen binnen hetzelfde invloedsgebied naar onderhavige nieuwe locatie aan de Kempenweg. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.11

Vooronderzoek conventionele explosieven

De aanleiding tot het uitvoeren van een vooronderzoek naar mogelijk aanwezige Conventionele Explosieven (CE) voor het project Unilocatie Grevenbicht-Obbicht vloeit voort uit het voornemen tot het uitvoeren van werkzaamheden in het plangebied Unilocatie en het vermoeden van de mogelijke aanwezigheid van CE in de bodem. Het doel van een vooronderzoek is beoordelen of er indicaties zijn dat binnen het projectgebied CE aanwezig zijn, en zo ja, om het op CE verdachte gebied in horizontale en verticale dimensies af te bakenen. Het vooronderzoek CE wordt uitgevoerd conform de vigerende wet- en regelgeving, zijnde het Werkveldspecifiek Certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE) zoals opgenomen in bijlage XII van de Arbeidsomstandighedenregeling. Beoordeling indicaties In de periode 1971-heden hebben twee munitieruimingen plaatsgevonden binnen het onderzoeksgebied. Van de munitieruiming in 1973 zijn in het EOD-archief geen gegevens bekend. De munitieruiming in 1996 betreft een niet-verschoten Amerikaanse pantsergranaat van 37mm. Deze munitievondst is op zich geen aanleiding tot de afbakening van een op CE verdacht gebied. Er zijn tijdens het onderzoek geen verdere indicaties achterhaald voor de aanwezigheid van CE in het plangebied Unilocatie.

Beoordeling contra-indicaties Van contra-indicaties is sprake indien er in het plangebied Unilocatie gerichte opsporing van CE heeft plaatsgevonden, of dat grondwerkzaamheden binnen het verdachte gebied hebben plaatsgevonden waarbij grond tot ten minste de maximale penetratiediepte is ontgraven en afgevoerd. Dergelijke gegevens over naoorlogs grondverzet worden alleen verzameld en geanalyseerd, indien er in het

58

bestemmingsplan Unilocatie Grevenbicht-Obbicht (vastgesteld)

bronnenonderzoek indicaties voor de aanwezigheid van CE zijn aangetroffen. Aangezien er geen indicaties zijn voor de aanwezigheid van CE in het plangebied Unilocatie, is er geen onderzoek naar contra-indicaties gedaan. Conclusie Het plangebied Unilocatie wordt op basis van het geanalyseerde feitenmateriaal als 'onverdacht' gekwalificeerd op de aanwezigheid van CE. De voorgenomen werkzaamheden kunnen regulier worden uitgevoerd zonder aanvullend onderzoek naar CE.

59

bestemmingsplan Unilocatie Grevenbicht-Obbicht (vastgesteld)

Hoofdstuk 5

5.1

Juridische planbeschrijving

Ruimtelijk plan

Het bestemmingsplan Unilocatie Grevenbicht-Obbicht is vervat in (plan)regels, verbeelding en toelichting. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en / of op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse bepalingen artikelsgewijs worden besproken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven, met daarbij de harde randvoorwaarden. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft géén bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld conform de landelijke richtlijn voor bestemmingsplannen (SVBP 2012), alsmede de Wet ruimtelijke ordening (Wro), Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

5.2

Juridische regeling

In deze paragraaf wordt een beschrijving gegeven van de juridische regeling van het bestemmingsplan. De juridische regeling bestaat, zoals hiervoor aangegeven, uit de verbeelding en de (plan)regels. Deze onderdelen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en dienen dan ook altijd gezamenlijk geraadpleegd en gelezen te worden.

5.2.1

Verbeelding

Bij de opzet van de verbeelding is de SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen2012) als uitgangspunt gehanteerd. In de SVBP2012 zijn onder andere bestemmingscategorieën vastgelegd en zijn uniforme kleuren en aanduidingen beschreven. De aanduidingen dienen voor de leesbaarheid van de verbeelding (kadastrale indeling of bestaande bebouwing) of hebben betrekking op wat er wel of niet is toegestaan. Met een bouwvlak is de mogelijkheid en situering van bebouwing aangeduid. Naast de hoofdbestemming bevat het plan ook de dubbelbestemmingen.

5.2.2

Planregels

De regels bestaan uit vier hoofdstukken. Dit zijn de 'Inleidende regels', de 'Bestemmingsregels', de 'Algemene regels' en de 'Overgangs- en slotregels'. Meer specifiek kan de inhoud van de artikelen als volgt worden weergegeven. Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In artikel 1 zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van het plan. Artikel 2 betreft de wijze van meten, waarin wordt aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten.

60

bestemmingsplan Unilocatie Grevenbicht-Obbicht (vastgesteld)

Bestemmingsregels In dit hoofdstuk worden planregels gegeven voor de nieuw beoogde functies binnen het plangebied Unilocatie. Teneinde de benodigde flexibiliteit te bieden is gekozen voor de bestemming 'Gemengd' waarbinnen zowel de school als de sportvoorzieningen kunnen worden gerealiseerd. Tevens zijn de Frankenstraat en de Kempenweg bestemd als 'Verkeer', evenals het parkeerterrein aan de Kempenweg. Voor de locaties die door de samenvoeging van de voorzieningen vrijkomen is de bestemming 'Groen' opgenomen. Langs de Kingbeek is aan de gronden de bestemming 'Natuur' toegekend. Ook de gronden gelegen ten zuiden en ten oosten van het perceel Kempenweg 70 hebben de bestemming 'Groen' gekregen. Daarnaast is de bestemming 'Horeca' opgenomen voor daghoreca ter plaatse van de bestaande kantine bij de sportvelden van Obbicht en de bestemming 'Maatschappelijk' ter plaatse van de bestaande bebouwing bij de sportvelden van Grevenbicht. De bestaande hogedruk aardgastransportleiding die aan de oostzijde van de Kempenweg loopt, is positief bestemd en wordt beschermd via een omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden. Verder zijn de mogelijke aanwezige archeologische resten beschermd via de dubbelbestemmingen ''Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 4'.

Tevens is voor de onderhoudsstrook van een waterloop de dubbelbestemming 'Waterstaat - Beschermingszone watergang' opgenomen. Algemene regels In dit hoofdstuk bevat de volgende algemene regels: Anti-dubbeltelregel Dit artikel voorkomt dubbel gebruik van gronden bij bouwmogelijkheden, in de zin dat dezelfde gronden niet voor verschillende bouwplannen mogen worden meegenomen. Algemene bouwregels Hierin zijn regelingen opgenomen voor ondergronds bouwen en ondergeschikte bouwdelen. Algemene gebruiksregels: Dit artikel bevat onder meer een algemeen verbod voor (detail)handel, prostitutie, seksinrichtingen en geluidgezoneerde inrichtingen. Tevens zijn hier de voorwaardelijke verplichtingen ondergebracht. Deze voorwaardelijke verplichtingen hebben betrekking op het aanbrengen van een afschermende groenvoorziening, het bouwen van een fietsenstalling met gesloten achterwand, het realiseren van een geluidscherm en het aanleggen van voldoende waterberging. Algemene aanduidingsregels: Hierin is de regeling voor het aanwezige straalpad opgenomen. Er mag niet hoger dan 20 meter worden gebouwd. Algemene afwijkingsregels: In deze bepaling is een aantal algemene afwijkingen opgenomen van de regels. Het betreft de mogelijkheid om onder voorwaarden maximaal 10% af te wijken van de voorgeschreven maatvoeringen. Tevens mogen bouwgrenzen beperkt worden overschreden.

Overige regels: In dit artikel is opgenomen hoe de verhouding is tussen bestemmingen en dubbelbestemmingen en dubbelbestemmingen onderling. Tevens is hier de parkeerregeling opgenomen. Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat: Het overgangsrecht (artikel 19): hierin is bepaald dat legaal gebouwde bouwwerken, die op het moment van de tervisielegging van het plan aanwezig zijn, mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bouwregels zoals deze in dit nieuwe bestemmingsplan zijn opgenomen. Deze bouwwerken mogen eveneens deels worden vernieuwd of veranderd of in geval van tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden herbouwd. Voorwaarde is wel dat de afwijking van de bouwregels naar aard en omvang niet mag worden vergroot. Via een omgevingsvergunning is een eenmalige vergroting van maximaal 10% toegestaan.

61

bestemmingsplan Unilocatie Grevenbicht-Obbicht (vastgesteld)

Tevens is een regeling opgenomen die toeziet op het gebruik van gronden en opstallen. Wanneer het bestaande legale gebruik op het moment dat het bestemmingsplan rechtskracht krijgt, afwijkt van de regels, mag dit bestaande gebruik in die omvang worden gehandhaafd. Een intensivering van het gebruik is dus niet toegestaan. Ook naar aard mag het gebruik niet verder gaan afwijken. Wanneer het gebruik gedurende een termijn van meer dan een jaar onderbroken wordt dan mag het niet meer opnieuw worden opgepakt. De slotregel (artikel 20), waarin de titel van het plan staat.

62

bestemmingsplan Unilocatie Grevenbicht-Obbicht (vastgesteld)

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

6.1

Economische uitvoerbaarheid

6.1.1

Economische uitvoerbaarheid

De gemeente is in dit project de initiatiefnemer en heeft in haar begroting geld gereserveerd voor de nieuwbouw en inrichting van de Unilocatie. Ook voor de kosten van herontwikkeling van de vrijkomende sportlocaties in Grevenbicht en Obbicht zijn door de gemeente financiële dekkingsmiddelen gereserveerd (zie paragraaf 4.5 Landschap). De economische uitvoerbaarheid is daarmee voldoende aangetoond.

6.1.2

Grondexploitatie

Met de grondexploitatieregeling in artikel 6.4. van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) beschikken gemeenten over instrumentarium ter uitvoering van de wettelijke kostenverhaalplicht indien sprake is van bouwplannen zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. Tot de verhalen kosten van de grondexploitatie behoren de kosten van het bouwrijp en gebruiksgereed maken van een locatie, waarbinnen aangewezen bouwplannen zijn voorzien. Ook gaat het bijvoorbeeld om de inbrengwaarden van de ondergrond van de openbare ruimte, onderzoekskosten, plan- en apparaatskosten en kosten van voorzieningen die buiten een locatie zijn gelegen maar mede van nut zijn voor de te ontwikkelen locatie. Daarnaast biedt de grondexploitatieregeling in de Wro de mogelijkheid om regels te stellen over de uitvoering van een bestemmingsplan (zgn locatie-eisen), zoals regels over ruimtegebruik (waaronder bindende verkaveling), eisen voor en uitvoeringsregels over de uitvoering van het bouwrijp maken van uitgeefbaar gebied, de aanleg van nutsvoorzieningen en de inrichting van de openbare ruimte. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van een integraal kindcentrum en van sportvoorzieningen. Dit valt onder de aangewezenbouwplannen zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Bro.

In de Wro is opgenomen dat gelijktijdig bij het vast te stellen bestemmingsplan waarin deze bouwplanmogelijkheden zijn opgenomen, ter uitvoering van de wettelijke kostenverhaalplicht, een exploitatieplan vastgesteld moet worden. Van de vaststelling van een exploitatieplan kan worden afgezien als het kostenverhaal van de kosten van de grondexploitatie voor alle in het bestemmingsplan begrepen gronden, waarop de bouwplannen zijn voorzien, 'anderszins verzekerd' is en indien zich de noodzaak tot het stellen van regels over locatie-eisen niet voordoet. Het geheel van de nieuw voorziene uitgeefbare gronden (daarop zijn aangewezen bouwplannen voorzien) is ten tijde van de tervisielegging van het ontwerp bestemmingsplan niet aangekocht of verworven door of namens de gemeente. Evenmin zijn voor het geheel van de particuliere eigendommen anterieure (kostenverhaals)overeenkomsten over de grondexploitatie als bedoeld in artikel 6.24 Wro gesloten. Dit maakt reeds dat de verplichting bestaat een exploitatieplan vast te stellen. Er is verder een noodzaak tot het stellen van regels over het toekomstige ruimtegebruik van het exploitatie-plangebied, waarin allereerst de indeling naar openbare ruimte en uitgeefbaar gebied is vastgelegd en vervolgens, voor de hoofdfunctie openbare ruimte, de verdere indeling is aangegeven voor de functies openbaar groen, wegen, parkeren, fiets- en voetpad.

Daarnaast is er de noodzaak de regels voor het ruimtegebruik voor het uittgeefbaar gebied verder uit te werken in een regeling voor een bindende verkaveling. Het exploitatieplan is verbonden aan voorliggend bestemmingsplan "Unilocatie Grevenbicht-Obbicht" waarin bouwplanmogelijkheden worden gecreëerd. Hierdoor ontstaat de beginselplicht om gelijktijdig met de vaststelling van genoemd bestemmingsplan een exploitatieplan vast te stellen. Binnen het gebied van het bestemmingsplan ˜Unilocatie Grevenbicht-Obbicht" wordt voorzien in de bestemming ˜Gemengd". Binnen deze bestemming is de ontwikkeling mogelijk van bouwplannen als

63

bestemmingsplan Unilocatie Grevenbicht-Obbicht (vastgesteld)

bedoeld in artikel 6.12 Wro juncto artikel 6.2.1 Bro. Het exploitatieplan heeft betrekking op het gedeelte van het plangebied van het bestemmingsplan "Unilocatie Grevenbicht-Obbicht" waar de ontwikkeling van het Integraal Kindcentrum en centrale sportvoorzieningen, met inbegrip van de bijbehorende aanleg en aanpassing van de openbare ruimte, is voorzien. De overige delen van het bestemmingsplangebied (sportlocaties Grevenbicht en Obbicht) zijn niet in het exploitatieplan betrokken, omdat het de inpassing van bestaande te handhaven bebouwing betreft en hier geen sprake is van aangewezen bouwplanmogelijkheden als bedoeld in artikel 6.12 Wro juncto 6.2.1. Bro. Dienaangaande is er dan ook geen mogelijkheid en daarmee een beginselplicht een exploitatieplan te moeten vaststellen. Door de gemeente wordt in relatie tot het exploitatieplangebied een actieve grondpolitiek gevoerd voor de gronden bestemd tot uitgeefbaar gebied respectievelijk aan te leggen openbare ruimte, die in eigendom zijn van derden.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Vooroverleg

Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het bestuursorgaan dat is belast met de voorbereiding van een bestemmingsplan verplicht om daarbij overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten, waterschappen en die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan is daartoe verzonden naar de volgende instanties: Waterschap Limburg Provincie Limburg Rijkswaterstaat Zuid-Nederland Alle instanties hebben een reactie ingediend. De ingediende reacties zijn voorzien van een gemeentelijk antwoord en opgenomen in Bijlage 21 van deze toelichting. De reacties zijn, voor zover ruimtelijk relevant, in het ontwerp bestemmingsplan verwerkt.

6.2.2

Inspraak

Op grond van de Inspraakverordening van de gemeente Sittard-Geleen heeft het voorontwerp bestemmingsplan "Unilocatie Grevenbicht-Obbicht" van 13 maart tot en met 27 april 2020 ter inzage gelegen. Een ieder werd in de gelegenheid gesteld om op het voorontwerp te reageren. Er zijn 10 inspraakreacties ontvangen. De ingediende reacties zijn voorzien van een gemeentelijk antwoord en opgenomen in Bijlage 21 van deze toelichting. De reacties zijn, voor zover ruimtelijk relevant, in het ontwerp bestemmingsplan verwerkt.

6.2.3

Zienswijzen

Op de voorbereiding om een besluit omtrent de aanpassingen is de in artikel 3.8 Wro geregelde procedure van toepassing, dat wil zeggen dat het ontwerp gedurende zes weken ter inzage dient te liggen, waarbinnen eenieder zijn zienswijze kenbaar kan maken. Het ontwerp bestemmingsplan Unilocatie Grevenbicht-Obbicht heeft van 14 december 2020 tot en met 24 januari 2021 voor een ieder ter inzage gelegen, waarbij de gelegenheid is geboden om binnen deze termijn zienswijzen met betrekking tot het ontwerp kenbaar te maken. Er zijn 13 zienswijzen ontvangen. De ingediende zienswijzen zijn voorzien van een gemeentelijk antwoord en opgenomen in Bijlage 22.

64

bestemmingsplan Unilocatie Grevenbicht-Obbicht (vastgesteld)

Bijlagen bij toelichting

65

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=93ae447d-b209-4a35-a362-4cc99d05eb2d