01 Uitgangspuntennota omgevingsplandeel Chemelot
Tekst van het document
UITGANGSPUNTENNOTA OMGEVINGSPLANDEEL CHEMELOT
Gemeente Sittard-Geleen Gemeente Stein Gemeente Beek Provincie Limburg
15 oktober 2020
Vastgesteld door de Stuurgroep Omgevingsplandeel Chemelot op 10 juli 2020; met instemming van de Colleges van Burgemeester en Wethouders van Beek, Sittard-Geleen en Stein en het College van Gedeputeerde Staten van Limburg 1
Inhoudsopgave 1. Samenvatting
3
2. Inleiding
7
3. Context op te stellen Omgevingsplandeel voor Chemelot 3.1 Relatie met andere actuele dossiers Visie Chemelot 2025 en Masterplan Chemelot 2030 Visie Chemelot 2050 en Circular Hub Gebiedsvisie omgeving Chemelot Veiligheidsvisie Chemelot e.o. 3.2 Omgevingsvisies Rijk: NOVI / Besluit kwaliteit leefomgeving Provincie: POVI / Omgevingsverordening Waterschap Gemeenten: GOVI / Omgevingsplan 3.3 Koepelvergunning en andere vergunningen Koepelvergunning in het kader van de Wabo Watervergunningen en vergunning o.g.v. Wet natuurbescherming 3.4 Bestemmingsplannen
8 8
10
12 13
4. Juridische vraagstukken 1. Natura 2000-gebiedsbeschermingsrecht 2. Aandachtsgebieden omgevingsveiligheid 3. Geluid 4. Verplaatsing onderdelen en regels uit Koepelvergunning naar omgevingsplan 5. MER-(beoordelings)plicht Omgevingsplandeel 6. Verhouding omgevingsvisie en omgevingsplan
14
5. Uitgangspunt A: Begrenzing Omgevingsplandeel Chemelot
16
6. Uitgangspunt B: ‘Horizontale transitie’
17
7. Uitgangspunt C: ‘Horizontale transitie - plus’
18
8. Uitgangspunt D: Opheffen aandachtspunten vigerende bestemmingsplannen Bestemmingsplan DSM-Geleen; Bestemmingsplan Haven Stein; Bestemmingsplan Grensmaas plus herzieningen (IAZI); Bestemmingsplan Buitengebied Stein. Bouwregels Toe te laten functies Inwaartse zonering
20
9. Communicatie en participatie Bestuurlijke besluitvorming Communicatie Participatie Kennisdeling
25
10. Vervolgtraject en kosten
27
11. Voorstel aan de drie gemeenteraden en gedeputeerde staten
28
Bijlagen: 1. Globaal overzicht vigerende bestemmingsplannen, verordeningen, vergunningen, afwijkingen en ontheffingen 2. Toelichting Chemelot op ontwikkellocaties uit het Masterplan Chemelot 2030
29 30
Uitgangspuntennota Omgevingsplandeel Chemelot / 15 oktober 2020
2
1. Samenvatting Inleiding De nieuwe Omgevingswet wordt naar verwachting op 1 januari 2022 ingevoerd. Met het oog op de voorbereiding van de nieuwe wet is onder andere bij het industrieel complex Chemelot een aantal praktijktesten gedaan. Die praktijktest was gericht op het vinden van een antwoord op de vraag ‘Hoe behouden we binnen de Omgevingswet de voordelen van een koepelconcept?’. In de eindrapportage ‘Uitkomsten Praktijktest Chemelot Limburg 2017/2018’ is de aanbeveling gedaan om als vervolgproject een Omgevingsplandeel voor Chemelot op te stellen. De colleges van de gemeenten Sittard-Geleen, Stein en Beek en de provincie Limburg hebben deze aanbeveling omarmd en besloten om in overleg met Chemelot (DSM als grondeigenaar en CSP BV) een Omgevingsplandeel voor Chemelot op te stellen. Om te voorkomen dat er voor de site verschillende regimes gaan gelden, is verder besloten om qua omgevingsaspecten één regeling voor Chemelot en het invloedsgebied te maken. Om ervoor te zorgen dat het nog op te stellen omgevingsplandeel voor Chemelot aansluit bij de opvattingen van de drie gemeenteraden, is ervoor gekozen om eerst de uitgangspunten / kaders voor het Omgevingsplandeel Chemelot vast te stellen. Met deze ‘Uitgangspuntennota Omgevingsplandeel Chemelot’ wordt hier invulling aan gegeven.
Het feitelijk opstellen van het Omgevingsplandeel (met participatie van de omgeving) zal naar verwachting circa anderhalf jaar duren. Vertrekpunt voor het Omgevingsplandeel vormen in beginsel de vigerende bestemmingsplannen en relevante verordeningen, de verleende vergunningen en bestuurlijk vastgestelde afspraken. Hierbij gaat het om een ‘horizontale transitie’; van de huidige ruimtelijke ordeningssystematiek naar de systematiek die voortvloeit uit de nieuwe Omgevingswet. De ontwikkeling van het Omgevingsplandeel staat niet op zich. Op visieniveau is er sprake van meerdere ontwikkelingen. Naast de visies die in het kader van de nieuwe Omgevingswet op Rijksen provinciaal niveau worden opgesteld, waar hierna op wordt ingegaan, zijn dat de in ontwikkeling zijnde gemeentelijke omgevingsvisies, de Visies Chemelot 2025 en 2050, de Circulair Hub, het Masterplan Chemelot 2030, de Gebiedsvisie Omgeving Chemelot en de Veiligheidsvisie. Zoals hiervoor is aangegeven wordt uitgegaan van een ‘horizontale transitie’. Beoogde ontwikkelingen uit genoemde visies, die niet passen binnen de vigerende bestemmingsplannen, worden in principe niet meegenomen.
Bij de doorontwikkeling van het Omgevingsplandeel voor Chemelot, dat kort na de vaststelling van het eerste omgevingsplandeel wordt opgepakt, kunnen deze ontwikkelingen alsnog in het plan landen; mits deze plannen voldoende zijn uitgewerkt en de betrokken overheden zich daarin kunnen vinden. Het opstellen van het Omgevingsplandeel voor Chemelot is geen eenvoudige opgave. Los van het feit dat zowel met de belangen van het bedrijf als met de belangen van de omgeving rekening dient te worden gehouden, maakt het gegeven, dat dit landelijk gezien een van de eerste planontwikkelingen is binnen de kaders van de nieuwe Omgevingswet, het traject nog complexer. Er kan niet of nauwelijks worden teruggegrepen op ‘good practices’ elders of op eenduidige juridische standpunten en interpretaties. Ook de VNG heeft nog geen voorbeeldregelingen voor dit soort industriegebieden ontwikkeld. Voor de juridische vraagstukken die reeds zijn opgekomen en vraagstukken die zich bij het feitelijk opstellen van het Omgevingsplandeel nog zullen voordoen, zal extern juridisch advies worden ingewonnen. Uitgangspunten Het voorstel is om als kader voor het opstellen van het Omgevingsplandeel voor Chemelot een viertal uitgangspunten vast te stellen: A. Begrenzing Omgevingsplandeel Chemelot; B. ‘Horizontale transitie’; C. ‘Horizontale transitie - plus’; D. Opheffen aandachtspunten vigerende bestemmingsplannen.
Uitgangspuntennota Omgevingsplandeel Chemelot / 15 oktober 2020
3
Uitgangspunt A: Begrenzing Omgevingsplandeel Chemelot Voor het opstellen van het Omgevingsplandeel Chemelot wordt de begrenzing van de vigerende koepelvergunning in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voor Chemelot aangehouden. Daaronder vallen: het Industrial Park, de Brightlands Chemelot Campus, de Integrale Afvalwaterzuiveringsinstallatie (IAZI), kabel- en leidingstroken en de Haven Stein. Op verzoek van de gemeente Stein wordt voor wat betreft de haven in Stein uitgegaan van een ruimere begrenzing, te weten: de plangrens van het Bestemmingsplan ‘Havens Stein’. Uitgangspunt B: ‘Horizontale transitie’ Primair uitgangspunt bij het opstellen van het Omgevingsplandeel voor Chemelot is dat de huidige planologische mogelijkheden, zoals vastgelegd in bestemmingsplannen, verordeningen, vergunningen en ontheffingen, en passend bij door gemeenten bestuurlijk vastgestelde beleidsuitgangspunten, één op één overgaan naar het Omgevingsplandeel. Er is sprake van een ‘horizontale transitie’. Uitgangspunt C: ‘Horizontale transitie - plus’ In de aanloop naar deze uitgangspuntennota is door Chemelot, de wens geuit om bepaalde in het Masterplan Chemelot 2030 (februari 2020) beschreven ontwikkelingen in het nog op te stellen Omgevingsplandeel op te nemen; met andere woorden een ‘horizontale transitie - plus’. Het gaat om een tiental ontwikkellocaties.
In het volgende overzicht wordt per ontwikkellocatie aangegeven of deze in het kader van het uitgangspunt ‘horizontale transitie - plus’ wel of niet zal worden meegenomen in het eerste Omgevingsplandeel voor Chemelot. De ontwikkelingen die niet worden meegenomen komen mogelijk aan bod bij de doorontwikkeling van het Omgevingsplandeel mits de plannen voldoende concreet en onderbouwd zijn en de betrokken overheden hiermee hebben ingestemd. Locatie 1. Haven Stein doorontwikkeling
Horizontale transitie mogelijk?
Toelichting / aandachtspunten
Neen
Een toekomstvisie voor de Haven Stein in relatie tot knooppunt 046 wordt opgesteld. Aan de hand van deze visie wordt de doorontwikkeling van de haven concreet uitgewerkt. Bijzondere aandacht voor geluidsruimte.
2. Verbindingsweg Haven - Neen Chemelot
Er dient eerst onderzoek te worden gedaan naar de effecten van een dedicated weg alvorens bestuurlijk heroverwogen wordt of deze ontwikkeling wenselijk is.
3. De Maurits – doorontwikkeling van deze locatie met nieuwe chemieactiviteiten
Ja
Mits geen toename plaatsgebonden risicocontour en/of uitbreiding aandachtsgebieden
4. Ovonde (Burgemeester Lemmensstraat)
Ja
Mits geen sprake is van een toename van de geluidsbelasting
5A. Campus Noord
Ja, voor wat betreft het reeds vergunde deel
Voor Campus Noord start eind 2020 een vergunningenprocedure. Op het moment dat die vergunning onherroepelijk is, wordt die ontwikkeling meegenomen in het Omgevingsplandeel.
5B Gate 1
Ja
Wordt overgenomen zoals vergund. Aandacht voor entree in de vorm van groenverplichtingen.
6. Veiligheid in relatie tot stikstofcluster en Campus
Nog niet bekend
Afhankelijk van de adviezen van de Technische veiligheidscommissie. Mogelijkheden onderzoeken. Beoordelen in separate procedures.
Uitgangspuntennota Omgevingsplandeel Chemelot / 15 oktober 2020
4
7. Gate 7
Ja
Er zal worden bezien wat planologisch reeds mogelijk is en wat nog moet worden opgelost, dit mede in relatie tot de op- en afritten van de A2.
8. Leidingstroken Heidekamp-park (regelgeving om de integriteit te borgen).
Neen
De dubbelbestemming (houtwal) wordt voorshands niet geschrapt. Eerst dient in breder kader te worden gekeken naar het (toekomstige) leidingen-tracés. Daarbij dient te worden bezien of dit wel op de juiste plek ligt.
9. Ontwikkelgebied Kerensheide – door ontwikkelen als koolwaterstofcluster
Nog niet bekend
Er zal worden onderzocht of aanpassingen mogelijk zijn om de aandachtsgebieden in relatie tot de veiligheidsvisie aan de zijde van Stein te verkleinen. De plannen dienen te passen binnen de 10-6 contour.
10. IAZI - circulaire recycling Neen processen
De uitbreiding van de IAZI dient nader te worden onderzocht; mede in relatie tot de effecten op de omgeving (waaronder de Grensmaas). De reeds vergunde ontwikkelingen worden meegenomen in het Omgevingsplandeel.
Uitgangspunt D: Opheffen aandachtspunten vigerende bestemmingsplannen In de vigerende bestemmingsplannen voor het plangebied is een aantal bepalingen opgenomen die in de praktijk, bijvoorbeeld bij het verlenen van vergunningen of ontheffingen, minder praktisch werken of waaraan verschillende interpretaties kunnen worden gegeven. Nu de vigerende bestemmingsplannen middels een ‘horizontale transitie’ onderdeel worden van het Omgevingsplandeel voor Chemelot, is het raadzaam om deze aandachtspunten in één keer aan te pakken en op te lossen. Het is hierbij niet zo dat hiermee een verruiming van bedrijfsfuncties en activiteiten binnen Chemelot mogelijk wordt gemaakt. Het betreft de bestemmingsplannen ‘DSM-Geleen’, ‘Havens Stein’, ‘Grensmaas plus herzieningen’ (IAZI) en ‘Buitengebied Stein’. Het gaat hierbij onder meer om: Verankeren afwijkingsvergunningen in omgevingsplandeel; Afstand 10 meter tot de hoofwegen: afwijkingsmogelijkheden t.b.v.
kolommenbanen en dergelijke opnemen; In het huidige bestemmingsplan is opgenomen dat het terrein zoveel als mogelijk omgeven zal worden door een groene zone met afschermende beplanting, behoudens enkele markante doorkijken naar het terrein (buffergroen); Het ontwikkelen van een passende regeling voor de campus (vergunde deel) waarbij de aanbevelingen van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid en de nog in te stellen Technische Veiligheidscommissie leidend zijn; Welstandsvrij bouwen op de site met uitzondering van de randen en Campus; Vergunningsvrij bouwen kleine bouwwerken. Communicatie en participatie Over Chemelot wordt door diverse instanties en organisaties, ieder vanuit de eigen rol, positie en verantwoordelijkheid, met de omgeving gecommuniceerd over ontwikkelingen in lopende trajecten en projecten. Om deze communicatiestromen verder uit te lijnen en op elkaar af te stemmen, is een integrale werkgroep communicatie in het leven geroepen. Daarbij wordt zoveel als mogelijk aansluiting gezocht bij bestaande overlegstructuren, zoals de bestaande Klankbordgroep; waarbij overigens nog wel dient te worden bezien of alle betrokken wijken in de omgeving van Chemelot in deze Klankbordgroep vertegenwoordigd zijn. De Omgevingswet stimuleert vroegtijdige participatie van de omgeving om tijdig belangen, meningen en creativiteit op tafel te krijgen.
Daarom zijn in de Omgevingswet en in het Omgevingsbesluit regels over participatie opgenomen. Zo ook voor de gemeentelijke omgevingsplannen.
Uitgangspuntennota Omgevingsplandeel Chemelot / 15 oktober 2020
5
Aanvankelijk was de wijze van participatie vormvrij. Begin dit jaar is in de Eerste Kamer een motie aangenomen waarin de regering is verzocht om in het Invoeringsbesluit Omgevingswet een regeling op te nemen die ervoor zorgt dat er een plicht ontstaat voor gemeenten, provincies en waterschappen om participatiebeleid op te stellen. De Minister heeft toegezegd deze motie over te nemen. Dit betekent dat het participatiebeleid rondom omgevingsplannen dient te passen binnen de kaders van het algemene / bredere participatiebeleid van de gemeenten. In het vervolgtraject zal worden nagegaan welke participatiebeleid men reeds heeft en welke voornemens er bestaan om te komen tot een (meer) generiek participatiebeleid per gemeente. Ook zal worden bezien of het mogelijk is te komen tot een gezamenlijk participatiebeleid c.q. participatie-aanpak voor het Omgevingsplandeel voor Chemelot. Kosten Het is de bedoeling om via de colleges separaat een voorstel te doen voor de bekostiging van het opstellen van het Omgevingsplandeel voor Chemelot. Daarbij is het streven om dit bekostigingsvoorstel in dezelfde gemeenteraadsvergaderingen aan de orde te stellen als voorliggende uitgangspuntennota.
Voorstel De gemeenteraden van Sittard-Geleen, Stein en Beek en het college van gedeputeerde staten van Limburg wordt voorgesteld om: Kennis te nemen van voorliggende uitgangspuntennota; De uitgangspunten, zoals verwoord in paragrafen 5 tot en met 8 van deze nota, vast te stellen: o Uitgangspunt A: Begrenzing Omgevingsplandeel Chemelot; o Uitgangspunt B: ‘Horizontale transitie’; o Uitgangspunt C: ‘Horizontale transitie - plus’; o Uitgangspunt D: Opheffen aandachtspunten vigerende bestemmingsplannen; De Stuurgroep Omgevingsplandeel Chemelot – voor de gemeenten door tussenkomst van de colleges van burgemeester en wethouders – te verzoeken de uitwerking van het Omgevingsplandeel voor Chemelot voortvarend ter hand te nemen.
Uitgangspuntennota Omgevingsplandeel Chemelot / 15 oktober 2020
6
2. Inleiding De nieuwe Omgevingswet wordt naar verwachting op 1 januari 2022, later dan oorspronkelijk de bedoeling was, ingevoerd. Met het oog op de voorbereiding van de nieuwe wet is de afgelopen jaren een aantal praktijktesten gedaan; zo ook bij het industrieel complex Chemelot. Die praktijktest was gericht op het vinden van een antwoord op de vraag ‘Hoe behouden we binnen de Omgevingswet de voordelen van een koepelconcept?’. In de eindrapportage ‘Uitkomsten Praktijktest Chemelot Limburg 2017/2018’ is een aantal aanbevelingen geformuleerd. Daarbij is onder meer de suggestie gedaan om als vervolgproject een omgevingsplandeel voor ‘Chemelot en directe omgeving’ op te stellen. De colleges van de gemeenten Sittard-Geleen, Stein en Beek en de provincie Limburg hebben deze aanbeveling omarmd en besloten om in samenwerking met de andere stakeholders, waaronder DSM BV als grondeigenaar en CSP BV als houder van de koepelvergunning, voor Chemelot een Omgevingsplandeel op te stellen dat door de drie gemeenteraden kan worden vastgesteld c.q. voor kennisgeving aangenomen en op een later moment kan worden ‘ingeplugd’ in de gemeentelijke omgevingsplannen die in de toekomst moeten vaststellen.
Om te voorkomen dat er voor de Chemelot site verschillende regimes gaan gelden, is het de bedoeling dat voor de (omgevings)aspecten één regeling voor Chemelot en het invloedsgebied van Chemelot wordt opgesteld. Om ervoor te zorgen dat het nog op te stellen omgevingsplandeel voor Chemelot aansluit bij de opvattingen van de drie gemeenteraden die het omgevingsplandeel uiteindelijk moeten vaststellen (Sittard-Geleen en Stein) c.q. voor kennisgeving aan te nemen (Beek), is ervoor gekozen om het traject in twee delen op te knippen: 1. vaststellen uitgangspunten / kaders voor het Omgevingsplandeel Chemelot gemeenteraden van Sittard-Geleen, Stein en Beek en gedeputeerde staten van Limburg; 2. rekening houdend met deze uitgangspunten en binnen de gestelde kaders feitelijk opstellen van het Omgevingsplandeel voor Chemelot. Met de voorliggende ‘Uitgangspuntennota Omgevingsplandeel Chemelot’ beogen we aan de voorkant de duidelijkheid te verschaffen die nodig is om zo snel als mogelijk en zonder verrassingen achteraf tot een gedragen omgevingsplandeel te komen. Op het moment dat de gemeenteraden de uitgangspuntennota hebben vastgesteld, kan de feitelijke ontwikkeling van het Omgevingsplandeel Chemelot van start gaan.
Met het opstellen van het Omgevingsplandeel en de daarvoor benodigde afstemming met de bedrijven op de Chemelotsite, vertegenwoordigd door DSM Nederland BV en Chemelot Site Permit BV (CSP), instanties als RUD Zuid-Limburg, Veiligheidsregio Zuid-Limburg, GGD Zuid-Limburg, Waterschap Limburg, Rijksoverheid én met participatie van de omgeving, waaronder ook de bedrijven in de Haven Stein, zal naar verwachting circa anderhalf jaar gemoeid zijn. Het Omgevingsplandeel zal uiteindelijk door de gemeenteraden van Sittard-Geleen en Stein voor wat betreft het eigen grondgebied worden vastgesteld. De gemeenteraad van Beek en gedeputeerde staten van Limburg nemen het omgevingsplandeel voor kennisgeving aan. De (uniforme) regeling voor het invloedsgebied wordt door de drie gemeenteraden vastgesteld en verankerd in het gebiedsdekkend omgevingsplan voor de drie afzonderlijke grondgebieden. Het proces wordt bestuurlijk begeleid door een Stuurgroep waar de wethouders van SittardGeleen, Stein en Beek die verantwoordelijk zijn voor de invoering van de nieuwe Omgevingswet en de gedeputeerde ruimtelijke ordening van de Provincie Limburg zitting in hebben. Het voorzitterschap van deze Stuurgroep is belegd bij de verantwoordelijk wethouder van de gemeente Sittard-Geleen.
De uitvoering van het project ligt bij een ambtelijk kernteam waar de drie gemeenten en de provincie in vertegenwoordigd zijn en dat onder leiding staat van een onafhankelijke voorzitter / procesbegeleider. In een kernteam-plus vindt afstemming plaats met vertegenwoordigers van CSP BV en DSM Nederland.
Uitgangspuntennota Omgevingsplandeel Chemelot / 15 oktober 2020
7
3. Context op te stellen Omgevingsplandeel voor Chemelot Vertrekpunt voor het omgevingsplandeel vormen in beginsel de vigerende (deels oude) bestemmingsplannen en relevante verordeningen, de verleende vergunningen en bestuurlijk vastgestelde afspraken. Hierbij gaat het om een ‘horizontale transitie’; van de huidige ruimtelijke ordeningssystematiek naar de systematiek die voortvloeit uit de nieuwe Omgevingswet. Daarnaast is het raadzaam om bij het op te stellen Omgevingsplandeel voor Chemelot ook rekening te gehouden met de vastgestelde (toekomst)visies van de verschillende overheden en de wensen van Chemelot zelf met betrekking tot aandachtspunten die thans in de plannen worden ervaren en, daar waar mogelijk, ontwikkellocaties uit het Masterplan Chemelot 2030. Uiteraard met de kanttekening dat een en ander mogelijk is mits het voldoet aan de wet- en regelgeving en op het moment van vaststelling van het Omgevingsplandeel voor Chemelot ruimtelijk gewenst wordt geacht door drie gemeenteraden. Hierna wordt nader ingegaan op de hiervoor genoemde zaken, te weten: andere actuele dossiers met betrekking tot Chemelot; omgevingsvisies in het kader van de Omgevingswet; koepelvergunning en andere verleende vergunningen; vigerende bestemmingsplannen. 3.1 Relatie met andere actuele dossiers De ontwikkeling van het omgevingsplandeel staat niet op zich.
Op visieniveau is er sprake van meerdere ontwikkelingen. Naast de visies die in het kader van de nieuwe Omgevingswet op Rijks- en provinciaal niveau worden opgesteld, waar hierna op wordt ingegaan, zijn dat de in ontwikkeling zijnde gemeentelijke omgevingsvisies, de Visies Chemelot 2025 en 2050, de Circular Hub, het Masterplan Chemelot 2030, de Gebiedsvisie Omgeving Chemelot en de Veiligheidsvisie. Zoals hiervoor is aangegeven geldt in beginsel het uitgangspunt ‘horizontale transitie’. Beoogde ontwikkelingen uit genoemde visies die tegen deze achtergrond niet worden meegenomen, kunnen bij de actualisatie van het omgevingsplandeel alsnog in het plan landen; voor zover de betrokken overheden zich in die ontwikkelingen kunnen vinden. Bij de voorbereiding van visies en plannen door overheden en door Chemelot is afstemming over onder andere ontwikkelingen, geluid, (externe) veiligheid , luchtkwaliteit, gewenst beschermingsniveau, leefbaarheid, gezondheid, energietransitie, handhaafbaarheid en toezicht noodzakelijk; zeker met het oog op het op te stellen omgevingsplan. Visie Chemelot 2025 en Masterplan Chemelot 2030 De Visie Chemelot 2025 is een gezamenlijke visie van de grote bedrijven op Chemelot. Centraal in die visie staat de ambitie om als Chemelot uit te groeien tot de meest veilige, meest duurzame en meest competitieve chemie- en materialen site in Europa in 2025.
De belangrijkste ontwikkelingen op de site komen voort uit de gemaakte klimaatafspraken met de industrie en zijn een gevolg van de maatschappelijke vraag tot verduurzaming van de chemie. Hierbij staan klimaatneutraliteit en circulaire economie centraal. Het Masterplan Chemelot 2030 is de verdere uitwerking op het gebied van ruimte en logistiek van de Visie Chemelot 2025. Het Masterplan richt zich op de huidige site, inclusief de haven Stein. Daarnaast zijn in het plan de gevolgen van deze ontwikkelingen voor de omgeving op hoofdlijnen beschreven. Het Masterplan Chemelot 2030 is één van de bouwstenen voor het opstellen van de Gebiedsvisie omgeving Chemelot, waarbij partijen intensief met elkaar samenwerken vanuit verschillende rollen en posities. Indien ruimtelijk gewenst en mogelijk qua wet- en regelgeving kunnen de bevoegd gezagen deze visie betrekken bij het op te stellen Omgevingsplandeel en de te verlenen omgevingsvergunningen.
Uitgangspuntennota Omgevingsplandeel Chemelot / 15 oktober 2020
8
De Visie Chemelot 2050 en de European Circulair Hub Recentelijk zijn de Visie Chemelot 2050 en de European Circular Hub gepresenteerd. Deze initiatieven zijn gericht op: de transitie van fossiele energiebronnen naar duurzame energiebronnen en hiermee het vergroenen van grondstoffen en producten; het vergroenen en klimaatneutraal maken van Chemelot en de regio in 2050; het concurrerend vermogen van Chemelot inclusief BCC toekomstbestendig maken en uitbouwen. Chemelot is een van de belangrijkste werkgevers in de regio. In totaal neemt Chemelot (direct en indirect) zo’n 6% van de werkgelegenheid van Limburg voor zijn rekening; het versterken van het verdienmodel van Nederland en het verbeteren van de welvaart en leefbaarheid in Limburg. Alhoewel de ontwikkelingen nog aan het begin staan, is het duidelijk dat de circulaire economie gepaard gaat met een aanzienlijke ruimte- en transportvraag. De energietransitie betekent dat er ruimte moet zijn voor zowel fossiele als duurzame energiebronnen. Deze ontwikkelingen hebben gevolgen voor de doorontwikkeling van het Omgevingsplandeel. Gebiedsvisie omgeving Chemelot Chemelot ontwikkelt zich van mijnbouw, naar chemische industrie, naar circulaire hoogwaardige kennisindustrie in chemie en materialen. Om deze transformatie in goede balans met de omgeving te laten plaatsvinden is afstemming noodzakelijk.
De overheden in het gebied en de bedrijven op Chemelot, verenigd in de stuurgroep Chemelot 2025, hebben daarom besloten om een strategische gebiedsvisie voor de omgeving van Chemelot op te stellen. Deze integrale gebiedsvisie voor de omgeving van Chemelot moet richting geven aan lopende en nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rondom Chemelot op korte en lange termijn, met bijzondere aandacht voor de samenhang met de omgeving en de toekomstige inrichting van gebieden, zoals de Lexhy en Graetheide. Belangrijke ingrediënten voor de visie zijn een veilige en leefbare (woon)omgeving, een waardevol landschap, Chemelot als economische motor, goede bereikbaarheid, duurzame ontwikkeling en aandacht voor de cultuurhistorie en identiteit van het gebied. Op basis van een door de Stuurgroep Chemelot 2025 vastgesteld plan van aanpak is een ontwerpteam ingesteld dat de Gebiedsvisie gaat opstellen. De leden zijn afgevaardigd door Chemelot, Brightlands Chemelot Campus, DSM, Provincie Limburg, gemeente Stein, gemeente Sittard-Geleen, wijkplatform Lindenheuvel en Dorpsplatform Berg. De analysefase is afgerond, inclusief een dialoogsessie. In de volgende verkenningsfase worden mogelijke scenario’s voor de toekomst van Chemelot en omgeving opgesteld. Na de zomer 2020 wordt een integraal toekomstbeeld besproken en daarna (oktober/november) volgt een rapportage en worden gezamenlijk acties benoemd.
Besluitvorming is vooralsnog gepland eind 2020/begin 2021. De gebiedsvisie zal na besluitvorming een plek moeten krijgen in de POVI. Veiligheidsvisie Chemelot e.o. Opvolging gevend aan een van de aanbevelingen in het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft de provincie samen met de gemeenten Sittard-Geleen, Stein en Beek, de Veiligheidsregio Zuid-Limburg en de RUD Zuid-Limburg, en in nauwe betrokkenheid met de GGD Zuid-Limburg en de Inspectie SZW, de ‘Veiligheidsvisie Chemelot e.o.’ ontwikkeld. In december 2019 is deze door de colleges van GS en van B&W van de drie gemeenten vastgesteld (waarbij in de gemeente Stein instemming van de gemeenteraad heeft plaatsgevonden). De Provincie Limburg is bevoegd gezag en houdt vanuit die rol toezicht op de veiligheid open rond de site.
Uitgangspuntennota Omgevingsplandeel Chemelot / 15 oktober 2020
9
Samengevat komen de volgende acties en maatregelen voort uit de Veiligheidsvisie: - het aanwijzen van aandachtsgebieden i.v.m. de diverse risicoscenario’s (zullen vertaling moeten krijgen in omgevingsplan); - het uitwerken van een integraal communicatieplan; - het inrichten van een externe onafhankelijke Technische Veiligheidscommissie (TVC) die een bovenwettelijk veiligheidskader incl. planologische zonering binnen en buiten Chemelot gaat opstellen, vast te leggen in een convenant; - het versterken van de rol van Chemelot Site Permit B.V. (CSP) om als houder van de koepelvergunning op te treden bij overtredingen; - het voortzetten van het extra toezicht in het kader van Brzo en de Wabo. De uitkomsten van deze acties en maatregelen worden mede gebruikt bij het bij het opstellen van het Omgevingsplandeel voor Chemelot. 3.2 Omgevingsvisies Rijk, provincies en gemeenten dienen een omgevingsvisie op te stellen vanuit de Omgevingswet: een strategische visie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie heeft betrekking op alle terreinen van de leefomgeving en gaat in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur, energietransitie, gezondheid en cultureel erfgoed. Iedere overheid stelt voor het eigen grondgebied één omgevingsvisie op.
De mogelijkheid bestaat wel dat een gemeente samen met een of meer andere gemeenten of met de provincie een gezamenlijke of regionale omgevingsvisie opstelt. Een waterschap kan geen omgevingsvisie maken, maar heeft wel de mogelijkheid om ambities vast te leggen. Rijk: NOVI / Besluit kwaliteit leefomgeving Het Rijk maakt vooruitlopend op de Omgevingswet een Nationale Omgevingsvisie (NOVI) die naar verwachting in december 2020 wordt vastgesteld. In de NOVI zijn zogenaamde NOVI-gebieden aangewezen. Dit zijn gebieden waar het Rijk en regio samen stappen moeten zetten om de grote, noodzakelijke transities voor elkaar te krijgen met oog voor de samenhang met andere opgaven(zie onder Visie 2050 en European Circular Hub). Grote knelpunten op het gebied van onder meer bereikbaarheid, wonen, milieu en gezondheid worden daarmee aangepakt. Net als de omvorming van onze economie tot een werkelijk duurzame en circulaire economie. In totaal worden er zo’n 6 tot 10 NOVIgebieden aangewezen. Zuid Limburg wordt een NOVI-gebied. Met betrekking tot Chemelot zijn de volgende aspecten relevant: de Brightlands Chemelot Campus wordt aangewezen als kernlocatie van innovatie in Zuid-Limburg.
Daarnaast wordt middels de Proeftuin Regionale Inbedding Chemelot gekeken hoe het nationale industriële cluster Chemelot verder kan transformeren naar een circulaire en duurzame hub van Europese betekenis; de energievoorziening van Chemelot (tevens de belangrijkste bron van restwarmte voor Zuid- Limburg) is bovendien van strategisch belang voor Zuid-Limburg en Nederland. Op dit moment is niet duidelijk welke consequenties dit heeft voor het Omgevingsplandeel voor Chemelot. De verwachting is dat hier in de tweede helft van 2020 meer duidelijkheid over komt. De doorwerking van het rijksbeleid vindt ook plaats door onder andere instructieregels. De instructieregels van het Rijk zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Het besluit bevat onder andere omgevingswaarden voor luchtkwaliteit en de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater. Dit besluit bevat ook de regels die het bevoegd gezag hanteert bij het beoordelen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning, het opnemen van voorschriften in een omgevingsvergunning en het wijzigen van voorschriften of het intrekken van een omgevingsvergunning.
Uitgangspuntennota Omgevingsplandeel Chemelot / 15 oktober 2020
10
Provincie: POVI / Omgevingsverordening De provincies moeten op de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet beschikken over een Provinciale Omgevingsvisie (POVI) en een Provinciale Omgevingsverordening. In een omgevingsvisie legt de provincie haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vast. De doorwerking van het beleid van de provincie vindt plaats via een omgevingsverordening en de daarin op te nemen instructieregels. De provincie zal in haar omgevingsverordening instructieregels voor omgevingsplannen en activiteiten opnemen en daarmee sturing geven aan de inhoud van de gemeentelijke omgevingsplannen. Provinciale Staten zijn het bevoegd gezag voor de eerste vaststelling van geluidproductieplafonds voor regionale industrieterreinen. Tegen deze achtergrond zal de Provincie rondom de site Chemelot via de Omgevingsverordening geluidsproductieplafonds (GPP’s) vaststellen. De provincie Limburg is reeds gestart met het opstellen van een Omgevingsvisie Limburg. Deze visie richt zich op de langere termijn (2030-2050) en beschrijft onderwerpen zoals wonen, bodem, infrastructuur, milieu, ruimtelijke economie, water natuur, luchtkwaliteit, landschap en cultureel erfgoed, maar ook gezondheid en een gezonde leefomgeving. De provincie streeft ernaar om de POVI in het eerste kwartaal 2021 vast te stellen.
Door het uitstel van de Omgevingswet schuift de planning van de provinciale Omgevingsverordening naar achteren. Ook treedt er nog een wijziging op ten aanzien van de inhoud; die zal niet langer beleidsneutraal zijn. Op dit moment valt nog niet te duiden wat de doorwerking hiervan op het Omgevingsplandeel voor Chemelot zal zijn. Bij het feitelijk opstellen van het Omgevingsplandeel zal hiernaar moeten worden gekeken. Waterschap Het waterschap kan geen visie vaststellen, maar wel haar ambities vastleggen. Het waterschap moet een waterschapsverordening vaststellen die regels bevat voor waterkeringen, watergangen en grondwater. De regels in de verordening gaan onder andere over het lozen van water op het oppervlaktewater en het onttrekken van oppervlaktewater of grondwater. Het Waterschap Limburg onderzoekt in 2020 of haar beleid en de daarbij passende instrumenten geactualiseerd moet worden. Gemeenten: GOVI / Omgevingsplan Gemeenten dienen binnen drie jaar na het van kracht worden van de Omgevingswet, in casu vóór 1 januari 2025, een gemeentelijke omgevingsvisie (GOVI) op te stellen. Net als bij de POVI is een GOVI een politiek-bestuurlijk document dat het beleid voor de fysieke leefomgeving integraal omschrijft. Integraal betekent dat de visie de breedte van de fysieke leefomgeving waarop de wet betrekking heeft dient te bestrijken.
Daarbij kan worden gedacht aan het beheer van de bestaande fysieke leefomgeving, de bescherming van onderdelen van de fysieke leefomgeving en voorgenomen ontwikkelingen zoals de aanleg van buisleidingen, hoogspanningsleidingen of tunnels, externe veiligheid, energietransitie, gezondheid en dergelijke. Nu in principe het uitgangspunt van ‘horizontale transitie’ wordt gehanteerd, is ervoor gekozen om voor het grondgebied van de gemeenten waarop het Omgevingsplandeel voor Chemelot betrekking heeft niet eerst een bouwsteen voor de GOVI’s op te stellen, maar om direct een omgevingsplandeel op te stellen. Wettelijk is bepaald dat gemeenten bij het inwerkingtreden van de Omgevingswet direct over een omgevingsplan beschikken dat bestaat uit een tijdelijk deel en een nieuw deel. Het nieuwe deel dient voor 1 januari 2030 tot stand te komen in de vorm van een grondgebied dekkend omgevingsplan dat aan alle regels van de Omgevingswet voldoet. Het tijdelijk deel bestaat onder andere uit de vigerende bestemmingsplannen, beheersverordeningen, verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving en de ‘bruidsschat’. Dit deel is tot uiterlijk 1 januari 2030 van kracht. Onder de ‘bruidsschat’ wordt verstaan de regels die van het Rijk naar de gemeenten (omgevingsplan) of het waterschap (waterschapsverordening) overgaan.
Uitgangspuntennota Omgevingsplandeel Chemelot / 15 oktober 2020
11
Een omgevingsplan bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die de gemeente stelt binnen haar grondgebied. Ook de regels uit de lokale verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving gaan deel uitmaken van het omgevingsplan. De gemeenten Sittard-Geleen, Stein en Beek zijn ieder verantwoordelijk voor het grondgebied dekkend omgevingsplan voor het eigen grondgebied. Sittard-Geleen en Stein zijn het bevoegd gezag voor het vaststellen van een omgevingsplandeel voor de onderdelen van Chemelot. De inrichting ligt immers op het grondgebied van de beide gemeenten. Chemelot ligt niet op het grondgebied van de gemeente Beek en zal als zodanig niet in het Omgevingsplan Beek worden opgenomen. Wel liggen delen van deze gemeente voor wat betreft o.a. geluid, lucht en externe veiligheid binnen het invloedsgebied van Chemelot. De regeling die voor het invloedgebied wordt opgesteld, zal wel dienen te worden opgenomen in het nog op te stellen Omgevingsplan Beek. Uiteraard geldt dat ook voor Sittard-Geleen en Stein. Bij het opstellen van een omgevingsplan dienen gemeenten rekening te houden met hetgeen in de NOVI en de POVI is opgenomen. De Rijksinstructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving bepalen of gemeenten beleidsvrijheid hebben. Afhankelijk daarvan bestaat heeft een gemeente eigen afwegingsruimte bij de vertaling daarvan in het omgevingsplan.
De provinciale omgevingsverordening zal waarschijnlijk een soortgelijke systematiek bevatten. Op grond van de Omgevingswet hebben de gemeenten de taak om in een omgevingsplan vanuit een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ onder andere milieuaspecten te regelen zoals immissienormen voor geluid, trillingen, geur, positionering van risicovolle en kwetsbare functies en beschermende maatregelen. Gemeenten krijgen meer afwegingsruimte maar ook meer bestuurlijke verantwoordelijkheden. Het Rijk biedt met de instructieregels in het Besluit kwaliteit leefomgeving een basisbeschermingsniveau voor bepaalde milieuaspecten. Gemeenten kunnen in een omgevingsplan hiervan afwijken voor zover deze ruimte wordt geboden. Ook kan een gemeente andere lokale omgevingswaarden regelen zoals bijvoorbeeld voor lichthinder. De gemeenten moeten nagaan welke lokale verordeningen er op het gebied van de fysieke leefomgeving bestaan waar bij het opstellen van een gemeentelijk omgevingsplan rekening mee moet worden gehouden. 3.3 Koepelvergunning en andere vergunningen Koepelvergunning in het kader van de Wabo De site Chemelot en de effecten ervan vallen binnen de gemeenten Sittard-Geleen, Stein en Beek en daarnaast binnen zeker twee buitenlandse gemeenten. De provincie Limburg is bevoegd gezag voor de Wabo-activiteiten op de site.
Chemelot kent een overkoepelende vergunning in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voor de ruim zestig bedrijven die op de site gevestigd zijn. Om inzicht te krijgen in de vraag wat de Omgevingswet voor de koepelvergunning gaat betekenen, zijn het Rijk, de provincie Limburg, de gemeenten Sittard-Geleen, Stein en Beek, Waterschap Limburg, Regionale Uitvoeringsdienst Zuid-Limburg, DSM Nederland BV en Chemelot Site Permit BV in 2017 de pilot ‘Omgevingswet Praktijktest Chemelot Limburg’ gestart. Deze pilot is eind 2018 afgerond. Bij brief d.d. 20 december 2018 heeft de Minister van BZK de Tweede kamer bericht dat de pilot tot de conclusie heeft geleid dat het instrument van de koepelvergunning onder de Omgevingswet behouden blijft en dat de voordelen van de koepelvergunning in stand blijven.
Uitgangspuntennota Omgevingsplandeel Chemelot / 15 oktober 2020
12
Watervergunningen en vergunning o.g.v. Wet natuurbescherming Naast de koepelvergunning (provincie bevoegd gezag) zijn ook watervergunningen (Waterschap Limburg bevoegd gezag) verleend voor het lozen van overstortwater van de site Chemelot en voor de IAZI. Tot slot is op 3 juli 2018 een vergunning o.g.v. de Wet natuurbescherming (provincie bevoegd gezag) verleend op basis van bestaande rechten (en niet op basis van de Programmatische Aanpak Stikstof). Deze vergunning is onherroepelijk en zal nog worden geactualiseerd. 3.4 Bestemmingsplannen Ter plaatse (site Chemelot) gelden verschillende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan bedrijventerrein DSM-Geleen (2001), Herziening bedrijventerrein DSM-Geleen ex artikel 30 WRO (2005), Bestemmingsplan Poort van Geleen (2020), Bestemmingsplan Havens Stein (2014), Bestemmingsplan Grensmaas 2017 (en de herziening daarvan in 2018) en het Bestemmingsplan Buitengebied 2019 Stein. Daarnaast hebben de activiteiten op de site ook effecten op de buiten deze bestemmingsplannen gelegen gebieden, onder andere in de gemeente Beek. Het huidige planologische regime op de site Chemelot bevat nog planologische mogelijkheden die nog niet zijn ingevuld / benut. Als het omgevingsplandeel deze nog niet bestaande activiteiten eveneens mogelijk wil maken, zullen de effecten daarvan moeten worden beoordeeld.
Dat de betreffende activiteiten op grond van het geldende bestemmingsplan al mogelijk zijn, maakt dat niet anders. Daarnaast zullen ook de effecten van de mogelijke initiatieven binnen de bestaande planologische ruimte (80 ha) beoordeeld moeten worden in het licht van de vigerende wet- en regelgeving.
Uitgangspuntennota Omgevingsplandeel Chemelot / 15 oktober 2020
13
4. Juridische vraagstukken Het opstellen van het Omgevingsplandeel voor Chemelot is op zich al geen eenvoudige opgave. Los van het feit dat zowel met de belangen van het bedrijf als met de belangen van de omgeving rekening dient te worden gehouden en dat er rondom de toekomst van Chemelot tal van ontwikkelingen spelen, maakt het gegeven, dat dit landelijk gezien een van de eerste planontwikkelingen is binnen de kaders van de nieuwe Omgevingswet, een en ander nog complexer. Op tal van punten dienen paden voor het eerst te worden betreden en wegen moeten worden gevonden om het Omgevingsplandeel naar de letter en de geest van de Omgevingswet op te stellen. Daarbij kan niet of nauwelijks worden teruggegrepen op ‘good practices’ elders of op eenduidige juridische standpunten en interpretaties. In de voorbereiding van deze uitgangspuntennota zijn zes juridische vraagstukken opgekomen die van belang zijn bij de verdere uitwerking en bij het opstellen van het Omgevingsplandeel voor Chemelot en de daarop volgende besluitvorming.
1. Natura 2000-gebiedsbeschermingsrecht In het huidige bestemmingsplan is de beschikbare planologische ruimte nog niet volledig benut. Hoe kan deze bestaande planologische ruimte in het omgevingsplan worden opgenomen: a. Zijn er knelpunten bij het opstellen van een omgevingsplandeel voor Chemelot in het kader van de Aanvullingswet en het –besluit natuur onder de Omgevingswet? b. Hoe kan met eventuele knelpunten worden omgegaan? Zoekrichting a. Gelet op de in de nabijheid gelegen Natura 2000-gebieden en de aard van de bedrijvigheid valt een toename van stikstofdepositie te verwachten op stikstofgevoelige habitats. In dat geval lijkt voor het omgevingsplan een passende beoordeling vereist. Dit betekent tevens in beginsel een verplichting tot het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.). b. Is er onder meer door een verbetering van toegepaste technieken ontwikkelruimte in de natuurvergunning? Is het mogelijk om een stikstof emissie/depositieplafond in het omgevingsplan op te nemen? De voor- en nadelen van de oplossingsrichtingen moeten inzichtelijk worden gemaakt. 2.
Aandachtsgebieden omgevingsveiligheid Hoe kunnen aandachtsgebieden omgevingsveiligheid worden verankerd in het omgevingsplandeel gelegen buiten de site en hoe gaat dat procedureel? Zoekrichting De met Chemelot verband houdende zones strekken zich uit over het grondgebied van drie gemeenten (de gemeenten Sittard-Geleen, Stein en Beek). De relevante regels zullen in drie omgevingsplannen vastgelegd (moeten) worden. Op grond van artikel 4.2 van de Omgevingswet dient het omgevingsplan voor het grondgebied van de gemeente de regels te bevatten die voor het gehele grondgebied van de gemeente nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedelen van functies aan locaties. Een omgevingsplan van gemeente A kan geen functies mogelijk maken die gevolgen hebben op het grondgebied van gemeente B die niet stroken met het beginsel van een evenwichtige toedeling van functies. Daarvan zal onder meer sprake zijn als op het grondgebied van gemeente B gevolgen optreden die niet in overeenstemming zijn met de regels van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Uitgangspuntennota Omgevingsplandeel Chemelot / 15 oktober 2020
14
3. Geluid Er is bij Koninklijk Besluit voor de site een geluidzonering vastgesteld. Onder de Omgevingswet zullen voor de site geluidsproductieplafonds (GPP’s) door Provinciale Staten worden vastgesteld. a. Hoe verhouden zich de GPP’s ten opzichte van de reeds vergunde rechten in het kader van de Wabo-vergunning (koepelvergunning)? b. Hoe kunnen deze GPP’s in bestaande omgevingsplan worden verankerd? Zoekrichting
a. Specifiek overgangsrecht komt er in de kern op neer dat bestaande vergunde rechten moeten worden gerespecteerd.
b. Provinciale Staten blijven bevoegd ten aanzien van regionale industrieterreinen, mits deze als zodanig zijn aangewezen in de provinciale verordening. 4. Verplaatsing onderdelen en regels uit Koepelvergunning naar omgevingsplan De Invoeringswet Omgevingswet regelt dat bestaande onherroepelijke vergunningen onder de Omgevingswet zullen gaan gelden als omgevingsvergunningen. Moeten onderdelen uit de koepelvergunning nog verplaatst worden naar het omgevingsplan? Zo ja, welke onderdelen en waarom? Wat betekent deze transitie inhoudelijk en procesmatig? Zoekrichting Er geldt geen verplichting om de regeling van de koepelvergunning over te hevelen naar het omgevingsplan. De gebruiksmogelijkheden die in de koepelvergunning zijn vergund, moeten voldoen aan het beginsel van een evenwichtige toedeling van functies zoals in de Omgevingswet is vastgelegd. Dat er voor de betreffende activiteit een onherroepelijke omgevingsvergunning is verleend, betekent niet zonder meer dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies. Het Omgevingsplan moet voldoen aan de eisen van hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. 5. M.e.r.-(beoordelings)plicht Omgevingsplandeel In hoeverre dient een plan-Milieueffectrapport (plan-MER) te worden opgesteld en waarom? Zoekrichting In dit geval gaat het om een bestaand industrieterrein dat positief bestemd is.
Bij het bepalen van de m.e.r-(beoordelings)plicht van een omgevingsplan zal moeten worden vergeleken met de feitelijk bestaande (legale) situatie. Ook kan aansluiting worden gezocht bij de m.e.r die in het verleden voor de (milieu)koepelvergunning is opgesteld. De koepelvergunning lijkt de nodige flexibiliteit te bieden. 6. Verhouding omgevingsvisie en omgevingsplan Op dit moment liggen er nog geen gemeentelijke en provinciale omgevingsvisies, als bedoeld onder de Omgevingswet, waar het omgevingsplandeel voor Chemelot op kan worden gebaseerd. Kan dat en heeft het ontbreken van die visie consequenties? Zoekrichting De Omgevingswet verbindt geen sancties aan het ontbreken van een omgevingsvisie. De gemeenten zijn dus bevoegd een omgevingsplanregeling voor de site Chemelot vast te stellen, ook al beschikken zij niet over een omgevingsvisie. Voor zover bestaand beleid beleidsregels bevat, zal de gemeenteraad de omgevingsplanregeling in beginsel in overeenstemming met die beleidsregels moeten vaststellen. Dan wel de met het plan conflicterende beleidsregels moeten in trekken. In dit verband wordt opgemerkt dat in beginsel het uitgangspunt van ‘horizontale transitie’ geldt.
Uitgangspuntennota Omgevingsplandeel Chemelot / 15 oktober 2020
15
5. Uitgangspunt A: Begrenzing Omgevingsplandeel Chemelot Voor het opstellen van het Omgevingsplandeel Chemelot wordt de begrenzing van de vigerende Wabo koepelvergunning van Chemelot aangehouden (groen gedeelte in onderstaande afbeelding). Daaronder vallen: het Industrial Park; de Brightlands Chemelot Campus; de Integrale Afvalwaterzuiveringsinstallatie (IAZI); kabel- en leidingstroken; de Haven Stein. Op verzoek van de gemeente Stein wordt voor wat betreft de haven in Stein uitgegaan van een ruimere begrenzing, te weten: de plangrens van het Bestemmingsplan Haven Stein. De gemeente Stein acht dit wenselijk omdat met name het aspect geluid breder dient te worden bezien dan alleen dat deel van de haven dat onderdeel uitmaakt van de inrichting Chemelot. In onderstaand kaartje geeft de blauwe lijn de begrenzing van het Omgevingsplandeel Chemelot in de Haven Stein aan.
Begrenzing Omgevingsplandeel Chemelot (inclusief Haven Stein).
Uitgangspuntennota Omgevingsplandeel Chemelot / 15 oktober 2020
16
6. Uitgangspunt B: ‘Horizontale transitie’ Uitgangspunt bij het opstellen van het Omgevingsplandeel voor Chemelot is dat het huidige ruimtelijke regime, zoals vastgelegd in bestemmingsplannen, verordeningen, vergunningen en ontheffingen en passend bij door gemeenten bestuurlijk vastgestelde beleidsuitgangspunten, één op één overgaat naar het omgevingsplandeel. Er is sprake van een ‘horizontale transitie’. Voor een globaal overzicht van de vigerende bestemmingsplannen, verordeningen, vergunningen, afwijkingen en ontheffingen wordt verwezen naar bijlage 1. Lopende- en nog op te starten bestemmingsplan- en vergunningsprocedures die leiden tot een onherroepelijk(e) bestemmingsplan / vergunning, zullen in het Omgevingsplandeel voor Chemelot worden meegenomen. Uitzondering op deze regel vormt het wegnemen van aandachtspunten in vigerende bestemmingsplannen, zoals beschreven in paragraaf 8 (uitgangspunt D); met andere woorden een ‘horizontale transitie plus’. Hierbij kan worden gedacht aan: Verankeren afwijkingsvergunningen in omgevingsplandeel; Afstand 10 meter tot de hoofwegen: afwijkingsmogelijkheden t.b.v.
kolommenbanen en dergelijke opnemen; In het huidige bestemmingsplan is opgenomen dat het terrein zoveel als mogelijk omgeven zal worden door een groene zone met afschermende beplanting, behoudens enkele markante doorkijken naar het terrein (buffergroen); Het ontwikkelen van een passende regeling voor de campus (vergunde deel) waarbij de aanbevelingen van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid en de nog in te stellen Technische Veiligheidscommissie leidend zijn; Welstandsvrij bouwen op de site met uitzondering van de randen en de Campus; Vergunningsvrij bouwen kleine bouwwerken.
Uitgangspuntennota Omgevingsplandeel Chemelot / 15 oktober 2020
17
7. Uitgangspunt C: ‘Horizontale transitie - plus’ In de aanloop naar deze uitgangspuntennota is door Chemelot, de wens geuit om bepaalde in het Masterplan Chemelot 2030 (februari 2020) beschreven ontwikkelingen in het nog op te stellen Omgevingsplandeel op te nemen; met andere woorden een ‘horizontale transitie - plus’. Hiertoe zijn vooralsnog tien ontwikkellocaties opgenomen. In de tabel onder de ontwikkelkaart wordt per ontwikkellocatie aangegeven of deze in het kader van het uitgangspunt ‘horizontale transitie - plus’ wel of niet zal worden meegenomen in het eerste Omgevingsplandeel voor Chemelot. De ontwikkelingen die niet worden meegenomen komen mogelijk aan bod bij de doorontwikkeling van het Omgevingsplandeelmits de plannen voldoende concreet en onderbouwd zijn en de betrokken overheden hiermee hebben ingestemd. De Chemelot partijen hebben deze wens kenbaar gemaakt, omdat men voorziet dat de doorontwikkeling van de site op onderdelen enkele jaren zal stagneren als deze zaken niet in het Omgevingsplandeel worden meegenomen. Immers, met het opstellen en vaststellen van het aanstaande omgevingsplandeel zal nog circa anderhalf jaar zijn gemoeid.
Vervolgens moet een nieuw traject met een vergelijkbare duur worden doorlopen om te komen tot een bijstelling van het omgevingsplandeel om zaken die nu niet worden meegenomen alsnog te regelen; uiteraard voor zover de betrokken overheden daar op dat moment medewerking aan kunnen en willen geven. Dat geldt ook voor de eventuele ontwikkeling van de Lexhy. Deze ontwikkeling wordt thans buiten beschouwing gelaten, omdat de uitwerking van de locatie de Lexhy geen onderdeel uit maakt van de scope van het Masterplan Chemelot 2030. Hierna is de ontwikkelkaart uit het Masterplan Chemelot 2030 opgenomen. Op deze kaart staan nummers die de tien belangrijkste ontwikkellocaties aangeven. Deze kaart wordt gevolgd door een overzicht waarin per ontwikkellocatie is aangegeven of deze in het kader van het uitgangspunt ‘horizontale transitie - plus’ wel of niet zal worden meegenomen in het Omgevingsplandeel voor Chemelot. Het gaat hierbij niet over beoogde ontwikkelingen op het omliggende wegennet, spoor en water, alsmede de kabels en leidingen van en naar de site enzovoort. Ook wordt niet ingegaan op de beoogde (energie)transitie naar 'nieuwe' bedrijven c.q. activiteiten en/of de uitbreiding en/of aanpassing van bestaande bedrijven op de Chemelot site. Insteek is dat die ontwikkelingen op een adequate manier in het Omgevingsplandeel kunnen worden geregeld.
De ontwikkelingen die niet worden meegenomen komen mogelijk aan bod bij de doorontwikkeling van het Omgevingsplandeel mits de plannen voldoende concreet en onderbouwd zijn en de betrokken overheden hiermee hebben ingestemd.
Uitgangspuntennota Omgevingsplandeel Chemelot / 15 oktober 2020
18
Locatie 1. Haven Stein doorontwikkeling
Horizontale transitie mogelijk?
Toelichting / aandachtspunten
Neen
Een toekomstvisie voor de Haven Stein in relatie tot knooppunt 046 wordt opgesteld. Aan de hand van deze visie wordt de doorontwikkeling van de haven concreet uitgewerkt. Bijzondere aandacht voor geluidsruimte.
2. Verbindingsweg Haven - Neen Chemelot
Er dient eerst onderzoek te worden gedaan naar de effecten van een dedicated weg alvorens bestuurlijk heroverwogen wordt of deze ontwikkeling wenselijk is.
3. De Maurits – doorontwikkeling van deze locatie met nieuwe chemieactiviteiten
Ja
Mits geen toename plaatsgebonden risicocontour en/of uitbreiding aandachtsgebieden
4. Ovonde (Burgemeester Lemmensstraat)
Ja
Mits geen sprake is van een toename van de geluidsbelasting
5A. Campus Noord
Ja, voor wat betreft het reeds vergunde deel
Voor Campus Noord start eind 2020 een vergunningenprocedure. Op het moment dat die vergunning onherroepelijk is, wordt die ontwikkeling meegenomen in het Omgevingsplandeel.
5B Gate 1
Ja
Wordt overgenomen zoals vergund. Aandacht voor entree in de vorm van groenverplichtingen.
6. Veiligheid in relatie tot stikstofcluster en Campus
Nog niet bekend
Afhankelijk van de adviezen van de Technische veiligheidscommissie. Mogelijkheden onderzoeken. Beoordelen in separate procedures.
7. Gate 7
Ja
Er zal worden bezien wat planologisch reeds mogelijk is en wat nog moet worden opgelost, dit mede in relatie tot de op- en afritten van de A2.
8. Leidingstroken Heidekamp-park (regelgeving om de integriteit te borgen).
Neen
De dubbelbestemming (houtwal) wordt voorshands niet geschrapt. Eerst dient in breder kader te worden gekeken naar het (toekomstige) leidingen-tracés. Daarbij dient te worden bezien of dit wel op de juiste plek ligt.
9. Ontwikkelgebied Kerensheide – door ontwikkelen als koolwaterstofcluster
Nog niet bekend
Er zal worden onderzocht of aanpassingen mogelijk zijn om de aandachtsgebieden in relatie tot de veiligheidsvisie aan de zijde van Stein te verkleinen. De plannen dienen te passen binnen de 10-6 contour.
10. IAZI - circulaire recycling Neen processen
De uitbreiding van de IAZI dient nader te worden onderzocht; mede in relatie tot de effecten op de omgeving (waaronder de Grensmaas). De reeds vergunde ontwikkelingen worden meegenomen in het Omgevingsplandeel.
In bijlage 2 is een nadere toelichting per ontwikkellocatie opgenomen.
Uitgangspuntennota Omgevingsplandeel Chemelot / 15 oktober 2020
19
8. Uitgangspunt D: Opheffen aandachtspunten vigerende bestemmingsplannen In de vigerende bestemmingsplannen voor het plangebied, zoals in paragraaf 6 aangegeven, is een aantal bepalingen opgenomen die in de praktijk, bijvoorbeeld bij het verlenen van vergunningen of ontheffingen, minder praktisch werken of waaraan verschillende interpretaties kunnen worden gegeven. Nu de vigerende bestemmingsplannen middels een ‘horizontale transitie’ onderdeel worden van het Omgevingsplandeel voor Chemelot, is het raadzaam om deze aandachtspunten in één keer aan te pakken en op te lossen. In onderstaande overzichten is aangegeven om welke punten het gaat en welke oplossingen in het omgevingsplandeel worden voorgestaan. Het is hierbij niet zo dat hiermee een verruiming van functies en activiteiten binnen Chemelot mogelijk wordt gemaakt. Het betreft de bestemmingsplannen: Bestemmingsplan DSM-Geleen; Bestemmingsplan bp Havens Stein; Bestemmingsplan Grensmaas plus herzieningen (IAZI); Bestemmingsplan Buitengebied Stein. Bestemmingsplan DSM-Geleen Onderdeel Bestemmingsplan
Problemen toekomst
Oplossing Omgevingsplandeel
Bebouwings-percentage Onpraktisch raster, bedrijven worden bij elkaar opgeteld in het kader van m2
Belemmering voor uitbreidingen van andere bedrijven. Op sommige plots bebouwings-percentage al behaald
Per bestemmingsvlak een bouwvlak met een bebouwingspercentage opnemen. Efficiënter duurzaam ruimtegebruik kan worden gerealiseerd door een hoger bebouwingspercentage toe te staan. In het vervolg dient dit nader te worden gemotiveerd.
Hoofdwegen
Discussie met bevoegd gezag Hoofdwegen aanduiden
Afstand 10 meter tot de hoofdwegen
Huidige situatie
Onduidelijk wat hoofdwegen zijn Veel gebruik van afwijkingsbevoegdheid voor bijvoorbeeld kolommenbanen
Er dient altijd nader gemotiveerd te worden waarom de afwijking aanvaardbaar is.
Mogelijkheid opnemen voor specifieke bouwwerken zoals kollommenbanen en voorwaarden
Groen met bedrijfsactiviteiten
30% is bestemd voor groenvoorziening. Dit levert geen kwaliteitsverbetering op vanwege groot bestemmingsvlak
Versnipperd groen
Strook voor groencompensatie aanduiden dan wel een visie opstellen.
Bedrijvencategorie
Enkele bedrijven categorie 5 vallen ook binnen de bestemming bedrijventerrein waar maximaal categorie 3 is toegestaan
De uitgebreide procedure van strijdigheid met het bestemmingplan dient doorlopen te worden bij categorie 5 en voor categorie 4 is er een vrijstellingsbevoegdheid opgenomen.
Milieu categorieën komen te vervallen. Die worden vervangen door gebiedsfuncties en activiteiten.
Uitgangspuntennota Omgevingsplandeel Chemelot / 15 oktober 2020
20
Bedrijvencategorie
Bestemmingen zijn niet toegesneden op de campus
Voor elk nieuw bouwwerk op de campus dient een afwijkingsbesluit te worden genomen.
Mede in samenspraak met de Technische Veiligheidscommissie passende regels opnemen
Bedrijfsactiviteiten beperkt
Lijst van jaartal 2000 niet gericht op nieuw duurzame ontwikkelingen en Visie 2025
Voor vele nieuwe ontwikkelingen op de Site dient nu de uitgebreide procedure van strijdig met het bestemmingplan doorlopen te worden.
Onder de omgevingswet komen de milieucategorieën te vervallen en in de plaats hiervan wordt vooral gekeken naar de invloed op de omgeving van de activiteit.
Bouwhoogte
Geluidsruimte
Locaties van enkele monitoringspunten zijn verouderd
Monitoringspunten opgenomen waar nu geen woningen meer staan
Archeologie en NGCE
Niet verwerkt in het bestemmingsplan
Extra voorschriften en maatregelen nodig bij de uitvoering. Risico dat het vergeten wordt
Welstand en reclamebeleid
Voor iedere aanvraag is er een Langere procedure termijn welstandsadvies nodig. Redelijke eisen van Welstand
Hoofdgebouwen bijgebouw
Bor Bijlage2 hfdst 2 art 2 lid 3. Er kan geen gebruik worden gemaakt van dit artikel in de huidige situatie omdat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen hoofdgebouw en bijgebouw
Op dit moment is dit geen probleem. In het vigerende plan is een duidelijke motivering over de bouwhoogten opgenomen (o.m. vanuit het perspectief zicht vanuit de omgeving). Geluidsmodel wordt nu geactualiseerd Eenmalig vooronderzoek uitvoeren en verwerken resultaten in het omgevingsplan Site met uitzondering van de randgebieden en de campus welstandvrij maken. De evaluatie van ARK zal hierbij worden betrokken. Onder de Omgevingswet bepaalt de gemeente in het omgevingsplandeel wanneer er voor een bouwactiviteit een vergunning nodig is.
Bestemmingsplan Haven Stein Onderdeel Bestemmingsplan
Huidige situatie
Bebouwingspercentage Op een groot deel van de haven geldt een maximum bebouwingspercentage van 50%
Uitgangspuntennota Omgevingsplandeel Chemelot / 15 oktober 2020
Problemen toekomst
Oplossing Omgevingsplandeel
Maximum bebouwingspercentage houdt efficiënt ruimtegebruik tegen
Een toekomstvisie voor de Haven Stein wordt opgesteld. In dit kader worden mogelijkheden hoger bebouwingspercentage bezien.
21
Bestemmingsplan Grensmaas plus herzieningen (IAZI) Onderdeel Bestemmingsplan
Huidige situatie
Problemen toekomst
Oplossing Omgevingsplandeel
Bouwvlak
Onderdelen van het terrein zijn uitgesloten voor bebouwing, waar bouwwerken gewenst zijn
Beperking bebouwd oppervlak houdt efficiënt ruimte gebruik tegen
Efficiënter duurzaam ruimtegebruik door groter bouwvlak. Eerst onderzoek instellen naar de effecten op de omgeving (waaronder de Grensmaas).
Maximum bouwhoogte
Maximum bouwhoogte beperking voor technische onderdelen
Maximum bouwhoogte leidt tot afwijkingsprocedures
Ruimere bouwhoogte voor technische onderdelen bezien of dit mogelijk is.
Bestemmingsplan Buitengebied Stein Onderdeel Bestemmingsplan
Huidige situatie
Dubbele bestemming De dubbele bestemming 'waarde houtopstanden 'waarde houtopstanden en houtwallen' in relatie en houtwallen' ligt boven tot aanduiding op leidingen zondereen 'veiligheidszonevoorrangsregeling leidingen'
Problemen toekomst
Oplossing omgevingsplandeel
De integriteit van leidingen kan in gevaar komen door wortels van bomen. Door toename leidingen kunnen de leidingstroken ruimer worden dan nu is opgenomen.
In dit kader dient eerst te worden gekeken naar het (toekomstige) leidingentracé. Daarna kan worden bezien of het nodig / wenselijk is om de dubbelbestemmingen te schrappen.
Nadere toelichting op een aantal van de hiervoor genoemde problemen en oplossingen Bouwregels 1. De systematiek van de bebouwingspercentages Hogere bebouwingspercentages toestaan i.v.m. duurzaam ruimtegebruik op basis van nog uit te werken uitgangspunten. Het huidige maximale bebouwingspercentage is nu 50% per 9 ha raster. De raster-systematiek blijkt in de praktijk namelijk niet goed te werken. 2. Bouwhoogtes De mogelijkheid onderzoeken om hogere bouwhoogtes te realiseren in het belang van duurzaam ruimtegebruik. 3. Afstand tot interne wegen De ‘interne doorgaande wegen’ zijn ambtelijk bepaald en niet formeel vastgelegd. Het aanhouden van afstanden tot de wegen is bepaald vanwege de leidingstroken langs de wegen en niet(?) naar aanleiding van veiligheid. Het moet mogelijk zijn om in ieder geval kolommenbanen en andere bouwwerken te realiseren binnen 10 meter van de doorgaande wegen. Wij hanteren liever criteria voor het bepalen van wat ‘doorgaande wegen’ zijnen ‘wegen ten behoeve van installaties’ i.p.v. een tekening. Reden hiervoor is dat de interne wegenstructuur aangepast kan worden aan de hand van actuele ontwikkelingen.