CConstaterende datSittard-Geleen
Koppel je AI →
Document · PDF

01 Programmabegroting 2022 -d -

Raad 10 november 2021, gemeente Sittard-GeleenBij agendapunt: Programmabegroting 2022 (Buhler) (90) (10 minuten gezamenlijke spreektijd met 3e prorap)42.845 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

PROGRAMMABEGROTING 2022

Versie: 5 oktober 2021 Colofon programmabegroting 2022 Samenstelling: Gemeente Sittard-Geleen Team Financiën Postbus 18 6130 AA Sittard Inlichtingen: Tel. 14-046

1

2

Vooruit, naar een toekomst vol kansen

3

4

INHOUDSOPGAVE

1. INLEIDING EN SAMENVATTING ..................................................................................................................... 7 2. FINANCIEEL PERSPECTIEF.............................................................................................................................. 9 2.1 FINANCIEEL KADER ........................................................................................................................................ 9 2.2 ACTUALISATIE FINANCIEEL PERSPECTIEF .................................................................................................... 13 3. INVESTERINGS- EN EXPLOITATIEPROGRAMMA 2022-2025 ......................................................................... 27 4. PROGRAMMAPLAN .................................................................................................................................... 30 4.1 INLEIDING .................................................................................................................................................... 30 4.2 PROGRAMMA - 0 - BESTUUR EN ONDERSTEUNING .................................................................................... 32 4.3 PROGRAMMA - 1 - VEILIGHEID ...................................................................................................................

44 4.4 PROGRAMMA - 2 - VERKEER, VERVOER EN WATERSTAAT .......................................................................... 54 4.5 PROGRAMMA - 3 - ECONOMIE.................................................................................................................... 61 4.6 PROGRAMMA - 4 - ONDERWIJS .................................................................................................................. 73 4.7 PROGRAMMA - 5 - SPORT, CULTUUR EN RECREATIE .................................................................................. 75 4.8 PROGRAMMA - 6 - SOCIAAL DOMEIN (INCLUSIEF VOLKSGEZONDHEID, ONDERWIJS EN VEILIGHEID) ....... 83 4.9 PROGRAMMA - 7 - VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU .................................................................................. 103 4.10 PROGRAMMA - 8 - VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN STEDELIJKE VERNIEUWING ....... 110 4.11 ALGEMENE DEKKKINGSMIDDELEN.......................................................................................................... 119 4.12 ADMINISTRATIEVE WIJZIGINGEN ............................................................................................................ 121 5. PARAGRAFEN ...........................................................................................................................................

126 5.1 PARAGRAAF LOKALE HEFFINGEN .............................................................................................................. 126 5.2 PARAGRAAF WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING ............................................................... 140 5.3 PARAGRAAF ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN ..................................................................................... 152 5.4 PARAGRAAF FINANCIERING ...................................................................................................................... 163 5.5 PARAGRAAF BEDRIJFSVOERING ................................................................................................................ 168 5.6 PARAGRAAF VERBONDEN PARTIJEN ......................................................................................................... 177 5.7 PARAGRAAF GRONDBELEID ...................................................................................................................... 193 6. FINANCIËLE BEGROTING ........................................................................................................................... 199 6.1 INLEIDING ..................................................................................................................................................

199 6.2 MEERJARIG OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN PER PROGRAMMA ........................................................ 201 6.3 OVERZICHT BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD ......................................................................................... 203 6.4 OVERZICHT INCIDENTELE BATEN EN LASTEN ............................................................................................ 206 6.5 STRUCTUREEL EVENWICHT ....................................................................................................................... 209 6.6 GEPROGNOSTICEERDE BALANS ................................................................................................................. 211

5

BIJLAGEN ...................................................................................................................................................... 213 BIJLAGE 1: RESERVES EN VOORZIENINGEN ..................................................................................................... 215 BIJLAGE 2: EMU SALDO ................................................................................................................................... 217 BIJLAGE 3: VASTE ACTIVA EN KAPITAALLASTEN .............................................................................................. 218

6

1. INLEIDING EN SAMENVATTING Samen zijn we Sittard-Geleen. Dat is het thema van de begroting 2022. Onze inwoners, ondernemers, verenigingen en instellingen ondervinden nog dagelijks gevolgen van de coronacrisis. We hebben ook voor 2022 een Coronabuffer aangelegd. Om ook in de toekomst onze inwoners, ondernemers en instellingen te kunnen ondersteunen en tegenvallers op te vangen. Samen proberen we deze crisis achter ons te laten. Het jaar 2022 zal in het teken staan van herstel. In deze herstelfase van deze crisistijd kiezen we ervoor om een extra budget toe te kennen voor impulsen aan het bedrijfsleven. Zij zijn immers de motor van onze stad. Daarnaast repareren we de verhoging van de OZB-lasten op woningen voor 2022 en 2023. Huiseigenaren worden hierdoor niet geconfronteerd met de vorig jaar besloten 2,5% lastenstijging. We willen ook tegemoet te komen aan onze inwoners die niet in het bezit zijn van een eigen woning. Daarom verstrekken we in 2022 vouchers voor het gratis wegbrengen van afval naar onze milieuparken. Wij verwachten dat dit ook een gunstig effect op het illegaal dumpen van afval en de milieuoverlast en kosten die hiermee gepaard gaan. Vervolgens bouwen we de hondenbelasting af naar een niveau gelijk aan de kosten die wij hiervoor maken. Eveneens voor 2022 en 2023. Hiermee voeren we de wensen van de raad uit. De financiële positie van gemeenten blijft onzeker.

De herverdeling van het gemeentefonds en de toenemende vraagontwikkeling WMO en Jeugd zijn voorbeelden van landelijke ontwikkelingen die ook gevolgen hebben voor ons begrotingsbeeld. Het is wachten op een nieuw kabinet voor duidelijkheid omtrent eventuele extra middelen. Tot die tijd zijn we voorzichtig. Uitgangspunt van de gemeente is en blijft een structureel en langdurige gezonde financiële situatie. Het actuele begrotingsbeeld ziet er nog steeds goed uit. Dat is goed nieuws. Dit is alleen maar mogelijk doordat onze financiën duurzaam op orde zijn doordat we onze begrotingskaders naleven. We hoeven niet meer te bezuinigen en kunnen weer vooruit kijken. Toekomstvisie Vooruit kijken is ook wat we samen met onze inwoners, ondernemers, verenigingen en instellingen doen. De Toekomstvisie 2030 staat. Samen zijn we Sittard-Geleen. Dit deden we in een uitgebreide dialoog met de samenleving en onze toekomstambassadeurs. De kracht uit de samenleving die dit teweegbrengt, zorgt voor een stip op de horizon. Daar waar we als gemeente en gemeenschap samen naar toe willen en hoe we hier komen. Wij focussen nu op de ontwikkelpaden. We kunnen de plannen die hieruit voortkomen ondersteunen en realiseren doordat we hier in 2022 circa € 900.000 extra voor reserveren. Er is ook oog voor bestaand beleid, uitvoering en andere ontwikkelingen die op ons pad komen.

We hebben in 2021 onze beheerplannen openbare ruimte geactualiseerd. We investeren extra middelen die noodzakelijk zijn om het onderhoud op basis van de geactualiseerde beheerplannen uit te voeren. Tegelijk committeren gemeenten en het Rijk zich met de Hervormingsagenda Jeugd, waarbij we nu al afspraken maken over het investeren in maatregelen waarmee het jeugdstelsel op de lange termijn beter houdbaar wordt. Deze toenemende zorgvraag vraagt ook bij de WMO voor een structurele verhoging van de budgetten.

7

Samenwerken De Toekomstvisie 2030 is een nieuw samenspel van overheid en samenleving. We kunnen dit niet alleen en doen een appel op onze inwoners, organisaties en bedrijven om kritisch mee te denken en feedback geven. Om samen de beweging in gang te zetten. Gelijkwaardig. Met respect voor elkaars rollen en bevoegdheden. Wij zijn niet altijd of louter facilitator in financiële zin. We geven ruimte om te innoveren en experimenteren. Maar nog belangrijker: we maken meer tijd om te luisteren. Naar iedereen die betrokken is en onze stad een warm hart toedraagt. We hebben een toekomstperspectief en een sluitende begroting. Hiermee is een gezonde basis gelegd voor de beweging die we samen willen realiseren. Samen zijn we Sittard-Geleen.

Sittard-Geleen, 7 oktober 2021

Burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen,

mr. J.Th.C.M. Verheijen burgemeester

mr. G.J.C. Kusters secretaris

8

2. FINANCIEEL PERSPECTIEF 2.1 FINANCIEEL KADER Vertreksituatie Het uitgangspunt in ons financieel beleid is onze financiën duurzaam op orde te houden. Aan de hand van opgave 7 ‘Financiën duurzaam op orde’ uit het coalitieakkoord ‘Samen Duurzaam’ en bevestigt in het addendum, hebben wij gewerkt aan het structureel sluitend maken van onze begroting en meerjarenraming. Mede door de uitvoering van ombuigingsprogramma, vastgesteld in de programmabegroting 2019, zijn wij in staat geweest om vanaf de begroting 2020 het structureel evenwicht te borgen. Voor het provinciaal toezicht was dit aanleiding om na 2 jaar preventief toezicht, vanaf de begroting 2020 weer repressief toezicht toe te passen. Uit het eind 2020 uitgevoerde financieel verdiepingsonderzoek bleek dat onze financiële positie voldoende basis biedt om meerjarig repressief toezicht toe te passen. Na jaren van ombuigen, hadden wij in de begroting 2021 financiële ruimte om vooruit te kijken. Aan de hand van het investerings- en exploitatieprogramma 2021-2024 zijn middelen beschikbaar gesteld om invulling te geven aan accenten uit het addendum en coalitieakkoord en konden we enkele bezuinigingen uit het verleden repareren. Bijvoorbeeld door invulling te geven aan de schaats- en zwemvoorziening Glanerbrook en het onderhoudsniveau in de openbare ruimte te verhogen.

We hebben de parkeertarieven aangepast en gestart met de realisatie van de unilocatie Grevenbicht-Obbicht. We hebben geïnvesteerd in het veiligheidsgevoel door de boa-capaciteit te vergroten en we hebben het mantelzorgcompliment structureel verhoogd. Daarnaast hebben wij getracht de gevolgen van de coronacrisis voor onze inwoners, ondernemers en instellingen zoveel mogelijk te beperken. Dit door de rijksmiddelen uit de steunpakketten zo gericht mogelijk in te zetten. Uitgaande van een structureel sluitende begroting, inclusief financiële ruimte om investeringen te doen die onze gemeente vooruit helpen, hebben wij de het financieel perspectief geactualiseerd. Wij brengen de invloed van een aantal autonome ontwikkelingen en beleidskeuzes op onze financiële positie in beeld. Tevens geven wij inzicht in de financiële ruimte in onze begroting. Ook is er nog steeds aandacht nodig voor de gevolgen van de coronacrisis. Hiervoor hebben wij de rijksmiddelen uit de steunpakketten die nog niet zijn ingezet, gereserveerd. Uitgangspunten Wij hebben de begroting 2022 opgesteld rekening houdend met onderstaande kaderstellende en technische uitgangspunten. Kaderstellend Het raadsbesluit van 28 maart 2019 ‘Vervanging begrotingskaders’; De richtlijnen van de provincie, zoals opgenomen in de brief van 9 april jl.

‘Aandachtspunten begroting 2022’; De verordening ex artikel 212 Gemeentewet; De kadernota’s reserves en voorzieningen, waardering en afschrijving vaste activa, weerstandsvermogen en risicobeheersing; Het raadsbesluit Kaderbrief 2021 van 24 juni 2021 Technisch Naast de kaderstellende uitgangspunten hebben wij bij de uitwerking van de begroting de volgende technische uitgangspunten gehanteerd: Naast de kaderstellende uitgangspunten hebben wij bij de uitwerking van de begroting de volgende technische uitgangspunten gehanteerd: De begroting is reëel en structureel in evenwicht.

9

-

-

-

-

-

De meerjarenbegroting wordt opgemaakt in constante prijzen met als prijsniveau begrotingsjaar 2022. De materiële budgetten zijn reëel geraamd. Voor de indexering van de personele kosten gaan we uit van 2%; voor de indexering van de opbrengsten gaan we uit van 1,5%. Voor de indexering van de OZB hebben we het gemiddelde - 1,5% - gehanteerd. In afwachting van COA-akkoord hebben wij binnen het budgettair kader voor personele kosten middelen gereserveerd om de effecten van loonstijging (2%) en de verwachte stijging van de pensioenpremies op te vangen. De meicirculaire 2021 is meegenomen in de actualisatie van het financieel perspectief. Overeenkomstig de besluitvorming over de P&C-cyclus 2021 verwerken wij de financiële gevolgen van de septembercirculaire in de 4de programmarapportage 2021. Voor de aan te trekken financieringsmiddelen worden de volgende rentepercentages gehanteerd: • Voor langlopende financieringsmiddelen wordt voor 2022 een rentepercentage van 2% gehanteerd. Ook voor de jaren 2023 t/m 2025 is dit 2%. • Voor het financieringstekort dat onder de kasgeldlimiet valt, gaan wij voor 2022 uit van 0% gehanteerd. De 3-maands Euribor is -0,55%. Voor de jaren 2023 t/m 2025 is dit respectievelijk 0,3%, 0,6% en 0,6%. Voor nieuwe investeringen wordt de omslagrente van 2022 gehanteerd, zijnde 2%.

De volledige kapitaallasten worden geraamd in het jaar na het gereedkomen van het project. In het eerste jaar wordt rekening gehouden met de helft van de rentelasten. Dit conform de Provinciale richtlijnen. Voor de begroting / meerjarenbegroting worden de kapitaallasten als stelpost geraamd conform de besluitvorming bij de kadernota waardering en afschrijving vaste activa 2017 en rekening houdend met de fasering van de uitgaven.

Provinciaal toezicht Jaarlijks beoordeelt de provincie in het kader van haar toezichthoudende rol onze begroting. Daarnaast heeft zij eind 2020 het financieel verdiepingsonderzoek uitgevoerd. In dit 4-jaarlijkse onderzoek wordt onze financiële functie en financiële positie onderzocht. Op basis van dit onderzoek heeft onze provinciale toezichthouder besloten om ons meerjarig repressief toezicht te verlenen. Wij voldoen aan de voorwaarden voor repressief toezicht – met name het borgen van een structureel en reëel sluitende begroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024 -. Én blijkt uit het onderzoek dat onze financiële positie en functie momenteel voldoende basis biedt voor meerjarig repressief toezicht. Meerjarig repressief toezicht betekent dat wij tot en met 2023 onze begroting en begrotingswijzigingen niet vooraf ter goedkeuring hoeven voor te leggen. Het Provinciebestuur maakt hierbij een voorbehoud dat op de meerjarige uitspraak kan worden teruggekomen indien onze financiële situatie door in- of externe ontwikkelingen ernstig ontspoord raakt. Kortom na het preventief begrotingstoezicht in de jaren 2018 en 2019 toont de uitspraak van het Provinciebestuur aan dat onze inspanningen om onze financiën op orde te krijgen hun vruchten hebben afgeworpen. Op basis van haar onderzoek heeft het provinciebestuur een aantal aanbevelingen gedaan.

Naast algemene aandachtspunten betreft het een aantal aandachtspunten die specifiek op onze gemeente van toepassing zijn. De belangrijkste aandachtspunten zijn onderstaand op een rij gezet. Aanbeveling Monitoren van de gevolgen van de coronacrisis

Borgen van structureel en reëel begrotingsevenwicht , inclusief: • Inzicht en presentatie incidenteel / structureel; • Belang versterking van de algemene reserve • Actualisatie kadernota’s reserves &

Opvolging – Stand van zaken Via de P&C-cyclus rapporteren wij over de betekening van corona voor onze begroting. Voor het afdekken van corona-effecten hebben wij middelen gereserveerd. Borging door het onverminderd toepassen van onze begrotingskaders, inclusief de toepassing van richtlijnen uit de kadernota weerstandsvermogen en risicobeheersing. De kadernota grondbeleid is vastgesteld in de raadsvergadering van 22 april; de nota reserves & voorzieningen in de

10

Aanbeveling voorzieningen en grondbeleid Integraal inzicht in ombuigingen, taakstellingen en bestuursopdrachten Ontwikkeling van de solvabiliteit / beperking van de flexibiliteit in de begroting (aandeel vreemd vermogen)

Grip op de financiële ontwikkelingen in het sociaal domein.

Areaal en onderhoud accommodaties

Opvolging – Stand van zaken raadsvergadering van 10 november. In hoofdstuk 2 is een overzicht van de resterende ombuigingen opgenomen. Aan de hand van de uitvoering van de raadsbreed aangenomen motie ‘ratio’s en kengetallen’ versterken wij de sturing op de positieve - ontwikkeling van de financiële kengetallen, waaronder de solvabiliteit. De raad wordt hierover - via de commissie Begroting en Verantwoording - geïnformeerd. Wij aandacht voor de (bij-) sturing op de nadelige volume ontwikkelingen. In de actualisatie van ons begrotingsbeeld is hier rekening mee gehouden. Daarnaast hebben wij voor de jeugdzorg in de 2de rapportage 2020 een ombuiging van € 0,8 mln. ingaande 2022 opgenomen. Aandacht voor omvang van het aantal accommodaties, inclusief afstemming met gebruikers, verenigingen en inwoners vindt plaats op basis van de uitvoering van het uitwerkingsplan duurzame accommodaties (raadsdebat 15 december 2020).

Ontwikkelingen Landelijk Uit de berichtgeving in diverse media blijkt dat de ontwikkeling van de financiële positie van gemeenten onzeker is. Over 2020 konden veel gemeenten een positief jaarrekeningresultaat presenteren. Voornamelijk het gevolg van de coronacrisis, waarbij het niet doorgaan van diverse activiteiten resulteerde in incidentele onderuitputting. Daarnaast zijn de ontvangen rijksmiddelen uit de steunpakketten vaak nog niet volledig aangewend. Het beeld uit de jaarrekening 2020 werkt echter niet door naar de toekomst. Op de lange termijn is er sprake van onzekerheid. De balans tussen taken, bevoegdheden, organisatie en bekostiging van met name de taken in het sociaal domein is zoek. Uitgesteld onderhoud wreekt zich en wordt steeds duurder. Daarnaast komt er veel op gemeenten af; onder andere de oplossing van het woningtekort, de energietransitie, klimaatadaptatie en de stikstofcrisis. Bovendien zijn de effecten van de coronacrisis voor de komende jaren nog onzeker. De VNG dringt erop aan dat in de kabinetsformatie afspraken worden gemaakt over een oplossing van de structurele financiële problemen van de gemeenten. Op onderdelen zijn al toezeggingen gedaan, zoals de extra middelen voor de Jeugdzorg en het bevriezen van de opschalingskorting in 2022.

Hoe hard de toezeggingen zijn en welke structurele financiële maatregelen daadwerkelijk worden getroffen moet blijken uit het nieuwe regeerakkoord. Begroting Sittard-Geleen De geschetste landelijke context is uiteraard ook van betekenis voor onze eigen begroting. De vorig jaar ingezette toenemende zorgvraag op het gebied van de Jeugdzorg en de Wmo heeft zicht voortgezet. Daarnaast heeft de accresontwikkeling op basis van de meicirculaire 2021 een nadelig effect op ons begrotingsbeeld. Uit de actuele becijferingen van de herverdeling van het gemeentefonds blijkt een klein voordeel. Voor 2022 heeft het demissionair kabinet extra middelen voor jeugdzorg toegekend. Voor 2023 en verder hebben wij overeenkomstig de richtlijn van het Rijk een stelpost voor extra middelen jeugdzorg opgenomen. Ons begrotingsbeeld is bijgesteld voor een aantal autonome ontwikkelingen, waarvan de belangrijkste hiervoor al zijn gemeld. Daarnaast zijn de financiële gevolgen van een aantal beleidskeuzes verwerkt.

11

Passend binnen de financiële ruimte hebben wij de aangenomen raadsmoties ‘heroverweging verlaging lokale lasten’ en ‘gefaseerde afbouw hondenbelasting’ in de uitwerking van de begroting betrokken. Bovenstaande ontwikkelingen hebben wij meegenomen in de verdere uitwerking van de begroting. In de paragraaf 2.2. Actualisatie financieel perspectief gaan we hier nader op in.

12

2.2 ACTUALISATIE FINANCIEEL PERSPECTIEF Inleiding In deze paragraaf geven wij een overzicht van de actuele ontwikkelingen in ons financieel perspectief. Dit met het doel inzicht te geven in onze financiële positie en beschikbare financiële ruimte in onze begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025. Wij gaan in op de actualisatie van de begrotingssaldi, de ontwikkeling van het structureel begrotingsevenwicht, de bestemming van de begrotingssaldi, de ontwikkeling van de algemene reserve (weerstandsvermogen), de ontwikkeling van het investeringsvolume en stand van zaken met de betrekking tot ombuigingen. Omvang begroting 2022 In onderstaand overzicht hebben wij de omvang van onze begroting gepresenteerd. In een oogopslag is inzichtelijk waar ons geld vandaan komt en waaraan wij het geld besteden. In hoofdstuk 4 Programmaplan maken wij per programma inzichtelijk waar ons geld vandaan komt en hoe wij deze middelen inzetten om onze doelen en resultaten te realiseren.

Begroting 2022 in één oogopslag bedragen x 1 mln.

Inkomsten

Uitgaven

Waar komt het geld vandaan? € 378,8

Waar gaat het geld naar toe?

€ 378,8

Van het Rijk OZB Rioolrechten Afvalstoffenheffing Parkeerbelasting Overige belastingen en leges Overige inkomsten

Bestuur en ondersteuning Veiligheid Verkeer, vervoer en waterstaat Economie Onderwijs Sport, cultuur en recreatie Sociaal Domein Volksgezondheid en milieu Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing

€ € € € € € € € €

€ € € € € € €

238,8 55,9 10,2 14,7 5,8 4,8 48,6

70,0 14,4 26,4 10,1 11,4 36,5 176,4 25,5 8,1

Actualisatie begrotingssaldi De begrotingssaldi tot en met de 2 de rapportage 2021 zijn het vertrekpunt voor de actualisatie van het financieel perspectief in de begroting 2022 en de meerjarenraming 2022-2025. Op basis van de voorgestelde financiële bijstellingen op de programmabladen uit hoofdstuk 4 ‘Programmaplan’ hebben wij de begrotingssaldi geactualiseerd. Hierdoor worden de gevolgen van de autonome ontwikkelingen en beleidskeuzes op onze financiële positie inzichtelijk gemaakt. Tabel - actualisatie begrotingssaldi bedragen x € 1.000 BEGROTINGSSALDI 2022 e.v.

2022

2023

2024

2025

3.628

-43

-478

203

Vertreksituatie (saldi t/m 2de rapportage 2021)

-498

-564

-568

0

Autonome ontwikkelingen

6.494

3.095

1.291

880

Beleidskeuzes

-2.368

-2.574

-1.201

-677

13

Toelichting tabel actualisatie begrotingssaldi Uit bovenstaande tabel blijkt dat na verwerking van de 2de rapportage 2021 in onze meerjarenraming sprake is van nadelige begrotingssaldi van € 498.000 in 2022 oplopend naar afgerond ruim € 560.000 met ingang van 2023. In de besluitvorming over de 1ste en 2de rapportage 2021 is aangegeven dat wij de oplossing van deze nadelige saldi betrekken in de uitwerking van de begroting 2022. Vervolgens hebben wij de financiële bijstellingen op basis van autonome ontwikkelingen en een aantal beleidskeuzes geïnventariseerd. Het betreffen bijstellingen die van invloed zijn op onze begrotingssaldi. In hoofdstuk 4 ‘Programmaplan’ zijn ook diverse bijstellingen opgenomen die geen invloed hebben op de begrotingssaldi (budgettair neutraal). Voor een volledig beeld van alle voorgestelde financiële bijstellingen verwijzen wij u naar hoofdstuk 4 in deze begroting. Na verwerking van de autonome ontwikkelingen en beleidskeuzes is in 2022 sprak van voordelig begrotingssaldo van € 3,63 mln. In 2023 en 2024 zijn de saldi € 43.000 respectievelijk € 478.000 nadelig. Gevolgd door een voordelig saldo van € 203.000 in 2025. Onderstaand lichten wij de autonome ontwikkelingen en beleidskeuzes inhoudelijk toe.

In het onderdeel ‘bestemming begrotingssaldi’ gaan wij verder in op de bestemming van de voordelige saldi in 2022 en 2025 en de afdekking van de nadelige saldi in 2023 en 2024. Autonome ontwikkelingen In onderstaande tabel zijn de autonome ontwikkelingen op een rij gezet. Aansluitend lichten wij de posten toe. Tabel – autonome ontwikkelingen bedragen x € 1.000

2022

2023

2024

2025

AUTONOME ONTWIKKELINGEN - Meicirculaire

-357

-1.164

-2.602

-1.833

-

536

-

-480

98

98

98

98

-600

-600

-600

-600

-

340

340

340

- Saldo belastingmaatregelen

-211

-211

-211

-211

- Verbonden partijen

-323

-134

-159

-195

- Extra middelen jeugd

8.085

4.555

4.180

3.655

- Volumeontwikkeling jeugd

-2.300

-2.300

-2.300

-2.300

- Extra middelen IU Voogdij/ 18+

1.250

1.250

1.250

1.250

- Volumeontwikkeling Wmo

-1.802

-566

-595

-595

3.614

2.542

3.289

3.547

- Resultaat Vidar BV

-806

-1.098

-1.245

-1.534

- Kleine bijstellingen

-154

-154

-154

-262

Saldo autonome ontwikkelingen

6.494

3.095

1.291

880

- Actualisatie kapitaallasten - Dividend BNG - Beheerplannen Ibor - autonoom - Herverdeling GF

- Extra middelen Buig - Ontwikkeling arbeidsmarkt (Buig)

Meicirculaire De belangrijkste onderwerpen uit de meicirculaire 2021 die van invloed zijn op het resultaat zijn het accres, verdeelmodel en de opschalingskorting in 2025.

14

Actualisatie kapitaallasten Wij hebben de kapitaallasten geactualiseerd. Passend binnen de vastgestelde begrotingskaders hebben wij de voordelen uit deze actualisatie ingezet om onze taakstellingen op het gebied van kapitaallasten in te vullen. De voordelen hebben betrekking op het afsluiten van langlopende leningen tegen gunstigere rentecondities dan in de begroting rekening mee was gehouden. Daarnaast zijn de afschrijvingen bijgesteld op basis van actuele prognoses voor de voortgang van onze projecten. Daarnaast moeten wij de kapitaallasten gekoppeld aan het investeringsprogramma 2021-2024 (nieuw beleid) en Ibor volledig ramen in jaarschijf 2025. Conform onze richtlijnen ramen wij de kapitaallasten in 2024 voor de investeringen uit deze jaarschijf op basis van een half jaar rente. In 2025 ramen we de volledige kapitaallasten van de investeringen uit 2024. Dit betekent dat we starten met afschrijven en een heel jaar rente toerekenen. Dividend BNG Conform de begrotingsbrief van de Provincie ramen wij het dividend voor BNG structureel op totaal € 0,32 mln. per jaar. Voor onze begroting betekent dit een voordelige bijstelling van jaarlijks € 98.000. Beheerplannen Ibor In de afgelopen jaren is meermaals bezuinigd op de budgetten voor het beheer van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte (waarvan de meest recente in de programmabegroting 2019) c.q.

zijn de budgetten niet geïndexeerd en bijgesteld naar behoefte. Het beheer is vervolgens uitgevoerd op basis van de beschikbare budgetten (financieel gestuurd). Naar aanleiding van de bijstelling van de onderhoudsniveaus in de hele gemeente naar beheerniveau laag is in 2019 een integraal beheerplan opgesteld om het beheer van onze kapitaalgoederen in de openbare ruimte te kunnen sturen en te beheersen. In november 2020 heeft de raad bij de besluitvorming over de begroting op de onderdelen groen, reiniging en straatmeubilair, het beheerniveau trapsgewijs (deels in 2021 en deels in 2022) bijgesteld naar niveau basis en plaatselijk hoog. In het Integraal beheerplan openbare ruimte 2019 is aangegeven dat, om onder andere de kwantiteit én kwaliteit van het areaal in beeld te brengen, per beheergroep een separaat beheerplan moet worden opgesteld. Deze beheerplannen zijn in 2021 opgeleverd. Ten behoeve van het verankeren van de beheerplannen in de meerjarenbegroting hebben we het proces opgedeeld in een drietal fasen. Parallel hieraan loopt de implementatie van de beheerplannen en daarmee de doorgroei naar assetmanagement. De 3 fases zijn: 1.

Opstellen beheerplannen: Opleveren technische beheerplannen (zuiver opgebouwd op basis van kwantitatieve en kwalitatieve informatie van het areaal met bijbehorende werkpakketten en normbedragen afgezet tegen de vastgestelde beeldkwaliteit en de minimaal benodigde technische kwaliteit) Afgerond 2021 2. Confrontatie: Reflecteren benodigde budgetten (beheerplannen) met beschikbare budgetten (begroting) en gehanteerde uitgangspunten nu en toen (Integraal beheerplan openbare ruimte 2019) Afgerond 2021 3. Financiële verdiepingsslag, uitwerken scenario’s en risico-gestuurd beheer In fase 3 maken we een financiële verdiepingsslag, beschrijven en onderzoeken we mogelijke scenario’s en risico-gestuurd beheer. In onderstaande tabel hebben de globale resultaten van de confrontatie, zoals benoemd in fase 2 samengevat. bedragen x € 1.000

Exploitatie

Vervangingen (structureel)

Vervangingen (incidenteel)

Beschikbaar in begroting

13.100

7.800

0*

Benodigd volgend uit beheerplannen

14.900

12.600

4.500

Tekort

1.800

4.800

4.500

* Herstelmaatregelen verhardingen buiten beschouwing gelaten.

15

Het tekort dat naar voren komt uit de confrontatie, is het resultaat van de feitelijke vergelijking van getallen. Het is niet reëel om deze budgetten allemaal per 2022 weg te kunnen zetten, in verband met nieuwe aanbestedingen, een overspannen markt, capaciteitsprobleem, en de vele werkzaamheden en projecten die momenteel al in uitvoering zijn of gaan in onze gemeente. Op basis van een realistische raming wordt uitgegaan van een: - structurele bijstelling van de exploitatie met jaarlijks € 1,20 mln. Hiervan heeft: • € 0,60 mln. betrekking op autonome ontwikkelingen. De extra benodigde middelen zijn het gevolg van een nieuwe aanbesteding/contract voor het onderhoud van de openbare verlichting. Daarnaast is een deel van het asfalt in de gemeente teerhoudend. Met het verwijderen van dit asfalt binnen GOW 1 zijn extra kosten gemoeid. Hier was wel al rekening mee gehouden, maar niet in die mate. Inmiddels zijn in het beheerplan Verhardingen de extra kosten (€ 0,3 mln) die met het verwijderen van teerhoudend asfalt zijn gemoeid in beeld gebracht. • € 0,60 mln. betrekking op overige ontwikkelingen: Deze extra benodigde middelen zijn noodzakelijk om het areaal op niveau te onderhouden en komen voort uit de verdiepingsslag die gemaakt is in de diverse beheerplannen.

Het gevraagde bedrag, is het bedrag waarvan is bepaald, dat we dit grotendeels aanvullend binnen bestaande contracten weggezet krijgen voor het onderhoud van vri’s, openbare verlichting, civiele kunstwerken en verhardingen. En we dus realistisch gezien ook omgezet kunnen krijgen in 2022. - structurele ophoging van het investeringsniveau met jaarlijks € 1,50 mln. - incidentele ophoging van het investeringsniveau voor het herstelmaatregelen met € 1,60 mln. Wij merken op dat de voorgestelde extra middelen noodzakelijk zijn om het onderhoud op basis van de geactualiseerde beheerplannen uit te voeren. Belangrijke randvoorwaarde is daarnaast dat er risicogestuurd beheer wordt uitgevoerd, door onder andere het uitvoeren van extra inspecties. Daarnaast vraagt risicogestuurd beheer om een flexibele programmering én een bepaalde mate van flexibiliteit in contracten. De beheerplannen zijn daarnaast een belangrijke stap bij het door ontwikkelen van de beheerorganisatie, die hiermee niet alleen sneller en adequater, maar ook betrouwbaarder en vanuit de ogen van de beheerder onafhankelijk en vanuit de techniek geredeneerd kan informeren en opereren. Hetgeen de beheerders de kans biedt om vanaf nu af aan door te groeien naar professionele adviseurs, die aan kunnen geven wat wel en wat niet kan, en welke scenario’s met voor- en nadelen mogelijk zijn.

Om daarmee het beheer van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte te kunnen sturen en te beheersen. Herverdeling gemeentefonds Recentelijk zijn de resultaten van de actualisatie van de herverdeeleffecten gemeentefonds gepubliceerd. De actuele berekeningen zijn gebaseerd op het basisjaar 2019. Het herverdeeleffect blijft voor voordelig voor ons en bedraagt met ingang van 2023 € 340.000 / gemiddeld € 4 per inwoner. Saldo belastingmaatregelen De uitwerking van de belastingmaatregelen 2022 resulteert in een nadelig effect van structureel € 0,21 mln. Dit resultaat wordt voornamelijk veroorzaakt door: - Actualisatie van het overheadtarief heeft een nadelig effect op de toerekening aan de tarieven voor afval en riool - Door gewijzigde regelgeving op het gebied van inzameling PMD kunnen wij minder compensabele btw aan het afvaltarief toerekenen

1

GOW; gebiedsontsluitingsweg

16

Verbonden partijen In de raadsvergadering van 27 mei jl. zijn de concept begrotingen van de verbonden partijen aan de orde geweest. Alle financiële consequenties uit deze concept begrotingen 2022 zijn verwerkt in de begroting 2022. De bedragen die in de tabel zijn opgenomen hebben betrekking op autonome ontwikkelingen zoals die in de concept begrotingen zijn opgenomen. De kosten van indexering worden gedekt uit de hiervoor beschikbare middelen uit het gemeentefonds. Daarnaast stellen wij voor de structurele ombuiging op de GR Het Gegevenshuis van jaarlijks € 0,1 mln. af te boeken. Ondanks de door de raad ingediende zienswijze bij de bijgestelde begroting 2021 van deze GR heeft het algemeen bestuur van de GR de begroting ongewijzigd vastgesteld. Gezien de bijstellingen in het begrotingsbeeld op basis van een aantal autonome ontwikkelingen, is ons inziens de realisatie van de in onze eigen begroting opgenomen structurele ombuiging van jaarlijks € 0,1 mln. niet haalbaar. Extra middelen jeugd Rijk en VNG zijn recent tot afspraken gekomen over incidentele middelen jeugdzorg voor 2021 en 2022. Ons aandeel in de extra middelen voor 2021 ad € 2,7 mln. nemen wij mee in de 3de rapportage 2021. Het aandeel in de extra middelen 2022 bedraagt, zoals uit de tabel blijkt, € 8,1 mln.

Tegelijk committeren gemeenten en het Rijk zich met de Hervormingsagenda nu al aan het maken van afspraken over maatregelen waarmee het jeugdstelsel op de lange termijn beter houdbaar wordt. Partijen erkennen ook de noodzaak om op de korte termijn bezuinigingen te voorkomen bij gemeenten die zuiver voortvloeien uit de onbekendheid met het nog nader te bepalen toekomstige bekostigingsniveau van de jeugdzorg. Rijk, VNG en IPO hebben daarom afgesproken dat alle gemeenten in de jaarschijven 2023 tot en met 2025 de bedragen onder de Hervormingsagenda van de Commissie van Wijzen als stelpost mogen opnemen in de begroting. Hierbij geldt een maximum van 75% van het deel dat gemeenten op basis van de verdeling zouden krijgen. Wij hebben deze afspraak in onze meerjarenraming 2023-2025 verwerkt. Bij deze verwerking geldt dat: - deze afspraak in plaats komt van de eerdere richtlijn voor het ramen van de structurele middelen jeugdzorg met een stelpost van 300 miljoen, (ons aandeel € 1,97 mln.). - deze stelpost nog een budgettaire garantie biedt. Een nieuw kabinet zal moeten besluiten over de structurele financiën en noodzakelijke aanpassingen aan het jeugdhulpstelsel om de jeugdzorg in de toekomst effectief en beheersbaar te houden. - deze afspraken gehanteerd kunnen worden voor het toezicht op de meerjarenraming in de gemeentebegroting voor 2022.

Volumeontwikkeling jeugd De nadelige bijstelling van € 2,3 mln. volgt uit de jaarrekening 2020 daar deze een structureel effect hebben en de uit de contracten volgende indexering. De kosten voor indexering worden gecompenseerd uit hiervoor beschikbare middelen uit het gemeentefonds. Op basis van actuele prognoses lijkt het gebruik van de jeugdzorg zich te stabiliseren op het niveau van 2020. De nadelige autonome bijstelling is het gevolg van onder andere langere zorg, duurdere zorg en hogere tarieven. Extra middelen IU Voogdij/ 18+ Via de meicirculaire 2021 ontvangen wij middelen inzake de Integratie Uitkering Voogdij/ 18+. Hiermee is een structureel bedrag gemoeid van jaarlijks € 1,25 mln. Omdat wij de kosten voor de uitvoering van deze activiteit al in onze begroting hadden geraamd, kunnen deze extra middelen nu terugvloeien naar de algemene middelen.

17

Volumeontwikkeling Wmo Deze bijstelling heeft betrekking op huishoudelijke ondersteuning en Wmo ondersteuning. De toename van de kosten voor huishoudelijke ondersteuning wordt grotendeels veroorzaakt door de indexering die volgt uit de contracten en de invoering van een nieuw reëel tarief per 1 januari 2022. Daarnaast is een stijging in het gebruik te zien die een structureel effect heeft. De bijstelling voor de WMO ondersteuning wordt veroorzaakt door de uit de contracten volgende indexering van de tarieven. Nadelige bijstellingen als gevolg van indexering worden gecompenseerd uit de hiervoor beschikbare middelen uit het gemeentefonds. Extra middelen Buig / Ontwikkeling arbeidsmarkt (Buig) In het voorjaar 2021 heeft het ministerie van SZW het nader voorlopig budget 2021 voor de gebundelde uitkering (BUIG) bekend gemaakt. Voor ons viel het nader voorlopig budget met € 0,4 mln. lager uit dan het voorlopige budget dat in oktober 2020 bekend werd gemaakt. De bijstelling van het nader voorlopige macrobudget is een tussenstand, waarin de realisaties en recente inschattingen van de conjuncturele situatie vanuit het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Planbureau (CPB) zijn verwerkt.

Mede vanwege de voortzetting van de landelijke steunpakketten voor Corona, met onder andere de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW), zag de conjuncturele situatie er voor 2021 gunstiger uit dan in oktober 2020 nog verwacht werd, hetgeen leidde tot een voorlopige daling van de BUIG van € 0,4 mln. Deze gunstige ontwikkeling van de conjunctuur in 2021 werkt de komende jaren door en leidt naar verwachting tot lagere inkomsten vanuit de BUIG en in lijn hiermee in een dalend aantal inwoners dat een beroep gaat doen op de BUIG. Opvangen van de kosten van toename bijstandsvolume De resultaten van de eerste maanden 2021 en de prognose voor de resterende periode laten een toename zien van het bijstandsvolume. Dit is in lijn van de verwachting en strookt met het extra budget dat het rijk beschikbaar heeft gesteld. Effect op de dienstverlening • Er melden zich meer inwoners aan de poort van Vidar dan oorspronkelijk verwacht, waardoor er meer aanvragen in behandeling genomen moeten worden. • Om het aantal meldingen aan te kunnen en om de ontwikkeling van het bestandsvolume in lijn te houden met de landelijke prognose richten we ons op een efficiënte en effectieve afhandeling van de aanvragen, de beperking van de instroom door snelle doorleiding naar werk, het behoud van arbeidsvermogen en op het stimuleren van ontwikkeling en uitstroom.

Resultaat Vidar BV Het resultaat van de meerjarenraming van Vidar BV valt nadeliger uit dan aanvankelijk begroot. De oorzaak van dit tekort is onder meer gelegen in de verwerking van de -al eerder bijgestelde omzetverwachting van enkele leerwerklijnen waaronder Werken op Locatie en Tapijten. Deze eerdere bijstelling geeft een meer realistisch beeld van waaruit de businesscase zich kan ontwikkelen, zo zien we in 2021 een positieve ontwikkeling die we in 2022 zullen voortzetten. Verder is de verrekening voor detachering van 25 Sw-ers binnen Vidar niet langer begroot. De opdracht om deze mensen binnen Vidar een plek te geven is vervuld en zij hebben toegevoegde waarde gecreëerd voor Vidar. Niet via een detacheringsconstructie met de gemeenten maar in de ondersteunende diensten van Vidar. Tot slot heeft de seniorenregeling uit de Wsw-CAO een nadelig effect op de omzet van de BV. Deze seniorenregeling houdt in dat Sw-ers minder kunnen gaan werken met behoud van het oorspronkelijke salaris. Voor een goed financieel beeld van Vidar dient de BUIG, de exploitatie Vidar en bijdrage GR Vidar Wsw in samenhang te worden bekeken. In 2021 is een kwartiermaker aan de slag gegaan die in 1 oogopslag de integrale financiële ontwikkeling van Vidar in beeld gaat brengen.

18

Kleine bijstellingen Dit betreft een aantal kleinere bijstellingen (bedragen < € 50.000). Deze bijstellingen kunt u in de programmabegroting (uitlevering 7 oktober) op de programmabladen teruglezen.

Beleidskeuzes In onderstaande tabel zijn de beleidskeuzes op een rij gezet. Aansluitend lichten wij de posten toe. Tabel - beleidskeuzes bedragen x € 1.000

2022

2023

2024

2025

BELEIDSKEUZES - Stelpost formatie

-700

-700

-700

-700

- Continuering budget proeftuin Geleen

-70

-70

-70

-70

- Bekostiging meerjarenplan jeugd

-600

-700

-400

-400

- Toekomstbestendige dienstverlening Vidar

-312

-312

-312

-312

- Beheerbudgetten Ibor

-686

-792

-892

-990

- Toevoeging investeringsruimte 2025: € 10 mln.

-50

- Vrijval middelen IBP

1.000

- Exploitatie nieuw beleid binnen begroting

500

- Areaaluitbreiding Chemelot Saldo beleidskeuzes

1.000

-2.368

-2.574

173

345

-1.201

-677

Stelpost formatie In de 1ste rapportage 2021 is besloten voor een aantal intensiveringen op bestaand beleid incidenteel extra middelen beschikbaar te stellen. Het bedrag van € 610.000 voor 2021 en € 360.000 voor 2022 was bestemd voor intensivering op dossiers zoals binnenstedelijke ontwikkeling, huisvesting, bestuursopdracht duurzame accommodaties, mobiliteit. In genoemde rapportage hebben wij aangegeven dat het overzicht niet limitatief is en dat nog naar de structurele verankering moet worden gekeken. Wij stellen voor in de begroting een structurele stelpost op te nemen van jaarlijks € 700.000. Uit een eerste intern uitgevoerde screening van gewenste formatieclaims om invulling te geven aan ambities van de raad en knelpunten op te lossen, blijkt dat dit bedrag minimaal nodig is. Voor het komend jaar stellen wij voor de invulling van de stelpost te koppelen aan het oplossen van een aantal urgente knelpunten. De structurele invulling vanaf 2023, baseren wij op een onderzoek, waarin wij onder andere kijken naar de (gewenste) omvang van de totale personeelsformatie en de wijze waarop wij onze taken hebben georganiseerd Daarnaast actualiseren wij eerdere formatie-analyses met vergelijkbare gemeenten. Wij informeren u via de P&C-cyclus over de invulling van de stelpost. Vooruitlopend hierop stellen wij voor het bedrag van jaarlijks € 700.000 beschikbaar te stellen.

Continuering budget proeftuin centrum Geleen In de 4de rapportage 2020 is in verband met nog niet gerealiseerde activiteiten proeftuin centrum Geleen incidenteel een bedrag van € 70.000 overgeheveld naar 2021. Hierdoor was in 2021 een budgettair kader van in totaal € 570.000 beschikbaar om parkeermaatregelen te treffen. Op basis van het raadsbesluit van 15 december 2020 is genoemd bedrag ingevuld met een pakket aan concrete maatregelen. Om het mogelijk te maken dit maatregelenpakket te continueren stellen wij voor het bedrag van € 70.000 door te trekken in de begroting zodat jaarlijks € 570.000 beschikbaar is voor te treffen parkeermaatregelen.

19

Bekostiging meerjarenplan jeugd Voor de uitvoering van het Transformatieplan Jeugd Zuid-Limburg zijn extra middelen nodig. Het betreft extra capaciteit onder andere op het gebied van inkoop en beleid. Met het extra budget kunnen we investeren in ontwikkelingen binnen het jeugddomein. Tevens kunnen we uitvoering geven aan maatregelen die er op termijn toe moeten leiden dat wij onze uitgaven aan Jeugdhulp in balans kunnen brengen met de middelen die wij hiervoor ontvangen. In dit verband merken wij op dat de bijstelling van extra middelen jeugd en volumeontwikkeling jeugd zijn gebaseerd op de veronderstelling dat de middelen voor de uitvoering van het meerjarenplan beschikbaar worden gesteld. Toekomstbestendige dienstverlening Vidar Vidar ontwikkelt zich tot een volwaardig leerwerkbedrijf met een divers palet aan dienstverlening. Daarmee richten we ons op de inwoners van de Westelijke Mijnstreek en zijn we partner binnen de dienstverlening op de arbeidsmarkt in Zuid-Limburg. Om aan de ambities en de behoefte aan ondersteuning van werkzoekenden en werkgevers te kunnen voldoen moeten we beide (samenvallende) rollen goed kunnen uitvoeren. De ontwikkeling van de doelgroep (de groeiende ondersteuningsbehoefte) en de kansen/krapte op de arbeidsmarkt in bepaalde sectoren vragen om een extra impuls en verdere versterking van de dienstverlening.

Het gaat om de versnelling van de transitie naar leerwerkbedrijf waarbij de ontwikkeling van leerwerklijnen, de ontwikkeling werkgeversdienstverlening en het stimuleren en faciliteren van dienstverbanden centraal staan. Voor de bijstelling van deze middelen ligt er een relatie met de extra middelen Buig, zoals opgenomen onder de autonome ontwikkelingen. Beheerbudgetten Ibor Zie toelichting bij ‘beheerplannen Ibor - autonoom -. Toevoeging investeringsruimte 2025 (€ 10 mln.) Met het raadsbesluit over het investeringsprogramma 2021-2024 ad € 75 mln. zijn de beschikbare investeringsmiddelen gevoteerd voor specifieke projecten, geoormerkt voor concrete voorstellen dan wel gelabeld aan de uitvoering van de Toekomstvisie 2030, onder andere via de ontwikkelpaden en het BAk. Met het toevoegen van een nieuwe jaarschijf aan de meerjarenraming voegen wij jaarlijks ook investeringsruimte toe aan onze begroting. Wij stellen voor in de jaarschijf 2025 € 10 mln. investeringsruimte op te nemen. De hieraan gekoppelde kapitaallasten (rente en afschrijving) bedragen in 2025 € 50.000 en ingaande 2026 jaarlijks € 0,60 mln. Vrijval middelen IBP Via het gemeentefonds zijn structurele middelen beschikbaar gesteld voor de uitvoering van de maatschappelijke opgaven uit het Interbestuurlijk Programma (IBP).

Deze maatschappelijke opgaven hebben onder andere betrekking op: klimaatadaptatie, energietransitie, toekomstbestendig wonen, regionale economie als versneller en merkbaar beter in het sociaal domein. Ofschoon gelinkt aan het IBP betreft het algemene middelen die vrij kunnen worden ingezet. Omdat de aandacht voor deze opgaven binnen de bestaande begroting is verankerd, stellen wij voor het restant van deze middelen van € 1 mln. ingaande 2024 vrij te laten vallen ten gunste van het begrotingssaldo. Exploitatieruimte nieuw beleid binnen begroting In het exploitatieprogramma 2021-2024, vastgesteld in de begroting 2021, is voor de Toekomstvisie en het BAk, een bedrag van € 500.000 beschikbaar. Wij trekken dit bedrag niet structureel door en laten dit bedrag in 2025 vrijvallen. Wij gaan ervan uit dat wijde in dit verband uit te voeren activiteiten en hiervoor benodigde middelen te zijner tijd binnen de bestaande begroting kunnen opvangen.

20

Areaaluitbreiding Chemelot Op basis van voorgenomen investeringsvolumes op Chemelot en daarmee het invullen van beschikbare bedrijfsperceel kunnen we op termijn een potentiële meeropbrengst aan OZB inkomsten realiseren. Door de komst van nieuwe bedrijven, onder andere circulaire bedrijven, is deze ontwikkeling opportuun. Een voorzichtige indicatie toont aan dat de theoretische meeropbrengst aan OZB-inkomsten door invullen van beschikbare bedrijfspercelen op Chemelot door nieuwe bedragen kan oplopen tot een extra structureel bedrag van € 1,70 mln. Hierbij is gerekend met volledige uitgifte na een periode van 10 jaar. Wij stellen voor op deze ontwikkeling te anticiperen door vanaf 2024 jaarlijks voor extra OZB als gevolg van areaaluitbreiding Chemelot een bedrag van € 170.000 op te nemen. In 10 jaar cumuleert dit tot eerder genoemd bedrag van € 1,70 mln. In de berekening zijn conservatieve schattingen gedaan ten aanzien van het moment waarop vergunningsprocedures zijn afgerond, het concreet worden investeringsbedragen, het moment waarop bouw van bedrijfsloodsen en/of fabrieksinstallaties starten, Structureel begrotingsevenwicht Uit de actualisatie van de begrotingssaldi blijkt dat we in de jaarschijven 2022 en 2025 een surplus hebben van € 3,63 mln. respectievelijk € 203.000.

In de jaarschijven 2023 en 2024 is sprake van een incidenteel tekort van € 43.000 respectievelijk € 478.000. Bij het onderdeel ‘Bestemming begrotingssaldi’ gaan we verder in op de bestemming van de voor- en nadelige saldi. Aanvullend moeten we op basis van onze eigen uitgangspunten en de eisen vanuit het provinciaal toezicht onze begroting en meerjarenraming ook structureel in evenwicht hebben. Dit betekent dat de structurele baten voldoende moeten zijn om onze structurele lasten te dekken. Onderstaand brengen we op basis van de actuele begrotingssaldi de ontwikkeling van de structurele begrotingssaldi in beeld. Om het structureel saldo te berekenen worden de incidentele posten uit het begrotingssaldo geëlimineerd. Dit betekent dat we de incidentele baten negatief respectievelijk de incidentele lasten positief op het begrotingssaldo corrigeren. Tabel: structureel begrotingsevenwicht bedragen x € 1.000

2022

2023

2024

2025

STRUCTUREEL EVENWICHT Saldo baten en lasten, exclusief mutaties in reserves

2.992

2.207

1.620

2.103

Toevoeging en onttrekkingen aan reserves

636

-2.250

-2.098

-1.900

Begrotingssaldo voor bestemming

3.628

-43

-478

203

- incidentele baten

-14.938

-8.635

-8.239

-3.701

- Incidentele lasten

15.761

11.849

11.200

5.938

4.451

3.171

2.483

2.440

Correctie incidentele posten:

Structureel begrotingssaldo

Uit bovenstaande tabel blijkt dat het structureel evenwicht in onze begroting is geborgd. Het structureel begrotingssaldo is in 2022 € 4,5 mln. voordelig en loopt af tot een voordelig saldo van € 2,4 mln. in 2025. Voor een gedetailleerde specificatie van de incidentele baten en lasten verwijzen wij naar paragraaf 6.4 Overzicht incidentele baten en lasten. In paragraaf 6.5 Structureel evenwicht is de opbouw van de begrotingssaldi per programma weergegeven. Bestemming begrotingssaldi In 2022 bedraagt het overschot € 3,6 mln. Wij stellen voor de incidentele financiële ruimte als volgt in te zetten:

21

Tabel: resultaatbestemming 2022 Bedragen x € 1.000

2022

RESULTAATBESTEMMING Beschikbare Incidentele ruimte

3628

Voorstellen: - Verhoging OZB woningen ad 2,5% niet doorvoeren in 2022 en 2023

-866

- Hondenbelasting kostendekkend heffen in 2022 en 2023

-800

- Stimuleringsfonds MKB

-500

- Voucher milieupark (€ 12,50 per huishouden)

-600

- Reservering voor Toekomstvisie (ontwikkelpaden) / risicoprofiel

-862

Begrotingssaldo na bestemming

-

In het begin van dit hoofdstuk hebben wij aangegeven dat we de uitvoering van de moties ‘heroverweging verhogen lokale lasten’ en ‘gefaseerd afbouwen hondenbelasting’ in de begrotingsvoorbereiding betrekken. Nu er financiële ruimte is, is dit het eerste waar we naar kijken. We komen hiermee tegemoet aan de wensen van de raad en de afspraken die we hierover in het raadsdebat over de kaderbrief hebben gemaakt. Onze intentie was om structurele maatregelen tot lastenverlaging door te voeren. Het actueel begrotingsbeeld laat dat nu echter niet toe. Hiervoor ontbreekt thans de ruimte in met name de jaarschijven 2023 en 2024. Wel zijn wij van mening dat er een perspectief lonkt op structurele lastenverlaging. Hoe hard dit is, moet blijken uit de afspraken die in het regeerakkoord over het oplossen van de structurele financiële problemen van gemeenten worden gemaakt. Bijvoorbeeld in de vorm van extra middelen voor de Jeugdzorg, extra middelen voor de uitvoering van de Wmo en/of het afschaffen van de opschalingskorting. Vooruitlopend hierop stellen wij voor de eerder voor 2022 besloten extra OZB verhoging van 2,5% in 2022 en 2023 niet door te voeren voor woningen. Dit betekent dat deze verhoging van 2,5% met ingang van 2024 evenals de eerder besloten extra verhogingen met jaarlijks 1% in 2023 en 2024 in de meerjarenbegroting gehandhaafd blijven.

Daarnaast komen we ook tegemoet aan het afbouwen van de hondenbelasting. Wij stellen voor de hondenbelasting in 2022 en 2023 te heffen op het niveau van kostendekkendheid. Dit komt overeen met een tariefdaling van ongeveer 50%. Zoals eerder aangegeven, streven wij naar structurele lastenverlaging. Of wij deze maatregelen met ingang van 2024 daadwerkelijk structureel kunnen maken, zal te zijner tijd blijken uit de beschikbare financiële ruimte. In het kader van maatregelen tot lastenverlaging komen we ook tegemoet aan de inwoners die niet in bezit zijn van een woning. In 2022 verstrekken wij eenmalig een voucher voor het gratis wegbrengen van afval naar onze milieuparken. Wij gaan ervan uit dat dit leidt tot een vermindering van het illegaal dumpen van afval bij afvalbakken en ondergrondse installaties (OGI’s) in de wijken en in de buitengebieden. Met andere woorden, dit kan bijdragen aan het beperken van de milieuoverlast en de kosten die hiermee gepaard gaan. Wij benadrukken ook aandacht te hebben voor onze bedrijven. Wij zijn er ons van bewust dat het OZB-tarief niet-woningen hoog is. Het financieel perspectief laat het nu echter niet toe de extra OZB-verhoging van 2,5% voor niet-woningen (ruim € 0,8 mln.) in 2022 en 2023 niet door te voeren. Wij realiseren ons dat de bedrijven, zowel MKB als grootbedrijven, nog dagelijks de gevolgen van de coronacrisis ondervinden.

Wij hebben ook in 2022 nog een coronabuffer beschikbaar om bedrijven, verenigingen en instellingen te ondersteunen. Om verder vorm te geven aan het herstel uit deze crisis, stellen wij voor een stimuleringsfonds te vormen voor het MKB en hieraan een bedrag toe te voegen van € 0,5 mln. Wij willen dit bedrag inzetten voor gerichte incidentele impulsen aan het bedrijfsleven.

22

Het resterend bedrag van € 0,86 mln. reserveren wij voor de plannen die voortkomen uit de Toekomstvisie 2023, in het bijzonder voor de uitvoering van de ontwikkelpaden. De daadwerkelijke inzet van deze middelen vindt plaats op basis van afzonderlijke voorstellen. Voor zover de ontwikkeling van ons financieel perspectief daar aanleiding toe geeft, kunnen deze middelen ook ingezet worden voor het opvangen van onvoorziene risico’s. Het tekort in de jaarschijven 2023 en 2024 bedraagt € 43.000 respectievelijk € 0,48 mln. Deze tekorten dekken we af uit de positieve accresontwikkeling uit de septembercirculaire. In de 4 de rapportage 2021 verwerken wij de financiële gevolgen uit deze septembercirculaire. Het overschot in 2025 van € 0,2 mln. voegen wij conform onze begrotingskaders toe aan de algemene reserve. Weerstandsvermogen De versterking van het weerstandsvermogen maakt nadrukkelijk onderdeel uit van de verbetering van de financiële positie. Het weerstandsvermogen geeft inzicht in de mate waarin we de risico’s kunnen afdekken.

In de kadernota weerstandsvermogen en risicobeheersing zijn in relatie tot de algemene reserve en het weerstandsvermogen de volgende uitgangspunten opgenomen: • Er wordt onderscheid gemaakt in een algemene reserve risicobeheersing en een algemene reserve; • De dekkingsgraad weerstandsvermogen bedraagt 100% (1,0), zie ook verordening ex artikel 212 Gemeentewet; • In de algemene reserve risicobeheersing vindt 100% risicoafdekking plaats. Het risicoprofiel is gebaseerd op het totaal van de gekwantificeerde risico’s en het restrisico. Het restrisico wordt gebaseerd op 1% van het begrotingstotaal. • In de algemene reserve wordt een ondergrens aangehouden van 2% van het begrotingstotaal. Deze algemene reserve doet niet mee in de berekening van de dekkingsgraad weerstandsvermogen. • Overschotten/ tekorten in de algemene reserve risicobeheersing worden verrekend met de algemene reserve. In paragraaf 5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing hebben wij het verloop van de algemene reserve/ algemene reserve risicobeheersing voor de jaren 2021 tot en met 2025 inzichtelijk gemaakt. Daarnaast is in deze paragraaf ons risicoprofiel geactualiseerd en gekwantificeerd. Aan de hand hiervan presenteren wij in onderstaande tabel de opbouw van onze algemene reserve / algemene reserve risicobeheersing. Tabel: opbouw algemene reserve / algemene reserve risicobeheersing Bedragen x € 1.000

2021

2022

2023

2024

2025

Opbouw algemene reserve / algemene reserve risicobeheersing Omvang algemene reserve

21.718

22.887

23.920

24.442

24.802

Bestemmingen

-3.662

-3.662

-3.662

-3.662

-3.662

Nodig voor risicoprofiel / buffer

-17.102

-15.536

-15.119

-15.088

-14.926

954

3.689

5.139

5.692

6.214

Surplus in algemene reserve

Uit de tabel blijkt dat het saldo van de algemene reserve toeneemt van € 21,72 mln. in 2021 tot € 24,80 mln. in 2025. Conform de beschreven uitgangspunten zetten wij een deel van de bedragen in om het gekwantificeerde risicoprofiel voor 100% af te dekken. Aanvullend worden middelen gereserveerd voor een aantal specifieke bestemmingen. Onder andere voor het opvangen van nadelige coronagevolgen. Van de ontvangen steunpakketten is nog een bedrag van € 2,26 mln. beschikbaar. Daarnaast houden we binnen de algemene reserve een buffer aan - 2% van het begrotingstotaal – voor onvoorziene gebeurtenissen. Aanvullend op de afdekking van het risicoprofiel, reservering voor bestemmingen en het aanhouden een buffer hebben we binnen de algemene reserve in alle jaren een surplus. Dit surplus neemt toe van € 0,95 mln. in 2021 tot € 6,21

23

mln. in 2025. Wij benadrukken dat het surplus een incidenteel karakter heeft. De toename van de algemene reserve en in het bijzonder het surplus draagt bij aan het versterken van onze financiële positie. Vervangingsinvesteringen IBOR Eerdere besluitvorming Binnen het investeringsprogramma maken we onderscheid in vervangingsinvesteringen IBOR en investeringen in nieuw beleid. In hoofdstuk 3 gaan we nader in op de investeringen in nieuw beleid. Op basis van de kadernota 2015 is voor IBOR vervangingsinvesteringen jaarlijks een bedrag van € 7,8 mln. beschikbaar. Vervolgens hebben we op basis van het integraal onderhoudsplan IBOR - vastgesteld in de raadsvergadering van 13 november 2019 – een investeringsbedrag van € 14,2 mln. beschikbaar om herstelmaatregelen op het gebied van met name verhardingen te realiseren. Dit investeringsbedrag is uitgesmeerd over de jaren 20202023. In de 3e rapportage 2020 is het budgettair kader voor deze investeringen verder aangevuld voor teerhoudend asfalt met € 1,6 mln. Dit bedrag is uitgesmeerd over de jaarschijven 2021 tot met 2023. Begroting 2022 In dit hoofdstuk is bij de toelichting op de autonome ontwikkelingen/ beleidskeuzes onder andere ingegaan op de uitwerking van de beheerplannen Ibor.

De confrontatie tussen de budgetten, benodigd op basis van de beheerplannen en de beschikbare budgetten binnen onze begroting, toont aan dat om de beheerplannen uit te kunnen voeren: - Het investeringsvolume jaarlijks met € 1,50 mln. moet worden opgehoogd; - Het investeringsvolume voor herstelmaatregelen incidenteel moet worden opgehoogd met € 1,60 mln. In onderstaande tabel vatten wij het budgettair kader voor IBOR vervangingsinvesteringen samen. Tabel – samenvatting vervangingsinvesteringen Ibor

bedragen x € 1.000

2022

2023

2024

2025

totaal

7.800

31.200

IBOR - VERVANGINGSINVESTERINGEN Eerdere besluitvorming - vervangingsinvesteringen IBOR regulier

7.800

7.800

7.800

- herstelmaatregelen (integraal onderhoudsplan raad 13 november 2019)) - herstelmaatregelen teerhoudend asfalt (3e programmarapportage 2020) Begroting 2022

3.600

3.600

-

500

500

- structurele verhoging investeringsvolume o.b.v. beheerplannen

1.500

1.500

1.500

1.500

6.000

13.400

9.300

9.300

47.000

- incidentele verhoging investeringsvolume voor herstelmaatregelen

1.600

Totaal beschikbaar

15.000

7.200 1.000

1.600

Zoals in bovenstaande tabel aangegeven bedragen de totale vervangingsinvesteringen voor IBOR in 2022 € 15,0 mln. Dit bedrag kent de volgende opbouw: - De reguliere vervangingsinvesteringen voor de uitvoering van kwaliteitsniveau laag, van in totaal € 9,3 mln. op basis van het integraal beheerplan en daaruit afgeleide beheerplannen. - Uitvoering van herstelmaatregelen in 2022 ad € 5,2 mln. op basis van het integraal onderhoudsplan en daaruit afgeleide beheerplannen. - Uitvoering van herstelmaatregelen inzake teerhoudend asfalt in 2022 ad € 0,5 mln. Ombuigingen Zoals in paragraaf 2.1 aangegeven, hebben wij onze financiën duurzaam op orde gebracht. En ligt er een structureel en reëel sluitende begroting voor, passend binnen de vastgestelde begrotingskaders. Om de financiën duurzaam op de orde te krijgen en houden, moeten we uitvoering geven aan een aantal ombuigingen

24

die in het verleden zijn vastgesteld. In onderstaande tabel presenteren wij de stand van zaken over de resterende ombuigingen. Tabel – openstaande ombuigingen bedragen x € 1.000 OMBUIGING

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=SittardGeleen&id=617c54c9-2657-45e8-b785-50d88fb3ac63