VII-7 Bijlage 4 RUD Jaarstukken 2020.pdf
Tekst van het document
Met betrekking tot asbest zijn door onze asbest-specialisten gedurende dit jaar 5 adviezen verstrekt omtrent eventuele risico’s bij de uitvoering van asbest(sloop)werkzaamheden, 347 meldingen afgehandeld in het kader van asbestsloopwerkzaamheden (incl. de bijbehorende beoordelingen van de asbestinventarisatie-rapporten) en 57 fysieke controles uitgevoerd gedurende asbestverwijderingswerkzaamheden.
De bodemspecialisten hebben in 2020 in totaal 1808 bodem gerelateerde “zaken” behandeld. De bij deze zaken behorende werkzaamheden zijn onder te verdelen in: • het be- en afhandelen van 908 meldingen in het kader van het Besluit bodemkwaliteit; • het uitvoeren en rapporteren van 91 zogenaamde ‘vrije veldcontroles’; • het geven van 55 bodem gerelateerde adviezen; • het verstrekken van historische bodeminformatie voor 102 locaties; • het begeleiden en houden van toezicht bij 16 tanksaneringen; • het beoordelen, begeleiden en afhandelen van 47 incidenten met bodemproblematiek; • het toetsen en beoordelen van 59 bodemonderzoeken; • het in 30 situaties toezicht houden op de correcte toepassing van grondstromen en bouwstoffen; 24
• •
het op 6 locaties houden van toezicht gedurende het gebruik van een mobiele puinbreker; het in 494 gevallen houden van toezicht i.h.k.v. de Wet bodembescherming. Voor de provincie Limburg als bevoegd gezag ging het toezicht i.h.k.v. de Wet bodembescherming om 326 gevallen, waarvan er 198 in Zuid-Limburg en 128 in NoordLimburg. Voor de gemeenten Maastricht en Heerlen als bodem-bevoegd gezag ging het daarbij respectievelijk om 141 situaties en 27 situaties waarbij toezicht werd gehouden.
2.5.1.3
Trends
Aantal meldingen geluidsoverlast in coronajaar toegenomen Het jaar 2020 kenmerkt zich vanaf de maand maart (en dus met de corona-uitbraak) door een toename met ongeveer 25% van het aantal behandelde meldingen van geluidsoverlast in de woonomgeving in Zuid-Limburg. Hierbij gaat het veelal om verstoringen die in en om het huis plaatsvinden en daarbij vaak gesignaleerd werden doordat mensen meer thuis zijn, er meer geklust wordt in en om het huis en dat het wegvallen van verkeer en ander lawaai er bovendien voor zorgt dat geluiden meer opvallen. Daarbij kwam dat men vaak in de zomermaanden vakantie in de achtertuin vierde en daardoor ook in die relatieve “rustperiode” vaak wederom geconfronteerd werd met bepaalde geluidsoverlast. Het breed scala aan klachten omvat onder andere een stereo-installatie die te veel hard staat, buurkinderen die te luidruchtig thuisonderwijs volgen, het geblaf van een hond, verbouwingen die tot ernstige geluidsoverlast leidden, maar ook vanwege coronafeestjes. Het zijn allemaal redenen die ervoor zorgden dat er meer geluidsoverlast werd ervaren en aanleiding waren voor het melden van deze overlast. En dit terwijl de overlast van evenementen en als gevolg van horeca-activiteiten op dat moment bijna niet meer aanwezig was.
25
Toename van vraag om uitvoering specialistische advieswerkzaamheden Ondanks de landelijke beperkingen als gevolg van de coronaperikelen blijkt dat in vergelijking met de voorgaande 2 jaren de omvang van de werkzaamheden van de afdeling Specialismen wederom dit jaar met ruim 3000 uur is toegenomen. Zo werden er door de medewerkers van de afdeling aan onze opdrachtgevers in 2018 nog 42.154 uur geleverd, steeg deze omvang van geleverde uren in 2019 verder door naar 45.547 uur en groeide deze omvang in 2020 zelfs naar 48.578 uur. De voornaamste oorzaak van deze groei is de toegenomen vraag bij veelal kleinere gemeenten op het gebied van inzet ten behoeve van milieuadvisering. Daarbij gaat het vaak om extra, buiten het reguliere werkprogramma, gevraagde advisering over mogelijk een specifiek (bodem of geluid), maar veelal meerdere samenhangende milieuaspecten. Op basis van enkele initiërende gesprekken met diverse gemeentelijke opdrachtgevers verwachten we dat de toename in de omvang van deze gevraagde adviseringen ook in 2021 zich wederom verder zal voortzetten. Dit betekent dat niet alleen het werkterrein van onze specialisten daarmee blijft groeien, maar ook de omvang van deze afdeling. 2.5.1.4
Speerpunten en projecten afdeling Specialismen
Informatieplicht energiebesparing Eind 2019 werd op initiatief van de RUD ZL door ons algemeen bestuur ingestemd met het uitvoeren van een project ingevolge de tijdelijke ondersteuningsregeling Versterkte uitvoering energiebesparings- en informatieplicht (VUE1). Met behulp van deze regeling kon door alle gemeenten in Zuid-Limburg via de RUD ZL gebruik gemaakt worden van Rijksmiddelen ter grootte van een omvang van ruim € 140.000,-. Daarmee zou gedurende 2020 extra externe menskracht ingezet kunnen worden om de naleving van de energiebesparings- en informatieplicht bij bedrijven te laten uitvoeren. Na een goede en zorgvuldige voorbereiding en via afstemming met alle deelnemende gemeenten was het de bedoeling om aan het eind van het voorjaar van 2020 met het project te starten. Maar als gevolg van de Coronabeperkingen moest het startsein van dit project met enkele maanden worden uitgesteld. Rond de zomer van 2020 kon uiteindelijk gestart worden met de uitvoering van het project en werd door de externe adviesbureaus met veel elan invulling gegeven aan het bezoeken van bedrijven. Hierbij bleek echter al snel dat vanwege diverse overheidsmaatregelen bepaalde extra beperkingen opgelegd werden, welke opnieuw aanleiding waren tot vertraging en bij bepaalde branches zelfs tot volledige stoplegging van het project.
Dit werd ook landelijk erkend en resulteerde in het beluit van de subsidieverlener Rijkswaterstaat dat de primair in 2020 geplande werkzaamheden waar nodig en gewenst verschoven konden en mochten worden tot uiterlijk 1 juni 2021. Door de externe uitvoerende adviesbureaus is aangegeven dat dit past binnen de door hun inmiddels aangepaste planning en dat zij verwachten dat alle werkzaamheden dan zijn uitgevoerd en afgerond (tenzij Corona uiteraard alsnog roet in het eten gooit). Eventuele aandachtspunten over de uitvoering en voortgang van de werkzaamheden zijn gedurende 2020 met enige regelmaat op ambtelijk niveau gedeeld en besproken (eventueel op digitale wijze). Namens de gemeentelijke vertegenwoordigers bij deze overleggen is veel tevredenheid uitgesproken over de aanpak en uitvoering van deze 1ste ronde van de versterkte uitvoering. Hieronder is de stand van zaken met betrekking tot de planning & voortgang van de werkzaamheden per gemeente in het kader van VUE1 op 1 januari 2021 afgebeeld. Op basis van de bijbehorende getalsmatige informatie kan geconcludeerd worden dat op dat moment 64% van het totaal van de geplande werkzaamheden was uitgevoerd.
26
Daarnaast is in oktober 2020 de aanvraag voor de 2de ronde subsidieverlening (VUE2) ingediend en is deze aanvraag door Rijkswaterstaat (als subsidieverlener) inmiddels ook geaccepteerd en daarmee akkoord bevonden. Dit betekent dat ook in 2021 het toezicht op energiebesparing bij bedrijven en instellingen opnieuw een impuls zal krijgen. Ondertussen hebben we geleerd van de uitvoering van de 1e ronde en gebruiken we deze informatie om onze communicatie over en het gebruik van digitale hulpmiddelen voor energiebesparing nog verder te optimaliseren. Volgens planning zal de start van de uitvoering van deze 2de ronde in het voorjaar van 2021 gaan plaatsvinden en daarnaast is door EZK aangegeven dat deze subsidie ook in de hierop volgende 2 jaren een vervolg zal gaan krijgen. Innovatie van onze burgerluchtmetingen Sinds 2009 zijn de luchtmedewerkers van de afdeling Specialismen al actief bezig met het meten van de lokale luchtverontreiniging door onder andere verkeer en andere bedrijfs- en/of verbrandingsprocessen. Daarbij worden sedertdien op een aantal plaatsen in Limburg in opdracht van een aantal gemeenten en de Provincie Limburg met enige regelmaat diverse soorten luchtkwaliteitsmetingen uitgevoerd.
Een onderdeel van deze metingen zijn de luchtmetingen van stikstofdioxide met behulp van “buisjes” in en om een stedelijke/landelijke woonomgeving, welke zowel door eigen medewerkers alsook door burgers in het kader van burgerparticipatie uitgevoerd worden. Dit soort, in verhouding vrij arbeidsintensieve, buisjesmetingen zijn de laatste 2 jaar onder andere uitgevoerd bij burgers in de gemeenten Maastricht, Stein en Voerendaal. Een aantal van de deelnemende burgers heeft eind 2019 de wens uitgesproken om in de toekomst zelfstandig ook fijnstof te kunnen gaan meten. Vervolgens hebben onze medewerkers in het voorjaar van 2020 de mogelijkheden onderzocht om op vrij eenvoudige en tevens minder bewerkelijke wijze fijnstof op grotere schaal te kunnen laten meten door particulieren. In eerste instantie werden hiervoor enkele beschikbare en al langer elders gebruikte sensoren getest en vergeleken met de professionele referentiemonitoren. Aan de hand van de verkregen resultaten bleek dat deze sensoren echter nog niet kwalitatief voldeden om goede en betrouwbare metingen mee uit te kunnen gaan voeren. De hiervoor in eerste instantie gebruikte “low-cost” sensoren waren o.a. temperatuurgevoelig en ook 27
onbetrouwbaar bij vochtige omstandigheden. Vervolgens hebben onze medewerkers in de zomer van 2020 zelfstandig een sensor gebouwd, geoptimaliseerd en doorontwikkeld, met als huidig eindresultaat dat er nu een sensor gereed is die dergelijke meetfouten niet meer geeft. Deze sensor is met behulp van een aantal proefopstellingen bij de grote vaste meetstations (met officiële referentieapparatuur) inmiddels getest en aan de hand van de verkregen resultaten kan geconcludeerd worden dat er nu een sensor beschikbaar is om op grotere schaal fijnstof correct te kunnen gaan meten. Inmiddels hebben zich bij de gemeente Maastricht al meer dan 60 mensen aangemeld om met dergelijke sensoren de luchtkwaliteit te gaan meten en zullen de eerste sensoren de komende weken opgehangen gaan worden. De meetwaarden zijn daarna live te volgen via de website van de gemeente Maastricht (www.luchtmeetnet-maastricht.nl), maar ook op het “samenmeten” data portaal van het RIVM (https://samenmeten.rivm.nl/dataportaal/). Naar aanleiding van een publicatie over deze nieuwe sensoren in een regionale krant hebben ook twee andere Zuid-Limburgse gemeenten interesse getoond om mogelijk dergelijke luchtmetingen in hun gemeente te laten uitvoeren. 2.5.1.5
Omgevingsveiligheid
Stand van zaken project aandachtsgebieden Uitgaande van de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2022 is gedurende geheel 2020 door de externe veiligheidsmedewerkers van de RUD Zuid-Limburg in opdracht van alle opdrachtgevers een project opgestart en uitgevoerd om de aandachtsgebieden voor inrichtingen en activiteiten te bepalen. Dit vanwege het feit dat vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet ook het tijdelijk deel van het omgevingsplan in werking treedt en er in een dergelijk omgevingsplan altijd rekening moet worden gehouden met een groepsrisicobeoordeling met hierin opgenomen de aandachtsgebieden. Deze aandachtsgebieden voor bestaande activiteiten gelden van rechtswege en worden tevens opgenomen in het Register Externe Veiligheid (REV). Als uitgangspunt van voornoemde opdrachtverstrekking werd de informatie gebruikt van alle inrichtingen en activiteiten die op 31 januari 2020 in het Register risicosituaties gevaarlijke stoffen (RRGS) geregistreerd stonden. Want met de komst van de Omgevingswet zal het begrip inrichting komen te vervallen en vervangen worden door het begrip milieu belastende activiteit (MBA). Aandachtsgebieden zijn gebieden rond activiteiten met gevaarlijke stoffen die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen.
Dat betekent dat zich, bij een ongeval met gevaarlijke stoffen, levensbedreigende gevaren voor personen in gebouwen kunnen voordoen. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen drie soorten gevaren: warmtestraling (brand), overdruk (explosie) en concentratie giftige stoffen in de lucht (gifwolk). Voor een groot deel van de activiteiten geldt dat hiervoor vaste afstanden voor de aandachtsgebieden gelden en voor een klein deel van de activiteiten moeten de afstanden voor de aandachtsgebieden berekend worden. Voor het opstellen van de aandachtsgebieden heeft het ministerie van I&W middelen ter beschikking gesteld. De medewerkers van de afdeling Specialismen beschikken over specialistische kennis op het gebied van de milieuaspecten asbest, bodem, energie, geluid, lucht en omgevingsveiligheid (voorheen externe veiligheid). Daarmee zijn zij in staat om de vaak integrale en complexe milieuvraagstukken van zowel gemeenten als provincie te ontleden en van een duidelijk advies te voorzien. Bij het opstellen van (interne en externe) adviezen wordt veelal gebruik gemaakt van toetsingen en controles, maar worden vaak ook onderzoeken en/of metingen uitgevoerd.
Daarnaast participeren de medewerkers van deze afdeling ook in de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van beleid op de taakvelden van de afdeling en houden zij rekening met eventuele innovaties bij de uitvoering van de door de afdeling geleverde producten en gevolgde werkwijzen. 28
2.6.
Paragrafen
2.6.1.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Ons vastgestelde beleid betreffende het weerstandsvermogen komt samengevat neer op de volgende pijlers: •
Het beleid van de RUD Zuid-Limburg is erop gericht om te beschikken over een weerstandsvermogen dat voorziet in dekking van de gepercipieerde en gekwantificeerde risico’s. Dit bepaalt de ondergrens van het weerstandsvermogen. Er wordt gestreefd naar een weerstandsvermogen van 1,0 dat wil zeggen dat de middelen die beschikbaar zijn om tegenvallers op te vangen (de weerstandscapaciteit) precies voldoende van omvang zijn om de geïnventariseerde risico’s op te vangen. De bandbreedte is bepaald op tussen 0,8 en 1,2 en de bovengrens wordt gevormd door de in de Gemeenschappelijke Regeling opgenomen begrenzing van 10% van de exploitatiebegroting van het volgende jaar.
•
Weerstandscapaciteit wordt gevormd uit de resultaten. Voor zover noodzakelijk om de gewenste omvang te bereiken worden de reserves aangevuld.
•
Indien het weerstandsvermogen lager is dan gewenst op basis van de risico-inventarisatie wordt er een plan voorgelegd aan het algemeen bestuur hoe het weerstandsvermogen op het gewenste niveau kan worden gebracht.
•
Indien het weerstandsvermogen groter is dan de afgesproken bandbreedte wordt voorgesteld het surplus uit te keren aan de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling.
Begin 2021 is er conform de aanbevelingen uit het Assessment van EY dat in het najaar van 2020 heeft plaatsgevonden een risicosessie plaatsgevonden onder begeleiding van EY. Het managementteam van de RUD Zuid-Limburg heeft zich samen met een vertegenwoordiging van onze partners gebogen over risico’s. Deze had tot doel tot een nadere afbakening te komen van het begrip risico’s en de vertaalslag te maken van bruto risico’s naar netto risico’s. Conclusie van de bijeenkomst is dat er een goede basis is gelegd om verder te denken over risico’s. De tijd blijkt echter te kort om al in deze jaarrekening een volledig nieuwe en besproken risicotabel te ontwerpen. Hiervoor is ook een discussie nodig over de doelstellingen van de RUD Zuid-Limburg, zoals opgenomen in de Toekomstagenda. De door de RUD Zuid-Limburg genoemde huidige risico’s sluiten grotendeels aan (vanwege couleur locale) bij de door collega-omgevingsdiensten in Noord-Brabant en de RUD Limburg Noord genoemde risico’s. Op basis van de bestaande tabel is een actualisatie uitgevoerd. Deze is opgenomen als bijlage bij deze jaarrekening. Hieruit vloeit voort een totaal bruto risico van € 2.636.266. Na rekening gehouden te hebben met interne beheersmaatregelen die het risico mitigeren en de kans dat een risico optreedt komen we tot een netto risico van € 524.630 (4% van de begroting).
De weerstandscapaciteit bestaande uit het totaal van reserves bedraagt per einde 2019 € 519.630. De RUD Zuid-Limburg heeft als streven een weerstandsvermogen van 1 met een maximum van 1,2 en een minimum van 0,8. Een weerstandvermogen van 1 betekent € 524.630. Dat leidt dus tot een gewenste toename van de reserves met € 5.000. Het voorstel is deze gewenste verhoging te realiseren via de verdeling van de resultaten van de jaarrekening 2020. 29
Kengetallen met betrekking tot weerstandsvermogen en risicobeheersing jaarverslag jaar 2020 verloop van de kengetallen Kengetallen
verslag 2020
begroting 2020
verslag 2019
netto schuldquote
-1,8
-0,1
1,4
netto schuldquote gecorrigeerd voor alle
-1,8
-0,1
1,4
solvabiliteitsratio
39,1%
100 %
31,6%
structurele exploitatieruimte
nvt
nvt
nvt
grondexploitatie
nvt
nvt
nvt
belastingcapaciteit
nvt
nvt
nvt
verstrekte leningen
Algemene reserve Volgens de bepalingen van de gemeenschappelijke regeling zijn de deelnemers verantwoordelijk voor een eventueel overschot of tekort van de RUD Zuid-Limburg in een bepaald jaar. Als er sprake is van een negatief rekeningresultaat wordt dit in eerste instantie verrekend met de weerstandscapaciteit. Indien er sprake is van een positief rekeningresultaat, dan wordt dit toegevoegd aan de algemene reserve, aan een bestemmingsreserve dan wel uitgekeerd aan de deelnemers conform hetgeen daarover bepaald is in de gemeenschappelijke regeling in artikel 29. 2.6.2. Overzicht baten en lasten per taakveld Vanaf het boekjaar 2017 is het nieuwe Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) van kracht. Deze aanpassing was nodig om verbeteringen in de sturingsinformatie aan de raad (algemeen bestuur) door te voeren en om de vergelijkbaarheid tussen gemeenten en gemeenschappelijke regelingen te vergroten. De voor RUD Zuid-Limburg belangrijkste wijzigingen die in het BBV zijn doorgevoerd hebben betrekking op de invoering van uniforme taakvelden (producten), verbonden partijen en overhead. Alle activiteiten van de RUD Zuid-Limburg bevinden zich volledig in het domein Milieubeheer. Dit betreft taakveld 7.4 uit de Overzichtslijst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Overhead is tevens inbegrepen in dit taakveld. Zie paragraaf 2.2.6.
voor een nadere specificatie van de overhead. 2.6.3.
Financiering
Algemeen Gegeven de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO) is elke gemeente, provincie of gemeenschappelijke regeling verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarrekening op te nemen. Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven over de kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de rente en risiconorm, de verwachte toe- en/of afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid over treasury. De randvoorwaarden waarbinnen de treasury zich kan en mag bewegen zijn geformuleerd in het treasurystatuut. Uiteraard valt dit binnen het wettelijke kader, zoals gesteld door de Wet FIDO. In 2020 is de financieringssystematiek als volgt geweest: Alle deelnemers in de RUD Zuid-Limburg ontvangen voorschotnota's op basis van de vastgestelde begroting. Deze voorschotnota's zijn volledig voldaan door de deelnemers. Rentevisie 30
De RUD Zuid-Limburg heeft geen leningen. Koers- en valutarisico Koersrisicobeheer is het beheersen van de risico's die voortvloeien uit de mogelijkheid dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen, door negatieve koersontwikkelingen. De RUD Zuid-Limburg bezit geen derivaten en is er dus geen sprake van koersrisico. Valutarisicobeheer is het beheersen van risico's die voortvloeien uit de mogelijkheid dat op een bepaald moment de waarde van de vreemde valutastromen, uitgedrukt in eigen valuta, afwijkt van hetgeen verwacht werd op het beslissingsmoment. De RUD Zuid-Limburg bezit geen vreemde valuta, dus is er geen sprake van een valutarisico. Rente- en risiconorm Aangezien de RUD Zuid-Limburg geen schulden heeft, is er geen sprake van een mogelijk renterisico. Liquiditeitenplanning De planning van de facturering per kwartaal aan de deelnemers voor de in het werkprogramma afgesproken dienstverlening, heeft ertoe geleid dat er steeds voldoende liquiditeiten aanwezig waren. Financieringsrisico's Omdat de deelnemers gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het financiële beleid van de RUD Zuid-Limburg en zich verplicht hebben de tekorten in zijn geheel gezamenlijk te dragen, zijn er hier geen financieringsrisico’s te melden. Kasgeldlimiet De RUD Zuid-Limburg heeft na de loonbetaling van januari gedurende een maand behoefte gehad aan korte termijn financiering.
Hierbij is de kasgeldlimiet van 8,5% van de begroting niet overschreden. 2.6.4. Bedrijfsvoering Organisatiestructuur De organisatiestructuur van de RUD Zuid-Limburg is een platte structuur met een minimum aan overhead. Het management van de organisatie bestaat uit een directeur en drie (vier vanaf augustus 2020) lijnmanagers en de controller. Daarnaast zijn er twee HR-functionarissen, een managementassistent, een secretarieel ondersteuner voor de Ondernemingsraad en een secretariaat. Verdere staffuncties op het gebied van financiën, P&O, archivering en informatievoorziening worden ingehuurd bij de provincie Limburg. Huisvesting Per 1 juli 2020 is het nieuwe huurcontract met de Provincie Limburg ingegaan, voor een periode van 10 jaar. Naast een contract voor huisvesting (inclusief gebouw-gebonden faciliteiten) is er een separate overeenkomst voor ondersteunende diensten en ICT. Na drie jaar, dat is medio 2023, zal een tussentijdse evaluatie plaatsvinden van de aansluiting van het huurcontract op de behoefte van de RUD Zuid-Limburg op dat moment. Deze bepaling is opgenomen in het huurcontract, ingegeven door de coronamaatregelen waaronder de basisregels. 2.6.4.1 Informatievoorziening VTH-applicatie 31
Binnen de RUD Zuid-Limburg heeft het projectteam in 2020 werkzaamhedenheden verricht t.b.v. het inrichten, testen en implementeren van de nieuwe VTH-applicatie Squit 20/20. De RUD Zuid-Limburg neemt deel aan het Een voor Allen (EVA) project. In dit project implementeert het merendeel van de Limburgse gemeenten, de Provincie Limburg, de Limburgse Veiligheidsregio’s, en de RUD’s een gemeenschappelijke informatievoorziening, Squit 20/20, waarmee zij hun taken op het gebied van Vergunningverlening, Toezicht, Handhaving en Advisering (VTHA) efficiënter en effectiever kunnen uitvoeren. Door het gebruik van één informatievoorziening kunnen gestandaardiseerde en geharmoniseerde processen plaatsvinden. Hierdoor verbetert de dienstverlening richting de burgers en bedrijven omdat organisaties (1) sneller informatie uitwisselen, (2) dezelfde werkwijze hanteren, en (3) eenduidiger communiceren via standaardbrieven. Squit20/20 is een informatievoorziening ontwikkeld voor de overheidsmedewerker die conform de Omgevingswet moet gaan werken. Alle deelnemende organisaties gaan werken met zoveel mogelijk dezelfde gezamenlijke standaardinrichting voor de werkprocessen gebaseerd op de landelijke Omgevingswet zaaktypecatalogus. Op dit moment worden door de leverancier nog noodzakelijke functionaliteiten voor deze applicatie ontwikkeld.
Vertraging in de oplevering heeft ertoe geleid dat de ingebruikname van deze applicatie door de Limburgse overheidsorganisaties, waaronder de RUD Zuid-Limburg, verschoven is van 2020 naar het eerste half jaar van 2021. Voor onze werkprocessen is het van groot belang dat we dit jaar ook worden aangesloten, nu het contract van de huidige applicatie in januari 2022 afloopt. Nieuw personeelsinformatiesysteem per 1-1-2021 In 2020 zijn werkzaamheden verricht voor de ingebruikname van het nieuwe personeelsinformatiesysteem InSite bij de RUD Zuid-Limburg op 1-1-2021. 2.6.5. Verbonden partijen De RUD Zuid-Limburg heeft zelf geen verbonden partijen in de zin dat zij financieel zeggenschap heeft over andere organisaties. Omgekeerd is de RUD Zuid-Limburg wel middels de gemeenschappelijke regeling verbonden aan de Provincie en alle gemeenten in Zuid-Limburg. De RUD Zuid-Limburg was in 2020 verbonden aan de gemeenten Beek, Beekdaelen, Brunssum, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Voerendaal en de Provincie Limburg. 2.6.6. Overhead Overhead omvat alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces.
Hiertoe behoren in ieder geval de kosten van het management en ondersteunende functies (in loondienst dan wel ingehuurd) en de overige kosten die hiermee die niet zijn toe te delen aan het primaire proces. De totale kosten van de RUD Zuid-Limburg bedroegen in 2020 € 12 mln. De hierin begrepen overhead bedroeg € 2,4 mln (20%). De overhead is opgebouwd uit personele overhead (kosten van leiding) € 1,0 mln, inkoop ondersteuning financiële administratie, salarisadministratie en automatisering € 0,6 mln, overige (huisvesting en andere kosten) € 0,8 mln.
32
3.
Jaarrekening
3.1. Balans per 31 december 2020 (in euro's) 31 december 2020 31 december 2019 Activa vaste activa vervoermiddelen, machines, apparaten en installaties € 373.793 € 494.414 Totaal vaste activa
€
373.793 €
494.414
vlottende activa vorderingen op openbare lichamen overlopende activa
€ €
473.955 € 642.978 €
728.550 1.180.361
Liquide middelen banksaldi
€
2.340.877 €
1.605.904
Totaal vlottende activa
€
3.457.810 €
3.514.814
Totaal activa
€
3.831.603 €
4.009.228
vaste passiva eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserve ICT Bestemmingsreserve plaatsingskosten Bestemmingsreserve juridische ondersteuning Bestemmingsreserve BOA Onverdeeld resultaat
€ € € € € €
519.630 470.000 10.000 132.500 367.103
€ € € € € €
543.252 470.000 10.000 129.876
Totaal vaste passiva
€
1.499.233 €
1.153.128
vlottende passiva Schulden aan openbare lichamen Overige schulden Overlopende passiva Totaal vlottende passiva
€ € € €
1.150 294.304 2.036.916 2.332.370
€ € € €
278.175 2.577.925 2.856.100
Totaal passiva
€
3.831.603 €
4.009.228
Passiva
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Besluit Begroting en Verantwoording De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van het BBV en de Financiële verordening van de RUD Zuid-Limburg. Vaste activa De vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs verminderd met de daarop toegepaste afschrijvingen. 33
Vlottende activa De vorderingen, overlopende activa en liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met de noodzakelijk geachte voorzieningen, zoals bedoeld in artikel 39, 40 en 40a van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. Eigen Vermogen Onder het eigen vermogen zijn opgenomen de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het saldo van de rekening baten en lasten. Vlottende passiva De vlottende schulden en de overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, zoals bedoeld in artikel 48 en 49 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. 3.2. Activa
Toelichting op de balans
Materiële vaste activa (in euro's) Vervoermiddelen, machines, apparaten en installaties
31-12-2019 investeringen
Desinvesteringen
Afschrijvingen
31-12-2020
€ 494.414
€
€
€ 373.793
€
24.129
-
144.750
Het afschrijvingspercentage wordt bepaald conform de geldende Financiële verordening. Automatiseringsapparatuur en software worden in drie jaar afgeschreven, voor overige kapitaalgoederen bedraagt de afschrijvingsduur tussen de vijf en vijfentwintig jaar. Gemiddeld bedroeg het afschrijvingspercentage in 2020 25%. Vlottende activa Vorderingen op openbare lichamen De meeste vorderingen op openbare lichamen zijn afgewikkeld in 2021. In 2020 zijn vorderingen afgeboekt wegens oninbaarheid voor een totaalbedrag van € 13.526 betrekking hebbend op voorgaande boekjaren. Overlopende activa Onder overlopende activa zijn opgenomen vooruitbetaalde kosten en nog niet gefactureerde in 2020 geleverde prestaties. Liquide middelen De liquide middelen staan ter vrije beschikking van de RUD Zuid-Limburg.
34
Passiva Vaste Passiva Eigen Vermogen Resultaat31 december 2019 bestemming 2019 resultaat 2020
(in euro's)
€ €
Algemene reserve Bestemmingsreserve ICT aansluitingen Bestemmingsreserve BOA inzet Bestemmingsreserve juridische ondersteuning Resultaat uit bedrijfsvoering Verdeeld resultaat Totaal reserves en onverdeeld resultaat
€ € €
543.252 € 470.000 € € 10.000 € 129.878 € € 1.153.130 €
-23.622 132.500 -129.878 21.000 -
€ €
31 december 2020
€ €
- € - € € - € 367.103 €
519.630 470.000 132.500 10.000 367.103
€
367.103 €
1.499.233
Overzicht eigen vermogen
Het onverdeeld resultaat van 2020 bedraagt € 367.103. Overige schulden De overige schulden per 31 december 2020 hadden volledig betrekking op crediteuren. Overlopende passiva Dit betreft verplichtingen die in 2020 zijn aangegaan, waarvoor de RUD Zuid-Limburg in 2020 nog geen factuur heeft ontvangen. 3.3. Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen De RUD Zuid-Limburg is voor een aantal toekomstige jaren verbonden aan de volgende, niet in de balans opgenomen, financiële verplichtingen. Kredietfaciliteit Bij de huisbankier heeft de RUD Zuid-Limburg een kredietfaciliteit van € 250.000. Huurovereenkomst Per 1 juli 2020 heeft de RUD Zuid-Limburg een nieuw huurcontract voor huur kantoorruimte bij de provincie Limburg. Het huurcontract van deze ruimten loopt tot en met 30 juni 2030, met een evaluatiemoment in 2023. Niet in de balans opgenomen verplichtingen Contractpartij
Aard van het
Start Contract
contract
Looptijd van het
Bedrag per
Bedrag van het contract voor de
contract
jaar
resterende looptijd in totaal exclusief indexering
Provincie
Huur
Limburg
kantoorruimte
1 juli 2020
Tot 30 juni 2030
€ 327.126
€ 3.107.697
35
3.4.
Overzicht Baten en Lasten 2020
Realisatie 2019 Begroting 2020 Realisatie 2020Afwijking A B B-A PERSONEEL Salariskosten en inhuur Salariskosten Kosten inhuur Overige personele kosten Inhuur dienstverlening KAPITAALLASTEN Verbruikskosten en onderhoudskosten materieel INDIRECTE KOSTEN ONVOORZIEN Onvoorzien 5% (incl afronding) Totaal kosten
€ € € € € € € €
9.666.861 € 6.948.566 2.718.295 610.011 € 725.546 € 124.819 € 161.685 € 1.000.484 €
9.827.549 € 8.535.505 1.292.044 499.874 € 638.682 € 144.675 € 222.140 € 826.222 €
-447.157 -67.542 -56.325 -5.216 -277.968
€
€ 5- € 138.344 € - € 12.289.400 € 12.560.990 € 12.159.142 €
-138.344 -401.848
Inkomsten Gefactureerd naar deelnemers via werkprogramma € Bijdrage Provincie Afschrijvings- en exploitatiekosten € Overige inkomsten Totaal inkomsten € Totaal inkomsten -/- kosten
€
9.236.844 € € € 947.031 € 706.224 € 201.000 € 227.356 € 1.104.190 €
590.705
10.962.005 € 12.142.000 € 11.341.468 € -800.532 1.457.271 € 418.356 € 369.876 € -48.480 PM € 814.901 € 814.901 12.419.276 € 12.560.356 € 12.526.245 € -34.111 €0 129.876 € -634 € 367.103 € 367.737
Grondslagen voor de resultaatbepaling Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van het BBV en de Financiële verordening. Ten behoeve van het inzichtvereiste wordt in het overzicht Baten en Lasten afgeweken van het door de BBV voorgeschreven model programmarekening. Baten worden verantwoord in het jaar dat zij gerealiseerd zijn. Lasten worden verantwoord in het jaar waarin deze voorzienbaar zijn. Exploitatieresultaat De afrekening met de deelnemers wordt uitgevoerd conform de hierover gemaakte afspraken in de gemeenschappelijke regeling. De systematiek houdt voor de deelnemende gemeenten en provincie in, dat de kosten van dienstverlening vanuit de RUD Zuid-Limburg worden doorbelast op basis van de vastgestelde tarieven in de outputbegroting. Deze tarieven vermenigvuldigd met de uit te voeren taken in het werkprogramma, leiden tot het te factureren bedrag per deelnemer. Baten en lasten De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Alle baten en lasten die betrekking hebben op het boekjaar en ten tijde van het opstellen van de jaarrekening bekend waren, zijn in het betreffende jaarverslag verwerkt. Onder de opbrengsten wordt verstaan: de bijdragen van de afnemers van de diensten van de RUD Zuid-Limburg. Zij worden verantwoord in het jaar waarin de diensten zijn verricht.
Verliezen worden in aanmerking genomen in het jaar waarin ze voorzienbaar zijn. Winsten worden slechts genomen wanneer ze zijn gerealiseerd. 36
De afschrijvingen worden lineair berekend op basis van de verwachte levensduur. Als startmoment van de afschrijving geldt de datum van in gebruik neming van het actief. 3.5.
Toelichting op de baten en lasten 2020
De werkelijke lasten zijn lager dan de begroting. Uit bovenstaand overzicht blijken de verschillen per kostencategorie.1 Overzicht overige inkomsten De overige inkomsten bestaan met name uit incidentele baten: (in euro’s) V/N Projecten Externe Veiligheid 267.906 (V) Overige 546.995 (V) 814.901 (V) Overige incidentele inkomsten betreffen voornamelijk inkomsten uit extra werkzaamheden buiten het reguliere werkprogramma en resultaten uit voorgaande boekjaren. Toelichtingen met betrekking tot de verschillen ten aanzien van de lasten
Personeelskosten (in euro's)
Personele lasten
Begroting
Werkelijk
2020
2020
9.236.844 9.827.549
Afwijking V/N
590.705(N)
De personele lasten zijn hoger dan begroot, dit heeft te maken met extra activiteiten (buiten de reguliere werkprogramma’s) die door de RUD Zuid-Limburg zijn ontplooid in 2020. Tegenover de hogere lasten staan ook hogere inkomsten als gevolg van de extra activiteiten. Overige personele kosten (in euro's)
Begroting
Werkelijk
Afwijking
2020
2020
V/N
Overige personele kosten
947.031
499.874
447.157(V)
Hieronder bevinden zich kosten van scholing en vorming en toeslag voor onregelmatige diensten. Deze zijn in 2020 voornamelijk vanwege de coronacrisis sterk achtergebleven. Op opleidingen bijvoorbeeld is maar de helft uitgegeven omdat vele geplande cursussen niet doorgingen.
1 Bij de overzichten betekent V een voordeel ten opzichte van de begroting (opbrengsten hoger, dan wel lasten lager dan begroot)
en N
een nadeel ten opzichte van de begroting (opbrengsten lager dan wel lasten hoger dan begroot)
37
Inhuur dienstverlening (in euro's)
Begroting
Werkelijk
Afwijking
2020
2020
V/N
706.224 638.682 67.542(V) Onder inhuur dienstverlening staan de kosten voor ingekochte dienstverlening op het gebied van ondersteuning op het vlak van informatie advies, financiën en personeels- en salarisadministratie en inhuur bij ziekteverzuim. Met name het lage ziekteverzuim heeft 2020 voor het voordeel op deze post gezorgd. Inhuur dienstverlening
Indirecte kosten (in euro's)
Begroting
Werkelijk
Afwijking
2020
2020
V/N
1.104.190 826.222 277.968(V) Overige goederen en diensten Onder indirecte kosten wordt het merendeel van de materiële uitgaven verstaan die verband houden met de organisatie. De grootste post is huur en ICT en verder valt te denken aan bureaukosten, verzekeringen en het gebruikmaken van adviesbureaus. Afschrijvingen (in euro's)
Begroting
Werkelijk
Afwijking
2020
2019
V/N
180.000
144.750 35.250(V) Het betreft uitsluitend afschrijvingen op kapitaalgoederen van de meetdienst lucht en geluid. Deze worden doorbelast naar de Provincie Limburg en zijn voor de overige deelnemers van de RUD ZuidLimburg budgettair- en resultaat neutraal. Afschrijvingen
Mutaties reserves (in euro's) Algemene reserve Bestemmingsreserve ICT aansluitingen Bestemmingsreserve BOA inzet Bestemmingsreserve juridische ondersteuning Resultaat uit bedrijfsvoering Verdeeld resultaat Totaal reserves en onverdeeld resultaat
Resultaat31 december 2019 bestemming 2019 resultaat 2020 € € € € €
543.252 € 470.000 € € 10.000 € 129.878 € € 1.153.130 €
-23.622 132.500 -129.878 21.000 -
€ €
31 december 2020
€ €
- € - € € - € 367.103 €
519.630 470.000 132.500 10.000 367.103
€
367.103 €
1.499.233
38
Toelichtingen met betrekking tot de verschillen ten aanzien van de Baten
(in euro's) Bijdrage deelnemers
Begroting 2020 2017 12.142.000
Werkelijk 2020 11.341.468
Afwijking V/N V/N 800.532(N)
Overige inkomsten
418.356+PM
369.876+814.901
766.421(V)
Totaal boekjaar:
12.560.356
12.526.245
34.111(N))
Baten: verschil tussen raming en werkelijkheid In 2020 zijn de werkelijke baten uit de bijdrage van de deelnemers lager dan de geraamde baten. Dit komt doordat het AB heeft besloten om de bijdrage van de deelnemers te verlagen toen in de najaarsrapportage duidelijk werd dat de kosten als gevolg van corona zouden achterblijven. De overige inkomsten daarentegen zijn hoger dan geraamd. Er is een positief resultaat geboekt als gevolg van subsidieprojecten en extra opdrachten buiten het werkprogramma. Mutaties in reserves Conform de besluitvorming bij de vaststelling van de jaarrekening 2019 zijn de mutaties in de reserves verwerkt. De grootste post, buiten de algemene reserve is de reserve voor ICT. In 2015 is gestart met de uitvoering van het informatiebeleidsplan. Er zijn projectplannen gemaakt en de projecten zijn gestart. De fase dat de uitgaven plaatsvinden is in 2016 gestart, maar de grootste post is de reservering in verband met specifieke aanpassingen voor de RUD Zuid-Limburg van het door de Provincie aan te schaffen VTH(A) pakket. Doordat deze vervanging van het VTH pakket breed is opgepakt door penvoerder Provincie Limburg met deelname van zoveel mogelijk VTHoverheidsorganisaties is er sprake geweest van een langer voorbereidingsproces naar de aanbesteding, het ontwikkeltraject bij de leverancier kent eveneens een langere doorlooptijd dan gepland.
Het pakket zal volgens planning in 2021 door de RUD Zuid-Limburg in gebruik worden genomen.
39
Ontwikkeling EMU saldo
omschrijving 1 2 3
4
5
6
7 8
9 10
11
exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves afschrijvingen ten laste van de exploitatie bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie investeringen in (im)materiële activa die op de balans die op de balans worden geactiveerd baten uit andere bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet in de exploitatie zijn verantwoord en niet in mindering zijn gebracht bij post 4 desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: baten uitdesinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs) voorzover niet op exploitatie aankoop van grond en uitgaven aan bouw- en woonrijp maken baten bouwgrondexploitatie: baten voorzover transacties niet op exploitatie lasten op balanspost voorzieningen voorzover deze met derden betreffen lasten i.v.m. transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van reserves worden gebracht verkoop van effecten a Voornemen tot verkoop van effecten b Verwachte boekwinst Berekend EMU saldo
begroting 2020 x € 1000,-
realisatie 2020 x € 1000,-
367.103
0
144.750
180.000
0
0
24.129
PM
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
nee
nee
487.724
180.000
40
3.6.
Gegevens 2020 in het kader van WNT
Sinds 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) van kracht. Deze wet regelt onder meer dat overheidsinstellingen jaarlijks bezoldigingsgegevens en eventuele ontslagvergoeding van hun functionarissen dienen te publiceren. Voor topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen worden deze gegevens ongeacht de hoogte gepubliceerd. Voor het jaar 2020 is de generieke maximum bezoldigingsnorm vastgesteld op € 201.000. Dit is inclusief belaste kostenvergoedingen en pensioen. De WNT is op de RUD Zuid-Limburg van toepassing. Publicatie van bezoldigingsgegevens dienen onder meer openbaar te worden gemaakt via het financieel jaarverslag. Bij de definiëring van topfunctionarissen gaat het om personen die tot de hoogste uitvoerende en toezichthoudende organen van een rechtspersoon of instelling behoren en/of hoogst leidinggevenden binnen een rechtspersoon of instelling. Hieronder vallen de leden van het algemeen en dagelijks bestuur en de directeur. Leidinggevende topfunctionarissen Leidinggevende topfunctionaris van de RUD Zuid-Limburg is de directeur L.M. Kobes.
41
Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking, vanaf de dertiende maand van de functievervulling. gegevens2020 bedragen x € 1
L.M.Kobes
Functiegegevens
Aanvang en einde functievervulling in 2020 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking? Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal
directeur
01/01 – 31/12 1,0 ja 107.112 19.287 126.399
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
201.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
N.v.t.
Bezoldiging
126.399
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling Gegevens 2019
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
bedragen x € 1
L.M.Kobes
Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2019 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking? Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal
Directeur 01/01-31/12 1,0 ja
103.534 18.656 122.190
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
194.000
Bezoldiging
122.190
42
Toezichthoudende topfunctionarissen Onderstaand volgen de gegevens van de leden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. Vermeld zijn de personen die in 2020 lid waren van het algemeen bestuur en/of het dagelijks bestuur. Daar waar niet anders vermeld waren de genoemde personen het hele jaar lid. Tevens zijn opgenomen de personen die in 2018 en 2019 lid waren van het bestuur en waarvan het lidmaatschap voor 2020 is geëindigd. Conform voorschrift van de WNT blijven dezen 4 jaar vermeld in het overzicht. De toezichthoudende topfunctionarissen ontvangen geen bezoldiging of andere financiële vergoeding van de RUD Zuid-Limburg. Er bestaan vanuit de organisatie geen financiële verplichtingen naar personen die eerder als toezichthoudend topfunctionaris verbonden zijn geweest aan de RUD Zuid-Limburg. Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 1700 of minder Gegevens 2020 NAAM TOPFUNCTIONARIS
FUNCTIE
G. Bakker (tot 31-12-2018)
Lid Algemeen Bestuur
F.M.A. van Ballegooij (tot 17-02-2020)
Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur
R. de Boer
Lid Algemeen Bestuur
C.M.J.P. Claessens
Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur
G.J.M. Cox (tot 28-6-2018)
Voorzitter Algemeen Bestuur/ Voorzitter Dagelijks Bestuur
W. Dreessen
Lid Algemeen Bestuur
P.H.J. Franssen (tot 1-6-2018)
Lid Algemeen Bestuur
E. Geurts
Lid Algemeen Bestuur
V.L.W.H. Heijnen
Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur
D.M.M. Hendrix
Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur
W. Houben
Lid Algemeen Bestuur
R.W.P.E. Housmans
Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur
J.E.L.M. Last
Lid Algemeen Bestuur
G.B.M. Leers (tot 11-03-2020)
Lid Algemeen Bestuur
H.M.H. Leunessen (vanaf 20-01-2020)
Lid Algemeen Bestuur
R.L.T. van Loo (tot 15-11-2019)
Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur
W.J.F. van der Rijt (vanaf 11-03-2020)
Lid Algemeen Bestuur
F.P.M. Sanders (tot 25-09-2020)
Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur
D.W.J. Schneider
Lid Algemeen Bestuur
H.G.J. Schoenmakers
Lid Algemeen Bestuur
J.M.T. Teunissen (tot 28-6-2019)
Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur
J.H. Timmermans (tot 31-12-2018)
Lid Algemeen Bestuur
C.P.L. Vankan
Lid Algemeen Bestuur
R.J.H. Vlecken
Voorzitter Algemeen Bestuur/ Voorzitter Dagelijks Bestuur
G.A.A. Verkerk (tot 1-8-2018)
Lid Algemeen Bestuur
J.Th.C.M. Verheijen (vanaf 16-03-2020)
Lid Algemeen Bestuur / Lid Dagelijks Bestuur
K.M. Wolff (tot 31-12-2018)
Lid Algemeen Bestuur
G. IJff (per 02-11-2020)
Lid Algemeen Bestuur
Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2020 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen. 43
Bijlagen 3.7.
Voorstel tot resultaatbestemming en resultaatverdeling
Artikel 29 lid 5 letters a en b van de Gemeenschappelijke Regeling van de RUD Zuid-Limburg zijn leidend. Het Algemeen Bestuur kan besluiten de blijkens de jaarrekening behaalde positieve resultaten geheel of gedeeltelijk te bestemmen voor: a. een egalisatiereserve. b. uit te keren aan deelnemers naar rato van ieders afname (= omzet) in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft. Onverdeeld resultaat 2020 € 367.103 mutatie reserves verhoging weerstandsvermogen op basis risico-inventarisatie
€
5.000
Totaal te bestemmen resultaat
€
362.103
Te verdelen resultaat
€
362.103
Verdeelsleutel Gemeente Beek Gemeente Beekdaelen Gemeente Brunssum Gemeente Eysden-Margraten Gemeente Gulpen-Wittem Gemeente Heerlen Gemeente Kerkrade Gemeente Landgraaf Gemeente Maastricht Gemeente Meerssen Gemeente Simpelveld Gemeente Sittard-Geleen Gemeente Stein Gemeente Vaals Gemeente Valkenburg aan de Geul Gemeente Voerendaal Provincie Limburg
335.731 455.700 79.815 114.903 105.531 458.224 177.415 165.910 942.922 195.523 34.259 564.190 470.339 70.432 48.649 92.864 7.029.273
Bedrag € € € € € € € € € € € € € € € € €
10.719 14.549 2.548 3.668 3.369 14.630 5.664 5.297 30.104 6.242 1.094 18.013 15.016 2.249 1.553 2.965 224.422
44
3.8.
Geactualiseerde risico-inventarisatie
nr
Benaming risico
inhoud risico
gevolg
structureel beheersmaatregel incidenteel
kans
kans* impact
impact
a. Algemene risico's
1 Taakstellingen gemeentes
2
Niet kunnen voldoen aan de vraag uit het programmadeel
3 Big eight
Het risico dat gemeentelijke taakstellingen worden doorvertaald naar de exploitatie van de RUD. Dit heeft directe gevolgen voor de exploitatie van de RUD.
De exploitatie van RUD is niet kostendekkend. De werkorganisatie van RUD zal hierop moeten worden aangepast.
Structureel
• In algemene zin zal dit risico moeten worden opgevangen door een aanpassing in de werkorganisatie taakstellingen, ombuiging, nieuwe omzet) voor de daarop volgende begrotingsperiode.
50%
€ 300.000
€ 150.000
20%
€ 400.000
€ 80.000
50%
€ 80.000
€ 40.000
• Korte termijn frictiekosten kunnen worden opgevangen vanuit het weerstandsvermogen.
De werkorganisatie van RUD zal deze taken moeten opvangen. Het risico dat de RUD meer Mogelijk wordt RUD taken krijgt toebedeeld zonder aangesproken op het dat daar meer middelen voor (niet) realiseren van deze beschikbaar komen. extra taken met als mogelijk gevolg korting op de middelen of imagoschade.
Structureel
· Hier is in principe budget voor bij de latende organisaties aangezien deze de werkzaamheden momenteel zelf uitvoeren. Via begroting regelen of aanvullende offertes. Voorbeelden zijn: logistiek beheer auto's, archivering, kadaster.
Het risico dat er splitsing plaatsvindt tussen de strategische cyclus en de operationele cyclus omdat de strategische (beleids)cyclus bij de latende organisaties blijft.
Structureel
• Het DB zal een actieve rol moeten nemen bij bestuurlijk overleg.
RUD wordt verantwoordelijk voor de operationele cyclus en is daarmee volgend op de strategische cyclus die extern ligt. Het gevolg kan
zijn dat beleid gemaakt wordt dat in de uitvoering risicovol of kostbaar is en niet kostendekkend kan worden uitgevoerd door RUD.
• In het opdrachtgeversoverleg gezamenlijk bespreken KPI's
b. Informatie risico’s
1 Wob
2 AVG
Indien vertrouwelijke Het risico van onvolledige informatie publiek wordt anonimisering in het kader van gemaakt kan dit leiden tot een Wob-verzoek. schadeclaims van de betrokken partijen.
risico van bestuurlijke aansprakelijkheid bij niet voldoen
Indien niet voldaan wordt aan de AVG kan de Autoriteit Persoonsgegevens een bestuurlijke boete opleggen tot 4% van de omzet met een maximum van € 20 miljoen
Structureel
• De RUD zal zeer zorgvuldig moeten zijn in de informatie die zij verstrekt in het kader van een WOB verzoek. De procesbeschrijvingen en de uitvoering van het proces moeten kloppen.
5%
€ 20.000
€ 1.000
Structureel
• De RUD zal zeer zorgvuldig moeten omgaan met de verwerking van persoonsgevens · Medewerkers instrueren hoe om te gaan met verwerken persoonsgegevens · De RUD zal zeer zorgvuldig moeten omgaan met de verwerking van persoonsgevens Bewerkersovereenkomsten sluiten met harde garanties met eenieder die data in opdracht van de RUD Zuid-Limburg bewerkt , verwerkt of opslaat . Impact analyse privacyrisico's laten uitvoeren
5%
€ 540.000
€ 27.000
46
3 Gezamenlijk gebruik database
Fouten in milieu belastende activiteiten (classificatie)
Onjuiste facturering
Het risico dat de kwaliteit van de producten niet voldoet aan de verwachtingen van de afnemers.
Onjuiste advisering kan aanleiding zijn voor schadeclaims en/of verminderde omzet.
Structureel
20%
€ 100.000
€ 20.000
Structureel
• De RUD werkt met een kwaliteitssysteem om te blijven voldoen aan de geldende wettelijke kwaliteitsnormen.
20%
€ 100.000
€ 20.000
Structureel
• Zie hierboven onder kwaliteitssysteem. Belangrijk is met name de zorg voor het kapitaal van de RUD dat bestaat uit deskundige medewerkers. Strategische personeelsplanning, individuele begeleiding personeel en voldoende aandacht voor met name opleidingsplannen.
5%
€ 100.000
€ 5.000
c. Imago risico’s
Onvoldoende kwaliteit 1 geleverde producten
2
Onjuiste advisering en besluitvorming RUD
Het risico dat adviezen en besluiten van de RUD niet juist blijken.
Onvoldoende kwaliteit kan aanleiding zijn voor schadeclaims en/of verminderde omzet.
47
Externe perceptie van 3 verantwoordelijkheid bij toezicht-taken
Het risico dat RUD in zijn toezichthoudende taak wordt gepercipieerd als verantwoordelijk terwijl de verantwoordelijkheid bij het bevoegd gezag ligt.
Indien RUD (ten onrechte) wordt geassocieerd met slechte kwaliteit en falend toezicht, kan dit Structureel imagoschade tot gevolg hebben. Dit kan aanleiding zijn voor schadeclaims en/of verminderde omzet.
• Communicatie met deelnemers in de GR over de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van elkaar en de risico's en aansprakelijkheden die hieruit voortvloeien. Heldere communicatie naar derden over de (grenzen aan) taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de RUD.
20%
€ 20.000
€ 4.000
20%
€ 10.000
€ 2.000
d. Materiële risico’s
1 Ongevallen activa
2
Schade aan activa als gevolg van agressie
3 Diefstal van activa
Risico van herstelkosten Het risico dat activa van RUD c.q. investeringen betrokken raken bij ongevallen waarvoor geen waardoor het materieel begrotingsruimte beschadigd wordt. ingecalculeerd is.
Structureel
• Zorgvuldige bewaring, transport, gebruik en administratie van kostbare apparatuur. Opstellen gebruikershandleidingen en toezicht op de toepassing hiervan. Nagaan of risico verzekerbaar is.
Het risico dat activa van RUD beschadigd wordt door agressie bij klanten/relaties.
Risico van herstelkosten c.q .investeringen waarvoor geen begrotingsruimte ingecalculeerd is.
Structureel
• Instructie medewerkers om te gaan met agressie de-escalerend te kunnen optreden en altijd de eigen veiligheid voorop te stellen.
5%
€ 10.000
€ 500
Het risico dat activa van RUD worden ontvreemd.
Risico van investeringen waarvoor geen begrotingsruimte ingecalculeerd is.
Structureel
• Zorgvuldige bewaring, transport, gebruik en administratie van kostbare apparatuur. Opstellen gebruikershandleidingen en toezicht op de toepassing hiervan. Nagaan of risico verzekerbaar is.
5%
€ 10.000
€ 500
e. Procedure risico’s 48
Termijnoverschrijding procedures
Risico dat een procedure niet binnen de gestelde wettelijke termijn kan worden afgerond
De arbeidsintensieve WOB-verzoeken en mogelijke dwangsommen kunnen leiden tot onvoldoende dekking op de begrote kostprijs van het product met exploitatieverlies voor RUD als gevolg.
Procedure leidt tot duur juridisch advies
Het risico dat specialistische (juridische) kennis vereist is waarvoor extern advies ingewonnen moet worden.
De externe advieskosten kunnen leiden tot onvoldoende dekking op de begrote kostprijs van het product met exploitatieverlies voor RUD als gevolg.
Niet naleven afspraken 3 dienstverleningsovereenkomst a. RUD b. Deelnemers
Het risico dat naleving van de DVO’s niet is geborgd.
Het niet naleven van de DVO’s kan leiden tot imagoschade, schadeclaims en mogelijk verlies aan omzet
Gedeelde procesverantwoordelijkheid
Het risico dat geschillen ontstaan inzake verantwoordelijkheid voor onregelmatigheden doordat de verantwoordelijkheden gedeeld worden tussen RUD en het betrokken bevoegd gezag.
Onvoldoende borging van de verantwoordelijkheid kan leiden tot imagoschade, schadeclaims en mogelijk verlies van omzet.
1
2
4
Structureel
• De RUD zal zeer zorgvuldig moeten zijn in de termijnen die zij in acht neemt in het kader van een WOB verzoek. De procesbeschrijvingen en de uitvoering van het proces moeten kloppen.
50%
€ 1.260
€ 630
Structureel
• Kwaliteitssysteem, dat zorgvuldig werken bevordert en waardoor fouten geminimaliseerd worden.
5%
€ 10.000
€ 500
Structureel
* Afspraken over uit te voeren werkzaamheden duidelijk vast leggen en overeenstemming bereiken over werkprogramma. Via kwaliteitssysteem uitvoering borgen. * DVO van onbeperkte duur
20%
€ 20.000
€ 4.000
Structureel
• Heldere scheidslijnen proberen aan te brengen in de processen. Met name rond de knip waar verantwoordelijkheden overgaan tussen deelnemer (het bevoegd gezag) en RUD. Hierover goede afspraken maken en deze ook vastleggen.
20%
€ 10.000
€ 2.000
49
5 Registratie werk
Het risico dat de dossiervorming en logboeken onvoldoende zijn geborgd waardoor de kwaliteit van RUD in het geding komt.
Onvoldoende dossiervorming en kwaliteit kan leiden tot schadeclaims en/of verminderde omzet.
Structureel
• Kwaliteitssysteem, dat zorgvuldig werken ook op vlak dossiervorming bevordert en waardoor fouten geminimaliseerd worden.
5%
€ 50.000
€ 2.500
5%
€ 40.000
€ 2.000
f. Aansprakelijkheidsrisico’s
1 Optreden personeel
Het risico dat RUD aansprakelijk wordt gesteld naar aanleiding van onzorgvuldig handelen van personeel.
Het mogelijke gevolg is aansprakelijkheid die kan leiden tot imagoschade, schadeclaims en mogelijk verlies van omzet.
Structureel
• Belangrijk is met name de zorg voor het kapitaal van de RUD dat bestaat uit deskundige medewerkers. Strategische personeelsplanning, individuele begeleiding personeel en voldoende aandacht voor met name opleidingsplannen. Ook met betrekking tot communicatie en integriteit. Verzekering tegen aansprakelijkheidsrisico's
2 Claims uit rechtsgedingen
Het risico dat rechtsgedingen leiden tot een schadeclaim voor RUD.
Het gevolg kan een schadeclaim zijn die niet gedekt wordt door de verzekering van RUD.
Structureel
• Kwaliteitssysteem, dat zorgvuldig werken bevordert (waaronder een goede dossieropbouw) en waardoor fouten geminimaliseerd worden.
5%
€ 10.000
€ 500
Het risico dat de werkprogramma’s qua tijdsbesteding onjuist zijn ingeschat waardoor de grondslag van de begroting van RUD onjuist is.
De exploitatie van RUD is niet kostendekkend. De werkorganisatie van RUD zal hierop moeten worden aangepast.
Incidenteel meerjarig in eerste jaren output financiering
• Met behulp van het tijdschrijfsysteem nog beter in beeld brengen hoe de verdeling van de inrichtingen is. Met behulp van zaakgericht tijdschrijven inzicht verhogen ter verbetering werkprogramma's.
50%
€ 40.000
€ 20.000
g. Financiële risico’s
1
Uren in werkprogramma’s niet betrouwbaar
50
Kosten ontwikkeling ICT 2 voorzieningen
Het risico dat de kosten van de ontwikkeling van noodzakelijke ICTvoorzieningen (voornamelijk software) groter zijn dan thans begroot.
De exploitatie van RUD is niet kostendekkend. De organisatie van RUD zal hierop moeten worden aangepast.
3 Toenemende (vaste) kosten
De exploitatie van RUD is Het risico dat de (vaste) kosten niet kostendekkend. De van RUD toenemen tot een organisatie van RUD zal hoger niveau dan thans hierop moeten worden begroot. aangepast.
4 Kostprijs versus verkooptarief
Risico dat externe bureaus door lagere tarieven (voor beperktere dienstverlening) klanten wegkapen bij de RUD
Het risico dat toenemende regeldruk vanuit de rijksoverheid leidt tot oplopende kosten voor de RUD, bijvoorbeeld inzake automatisering.
5
Wijziging in regeldruk vanuit de rijksoverheid
Structureel
• Strategische ICT planning maken voor komende 4 jaar en actieplan opstellen. Aansluiten bij regionale aanbestedingen.
20%
€ 125.000
€ 25.000
Structureel
Vaste kosten periodiek in beeld brengen en in volgende begroting opnemen.
20%
€ 200.000
€ 40.000
Het gevolg kan zijn dat de concurrentie-positie verslechtert met verlies van omzet als gevolg.
Structureel
Werkprocessen zo efficiënt mogelijk vormgeven. Letten op personele omvang in relatie tot taakomvang. Werken met flexibele schil om piek en dalbezetting te optimaliseren.
20%
€ 10.000
€ 2.000
De exploitatie van RUD is niet kostendekkend. De organisatie van RUD zal hierop moeten worden aangepast.
Structureel
• Veranderingen goed communiceren naar de deelnemers en verwerken in de begroting. Opnemen in strategische ICT planning voor komende 2 jaar.
20%
€ 40.000
€ 8.000
Structureel
• Goede ziekteverzuimbegeleiding. Bepalen hoe de werknemer kan blijven functioneren binnen de organisatie. Eventueel verzekering (stop loss) .
20%
€ 100.000
€ 20.000
h. Letsel en veiligheidsrisico’s/Arbo en arbeidsrisico’s
Risicodrager 1 arbeidsongeschiktheid
Het risico dat werknemers arbeidsongeschikt raken met financiële gevolgen voor RUD inzake het eigen risico.
De exploitatie van RUD is niet kostendekkend. De werkorganisatie van RUD zal hierop moeten worden aangepast.
51
Het risico dat werknemers letselschade oplopen als gevolg van arbeid
Het mogelijke gevolg zijn schadeclaims of eigen risico’s voor rekening en risico van RUD.
1 Niet voldoende herkenbaar zijn
Het risico van onvoldoende bekendheid en herkenbaarheid door matige communicatie.
Onvoldoende herkenbaarheid en bekendheid kan leiden tot verlies aan mogelijke omzet.
Ziekteverzuim en doorbetaling loonkosten
2 Letselschade door arbeid
Structureel
• Instructie personeel, ter beschikking stellen veiligheidsmiddelen voor persoonlijke bescherming. Verzekeren.
5%
€ 20.000
€ 1.000
Structureel
• De RUD dient aandacht te besteden aan haar communicatie om haar tot een vanzelfsprekende kandidaat werkgever te maken op haar expertise gebied.
20%
€ 80.000
€ 16.000
Het risico van ziekteverzuim met doorbetaling van loonkosten en kosten van mogelijke tijdelijke vervanging (inhuur).
De exploitatie van RUD is niet kostendekkend. De werkorganisatie van RUD Structureel zal hierop moeten worden aangepast.
• Door betrokkenheid personeel zorgen voor laag ziekteverzuim. Door middel van goede ziekteverzuimbegeleiding ziekteproces zo mogelijk beperken en re-integratie bevorderen. Opvangen middels inhuur als andere mogelijkheden zijn uitgeput.
5%
€ 50.000
€ 2.500
Het risico dat de kosten van bijscholing en opleiding hoger zijn dan de begrote (norm)kosten van 2% van de loonsom.
De opleidingskosten zijn hoger dan begroot en kunnen niet betaald worden uit de reguliere exploitatie of ontwikkelbegroting van RUD.
• Jaarlijks opstellen opleidingsplan
5%
€ 80.000
€ 4.000
i. Personeelsrisico’s
2
3 Bijscholing medewerkers
Structureel
52
• Op basis van strategisch opleidingsplan nagaan hoe opleidingen zo voordelig mogelijk gerealiseerd kunnen worden (bijvoorbeeld middels in huis trainingen)
Het gevolg kan zijn dat bijscholing en/of inhuur noodzakelijk is om de verloren kennis op te vangen.
Kennisverlies als gevolg van 4 uitstroom van medewerkers
Het risico dat RUD essentiële en waardevolle kennis verliest als gevolg van uitstroom van medewerkers.
4 Vervangbaarheid medewerkers
Het risico dat substantiële kosten verbonden zijn aan het aantrekken van nieuwe medewerkers in relatie tot de verwachte hoge gemiddelde leeftijd van het personeelsbestand van RUD.
Structureel De kosten van deze opleiding of inhuur kunnen niet gedekt worden uit de reguliere exploitatie van RUD.
De wervings- en opleidingskosten zijn hoger dan begroot en kunnen niet gedekt worden uit de reguliere exploitatie van RUD.
Structureel
• Middels strategische personeelsplanning zoveel mogelijk vooruitkijken naar natuurlijke uitstroom en opvolgers klaarstomen via persoonlijk ontwikkelplan. Hierdoor verminderen kennis uitstroom. Bij jonge medewerkers is dit moeilijker te voorzien. Middels goed personeelsbeleid mensen binden aan de organisatie.
• zie vorige
20%
€ 20.000
€ 4.000
50%
€ 40.000
€ 20.000
€ 2.636.260
€ 524.630
53
CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT Aan: het algemeen bestuur van RUD Zuid-Limburg A. Verklaring over de in het jaarstukken opgenomen jaarrekening 2020 Ons oordeel Wij hebben de jaarrekening 2020 van RUD Zuid-Limburg te Maastricht gecontroleerd. Naar ons oordeel: • geeft de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2020 als van de activa en passiva van RUD Zuid-Limburg op 31 december 2020 in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV); • zijn de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2020 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, waaronder de verordeningen van RUD Zuid-Limburg, zoals opgenomen in het controleprotocol dat is vastgesteld door het algemeen bestuur. De jaarrekening bestaat uit: 1. de balans per 31 december 2020; 2. het overzicht van baten en lasten over 2020; 3. de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen; en 4. de bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld.