CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

VII-5 Bijlage 1 Grondstoffenplan 2022-2026 gemeente Simpelveld.pdf

Raadsvergadering 17 februari 2022, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Grondstoffenplan 2022-2026 gemeente Simpelveld20.397 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dit komt neer op 20 euro per aansluiting • Kan leiden tot minder zuivere monostromen (moeilijker verkoopbaar) • Mogelijk leidt tot bijvangst van andere grondstoffen in het restafval • Leidt tot de noodzaak van een herziening van de opbouw van de afvalstoffenheffing • Leidt tot een hogere uitstoot van CO 2 Gelet op de doelstellingen van de Rd4-gemeenten om te komen tot minder restafval, meer en schonere grondstoffen en zo laag mogelijke afvalkosten kunnen we, gezien de uitkomst van het onderzoek, nu niets anders doen dan blijven vasthouden aan het huidige bronscheidingsmodel.

Hoofdstuk 4. Terugblik 2004-2020

33

4.5 Resumé Terugkijkend op de voorgaande beleidsfases blijkt dat de verrichte inspanningen succesvol zijn geweest. De hoeveelheid restafval is sterk afgenomen en het scheidingspercentage is gestegen. Desondanks is het niet gelukt om de door de Rd4-gemeenten zelf opgelegde scheidingsdoelstelling alsook de landelijke streefwaarde te halen. Er is sprake van een regionale optimalisatie die heeft bijgedragen aan de positie waar we nu staan. Denk hierbij aan de vroegtijdige inzameling van PMD-afval en de introductie van de BEST-tas (landelijk een primeur). Op financieel vlak mag positief worden teruggekeken. Door de verrichte beleidsinspanningen zijn de kosten behoorlijk gedaald, al wordt dit succes door de landelijke belastingmaatregelen en heffingen deels tenietgedaan, een effect dat ook in de nabije toekomst merkbaar zal blijven. De hoge verwerkingstarieven voor afval en de lage vergoedingen voor grondstoffen zullen meer nog dan nu een grote stempel drukken op het afvaltarief! Dit maakt het afvalbeleid een voor de inwoners moeilijk uit te leggen verhaal. Ondanks het feit dat er minder restafval is en er meer grondstoffen zijn gescheiden zien de inwoners dit niet terug in hun beurs. Vermeden kosten zie je immers niet terug in klinkende munt. Ofschoon de inwoners van de Rd4-gemeenten niet staan te springen om hogere afvaltarieven zijn ze wel tevreden over het huidige afvalbeleid.

Verdere mogelijkheden om grondstoffen nog meer te kunnen scheiden of beter gescheiden te kunnen aanbieden staan hoog op het verlanglijstje. Men is tevreden over de recent geboden mogelijkheden om mee te praten over het afvalbeleid. Met datgene wat de afgelopen jaren is gedaan en met de kennis die daaruit is verkregen liggen de toekomstige uitdagingen op het vlak van: • Verruiming van de mogelijkheden om grondstoffen gescheiden in te zamelen • Kwaliteitsverbetering van de grondstoffen • Beheersing van de kosten • Blijven inzetten op betrokkenheid en inzet van de inwoners • Meer grip op ontwijkgedrag • Geen grootschalige beleidsverandering

34

Grondstoffenplan 2022-2026

Hoofdstuk 4. Terugblik 2004-2020

35

hoofdstuk 5

Speerpunten van het nieuwe grondstoffenbeleid

Het ‘Grondstoffenplan 2022-2026’ is het logische vervolg op het Afvalinzamelplan en het Afvalbeheersplan. Deze plannen hebben de basis gelegd voor het huidige afvalinzamelsysteem. Daarnaast is een enorme winst geboekt met het verminderen van de hoeveelheid restafval en de verbetering van afvalscheiding. In het Grondstoffenplan slaan we de weg in naar nog minder afval maar tevens ook meer én schonere herbruikbare afvalstromen uit het afval; grondstoffen dus! Naast de kwantiteit van de herbruikbare afvalstromen zal de kwaliteit van deze grondstoffen in het kader van de circulaire economie een nog veel belangrijkere rol gaan spelen. Zeker nu de acceptatienormen op de afzetmarkt van grondstoffen steeds strakker worden aangetrokken en het aan te leveren product dus steeds schoner (zuiverder) zal moeten zijn.

5.1 Wat vinden anderen? Bovengenoemd proces kunnen we niet alleen. Hierbij moeten we, meer nog dan eerst, aansluiten op de beleefwereld van onze inwoners. Tijdens een aanvullende inwonersenquête in mei 2021 is daarom ingegaan op de mogelijkheden van de inwoners om het afval nog meer te verminderen, beter te scheiden en/of te voorkomen. Daarnaast is bestuurlijk draagvlak van groot belang. Vandaar dat alle bestuurders en gemeenteraadsleden gevraagd is welke ambitie zij zien voor het Grondstoffenplan en waar daartoe op moet worden ingezet.

5.1.1 Inwonersenquête 2021 Aan deze enquête hebben 25.000 inwoners deelgenomen. In 2021 bestaat nog steeds een derde van het restafval uit GFT-afval. Om dit afval uit de restafvalcontainer te houden geeft bijna 60% aan dat zij behoefte hebben aan informatie wat wel en niet in de GFT-container mag (zie figuur 5.1). Bijna de helft ziet stank bij het apart houden van GFT-afval als een probleem en zou graag tips ter voorkoming hiervan ontvangen. Net geen 30% zou graag zien dat het GFT-afval in de zomer wekelijks zou worden ingezameld, ook als daarvoor extra betaald zou moeten worden. Verder is er een heel groot aantal respondenten die in hun toelichting pleiten voor het behouden van het nul-tarief voor GFT-afval. Tevens werd inwoners gevraagd hoe vervuiling van de gescheiden ingezamelde grondstoffen kan worden voorkomen. Op deze vraag is voorlichting over wat wel en niet in het afval mag het hoogst scorende antwoord: 62%. Verder is gebleken dat lang niet iedereen (bijna 50%) weet welke afvalstromen nu wel en niet gratis bij Rd4 aangeboden kunnen worden. Net geen 40% van de deelnemers ziet winst in het nog meer aan huis inzamelen van grondstoffen. Dit antwoord wordt nog eens versterkt door het feit dat ruim 50% de BEST-tas breder zou willen inzetten voor de inzameling van huidige recyclebare stromen aangevuld met grote elektrische apparaten, piepschuim of oud ijzer.

In het verminderen van de totale hoeveelheid verpakkingsafval zien inwoners een rol weggelegd voor supermarkten en/of de producenten. Het gebruik van de zogenaamde nee-nee- of nee-ja-sticker kan volgens hen bijdragen aan minder papier in huis. 70%

60%

50%

40%

30%

20%

10%

0% Tips over afvalscheiding

Meer tips over GFT- Tips over voorkomen Extra GFT-ledigingen Informatie over gratis scheiding van stank in de zomer afvalstromen

Meer grondstoffen inzamelen

Verbreding van de BEST-tas inzameling

Figuur 5.1.Respons uit de inwonersenquête in 2021 In de enquête werd gevraagd op welke wijze volgens de inwoners de alsmaar duurdere verwerkingskosten voor afval en grondstoffen het beste verrekend kunnen worden (zie figuur 5.2). Net iets meer dan 40% kiest voor een systeem waarbij in het basistarief naast de vaste kosten ook een aantal ledigingen voor GFT- en restafval is inbegrepen. Maakt men vaker gebruik van het systeem, dan geldt daar een extra prijs voor per lediging. De andere varianten scoren lager. Hierbij moet wel rekening

Hoofdstuk 5. Speerpunten van het nieuwe Grondstoffenplan

37

gehouden worden dat uit de reacties wel een oproep te horen viel om de inzameling van GFT-afval gratis te houden. 45% 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% Vast basistarief met inbegrip van een Huidige systeem is goed. Extra Huidige systeem is goed. Extra aantal ledigingen voor rest- en GFT- kosten verrekenen via het vaste tarief kosten verrekenen via het variabele afval. Extra ledigingen betalen tarief voor restafval

Vast basistarief met variabele tarieven voor rest- en GFT-afval. Kostenstijgingen

Figuur 5.2. Verwachting van de inwoners m.b.t. afrekening afvalstoffenheffing

5.1.2 Aan de raad gevraagd Naast de mening van de inwoners zijn ook de raadsleden gevraagd om aan te geven hoe zij denken over het afval-/grondstoffenbeleid en welke ambities hierbij nagestreefd mogen/zouden moeten worden. Aan deze enquête hebben 60% van de raadsleden deelgenomen. Op basis van een raadsenquête kan gezegd worden dat raads- en commissieleden het belang van een uniform grondstoffenbeleid binnen de Rd4-gemeenten als (zeer) belangrijk ervaren (zie figuur 5.3). Het beleid mag, volgens de raadsleden, de landelijke ambities (80% grondstoffenscheiding) en trends geheel volgen. Men is er tevens voorstander van het huidige inzamelsysteem verder te optimaliseren zodat het past bij de na te streven ambities. 60%

50%

40%

30%

20%

10%

0% Heel erg belangrijk

Belangrijk

Neutraal

Niet belangrijk

Tevreden over het afvalbeleid

Tevreden over het afvalbeleid en beoogde richting m.b.t. grondstoffen

Veranderingen zijn wenselijk

Figuur 5.3. Motivering van een uniform afvalbeleid binnen de regio en de mate van tevredenheid over het beleid (volgens de raadsleden)

38

Grondstoffenplan 2022-2026

Als belangrijk aandachtspunt geven de raadsleden mee dat bij de realisatie van de beoogde doelen er niet aan voorbij kan worden gegaan om nadrukkelijk aandacht te geven aan communicatie, motivatie en gedragsverandering. Men is zich bewust dat de rol die de inwoners in de circulaire economie hebben goed moet worden gepresenteerd, zodat mensen begrip krijgen voor de uitdagingen die er liggen (zie figuur 5.5). Gelijktijdig ziet men ook kansen voor het invoeren van mogelijke financiële prikkels en (zij het in mindere mate) het verhogen van de service. 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 80% afvalscheiding

Lager dan 80% afvalscheiding

Hoger 80% afvalscheiding

Inzetten op financiële prikkels

Verhoging van de dienstverlening

Inzetten op communicatie en motivatie

Figuur 5.4. Ambitie m.b.t. afvalbeleid en waarop moet worden ingezet om dit te bereiken (volgens de raadsleden) Tot slot is gekeken naar de beleving van raadsleden over de financiële kant van het grondstoffenbeleid. Men zet in op een verhoging van de service om zo ervoor te zorgen dat er nog meer grondstoffen worden gescheiden. Vandaar dat de meerderheid kiest voor het gratis houden van GFT-afval. Maar diegene die meer dan gemiddeld gebruik maken van het systeem mogen daar ook meer voor betalen of zouden daar in ieder geval minimale extra kosten voor in rekening gebracht mogen krijgen (zie figuur 5.6). 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Gratis GFT

Symbolisch bedrag voor GFT

Kostendekkend

bedrag voor GFT

Bij een hoger dan gemiddeld GFT

aanbod betalen

Kosten verlagen

Verhogen van de

Verhogen van de

service

(minimale) extra

betaling

door afname van de

service, tegen kosten

service tegen

Figuur 5.6. Hoe gaan we om met de kosten? (volgens de raadsleden)

Hoofdstuk 5. Speerpunten van het nieuwe Grondstoffenplan

39

5.2 Speerpunten De uitkomst van de enquêtes bevestigen min of meer hetgeen al in hoofdstuk 4 is geconcludeerd en biedt daarmee een goede basis voor de speerpunten van het Grondstoffenbeleid voor de jaren 2022-2026 die past binnen de ambitie van de Rd4-gemeenten:

Minder restafval en schonere grondstoffen De succesvolle inzet om de totale hoeveelheid restafval te verminderen ten gunste van meer herbruikbare afvalstromen zal met nog meer nadruk moeten worden voortgezet om de beoogde ambitie te realiseren (zie figuur 5.7). Hierbij zal vooral ingezet moeten worden op het verkrijgen van zuivere grondstoffen. Onzuiverheden in de grondstoffen hebben een groot effect op de afzet en verwerking van de grondstoffen en dus de kosten en opbrengsten die hiermee samenhangen. Door uitvoering te geven aan het ‘Grondstoffenplan 2022-2026’ wordt getracht de zuiverheid en kwaliteit van de grondstoffen blijvend te verbeteren. 120%

400 350 300 250 200 150 100 50 0

kg per inwoner

100% 80%

80%

60% 40%

100

20% 0%

2004

2008

2013

2019

2020

2026

2030

2050

Figuur 5.7. Kg per inwoner

Betrokkenheid van de inwoners De gekozen ambitie is enkel haalbaar als inwoners beter bekend zijn met de circulaire economie en achter de doelstellingen ervan kunnen staan. Dit geldt voor zowel de inzameling van afvalstromen alsook het voorkomen van vervuiling van grondstoffen, bijplaatsingen en afvaldumpingen. Het voorkomen van ontwijkgedrag is essentieel voor het draagvlak van het grondstoffenbeleid. Via het Grondstoffenplan zal gericht actie ondernomen worden om inwoners te betrekken bij het beleid en mogelijk ontwijkgedrag verder tegen te gaan.

Instandhouding en optimalisatie van het systeem Het huidige inzamelsysteem kan rekenen op de steun van de inwoners en gemeenteraden maar er is nog ruimte voor verbetering. Nu worden afvalstromen bij het restafval gegooid omdat inwoners geen ruimte hebben deze (langdurig) apart te houden, niet goed weten welk afval te scheiden of gewoon niet willen scheiden. Het Grondstoffenplan gaat verder op de basis die de afgelopen jaren gelegd is. Diftar blijft gehandhaafd en door het serviceniveau van de inzameling verder te optimaliseren moet het mogelijk zijn om meer maar ook schonere grondstoffen in te zamelen. Het principe van ‘de gebruiker betaalt’ zal hierbij nader onderzocht worden.

40

5.3 Uitvoeringsacties Bovenstaande speerpunten vormen de basis voor de verdere uitvoeringsacties die moeten bijdragen aan het halen van de uitgesproken ambitie en als zodanig bijdragen aan de verbetering van de regionale circulaire economie. De acties worden beschreven in hoofdstuk 6: Uitvoeringsprogramma. Om te komen tot een nader plan van aanpak is het van belang om een aantal beleidsuitgangspunten vast te stellen: • Het huidige inzamelsysteem zal niet ingrijpend gewijzigd worden. Diftar blijft het uitgangspunt waarbinnen onderzoek naar verdere optimalisatie van de inzamelservice op grondstoffen mogelijk moet zijn • Het principe van ‘de gebruiker betaalt’ zal nader bekeken worden • De beoogde uitvoeringacties hebben als doel het verbeteren van de inzamel- en of milieuprestaties alsmede de service naar de inwoners • Gerichte communicatie naar en participatie door inwoners dragen bij aan de realisatie van het beleid • Kosten van het Grondstoffenplan moeten beheersbaar en toekomstbestendig zijn Het grondstoffenbeleid van een gemeente wordt beïnvloed door de balans tussen drie aspecten: de dienstverlening naar de inwoners (service), het milieurendement (duurzaamheid) en de beschikbare financiële middelen. Deze onderlinge relatie is goed weer te geven in de zogenaamde afvaldriehoek (zie figuur 5.8).

Een gemeente voert op al die aspecten regie waarbij het streven is om te komen tot een evenwicht tussen wensen van inwoners, de financiële middelen en het milieurendement.

Inwoners (service) > Klantgerichtheid > Werkgelegendheid > Participatie > Bewustwording

Duurzaamheid (Milieu) > Schone grondstoffen > Voorkomen van afval < CO 2 uitstoot < Restafval

Financiën = Afvalstoffenheffing > Lokale economie > Marktwerking

Figuur 5.8. De afvaldriehoek Zoals al in de eerdere hoofdstukken is besproken is het doel om via het Grondstoffenplan een bijdrage te leveren aan de circulaire economie waarbij de service die de inwoners wensen voor de afvalinzameling behouden blijft of zelfs verbeterd/geoptimaliseerd wordt en dat zonder hoge financiële consequenties. In figuur 5.8 is per aspect aangegeven waar de uitdagingen liggen. Afzonderlijk spreken deze ambities voor zich, maar het effect bij de ene ambitie kan van invloed zijn op een andere en dus zullen er afwegingen gemaakt moeten worden tussen de verschillende aspecten en ambities.

Hoofdstuk 5. Speerpunten van het nieuwe Grondstoffenplan

41

hoofdstuk 6

Uitvoeringsprogramma

Wat betekenen de eerder genoemde ambitie en bijbehorende speerpunten voor de dagelijkse aspecten van de inzameling van grond-/afvalstoffen? We gaan sturen op beheersbare en toekomstbestendige afvalkosten. Zetten in op verbetering van de duurzaamheidsprestaties met betrekking tot meer maar zeker ook schonere grondstoffen. We streven voor zover mogelijk naar verbetering van de service richting de inwoners waarbij het principe van ‘de gebruiker betaalt’ nader bekeken zal worden. Tot slot ligt er de uitdaging om de inwoners, naast nog meer, beter en/of gerichter te informeren en enthousiasmeren, ook betrokken te krijgen, te laten deelnemen bij de doelstellingen rondom de circulaire economie.

42

6.1 Strategie en aanpak Om invulling te geven aan de speerpunten van het beleid is een combinatie van maatregelen nodig. De maatregelen zijn gebundeld in een viertal thema’s die nader uitgewerkt zijn in een uitvoeringsprogramma:

THEMA 1

Iedereen doet mee Onze inwoners vinden het normaal en makkelijk om schone grondstoffen op de juiste manier aan te bieden

THEMA 2 Duurzame dienstverlening en voorzieningen We sturen op meer service voor wat betreft de inzameling van afzonderlijke grondstoffen THEMA 3 Kostenbeheersing Duurzaam omgaan met grondstoffen zorgt niet altijd voor een besparing THEMA 4 Schone buurt Grondstoffenbeleid en een schone openbare ruimte gaan hand in hand

Het opstellen en uitvoeren van het uitvoeringsprogramma mag en kan niet gezien worden als een statisch geheel. Er zal ruimte moeten zijn om gedurende de looptijd van dit plan in te spelen op de veranderingen in de dagelijkse praktijk, de afzetmarkt voor afval- en grondstoffen, wijzigingen voor wat betreft de producentenverantwoordelijkheid of wetgeving dan wel anderszins. Mogelijke verwachtingen kunnen hierdoor veranderen en moeten dan worden bijgesteld. Het is belangrijk dat we, in navolging van de eerdere inwonersenquêtes, inwonersparticipatie als een belangrijk onderdeel erkennen om te komen tot maatwerk en (beoogd) resultaat. Bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma is in ruime mate rekening gehouden met de input die is verkregen via de inwonersenquêtes van 2020 en 2021 en de raadsenquête van 2021. In hoofdlijnen volgen hieronder nogmaals de belangrijkste uitkomsten: • Tevredenheid over het huidige inzamelsysteem • Voorkeur voor geen grote beleidsveranderingen • Draagvlak voor de scheidingsdoelstelling • Meer mogelijkheden om grondstoffen te scheiden • Ruimte voor meer service • Houd het betaalbaar maar kijk ook naar het ‘de gebruiker betaalt’-principe • Blijf inwoners (waar en wanneer mogelijk) betrekken • Zet in op communicatie, inzicht, motivatie en gedragsverandering • Aandacht voor ontwijkgedrag

Hoofdstuk 6. Aanpak participatie en uitvoeringsprogramma

43

6.2 De basis staat Het afvalinzamelsysteem heeft zich de afgelopen jaren succesvol ontwikkeld tot waar we nu staan. Het kan rekenen op een grote waardering en draagvlak van de inwoners. Er is volop ingezet op een hoge servicegerichtheid met een diversiteit aan inzamelmiddelen. Binnen de Rd4-gemeenten zijn 8 milieuparken aanwezig. Deze zijn goed bereikbaar voor de inwoners en bovendien kennen de milieuparken ruime openingstijden. Naast de milieuparken is er een groot netwerk aan ondergrondse afvalcontainers voor papier, glas, textiel (550 stuks) en restafval (850 stuks). Al deze voorzieningen zijn erop gericht om inwoners in staat te stellen al hun afval gemakkelijk en goed te scheiden. Naast de fysieke voorzieningen is er veel energie gestoken in de verbetering van de service en de dienstverlening (denk aan de BEST-tas en de tweewekelijkse inzameling van PMD) alsook de digitale toegankelijkheid. Dit maakt dat het gevoerde afvalbeleid van de afgelopen jaren een goede basis heeft gevormd waarop verder gebouwd kan worden. Juist hierom en ook vanwege de waardering van de inwoners is het niet noodzakelijk om het systeem drastisch te veranderen. De basis staat en de uitdaging ligt er dan ook om, daar waar mogelijk, het beleid verder te verfijnen ten gunste van meer en schonere grondstoffen, minder restafval en het voorkomen van ontwijkgedrag.

Juist vanwege de afname van de hoeveelheid restafval en de toename van de hoeveelheid gescheiden grondstoffen maar ook gezien het draagvlak voor het huidige inzamelbeleid blijft het diftar-systeem de basis vormen. Het tegen betaling aanbieden van restafval blijft dan ook ongewijzigd en blijft gezien worden als een drijfveer om afval te scheiden. Desondanks laten de cijfers zien dat het scheidingspercentage onder de VANG-doelstelling ligt en dat afval scheiden nog niet door iedereen (even succesvol) wordt omarmd. Tevens zien we dat de kwaliteit van zowel het restafval als de gescheiden grondstoffen niet 100% is. De fracties bevatten in meer of mindere mate nog stoorstoffen. Bij restafval zien we dat er nog altijd grondstoffen in zitten die gescheiden kunnen worden aangeboden. Bij de grondstoffen zien we vormen van vervuiling door afvalcomponenten die niet bij de desbetreffende grondstof horen. Inzet in kennis, gedrag en motivatie om afval goed te scheiden vormt dan ook een heuse uitdaging die mogelijk nog kan worden aangevuld met een verbeterde service op de inzameling van grondstoffen. De drempel tot ontwijkgedrag zal hierdoor hopelijk worden verlaagd. Niet alleen bij de inzameling maar ook in het gedrag ten aanzien van dumping en bijplaatsing van afval in de openbare ruimte.

44

Grondstoffenplan 2022-2026

Inzamelmiddelen Tot 2004 alleen minicontainers, vanaf 2004 plaatsing ondergrondse systemen voor restafval

Uitbreiding van de ondergrondse restafvalsystemen BEST-tas PMD zakken

Ondergrondse systemen voor GFT en restafval toegankelijk Citybins voor GFT van 20 liter

Volumefrequentiesysteem 2010, restafval en GFT betaald (diftar) 2015 gratis GFT in diverse gemeenten

Vast tarief en betalen per restafvallediging GFT gratis m.u.v. E-M en Voerendaal

2013 invoering BEST-tas 2016 2-wekelijkse inzameling PMD 6x gratis naar het milieupark

Faciliteiten GFT bij hoog- en stapelbouw 4-wekelijkse inzameling restafval 2x gratis naar het milieupark grofvuil

Geen verandering in de inzamelmiddelen Uniform inzamel(middelen)beleid Doorontwikkeling naar BEST-tas++ Onderzoek naar service op maat

Systeem 1 Basistarief

de basis staat

Diftar blijft Kosten blijven beheerst Uniformiteit ledigingstarieven

Dienstverlening 2008 invoering Plastic Heroes inzameling Onbeperkt gratis naar het milieupark

2004

2010

2018

Focus verandering: van afval naar grondstof Grondstoffenparken en circulair ambachtscentrum Optimalisatie grondstoffen hoogbouw

2021

2026 Planperiode

Figuur 6.1. Planning 2004-2026 Met de basis op orde wordt via het Grondstoffenplan toegewerkt naar het ‘nieuwe normaal’ waarin afval de grondstof is voor morgen. Een situatie waarin iedereen bewust is van de doelstelling van de circulaire economie. Het gescheiden houden en inzamelen van grondstoffen zal met nog meer service en gemak plaatsvinden en het totaal draagt bij aan een schone openbare ruimte. De route naar het nieuwe normaal wordt gewezen door de uitwerking van de vier eerder genoemde thema’s.

45

Thema 1: iedereen doet mee

Onze inwoners vinden het normaal en makkelijk om schone grondstoffen op de juiste manier aan te bieden

46

Afval bestaat niet maar is een grondstof voor nieuwe producten. Via preventie, recycling, hergebruik en reparatie van producten verkleinen we onze impact op het klimaat en het milieu en versterken we de circulaire economie. Vandaar dat erop ingezet moet worden om het afval nog beter te scheiden, want alleen dan kunnen we het hergebruiken. Het is belangrijk om mensen bewust te maken van de mogelijkheid om spullen een tweede leven te geven. Die bewustwording zal nog meer dan nu het geval is moeten gaan leven bij de inwoners. Niet alleen het scheidingspercentage zal verbeterd moeten worden, ook het aandeel van stoorstoffen in de gescheiden grondstoffen moet verminderen. Uiteindelijk moet het verkrijgen van minder afval en zuivere grondstoffen de gewoonste zaak van de wereld worden waar inwoners niet over hoeven na te denken. Maar hoe gaan we dat bereiken?

Thema 1.1 Voorlichting, informatie en educatie De betrokkenheid en inzet van inwoners bij het realiseren van de doelen van het Grondstoffenplan is van groot belang. Daarnaast weten inwoners het beste waar zij in de dagelijkse praktijk tegen aanlopen en waar er mogelijk verbeteringen zijn. In dit samenspel is communicatie, participatie en educatie essentieel. Communicatie was tot voor kort vooral gericht op de voorlichting over de dagelijkse instructie: wanneer wordt afval opgehaald? Waar kan ik het kwijt? Wat hoort waar? Uiteraard blijft deze informatie belangrijk, maar het is, met het momentum waar we nu staan, niet langer voldoende om het enkel daartoe te beperken. De communicatie moet breder worden naar positieve gedragsbeïnvloeding (nudging). Dit leidt ertoe dat de nadruk van communiceren verschuift van informeren en instrueren naar activeren. Van groot belang hierbij is dat de dienstverlening naar de inwoners begrijpelijk en aantrekkelijk wordt gepresenteerd en bovendien servicegericht, uitnodigend, en positief is. Op deze wijze wordt aangezet tot verdere bewustwording én zelfreflectie en díe biedt mogelijkheden voor een duidelijk handelingsperspectief. Om inwoners grondstoffen te laten scheiden en zuiver te houden moet er voor gezorgd worden dat het gemakkelijk is, aantoonbaar nut moet hebben en dat het ‘gewoon’ een goede gewoonte moet zijn of worden.

Ten aanzien van het gemak moet er voor gezorgd worden dat de inzameling (in de breedste zin van het woord) goed georganiseerd is waarbij de inwoner niet al te veel inspanningen moet doen. Daarnaast moet het via communicatie voor iedereen duidelijk zijn op welke wijze, wanneer, welke grondstof wordt ingezameld en welke afvalstroom daartoe wel of niet behoort.

Actiepunt: (door)ontwikkeling communicatie tools m.b.t. afvalscheiding, grondstoffen, wat is wat en wat hoort waar etc.

Het doel/nut van het apart houden van grondstoffen moet voor alle inwoners duidelijk zijn. Hiertoe is het geven van goede uitleg en goede achtergrondinformatie essentieel. Het communiceren over de resultaten van de afgelopen jaren moet bijdragen aan dit besef. We laten

Hoofdstuk 6. Thema 1: iedereen doet mee

47

zien wat we (dankzij de inzet van iedereen) al bereikt hebben en waar we naar toe willen.

Actiepunt: transparantie van beleid en resultaten

Om het scheiden van grondstoffen als gewoonte te laten zien of worden moet er geïnvesteerd worden in het aanleren van gewenst gedrag. Dit geldt zowel in de thuissituatie maar ook binnen schoolverband, in verenigingsverband en bij evenementen. Door in al deze situaties afval te scheiden of beter gezegd grondstoffen apart te houden wordt de beleving dat dit normaal is versterkt. Educatie vormt in dit kader een belangrijke rol. Door schooljeugd van jongs af aan actief bewust te maken van grondstoffenscheiding zal de vanzelfsprekendheid daartoe bijdragen aan het succes: ‘jong geleerd is oud gedaan’. Op deze wijze wordt de weg naar een circulaire economie kinds af aan aangeleerd.

Actiepunt: (door)ontwikkeling educatietools

Naast het apart houden van grondstoffen zal de communicatie ook in moeten gaan op het feit dat grondstoffen vrij moeten zijn van stoorstoffen en dat het geheel past in het streven naar een circulaire economie.

Thema 1.2 Afvalpreventie Naast alle inzet om, in het kader van de circulaire economie, zoveel mogelijk schone grondstoffen uit het restafval te houden dient de vraag te worden gesteld: “waar komt al dit afval vandaan?” Of beter gezegd: “hadden we dit kunnen voorkomen?” Wat er niet is hoeft uiteindelijk niet te worden gescheiden of te worden verbrand. Net als bij actiepunt ‘voorlichting, informatie en educatie’ gaat het ook hier om een verandering in gedrag en denkpatroon. In onderstaande figuur is de trap tegen troep weergegeven waarin verschillende trappen zijn afgebeeld waarop het ontstaan van afval beperkt kan worden door keuzes te maken.

48

Grondstoffenplan 2022-2026

Figuur 6.2. De Trap tegen Troep. Bron: duurzaamheid.nl De ‘trap tegen troep’ laat stap voor stap, of beter trede voor trede, zien hoe we anders met onze spullen en ons afval kunnen omgaan. In plaats van gebruiken en afdanken, wordt alleen nog maar datgene gebruikt wat écht nodig is. Na gebruik wordt gekozen voor een hoogwaardig hergebruik in plaats van afdanken. Goede voorbeelden van interacties die binnen de Rd4-gemeenten al resulteren in hergebruik zijn de BEST-tas, de kringloopwinkels en natuurlijk de laagdrempelige milieuparken. In paragraaf 4.3.3 werd al melding gemaakt van het met succes doorlopen van het 100-100-100-project. (Meer dan) 100 huishoudens hebben binnen dit project geprobeerd om 100 dagen lang zo weinig mogelijk afval te produceren (100% afvalscheiding) en met succes. Gemiddeld zouden deze huishoudens op jaarbasis minder dan 16 kg restafval produceren. Voorkomen van afval is dus mogelijk, doch vergt wel een bepaalde gedragshouding van de inwoners. Mogelijk dat de effecten, ervaringen etc. uit dit project kunnen worden meegenomen in het onder A.1.1 uit te werken communicatie- en informatietraject. Verder zal gekeken kunnen worden naar het opzetten van een ‘internet community’ waarin inwoners, via tips & tricks, ervaringen met elkaar delen over het voorkomen van afval, afvalscheiding en meer.

Actiepunt: het komen tot een communicatieplatform waarop inwoners elkaar kunnen stimuleren tot afvalpreventie en betere grondstoffenscheiding

De gemeenten en Rd4 kunnen hierin een bijdrage leveren door verdere uitleg te geven over het Grondstoffenbeleid. Uitleg gaat verder dan alleen communicatie en draagt bij aan bewustwording en motivatie.

Hoofdstuk 6. Thema 1: iedereen doet mee

49

Actiepunt: het komen tot een communicatieplatform waarop gemeenten/Rd4 uitleg geven over het Grondstoffenbeleid Kijken of via het opnemen van beleidsregels het ontstaan van afval kan worden voorkomen door zelf maatregelen te treffen, een goed voorbeeld hiervan is de overweging om (regionaal) een ja-ja-sticker in te voeren. Nog veel huishoudens ontvangen ongevraagd en dus ongeadresseerd veel reclame, folders of bladen. Dat is zonde want veel van dit drukwerk verdwijnt ongelezen in de papierbak of erger in de restafvalcontainer. Al bestaat nu al de mogelijkheid om, via de ja-nee- of de nee-nee-sticker ongeadresseerd drukwerk te voorkomen toch zien we dat veel inwoners die moeite niet nemen om hiertoe actie te ondernemen. Als gekozen wordt voor een zogenaamd ja-ja-beleid, mag reclame folders ect. enkel worden bezorgd bij die huishoudens die daar via een ja-ja-sticker ook daadwerkelijk om vragen. In Nederland zijn er al gemeenten die ervaringen hebben opgedaan met deze sticker en de juridische obstakels die zo’n beleid met zich mee brengen. Op basis van deze ervaringen kan gekeken worden of ook binnen de Rd4-gemeenten de introductie van een ja-ja-sticker wenselijk is en daadwerkelijk tastbare resultaten kan opleveren.

Actiepunt: onderzoek invoeren ja-ja-sticker

Uit voorgaande sorteeranalyses van ons restafval is gebleken dat er veel voedsel verspild wordt, dit wordt verbrand als restafval. Naast deze onnodige verspilling van kostbaar voedsel, legt dit een grote druk op de CO 2 -uitstoot van deze keten. We informeren en leggen onze inwoners uit, wat de impact van deze verspilling is en geven ze tips en informatie over het voorkomen van voedselverspilling.

Actiepunt: actieplan ter voorkoming van de verspilling van voedsel

Thema 1.3 Verbetering van de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen Het afvalbeleid van de voorgaande jaren heeft geresulteerd in een behoorlijke afname van de hoeveelheid restafval. Dit is ook terug te zien in de toename van de hoeveelheid gescheiden afvalstromen. Dat is een mooie ontwikkeling, maar de kwaliteit van de te scheiden grondstoffen staat onder druk. Zowel bij PMD, papier en GFT neemt de aanwezigheid van zogenaamde stoorstoffen toe. Juist omdat in de (nabije) toekomst de zuiverheidsgraad van de aan te leveren grondstoffen zal moeten toenemen is het van groot belang om het risico van stoorstoffen onder de aandacht te brengen. Immers verwerkers van grondstoffen kunnen op basis van de kwaliteitseisen boetes uitdelen of zelfs vrachten weigeren als de kwaliteit onvoldoende is. Dat heeft dan financiële consequenties die weer doorwerken in de kosten naar onze inwoners. Dat er stoorstoffen in de grondstoffen zitten is op zich niet vreemd. Vaak is bij inwoners niet precies bekend welke afvalstromen nu wel of niet bij de desbetreffende grondstof horen. Verdere uitleg en communicatie zal hierbij van groot belang zijn. Naast het niet juist scheiden van afvalstoffen is ook sprake van ontwijkgedrag. Restafval of andere afvalstromen die

50

Grondstoffenplan 2022-2026

niet bij de desbetreffende grondstof thuis horen worden wel in de container/zak gegooid. Onbekendheid, onverschilligheid of ontwijkgedrag (bewust afval bij de verkeerde fractie deponeren) zijn hier debet aan. Wat voor grondstoffen geldt, geldt natuurlijk ook voor restafval. Zoals in hoofdstuk 4 al is gezegd bestaat het aangeboden restafval nog altijd uit meer dan 50% te scheiden grondstoffen (grotendeels GFT-afval) die met het huidige inzamelsysteem al apart kunnen worden aangeboden. Dat is jammer, omdat GFT-afval een nadelig effect heeft op eventuele grondstoffen die via nascheiding uit het restafval gehaald kunnen worden. Bijgevolg worden grondstoffen op een dure wijze verbrand en dat draagt dan niet bij aan de circulaire economie. Het is dus van groot belang dat inwoners zich bewust zijn van het belang van de kwaliteit van de diverse grondstoffen.

Actiepunt: (door)ontwikkeling communicatie tools m.b.t. kwaliteit van grondstoffen

Naast aandacht voor het scheiden van grondstoffen alsmede de kwaliteit hiervan is het van groot belang om te zorgen dat de inwoners over de passende inzamelmiddelen kunnen beschikken. Als de mogelijkheid tot scheiden op een ‘eenvoudige’ wijze voorhanden is, zullen grondstoffen ook eerder apart worden aangeboden. Het gaat hier dan om enerzijds het inzamelmiddel, maar ook om de inzamelmethode. Uiteraard gaat het hier dan wel om het generale beeld en wordt niet geïnvesteerd op individueel niveau.

Actiepunt: inzamelmiddelen en methodieken op ‘maat’

Hoofdstuk 6. Thema 1: iedereen doet mee

51

Als sluitstuk op de communicatie zal aandacht besteed moeten worden aan de controle van de Grondstoffen. Dit kan al plaatsvinden bij de inzameling zelf waardoor fracties die te vervuild zijn niet worden meegenomen. Daarnaast kan ook gekeken worden naar de mogelijkheden binnen Rd4 om ingezamelde grondstoffen voor afvoer naar de verwerker te controleren/voor te sorteren. Stoorstoffen worden dan op voorhand al uit de grondstof gehaald waardoor eventuele boetes of afkeur kan worden voorkomen.

Actiepunt: onderzoek naar mogelijkheden voor voorsorteren (bepaalde) grondstoffen

Thema 1.4 Meenemen in de circulaire transitie/economie Dat de doelstellingen om de hoeveelheid restafval te verminderen en de hoeveelheden grondstoffen te vergroten bijdragen aan een duurzame circulaire economie moet niet alleen iets zijn van beleidmakers en bestuurders. De inwoners moeten het uiteindelijk doen. In de voorgaande jaren hebben we gezien dat de inwoners goed hun best hebben gedaan om toe te werken naar het niveau waar we nu staan, maar het moet en kan nog beter. Een duurzame circulaire economie is er niet zomaar; bij de overgang daar naartoe moet de inwoner meegenomen worden en dat hangt of staat niet alleen bij het afvalaspect. Voorkomen is beter dan genezen en zo is het ook bij de circulaire economie: het voorkomen dat niet herbruikbare of schadelijke producten worden gemaakt of onnodig gebruikt worden. Daarnaast willen we bereiken dat producten zo lang mogelijk worden gebruikt of hergebruikt zodat het niet als afvalproduct eindigt. In de circulaire economie draait het er om dat grondstoffen, materialen of producten nooit in de afvalfase terecht komen. De eerder gepresenteerde Trap tegen Troep (figuur 6.1) verbeeldt dit op een goede manier.

52

Grondstoffenplan 2022-2026

We spreken over de R-ladder. Hoe hoger een strategie op deze lijst (ladder) van circulariteitsstrategieën staat, hoe meer circulair de strategie is en dus hoe lager het grondstofgebruik. De R verwijst naar de begin letter van de Engelse termen: Refuse (afwijzen), Rethink (heroverwegen), Reduce (verminderen), Re-use (hergebruiken), Repair (repareren), Refurbish (opknappen), Remanufacture (reviseren), Repurpose (hergebruiken), Recycling en Recover (terugwinnen).

Figuur 6.3. De circulaire verwerkingsladder. Bron: Uitvoeringsprogramma Afval en grondstoffen 2020-2025 gemeente Amsterdam Om in 2050 100% circulair te zijn, moet de manier waarop we met ons afval omgaan fundamenteel veranderen. Het beoogde grondstoffenbeleid van de Rd4-gemeenten draagt bij aan deze doelstelling door er voor te zorgen dat het ontstaan van afval zoveel mogelijk wordt voorkomen en door zo veel mogelijk in te zetten op hergebruik en recyclen van grondstoffen. Om deze transitie te laten slagen zullen inwoners bewust moeten worden van de beoogde verandering van de huidige recycle economie naar de circulaire economie. Inwoners zullen zich bewust moeten worden dat ook zij een rol spelen in het succes van deze beoogde transitie.

Actiepunt: inwoners meer bekend maken met de circulaire economie

Hoofdstuk 6. Thema 1: iedereen doet mee

53

In de voorbereiding en tijdens het opstellen, maar ook tijdens de implementatie van het nieuwe grondstoffenbeleid konden en kunnen inwoners meepraten en meedenken over de geplande doelstellingen en maatregelen, we willen ruimte aan de inwoners bieden om mee te doen. Zoals al onder de eerdere genoemde actiepunten van dit thema is genoemd is het beleid er op gericht om inwoners bewust te maken van de ambitie van de Rd4-gemeenten om te komen tot een circulaire economie en hen in staat te stellen daar aan bij te dragen. Gelijktijdig moeten de gemeenten oog hebben voor wat er werkelijk speelt onder de bewoners en putten uit hun ervaringen.

Actiepunt: inwoners hebben een actieve rol Actiepunt: periodiek onderzoek naar ervaringen van het grondstoffenbeleid

54

Grondstoffenplan 2022-2026

Planning maatregelen thema 1 2022

2023

2024

2025

2026

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

A.1.1 Voorlichting, informatie en educatie A.1.1.1 (door)ontwikkeling communicatie tools m.b.t. afvalscheiding, grondstoffen, wat is wat en wat hoort

X

waar etc. A.1.1.2 transparantie van beleid en resultaten A.1.1.3 (door)ontwikkeling educatietools

X X

A.1.2 Afvalpreventie A.1.2.1 onderzoek naar communicatieplatform waarop inwoners elkaar kunnen stimuleren tot afvalscheiding A.1.2.2 onderzoek naar communicatieplatform waarop gemeenten/Rd4 uitleg geven over het Grondstoffenbeleid A.1.2.3 onderzoek invoeren ja-ja-sticker

X

A.1.2.4 actieplan ter voorkoming van de verspilling van

X

voedsel A.1.3 Verbetering van de kwaliteit van grondstoffen A.1.3.1 (door)ontwikkeling communicatie tools m.b.t. kwaliteit van grondstoffen

X

X

A.1.3.2 inzamelmiddelen en methodieken op ‘maat’ A.1.3.3 onderzoek naar mogelijkheden voor voorsorteren (bepaalde) grondstoffen

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

A.1.4 Meenemen in de circulaire economie A.1.4.1 inwoners meer bekend maken met de circulaire economie A.1.5 Inwonerparticipatie A.1.5.1 ruimte bieden aan inwonerparticipatie A.1.6 Monitoring tevredenheid A.1.6.1 periodiek onderzoek naar ervaringen van het Grondstoffenbeleid

Hoofdstuk 6. Thema 1: iedereen doet mee

X

X

X

55

Thema 2: duurzame dienstverlening en voorziening

We sturen op meer service voor wat betreft de inzameling van afzonderlijke grondstoffen

56

Met de uitvoering van de eerdere afvalbeheersplannen is de basis gelegd voor het inzamelsysteem zoals we dat nu binnen de Rd4-gemeenten kennen. Met het Grondstoffenplan wordt de focus meer dan ooit op de afzonderlijke herbruikbare grondstoffen gelegd. Daartoe moet de dienstverlening op deze grondstoffen zo optimaal mogelijk zijn én moet, zo ver als dat mogelijk is, aangesloten worden bij de wensen van onze inwoners. Dit vergt verder investeren in het haalsysteem en een optimalisatie van het brengsysteem.

Thema 2.1 Uniformering inzamelbeleid In Thema 1 is al ingegaan op het belang van de betrokkenheid van iedere inwoner bij het uitvoeren van het grondstoffenbeleid. Om het beleid zo goed en zo krachtig mogelijk uit te dragen is het essentieel dat de verschillen binnen het inzamelsysteem van de Rd4-gemeenten minimaal zijn. In vervolg hierop, én vanwege het succes dat de 4-wekelijkse inzameling van restafval heeft voor wat betreft de afname van de hoeveelheid restafval en toename van de hoeveelheid grondstoffen, zal ook in de laatste twee Rd4-gemeenten (Gulpen-Wittem en EijsdenMargraten) de 4-wekelijkse inzameling van restafval ingevoerd worden. De BESTtas wordt eveneens ingevoerd in Gulpen-Wittem en Eijsden-Margraten. De inzamelfrequentie van GFT- en PMD-afval blijft een keer per veertien dagen.

Actiepunt: uniform inzamelbeleid binnen de Rd4-gemeenten

Naast de uniformering van het inzamelbeleid is het ook wenselijk dat de wijze waarop afvalstoffen aangeboden kunnen worden uniform zijn, dit vergemakkelijkt de inzameling van afval- of grondstoffen door Rd4 en verhoogt tevens het gebruikersgemak voor de inwoners. Daarnaast draagt een goed inzamelmiddelenbeleid bij aan de doelstelling om meer grondstoffen te verkrijgen uit het restafval.

Actiepunt: uniform inzamelmiddelenbeleid binnen de Rd4-gemeenten

Thema 2.2 Mechanisatie van de inzameling Sinds 2003 voert Rd4 een personeelsbeleid dat gericht is op het zo zuinig mogelijk omgaan met medewerkers die de inzameling van huishoudelijke afvalstromen verzorgen, om hier invulling aan te geven is al een groot deel van de inzameling gemechaniseerd. Enerzijds door het uitfaseren van bovengrondse containers door ondergrondse containers (die door één persoon met een kraan worden leeggemaakt) en anderzijds door bijvoorbeeld de invoering van zogenaamde zijbelading. Hierdoor wordt menskracht vervangen door mechanica, dit beleid zal de komende jaren (onder druk van steeds strengere regelgeving en de voortdurende behoefte om de inzameling verder te optimaliseren) doorgevoerd worden. Verder zal onderzocht worden of verdere containerisatie (bijvoorbeeld van papier of PMD) haalbaar is.

Hoofdstuk 6. Thema 2: duurzame dienstverlening en voorziening

57

Actiepunt: verdere mechanisatie van de inzameling Actiepunt: onderzoek naar verdere containerisatie

Thema 2.3 Onderzoek naar periodieke wijzigingen van de inzamelservice Binnen het huidige beleid is gekozen voor een vaste inzamelfrequentie voor restafval van één keer per vier weken en voor GFT- en PMD-afval één keer per twee weken. De frequenties zijn enerzijds bepaald op basis van de verlaging van de service op restafval en juist een verbetering van de service op PMD-afval. Doordat de inzamelfrequentie van restafval is afgeschaald van één keer per twee weken naar één keer per vier weken en bij PMD-afval juist het omgekeerde zouden de kosten voor de inzameling gelijk blijven. Uit de enquêtes onder de inwoners van de Rd4-gemeenten is gebleken dat er onder de inwoners behoefte is om het GFTen/of PMD-afval in de zomermaanden frequenter in te zamelen. Bij warme weersomstandigheden geven veel inwoners aan dat ze last hebben van stank en maden. Groot risico van deze overlast is dat inwoners zich juist eerder van deze fracties willen ontdoen en dat deze daardoor mogelijk belanden bij het restafval (men kiest dan voor het eerste moment om van het afval af te komen).

Om enerzijds tegemoet te komen aan de geluiden van de samenleving (hetgeen positief zal bijdragen aan de betrokkenheid van de inwoners bij de grondstoffeninzameling) en anderzijds de zuiverheid van de afvalstromen te behouden zal onderzocht worden welke mogelijkheden en consequenties er zijn als de inzamelservice voor GFT- en PMD-afval in de zomermaanden verhoogd zou worden.

Actiepunt: onderzoek naar mogelijkheden voor service vergroting gedurende de zomer periode

Een samenleving die steeds meer gericht is op persoonlijke wensen en keuzes. Zelf de controle hebben over service en gemak. Hoe zouden we hier op het gebied van afvalinzameling gehoor aan kunnen geven? Onze inwoners geven in de enquête aan hier positief tegenover te staan, zelfs indien hier extra voor betaald dient te worden. We onderzoeken de mogelijkheden om te kijken of het invoeren van het extra inzamelen op verzoek (en betaling) zou kunnen bijdragen aan de gestelde doelen en bovendien zorgt voor een hogere servicetevredenheid.

Actiepunt: onderzoek naar mogelijkheden voor servicevergroting door de inzameling meer op maat aan te passen onder voorwaarde dat de gebruiker ervoor betaalt

58

Grondstoffenplan 2022-2026

Thema 2.4 Optimalisatie van de inzameling van grondstoffen bij hoog- en stapelbouw Uit sorteeranalyses blijkt dat in het restafval bij hoog- en stapelbouw nog veel GFT-afval -en dan met name etensresten- zit, dit ondanks de inspanningen en campagne die de gemeenten hebben ondernomen om voor deze woningen de inzameling van GFT-afval (op verzoek van veel inwoners) te herintroduceren. Nagenoeg bij al deze woningen kan men gebruik maken van de wekelijkse inzameling van GFT-afval via een eigen GFT-emmer of (indien bij het complex aanwezig) een ondergrondse GFT-container. Desondanks zien we dat veel inwoners nog geen gebruik maken van deze service dan wel niet/of nauwelijks gebruiken. De inzameling van andere grondstoffen zoals PMD of papier kan beter bij de hoog- en stapelbouw. Ruimtegebrek binnen de woning om grondstoffen gescheiden op te slaan, stank en ongedierte, beperkte hoeveelheid zijn de hoofdredenen waarom grondstoffen niet apart gehouden worden.

Actiepunt: verbetering van de inzamelresultaten van grondstoffen bij hoog- en stapelbouw met 8%

Hoofdstuk 6. Thema 2: duurzame dienstverlening en voorziening

59

Thema 2.5 Onderzoek naar de introductie van de BEST-tas++ De mate van afvalscheiding wordt grotendeels bepaald door de motivatie, het gedrag, de kennis en de mogelijkheid om grondstoffen apart te houden. Deze aspecten zullen bij de actiepunten van Thema 1 belangrijk zijn. In de aspecten van Thema 2 kijk je vooral naar de mogelijkheden die er geboden worden om afval apart te kunnen aanbieden. Hierbij speelt de factor gemak een belangrijke rol. Het is bekend dat als er binnen een huishouden grote hoeveelheden grondstoffen vrijkomen men bereid is om deze weg te brengen naar de straatvoorziening, kringloopwinkel of het milieupark. Anders is het bij grondstoffen die slechts sporadisch vrijkomen. Juist deze geringe omvang werkt voor velen beperkend om deze grondstof gescheiden aan te bieden via het milieupark. Een goed voorbeeld is oud ijzer. In elk huishouden heeft men wel eens oud ijzer. Vaak ligt dat ergens in huis in afwachting tot er een keer naar het milieupark gereden wordt. Op het moment dat er dan een oud ijzerboer langs komt wordt snel even het oud ijzer aangeboden; weg is weg. Je ziet dat gemak dan een belangrijke drijfveer is. Een ander voorbeeld is piepschuim. Piepschuim wordt nog altijd veel gebruikt om goederen te verpakken. Bij aanschaf van een nieuw product blijft de consument opgescheept met stukken piepschuim.

Ondanks dat piepschuim goed kan worden hergebruikt en daarom ook als aparte grondstofstroom kan worden aangeboden bij het milieupark zien we veel piepschuim toch in het restafval belanden of bij het oud papier. Uit de inwonersenquêtes van 2020 en 2021 kwam naar voren dat veel inwoners meer mogelijkheden zouden willen krijgen om hun grondstoffen in te leveren. Het verbreden van de inzameling van de BEST-tas kon daarbij op bijval van de inwoners rekenen. Door mee te gaan in deze wens wordt de drempel om bepaalde grondstoffen apart te houden verkleind. De wijze waarop deze inzameling zou moeten gaan plaatsvinden dient nader te worden onderzocht al of niet aangevuld met een pilot, een middel dat hierbij zou kunnen worden ingezet is bijvoorbeeld een zogenaamde grondstoffenkar, of GRIP-wagen (GRondstoffenInzamelPunt). Bij succes kan de aangepaste inzameling (BEST-tas++) binnen alle Rd4-gemeenten worden ingevoerd. Waardevolle grondstoffen dragen uiteindelijk bij aan het verlagen van de afvalstoffenheffing. We behouden de aandacht en spelen adequaat in op diefstal en illegale inzamelacties die niet door de gemeente zijn goedgekeurd.

Actiepunt: onderzoek naar de optimalisatie van de BEST-tas door verruiming van het aantal aan te bieden grondstoffen Actiepunt: pilot BEST-tas++-inzameling Actiepunt: evaluatie BEST-tas++-pilot en mogelijke uitrol binnen alle Rd4gemeenten Actiepunt: behoud van grondstoffen aan de eigen inzameldienst

60

Grondstoffenplan 2022-2026

Thema 2.6 Start eerste circulair ambachtcentrum De Rd4-gemeenten hebben acht milieuparken in gebruik, waar inwoners nagenoeg al hun afval en grondstoffen naartoe kunnen brengen. Van daaruit worden afval- en grondstoffen naar verdere verwerking gebracht. In het kader van de ambitie om sterk bij te dragen aan de circulaire economie zal vanuit de optiek om in te zetten op een hoogwaardige verwerking van producten, verlenging van de productlevensduur en het bewustzijn bij bezoekers van de milieuparken een circulair ambachtscentrum worden gerealiseerd. Een circulair ambachtscentrum verbindt een kringloopwinkel, reparatiewerkplaats, de milieustraat en een onderwijsinstelling met elkaar. Door op één centrale locatie samen te werken komen er minder (her)bruikbare producten en waardevolle grondstoffen in de verbrandingsovens terecht. In het circulair ambachtscentrum worden producten gerepareerd en opgeknapt, zodat de levensduur ervan wordt verlengd. Tevens worden er nieuwe producten gemaakt uit bestaande materialen, dit kan zijn als grondstof voor een ander product. Deze manier van werken zorgt ook voor werkgelegenheid voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het circulair ambachtscentrum biedt daarnaast opleidingsmogelijkheden voor scholieren en studenten. Rd4 heeft namens haar gemeenten een subsidie ontvangen voor het opzetten van een circulair ambachtscentrum in Margraten.

Actiepunt: opzetten van het eerste circulair ambachtscentrum

Thema 2.7 Omvorming van de milieuparken naar grondstoffenparken Met de inzet tot het verkrijgen van meer grondstoffen uit het huishoudelijk afval wordt het belang van grondstoffen in de hedendaagse afvalinzameling onderstreept. De titel van dit beleidsplan noemt de term afval al niet meer. Naast alle inspanningen die de komende jaren worden verricht om bij de inzamelingen van grond- en afvalstoffen meer te focussen op grondstoffen, zal ook bij de brenglocaties meer nadruk gelegd moeten worden op de term grondstof. Daarnaast moet de mogelijkheid bekeken worden of de reststromen die op de milieuparken vrijkomen nog verder (optimaal) gescheiden kunnen worden. Deels ter voorkoming van afkeur of boetes bij de afgifte van afval- of grondstoffen omdat deze nog te veel stoorstoffen bevatten. Anderzijds omdat deze zogenaamde stoorstoffen op een andere meer duurzame wijze hergebruikt/verwerkt kunnen worden.

Hoofdstuk 6. Thema 2: duurzame dienstverlening en voorziening

61

Actiepunt: focus op de milieuparken moet liggen op grondstoffen Actiepunt: continu onderzoek naar de mogelijkheden om afval- én grondstoffen zo zuiver mogelijk te krijgen

Thema 2.8 Marktontwikkelingen De ontwikkelingen binnen de afval- en grondstoffenmarkt volgen elkaar in een snel tempo op. Als gevolg van opgedane kennis kan een afvalstroom die nu nog verbrand wordt, volgend jaar een aparte grondstof zijn. De ontwikkelingen rondom de verwerking van restafval zijn dynamisch waardoor de huidige wijze van eindverwerking door middel van verbranden straks wellicht op chemische wijze zal plaatsvinden. Denk aan de ontwikkelingen binnen Chemelot of de verwerking van luiers. We volgen lopende pilots (bijvoorbeeld luierinzameling in Maastricht) en bezien aan de hand van marktontwikkelingen en ervaringen uit deze pilots of deze ontwikkelingen toegepast kunnen worden binnen ons verzorgingsgebied. De ontwikkelingen in het kader van producentenverantwoordelijkheid dwingen ons alert te zijn op mogelijkheden om afvalstromen om te buigen naar grondstoffen.

Actiepunt: volgen marktontwikkelingen en bezien toegevoegde waarde binnen de Rd4-gemeenten Actiepunt: onderzoek naar kansen van luierinzameling

62

Grondstoffenplan 2022-2026

Planning maatregelen thema 2 2022

2023

X

X

2024

2025

2026

X

X

A.2.1 Uniformering inzamelbeleid A.2.1.1 uniform inzamelbeleid binnen de Rd4-gemeenten A.2.1.2 uniform inzamelmiddelenbeleid binnen de

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

Rd4-gemeenten A.2.2 mechanisatie van de inzameling

X

A.2.3 Onderzoek naar periodieke wijzigingen van de inzamelservice A.2.3.1 onderzoek naar mogelijkheden voor service vergroting gedurende de zomer periode A.2.3.2 onderzoek naar mogelijkheden service op verzoek met bijbehorende betaling A.2.4 Verbetering inzameling van grondstoffen bij hoog- en stapelbouw A.2.4.1 verbetering van de inzamelresultaten van grondstoffen bij hoog- en stapelbouw met 8% A.2.5 BEST-tas++ A.2.5.1 onderzoek naar de optimalisatie van de BEST-tas door verruiming van het aantal aan te bieden grondstof-

X

fen A.2.5.2 pilot BEST-tas++-inzameling

X

A.2.5.3 evaluatie BEST-tas++-pilot en uitrol binnen alle Rd4-gemeenten A.2.6 Start 1e circulair ambachtscentrum A.2.6.1 opzetten van het eerste circulaire ambachtscentrum in Margraten A.2.7 Milieupark wordt grondstoffenpark A.2.7.1 focus op de milieuparken moet liggen op grondstoffen A.2.7.2 continu onderzoeken naar de mogelijkheden om afval- én grondstoffen zo zuiver mogelijk te krijgen

X

A.2.8 Monitoring marktontwikkelingen A.2.8.1 aandacht voor marktontwikkelingen die toegevoegde waarde hebben voor de Rd4-gemeenten A.2.8.2 onderzoek naar kansen voor luierinzameling

X

Hoofdstuk 6. Thema 2: duurzame dienstverlening en voorziening

63

Thema 3: kostenbeheersing

Duurzaam omgaan met grondstoffen zorgt niet altijd voor een besparing

64

De kosten voor de inzameling van huishoudelijk afval en grondstoffen worden gedekt via de afvalstoffenheffing en zijn gebaseerd op het afvalbeleid en de ambitie. Binnen de Rd4-gemeenten wordt het diftar-systeem gehanteerd: huishoudens die minder afval aanbieden worden beloond, omdat ze minder betalen dan huishoudens die meer of vaker afval aanbieden. Dit tarief is alleen van toepassing voor de aanbiedingen van restafval. Alle overige kosten worden verrekend via het vast tarief. Na de aanbesteding van de verwerking van restafval en GFT in 2013 zijn de verwerkingskosten aanzienlijk gedaald als gevolg van de overcapaciteit op de verbrandingsmarkt. Helaas is de markt op dit moment omgeslagen naar een capaciteitstekort met snel oplopende prijzen als gevolg. Hierdoor moet bij de komende aanbesteding voor 2024 rekening gehouden worden met veel hogere tarieven dan nu het geval is. Ofschoon de hoeveelheden restafval sterk zijn afgenomen, blijft het effect van de te verwachten prijsstijgingen in de verwerkingsmarkt substantieel. Daarnaast worden de gemeenten geconfronteerd met hogere lasten vanuit het rijk (als gevolg van de verbrandingsbelasting en de CO 2 -taks) en de dalende vergoedingen voor PMD. Tot slot moet de grillige mondiale grondstoffenmarkt genoemd worden. Door tal van redenen staat de afzet van grondstoffen onder druk hetgeen momenteel leidt tot lage opbrengsten.

Doordat de hoeveelheid grondstoffen uit het huishoudelijke afval de komende jaren nog verder zal toenemen zullen de fluctuerende marktprijzen een nadrukkelijk effect hebben op de kosten van het afval- en grondstoffenbeheer.

Thema 3.1 Toekomstbestendig en beheersbaar en uniform tarievenbeleid Het Afvalinzamelplan en het Afvalbeheersplan hebben geleid tot mooie resultaten voor wat betreft de afname van de hoeveelheid restafval binnen de Rd4-gemeenten. Dit succes kent echter ook zijn keerzijde. Als gevolg van toegenomen afvalscheiding dalen de variabele inkomsten zo sterk dat deze de inzamel- en verwerkingskosten (nagenoeg) niet langer dekken. Deze ontwikkeling wordt gezien als de diftar-paradox. Echter diftar is zeker niet de enige hoofdschuldige hieraan. Bovenstaande ontwikkelingen in de verwerkingsmarkt alsmede de toegenomen kosten voor transport spelen hierin een belangrijke rol en naar verwachting zal deze situatie zich de komende jaren blijven voordoen. De gemeenten hebben als gevolg van deze ontwikkelingen er alles aan gedaan om de stijging van de afvalstoffenheffing te vertragen en deze zo laag mogelijk te houden. Het inzetten van de gemeentelijke reserves bood een tijdelijke oplossing, doch ook hier is de bodem in zicht, zo niet al bereikt. Voor de komende jaren is het dan ook van belang om nader onderzoek te doen naar de verhouding tussen het vaste deel van de afvalstoffenheffing en het variabele deel. Hierbij zal het tevens van belang zijn dat, gelet op het uniforme afvalbeleid, het tarievenbeleid

Hoofdstuk 6. Thema 3: kostenbeheersing

65

(de structuur van de afvalstoffenheffing) binnen de Rd4-gemeenten hetzelfde is en dan met name voor wat betreft het variabele tarief. Dit heeft tevens het voordeel dat het zogenaamde afvaltoerisme tussen gemeenten, waar een ander beleid wordt gevoerd, wordt voorkomen. Uit de inwonerenquête is gebleken dat de inwoners een systeem willen (blijven) hanteren waarbij iedereen invloed heeft op de hoogte van zijn eigen afvalstoffenheffing en waar de grootste gebruikers/vervuilers het meeste betalen. Om aan alle ontwikkelingen en wensen tegemoet te komen lijkt het huidige systeem waarin iedereen een vast bedrag betaalt voor een bepaalde basisafname en extra betaalt als hij vaker gebruik maakt van het systeem het meest rechtvaardige systeem. Daarnaast hebben wij reeds een situatie bereikt dat afvalstromen steeds meer grondstoffen worden of als grondstof kunnen worden gerecycled. Hierdoor komt er een verschuiving van het principe ‘de vervuiler betaalt’ naar ‘de gebruiker betaalt’.

Actiepunt: op basis van onderzoek naar praktijkvoorbeelden incl. rekenmodellen met een inschatting van kosten en inkomsten een voorstel van uniforme tarieven uitwerken waarbij rekening gehouden wordt met het principe van ‘de gebruiker betaalt’

De wijziging van principe van vervuiler naar gebruiker geeft ruimte om tegen betaling meer service te bieden aan diegenen die dat willen zonder dat het reguliere inzamelsysteem op de schop moet. Mogelijk dat deze methodiek ruimte gaat bieden aan nog meer maatwerk in de service. Hierbij blijft echter wel gelden dat het uitgangspunt moet zijn dat alles in het teken moet staan om zoveel mogelijk schone grondstoffen te verkrijgen en zo min mogelijk afvalstoffen. De service op deze laatste stroom zal ook in de toekomst belast zijn. Reagerend op de afval- en grondstoffenmarkt zal dit systeem toekomstbestendig en beheersbaar moeten zijn.

Actiepunt: zorgen voor een toekomstbestendig en beheersbaar tarievensysteem

66

Grondstoffenplan 2022-2026

Planning maatregelen thema 3 2022

2023

2024

2025

2026

X

X

X

A.3.1 Uniformering Rd4-gemeenten A.3.1.1 op basis van onderzoek naar praktijkvoorbeelden incl. rekenmodellen met een inschatting van kosten en inkomsten een voorstel van tarieven

X

uitwerken waarbij rekening gehouden wordt met het principe van ‘de gebruiker betaalt’ A.3.2 Toekomstbestendig en beheersbaar A.3.2.1 zorgen voor een toekomstbestendig en beheersbaar tarievensysteem

Hoofdstuk 6. Thema 3: kostenbeheersing

X

67

Thema 4: schone buurt

Onze inwoners vinden het normaal en makkelijk om schone grondstoffen op de juiste manier aan te bieden

68

Iedereen woont graag in een schone buurt. Mensen die in een schone buurt wonen, zijn over het algemeen tevredener en waarderen hun buurt meer. Desondanks ontvangen zowel Rd4 als de afzonderlijke gemeenten meldingen van mensen die zich ergeren aan vervuiling in de buurt. Ondanks alle inzet van de gemeenten en Rd4 lijkt het probleem met afval maar moeilijk te kunnen worden aangepakt. Rd4 en haar gemeenten zijn aan zet waar het gaat om het zorgen voor optimale mogelijkheden om afval en grondstoffen gescheiden aan te bieden bij ‘aantrekkelijke voorzieningen’. Daarnaast is het van belang dat ook containers regelmatig en op tijd geleegd worden. Verder moet het Grondstoffenbeleid ertoe bijdragen dat zowel afval als grondstoffen op zo’n wijze worden aangeboden en opgehaald dat hierbij geen overlast ontstaat voor de directe omgeving. Tot slot is het eveneens heel erg belangrijk dat de inwoners goed geïnformeerd zijn, zodat duidelijk is hoe en wanneer afval en grondstoffen kunnen worden aangeboden. Veel van de geconstateerde ergernissen over afval in de openbare ruimte vinden hierin haar oorzaak. Ook het bewust afval op het verkeerde moment aan de straat zetten, naast de verzamelcontainer zetten of zo maar ergens dumpen van grofvuil zijn een doorn in het oog.

Het verkeerd aanbieden van afval draagt er toe bij dat er veelal meer afval bijkomt, want als de buurt al vies is, dan neemt niemand meer de moeite om het schoon te houden.

Thema 4.1 De basis op orde Als iedereen doet wat hij/zij moet doen blijft de openbare ruimte schoon. De gemeente zorgt voor duidelijke regels en samen met Rd4 voor goede faciliteiten en desgewenst ondersteuning voor inwoners die willen helpen. Via de acties uit Thema 1 worden inwoners geïnformeerd over hoe zij hun afval en grondstoffen op de juiste wijze kwijt kunnen. Rd4 en gemeenten moeten er aanvullend voor zorgen dat als het dan alsnog niet goed gaat, het probleem wordt opgelost. Van belang zal dan ook zijn dat inwoners te allen tijde hun afval kwijt kunnen. De inzamelcapaciteit voor de afval- en grondstoffen moet voldoende zijn: voldoende containers maar ook zorgen dat de containers tijdig geledigd worden. Daarnaast moet de omgeving van de containers (altijd) schoon zijn. Bij de huis-aan-huisinzamelactiviteiten dient er voor gezorgd te worden dat geen vervuiling plaatsvindt van de omgeving. Als al deze activiteiten op de juiste wijze worden uitgevoerd en dus als de basis op orde is zal hiertoe een bijdrage geleverd worden aan een schone buurt. Maar als iedereen de schone buurt echt belangrijk vindt, moet dit gezamenlijk worden aangepakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=c4b88191-dd2f-4a2d-a888-22bf4da79541