CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

VII-5 Bijlage 1 Grondstoffenplan 2022-2026 gemeente Simpelveld.pdf

Raadsvergadering 17 februari 2022, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Grondstoffenplan 2022-2026 gemeente Simpelveld20.397 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Grondstoffenplan 2022-2026

Grondstoffenplan van gemeente Simpelveld

Inhoudsopgave Samenvatting3 Leeswijzer5 Op weg naar een circulaire economie met dit Grondstoffenplan

7

Beleidskaders en ontwikkelingen

8

De weg naar circulair grondstoffenbeleid

14

Terugblik 2004-2020

18

Speerpunten van het nieuwe grondstoffenbeleid

36

Uitvoeringsprogramma42 Thema 1.

iedereen doet mee

46

Thema 2.

duurzame dienstverlening en voorziening

56

kostenbeheersing Thema 3.

64

schone buurt Thema 4.

68

Besluitvormingsproces, monitoring en financiële aspecten

72

Dit Grondstoffenplan is tot stand gekomen in samenwerking met onderstaande gemeenten en Reinigingsdiensten Rd4

Samenvatting Voor u ligt het ‘Grondstoffenplan 2022-2026’. Hierin wordt beschreven hoe de gemeente zich de komende jaren gaat inzetten om, vanuit de circulaire economie gedachte, steeds meer richting te geven aan het beheer van grondstoffen en afval in onze gemeente. Dit doen we als gemeente niet alleen, maar in nauwe regionale samenwerking met alle Rd4-gemeenten en Rd4. Het Grondstoffenplan is het logische vervolg op het ‘Afvalinzamelplan 2004-2014’ en het ‘Afvalbeheersplan 2014-2020’. De komende jaren zal blijvend gestuurd worden op een verdere toename van de gescheiden inzameling van grondstoffen, daarnaast zal de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen en het voorkomen van afval nadrukkelijk aandacht krijgen. Hiermee wordt een weg ingeslagen in de richting van een duurzamere en zoveel mogelijk afvalvrije gemeente in 2050.

Het afval van vandaag is de grondstof van morgen!

De vorige afvalbeleidsplannen zorgden er voor dat de hoeveelheid restafval steeds verder daalde en dat de hoeveelheid grondstoffen toenam. Van 2004 tot en met 2020 is de hoeveelheid restafval (fijn en grof) met 187 kg per Rd4-inwoner afgenomen. Het scheidingspercentage is in die periode gestegen van 49% naar 72%. Dit resulteerde, als gevolg van de inkomsten uit grondstoffen en de gunstige verwerkingsprijs voor restafval, in totaliteit in een afname van de Rd4-kosten van €47,- per inwoner. Met deze resultaten presteren de Rd4-gemeenten binnen de top 25% van Nederland op het gebied van kosten, scheidingsresultaat en dienstverlening. Er is dus een enorme winst geboekt met het verminderen van de hoeveelheid restafval en de verbetering van afvalscheiding. Het Grondstoffenplan bouwt voort op dit succes, naar nog minder afval maar tevens ook meer én schonere herbruikbare afvalstromen uit het afval; grondstoffen dus! Naast de kwantiteit van de herbruikbare afvalstromen zal de kwaliteit van deze grondstoffen een nog grotere rol gaan spelen. Zeker nu de acceptatienormen op de afzetmarkt van grondstoffen steeds strenger worden en het aan te leveren product dus steeds schoner (zuiverder) zal moeten zijn.

De kaders voor deze transitie komen voort uit de wettelijke verplichtingen, de systeemkeuzes en maatregelen die eerder zijn gemaakt en voldoen, de ontwikkelingen op de grondstoffenmarkt en de schaarste van grondstoffen en tot slot de uitkomsten van de inwoners- en raadsconsultatie. Vanuit die kaders is ook het doel gesteld van het Grondstoffenplan om in 2026 een afvalscheidingspercentage te bereiken van 80% met een gemiddeld aanbod van 100 kg restafval (fijn en grof) per inwoner. Een van de sleutels tot succes zal, net als in de voorgaande jaren, liggen in de betrokkenheid van de inwoners om een bijdrage te willen leveren aan deze doelstelling. In een wereld waar grondstoffen steeds schaarser worden moeten de inwoners het belang inzien van de gescheiden inzameling van schone grondstoffen uit afval. Inzet vanuit het Grondstoffenplan zal zijn om inwoners bewust te maken van het belang van schone grondstoffen en de eigen rol die zij daarbij kunnen hebben. Participatie vanuit inwoners is daartoe van grote waarde. Het verleden heeft bewezen dat de invoering van het diftar-systeem heeft geholpen bij de grote afname van de hoeveelheid restafval. Uit recente enquêtes onder inwoners en raadsleden is gebleken

Grondstoffenplan 2022-2026

3

dat het huidige systeem kan rekenen op de steun van de inwoners en raadsleden; al zien zij wel ruimte voor verbetering. Vandaar ook dat er met het Grondstoffenplan geen grootschalige wijzigingen in het inzamelsysteem zullen komen, maar dat bestaande structuren worden verbeterd of aangevuld vanuit de doelstelling om meer en schonere grondstoffen te verkrijgen. De kern van het nieuwe beleid is vooral gelegen in de gewijzigde benadering van de focus. Spraken we in de vorige beleidsplannen over afval; nu richten we ons geheel op grondstoffen. In onderstaande figuur wordt die transitie weergegeven: Inzamelmiddelen Tot 2004 alleen minicontainers, vanaf 2004 plaatsing ondergrondse systemen voor restafval

Uitbreiding van de ondergrondse restafvalsystemen BEST-tas PMD zakken

Ondergrondse systemen voor GFT en restafval toegankelijk Citybins voor GFT van 20 liter

Volumefrequentiesysteem 2010, restafval en GFT betaald (diftar) 2015 gratis GFT in diverse gemeenten

Vast tarief en betalen per restafvallediging GFT gratis m.u.v. E-M en Voerendaal

2013 invoering BEST-tas 2016 2-wekelijkse inzameling PMD 6x gratis naar het milieupark

Faciliteiten GFT bij hoog- en stapelbouw 4-wekelijkse inzameling restafval 2x gratis naar het milieupark grofvuil

Geen verandering in de inzamelmiddelen Uniform inzamel(middelen)beleid Doorontwikkeling naar BEST-tas++ Onderzoek naar service op maat

Systeem 1 Basistarief

de basis staat

Diftar blijft Kosten blijven beheerst Uniformiteit ledigingstarieven

Dienstverlening 2008 invoering Plastic Heroes inzameling Onbeperkt gratis naar het milieupark

2004

2010

2018

Focus verandering: van afval naar grondstof Grondstoffenparken en circulair ambachtscentrum Optimalisatie grondstoffen hoogbouw

2021

2026 Planperiode

Wat betekenen de eerder genoemde ambitie en bijbehorende speerpunten voor de inzameling van grond-/afvalstoffen? We gaan sturen op beheersbare en toekomstbestendige afvalkosten. We zetten in op verbetering van duurzaamheidsprestaties met betrekking tot meer en schonere grondstoffen. We streven naar verbetering van de service, waarbij het principe van ‘de gebruiker betaalt’ nader bekeken zal worden. En tot slot ligt er de uitdaging om de inwoners, naast nog meer, beter en/of gerichter te informeren en enthousiasmeren, ook betrokken te krijgen, te laten participeren bij de doelstellingen rondom de circulaire economie. Aan de hand van de onderstaande vier thema’s is het verdere uitvoeringsprogramma opgesteld met actiepunten voor de jaren 2022-2026:

THEMA 1

Iedereen doet mee Onze inwoners vinden het normaal en makkelijk om schone grondstoffen op de juiste manier aan te bieden

THEMA 2 Duurzame dienstverlening en voorzieningen We sturen op meer service voor wat betreft de inzameling van afzonderlijke grondstoffen

4

THEMA 3

Kostenbeheersing Duurzaam omgaan met grondstoffen zorgt niet altijd voor een besparing

THEMA 4

Schone buurt Grondstoffenbeleid en een schone openbare ruimte gaan hand in hand

Grondstoffenplan 2022-2026

Leeswijzer Hoofdstuk 1 is de inleiding van dit Grondstoffenplan. In hoofdstuk 2 bespreken we de wettelijke uitgangspunten en ontwikkelingen die van belang zijn voor de komende jaren. De toekomstige uitdagingen en (markt)ontwikkelingen op weg naar een circulaire economie (2050) en de gevolgen voor het grondstoffenbeleid bespreken we in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 geven we een terugblik op de periode 2004-2020 en evalueren we de resultaten van het voorgaande beleid en de uitgevoerde maatregelen. In hoofdstuk 5 worden de resultaten van de inwoners- en raadsenquête besproken; wat vinden zij van het huidige systeem en wat moet er veranderen? Op basis hiervan zijn de speerpunten van het nieuwe beleid bepaald. In hoofdstuk 6 is de toekomstige aanpak met uitvoeringsmaatregelen en actiepunten met een tijdsplanning opgenomen. Waarna we het financiële kader in hoofdstuk 7 schetsen.

Grondstoffenplan 2022-2026

5

hoofdstuk 1

In het Afvalinzamelplan uit 2004 en zijn opvolger Afvalbeheersplan uit 2014 zijn doelstellingen op het gebied van hoeveelheid restafval en scheidingspercentages vastgelegd en zijn maatregelen opgesteld om deze doelstellingen te behalen. Deze maatregelen en doelstellingen zijn tot en met 2020 lokaal en regionaal opgepakt en uitgevoerd. Met het grotendeels afronden van de genoemde beleidsplannen is in 2021 gestart met het opstellen van een nieuw beleidskader: Grondstoffenplan 2022-2026. Hierin worden de doelstellingen en te nemen maatregelen in het kader van het grondstoffen- en afvalbeleid voor de komende vier jaar vastgelegd.

Op weg naar een circulaire economie met dit Grondstoffenplan De Rijksoverheid heeft via het programma ‘Nederland Circulair in 2050’ de ambitie uitgesproken dat in 2050 grondstoffen efficiënt worden ingezet en hergebruikt zonder schadelijke emissies naar het milieu. Deze wijziging naar een circulaire economie is niet alleen belangrijk om de milieudoelstellingen te behalen, maar heeft tevens een financiële noodzaak. Bij gelijkblijvend beleid zullen in de komende jaren de kosten voor afvalverwerking flink stijgen. Door het nemen van maatregelen zorgen we ervoor dat deze kostenstijging in de toekomst zal worden afgevlakt. Vanuit het landelijke programma VANG (Van Afval Naar Grondstof) is de ambitie gesteld om in 2025 maximaal 30 kg ongescheiden restafval per inwoner per jaar aan te bieden. De Rd4-gemeenten, net als vele andere Nederlandse gemeenten, zitten hier nog ver vanaf. Vanuit de rijksoverheid is deze ambitie aangepast met een realistisch tijdpad om 100 kg per inwoner te bereiken. Gezien de ontwikkelingen van de afgelopen jaren, zoals meer thuiswerken en een verhoogd consumptiegedrag, vraagt deze doelstelling veel betrokkenheid en inzet van onze inwoners en aanpassing van het gemeentelijke afval- en grondstoffenbeleid.

Naast de genoemde landelijke ambitie wordt de basis voor dit Grondstoffenplan ook gevormd vanuit de evaluatie van het afvalbeleid en uitvoering in periode 2004-2020 alsmede de in 2021 gehouden raads- en inwonersenquêtes. Het verkregen beeld van wat goed is, wat beter kan en welke wensen, ideeën en kansen er zijn leveren belangrijke bouwstenen voor het nieuwe Grondstoffenplan. Het Grondstoffenplan zet de koers uit op het gebied van inzameling en verwerking van grondstoffen en afval. De inzet is gericht op preventie van afval en inzameling van (schone) grondstoffen om deze vervolgens zo hoogwaardig mogelijk te verwerken. Deze focus draagt bij aan de totstandkoming van de circulaire economie waarin geen sprake meer is van afval. In het jaar 2026 is het doel om een afname van nagenoeg 50 kg restafval per inwoner te behalen ten opzichte van 2020, dit komt neer op 100 kg restafval per inwoner per jaar. Gelijktijdig wordt hiermee ingezet dat 80% van al het huishoudelijke afval gescheiden wordt. Om dit te bereiken wordt de focus nog meer dan van tevoren gericht op het verder optimaliseren van de inzameling van grondstoffen. Er zal gezocht worden naar oplossingen om inwoners in de gelegenheid te stellen grondstoffen zo eenvoudig mogelijk gescheiden aan te kunnen laten bieden. Om zodoende de aanwezigheid van vervuilende stoffen in de grondstofstromen tegen te gaan.

Met een positieve stimulans wordt getracht zowel de kwantiteit maar óók de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen te verhogen. Met het ‘Grondstoffenplan 2022-2026’ wordt voortgebouwd op het reeds bereikte resultaat en wordt de visie en aanpak ten aanzien van het grondstoffen- en afvalbeleid verder uitgebreid.

Hoofdstuk 1. Op weg naar een circulaire economie met dit Grondstoffenplan

7

hoofdstuk 2

Beleidskaders en ontwikkelingen

Binnen de Europese Unie zijn kaders gesteld waaraan de lidstaten moeten voldoen: de Europese Kaderrichtlijn Afvalstoffen. De circulaire economie is hierbij het uitgangspunt. Juist omdat Europa slechts in beperkte mate zelf beschikt over grondstoffen is het belangrijk op de langere termijn onafhankelijk te zijn. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de achtergronden, de ontwikkelingen en de uitdagingen van een circulaire economie en het grondstoffenbeleid in de toekomst.

8

2.1 Duurzame ontwikkelingsdoelstellingen Voordat we de landelijke kaders omtrent afvalbeleid bespreken is het goed om te vermelden dat in het toekomstige afvalbeleid ook rekening gehouden moet worden met de zogenaamde Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (Sustainable Development Goals) van de VN in onderstaande figuur.

Figuur 2.1. Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen VN Deze 17 doelen zijn gesteld om van de wereld een betere plek te maken in 2030 en zijn een mondiaal kompas voor uitdagingen als armoede, onderwijs en de klimaatcrisis. Zij zijn van 2016 tot 2030 van kracht en vervangen de millenniumdoelstellingen die eind 2015 zijn vervallen. De Rd4-gemeenten vinden het een meerwaarde om bij de verdere uitwerking van het afvalbeleid de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen als uitgangspunt te nemen. Met de resultaten van dit Grondstoffenplan wordt bijgedragen aan economische groei en duurzame werkgelegenheid in de regio. Door afval niet meer als afval te zien maar als grondstof, kan de circulaire economie worden gestimuleerd en gefaciliteerd. Juist in een drukbevolkte regio als het Rd4-gebied moet er oog zijn voor een prettige en gezonde leefomgeving. Een duurzame inzamelmethodiek kan daar aan bijdragen. Zeker als inwoners bewust worden van hun eigen handelen en zelf enthousiast aan de slag gaan om herbruikbare grondstoffen apart te houden en/of te voorkomen dat er afval ontstaat, groeit het gezamenlijke belang om te komen tot een circulaire economie. Afval is grondstof voor nieuwe producten en duurzame energie. Door daar op in te zetten haken de Rd4-gemeenten aan bij de doelen 8, 9, 11, 12 en 17 en wordt het afval van vandaag de grondstof van morgen.

2.2 Landelijk kader De Europese afvalwetgeving is in Nederland opgenomen in de Wet Milieubeheer en het Landelijk Afvalbeheersplan (LAP). De Wet Milieubeheer verplicht gemeenten tot het verzorgen van de inzameling en verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen. Deze zorgtaak komt voort uit het beschermen van de volksgezondheid en verplicht gemeenten om huishoudelijke afvalstoffen periodiek in te zamelen. Hierbij geldt de verplichting dat GFT-afval in ieder

Hoofdstuk 2. Beleidskaders en ontwikkelingen

9

geval gescheiden ingezameld moet worden. Vanaf 1 juli 2020 dient tevens papier, metaal, kunststof verpakkingsmateriaal, glas en elektronische apparatuur gescheiden ingezameld te worden. Vanaf 2025 geldt deze verplichting ook voor textiel en gevaarlijke afvalstoffen. De Rd4-gemeenten voldoen reeds aan deze eisen.

2.3 Landelijk Afvalbeheerplan 3 en uitvoeringsprogramma VANG Hoe er in Nederland met afval wordt omgegaan is beschreven in het Landelijke Afvalbeheersplan (LAP). Alle overheden zijn verplicht om bij alle besluiten in het kader van afvalbeheer rekening te houden met het LAP. Naast een algemeen beleidskader bestaat het LAP uit een aantal sectorplannen waarin het beleid voor verschillende afvalstromen nader is uitgewerkt. In het huidige LAP3 (looptijd van 2017 tot en met 2029) is de ambitie vastgelegd dat de hoeveelheid restafval in 2025 is afgenomen tot 30 kg per inwoner. Daarnaast heeft de overheid via het programma ‘Nederland Circulair in 2050’ de ambitie uitgesproken dat in 2050 grondstoffen efficiënt worden ingezet en hergebruikt zonder schadelijke emissies naar het milieu. Het LAP3 kan dus gezien worden als een instrument voor de overgang naar een circulaire economie. Voor afvalstoffen is dit verwoord in het programma Van Afval Naar Grondstoffen (VANG). VANG heeft als doel het verminderen van de hoeveelheid restafval van huishoudens en vergelijkbaar afval van bedrijven en het verbeteren van de kwaliteit van de gescheiden grondstoffen. De ambitie van dit programma was om in 2020 te komen tot 75% afvalscheiding en tot een maximaal percentage scheiding te komen in 2025.

Deze doelstelling voor afvalscheiding in 2020 is tevens geconcretiseerd in een hoeveelheid huishoudelijk restafval (fijn en grof huishoudelijk restafval) van maximaal 100 kg per inwoner per jaar, uitgaande van een totale hoeveelheid afval en grondstoffen van 400 kg per inwoner per jaar.* Kg per inwoner rest+grof

Kg per inwoner grondstoffen

Kg per inwoner totaal

Scheidingspercentage

2019

2020

2019

2020

2019

2020

2019

2020

Beekdaelen

128

135

395

426

524

561

75.5%

76.0%

Brunssum

143

151

346

376

489

527

70.8%

71.0%

Gulpen-Wittem

105

117

431

466

535

583

80.4%

79.9%

Eijsden-Magraten

123

136

434

486

556

621

77.9%

78.2%

Heerlen

149

158

318

347

467

505

68.1%

68.7%

Kerkrade

152

162

330

365

483

527

68.4%

69.3%

Landgraaf

131

140

345

375

476

515

72.6%

72.8%

Simpelveld

125

130

382

402

507

533

75.3%

75.5%

Vaals

129

140

360

385

489

527

73.6%

73.3%

Voerendaal

123

131

366

393

489

524

74.9%

75.0%

Rd4 (gemiddeld)

135

147

353

386

488

533

72.0%

72.4%

NL-gemiddelde

165

185

330

336

495

521

62%

62%

Figuur 2.2. Resultaten per gemeente * In tegenstelling tot voorgaande beleidsplannen wordt in het Grondstoffenplan rekening gehouden met een totale hoeveelheid restafval verdeeld als fijn en grof huishoudelijk afval. Deze beschrijving is ruimer, maar daarentegen wel duidelijker. Het omvat alle componenten van het huishoudelijk afval die uiteindelijk via de afvalverbrander verwerkt worden. Dus ook het restafval dat bij verwerking van grondstoffen als stoorstof verwijderd wordt. In de oude beleidsplannen werd enkel uitgegaan van de fractie fijn restafval, de niet herbruikbare afvalfractie in de

10

afvalcontainer of de afvalzak. Dit maakt dat de te behalen score van 100 kg nog iets verder verwijderd is van ons resultaat. In 2020 147 kg verdeeld over 120 kg fijn en 27 kg grof restafval.

Het halen van deze ambitie (gemiddeld voor heel Nederland) in 2020 is onhaalbaar gebleken. Het Nederlandse gemiddelde ligt in 2020 op 185 kg huishoudelijk restafval. Voor de Rd4-gemeenten komen wij uit op 135/147 kg fijn en grof restafval per inwoner in 2019 respectievelijk 2020** en een totale hoeveelheid afval en grondstoffen van 535 kg per inwoner per jaar. Het gemiddelde scheidingspercentage ligt nipt onder de doelstelling: 72%. Vanuit de rijksoverheid wordt op basis van de werkelijke resultaten van de afgelopen jaren een voorstel gedaan voor een realistisch tijdpad om deze gestelde 100 kg te bereiken.

2.4 Producentenverantwoordelijkheid In het kader van het verminderen van de hoeveelheid restafval speelt producentenverantwoordelijkheid een steeds belangrijkere rol. Producentenverantwoordelijkheid betekent dat producenten en importeurs (mede) verantwoordelijk worden voor het afvalbeheer van de producten die door hen op de markt zijn of worden gebracht. Daarnaast zal deze verantwoordelijkheid verduurzaming en duurzaam gebruik van producten verder stimuleren en zal het bijdragen tot de vernieuwing van de inzameling en recycling van afgedankte producten. Gemeenten hebben geen invloed op het ontwerp en de hoeveelheid consumptiegoederen en verpakkingen. Gemeenten zijn vooralsnog wel belast met de inzameling en verwerking van deze goederen ongeacht de waarde of schadelijkheid ervan. Vandaar ook dat het noodzakelijk is dat er voor gemeenten duidelijkheid komt waar ze gemeentelijke beleid invloed kunnen uitoefenen in de overgang naar de circulaire economie en hoe zij haar afvalkosten kan beheersen. Verdere landelijke afspraken met betrekking tot de uitbreiding van producentenverantwoordelijkheid en de hiermee samenhangende verwijderingskosten zullen hiertoe van groot belang zijn. Producentenverantwoordelijkheid geldt op dit moment voor elektrische en elektronische apparatuur, batterijen & accu’s, autowrakken, autobanden en alle consumentenverpakkingen.

Vanaf juli 2021 geldt bijvoorbeeld een statiegeldsysteem voor kleine kunststof drankverpakkingen gevolgd door een statiegeldsysteem voor blikjes met een (beoogde) startdatum op 1 januari 2023. Mogelijk zal in de nabije toekomst ook een producentenverantwoordelijkheid gaan gelden voor bijvoorbeeld luiers, textiel en matrassen.

2.5 Marktontwikkelingen De verwerkingsmarkt van grondstoffen is een mondiale markt en zeker niet beperkt tot Nederland. De verwerking van onze afvalstromen is afhankelijk van deze wereldmarkt. Keuzes en maatregelen in andere landen werken door op onze grondstofmarkten. Vonden onze gescheiden afval- en grondstoffen voorheen vrij eenvoudig hun verwerkingsmarkt in Azië, nu is dat niet meer zo eenvoudig. De export van gescheiden grondstofstromen is zeer beperkt als gevolg van hogere kwaliteitseisen. Het gaat dan voornamelijk om oud papier, kunststoffen en textiel. Het wegvallen van de goedkope optie om te exporteren, leidt tot een vergroot aanbod en hogere verwerkingstarieven. Mede hierdoor wordt de Europese en

** De toename in 2020 is het gevolg van de Covid-19-pandemie. Meer thuiswerken, sluiting van de horeca, opruimwoede, minder vakanties etc. hebben geleid tot een totale afval toename van 10%

11

Nederlandse markt gedwongen om zelf voldoende verwerkingscapaciteit binnen de EU, dan wel Nederland op te bouwen. Naast de ontwikkelingen op de verwerkingsmarkt is de markt van circulaire grondstoffen (denk bijvoorbeeld aan gerecyclede kunststoffen) de laatste jaren toegenomen. De vraag naar deze grondstoffen is echter nog laag en fossiele grondstoffen zijn vooralsnog goedkoper. Hierdoor kunnen momenteel circulaire grondstoffen nagenoeg niet concurreren met ‘virgin’ grondstoffen. De marktprijzen voor circulaire grondstoffen zijn medio 2021 dan ook laag. De verwachting is dat, met de verdere uitrol van de circulaire economie, deze marktprijzen in de toekomst zullen stijgen. Los van de landelijke scheidingsdoelstelling/-plicht, mag, kan en moet de hierboven genoemde constatering echter geen reden zijn om ons afval niet meer te scheiden. Gezien de (sterk) toenemende verwerkingsprijzen voor restafval zou niet scheiden van ons afval ook duur zijn. De hoge verwerkingsprijzen zijn mede het gevolg van landelijk beleid, in het bijzonder door het heffen van belastingen zoals de verbrandingsbelasting en de aangekondigde CO2 -belasting. In eerste instantie bedroeg de verbrandingsbelasting €13,- per ton. Dit bedrag is inmiddels gestegen naar €33,15 en de verwachting is dat deze stijging nog verder doorzet in de toekomst.

De doelstelling van de overheid hierbij is dat door het heffen van de verbrandingsbelasting de hoeveelheid restafval gaat afnemen.

12

Grondstoffenplan 2022-2026

Daarnaast is de prijs voor de verwerking afhankelijk van lopende contracten bij eindverwerkers en de beschikbare capaciteit. De samenstelling van restafval verandert doordat er steeds beter gescheiden wordt en dit is van invloed op de prijs, die hierdoor zal gaan stijgen. Een aspect waar de Limburgse gemeenten na 2023 rekening mee moeten houden als het huidige verwerkingscontract voor restafval en GFT-afval afloopt. Bovenstaande ontwikkelingen zullen er toe leiden dat bij gelijkblijvend beleid de kosten voor het afvalbeheer fors zullen toenemen (zie figuur 2.2).

Restafval en belastingen De kosten voor restafval en de afvalstoffenbelasting stijgen

Grondstoffen

Afvalstoffenheffing

De vergoedingen voor grondstoffen dalen

De totale kosten voor onze regio stijgen

Figuur 2.2. Ontwikkeling afvalbeheerskosten bij gelijk blijvend beleid

2.6 Technologische ontwikkelingen De transitie op het gebied van circulariteit wordt op meerdere gebieden verder ingezet. Zo blijven de Rd4-gemeenten de komende periode nauw contact houden met de industrie/chemie (bijv. Chemelot) op het gebied van (alternatieve) verwerking van afval-/grondstofstromen en zullen zij blijven participeren in proeftrajecten. Hierbij wordt gebruik gemaakt van eventuele beschikbare subsidiegelden. Verder volgen we nauwlettend proefprojecten/pilots in Nederland (bijvoorbeeld op het gebied van inzameling en verwerking van luiers). Indien mogelijkheden zich voordoen zullen deze, ook al zijn ze niet benoemd in dit plan, onderzocht worden en getoetst worden of ze kunnen bijdragen aan onze gestelde ambitie.

13

hoofdstuk 3

De weg naar circulair grondstoffenbeleid

De afgelopen 15 jaar is binnen de Rd4gemeenten, met het Afvalinzamelplan (2004-2014) en het Afvalbeheersplan (2014-2020), bewust gekozen voor het verminderen van de hoeveelheid restafval en het stimuleren van afvalscheiding. Het invoeren van het diftar-systeem in 2007-2011 was de eerste aanzet om te komen tot een forse afname van de hoeveelheid restafval. In de jaren erna is het inzamelsysteem verder verfijnd en is de prikkel tot scheiden verhoogd. Afval moest niet langer gezien worden als een afvalstof maar als een grondstof.

3.1 Van afvalbeheersplan naar Grondstoffenplan Anno 2020 zijn de doelstellingen vanuit de eerder genoemde beleidsplannen grotendeels uitgevoerd en behaald. Mede dankzij de inzet van de inwoners is de hoeveelheid restafval binnen de Rd4-gemeenten gedaald van gemiddeld 334 kg/inwoner in 2004 naar gemiddeld 135 kg/inwoner (2019) respectievelijk 147 in 2020*. Het scheidingspercentage is in dezelfde periode van 42% gestegen naar 72%. Ondanks dat afvalscheiding in de afgelopen jaren, over het algemeen, ‘normaal’ geworden is, ligt er nog een forse uitdaging voor ons. De landelijke ambitie was om middels de VANG-doelstellingen in 2020, 75% van de totale hoeveelheid afval die vrijkomt uit huishoudens te recyclen. Dit komt neer op 100 kg restafval (fijn en grof huishoudelijk restafval) per inwoner. Een ambitie die richting de nabije toekomst in 2025** ingeschat wordt op 90% afvalscheiding, oftewel 30 kg restafval per inwoner per jaar. Een zeer hoge ambitie die veel betrokkenheid en inzet van de inwoners vraagt, maar ook tot aanpassing van het gemeentelijke afvalbeleid. Om deze doelstelling te halen zal de koers van de afgelopen jaren vervolgd moeten worden waarbij nog meer nadruk zal komen te liggen op hergebruik van afval/ grondstoffen. In een volledige circulaire economie bestaat immers geen afval meer en staan productie, innovatie én hergebruik centraal.

Dit met als doel het hergebruik van producten en grondstoffen zoveel mogelijk te vergroten en waardevernietiging zoveel mogelijk te verkleinen. Bij een circulaire economie gaat het niet alleen om het milieu. Grondstofschaarste en het hieraan gerelateerde strategische belang voert op dit moment de boventoon. Hergebruik van grondstoffen uit afval biedt (regionale) kansen op het gebied van werkgelegenheid en innovatie. Gemeenten hebben een positie aan het einde van de gebruiksketen waarmee zij een belangrijke rol kunnen vervullen bij de ombuiging van ‘afval’ naar ‘grondstoffen’. Daarmee leveren zij een wezenlijke bijdrage aan hergebruik en de vermindering van CO2 -uitstoot. Het nieuwe afvalbeleid zal zich nog meer dan voorheen moeten focussen op het verkrijgen van waardevolle herbruikbare afvalstromen: grondstoffen. Het afval van vandaag is de grondstof van morgen, waarbij restafval bijzaak zal worden. Het is ons gezamenlijk doel om de mate van circulariteit van diverse stromen te verhogen. Om deze boodschap te versterken zullen we in de toekomst dan ook niet meer spreken over een Afvalbeheersplan maar over een Grondstoffenplan.

3.2 Uitdaging Het regionale Grondstoffenplan is het vervolg op eerdere afvalbeleidsplannen. Waren deze plannen vooral gericht op de aanpak om door systeemkeuzes, de hoeveelheid restafval te verminderen, richt het Grondstoffenplan zich voor de komende vijf jaar vooral op het verkrijgen van zoveel mogelijk schone herbruikbare grondstofcomponenten en het vergroten van de mate van circulariteit van grondstoffen/materialen. Gelijktijdig blijft er aandacht voor het verminderen van de totale hoeveelheid restafval alsmede de totale hoeveelheid afval als zodanig. In de Rd4-regio bedraagt de hoeveelheid (fijn en grof) restafval per inwoner * 2020: een jaar waarin door het Covid-19 virus de hoeveelheden afval/grondstoffen met 10% extra gestegen zijn (thuiswerken, sluiting horeca, opruimwoede, minder vakanties etc.). ** Landelijke ambitie is om in 2050 een economie te bereiken waarbij er geen sprake meer is van afval.

15

momenteel gemiddeld 147 kg, dat is ruim boven 100 kg; de landelijke ambitie voor het jaar 2020. Dat legt dan ook druk op de uitdaging van de Rd4-gemeenten om onderstaande doelen te bereiken:

2020 147 kg (fijn én grof) huishoudelijk restafval per jaar per inwoner 72% afvalscheiding

2026 100 kg (fijn én grof) huishoudelijk restafval per jaar per inwoner 80% afvalscheiding

2030 55 kg (fijn én grof) huishoudelijk restafval per jaar per inwoner 90% afvalscheiding

2050 Afvalloos

Fig 3.1 Tijdspad restafval vermindering in Rd4-regio. Voor de korte termijn (2026) richten we ons via het Grondstoffenplan op het behalen van maximaal 100 kg restafval (fijn en grof) per inwoner per jaar. Een eerste (maar wel een behoorlijke) stap in de richting van een circulaire economie en met de uitgangspunten van het Grondstoffenplan een realistisch doel. Dit met de ambitie om in 2030 90% afvalscheiding bereikt te hebben (er blijft dan 55 kg restafval per inwoner per jaar over) met als einddoel 2050, waarin gestreefd moet worden naar een volledig circulaire situatie waarbij er enkel nog grondstoffen zijn. De uitdaging zal niet alleen liggen in de vermindering van de hoeveelheid restafval. We zien op dit moment dat er binnen de gescheiden inzameling vervuiling is van de grondstoffen. Hierdoor komt de kwaliteit van de grondstoffen onder druk te staan met nadelige financiële en duurzame gevolgen. We kunnen er dan ook niet om heen om dit aspect in dit Grondstoffenplan te bespreken. Tot slot streven de Rd4-gemeenten naar een circulaire economie. Daarom willen we de uit afval verkregen grondstoffen zoveel mogelijk lokaal inzetten. Met als doel lokale kringlopen tot stand te brengen waarbij deze grondstoffen direct worden hergebruikt of worden verwerkt tot nieuwe grondstoffen en producten.

16

Grondstoffenplan 2022-2026

Hoofdstuk 3. De weg naar circulair grondstoffenbeleid

17

hoofdstuk 4

Terugblik 2004-2020

Alvorens toe te werken naar nieuwe beleidskaders is het goed om terug te kijken naar de stappen die in het verleden gezet zijn. Wat waren de doelen van het oude afvalbeleid en welke resultaten zijn er tot nu toe behaald?

4.1 Afvalinzamelplan en Afvalbeheersplan in vogelvlucht In 2000 is vanuit het oogpunt van efficiency en kostenbeheersing gestart met een optimalisatie van de afvalinzameling in de regio. In 2004 is besloten om via het regionale Afvalinzamelplan de hoeveelheid aangeboden huishoudelijk afval te verminderen. In eerste instantie is gewerkt aan de verbetering van de bedrijfsvoering en het weren van afval van buiten de regio. Ofschoon de hoeveelheid (rest)afval als gevolg van de doorgevoerde verbeteringen is afgenomen en het afval beter werd gescheiden, bleef een verdere daling van het afvalaanbod uit. De Rd4-gemeenten bleven de regio waar het meeste afval per inwoner werd aangeboden. Actie om de afvalhoeveelheden en de afvalbeheerskosten terug te dringen werd urgent. Na de vaststelling van het Afvalinzamelplan hebben de gemeenten tussen 2007 en 2011 het diftarsysteem ingevoerd en is gestart met de inzameling van verpakkingsplastic. De invoering van diftar heeft er in geresulteerd dat de gemiddelde hoeveelheid fijn en grof restafval binnen de Rd4gemeenten is afgenomen van bijna 334 kg in 2004 naar 205 kg per inwoner in 2013. Zie figuur 4.1. 80%

700

70%

600

60% 500

50% 400 40% 300 30%

200 20%

100

10%

0

0% 2004 Kilogram per inwoner gescheiden

2008

2013 Kilogram per inwoner rest + grof

2019 Kosten Rd4 per aansluiting

*2020 Scheidingspercentage

Figuur 4.1. Afvalscheidingsresultaat en kosten In 2014 is op basis van het Afvalbeheersplan de druk op het verminderen van restafval verhoogd door het tarief voor de lediging van restafvalcontainers te verhogen. De veronderstelling was dat door de kosten voor restafval te verhogen het scheiden van afval zou verbeteren. Aangezien GFT-afval een nogal groot aandeel had in het restafval (50%) is het tarief voor GFT-afval verlaagd naar nul euro (behoudens in de gemeente Eijsden-Margraten en Voerendaal). In 2015 is gestart met de gescheiden huis-aan-huis-inzameling van PMD-afval. Vanwege het succes van de PMD-inzameling is vanaf 2016 het scheiden van afval nog verder gepromoot om de hoeveelheid restafval verder te verlagen. De inzamelfrequentie van PMD-afval werd verhoogd naar één keer per veertien dagen terwijl restafval nog maar één keer per vier weken werd ingezameld (m.u.v. Gulpen-Wittem en Eijsden-Margraten). In 2018 is als slotstuk de GFT-inzameling * De toename in 2020 is het gevolg van de Covid-19-pandemie. Meer thuiswerken, sluiting van de horeca, opruimwoede, minder vakanties etc. hebben geleidt tot een totale afval toename van 10%.

19

opnieuw bij alle hoog- en stapelbouw ingevoerd. Daarnaast zijn op strategische plekken ondergrondse restafvalcontainers bijgeplaatst als extra mogelijkheid voor alle inwoners om restafval in te deponeren, dit als aanvulling op hun eigen afvalcontainer of als vervanger daarvan. Het resultaat van al deze beleidsaanpassingen maar zeker ook de medewerking van onze inwoners heeft er toe geleid dat de hoeveelheid restafval nog verder is gedaald. In 2019 werd gemiddeld per Rd4-inwoner 135 kg restafval (fijn en grof) ingezameld. Het scheidingspercentage steeg verder naar 72%. In figuur 4.1 is het resultaat van de afgelopen 16 jaar weergegeven. Het is goed te zien dat in de periode 2004-2020 de kosten van de inzameling (kosten Rd4 per aansluiting) gedaald zijn van €222,38 naar €175,23. Een daling van bijna 50 euro. Concluderend: alle (beleids)inspanningen hebben gezorgd voor minder afval, een hoger scheidingspercentage en lagere inzamelkosten.

20

Grondstoffenplan 2022-2026

4.2 Doelstellingen voorgaande afvalbeleidsplannen In onderstaand figuur wordt kort aangegeven wat de hoofddoelstellingen van de voorgaande afvalbeleidsplannen (periode 2004-2020) waren en de resultaten die zijn bereikt. Afvalinzamelplan (2004-2014) Doelstelling

Resultaat

Uniformering afvalinzamelmiddelen

Rd4-breed gerealiseerd

Tarief ophalen grofvuil aan huis

Van toepassing in elke gemeente

Vermindering gratis bezoeken milieupark naar 6 en invoeren bezoekerstarief

Doorgevoerd in alle gemeenten

Afbouw GFT-inzameling bij hoogbouw

GFT-verzamelcontainers zijn verwijderd

Bechippen van minicontainers

Alle containers zijn bechipt

Afvalbeheersplan STAP 1 (2014) Doelstelling

Resultaat

Bronscheiding minimaal 65%

64%

Maximum restafval per inwoner: 140 kg

160 kg

Reductie CO 2 : 25%

28-32%

Lagere verwerkingskosten (-50%)

-60%

Daling van de kosten per aansluiting met €10,-

€0,-

Afvalbeheersplan STAP 2 (2017) Doelstelling

Resultaat

Bronscheiding minimaal 75%

72%

Maximum restafval per inwoner: 100 kg.

147 kg

Reductie CO 2 : 33%

38-42%

Netto verwerkingskosten: richting nul

Gedaald tot 2019 tot €1.100.000

Daling van de kosten per aansluiting met €3,-

+€34,-

Figuur 4.1. Hoofddoelen afvalbeleid

Hoofdstuk 4. Terugblik 2004-2020

21

4.3 Wat hebben we gedaan? In de voorgaande paragraaf zijn in het kort de doelstellingen en de behaalde resultaten weergegeven. Om te komen tot deze resultaten zijn er diverse maatregelen genomen die in deze paragraaf kort worden besproken. In figuur 4.2 staan de belangrijkste wijzingen in het afvalbeleid weergegeven. Jaar

Activiteit/Beleidswijziging

2004

Uniformering en bechipping inzamelmiddelen

2009

Invoering volume/frequentiesysteem (diftar) Invoering inzameling kunststof verpakkingen

2011

Invoering BEST-tas

2014

Invoering nul-tarief voor GFT-afval en verhoging tarief restafval Invoering PMD-inzameling

2016

Invoering 4-wekelijkse inzameling van restafval en 2-wekelijkse inzameling van PMD

2018

Herintroductie GFT-inzameling hoogbouw

Figuur 4.2. Uitvoeringsactiviteiten

4.3.1 Afvalinzamelplan In de periode 2004-2014 is in eerste instantie alle aandacht uitgegaan naar de realisatie van een uniformering van de inzamelmiddelen. Vervolgens is succesvol toegewerkt naar het invoeren van het volume/frequentiesysteem waarbij voor het eerst een ledigingstarief voor zowel GFT- en restafval is ingevoerd. De invoering van het volume/frequentiesysteem in 2009 en in het bijzonder de bijbehorende financiële prikkel, heeft ertoe geleid dat er een behoorlijke afname van het restafval is gerealiseerd met 25%. Tevens is de gescheiden inzameling van kunststof verpakkingen succesvol ingevoerd. Deze maatregelen hebben geleid tot een behoorlijke daling van de kosten per aansluiting (bijna 70 euro) en een verbetering van het scheidingspercentage van ruim 8% tot 54,4%. Organisatorisch is de inzameling grotendeels gemechaniseerd, zijn inzamelroutes verbeterd en heeft een verregaande automatisering plaatsgevonden. Dit alles heeft uiteindelijk bijgedragen aan de harmonisatie van het afvalbeleid binnen de Rd4-gemeenten. Hierdoor is er uniformiteit ontstaan ten aanzien van het afvalbeheer in de regio.

4.3.2 Afvalbeheersplan STAP 1 In STAP 1 van het Afvalbeheersplan is het eerste begin gemaakt richting het verhogen van de dienstverlening op grondstoffen. Voorbeelden hiervan zijn de introductie van de inzameling van de BEST-tas en de inzameling van kunststof verpakkingsafval. Bij de start van de inzameling (vanaf 2008) van enkel kunststof verpakkingen is deze inzameling in 2015 uitgebreid met metalen verpakkingen en drankenkartons (PMD-inzameling). Bij de hoogbouw is de inzamelfrequentie voor PMD-afval verhoogd van 1 keer per 4 weken naar 1 keer per 2 weken. Het reduceren van de hoeveelheid GFT-afval in het restafval was een ander beleidsspeerpunt. Als stimulans is daartoe het zogenaamde nultarief voor GFT-afval ingevoerd. Dit heeft ertoe geleid dat de hoeveelheid aangeboden GFT-afval in drie jaar tijd is gestegen van 16.220 ton in 2013 tot 28.690

22

Grondstoffenplan 2022-2026

ton in 2016. Als neveneffect van het gratis aanbieden van GFT-afval moet genoemd worden dat het aanbiedpercentage van GFT-containers ruimschoots is gestegen met ruim 20%. Het ontbreken van de financiële prikkel biedt de mogelijkheid dat de GFT-container frequenter wordt aangeboden (zeker in de zomerperiode). Als zodanig kan dit gezien worden als een verhoging van het serviceniveau, maar leidt wel tot hogere logistieke kosten. De doelstelling om de grote hoeveelheid GFT-afval in het restafval te verminderen mag, gezien de daling van de hoeveelheid restafval met ruim 11.000 ton, succesvol genoemd worden. Tot slot moet gezegd worden dat het in STAP 1 gelukt is om de kosten per huishouden te laten dalen met €10,-.

4.3.3 Afvalbeheersplan STAP 2 STAP 2 van het Afvalbeheersplan had tot doel om te komen tot een verdere afname van de kosten, het verder verhogen van de dienstverlening op grondstoffen en de dienstverlening op restafval verder af te bouwen. Speciale aandacht was er voor afname van de hoeveelheid restafval bij hoogbouw. Het aantal gratis af te voeren grondstoffen via het milieupark is vergroot. Tevens is er, onder druk van stijgende verwerkingskosten en ter verdere stimulering van afvalscheiding, een tarief voor grofvuil ingevoerd. Hiermee werd tevens kracht bij gezet aan het uitgangspunt ‘de vervuiler betaalt’, dit tarief draagt daarmee bij aan een eerlijkere kostenverdeling. Als gevolg van de succesvolle inzameling van PMD-afval is de hoeveelheid restafval aanzienlijk afgenomen. Dit heeft geleid tot het afbouwen van de dienstverlening op restafval waarbij de inzamelfrequentie is verlaagd naar 1 keer per 4 weken. Mede als gevolg van de afname van restafval is de toegang tot de ondergrondse afvalcontainers voor restafval vrijgegeven voor inwoners die dat willen. Speciale aandacht is uitgegaan naar de inzameling van GFT-afval bij hoogbouw.

Inwoners die gebruik maken van een verzamelcontainer voor restafval hebben de mogelijkheid gekregen om GFT-afval gescheiden aan te bieden via een ondergrondse container voor GFT-afval of via een GFT-emmer van 20 liter (afhankelijk van de locatie). Laatstgenoemd inzamelmiddel wordt één keer per week geledigd. Tegelijkertijd met de mogelijkheid tot GFT inzamelen is het tarief voor restafval bij verzamelcontainers in verhouding gelijk getrokken met het tarief voor restafvalcontainers aan huis. Naast de technische en beleidsmatige aspecten van de afvalinzameling is in STAP 2 meer dan daarvoor naar betrokkenheid van onze inwoners gezocht. Dit vanuit de gedachte dat afvalscheiding mede een zaak is van het gedrag van inwoners. Zo deden er in 2017 328 huishoudens mee aan het project ‘100-100-100’. De uitdaging hierbij was om met minimaal 100 huishoudens gedurende 100 dagen 100% afval te scheiden en zo min mogelijk restafval over te houden. Op basis van het resultaat zouden de deelnemers uitkomen op een gewicht van nog geen 16 kg per persoon per jaar! In het kader van educatie mogen de zogenaamde E-waste races op lagere scholen als succesvol genoemd worden. Daarnaast hebben meer dan 7.000 basisschoolleerlingen bij Rd4 een rondleiding en een basisles afval/grondstoffen gekregen.

Tot slot heeft het Rd4-infoteam, in vervolg op de pilot Afvalcoaches waarbij inwoners werden geïnformeerd over afvalscheiding, diverse (week)markten binnen de gemeenten bezocht om bezoekers informatie en tips te geven over afval(scheiding). Verder zijn ze bij veel inwoners op ‘bezoek’ geweest om samen met de individuele inwoner te kijken naar een passend systeem of het geven van tips om hun afval zo optimaal mogelijk te kunnen scheiden.

Hoofdstuk 4. Terugblik 2004-2020

23

In figuur 4.2 zijn resumerend de belangrijkste stappen van het afvalbeleid tussen 2004 en 2020 weergegeven. Inzamelmiddelen Tot 2004 alleen minicontainers, vanaf 2004 plaatsing ondergrondse systemen voor restafval

Uitbreiding van de ondergrondse restafvalsystemen BEST-tas PMD zakken

Ondergrondse systemen voor GFT en restafval toegankelijk Citybins voor GFT van 20 liter

Volumefrequentiesysteem 2010, restafval en GFT betaald (diftar) 2015 gratis GFT in diverse gemeenten

Vast tarief en betalen per restafvallediging GFT gratis m.u.v. E-M en Voerendaal

2013 invoering BEST-tas 2016 2-wekelijkse inzameling PMD 6x gratis naar het milieupark

Faciliteiten GFT bij hoog- en stapelbouw 4-wekelijkse inzameling restafval 2x gratis naar het milieupark grofvuil

Systeem 1 Basistarief

Dienstverlening 2008 invoering Plastic Heroes inzameling Onbeperkt gratis naar het milieupark

2004

2010

2018

2021

Figuur 4.2. Uitgevoerde activiteiten in het kader van het afvalbeleid 2004-2020 in een oogopslag

4.4 Resultaten in cijfers In deze paragraaf worden kort de resultaten van het afvalbeleid van de afgelopen 16 jaar beschreven. Hierin wordt gekeken naar de milieueffecten, de kosten alsmede de mening van onze inwoners over het gevoerde afvalbeleid.

4.4.1 Milieueffecten De doelstelling van het Afvalinzamelplan en het Afvalbeheersplan STAP 1 en 2 was algemeen stellend: de hoeveelheid restafval per inwoner verminderen. In de twee STAPPEN van het Afvalbeheersplan zijn deze zelfs nader gespecificeerd in 140 respectievelijk 100 kg per inwoner. Er is toentertijd uitgegaan van alleen het fijne restafval en niet zoals landelijk gebruikelijk is fijn en grof restafval samen. In de nieuwe doelstellingen zijn de genoemde hoeveelheden per inwoner fijn en grof restafval samen. Deze laatste doelstelling komt overeen met het streefgetal zoals genoemd in het landelijke VANGprogramma. De meeste gemeenten in Nederland hebben deze doelstelling in hun beleid opgenomen en hebben daartoe net als de Rd4-gemeenten concrete maatregelen getroffen om hieraan te voldoen. De resultaten zijn te zien in onderstaand figuur 4.3. 500 400 300 200 100 0

2004

2008

2013 Rd4 (gemiddeld)

2019

2020

NL-gemiddelde

Figuur 4.3. Trend in hoeveelheid restafval in kg per inwoner (fijn en grof) tussen 2004 en 2020.

24

Grondstoffenplan 2022-2026

Met 147 kg per inwoner is het gestelde doel van 100 kg restafval (fijn en grof) nog ver buiten bereik, al mag je een afname van 200 kg per inwoner sinds 2004 een behoorlijke stap in de goede richting noemen. Zeker als je ziet dat de hoeveelheid gescheiden grondstoffen in deze periode sterk is toegenomen: van 257 kg per inwoner in 2004 naar 486 kg in 2020 (zie figuur 4.4). De invloed van de invoering van het diftar-systeem heeft hier een grote rol in gespeeld. Inwoners zijn door de financiële prikkel bewust geworden van de eigen invloed op hun afvalaanbod en bijgevolg het scheidingsgedrag. 600 Textiel

Glas 500

BEST-tas + Kringloop

PMD 400

Papier

Snoeihout

Groente,-fruit- en tuinafval (hoogbouw)

300

Groente,-fruit- en tuinafval

Gescheiden Milieupark

200

Ongescheiden Milieupark

Grof huisafval 100 Huishoudelijk afval, (verz.+ ondergr.)

Huishoudelijk afval, gemengd 0 2004

2008

2013

2019

2020

Figuur 4.4. Inzamelresultaten per kilo per inwoner, Rd4 2004-2020 In figuur 4.4 is de eerder genoemde daling van de hoeveelheid restafval vanaf 2004 goed te zien. De stijging in 2020 mag, zoals al eerder is opgemerkt, grotendeels worden toegeschreven van de gevolgen van Covid-19-pandemie. De toename in hoeveelheden zie je dan ook terug in de nagenoeg alle fracties. Verder is een grote stijging van PMD-afval te zien: van 14 kg in 2013 naar gemiddeld 34 kg in 2020. De overige afvalstromen blijven min of meer gelijk, al moet gesteld worden dat de hoeveelheid papier elke jaar iets afneemt. Deze afname is toe te schrijven aan de toename van de digitalisering (men leest meer online), een afname van het aantal dagbladen en weekbladen en het weren van reclame via de nee-ja/nee-nee sticker. De hoeveelheid karton binnen de papierfractie neemt daarentegen toe als gevolg van thuiswerken en internetshoppen. Dit leidt overigens eerder tot een toename van het volume dan tot een gewichtsstijging van de totale hoeveelheid papier. Ondanks de afname van restafval is duidelijk te zien dat sinds 2013 de totale hoeveelheid huishoudelijk afval per inwoner toeneemt. Een toegenomen economische groei en bijbehorend toenemend consumptiegedrag spelen hier zeker een rol in.

Hoofdstuk 4. Terugblik 2004-2020

25

Sorteeranalyse Ondanks de afname van de hoeveelheid restafval blijkt uit een nadere analyse van de aard en samenstelling van het restafval dat er nog heel wat grondstoffen ‘gewoon’ bij het restafval worden weggegooid. In figuur 4.5 zijn de sorteeranalyses van het restafval zichtbaar gemaakt. Deze sorteeranalyses zijn gebaseerd op basis van onderzoek van het restafval uit (vooraf gekozen) straten/hoogbouwlocaties binnen de Rd4-gemeenten. De analyses zijn uitgevoerd op dezelfde momenten in het jaar en daardoor goed vergelijkbaar. Ondanks dat de hoeveelheid ‘zuiver’ restafval in de loop der jaren toeneemt bevat dit in 2019 nog altijd 54% herbruikbare afvalstromen. Het is dan ook de uitdaging om te achterhalen waarom deze afvalcomponenten toch nog in het restafval zitten en wat er aan gedaan kan worden om deze als separate herbruikbare afvalstromen te kunnen inzamelen.

Figuur 4.5. Wat zit er nog in het restafval?

26

Grondstoffenplan 2022-2026

4.4.2 Kosten Bij de beleidsformulering van het Afvalinzamelplan en het Afvalbeheersplan lag de focus op het verminderen van de hoeveelheid restafval en het verhogen van het scheidingspercentage. Maar de invoering van beleid zou ook in financiële zin een positief effect moeten opleveren in lagere verwerkingskosten als ook lagere Rd4-kosten per aansluiting. In figuur 4.6 zijn de kosten per aansluiting weergegeven. € 250.00

€ 200.00

€ 150.00

€ 100.00

€ 50.00

€ 0.00 2004

2008

2013 Rd4

2019

2020

NL Gemiddeld

Figuur 4.6. Kosten per aansluiting Rd4 en Nederland, 2004-2020 In figuur 4.6 is een duidelijke daling van de kosten na 2004 te zien. Deze komt voor een (groot) deel door gunstige aanbestedingen van GFT- en restafval in 2009 en 2014. Lagen de kosten per aansluiting in 2004 op €222,38, zijn deze in 2013 afgenomen naar het laagste niveau van €150,- per aansluiting, ook landelijk is deze daling zichtbaar. Daarna zijn de kosten helaas weer gestegen. De invoering van de verbrandingsbelasting in 2015, als onderdeel van het vergroenen van het belastingstelsel, is daar mede debet aan. Bedroeg deze bij de invoering nog €13,- per ton verbrand of gestort afval, anno 2021 is dit bedrag opgelopen tot €33,50! Naast de lagere verwerkingstarieven is de geconstateerde daling toch ook zeker het gevolg van de afname van de hoeveelheid restafval en de betere afvalscheiding. De hierdoor verkregen recyclebare grondstoffen worden tegen gunstigere kosten verwerkt of leveren zelfs een bepaalde opbrengst op. Echter vanaf 2018 staan de marktprijzen voor deze grondstoffen, zoals al in paragraaf 2.6 genoemd, onder druk. Toch mag gesteld worden dat het Afvalinzamelplan en het Afvalbeheersplan STAP 1 en 2 succesvol zijn.

Zonder de invoering van diftar en het inzetten op minder restafval en meer herbruikbare grondstoffen zouden de kosten per aansluiting en daardoor de afvalstoffenheffing veel hoger hebben gelegen. Rekening houdend met autonome kostenstijgingen en zonder beleidsinspanningen zouden de kosten per aansluiting ruim boven de €350,- uit zijn gekomen in 2020. Desondanks is het natuurlijk wel een raar fenomeen dat inwoners hun best doen om minder afval te produceren, meer grondstoffen gescheiden aanbieden en dan uiteindelijk toch nog meer moeten gaan betalen. De niet-vervuiler betaalt uiteindelijk toch mee aan de kosten. Dit fenomeen wordt ook wel de diftar-paradox genoemd: De variabele kosten van het aanbieden per keer dat een bak aan de weg staat of elke keer dat een zak in de ondergrondse restafvalcontainer wordt gegooid, worden door gemeenten deels gebruikt om ook

Hoofdstuk 4. Terugblik 2004-2020

27

vaste kosten te dekken. Op een bepaald moment doen inwoners het zó goed, dat de variabele inkomsten dalen en de vaste kosten omhoog moeten. Er is namelijk voor gekozen om die variabele kosten wat hoger te houden, om de inwoners te prikkelen zo min mogelijk aan te bieden. Echter de vaste kosten moeten wél betaald worden. Dus gaat de afvalstoffenheffing weer omhoog. Zie daar de genoemde paradox. Je kunt je afvragen of de invoering van diftar uiteindelijk de nekslag van zijn eigen succes is? Gelet op de succes van het gevoerde beleid mag je gerust zeggen: ‘nee’. Zie de behoorlijke afname van de hoeveelheid restafval. En ja, in iedere diftar-gemeente is te zien dat het tarief in eerste instantie behoorlijk omlaag is gegaan, daar hebben onze inwoners van mee geprofiteerd. Het gekozen serviceniveau in totaliteit, dat overigens goed gewaardeerd wordt, kost geld. De stijging door een verhoogd consumptiegedrag en de toegenomen lasten vanuit het rijk, hogere verwerkingskosten en lagere prijzen van grondstoffen, dragen bij aan de stijging van de totale kosten voor de huishoudens. Nogmaals, zonder diftar waren deze kosten heel veel hoger uitgevallen.

4.4.3 Waarde van de dienstverlening Gedurende de afgelopen 15 jaar is er naast de eerder genoemde punten, veel waarde toegevoegd aan zowel de professionalisering bij Rd4 en de dienstverlening voor onze inwoners. Zo is bijvoorbeeld de afvalinzameling geprofessionaliseerd en gemechaniseerd, is het kennisniveau op het gebied van grondstoffen toegenomen door diverse communicatie- en participatietrajecten, is er een MilieuApp geïntroduceerd en is de infrastructuur met meer ondergrondse containers uitgebreid.

28

Grondstoffenplan 2022-2026

4.4.4 Resultaat in een oogopslag De voorgaande paragrafen geven een duidelijk beeld van de cijfermatige resultaten zoals die, op basis van het gevoerde afvalbeleid, in de periode 2004-2020 binnen de Rd4-gemeenten zijn bereikt. Figuur 4.7 geeft deze resultaten in een oogopslag weer: de afname van de hoeveelheid restafval, de stijging van het scheidingspercentage, de afname van de kosten en de toename van het gebruik van de inzamelvoorzieningen. Een goede basis voor de noodzakelijke vervolgstappen. 135 kg Uitgevoerd 2x afvalbeleidsplan

72% Nu stabiel Geen nieuw beleid in 2020-2021

€175,Geoptimaliseerde inzameling 75% zijladers Scheiding loont

330.000 per jaar Vanaf 2021 2x gratis grofvuil in meeste gemeenten 85% aangeleverde hoeveelheden gratis

334 kg 1 basisbedrag afvalkosten Onbechipte containers Geen registratie ledigingen

55% Geen motivatiecampagnes Alleen papier, glas en textiel als grondstoffen Geringe scheiding op milieuparken

20 miljoen kg per jaar 3.000.000 bezoekers per jaar Groot netwerk Bijna alle stapelbouw ondergronds Ontwijkgedrag

€222,Door hoge hoeveelheid restafval hoge afvalkosten 202.000 per jaar Open systeem met papieren afvalpas Onbeperkt gratis grof en restafval

12 miljoen kg per jaar Betonnen grindcocons Bovengrondse glas, papier en textielcontainers

Figuur 4.7. zestien jaar afvalbeleid in cijfers

4.4.5 Inwonerstevredenheid De voorbije jaren is binnen de Rd4-gemeenten behoorlijk wat veranderd wat betreft het afvalbeleid. Gelet op de reductie van restafval en de toename van de hoeveelheid gescheiden afvalstromen mag dit succesvol genoemd worden. Maar deze veranderingen hebben ook gevolgen gehad voor de inwoners van de gemeenten. Zij hebben zich moeten aanpassen aan de ontwikkelingen die het afvalbeleid heeft doorgemaakt. Van containerregistratie, zijbelading, ondergrondse inzameling, diftar, BEST-tas, PMD tot en met gewijzigde inzamelfrequenties. Achteraf gezien zijn al deze stappen (redelijk) gemakkelijk geaccepteerd door de inwoners en dat heeft, zoals in paragraaf 4.1 al genoemd, geresulteerd in een behoorlijke daling van de hoeveelheid restafval. Vanaf 2004 is deze hoeveelheid afgenomen met bijna 200 kg (135 kg in 2019) en steeg het scheidingspercentage in dezelfde periode met net geen 30% tot 72%. Echter dit succes zegt natuurlijk niet direct iets over hoe inwoners het afvalbeleid in totaliteit ervaren. Op basis van gegevens uit de Parkstadmonitor (2017, 2019), een enquête in Landgraaf in 2019 en een in het kader van het Grondstoffenplan gehouden enquête in 2020 kan een beeld geschetst worden over de mate van tevredenheid van de inwoners.

Hoofdstuk 4. Terugblik 2004-2020

29

4.4.5.1 Parkstad Limburg Monitor (2017 en 2019) Uit de resultaten van de Parkstad Limburg Monitor mag gesteld worden dat de inwoners over het algemeen tevreden zijn over het afvalbeleid. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat niet alle Rd4-gemeenten aan deze monitor hebben deelgenomen. Op de vraag of de gemeente voldoende aandacht besteedde aan het verminderen van afval gaf in 2017 gemiddeld 61% van de inwoners aan dat dat het geval was (zie figuur 4.8). In 2019 was de vraag iets anders gesteld en ging het niet meer om afvalvermindering maar om afvalscheiding. 80% van de inwoners (zie figuur 4.9) gaf aan dat er vanuit de gemeenten voldoende aandacht was voor afvalscheiding. 70%

60%

50%

40%

30%

20%

10%

0% Tips over afvalscheiding

Meer tips over GFT- Tips over voorkomen Extra GFT-ledigingen Informatie over gratis scheiding van stank in de zomer afvalstromen

Meer grondstoffen inzamelen

Verbreding van de BEST-tas inzameling

Figuur 4.8. Is er voldoende aandacht vanuit de gemeente voor afvalvermindering? (2017) Bron: Parkstad Limburg Monitor 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Brunssum

Heerlen

Kerkrade

Landgraaf

Simpelveld

Figuur 4.9. Is er voldoende aandacht vanuit de gemeente voor afvalscheiding? (2019) Bron: Parkstad Limburg Monitor

30

Grondstoffenplan 2022-2026

In diezelfde monitor werd ook de vraag gesteld of de gemeenten voldoende aandacht hadden voor het voorkomen van zwerfafval en dumpafval. Gemiddeld genomen vond 38% van de inwoners dat die aandacht er voldoende was (zie figuur 4.10). 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Brunssum

Heerlen

Kerkrade

Landgraaf

Simpelveld

Figuur 4.10. Is er voldoende aandacht voor het voorkomen van zwerfafval en afvaldump? (2019) Bron: Parkstad Limburg Monitor Uitkomsten inwonersenquête 2019 in Landgraaf In 2019 heeft, in het kader van een evaluatie van het afvalbeleid, in de gemeente Landgraaf een (internet)enquête plaatsgevonden met de vraag hoe de inwoners van Landgraaf het afvalbeleid ervaren en hoe zij denken over het onderwerp afval in het algemeen. Uit de enquête is naar voren gekomen dat: • Inwoners redelijk tevreden zijn over de afvalinzameling • Circa 62% de voorkeur geeft aan het blijven gebruiken van eigen minicontainers in plaats van deze in te leveren en het afval naar een ondergrondse container te brengen • Bijna 40% van de deelnemers bij een verdere kostenstijging voor de verwerking van afval zal instemmen met een tarief voor GFT-afval. 23% ziet eerder het verhogen van het tarief voor restafval als optie terwijl 7% voorstander is van het verhogen van het vaste deel van de afvalstoffenheffing • Inwoners over het algemeen tevreden zijn over de straatclusters • De Rd4-afvalwijzer goed wordt beoordeeld.

Bijna 40% van de inwoners heeft geen moeite met een digitale afvalwijzer Aandacht- of verbeterpunten die naar voren kwamen waren: • Verbetering van de kwaliteit van de PMD-zakken en de wens voor PMD- en/of papiercontainers • De tarieven van de milieuparken* • Het tegengaan van het te vroeg buiten zetten van PMD-zakken • Verhogen van de ledigingsfrequentie (bij enkele) straatvoorzieningen

* Vanaf 1 januari 2021 (in Brunssum al eerder) kunnen inwoners van de gemeenten (Beekdaelen, Gulpen-Wittem, Kerkrade, Landgraaf, Simpelveld, Vaals en Voerendaal) 2 keer per jaar gratis naar het milieupark. Deze regeling geldt per 1 januari 2022 ook voor de inwoners van Heerlen.

31

4.4.5.2 Rd4-brede enquête 2020 Ten behoeve van het op te stellen Grondstoffenplan is er voor gekozen om de inwoners te betrekken bij nieuw te vormen beleid: afvalinzameling is bij uitstek een onderwerp dat leeft bij de inwoners, iedereen heeft er nagenoeg dagelijks mee te maken. Daardoor heeft iedereen er wel een mening over. Het succes van een gewijzigd afvalsysteem berust voor een belangrijk deel bij het draagvlak onder inwoners. Dit draagvlak is groter wanneer inwoners al in een vroeg stadium kunnen aangeven wat hun ideeën en voorkeuren zijn. Vandaar dat de inwoners, als ‘ervaringsdeskundigen’ op een actieve wijze betrokken zijn bij het proces. Resultaat enquête 2020 In december 2020 is de inwoners gevraagd naar het belang van en kennis over afvalscheiding en de bereidheid tot verbetering van het scheidingsgedrag. Op basis van de verkregen resultaten (zie figuur 4.11) kan gezegd worden dat de inwoners van de Rd4-gemeenten afvalscheiding als belangrijk ervaren en dat men geen grote wijzigingen in het huidige afvalsysteem wenst. • Nagenoeg iedereen (90%) vindt het belangrijk om afval te scheiden omdat het goed is voor het milieu, er kosten worden bespaard of omdat het zo hoort • Bijna 70% vindt het belangrijk om nog beter/meer te scheiden maar wil daartoe niet meer gaan betalen.

20% zou wel meer willen betalen en ongeveer 10% vindt het goed zoals het nu is • 60% zou niets aan het huidige afvalbeleid willen veranderen. En als het dan moet: • Verkrijgen van een minicontainer voor PMD/papier • Meer mogelijkheden om afvalstromen in te leveren • Hogere inzamelfrequentie van GFT/PMD in zomermaanden • Belonen van goed gedrag • Meer/snellere actie m.b.t. afvaldump bij o.a. ondergrondse containers 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Afvalscheiding is belangrijk

Inzet tot Inzet tot Het is goed als meer/beter meer/beter het nu is afvalscheiding afvalscheiding zonder daarvoor met bereidheid daartoe meer te te betalen betalen

Ik scheid mijn afval al goed

Laat het beleid onveranderd

Figuur 4.11. Algemene respons Rd4-enquête m.b.t. afvalscheiding (2020) Afvalscheiding wordt dus als belangrijk gezien zonder dat daar meer voor betaald zou moeten worden. Op de vraag wat er nodig was om het afval nog beter te scheiden gaf 20% aan dat er behoefte was aan meer tips, informatie over afvalscheiding, 25% van de mensen zag graag meer containers (papier/PMD) en nog eens een kwart wilde graag een verhoging van de inzamelfrequentie van PMD, GFT, papier en BEST-tas (zie figuur 4.12).

32

Grondstoffenplan 2022-2026

Meer tips/informatie Meer containers (papier/PMD) Hogere inzamelfrequentie van PMD, GFT, papier en BEST

Figuur 4.12. Wat heeft men nodig om nog beter te gaan scheiden

4.4.6 Bronscheiding versus nascheiding verpakkingsmateriaal De afgelopen jaren zijn beide systemen in Nederland ingevoerd. Waar veel Randstedelijke gemeenten (vaak i.v.m. plaatsgebrek in de openbare ruimte) hun keuze voor nascheiding hebben gemaakt, hebben alle Limburgse gemeenten gekozen voor het zogenaamde bronscheidingsmodel, waar verpakkingsmateriaal separaat wordt ingezameld van het restafval. Reden voor dit onderzoek waren vragen vanuit gemeenteraden en onze inwoners, om vanuit met name het gemak te bezien of het niet beter/makkelijker is om verpakkingsmateriaal via nascheiding te sorteren. In 2021 is, in opdracht van de Rd4-gemeenten, een onafhankelijk onderzoek gedaan waarbij werd onderzocht welke methodiek voor onze gemeenten het meest succesvol zou zijn. Hierbij is gekeken naar de mogelijke gevolgen van het, vanaf 2024, volledig nascheiden van het verpakkingsafval voor wat betreft circulariteit, kosten en milieudruk. Uit dit onderzoek komt naar voren dat een overgang naar een nascheidingssysteem: • Leidt tot een verslechtering van de inzamelhoeveelheden met 7 kg per inwoner per jaar aangezien er minder verpakkingen uit het restafval gehaald kunnen worden met de huidige technieken • Leidt tot een structurele kostenstijging van ruim € 2.8 miljoen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=c4b88191-dd2f-4a2d-a888-22bf4da79541