VII-4 Bijlage 4b Bijlagenboek Statkraft.pdf
Tekst van het document
Soortenbescherming Naast gebiedsbescherming is ook de soortenbescherming van belang. Hierbij gaat het om alle soorten die beïnvloed kunnen worden door de bouw en exploitatie van de windturbines zoals allerlei grondgebonden soorten (vooral bij de bouw), vogels (waaronder trekvogels en weidevogels) en vleermuizen. Zoals te zien in Figuur 2.6 zijn er in het studiegebied geen gebieden aangewezen als leefgebied voor weidevogels. Omdat windparken vrijwel altijd enige mate van aanvaringsslachtoffers onder vogels- en/of vleermuizen veroorzaken is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming vrijwel altijd benodigd. Bronsgroene en zilvergroene gebieden Zoals te zien in Figuur 2.8 liggen er een groot aantal bronsgroene gebieden binnen en rondom de zoekgebieden voor windenergie. Ook liggen er een aantal zilvergroene gebieden op de rand van de zoekgebieden. Zoekgebied 1t/m 6 kennen allen een bronsgroen gebied binnen de grenzen, met name zoekgebied 1 & 2 kennen omvangrijke bronsgroene zones. In de vigerende Omgevingsverordening staat dat de kernkwaliteiten van bronsgroene zones zoveel mogelijk moeten worden behouden, al dan niet versterkt. Indien aantasting van deze zones niet te vermijden is dient te worden aangegeven op welke manier deze aantasting zoveel mogelijk wordt beperkt.
Indien niet te vermijden is dat natuurwaarden (kernkwaliteit ‘Groene karakter’) verloren gaan, dienen deze te worden gecompenseerd.
HaalbaarheidsonderzoekBijlage 6 Haalbaarheidsonderzoek Parkstad ZuidHaalbaarheidsonderzoek 721043 721043| Bijlage 6 Haalbaarheidsonderzoek Parkstad Zuid | Definitief | 30-7-2021 Pagina 13
Figuur 2.6 Ecologie rondom het studiegebied
Figuur 2.7 Ecologie in wijde omtrek, inclusief Duitse Natura 2000-gebieden
HaalbaarheidsonderzoekBijlage 6 Haalbaarheidsonderzoek Parkstad ZuidHaalbaarheidsonderzoek 721043 721043| Bijlage 6 Haalbaarheidsonderzoek Parkstad Zuid | Definitief | 30-7-2021 Pagina 14
Figuur 2.8 Bronsgroene en zilvergroene gebieden in de omgeving van het studiegebied
2.5 Defensieradar en luchtvaart Defensieradar In een straal van 75 km vanaf een radarpost heeft een bouwwerk dat boven de 113 meter reikt een verklaring van geen bezwaar van het Ministerie van Defensie nodig. Indien een plan binnen de toetsingsgebieden valt wordt op basis van een verstoringsberekening door TNO inzichtelijk gemaakt in hoeverre de dekkingsgraad van de radarpost wordt beïnvloed. De vereiste dekkingsgraad is minimaal 90%. Indien de dekkingsgraad boven de 90% ligt, zal Defensie de verklaring van geen bezwaar in principe afgeven. Zoals te zien in Figuur 2.8 valt het studiegebied buiten de toetsingsgebieden van de Defensie radarposten. Aangezien het studiegebied buiten de toetsingsgebieden valt vormt dit aspect geen belemmering.
Luchtvaart Voor het aspect luchtvaart is er gekeken naar de online hoogteviewer van RVO[1]. Uit deze viewer wordt duidelijk dat de zoekgebieden op voldoende afstand liggen van vliegveld Maastricht Airport. Zoals te zien in Figuur 2.9 liggen de zoekgebieden grotendeels onder een rood vlak. Het vlak betreft een toetsingsvlak vanuit de NATO-basis te Geilenkirchen. Aangezien dit een toetsvlak betreft moet er voorafgaand aan het plaatsen van obstakels getoetst worden of er geen onacceptabele effecten optreden. Indien dit niet het geval is kan de plaatsing worden toegestaan. Als dit wel het geval is moet er worden gekeken naar de geldende wet- en regelgeving. Dit vliegveld is gelegen in Duitsland en binnen Duitsland bestaat dan ook wet- en regelgeving hoe men hier dient mee om te gaan. Ook bestaat er Nederlandse wet- en regelgeving [1]
https://ez.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=8eaadfac232049849ad9841d35cd7451
HaalbaarheidsonderzoekBijlage 6 Haalbaarheidsonderzoek Parkstad ZuidHaalbaarheidsonderzoek 721043 721043| Bijlage 6 Haalbaarheidsonderzoek Parkstad Zuid | Definitief | 30-7-2021 Pagina 15
waaraan voldaan moet worden betreffende het vliegveld Geilenkirchen. Zo is er een obstakelbeheersgebied voor Geilenkirchen opgenomen in het Rarro (zie bijlage 3.5). Dit obstakelbeheersgebied is echter een stuk noordelijker gelegen dan de zoekgebieden voor windenergie. Hierdoor lijkt er geen Nederlandse wet- en regelgeving te bestaan die het plaatsen van windturbines in de zoekgebieden verhinderd. Ook is er geen juridische beperking vanuit Duitse wetgeving op Nederlands grondgebied. Daarentegen is de luchtvaart (en dan met name een vliegbasis van de NATO) veelal een grensoverschrijdende activiteit, ook zijn de belangen van deze basis grensoverschrijdend. Hierdoor zou het zeer verstandig zijn om rekening te houden met de belangen, vliegprocedures en vliegveiligheid van deze basis. Een opmerkelijk gegeven is dat er aan de Duitse kant van de grens meerdere windparken zijn gerealiseerd, die tenminste gedeeltelijk binnen deze contour van de NATO- basis gelegen zijn. Dit geeft aan dat er mogelijkheden bestaan om binnen het toetsvlak van de NATO basis te opereren.
HaalbaarheidsonderzoekBijlage 6 Haalbaarheidsonderzoek Parkstad ZuidHaalbaarheidsonderzoek 721043 721043| Bijlage 6 Haalbaarheidsonderzoek Parkstad Zuid | Definitief | 30-7-2021 Pagina 16
Figuur 2.9 Radarposten
Figuur 2.10 Belemmeringen vanuit luchtvaart
Toetsvlak vanuit LVNL Toetsvlak vanuit ILT Toetsvlak vanuit Defensie
HaalbaarheidsonderzoekBijlage 6 Haalbaarheidsonderzoek Parkstad ZuidHaalbaarheidsonderzoek 721043 721043| Bijlage 6 Haalbaarheidsonderzoek Parkstad Zuid | Definitief | 30-7-2021 Pagina 17
2.6 Cultuurhistorie In deze verkenning is voor het aspect cultuurhistorie gekeken naar de aanwezigheid van Rijksmonumenten en Rijksbeschermde dorps- en stadsgezichten in en rondom het studiegebied. Zoals te zien in Figuur 2.11 zijn er geen Rijksmonumenten gelegen binnen het studiegebied. Daarentegen bevinden de dichtstbijzijnde Rijksmonumenten zich op slechts tientallen meters van de zoekgebieden voor windenergie. Figuur 2.11 geeft ook weer dat er geen beschermde stads-en dorpszichten aanwezig zijn, zowel binnen als vlak buiten het studiegebied. Het dichtstbijzijnde Rijksbeschermde dorps- en stadsgezicht ligt op ongeveer 2.5 kilometer afstand van het studiegebied, richting Heerlen. Er is geen vaste afstand om aan te houden voor Rijksmonumenten. In principe gaat het bij Rijksmonumenten om het beschermen van het object op zichzelf. Het is daarom niet de verwachting dat Rijksmonumenten een belemmering zullen vormen voor het realiseren van een windturbines, wel is het een aandachtspunt voor de vervolgfase. De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) adviseert een afstand van circa 1.800 meter tot stads- en dorpsgezichten, waar in dit geval ruim aan voldaan kan worden Figuur 2.11 Cultuurhistorie
2.7 Archeologie Voor het aspect archeologie is de indicatieve kaart archeologische waarden (IKAW) en de Archeologische Monumentenkaart (AMK) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed geraadpleegd. Deze kaart geeft aan welke gebieden een hoge, middelhoge, lage of zeer lage trefkans op archeologisch waardevolle resten in de bodem hebben en waar zich archeologische monumenten (terreinen) bevinden. Terreinen die aangeduid zijn als archeologische monument kennen geen instandhoudingsplicht, maar wel regels voor
HaalbaarheidsonderzoekBijlage 6 Haalbaarheidsonderzoek Parkstad ZuidHaalbaarheidsonderzoek 721043 721043| Bijlage 6 Haalbaarheidsonderzoek Parkstad Zuid | Definitief | 30-7-2021 Pagina 18
een wijziging of aanpassing. Zo is er voor het verstoren van een archeologisch Rijksmonument (ook onder water) altijd een monumentenvergunning nodig, bijvoorbeeld wanneer er bouwplannen zijn. Figuur 2.12 geeft weer wat de trefkans is voor het vinden van archeologische resten in het gebied. Hoe donkerder de kleur rood des te groter is de kans op een archeologische vondst. De gele kleur staat voor een lage trefkans en een wittige kleur staat voor een zeer lage trefkans op een archeologische vondst. Zoals te zien in Figuur 2.11 kleurt het grondgebied van de zoekgebieden voornamelijk rood, deze gebieden kennen een hoge kans op een archeologische vondst. Ook zijn er een aantal gebieden die oranje kleuren, deze liggen met name binnen de zoekgebieden 1, 4 en 6. Deze oranje gebieden kennen een middelhoge kans op een archeologische vondst. Voornamelijk binnen zoekgebied 2 liggen stroken met een gele kleur, deze gebieden kennen een lage kans op een archeologische vondst. De gronden binnen de paarse vlakken zijn stedelijk gebied en zijn hierdoor reeds bewerkt. Ook is in Figuur 2.11 gekeken naar de aanwezigheid van archeologische monumenten in binnen en rondom de zoekgebieden. Het blijkt dat er op de grens tussen zoekgebied 1 en 4 een terrein dat is aangeduid als archeologisch monument.
Afhankelijk van de gewenste turbineposities wordt duidelijk of aanvullend archeologisch onderzoek vereist is voor het plaatsen van de windturbines.
Figuur 2.12 Archeologie
HaalbaarheidsonderzoekBijlage 6 Haalbaarheidsonderzoek Parkstad ZuidHaalbaarheidsonderzoek 721043 721043| Bijlage 6 Haalbaarheidsonderzoek Parkstad Zuid | Definitief | 30-7-2021 Pagina 19
2.8 Straalpaden Een straalpad is een draadloze verbinding tussen twee plaatsen, waartussen transport van spraak-, data-, radio- en tv-signalen plaatsvindt. De twee connectiepunten van een dergelijke verbinding moeten ‘in zicht’ van elkaar staan. Dat betekent dat het pad vrij moet zijn van fysieke obstakels. De aanwezigheid van windturbines kan de signaaloverdracht van straalpaden verstoren of verzwakken. Er is sprake van een effect op straalpaden indien de mast van een windturbine in een straalpad wordt geplaatst, of wanneer er wiekoverdraai met het straalpad plaatsvindt. In het laatste geval is er alleen sprake van een mogelijk effect als de hoogte van het straalpad zich tussen de tiphoogte en tiplaagte van de windturbine bevindt. Via Agentschap Telecom is op 28 april 2021 een overzicht ontvangen van de zendmasten en straalpaden die momenteel in de omgeving zijn vergund. Een overzicht hiervan is weergegeven in Figuur 2.13. Zoals te zien in deze figuur zijn er een aantal zendmasten en straalpaden aanwezig binnen en rondom de zoekgebieden voor windenergie. Indien plannen voor windturbines op een locatie nader uitgewerkt worden, dient uitgezocht te worden of er daadwerkelijk verstoring van het signaal optreedt. Hierbij dient tevens onderzocht te worden of het betreffende straalpad planologisch beschermd is.
Overigens blijkt uit ervaring bij eerdere windenergieprojecten dat er mogelijkheden zijn om eventuele verstoring van straalverbindingen door windturbines te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld door kleine verschuivingen in de positionering van windturbines of door toevoeging van extra apparatuur ten behoeve van de versterking of verplaatsing van straalpaden. Dit aspect wordt daarom als aandachtspunt meegenomen in deze analyse. Figuur 2.13 Straalpaden
HaalbaarheidsonderzoekBijlage 6 Haalbaarheidsonderzoek Parkstad ZuidHaalbaarheidsonderzoek 721043 721043| Bijlage 6 Haalbaarheidsonderzoek Parkstad Zuid | Definitief | 30-7-2021 Pagina 20
3 Inrichtingsmogelijkheden 3.1 Belemmeringen Aan de hand van de verschillende juridisch en ruimtelijke aspecten kan worden gekeken welke gebieden geschikt zijn voor het plaatsen van windenergie. In Figuur 3.1 en Figuur 3.2 zijn de belemmeringen voor beide referentieturbines weergegeven. Door de belemmeringen van de voorgaande paragrafen over elkaar heen te leggen ontstaat er een totaalplaat. Van deze totaalplaat kan vervolgens worden afgelezen waar juist de mogelijkheden liggen voor het plaatsen van windturbines. Figuur 3.1 Belemmeringenkaart voor referentieturbine 1
HaalbaarheidsonderzoekBijlage 6 Haalbaarheidsonderzoek Parkstad ZuidHaalbaarheidsonderzoek 721043 721043| Bijlage 6 Haalbaarheidsonderzoek Parkstad Zuid | Definitief | 30-7-2021 Pagina 21
Figuur 3.2 Belemmeringenkaart voor referentieturbine 2
3.2 Mogelijkheden turbineposities Herkennen van locaties Zoals te zien in Figuur 3.1 en Figuur 3.2 worden de zoekgebieden voor windenergie grotendeels bedekt met verschillende afstandscontouren. Zoekgebied 1 en 4 zijn de enige twee zoekgebieden waar locaties overblijven die niet worden bedekt door een afstandscontour. Zoekgebied 2 en 3 kennen naast de afstandscontouren voor infrastructuur netwerken ook contouren voor panden en gevoelige objecten. Binnen en rondom de zoekgebieden 5 en 6 liggen weinig gevoelige objecten, hier liggen met name afstandscontouren voor infrastructuurnetwerken. Als voor turbineposities wordt gekeken waar relatief weinig of geen belemmeringen aanwezig zijn lijkt met name de ruimte te bestaan binnen de zoekgebieden 1 en 4. De gebieden die vrij zijn van belemmeringen zijn geen omvangrijke gebieden waar zondermeer een groot windpark gerealiseerd kan worden. Daarentegen kan er ook worden gekeken naar gebieden die in eerste instantie niet of minder geschikt lijken voor windenergie. Gebieden die onder een afstandscontour gebaseerd op vuistregels liggen zijn namelijk niet zondermeer ongeschikt voor windenergie. Door het nemen van aanvullende maatregelen, afstemming met belanghebbenden of aanvullende (veiligheids)onderzoeken kan blijken dat plaatsing van een windturbine binnen adviesafstanden acceptabel is.
Wanneer met deze gedachte wordt gekeken naar Figuur 3.1 en Figuur 3.2 ontstaat potentieel (iets) meer ruimte. Met name binnen en rondom zoekgebied 1 en 4 lijkt meer mogelijk, doordat er niet een grote opeenstapeling aanwezig is van belemmeringen. Aan de westkant van de hoofdweg (N281) binnen zoekgebied 4 ligt momenteel enkel de belemmering van een (bedrijfs)pand, dit pand wordt binnenkort
HaalbaarheidsonderzoekBijlage 6 Haalbaarheidsonderzoek Parkstad ZuidHaalbaarheidsonderzoek 721043 721043| Bijlage 6 Haalbaarheidsonderzoek Parkstad Zuid | Definitief | 30-7-2021 Pagina 22
overigens nog uitgebreid. Aangezien hier slechts één belemmering aanwezig is lijken hier mogelijkheden te liggen, zo kan er wellicht een samenwerking worden aangegaan met de pandeigenaar. In het centrale en zuidelijke deel van zoekgebied 1 liggen contouren van panden en gevoelige objecten. Als hier een samenwerking kan worden aangegaan kan wellicht ook hier een turbine dichter tot deze objecten worden geplaatst, maar er zal vrijwel altijd een afstand van een halve rotordiameter tot het gebouw aangehouden moeten worden om te kunnen spreken van een goede ruimtelijke ordening. Dit geldt overigens ook voor het noordelijke deel van zoekgebied 4, en een groot deel binnen zoekgebied 3. Binnen de zoekgebieden 2, 5 en 6 kennen de meeste locaties een opeenstapeling van belemmeringen, wat het plaatsen van windturbines extra bemoeilijkt. De vier locaties In Figuur 3.3 zijn potentiële turbineposities bepaald aan de hand van de belemmeringenkaarten Figuur 3.1 en Figuur 3.2. In Figuur 3.3 zijn vier gebieden gemarkeerd waar, al dan niet met aanvullend onderzoek, per gebied een turbine geplaatst kan worden. Locatie 1 Locatie 1 bevindt zich ten zuidwesten de kruising van de twee hoofdwegen A76 en de N281, op de grens van de gemeenten Simpelveld en Heerlen. De locatie ligt in het Beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg, op de grens met A76.
In uw marktuitvraag hebt u aangegeven dat in overleg met de provincie Limburg wordt bezien of eventuele realisatie van windenergie in de twee potentiegebieden die gelegen zijn in het Beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg opportuun is en welke wijziging van bestaande beleidskaders dit vraagt. Ook in de bredere context van de Regionale Energie Strategie (RES) Zuid-Limburg wordt een verdiepend landschappelijk onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden voor windenergie in dit gebied. De uitkomsten zijn naar verwachting begin 2022 beschikbaar. Zoals te zien in de belemmeringkaarten zijn er weinig directe belemmeringen aanwezig in dit gebied. Naast de contour van de hoofdwegen en een afstandscontour van een buisleiding verder richting het westen zijn er weinig belemmeringen aanwezig. Wel liggen er verder richting het zuiden een aantal gevoelige objecten, daar wordt echter voldoende afstand van gehouden. Locatie 2 Locatie 2 bevindt zich ten oosten van de kruising van de twee hoofdwegen A76 en de N281. Dit gebied is vergelijkbaar met locatie 1, dit gebied kent ook de afstandscontour van beide hoofdwegen. Ook zijn er afstandscontouren van gevoelige objecten aanwezig (vanuit het zuiden) en contouren van panden (uit het zuiden en westen). Op een grotere afstand naar het westen ligt ook de contour voor de bestaande Duitse windparken, hier wordt echter ruim buiten gebleven.
Locatie 2 valt binnen een ‘groencompensatie-strook’ van het bedrijventerrein Avantis. Deze locatie is specifiek gekozen voor het compenseren van groen/natuur in de regio. Aangezien het plaatsen van een windturbine ten koste gaat van het gecompenseerde groen zal met de gemeente moeten worden overlegd of en onder welke voorwaarden plaatsing van een windturbine in dit gebied mogelijk is. Dit omdat alleen dan kleinere veiligheidscontouren mogelijk te motiveren zijn. Locatie 3 Locatie 3 bevindt zich ten noorden de kruising van de twee hoofdwegen A76 en de N281. Deze locatie ligt binnen het bedrijventerrein Trilandis. Op de belemmeringenkaarten is te zien dat dit gebied grotendeels onder belemmeringen valt, met name onder de contour van verschillende bedrijfspanden. Ook kent deze locatie aan de zuidkant de contour van de N281 en ten noorden de contour van een buisleiding. Hierdoor moet er rondom het pand van het bedrijf Medtronic gezocht worden naar een geschikte locatie.
HaalbaarheidsonderzoekBijlage 6 Haalbaarheidsonderzoek Parkstad ZuidHaalbaarheidsonderzoek 721043 721043| Bijlage 6 Haalbaarheidsonderzoek Parkstad Zuid | Definitief | 30-7-2021 Pagina 23
Een optie is het plaatsen van een winturbine op een parkeerplaats aan de noordzijde van Medtronic. Een andere mogelijkheid is een positie zuidkant van het pand, hierbij dient echter voldoende afstand te worden aangehouden tot de N281. Gezien de omvang van het pand van Medtronic, en het grote aantal parkeerplaatsen, kan verwacht worden dat hier een groot aantal personen komen/werken. Hierdoor is het aannemelijk dat deze panden als “kwetsbaar object” moeten worden beschouwd. In dat geval dient een minimale afstand van circa de tiphoogte van de windturbine tot aan het gebouw te worden aangehouden. Aanvullende veiligheidsonderzoek moet uitwijzen of een positie op het bedrijventerrein van Medtronic aanvaardbaar is. Dit lijkt overigens alleen uitvoerbaar wanneer Medtronic meedoet in de ontwikkeling van het windpark en de windturbine onderdeel wordt van de inrichting van Medtronic. Locatie 4 Locatie 4 bevindt zich langs een rotonde ten noordoosten van het bedrijventerrein Trilandis. Dit gebied valt binnen de gemeente Heerlen en Kerkrade, en grenst aan de Duitse grens. Uit de belemmeringenkaarten blijkt dat hier zowel afstandscontouren aanwezig zijn van de N-weg en gevoelige objecten in de omgeving. Gezien de ligging langs de Duitse grens zou hier wiekoverdraai over Duitsland kunnen plaatsvinden.
Wanneer wiekoverdraai over Duits grondgebied voorkomen kan worden, door bijvoorbeeld de turbine iets naar het westen of noorden te verplaatsen, is dit een gunstigere positie. Overdraai over een landsgrens leidt tot een complexe procedure en de noodzaak tot het sluiten van internationale contracten. Dit levert bestuurlijk en juridisch een complexere situatie op. De afstand tot de N-weg is ook een aandachtspunt. Wellicht dat een turbinepositie op een kortere afstand van de N-weg mogelijk is. In dat geval treedt wiekoverdraai boven de weg op. Over de aanvaardbaarheid hiervan moet de initiatiefnemer afstemmen met de gemeentelijke en provinciale wegbeheerder(s). De afstand tot gevoelige objecten in de omgeving (ten noordoosten) is van groot belang. Onderzoek naar geluid en slagschaduw moet uitwijzen of turbineposities op minder dan 400 meter van gevoelige objecten kunnen voldoen aan de gestelde normen.
Figuur 3.3 Locaties windenergie
HaalbaarheidsonderzoekBijlage 6 Haalbaarheidsonderzoek Parkstad ZuidHaalbaarheidsonderzoek 721043 721043| Bijlage 6 Haalbaarheidsonderzoek Parkstad Zuid | Definitief | 30-7-2021 Pagina 24
HaalbaarheidsonderzoekBijlage 6 Haalbaarheidsonderzoek Parkstad ZuidHaalbaarheidsonderzoek 721043 721043| Bijlage 6 Haalbaarheidsonderzoek Parkstad Zuid | Definitief | 30-7-2021 Pagina 25
Figuur 3.4 Locaties windenergie met een luchtfoto
HaalbaarheidsonderzoekBijlage 6 Haalbaarheidsonderzoek Parkstad ZuidHaalbaarheidsonderzoek 721043 721043| Bijlage 6 Haalbaarheidsonderzoek Parkstad Zuid | Definitief | 30-7-2021 Pagina 26
Windenergie Parkstad-Zuid
Bijlage 7: Quickscan landschap Landschappelijke inpassingsstudie naar mogelijke opstellingen van moderne windturbines binnen de zoekgebieden voor windenergie in Parkstad-Zuid
OVSL, 24 juli 2021
EINDCONCEPT inclusief reactie op deskundigenoordeel
Opzet van deze toelichting • Inleiding
3
• Landschappelijke situatie:
5
• historische ontwikkeling • huidige situatie • landschappelijke waarden • Landschapsanalyse
17
• infrastructuur • landschapstypen (reliëf) • ruimtelijke opbouw • bestaande windturbines • Modellenstudie
22
• Scenario’s
31
• Eerste conclusies
35
• Uitwerking eerste concept
41
Opzet van deze toelichting • Inleiding • Landschappelijke situatie: • historische ontwikkeling • huidige situatie • landschappelijke waarden • Landschapsanalyse • infrastructuur • landschapstypen (reliëf) • ruimtelijke opbouw • bestaande windturbines • Modellenstudie • Scenario’s • Eerste conclusies • Uitwerking eerste concept
Inleiding Deze bijlage betreft een landschappelijke inpassingsstudie naar de mogelijkheden voor het plaatsen van grote, moderne windturbines op het grondgebied van de gemeenten Heerlen, Kerkrade en Simpelveld, binnen de zuidelijke regio van Parkstad Limburg (hierna Parkstad-Zuid genoemd). Het doel is te komen tot herkenbare en te begrijpen opstellingen die passen in dit gebied, die samenhangen met de belangrijkste (hoofd-)structuren in het gebied en rekening houden met de in het gebied aanwezige belemmeringen. En die een waardevolle toevoeging kunnen vormen voor het landschap binnen de regio. De studie gaat in op de ruimtelijke aspecten en op de vier landschapsniveaus die in de Marktuitvraag Fase 2 ‘Windenergie Parkstad-Zuid’ zijn benoemd: de regio, de opstelling, de turbines en de standplaatsen (en hun omgeving). In de fase van concept plannen zijn met name de eerste twee niveaus van belang, in de fase van definitieve plannen geldt dat voor alle vier de niveaus. De belangrijkste conclusies ten aanzien van deze vier niveaus zijn aan het eind van deze bijlage samengebracht. 4
bron: OVSL
Opzet van deze toelichting • Inleiding • Landschappelijke situatie: • historische ontwikkeling • huidige situatie • landschappelijke waarden • Landschapsanalyse • infrastructuur • landschapstypen (reliëf) • ruimtelijke opbouw • bestaande windturbines • Modellenstudie • Scenario’s • Eerste conclusies • Uitwerking eerste concept
Landschappelijke situatie In de Marktuitvraag Fase 2 ‘Windenergie Parkstad-Zuid’ zijn zes zoekgebieden voor windenergie weergegeven. De grenzen van deze gebieden zijn in de kaart hiernaast globaal aangegeven. De opgave luidt om in deze gebieden opstellingsmogelijkheden en hun landschappelijke inpassing nader te onderzoeken. Eerst is gekeken naar windopstellingen zonder direct op allerlei belemmeringen te letten. Vervolgens is onderzocht wat mogelijk is als die belemmeringen wel worden meegenomen. Het is de verwachting dat er uiteindelijk niet in alle zoekgebieden ruimte zal zijn voor windturbines. Dit is ook al in de uitvraag aangegeven.
3 5
2
6
4
1
Er is in deze studie uitgegaan van twee typen turbines: turbines met een ashoogte en een rotordiameter van 130 meter en een ashoogte en een rotordiameter van 160 meter. Ook is een zo optimaal mogelijke onderlinge afstand nagestreefd van 3x tot 4x de rotordiameter. Dit is in eerste instantie gedaan om een zo hoog mogelijke energieopbrengst na te streven en om aan te sluiten bij parallelle onderzoeken, die deze dimensies ook aanhouden. Op dit moment markeren deze dimensies de bandbreedte van de dimensies van de nieuwste generatie windturbines op land. 6
bron: PDOK
Historische ontwikkeling
7
1910
1960
bron: Topotijdreis
Historische ontwikkeling
8
1990
2010
bron: Topotijdreis
Historische ontwikkeling
2020
Uit de reeks topografische kaarten valt af te lezen dat het landschap in de regio de afgelopen eeuw drastisch is veranderd. Door de jaren heen zijn de zoekgebieden en hun omgeving getransformeerd van een agrarisch landschap van vooral open akkers op hooggelegen heuvelplateaus, met kleine nederzettingen die veelal in de dalen tussen de plateaus lagen, naar een sterk verstedelijkt gebied met grote uitbreidingen van de dorpen en steden en grote bedrijventerreinen, al dan niet gekoppeld aan oude mijnterreinen. In dat nieuwe landschap liggen grote infrastructurele lijnen: de A76/E314, provinciale N-wegen waaronder een deel van de Ring Parkstad), de spoorlijn tussen Simpelveld en Kerkrade (onderdeel van het Miljoenenlijntje) en een aftakking daarvan richting Bocholtz en Duitsland. Grote delen van de bedrijventerreinen Parkstad en Avantis worden de komende jaren verder als bedrijventerrein ontwikkeld. Er zijn hier en daar zonnevelden aangelegd en er zijn inmiddels (met name aan de Duitse kant van de grens) grote windturbines in de omgeving verschenen. 9
bron: Topotijdreis
Huidige situatie
Bedrijventerrein Avantis in ontwikkeling
Dorpen in of nabij de dalen, zoals Simpelveld
Er is sprake van een scheiding tussen twee zeer verschillende landschappen aan weerszijden van de snelweg A76. Aan de westzijde ligt een nog vrij oorspronkelijk deel van Nationaal Landschap Zuid-Limburg. Daar liggen open, glooiende plateaus, die door kleinere en soms wat grotere dalen worden doorsneden. In dit deel komen nog veel karakteristieke landschapselementen voor, zoals holle wegen, graften, boomgaarden en wegkruizen. Aan de oostzijde ligt een sterk verstedelijkt landschap van aaneengesloten woongebieden en bedrijventerreinen met daar tussendoor brede wegen. Tussen de bedrijventerreinen zijn nog 10
Typische landschapselementen zoals wegkruizen
wel verschillen. De Beitel is vrij gevarieerd qua opzet. Daar staat op dit moment één kleine windturbine. Parkstad en Avantis zijn beide voorbereid op de komst van zeer grote, meer doosachtige volumes, die langzaam maar zeker het gebied zullen opvullen. Hier stonden twee inmiddels gesaneerde middelgrote turbines. Er liggen nu ook enkele percelen met zonnepanelen. Net over de grens liggen ten oosten en zuiden van Avantis nog zeer open plateaus, voornamelijk met akkers. Daar staan drie clusters met windturbines: één van twee en één van drie grote turbines en een cluster van negen middelgrote turbines. bron: OVSL
Huidige situatie (ten westen van de A76 (boven) en ten oosten van de A76 (onder))
11
Uitzicht op de Klingeleberg
Bosschenhuizen
De molen bij Trintelen
De A76 ter hoogte van Bocholtz - Avantis
Bedrijventerrein Parkstad
Ring Parkstad ter hoogte van Gracht
bron: OVSL
Huidige situatie (fotopanorama’s) Deze kaart toont de plekken waarvandaan fotopanorama’s zijn genomen (oranje pijlen). De hierna volgende panorama’s zijn perspectivisch enigszins vertekend, maar geven wel inzicht in de ruimtelijke opbouw van (de omgeving van) het zoekgebied.
3 4
13
2
11 12
12
1 10
9
8 6
5
7
bron: PDOK
1
Fotopanorama’s Waalbroekerweg, kijkend naar het noordoosten
2
Waalbroekerweg, kijkend naar het noordwesten
3
Heliumstraat, kijkend naar het oosten
4
13
Earl Bakkenstraat, kijkend naar het zuiden
bron: OVSL
5
Fotopanorama’s
Avantisallee, kijkend naar het zuiden
6
Tienbaan, kijkend naar het noordoosten
7
14
Tienbaan, kijkend naar het zuiden
bron: OVSL
8
Fotopanorama’s
Weiweg, kijkend naar het oosten
9
Weiweg, kijkend naar het oost-noordoosten
10
15
Weiweg, kijkend naar het zuidwesten
bron: OVSL
11
Fotopanorama’s
Putsweggerveldweg, kijkend naar het oosten
12
Kromhagerweg, kijkend naar het oosten
13
16
Horbacher Strasse, kijkend naar het noordwesten
bron: OVSL
Opzet van deze toelichting • Inleiding • Landschappelijke situatie: • historische ontwikkeling • huidige situatie • landschappelijke waarden • Landschapsanalyse • infrastructuur • landschapstypen (reliëf) • ruimtelijke opbouw • bestaande windturbines • Modellenstudie • Scenario’s • Eerste conclusies • Uitwerking eerste concept
Infrastructuur 3
In de huidige situatie wordt het gebied doorsneden door infrastructurele lijnen. Die vormen vaak harde grenzen. De A76 markeert de grens tussen een vrij oorspronkelijk en een zeer dynamisch landschap (aan de westzijde respectievelijk de oostzijde van de snelweg). De N-wegen vormen nieuwe structuurdragers in het gebied. Hun vaak brede opzet maakt dat ze zich als heldere structuren manifesteren.
5
2
6
4
1
De spoorlijnen vormen oudere structuren die veel minder dominant en daardoor ook minder sterk naar voren komen. Zoekgebied 1 en 2 liggen aan weerszijden van de A76. Gebied 3 ligt aan de Ring Parkstad, gebied 4 ligt rond de rotonde tussen de Ring Parkstad en de N281 gedrapeerd. Zoekgebied 5 en 6 worden wel door infrastructurele lijnen begrensd, maar zijn er niet direct mee verbonden. De samenhang tussen zoekgebied 3 en 6 en het Miljoenenlijntje is in het veld onduidelijk. 18
bron: PDOK
Landschapstypen (reliëf) 3
Er zijn in de regio drie landschapstypen te onderscheiden, die ook binnen Nationaal Landschap Zuid-Limburg ten westen van de A76 worden aangehouden: plateaus, hellingen en dalen. De zoekgebieden liggen op de overgang van een grillig plateau naar de dalen en de bovenlopen van respectievelijk de Worm in het oosten (Crombacherbeek, Bleijerheiderbeek, Anselderbeek), de Geleenbeek in het noorden en tot slot de Geul in het westen (Eyserbeek, Bocholtzerbeek en Sourethbeek).
5
2
6
4
1
In zoekgebied 1 en 2 liggen enkele hellingen die door de insnijding van de A76 in de ondergrond niet overal even goed herkenbaar zijn. Aan de zuidoostzijde van de zoekgebieden vormen de plateaus van Ubachsberg en Baneheide de dichtsbijgelegen hoogtes.
19
bron: PDOK
Ruimtelijke opbouw Oorspronkelijk waren de plateaus zeer open van karakter, de hellingen zeer dicht beplant met bossen en de dalen hadden een gemêleerd karakter (half open, half dicht). Op dit moment is dat onderscheid minder duidelijk herkenbaar. Grote delen van de plateaus zijn verstedelijkt, met name door uitbreidingen van Heerlen en Kerkrade en de bedrijventerreinen (grijs). Ook zijn de dorpskernen van Simpelveld en Bochholtz en Richterich en Horbach in Duitsland in meer of mindere mate uitgebreid. Hierdoor is een wat versnipperd ruimtelijk beeld ontstaan.
20
bron: PDOK
Bestaande windturbines De kaart hiernaast toont de huidige situatie wat betreft de windturbines in en om de zoekgebieden. Op dit moment staat er één turbine op Nederlands grondgebied en 14 turbines net over de grens in Duitsland.
Op de Beitel staat 1 kleine solitaire turbine. 2 middelgrote turbines (Briareus en Gyges) langs de N281, zijn in 2016 gesaneerd en elders herplaatst. In Duitsland staan op dit moment drie min of meer los van elkaar liggende clusters van noord naar zuid, van 3 grote, 2 grote en 9 middelgrote turbines. Samen vormen zij in feite een zwerm van turbines. De gele cirkels hebben een diameter van circa 3x de rotordiameter van de betreffende turbine. Daarmee is de mate van landschappelijke impact van de betreffende turbine op zijn omgeving verbeeld: hoe groter de cirkel, hoe groter de impact en ook hoe groter ook de afstand waarop die turbine impact heeft. De cirkels vormen geen (directe) maat voor de zichtbaarheid van de turbines, die zijn (uiteraard) ook buiten de cirkels waarneembaar. 21
bron: PDOK
Opzet van deze toelichting • Inleiding • Landschappelijke situatie: • historische ontwikkeling • huidige situatie • landschappelijke waarden • Landschapsanalyse • infrastructuur • landschapstypen (reliëf) • ruimtelijke opbouw • bestaande windturbines • Modellenstudie • Scenario’s • Eerste conclusies • Uitwerking eerste concept
Modellenstudie (ordeningsprincipes)
solitair
cluster
lijn
kromme
grid
zwerm
Om windturbines te ordenen tot herkenbare en te begrijpen opstellingen, zijn er verschillende basale ordeningsprincipes die gehanteerd kunnen worden. Dit zijn:
• solitair (punt of landmark) • cluster • lijn • kromme • grid • zwerm Solitairen en clusters kunnen gebruikt worden om plekken of knooppunten te markeren, lijnen en krommen om landschappelijke lijnen te markeren en grids of zwermen om gebieden te markeren. Uiteraard zijn ook allerlei combinaties mogelijk. De hiernaast gebruikte ondergrond dient enkel als voorbeeld en ligt niet binnen de regio Parkstad-Zuid.
23
bron: Topotijdreis
Modellenstudie (voor het totale gebied) Gelet op de bestaande turbines zijn drie principemodellen denkbaar, die hierna telkens in twee versies zijn uitgewerkt: Model A: een zwerm van clusters
Kijken of er een groep van los van elkaar liggende clusters, aanvullend op de bestaande clusters kan worden gecreëerd, met elk een eigen ordening en een eigen type turbine en het liefst met clusters van 3 of meer turbines (anders zijn ze minder goed als afzonderlijk cluster te ervaren). Model B: sterkere lijnen Met name de clusters met grote turbines kunnen beschouwd worden als het begin van een lijn of een kromme, waaruit sterkere lijnen zijn te ontwikkelen.
Model C: nieuwe lijnen Anticiperen op (gedeeltelijke) sanering en nieuwe lijnen creëren die samenhangen met de landschappelijke hoofdstructuren. 24
bron: PDOK
Model A: een zwerm van clusters
130 meter ashoogte 130 meter rotordiameter 25
160 meter ashoogte 160 meter rotordiameter bron: PDOK
Model B: sterkere lijnen
130 meter ashoogte 130 meter rotordiameter 26
160 meter ashoogte 160 meter rotordiameter bron: PDOK
Model C: nieuwe lijnen
130 meter ashoogte 130 meter rotordiameter 27
160 meter ashoogte 160 meter rotordiameter bron: PDOK
Modellenstudie (voor het totale gebied) Van de drie principemodellen lijkt op dit moment model A (een zwerm van clusters) het meest voor de hand liggend, ook gelet op de al aanwezige turbines (zie de foto’s hiernaast). Model B en C vergen namelijk én een heldere regie over de sanering en/of opschaling van alle turbines in de omgeving en dus een intensieve samenwerking met partijen in Duitsland om de onderlinge afstemming van initiatieven mogelijk te maken. Bovendien bestaat het risico dat belemmeringen zuivere lijnof kromme opstellingen onmogelijk maken.
Model A laat wat meer ruimte voor een ontwikkeling per zoekgebied met telkens ook een eigen ordening per zoekgebied, die in kan spelen op lokale mogelijkheden en belemmeringen. Op de volgende pagina is aangegeven welke ordening per zoekgebied voor de hand ligt, los van alle belemmeringen. Daarna wordt verder ingezoomd op de uitwerking van de minimale (130 - 130 meter) en maximale variant (160 - 160 meter) van model A. 28
bron: OVSL
Modellenstudie (per zoekgebied) 3
Handvatten voor de verdere ordening binnen elk zoekgebied: Zoekgebied 1 en 2 (los of in combinatie): een lijn- of kromme opstelling parallel aan de A76 (als meest dominante landschapsstructuur ligt voor de hand Zoekgebied 3: een kromme opstelling parallel aan de bocht in de Ring Parkstad, een lijn parallel aan het Miljoenenlijntje is minder vanzelfsprekend Zoekgebied 4 (al dan niet in combinatie met 1): een kromme opstelling parallel aan de bocht in de N281 ligt voor de hand of clusters bij (het knooppunt van) wegen, een lijn parallel aan het Miljoenenlijntje past niet Zoekgebied 5: een zwermopstelling binnen de Beitel lijkt de enig mogelijke opstelling (er zijn geen directe structurele handvatten, de opzet van de Beitel is diffuus) Zoekgebied 6: dit is een onduidelijk ‘restgebied’, een opstelling parallel aan het Miljoenenlijntje ligt niet voor de hand 29
5
2
6?
4
1
bron: PDOK
Uitwerking model A: zwerm van clusters
130 meter ashoogte 130 meter rotordiameter 30
160 meter ashoogte 160 meter rotordiameter bron: PDOK
Opzet van deze toelichting • Inleiding • Landschappelijke situatie: • historische ontwikkeling • huidige situatie • landschappelijke waarden • Landschapsanalyse • infrastructuur • landschapstypen (reliëf) • ruimtelijke opbouw • bestaande windturbines • Modellenstudie • Scenario’s • Eerste conclusies • Uitwerking eerste concept
Scenario’s Als Parkstad-Zuid, met het oog op de doelstellingen ten aanzien van de totale hoeveelheid duurzaam op te wekken energie, een zo hoog mogelijke opbrengst uit windenergie wil behalen, mag gesteld worden dat scenario’s met meer turbines de voorkeur zullen hebben boven scenario’s met minder turbines. Om die reden is hieronder onderzocht of de uitwerkingen van model A vertaald kunnen worden naar realistische scenario’s. Er is bekeken of in alle zoekgebieden samen herkenbare en te begrijpen opstellingen mogelijk zijn met een zo groot mogelijk aantal turbines, waarbij rekening is gehouden met aanwezige belemmeringen. Hiernaast zijn de potentiegebieden (rood) uit de technische quickscan van de Marktuitvraag weergegeven. In de hierna volgende kaarten zijn ook die nader uitgewerkt. Ook in de scenario’s is uitgegaan van de bandbreedte van zeer grote turbines van 130 - 130 tot 160 - 160 meter. Dat is ook gedaan omdat kleinere turbines dan in principe ook mogelijk zouden moeten zijn. Grotere turbines produceren wel meer energie dan kleinere, waardoor de productiedoelstellingen eerder gehaald kunnen worden met grotere dan met kleinere turbines. 32
bron: PDOK / Pondera Consult
Scenario 130 - 130 (gelet op belemmeringen) Bij het toepassen van 130 - 130 turbines lijkt er ruimte te zijn voor een vloeiende kromme van 4 en mogelijk zelfs 5 turbines, die samenhangt met de bocht van de N281, in de zoekgebieden 1 en 4. De exacte positionering moet nog nader worden uitgewerkt in de fase van het definitieve plan.
130 meter ashoogte 130 meter rotordiameter 33
bron: PDOK / Pondera Consult
Scenario 160 - 160 (gelet op belemmeringen) Bij het toepassen van 160 - 160 turbines lijkt er eveneens ruimte te zijn voor een vloeiende kromme van 4 turbines, die met de bocht in de N281 samenhangt. Ook hiervoor geldt dat de exacte positionering nog nader moet worden uitgewerkt in de fase van het definitieve plan.
160 meter ashoogte 160 meter rotordiameter 34
bron: PDOK / Pondera Consult
Opzet van deze toelichting • Inleiding • Landschappelijke situatie: • historische ontwikkeling • huidige situatie • landschappelijke waarden • Landschapsanalyse • infrastructuur • landschapstypen (reliëf) • ruimtelijke opbouw • bestaande windturbines • Modellenstudie • Scenario’s • Eerste conclusies • Uitwerking eerste concept
Eerste conclusies Gelet op de binnen de regio en de zoekgebieden voorkomende belemmeringen (zie ook de uitwerkingen onder het onderdeel ‘ruimtelijke inpassing’) lijkt het zo te zijn dat alleen zoekgebied 1 en 4 nog kansrijk zijn voor de ontwikkeling van windturbines.
Daarbinnen lijkt er tenminste één scenario mogelijk in een minimale en een maximale variant, waarbij sprake is van een herkenbare en te begrijpen opstelling: een min of meer vloeiende kromme, die samenhangt met één van de belangrijke hoofdstructuren in het gebied (de N281) én die op voldoende afstand ligt van de al bestaande clusters om als zelfstandige opstelling te kunnen worden beschouwd.
Twee opnames vanaf de N281 rijdend naar het noorden
Andere opstellingen zijn wellicht ook nog mogelijk, zoals het creëren van een cluster van turbines rond het knooppunt A76 N281, maar deze bieden waarschijnlijk ruimte voor minder dan 4 turbines. Bij de nadere uitwerking van deze eerste modellen en scenario’s kan nog worden onderzocht of kleinere onderlinge afstanden of het wegnemen van belemmeringen kan leiden tot nog meer mogelijke opstellingen. 36
bron: OVSL
Eerste conclusies (landschap niveaus) Landschap niveau 1: samenhangend regionaal totaal concept
Landschap niveau 2: opstelling windturbines
Ambitie: het versterken van een regionaal beeld/karakteristiek waar de opwekking van windenergie aan bijdraagt
Ambitie: leesbare lijnopstellingen, visuele rust en ritmische continuïteit
Gelet op de bestaande situatie en de (on-)mogelijkheden om nieuwe windturbines te ontwikkelen, lijkt het concept ‘zwerm van clusters’ het best passend en ook praktisch uitvoerbaar.
Binnen het concept ‘zwerm van clusters’ en gelet op de belemmeringen is er zowel bij turbines met een ashoogte en rotordiameter van 130 meter en 160 meter ruimte voor een vloeiende kromme, die duidelijk samenhangt met de kromming van de N281.
Dit concept versterkt het huidige beeld van min of meer losse, zelfstandige clusteropstellingen met elk hun eigen kenmerken (qua aantal, interne ordening, turbinetype en -dimensies). Dit concept biedt ruimte om binnen de zoekgebieden een nieuwe opstelling van enkele turbines toe te voegen, waarbij de al bestaande clusters / opstellingen worden gerespecteerd én waarbij deze hun eigen proces van sanering of opschaling kunnen doorlopen, zonder directe onderlinge afhankelijkheid. Dit concept markeert de grens van Nationaal Landschap Zuid-Limburg (langs de A76) nadrukkelijker dan nu het geval is. 37
Binnen een dergelijke opstelling is het mogelijk om zowel de onderlinge afstanden tussen de turbines als de onderlinge verdraaiing zo gelijk mogelijk te houden en daarmee een zo vloeiend mogelijk lopende kromme te creëren (nader uit te werken in de definitieve planfase).
Eerste conclusies (landschap niveaus) Landschap niveau 3: windturbinespecificaties Ambitie: terughoudende vormgeving van de turbines en eenheid binnen lijnopstellingen Binnen de opstelling wordt één type turbine voorgesteld (dus 4 of indien mogelijk 5 gelijke turbines), om de eenheid van de totale opstelling te benadrukken. De turbines zijn eenduidig van maatvoering en in hun verhouding tussen ashoogte en rotordiameter (min of meer gelijk). De turbines zijn ook gelijk qua kleurstelling. Het streven is om de turbines op te stellen op plekken met een min of meer gelijke maaiveldhoogte boven NAP. Dit niveau wordt in de definitieve planfase nader uitgewerkt.
Landschap niveau 4: inpassing turbines Ambitie = zorgvuldige inpassing van turbines in omgeving met oog voor detail en ruimte De inrichting van de standplaatsen van de turbines zal sober en eenduidig zijn. Randvoorzieningen voor de aansluiting op het elektriciteitsnet en voor de beveiliging worden ingetogen vormgegeven. Ook dit niveau wordt in de definitieve planfase nog nader uitgewerkt. De provincie Limburg biedt hiervoor goede handvatten (zie Handvat Kernkwaliteiten Nationaal Landschap Zuid-Limburg). 37
bron: provincie Limburg
Opzet van deze toelichting • Inleiding • Landschappelijke situatie: • historische ontwikkeling • huidige situatie • landschappelijke waarden • Landschapsanalyse • infrastructuur • landschapstypen (reliëf) • ruimtelijke opbouw • bestaande windturbines • Modellenstudie • Scenario’s • Eerste conclusies • Uitwerking eerste concept (naar aanleiding van het deskundigenoordeel d.d. 21 mei 2021)
Reactie op het deskundigenoordeel Het deskundigenoordeel (d.d. 21 mei 2021) richt zich ten aanzien van landschap op de vier landschap niveaus die hierboven aan de orde zijn gekomen. Het oordeel is hieronder kort samengevat: Landschap niveau 1: samenhangend regionaal totaal concept Werk de modellenstudie ook in een 3D model uit, zodat de mate van ‘clustering’ oftewel ‘zwerm van clusters’ beter beoordeeld kan worden. Landschap niveau 2: opstelling windturbines In hoeverre versterkt de ‘bocht’ naar de N281 (begeleid door een kromme windturbineopstelling) de ‘entree’ naar Parkstad? Landschap niveau 3: windturbinespecificaties Visualiseer de hoogteligging in en relatie met het karakteristieke glooiend reliëf van plateaus, hellingen en dalen en onderbouw in hoeverre de leesbaarheid c.q. karakteristiek van het landschap hiermee versterkt kan worden. 40
Landschap niveau 4: inpassing turbines Noem enkele concrete maatregelen en stel een plan van aanpak voor, die specifiek de kernkwaliteiten / ruimtelijke kwaliteit in de omgeving een impuls geven.
Uitwerking eerste concept Door de jongste ontwikkelingen zijn er minder grondposities beschikbaar, dan in de technische quickscan waren aangegeven. Er zijn nog vier kansrijke plekken in beeld, drie plekken rond het knooppunt A76 - N281, één plek nabij de rotonde in de N281 (zie de afbeelding hiernaast). Deze plekken vallen binnen de oorspronkelijke zoekgebieden 1 en 4. Het creëren van een ‘zuivere kromme’ lijkt inmiddels niet langer mogelijk. Er zijn echter nog wel andere opstellingen van 3 tot 4 turbines mogelijk, zoals hierboven al is geconcludeerd (slide 36).
Deze nieuwe opstellingen zijn hieronder uitgewerkt, waarbij ook is onderzocht hoe de onderlinge samenhang binnen elke opstelling (en daarmee tussen de vier kansrijke plekken) kan worden versterkt. Dit is hierna per landschap niveau verder uitgewerkt, waarbij tevens de opmerkingen van het deskundigenpanel per niveau zijn verwerkt.
41
bron: PDOK PDOK//Pondera PonderaConsult Consult
Landschap niveau 1: 3D-visualisaties . Bij het maken van 3D-visualisaties zijn standpunten gekozen waarvandaan (relatief) veel waarnemingen plaatsvinden, de visualisaties zijn vanaf ooghoogte gemaakt en steeds is een zo goed mogelijk zicht op de nieuwe turbines nagestreefd (gezocht is naar zichtlijnen, die vrij zijn van obstakels in het terrein). De visualisaties zijn verspreid genomen, vanuit de verschillende windrichtingen (ook vanuit Duitsland) en vanaf verschillende afstanden (enkele wat verder weggelegen punten (2,5 - 5 km), wat dichterbij (1,0 - 2,5 km) en nog wat dichterbij (< 1 km).
1 6
9 8
5
2
Er is gekozen voor een mix van standpunten vanuit bewoonde gebieden waarvandaan het initiatief zichtbaar is en van plekken langs belangrijke (relatief drukke) routes. Er is een zogenoemde ‘fly-through’ animatie opgenomen vanaf de doorgaande routes (de A76 en de N281, oranje stippellijnen).
3 4
7
Vanuit alle standpunten zijn zowel de minimale als de maximale windturbine-variant getoond. De visualisaties zijn in een aparte bijlage van het hoofddocument opgenomen (bijlage 8). 42
bron: PDOK / Pondera bron:Consult PDOK
1
43 Vanaf de Parkstadring
bron: Google StreetView
2
44 Vanaf Bedrijventerrein Avantis
bron: Google StreetView
3
45 Vanaf de snelweg A76 komend vanuit Duitsland (benzinestation/parkeerplaats)
bron: Google StreetView
4
46 Vanaf de rand van Bocholtz (Kasteel de Bongard)
bron: Google StreetView
5
47 Vanaf Simpelveld (westelijke entree van het dorp)
bron: Google StreetView
6
48 Vanaf de A76 komend vanuit het noorden
bron: Google StreetView
7
49 Vanaf Vetschau
bron: Google StreetView
8
50 Vanaf de rand van Kohlscheid
bron: Google StreetView
9
51 Vanaf de Alter Heerler Weg
bron: Google StreetView
Landschap niveau 2: entree naar Parkstad . Gelet op de (hoofd-)wegenstructuur, vormt afslag 7 van de A76 (de plek waar de A76 en de N281 elkaar kruisen) zonder meer een belangrijke toegang tot Parkstad en tevens een belangrijke verbinding van Parkstad met de doorgaande snelwegen richting Duitsland én verder Nederland in. Het is voor het snelverkeer de eerste en laatste afslag bij de grens. Drie van de kansrijke plekken liggen direct bij deze afslag, één plek ligt bij de verbindingsrotonde tussen de oostelijke en de westelijke Parkstadring. Deze ligging biedt kansen om beide knooppunten van wegen te versterken tot een entree naar Parkstad. Dat kan op meerdere manieren: door ze te accentueren met verticale elementen in een min of meer vrije opstelling (windturbines als ‘landmark’), door één of meer ‘poorten’ te creëren, waar de wegen A76 en N281 / Parkstadring doorheen lopen of door binnen de kansrijke plekken opnieuw op zoek te gaan naar ‘zuivere’ opstellingen. Dit leidt tot enkele nieuwe scenario’s die hieronder zijn geschetst in relatie tot de al bestaande turbines. Dit is opnieuw gedaan binnen de bandbreedte van 130 - 130 en 160 - 160 turbines. 52
bron: PDOK / Pondera Consult