VII-22 Bijlage 1 Conceptbegroting 2023 VRZL.pdf
Tekst van het document
Betekenis
> 2,0 1,4 – 2,0 1,0 – 1,4 0,8 – 1,0 0,6 – 0,8 < 0,6
Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
2.2.4 Bepaling weerstandsvermogen Op 31 december 2021 is de weerstandcapaciteit als volgt (bedragen x € 1.000): Omschrijving
31 december 2021
Algemene reserve C&R en Brandweerzorg Algemene reserves GHOR
1.488 68
TOTAAL WEERSTANDSCAPACITEIT
1.556
Omschrijving WEERSTANDSVERMOGEN
31 december 2021 0,24
Op grond van deze cijfers kan worden geconcludeerd dat het geraamde weerstandsvermogen voor de veiligheidsregio als geheel ruim onvoldoende is.
25
2.2.5 Financiële kengetallen Bedragen in onderstaande tabellen zijn x € 1.000.
Begroting 2021 29.605
Rekening 2021 27.497
Begroting 2022 25.380
Begroting 2023 23.253
Begroting 2024 21.116
1A
Netto Schuldquote [1]
A
Vaste schulden
B
Netto vlottende schuld
924
4.108
924
924
924
C
Overlopende passiva
26.183
16.697
26.183
26.183
26.183
D
Financiële activa
E
Uitzettingen
F G H
Totale baten
-
-
-
-
27.745
25.410
27.745
27.745
27.745
Liquide middelen
134
149
134
134
134
Overlopende activa
607
190
607
607
607
52.997
53.480
53.286
53.920
55.556
53,26% Begroting 2021 29.605
42,17% Rekening 2021 27.497
45,04% Begroting 2022 25.380
40,57% Begroting 2023 23.253
35,53% Begroting 2024 21.116
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H*100%
-
1B
Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen [2]
A
Vaste schulden
B
Netto vlottende schuld
924
4.108
924
924
924
C
Overlopende passiva
26.183
16.697
26.183
26.183
26.183
D
Financiële activa
E
Uitzettingen
F G H
Totale baten
-
-
-
-
-
27.745
25.410
27.745
27.745
27.745
Liquide middelen
134
149
134
134
134
Overlopende activa
607
190
607
607
607
52.997
53.480
53.286
53.920
55.556
42,17% Rekening 2021 4.761
45,04% Begroting 2022 3.586
40,57% Begroting 2023 2.602
35,53% Begroting 2024 2.224
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H*100% 2.
Solvabiliteitsratio [3]
A
Eigen vermogen
53,26% Begroting 2021 8.861
B
Balanstotaal
47.766
60.198
60.200
60.200
60.200
7,91% Rekening 2021 52.316
5,96% Begroting 2022 54.461
4,32% Begroting 2023 54.904
3,69% Begroting 2024 55.934
Solvabiliteit (A/B)*100% 3.
Structurele exploitatieruimte [4]
A
Totale structurele lasten
18,55% Begroting 2021 51.906
B
Totale structurele baten
51.709
51.999
53.286
53.920
55.556
C
Totale structurele toevoegingen aan de reserves
3.369
3.369
3.470
3.574
3.682
D
Totale structurele onttrekkingen aan de reserves
3.187
3.187
3.848
3.669
4.031
E
Totale baten
52.997
53.480
53.286
53.920
55.556
Structurele exploitatieruimte ((B-A) +(D-C))/E*100%
-0,72%
-0,93%
-1,50%
-1,65%
-0,05%
Toelichting financiële kengetallen: De kengetallen zijn voor de Veiligheidsregio Zuid-Limburg minder van belang dan voor een gemeente. Dit heeft te maken met het feit dat de Veiligheidsregio Zuid-Limburg zelf niet de hoogte van haar eigen vermogen kan bepalen. In de gemeenschappelijke regeling is opgenomen dat de algemene reserve en de voorzieningen worden gevormd overeenkomstig het door het algemeen bestuur vastgestelde beleid, waarbij de algemene reserve tenminste €1.500.000 moet bedragen. Daardoor zijn de kengetallen zoals solvabiliteit en netto schuldquote nauwelijks door de Veiligheidsregio Zuid-Limburg te beïnvloeden. Deze kengetallen zullen door het grote aandeel van het vreemd vermogen in het balanstotaal nooit een positief beeld geven. De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. In 2020 zijn in het kader van de liquiditeitspositie van de Veiligheidsregio Zuid-Limburg en voor de financiering van de investeringen langlopende leningen afgesloten. Na een stijging in 2020 als gevolg hiervan nemen vervolgens de vaste schulden als gevolg van aflossingen af en zijn er geen nieuwe langlopende leningen gepland. De netto schuldquote zien we dan ook procentueel vanaf 2022 dalen.
26
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de medeoverheid in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio voor de komende jaren is dalende mede als gevolg van het afnemen van de reserves en voorzieningen.
Het kengetal structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente of provincie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt thans het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. In de begroting zijn geen incidentele baten en lasten opgenomen. Dit om te voorkomen dat hierdoor structurele problemen ontstaan.
2.3
Onderhoud kapitaalgoederen
In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de realisatie van het beleid ten aanzien van onderhoud van kapitaalgoederen en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties ten opzichte van de begroting. Het gaat hierbij tevens om het gewenste onderhoudsniveau, de (lange termijn) onderhoudsplanning voor alle belangrijke activa en het voorzieningenbeleid ter zake. De kapitaalgoederen van VRZL concentreren zich binnen het programma Brandweerzorg. De kapitaalgoederen betreffen voertuigen, materieel en kazernes. Vervanging van kapitaalgoederen vindt plaats op basis van het meerjarige investeringsplan, op basis van wettelijke eisen of indien kwaliteitsverbetering daartoe aanleiding geeft. Een onderhoudsplan indiceert jaarlijks de kosten.
Beleidskader, uitvoering en financiële consequenties In de financiële verordening is bepaald dat periodiek een actualisatie plaatsvindt van het meerjarig onderhoudsplan. Het onderhoudsplan voor de panden is in 2019 geactualiseerd. Op basis van dit onderhoudsplan is een voorziening groot onderhoud gevormd en worden de panden onderhouden. Er is een meerjarig investeringsplan opgesteld ten aanzien van de kapitaalgoederen. Op basis van het meerjarig investeringsplan zullen er vervangingsinvesteringen plaats vinden. Op basis van het geactualiseerd onderhoudsplan zijn de panden onderhouden. De dotatie aan de voorziening groot onderhoud heeft plaatsgevonden op basis van het onderhoudsplan, de gerealiseerde onderhoudskosten worden onttrokken aan de voorziening.
2.4
Financiering
De financieringsparagraaf heeft als doel inzicht geven in het Treasury beleid en de beheersing van de financiële risico’s. Het Treasury beleid van VRZL is gericht op het zo optimaal mogelijk financieren van de publieke taak, waarbij beperking van de financiële risico’s centraal staat. Deze financieringsparagraaf en het Treasurystatuut zijn belangrijke instrumenten voor transparantie in de financieringsfunctie. Ingevolge de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO) moet de Veiligheidsregio beschikken over een Treasurystatuut. Op 27 maart 2014 is het Treasurystatuut Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Zuid-Limburg vastgesteld. Voor een actueel overzicht van de aangegane langlopende leningen verwijzen we naar het overzicht van de langlopende geldleningen. De bestuurlijke dialoog huisvesting brengt met zich mee dat we in de jaren 2022 en 2023 langlopende leningen gaan aantrekken, vooruitlopend op de invulling van het huisvestingsbeleid en de op dit moment geldende lage rentestand voor het aantrekken van leningen om zo de rentelast zo goed als mogelijk in te perken.
27
2.4.1 Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft het renterisico op de korte termijn weer. Hieronder vallen alle kortlopende financieringen met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar. De kasgeldlimiet wordt bepaald door een ministerieel vastgesteld percentage (8,2%) van de totale omvang van de begroting (lasten). Hiermee wordt de maximale hoogte aangegeven van de kort aan te trekken middelen. VRZL kent geen overschrijding van de kasgeldlimiet. Kasgeldlimiet Omvang begroting (lasten) per 1 januari (grondslag) 1.
2.
3.
1 e kw. 2023 2 e kw. 2023 3 e kw. 2023 4 e kw. 2023 54.904
54.904
54.904
54.904
2023 54.904
Toegestane kasgeldlimiet - in procenten van de grondslag
8,20%
8,20%
8,20%
8,20%
8,20%
- in bedrag
4.502
4.502
4.502
4.502
4.502
Opgenomen gelden < 1 jaar
27.100
27.100
27.100
27.100
27.100
Schuld in rekening courant
-
-
-
-
-
Gemiddelde omvang vlottende korte schuld
Gestorte gelden door derden < 1 jaar
-
-
-
-
-
Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld
-
-
-
-
-
134
134
134
134
134
27.745
27.745
27.745
27.745
27.745
Vlottende middelen (gemiddeld kwartaal) Contante gelden in kas Tegoeden in rekening courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar
4.
Toets kasgeldlimiet Totaal netto vlottende schuld ( 2 - 3 )
-779
-779
-779
-779
-779
Toegestane kasgeldlimiet ( 1 )
4.502
4.502
4.502
4.502
4.502
Ruimte ( + ) / Overschrijding ( - ) ( 1- 4 )
5.281
5.281
5.281
5.281
5.281
28
2.4.2 Renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. Hoe meer de aflossing van de schuld in de tijd wordt verspreid, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor renteschokken bij herfinanciering. De renterisiconorm houdt in, dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Het begrotingstotaal komt daarbij in de plaats van de totale vaste schuld. De renterisiconorm heeft betrekking op uitsluitend het begrotingsjaar. VRZL kent geen overschrijding van de risiconorm waardoor renteschokken weinig tot geen effect hebben op de begroting en jaarrekening. Hieronder wordt de renterisiconorm (modelstaat B) weergegeven. Stap
5a (4>3) 5b (4<3)
Variabelen renterisiconorm 1 Renteherzieningen 2 Aflossingen 3 Renterisico (1+2)
2023 2.100 2.100
2024 2.100 2.100
2025 2.100 2.100
2026 2.100 2.100
4 Renterisiconorm Ruimte onder renterisiconorm Overschrijding risiconorm
10.980 8.880 -
10.980 8.880 -
10.980 8.880 -
10.980 8.880 -
54.904 20% 10.980
54.904 20% 10.980
54.904 20% 10.980
54.904 20% 10.980
Berekening renterisiconorm 4a Begrotingstotaal 4b Percentage regeling 4= 4a*4b Renterisiconorm
2.4.3 Renteschema Renteschema (x € 1.000)
2023
a b
De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten
447 0 447
c1
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken, die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
447
d1 d2
Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
0 0 447
e
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
447
f
Renteresultaat op het taakveld Treasury
c2 c3
0
29
Liquiditeitenbeheer In 2021 waren er bij VRZL voldoende liquiditeiten. De verwachting is dat dit ook voor 2022 en 2023 zo zal zijn. Vaste geldleningen Ultimo 2020 had VRZL negen langlopende geldleningen met een totale waarde van € 27,5 miljoen. Voor een uitgebreide toelichting op deze leningen, wordt verwezen naar het bijgevoegd overzicht van langlopende geldleningen. Schatkistbankieren Aangezien de VRZL geen contracten en/of beleggingen heeft die na 4 juni 2012 zijn aangegaan, heeft de VRZL geen nadelige consequenties hiervan ondervonden. Op grond van de regeling Schatkistbankieren decentrale overheden zijn openbare lichamen verplicht om hun overtollige liquiditeit aan te houden in de schatkist bij het rijk. Deze regeling is ingesteld met als doel dat de totale gerapporteerde EMU-schuld van Nederland lager is. Vorenstaande is van belang in relatie tot de door de Europese Unie gestelde maximum EMU-schuld van 60% van het BBP. Voor de omvang van de op bankrekeningen van VRZL aan te houden liquide middelen geldt het drempelbedrag uit de hiervoor genoemde regeling. Elk kwartaal dient het gemiddelde saldo van de bankrekeningen van uw organisatie te worden berekend. Indien dit saldo het drempelbedrag overschrijdt, moet het meerdere gestort worden in de schatkist bij het rijk.
Het drempelbedrag bedraagt bij een begrotingstotaal tot € 500 miljoen, hetgeen voor VRZL van toepassing is, 0,75% van het begrotingstotaal. Uit een recente evaluatie van de regeling is gebleken dat het huidige drempelbedrag te krap is. Voor decentrale overheden met een begrotingstotaal tot € 500 miljoen is de drempel voor het verplicht schatkistbankieren derhalve per 1 juli 2021 verhoogd naar 2% van het begrotingstotaal met een absoluut minimum van € 1 miljoen.
30
Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar (1)
Drempelbedrag
(2)
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag (3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag (1) Berekening drempelbedrag
1.098 Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
134
134
134
134
964
964
964
964
-
-
-
-
Verslagjaar (4a)
Begrotingstotaal verslagjaar
54.904
(4b)
Het deel van het 54.904 begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen (4c) Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat (1) = (4b)*0,02 Drempelbedrag 1.098 + (4c)*0,002 met een minimum van € 1 mln. (2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (5a)
(5b)
Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) Dagen in het kwartaal
(2) - (5a) / (5b) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
12.060
12.194
12.328
12.328
90
91
92
92
134
134
134
134
EMU-saldo Om deel te kunnen nemen aan de Economische Monetaire Unie (EMU) moeten aangesloten landen onder meer voldoen aan het criterium dat de overheidsschuld (EMU-schuld) lager moet zijn dan 60% van het Bruto Binnenlands Product (BBP). Tevens moet het begrotingstekort (EMU-saldo) lager zijn dan 3% van het BBP. Het EMU-saldo wordt berekend op kasbasis, terwijl VRZL zelf met het stelsel van baten en lasten werkt en op basis daarvan ook haar saldo bepaalt. Deze saldi kunnen dan ook sterk uiteenlopen. Dat VRZL toch het EMU-saldo moet presenteren heeft te maken met de afspraken in Europa over de maximaal toegestane tekorten in de collectieve sector in de landen van de euro. Ook de EMU-saldi van de decentrale overheden tellen daarbij mee. Het EMU- saldo wordt nu nog centraal doorgegeven aan het CBS en telt nog niet mee bij de afzonderlijke gemeenten.
31
2.5
Bedrijfsvoering
In deze paragraaf worden de beleidsvoornemens betreffende de volgende onderwerpen behandeld: • Investeringsbeleid • Organisatiestructuur • Administratieve organisatie • Informatisering en automatisering • Kansen en bedreigingen • Personeelsbeleid
2.5.1 Wie zijn wij? In ruime zin is Bedrijfsvoering het organiseren, besturen, uitvoeren en beheersen van alle (be)sturende en ondersteunende processen. In enge zin is Bedrijfsvoering het organiseren, besturen, uitvoeren en beheersen van alle (be)sturende en ondersteunende processen. Alle ondersteunende taken voor de beide inhoudelijke programma’s (C&R en Brandweerzorg) worden tot de bedrijfsvoering (overhead) gerekend. Waar de programma’s invulling geven aan de primaire processen, geeft bedrijfsvoering invulling aan de besturende en de ondersteunende processen. Bedrijfsvoering is daarmee een belangrijke partner van de programma’s en draagt bij aan de professionaliteit van de organisatie. Bedrijfsvoering staat ten dienste van de primaire processen met betrekking tot brandweerzorg en C&R en levert gevraagd en ongevraagd advies om deze processen te bevorderen en te verbeteren. De ondersteunende processen zijn daarmee het fundament onder de primaire processen. Daarnaast heeft bedrijfsvoering expertise die van belang is bij het uitzetten van de koers voor de lange(re) termijn. Denk hierbij onder andere aan het vormen van beleid en het aanleveren van relevante en betrouwbare managementinformatie aan de hand waarvan de organisatie bijgestuurd kan worden. Deze besturende processen bepalen de richting van de organisatie.
Hiermee is een goede bedrijfsvoering cruciaal voor het realiseren van de missie van VRZL. Samen met de programma’s Brandweerzorg en C&R wordt invulling gegeven aan alle processen die nodig zijn om de taken uit te voeren. Vanuit vakmanschap en betrokkenheid zijn wij de verbindende partner in de bedrijfsvoering en leveren wij proactief de juiste producten en diensten gericht op permanente verbetering. Binnen bedrijfsvoering kennen wij de onderstaande teams: • • • •
Bestuurs- en directieondersteuning Financiën en inkoop Personeel en organisatieontwikkeling Informatie, Automatisering & Facilitair
Naast de vier bedrijfsvoeringteams neemt control een onafhankelijke positie in binnen VRZL. Concern-control heeft een brede scope en is primair op directie en bestuur gericht. Concern-control is onder directe aansturing van de directeur van de veiligheidsregio geplaatst. De concern-controller heeft een onafhankelijke positie die hem in staat stelt direct aan het dagelijks bestuur te rapporteren.
2.5.1.1 Investeringsbeleid Voor 2023 en volgende jaren staan investeringen gepland conform het meerjareninvesteringsplan dat onderdeel is van de begroting. De investeringen zijn voornamelijk zogenaamde geplande vervangingsinvesteringen in voertuigen en materieel.
32
2.5.1.2 Organisatiestructuur De volgende onderdelen worden benoemd: • Bestuur: Conform de wettelijke bepaling in de Wet gemeenschappelijke regelingen bestaat de bestuursstructuur uit een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur. De gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zuid-Limburg heeft middels een bestuursovereenkomst de uitvoering van de taken overgedragen aan de Veiligheidsregio Zuid-Limburg. Het Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zuid-Limburg blijft eindverantwoordelijk voor het beleid en de uitvoering van de taken. • Directie: De directie bestaat in 2023 uit twee leden en is gezamenlijk verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding en het beheer van de organisatie en legt hiervoor verantwoording af aan het dagelijks bestuur. Daarbij heeft de directeur de eindverantwoordelijkheid • Programmalijnen en bedrijfsvoering: Onder de directie vallen twee programmalijnen namelijk het programma Crisisbeheersing en Rampenbestrijding en het programma Brandweerzorg. Daarnaast stuurt een van de directieleden de ondersteunende teams aan die gezamenlijk bedrijfsvoering vormen.
2.5.1.3 Administratieve organisatie Het interne controleplan zal in 2023 er op gericht zijn dat er een rechtmatigheidsverantwoording afgegeven kan worden. In 2022 is hier op geïnvesteerd zodat we al een cyclus hebben gedraaid ten behoeve van deze rechtmatigheidsverantwoording.
2.5.1.4 Informatisering en automatisering Naast de continue aandacht voor databeveiliging zal er in 2023 verder aandacht zijn voor de doorontwikkeling van het faciliteren van de mogelijkheden om plaats- en tijdsonafhankelijk te kunnen werken alsook de telefonie functionaliteiten om overal en altijd bereikbaar te zijn op de tijdstippen dat dit gewenst is. In 2023 zal er ook een verdere doorontwikkeling plaats vinden op informatiemanagement.
2.5.1.5 Personeelsbeleid Sinds 1 januari 2022 maakt de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) namens de veiligheidsregio’s afspraken met de vakbonden over het collectief aan arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s. Dit doen zij samen in het Landelijk Overleg Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio’s (LOAV). Feitelijk fungeert de WVSV als rechtsopvolger van de Brandweerkamer van het College voor Arbeidszaken (CvA) van de VNG. Echter, waar de brandweerkamer slechts aanvullende afspraken maakte over de arbeidsvoorwaarden van brandweerpersoneel, boven op de generieke afspraken voor al het gemeentepersoneel die het CvA uit onderhandelde, onderhandelt de WVSV over het geheel van arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s. Dat afspraken over arbeidsvoorwaarden voor gemeentelijke personeel niet langer rechtstreeks van toepassing kunnen zijn op het personeel van de veiligheidsregio’s is een gevolg van de invoering van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra). De inwerkingtreding van de Wnra maakt dat gemeentepersoneel al sinds 1 januari 2020 onder het private arbeidsrecht valt, terwijl de inwerkingtreding van de Wnra voor veiligheidsregio’s tot nader besluit is uitgesteld.
Daarmee valt het personeel van de veiligheidsregio’s nog steeds onder het publieke ambtenarenrecht, terwijl het gemeentepersoneel een eigen CAO heeft afgesloten. Afspraken gemaakt in het LOAV worden vastgelegd in de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) en een Uitwerkingsovereenkomst (UWO) Veiligheidsregio’s, verkort de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s.
33
2.5.2 Wat willen we bereiken? In 2021 is een start gemaakt met de verdere professionalisering van de bedrijfsvoering binnen VRZL. Zo is de bedrijfsvoeringsfilosofie gedefinieerd. De bedrijfsvoeringsfilosofie gaat in op de wijze waarop bedrijfsvoering in gezamenlijkheid invulling geeft aan de (be)sturende en ondersteunende processen binnen VRZL. De visie van de bedrijfsvoering is om vanuit vakmanschap en betrokkenheid de verbindende partner te zijn in de bedrijfsvoering en wij leveren proactief de juiste producten en diensten gericht op permanente verbetering. Binnen de bedrijfsvoering onderkennen we drie pijlers: • Ontwikkeling: beleid, projecten en advies • Regievoering: Planning & Control en besluitvormingsproces • Dienstverlening: zowel aan leidinggevenden alsook aan gebruikers De kernelementen van deze drie pijlers zijn: • Ontwikkeling in gezamenlijkheid • Verbinding en vertrouwen • Vakmanschap en passie • Betrouwbaar • Informatie en kennis als basis De benoemde drie pijlers zullen dit jaar met een doorloop naar 2023 verder doorontwikkeld worden.
2.5.3 Wat gaan we doen? Bij de doorontwikkeling van de bedrijfsvoeringsfilosofie is de samenwerking met de primaire programma’s van belang. De behoeftestelling vanuit die primaire programma’s in combinatie met de expertise binnen de bedrijfsvoering teams maakt dat de organisatie in de gewenste richting kan door ontwikkelen. Een richting waarbij we in gezamenlijkheid invulling geven aan de (be)sturende en ondersteunende processen. Binnen VRZL staat het thema Strategische Personeelsplanning op de agenda voor 2023. Daarnaast willen wij in 2023 het thema gespreksvoering door ontwikkelen. Het vraagstuk dat daarbij speelt is: Welke vorm van gespreksvoering is passend in de huidige tijdgeest? Uit diverse belevingsonderzoeken is gebleken dat de geautomatiseerde systemen onvoldoende ondersteunend zijn voor het personeel. In 2022 met een doorlooptijd naar 2023 wordt bekeken welke doorontwikkeling ingezet kan worden. Hoewel de rechtmatigheidsverantwoording nog niet verplicht is om op te nemen in de jaarstukken gaan wij door met de voorbereidingen zodat deze na definitieve invoering hiervan bijgevoegd kan worden aan de jaarrekening. Het proces rondom de rechtmatigheidsverantwoording en de bijbehorende verordeningen en het interne controle plan zijn opgesteld en zullen in 2023 verder worden geformaliseerd.
In de tussentijd gaan wij uitvoering geven aan het interne controleplan en de bevindingen die hieruit voortvloeien. In 2019 is als vervolg op de besluitvorming in 2018 over een nieuwe kostenverdeelsleutel en over extra financiële middelen voor de VRZL een huisvestingsbeleid vastgesteld. De directe aanleiding daarvoor was de overtuiging dat huisvestingscomponent voortaan een regionale aangelegenheid diende te zijn. Immers, risicoprofiel en dekkingsplan zijn een verantwoordelijkheid van het regionale bestuur en huisvesting is daarvan een logisch gevolg. Deze lijn betekent een ontwikkeling van een nog grotendeels lokaal verankerde huisvestingssituatie naar een regionale aanpak en beheer.
34
Het na te streven einddoel is een zo goed mogelijk gestandaardiseerd bestand van kazernes dat bij voorkeur in regionaal eigendom zijn. Daarbij is de notie gedeeld, dat er nog gezocht moet worden naar de juiste balans tussen regionale verantwoordelijkheid en lokale autonomie. Het gaat erom dat, vanuit het uitgangspunt dat VRZL en de gemeenten natuurlijke partner zijn, de voor alle partijen meest gunstige keuzes gemaakt blijven worden. Om te komen tot strakkere kaders om het groeimodel te sturen en te begeleiden, heeft het algemeen bestuur gevraagd om in 2022 en 2023 in de bestuurlijke dialoog toekomst brandweerzorg de scenario’s voor de huisvesting nader aan de orde te stellen. Bedrijfsvoering is hier nadrukkelijk partner van het programma brandweerzorg en brengt de huidige huisvesting met bijbehorende kaders in beeld en participeert in de bepaling van de verschillende scenario’s en de daarmee gepaard gaande kosten.
2.5.4 Wat gaat het kosten? Algemene dekkingsmiddelen
Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Baten Bijdrage gemeenten Bijdrage gemeenten (FLO) Bijdrage Rijk (BDUR) Totaal
42.610 1.852 6.079 50.541
43.267 1.880 6.063 51.210
43.914 1.908 6.153 51.975
45.473 1.937 6.246 53.656
46.227 1.965 6.340 54.532
47.098 1.995 6.435 55.528
Bedrijfsvoering (overhead)
Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
182
259
141
100
100
100
6.265 989 1.942 9.196
6.236 891 2.577 175 50 9.929
6.249 904 2.615 177 51 9.996
6.342
6.437
918 2.654
931 2.694
180 52
183 52
10.146
10.297
6.534 946 2.735 185 53 10.453
Onvoorzien Totaal
-
10 10
10 10
10 10
10 10
10 10
Dotatie voorzieningen Onttrekking voorzieningen Mutatie voorzieningen
-
-
-
-
-
-
Dotatie reserves Onttrekking reserves Mutatie reserves
621 -621
290 -290
775 -775
-
-
-
-8.393
-9.390
-9.090
-10.056
-10.207
-10.363
Baten Lasten Personeel Opleiding, vorming en training Kantoor Automatisering Huisvesting Voertuigen Materialen Kapitaallasten Lasten
Resultaat
35
2.5.5 Risico’s Bedrijfsvoering De concern risico’s zoals benoemd in paragraaf 1.1.5 raken de bedrijfsvoering en de programma’s op alle vlakken. De samenhang tussen bedrijfsvoering en de programma’s maakt dat hier gezamenlijk op geacteerd dient te worden.
2.6
Verbonden partijen
In het BBV is verbonden partij gedefinieerd als: “Een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft”. Een financieel belang is aanwezig wanneer een ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is bij faillissement, dan wel als financiële aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Bestuurlijk belang is aanwezig indien er zeggenschap bestaat uit hoofde van stemrecht dan wel vertegenwoordiging in het bestuur van de organisatie. VRZL is een samenwerkingsverband op grond van de Wet veiligheidsregio’s, waaraan de 16 ZuidLimburgse gemeenten deelnemen. Vastgelegd is dat de deelnemende gemeenten er zorg voor dragen dat VRZL over voldoende middelen beschikt om aan haar verplichtingen te kunnen voldoen waarmee de exploitatie en het afdekken van financiële risico’s gewaarborgd zijn. VRZL heeft alleen de gemeenschappelijke regeling ICT PIT als verbonden partij. Verbonden partij Belang GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN Gemeenschappelijke Bestuurlijk verbonden regeling ICT PIT via het algemeen bestuur van de GR. Financieel verbonden via de bijdrage in de gemeenschappelijke kosten voor ca. € 1,0 miljoen op jaarbasis. Deze kosten betreffen: • Kosten van accounts/ werkplekken; • Kosten opslag. Overige diensten worden afgerekend op basis van overeenkomst.
Doel
Ontwikkelingen
Het leveren van ICTbasisvoorziening d.m.v. technisch beheer.
VRZL neemt vanaf 2015 deel aan deze regeling en draagt naar rato van de afname van ICTdiensten bij aan de kosten van de gemeenschappelijke regeling ICT ter ondersteuning van de bedrijfsvoering
36
Vanuit financieel perspectief zijn de volgende cijfers relevant: Verbonden partij GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN Gemeenschappelijke regeling ICT PIT Eigen vermogen Vreemd vermogen Verwacht resultaat Risico’s
Begin 2021 Eind 2021 0 0 0 0 0 0 Parkstad IT functioneert zonder winstoogmerk. De kosten worden naar rato van afname van de dienstverlening verdeeld over de deelnemers. De bijdrage van de deelnemers op rekening basis is gelijk aan de geraamde bijdrage tenzij het resultaat in de jaarrekening van PIT met meer dan € 250.000 afwijkt. In dat geval vindt verrekening met de deelnemers naar rato plaats. Resultaten binnen de bandbreedte van € 250.000, positief of negatief, lopen via de balans over naar een volgend exploitatiejaar. De bijdrage aan PIT wordt jaarlijks in de begroting van de VRZL geraamd.
Naast de verbonden partijen, zijn de volgende zaken van belang: • • • •
Met de Politie is een convenant afgesloten waarin afspraken over de bijdrage van de politie aan de gezamenlijke risicobeheersing, Crisisbeheersing en Rampenbestrijding staan benoemd; Met de GGD Zuid-Limburg is een bestuursovereenkomst afgesloten waarin de afspraken rond de uitvoering van de GHOR-taken staan benoemd. De GHOR maakt organisatorisch deel uit van de gemeenschappelijke regeling GGD Zuid-Limburg; In 2013 is met de colleges van de deelnemende gemeenten een overeenkomst gesloten waarin de taakoverdracht is geregeld rondom bevolkingszorg (voorbereiding en coördinatie). Deze is in 2021 geactualiseerd en opnieuw bestuurlijk bekrachtigd.; Verder is er een overeenkomst tot levering van diensten met Chemelot/Sitech. Dit betreft een samenwerking op het gebied van ongevalsbestrijding met gevaarlijke stoffen (gaspakkeninzet en schuimblussing). Door deze overeenkomst (per 1-1-2014) wordt voldaan aan de Wet veiligheidsregio’s. In de afgelopen periode is binnen die samenwerking onder meer een gezamenlijk Drone-team ingericht.
37
Deel B
Financiële begroting
38
3.1
Overzicht van baten en lasten
Veiligheidsregio Zuid-Limburg (totaal)
Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
42.610 1.852 6.079 2.939 53.480
43.267 1.880 6.063 2.076 53.286
43.914 1.908 6.153 1.945 53.920
45.473 1.937 6.246 1.900 55.556
46.227 1.965 6.340 1.900 56.432
47.098 1.995 6.435 1.900 57.428
31.899 1.525 1.348 646 3.440 1.060 1.000 4.599 45.517
31.379 2.155 771 509 4.396 912 950 4.356 45.428
32.409 2.168 783 516 4.449 925 954 4.337 46.541
33.265 2.200 795 523 3.906 939 979 4.208 46.815
33.044 2.233 807 532 3.736 983 993 4.467 46.795
33.303 2.267 818 540 3.791 998 1.008 4.666 47.391
Overhead Onvoorzien Totaal
9.196 9.196
9.929 10 9.939
9.996 10 10.006
10.146 10 10.156
10.297 10 10.307
10.453 10 10.463
Dotatie voorzieningen Onttrekking voorzieningen Mutatie voorzieningen
3.691 3.888 -197
2.717 3.340 -623
1.923 3.396 -1.473
1.937 3.371 -1.434
1.965 2.941 -976
1.995 2.813 -818
Dotatie reserves Onttrekking reserves Mutatie reserves
3.369 4.285 -916
3.695 5.153 -1.458
4.072 5.226 -1.154
4.255 4.236 19
4.447 4.141 306
4.647 4.255 392
Resultaat
-120
-
-
-
-
-
Baten Bijdrage gemeenten Bijdrage gemeenten (FLO) Bijdrage Rijk (BDUR) Overige inkomsten Totaal baten Lasten Personeel Opleiding, vorming en training Kantoor Automatisering Huisvesting Voertuigen Materialen Kapitaallasten Totaal lasten
39
3.2
Uiteenzetting van de financiële positie
Voor de financiële positie is het van belang inzicht te hebben in de meerjarige ontwikkeling van de balansen. Balansen (X € 1.000) 2022
2023
2024
2025
2026
Activa Ma teri el e va s te a ctiva
39.849
38.971
39.236
Fi na nci el e va s te a ctiva
-
-
-
39.849
38.971
Res erves
3.183
Voorzi eni ngen
6.633
Va s te s chul den
39.551
37.117
39.236
39.551
37.117
2.029
2.048
1.699
1.350
5.160
3.726
2.750
1.932
25.380
23.253
21.116
18.967
16.867
35.196
30.442
26.890
23.416
20.149
4.653
8.529
12.346
16.135
16.968
-
Passiva
Financieringstekort
-
- = nadelig saldo + = voordelig saldo
40
3.3
Overzicht baten en lasten per taakveld
Hieronder zijn voor de taakvelden die voor de Veiligheidsregio Zuid-Limburg relevant zijn de baten en lasten weergegeven. Alle bedragen luiden x € 1.000. Baten
Lasten
Taakvelden 2023
2024
2025
2023
2024
2025
0
Bestuur en ondersteuning
0.4
Overhea d, onders teuni ng orga ni s a tie
141
100
100
10.006
10.156
0.5
Trea s ury
-
-
-
-
-
-
0.10
Mutaties res erves
5.226
4.236
4.141
4.072
4.255
4.447
0.11
Res ul taa t va n de rekeni ng va n ba ten en l a s ten
Totaal taakveld 0 Bestuur en ondersteuning 1
Veiligheid
1.1
Cri s i s beheers i ng en bra ndweer
10.307
-
-
-
-
-
-
5.367
4.336
4.241
14.078
14.411
14.754
53.779
55.456
56.332
45.068
45.381
45.819
Totaal taakveld 1 Veiligheid
53.779
55.456
56.332
45.068
45.381
45.819
Totaal taakvelden
59.146
59.792
60.573
59.146
59.792
60.573
41
3.4
Overzicht van bijdragen gemeente
Overzicht bijdrage gemeenten Begroting VRZL 2022 bijdrage gemeenten regulier Afrekening index 2021 op basis van septembercirculaire 2021
Bedragen
VRZL
GHOR
43.174.523
42.073.552
1.100.971
-
-
-
loonindex 2/3 basis MEV septembercirculaire 2021 (1,5%)
420.736
420.736
-
prijsindex 1/3 basis MEV septembercirculaire 2021 (1,5%)
210.368
210.368
-
43.805.627
42.704.656
1.879.454
1.879.454
-
28.192
28.192
-
1.907.646
1.907.646
-
Piket bevolkingszorgpiket OVD-BZ (geen index)
39.500
39.500
-
Opleidingen Crisisbeheersing en Rampenbestrijding (geen index)
69.100
69.100
-
45.821.873
44.720.902
Geraamde index 2023
Begroting VRZL 2022 bijdrage gemeenten FLO index 1,5%
Totaal begroting 2023
1.100.971
42
3.5
Overzicht van bijdragen per deelnemende gemeente 2023-2026
In onderstaande tabel is de bijdrage weergegeven conform het ingroeimodel. Dit is de bijdrage die in rekening zal worden gebracht vanuit de Veiligheidsregio Zuid-Limburg (inclusief GHOR). Alle bedragen x €1
Beek
15.875
1.067.524
47.643
29.412
1.846
Totale bijdrage 2023 o.b.v. nieuwe verdeelsleutel 1.146.425
1.186.159
1.205.723
1.228.266
Beekdaelen
36.065
2.260.982
100.906
66.817
4.194
2.432.899
2.517.220
2.558.740
2.606.579
Brunssum
27.670
1.860.104
83.015
51.264
3.217
1.997.601
2.066.835
2.100.926
2.140.205
Eijsden-Margraten
25.900
1.719.283
76.731
47.985
3.012
1.847.010
1.911.025
1.942.546
1.978.864
Gulpen-Wittem
14.206
1.159.737
51.758
26.319
1.652
1.239.467
1.282.425
1.303.578
1.327.950
Heerlen
86.936
6.406.323
285.910
161.066
10.109
6.863.408
7.101.285
7.218.417
7.353.372
Kerkrade
45.442
3.103.324
138.500
84.190
5.284
3.331.298
3.446.757
3.503.609
3.569.112
Landgraaf
37.262
2.231.898
99.608
69.035
4.333
2.404.875
2.488.224
2.529.266
2.576.553
Maastricht
120.227
9.796.984
437.233
222.744
13.980
10.470.941
10.833.850
11.012.548
11.218.439
Meerssen
18.661
1.137.266
50.755
34.573
2.170
1.224.764
1.267.213
1.288.115
1.312.198
Simpelveld
10.477
699.632
31.224
19.411
1.218
751.485
777.530
790.355
805.132
Sittard-Geleen
91.743
6.839.676
305.251
169.972
10.668
7.325.566
7.579.460
7.704.479
7.848.523
Stein
24.875
1.444.867
64.484
46.086
2.892
1.558.329
1.612.339
1.638.933
1.669.575
Vaals
10.084
847.475
37.822
18.683
1.173
905.152
936.524
951.971
969.769
Valkenburg aan de Geul Voerendaal
16.365 12.466
1.314.035
58.645
30.319
1.903
1.404.902
1.453.594
1.477.570
1.505.195
855.045
38.160
23.096
1.450
917.750
949.558
965.221
983.267
Totaal
594.254
42.744.156
1.907.646
1.100.971
69.100
45.821.873
47.410.000
48.192.000
49.093.000
Gemeente
Inwoner aantal 1-1-2021
Bijdrage gemeente regulier
Bijdrage gemeente FLO
Bijdrage GHOR * Bijdrage opleidingskosten *
Bijdrage 2024
Bijdrage 2025
Bijdrage 2026
* = verdeling op basis van inwoner aantal 1-1-2021
43
3.6
Staat van reserves en voorzieningen
Omschrijving
2022 ultimo
Algemene reserve Algemene reserve GHOR Ingroeireserve kapitaallasten
dotatie
2023
onttrekking
ultimo
dotatie
2024
onttrekking
ultimo
dotatie
onttrekking
ultimo
1.488
-
-
1.488
-
-
1.488
-
-
1.488
68
-
-
68
-
-
68
-
-
68
1.396
3.695
4.356
735
4.072
4.337
470
4.255
4.207
518
Reserve sociaal plan
99
-
35
64
-
35
29
-
29
-
Reserve frictiekosten
1.065
-
290
775
-
775
-
-
-
-
Reserve uitgestelde activiteiten COVID-19
332
-
332
-
-
-
-
-
-
-
Reserve doorontwikkeling VB
219
-
140
79
-
79
-
-
-
-
Bestemmingsreserve GHOR
94
-
-
94
-
-
94
-
-
94
Totaal reserves
4.761
3.695
5.153
3.303
4.072
5.226
2.149
4.255
4.236
2.168
Voorziening FLO
2.242
1.879
2.432
1.689
1.908
2.485
1.112
1.937
2.548
501
Voorziening onderhoud panden
4.871
823
823
4.871
-
823
4.048
-
823
3.225
Voorziening WW-verplichtingen
143
15
85
73
15
88
-
-
-
-
7.256
2.717
3.340
6.633
1.923
3.396
5.160
1.937
3.371
3.726
Totaal voorzieningen
44
3.7
Geldleningen
Omschrijving
Oorspronkelijke
Einde
Rente
Pro resto
hoofdsom
looptijd
%
hoofdsom per
Aflossingen Aflossing 2022
2023
rente
Aflossing
Aflossing
Pro resto
2023
2024
2025
hoofdsom per
31 december
31 december
2021
2025
Geldleningen Ba nk Nederl a nds e Gemeenten nr. 40.0082517
384.631
2034
5,040%
235.540
13.000
14.000
11.000
15.000
15.000
Ba nk Nederl a nds e Gemeenten nr. 91398
1.043.695
2040
Ba nk Nederl a nds e Gemeenten nr. .40106275
1.500.000
2026
Ba nk Nederl a nds e Gemeenten nr. 40106276
2.000.000
Ba nk Nederl a nds e Gemeenten nr. 40106277
178.540
6,250%
783.130
23.000
24.000
48.000
26.000
27.000
4,690%
1.500.000
-
-
70.000
-
2051
4,890%
1.787.196
27.000
29.000
86.000
30.000
32.000
1.669.196
2.000.000
2051
4,990%
1.791.345
27.000
28.000
88.000
30.000
31.000
1.675.345
Ba nk Nederl a nds e Gemeenten nr. 40106278
2.000.000
2032
4,990%
1.332.626
94.000
99.000
62.000
103.000
109.000
927.626
Ba nk Nederl a nds e Gemeenten nr. 40110848
10.000.000
2026
0,580%
5.000.000
1.000.000
1.000.000
23.000
1.000.000
1.000.000
1.000.000
Ba nk Nederl a nds e Gemeenten nr. 40113445
10.000.000
2050
0,625%
9.666.667
333.333
333.333
58.000
333.333
333.333
8.333.335
Ba nk Nederl a nds e Gemeenten nr. 40113446
6.000.000
2030
0,020%
5.400.000
600.000
600.000
1.000
600.000
600.000
3.000.000
Totaal
34.928.326
27.496.504
2.117.333
2.127.333
447.000
2.137.333
2.147.333
18.967.172
683.130 1.500.000
45
3.8
Meerjareninvesteringsplan en kapitaallasten (MIP)
Meerjareninvesteringsplan 2022 - 2026: Omschrijving Gronden en terreinen Gebouwen en renovaties Installaties Inventaris en inrichting ICT en automatiseringsapparatuur Grote Voertuigen (incl. bepakking) Kleine Voertuigen Bepakking Haakarmbakken Vaartuigen Verbindingsmiddelen Adembeschermingsapparatuur Oefenmiddelen Duiken/OVR Brandweermateriaal overig Beroepskleding
Totaal
2022
2023
2024
2025
2026
100.000 4.071.418 90.000 220.000 170.000 0 0 19.000 0 0 48.000 0 21.000 90.000 0 406.700 5.236.118
0 0 200.000 376.000 0 337.000 884.000 125.000 40.000 0 294.000 400.000 123.000 0 36.000 201.000 3.016.000
0 0 0 265.000 0 1.225.000 622.000 296.000 0 0 1.356.000 0 44.000 21.000 18.000 201.000 4.048.000
0 220.000 110.000 275.000 0 267.000 2.074.000 40.000 15.000 250.000 25.000 640.000 157.000 56.000 46.000 201.000 4.376.000
0 195.000 270.000 610.000 0 0 0 252.000 0 0 266.000 0 8.000 73.000 0 201.000 1.875.000
46
Kapitaallasten 2022 – 2026:
Omschrijving
2022
2023
2024
2025
2026
Gronden en terreinen Gebouwen en renovaties Installaties (nieuw) Installaties (oud) Inventaris en inrichting (nieuw) Inventaris en inrichting (oud) ICT en automatiseringsapparatuur Grote Voertuigen (incl. bepakking) Kleine Voertuigen Bepakking Haakarmbakken Vaartuigen Verbindingsmiddelen Adembeschermingsapparatuur Oefenmiddelen Duiken/OVR Brandweermateriaal overig Beroepskleding
22.405 778.872 51.054 178.126 101.330 82.312 100.087 1.588.622 181.386 140.390 160.154 6.701 200.401 219.062 45.952 37.171 17.519 444.776
24.295 816.119 65.837 136.430 117.404 18.066 133.013 1.751.860 130.622 102.341 148.014 5.407 165.879 209.740 35.656 51.492 16.673 408.233
26.026 817.285 105.472 203.384 94.637 2.922 118.467 1.680.751 153.561 107.235 150.401 2.899 227.312 165.279 45.642 51.230 11.046 244.389
27.730 819.071 105.013 232.095 93.684 0 35.761 1.743.066 175.722 130.161 147.373 1.638 456.279 126.317 45.856 55.108 12.139 259.583
27.195 829.431 115.241 253.951 88.378 0 35.732 1.710.472 363.883 115.246 141.314 25.000 436.893 161.247 31.352 56.145 12.715 261.957
Totaal
4.356.319 4.337.080 4.207.938 4.466.594 4.666.151
47
3.9
Recapitulatie structureel en reëel evenwicht begroting 2023-2026
Recapitulatie begrotingsevenwicht Lasten Programma Crisisbeheersing en Rampenbestrijding Programma Brandweerzorg Totaal lasten programma's
Begroting 2023 Incidenteel Structureel
Totaal
-
6.231 38.837 45.068
6.231 38.837 45.068
Baten Programma Crisisbeheersing en Rampenbestrijding Programma Brandweerzorg Totaal baten programma's
-
404 1.400 1.804
Saldo van baten en lasten programma's
-
-43.264
Lasten diversen Algemene dekkingsmiddelen Overhead Vennootschapsbelasting Onvoorzien Totale lasten diverse Baten diversen Algemene dekkingsmiddelen Overhead Overige inkomsten Vennootschapsbelasting Onvoorzien Totale baten diverse
9.996
-
51.975
Totaal structurele lasten Totaal structurele baten Structureel begrotingssaldo
-
6.335 39.046 45.381
404 1.400 1.804
-
400 1.400 1.800
-43.264
-
-43.581
9.996 10 10.006
10.146
-
52.116
-
-1.154
-1.154
889 889
4.072 4.337 265
889 889
59.146 58.257 -889
141
-
Totaal
6.335 39.046 45.381
51.975 141 52.116
Totaal saldo baten en lasten Storting in reserves Onttrekking uit reserves
10 10.006
Begroting 2024 Incidenteel Structureel
10 10.156
53.656
Begroting 2025 Incidenteel Structureel
-
6.432 39.387 45.819
6.432 39.387 45.819
400 1.400 1.800
-
400 1.400 1.800
-43.581
-
-44.019
10.146 10 10.156
10.297
-
53.756
53.656 100 53.756
-
-
19
19
4.072 5.226 1.154
29 29
4.255 4.207 -48
59.146 59.146 -
29 29
59.792 59.763 -29
100
Totaal
10 10.307
54.532
Begroting 2026 Incidenteel Structureel
Totaal
-
6.526 40.047 46.573
6.526 40.047 46.573
400 1.400 1.800
-
400 1.400 1.800
400 1.400 1.800
-44.019
-
-44.773
-44.773
10.297 10 10.307
10.453
-
10 10.463
54.632
54.532 100 54.632
-
55.628
55.528 100 55.628
-
306
306
-
392
392
4.255 4.236 -19
-
4.447 4.141 -306
4.447 4.141 -306
-
4.647 4.255 -392
4.647 4.255 -392
59.792 59.792 -
-
60.573 60.573 -
60.573 60.573 -
-
61.683 61.683 -
61.683 61.683 -
100
55.528
10.453 10 10.463
100
48