CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

VII-18 Bijlage 4 Verordening openbare orde en veiligheid incl. bijlage.pdf

Raadsvergadering 8 juli 2021, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Samenvoegen van de gemeentelijke verordeningen tot een Verordening fysieke leefomgeving en een Verordening openbare orde en veiligheid20.900 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

56

Artikel 9:12 Sekswinkels Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of delen van de gemeente. Artikel 9:13 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotischpornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke 1. Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan te brengen: a. indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt; b. anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels. 2. Het verbod is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.

Afdeling 3. Beëindiging exploitatie en wijziging beheer Artikel 9.14 Beëindiging exploitatie 1. De vergunning vervalt zodra de exploitant de exploitatie van het seks- of escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd. 2. Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, meldt de exploitant dit schriftelijk aan het bevoegd bestuursorgaan. Artikel 9.15 Wijziging beheer 1. Als de beheerder het beheer van het seks-of escortbedrijf feitelijk beëindigt, meldt de exploitant dit binnen een week schriftelijk aan het bevoegd bestuursorgaan. 2. Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, als het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant besluit de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. 3. In afwachting van het besluit bedoeld in lid 2, kan het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder vanaf het moment waarop de exploitant een aanvraag als bedoeld in lid 2 heeft ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.

57

HOOFDSTUK 10 STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 10.1 Strafbepaling 1. Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften, wordt gestraft met hechtenis van maximaal drie maanden of geldboete van de tweede categorie. 2. In afwijking van lid 1 wordt overtreding van het bepaalde in de artikelen 4.24 en 6.12 en 6.13 van deze verordening gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de eerste categorie. 3. In afwijking van lid 1 en 2 is artikel 1a onderdeel 3 van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen:  8.5 t/m 8.12, 8.13 t/m 8.18 en 8.21 t/m 8.23 van deze verordening; Artikel 10.2 Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: a. de bij besluit van het college of de burgemeester aangewezen personen; b. de krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht door het college aangewezen ambtenaren, voor zover het hoofdstuk 8 betreft; c. ambtenaren van politie, als bedoeld in artikel 141, onder b van het Wetboek van Strafvordering.

Artikel 10.3 Binnentreden woning Degenen belast met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening, gegeven voorschriften die als doel hebben handhaving van de openbare orde, veiligheid, bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner(s). Artikel 10.4 Intrekking oude verordening De volgende verordeningen worden ingetrokken: 1. Algemene plaatselijke verordening gemeente Simpelveld, vastgesteld op 6 juli 2017 en gewijzigd per 10 april 2019 en 16 januari 2020; 2. Verordening winkeltijden Simpelveld 2018, vastgesteld op 13 december 2018; 3. Verordening speelhalautomaten Simpelveld, vastgesteld op 31 mei 2001; 4. Parkeerverordening Simpelveld 1995, vastgesteld op 27 april 1995; 5. Wegsleepverordening gemeente Simpelveld, vastgesteld op 26 juni 2014; 6. Afvalstoffenverordening gemeente Simpelveld 2017, vastgesteld 14 december 2017

58

Artikel 10.5 Overgangsrecht 1. Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 10.4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 2. Op het tijdstip waarop de Omgevingswet (Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving) in werking treedt, wordt deze verordening gewijzigd conform de tabel met overgangsrecht, als bijgevoegd in bijlage 1, door de benoemde artikelen te vervangen als weergegeven in deze tabel. Artikel 10.6 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop zij is bekendgemaakt. Artikel 10.7 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening openbare orde en veiligheid 2021. Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Simpelveld, in zijn openbare vergadering d.d. 8 juli 2021 De griffier,

De voorzitter van de raad,

bc. F. G. Simons

mr. R. de Boer

Bijlagen: 1. Tabel met overgangsrecht

59

Overgangsrecht Vov Op het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt, wordt deze verordening gewijzigd als volgt: In onderstaande artikel Artikel 1.1 definitie ‘gebouw’

wordt onderstaande tekst hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet;

Artikel 1.1 definitie ‘kampeermiddel’

- kampeermiddel: een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, lid 1, onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1. Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer plaatsen aanwijzen waar het ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan

Artikel 5.24

Artikel 5.42

1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat omwonenden geluidhinder van dit dier ondervinden. 3. Bij de beoordeling of sprake is van geluidhinder gelden de geluidsnormen in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Besluit. De beoordeling vindt plaats aan de hand van de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, 1999.

60

vervangen door onderstaande tekst: hetgeen daaronder wordt verstaan in Bijlage 1 bij artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; - kampeermiddel: een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 5.1, van de Omgevingswet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1. Het college kan buiten een locatie waar een milieubelastende activiteit als bedoeld bij of krachtens de Omgevingswet wordt verricht plaatsen aanwijzen waar het ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan 1. Het is verboden buiten een locatie waar een milieubelastende activiteit als bedoeld bij of krachtens de Omgevingswet wordt verricht op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Degene die buiten een locatie waar een milieubelastende activiteit als bedoeld bij of krachtens de Omgevingswet wordt verricht de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat omwonenden geluidhinder van dit dier ondervinden. 3. Bij de beoordeling of sprake is van geluidhinder gelden de geluidstandaardwaarden in de artikelen 6.65 en 5.66 van het Besluit kwaliteit

Artikel 5.47

1. Het is verboden op door het college aan te wijzen plaatsen in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:

Artikel 7.7

1. Het is verboden zonder vergunning van het college in de open lucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of op een andere wijze vuur aan te leggen, stoken of hebben. 1. Het is verboden zonder vergunning van het college buiten een daarvoor door het college bestemde plaats en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer een afvalstof, stof of voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins te plaatsen op een wijze die aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu.

Artikel 8.16, lid 1

Artikel 8.22, lid 1

1

1. Het is verboden afvalstoffen en/of inzamelmiddelen op een voor het publiek zichtbare plaats in de open lucht en buiten een inrichting

Tijdelijke bruidsschat.

61

leefomgeving1 dan wel de ter vervanging daarvan in het omgevingsplan opgenomen geluidwaarden. De beoordeling vindt plaats aan de hand van de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, 1999. 1. Het is verboden op door het college aan te wijzen plaatsen in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een locatie waar een milieubelastende activiteit als bedoeld bij of krachtens de Omgevingswet wordt verricht, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben 1. Het is verboden zonder vergunning van het college in de open lucht huishoudelijke afvalstoffen te verbranden. of op een andere wijze vuur aan te leggen, stoken of hebben. 1. Het is verboden zonder vergunning van het college buiten een daarvoor door het college bestemde plaats en buiten een locatie waar een milieubelastende activiteit als bedoeld bij of krachtens de Omgevingswet wordt verricht een afvalstof, stof of voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins te plaatsen op een wijze die aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu. 1.

Het is verboden afvalstoffen en/of inzamelmiddelen op een voor het publiek zichtbare plaats in de open lucht en buiten een buiten

in de zin van de Wet milieubeheer op te slaan, opgeslagen te hebben, te plaatsen of ter inzameling aan te bieden.

Artikel 8.23

Het is de eigenaar of kentekenhouder verboden zich te ontdoen van een autowrak, dat afkomstig is van een huishouden, anders dan door afgifte aan inrichtingen, genoemd in artikel 6 van het Besluit Beheer Autowrakken.

Artikel 10.2, onder b

b. de krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht door het college aangewezen ambtenaren, voor zover het hoofdstuk 6 betreft;

62

een locatie waar een milieubelastende activiteit als bedoeld bij of krachtens de Omgevingswet wordt verricht op te slaan, opgeslagen te hebben, te plaatsen of ter inzameling aan te bieden. Het verbod geldt niet als voor de opslag van afvalstoffen een omgevingsvergunning is afgegeven. Het is de eigenaar of kentekenhouder verboden zich te ontdoen van een autowrak, dat afkomstig is van een huishouden, anders dan door afgifte aan een daartoe bij of krachtens de Omgevingswet aangewezen/bevoegd bedrijf, dan wel de houder van een omgevingsvergunning, voor het demonteren van autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen b. de krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht dan wel artikel 18.6 van de Omgevingswet door het college aangewezen ambtenaren, voor zover het hoofdstuk 6 betreft;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=a0a5589f-d6a7-4456-a4c0-d4d521801067