VII-18 Bijlage 1 Ontwerpbegroting 2023, meerjarenraming 2024-2026 RUD Zuid-Limburg.pdf
Tekst van het document
ZuidLlmburg
De raad van de gemeente
Ons kenmerk Uw kenmerk Bijlage(n) Contactpersoon Telefoon E-mail Onderwerp
2022/3085 -
Maastricht Verzonden
1
22 maart
2022
2 3 KAMI 2022
H. Frins 06 55 41 89 12 hma.frins@rudzl.nl Ontwerpbegroting 2023, meerjarenraming 2024 - 2026
Geachte raadsleden, Bijgevoegd treft u de ontwerpbegroting 2023, meerjarenraming 2024-2026, van de RUD Zuid-Limburg aan. Vorig jaar spraken wij hier de verwachting uit dat de impact van de coronamaatregelen op de maatschappij en onze uitvoering in 2022 verdwenenis. Lange tijd leek dit nog erg onzeker maar de tekenenzijn nu dat onze maatschappij terug gaat naar normaal. Bij de totstandkoming van deze begroting zijn, evenals bij devorige begroting de deelnemers betrokken. De belangrijkste uitdaging in 2023 wordt het werken met de Omgevingswet in de praktijk. Als datum van inwerkingtreding van dezewet is nu 1 januari 2023 bepaald. Belangrijk thema in de overgang naar de Omgevingswet is de omzetting van het huidige inrichtingenbestandnaar milieubelastende activiteiten. Dit zal een grote inspanningvergen van de organisatie. We hebben op basis van landelijk gehanteerde normen berekenddat hier meer dan 10.500 uur mee zijn gemoeid. Noodzakelijke uren om de vergunningverlenings-,toezichts- en handhavingstaken ('VTH-taken') onderde Omgevingswet te kunnenuitvoeren, aangezien de 'milieubelastende activiteit ’ het centrale begrip gaat wordenvoor activiteiten die nadelige gevolgen voor het milieu kunnenveroorzaken.
Voor de doorlooptijd van deze omzetting hebben wij 3 jaar gerekend(voor 3778 inrichtingen)en definanciële vertaling hiervan in de ontwerpbegroting 2023 en meerjarenraming 2024 en 2025 is voor u helder, per deelnemervan onze gemeenschappelijke regeling, in beeld gebracht in deze ontwerpbegroting. Duurzaamheid en datakwaliteit zijn daarnaast belangrijke maatschappelijke thema ’s die mede op het terrein van de omgevingsdienstenliggen. Voor wat betreft duurzaamheid spelen dethema ’s circulaire . Postadres: RUD Zuid-Limburg Postbus 5700 6202 MA Maastricht
+31 43 389 73 30 www.rudzuidlimburg.nl info@rudzl.nl IBAN: NL53BNGH0285159127
Wij verwerken persoonsgegevens. Voor meer informatie zie www.rudzuidlimburg.nl/privacy+en+proclaimer.
2
economie en energietransitie een rol. En het belang van kwalitatief betrouwbare data ten behoeve van verbetering van de informatiehuishouding en - voorziening t.a.v. VTH in het milieudomeinwordt breed onderschrevendoor alle ketenpartners. Om hier ook invullingaan te kunnengeven hebben wij een data-analist in de begroting opgenomen. Een van de aanbevelingen uit het rapport van de adviescommissie Van Aartsen, “Om de leefomgeving, Omgevingsdienstenals gangmaker voor het bestuur", behelst het meer inzetten op strafrechtelijke handhaving en vervolging. In de gehele VTH-keten dienthieraan meer prioriteit toegekendte wordenmet de daarbij behorendecapaciteit en inzet. In de begroting is als vervolg op de BOA-pilot die tot 1 juli 2023 loopt, een fte BOA-capaciteit opgenomen. Eind2021 is een benchmark uitgevoerd door TwynstraGuddewaaruit naar voren komt dat wij zeer efficiëntwerken. Deze nadruk op efficiëntieheeft ertoe geleid dat onze tarieven laag zijn en met name onze overhead beperkt is gebleven. Deze oriëntatie op efficiency kan op gespannen voet staan met het ontwikkelingspotentieelvan de organisatie. Wij willen ons verderontwikkelen tot het milieukenniscentrumvoor de regio: informatiegestuurd, risicogericht en via een ketenaanpak. Hiervoor hebben wij ook de medewerkingnodigvan onze deelnemers.Randvoorwaardelijk is een goed functionerendeVTH-applicatie.
De nieuwe VTH-applicatie Squit 20/20 wordt op dit moment in gebruik genomen en moet de basis vormen om ook digitaal goed met onze deelnemersen partners te kunnen gaan werken. De begroting groeit ten opzichte van 2022 met € 1.210.000. Het effect van de inflatie op de begroting 2023 is volgens de prijsindexlonen € 241.000. Voor € 969.000 is sprake van uitbreidingvan de begroting, waarvan € 600.000 structureel. De grootste uitbreidingbehelst het aantal juristen met 4 fte (€ 360.000). Dit is weliswaar een verhoging van de begroting maar in de realisatie wordt ditvia aanvullende facturering t.b.v. extra inhuur al meerderejaren betaald door onze opdrachtgevers. Daarnaast is de data-analist en de BOA tezamen goed voor€ 135.000, en voor versterking van communicatie ten behoeve van relatiebeheer is € 50.000 opgenomen. Bij de inflatiecijfers is gerekendmet (verwachtings-)cijfers van het CPB; deze blijven wel sterk achter bij de huidige inflatie en hier is dus een waarschuwing op zijn plaats. Mochten de lonen (veel) sterker stijgen dan de2,3% waarmee gerekendis dan zullen wij mogelijk met een aanpassingsvoorstel moeten komen. Bij de begroting 2022 is een efficiencytaakstelling opgenomen van € 159.000, deze ziet u in de meerjarenbegroting terugkomen.
Een van de grootste uitdagingen op ditmoment is om op de overspannen arbeidsmarkt goed gekwalificeerd personeel te vindenen aan de organisatie te binden.Maar zeker ook om het huidige personeel te kunnenbehouden. De situatie op de arbeidsmarkt zorgt er tevens voor dat de prijzen voor inhuurkrachten snel stijgen. De prijsstijgingenvan de afgelopen jaren leidentot een tariefstijging van ca. 5%, ten opzichte van de laatste verhoging van onze tarieven in de begroting 2020.
Postadres: RUD Zuid-Limburg Postbus 5700 6202 MA Maastricht
+31 43 389 73 30 www.rudzuidlimburg.nl info@rudzl.nl IBAN: NL53BNGH0285159127
Wij verwerken persoonsgegevens. Voor meer informatie zie www.rudzuidlimburg.nl/privacy-en-proclaimer.
3
Uw mogelijke zienswijzenop de ontwerpbegroting 2023, meerjarenraming 2024 - 2026, ontvangen wij graag uiterlijk op 3 juni 2022. Met vriendelijkegroet, Het Dagelijks Bestuur van de RUD Zuid-Limburg, De secretaris, De voorzitter,
Lj h, IColu. L.M. Kobes
Postadres: RUD Zuid-Limburg Postbus 5700 6202 MA Maastricht
+31 43 389 73 30 www.rudzuidlimburg.nl info@rudzl.nl IBAN: NL53BNGH0285159127
Wij verwerken persoonsgegevens. Voor meer informatie zie www.rudzuidlimburg.nl/privacy-en-proclaimer.
Ontwerp-begroting2023 Meerjarenraming2024-2026
RUD Zuid-Limburg
rM
■ m Xiiii/Limburg
Inhoud 1
Inleiding...................................................................................................................................................3 1.1 Begroting en koers in 2023 in éénoogopslag .........................................................................3 1.2 OpgavenRUD Zuid-Limburg........................................................................................................ 4 1.3 Ontwikkelingenin wet- en regelgeving ..................................................................................... 7 1.4 Focus 2023....................................................................................................................................12
2
Beheervan de RUD Zuid-Limburg................................................................................................... 14 2.1 Vergunningverlening .................................................................................................................. 14 2.2 Toezicht......................................................................................................................................... 16 2.3 Advisering en Onderzoek.......................................................................................................... 18
3
Financieel .............................................................................................................................................. 19 3.1 Lasten............................................................................................................................................ 20 3.2 Baten............................................................................................................................................. 21
4
Verplichteparagrafen......................................................................................................................... 23 4.1 Lokale heffingen.......................................................................................................................... 23 4.2 Weerstandsvermogenen risicobeheersing...........................................................................23 4.3 Onderhoud kapitaalgoederen ................................................................................................... 25 4.4 Financiering................................................................................................................................. 25 4.4.1 Algemene ontwikkelingen..................................................................................................... 25 4.4.2 Risicobeheer .......................................................................................................................... 25 4.4.3 Renterisicobeheer.................................................................................................................26 4.4.4 Kasgeldlimiet......................................................................................................................... 26
5
Bedrijfsvoering& Overhead ..............................................................................................................27 5.1 Personeel-en organisatiebeleid...............................................................................................27 5.2 Kwaliteitsbeleid........................................................................................................................... 28 5.3 Ondersteuning............................................................................................................................. 28 5.4 Financieelkadervoor 2023 en meerjarenperspectief 2024-2026.......................................30 5.5 Overhead .......................................................................................................................................31 5.6 Geprognoticeerde balans 2021-2024....................................................................................... 32 5.7 Geplandeinvesteringen2023-2026......................................................................................... 33
6
Bijlagen..................................................................................................................................................34 6.1 Tarievenoverzicht ........................................................................................................................ 34 6.2 Bijdrage per deelnemer ..............................................................................................................35 6.3 Overzichtwerkprogramma’s 2022............................................................................................36 6.4 OverzichtInrichtingen en omzetting naar MBA.................................................................... 53 6.5 Lijst met afkortingen................................................................................................................... 54
Begroting RUD Zuid-Limburg2023
rU
/mi/Limburg
1
INLEIDING
1.1
Begroting en koers in 2023 in éénoogopslag
3 Begroting RUD Zuid-Limburg2023
dj
I* Zn/i/Limburg
1.2 OpgavenRUD Zuid-Limburg De opgaven voor onze organisatie laten zich als volgt samenvatten: het zijn van een robuuste, deskundige, vernieuwendeen efficiënteomgevingsdienst,die de door de bevoegde gezagen aan ons opgedragen taken met gezag en professionaliteit kan uitvoeren en waarbij de informatiehuishouding tussen alle partijen in de VTH1-keten op orde is. Commissie Van Aartsen De wereld staat niet stil en dat geldtook voor de omgevingsdiensten.Eind2021 is een kamerbrief verschenen, waarin door detoenmalige staatssecretaris voor Infrastructuur en Milieu de bouwstenen zijn aangereikt om het VTH-stelsel, waar omgevingsdiensteneen fundamentvan zijn, te versterken. Aanleiding voor de in te zetten versterking is het rapport van de Adviescommissie Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving c.q. de commissie Van Aartsen van 4 maart 2021 "Om de leefomgeving. Omgevingsdienstenals gangmaker voor het bestuur". Deze commissie heeft 10 aanbevelingen gedaan om te komen tot een effectief, slagvaardig en toekomstvast stelsel. De gepresenteerdebouwstenen zijn tevens gebaseerd op de bevindingenvan deAlgemene Rekenkamer in de rapporten "Een onzichtbaar probleem" en "Handhaving in het duister" uit januari respectievelijk juni 2021 en het kwantitatieve onderzoek"Omgevingsdienstenin beeld" en het "Juridisch onderzoekaanbevelingen adviescommissie VTH" (beide van september 2021).
Alle rapporten benadrukken de noodzaak tot herbezinningvan het bestaande stelsel. Vernieuwingenin de hele keten, dus niet alleen bij omgevingsdiensten,zijn nodig. Het urgentiebesef en bestuurlijke betrokkenheid neemt bij alle partners toe. De adviezen van de commissie Van Aartsen en de aangekondigde vervolgacties, zoals het komen tot een interbestuurlijk programma voor de opvolging van de aanbevelingen, zien op het meer aandacht geven aan strafrechtelijke handhaving en vervolging en ook aan informatie-uitwisseling, kennisontwikkelingen kennisdeling.De uitvoering van de VTH-taken moeten omgevingsdienstenvanuit een onafhankelijke positie kunnendoen,zonderdat er afstand gaat ontstaan tussen de dienstenen de bevoegde gezagen. De komendeinvoering van deOmgevingswet is ook een redenom meer aandacht te hebben voor het VTHstelsel Omgevingswet. De huidigewetgeving gaat nagenoeg beleidsneutraal over, maar de regelgeving zal wel anders zijn. Ook de processen rondomvergunningverlening, toezicht en handhaving wordenaangepast. Daarnaast voorzien wij onze deelnemersvan advies bij het opstellen van omgevingsplannen. Onze specialistische kennisop het gebied van milieuregelgeving, en zeker ook het behoud hiervan, kwalitatief en kwantitatief, vraagt om investeringen.
Een randvoorwaarde voor een robuust VTH-stelsel zijn goed geëquipeerdeomgevingsdiensten.Daar hoort ook een gezondefinanciële positie bij, die invullingkan geven aan ambities, verwachtingen, slagvaardigheid en effectiviteit van handelen door de omgevingsdiensten.De inzet vanuit het kabinet is erop gericht om samen met provincies en gemeenten het instrumentarium voor de bekostiging van omgevingsdienstente herzien door het opstellen van een algemene norm, die garandeert dat de opgedragen taken ook daadwerkelijk goed kunnenwordenuitgevoerd. Wat de landelijke aanpassingen in het VTH-stelsel zullen worden,zal naar verwachting in 2022 duidelijkworden. In het regeerakkoord 2021 - 2025 is € 18 miljoen structureel gereserveerd voor de opvolging van het rapport van de commissie Van Aartsen en de aanpak van milieucriminaliteit. Het proces is gestart om de besteding van dezegeldenin kaart te brengen en voor de zomer aan de Tweede Kamer te communiceren.
1 VTH = Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving 4 Begroting RUD Zuid-Limburg2023
dj lm /»i./Limburg
Toekomstagenda 2021- 2025 Al eerder, in 2020, hebben wij onderkend dat het nodigis om in te zetten op een dóórontwikkeling (transformeren) van de RUD Zuid-Limburg.Eind2020 heeft het algemeen bestuur daartoe het strategisch documentvoor de periode 2021 - 2025, de Toekomstagenda', vastgesteld. In 2021 zijn wij gestart met het gefaseerd oppakken van dezeven thema's uit de Toekomstagenda, zijnde: 1. Het voeren van een strategische discussie over koers: uitvoeringsdienstof omgevingsdienst; 2. Een verkennendepilot verdergaande samenwerking gemeenten- RUD Zuid-Limburgstarten, op voorwaarde van voldoendeinteresse; 3. Groeien naar partnerschap, met als instrumenten: a. een programma om de politiek-bestuurlijke sensitiviteit te vergroten voor alle niveaus binnende dienst; b. het inrichtenen inbeddenvan een communicatiefunctie gericht op stakeholders, met als speciale doelgroep gemeenteraadsleden en ledenProvinciale Staten; c. het versterken van relatiemanagement; 4. Positionering/zichtbaarheid van de dienst; 5. Interneontschotting, om deorganisatie nog integraler, efficiënteren effectiever te maken, ook richting invoering van de Omgevingswet; 6. Het zijn van een aantrekkelijke werkgever; 7. RUD Zuid-Limburgals Kenniscentrum. In onderstaand overzicht is de stand van zaken ten tijde van het opstellen van deze begroting als volgt.
5 Begroting RUD Zuid-Limburg2023
ZimlLimburg
Eigenaarschap
bii het bestuur
Eigenaarschap
bij de organisatie 2023
2022
Q1
Thema's
Q2
Q3
Q4
Qt
Q2
Q3
2024
Q4
Q1
Q2
Q3
04
Groeien naar partnerschap Politieke sensitiviteit Communicatie
ifftl p
■ ■ ■ ■ ■ ■
Relatiemanagement
■
interneontschotting Aantrekkelijk werkgeverschap
j| :: ;
.
■ ■
Voorbereidingsfase Start Imptementate Geïnpfementeercen vraagt b ivendeaandacht
♦
Evaluatie
De geplande discussie over de koers van de RUD Zuid-Limburgzal zeker tot in het derdekwartaal van 2022 lopen. Onderdeelvan dezediscussie is de positionering en zichtbaarheid van de RUD Zuid-Limburg.De coronamaatregelen bemoeilijkten in december 2021 en januari 2022 een fysieke discussie in het algemeen bestuur. Deze discussie zal nu wordengepland in de nieuwe raadsperiode. In de tevoeren discussie zullen de ontwikkelingenrondomde landelijke opvolging van de aanbevelingen van de commissie Van Aartsen worden betrokken. Een inventarisatie voor een eventuele 'Pilot verdergaande samenwerking' is begin 2022 uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat er nu geen behoefte is aan het opzetten en organiseren van een dergelijke pilot. Daarmee beschouwen we ditthema als afgehandeld, nu voldoendeinteresse ais randvoorwaardelijk is opgenomen voor de uitwerking hiervan. De start van de uitwerking van het thema 'RUD als kenniscentrum'is gepland voor het eerste halfjaar 2022. Het versterken van de kennisinfrastructuur, de -ontwikkeling en -delingvan omgevingsdienstenis essentieel voor het toekomstproof maken van de omgevingsdiensten.Het voorstel vanuit de commissie Van Aartsen is om de kennisinstitutenOmgevingsdienstNL (verenigingvan directeurenvan omgevingsdiensten)en BRZO+ (samenwerkingsverband overheidsinstanties m.b.t. de uitvoering van het Besluit risico's zware ongevallen) te versterken.
Als omgevingsdienstenbeschikken wij over een 'interne'Opleidingsacademie, een landelijk werkend kennisneten zijn we gestart met het vertalen van deskundigheidsgebieden uit de Kwaliteitscriteria 2.2 in een Branchekwalificatiestructuur (BKS). Voor omgevingsdienstenis een BKS een door de branche gevalideerde 6 Begroting RUD Zuid-Limburg2023
pI
Hm /uii/Limburg
standaard waarin activiteiten en verplichte opleidingenbinnende deskundigheidsgebieden zijn geconcretiseerd.Een BKS draagt ook bij om opleidingsvraagstukken slimmer te organiseren en kennis/expertise tussen de dienstente delenen om deze aantoonbaar te maken. De thema's 'Groeien naar partnerschap' en 'Interneontschotting' bevindenzich in de implementatiefase. Het thema 'Aantrekkelijk werkgeverschap' staat gepland om eindeeerste kwartaal 2023 te zijn geïmplementeerd. 1.3
Ontwikkelingenin wet- en regelgeving
De Omgevingswet De beoogde inwerkingtredingsdatumvan de Omgevingswet is een aantal malen verschoven. Deze datum is nu, naar alle verwachting, 1 januari 2023. In de afgelopen periode is aanzienlijk veel werk gestoken in het klaarstomen van de organisatie voor de stelselherzieningdie de Omgevingswet met zich meebrengt. We verwachten warmgedraaid te zijn om in onze dagelijkse werkzaamheden om te gaan met de nieuwe wet- en regelgeving, nieuwe werkwijzen, en de nieuwe afspraken met onze opdrachtgevers. Duidelijk dat de Omgevingswet ook na inwerkingtredingsdatumgevolgen zal blijven hebben voor de inzet van onze organisatie, onze medewerkers en onze opdrachtgevers en ketenpartners. Een van de onderwerpenis onze ondersteuningbij het ontwikkelen van omgevingsvisies en omgevingsplannen. Tot op hedenhebben deze werkzaamheden zich geconcentreerdop het verder ontwikkelen van een bouwstenendocument.b.v. omgevingsplannen en omgevingsplannen en het voeren van individuelegesprekken hierover met de opdrachtgevers. De opdrachtgevers hebben tot 2024 de tijd om hun omgevingsvisies vast te stellen, en zelfs tot 2029 voor de omgevingsplannen. Wij verwachten daarom dat er tot aan dietijd beroep gedaan zal wordenop de kennisdie wij hebben in relatie tot de lokale regels en de Omgevingswet, waarmee we de opdrachtgevers kunnenbijstaan in het vormgeven van omgevingsvisies en omgevingsplannen.
Een volgendeimplementatie-activiteit die tot na inwerkingtredingen daarmee tot minstens in 2023 aandacht zal vereisen is de omzetting van het inrichtingenbestand.Waar onderde huidigewetgeving bedrijvenworden gecategoriseerd als een bepaald type inrichting,wordt er onderde Omgevingswet gesproken van - losse milieubelastende activiteiten (mba's). Deze omzetting van inrichtingennaar mba's heeft als voornaamste doel om regels beter, en waar nodigminder,te kunnentoepassen. Een classificatie als inrichting brengt namelijk een set aan (eventueel onnodige)milieuregels met zich mee, wat met de invoering van de mba's kan worden losgelaten. Deze omzetting is intern in 2021 gestart door middelvan een pilot waarbij kennis is opgedaan met de werkwijze van een omzetting, maar zal na inwerkingtredingvan de wet, zolang als er inrichtingenin ons bestand zitten inzet vergen. Voor de begroting 2023 hebben wij berekendhoeveel uren gemoeid zijn met de omzetting van de inrichtingendie in ons inrichtingenbestandzijn opgenomen naar mba ’s. Hierbij hebben we gebruik gemaakt van landelijk gehanteerde normen voor omzetting per categorie inrichting.
In totaal betreft het 3778 inrichtingenwaarmee 10560 uren gemoeid zijn om de omzetting te realiseren (zie tabel in paragraaf 6.4) De omzetting is overigens niet van toepassing op complexe bedrijven(BRZO-/Seveso-inrichtingen),deze behouden hun classificatie onderEuropese wetgeving maar in aantallen zijn dat veel minderinrichtingen. De omzetting van inrichtingennaar mba's heeft eveneensgevolgen voor de productcatalogus, zijn kengetallen, en voor dewerkprogramma's. Aangezien de productcatalogus en de werkprogramma's beide berusten op de classificatie van inrichtingen,en de omzetting hiervan pas geruime tijd na inwerkingtreding kan wordenafgerond, dienthier rekeninggehoudente wordenmet een langere overgangsperiode. Met het opzetten van een nieuwe productencatalogus wordt in 2022 een aanvang gemaakt, met als doelstellingdeze tijdig beschikbaar te hebben voor dewerkprogramma's 2023. Aangezien we dan nog geen 7 Begroting RUD Zuid-Limburg2023
rU
Hm Xun/Limburg
interneervaringscijfers hebben met het werken met de Omgevingswet en deze ook extern nog niet beschikbaar zijn zal er na invoering een beoordeling van de validiteit van de gehanteerde uitgangspunten moeten plaatsvinden aan de hand van interneen externe beschikbaar komendedata. Onderde Omgevingswet wordt het na ruim 20 jaar afwezigheid van dewettelijke grondslag voor milieuleges, wederom mogelijk om leges te heffen voor het in behandeling nemenvan omgevingsvergunningen.Dit betekent voor de bevoegd gezagen een mogelijke nieuwe inkomstenstroom. Als uitvoeringsdienstzijn wij in staat de vooraankondiging leges voor onze opdrachtgevers af te handelen, waarna de initiatiefnemer het verschuldigdebedrag aan hen doet toekomen. Momenteel verrichten wij deze handeling reedsvoor de Provincie, in het kader van de bouwleges. Voor de milieuleges kunnenhierover in aanloop naar inwerkingtredingafspraken gemaakt te worden. Ten slotte is de verwachting dat als gevolg van de Omgevingswet minderactiviteiten vergunningplichtig zullen zijn. Daar staat tegenover dat dewettelijke proceduretermijnvoor complexe inrichtingen,die vóór inwerkingtredingvan dewet nog 26 weken bestrijkt, naar 8 weken gaat, tenzij dewet aangeeft dat de uitgebreide voorbereidingsproceduredientte wordengevolgd. Dat vergt meer aandacht voor vooroverleg, waarin participatie een belangrijk onderdeelwordt.
De Intake- en Omgevingstafel wordenderhalve als belangrijke instrumentengezien om initiatieven in de regio te verkennenen begeleidenmiddelseen proces waarin de ketenpartners samenwerken. We vermoedendat diteen arbeidsintensief aspect van het proces gaat worden,afhankelijk van nog te maken keuzes door de gemeenten en de Provincie. De Omgevingswet dwingttevens meer interbestuurlijke afstemming af, waardoor er voor en tijdensvergunningverleningmeer afstemmingsmomenten plaatsvinden. Daarbij is de verwachting dat vanwege het vergunningsvrijwordenvan verschillendeactiviteiten er aanvullende inzet nodigzal zijn voor het afwikkelen van meldingenalsmede voor toezicht en handhaving. De precieze impact op het totaal van de verwachte inzet en de kosten is afhankelijk van verschillendefactoren, waaronder de wijze waarop gemeentenom zullen gaan met de grotere afwegingsruimte en de invloeddie dat heeft op het meer of minderuniform zijn van dewerkprocessen. De vuistregel hierbij is: hoe meer maatwerk, hoe meer kosten. In de eerste jaren dat de Omgevingswet van kracht zal zijn, zal gemonitordwordenwelke factoren op welke wijze invloedhebben op de bedrijfsvoering en wat dit betekent voor de kosten.
De hierboven beschreven implementatiewerkzaamheden wordenweliswaar op projectmatige wijze gecoördineerd,desalnietteminwordt het overgrote deel van het werk verzet door medewerkersvoor wie dit niet de hoofdtaak betreft. Dit heeft als gevolg dat de betrokkenen een constante balans dienente vinden tussen het werk waarvoor u als opdrachtgevers ons rechtstreeks betaald, en de bijzaken. De praktische uitvoering hiervan stelt ons voor constante uitdagingen. Tel hierbij op de cultuurverandering die de Omgevingswet van ons allen verlangt, en men zou kunnenstellen dat het echte werk pas begint na inwerkingtredingvan de Omgevingswet. Bodemtakenonderde Omgevingswet Bodem is de disciplinewaar het meest voor gaat veranderen met de komst van de Omgevingswet. Niet alleen de provincie Limburg, gemeenten Heerlen en Maastricht, maar alle gemeenten wordenonderhet regiem van de Omgevingswet bevoegd gezag bodem. Gemeentenzijn dan primair beheerder van de bodemkwaliteit voor hun grondgebied.Door deze bevoegdheidswijzigingkomen alle taken voor de bodem(sanering) bij de gemeentente liggen. Reeds beschikte en lopendesaneringen blijven onderde bevoegdheidvan de provincie.
Begroting RUD Zuid-Limburg2023
p ■ m /uii/Limburg
Het landelijke beleid voor bodembeheer blijft op hoofdlijnenhetzelfde. Het Rijk stelt afhankelijk van het bodemgebruik omgevingswaarden vast, zoals voor PFAS. Binnendezewaarden krijgen gemeentenwel bestuurlijke afwegingsruimte of bijvoorbeeld nog sanering nodigis afhankelijk van het bodemgebruik, of wanneer een bodemonderzoekvereist is bij bouwen en bestemmen. De vertaling van deze afwegingsruimte dientin het omgevingsplan plaats te vinden.Maatschappelijke opgaven zoals de klimaatadaptatie, de energietransitie, maar ook de achteruitgang in kwaliteit (organische stofgehalten, verdroging,vernatting en bodemleven)van de landbouwgrondenin onze regio, kunnenvoor inhoudelijkeverschuivingenin de aanpak van bodembeheer door gemeentenzorgen. Dit vraagt om een andere benaderingswijze en specifieke kennis van de bodem en ondergrond,uitgaande van het natuurlijke bodem- en watersysteem, inclusief haar potenties en kwetsbaarheden. De Provincie heeft een proces in gang gezet om de bevoegd gezag-taken die nu onderdeWet bodembescherming (Wbb) en de provincie vallen door middelvan een 'warme' overdracht over te dragen van provincie naar gemeenten. Het uitfaseren van deWbb heeft tot gevolg dat de bodemwerkzaamheden op een andere wijze ingericht moeten gaan worden. Binnende regio is nu de noodzakelijke bodemkennisaanwezig.
Het is belangrijk dat deze specifieke bodemkennisvoor de regio behoudenblijft en dat de toekomstige bodemwerkzaamheden op het juiste schaalniveau ingericht worden. Becijferd is dat de overdracht van bodemtaken 4 FTE met zich meebrengt. Als de bodemtaken naar de RUD Zuid-Limburgwordenovergeheveld is de impact op de begroting: € 381.322. Met dit scenario is in de voorliggendebegroting geen rekeninggehouden,in afwachting van landelijke besluitvorming over middelen. Europees 'Fit for 55'-pakket Het Europese milieubeleid berust op de beginselen van voorzorg, preventie en bestrijdingvan verontreiniging bij de bron, alsook op het beginsel dat "devervuiler betaalt'. De Europese Unie is bevoegd om op te treden op alle gebiedenvan het milieubeleid, zoals luchtverontreinigingen geluidshinder,afvalbeheer en klimaatverandering. In meerjarige milieuactieprogramma's is een kader vastgesteld voor toekomstige acties op alle gebiedenvan het milieubeleid. Het beleid heeft een centrale plaats gekregen in de beleidsvorming van de EU met de lancering door de Europese Commissie van de Europese Green Deal. De Europese Green Deal dateert van december 2019. De Europese Commissie heeft hierin de strategie uiteen gezet voorde verduurzaming van de Europese economie, met als doel om van Europa het eerste klimaat neutrale continent te maken.
De kern van de Green Deal vormt de Europese klimaatwet 2, die op 21 juli 2021 in werking is getreden.Om de beoogde EU-klimaatneutraliteit voor 2050 te halen, is in de Europese klimaatwet een bindendeEU-klimaatdoelstelling opgenomen voor 2030 van een binnenlandsereductie van de netto broeikasuitstoot (uitstoot na aftrek van compensatie) met ten minste 55% ten opzichte van het niveau van 1990. Met de Europese Green Deal voert de EU specifieke maatregelen in om deze klimaatambities en doelstellingente bereiken. En milieuambities zoals laatstelijk voorgesteld in het achtste EUMilieuactieprogramma van oktober 2020, welk programma ook de doelstellingenvan de Europese Green Deal ondersteunt. Om de doelstellingenvan de Green Deal en de Europese Klimaatwet realiseren heeft de Europese Commissie diverse, samenhangende wetsvoorstellen gepresenteerdin het 'Fit for 55’-pakket. Het eerste deel van het 'Fit for 55'-pakket dateert van juli 2021 en behelst uitgebreide en onderlingsamenhangende voorstellen voor herzieningvan diverseverordeningenen richtlijnen, almede bepaalde nieuwe wetgevingsvoorstellen op gebiedenals milieu, energie, emissiereductie, vervoer en financiering (zoals een sociaal klimaatfonds). Het tweede deel van december 2021, bestaat uit nieuwe voorstellen op het gebied van
9 Begroting RUD Zuid-Limburg2023
Znu/Limburg
energie en klimaat. Ook presenteerdede Commissie voorstellen op het gebied van mobiliteit en milieucriminaliteit. De nieuwe of scherpere verplichtingen die in de voorstellen zijn geformuleerd betekent dat Nederlandbeleid zal moeten formuleren waarmee het aan dezeverplichtingen kan voldoen. Fikse bindende opgaven voor Nederlandvolgen uit de extra reductieverplichtingin 2030 van ongeveer 15 megaton in de gebouwde omgeving, de mobiliteit, de landbouw en de lichte industrie,een doel voor groen waterstofverbruik en doelen voor energiebesparing en hernieuwbare energie. Bij het doorvoeren van de samenhangende voorstellen betekent dit een significante versnellingvan de klimaattransitie in Europa ten opzichte van het bestaande beleid. In 2022 zijn de lidstaten en het Europees Parlement aan zet om hun visie op het pakket te formuleren. De verwachting is dat de uiteindelijke vaststelling van elk van de onderdelenmogelijk tot 2023 kan duren. Circulaire economie Naast de klimaatneutraliteit per 2050, wordt in Nederlandook gestreefd naar een circulaire economie, gerealiseerd per 2050. Hiervoor moet in 2030 50% minderprimaire grondstoffenwordenverbruikt. Ook op regionaal en lokaal niveau moet hieraan mede invullingwordengegeven. De circulaire economie of kringloopeconomie is een economisch systeem waarin zo min mogelijk afval ontstaat.
Het streven is om producten aan het eindevan hun levensduurtehergebruiken of te recyclen i.p.v. ze weg te gooien. In een circulaire economie zijn kringlopen gesloten waarin grondstoffenen producten hun waarde zo weinig mogelijk verliezen en waardoor er geen sprake meer is van afval. Een gezondecirculaire economie is het verdienmodelvan duurzaamheid. Incidenteleinvesteringenop de korte termijn betalen zich op de lange termijn terug met economische en maatschappelijke winst. De afgelopen jaren is de aandacht voor circulaire economie fors toegenomen. Ook de internationale erkenningvan de circulaire economie is gegroeid: het heeft een plaats in de Greendeal en in het EU Actieplannen Circulaire Economie uit 2015 en 2020. Het zwaartepunt van het eerste Actieplan lag bij het wijzigen van de bestaande richtlijnenbetreffendeafvalstoffen. Deze richtlijnenzijn geïmplementeerdin onze nationale wet- en regelgeving, en onze organisatie past deze bijvoorbeeld toe bij Wabo-vergunningen. Het tweede actieplan omvat initiatieven om de hele levenscyclus van productente verduurzamen: initiatieven om bijvoorbeeld zowel het productieontwerp van producten, als ook het samenstellen, het (her)gebruiken en het recyclen van productenen grondstoffente vergroenen. Ook ligt er een nadruk op het voorkomen, verminderenen recyclen van afval.
Einde2021 is een Verkenningnaar kansen en belemmeringen in het VTH-instrumentarium om te sturen op circulaire bedrijfsvoeringen het stimuleren daarvan, in opdracht van het IPO door OmgevingsdienstNL uitgevoerd. Deze verkenningheeft waardevolle inzichtengeleverd die het bevoegd gezag Gedeputeerde Staten kunnenmeenemen in de verdere uitwerking van de gezamenlijke ambities en inzet van de provincies op Circulaire Economie. Het lijkt erop dat er nog veel maatwerk nodigis, vanwege de complexe en soms rigide (Europese) wetgeving om vanuit VTH echt te kunnenbijdragen. Gezien het overkoepelendeen integrale karakter van circulaire economie zijn er altijd meerdere organisaties nodigom het geheel aan mogelijkhedenin beeld te brengen. Een grondigeanalyse van de kansen voor de circulaire economie kan dus alleen uitgevoerd wordenin samenwerking met andere partijen; zowel overheidals marktpartijen. Knelpuntenin wet- en regelgeving kunnenmogelijk ook samen wordengesignaleerd en geanalyseerd. Voor deze knelpuntenkunnenwe samen met onze deelnemersoplossingen initiërenen uitwerken, zoals ruimte voor experimenten en snellere vergunningverleningbij circulaire initiatieven.
10 Begroting RUD Zuid-Limburg2023
rU
1% /uii/Limburg
Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen Per 1 juli 2022 zal een wetswijziging van deWet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) van kracht worden. Met dezewetswijziging wordt de politieke verantwoording over gemeentelijke en provinciale samenwerking versterkt en verbeterd. Een aantal aanpassingen van c.q. aanvullingen op bestaande instrumentenzijn geïntroduceerddie de volksvertegenwoordigingkan gebruiken om de eigen controlerendeen kaderstellenderol bij gemeenschappelijke regelingen beter in te vullen om de democratische legitimatie van de besluitvorming binneneen gemeenschappelijke regeling te vergroten. Daarbij gaat het om diverse maatregelen ter versterking van de toerusting en ondersteuningvan raads-/statenleden op het gebied van regionale samenwerking. En door meer ruimte te geven voor keuzes over dewerking van een gemeenschappelijke regeling, bijvoorbeeld het gebruik van zienswijzendoor gemeenteraden. Gemeenteraden en provinciale staten komen bij het aangaan van een gemeenschappelijke regeling meer op afstand te staan. Dat is inherentaan het huidige kader van verlengdlokaal bestuur. Dit uitgangspunt achter deWgr blijft. Wel krijgen gemeenteraden en provinciale staten op een aantal punten een betere informatiepositie zodat zij hun kaderstellendeen controlerenderol beter kunneninvullen. De wijzigingenzijn grofweg in te delenin drie categorieën: 1.
Versterken van de positie van gemeenteraden/provinciale staten bij besluitvorming in gemeenschappelijke regelingen (verruiming zienswijzen, introductiegemeenschappelijke adviescommissie, introductievergoedinglidmaatschap gemeenschappelijke adviescommissies en adviseurs). 2. Aanvullende controle-instrumentenvoor gemeenteraden/provinciale staten (introductie gemeenschappelijk onderzoeksrecht, verduidelijkingonderzoeksbevoegdheidlokale rekenkamers richting bestuur gemeenschappelijke regeling). 3. Verbeteren van de positie van gemeenteraden met betrekking tot het functionerenvan de regeling (afspraken over evaluatie, aanscherping afspraken uittreding,betere aansluiting begrotingscyclus gemeenschappelijke regeling op gemeentelijke cyclus). Het deel van de wijzigingswet dat rechten geeft aan volksvertegenwoordigers gaat per 1 juli 2022 meteen in. Voor het andere deel (verplichtingen om bestaande gemeenschappelijke regelingen aan te passen) geeft de wet een implementatieperiode van 2 jaar. Wet open overheid De Wet open overheid (Woo) vervangt de Wet openbaarheid van bestuur en treedtop 1 mei 2022 in werking. De Woo beoogt een transparante en actief openbaar makende overheid.
Met ditdoel kan het belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische rechtsstaat, de burger, het bestuur en economische ontwikkeling beter wordengediend.De Woo kent daarom de verplichting voor overhedenom bepaalde categorieën informatie uit eigen beweging openbaar te maken. Om actieve openbaarmaking structureel en duurzaam te kunnenorganiseren is het tevens van belang dat de informatiehuishouding van overhedenop orde is. De Woo bevat een algemene zorgplicht om documentenin goede, geordendeen toegankelijke staat te houdenen schrijft maatregelen voor om digitale documentenduurzaam toegankelijk te maken. Ook bepaalt deWoo dat er in de begroting en in dejaarlijkse verantwoording van elk bestuursorgaan een openbaarheidsparagraaf moet wordenopgenomen. Bestuursorganen zullen per 1 mei 2022 over 11 Begroting RUD Zuid-Limburg2023
RI
■ m Xi/ji'Limburg
tenminsteééncontactpersoon moeten beschikken ter beantwoording van vragen van het publiek over de beschikbaarheid van informatie. Het inwerkingtredenvan deWet open overheid heeft gevolgen voor de organisatie. Met name aan de actieve openbaarmaking zal extra aandacht besteed moeten worden. Er zal duidelijkmoeten wordenwelke documentenwel en welke documentenjuist niet uit eigen beweging openbaar gemaakt moeten worden.Het is belangrijk om werkproces(sen) in te richten om documentente ontdoenvan persoonsgegevens en/of andere informatie die niet voor openbaarmaking in aanmerking komt. Zo wordt efficiëntte werk gegaan en kan openbaarmaking sneller geschieden. Verder is het van belang dat de organisatie éénof meer contactpersonen aanwijst. Tot slot dienter stil te wordengestaan bij het (rijks)meerjarenplan voor de uitvoering van dewet. Het plan zal langetermijndoelenbevatten ter verbetering van de wijze waarop digitale documentenworden vervaardigd, geordend,bewaard, vernietigden ontsloten en de stappen die daartoe op korte(re) termijn zullen wordengezet. Uit het meerjarenplan zal blijken welke maatregelen de organisatie precies kan en moet treffen om digitale documententoegankelijk te maken.
1.4 Focus 2023 Ook in 2023 ligt onze focus op de uitvoering van de taken rondomvergunningverlening, toezicht, handhaving, klachtenafhandeling, advisering en onze specialistische taken rondomomgevingsveiligheid,bodem, lucht, geluid, energie, asbest en juridische advisering. De inzet van het VTH-instrumentarium beweegt mee met de veranderdeomgeving en wensenvanuit de samenleving. Wij willen het effect van onze inzet zo groot mogelijk maken en tegelijkertijd zo efficiëntmogelijk detaken voor onze deelnemersuitvoeren. Uit de Benchmark RUD Zuid-Limburgd.d.oktober 2021, uitgevoerd door TwynstraGuddeblijkt dat wij een efficiënte uitvoeringsdienstzijn. De conclusie van de onderzoekersis in deze: “Zowel de gehanteerde kentallen op de productenals de productiviteitsnorm, overhead% en het inhuur% zijn op zijn minst marktconform en op een aantal punten presteert de RUD Zuid-Limburgaantoonbaar beter dan het gemiddelde.De dienstis financieel in control.” Wel kunnenwij nog stappen zetten op het vlak van strafrecht. Ontwikkeimogelijkhedenzijn er op het gebied van programmeren, definancieringsmethodiek, het professionaliseren van het informatie- en datamanagement en dóórontwikkeling van business control.
Ten aanzien van de VTH-taakuitvoering zetten wij in op: • Steeds meer risicogerichte en resultaatgerichte toezicht en handhaving. Daarvoor zijn data onmisbaar, evenals goed een functionerend(e)VTH-applicatie, Digitaal Stelsel Omgevingswet en Inspectieview Milieu. Een en ander past geheel in de moderniseringvan het VTH-instrumentarium, zoals branche- en •
•
•
gedragsgericht toezicht. Meer en meer organiseren rondom maatschappelijke thema's en risico's in de leefomgeving, zoals Zeer ZorgwekkendeStoffen en energie, ketens van asbest, gronden afstromen vanuit de omgevingswaarden van een gebied. Goede invullingvan een rol in het vooroverleg met een vergunningaanvrager, samen met het bevoegd gezag en andere stakeholders. En daarmee het leveren van (VTH-)expertise aan de voorkant van een aanvraag. Een adviserenderol in de (regionale) beleidsvormingvan omgevingsvisies en -plannen. Onze inzet richt zich op de uitvoerbaarheid van onze VTH-taken en inbreng van onze VTH-expertise. Maar ook het belang van regionale afstemming van omgevingsplannen om onderandere wildgroei en versnippering van verschillenderegels voor geluid en lucht tegen te gaan. Daarmee voorkomen we complexere en 12
Begroting RUD Zuid-Limburg2023
rU
Hm /irn/Limburg
•
•
duurdereuitvoering van VTH. Versterken van het samenspel in de Big Eight. De Big Eight is een visuele weergave van de procescriteria die wettelijk zijn vastgelegd. Deze procescriteria geldenvoor alle bestuursorganen die verantwoordelijk zijn voor beleid- en uitvoering van VTH-taken. Meer focus op monitoring van data van omgevingskwaliteit om de kwaliteit in de leefomgeving te kunnen volgen en maatregelen te kunnenbeoordelen.
Richting de toekomst betekent dit dat het informatie gestuurd werken de basis zal moeten vormen voor ons handelen in de breedste zin van het woord. Hierbij gaat het om een het gerichte proces van dataontwikkeling tot informatie en het ontsluiten van deze data zodat deze kan wordentoegepast in besluitvormingsprocessen. Energieen bedrijven Volgens het regeerakkoord 2021 - 2025 wordt de klimaatverandering gezien als een van de grootste uitdagingen voor onze generatie. Een en ander betekent dat een goed klimaatbeleid kansen biedt om een duurzame en sterke economie op te bouwen. Onderdeeldaarvan is met behulp van bepaalde toekomstplannen de industriein de toekomst te laten draaien op zo weinig mogelijk schone energie en op zogenaamde biogrondstoffen.Om deze aanpak te doenslagen is afstemming tussen overheden, bedrijfslevenen samenleving noodzakelijk. Niet alleen op basis van vrijblijvendheid,maar ook op basis van bepaalde maatwerkafspraken zullen we ervoor moeten zorgen dat de Nederlandseindustriehierbij bepaalde duurzame normen stelt. Daarmee versterken we niet alleen het vestigingsklimaat, maar trachten we ook de duurzame werkgelegenheidvoor Nederlandte behouden.
Een van de consequenties van deze industrietaakstelling is dat we er rekening mee moeten houdendat de landelijke energieaanpak bij alle bedrijvenin de nabije toekomst meer aandacht moet gaan krijgen en daarmee ook zal leiddentot een toename van inzet op dit milieuaspect. Inmiddelsis ook aangekondigd dat hiervoor op termijn extra middelenter beschikking zullen komen en zal rekeninggehoudenmoeten worden met een toename van uitvoering van dit soort werkzaamheden door ons in 2023 en volgendejaren. Voorbeelden van specifieke aandachtsgebieden daarbij zijn o.a. de informatie- en energiebesparingsplicht o.b.v. het Activiteitenbesluit, het verduurzamen van het MKB en de label C-verplichting voor kantoren.
13 Begroting RUD Zuid-Limburg2023
[/Limburg
2
BEHEER VAN DE RUD ZUID-LIMBURG
Taken De taken van de RUD Zuid-Limburgzijn het in opdracht van gemeentenen Provincie, individueelen collectief, uitvoeren van wettelijke taken en adviestaken op het terrein van milieu, op een zo efficiënt mogelijke wijze en op een goed kwaliteitsniveau. De RUD Zuid-Limburgheeft daartoe werknemers in dienst en verwerft op contractbasis personele capaciteit en/of specifieke kwaliteit van extern personeel. Activiteiten RUD Zuid-Limburg-breed Op dienstniveau wordenafspraken gemaakt met de opdrachtgevers over inhoudelijkeen financiële verantwoording. Naast het rapporteren van gegevens als zodanig, is ook het tijdig bespreken en tussentijds communiceren met de opdrachtgevers een belangrijk aspect. De activiteiten wordenopgenomen in een jaarlijks werkprogramma dat besproken en afgestemd wordt met de opdrachtgevers, waarna door hen het werkprogramma wordt vastgesteld. Van de dienstkunnende opdrachtgevers verwachten dat detaakuitvoering conform devastgestelde kwaliteitscriteria
is.
SpeerpuntPrestatie Proactief informeren van opdrachtgever
Periodiek overleg opdrachtgever
Uitvoeringskwaliteit op landelijk niveau
indicator
2 maal per jaar voortgangsrapportage en 1 eindrapportage conform planning in werkprogramma Per kwartaal overleg tussen opdrachtgever en opdrachtnemer (contracthouders en accountmanagers) Werken conform de kwaliteitscriteria
VTH-taken De RUD Zuid-Limburgvoert voor ca. 3.800 inrichtingen,waarvan ruim 1.300 basistaak-inrichtingen, verschillende(vuurwerk)evenementenen het buitengebiedde volgendewerkzaamheden uit: • Behandeling van jaarlijks circa 600 vergunningaanvragen (inclusief vooroverleg) • Beoordelingvan circa 1.500 meldingen(Activiteitenbesluit, bodemmeldingenen overige). • Behandeling en afhandeling van circa 1.550 klachten en incidentmeldingen • Uitvoering van circa 2.100 controles (o.a. milieucontroles, bouw- en bodemtoezicht) Uit bovenstaande zaken ontstaan ook vaker bezwaarhandhavingszaken (circa 150). 2.1
en beroepsprocedures, zienswijzen, bestuursrechtelijke
Vergunningverlening
Vergunningaanvragen moeten binnenwettelijke termijnenwordenafgehandeld en meldingenmoeten beoordeeldwordenop juistheid en volledigheid.Beide procedures moeten geïntegreerdwordenbehandeld in het kader van de Omgevingswet, waarbij aansluiting moet zijn met de gemeentelijke loketten. De door de burgers en bedrijveningediende documentenwordengetoetst en kunnenbij volledigheiden juistheid leiden tot een vergunningdie door het betreffendebevoegd gezag wordt verstrekt. 14 Begroting RUD Zuid-Limburg2023
pi 1% /im/Limburg
Speerpunt
Prestatie indicator
Informatievoorziening/meten
Tijdigevergunningen
95% van de vergunningen,voorbereid met de uitgebreide procedure, dient binnende wettelijke behandeldte zijn tenzij door de aanvrager wordt
VTH-applicatie op basis van aanvraagén besluitdatum Communicatie middels voortgangsrapportages
Tijdige advisering over de te nemen beslissing op een aanvraag
Kwaliteit
Actualiteit
ingestemdmet termijnoverschrijding. 95% van de vergunningenvoorbereid met de reguliere procedure, dient binnende wettelijke termijn behandeld te zijn. 95% van de adviezen over de te nemen beslissing op een aanvraag dientbinnende afgesproken termijn gegeven te zijn tenzij wordt ingestemd met termijnverlenging Vergunningenc.q. adviezen over de te nemen beslissing op een aanvraag voldoen aan de meest actuele wet- en regelgeving (normen, BREF’s, richtlijnen etc.) en het beleid van de opdrachtgever. Van de bezwaarschriften mag maximaal 15% gegrondworden verklaard. Vergunningenwordenbinnende daarvoor geldendetermijnen aangepast aan BBTconclusies/BREF’s.
VTH-applicatie adviesaanvraag adviesdatum
op basis van én
Rechterlijke toets c.q. uitspraak Raad van State Communicatie middels voortgangsrapportages
Rechterlijke toets c.q. uitspraak Raad van State in relatie tot toezichts- en handhavingsacties
Ook in 2023 zullen een aantal ervaren vergunningverlenersvia natuurlijk verloop (o.a. (pre-)pensioen) de organisatie gaan verlaten. Aanvulling vanuit de arbeidsmarkt van milieuvergunningverlenersmet minimaal 3 jaar ervaring is gelet op de openstaande vacatures uit de voorgaande jaren niet te verwachten. De druk op het reguliere vergunningenwerkis daardoor groot, is een aandachtspunt en vormt tevens een risico. Mede door de Omgevingswet en de daardoor toegenomen werkdruk, komen ook de actualisering en overige vergunningprojectenhierdoor verder onderdruk te staan. Wij blijven in 2023 investerenin het opleidenvan trainees en schoolverlaters met een geschikte vooropleiding. Het kost echter minimaal 3 tot 5 jaar om te kunnenspreken van een dusdanigkennisniveau om devergunningaanvragen van decomplexe tot zeer complexe bedrijvenzelfstandig te kunnenafhandelen. Daarnaast komt de begeleidingvan dezegroep medewerkers bij het steeds kleiner wordendeteam ervaren vergunningverlenerste liggen.
15 Begroting RUD Zuid-Limburg2023
pU
■ m /im/Limburg
2.2
Toezicht
De RUD Zuid-Limburghoudt toezicht in overeenstemming met de vastgestelde dienstverleningsovereenkomsten en werkprogramma's van de partners, en (landelijke) kaders/afspraken die voor toezicht gelden.Het uitoefenen van toezicht bij de BRZO- en RIE-4-bedrijvenwordt eveneenslandelijk afgestemd met de collega BRZO-omgevingsdienstenen via BRZO+ met veiligheidsregio's, de Nederlandse Arbeidsinspectie, het Openbaar Ministerie en het Rijk. De uitvoering van het toezicht zal steeds meer gericht zijn op (duurzaamheids)thema's zoals emissies van stoffen naar de lucht, het terugdringenvan C02 uitstoot, maar ook het terugdringenvan emissies van Zeer ZorgwekkendeStoffen. Daarnaast zal de analyse van data een steeds belangrijkere rol gaan innemenbij het uitvoeren/prioriteren van het toezicht, waarbij ook gedragsbeïnvloedingen communicatie een belangrijke thema's blijven. In 2022 wordt door onze partners een uniform uitvoerings- en handhavingsbeleid vastgesteld voor de basistaken. Onderdeelvan dit beleid is onderandere een risicogerichte(re) benadering van het toezicht, waarbij defocus steeds meer komt te liggen op die aspecten/activiteiten waar de risico's het grootst zijn en het naleefgedrag laag is. Op basis van de risico's vindteen inschatting plaats hoe vaak en intensiefwe inspecties uitvoeren. Als we daar aanleiding toe zien, houdenwe ook steekproefsgewijs of themagericht toezicht.
In voorkomende gevallen wordt hierbij ook gekozen voor onaangekondigde inspecties. Bij overtredingengebruiken we de bestuursrechtelijke instrumentenom overtredingente beëindigen.Hierbij is dedoor onze partners vastgestelde Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) leidend. Onze beschikbare toezichtcapaciteit zetten wij met name in voor het uitvoeren van reguliere milieu-inspecties, de afhandeling van klachten en incidenten.Tevens wordt er ingezet op inspecterenvan vuurwerkopslagen, vuurwerkevenementen,alsmede het inzettenop regionale en landelijke projecten. Daarnaast houdenwij toezicht met betrekking tot bodem, bouwconstructies, brandveiligheiden asbest belegd. Met een overspannen arbeidsmarkt en vergrijzendpersoneelsbestand staat onze beschikbare toezichtcapaciteit meer en meer onderdruk. Wij sluiten niet uit dat ditconsequenties zal hebben voor de uitvoering van de werkprogramma ’s. Dan zullen we hierover ook het gesprek voeren met de opdrachtgevers. Medewerkerszullen ook in 2023 opleidingenvolgen om te kunnenblijven voldoenaan de landelijk vastgestelde kwaliteitscriteria voor toezicht en handhaving. Bij toezicht wordt informatie verzameld over het feit of een activiteit voldoet aan de in de vergunningen/of algemene regels gestelde eisen. Waarna over de verzamelde informatie een oordeel wordt gevormd.
Onderhandhaving wordt verstaan: het overgaan tot het opleggen van (herstel)sancties indienuit het toezicht blijkt dat niet aan de gestelde eisen wordt voldaan.
16 Begroting RUD Zuid-Limburg2023
Speerpunt
Prestatie indicator
Informatievoorziening/meten
Kwaliteit
Toezichtrapporten voldoenaan de meest actuele wet- en regelgeving en het beleid van de opdrachtgever. 95% van de handhavingsbesluiten worden genomen binnende daarvoor afgesproken termijn. Uitvoering werkprogramma opdrachtgever zoals onderlingafgesproken Hanteren van vastgesteld handhavingsbeleid opdrachtgever
Rechterlijke toets c.q. uitspraak Raad van State
Tijdigheid Uniformiteit
VTH applicatie op basis van (verzoek- én)besluitdatum Voortgangsrapportages Voortgangsrapportages
De juridische advisering en procesvoering van detoezichts- en handhavingstaken vraagt veel capaciteit. De vraag naar juridische capaciteit voor toezicht en handhaving overschrijdt al meerderejaren de omvang van de formatie. Het verschil is aangevuld met inhuur. Aangezien deze vraag naar juridisch advies op het gebied van handhaving structureel blijkt te zijn is in deze begroting voorgesteld deze capaciteit structureel in laten groeien via de begroting 2023. Hiermee wordt ook recht gedaan aan de uitkomsten van de recent uitgevoerde benchmark door TwynstraGuddewaarin wordt voorgesteld dejuridische productente voorzien van eigen kentallen en deze mee te nemen in de werkprogramma's, en deze niet ex post op declaratiebasis als meerwerk te factureren. Een van de aanbevelingen uit het rapport van de commissie Van Aartsen behelst het meer inzetten op strafrechtelijke handhaving en vervolging. In de gehele keten dienthieraan meer prioriteit toegekendte wordenmet de daarbij behorendecapaciteit en inzet. Voor de omgevingsdienstenbetekent dit concreet het aanstellen van BOA's, zogenaamde buitengewone opsporingsambtenaren. In 2020 is een pilot gestart binnenonze organisatie, bestaand uit een 0,5 FTE aan BOA-capaciteit. De pilot wordt afgerond op 1 juli 2023, dan hebben wij ervaringscijfers over de inzet van BOA's bij de RUD ZuidLimburg.
Om daadwerkelijk invullingte kunnengeven aan voornoemde aanbeveling van de commissie Van Aartsen zal gelet op de omvang van het totale takenpakket naar schatting 3 FTE benodigdzijn aan BOAcapaciteit. Nu zijn twee medewerkers opgeleid tot BOA en zullen zij in het kader van de pilot elk 0,25 FTE bestedenaan BOA-taken. Voor een structurele invulling is op basis van de kwaliteitscriteria vereist, dat minimaal 3 medewerkers tot BOA zijn opgeleid. Vooruitlopend op de uitkomsten van de evaluatie van de pilot is in deze begroting de bekostiging voor 1 FTE aan BOA-capaciteit opgenomen vanaf 1 juli 2023. Afhankelijk van de evaluatie van de pilot wordende consequenties voor de begrotingen vanaf 2024 bepaald.
17 Begroting RUD Zuid-Limburg2023
pI
■ m Xiiii/Limburg
2.3
Advisering en Onderzoek
De organisatie toetst, controleert, adviseert, voert onderzoeken/metingenuit dan wei voert beheersmaatregelen uit over de onderwerpenenergie, geluid, lucht, bodem en omgevingsveiligheid. Daarnaast participeren de medewerkers in de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van beleid op deze taakvelden en houdenzij rekening met eventuele innovaties bij de uitvoering van de geleverde producten en gevolgde werkwijzen. Speerpunt Kwaliteit
Tijdigheid
Prestatie indicator De adviezen bevatten heldere conclusies en zijn transparant in de afwegingen 95% van de adviezen is voor de afgesproken termijn aan de opdrachtgever verzonden
Adviestaken Specialistische adviezen buiten het werkprogramma
Informatievoorziening/meten Tevredenheidopdrachtgever
Voortgangsrapportages
om wordenop basis van een kostenraming achteraf
gefactureerd.
18 Begroting RUD Zuid-Limburg2023
rU
lm /ui:(Limburg
3
FINANCIEEL
Voor de RUD Zuid-Limburgis het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) van toepassing. Conform het BBV zijn wij verplicht de baten en lasten uit te splitsen in taakvelden. Aangezien wij voor zowel de Provincie Limburg als voor de Zuid-Limburgsegemeentenwerken dienen wij hierbij onze baten en lasten te splitsen volgens de gemeentelijke indeling.Volgens deze gemeentelijke indelingwerken wij voor onze primaire taakuitvoering uitsluitendin ééntaakveld, namelijk het taakveld "Milieubeheer". Het taakveld Overhead is opgenomen in hoofdstuk 5 van deze begroting. Algemeen Zie het financieel overzicht in paragraaf deelnemer.
5.4 voor de totale begroting en bijlage 6.2 voor de bijdrage per
Aanpassingen De belangrijkste wijzigingen in 2023 ten opzichte van de begroting 2022 zijn: Toename begrote kostenx € 1.000,Loonindexinclusief herijking Indexmateriële kosten Toename juridische capaciteit vergunningen Toename juridische capaciteit toezicht BOA 2023 (periode juli t/m december) Data-analist OndersteuningHR Communicatie Kosten licenties en databronnen Kosten omzetting inrichtingennaar mba Overige (risico opslag) Totaalmutatiebegroting 2023t.o.v. 2022
215 30 91 273 46 91 22 50 23 352 17 1.210
• Toename personeel. Er is een toename van juridische capaciteit in de begroting opgenomen. De juristen werken al jaren onder hoge druk. Dat geldt met name bij handhaving maar ook, zij het in minderemate, bij vergunningen.Dit heeft ertoe geleid dat er extra is ingehuurdop juridischecapaciteit. Aangezien deze inhuur structureel is wordt deze nu geformaliseerd in de formatie. Dit betekent een toename van 1 FTE vergunningsjuristen 3 FTE handhavingsjuristen. De totale financiële impact van dezetoename in de begroting is € 285.000. Bij HR is behoefte aan ondersteuningvan 0,4 FTE. Deze ondersteuningkost€ 26.000. Het gebruik van data als informatiebron en als element van sturing en duidingvan ontwikkelingenwordt steeds belangrijker. Op dit moment hebben wij deze expertise niet in huis. Uit de hiervoor genoemde benchmark blijkt dat we daarin achterlopen. Daarom hebben wij in de begroting 2023 een data analist opgenomen om ons op dat vlak te versterken. De kosten van deze data analist bedragen € 90.000. Voor BOA-capaciteit is vanaf 1 juli 2023 een FTE opgenomen, zoals hiervoor al beschreven staat onder paragraaf 2.3. Verderis er € 50.000 opgenomen om decommunicatie te versterken, ten behoeve van de blijvendeaandacht voor het thema ‘Groeien naar partnerschap ’ uit deToekomstagenda. 19 Begroting RUD Zuid-Limburg2023
p ■ m /mi/Limburg
Voor een periode van 3 jaren (2023, 2024 en 2025) is rekeninggehoudenmet inhuur personeel ten behoeve van omzetting inrichtingenbestandnaar mba voor een bedrag van € 352.000 per jaar. • De prijsindex2023 In de begroting van de RUD Zuid-Limburgwordt dezelfdeindexeringgehanteerd als bij deVeiligheidsregio Zuid-Limburggebaseerd op CPB-indexcijfers.Deze bedraagt voor 2023 1,5% voor materiële kosten. Voor de jaren erna geldteveneens 1,5% per jaar. Voor de lonen is de prijsindexvoor 2023 2,3%. Voor 2024, 2025 en 2026 is thans een loonstijging voorzien van resp. 2,1%, 2,4% en 2,4%. Deze cijfers liggen ver van de inflatiecijfers, zoals we dezeten tijde van het opstellen van deze begroting kennenen vormen derhalve een reëel risico. Volgens onze werkgeversverenigingzullen per 15 september 2022 de onderhandelingenover een nieuwe cao SGO voor de periode na 2022 starten. Indiende salarisonderhandelingen daartoe aanleiding geven zullen wij het bestuur daarover informerenen vervolgstappen bespreken.
3.1
Lasten
Personeelskosten De personeelskosten van de RUD Zuid-Limburgzijn in 2023 gebaseerd op een formatie omvang van de RUD Zuid-Limburgvan 122,75 FTE, waarvan 110 FTE direct. Deze formatie wordt niet volledig ingevuldmet vast personeel, maar er wordt gewerkt met een flexibele schil om pieken en dalen op te vangen. De flexibele schil is in personen gerekendbij het opstellen van deze begroting 15,3%, in FTE gerekendis het ongeveer 10%. De arbeidsmarkt voor VTH-professionals is ook in 2021 weer krapper gewordenen we verwachten dat dit in de periode waarop deze begroting betrekking heeft niet zal veranderen. Vacatures zijn heel moeilijk in te vullen. Mocht er al het alternatief bestaan om iemand op inhuurbasis te krijgen, dan moeten wij anno nu ook fors meer betalen. In de vorige begroting is aangegeven dat wij inzettenop een flexibele schil van 10%. Dit streven moeten wij bijstellen naar 15%. Op het moment van het opmaken van deze begroting is een traject van herijking van functies al gestart. Op basis van de gegevens die thans beschikbaar zijn, is de inschatting dat er een stijging van de personeelskosten zal plaatsvinden als gevolg van deze herijking. De totale impact wordt ingeschat op ca. € 100.000, echter ditkan ook hoger uitvallen. Daarnaast is in deze begroting rekeninggehoudenmet omzetting van inrichtingennaar mba in het kader van invoering van de omgevingswet.
Dit betreft een traject van 3 jaren en wordt ingevuldmet tijdelijk personeel en betekent een verhoging van deflexibele schil over die periode met 3%. Opleidingskosten personeel Het bedrag dat is opgenomen in de begroting als opleidingskostenbetreft het ondermeer op peil houdenvan de kennisvan volledig voor de taakuitoefening toegerust personeel om aan de landelijke kwaliteitscriteria te voldoen. Eveneensvalt onderdeze post de opleidingskostenom medewerkers zich verderte laten ontwikkelen maar ook om nieuwe jonge medewerkers in de vorm van een traineeship aan te trekken. Het belang van opleiding(en)voor eigen medewerkers manifesteert zich meer en meer. Men mag van onze dienstverwachten dat wij inzetten op behoud en uitbouw van kennis, ook op het vlak van digitalisering. Zeker in een toekomstige, krimpendearbeidsmarkt.