8. Bijlage 4a 210730 HSI-projectplan Parkstad-Zuid finaal.pdf
Tekst van het document
Statkraft Markets B.V. ITO Toren, Gustav Mahlerplein 100, 1082 MA Amsterdam KvK.nr.: 33304386
www.statkraft.nl Contactpersoon
Heike Sittel Projectontw kkelaar Wind M: Heike.Sittel@statkraft.com T: 06 50126170
In samenwerking met volgende adviesbureaus
Pondera Nederland Amsterdamseweg 13 6814 CM Arnhem 088 – pondera (088-7663372) info@ponderaconsult.com
Oog voor Schoonheid landschapsarchitectuur Wamberg 10 5258 SM Berlicum
Samenvatting De afgelopen periode heeft Statkraft in samenwerking met het landschapbureau Oog Voor Schoonheid Landschapsarchitectuur (OVSL) en Pondera uw marktuitvraag nader onderzocht en uitgewerkt. In dit projectplan willen wij laten zien dat wij een windpark kunnen ontwikkelen dat voldoet aan de door u geformuleerde “donker groene” ambities. Ambities die goed aansluiten onze gebruikelijke wijze van ontwikkelen van duurzame energieprojecten. In dit hoofdstuk vatten wij onze aanpak en onderzoeksresulaten samen. Dit doen wij aan de hand van een tabel die aansluit op het beoodelingskader dat is opgenomen in de marktuitvraag. Dezelfde indeling is gebruikt voor de opbouw van overige deel van het projectplan. In de inhoudelijke hoofdstukken beschrijven wij hoe wij de ambities willen bereiken en vatten wij de uitgevoerde onderzoeken over landschap en naar potentieel beschikbare fysieke ruimte samen. De onderzoeken zijn als bijlagen integraal aan het projectplan toegevoegd. In onderstaande figuur (blauwe cirkels) tonen wij de gebieden die Statkraft als potentiële ontwikkelgebieden voor windturbines voorziet.
Figuur 1 Ontwikkelgebied windenergie Parkstad – Zuid
In dit gebied kunnen wij 3 tot 4 moderne windturbines plaatsen. Statkraft heeft nog geen keuze gemaakt in turbinetype. Het projectplan beschrijft de mogelijkheden voor een bandbreedte. De onderkant van de bandbreedte bestaat uit turbines met een ashoogte en rotordiameter van elke 130 meter. Als bovenkant van de bandbreedte hebben we een turbinetype met een ashoogte van 160 meter en een rotordiameter van eveneens 160 meter beschouwd.
i
Tabel 1.1 Samenvattend overzicht ambities
Ambitie Statkraft
Toelichting op het bereiken van de ambitie
Stakeholders- en krachtenveldanalyse Donkergroen Er is een heldere aanpak van de thema, stakeholder- en krachtenveldanalyse weergeven. De belangrijkste stakeholders zijn geïdentificeerd. De thema’s/krachten zijn na de eerste inhoudelijke gesprekken en enquêtes aangevuld. Er volgen nog een aantal gesprekken met bewoners en organisaties. Daarom is de krachtenveldanalyse (thema analyse) al weergeven, maar kan mogelijk nog worden aangepast. Communicatie- en participatieplan omgeving Donkergroen We hebben een eerste concept rondom onze aanpak voor communicatie en participatie opgezet. In onze aanpak proberen we een duidelijke relatie tussen thema’s, belanghebbenden, communicatie en participatie weer te geven. Voor het proces in de volgende fase is al een schema te vinden in figuur 6. Daanaast zal Statkraft nog een aantal belanghebbenden spreken zoals aangegeven in de krachtenveldanalyse in bijlage 2. Extra aandacht voor grensoverschrijdende aspecten bij plannen waar dit aspect relevant is Donkergroen Ten aanzien van omgevingsmagement: Duitse kern Horbach op tijd betrekken in het proces en gelijk behandelen zoals andere dorpen in de invloedssfeer van 10 keer de tiphoogte en gemeente Aken als belangrijke stakeholder op tijd spreken om te informeren.
Ten aanzien van effecten op objecten en gebieden in Duitsland: in de ruimtelijke analyse zijn de objecten en gebieden in Duitsland meegenomen en beschreven. Vooralsnog gaan we uit van de Nederlandse geluid- en slagschaduwnormen1 voor in Duitsland gelegen objecten. In een volgende fase, wanneer geluidsberekeningen worden uitgevoerd, zullen we desalniettemin onderzoeken in hoeverre de effecten van het Nederlandse windpark voldoen aan de Duitse normen. Dit inzicht vinden wij namelijk belangrijk voor het gesprek met de Duitse stakeholders. Profijtplan/Maatschappelijke baten vloeien maximaal terug naar gemeenschap Donkergroen Statkraft houdt zich aan de NWEA gedragscode en gaat zelfs verder. Door het gezamenlijke ontwikkelen met de lokale gemeenschap/coöperatie kunnen zij bepalen hoe baten terug moeten vloeien naar de lokale mensen. Sowieso worden er een aantal opties voorgesteld zoals het inrichten van een omgevingsfonds, compensatie van de stroomkosten en/of het gratis installatie van zonnepanelen voor partiuliere woningen binnen het projectgebied. Lokaal eigendom Donkergroen
Voor Statkraft is lokaal eigendom geen doel op zich, maar staan de wensen van de omgeving centraal. Lokaal eigendom van meer dan
1
In verband met de uitspraak van de RvS op 30 juni jl. over windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding/Nevele-arrest (ECLI:NL:RVS:2021:1395) besteden wij aan de beoordeling van de effecten van geluid, slagschaduw en externe veiligheid in dit plan bijzondere aandacht. 2 https://www.nwea.nl/wp-content/uploads/2020/11/20201103-Gedragscode-WoL-opgemaaktFINAL.pdf
ii
75% is zelfs mogelijk, maar sterk afhankelijk van draagkracht, risicobereidheid en wensen van de omgeving. Statkraft neemt als uitgangspunt dat de lokale betrokkenheid vanaf het begin van de ontwikkeling leidend is, en helder zal maken welk percentage verantwoord haalbaar is. Coöperatieve ontwikkeling Donkergroen
Statkraft organiseert de samenwerking met een lokale burger coöperatie die vanaf het begin van het ontwikkeltraject betrokken wordt. Daarom is Statkraft al sinds februari 2021 in gesprek met de coöperatieve initiatiefnemers Duurzaam Heerlen en De Omslag. Statkraft zal ervoor zorgen dat de omwonenden hun stem kunnen laten horen en dat kan via de bestaande coöperaties of via een nieuwe coöperatie. Belangrijk is dat de coöperatie die het project mede ontwikkelt een voldoende mate van gedragenheid bij de inwoners heeft. Financiële uitvoerbaarheid Donkergroen
Geen grondspeculatie Donkergroen
Statkraft kan 100% van het vermogen inbrengen waardoor bankfinanciering niet noodzakelijk is. Daarnaast kunnen we een vorm van garantie ter hoogte van de leges aan het begin van het ontwikkeltraject regelen. Statkraft kan het windpark zekerheid van inkomsten bieden, middels een Power purchase agreement (PPA). Statkraft werkt met het principe van de gesocialiseerde grondvergoeding waarbij alle grondeigenaren en inwoners binnen 5 keer de rotordiameter van een windturbine profijt van het windpark zou kunnen hebben. De verdeelsleutel wordt door de hen zelf bepaald voordat de omgevingstafel bijeenkomt.
Uitvoerbaarheid Donkergroen
Grondeigenaren: Statkraft heeft zicht op een viertal gebieden waar ruimte beschikbaar is voor een potentiële windturbine. Twee gebieden zijn gelegen op een beschikbare ontwikkellocatie op de grond van de gemeente en het grensoverschrijdende bedrijventerrein. Voor een derde gebied heeft Statkraft een getekende intentieverklaring van een grondeigenaar hebben kunnen bemachtigen en heeft het RVB een positieve reactie afgegeven. Voor het vierde gebied lopen momenteel gesprekken. De huurders van het pand hebben een eerste positieve reactie afgegeven. Netaansluiting: Tot op heden is voldoende capaciteit op het station Terwinselen beschikbaar. De investeringsplannen van Enexis laten zien dat er een capaciteitsuitbreiding tussen 2023-2025 gepland staat om mogelijke congestieproblemen op te lossen. Goede ruimtelijke Ordening Donkergroen Haalbaar plan met zicht op realisatie: Uit de verdiepende ruimtelijke en milieutechnische analyse zien we ontwikkkelmogelijkheden voor windenergie in de deelgebieden 1 en 4 . Binnen het geïdentificeerde ontwikkelgebied bestaat ruimte voor het ontwikkelen van een windpark met 3 tot 4 windturbines, waarbij voldaan kan worden aan de Nederlandse (lokale) wet- en regelgeving. Wel zijn er punten van aandacht en dient een aantal aspecten nader onderzocht te worden.
Het aanvullend onderzoek moet aantonen welke eventuele (mitigerende) maatregelen getroffen moeten worden om aan de normen
iii
te kunnen voldoen. Daarnaast wil Statfraft in een latere fase in samenspraak met de omgeving nader verkennen welke onderzoeken, opstellingsvarianten en maatregelen getroffen kunnen worden om het plan voor alle stakeholders, zowel in Nederland als Duitsland, zo acceptabel mogelijk te maken. De ruimtelijke en milieutechnische analyse laat zien dat hiervoor ruimte is. Landschap niveau 1: samenhangend regionaal totaalconcept. Ambitie = het versterken van een regionaal beeld/karakteristiek waar de opwekking van windenergie aan bijdraagt. Donkergroen Gelet op de bestaande situatie en de (on-) mogelijkheden om nieuwe windturbines te ontwikkelen, lijkt het concept ‘zwerm van clusters’ het best passend en ook praktisch uitvoerbaar. Dit concept versterkt het huidige beeld van min of meer losse, zelfstandige clusteropstellingen met elk hun eigen kenmerken(qua aantal, interne ordening, turbinetype en -dimensies). Dit concept biedt ruimte om binnen de zoekgebieden en binnen de kansrijke plekken binnen de zoekgebieden 1 en 4 een nieuwe opstelling van enkele turbines toe te voegen, waarbij de al bestaande clusters / opstellingen worden gerespecteerd én waarbij deze hun eigen proces van sanering of opschaling kunnen doorlopen, zonder directe onderlinge afhankelijkheid. Dit concept markeert de grens van Nationaal Landschap Zuid-Limburg (langs de A76) nadrukkelijker dan nu het geval is.
Landschap niveau 2: opstelling windturbines. Ambitie = leesbare lijnopstellingen, visuele rust en ritmische continuïteit. Donkergroen Binnen het concept ‘zwerm van clusters’ en gelet op de belemmeringen is er zowel bij turbines met een ashoogte en rotordiameter van 130 meter en 160 meter binnen de kansrijke plekken ruimte voor een vrije opstelling van 4 turbines of voor meer gelijkmatige opstellingen van 3 + 1 turbines. De vrije opstelling lijkt het meest passend binnen de huidige context van een vrij willekeurige, clustergewijze verspreiding van al aanwezige windturbines in de omgeving. Landschap niveau 3: windturbinespecificaties. Ambitie = een terughoudende vormgeving van de turbines en eenheid binnen de lijnopstellingen. Donkergroen Binnen de opstelling wordt één type turbine voorgesteld (dus 3 of 4 gelijke turbines), om de eenheid van de totale opstelling te benadrukken. De turbines zijn eenduidig van maatvoering en in hun verhouding tussen ashoogte en rotordiameter (min of meer gelijk). De turbines zijn ook gelijk qua kleurstelling. De kansrijke plekken waarbinnen de turbines opgesteld kunnen worden liggen min of meer op gelijke hoogte (170 - 180 meter boven NAP). De definitieve hoogteligging wordt in de definitieve planfase nader uitgewerkt. Landschap niveau 4: ambitie = zorgvuldige inpassing van de windturbines in de omgeving met oog voor detail en ruimte.
Donkergroen De inrichting van de standplaatsen van de turbines zal sober en eenduidig zijn. Randvoorzieningen voor de aansluiting op het elektriciteitsnet en voor de beveiliging worden ingetogen vormgegeven. Ook dit niveau wordt in de definitieve planfase nog nader uitgewerkt. De provincie Limburg biedt hiervoor goede handvatten (zie Handvat Kernkwaliteiten Nationaal Landschap Zuid-
iv
vi
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ................................................................................................................................................... 2
2.
Omgevingsparticipatie ............................................................................................................................. 3
2.1 Stakeholder- en thema-analyse .............................................................................................................. 3 2.2 Communicatie- en participatie met de omgeving .................................................................................... 9 2.3 Extra aandacht voor grensoverschrijdende aspecten ........................................................................... 16 3.
Financiën ............................................................................................................................................... 17
3.1 Profijtplan/Maatschappelijke baten vloeien maximaal terug naar gemeenschap ................................. 17 3.2. Lokaal eigendom ................................................................................................................................... 20 3.3. Coöperatieve ontwikkeling .................................................................................................................... 22 3.4. Financiële uitvoerbaarheid .................................................................................................................... 23 3.5. Geen grondspeculatie ........................................................................................................................... 23 3.6. Uitvoerbaarheid ..................................................................................................................................... 24 4.
Ruimtelijke inpassing ............................................................................................................................. 27
4.1 Landschap niveau 1: Samenhangend regionaal concept ..................................................................... 35 4.2 Landschap niveau 2: opstelling windturbines ........................................................................................ 35 4.3 Landschap niveau 3: windturbinespecificaties ...................................................................................... 36 4.4 Landschap niveau 4: zorgvuldige inpassing van de windturbines in de omgeving met oog voor detail en ruimte ........................................................................................................................................ 37
Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11
Methodiek stakeholder- en thema-analyse Krachtenveldanalyse en Participatieplan Communicatiemiddelen matrix Extra aandacht voor grensoverschrijdende aspecten Mogelijke participatie-instrumenten voor de Duitse omgeving Haalbaarheidsonderzoek ruimtelijke inpassing v2.0 Eindconcept quickscan landschap Parkstad Zuid dd 24-07-21 Overzicht persoonlijke gesprekken en enquête Mail projectorgansiatie Terugkoppeling gezamenlijk afstemmingsoverleg Intentieverklaring Intentieverklaring
1. Inleiding De gemeenten Heerlen, Simpelveld en Kerkrade hebben op 22 februari 2021 de markuitvraag Parkstad Zuid gepubliceerd. Met deze marktuitvraag nodigen zij initiatiefnemers uit om een projectplan voor het ontwikkelen van windenergie in de regio Parkstad op te stellen. De samenwerkende gemeenten hebben in een beoordelingskader randvoorwaarden en ambities beschreven. De marktuitvraag sluit goed aan op de werkwijze van Statkraft, daarom heeft Statkraft zich als initiatiefnemer bij de gemeenten gemeld. Met dit projectplan beschrijft Statkraft hoe zij een initiatief wil ontwikkelen dat voldoet aan uw randvoorwaarden en ambities. In de inhoudelijke hoofdstukken (hoofstukken 2 t/m 4) beschrijven wij hoe wij de ambities willen bereiken en vatten wij de uitgevoerde onderzoeken over landschap en naar potentieel beschikbare fysieke ruimte samen. Vervolgens geven we hier een toelichting op. De volledige onderzoeken over landschap en naar potentieel beschikbare fysieke ruimte zijn als bijlagen aan het projectplan toegevoegd. Voor de indeling en opbouw van het projectplan hebben wij aansluiting gezocht bij uw beoordelingskader. Om die reden bespreken wij pas in hoofdstuk 4 de ruimtelijke inpassing.
Wellicht was het logischer geweest om dit hoofdstuk eerder te plaatsen, temeer omdat de beschikbare fysiek ruimte een belangrijke factor is die de mogelijkheden voor daadwerkelijke plaatsing van windturbines bepaalt.
2
2. Omgevingsparticipatie Statkraft streeft een zo effectief mogelijke benadering van stakeholders na. Ze wil de stakeholders in een zo vroeg mogelijk stadium betrekken. Dit met de bedoeling om zo groot mogelijke kansen voor de realisatie van windturbines in de omgeving te creëren. In dit hoofdstuk beschrijven wij hoe we dit bewerkstelligen. Statkraft heeft een duidelijke visie op omgevingsparticipatie en kan putten uit ervaringen met andere projecten. Er zijn verschillende vormen en uitvoeringen denkbaar. Statkraft is van mening dat de meest effectieve vorm van omgevingsparticipatie wordt bereikt wanneer de omgeving invloed heeft op vorm en inhoud. Daarom heeft Statkraft nog niet alle aspecten van omgevingsparticipatie volledig vastgelegd en zijn nog niet alle details uitgewerkt. In dit hoofdstuk en in een aantal bijlagen beschrijven we welke onderdelen wij bij omgevingsparticipatie onderscheiden. Verder lichten wij toe welke onderdelen we al in gang hebben gezet en welke activiteiten we de komende tijd gaan oppakken. In de periode tussen het inleveren van het conceptplan Parkstad Zuid en het definitieve plan hebben wij niet stilgezeten. We hebben samen met de andere markpartijen intussen al gesprekken gevoerd met de omwonenden en tegelijkertijd hebben we een aantal individuele stakeholders al een-opeen gesproken.
Met deze opgehaalde informatie is het plan voor omgevingsparticipatie aangevuld en aangepast waar nodig. Het aangevulde participatieplan, een tweede versie, is als bijlage 2 toegevoegd. Hiermee willen wij u vast een indruk geven. Wel geven wij daarbij uitdrukkelijk aan dat het definitieve participatieplan in samenspraak met de omgeving verder uitgewerkt zal worden. Als Statkraft uitgekozen wordt om in de volgende fase als enige projectontwikkelaar door te gaan met dit project, zullen wij een aantal lokale omgevingsmanagers via Pouderoyen Tonnaer (voormalig bekend als Aelmans Link) inhuren. Volgende twee deskundigen zullen Statkraft in de volgende fase ondersteunen: , afgelopen 5 jaar Omgevingsmanager bij het waterschap Brabantse Delta en
2.1 Stakeholder- en thema-analyse In de periode tussen indienen van het conceptplan en het presenteren van het finale plan heeft Statkraft de Stakeholder en thema-analyse verder uitgewerkt. De verwachting is dat op hoofdlijnen deze inventarisatie een goed eerste beeld geeft. Het kan zijn dat na de eerste gesprekken aanpassingen gedaan moeten worden, aangezien in gesprekken met de lokale betrokkenen vaak nog andere belangengroepen geïdentificeerd kunnen worden. Om de omwonenden van het projectgebied niet te veel te belasten is er in dit stadium voor gekozen om in een gezamenlijke aanpak van alle initiatiefnemers, waaronder Statkraft, de omwonenden te benaderen. In goed overleg met de gemeente en andere initiatiefnemers is besproken dat gedurende de tenderfase van het initiatief alle partijen gezamenlijk optrekken, waarbij de gemeente het initiatief neemt. De stakeholders die wij nu in beeld hebben zijn in Figuur 2 Resultaat stakeholderanalyse weergegeven.. Dit hoofdstuk gaat in op de stakeholderanalyse en de thema-analyse. Het doel van deze analyse is om eerst een helder overzicht te krijgen van stakeholders en daarna belangen in relatie tot het project en (aanverwante) thema’s te onderzoeken. Dit zal vervolgens als uitgangspunt dienen voor de communicatie- en procesparticipatie aanpak.
Inventariseren stakeholders: Stakeholderanalyse Statkraft heeft, volgens de methode die in bijlage 1 is toegelicht, al een stakeholder- (en thema-) analyse gemaakt en deze onderverdeeld naar de volgende doelgroepen: 1. Omgeving 2. Media 3. Autoriteiten 4. Natuur- en milieugroepen
3
Wel hebben we vanuit Statkraft de afgelopen periode gesprekken gevoerd met een aantal overkoepelende organisaties en bedrijven ( BTM Parkstad, IKB De Beitel, Natuur en Milieufederatie, Enexis etc.). De projectorganisatie Parkstad houdt de overzicht over alle contacten tussen de initiatiefnemers en de omgeving. Meer informatie over hoe de geïnventariseerde stakeholders en hun belangen juist in het proces betrokken worden is nader uitgewerkt in het communicatieplan (bijlage 3) en participatieplan (bijlage 2). Stakeholder strategie: Omgevingstafel Aan de hand van het stakeholderoverzicht heeft Statkraft een stakeholderstrategie ontwikkeld. De hier gepresenteerde optie voor de omgevingstafel is gebaseerd op de aanname dat Statkraft als enige partij in de Parkstad regio gaat ontwikkelen. Voor het geval dat er meerdere partijen doorgaan, gaan we gezamenlijk met de andere partij en de projectorganisatie Parkstad Zuid het proces aanpassen. Voordat de omgevingstafel opgezet wordt moet de verdeelsleutel voor de gesocialiseerde gebiedsbijdrage vastgesteld worden. Statkraft zal dit proces begeleiden. Zie voor verdere uitleg paragraaf 3.5 Geen grondspeculatie. Vanuit het beleid en vanuit de omgeving zelf komt duidelijk naar voren dat de Parkstad Zuid bewoners willen meebeslissen over een windpark.
Op die manier klinken de lokale voorkeuren duidelijk door in het ontwerp en er wordt gewaarborgd dat de opbrengsten terugvloeien naar de lokale gemeenschap. Uit de eerste stakeholderanalyse blijkt echter ook dat de wensen en verwachtingen uiteenlopen. Zo is er enerzijds een roep om maximale opbrengst te realiseren, anderzijds is er de zorg dat dit ten koste gaat van de flora en fauna in het Limburgse Landschap. Tenslotte wil men natuurlijk ook voorkomen dat een windpark tot burenruzies leidt. Om deze reden denken we dat een omgevingstafel - waarbij afgevaardigden van verschillende belangen met elkaar tot een gedragen plan voor een windpark komen - goed past bij deze situatie. Door een omgevingstafel zorgen we ervoor: dat er rust en ruimte is om na te denken over de te maken keuzes, hier onderling (tussen de belanghebbenden) van gedachten over kan worden gewisseld en er in goed overleg consensus kan worden bereikt. We verwachten dat het proces ongeveer 1,5 jaar in beslag neemt; dat de omgeving een gelijkwaardige gesprekspartner is van Statkraft. We werken samen toe naar oplossingen. De omgevingstafel ‘windpark Parkstad Zuid’ heeft participatieniveau ‘Meebeslissen’; dat de keuzes die gemaakt worden door de omgeving en Statkraft ook inzichtelijk zijn voor de gemeenteraad en het college. Het doel is om samen te komen tot een door de omgeving breed gedragen plan.
Een goed doorlopen proces zal ook het besluitvormingsproces binnen de gemeenteraden helpen. Wie zitten er aan tafel? De omgevingstafel bestaat uit de vertegenwoordigers van de belangengroepen (zoals de lokale coöperatie, lokale bedrijven, natuurverenigingen en grondeigenaren, gemeente en andere relevante stakeholders binnen Parkstad Zuid). Het is belangrijk dat alle belangen vertegenwoordigd zijn aan de omgevingstafel. Idealiter bestaat een omgevingstafel uit maximaal 20 deelnemers. Van één belangengroep maken maximaal twee afgevaardigden deel uit van de omgevingstafel. De rol van de gemeente kan in overleg worden bepaald. We stellen voor dat een projectleider deelneemt aan de omgevingstafel. Statkraft kan initiator zijn van de omgevingstafel of deelnemer (dit is mede afhankelijk van de rol die de gemeente op zich wil nemen). In dat geval geeft Statkraft aan binnen welke kaders keuzes kunnen worden gemaakt. Deze kaders zijn opgesteld in dit plan. Binnen deze kaders zit voldoende ruimte om weloverwogen
6
-
keuzes te maken samen met de omgeving. Zo kan er bijvoorbeeld gekozen worden voor een optimale bezetting van het aantal windmolens, de exacte locatie van de molens op de aangewezen lijnen of keuzes rondom ecologie. Er moet een onafhankelijke voorzitter worden gekozen en een secretaris.
Hoe wordt de omgeving breed betrokken bij deze aanpak? Om iedereen (omgeving breed) op de hoogte te brengen van het proces en de mogelijkheid om deel te nemen aan de omgevingstafel, organiseren we een openbare informatiebijeenkomst: o Hier wordt aangegeven welke belangenverenigingen er zijn. Inwoners die nog niet georganiseerd zijn kunnen zich bij hen aansluiten. o Om lokale bedrijven een forum te bieden streven wij naar het opzetten van een samenwerkingsverband van bedrijven in de nabijheid van het windpark o Indien inwoners hun belang nog niet vertegenwoordigd zien bij een van de bestaande organisaties/verenigingen, kunnen zij hun eigen platform oprichten. De belangenverenigingen houden contact met hun achterban. En vragen om hun mening. Statkraft faciliteert dit proces door het opstellen van gespreksverslagen die doorgestuurd kunnen worden aan de achterban. En daarnaast kunnen we ondersteunen door bijvoorbeeld het opstellen van een enquête om de voorkeur voor financiële participatiemogelijkheden uit te vragen. Of door het inrichten van ontwerpateliers, waarbij de achterban ook de kans krijgt om hun ideale schets van het gebied te maken.
Zie hiervoor ook de bijlage 3 communicatiemiddelen Op onze projectwebsite worden updates gegeven over de vorderingen in het proces Welke onderwerpen komen aan bod? Keuze rondom dimensies en type windturbine Keuzes rondom rechtsvorm Keuzes rondom financiële participatie Optimale uitwerking van het plan, de inzet van het aantal windmolens Inzicht in de consequenties van de verschillende scenario’s Koppelkansen met ecologie (bomen en planten), de aanpak van fiets- en wandelpaden Keuzes met betrekking tot ruimtelijke inpassing Wat de omgevingstafel verder van belang vindt
Hoe ziet het proces eruit? We verwachten dat er ongeveer 9 bijeenkomsten nodig zijn van elk 2-3 uur en het traject daardoor ongeveer 1,5 jaar in beslag neemt. Als er meer bijeenkomsten nodig zijn, dan kan een additionele sessie na gezamenlijk besluit ingepland worden. Per hoofdthema (financiële participatie, ontwerp, ruimtelijke inpassing en natuur) worden er steeds twee bijeenkomsten gepland. In de eerste bijeenkomst worden de stakeholders geïnformeerd over de door Statkraft opgestelde kaders – de bouwstenen- en is er ruimte voor het uitwisselen van reacties. Indien relevant kan er een gast aan tafel worden uitgenodigd. Vervolgens krijgen de stakeholders de gelegenheid om hun achterban te consulteren. Zoals aangegeven kan Statkraft hierin een ondersteunende rol spelen door bijvoorbeeld het opstellen van een enquête en of door het inrichten van ontwerpateliers. In de daaropvolgende sessie worden de standpunten besproken en werken de belangenvertegenwoordigers toe naar een gezamenlijke oplossing.
7
Achterbann n
Gast
Onderwerp
•
Startersbijeenkomst (1x bijeen)
Financiele participatie (2x bijeen)
Plaatsing windmolens (2x bijeen)
Ruimtelijke inpassing (2x bijeen)
Eindresultaat• & evaluatie (1x bijeen)
Bespreken reactie raad (1x bijeen)
Doel & dromen
Welke keuzes zijn er? Wat is een eerlijke verdeling?
Opties en varianten toelichten; voorkeursrichti ng
Knelpunten en• oplossingen bespreken
Terugblikken• ; zijn alle punten goed opgepakt?
Is het nodig om het plan bij te sturen?
Onafhankelij• k expert in burgerparticipatietr ajecten
Financieel expert
Gemeente natuur en milieu & RO
Gemeente natuur en milieu & RO
Verslag
Enquête om voorkeur aan te geven en verslag
Verslag en ontwerpateliers voor achterban (max 2)
Feedback mogelijk
Onafhankelijk expert in burgerparticipatietraj ecten Verslag
Verslag
Figuur 4 Voorstel omgevingstafel
-
Wat gebeurt er met de Omgevingstafel nadat het plan is ingediend? De omgevingstafel kan een rol vervullen als toezichthouder op de uitvoeringsorganisatie die invulling geeft aan de gemaakte afspraken. Zoals afspraken omtrent financiële participatie. Daarnaast zal Statkraft de omgevingstafel bijeenroepen op de relevante momenten Bijvoorbeeld over de feestelijkheden rondom het in gebruik nemen van het park of de promotie activiteiten rondom het park.
8
2.2 Communicatie- en participatie met de omgeving Communicatieplan Met een windproject kom je aan de leefwereld van mensen. Daarom is zorgvuldige communicatie met een heldere kernboodschap, kaders en verwachtingen één van de belangrijkste randvoorwaarden voor een goed participatietraject. Dat vergt goede keuzes in waar, wanneer en hoe welke boodschap wordt verteld. Deze aspecten komen allemaal samen in het communicatieplan zoals hieronder geformuleerd. Kernboodschap De kernboodschap, ook wel communicatieboodschap, die voor het project wordt opgesteld is eenduidig en dient gebruikt te worden in de diverse in te zetten communicatiemiddelen zoals op project website, in presentatiemateriaal, in bewonersbrieven of huis-aan-huisbladen. In deze kernboodschap komen in ieder geval de volgende aspecten aan bod: 1. Locatie windproject; 2. Uitleg karakteristieken project en invloedsgebied/scopeafbakening zowel in het kader van impact op de leefomgeving als meekoppelkansen; 3. Duidelijkheid en informatie over (participatie)proces: hoe ziet het proces er de komende maanden uit, zowel op gebied van participatie als de ruimtelijke procedure2 en borging wet- en regelgeving;
2
De communicatie over de ruimtelijke procedure wordt afgestemd met het bevoegd gezag. In deze belangrijke periode worden zowel de communicatiemiddelen van het bevoegd gezag als Statkraft gebruikt.
9
4.
De mate van invloed die de stakeholder heeft (de trede van de participatieladder) en de kaders waarbinnen geparticipeerd kan worden. Daarnaast wordt de kernboodschap per stakeholder (zoals de omwonenden of de lokale coöperatie) aangevuld met de (financiële) voordelen die de betrokkenheid bij het project de stakeholder kan bieden: Meedenken over de landschappelijke inpassing van het park; De mogelijkheid voor alle betrokkenen om financieel te participeren in het windpark; Educatieve trajecten en lespakketten voor lokale scholen en verenigingen; Lokale werkgelegenheid. Goedkoper stroom en/of gratis zonnepanelen in een bepaald gebied Communicatiedoelen Heldere afspraken over communicatie dragen bij aan de volgende communicatiedoelstellingen: 1. Duidelijkheid aan betrokkenen waar ze informatie kunnen vinden of met hun vragen terecht kunnen: Informatie en inzicht geven in het project over onder andere technische oplossingen en financiële mogelijkheden; Kweken van begrip voor de nut en noodzaak van het project; Mensen uitnodigen om in gesprek te gaan over meekoppelkansen, zorgen en wensen; 2. Een positief imago van het project en betrokken partijen. Communicatiemiddelen en strategie Communicatiemiddelen voor de verschillende onderscheiden stakeholders worden geselecteerd aan de hand van de gemaakte stakeholder- en thema-analyse en het bijbehorende participatieniveau.
De koppeling van doelstellingen, doelgroepen/stakeholders en communicatiemiddelen mondt uit in een communicatieplan. Statkraft maakt gebruik van verschillende manieren om omwonenden en andere belanghebbenden te betrekken. Dit kan in de vorm van keukentafelgesprekken, informatiebijeenkomsten of tijdens sessies met de omgevingstafel (bijv. ontwerpsessies, ruimtelijke inpasssing) . Bewezen effectieve middelen bij voorgaande windprojecten zijn bijvoorbeeld werken met referentiebeelden, artists’ impressions en/of van een virtual reality platform, oftewel live aanpassingen aan het 3Dontwerp maken. In bijlage 3 is een zogenaamde (communicatie)middelenmatrix opgenomen. Communicatie in tijden van COVID-19 De huidige COVID19-maatregelen en het online thuiswerken zijn een uitdaging voor ons allemaal. Met name in projecten waarbij participatie noodzakelijk en wenselijk is. Toch streven we ernaar om de participatie binnen projecten zoveel mogelijk doorgang te bieden. Deze e-participatie wordt afhankelijk van het doel van het overleg, de stakeholders die om de digitale tafel zitten en de groepsgrootte in verschillende vormen aangeboden en gefaciliteerd. De geschikte digitale tool wordt op basis hiervan gekozen. Van interactieve online workshops tot digitale afname van interviews.
Met de tool Mentimeter kunnen we real time vragen en stellingen voorleggen aan stakeholders om wensen op te halen of meningen te peilen. Uiteindelijk hopen we zo snel mogelijk weer fysieke bijeenkomsten op te kunnen zetten waar we iedereen kunnen verwelkomen.
10
Procesparticipatie In de marktuitvraag voor initiatiefnemers is genoemd dat men zo vroeg mogelijk directe belanghebbenden moet betrekken bij de planvorming. Statkraft streeft naar een zorgvuldig proces om de lokale belangen van omwonenden en maatschappelijke organisaties en instanties te betrekken alvorens de planprocedure wordt gestart. Hiermee wordt geprobeerd tegenmoet te komen aan de verschillende belangen, kansen op (financiële) samenwerking te benutten en eventuele overlast en/of negatieve gevolgen te beperken
Figuur 2 Omgevingsmanagement in fasen
Zoals in figuur 5 is weergegeven, heeft het gehele project een doorlooptijd van minimaal 5 jaar en bestaat het project uit vijf fasen. Omgevingsmanagement zal per fase een andere invulling krijgen, omdat de intensiviteit van het omgevingsmanagement per fase verschillend is. Met voorliggend plan wordt inzicht gegeven in de communicatie- en participatie (inclusief activiteiten) per fase zoals gecommuniceerd in de marktuitvraag. Door de omgeving bij het windproject te betrekken wordt beoogd om tot een lokale en maatschappelijke inbedding van het project te komen waarbij rekening wordt gehouden met de diverse belangen in het gebied. We luisteren en analyseren wat er gezegd wordt, waarom het gezegd wordt en brengen de consequenties met elkaar in kaart om zo goed onderbouwde keuzes te kunnen maken. Keuzes die iedereen kan begrijpen, waar misschien niet iedereen het 100% mee eens zal zijn, maar die uiteindelijk zullen leiden tot een kwalitatief goed plan dat zo breed mogelijk gewaardeerd wordt. Onderstaand treft u de uitgangspunten aan die Statkraft hanteert bij omgevingsmanagement. Drie uitgangspunten: 1. Voeren van de dialoog met betrokkenen om zo de vertrouwensrelatie en de gedragenheid van het project te vergroten middels persoonlijke gesprekken en bijeenkomsten. Betrokkenen krijgen de ruimte om gehoord te worden en echt een inbreng te hebben.
Het is uiteraard wel belangrijk dat de kaders waarbinnen geparticipeerd kan worden helder worden gecommuniceerd aan het begin van een persoonlijk gesprek, een bijeenkomst of een co-creatiesessie. De kaders worden vooraf besproken met de stakeholders, eventueel aangescherpt en vastgesteld. Dit vormt een goede basis voor de inhoudelijke gesprekken die daarna plaatsvinden. 2. Faciliteren van een gelijk kennisniveau over de energietransitie en over windparken is belangrijk. Door middel van ontwerp- en co-creatiesessies, ondersteund door visualisaties en 3D-ontwerp worden de betrokkenen meegenomen.
11
-
Ongeveer de helft van omwonenden is wil graag investeren in een groot wind energieproject.
Uit een aantal digitale ophaalsessie kwam naar voren dat vooral de bewoners in Simpelveld zich zorgen maken over de komst van (nog meer) windturbines in aanvulling op degene die er aan de Duitse kant staan. Zij willen vooral betrokken zijn in het proces aan de voorkant. De horizonvervuiling blijft hier een grote aandachtspunt. IKB De Beitel geeft aan dat de lokale bedrijven hun industrieterrein als niet geschikt zien voor windturbines. Zij geloven dat het veel beter past bij grotere bedrijven in Trilandis en Avantis. Ze zijn op dit moment niet actief bezig met duurzaamheid maar willen graag met Statkraft in gesprek over Garanties van Oorsprong en Co2 certificaten. Als onderdeel van de financiële participatie wordt deze optie in de omgevingstafel verder uitgewerkt. Ze willen pas het gesprek voorzetten zodra de winnaar bekend is. Statkraft heeft nu prioriteit gegeven aan de direct omliggende bedrijventerreinen voor de mogelijke windturbine locaties. In de volgende fase komen verdere omwonenden en belanghebbenden aan bod, waaronder SBK (Bedrijventerrein Kerkrade)
Mei/juni/juli 2021
Mei 2021
Mei 2021
Energie coöperaties De Omslag, Duurzaam Heerlen, Windunie; In deze fase gezamenlijk omgevingsparticipatie vorm gegeven Grondeigenaren Grensoverschrijdende bedrijventerrein en Trilandis BTM Bedrijventerrein en IKB De Beitel Gesproken met Ralf Steinbusch en Frank Jeuring op 29 juni
De buurtorganisaties van de drie gemeenten willen graag in het vervolgtraject betrokken blijven. Zij hebben in een eerste sessie volgende punten benadrukt: Dat mensen nog niet goed op de hoogte zijn van het windproject. Een goede mix van communicatiemiddelen moet worden ingezet om zoveel mogelijk mensen te bereiken Oud zeer speelt in Simpelveld over de windturbines in Duitsland en in Kerkrade over de Buitenring Constructieve samenwerking ivm omgevingsmanagement in deze fase. Statkraft staat nog steeds open voor een samenwerking met de coöperatieve initiatiefnemers ook als Statkraft als winnende partij naar voren komt. In het verdere proces wordt uitgezocht in hoeverre dit haalbaar is
Zie samenvatting in 3.6 Uitvoerbaarheid
Lokale bedrijven op de Beitel zijn geen voorstanders van windturbines in hun industriegebied. Ze vinden dat ze beter passen in Avantis en Trilandis. Willen graag met de winnaar in gesprek over verduurzaming mogelijkheden voor lokale bedrijven (GvO, CO2)
14
2.3 Extra aandacht voor grensoverschrijdende aspecten Het plangebied ligt op korte afstand van en grenst zelfs deels aan Duits grondgebied. Wij zijn er ons bewust van dat ook stakeholders uit Duitsland betrokken moeten worden bij de ontwikkeling van het windpark. Diverse belanghebbenden (zie bijlage 4) hebben we inmiddels in beeld. We willen de Duitse belanghebbenden actief benaderen en in een zo vroeg mogelijk stadium zo effectief mogelijk informeren en maximaal betrekken bij de planvorming. We organiseren speciaal voor de Duitse belanghebbenden informatiebijeenkomsten. Ook willen we daar waar nodig één-op-één gesprekken plannen. De belanghebbenden van de operationele Duitse windparken willen we ook zo snel mogelijk betrekken bij de ontwikkeling. Statkraft Duitsland ondersteunt hierbij haar Nederlandse collega’s van het projectontwikkelingsteam. Voor de volledigheid hebben we een overzicht van mogelijke financiële participatie-instrumenten voor de Duitse omgeving als bijlage 5 toegevoegd. In hoeverre we deze instrumenten willen inzetten moet in de volgende fase en samen met de omgevingstafel besloten worden.
Afbeelding 3D visualisatie Alter Heerler Weg
16
3. Financiën In dit hoofdstuk beschrijven we alle financiële aspecten bij de ontwikkeling van het project. Het gaat zowel om keuzes met betrekking tot de rechtsvorm, financiële participatievormen als om de exacte invulling van het windpark. Afgelopen drie maanden zijn de initiatiefnemer begonnen met omgevingsmanagement, dat wil zeggen het ophalen van lokale bevindingen en informatie. Echter was het niet mogelijk om onderwerpen als financiële participatie al concreet uit te werken omdat Statkraft in competitie zit met andere partijen en alleen gezamenlijke gesprekken konden plaatsvinden. Bovendien is het van belang dat alle keuzes die gemaakt worden rondom financiën en participatie breed geaccepteerd worden. Daarom kiest Statkraft voor het omschrijven van de algemene kaders waarmee ons bedrijf werkt. Alle details worden in de volgende fase gezamenlijk met de burgers/coöperatie uitgewerkt.
3.1 Profijtplan/Maatschappelijke baten vloeien maximaal terug naar gemeenschap Profijtplan Statkrafts visie voor waardecreatie houdt in dat de omgeving van de financiële meerwaarde moet kunnen profiteren. Vanaf het begin hebben lokale belanghebbenden medezeggenschap in het ontwikkelproces. Van initiatie tot exploitatie wordt het project en de waarde met de omgeving gedeeld. In onderstaande tabel geven wij inzicht in de verwachte investeringskosten en rendement voor zowel de lokale omgeving als ook Statkraft. Omgevingsfonds In de NWEA-gedragscode wordt aanbevolen dat voor windprojecten een lokaal omgevingsfonds wordt opgericht. Zodat de lusten zoveel mogelijk in de omgeving van het initiatief zullen landen. In het omgevingsfonds wordt jaarlijks een bedrag gestort. Statkraft neemt als uitgangspunt dat er minimaal 0,50 € per geproduceerde MWh in het omgevingsfonds wordt gestort wat als maximale richtbedrag in de NWEA-gedragscode vermeld staat. De exacte hoogte van dit bedrag is o.a. afhankelijk van de hoogte van de gesocialiseerde grondvergoeding. Statkraft kan de lokale omgeving ondersteunen in het vormgeven van een fonds. De bestemming van de jaarlijkse bijdrage zal een fysiek en ruimtelijk karakter hebben en wordt in samenspraak met de omgevingstafel gedefinieerd. Verder kan besproken worden wie zitting nemen in het omgevingsfonds en wat de uitgangspunten zijn voor besteding.
Vervolgens kan het omgevingsfonds zelfstandig verder. We zullen meerdere mogelijkheden voorleggen aan de omgevingstafel waar ze zelf een keuze in kunnen maken. De opties die wij voorleggen zijn opgehaald in de meedenksessies door de burgers van Parkstad Zuid (in Bijlage 8 is een samenvatting van de enquête te vinden). Uitgangspunten zijn: 1. De lokale omgeving vindt het belangrijk dat zowel individueel geprofiteerd kan worden als ook collectief. De omwonenden willen dat de maatregelen uit het omgevingsfonds zowel verbonden zijn aan duurzame energie als ook met leefbaarheid van het gebied. 2. Vergroening omgeving/ meer bomen en natuur: Hierbij valt ook te denken aan het inrichten van een wandelpad bijvoorbeeld langs ecologisch of historisch waardevolle route. Boorden met uitleg over historie en/of natuur kunnen geïnstalleerd worden. Natuur en Milieufederatie Limburg heeft aangeboden om te helpen met het kiezen van inheemse soorten bomen en planten. 3. Compensatie energiekosten: Een meerderheid van de omwonenden heeft aangegeven dat ze graag goedkopere stroom terugzien voor de windturbines. In de omgevingstafel word deze optie nader uitgewerkt. 4. Energieopslag: Buurtaccu, waterstof of anders
17
5.
6.
7.
Educatie: In de enquête werd educatie af en toe genoemd. Vooral in samenhang met energie zoals bijvoorbeeld van Steenkool naar Windenergie, het toegankelijk maken van een windturbine, lespakketten voor kinderen en volwassenen etc Wat minder vaak gekozen hebben omwonenden voor het ondersteunen met het verduurzamen van eigen woning bijvoorbeeld door een adviseur die vrijblijvend advies geeft, collectief isoleren, helpen met afstappen van het gas, warmtepomp etc Voorzieningen op wijkniveau zoals zwembad, buitenspeeltuin, autosharing, meer openbaar vervoer etc.
Zon op dak op bedrijventerreinen Zon en wind hebben een complementair opwekprofiel. Als de zon niet schijnt, dan waait vaak de wind, en andersom. Daarmee zou een zonne-installatie stroom op dezelfde aansluiting als wind kunnen leveren zonder dat additionele transportcapaciteit nodig is. Op het bedrijventerrein van Trilandis, de Beitel en Avantis zijn nog niet alle daken voorzien van zonnepanelen. Volgens Marc Nelissen, Accountmanager ondernemershuis, Gemeente Heerlen, krijgen alle nieuwe gebouwen die in Trilandis en Avantis gebouwd worden, zonnepanelen op hun daken. We gaan in de volgende fase verder in gesprek met deze bedrijven om een koppeling van de netaansluiting te bespreken. In de volgende fase inventariseren wij de fysieke mogelijkheden voor zon op dak en maken afspraken met de bedrijventerreinen. Financiële participatiemogelijkheden voor omwonenden Ons voorstel is dat het recht om te investeren in het eigen vermogen van het project in eerste instantie ligt bij de inwoners van Parkstad Zuid en de lokale bedrijven. In de volgende fase onderzoeken we in hoeverre de bewoners van de gemeente Aken financieel kunnen deelnemen. Een eerste inventarisatie van gebruikelijke instrumenten is in bijlage 5 te vinden. Het idee van Statkraft achter het investeringsrecht is directe betrokkenheid bij en invloed op het initiatief, waarbij men ook kan meeprofiteren.
Meer informatie is te vinden in bijlage 2 Financiële participatie en rechtsvormen en onder 3.2 Lokaal eigendom
18
3.2. Lokaal eigendom Investeringsrecht Om draagvlak en acceptatie van duurzame energieprojecten te vergroten zijn de gerealiseerde projecten bij voorkeur voor 100% in eigendom van de lokale omgeving. In het klimaatakkoord is vastgelegd dat zowel burgers als bedrijven daar invulling aan kunnen geven. Ons voorstel is dat het recht om te investeren in het eigen vermogen van het project in eerste instantie ligt bij de inwoners van Parkstad Zuid en de lokale bedrijven. In de volgende fase onderzoeken we in hoeverre de bewoners van de gemeente Aken financieel kunnen deelnemen. De voorkeur van de Parkstad Zuid gemeenten gaat er naar uit dat alle inwoners naar eigen draagkracht in staat worden gesteld mee te investeren in projecten in hun eigen omgeving. Statkraft neemt als uitgangspunt dat het project voor 100% eigendom zal zijn van lokale partijen. Het idee van Statkraft achter het investeringsrecht is directe betrokkenheid bij en invloed op het initiatief, waarbij men ook kan meeprofiteren. Aangezien het zeggenschap betreft vanaf het begin, kleven hier ook ontwikkelrisico’s aan. Daar er enerzijds een investering wordt gevraagd en er anderzijds risico wordt gelopen, zal geïnventariseerd moeten worden of er voldoende animo is voor deze vorm van financiële participatie in het project.
Statkraft streeft ernaar de risico’s van de investering zoveel mogelijk te beperken en omwonenden zo goed mogelijk te informeren over deze mogelijkheid. De exacte toepassing hiervan zal nader worden uitgewerkt in overleg met de omgevingstafel. Als voorwaarde aan de participatie stelt Statkraft dat de participanten voldoende betrokkenheid tonen bij het creëren van maatschappelijke meerwaarde bij het project. Statkraft zal niet de projectontwikkeling na de planontwikkeling verkopen met winst en daarna het percentage ‘eigendom van lokale partijen’ vaststellen. De lokale gemeenschap is er vanaf het begin bij betrokken en de partijen hebben een voorkeursrecht naar elkaar toe. Statkraft kan - indien gewenst - de lokale omgeving ondersteunen in de keuze om te komen tot gewenste rechtsvorm. Deze rechtsvorm zal invloed hebben op de keuzes die omtrent het investeringsrecht worden gemaakt. Zie bijlage 2 over Financiële participatie en rechstvormen. Om 100% lokaal eigenaarschap te bereiken, zijn we in gesprek met het Het heeft het doel om tot 2025 energieneutraal te worden, het liefst door lokale duurzame energie. We zijn op dit moment bezig om een intentieverklaring te tekenen. Door de overstromingen en vakantieperiode is het helaas niet op tijd gelukt om een getekende Letter of Intent aan dit projectplan toe te voegen.
In bijlage 11 zijn een e-mail en de intentieverklaring hierover te vinden. Statkraft kan voor onderhoud en beheer zorgen ook als 100% van het windpark in Limburgse handen terecht komt. In onderstaande figuur schetsen wij een eerste concept voor een mogelijke organisatiestructuur: In tabel 5 hebben wij samengevat hoe wij het lokaal eigenaarschap zien.
20
Windpark Parkstad Zuid
Statkraft streeft naar 100% lokaal eigenaarschap. Als er vanuit de lokale omgeving niet voldoende ambitie is om het hele windpark over te nemen, dan zou de het resterende deel van windpark kunnen overnemen (gesprekken voor Intentieovereenkomst lopen). Statkraft wenst het beheer van het windpark tijdens de exploitatiefase voor een optimaal rendement te verzorgen.
3.3. Coöperatieve ontwikkeling De omgeving moet een actieve rol hebben bij het ontwikkelen van een windpark. Dit kan zijn in de vorm van een coöperatie. Statkraft heeft veel ervaring met het samenwerken met lokale coöperaties, wij zien dit als een ‘win-win’ situatie. Als ontwikkelaar van wind- en zonneparken hebben wij de technische expertise, ruime ervaring om efficiënt projecten te realiseren en kunnen als organisatie het financiële risico dragen. Terwijl coöperaties de verbinding met de gemeenschap en kennis van de omgeving hebben. Dus samen staan we sterk! Statkraft staat nog steeds open voor een samenwerking met de coöperatieve initiatiefnemers ook als Statkraft als winnende partij naar voren komt. In het verdere proces wordt uitgezocht in hoeverre dit haalbaar is. Bij onze opzet voor de procesparticipatie, waarbij een omgevingstafel georganiseerd wordt, is rekening gehouden met de situatie dat er: - óf nog een coöperatie of andere samenwerkingsvorm vanuit de omgeving tot stand moet komen en aan de omgevingstafel mogelijke vormen besproken kunnen worden; in dit geval geven we ondersteuning aan het opzetten van een nieuwe lokale coöperatie waarbij we mensen in de nabijheid van de windturbines nadrukkelijk uitnodigen.
- óf er een samenwerking met de coöperatieve initiatiefnemer (Duurzaam Heerlen en/of De Omslag) tot stand is gekomen en een vertegenwoordiging deelneemt aan de omgevingstafel. Indien er nog geen samenwerkingsvorm is gekozen, kan Statkraft een bijdrage leveren door de keuzes waar de omgeving voor staat, inzichtelijk te maken. Statkraft onderscheidt verschillende rechtsvormen en de daaraan gekoppelde financiële participatiemogelijkheden. De voor- en nadelen van elke vorm zal tijdens omgevingstafels aan bod komen. Daarbij nodigen we een onafhankelijk financieel expert uit om de omgevingstafel van deskundig advies te voorzien. Zodat hier door de omgeving een weloverwogen keuze in gemaakt kan worden (zie hoofdstuk 2.2 procesparticipatie). Ideeën voor de takenverdeling in het samenwerkingsverband met de lokale burgercoöperaties:
Figuur 6 Samenwerking lokale gemeenschap
22
3.4. Financiële uitvoerbaarheid Statkraft is de grootste duurzame energieproducent van Europa. Al ruim 125 jaar werken we aan een schonere wereld waarin alle energie wordt opgewekt uit duurzame bronnen, zoals zon en wind. Statkraft kan 100% van het vermogen inbrengen (voor financiële gegevens zie ons jaarrapport 2020 hier). Hierdoor is bankfinanciering niet noodzakelijk en worden er snelle en zekere beslissingen genomen. We garanderen u daardoor dat het proces dat wij opstarten niet strandt door financiële gebreken door bijvoorbeeld dalende subsidies. Wij hebben de financiële middelen om innovaties (o.a. waterstof en batterijen) te onderzoeken en zelf te ontwikkelen n een gedegen omgevingsproces op te tuigen. Dat betekent ook dat Statkraft kan helpen indien onverhoopt onvoldoende kapitaal vanuit de lokale omgeving beschikbaar wordt gesteld voor de realisatie van het windpark. Dan kan Statkraft het ontbrekende deel onder marktconforme voorwaarden aanvullen. In het Nederlandse Klimaatakkoord is afgesproken dat de SDE subsidie stopgezet wordt na 2025. Daarmee zal het windpark Parkstad Zuid geen subsidie meer ontvangen en is dus afhankelijk van de fluctuerende elektriciteitsprijs. Statkraft kan het windpark zekerheid van inkomsten bieden, middels een Power purchase agreement (PPA).
Een PPA die voor een langjarige vaste elektriciteitsprijs bied, en daarmee voldoende inkomsten te garandeert. Een dergelijk PPA is niet alleen nodig voor de gewenste prijszekerheid, maar ook om bouwfinanciering te krijgen bij banken. In samenspraak met de omgevingstafel wordt deze optie besproken en besloten. In bijlage 10 is de getekende intentieverklaring van Statkraft te vinden Statkraft zou een vorm van garantie ter hoogte van de leges aan het begin van het ontwikkeltraject aan de Parkstad gemeenten kunnen afgeven.
3.5. Geen grondspeculatie Gesocialiseerde grondvergoeding In het beoordelingskader wordt aangegeven dat alleen grondeigenaren binnen 5 keer de rotordiameter de grondvergoeding onderling moeten verdelen. Statkraft vindt dat ook de inwoners binnen deze afstand een bijdrage moeten kunnen ontvangen. Daarnaast hangen de inkomsten voor een grondeigenaar samen met het omgevingsfonds en andere mogelijke benefits voor alle omwonenden. Het ene is niet zonder het andere te beslissen. Daarom denkt Statkraft graag overkoepelend en samen met de omgevingstafel na over de verdeling van alle lusten. Statkraft en de lokale coöperaties zullen een dialoog voeren met de vertegenwoordigers van de inwoners en de grondeigenaren over de grondvergoeding voordat de omgevingstafel bijeenkomt. Het doel is om te komen tot een unaniem voorstel. Dit gebeurt op zodanige manier dat voor alle betrokkenen een eerlijke vergoeding staat tegenover de geleverde inzet. Waarbij inzet kan bestaan uit: • het beschikbaar stellen van grond voor bijvoorbeeld windturbines, kraanopstelplaatsen of natuur, • wonen binnen x meter van het windpark, • het mee-ontwikkelen van het energiepark door inspanningen voor lokale acceptatie. Deze dialoog vindt plaatst vóórdat de posities van de windturbines vastgesteld worden.
Dit leidt ertoe dat er geen verkeerde stimulansen ontstaan om de lay-out van het windpark op basis van individuele economische belangen te beïnvloeden. Het conceptprojectplan zoals in dit document omschreven is kan als uitgangspunt voor dialoog dienen.
23
1.1. Wachten op verzwaring van het net Als er op termijn toch congestieproblemen optreden, dan zal de netbeheerder het net uitbouwen. In het algemeen is windontwikkeling langdurig en kan er op tijd richting de netbeheerder aangekondigd worden dat een bepaalde capaciteit op termijn aangesloten moet worden. In het verleden was de doorlooptijd van het project voldoende om de netcapaciteit uit te breiden en het project aan te sluiten. In de toekomst kunnen er ook andere scenario’s ontstaan waarom alternatieve oplossingen mogelijk nodig worden. 1.2. Kiezen voor omvang Bij een omvangrijke opwek van rond de 60 tot 70MW of hoger in een combinatie van wind en zon is de optie rechtstreeks aan te sluiten TenneT. Het is daarom interessant te kijken naar combinaties van opwekkers (in elkaar nabijheid) op één aansluiting. Het aansluiten op TenneT met een groot vermogen kan ook op een hoger spanningsniveau. Bij een hoger vermogen op een hoger spanningsniveau dan 10kV (bij de DSO) zijn de kabelverliezen over grotere afstanden minder. 1.3. Optimalisatie achter de netaansluiting Met de bestaande oplossingen uit de markt kan ook gekeken worden naar optimalisaties op de netaansluiting. Het betreft de combinatie van wind en zon, cablepooling, maar ook opslag in diverse vormen zoals batterijen of waterstof.
Het leidt ertoe dat de (opstelling) van de totale opwek aan duurzame energie kan toenemen en de capaciteitsvraag op het net verhoudingsgewijs laag kan blijven. Statkraft heeft onlangs twee grootschalige batterij projecten in Ierland gerealiseerd (Link) en is ook in Nederland bezig met het ontwikkelen van een aantal duurzame energieprojecten in combinatie met batterijopslag. Daarnaast heeft Statkraft zich in Noorwegen bij meerdere consortia aangesloten om waterstof verder te ontwikkelen. Bij dit project zullen we daarom zowel de kansen voor waterstof als batterijopslag verder onderzoeken en uitwerken met de brede kennis en ervaring die we binnen Statkraft hebben opgedaan. Hierbij zullen we een directe link met lokale industriële afnemers ook meenemen. : 1.4. Afnemers koppelen Een andere oplossing is om het windpark direct te koppelen aan een afnemer in de buurt. Een nadere quickscan moet uitwijzen of dit mogelijk is. Wanneer nog geen scan gemaakt is of in de directe omgeving van het te ontwikkelen park in Parkstad Zuid een bedrijf met hoog energieverbruik aanwezig is of gepland wordt is dat een optie om nader te beschouwen. Het direct koppelen van opwek aan afnemer is in alle opzichten een mindere druk op het reguliere net. Eerste gesprekken lopen met bedrijven in Trilandis zoals Medtronic.
Sanering van windpark Parkstad Zuid De levensduur van windturbines bedraagt circa 25 tot 30 jaar. Statkraft zal na de vergunningsperiode het windpark saneren of in samenspraak met de gemeente het windpark hernieuwen.
26
4. Ruimtelijke inpassing In dit hoofdstuk laat Statkraft zien dat haar initiatief kan voldoen aan de uitgangspunten van een “goede ruimtelijke ordening” c.q. “in het belang van de fysieke leefomgeving”. Binnen het geïdentificeerde ontwikkelgebied bestaat mogelijk ruimte voor het ontwikkelen van een windpark, waarbij voldaan kan worden aan de Nederlandse wet- en regelgeving. Nevele-arrest Na de uitspraak van de RvS op 30 juni jl. over windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding/Nevele-arrest (ECLI:NL:RVS:2021:1395) dient de beoordeling van de effecten van geluid, slagschaduw en externe veiligheid bijzondere aandacht te krijgen. De in het Activiteitenbesluit en -regeling opgenomen normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid van windturbines (hierna: windturbineregels) mogen niet meer zonder meer worden gebruikt als toetsing voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van windparken tot er een planMER is uitgevoerd voor de windturbineregels in het Activiteitenbesluit en -regeling. Dat heeft te maken met een onjuiste vertaling van de Europese SMB-richtlijn in de Nederlandse wetgeving. Voor nieuwe windparken betekent de uitspraak: 1. Wachten tot dat de windturbineregels via een plan-MER-procedure rechtsgelding zijn geworden, of; 2.
In te zetten op de mogelijkheid om voor een project eigen normen te stellen die voor dát specifieke project onderbouwd dienen te worden en voorzien moeten zijn van een (1) actuele, (2) deugdelijke, (3) op zichzelf staande, en (4) op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering. De staatssecretaris gaf in relatie tot het eerste spoor in een kamerbrief3 aan uit dat het verrichten van de benodigde onderzoeken, het bieden van inspraak en inwinnen van advies, en het navolgende wetgevingstraject, 1,5 tot 2 jaar in beslag zullen nemen. Statkraft stelt voor om in samenspraak met de gemeenten te bekijken hoe in deze specifieke situatie om te gaan met de gevolgen van het Nevele-arrest. Hierbij kan Statkraft zich voorstellen dat, vanwege de lange doorlooptijd van het eerste spoor, het wellicht wenselijk is om in te zetten op het tweede spoor waarbij het bevoegd gezag aan de hand van een goede onderbouwing normen vaststelt die specifiek voor het project Parkstad Zuid gelden. Statkraft wil in een latere fase in samenspraak met de omgeving nader verkennen welke onderzoeken, opstellingsvarianten en maatregelen getroffen kunnen worden om het plan voor alle stakeholders, zowel in Nederland als Duitsland, zo acceptabel mogelijk te maken. De ruimtelijke en milieutechnische analyse laat zien dat hiervoor ruimte is.
Resultaten ruimtelijke en milieutechnische analyse: potentieel ontwikkelgebied windenergie Pondera heeft de ruimtelijke en milieutechnische mogelijkheden voor windenergie in het gebied Parkstad-Zuid nader geanalyseerd. Hierbij zijn de aspecten die een belemmering veroorzaken in beeld gebracht en op kaart gezet. Deze analyse is een verdieping van een eerdere analyse die Pondera voor de samenwerkende gemeenten heeft uitgevoerd. De volledige analyse is in bijlage 6 opgenomen. In dit hoofdstuk brengen wij de belangrijkste bevindingen in beeld en zetten we de potentieel geschikte gebieden op kaart. Het resultaat van de analyse is een gebied dat Statkraft ziet als potentieel ontwikkelgebied voor windenergie. De kansen en belemmeringen voor windenergie hangen samen met technisch-ruimtelijke criteria die deels juridisch zijn vastgelegd. Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld provinciale verordeningen, het handboek risicozonering of de 3
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2021/07/06/kamerbrief-over-de-gevolgen-van-deuitspraak-van-de-raad-van-state-over-de-milieubeoordeling-voor-windturbinenormen
27
handreiking milieuzonering. In deze fase van het project hebben we vooral gekeken of we verwachten dat we kunnen voldoen aan wet- en regelgeving. In een latere fase onderbouwen wij deze verwachtingen met berekeningen en vervolgonderzoek. Ook kijken we dan samen met de stakeholders hoe het plan maximaal aanvaardbaar voor de omgeving kan worden gerealiseerd. Door maatwerk kan meer potentiële ruimte ontstaan, bijvoorbeeld ten gunste van landschappelijke inpassing Parallel aan de ruimtelijke en milieutechnische analyse is een landschapsanalyse uitgevoerd. De vraag daarbij is hoe een toevoeging van windturbines aan het landschap op een verantwoorde manier kan plaatsvinden binnen de ruimtelijke en milieutechnische mogelijkheden. De resultaten van dit hoofdstuk vormen tezamen met het wensbeeld vanuit landschap belangrijke aanknopingspunten voor het ontwikkelen van een inrichtingsplan. De ervaring leert dat wanneer men meerdere perspectieven bij elkaar brengt, met als doel een optimum te bereiken, door maatwerk meer mogelijk kan zijn dan in eerste instantie blijkt uit een analyse gebaseerd op standaarden. Werken met bandbreedte: windturbinetype 130/130 en windturbinetype160/160 Effecten van windturbines op hun omgeving hangen voor sommige aspecten, zoals bijvoorbeeld afstandseisen tot gebouwen en wegen samen met de turbine-afmetingen, met name de rotordiameter en de ashoogte.