8. Bijlage 4 Conceptontwerpbegroting 2023, meerjarenraming 2024-2026.pdf
Tekst van het document
Behandeld in het DB van 13 april 2022
Ontwerpbegroting 2023 en Meerjarenramingen 2024 - 2026
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
3
2.
Financieel Beeld 2023-2026
5
3.
Programma Kerntaken
9
4.
Programma Flexibele Schil
14
5.
Algemene Dekkingsmiddelen
14
6.
Overhead en Bedrijfsvoering
16
7.
Bedrag heffing vennootschapsbelasting
18
8.
Onvoorzien
18
9.
Mutaties reserves
18
10.
Paragrafen
19 19
10.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 10.1.1 Weerstandsvermogen / reserves en voorzieningen
19
10.1.2. Risicobeheersing
22 23
10.2 Financiering Geconsolideerde begroting
26
11.1 Geconsolideerde balans
26
11.2 Geconsolideerde winst- en verliesrekening
28
11.3 Overzicht incidentele baten en lasten
29
11.
Bijlage 1 Kadernota 2023
31
Bijlage 2 Geconsolideerd overzicht ingedeeld naar structureel en incidenteel
37
Bijlage 3 Vermoedelijke saldi en mutaties reserves 2022-2026
39
Bijlage 4 Lijst van Afkortingen
44
2
1. Inleiding Algemeen De begroting van Gemeenschappelijke Regeling Stadsregio Parkstad Limburg (SPL) is een sterk getint financieel-beleidsmatig document. Het vormt het financiële kader voor het jaarplan dat rond de jaarwisseling op basis van inhoudelijke bijdragen van de Bestuurscommissies en het Dagelijks Bestuur door het Algemeen Bestuur wordt vastgesteld. Centraal in de begroting staat het streven naar een structureel sluitend financieel meerjarenperspectief. Met ingang van 2015 is het voor gemeenschappelijke regelingen verplicht (Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen, 9 juli 2014) algemene financiële en beleidsmatige kaders ten behoeve van de begroting op te stellen, de zogenaamde kadernota. Het doel van de Kadernota is de betrokken gemeenteraden over deze kaders tijdig (vóór 15 april) te informeren, zodat raden ook tijdig (afzonderlijk of gezamenlijk) kunnen inspelen op het uitbrengen van een zienswijze bij de begroting. De Kadernota 2023 is vastgesteld in het Dagelijks Bestuur van 15 december 2021. Aansluitend daarop is de Kadernota ter kennisneming aangeboden aan de gemeenteraden. Daarbij is aangegeven dat de Kadernota voor de raden primair een informatief document is. En dat daarom ook op dat moment van de raden nog geen zienswijze wordt gevraagd.
Ook is aangegeven dat het de gemeenteraden vrijstaat om aan de hand van de Kadernota te beraadslagen en de resultaten daarvan als richtlijn mee te geven aan de vertegenwoordiger in het dagelijks bestuur c.q. kenbaar te maken bij het bestuur van PSL. De Kadernota geeft een indicatie over de hoogte van de gemeentelijke bijdrage, de beleidsvoornemens en de prijscompensatie. De Kadernota is opgenomen in bijlage 1.
De samenwerking en governance binnen Stadsregio Parkstad Samenwerking De uitgangspunten voor de regionale samenwerking binnen de Gemeenschappelijke Regeling Stadsregio Parkstad Limburg zijn gebaseerd op de besluitvorming door de raden van de zeven deelnemende gemeenten in april 2021. De uitgangspunten voor de regionale samenwerking betreffen de (nieuwe) strategische agenda, de bestuurlijke inrichting, het Regiobureau en de met deze samenwerking samenhangende financiën. De samenwerking verloopt via twee sporen, namelijk via de kernagenda samenwerking en via de flexibele samenwerking (flexibele schil), waarmee uiting wordt gegeven aan het centrale uitgangspunt van elkaar binden waar dat nodig is en flexibel zijn waar dat kan, uitgaande van de kracht van de “coalition of willing”. Governance De regionale samenwerking Stadsregio Parkstad Limburg krijgt vorm via een gemeenschappelijke regeling van de 7 colleges. Deze bestaat uit het Dagelijks Bestuur (zijnde de 7 burgemeesters), het Algemeen Bestuur (zijnde het DB + 7 wethouders) en de thematische Bestuurscommissies (bestaande uit de betreffende portefeuillehouders). Deze constructie is een antwoord op het vraagstuk van de democratische legitimatie van het regiobestuur, aangezien de reguliere verantwoordingslijnen gehandhaafd blijven. De vertegenwoordigers in de bestuurlijke gremia leggen immers o.a.
verantwoording af aan het eigen college en de eigen raad. Het Dagelijks Bestuur heeft algemene taken op het terrein van regionale samenwerking. Het is verantwoordelijk voor het Parkstad Bureau (P&O, financiën en organisatie), organisatie van de bestuurlijke samenwerking (Governance), grensoverschrijdende samenwerking en verdeling van middelen. Daarnaast heeft het Dagelijks Bestuur de verantwoordelijkheid voor het leggen van
3
dwarsverbanden en het initiëren/uitvoeren van overkoepelende activiteiten (Bestuurscommissiesoverstijgende onderwerpen). In de regionale samenwerking is er een cruciale rol weggelegd voor de Bestuurscommissies (BC’ s), samengesteld uit de portefeuillehouders van de deelnemende gemeenten. De bestuurscommissies zijn gegroepeerd rondom de vijf kernthema’s: • Wonen en Herstructurering • Ruimte en Mobiliteit (RuMo) • Duurzaamheid • Economie en Toerisme. • Sociaal Economische Structuurversterking (SES) Binnen deze thema’s wordt gewerkt aan verschillende soorten taken: 1. Platform voor bestuurlijke afstemming 2. Regionale beleidsontwikkeling 3. Programma ontwikkeling 4. Monitoring en instrumentontwikkeling Het regiobureau faciliteert het Dagelijks Bestuur / Algemeen Bestuur en de Bestuurscommissies, zowel inhoudelijk als logistiek en heeft daarvoor structureel middelen beschikbaar via de regiobijdragen. Ontwikkelingen die van invloed (kunnen) zijn op de taakopdracht aan Stadsregio Parkstad Limburg (SPL) in 2023 1. De afgelopen jaren is veel gepresteerd. Hieruit blijkt dat samenwerken loont. 2. De opgave is : a. groter • Aanpak sociaal economische achterstanden/brede welvaart blijft en wordt opgevoerd en vraagt om integraliteit. Wat is opgestart wordt nu in uitvoering gebracht. • Grote transities zoals de energietransitie.
• Meer dan in het verleden kansen benutten, zoals de ontwikkeling op de bedrijventerreinenmarkt, die sneller gaat dan de afgelopen 40 jaar. Verder wordt vanuit het Rijk verwacht dat er gebiedsgerichte inzet komt voor de stedelijke vernieuwingsgebieden en de grens- en krimpregio’s. Voor beiden worden financiële middelen verwacht. b. complexer (integraler en grensoverschrijdend) 3. Nieuwe strategische agenda 4. Meer geld dan ooit voor de realisatie van de strategische agenda Dit alles maakt de workload groter dan de afgelopen 10 jaren en dient in goede banen geleid te worden. In dat kader is opdracht gegeven aan de secretarissen van de Parkstadgemeenten, de directeur van IBA en de directeur van SPL om advies uit te brengen over de organisatiekracht van de gemeenten. Daarnaast zijn er c.q. komen er fondsen/geldstromen die nieuwe mogelijkheden/kansen voor Parkstad (kunnen) bieden. Op nationaal niveau o.a. het Volkshuisvestingsfonds: hiervoor heeft Parkstad onlangs € 36 miljoen toegekend en uitgekeerd gekregen door het Rijk; de Woningbouw-impuls; het RFF fonds, het EZKretailfonds; kansenongelijkheid onderwijs en op Europees niveau o.a. Green Deal en Bauhaus. In december 2021 is het nieuw regeerakkoord gepubliceerd. De Regio Envelop heeft hierin een plek gekregen van € 900 miljoen. Dit biedt de mogelijkheid om in te zetten op een Regio Deal 2.0.
Tenslotte zijn er nog de bestaande projecten zoals: • Regio Deal: in november 2021 is nagenoeg de volledige € 40 miljoen geprogrammeerd. De focus van de Regio Deal is in 2021 dan ook grotendeels verschoven van voorbereiding en programmering van projecten, naar de uitvoering. De jaren hierna zal nog veel aandacht besteed moeten worden aan de verdere uitvoering hiervan. • De huidige decentralisatie-uitkering (DU) bevolkingsdaling (€ 3,9 miljoen per jaar voor de periode 2016-2020, waarvan 75% regionaal wordt ingezet) liep door tot 2020 en was gekoppeld aan het
4
nationale Actieplan Bevolkingsdaling. In 2020 heeft door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een evaluatie van het programma bevolkingsdaling plaats gevonden, waarin de DU bevolkingsdaling is meegenomen. Hierdoor is de decentralisatie-uitkering bevolkingsdaling met een jaar verlengd tot en met 2021. Inmiddels is bekend geworden dat deze middelen ook in 2022 door het Rijk ter beschikking worden gesteld, waarbij het wel nog de vraag is via welke uitkeringsvorm dit zal plaatsvinden, aangezien de Algemene Rekenkamer opmerkingen heeft gemaakt bij de rechtmatigheid van de huidige DU. De middelen lopen per 1 januari 2023 definitief af. De (demissionair) minister van BZK heeft laten weten dat het aan het nieuwe kabinet is om te bepalen hoe het beleid rond de opgaven in de krimpregio’s aan te pakken. Mogelijk dat onder een andere noemer extra gelden verwacht kunnen worden. De indeling van de begroting 2023 is in overeenstemming met de BBV en bestaat uit de volgende programma’s / onderdelen: 1. Inleiding 2. Financieel Beeld 2023-2026 3. Programma Kerntaken 4. Programma Flexibele schil 5. Algemene Dekkingsmiddelen 6. Overhead en bedrijfsvoering 7. Bedrag heffing vennootschapsbelasting 8. Onvoorzien 9. Mutaties reserves 10. Paragrafen 11. Geconsolideerde begroting 12. Besluit Aanvullend op deze programma’s / onderdelen zijn drie bijlagen opgenomen: 1.
Kadernota 2023-2026 2. Geconsolideerd overzicht begroting verdeeld in structureel en incidenteel 3. Lijst met afkortingen
2. Financieel Beeld 2023-2026 Samenvatting beleidsmatige en financiële Kaders 2023-2026 De Kadernota 2023 bevat de beleidsmatige en financiële uitgangspunten voor de begroting 2023 en meerjarenramingen 2024-2026 voor Stadsregio Parkstad Limburg. De kadernota 2023 is integraal opgenomen in bijlage 1. In deze paragraaf zijn de uitgangspunten opgenomen. De begroting sluit aan op de Kadernota, met uitzondering van het volgende: Al sinds lange tijd staat de bedrijfsvoering onder druk als gevolg van langdurig zieke medewerkers. Hierdoor blijft er werk liggen. In 2022 en 2023 dient dit opgelost te worden en is er extra budget nodig. Naast de inhuur ter vervanging van de langdurig zieke medewerkers (financiën en office managent), ook voor het op orde brengen van het archief en het kunnen bieden van een bureaubreed opleidingsprogramma. Dit laatste is nodig omdat door de uitkomst van de Takendiscussie en de daarop aangepaste Gr (gemeenschappelijke regeling) veel is veranderd. Het is zaak de activiteiten van het bureau hierop in te richten en het bureau goed te laten functioneren. Een bureaubreed opleidingsprogramma met onder andere een teambuildingsprogramma moet hieraan bijdragen. Voor 2022 betreft het een bedrag van €252.000 (zijnde het batig saldo uit de jaarstukken 2021 dat terugvloeit naar de gemeenten; dit batig saldo is o.a.
ontstaan doordat functies later zijn ingevuld, dan was voorzien) en voor 2023 een bedrag van € 200.000. Het (teruggevloeide) bedrag van € 252.000 wordt via de 2e begrotingswijziging 2022 weer ter beschikking gesteld aan de Stadsregio Parkstad Limburg. Het benodigde bedrag voor 2023 ter hoogte van € 200.000 is als extra incidentele bijdrage van de Parkstad gemeenten in het jaar 2023 in de ontwerpbegroting 2023 verwerkt.
5
Algemene beleidsmatige kaders 2023 - 2026 Voor de begroting 2023 en de daarop volgende jaren worden in lijn daarmee de volgende algemene beleidsmatige kaders gehanteerd: 1. Activiteiten van Parkstad gericht op de realisering van de speerpunten die zijn ontleend aan de Strategische agenda. 2. Voor het Regiobureau is het een topprioriteit om – naast het beleidsinhoudelijk uitvoering geven aan de kernthema’s - de Bestuurscommissies te ondersteunen en de samenwerking binnen en buiten Parkstad te faciliteren. 3. Het Regiobureau wordt in toenemende mate gevraagd de uitvoering van Parkstadbeleid voor te bereiden en te faciliteren. Dit past in de visie van Parkstad om van beleid een succes te maken. Bij de uitvoering van beleid wordt nadrukkelijk gezocht naar mogelijkheden van cofinanciering. 4. Veranderingen van buitenaf die relevant zijn voor de kerntaken van Parkstad worden door het Regiobureau met de beschikbare capaciteit opgepakt en doorvertaald in de ondersteuning aan de Bestuurscommissies, het Dagelijks Bestuur en aan de gemeenten. Deze ontwikkelingen volgen elkaar steeds sneller op en hebben veel impact. De algemene financiële kaders 2023-2026 Omvang van het Bureau: Tabel: Ontwikkeling bezetting Stadsregio Parkstad Limburg in fte (structureel)
01/2006 01/2010 31/12/2013 01/01/2014 01/2015 01/07/2015 01/01/2018 01/01/2021 01/01/2022 01/01/2023 Parkstadbureau
26
30,5
29,5
26
15,5
11,5
13,7
20,3
26,3
26,3
GBRD
0
42
42,0
0
0
0
0
0
0
0
BAG/GEO
0
18,5
18,5
18,5
18,5
0
0
0
0
0
26
91,0
90,0
44,5
34,0
11,5
13,7
20,3
26,3
26,3
Totaal
NB: De sprong in 2021 is het gevolg van de takendiscussie.
Parkstadbegroting: in € 1 miljoen.
8
Parkstadbegroting
6
4
2
0 2000
2007 personeel
2010 2017 2019 werkbudget vaste lasten
NB: De sprong in 2021 is het gevolg van de takendiscussie.
6
2021 2022 Incidentele bijdragen
2023
Financiële kaders 1. Voor de uitvoering van de kerntaken is een structureel werkbudget beschikbaar van € 700.000 per jaar. 2. In de begroting 2023 is het werkbudget ongesplitst. Op basis van het Jaarplan 2023 verdeelt het Algemeen Bestuur het werkbudget over de Bestuurscommissies en het Dagelijks Bestuur. 3. In de begroting is een bedrag van € 40.000 per jaar voor lobby inzake subsidieverwerving opgenomen. 4. De langlopende verplichting Buitenring van structureel € 400.000 per jaar maakt deel uit van de begroting. Deze verplichting loopt door tot en met 2030. 5. Het Regiobureau is belast met de voorbereiding en uitvoering van de kerntaken. Voor de uitvoering van kerntaken beschikt het Regiobureau over een vaste bezetting van 26,3 fte. 6. Voor personele capaciteit die nodig is voor de uitvoering van projecten met een tijdelijke (co)financiering wordt (beperkt) gebruik gemaakt flexibele contracten. 7. De prijsindexering van de materiële kosten (1,5% voor 2023 ) en de salariskosten (2% voor 2023) is gebaseerd op de prognose volgens de meest recente circulaire (september) van de algemene uitkering. De aanpassing van de regiobijdragen voor deze kostenstijging is onvermijdelijk. In 2022 zal een functiewaarderingstraject (hr 21) worden uitgevoerd.
Na de reorganisatie in 2014 was de organisatie afgeslankt en heeft er een onafhankelijk functiewaarderingstraject plaatsgevonden en zijn de functies afgeschaald. Nu is de situatie vergelijkbaar met de situatie van voor 2014 en is een functiewaarderingstraject weer opportuun. Omdat tijdens het opstellen van deze begroting niet duidelijk is wat de financiële consequenties van de FUWA zullen zijn, zijn deze niet in de begroting opgenomen. Maar zullen deze na goedkeuring middels een begrotingswijziging worden verwerkt. 8. In 2023 wordt een beroep gedaan op de frictiereserve van € 15.000 voor de extra loonkosten (€ 15.000) van 1 medewerker, die op basis van het Sociaal Plan salaris betaald krijgt op grond van de functie en bijbehorende waardering van voor de transitie. De kosten lopen door tot en met 2026 (pensioendatum). Daarnaast worden de afschrijvingskosten inzake de verbouwing ten behoeve van extra werk/vergaderruimte van €7.000 per jaar uit de frictiereserve onttrokken. 9. Parkstad heeft een structureel sluitende begroting. De bijdragen van de gemeenten daarin zijn opgebouwd uit drie delen; deze zijn voor 2023: a.
Een bedrag van € 4.311.000 voor de kerntaken, de verplichting buitenring en de bedrijfsvoering; De algemene lijn die binnen Parkstad wordt gevolgd en jaren geleden als dusdanig is overeengekomen en wordt nageleefd is dat gelden die vrijvallen bij de bedrijfsvoering in beginsel (op basis van de reguliere verdeelsleutel) terugvloeien naar de gemeenten. Gelden die vrijvallen bij projecten of anderszins middelen van de Bestuurscommissies/het DB blijven te allen tijde beschikbaar voor Parkstad en vloeien niet terug naar de gemeenten. b. Een bedrag van € 50.000 voor grensoverschrijdende samenwerking; c. Een bedrag van € 1.076.000 voor Regionale Initiatieven. Daarnaast worden op grond van bestuurlijk geaccordeerde afspraken/overeenkomsten bijdragen gevraagd voor kosten van tijdelijke projecten, zoals het Zonnepanelenproject. Deze zijn nog niet in deze begroting opgenomen.
7
Samenvatting financieel beeld 2023-2026 Initiële bedroting 2022
Na 1e begrotingswijziging 2022
Na voorgenomen 2e begrotingswijziging 2022
Werkbudget kernactiviteiten
700
700
700
700
700
700
700
Grensoverschrijdende samenwerking
50
50
50
50
50
50
50
Lobby inzake subsidieverwerving
40
40
40
40
40
40
40
Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten/projectlasten Afschrijvingen buitenring
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
264
264
264
264
264
264
264
Financieringskosten buitenring
106
106
106
95
82
69
56
Flexibele schil
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
1.918
1.918
1.918
2.627
2.674
2.730
2.787
309
309
309
0
0
0
0
0
346
346
0
0
0
0
2.227
2.573
2.573
2.627
2.674
2.730
2.787
Omschrijving (Bedragen x € 1.000)
Loonkosten formatie Loonkosten takendiscussie Bod Heerlen * Totaal loonkosten
2023
2024
2025
2026
Tijdelijke frictiekosten sociaal plan
15
15
15
15
15
15
15
Materiële kosten bedrijfsvoering en huisvesting
272
332
584
544
349
354
360
Materiële kosten takendiscussie
66
66
66
0
0
0
0
Afschrijvingskosten verbouwing
0
7
7
7
7
7
7
Totaal materiële kosten bedrijfsvoering
338
405
657
551
356
361
367
Totaal lasten
3.740
4.153
4.405
4.342
4.181
4.229
4.279
Bijdragen deelnemende gemeenten conform Kadernota
3.132
3.132
3.384
3.955
3.801
3.854
3.910 50
Bijdrage deelnemende gemeenten grensoverschrijdende samenwerking (onderdeel AG Charlemagne)
50
50
50
50
50
50
Bijdragen deelnemende gemeenten takendiscussie
572
572
572
0
0
0
0
Bijdrage gemeente Heerlen takendiscussie
0
346
346
356
362
370
378
Totaal bijdragen deelnemende gemeenten
3.754
4.100
4.352
4.361
4.213
4.274
4.338
Bijdragen gemeenten flexibele schil
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten/projectbaten
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
3.754
4.100
4.352
4.361
4.213
4.274
4.338
14
-53
-53
19
32
45
58
400
400
400
197
219
241
266
Reserve Ringwegen
371
371
371
156
165
174
186
Frictiereserve
15
82
82
22
22
22
22
0
0
0
0
0
0
0
Totaal baten Exploitatieresultaat Stortingen in reserves: Reserve Ringwegen Onttrekkingen aan reserves:
Begrotingsresultaat
* Bod Heerlen was niet opgenomen in de primaire begroting 2022. Dit betreft de effectuering van afspraken uit 2021 inzake de taken-discussie die middels de eerste begrotingswijziging in 2022 is verwerkt en doorwerken in 2023 en latere jaren.
Verdeling van middelen (via balans)
2022
Na 1e begrotingswijziging 2022
Na voorgenomen 2e begrotingswijziging 2022
2023
2024
2025
2026
Bestemming regionaal deel Decentralisatie Uitkering Bevolkingsdaling
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
Regionaal deel Decentralisatie Uitkering Bevolkingsdaling
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
0
0
0
0
0
0
0
Saldo
Verdeling van middelen (via balans)
2022
Na 1e begrotingswijziging 2022
Na voorgenomen 2e begrotingswijziging 2022
2023
2024
2025
2026
Regionale initiatieven
1.058
1.058
1.058
1.076
1.095
1.114
1.134
Bijdragen regionale initiatieven
1.058
1.058
1.058
1.076
1.095
1.114
1.134
0
0
0
0
0
0
0
Saldo
8
3. Programma Kerntaken De regionale samenwerking verloopt via twee sporen: de kernsamenwerking waar elke gemeente aan meedoet en de flexibele samenwerking (flexibele schil). Hiermee wordt uiting gegeven aan het centrale uitgangspunt van elkaar binden waar dat nodig is en flexibel zijn waar dat kan, uitgaande van de kracht van de coalition of willing. Dit leidt tot een kernagenda en een keuze agenda. De gemeenschappelijke regeling Stadsregio Parkstad Limburg is een regeling tussen colleges van burgemeester en wethouders. Naast het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur fungeren binnen Parkstad Bestuurscommissies, bestaande uit portefeuillehouders. De Bestuurscommissies hebben het bestuurlijk primaat en de budgetverantwoordelijkheid binnen de door het Algemeen Bestuur toebedeelde taken en budgetten. De betrokkenheid van de gemeenteraden en colleges krijgt gestalte via Regionale Raadsinformatiebijeenkomsten en College-Regiodagen. De regionale samenwerking wordt ondersteund door het Regiobureau. Het Regiobureau faciliteert de inhoud en de processen van de Bestuurscommissies en de andere gremia en activiteiten rondom die samenwerking: het Dagelijks Bestuur, het Algemeen Bestuur, de Regiodagen en informatiebijeenkomsten.
Het uitgangspunt is een “mean and lean” bureau van een voldoende kaliber om te kunnen voldoen aan de eisen van onafhankelijke bestuurlijke ondersteuning, strategische programmabewaking en procesmanagement en –coördinatie.
Indeling programma in deelactiviteiten en deelbudgetten Het programma Kerntaken is onderverdeeld in 7 deelactiviteiten; 1. Activiteiten gerelateerd aan de Kernagenda die gedekt worden uit het werkbudget. 2. Activiteiten gerelateerd aan de Kernagenda voor het thema GROS, onderdeel AG-Charlemagne. 3. Regionale initiatieven. 4. Cofinanciering van kernactiviteiten en fondsen dan wel geldstromen uit nationale en internationale subsidies 5. Een mogelijk vervolg op de decentralisatie uitkering bevolkingsdaling en Regio Deal 2.0 6. Kernformatie. 7. Financieringskosten en afschrijvingskosten Buitenring.
9
Het bijbehorend financieel beeld is weergegeven in onderstaand overzicht.
Omschrijving (bedragen * € 1.000)
Na 1e Na Initiële begrotings- voorgenomen bedroting wijziging 2e begrotings2022 2022 wijziging 2022
2023
2024
2025
2026
Werkbudget:
700
700
700
700
700
700
700
Grensoverschrijdende samenwerking
50
50
50
50
50
50
50
Lobby subsidieverwerver
40
40
40
40
40
40
40
Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten/projectlasten
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
Afschrijvingskosten Buitenring
264
264
264
264
264
264
264
Financieringskosten Buitenring
106
106
106
95
82
69
56
1.276
1.622
1.622
1.657
1.687
1.722
1.758
Loonkosten formatie Tijdelijke frictiekosten sociaal plan Totale lasten Kerntaken
15
15
15
15
15
15
15
2.452
2.798
2.798
2.821
2.838
2.860
2.883
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
0
0
0
0
0
0
0
-2.452
-2.798
-2.798
-2.821
-2.838
-2.860
-2.883
400
400
400
197
219
241
266
0
0
0
0
0
0
0
Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten/projectbaten Totale baten Kerntaken Gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten Kerntaken Stortingen in reserves: Reserve Ringwegen Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies Onttrekkingen aan reserves: Reserve Ringwegen
371
371
371
156
165
174
186
Reserve werkbudget Algemeen Bestuur
0
0
0
0
0
0
0
Reserve werkbudget Bestuurscommissies
0
0
0
0
0
0
0
Frictiereserve
15
15
15
15
15
15
15
Saldo mutaties reserves Kerntaken
14
14
14
26
39
52
65
Gerealiseerde resultaat Kerntaken
-2.438
-2.784
-2.784
-2.795
-2.799
-2.808
-2.818
Verdeling van middelen (via balans)
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Bestemming regionaal deel Decentralisatie Uitkering Bevolkingsdaling
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
Regionaal deel Decentralisatie Uitkering Bevolkingsdaling
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
Saldo
Verdeling van middelen (via balans)
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Regionale initiatieven
1.058
1.058
1.058
1.076
1.095
1.114
1.134
Bijdragen regionale initiatieven
1.058
1.058
1.058
1.076
1.095
1.114
1.134
0
0
0
0
0
0
0
Saldo
Werkbudget kernactiviteiten Voor de uitvoering van de kernthema’s is in de begroting 2023 een werkbudget opgenomen van € 700.000. Het werkbudget is bedoeld ter dekking van activiteiten: voorbereidingskosten van beleid en programmering, monitoring, ondersteuning, instrumentontwikkeling et cetera, passend binnen de Kernagenda. De activiteiten zijn zowel inhoudelijk als proces ondersteunend van aard. Met ingang van 2018 is lobby inzake subsidieverwerving structureel toegevoegd aan de kernactiviteiten. In de begroting is het werkbudget een ongesplitst bedrag. Op basis van het jaarplan 2023 zal het Algemeen Bestuur dit werkbudget verdelen over de Bestuurscommissies en het Dagelijks Bestuur. Bij de verdeling wordt rekening gehouden met de plannen die de Bestuurscommissies en het Dagelijks Bestuur aandragen in het kader van het jaarplan 2023. Grensoverschrijdende samenwerking (GROS) De Arbeitsgemeinschaft Charlemagne Grensregio (opgericht in 2011) is een grensoverschrijdend samenwerkingsverband tussen Parkstad Limburg, Stadt Aachen, Städteregion Aachen, gemeente Heerlen, de Deutschsprachige Gemeinschaft Belgiens en de gemeente Vaals. Per 1 januari 2021 heeft de Arbeitsgemeinschaft Charlemagne Grensregio zich na een unaniem besluit in 2020 van de Vorstand aangesloten bij de EGTS-EMR.
10
De structurele bijdrage van Parkstad aan AG Charlemagne bedraagt jaarlijks € 50.000 en wordt conform de afspraken doorberekend aan de gemeenten volgens de gebruikelijke verdeelsleutel van Parkstad Limburg. Projecten decentralisatie uitkering bevolkingsdaling Met ingang van 2016 krijgen de Parkstadgemeenten 5 jaar lang € 3,9 miljoen per jaar uitgekeerd op basis van de decentralisatie uitkering bevolkingsdaling. In Parkstadverband is besloten hiervan € 2,9 miljoen per jaar (circa. 75%) regionaal in te zetten. De inzet van de overige 25% loopt via de gemeenten. De regionale middelen worden ingezet als cofinanciering van projecten. Hiervoor leveren de gemeenten projectvoorstellen aan die aan de hand van vooraf vastgestelde criteria worden beoordeeld en van advies worden voorzien door de Bestuurscommissies. Op basis van een gezamenlijk advies van de Bestuurscommissies wijst het Dagelijks Bestuur uiteindelijk middelen toe aan projecten. De huidige decentralisatie-uitkering (DU) bevolkingsdaling liep door tot 2020 en was gekoppeld aan het nationale Actieplan Bevolkingsdaling. In 2020 heeft door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een evaluatie van het programma bevolkingsdaling plaats gevonden, waarin de DU bevolkingsdaling is meegenomen. Hierdoor is de decentralisatie-uitkering bevolkingsdaling met een jaar verlengd tot en met 2021.
Inmiddels is bekend geworden dat deze middelen ook in 2022 door het Rijk ter beschikking worden gesteld, waarbij het wel nog de vraag is via welke uitkeringsvorm dit zal plaatsvinden, aangezien de Algemene Rekenkamer opmerkingen heeft gemaakt bij de rechtmatigheid van de huidige DU. De middelen lopen per 1 januari 2023 definitief af. De (demissionair) minister van BZK heeft laten weten dat het aan het nieuwe kabinet is om te bepalen hoe het beleid rond de opgaven in de krimpregio’s aan te pakken. Mogelijk dat onder een andere noemer extra gelden verwacht kunnen worden. Indien middelen beschikbaar komen worden de extra baten en lasten via een tussentijdse begrotingswijziging (bij voorkeur via de bestuursrapportage) opgenomen in de begroting. Door de wijze van boekhoudkundige verwerking van deze projecten zal het eventuele geprognosticeerde resultaat op deze projecten nihil zijn. Regio Deal 2.0 In december 2021 is het nieuw regeerakkoord gepubliceerd. De Regio Envelop heeft hierin een plek gekregen van € 900 miljoen. Dit biedt de mogelijkheid om in te zetten op een Regio Deal 2.0. Indien middelen beschikbaar komen worden de extra baten en lasten via een tussentijdse begrotingswijziging (bij voorkeur via de bestuursrapportage) opgenomen in de begroting.
Door de wijze van boekhoudkundige verwerking van deze projecten zal het eventuele geprognosticeerde resultaat op deze projecten nihil zijn. Regionale initiatieven De Regionale Initiatieven zijn gemeentelijke initiatieven en taken waarvan in het verleden met de gemeenten is afgesproken dat de uitbetaling daarvan via Stadsregio Parkstad Limburg loopt. Het betreft de financiering van BTM, het Starterscentrum, het Routebureau, Visit Zuid-Limburg (voormalige VVV) en het Vestigingenregister. Stadsregio Parkstad Limburg ontvangt facturen van de verschillende instellingen en factureert deze gebundeld door naar de gemeenten. Daarnaast wordt vanuit het budget voor regionale initiatieven een bijdrage geleverd aan het Uitvoeringsprogramma Toerisme. In de begroting 2023 zijn op basis van de vigerende afspraken onderstaande ramingen opgenomen. De daadwerkelijk gefactureerde bedragen zullen aan de gemeenten worden doorberekend.
11
Gemeente BTM (STG)
BTM (C'magne)
Routebureau
Vestigingen- Visit Zuid register Limburg
Starterscentrum
Uitvoeringsprogramma Toerisme
Totaal
Bedragen x€1 Brunssum
8.898
4.517
2.668
8.103
77.821
11.963
2.519
116.489
Heerlen
25.773
13.085
10.658
23.832
253.188
37.447
9.353
373.336
Kerkrade
14.391
7.306
5.191
12.346
173.510
19.672
4.678
237.094
Landgraaf
8.831
4.483
6.782
10.140
118.687
16.101
5.510
170.534
Simpelveld
1.074
546
1.400
4.055
20.368
4.539
1.214
33.196
Voerendaal
1.308
664
1.085
5.149
25.404
5.364
1.042
40.016
Beekdaelen
4.726
2.399
2.997
13.743
64.307
15.453
1.750
105.375
Totaal
65.001
77.368 733.285 Nog te Nog te verhogen verhogen met BTW met BTW
110.539
26.066 1.076.040
33.000 30.781 Nog te Nog te verhogen verhogen met BTW met BTW
De bijdragen aan BTM, Starterscentrum en het Uitvoeringsprogramma Toerisme zijn identiek aan de bijdragen in 2022. In 2020 is aan BTM een begrotingspostsubsidie toegekend met een maximale bijdrage van € 65.000,- per jaar. Dit onder de voorwaarde dat de Parkstadgemeenten hun financiële bijdrage hiervoor blijven leveren. Het resterende beschikbare BTM-budget wordt gebruikt voor het verstrekken van opdrachten. De bijdrage aan Visit Zuid Limburg is gebaseerd op het convenant voor de subsidiëring in de periode 2021-2026. De bijdrage aan het Routebureau is gebaseerd op de bijdrage 2018-2019, geïndexeerd met 2%. De bijdrage aan het Starterscentrum is gebaseerd op € 0,45 per inwoner. De bijdrage is ontleend aan de meerjarenbegroting van het Starterscentrum. De bijdrage aan het Vestigingenregister bestaat uit 2 delen “Gemeenten aan het Werk” en “VRLparticipatie”. De bijdragen zijn ontleend aan de meerjarenbegroting van het Vestigingenregister. Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten en fondsen danwel geldstromen uit nationale en internationale subsidies In een aantal gevallen blijkt het mogelijk te zijn (en Parkstad zoekt daar actief naar) om voor projecten/activiteiten van de kernagenda cofinanciering te verkrijgen. Ook wordt gezocht naar fondsen danwel geldstromen uit nationale en internationale subsidies.
De ontvangen middelen en de toevoegingen van deze middelen aan de budgetten voor die activiteiten/projecten verloopt via deze post. Indien middelen beschikbaar komen worden de extra baten en lasten via een tussentijdse begrotingswijziging (bij voorkeur via de bestuursrapportage) opgenomen in de begroting. Door de wijze van boekhoudkundige verwerking van deze projecten zal het eventuele geprognosticeerde resultaat op deze projecten nihil zijn. Kernformatie De kernformatie bestaat per 1 januari 2022 uit 26,3 fte. In lijn met de BBV is de totale formatie van Parkstad (totaal 26,3 fte) gesplitst in een programmadeel en een overheaddeel (zie hoofdstuk bedrijfsvoering). In onderstaande tabel is de omvang van de kernformatie en de raming van de loonkosten opgenomen voor de jaren 2022 tot en met 2026.
Totaal kernformatie
Na 1e Na voorInitiële begrotings- genomen 2e bedroting wijziging begrotings2022 2022 wijziging 2022
2023
2024
2025
2026
FTE kernformatie programma's
15,7
15,7
15,7
15,7
15,7
15,7
15,7
FTE kernformatie overhead
10,6
10,6
10,6
10,6
10,6
10,6
10,6
FTE kernformatie
26,3
26,3
26,3
26,3
26,3
26,3
26,3
12
Loonkosten totaal (bedragen * € 1.000)
Loonkosten kernformatie programma activiteiten
Na 1e Na voorInitiële begrotings- genomen 2e bedroting wijziging begrotings2022 2022 wijziging 2022
2023
2024
2025
2026
1.276
1.622
1.622
1.657
1.687
1.722
Tijdelijke frictiekosten sociaal plan
15
15
15
15
15
15
15
Loonkosten kernformatie overhead
951
951
951
970
987
1.008
1.029
2.241
2.587
2.587
2.642
2.689
2.745
2.802
Totaal
1.758
In de berekening van de loonkosten is uitgegaan van een loonkostenstijging ter hoogte van het prijsindexcijfer overheidsconsumptie (beloning werknemers volgens de meest recente (september) circulaire 2021 van de algemene uitkering (2,0% voor 2023). In 2023 wordt een beroep gedaan op de reserve frictiegelden voor de afdekking van de extra loonkosten van 1 medewerker, die op basis van het Sociaal Plan het salaris betaald krijgt op grond van de functie en bijbehorende waardering van voor de transitie, tot aan zijn pensioendatum. Deze kosten worden in 2023 geraamd op € 15.000. Deze kosten lopen door tot en met 2026. Na de reorganisatie in 2014 was de organisatie afgeslankt en heeft er een onafhankelijk functiewaarderingstraject (FUWA) plaatsgevonden en zijn de functies afgeschaald. Nu is de situatie vergelijkbaar met de situatie van voor 2014 en is een functiewaarderingstraject weer opportuun. Omdat tijdens het opstellen van deze begroting niet duidelijk is wat de financiële consequenties van de FUWA zullen zijn, zijn deze niet in de begroting opgenomen. Maar zullen deze na goedkeuring middels een begrotingswijziging worden verwerkt. Financiering en afschrijving Buitenring Deze lasten hebben betrekking op de afschrijvingen en rentekosten van de lening voor het aandeel van Parkstad in de financiering van de Buitenring. Het bedrag van € 7,2 miljoen wordt gesplitst afgeschreven.
Het asfaltgedeelte wordt afgeschreven in 15 jaar en het funderingsgedeelte in 40 jaar, vanaf 2020, zijnde het jaar na ingebruikname van de Buitenring. De afschrijvingskosten zijn € 264.000 per jaar. De rentekosten bedragen in 2023 € 95.000. Aan de reserve Ringwegen wordt conform BBV ongeveer de helft van de afschrijvingslasten onttrokken (naar rato van de verhouding reserve / vast actief). Het verschil tussen de bijdragen van de Parkstad gemeenten (€ 400.000 per jaar) en de afschrijvingskosten (€ 264.000 per jaar) en rentelasten ( € 93.000 voor 2023) wordt per saldo aan de reserve Buitenring toegevoegd voor de dekking van de afschrijvingskosten na 2030. De reserve is daarmee in 2030 voldoende om de resterende afschrijvingslasten te dekken. De bijdrage van de gemeenten voor de Buitenring is in het verleden gekort op het werkbudget. Na 2030 dan zal aan het DB worden voorgesteld de oude situatie te herstellen en de bijdrage weer aan het werkbudget toe te voegen. Frictiereserve In 2023 worden de volgende kosten opgenomen die worden gedekt uit de frictiereserve: Salarisgarantie conform het Sociaal Plan. Deze kosten voor 1 medewerker in dienst van Parkstad worden geraamd op € 15.000 voor 2022 en volgende jaren. Deze kosten lopen maximaal door tot het vertrek van deze medewerker als gevolg van het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd in 2026.
Daarnaast worden de afschrijvingskosten van de verbouwing van de tweede en derde verdieping van het kantoorgebouw ten bedrage van € 7.000 aan de frictiereserve onttrokken.
13
4. Programma Flexibele Schil Naast thema’s die behoren tot de Kernagenda en waarvan de financiering loopt via de regiobijdragen van de gemeenten is er binnen de samenwerking plaats voor een flexibele schil, waarbij partijen elkaar kunnen vinden via de coalition of willing. Administratieve ontzorging zonnepanelen. Dit betreft de administratieve eenheid die centraal bij Parkstad is georganiseerd voor de contractafwikkeling en de BTW-teruggaaf voor de deelnemers. De beschikbaar gestelde middelen en de toevoeging aan de projectbudgetten worden via tussentijdse begrotingswijzigingen opgenomen in de begroting.
Programma Flexibele schil (* € 1.000)
Na voorNa 1e Initiële genomen 2e begrotingsbedroting begrotingswijziging 2022 wijziging 2022 2022
2023
2024
2025
2026
Administratie zonnepanelen
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
Totale lasten Flexibele schil
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
Bijdragen gemeenten aan administratie zonnepanelen
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
Totale baten Flexibele schil
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
Gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten Flexibele schil Stortingen in reserves Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies Onttrekkingen aan reserves
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
Saldo mutaties reserves Flexibele schil
Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
Gerealiseerde resultaat Flexibele schil
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
5. Algemene Dekkingsmiddelen Gemeentelijke bijdragen kerntaken De gemeentelijke bijdragen zijn zodanig berekend dat voor de uitvoering van de kerntaken en de lopende verplichtingen een sluitende begroting wordt verkregen. De verdeling van de bijdrage over de deelnemende gemeenten vindt – zoals vastgelegd in de Gemeenschappelijke Regeling Stadsregio Parkstad Limburg van 1 mei 2021 plaats aan de hand van de meest recent vastgestelde Algemene Uitkering. Voor de begroting 2022 is dat de Algemene Uitkering 2019.
14
Verdeelsleutel 2022
Begroting 2022
Verdeelsleutel 2023
Meerjarenraming 2023-2026 (* € 1.000)
Gemeente 2022 na voorgenomen wijziging
AU 2019 Basis
Aandeel gemeente
437
465
30.666
10,53%
443
427
433
418
445
31.606
10,85%
450
434
440
446
39,13%
1.331
1.430
114.817
39,41%
1.436
1.373
1.393
1.412
33.172
18,31%
714
760
54.120
18,58%
770
742
752
763
24.547
13,55%
527
561
40.308
13,83%
571
551
558
567
Simpelveld
6.016
3,32%
129
138
9.544
3,28%
136
131
133
135
Voerendaal
6.826
3,77%
147
156
10.290
3,53%
149
143
145
147
181.167
100,00%
3.704
3.956
291.352
100,00%
3.955
3.801
3.854
3.910
AU 2018 Basis
Aandeel gemeente
Beekdaelen
20.307
11,21%
Brunssum
19.403
10,71%
Heerlen
70.896
Kerkrade Landgraaf
Totaal Bod Heerlen * Totaal
2022
2023
2024
2025
2026
439
346
346
356
362
370
378
4.050
4.302
4.311
4.163
4.224
4.288
* Bod Heerlen w as niet opgenom en in de prim aire begroting 2022. Dit betreft nog de form alisering van de besluitvorm ing rondom de takendiscussie zoals die in 2021 zow el bij de gem eenten als bij de Stadsregio heeft plaatsgevonden. Met de 1e begrotingsw ijziging is dit alsnog in de begroting 2022 verw erkt
Gemeentelijke bijdragen thema GROS, onderdeel AG Charlemagne De Arbeitsgemeinschaft Charlemagne Grensregio (opgericht in 2011) is een grensoverschrijdend samenwerkingsverband tussen Parkstad Limburg, Stadt Aachen, Städteregion Aachen, gemeente Heerlen, de Deutschsprachige Gemeinschaft Belgiens en de gemeente Vaals. Per 1 januari 2021 heeft de Arbeitsgemeinschaft Charlemagne Grensregio zich na een unaniem besluit in 2020 van de Vorstand aangesloten bij de EGTS-EMR. De structurele bijdrage van Parkstad aan AG Charlemagne bedraagt jaarlijks € 50.000 en wordt conform de afspraken doorberekend aan de gemeenten volgens de gebruikelijke verdeelsleutel van Parkstad Limburg. De verdeling van de bijdragen van de gemeenten in 2023 is als volgt: Gemeente
Verdeelsleutel
Begroting 2023
Aandeel gemeente
x€1
Beekdaelen
10,53%
5.263
Brunssum
10,85%
5.424
Heerlen
39,41%
19.704
Kerkrade
18,58%
9.288
Landgraaf
13,83%
6.917
Simpelveld
3,28%
1.638
Voerendaal Totaal
3,53%
1.766
100,00%
50.000
15
Totaal overzicht De algemene dekkingsmiddelen zien er samengevat als volgt uit:
Algemene Dekkingsmiddelen (bedragen * € 1.000)
Na voorNa 1e genomen 2e begrotingsbegrotingswijziging wijziging 2022 2022
Initiële bedroting 2022
Totale lasten
2023
2024
2025
2026
0
0
0
0
0
0
0
Bijdragen deelnemende gemeenten
3.754
4.100
4.352
4.361
4.213
4.274
4.338
Totale baten
3.754
4.100
4.352
4.361
4.213
4.274
4.338
Gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten Algemene Dekkkingsmiddelen
3.754
4.100
4.352
4.361
4.213
4.274
4.338
Saldo mutaties reserves Algemene Dekkingsmiddelen
0
0
0
0
0
0
0
Gerealiseerde resultaat Algemene Dekkingsmiddelen
3.754
4.100
4.352
4.361
4.213
4.274
4.338
Stortingen in reserves Onttrekkingen aan reserves
6. Overhead en Bedrijfsvoering Dit onderdeel is in overeenstemming met de BBV-voorschriften. Op dit onderdeel worden de kosten verantwoord van de personele overhead en de kosten voor de bedrijfsvoering, bestaande uit de materiële kosten voor huisvesting, ICT, facilitaire zaken, financiën en personele zaken. Overhead In de nota van toelichting bij het besluit van 6 maart 2017 inzake de wijziging van de BBV wordt uiteengezet welke kosten worden gerekend tot de overhead: • Financiën, toezicht en controle op de eigen organisatie • Personeelszaken en organisatie • Inkoop • Interne en externe communicatie • Juridische zaken • Bestuurszaken en bestuursondersteuning • Informatievoorziening en automatisering • Facilitaire zaken en huisvesting • Documentaire informatievoorziening • Managementondersteuning primair proces
Personele overhead De formatie van het onderdeel overhead bestaat in 2023 uit 10,6 fte. In de begroting 2023 is een bedrag aan kosten formatie overhead opgenomen van € 970.000.
Loonkosten totaal (bedragen * € 1.000)
Loonkosten kernformatie programma activiteiten Tijdelijke frictiekosten sociaal plan Loonkosten kernformatie overhead Totaal
Na voorNa 1e Initiële genomen 2e begrotingsbedroting begrotingswijziging 2022 wijziging 2022 2022
2023
2024
2025
2026
1.276
1.622
1.622
1.657
1.687
1.722
1.758
15
15
15
15
15
15
15
951
951
951
970
987
1.008
1.029
2.241
2.587
2.587
2.642
2.689
2.745
2.802
16
Indexering loonkosten In de berekening van de loonkosten is uitgegaan van een loonkostenstijging ter hoogte van het prijsindexcijfer overheidsconsumptie (beloning werknemers volgens de meest recente (september) circulaire 2021 van de algemene uitkering (2,0%). Bedrijfsvoering Voor het onderdeel materiële kosten bedrijfsvoering was in 2021 een budget opgenomen van € 351.000. In onderstaande tabel is aangegeven welke aanpassingen hebben plaatsgevonden ten behoeve van de raming in 2021. Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026 x € 1.000 x € 1.000 x € 1.000 x € 1.000 x € 1.000
Materiële kosten bedrijfsvoering (Bedragen * € 1.000) Budget materiële kosten bedrijfsvoering begroting 2022
339
344
349
354
Prijsindex begroting 2022 1,5%
-5
-5
-5
Prijsindex begroting 2023 1,5%
5
5
5
5
349
354
360
Incidentele kosten op orde brengen bedrijfsvoering
354
200
Totaal budget materiële kosten bedrijfsvoering begroting 2023
339
544
De prijsindexering van de materiële kosten (1,5% voor 2023 ) is gebaseerd op de prognose volgens de meest recente circulaire (september 2021) van de algemene uitkering. De algemene lijn die binnen Parkstad wordt gevolgd en jaren geleden als dusdanig is overeengekomen en wordt nageleefd is dat gelden die vrijvallen bij de bedrijfsvoering in beginsel (op basis van de reguliere verdeelsleutel) terugvloeien naar de gemeenten. Voor het onderdeel personele overhead en bedrijfsvoering ziet de totale raming er als volgt uit (bedragen x € 1.000):
Overhead (bedragen * € 1.000)
Na voorNa 1e Initiële genomen 2e begrotingsbedroting begrotingswijziging 2022 wijziging 2022 2022
2023
2024
2025
2026
Exploitatielasten Kosten formatie
951
951
951
970
987
1.008
Bedrijfsvoering
338
405
657
551
356
361
1.029 367
Totale lasten Overhead
1.289
1.356
1.608
1.521
1.343
1.369
1.396
Totale baten Overhead
0
0
0
0
0
0
0
-1.289
-1.356
-1.608
-1.521
-1.343
-1.369
-1.396
0
67
67
7
7
7
7
0 Gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten Overhead Stortingen in reserves Onttrekkingen aan reserves Frictiereserve Saldo mutaties reserves Overhead
0
-67
-67
-7
-7
-7
-7
Gerealiseerde resultaat Overhead
-1.289
-1.423
-1.675
-1.528
-1.350
-1.376
-1.403
17
7. Bedrag heffing vennootschapsbelasting Op basis van een inventarisatie van activiteiten is geconcludeerd dat Stadsregio Parkstad Limburg niet vpb-plichtig is. Dit is bevestigd door de belastingdienst.
8. Onvoorzien Er wordt geen post ingeraamd voor onvoorziene uitgaven. Het Dagelijks Bestuur is bevoegd de algemene reserve ad € 115.000 als dekkingsmiddel aan te wenden voor uitgaven met een incidenteel karakter, waarvoor geen dekking kan worden gevonden binnen geautoriseerde budgetten en die kunnen worden aangemerkt als onvoorzienbaar, onvermijdbaar en onuitstelbaar. Als het Dagelijks Bestuur van deze bevoegdheid gebruik maakt, wordt daarover in de eerstvolgende bestuursrapportage c.q. het eerstvolgende jaarverslag verantwoording afgelegd.
9. Mutaties reserves In deze paragraaf wordt ingegaan op de beleidsintenties van de reserves en de omvang van de reserves.
Mutatie reserves (bedragen * € 1.000)
Na voorNa 1e Initiële genomen 2e begrotingsbedroting begrotingswijziging 2022 wijziging 2022 2022
2023
2024
2025
2026
Stortingen in reserves kerntaken: - Reserve Ringwegen - Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies Totale stortingen
400
400
400
197
219
241
0
0
0
0
0
0
266 0
400
400
400
197
219
241
266
Onttrekkingen aan reserves - Reserve Ringwegen
371
371
371
156
165
174
186
- Reserve werkbudgetten Algemeen Bestuur
0
0
0
0
0
0
0
- Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies
0
0
0
0
0
0
0
- Frictiereserve
15
82
82
22
22
22
22
Totale onttrekkingen
386
453
453
178
187
196
208
Saldo van onttrekkingen en stortingen
-14
53
53
-19
-32
-45
-58
Reserve Ringwegen Deze reserve dient ter afdekking van de kapitaallasten van de investeringsbijdrage van € 7,2 miljoen van Parkstad op basis van het bestuursconvenant Binnen- en Buitenring Parkstad Limburg van 15 november 2005. Jaarlijks wordt € 0,4 miljoen bijdrage van de Parkstad gemeentes ontvangen voor de afschrijvingskosten (€ 264.000 per jaar) en de rentekosten van de daarvoor aangegane lening (€ 95.000 voor 2023). Aan de reserve Ringwegen wordt conform BBV ongeveer de helft van de afschrijvingslasten onttrokken (naar rato van de verhouding reserve / vast actief). Het verschil tussen de bijdragen van de Parkstad gemeenten en de afschrijvingskosten en rentelasten wordt per saldo aan de reserve Buitenring toegevoegd voor de dekking van de afschrijvingskosten na 2030. De reserve is daarmee in 2030 voldoende om de resterende afschrijvingslasten te dekken. Frictiereserve In 2023 worden de volgende kosten opgenomen die worden gedekt uit de frictiereserve: Salarisgarantie conform het Sociaal Plan. Deze kosten voor 1 medewerker in dienst van Stadsregio Parkstad Limburg worden geraamd op € 15.000 voor 2022 en latere jaren. Deze kosten lopen maximaal door tot het vertrek van deze medewerker als gevolg van het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd in 2026.
18
Reserve werkbudget Algemeen Bestuur Bij het instellen van de reserve (12 oktober 2016) is besloten dat de in enig jaar niet bestemde middelen van de werkbudgetten van de Bestuurscommissies en het Dagelijks Bestuur worden toegevoegd aan de reserve werkbudget Algemeen Bestuur. Dit met als doel deze middelen in het daarop volgende jaar opnieuw te bestemmen voor programmadoeleinden. Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies en Dagelijks Bestuur De werkbudgetten van de Bestuurscommissies worden allen bestemd op basis van het jaarplan. Om aansluiting te vinden met de BBV worden vanuit de balans voor de projecten op basis van het realisatiebeginsel en matchingprincipe de baten en lasten naar rato van de voortgang van het project verantwoord in de exploitatie. Baten en lasten worden in de staat van baten en lasten opgenomen naar rato van de voortgang van het werk. Tekorten en overschotten worden verwerkt in de bestemmingsreserve “Werkbudgetten Bestuurscommissies” c.q. Dagelijks Bestuur. Per saldo is het gerealiseerde resultaat - nihil.
10. Paragrafen 10.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf wordt ingegaan op de verwachte ontwikkeling van het weerstandsvermogen / de reserves en voorzieningen, de voorgeschreven financiële kengetallen en risicobeheersing.
10.1.1 Weerstandsvermogen / reserves en voorzieningen Reserves In bijlage 3 zijn de vermoedelijke saldi en de mutaties van de reserves opgenomen voor de jaren 2022 tot en met 2026 (bedragen x € 1.000). Algemene Reserves en Weerstandsvermogen De algemene reserve heeft een omvang van € 115.000. Deze reserve wordt aangehouden voor onvoorziene uitgaven. Het Dagelijks Bestuur is bevoegd de algemene reserve als dekkingsmiddel aan te wenden voor uitgaven met een incidenteel karakter, waarvoor geen dekking kan worden gevonden binnen geautoriseerde budgetten en die kunnen worden aangemerkt als onvoorzienbaar, onvermijdbaar en onuitstelbaar. Als het Dagelijks Bestuur van deze bevoegdheid gebruik maakt, wordt daarover in de eerstvolgende bestuursrapportage c.q. het eerstvolgende jaarverslag verantwoording afgelegd. Parkstad houdt geen eigen vermogen aan als weerstandsvermogen voor niet-structurele financiële risico’s, met het oog op de continuïteit van de organisatie en de taakvervulling. Dit risico wordt op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen gedragen door de deelnemende gemeenten. Dat betekent dat Parkstad alleen dient te beschikken over enige financiële ruimte om tussentijdse incidentele financiële calamiteiten uit de eigen begroting af te kunnen dekken. Een algemene reserve van € 115.000 voldoet aan dit criterium.
Over de aanwending van het saldo van de jaarrekening 2021 wordt bij de definitieve vaststelling van de jaarstukken 2021 een besluit genomen. Het voorstel tot resultaatbestemming uit de voorlopige jaarstukken is verwerkt in de bovenstaande tabel. Bestemmingsreserves Het instellen van reserves en het toevoegen aan en het onttrekken van middelen aan reserves is een bevoegdheid van het Algemeen Bestuur. Bij het instellen van (en het toevoegen van middelen aan) een
19
bestemmingsreserve besluit het Algemeen bestuur een deel van het eigen vermogen af te zonderen voor de dekking van toekomstige uitgaven voor een bepaald doel. Deze besluiten worden voorgelegd via de begroting, de bestuursrapportage en de resultaatbestemming van de jaarrekening of via afzonderlijke besluiten. Het Dagelijks Bestuur is bevoegd tijdens de uitvoering van de begroting middelen in te zetten voor het uitvoeren van taken passend binnen het doel en de reikwijdte van bestemmingsreserves waarvoor geen of onvoldoende budget is opgenomen in de begroting, maar waarvoor wel middelen beschikbaar zijn in de bestemmingsreserves. Wanneer het Dagelijks Bestuur van deze bevoegdheid gebruik maakt, legt het Dagelijks Bestuur daarover in de eerstvolgende bestuursrapportage c.q. het eerstvolgende jaarverslag verantwoording af. Reserve frictiekosten Parkstad De meerjarige frictiekostenbudgetten vanaf 2014 waren modelmatig berekend en gebaseerd op een gelijkmatig gefaseerde afname. Door de snellere uitstroom van personeel van het Parkstadbureau dan voorzien, is sinds 2014 het beroep op het frictiebudget in de afgelopen jaren lager dan het daarvoor beschikbare budget. De afspraak is dat het verschil tussen de werkelijke kosten en het budget worden verrekend via de reserve frictiegelden. De stand daarvan per ultimo 2021 is naar verwachting € 194.000.
In het jaarverslag 2021 (paragraaf 5 frictiebudget) is berekend dat na 2021 nog een bedrag van € 194.000 nodig is om de meerjarige risico’s en de incidentele bedrijfsvoeringskosten af te dekken. Grensoverschrijdende samenwerking/Reserve Städte Region Aachen / EGTS) Deze reserve is door de resultaatbestemming jaarrekening 2009 en 2010 gevormd uit budgetoverschotten van de AG Charlemagne (de voorloper naar een EGTS). Het doel is de aanloop naar de vorming van een EGTS mogelijk te maken. In 2015 heeft er een onttrekking plaatsgevonden van € 50.000. In 2021 heeft hier geen mutatie op plaatsgevonden. De verwachting is dat deze reserve nog aangesproken gaat worden in de toekomst. Reserve werkbudget Algemeen Bestuur Bij het instellen van de reserve (12 oktober 2016) is besloten dat de in enig jaar niet bestemde middelen van de werkbudgetten van de Bestuurscommissies en het Dagelijks Bestuur worden toegevoegd aan de reserve werkbudget Algemeen Bestuur. Dit met als doel deze middelen in het daarop volgende jaar opnieuw te bestemmen voor programmadoeleinden. In 2021 heeft hier geen mutatie op plaatsgevonden. Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies De werkbudgetten van de Bestuurscommissies worden allen bestemd op basis van het jaarplan.
Om aansluiting te vinden met de BBV worden vanuit de balans voor de projecten op basis van het realisatiebeginsel en matchingprincipe de baten en lasten naar rato van de voortgang van het project verantwoord in de exploitatie. Baten en lasten worden in de staat van baten en lasten opgenomen naar rato van de voortgang van het werk. Tekorten en overschotten worden verwerkt in de bestemmingsreserve “Werkbudgetten Bestuurscommissies”. Per saldo is het gerealiseerde resultaat nihil. Reserve Ringwegen Deze reserve dient ter afdekking van de kapitaallasten van de investeringsbijdrage van € 7,2 miljoen van Parkstad op basis van het bestuursconvenant Binnen- en Buitenring Parkstad Limburg van 15 november 2005. Jaarlijks wordt € 0,4 miljoen bijdrage van de Parkstad gemeentes ontvangen voor de afschrijvingskosten en de rentekosten van de daarvoor aangegane lening. Aan de reserve Ringwegen wordt conform BBV ongeveer de helft van de afschrijvingslasten onttrokken (naar rato van de verhouding reserve / vast actief). Het verschil tussen de bijdragen van de Parkstad gemeenten en de afschrijvingskosten en rentelasten wordt per saldo aan de reserve Buitenring toegevoegd voor de dekking van de afschrijvingskosten na 2030. De reserve is daarmee in 2030 voldoende om de resterende afschrijvingslasten te dekken.
20
Reserve stortplaatsen De voorziening is gevormd ter dekking van de nazorg en eindafwerking van de stortplaats Nieuwenhagen. Meerjarige ontwikkeling reserves Aan het begin van 2023 is de verwachte omvang van de bestemmingsreserves € 6,5 miljoen. De reserve Ringwegen is het grootst met een saldo van € 3,8 miljoen. De toename van de reservepositie na 2022 is vrijwel volledig toe te schrijven aan de netto toevoeging aan de reserve ringwegen. Daarnaast is er nog een jaarlijkse onttrekking van € 15.000 aan de reserve frictiegelden voor de dekking van de kosten van het sociaal plan. De mutatie in de reserve werkbudgetten is als pm opgenomen. Voorzieningen Naar verwachting zijn er aan het begin van het begrotingsjaar 2023 geen voorzieningen meer. Financiële kengetallen In de paragraaf weerstandsvermogen / reserves en voorzieningen en risicobeheersing dient een set van financiële kengetallen te worden opgenomen. Deze kengetallen zijn: 1. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. Solvabiliteitsratio; 3. Structurele exploitatieruimte; 4. Grondexploitatie 5. Belastingcapaciteit. De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor Stadsregio Parkstad Limburg niet aan de orde. De drie relevante kengetallen worden hieronder weergegeven. Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Norm
Netto schuldquote
38,0%
33,1%
28,0%
22,7%
17,2%
<100%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
38,0%
33,1%
28,0%
22,7%
17,2%
<100%
Solvab iliteitsratio *
85,5%
89,1%
93,2%
97,8%
103,0%
>=20%
Structurele exploitatie
91,2%
89,9%
89,5%
89,6%
89,8%
<=100%
Kengetal
*Gecorrigeerd voor schatkistbankieren. Een groot deel van de kortlopende schulden betreft vooruitontvangen projectgelden. Deze staan nog op de bankrekening van het schatkistbankieren.
Netto Schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van Parkstad ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Ter duiding van het kengetal geeft de VNG aan dat een kengetal boven de 100 een aanleiding voor alertheid is, een waarde boven de 130 is een signaal om in te grijpen. Bij SPL daalt de netto schuldquote de komende jaren als gevolg van de periodieke aflossing op de langlopende lening inzake deelname in de financiering van de Buitenring. Het kengetal netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen wijkt niet af van de netto schuldquote, omdat SPL geen leningen heeft verstrekt. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin SPL in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie. Als signaalwaarde voor de solvabiliteitsratio geldt een percentage van 20%. De solvabiliteitsratio van SPL neemt de komende jaren toe omdat de langlopende schuld periodiek wordt afgelost en de verwachting is dat er verder geen vreemd vermogen aangetrokken hoeft te worden.
21
Structurele exploitatie Door het zuiveren van de incidentele lasten en baten en de mutaties uit/naar reserves, ontstaat het beeld in hoeverre er sprake is van een structureel sluitende begroting. De structurele lasten worden in dit kengetal uitgedrukt als percentage van de totale baten (voor mutaties reserves) van het betreffende jaar. Een percentage kleiner dan of gelijk aan 100% betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar pagina 37.
10.1.2. Risicobeheersing Op 30 november 2011 heeft het Parkstad-bestuur ingestemd met de notitie ‘Risico’s en Weerstandscapaciteit Stadsregio Parkstad Limburg’. Op 19 december 2011 heeft de Parkstadraad de notitie voor kennisgeving aangenomen. De notitie had als doel inzicht te verschaffen in de risico’s die de deelnemende gemeenten lopen via de gemeenschappelijke regeling Stadsregio Parkstad Limburg. Dat de deelnemende gemeenten uiteindelijk risicodrager zijn voor de continuïteit van het regiobureau ontslaat het regiobureau niet van de plicht tot een adequaat risicomanagement. Risicomanagement handelt over het rationeel beheersen van de risico’s. Voorwaarde daarvoor is het op systematische wijze inzicht verkrijgen in de risico’s die het regiobureau loopt: de risicoanalyse. De Risiconotitie vormt de basis voor de risicobeheersing. In het najaar van 2021 is een geactualiseerde concept notitie “Risico’s en Weerstandscapaciteit Stadsregio Parkstad Limburg” opgesteld. In 2022 zal deze geformaliseerd worden Via de paragrafen risicobeheersing in de begroting, bestuursrapportage en jaarstukken wordt ingegaan op de beheersing van risico’s die in het risicomanagement bijzondere aandacht behoeven. Dit zijn thans: 1. COVID-19 (Corona) 2. Transitie- en frictiekosten regiobureau in 2021 en latere jaren 3. Inzetten van personele capaciteit op tijdelijke projecten 4.
Kosten bedrijfsvoering 5. Complexiteit projecten COVID-19 (Corona) De uitbraak van het COVID-19 (Corona) eind februari 2020 heeft een enorme impact op ons allemaal. De wereldwijde pandemie leidt tot ongekende omstandigheden. Voor de aanpak van COVID-19 kijken wij wat we, aanvullend op de landelijke maatregelen van het Rijk, kunnen doen. Dit raakt veel beleidsterreinen van onze organisatie. We streven naar een zo adequaat mogelijke uitvoering van landelijke en lokale maatregelen en naar zoveel mogelijk continuïteit van de reguliere werkzaamheden en van noodzakelijke (digitale) besluitvorming en hebben daarvoor de nodige interne maatregelen genomen. Als netwerkorganisatie is het vooral van belang dat (bestuurlijke) afstemming doorgang kan vinden. Hiervoor maken we zoveel mogelijk gebruik van videobellen. Medewerkers werken zoveel mogelijk thuis. Hiervoor zijn thuiswerkfaciliteiten ingericht. In de praktijk blijkt weliswaar dat fysieke vergaderingen vaak effectiever zijn, de reguliere werkzaamheden en noodzakelijke (digitale) besluitvorming hebben desondanks doorgang kunnen vinden. Mogelijk ondervinden we ook in 2023 nog gevolgen van het COVID-19. De financiële gevolgen van COVID-19 zijn beperkt. In de begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026 zijn deze budgettair neutraal geraamd.
Transitie en frictiekosten Regiobureau na 2022 Na 2021 zullen eruit hoofde van de transitie nog frictiekosten gemaakt worden. Te verwachten kosten zijn: • Salarisgaranties conform het Sociaal Plan. Deze kosten voor 2 medewerkers in dienst van Parkstad worden geraamd op € 60.000. • In 2023 en verdere zullen nog een aantal kosten gemaakt worden voor de afschrijvingen van de verbouwing van de grote vergaderzaal op de derde verdieping naar werkplekken en de verbouwing
22
van de nieuw gehuurde vergader en werkruimte op de tweede verdieping. Hiervoor is op 1 januari 2023 € 52.000 in de frictiereserve gereserveerd. Inzetten van personele capaciteit op tijdelijke projecten Buiten de kernformatie wordt 0,5 fte vaste bezetting gedekt uit de flexibele schil (i.c. voor grensoverschrijdende samenwerking). Als deze dekking zou wegvallen komen de frictiekosten ten laste van Parkstad. De jaarlijkse loonkosten bedragen € 35.000. Indien dit risico zich zou manifesteren, moeten activiteiten worden ondernomen om de dan ontstane boventalligheid ongedaan te maken. Kosten bedrijfsvoering Voor onvoorzienbare en onvermijdbare uitgaven is een algemene reserve van € 115.000 in de cijfers van PSL is opgenomen. De gemeenten dragen op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen het financiële risico van niet structurele financiële risico’s van de GR Stadsregio Parkstad Limburg. Complexiteit van de projecten De complexiteit van de projecten wordt groter. Denk aan het innovatieve project Inpondmakelaar waar gebruik wordt gemaakt van een revolverend fonds, het grensoverschrijdende project Velocity en de SISA verantwoording bij het Volkshuisvestingsfonds. Waar nodig wordt juridische en fiscale kennis ingehuurd.
10.2 Financiering Voor de inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden zijn kaders gesteld in de wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO). Onder de treasuryfunctie vallen onder andere het geldstromenbeheer, het saldobeheer, liquiditeitsbeheer, financiering, uitzetting van gelden en renterisicobeheer. Stadsregio Parkstad Limburg heeft de volgende instrumenten op het gebied van treasury, te weten het treasurystatuut en de financieringsparagraaf in de begroting, de bestuursrapportages en het jaarverslag. In het treasurystatuut zijn uitgangspunten en kaders opgenomen ten aanzien van het risicobeheer inzake uitgezette gelden, het renterisicobeheer, het koersrisicobeheer, het kredietrisicobeheer, het intern liquiditeitsbeheer en het valutarisicobeheer. Vanaf eind 2013 is door het rijk het Schatkistbankieren ingevoerd, dat als wetswijziging in de wet FIDO is opgenomen. Met de gevolgen van het Schatkistbankieren dient rekening te worden gehouden bij financieringsvraagstukken van de lokale overheid. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is de norm, gesteld in de Wet Fido, voor het maximum bedrag waarmee de Stadsregio de bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. De norm bedraagt 8,2 % van het begrotingstotaal volgens de primaire begroting.