CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

7. Bijlage 2 Jaarstukken 2021 RUD Zuid-Limburg.pdf

Commissie MID 19 mei 2022, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Raadsvoorstel RUD Ontwerpbegroting 2023, meerjarenraming 2024-2026 en jaarrekening 202117.156 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Jaarstukken 2021

Inhoud 1.

Inleiding

3

2. 2.1. 2.2. 2.2.1. 2.2.2. 2.2.3. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6. 2.6.1. 2.6.2. 2.6.3. 2.6.4. 2.6.5. 2.6.6.

Jaarverslag 4 Inleiding .....................................................................................................................................4 Verantwoording .........................................................................................................................4 Meerjarige koers .......................................................................................................................4 Personeel ..................................................................................................................................8 De Omgevingswet .....................................................................................................................9 Vergunningen ......................................................................................................................... 11 Toezicht en Handhaving ........................................................................................................ 15 Specialistische advies- en toezichtswerkzaamheden ............................................................ 24 Paragrafen ............................................................................................................................. 31 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ...........................................................................

31 Overzicht baten en lasten per taakveld.................................................................................. 32 Financiering ............................................................................................................................ 32 Bedrijfsvoering ....................................................................................................................... 33 Verbonden partijen ................................................................................................................. 33 Overhead ............................................................................................................................... 33

3. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 3.7. 3.8. 3.9. 3.10.

Jaarrekening 34 Balans per 31 december 2021 ................................................................................................ 34 Toelichting op de balans ........................................................................................................ 35 Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen ......................................................... 36 Overzicht Baten en Lasten 2021 ............................................................................................ 37 Toelichting op de baten en lasten 2021 ................................................................................. 38 Gegevens 2021 in het kader van WNT .................................................................................. 42 Voorstel tot resultaatbestemming en resultaatverdeling ........................................................ 46 Geactualiseerde risico-inventarisatie ..................................................................................... 47 Rechtmatigheidsverantwoording ............................................................................................ 54 Controleverklaring .................................................................................................................. 55

2

1. Inleiding Hierbij bieden we u de jaarstukken 2021 aan van de RUD Zuid-Limburg. De jaarstukken vormen het sluitstuk van de planning- en controlcyclus en bestaan uit: 1. Het jaarverslag 2021, bestaande uit de verantwoording en de paragrafen. 2. De jaarrekening 2021, bestaande uit de balans, het overzicht van baten en lasten over het boekjaar en de toelichtingen. Dit is de financiële verantwoording opgesteld volgens het daarvoor geldende wettelijk kader. Bij de aanbieding van deze jaarrekening vindt u ook de controleverklaring van de accountant. En treft u een rechtmatigheidsverantwoording aan van het Dagelijks Bestuur. De wettelijke verplichting voor dit bestuur om een verantwoording van de rechtmatigheid op te geven zal gelden vanaf het verslagjaar 2022. Bij wijze van ‘oefenjaar’ wordt deze verantwoording nu al in de jaarrekening opgenomen. Financieel resultaat 2021 De jaarrekening laat een positief resultaat zien Het voordelig saldo voor bestemming bedraagt € 1.081.483. Toelichting op het resultaat 2021 Het jaarrekeningresultaat 2021 laat een positief resultaat zien van € 1.081.483. Zoals reeds in de najaarsrapportage 2021 gemeld, zijn de bijkomende kosten gerelateerd aan personeel achtergebleven. Het betreffen opleidingskosten, reiskosten, vergoedingen voor overwerk/onregelmatigheid en dienstkleding.

Deze lagere kosten hangen samen met de pandemie waardoor er minder gereisd is en opleidingen niet of in aangepaste vorm doorgingen (€ 264.303). Daarnaast is er een positief resultaat geboekt als gevolg van ontvangen subsidies en extra opdrachten (€ 790.183 tegen begroot € 419.000). Tot slot zijn de personeelskosten 1% (€ 112.787) lager geweest dan begroot en is de post onvoorzien in 2021 onaangeroerd gebleven. Het betreft derhalve geen structureel overschot maar een als gevolg van lagere bijkomende kosten en extra opdrachten gerealiseerd incidenteel positief resultaat. Bestemming resultaat Het resultaat zal worden bestemd conform het bepaalde in artikel 29 van onze Gemeenschappelijke Regeling. Hierbij kan het algemeen bestuur besluiten het resultaat toe te voegen aan een reserve of uit te keren. Voorgesteld het totale resultaat na de noodzakelijk verhoging van het weerstandsvermogen met € 9.370 vanuit de risico-inventarisatie uit te keren aan de deelnemers. Het voorstel tot resultaatverdeling is opgenomen onder paragraaf 3.7 van deze jaarrekening

3

2.

Jaarverslag

2.1.

Inleiding

De RUD Zuid-Limburg sluit het boekjaar af met een positief resultaat. Dit positieve resultaat is met name te danken aan extra werkzaamheden buiten het werkprogramma en de vaststelling van de subsidieprogramma Impuls Omgevingsveiligheid in 2021, voor de werkzaamheden in 2020. Het programma Impuls Omgevingsveiligheid is in 2020 geëindigd. Het jaar 2021 is door corona een zeer atypisch jaar geweest wat betreft het resultaatbeeld. Het jaar startte en eindigde met een lockdown en tussentijds zijn er verschillende pakketten maatregelen van kracht geweest, waar de 1,5 metermaatregel zelfs een tijd een advies is geweest. De opkomende omikronvariant van het virus einde 2021, leidde tot een lockdown vanaf 19 december 2021. Met de versoepelingen van de coronamaatregelen van mei tot begin november, hebben we gezien dat in deze periode de opleidingsuitgaven flink stegen ten opzichte van het begin van 2021. Ze zijn echter niet geheel ingehaald, evenmin als de kosten voor dienstreizen, vergoedingen voor overwerk/onregelmatigheid en dienstkleding. Het thuiswerken is ook in 2021 vanwege corona gebleven. Naar de toekomst toe zullen we dit ook voortzetten, afgewisseld met ‘kantoordagen’, het zogenaamde hybride werken. Uit een gehouden enquête onder het personeel in 2021 blijkt dat dit op draagvlak kan rekenen.

Begin 2022 hebben wij daartoe een aangepast beleid Tijd- en Plaatsonafhankelijk werken vastgesteld en regelingen in ons personeelshandboek, die het hybride werken ondersteunen, worden gewijzigd. Ook het afgelopen jaar hebben onze medewerkers het merendeel van de tijd thuisgewerkt. Met de ervaringen uit 2020 hebben wij in 2021 met aangepaste werkprocessen werkwijzen, invulling kunnen geven aan de opgedragen taken. Dankzij onze mensen, die zo betrokken zijn bij hun werk en met de organisatie en elkaar, hebben we dat kunnen realiseren. Dat naast de inhoudelijke prestaties ook gesproken kan worden van een gezonde financiële organisatie stemt ons tot voldoening. Samen met onze opdrachtgevers willen wij beide blijven behouden. 2.2.

Verantwoording

2.2.1.

Meerjarige koers

Op 9 december 2020 is de Toekomstagenda 2021-2025 door het algemeen bestuur vastgesteld. In deze agenda worden strategische doelen en de weg ernaar toe gekoppeld. Beoogd is om een bestuurlijk gevoerde strategische dialoog over de toekomstige RUD Zuid-Limburg te koppelen aan leer- en ontwikkelpunten van de organisatie. Dit heeft geleid tot het adresseren van zeven thema’s die onderling samenhangen. De thema’s en het eigenaarschap hiervoor zijn: 1. Strategische discussie uitvoeringsdienst of omgevingsdienst; (eigenaarschap bestuur) 2. Verkennende pilot verdergaande samenwerking; (eigenaarschap dienst en geïnteresseerde gemeenten, goedkeuring algemeen bestuur) 3. Groeien naar partnerschap; (eigenaarschap dienst) 4. Positionering/zichtbaarheid; (eigenaarschap algemeen bestuur/dienst) 5. Interne ontschotting; (eigenaarschap dienst) 6. RUD Zuid-Limburg als aantrekkelijke werkgever; (eigenaarschap dienst) 7. RUD Zuid-Limburg als Kenniscentrum. (eigenaarschap dienst, gerelateerd aan de dialoog in het algemeen bestuur) 4

In 2021 hebben wij het programma ‘Groeien naar partnerschap’ vastgesteld en in uitvoering gebracht. Ook hebben wij het Uitvoeringsplan interne ontschotting / integraal werken vastgesteld en is de implementatiefase gestart. Het meer integraal en projectmatig werken is richting de inwerkingtreding van de Omgevingswet gewenst en noodzakelijk. In 2021 is daarnaast een nieuw Strategisch Personeelsplan vastgesteld, welke een belangrijke bouwsteen is voor de uitwerking van het thema Aantrekkelijk werkgeverschap. Het voeren van de bestuurlijk discussie over de koers van de RUD Zuid-Limburg, zijnde de genoemde ontwikkeling van uitvoerder naar beleidspartner, is vanwege coronabeperkingen begin 2022 verschoven naar de nieuwe raadsperiode. In afwachting van de uitkomst van de strategische discussie over de koers van de RUD Zuid-Limburg zijn de missie en visie van de dienst nog onveranderd. Missie: "Wij als RUD Zuid-Limburg werken samen met onze partners aan de totstandkoming van een veilige leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit" Visie: "Wij zijn voor onze opdrachtgevers de gezaghebbende milieuautoriteit en wij bieden meerwaarde door bundeling van specialistische kennis, door een goede kennis van de lokale situatie, een efficiënte bedrijfsvoering en continuïteit van dienstverlening".

In 2021 is een implementatieplan naar aanleiding van de aanbevelingen van EY in de onderzoeksrapportage Assessment interne organisatie en beheersinstrumentarium RUD Zuid-Limburg vastgesteld. Dit onderzoek is in opdracht van ons bestuur gedaan. De planning van de opvolging van de aanbevelingen hebben wij laten aansluiten bij de planning van de Toekomstagenda, nu een aantal aanbevelingen in het verlengde liggen van de uit te werken thema’s hieruit. Denk hierbij aan het 5

versterken van de kwalitatieve informatie in werkprogramma’s en het verhogen van de organisatiesensitiviteit en samenwerking in relatie tot ‘Groeien naar partnerschap’. De stand van zaken einde 2021 geeft het volgende beeld.

In 2021 zijn 3 risico-brainstormsessies geweest onder begeleiding van EY. Deze sessies hebben geleid tot een geactualiseerde risico-inventarisatie (zie 3.8). In deze risico-inventarisatie is een slag gemaakt naar de operationele en tactische doelen van de RUD Zuid-Limburg. De P&C documenten richting het Algemeen Bestuur, en de documenten richting onze opdrachtgevers, zijn meer en meer kwalitatieve informatie bevatten. Met een nieuwe opbouw van de werkprogramma’s is dit jaar met de partner provincie Limburg ervaring opgedaan. Deze ervaring is positief en deze nieuwe opbouw is nu voor 2022 voor alle partners gehanteerd. Met de actualisatie van de productcatalogus, ook in relatie tot de Omgevingswet, is een start gemaakt. In onze voortgangsrapportages naar de opdrachtgevers, geven wij aan in hoeverre de afgesproken producten zijn gerealiseerd en lichten wij de verschillen toe. En wordt aangegeven of aanpassing van het werkprogramma, in overleg, nodig is. In de tweede helft van 2021 is een benchmark RUD Zuid-Limburg uitgevoerd door TwynstraGudde. Het bureau concludeert dat we een efficiënte uitvoeringsdienst zijn. Zowel de gehanteerde kentallen op de producten als de productiviteitsnorm, overhead% en het inhuur% zijn op zijn minst marktconform en op een aantal punten presteert de RUD Zuid-Limburg aantoonbaar beter dan het gemiddelde.

De dienst is financieel in control.” Daarnaast hebben wij aanbevelingen van een artikel 217a Provinciewet-rapport “Op afstand maar in verbinding” d.d. december 2020 betrokken bij de gefaseerde uitwerking van de thema’s uit de Toekomstagenda en aanbevelingen uit het EY-rapport. Dit rapport geeft aanbevelingen voor de 6

provinciale organisatie, en via dialoog met ons bestuur, voor onze organisatie met betrekking tot de verdere professionalisering van de opdrachtgever-opdrachtnemerrelatie. In samenhang met de hiervoor genoemde thema’s en aanbevelingen levert dit het volgende beeld op.

Zoals aangegeven is de bestuurlijke discussie over de koers van de RUD Zuid-Limburg verschoven naar de nieuwe raadsperiode. Naar aanleiding van het vastgestelde Programma ‘Groeien naar partnerschap’ is de training politiekbestuurlijke sensitiviteit eind 2021 organisatiebreed gegeven en de follow-up hiervan is vanaf nu. In het Strategisch personeelsplan 2021- 2025 is de kwantitatieve personele vervangingsbehoefte in beeld gebracht en in het digitale systeem Prestatiecoach zijn kwalitatieve gegevens zoals opleidingen en werkervaring opgenomen. Over de voortgang van de uitvoering van de acties uit de 3 genoemde rapporten wordt tweemaal per jaar verslag gedaan aan het algemeen bestuur, via voortgangsnotities onder de naam “De doorontwikkeling”. Inhoudelijke, actuele onderwerpen worden in de vergaderingen van het algemeen bestuur gepresenteerd, om ons bestuur te betrekken bij de verschillende aspecten van ons werk. In 2021 zijn de volgende onderwerpen aan de orde gekomen: Plastic Soup Foundation, Burgerparticipatie en luchtkwaliteit, Milieunormering en windturbines en de Benchmark RUD Zuid-Limburg.

7

2.2.2.

Personeel

Door de coronacrisis is in 2021 de andere manier van werken, inhoudend dat de medewerkers van de RUD Zuid-Limburg zoveel als mogelijk vanuit thuis werken, voortgezet. De coronamaatregelen hadden in 2021 ook de nodige invloed op het functioneren van de organisatie en haar medewerkers. Het bieden van duidelijkheid over wat van medewerkers verwacht wordt en het geven van leiding op afstand was zeker in deze omstandigheid van cruciaal belang. Daarnaast ook het houden van onderling contact, het kunnen afstemmen en het kunnen houden van binding met de organisatie. Uitgangspunt was onveranderd dat ook bij deze manier van werken de uit te voeren werkzaamheden en taken voor de deelnemers doorgang vonden. In 2021 is een Strategische Personeelsplan voor de periode 2021 – 2025 vastgesteld. Centraal in dit plan staat het behouden van gekwalificeerd personeel en daarnaast ook de aandacht die dient uit te blijven gaan naar het kunnen blijven aantrekken van nieuw personeel. Ook in 2021 is gebleken dat vacatures moeilijk ingevuld konden worden, een verschijnsel dat overigens ook voor andere omgevingsdiensten herkenbaar is. De arbeidsmarkt voor de professionals die bij onze dienst werken, blijkt steeds krapper te worden.

Acties als het investeren in het opleiden van trainees, een (interne) pilot studiefaciliteiten voor VTH-functies, een bredere werving dan alleen het plaatsen van vacatures zijn daarom ook noodzakelijk gebleken. Het volgen van opleidingen was ook in 2021 door de coronacrisis helaas beperkt mogelijk. We hebben dan ook minder uitgegeven aan opleidingen dan begroot. Wel heeft voor alle VTH-medewerkers een cursus bestuurlijke sensitiviteit plaatsgevonden. Bestuurlijke sensitiviteit is een van de competenties die aan de kwaliteitscriteria waaraan wij moeten voldoen, wordt toegevoegd. Anderzijds heeft het ‘digitaal’ volgen van opleidingen ook nieuwe perspectieven en mogelijkheden geboden. We gaan ervan uit dat er na het opheffen van alle coronamaatregelen een inhaalslag gemaakt wordt op het vlak van opleiden. Het plaatsen van stagiaires in de organisatie werd door de coronacrisis opnieuw bemoeilijkt omdat de begeleiding van een stagiair op afstand voor beide partijen niet gemakkelijk maar ook niet wenselijk is. De intentie om actief stagiaires te gaan werven (en daarmee mogelijk toekomstige medewerkers) door het plaatsen van interessante stageopdrachten bij opleidingsinstituten is hierdoor in mindere mate gerealiseerd kunnen worden. Zeker in de coronaperiode in 2021 was het ook moeilijk om nieuwe projecten in het kader van vitaliteit op te pakken.

Vitaliteit en daarmee duurzame inzetbaarheid is ook een thema dat een belangrijk speerpunt is in het vastgestelde Strategisch Personeelsplan 2021-2025. Vitaliteit heeft in 2021 wel centraal gestaan in berichtgevingen van de preventiemedewerker op het intranet van de RUD Zuid-Limburg bestaande uit tips om op een ‘gezonde’ wijze thuis te werken. Ook heeft in 2021 een Risico inventarisatie- en evaluatie (RI&E) ‘thuiswerken’ plaatsgevonden. Doordat medewerkers hiertoe vragenlijsten hebben ingevuld, is inzichtelijk geworden welke risico’s en daarmee kans op ziekteverzuim aanwezig is. Voor zover dat beïnvloed kan worden wordt ziekteverzuim zoveel als mogelijk voorkomen. In 2021 is een start gemaakt met de geplande herijking van het functieboek van de RUD ZuidLimburg. In het kader van deze herijking worden de functies en functionele verhoudingen tegen het licht gehouden, worden duidelijke functiebeschrijvingen opgesteld en wordt bekeken of functies juist zijn ingedeeld. Deze transitie dient ook gezien te worden in relatie tot de aankomende Omgevingswet. Dit traject kent een langere doorlooptijd. 8

Het ziekteverzuimpercentage bij de RUD Zuid-Limburg was in 2021 2,4 % (gemeentelijke organisaties 2020 5,5%. Bron A+O fonds gemeenten; gegevens 2021 nog niet bekend). Per 31 december 2021 had de RUD Zuid-Limburg 120 personen in dienst (110,84 fte). Het aantal productieve normuren per fte bedraagt 1350 uur per jaar. Naast de personeelsleden in dienst werkten er 21 inhuurkrachten per die datum met een omvang van 12,88 fte voor de RUD Zuid-Limburg. 2.2.3.

De Omgevingswet

In 2021 is wederom aanzienlijke voortgang geboekt met de implementatie van de Omgevingswet binnen onze organisatie. Met in ons achterhoofd de inwerkingtredingsdatum per 1 juli 2022, die inmiddels toch weer is opgeschoven, zijn verschillende van de implementatie onderwerpen in 2021 in een afrondende fase beland. Een van deze onderwerpen betreft de actualisatie van het modelmandaatbesluit voor onze opdrachtgevers. Met de komst van de nieuwe wet veranderen de grondslagen van onze gemandateerde bevoegdheden. Met een uniform mandaat kunnen onze werkzaamheden op efficiëntere wijze ten uitvoer kunnen worden gebracht. In 2021 is het betreffende model met de opdrachtgevers gedeeld. Een volgend onderwerp betreft de milieuleges. Als gevolg van de Omgevingswet mogen gemeenten en provincies na inwerkingtreding van de wet leges gaan heffen voor de afhandeling van omgevingsvergunningen. De RUD Zuid-Limburg heeft de deelnemers aangeboden hier een kostenberekening voor op te stellen, direct op te nemen in de plaatselijke legesverordeningen. In 2021 is de werkwijze hiervoor definitief vastgesteld, waarna enkel nog de daadwerkelijke berekeningen gemaakt dienen te worden.

Het meest besproken implementatieonderwerp betreft nog altijd de implementatie van het nieuwe VTH-pakket, Squit 20/20, waarmee wij aansluiten op het DSO-LV (Digitaal Stelsel Omgevingswet – Landelijke Voorziening), en waardoor wij namens onze opdrachtgevers in staat zijn om aanvragen en meldingen te ontvangen. In 2020 zijn onze medewerkers begonnen met het werken in de oefenomgeving van het programma, hetgeen in 2021 is voortgezet. In 2021 heeft tevens de livegang plaatsgevonden voor de eerste afdelingen en disciplines, en zijn voorbereidingen getroffen voor het testen van de koppeling tussen Squit 20/20 en het DSO-LV. In 2021 heeft intensief overleg plaatsgevonden met de deelnemers inzake de plaatselijke omgevingsvisies, omgevingsplannen en de bruidsschat. Met behulp van onze expertise hebben we bijgestaan in het vormgeven van deze onderwerpen. Hieruit bleek dat er na inwerkingtreding van de Omgevingswet behoefte zou blijven bestaan omtrent raadgeving over dit thema. Hierop is in 2021 besloten een voorstel te doen voor een nieuwe rol binnen onze organisatie, toegespitst op het toekomstig adviseren over deze kwesties, ‘de milieucontactpersoon’. Ook in het afgelopen jaar hebben we geïnvesteerd in het opleiden van onze medewerkers. In 2020 is onze samenwerking gestart met het ‘Train de trainer’ traject.

Hierbij is een aantal van onze medewerkers opgeleid tot allround trainers aangaande de Omgevingswet, waarna zij in 2021 verschillende vooraf opgenomen online lessen hebben verzorgd. Door deze manier van les geven zijn grote groepen medewerkers effectief bereikt. Tevens zijn we van start gegaan met de pilot ‘Van inrichting naar milieubelastende activiteit’. Met de komst van de Omgevingswet dient ons bedrijvenbestand omgezet te worden van inrichtingen naar milieubelastende activiteiten, en met behulp van deze pilot hebben onze vergunningverleners en toezichthouders alvast kennis gemaakt met de werkwijze van deze ingewikkelde en tijdrovende verandering. 9

De actualisatie van werkprocessen betreft een onderwerp dat ieder jaar weer onze aandacht vraagt. In 2021 zijn in het verlengde van deze actualisatie concrete producten ontstaan, zoals een checklist intaketafel voor de provincie, gemeenten en alle ketenpartners. Bovendien hebben omgevingstafel pilots plaatsgevonden georganiseerd door gemeenten, waar werd geoefend met de nieuwe processen. Onderwerpen die in 2021 zijn gestart is de actualisatie van onze productcatalogus en het oprichten van een regionale werkgroep ten behoeve van het doen van een voorstel voor het instellen van onze organisatie als behandeldienst bij onze opdrachtgevers.

10

2.3.

Vergunningen

Vergunning- en adviesaanvragen zijn zoveel als mogelijk binnen de daarvoor gelden termijnen behandeld en beoordeeld op juistheid en volledigheid. In onderstaand overzicht worden de scores van de prestatie indicatoren over het jaar 2021 gepresenteerd. Tevens is een toelichting opgenomen, zodat duidelijk is hoe de percentages tot stand zijn gekomen. Speerpunt 1.a: Tijdige vergunningen uitgebreide procedure.

Prestatie indicator 95% van de vergunningen, voorbereid met de uitgebreide procedure, dient binnen de wettelijke behandeld te zijn tenzij door de aanvrager wordt ingestemd met termijnoverschrijding.

Score / resultaat 2021 100% van de vergunningen voorbereid met de uitgebreide procedure zijn behandeld binnen de geldende termijn of hebben instemming vanwege termijnoverschrijding.

1.b: Tijdige vergunningen uitgebreide procedure.

95% van de vergunningen voorbereid met de reguliere procedure, dient binnen de wettelijke termijn behandeld te zijn.

98,7% van de vergunningen voorbereid met de reguliere procedure is binnen de wettelijke termijn behandeld.

2: Tijdige advisering over de te nemen beslissing op een aanvraag

95% van de adviezen over de te nemen beslissing op een aanvraag dient binnen de afgesproken termijn gegeven te zijn tenzij wordt ingestemd met termijnverlenging

96,6% van de adviezen zijn binnen de afgesproken termijn verstrekt of hebben instemming van de aanvrager.

3. Kwaliteit

Vergunningen c.q. adviezen over de te nemen beslissing op een aanvraag voldoen aan de meest actuele weten regelgeving (normen, BREF’s, richtlijnen etc.) en het beleid van de opdrachtgever. Van de bezwaarschriften mag maximaal 15% gegrond worden verklaard. Vergunningen worden binnen de daarvoor geldende termijnen aangepast aan BBTconclusies/BREF’s.

97% van de vergunningprocedures hebben de Rechterlijke toets c.q. uitspraak Raad van State doorstaan.

4: Actualiteit

Van de bezwaarschriften is 0% gegrond verklaard. 86% van de BRZO – RIE4 vergunningen is actueel en voldoen daarmee aan de BBT-conclusies / BREF’s.

Ad 1.a Tijdige vergunningen, uitgebreide procedures In 2021 zijn 66 vergunningaanvragen volgens de uitgebreide procedure afgerond. Al deze procedures zijn binnen de wettelijke c.q. afgesproken termijn behandeld, of is instemming bereikt over termijnoverschrijding. De KPI (kritische prestatie indicator) voor wat betreft de uitgebreide procedures komt daarmee uit op 100% en daarmee wordt voldaan aan de in de begroting opgenomen prestatieindicator ‘tijdige vergunningen’. 11

Ad 1.b Tijdige vergunningen, reguliere procedures In 2021 zijn 301 vergunningaanvragen volgens de reguliere procedure afgerond. In totaal zijn 297 van de reguliere procedures binnen de wettelijke c.q. afgesproken termijn behandeld. Vier van de reguliere procedures zijn buiten de wettelijke termijn vastgesteld. De KPI voor wat betreft de reguliere procedures komt daarmee uit op 98,7% en daarmee wordt voldaan aan de in de begroting opgenomen prestatie-indicator ‘tijdige vergunningen’. Ad 2. Tijdige adviezen In 2021 zijn 88 adviesaanvragen afgerond. In totaal zijn 85 van deze advieszaken binnen de afgesproken termijn behandeld. Drie advieszaken zijn vanwege de complexiteit buiten de afgesproken termijn vastgesteld. De ‘score’ komt daarmee op 96,6%, daarmee wordt voldaan aan de in de begroting opgenomen prestatie-indicator ‘tijdige advisering’. Ad 3. Kwaliteit In 2021 zijn in totaal 25 beroep- en 11 bezwaarprocedures in behandeling genomen. Hiervan zijn 17 procedures afgerond, en deze zijn allen grotendeels ‘ongegrond’, ‘ingetrokken’ c.q. ‘niet-ontvankelijk’ verklaard. Twee procedures zijn voor een klein deel (op het gebied van enkele voorschriften) gegrond verklaard. De overige bezwaar- en beroepsprocedures zijn nog in behandeling en wachten op een definitieve uitspraak. Omgerekend betekent dit dat van de bezwaar- beroepschriften 97,9% ongegrond is verklaard.

Daarmee wordt voldaan aan de in de begroting opgenomen prestatie-indicator ‘kwaliteit’. Ad 4. Actualiteit Alle door ons afgeronde vergunningprocedures worden getoetst aan de meest actuele wet- en regelgeving, beleid van de opdrachtgever en voldoen daarmee aan de geldende richtlijnen. Daarnaast worden de BRZO- en RIE-4-vergunningen projectmatig geactualiseerd. Van deze laatste groep vergunningen is op dit moment 86% actueel. 2.3.1.1 Project energiebesparing vergunningen Het doel van het project ‘energiebesparing vergunningen’ is om ervoor te zorgen dat alle vergunningen actueel zijn op het gebied van energie om op deze manier een aanzienlijke energiebesparing teweeg te brengen en het toezien op het thema energie te vereenvoudigen. Is 2021 is voor de vergunningen die actueel zijn op het gebied van energie de inventarisatie én een actualiteitstoets uitgevoerd. Voor de inrichtingen die ondergebracht zijn in het takenpakket van de RUD Zuid-Limburg worden 2 gemeentelijke en 38 provinciale inrichtingen geactualiseerd. In 2021 is één inrichting definitief geactualiseerd en is voor 16 inrichtingen het ontwerpbesluit vastgesteld. De actualisaties voor de resterende inrichtingen worden in 2022 afgerond.

De planning is om alle gemeentelijke én provinciale inrichtingen voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 oktober 2022 dan wel 1 januari 2023) actueel te hebben op het gebied van energie. 2.3.1.2 Project ‘Actualiseren vergunningen IPPC-veehouderijen’ Begin 2021 is gestart met het project ‘Actualiseren vergunningen IPPC-veehouderijen’. Het doel van het project is het uiterlijk vóór 1 juli 2022 voldoen aan de actualisatieplicht als opgenomen in artikel 5.10 van het Besluit omgevingsrecht. Het project ziet louter op IPPC-veehouderijen (categorie 6.6a tot en met 6.6c van bijlage I van de Richtlijn industriële emissies). Dit betreffen intensieve veehouderijen met meer dan 40.000 plaatsen voor pluimvee, meer dan 2.000 plaatsen voor mestvarkens van meer dan 50 kg en meer dan 750 plaatsen voor zeugen. Voornoemde actualisatieplicht betekent echter niet dat de vergunningvoorschriften van iedere relevante veehouderij per definitie moeten worden geactualiseerd. Nadere toetsing per inrichting zal dit moeten uitwijzen. 12

Gedeputeerde staten en gemeenten zijn op dit moment samen het bevoegd gezag voor in totaal 11 IPPC-veehouderijen. Na afronding van de actualisatietoets blijkt dat de vergunningen van 3 veehouderijen actueel zijn. Van 4 veehouderijen is bepaald dat actualisatie wel van toepassing is en zijn de vooroverleggen opgestart en of (ontwerp)besluiten opgesteld. Voor de overige 4 veehouderijen moet de actualisatietoets nog worden uitgevoerd. Wij streven om het gehele project in het tweede kwartaal van 2022 af te ronden. 2.3.1.3 Project ‘Actualiseren BRZO- en RIE-4-vergunningen’ Voor 2021 was het streven het eerder bereikte actualiteitspercentage ten minste op hetzelfde hoge niveau te houden. Landelijk is namelijk een trend zichtbaar dat de actualiteit van het vergunningenbestand licht daalt als gevolg van een gebrek aan personele capaciteit. Dat streven is gelukt, want het actualiteitspercentage is in 2021 uitgekomen op 86%. Ons percentage is op dit moment daarmee zelfs het hoogste van Nederland. In 2021 stond op het programma om van 14 inrichtingen de vergunning te actualiseren via een revisievergunning of ambtshalve wijziging. Per 31 december 2021 was de stand als volgt: • Geactualiseerd: 4 • Vergunningprocedure loopt: 3 • Vooroverleg / voorbereiding: 7 Ten opzichte van het eigen programma lopen we achter.

Redenen daarvan zijn verloop en ziekte van medewerkers (zowel bij onze organisatie als bij bedrijven), afstellen van investeringen door bedrijven (i.v.m. gestegen bouwkosten) en een verslechterde kwaliteit van ingediende vergunningaanvragen, waardoor procedures meer tijd kosten dan gebruikelijk. Zoals ook in de voorjaar- en najaarsnota 2021 gememoreerd is, hebben een aantal (zeer) ervaren vergunningenverleners de organisatie verlaten. Gebleken is dat wij niet alle posities makkelijk kunnen invullen. Eén vacature staat inmiddels een jaar open en, ondanks de inzet van een recruitmentbureau, is deze nog steeds niet ingevuld, omdat er vanuit de arbeidsmarkt geen geschikte kandidaten voorhanden c.q. beschikbaar zijn. Wel hebben wij meer ingezet op werving en inhuur van jong afgestudeerden of trainees, met als doel deze intern op te leiden en na twee jaar in te laten stromen als vergunningverlener milieu. Aangezien ook het aantal aanvragen in vergelijking met het voorgaande jaar is toegenomen, zijn we onze vergunningprocessen zeer kritisch blijven volgen en hebben er in 2021 alles aan gedaan om onze taken en opdrachten binnen de afgesproken termijnen en kwaliteit uit gevoerd te krijgen.

13

2.3.1.4

Realisatie aantallen producten Vergunningen

De volgende vergunning producten zijn in 2021 in behandeling genomen:

De volgende vergunningen opdrachten zijn in 2021 afgerond:

In vergelijking met het voorgaande jaar zijn de opvallendste zaken voor wat betreft de afgeronde zaken de volgende: • Het aantal afgeronde meldingen ActiviteitenBesluit milieubeheer (A.B.) is in 2021 nagenoeg gelijk gebleven. In 2021 zijn 300 meldingen A.B. afgerond en in 2020 waren dat 284 meldingen A.B. 14

•

In 2021 zijn meerdere vergunningen op actualiteit getoetst. Dit o.a. naar aanleiding van de actualisatie projecten ‘energiebesparing, IPPC Veehouderijen en BRZO- en RIE-4-vergunningen. Om die reden ligt het totaalaantal toetsingen en ontheffingen in het verslagjaar zo’n 14% hoger dan in het voorgaande jaar. Het aantal afgeronde reguliere procedures is ten opzichte van 2020 iets toegenomen. In 2020 waren 269 procedures volgens de reguliere procedure afgerond en in 2021 zijn dit 301 procedures. Deze stijging wordt met name veroorzaakt door het toegenomen aantal procedures Maatwerkvoorschriften Activiteitenbesluit milieubeheer én Taakstellende voorschriften. Het aantal aangevraagde Wabo-vergunningen is ten opzichte van vorig jaar gering afgenomen. Het aantal afgeronde uitgebreide procedures is ten opzichte van 2020 gelijk gebleven. In 2020 waren 66 procedures volgens de uitgebreide procedure afgerond en in 2021 zijn dit ook 66 procedures. Net zoals in 2020 heeft Covid-19 ook in 2021 een grote invloed gehad op het professioneel ontbranden van vuurwerk en de provinciale werkzaamheden hierin. De meeste evenementen waar vuurwerk normaliter een onderdeel van is zijn in 2021 helemaal niet georganiseerd of op het laatste moment afgelast. Vorig jaar waren 27 vuurwerkzaken behandeld, dit verslagjaar komen we uit op 30 vuurwerkzaken (vuurwerkmeldingen en –ontbrandingstoestemmingen).

Het aantal afgeronde ‘zienswijze, bezwaar en beroep’ producten is in 2021 met circa 32% toegenomen. Met name op het terrein van mest- en afvalverwerking zien een toename in het aantal bezwaar- en beroepzaken.

•

•

•

•

2.4.

Toezicht en Handhaving

2.4.1.1

Prestatie-indicator Toezicht en Handhaving

Onderstaande indicatoren zijn voor Toezicht en Handhaving opgenomen in de begroting 2021.

Speerpunt

Prestatie indicator

Score / resultaat 2021

Kwaliteit

Toezichtrapporten voldoen aan de meest actuele wet- en regelgeving en het beleid van de opdrachtgever.

Doelstelling is gehaald.

Tijdigheid

95% handhavingsbesluiten worden genomen binnen de daarvoor afgesproken termijnen.

100% van de handhavingsbesluiten

Uitvoering werkprogramma opdrachtgever zoals onderling afgesproken.

De werkprogramma’s zijn grotendeels gerealiseerd. Een aantal controles 2021 moet nog worden verwerkt en daarnaast zijn enkele controles vanwege de coronasituatie in overleg met de opdrachtgever doorschoven. Gerealiseerd.

Uniformiteit

Hanteren vastgesteld handhavingsbeleid opdrachtgever.

15

2.4.1.2

Realisatie aantallen

Door de afdeling Toezicht en Handhaving zijn in 2021 de volgende producten gereed c.q. in behandeling genomen:

Planmatig toezicht (milieu en BRZO) Voor het planmatig toezicht (milieu en BRZO) zijn er in het verslagjaar 793 controles uitgevoerd, onder te verdelen in: • 34 planmatige BRZO-inspecties; • 733 overige planmatige Wabo-inspecties (RIE-4, RIE-overig, Type C, Type B, basis- en nietbasistaken); • 26 controles vuurwerkopslaglocaties. Het planmatig toezicht is grotendeels conform planning uitgevoerd. In een aantal gevallen is de planning gedurende het jaar bijgesteld. De reden hiervoor is divers, waarvan hieronder enkele voorbeelden worden weergegeven: - In gevallen waarbij kengetallen van het toezicht meer dan 100% zijn overschreden is bij enkele gemeenten ervoor gekozen om de planning bij te stellen. - Gevallen waarbij een deel van de beschikbare toezichtcapaciteit (voor het planmatig toezicht) is ingezet voor de afhandeling van (complexe) bestuursrechtelijke handhavingstrajecten. In de paragraaf ‘bestuursrechtelijke handhaving’ wordt dit nader toegelicht. - Extra toezichtcapaciteit die is ingezet voor de afhandeling van binnengekomen klachten uit de omgeving. In de paragraaf ‘Afhandeling klachten en meldingen ongewone voorvallen/incidentenonderzoeken’ wordt dit nader toegelicht. - Specifieke dossiers waarbij extra afstemming nodig is geweest met de opdrachtgevers.

- Extra ontvangen opdrachten van onze partners (gemeenten/provincie) buiten het reguliere werkprogramma voor het uitvoeren van ad-hoccontroles.

16

Milieu hercontroles De regulier (planmatig) uitgevoerde (milieu)controles resulteerden in circa 266 hercontroles. Dit komt neer op circa 35% van het totaalaantal regulier geplande controles. Overige milieucontroles (ad-hoccontroles) Naast regulier geplande controles zijn ook controles uitgevoerd die niet vooraf zijn in te plannen. In 2021 zijn in totaal 245 ad-hoccontroles uitgevoerd. Het betreft hier controles naar aanleiding van klachten, meldingen ongewone voorvallen, controles n.a.v. bestuursrechtelijke handhavingsprocedures (dwangsomcontroles, controles n.a.v. handhavingsverzoek) controles naar aanleiding van vuurwerkevenementen en overige ad-hoc situaties. Eindejaarcontroles op opslag van vuurwerk: Evenals in 2020 is ook eind 2021 een verbod op de verkoop, vervoer, bezit en het afsteken van consumentenvuurwerk gekomen. Dit betekende dat de verkoop van vuurwerk tijdens de drie vastgestelde verkoopdagen niet was toegestaan (de verkoop van fop-en schertsvuurwerk is overigens wel het hele jaar toegestaan). De geplande eindejaar-controles zijn daarom dit jaar niet uitgevoerd. Afhandeling klachten en meldingen ongewone voorvallen/incidentenonderzoeken De RUD Zuid-Limburg behandelt alle klachten en meldingen ongewone voorvallen van bedrijven die door het bevoegd gezag zijn ingebracht.

De meldingen hiervan kunnen zowel administratief als fysiek worden afgehandeld door middel van controles ter plekke. In het verslag jaar zijn circa 1.600 klachten en 100 meldingen ongewone voorvallen ontvangen en geregistreerd. De ontvangen klachten hebben voornamelijk betrekking op geuroverlast (60%) en geluidsoverlast (ca. 30%). Circa 50% van de binnengekomen klachten en 70% van de binnengekomen incidentmeldingen hebben betrekking op provinciale inrichtingen. De top vijf van de meest voorkomende klachten over gemeentelijke bedrijven is hieronder weergegeven: • Cedo Recycling (gemeente Sittard-Geleen; circa 280 klachten over geurhinder); • Maastricht Aachen Airport (gemeente Beek; circa 170 klachten met name over geluid); • AsfaltNu (Asfaltcentrale gemeente Stein; circa 150 klachten); • Cellnex Netherlands B.V. (gemeente Maastricht; circa 20 klachten over geluid); • Dogstar (gemeente Meerssen; circa 20 klachten over geurhinder).

De top vijf van de meest voorkomende klachten over provinciale bedrijven zijn: • De Heus Voeders (circa 120 klachten over geurhinder); • Jos Menten Roermond (circa 90 klachten over geluidhinder); • Walkro Blitterswijck (circa 100 klachten over geurhinder); • Van de Weijer, Peel en Maas (circa 90 klachten over geurhinder); • Menten-Hilkens B.V., Leudal (circa 60 klachten over geluidhinder); De verdeling van de aard van de klachten zijn in onderstaand overzicht grafisch weergegeven.

17

Grafiek: Verdeling klachten naar soort 2021

Toezicht bestaande bouw/nieuwbouw In 2021 zijn de volgende aantallen bouwtoezichtzaken behandeld: •

Controles brandveiligheid In 2021 zijn 22 controles brandveiligheid en 42 hercontroles uitgevoerd.

•

Controles constructieve veiligheid Er zijn circa 60 toezichtmomenten uitgevoerd betreffende de constructieve veiligheid. Dit betreffen fysieke als ook administratieve toezichtmomenten. Naast toezicht worden ook adviezen constructieve veiligheid verstrekt aan de vergunningverleners. Het verstrekken van advies vindt op twee momenten plaats namelijk, tijdens de vergunningenprocedure en na het verlenen van de omgevingsvergunning. Tijdens de vergunningenprocedure worden documenten getoetst aan wet- en regelgeving behorende bij de constructieve veiligheid Na het verlenen van de omgevingsvergunning worden uitgestelde indieningsvereisten en revisies van reeds vergunde documenten eveneens getoetst aan wet- en regelgeving behorende bij de constructieve veiligheid als ook de omgevingsvergunning. Het aantal adviezen voor de vergunningverleners is toegenomen ten opzichte van voorgaande jaren. In 2021 zijn circa 175 adviezen (2020: 150) verstrekt.

Bestuursrechtelijke handhaving In 2021 zijn 16 verzoeken om handhaving ingediend. Deze verzoeken zijn binnen de geldende wettelijke termijnen afgehandeld dan wel zijn nog in behandeling. Vanwege het niet beëindigen van de desbetreffende overtreding zijn door ons in totaal 17 bestuursrechtelijke handhavingstrajecten gestart. Dit betreft procedures tot het opleggen van een last onder dwangsom dan wel last onder bestuursdwang. Daarnaast hebben wij 15 bezwaar- en beroepsprocedures (inclusief voorlopige voorzieningen) voor de opdrachtgevers behandeld. Deze procedures hebben grotendeels niet geleid tot een vernietiging van een eerder genomen handhavingsbesluit (last onder dwangsom of last onder bestuursdwang). In zijn algemeenheid merken wij op dat de doorlooptijden van juridische procedures lang zijn als gevolg van drukte bij gerechtelijke instanties. 18

Net zoals in de andere rapportageperioden zien we dat de inzet van de juridische capaciteit zich voornamelijk concentreert op een beperkt aantal dossiers/locaties. Meestal hebben deze dossiers een langere doorlooptijd (meerdere jaren). Dit legt een grote druk op de beschikbare juridische en toezichtscapaciteit. In het rapportagejaar hebben met name onderstaande dossiers/bedrijven voor extra juridische en toezichtcapaciteit gezorgd: • Gemeente Beek (o.a. dossier Maastricht Aachen Airport; circa 330 uur); • Gemeente Beekdaelen (o.a. dossiers Caradon Stelrad, Frissen Veeteelt en ATS Koudetechniek totaal circa 770 uur); • Gulpen-Wittem (dossier Heineken Nederland Supply; circa 135 uur); • Gemeente Landgraaf (dossiers SoFine Foods, Tankstation Landgraaf Euregio, Beheersmaatschappij Janssen en Zn; circa 220 uur) • Gemeente Maastricht (dossiers Cellnex en Synex Synthetics; circa 120 uur) • Gemeente Meerssen (o.a. dossiers Snackpoint Bunde en dossier Dogstar; totaal circa 275 uur). • Gemeente Sittard-Geleen (o.a. dossiers Cedo Recycling en MCL Born; totaal circa 460 uur). • Gemeente Stein (o.a. dossiers Asfaltcentrale AsfaltNu en dossier m.b.t. (mobiele) cafetaria; totaal circa 500 uur). • Gemeente Voerendaal (dossiers Roosevelt Biomassa; totaal circa 320 uur). • Provincie Limburg (o.a. dossiers Bontrup (3 locaties), Marsna Paper B.V.

en Marsna Building B.V., E-max Billets, Meulenberg Recycling, Willems America, Van Lin, Walkro, Menten Hilkens B.V.; totaal circa 5.600 uur). Resultaat van deze procedures is het bevorderen van normconform gedrag en het vergroten van bewustwording en verantwoordelijkheidsbesef van bedrijven. De bestede uren zijn verrekend in de desbetreffende werkprogramma’s van de deelnemers. Overtredingen-naleefgedrag (milieu) Naar aanleiding van de in 2021 uitgevoerde controles zijn er in totaal 504 (2020: 541) milieuovertredingen geconstateerd. De oorzaak van de verschillen in de aantallen overtredingen kan divers zijn. Mogelijk heeft dit te maken met de aanhoudende situatie rondom het coronavirus, waardoor bij bepaalde sectoren/branches (o.a. horeca en detailhandel) in overleg met de gemeenten de controles zijn doorgeschoven. Daarnaast heeft dit te maken met de frequentie van het toezicht; niet alle bedrijven worden jaarlijks geïnspecteerd. Over het geheel kunnen we zien ten opzichte van het jaar 2020 de volgende belangrijkste trends met betrekking tot de overtredingen: Overtredingen m.b.t. bodembeschermende voorzieningen (ca. 50% afname); Illegale activiteiten (gelijk met 2020); Keuringen van installaties (circa 20% afname); Energiebesparende voorzieningen (forse toename; 4 overtredingen in 2020; 22 overtredingen in 2021).

De top vijf van geconstateerde milieuovertredingen (85% van het totaalaantal overtredingen) onderverdeeld per hoofd- en subthema zijn in onderstaande tabel weergegeven.

19

Tabel: Top 5 overtredingen 2021 Hoofdthema

Subthema

Aantal

Toelichting / omschrijving overtreding

overtredingen 1.

2.

Installaties

Adm.

Registratie/administratie van bijvoorbeeld keurings- en

Verplichting

28

onderhoudsgegevens (zoals logboeken)

Keuringen

86

(Periodieke) keuringen van o.a. stook- en koelinstallaties

Onderhoud

36

(Periodiek) onderhoud aan installaties

Externe

Admin.

Veiligheid

Verplichting

Registratie / administratie van bijvoorbeeld opgeslagen

7

Afstandseisen Keuringen

gevaarlijke stoffen Overtredingen op grond van afstanden ten opzichte van

6

belendingen

10

Keuringen van bijvoorbeeld gasflessen/gastanks e.d.

Opslag gassen

Overtredingen t.a.v. opslag van gasflessen en tanks

(flessen en tanks)

38

Opslag

Overtredingen t.a.v. opslag van gevaarlijke stoffen in emballage

gevaarlijke stoffen

21

Onderhoud 3. 4.

Energie

Overtredingen t.a.v. onderhoud aan installaties t.b.v. externe

4

veiligheid

Voorziening

22

Voorhanden hebben van besparingsmaatregelen

Onderzoek

42

Periodiek onderzoek naar besparingsmaatregelen

Bodem (grond-

Adm.

en hulpstoffen)

Verplichting

Registratie/administratie van gegevens; behouden van

2

logboeken e.d.

Financiële

Het betreft hier een dekking van de aansprakelijkheid die

zekerheid

voortvloeit uit verontreiniging van de bodem als gevolg van de opslag van vloeibare brandstof (of afgewerkte olie) in

2

bijvoorbeeld een ondergrondse tank.

Keuringen

28

Keuringen van bv. vloeistofdichte voorzieningen

Verontreiniging

2

Bijvoorbeeld lekkage / morsen op of in de bodem

Voorziening

Overtredingen m.b.t. bodem beschermende voorzieningen

23 5.

Illegale situaties

n.v.t.

(lekbakken, vloeren etc.) Situaties in afwijking van de vergunde/gemelde situatie

63

Overtredingen BRZO-bedrijven Het BRZO-toezicht ziet erop toe of een bedrijf in voldoende mate zelf de verantwoordelijkheid neemt voor het borgen van de veiligheid van de eigen activiteiten. Naar aanleiding van de in 2021 uitgevoerde BRZO-inspecties (samen met de partners van de veiligheidsregio en de inspectie SZW (per 1 januari 2022 is de nieuwe naam Nederlandse Arbeidsinspectie) zijn in totaal 41 overtredingen geconstateerd. Bij een 37-tal overtredingen is sprake van een lichte overtreding (categorie 3 BRZOhandhavingsstrategie), waarvoor een waarschuwingsbrief is verzonden. Bij één bedrijf zijn vier middelzware overtredingen (categorie 2 BRZO-handhavingsstrategie) geconstateerd waarvoor een vooraankondiging voor een bestuursrechtelijke maatregelen (dwangsom / zienswijzebrief) is verzonden.

20

Overtredingen bouwen en brandveiligheid Toezicht constructieve veiligheid Bij het toezicht op constructieve veiligheid worden structureel dezelfde onderdelen gecontroleerd. Het betreft hier onder andere de wapening die in het beton zit, staalprofielen, die het uiteindelijke draagframe vormen. De belangrijkste opmerkingen die worden gemaakt hebben betrekking op de wapening (60%), bekisting en bekistingsmiddelen (25%). Toezicht bestaande bouw/brandveiligheid Naar aanleiding van de uitgevoerde controles zijn 62 overtredingen geconstateerd. Deze overtredingen hadden met name betrekking op de volgende thema’s: - Vluchtrouteaanduiding; - Brandmeldinstallaties; - Het niet voldoen aan bouwkundige gelijkwaardigheid. Speerpunten en projecten Toezicht en Handhaving Branchegericht toezicht Metaalbedrijven In 2021 is een pilot gestart rond het toezicht van 98 metaalbewerkende bedrijven in Zuid-Limburg. De verdeling van de gecontroleerde bedrijven per bevoegd gezag is in de volgende tabel aangegeven. Verdeling aantal gecontroleerde bedrijven in de metaalbranche per bevoegd gezag in 2021

Verdeling bedrijven Bevoegd gezag Beek Beekdaelen Eijsden-Margraten Heerlen Kerkrade Landgraaf Maastricht Meerssen Sittard-Geleen Stein Valkenburg a/d Geul Provincie Limburg Totaal aantal bedrijven

Aantal gecontroleerde bedrijven 7 10 8 14 2 5 14 5 16 10 1 4 98

Deze bedrijven zijn gecontroleerd door een vaste groep toezichthouders. De controles zijn uitgevoerd op specifieke metaalactiviteiten, de opslag en afvoer van (gevaarlijke) stoffen en het thema energie. De resultaten van deze pilot worden in een separaat eindverslag ‘Evaluatieverslag projectmatige controles metaalbewerking’ – los van deze rapportage – beschikbaar gesteld voor de bevoegde gezagen waar de controles zijn uitgevoerd. Deelname/ bijdrage aan landelijke BRZO-projecten De organisatie heeft input geleverd aan diverse landelijke projecten, vallende onder de Meerjarenagenda Versterking Omgevingsveiligheid, Meer-Jaren-Agenda BRZO (MJA), BRZO+ en de BRZO OD’s (Omgevingsdiensten). De uitvoering van de projecten wordt gefinancierd door een bijdrage van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat aan de Meerjarenagenda Versterking 21

Omgevingsveiligheid en een bijdrage vanuit de twaalf provincies voor de realisatie van de provinciale ambities vanuit het uitvoeringsprogramma MJA-BRZO. Hieronder wordt een selectie weergegeven van de werkzaamheden die uitgevoerd zijn tot en met december 2021 en die een directe relatie hebben met Toezicht en Handhaving. •

Project Landelijke Benadering Risico Bedrijven (LBR) Door een landelijke projectgroep “LBR” zijn dit jaar producten opgeleverd in aanloop naar een nieuwe inspectiemethodiek (LBR). De implementatie van de LBR inspectiemethodiek en GIR 2.0 (landelijke applicatie voor BRZO-toezicht) zal plaatsvinden in januari 2022.

•

Opstellen landelijke Monitor (STM 1 tot en met 3) Het BRZO+ bureau stelt jaarlijks de BRZO-monitor op. Deze monitor geeft inzicht in de resultaten van het BRZO-toezicht door alle betrokken partijen (landelijk). De monitor wordt, tezamen met de rapportage over de “Staat van de Veiligheid”, voor de zomer aangeboden voor de Tweede Kamer. De RUD Zuid-Limburg heeft net als andere BRZO-omgevingsdiensten input geleverd voor deze monitor.

•

Project Melden ongewone voorvallen (TZ4) Landelijk wordt alle data met betrekking tot ongewone voorvallen bij BRZO- en RIE-4-bedrijven geregistreerd en gemonitord. Deze data vormen de basis voor enerzijds een landelijke analyse van alle ongewone voorvallen bij de BRZO en RIE-4-bedrijven en anderzijds eenduidige interpretatie, registratie en afhandeling van ongewone voorvallen om te komen tot het beter leren van incidenten bij BRZO- en RIE-4-bedrijven. De RUD Zuid-Limburg heeft hiertoe in 2021 gegevens aangeleverd. Voor een eenduidige interpretatie van een ongewoon voorval is een voorbeeldenatlas ontwikkeld voor het bedrijfsleven. Deze is door ons verstuurd naar de BRZO- en RIE-4-bedrijven binnen het beheersgebied van de organisatie die geen maatwerkvoorschrift in de omgevingsvergunning hebben met betrekking tot het melden van ongewone voorvallen. Tevens hebben wij een bijdrage geleverd aan het Toezichtslab van DCMR met betrekking tot het verbeteren van de meldingsbereidheid van ongewone voorvallen door bedrijven.

•

Samenwerking NEA (Nederlandse Emissie Autoriteit)(SW6) In 2020 heeft op verzoek van NEA een oriënterend gesprek plaatsgevonden met de BRZO-OD’s om te bekijken over welke mogelijke items met betrekking tot de luchtemissies tot samenwerking mogelijk zijn. Door NEA zijn voor diverse BRZO-OD’s bedrijven geselecteerd die in aanmerking zouden kunnen komen. Voor onze organisatie zijn dit een aantal deelinrichtingen op de site Chemelot. Wij hebben een projectplan opgesteld om nader invulling te geven aan de samenwerking in 2022. Dit projectplan is afgestemd met NEA en definitief vastgesteld en zal in uitvoering gebracht worden in 2022. Dit is ook als zodanig in de planning 2022 opgenomen.

•

Project Bestuurlijke boete (BOW10) Bij de invoering van de Omgevingswet krijgen de provincies de bestuurlijke boete als nieuw instrument voor overtredingen van de BRZO-regels. IPO heeft een boete-beleidskader opgesteld. Dit beleidskader moet worden ingebed in het provinciaal handhavingsbeleid. Er zal een handhavingsarrangement worden opgesteld (conform de BRZO-LHS) in welke gevallen gekozen worden voor strafrecht en wanneer voor bestuursrecht. In het directeurenoverleg van de BRZO-OD’s is het werkproces bestuurlijke boete vastgesteld. Het implementatievoorstel is voorgelegd aan de Ambtelijke Adviescommissie MTH (Milieu, Toezicht en Handhaving) en de Bestuurlijke Adviescommissie MTH van het IPO. 22

2.4.1.3

Realisatie aantallen (trends)

Hieronder volgt een overzicht van de realisatiecijfers per (hoofd)product over de jaren 2018-2021. Grafiek: Aantallen milieutoezicht 2018-2021

Bovenstaande aantallen zijn in onderstaande tabel nader uitgewerkt: Gerealiseerde aantallen producten Toezicht & Handhaving 2021

Toezicht en handhaving Planmatige controles - Planmatige controles Brzo - Planmatige controles Wm (Wabo/milieu) - Controles vuurwerk opslagen Hercontroles (totaal bouwen/milieu) Adhoc controles Beoordeling (IVRén) Klachten Meldingen ongewone voorvallen Bestuursrechtelijke handhaving -Handhavingsverzoek en -Bestuursrechtelijk e handhaving (voornemen, last) -Bezwaar en beroepsprocedures Totaal

Gerealiseerde aantallen 2018 2019 2020 930 985 844 40 39 35 800 876 744 90 70 65 280 368 348 390 286 361 12 9 5 1700 1438 1296 90 99 85 79 101 53 16 24 15 45 38 27 18 39 11 3481 3286 2992

2021 793 34 733 26 313 245 9 1615 101 48 16 17 15 3124

De inzet van het planmatig toezicht is afgenomen ten opzichte van vorig jaar. Dit heeft met name te maken met het bijstellen van de planning als gevolg van overschrijdingen van uren in het werkprogramma c.q. overschrijdingen van kengetallen als gevolg van de afhandeling van complexe/langlopende handhavingstrajecten. Daarnaast zijn er ook minder (geplande) controles van 23

horecabedrijven en controles van vuurwerkopslagen uitgevoerd vanwege de situatie rondom het coronavirus. Met de gemeenten zijn hierover nadere afspraken gemaakt. In veel gevallen zijn de geplande controles doorgeschoven naar 2022. In onderstaande tabel zijn de milieuklachten/soort over de jaren 2018-2021 weergegeven. Tabel: Aantallen milieuklachten/soort 2018-2021

Soort klacht Bodem Geur Geluid Stof Overig Totaal

2018 16 1.044 290 40 310 1.700

2019 0 952 222 20 273 1.467

2020 12 830 360 16 78 1.296

2021 11 1.006 449 32 117 1.615

Coronamaatregelen De situatie met het coronavirus heeft ook in het verslagjaar 2021 invloed gehad op de uitvoering van het toezichtswerk. De impact op het toezichtswerk was echter beperkter dan in het jaar 2020. Veel van de geplande controles zijn zoals gepland (fysiek) uitgevoerd. In enkele gevallen zijn inspecties in verband met de coronasituatie bij het betreffende bedrijf doorgeschoven naar een andere datum. Wel hebben de coronamaatregelen hun effect gehad op de geplande controles bij de horeca, vuurwerkopslagen en bij het uitvoeren van controles bij vuurwerkevenementen. Bij deze sectoren is er in beperkte mate toezicht uitgevoerd. Pilot BOA’s Na het behalen van de benodigde certificaten, het afronden van de officiële aanwijzing en het instellen van de benodigde privacymaatregelen, zijn de BOA’s (Buitengewoon OpsporingsAmbtenaren) in het kader van de pilot in 2021 aan de slag kunnen gaan met hun werkzaamheden. Het doel van de pilot is om antwoord te kunnen geven op de vraag of het wenselijk is om structureel BOA-capaciteit onder te brengen bij de organisatie ter versterking van het handhavingsinstrumentarium, en of de inzet van deze BOA’s ook eerder zal leiden tot normconform gedrag. Momenteel zijn wij vanuit de organisatie bezig met het opzetten van de in de pilot aangegeven tussenevaluatie. Daarin zullen de in de pilot opgenomen evaluatievragen worden behandeld.

2.5. Specialistische advies- en toezichtswerkzaamheden De specialisten beschikken over specifieke en diepgaande kennis op het gebied van de milieuaspecten asbest, bodem, energie, geluid, lucht en externe veiligheid (ook wel omgevingsveiligheid genoemd). Daarmee zijn zij in staat om de vaak integrale en complexe milieuvraagstukken van zowel gemeenten als provincie te ontleden en van een duidelijk advies te voorzien. Bij het opstellen van deze (interne en externe) adviezen wordt veelal gebruik gemaakt van toetsingen en controles, maar worden vaak ook onderzoeken en/of metingen uitgevoerd. Daarnaast participeren de medewerkers ook in de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van beleid van de bevoegde gezagen op de genoemde taakvelden en houden zij rekening met eventuele innovaties bij de uitvoering van de geleverde producten en gevolgde werkwijzen. 2.5.1.1

Prestatie-indicator uitvoering werkzaamheden specialisten

Als KPI staat in de begroting 2021 voor wat betreft de specialistische medewerkers van de afdelingen Advies en Onderzoek en Specialistisch en Juridisch Toezicht het volgende vermeld: 24

Speerpunt Kwaliteit

Prestatie indicator De adviezen bevatten heldere conclusies en zijn transparant in de afwegingen

Tijdigheid

95% van de adviezen is voor de afgesproken termijn aan de opdrachtgever verzonden

2.5.1.2

Gerealiseerd Tevredenheid opdrachtgever: Deze wordt periodiek tijdens account overleggen met opdrachtgevers besproken en daarbij blijkt dat de adviezen voldoen aan de verwachtingen van de medewerkers aldaar. Daarnaast blijkt uit interviews met onze opdrachtgevers dat er brede waardering is voor de kennis en kunde van onze medewerkers. 95% en hiermee is de doelstelling gehaald

Realisatie aantallen

Zoals reeds in de najaarsrapportage 2021 vermeld stond blijft het aantal verzoeken voor het verstrekken van milieuadviezen door onze specialisten maar verder doorgroeien. Zo zijn er in 2021 door hen in totaliteit 852 verzoeken tot specialistische milieuadvisering ontvangen en in behandeling genomen. Het merendeel daarvan (in 355 situaties) had betrekking op het milieuaspect geluid. Daarnaast werden 343 verzoeken gedaan die te maken hadden met de beoordeling en advisering over integrale en daarmee dus meerdere milieuaspecten als gevolg van eventuele ruimtelijke ontwikkelingen. De overige verzoeken die afgehandeld werden hadden specifiek betrekking op de aspecten externe veiligheid (in 65 situaties), energie (in 51 situaties) en lucht (in 38 situaties).

Vanaf 1 januari 2021 is door de opdrachtgevers de basistaak inzake sloop en asbest overgedragen aan de RUD Zuid-Limburg. Om tegemoet te komen aan de invulling van die uitvoering is de omvang van ons asbestteam gedurende het afgelopen jaar gegroeid van 2 naar 6 medewerkers (en daarnaast nog deels inhuur). Onze asbestmedewerkers werken veelal informatie gestuurd en dat betekent dat 25

risicogericht meldingen worden beoordeeld en dat daar waar nodig specifiek toezicht wordt uitgevoerd. Een belangrijke pijler in deze werkwijze is de focus op risico’s en het loslaten van zaken waar weinig of geen risico’s zijn, met de bescherming van mens en milieu als duidelijk doel. Over het afgelopen jaar kunnen wij concluderen dat er een 100% controle heeft plaatsgevonden van de door de RUD Zuid-Limburg ontvangen (asbest)sloopmeldingen. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in de be- en afhandeling van 1933 meldingen in het kader van asbestsloopwerkzaamheden (incl. de bijbehorende beoordelingen van de asbestinventarisatie-rapporten). Naast de behandeling van de meldingen is getracht om in een omvang van circa 10% toezicht op locatie te verwezenlijken. In de praktijk is gebleken dat dit streven niet bij elke opdrachtgever even goed behaald is en uiteindelijk zijn er gedurende 2021 168 fysieke controles uitgevoerd voor, tijdens of na de uitvoering van asbestverwijderingswerkzaamheden.

De bodemspecialisten hebben in 2021 in totaal 2096 bodem gerelateerde zaken behandeld. De bij deze zaken behorende werkzaamheden zijn onder te verdelen in: • het be- en afhandelen van 933 meldingen in het kader van het Besluit bodemkwaliteit; • het uitvoeren en rapporteren van 58 zogenaamde ‘vrije veldcontroles’; • het geven van 66 bodem gerelateerde adviezen; • het verstrekken van historische bodeminformatie voor 358 locaties; • het begeleiden en houden van toezicht bij 12 tanksaneringen; • het beoordelen, begeleiden en afhandelen van 29 incidenten met bodemproblematiek; • het toetsen en beoordelen van 43 bodemonderzoeken; • het in 30 situaties toezicht houden op de correcte toepassing van grondstromen en bouwstoffen; • het op 5 locaties houden van toezicht gedurende het gebruik van een mobiele puinbreker; • het in 562 gevallen houden van toezicht i.h.k.v. de Wet bodembescherming. Voor de provincie Limburg als bevoegd gezag ging het toezicht i.h.k.v. de Wet bodembescherming om 412 gevallen, waarvan er 243 in de regio Zuid-Limburg en 169 in de regio Noord-Limburg. Voor de gemeenten Maastricht en Heerlen als bodem-bevoegd gezag ging het daarbij respectievelijk om 112 situaties en 38 situaties waarbij toezicht werd gehouden.

26

2.5.1.3

Trends

Schonere lucht door corona De medewerkers van de discipline Lucht zijn altijd bezig met het beoordelen van de luchtkwaliteit in Limburg. Hierbij gaat het om in opdracht van bepaalde gemeenten of Provincie Limburg de Limburgse luchtkwaliteit zowel op lokaal niveau (in de omgeving van inrichtingen en bedrijven) als in algemene zin middels een aantal permanente meetstations te bepalen. Wat lokale situaties betreft gaat het over alle soorten advisering en metingen in relatie tot bedrijven en inrichtingen die invloed hebben op de luchtkwaliteit in die directe omgeving (emissie-onderzoek). Daarnaast worden werkzaamheden uitgevoerd ten behoeve van het Limburgse luchtkwaliteitsmeetnet. Deze metingen zijn een onderdeel van het landelijke door het RIVM verzorgde en door de EU verplichte luchtkwaliteitsmeetnet (www.luchtmeetnet.nl). De hierbij uitgevoerde metingen vinden plaats in afstemming en samenwerking met organisaties als RIVM, DCMR, GGDAmsterdam en twee andere omgevingsdiensten. Als aanvulling op het landelijke meetnet worden op een aantal relevante plaatsen in Limburg nog extra luchtmetingen in de Provincie Limburg uitgevoerd. Zowel in 2020 als in 2021 bleek uit de verkregen resultaten dat de luchtmetingen dat de lucht opvallend schoner was dan in de daaraan voorafgaande jaren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=6eceee26-f4e1-4f56-8122-de062d98bfe0