CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

7. Bijlage 1 Toelichting bestemmingsplan Herontwikkeling School Groeneboord.pdf

Commissie GGZ 24 juni 2021, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Herontwikkeling School Groeneboord12.248 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bij grote en kleine ruimtelijke ontwikkelingen moet altijd gecheckt of beschermde dieren, planten of natuur verstoord wordt. Er wordt onderzocht of er (mogelijk) beschermde planten/dieren op een terrein voorkomen en of de ontwikkeling effecten heeft voor deze soorten. Ten behoeve van voorliggend planvoornemen is een quickscan flora en fauna opgesteld. Deze is bijgevoegd in Bijlage 3. Op grond van het verrichte onderzoek zijn de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan: Op basis van het literatuuronderzoek en veldbezoek kan niet worden uitgesloten dat rust- en/of voortplantingslocaties van de steenmarter, een aantal soorten vleermuizen en de hazelworm worden verstoord bij de werkzaamheden. Rust- en voortplantingsplaatsen van de steenmarter zijn onbeschermd in de periode 15 augustus tot en met februari. Indien de werkzaamheden worden uitgevoerd in deze periode, is een nader onderzoek naar de steenmarter niet nodig. Rust- en voortplantingsplaatsen van vleermuizen zijn jaarrond beschermd binnen de Wnb. Om na te kunnen gaan of de werkzaamheden leiden tot een overtreding van de Wnb dient aanvullend vleermuizenonderzoek te worden uitgevoerd.

32

bestemmingsplanHerontwikkeling School Groeneboord

Rust- en voortplantingsplaatsen van de hazelworm zijn onbeschermd in de periode juli, augustus en september. Indien binnen deze periode de begroeiing strooksgewijs wordt verwijderd tussen 10:00 en 18:00 uur met een temperatuur van minimaal 20 graden Celsius, is een aanvullend onderzoek of begeleiding van de werkzaamheden door een ecoloog niet noodzakelijk. 5.8.4 Conclusie natuurbescherming Gelet op vorenstaande vormt het aspect natuurbescherming geen belemmeringen voor voorliggende planontwikkeling, míts voorafgaand aan de (sloop)werkzaamheden aanvullend vleermuisonderzoek heeft plaatsgevonden en - indien aan de orde - een ontheffing van de Wet natuurbescherming is verleend. Opgemerkt wordt dat artikel 1.11 Wet natuurbescherming voorziet in een algemene verplichting voor een ieder om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.

bestemmingsplanHerontwikkeling School Groeneboord

33

34

bestemmingsplanHerontwikkeling School Groeneboord

Hoofdstuk 6 6.1

Waterparagraaf

Nationaal waterplan

In het Nationaal waterplan is het (strategische) waterbeleid van het Rijk vastgelegd. De hoofdlijnen van het Nationaal waterplan luiden als volgt (artikel 4.1, lid 2 Waterwet): a. b. c. d.

een aanduiding, in het licht van de wettelijke doelstellingen en normen, van de gewenste ontwikkeling, werking en bescherming van de watersystemen, alsmede van de bijbehorende termijnen; een uiteenzetting van de maatregelen en voorzieningen, die met het oog op die ontwikkeling, werking en bescherming nodig zijn; een aanduiding van de redelijkerwijze te verwachten financiële en economische gevolgen van het te voeren beleid; een visie op de gewenste ontwikkelingen in verband met de voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen en waterschaarste, voor een periode van ten minste veertig jaren mede in verband met de verwachte klimaatveranderingen.

Het Nationaal waterplan kent een looptijd van 2016 tot 2021 en vormt het kader voor de regionale waterplannen en de beheerplannen.

6.2

Provinciaal beleid

De provincie Limburg kent ook als uitgangspunt dat verdroging zo veel mogelijk moet worden tegengegaan en dat de waterkwaliteit, met het oog op een duurzaam gebruik in de toekomst, erg belangrijk is. Verder sluit de provincie aan bij het beleid van de Vierde Nota Waterhuishouding om infiltratie van water in de bodem te bevorderen en water meer terug te brengen in stedelijk gebied. Binnen de waterbeheersplannen van Limburg is integraal waterbeheer een belangrijk begrip. Ook hier speelt verdroging en waterkwaliteit een belangrijke rol in het beleidsproces. Ter invulling van (specifiek) ecologische functies stelt het Waterschap onder andere dat, ter voorkoming van verdroging, grondwaterstanden (daar waar dat mogelijk is) verhoogd moeten worden door peilbeheer. Ook dient het rioleringsbeheer door gemeenten op en aan de aan watergangen en -plassen toegekende functies, afgestemd te worden. Naast die ecologische functie dienen er ook mensgerichte hoofdfuncties ten behoeve van industrie of drinkwater ingepast te worden. Tevens dient er plaats te zijn voor mensgerichte nevenfuncties.

6.3

Watertoets Waterschap Limburg

Vanaf 1 november 2003 zijn de overheden wettelijk verplicht om alle ruimtelijke plannen, die van invloed zijn op de waterhuishouding, voor advies voor te leggen aan de waterbeheerders. Tot juli 2004 kwam het voor dat voor de watertoets verschillende waterbeheerders (waterschapsbedrijf, waterschap, provincie en Rijkswaterstaat) apart moesten worden benaderd. Die gaven dan afzonderlijke wateradviezen. De Limburgse waterbeheerders hebben afgesproken om alle aanvragen in het hun betreffende gebied af te handelen via één loket: het zogenaamde watertoetsloket. Het loket is ondergebracht bij het waterschap. Niet alle ruimtelijke plannen behoeven de watertoets te doorlopen. Daartoe heeft het waterschap een stroomschema, met daarbij behorende notitie ondergrens, opgesteld waaruit het toepassingsbereik van de watertoets blijkt. Ook zijn per gemeente waterkaarten opgesteld waaruit de verschillende waterbelangen op een bepaalde locatie zijn af te lezen. Aan de hand van het 'meldformulier watertoets' kunnen (ruimtelijke) plannen vervolgens voor advies worden voorgelegd aan het betreffende waterschap. Raadpleging van de digitale watertoets leert dat onderhavig plangebied niet is gelegen in een gebied met waterschapsbelang. Voorliggend voornemen is d.d. 23 juni 2020 ter advies voorgelegd aan het waterschap.

bestemmingsplanHerontwikkeling School Groeneboord

35

Uit de melding blijkt dat dit plan geen of weinig negatieve gevolgen voor het waterbeheer heeft. Daarmee valt het plan onder zogenaamde ondergrens voor het wateradvies en kan de korte watertoetsprocedure gevolgd worden. Dit houdt in dat het waterschap geen wateradvies geeft maar dat wordt vertrouwd op de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer en de gemeente om binnen het plan invulling te geven aan duurzaam waterbeheer. De stukken van het waterschap zijn bijgevoegd in Bijlage 4.

Kaart digitale watertoets met aanduiding plangebied

6.4

Afhandeling afval- en hemelwater

Op welke wijze wordt omgegaan met het afval- en hemelwater binnen het onderhavige plangebied wordt hierna uiteengezet.

Afvalwater Het afvalwater als gevolg van onderhavige planontwikkeling zal worden geloosd op de gemeentelijke riolering van de gemeente Simpelveld. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt is het afvoeren van afvalwater via de gemeentelijke riolering vereist en daarmee tevens de beste optie.

Hemelwater van onverhard en semi-verhard terrein Het hemelwater dat valt op de onverharde en semi-verharde terreindelen binnen het plangebied zal, zo nodig na beperkte oppervlakkige afstroming, rechtstreeks infiltreren in de bodem.

Hemelwater (dak)verhardingen Het hemelwater dat valt op de nieuwe (dak)verharding zal worden opgevangen en oppervlakkig worden afgevoerd, hetzij via aanwezige paden hetzij via goten, naar een te realiseren hemelwatervoorziening. Een deel van de dak zal worden uitgevoerd als sedumdak.

Capaciteit hemelwatervoorziening

36

bestemmingsplanHerontwikkeling School Groeneboord

Het streven is om bij nieuwbouw 100% van het verharde oppervlak af te koppelen. Om te beoordelen hoe groot de te realiseren hemelwatervoorziening moet zijn, dient op basis van de nieuwe Keur van het Waterschap Limburg per 1 april 2019 een te realiseren hemelwatervoorziening te worden gedimensioneerd op een extreme bui van met een neerslaghoeveelheid van 80 millimeter in 2 uur, met een noodoverlaat. De oppervlakte van de beoogde bebouwing bedraagt in totaal ongeveer 830 m², waarvan 115 m² wordt uitgevoerd als sedum-dak. Dergelijke dakbedekking bestaat uit beplanting welke het hemelwater opneemt en via verdamping laat terugkeren in de atmosfeer. Effectief betekent dit substantiële vermindering van af te voeren hemelwater tot 70%. Tevens wordt het terrein grotendeels groen uitgevoerd ten behoeve van maximale waterinfiltratie op eigen terrein, met open bestrating ten behoeve van de oprit, de toegang/entree tot de woningen en parkeerplekken voor bezoekers. Ook de terrassen in de tuin worden uitgevoerd met open bestrating. Om de capaciteit van een te realiseren hemelwatervoorziening te kunnen berekenen, wordt uitgegaan van een te verharden oppervlak van circa 715 m². Dit oppervlak impliceert een hoeveelheid te bufferen en af te voeren hemelwater van (715 x 80 =) 57,4 m³.

Gelet op de grootte van onderhavig plangebied is afdoende ruimte beschikbaar voor het kunnen realiseren van een adequate hemelwatervoorziening.

Opvang schoon hemelwater In de hemelwatervoorziening dient enkel schoon hemelwater te worden opgevangen, waaraan geen verontreinigde stoffen worden toegevoegd. Uitloging bij infiltratie wordt voorkómen door alleen schoon hemelwater te infiltreren. Een infiltratievoorziening kan in dat opzicht tevens dienst doen als bodempassage, waarmee gezorgd wordt dat het hemelwater wordt ontdaan van (diffuse) verontreinigingen alvorens het infiltreert.

Voorkomen van wateroverlast Door bij het bepalen van het bouwpeil en afschot hiermee rekening te houden, wordt voorkomen dat water in de te realiseren gebouwen kan vloeien.

6.5

Conclusie waterhuishouding

Gelet op vorenstaande uiteenzetting vormt het aspect waterhuishouding geen belemmeringen voor voorliggende planontwikkeling.

bestemmingsplanHerontwikkeling School Groeneboord

37

38

bestemmingsplanHerontwikkeling School Groeneboord

Hoofdstuk 7

Overige aspecten

Naast de diverse milieuaspecten en de waterhuishouding, zoals uiteengezet in hoofdstuk 5 en 6, dient tevens te worden gekeken naar de overige ruimtelijke aspecten. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aspecten kabels en leidingen, verkeer en parkeren, en duurzaamheid.

7.1

Kabels en leidingen

Door het plangebied lopen geen boven- en/of ondergrondse leidingen. Er is op dat gebied derhalve geen sprake van bijbehorende (planologische) beschermingszones en/of belangen van derden op dit punt. De aanwezigheid van kabels en leidingen met betrekking tot de nutsvoorzieningen in de omgeving is evident. Bij het nader uitwerken van de aansluitingen, dient met de verschillende netwerkbeheerders contact te worden opgenomen.

7.2

Verkeer en parkeren

Met betrekking tot onderhavige planontwikkeling dienen de (eventuele) gevolgen voor de verkeersstructuur alsmede het parkeren inzichtelijk te worden gemaakt. 7.2.1 Verkeersstructuur In de huidige situatie is sprake wordt het voormalige schoolplein gebruikt als parkeerplaats voor de aanwezige kantoren. Het plangebied beschikt over één ontsluiting op de Groeneboord. In de beoogde situatie zal iedere woning een eigen oprit hebben aan de Groeneboord. Omdat de Groeneboord een verkeersluwe straat is, vormt dit geen belemmering voor de verkeerssituatie ter plekke. De Groeneboord kan de extra verkeersbewegingen van en naar de beoogde woningen moeiteloos aan. 7.2.2 Parkeren Voor nieuwbouw van grondgebonden woningen gaat de gemeente uit van twee parkeerplaatsen op eigen terrein, exclusief garage. Op het eigen terrein is voldoende ruimte om voor elke woning in voldoende parkeergelegenheid te voorzien. 7.2.3 Conclusie verkeer en parkeren Gelet op vorenstaande uiteenzetting vormt het aspect verkeer en parkeren geen belemmeringen voor voorliggende planontwikkeling.

7.3

Duurzaamheid

Duurzame stedenbouw verbreedt de aandacht naar meer aspecten dan alleen de verkaveling en ontsluiting. Duurzaamheid gaat ook om een zuinig ruimtegebruik, milieuvriendelijkheid, veilig verkeer en vervoer en natuur en rekening houden met het waterhuishoudingsysteem, omgevingsinvloeden, landschapsstructuren en landschapselementen. Dit betekent in de praktijk dat gelet moet worden op het materiaalgebruik, de vormgeving, gebruik van alternatieve energiebronnen, compact bouwen, intensief ruimtegebruik en flexibel bouwen (levensloopbestendig). De bungalows worden gasloos en energieneutraal (nul op de meter) uitgevoerd. Hiertoe worden de gevels en daken (thermische schil) hoogwaardig geïsoleerd. Nieuwe puien e.d. worden met HR++ beglazing uitgevoerd. Een warmtepomp en PV panelen op het hoge dak verzorgen elektriciteit, warmte en warm tapwater.

bestemmingsplanHerontwikkeling School Groeneboord

39

Duurzaam bouwen heeft een volwaardige plaats in het ontwerp, het bouwen en beheren van de bebouwing. Tijdens de bouw kan door zuinig om te gaan met bouwmaterialen worden voorkomen dat er onnodig afval ontstaat.

40

bestemmingsplanHerontwikkeling School Groeneboord

Hoofdstuk 8

Uitvoerbaarheid

De uitvoerbaarheid van de planontwikkeling dient in relatie tot de gemeentelijke financiën te zijn gewaarborgd. Daarbij dient ook te worden onderzocht of en in hoeverre de voorgenomen afwijkingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan aanleiding kunnen geven tot aanspraken om planschade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening.

8.1

Grondexploitatie

8.1.1 Algemeen Afdeling 6.2 van de Wet ruimtelijke ordening draagt de titel 'Grondexploitatie'. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de mogelijkheden voor gemeenten (en ook provincie en Rijk indien deze als planwetgever optreden) om langs publiekrechtelijke weg eisen te stellen aan het in exploitatie brengen van gronden. Het gaat dan onder andere om eisen op het gebied van kostenverhaal, sociale woningbouw, particulier opdrachtgeverschap en fasering van de invulling van den openbare ruimte. Ook zijn in afdeling 6.2 Wro twee bepalingen opgenomen over de wijze waarop langs privaatrechtelijke weg eisen gesteld kunnen worden aan het in exploitatie brengen van gronden. 8.1.2 Exploitatieplan Afdeling 6.4 Wro beschrijft een publiekrechtelijk stelsel waarbinnen door gemeenten (en in voorkomend geval provincie of Rijk) eisen gesteld kunnen worden aan de grondexploitatie. Dit publiekrechtelijk instrumentarium is aanvullend van aard. Het primaat ligt bij vrijwillige civielrechtelijke afspraken. Deze civielrechtelijke afspraken worden gemaakt in hetzij een anterieure overeenkomst (er is nog geen exploitatieplan vastgesteld) hetzij een posterieure overeenkomst (er is al een exploitatieplan vastgesteld).

Artikel 6.12, lid 1 Wro bepaalt dat de gemeenteraad wordt verplicht om de gronden, waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen, een exploitatieplan op te stellen. Artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan om welke bouwplannen het gaat. Onder artikel 6.2.1, sub a, zijn vervolgens gevallen opgenomen waarvoor geen exploitatieplan behoeft te worden opgesteld. Er wordt conform het regionaal model een anterieure overeenkomst gesloten in verband met de compensatieverplichting voor de toevoeging van vier woningen.

8.2

Planschade

Artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening biedt de grondslag voor de vergoeding van zogenoemde planschade. Deze schadevergoeding wordt (in beginsel) door het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente toegekend aan degene die als gevolg van een planontwikkeling schade lijdt. Artikel 6.4a Wro bepaalt dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met een initiatiefnemer van een planontwikkeling een overeenkomst te sluiten. De strekking van dergelijke planschadeovereenkomst is dat de door derden geleden schade geheel (of gedeeltelijk) voor rekening komt van de initiatiefnemer, omdat de schade voortvloeit uit het op zijn of haar verzoek ten behoeve van een planontwikkeling wijzigen van het bestemmingsplan of verlenen van een omgevingsvergunning. In de met de gemeente Simpelveld te sluiten anterieure overeenkomst worden afspraken aangaande planschade vastgelegd.

bestemmingsplanHerontwikkeling School Groeneboord

41

42

bestemmingsplanHerontwikkeling School Groeneboord

Hoofdstuk 9 9.1

Juridische aspecten

Algemene plansystematiek en juridische opbouw

Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Behalve een vernieuwd stelsel voor processen voor de ruimtelijke ordening in Nederland, zijn met de inwerkingtreding van de Wro ook de resultaten van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen) wettelijk verankerd. Dit houdt in dat nagenoeg alle instrumenten uit de Wro door bronhouders digitaal beschikbaar zijn, waardoor de bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar worden. Hiervoor is het pakket 'RO Standaarden 2012' ontwikkeld, dat wettelijk is vastgelegd in de bij de Wro behorende 'Regeling standaarden ruimtelijke ordening'. Vergelijkbaarheid van bestemmings-, wijzigings- en inpassingsplannen wordt door de SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012) op drie manieren gerealiseerd: er is een begrippenkader gegeven dat in de plannen toegepast moet worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om lijsten van bestemmingshoofdgroepen met mogelijke gebruiksdoelen, dubbelbestemmingen, aanduidingen, indeling van regels etc. Voor het hanteren van het begrippenkader is geen specifieke software vereist; er is een verplichte 'analoge verbeelding' voorgeschreven, hetgeen inhoudt de manier waarop het plan op papieren kaarten moet worden getoond. Er zijn dwingende regels inzake de opmaak van het plan.

Voor het opmaken van plannen is in de praktijk speciale software benodigd; er is een verplichte 'digitale verbeelding' voorgeschreven, waarmee wordt gedoeld op het tonen van het plan in een digitale omgeving (website). Vanaf 1 januari 2010 dient een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar en uitwisselbaar te zijn. Voorliggend bestemmingsplan voldoet aan deze digitaliseringverplichting. 9.1.1 Toelichting, regels en verbeelding Een bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en verbeelding vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het plan. Beide planonderdelen dienen in onderling verband te worden bezien. De regels en de verbeelding zijn namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden, aangezien op de verbeelding de bestemmingen visueel zijn weergegeven en de regels onder andere het gebruik en de bouwmogelijkheden bij deze bestemmingen geven. Toelichting De toelichting van het bestemmingsplan is niet juridisch bindend, maar is wel een belangrijk onderdeel van het totale plan. De toelichting geeft namelijk een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten zoals deze aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting een belangrijk hulpmiddel bij de interpretatie van het plan.

Regels Conform de SVBP2012 dienen de regels van een bestemmingsplan volgens een bepaalde opbouw te worden opgesteld, waarbij opgemerkt dient te worden dat niet elk bestemmingsplan alle elementen van navolgende opbouw bevat: Hoofdstuk 1: Inleidende regels 1. Begrippen 2. Wijze van meten Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels

bestemmingsplanHerontwikkeling School Groeneboord

43

1. Bestemmingen 2. Voorlopige bestemmingen 3. Uit te werken bestemmingen 4. Dubbelbestemmingen Hoofdstuk 3: Algemene regels 1. Anti-dubbeltelregel 2. Algemene bouwregels 3. Algemene gebruiksregels 4. Algemene aanduidingsregels 5. Algemene afwijkingssregels 6. Algemene wijzigingsregels 7. Verwerkelijking in de naaste toekomst 8. Algemene procedureregels 9. Overige regels Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels 1. Overgangsrecht 2. Slotregel De regels van de verschillende bestemmingen worden als volgt opgebouwd, waarbij eveneens geldt dat een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten: Bestemmingsomschrijving Bouwregels Nadere eisen Afwijken van de bouwregels Specifieke gebruiksregels Afwijken van de gebruiksregels Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk Wijzigingsbevoegdheid Vorenstaande gestandaardiseerde opbouw is gehanteerd bij het opstellen van de regels behorende bij voorliggend bestemmingsplan. Daarbij dient te worden vermeld dat de regels van voorliggend plan overeenkomstig het 'moederplan' (bestemmingsplan 'Kernen gemeente Simpelveld') zijn opgesteld. Verbeelding De 'vroegere' plankaart wordt in het kader van het huidige planologische regime aangeduid als 'verbeelding'.

Op een verbeelding wordt de grens van het plangebied weergegeven waarbinnen onder meer de verschillende (dubbel)bestemmingen, bouwvlakken en bouw-/functie-/ maatvoeringsaanduidingen (en de ligging daarvan) visueel zijn weergegeven. Verder voorziet een verbeelding in de naam van het van toepassing zijnde bestemmingsplan en een IDN-nummer, conform het 'Handboek gebiedsgerichte besluiten gemeente Simpelveld'. Dit zijn verplichtingen in het kader van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening. De verbeelding is direct (juridisch) verbonden met de bijbehorende regels. In deze regels worden de condities en voorwaarden gesteld behorende bij de verschillende bestemmingen. 9.1.2 Toelichting gehanteerde planologisch-juridischeregeling Hiernavolgend wordt een toelichting gegeven op de in voorliggend bestemmingsplan gehanteerde planologisch-juridische regeling en de daaromtrent gemaakte keuzen.

44

bestemmingsplanHerontwikkeling School Groeneboord

De verbeelding met betrekking tot voorliggend bestemmingsplan is ingetekend op schaal 1:500. Met betrekking tot de daarop weergegeven bestemmingen, dubbelbestemming en bouw- en functieaanduidingen en gebiedsaanduiding het navolgende. Voor het toepassen van de bestemmingen en dubbelbestemmingen is de systematiek van het bestemmingsplan 'Kernen gemeente Simpelveld' overgenomen.

Bestemming 'Tuin' Bij voorliggend bestemmingsplan is de bestemming 'Tuin', conform het bestemmingsplan 'Kernen gemeente Simpelveld', vastgelegd. De bestemming 'Tuin' is bedoeld voor voor- en eventueel zijtuinen en erven alsmede voor in- en uitritten bij woningen en parkeerplaatsen. Binnen deze bestemming mag niet gebouwd worden met uitzondering van een erker, balkon of luifel, waarbij moet worden voldaan aan bepaalde voorwaarden. Er is een afwijkingsbevoegd opgenomen om een bijbehorend bouwwerk op te kunnen richten.

Bestemming 'Wonen' Bij voorliggend bestemmingsplan is de bestemming 'Wonen', conform het bestemmingsplan 'Kernen gemeente Simpelveld', vastgelegd. Voorliggend plan voorziet binnen de bestemming 'Wonen' op basis van de bestaande bebouwing in drie bouwvlakken, waarbinnen in totaal vier woningen (c.q. hoofdmassa's) worden gerealiseerd.

Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' In voorliggend bestemmingsplan zal de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' worden opgenomen, conform het bestemmingsplan 'Kernen gemeente Simpelveld', om een kader te bieden voor toekomstige bodemingrepen.

9.2

Inspraak

Ingevolge artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening dienen burgemeester en wethouders te besluiten en te publiceren of er terinzagelegging van het bestemmingsplan plaatsvindt, of er zienswijzen kunnen worden ingediend en of een onafhankelijke adviesinstantie advies uitbrengt. Ook is in voornoemd artikel bepaald dat het voornemen tot het voorbereiden van een bestemmingsplan, waarbij geen MER wordt opgesteld, dient te worden gepubliceerd conform artikel 3:12, lid 1 en 2 van de Algemene wet bestuursrecht en langs elektronische weg. Voorafgaand aan de formele bestemmingsplanprocedure is een voorontwerp bestemmingsplan van voorliggende planontwikkeling ter inzage gelegd. Het voorontwerp heeft met ingang van 3 februari 2021 tot en met 3 maart 021 voor inspraak ter visie gelegen. Gedurende deze termijn zijn geen inspraakreacties ingekomen. Wel heeft de provincie Limburg een reactie ingediend. Deze reactie had betrekking op het in voorliggende bestemmingsplan verwerken van de op 4 februari 2021 door de gemeenteraad van Simpelveld vastgestelde beleidsregel 'Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021'. De reactie van de provincie heeft geleid tot het toevoegen van paragraaf 3.3.2.

9.3

Formele procedure

9.3.1 Algemeen De wettelijke (formele) bestemmingsplanprocedure, die circa 26 weken in beslag neemt, bestaat uit navolgende stappen: 1.

Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan.

bestemmingsplanHerontwikkeling School Groeneboord

45

2.

3. 4. 5.

6. 7.

Ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan met alle bijbehorende stukken gedurende 6 weken. Tevens wordt de bekendmaking toegezonden aan Gedeputeerde Staten, belanghebbenden en betrokken Rijksdiensten. Gedurende de termijn van ter inzage legging kan een ieder zienswijzen naar voren brengen. Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken. Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door ter inzage legging met voorafgaande kennisgeving en toezending van het besluit tot vaststelling aan Gedeputeerde Staten en betrokken Rijksdiensten, Waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien Gedeputeerde Staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, binnen 6 weken na vaststelling. Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden. Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

9.3.2 Zienswijzen Het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan heeft vanaf ...-...-2021 tot en met ...-...-2021 voor zienswijzen ter visie gelegen. Gedurende deze termijn zijn wel/geen zienswijzen ingekomen.

46

bestemmingsplanHerontwikkeling School Groeneboord

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=c72ad504-1b59-48a2-898f-f77d6421ecec