7 24-36 Bijlage 1 Ontwerpbegroting 2025 + meerjarenraming 2026-2028 RUD Zuid-Limburg_ 178000
Tekst van het document
dJO
■ m ////(/Limburg o
De raad van de gemeente Simpelveld Postbus 21000 6369 ZG SIMPELVELD
Ons kenmerk
DOC-00629930
Maastricht
Uw kenmerk
-
Verzonden
Bijlage(n)
1
Contactpersoon
H. Frins
Telefoon
06 55 41 89 12
hma.frins@rudzl.nl
Onderwerp
Ontwerpbegroting 2025, meerjarenraming 2026-2028
20 maart 2024
2 0 MAART 2024
Geachte raadsleden, Bijgevoegd treft u de ontwerpbegroting 2025, meerjarenraming 2026-2028, van de RUD Zuid-Limburg aan. De ontwerpbegroting 2025 omvat een aantal majeure ontwikkelingen, die wij hieronder belichten. Robuustheid omgevingsdienst Ter versterking van het stelsel van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving heeft de commissie Van Aartsen een aantal aanbevelingen gedaan om dit stelsel beter te laten functioneren. Omgevingsdiensten dienen het VTH-stelsel in de praktijk uit te voeren, en daarvoor adviseerde deze commissie om de ondergrens van omgevingsdiensten te verhogen. Omgevingsdiensten moeten genoeg 'kritische massa’ hebben: een zodanige omvang dat de organisatie in voldoende mate beschikt over de gespecialiseerde technische en juridische kennis die een effectieve en rechtmatige toepassing en handhaving van het omgevingsrecht mogelijk maakt. Juni vorig jaar zijn landelijke robuustheidscriteria, kritische prestatie-indicatoren (kpi’s) en randvoorwaarden voor omgevingsdiensten geformuleerd door het Bestuurlijk Overleg van het Interbestuurliik programma versterking VTH-stelsel. Elke omgevingsdienst dient voor 1 april 2024 een plan van aanpak in te dienen bij de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat om inzichtelijk te maken hoe de dienst uiterlijk op 1 april 2026 voldoet aan die landelijk robuustheidscriteria c.a.
Het Plan van Aanpak daartoe ligt voor in de AB-vergadering van 28 maart a.s. en sluit financieel aan bij de voorstellen die in deze ontwerpbegroting 2025, meerjarenraming 2026-2028 zijn opgenomen.
Postadres: RUD Zuid-Limburg Postbus 5700 6202 MA Maastricht
+31 43 389 73 30 www.rudzuidlimburg.nl info@rudzl.nl IBAN: NL53BNGH0285159127
Wij verwerken persoonsgegevens. Voor meer informatie zie www.rudzuidlimburg.nl/privacy+en+proclaimer.
2
Wij zijn ons ervan bewust dat het begrotingsproces nog moet lopen en dat daarin pas formeel wordt besloten over de inhoud van de begroting 2025. Gezien de gestelde datum van indiening van het Plan van Aanpak om te komen tot een robuuste omgevingsdienst is dit echter onvermijdelijk. Het begrotingsjaar 2025 is het jaar dat de robuustheid tot stand moet worden gebracht en 2026 het jaar dat deze tot stand moet zijn gebracht. Er zijn robuustheidscriteria geformuleerd die enerzijds bestaan uit criteria die zien op omvang van de organisatie (fte) ofwel omzet. Anderzijds zijn er criteria geformuleerd voor omgevingsdiensten die zien op kwaliteit, taakvolwassenheid en ontwikkelvermogen. De visie op die ontwikkeling naar die aspecten van robuustheid is in deze begroting/ meerjarenraming verwerkt. En hiermee wordt tevens opvolging gegeven aan de aanbevelingen die de visitatiecommissie aan onze dienst heeft gedaan. Om onze robuustheid te versterken zullen we dit jaar aan onze deelnemers een bedrijfsplan voorleggen waar in beeld is gebracht wat de consequenties zijn van de inbreng van meer milieugerelateerde taken en versterking van ons als kenniscentrum. Op basis van dit plan kunnen de deelnemers zelf de bestuurlijke keuzes maken die bijdragen aan de versterking van het VTH-stelsel en efficiency in bedrijfsvoering, ook in hun eigen organisaties.
De uitkomst van de bestuurlijk gemaakte keuzes willen wij in de ontwerpbegroting 2026 meenemen. Nieuwe basistaken Met ingang van 1 januari 2024 is een aantal Milieubelastende activiteiten (MBA) basistaak geworden en deze dienen derhalve ingebracht te worden bij een omgevingsdienst. Volgens de informatie die wij daarover op dit moment hebben en een inschatting van de nog ontbrekende gegevens van enkele deelnemers betekent dit dat ongeveer 10 extra fte nodig zijn om deze extra MBA binnen de omgevingsdienst te beheren. Deze fte zijn verdeeld over de disciplines vergunnen en handhaven en ondersteuning van het primaire proces. Professionalisering van de bedrijfsvoering en ontwikkelvermogen Professionalisering van de bedrijfsvoering en ontwikkelvermogen zijn eveneens een thema bij robuustheid en taakvolwassenheid. Hiertoe is in de begroting een afdeling bedrijfsvoering opgenomen. In deze afdeling wordt een aantal reeds bestaande taken ondergebracht n een aantal nieuwe taken opgevoerd. Tot de nieuwe taken behoren behalve een afdelingshoofd voor deze afdeling ook een medewerker BI omdat volgens robuustheidscriteria drie functionarissen data en gegevensbeheer als minimum worden beschouwd. Daarnaast is een projectleider opgenomen in deze begroting. In totaal zal de afdeling gaan bestaan uit 20,6 fte waarvan 13,6 bestaande functies en 7 nieuwe functies.
Het minimum aan ontwikkelbudget bedraagt volgens de robuustheidscriteria 1% van de begroting van de omgevingsdienst. Om hieraan te voldoen is € 200.000 voor dit doel in de meerjarenraming 2026-2028 opgenomen. Indexering Voor 2025 is de prijsindex gebruikt van het CPB voor overheidssalarissen en materiele overheidsconsumptie. Deze bedragen resp. 5,4% en 1,6%, hiermee sluiten wij aan op de index zoals die ook gehanteerd wordt door de Veiligheidsregio Zuid-Limburg.
Postadres: RUD Zuid-Limburg Postbus 5700 6202 MA Maastricht
+31 43 389 73 30 www.rudzuidlimburg.nl info@rudzl.nl
IBAN: NL53BNGH0285159127
Wij verwerken persoonsgegevens. Voor meer informatie zie www.rudzuidlimburg.nl/privacy-en-proclaimer.
3
Uw mogelijke zienswijzen op de ontwerpbegroting 2025, meerjarenraming 2026 - 2028, ontvangen wij graag uiterlijk op 11 juni 2024.
Met vriendelijke groet, Het dagelijks bestuur van de RUD Zuid-Limburg, De secretaris,
L,
De voorzitter,
koioO
L.M. Kobes
Postadres: RUD Zuid-Limburg Postbus 5700 6202 MA Maastricht
D.M.M. Hendrix
+31 43 389 73 30 www.rudzuldllmburg.nl info@rudzl.nl
IBAN: NL53BNGH0285159127
Wij verwerken persoonsgegevens. Voor meer informatie zie www rudzuidlimburg.nl/privacy-en-proclaimer
pUD
lm Zi/n/Llmburg Omgevingsdienst
Ontwerpbegroting 2025 Meerjarenraming 2026-2028
Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg
Dagelijks Bestuur 13 maart 2024
dD
■ m ZwVUmburg Omgevingsdienst
Inhoud 1
Inleiding..................................................................................................... 3 1.1 Opgaven Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg....................................................................3 1.2 Versterking robuustheid............................................................................................................7 1.3 Ontwikkelingen in wet- en regelgeving................................................................................. 10
2
Beheer van de Omgevingsdenst.................................................................................................. 15 2.1 Vergunningverlening............................................................................................................... 15 Toezicht en handhaving............................................................................................. 19 2.2 2.3 Advisering en Onderzoek................................................................................................. 21
3
Financieel...........................................................................................................................................24 3.1 Lasten.........................................................................................................................................25 3.2 Baten............................................................................................... ,............. ...........................25
4
Verplichte paragrafen...................................................................................................................... 27 4.1 Lokale heffingen..................................... 27 4.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing.........................................................................27 4.3 Onderhoud kapitaalgoederen.................................................................................................29 4.4 Financiering.............................................................................................................................. 29 4.4.1 Algemene ontwikkelingen...................................................................................................29 4.4.2 Risicobeheer....................................................................................................................... 29 4.4.3 Renterisicobeheer.............................................................................................................. 30 4.4.4 Kasgeldlimiet...................................................................................................................... 30
5
Bedrijfsvoering & Overhead................................................ 31 5.1 Personeel- en organisatiebeleid.............................................................................................31 5.2 Informatiemanagement............................................................................................................ 33 5.3 Ondersteuning.......................................................................................................................... 34 5.4 Financieel kader voor 2025 en meerjarenperspectief 2026-2028......................................35 5.5 Geprognoticeerde balans........................................... 37 5.6 Geplande investeringen.......................................................................................................... 38
6
Bijlagen.............................................................................................................................................. 39 6.1 Tarievenoverzicht..................................................................................................................... 39 6.2 Bijdrage per deelnemer........................................................................................................... 40 6.3 Overzicht werkprogramma’s 2024......................................................................................... 41 6.4 Lijst met afkortingen........ .............................................. 58
2 Begroting Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg 2025
■ m Zmi/Limburg Omgevingsdienst
1
INLEIDING
1.1 Opgaven Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg In 2022 zijn alle betrokken partijen waaronder gemeenten, provincies, omgevingsdiensten, Unie van Waterschappen en diverse ministeries in het Bestuurlijk Programma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (hierna: IBP VTH) met elkaar aan de slag gegaan met de versterking van het VTH-stelsel. In dit programma worden de aanbevelingen van de commissie Van Aartsen opgevolgd. Door versterking van het VTH-stelsel wordt beoogd te komen tot een schonere, veiligere en gezondere leefomgeving en het voorkomen van milieuschade in plaats van het achteraf te moeten herstellen. Voor het VTH-stelsel, en meer in het bijzonder voor de omgevingsdiensten als onderdeel hiervan, geldt dat dit effectiever en slagvaardiger moet worden gemaakt. Daarvoor is robuustheid van omgevingsdiensten nodig. Iedere dienst moet ten minste opgewassen zijn tegen de veelheid van taken die de dienst opgedragen krijgt. Dit vraagt om voldoende omvang met bijbehorende financiering zodat de dienst taken kan uitvoeren op het gewenste niveau en kan investeren in kennisopbouw, informatie-uitwisseling en kwaliteitsborging. Onze dienst is nog niet robuust volgens de landelijk vastgestelde maatlat. Deze wordt onderstaand toegelicht. In 2023 zijn er door het Bestuurlijk Overleg IBP VTH robuustheidscriteria vastgesteld.
Voor een robuuste omgevingsdienst gelden de volgende criteria: • Effectiviteit; • Ontwikkelvermogen; • Wendbaarheid; • Efficiency. Deze criteria zijn bepaald voor vier perspectieven uit de Balanced scorecard. vertaald naar de opgaven waar omgevingsdiensten voor staan. Perspectief
Criterium
Toelichting
Maatschappij
Effectiviteit
In welke mate voldoet de OD aan de impliciete en expliciete
Burgers, bedrijven, partners,
verwachtingen van haar opdrachtgevers en via hen aan die van burgers
overheden en
en bedrijven? In welke mate beschermt de OD de gezondheid van
opdrachtgevers/eigenaren
omwonenden tegen schadelijke industriële emissies? In welke mate
van Omgevingsdiensten
bereikt de OD een aantoonbaar maatschappelijk effect en in welke mate
(OD)
wordt daarop cöncreet gestuurd?
Innovatie
Ontwikkelvermogen
ontwikkelen van producten en diensten met het oog op
In welke mate is de OD gemotiveerd en in staat om de (toekomstige) gevraagde prestaties te leveren? Is de OD in staat om zich te richten op
Het tijdig en adequaat
onderzoek en ontwikkeling?
'
toekomstige opgaven
Organisatie
Wendbaarheid
De inrichting en het
In welke mate is de OD in staat zich op toekomstige ontwikkelingen in maatschappelijke vraag en verwachtingen te anticiperen dan wel op
functioneren van alle
onverwachte omstandigheden te anticiperen? Is daarvoor de juiste .
werkprocessen
werkcultuur aanwezig?
3 Begroting Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg 2025
■ m ZmV/Limburg Omgevingsdienst
Middelen
Efficiency
Geld, capaciteit en materieel
In welke mate weet de OD haar middelen zo optimaal mogelijk in te zetten om aan de klantverwachtingen (eigenaren en opdrachtgevers) te kunnen voldoen? Achterliggende vraag is of er een voldoende match is tussen de gevraagde prestatie en het benodigde budget.
De criteria zijn uitgewerkt in zes genormeerde kritische prestatie-indicatoren (kpi’s). Deze kpi’s zijn: 1. De omvang van het regionaal werkprogramma gecombineerd met het percentage medewerkers in eigen dienst. Deze omvang is minimaal € 16,5 miljoen (inclusief overheid en prijspeil 2023) en 80% van de medewerkers in het primaire proces is in dienst van de organisatie. 2. De dienst voldoet aan de geldende kwaliteitscriteria VTH voor zowel de basistaken als de plustaken. 3. De dienst heeft voldoende aandacht, capaciteit en budget voor innovatie blijkend uit aanwezigheid van een (meerjarige) innovatieagenda en vrij besteedbaar budget voor innovatie. Het percentage voor het innovatiebudget wordt in het kader van het onderzoek naar de robuuste financiering nader bepaald (= 1 % van de begroting). 4. De dienst kan risico’s en veranderingen in de omvang van het overgedragen takenpakket opvangen door het aanhouden van buffers (weerstandsvermogen). Dit blijkt uit afdoende algemene reserve voor geïdentificeerde risico’s en onverwachte operationele tegenvallers en expliciete afspraken over uitname. Het percentage voor het weerstandsvermogen wordt in het kader van het onderzoek naar robuuste financiering nader bepaald. 5. De dienst kan een relatie leggen tussen werk, mensen en geld. Er wordt informatiegestuurd gewerkt.
Dat komt tot uitdrukking in het percentage van de uitvoeringsformatie VTH voor businessintelligence en opleidingsbudget van 3% van de loonsom. 6. De dienst past bij de identiteit van het werkgebied en er is sprake van samenhang (coherentie) in het takenpakket en logica in het geografische werkgebied. De maatschappelijke opgave staat centraal. Voorts gelden er de volgende randvoorwaarden: Alle gemeenten en de provincies nemen deel aan de omgevingsdienst en hebben alle basistaken volledig overgedragen De governance is ingericht, er is sprake van goed opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap, onafhankelijkheid en gezag van het accounthouderschap is ingevuld, de directeur heeft een stevige positie en mandaat__________________________________________ Voor de minimale omvang telt uitsluitend de omzet van de basis- en milieugerelateerde taken. Er is een duidelijk onderscheid tussen deze taken en de niet milieugerelateerde plustaken. Er wordt zelfstandig voldaan aan de minimale norm voor robuustheid Zijn er specifieke kennisgebieden of taken die door een andere dienst worden uitgevoerd? Zo ja, specificatie in het plan van aanpak met daarbij de gemaakte afspraken over o.a. verantwoording Is er rekening gehouden met de robuustheid in de toekomst? (meerjarig perspectief, waarbij ook onderscheid wordt gemaakt tussen structurele en incidentele middelen)______________________
4 Begroting Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg 2025
pUD
■ m. //(/(/Limburg
Omgevingsdienst Nu onze dienst nog niet voldoet aan alle randvoorwaarden, criteria en kpi’s dient het algemeen bestuur, op basis van een plan van aanpak, aan te geven hoe onze dienst uiterlijk per 1 april 2026 wel gaat voldoen. Dat is de termijn die is gesteld door de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat als stelselverantwoordelijke. Het algemeen bestuur zal voor 1 april 2024 dit plan van aanpak dienen vast te stellen, waarin hij aangeeft op welke wijze hij de dienst robuust wil laten worden conform minimaal de gestelde maatlat. De uitwerking van het plan van aanpak zal structurele kosten met zich meebrengen. Dit komt voort uit de maatregelen die vanuit het IBP VTH genomen zullen moeten worden om de dienst robuust te laten worden. Dit geldt zowel voor de randvoorwaarden, de criteria als de kpi’s. De opgaven voor onze organisatie laten zich dan ook als volgt samenvatten: het per 1 april 2026 zijn van een robuuste, deskundige, vernieuwende en efficiënte omgevingsdienst, die de door de bevoegde gezagen aan ons opgedragen taken met gezag en professionaliteit kan uitvoeren en waarbij de informatiehuishouding tussen alle partijen in de VTH-keten op orde is.
Ook zonder het IBP VTH willen wij een organisatie zijn die wendbaar en daadkrachtig kan blijven in tijden van verandering en die onafhankelijk van externe omstandigheden of factoren naar behoren kan blijven functioneren. IBP VTH In het bovenstaande is al ingegaan op het bestaan van het IBP VTH, waarvan de basis - naar aanleiding van het rapport van de commissie Van Aartsen - een sterkere rol voor omgevingsdiensten in het VTH-stelsel is weggelegd. Het programma zelf bestaat uit zes ontwikkelpijlers: 1. Robuuste omgevingsdiensten en financiering; 2. Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving en vervolging; 3. Informatievoorziening VTH; 4. Kennisinfrastructuur en arbeidsmarkt; 5. Onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving; 6. Monitoring kwaliteit milieutoezicht. De robuustheidscriteria en kpi’s waar net op is ingegaan, zijn een onderdeel van pijler 1 De samenhang van de toets aan alle randvoorwaarden, criteria en kpi’s én de overige pijlers van het IBP VTH, bepalen de uiteindelijke robuustheid van de dienst. Over de voortgang van het IBP VTH wordt tweejaarlijks gerapporteerd. Op 16 januari 2023 is een eerste voortgangsrapportage verschenen. Op 4 juli 2023 is de tweede voorqanqsrapportaqe gepubliceerd. Op 10 januari 2024 is de derde voortgangsrapportage verstuurd. Het IBP VTH eindigt september 2024.
Opvolging bestuurlijke discussie koers van de dienst Op 9 december 2020 is door het algemeen bestuur van de RUD Zuid-Limburg het strategisch document de Toekomstagenda 2021 - 2025 vastgesteld. Meteen na het vaststellen ervan is gestart met het oppakken, uitwerken en implementeren van de thema’s die hierin zijn benoemd. Alle thema’s zijn, elk op een eigen manier, einde 2023 tot een afronding gekomen en hierover zijn alle deelnemers in onze gemeenschappelijke
5 Begroting Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg 2025
pUD
■ m Zii/i/Limburg
Omgevingsdienst regeling bij de toezending op 15 november 2023 van de zesde en laatste voortgangsnotitie ‘De dóórontwikkeling’ geïnformeerd. Thema 1, het voeren van een strategische discussie over de koers van de dienst, heeft geresulteerd in het uitwerken van drie kernonderwerpen, die uit interviews door bureau Lysias in de zomer van 2023 zijn opgehaald bij de leden van het dagelijks bestuur. Deze zijn: 1. Gezamenlijke regionale verantwoordelijkheid; 2. Toekomstbestendig organiseren; 3. Samenwerking tussen deelnemers, partners en organisatie. Voor de onderwerpen genoemd onder 2 en 3 geldt dat deze vanuit de dienst kunnen worden geïnitieerd. Dit zal dan primair vanuit functionarissen in de overhead gebeuren. Visitatierapport 15 juni 2023 Een van de onderdelen van pijler 6 'Monitoring kwaliteit milieutoezicht’ van het IBP VTH is het inrichten van een systeem van visitatie van omgevingsdiensten. Het doel van het uitvoeren van visitaties is om inzichtelijk te maken hoe de omgevingsdiensten functioneren. Het in beeld te brengen van wat goed gaat en wat beter kan staat centraal. Dat beeld moet de besturen van de omgevingsdiensten helpen om te weten waar de omgevingsdienst staat, waar deze naar toe moet en hoe dit kan worden bereikt.
Door het uitvoeren van visitaties worden omgevingsdiensten gestimuleerd tot continu leren en het verbeteren van de VTH-processen en het monitoren van verbeteringen. Dat geldt zowel voor de individuele omgevingsdienst als voor het collectief van alle omgevingsdiensten. In 2023 heeft een visitatiecommissie van Omgevingsdienst NL onze dienst bezocht. Deze commissie heeft een aantal aanbevelingen gedaan, namelijk: 1. Voer op korte termijn een regionale risicoanalyse uit en kom tot een uniform VTH-beleid; 2. Breng qua takenpakket de basis op orde; 3. Breng de data-kwaliteit op peil; 4. Zorg voor financiële ruimte, massa en ontwikkelkracht die past bij een Brzo-dienst; 5. Doorbreek op korte termijn de impasse in de discussie over de gewenste koers. Door Antea Group is in onze opdracht eind februari 2024 een regionale omgevingsanalyse opgeleverd, welke zal worden gevolgd door een regionale risicoanalyse rond mei 2024 ter vaststelling door onze deelnemers. Het merendeel van onze deelnemers heeft al eerder het Uniform Uitvoerings- en Handhavingsbeleid vastgesteld. Dit beleid kan worden geactualiseerd naar aanleiding van de regionale risicoanalyse.
Met betrekking tot het op orde brengen van het takenpakket is eind 2023 aan onze deelnemers gevraagd om een actueel overzicht te verstrekken van inrichtingen/milieubelastende activiteiten die onder de Omgevingswet onder het basistakenpakket vallen. Opdat deze nieuwe milieubelastende activiteiten in onze systemen konden worden geregistreerd. Het aspect van de data-kwaliteit is ook een kpi van de robuustheidscriteria; hier ligt een forse opgave voor onze dienst. Op dit moment is er inderdaad nog geen structurele financiële ruimte om de zaken als innovatie en ontwikkelkracht - zie ook de robuustheidscriteria - in te kunnen vullen. We zijn relatief mager ingericht als
Begroting Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg 2025
■ m /««/Limburg Omgevingsdienst (Sevso-)omgevingsdienst en zijn nog niet geheel toegerust om te kunnen voldoen aan de landelijke eisen en om de belangen van onze deelnemers in de toekomst gezien de opgaven, te behartigen. Met de opbrengst van de bestuursconferentie op 12 oktober 2023 kan een volgende stap worden gezet n.a.v. de discussie over onze koers: het kunnen uitwerken van de richtinggevende uitspraken. Daarmee is de impasse van het niet bestuurlijk adresseren van de toekomst doorbroken. Omgevingsdienst NL verwacht ter opvolging van de aanbevelingen een verbeterplan met een uitwerking van verbeteracties en resultaatdoelen. De gesignaleerde punten zijn in lijn met op te pakken onderwerpen uit de robuustheidscriteria en lijnen uit de bestuursconferentie. 1.2
Versterking robuustheid
Een belangrijke randvoorwaarde voor een robuuste omgevingsdienst is dat deze zelfstandig kan voldoen aan de minimale normen voor robuustheid. Het doel van de versterking van het VTH-stelsel is om in het algemeen ruim voldoende te functioneren en om toekomstbestendige omgevingsdiensten te creëren. De nadruk moet daarbij liggen op de maatschappelijke opgave in de regio. En het kunnen leveren van adequate dienstverlening richting onze deelnemers, inwoners en bedrijven in Zuid-Limburg. Dat is het startperspectief om samen met onze partners een veilige leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit in onze regio te borgen en te verbeteren en milieuschade te voorkomen. Voor robuuste omgevingsdiensten is een financiële ondergrens bepaald. De norm voor de omvang van het regionaal werkprogramma is € 16,5 miljoen (prijspeil 2023) en onze dienst behaalde €14.064.162 (prijspeil 2023) voor uitvoering van de taken. Dit betekent een verschil van bijna € 2,5 miljoen. De norm geldt voor het basistakenpakket, milieugerelateerde taken en overhead. Nu als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet het basistakenpakket anders is uitgewerkt in de nieuwe regelgeving én er meer activiteiten onder dit basistakenpakket zijn gebracht, is, zoals hiervoor al genoemd aan onze deelnemers gevraagd om een actueel overzicht van inrichtingen c.q.
milieubelastende activiteiten die per 1 januari 2024 wettelijk gezien basistaak zijn. (Milieubelastende) Activiteiten, die nog niet in onze systemen waren ingevoerd omdat deze nog geen basistaak waren, konden ook nog niet eerder in de werkprogramma’s van de deelnemers worden opgenomen. Aan de hand van de gegeven feitelijke informatie zien wij een stijging van het aantal milieubelastende activiteiten ten opzichte van het aantal inrichtingen. Enerzijds omdat een 'voormalige inrichting’ kan bestaan uit meerdere milieubelastende activiteiten, anderzijds omdat er meer milieubelastende activiteiten onder het basistakenpakket vallen. Gezien deze nieuwe werkelijkheid komen wij op een stijging van de MBA locaties van ca. 200% die als gevolg van de nieuwe wetgeving tot het basistakenpakket zijn gaan behoren. Het betreffen locaties waarvoor gemeenten tot 1 januari 2024 zelfde VTH-taken voor uitvoerden, m.u.v. die gemeenten die deze locatjes al als plustaak hadden ingebracht in onze organisatie. Op basis van deze stijging komen wij tot een toename van de milieutoezichttoezichtcapaciteit van minimaal 7 fte. Deze stijgingen van de MBA basistaaklocaties zal ook leiden tot een toename van het aantal te behandelen milieumeldingen en daarmee van de noodzakelijke capaciteit van de afdeling vergunningen en een vergroting van de vraag naar ondersteuning vanuit het C team met 1 fte.
Er is in deze begroting een toename van 1 fte voorzien in BOA capaciteit. Hiermee komt de totale BOA capaciteit op 3 fte en kan ook voor gemeenten de strafrechtelijke handhaving versterkt worden. Op dit moment is er geen capaciteit voorzien voor het strafrechtspoor van gemeentelijke locaties. In het kader van robuustheid wordt zelfs minimaal 4 fte als minimaal adequaat uitvoeringsniveau gehanteerd. , 7 Begroting Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg 2025
i% ZwJLimburg Omgevlngsdienst Verslaglegging van personen mobiliteit door organisaties met meer dan 100 werknemers is verplicht vanaf medio 2025. Vanaf 1 juli 2024 moeten bedrijven die onder deze regeling vallen hun personenmobiliteit registreren en vanaf 1 juli 2025 rapporteren. De Omgevingsdienst is de instantie die deze rapportage moet controleren. Vooralsnog wordt het capaciteitsbeslag van deze administratieve controle ingeschat op 0,2 fte onder te brengen bij het specialisme energie. Met deze uitbreiding van het basistakenpakket behalen wij nog niet de vereiste omzet. Daarom is daarnaast de vraag aan onze deelnemers gesteld in hoeverre zij voornemens zijn om meer milieugerelateerde taken in te brengen, dan de taken die zij tot nu toe hebben ingebracht. De respons totaliseren wij en gaan in een plan van aanpak c.q. implementatieplan in beeld brengen wat dit betekent voor het takenpakket van de dienst en de uitvoering ervan conform de kwaliteitscriteria. In deze begroting kan daar nog geen rekening mee worden gehouden. Met alleen de uitbreiding van de basistaken met meer MBA’s en mogelijke nieuwe taken is onze dienst er nog niet. De maatlat geeft meer aan. Zo wordt gevraagd om een (meerjarige) innovatieagenda, waarvoor een vrij beschikbaar budget van 1% van de begroting nodig is. Dit innovatiebudget is verwerkt in de meerjarenraming in deze begroting vanaf 2026.
, De komst van de Omgevingswet en de ontwikkelingen in digitale dienstverlening vereist een andere manier van bijhouden van de informatie. Van lokale systemen naar systemen die "in de cloud” zitten en aangesloten zijn op landelijke voorzieningen. De focus voor 2025 ligt dan ook op het verder door ontwikkelen van de organisatie op het gebied van informatievoorziening. Bijna alle deelnemers in onze dienst werken in hetzelfde VTH-systeem Rx.Mission, op één gemeente na. Via de samenwerkingsfunctionaliteit van het Digitaal Stelsel Omgevingswet, is digitale samenwerking ook met deze gemeente georganiseerd. Voor de uniforme samenwerking onder de Omgevingswet zijn digitaliseringsontwikkelingen een belangrijke impuls. Het is ook daarom dat er, gelet op de maatlat voor robuuste omgevingsdiensten, de aanbevelingen uit het visitatierapport en onze gezamenlijke ambities - opdrachtgevers en dienst - m.b.t. informatisering en digitalisering, hier in geïnvesteerd moet worden. De gegeven ondergrens voor business intelligence (BI) is 3 fte. Dat vraagt een uitbreiding met 1 fte.
Voor de versterking van onze uitvoering moet er enerzijds worden geïnvesteerd in VTH-capaciteit en anderzijds in overhead ten behoeve van goed verlopende VTH-processen en -projecten (waaronder informatisering en digitalisering), de samenwerking met de deelnemers en onze andere partners en de professionalisering van deze kant van onze bedrijfsvoering. Hierbij hoort een eigen afdeling Bedrijfsvoering met bijbehorende aansturing, waarbij een deel van onze al aanwezige overhead organiek in kan worden ondergebracht. In de lijn van de aanbevelingen van de visitatiecommissie en om een robuuste omgevingsdienst te worden zetten wij in op een versterking van de bedrijfsvoering. Hiertoe wordt een afdeling Bedrijfsvoering ingericht waarin een aantal ondersteunende functies worden ondergebracht en een aantal functies worden toegevoegd. Naast een afdelingshoofd Bedrijfsvoering worden vijf medewerkers noodzakelijk geacht om deze afdeling voldoende slagkracht te geven voor de ondersteuning en verdere professionalisering van de organisatie. Hieronder de bovengenoemde medewerker Business Intelligence. In 2024 zal een opdracht worden verstrekt voor een review naar de mogelijkheden om vanuit ons zaakgericht VTH systeem de datakwaliteit, de transparantie en de rapportages te beoordelen. Deze review zal worden uitgevoerd door een externe deskundige. Deelnemers zullen worden betrokken bij de review.
8 Begroting Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg 2025
dII I ■ m /«/(/Limburg Omgevingsdienst
Formatieve en financiële consequenties voor begroting:
Toename personeel als qevolq van wijziqinqen wetgeving (m.n. meer MBA locaties basistaak) 1 Bedragen * € 1.000 700 7 toezichthouders milieu 200
2 vergunningverleners 1 medewerker C-Team
79
Subtotaal 0,2 fte energie als gevolg van toezicht wg personenmobiliteit
979
Totaal toename direct personeel agv gewijzigde wetgeving
1.001
22
Toename personeel als gevolg van eerdere besluitvorming Aantallen en omschrijving 2 toezichthouders bodem volgens ingroeimodel bodemtaken
Bedragen * € 1.000 220 220
Totaal Toename personeel als gevolg van kwaliteitseisen / robuustheid Aantallen en omschrijving
Bedragen * € 1,000
1 fte BOA
126
Totaal
126
Toename personeel in te vormen afdeling Bedrijfsvoering in groei in 2025 Aantallen en omschrijving 1 afdelingshoofd Bedrijfsvoering
Bedragen * € 1.000 154
1 HR adviseur, half jaar instroom in 2025
63
1 adviseur P&C 1 projectleider innoverende projecten, half jaar instroom in 2025
126
1 Communicatie adviseur 1 adviseur kwaliteitsmanagement en informatievoorziening
110
1 BI engineer
110
7 (6 in totaal gemiddeld in 2025) Bestaande functies die in afdeling Bedrijfsvoering worden geplaatst
736
63 110
Aantallen en omschrijving
1 Toename van 1800 locaties categorie B mei een controle frequentie van 1x per 3 jaar = 1800/3= 600 controles per jaar 600 controles X16 uur per controle = 9.600 uur. 9.600 uur /1350 -7,1 fte 1800 meldingen met een frequentie van 1x per 5 jaar = 360 meldingen 360 meldingen x 7 uur beoordeling per melding = 2.520 uur. 2.520 71350 uur = 1,8 fte Opslag voor overige taken die voor overige producten en diensten die onder de inrichtingsprijs vallen 2,07 uur per inrichting = 2,8 fte. Hiervan wordt ingevuld ten behoeve van: Intake meldingen en vergunningaanvragen nodig 1 fte
9 Begroting Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg 2025
pUD
lm Zii/i/Limburg
Omgevingsdienst 2 HR adviseur 0,6 fte HR ondersteuning 2,3 fte secretariaatsmedewerker 2 fte BI 0,3 fte ambtelijke ondersteuning OR 6,4 fte medewerker coördinatieteam 13,6 in totaal Totale omvanq afdeling Bedrijfsvoering in fte gemiddeld in 2025
19,6
In de afdeling Bedrijfsvoering worden tevens functies geplaatst die nu rechtstreeks door de directeur worden aangestuurd dan wel door de afdelingshoofden vergunningen c.q. milieutoezicht en veiligheid. Na overhevelen van deze bestaande functies bestaat de afdeling bedrijfsvoering uit 20,6 fte. In 2025 is er sprake van een ingroeiscenario en bestaat de afdeling over het gehele jaar gemiddeld genomen uit 1 fte minder. Onze basis voor het toekomstbestendig organiseren van de dienst is: - financiële en personele ruimte voor vernieuwingskracht; - een versterking van de informatisering van de VTH-taken; - de ontwikkeling van een kennis- en innovatiecentrum. In samenspraak met onze deelnemers en collega-omgevingsdiensten willen we een vorm gaan kiezen voor het zijn van een kenniscentrum voor onze deelnemers en ketenpartners. Voor nu komt dit gesprek nog te vroeg. 1.3
Ontwikkelingen in wet- en regelgeving
De Omgevingswet Per 1 januari 2024 geldt de Omgevingswet. Voor 2025 verwachten we warmgedraaid te zijn om in onze dagelijkse werkzaamheden om te gaan met de nieuwe wet- en regelgeving, nieuwe werkwijzen, en de nieuwe samenwerkingsafspraken met onze opdrachtgevers. De implementatie van de wet zal tot ver na de datum van inwerkingtreding gevolgen blijven hebben voor de inzet van onze organisatie, onze medewerkers en onze opdrachtgevers en ketenpartners. Vanaf inwerkingtreding van de Omgevingswet is de projectmatige aanpak van de implementatie binnen onze organisatie stap voor stap losgelaten en zijn de resterende implementatie-werkzaamheden intern overgedragen naar de lijn. In 2025 zullen verschillende aspecten die samenhangen met de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog aandacht vragen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de omzetting van ons inrichtingenbestand naar milieubelastende activiteiten en de implementatie daarvan in de VTH-systemen. Hiermee is in 2023 gestart en met een verwachte doorlooptijd tot eind 2025. Het volgende thema betreft de ondersteuning van onze deelnemers bij het ontwikkelen van hun omgevingsvisies en omgevingsplannen. Wij verwachten dat er in 2025 een groeiend beroep zal worden gedaan op onze VTH-kennis bij het opstellen van omgevingsplannen. In het verlengde hiervan bevinden zich 10 Begroting Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg 2025
■ m /'((/(/Limburg Omgevingsdienst ook eventuele aanpassingen aan de zogeheten “bruidsschat” die gemeenten wellicht willen maken, waarover wij kunnen adviseren. Een derde onderwerp is de actualisatie van de berekeningen van de milieuleges. Voor het eerste jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn kostprijzen berekend, die door de deelnemers opgenomen konden worden in hun legesverordeningen. Het overgrote deel van onze deelnemers heeft hiervan gebruik gemaakt. In 2025 kan een nieuwe calculatie worden gemaakt, gebaseerd op de eerste daadwerkelijke realisatiecijfers onder de Omgevingswet. Vanaf 1 januari 2024, de inwerkingtreding van de Omgevingswet, verwachten we daarnaast aanzienlijk meer tijd kwijt te zijn aan de nieuwe vorm van vooroverleggen, de conceptverzoeken en 'verken een idee’, in het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Ook zal er van de toezichthouders meer worden gevraagd in relatie tot het afwikkelen van meldingen, als gevolg van het vergunningsvrij worden van bepaalde activiteiten. Dit alles gaat tot slot ook nog gepaard met de nieuwe, ruimere afwegingsruimte die bevoegd gezagen hebben als gevolg van de Omgevingswet. Mochten lokale werkwijzen uiteen gaan lopen, dan zal ook dit aanvullend werk opleveren in onze dagelijkse praktijk. Kaderrichtlijn water De Europese Unie wil duurzaam gebruik van water op lange termijn waarborgen.
De Kaderrichtlijn Water uit 2000 (2000/60/EG) is erop gericht de kwaliteit van watersystemen te verbeteren, zoals grondwater en oppervlaktewater. Doelstelling is het realiseren en behouden van chemisch schoon en ecologisch gezond oppervlaktewater en grondwater. Het moet de vervuiling van waterlichamen verminderen en voorkomen, duurzaam watergebruik bevorderen en de effecten van overstromingen en droogte beperken. De EU-lidstaten moeten de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) uiterlijk in 2027 realiseren. Het streven van de Europese Commissie is om de vervuiling van water tot nul terug te brengen. De EUstrateqie duurzaam gebruik van chemische stoffen en het actieplan om lucht-, water- en bodemvervuiling tot nul terug te brengen bevatten onder andere voorstellen om deze doelstelling te realiseren. Zo moet de wetgeving gemoderniseerd worden om chemische verontreiniging en vervuiling door microplastics terug te dringen. Het beleid van de EU op milieugebied berust op het voorzorgsbeginsel en het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden, en het beginsel dat de vervuiler betaald. Wat betreft preventie en de bestrijding van verontreinigingen als gevolg van lozing of emissie van verontreinigende stoffen, zijn er diverse emissiegrenswaarden en milieukwaliteitsnormen vastgesteld.
De Europese regels op het gebied van chemische stoffen die in het water kunnen terecht komen zijn onder andere, naast in de KRW en de hierop gebaseerde Richtlijn prioritaire stoffen, hoofdzakelijk vastgelegd in de REACH-verordeninq. de Richtlijn Industriële Emissies en de Richtlijn voor het duurzaam gebruik van pesticiden. De belangrijkste bronnen van dit soort verontreiniging zijn hierbij industrie, stedelijk afvalwater (via rioolwaterzuiveringsinstallaties) en landbouw. Uit onderzoeken en berichten, voor het laatst van het kabinet op 12 december 2023, blijkt dat de doelen van de KRW in Nederland niet voor alle watersystemen tijdig worden behaald. Wel zijn er (veel) acties in gang
Begroting Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg 2025
■ m Zii/V/Limburg Omgevingsdienst gezet in het KRW-impulsprogramma om zoveel mogelijk wél te gaan voldoen. Vanaf 2027 zijn er nog zeer beperkt uitzonderingsmogelijkheden om de doelen van de KRW te halen. Deze zijn: 1. Uitstel als gevolg van natuurlijke omstandigheden. Hierbij geldt dat alle maatregelen al wel zijn uitgevoerd, maar het beoogde effect vanwege natuurlijke omstandigheden nog niet is ingetreden. Het kan namelijk een tijd duren voordat effecten van eerder genomen maatregelen zichtbaar zijn, 2.
bijvoorbeeld dat planten en dieren zich vestigen. Het vaststellen van lagere doelen als een waterlichaam zodanig door menselijke activiteiten is aangetast (denk aan het voorkomen van persistente stoffen die doelbereik onmogelijk maken) of de natuurlijke gesteldheid van dien aard is dat het bereiken van de doelstellingen technisch niet haalbaar is of onevenredig kostbaar. Aan een dergelijke bijstelling stelt de KRW uitgebreide voorwaarden en ook mag de toestand van het waterlichaam niet verder achteruitgaan.
De keuze en onderbouwing van deze uitzonderingsmogelijkheden is een verantwoordelijkheid van provincies als het gaat om grondwater en regionaal oppervlaktewater (vaak gebaseerd op informatie van de waterschappen). Voor het hoofd watersysteem, zoals de rivier de Maas, ligt deze taak bij de Minister van lenW (gebaseerd op informatie van Rijkswaterstaat). Met de uitvoering van VTH-taken draagt onze dienst bij aan het terugdringen van emissies door bedrijven, via de lucht, bodem en bedrijfsafvalwater via de riolering (indirecte lozingen) naar water, en draagt zo bij aan het behalen van de doelstellingen van de KRW. Wij voorzien richting einde 2027, dat het beleid van onze deelnemers versterkte aandacht zal gaan geven aan het aspect waterkwaliteit. Het is aan ons om, binnen de opgedragen bevoegdheden, te zorgen voor voldoende personeel met de juiste kennis om hieraan invulling te geven. In de begroting 2025 zijn nog geen financiële consequenties verwerkt betreffende de KRW. Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen Voor 1 juli 2024 dient de tekst van onze gemeenschappelijke regeling te zijn aangepast aan de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) per 1 juli 2022. Doel van de gewijzigde Wgr is om de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende rol van gemeenteraden en provinciale staten te versterken en te verbeteren.
In gezamenlijkheid met andere gemeenschappelijke regelingen in Limburg, onder begeleiding van externe juridische adviseurs, is eind 2022 gestart met het aanpassingstraject. Doel hiervan is het zoveel mogelijk uniformeren van de teksten en het zoveel mogelijk gelijktijdig laten behandelen van de wijzigingen in de vergaderingen van de raden en provinciale staten. Op 10 juli 2023 heeft het algemeen bestuur van onze dienst ingestemd met de ontwerpwijzigingen van onze gemeenschappelijke regeling. De colleges van burgemeester en wethouders respectievelijk het college van gedeputeerde staten hebben na eigen besluitvorming, de wijzigingen voor een zienswijze voorgelegd aan de raden respectievelijk provinciale staten. In de eerste helft van 2024 loopt de toestemmingsprocedure bij onze deelnemers, opdat in mei/juni de colleges definitief kunnen besluiten tot de wijzigingen. Wet open overheid De Wet open overheid (Woo) legt aan bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen betreft het geven van een impuls aan openbaarheid door in de begroting en het
12 Begroting Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg 2025
nlD
■ m ZmV/Limburg
■
Omgevingsdienst
verantwoordingsverslag in de jaarstukken aan te geveri hoe rekening wordt gehouden met de bepalingen uit de Woo. Deze paragraaf is de invulling van deze verplichting in de begroting 2024. De Wet open overheid kent, samengevat, een viertal belangrijke aspecten: 1. de verplichting voor ieder bestuursorgaan om een Woo-contactfunctionaris aan te wijzen, 2. verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking, 3. verplichtingen gericht op actieve openbaarmaking en 4. het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding. Woo-contactfunctionaris Onze organisatie beschikt over een Woo-contactfunctionaris. Passieve openbaarmaking De werkwijze en doorlooptijd van verzoeken tot (passieve) openbaarmaking van informatie onder de Wet open overheid worden'in 2025 gecontinueerd zoals ingezet bij inwerkingtreding van de Woo. Uitgangspunten daarbij zijn transparantie en snelheid. Actieve openbaarmaking De Woo stelt de verplichting om diverse benoemde informatiecategorieën actief te publiceren. Deze verplichting geldt niet voor alle 17 categorieën tegelijk. Drie informatiecategorieën worden reeds actief openbaar gemaakt door de rijksoverheid: wetten en algemeen verbindende voorschriften; overige besluiten van algemene strekking; vergaderstukken Staten-Generaal.
Eind december 2023 heeft de staatssecretaris van Koninkrijksrelaties en Digitalisering, de Eerste Kamer laten weten dat een deel van de overige categorieën binnen twee jaar verplicht actief openbaar kunnen worden gemaakt. Maar ook dat het niet haalbaar en realistisch is dat alle bestuursorganen binnen twee jaar alle categorieën (verplicht) actief openbaar kunnen maken. Het voornemen is om in de eerste helft van 2024 een planning te maken met daarin het kwartaal waarin de Koninklijke Besluiten zullen worden opgesteld. Het moment van inwerkingtreding wordt, conform de landelijke implementatiestrategie van 8 juli 2022, als volgt bepaald: pas als aan twee voorwaarden is voldaan wordt de verplichting tot actieve openbaarmaking van een informatiecategorie opgelegd. Deze voorwaarden zijn: 1. de centrale ICT-infrastructuur moet bestuursorganen in staat stellen om hun gepubliceerde documenten via de Woo-index vindbaar (sinds 19 juni 2023 Online) en doorzoekbaar te maken. Momenteel lopen er onderzoeken die moeten resulteren in een set technische eisen t.b.v. het centraal doorzoekbaar maken van het ‘eigen’ publicatieplatform van een bestuursorgaan. Het streven is zo’n set in de eerste helft van 2024 beschikbaar te hebben; . 2. het actief openbaar maken van een informatiecategorie op een zelf gekozen publicatieplatform moet voor bestuursorganen praktisch realiseerbaar zijn.
Aan beide voorwaarden is ten tijde van het opmaken van deze ontwerpbegroting nog niet voldaan. Wij zullen de wettelijke fasering van de informatiecategorieën volgen. Informatiehuishouding op orde
13 Begroting Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg 2025
pUD
Bm Zim/Limburg Omgevingsdienst De Woo verplicht dat de digitale informatiehuishouding binnen 8 jaar na inwerkingtreding van de Woo op orde wordt gebracht. Dit betekent dat er op basis van een in 2024 vast te stellen nieuw Informatiebeleidsplan maatregelen moeten worden genomen om informatiebestanden duurzaam toegankelijk te maken en te houden.
14 Begroting Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg 2025
nUD
■ m Znn/Limburg
Omgevingsdienst
2
BEHEER VAN DE OMGEVINGSDENST
Taken Onze taken zijn het in opdracht van gemeenten en Provincie, individueel en collectief, uitvoeren van wettelijke taken en adviestaken op het terrein van milieu, op een zo efficiënt mogelijke wijze en op een goed kwaliteitsniveau. De organisatie heeft daartoe werknemers in dienst en verwerft op contractbasis personele capaciteit en/of specifieke kwaliteit van extern personeel. Activiteiten Op dienstniveau worden afspraken gemaakt met de opdrachtgevers over inhoudelijke en financiële verantwoording. Naast het rapporteren van gegevens als zodanig, is ook het tijdig bespreken en tussentijds communiceren met de opdrachtgevers een belangrijk aspect. De activiteiten worden opgenomen in een jaarlijks werkprogramma dat besproken en afgestemd wordt met de opdrachtgevers, waarna door hen het werkprogramma wordt vastgesteld. Van de dienst kunnen de opdrachtgevers verwachten dat de taakuitvoering conform de vastgestelde kwaliteitscriteria is. SpeerpuntPrestatie indicator Proactief informeren van opdrachtgever
Periodiek overleg opdrachtgever
Uitvoeringskwaliteit op landelijk niveau______
2.1
2 maal per jaar voortgangsrapportage en 1 eindrapportage conform planning in werkprogramma Per kwartaal overleg tussen opdrachtgever en opdrachtnemer (contracthouders en accountmanagers) Werken conform de kwaliteitscriteria
Vergunningverlening
Voor alle 16 Zuid-Limburgse gemeenten en de Provincie Limburg verzorgen we voor wat betreft de milieutaken over de gehele breedte van de Omgevingswet de vergunningverlening en afhandeling van milieu meldingen. Voor de locaties met als bevoegd gezag de provincie Limburg, beslaan de activiteiten tevens de behandeling van aanvragen voor het bouwen van een bouwwerk of wijzigingen daartoe. Daarnaast stellen we voor een aantal gemeenten diverse ontheffingen op, bijvoorbeeld voor het tijdelijk overschrijden van geluidnormen, vervoeren van ‘gevaarlijke stoffen’ of een ontheffing stookverbod. Voor de provincie Limburg voeren we tot slot de diverse vuurwerk-taken uit, zoals de afhandeling van vuurwerkmeldingen en het verlenen van ontbrandingstoestemmingen. Een bijzondere wettelijke taak hebben we als een van de zes landelijke omgevingsdiensten voor de Sevesoen Rie-4 bedrijven. Vanuit onze expertise zijn wij belast met de uitvoering van het volledige VTH-pakket voor Seveso-inrichtingen in de gehele provincie Limburg, voor. zowel milieu als bouw.
15 Begroting Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg 2025
■ m ZmY/Limburg Omgevingsdienst
We werken vanuit Vergunningen aan de volgende speerpunten en streven ernaar de benoemde prestatie indicatoren te behalen. Speerpunt ■ Tijdige vergunningen
Prestatie indicator
Informatievoorziening/meten
90% van de omgevingsvergunningen, voorbereid met de uitgebreide procedure, dient binnen de wettelijke termijn behandeld te zijn, tenzij door de aanvrager wordt ingestemd met termijnoverschrijding.
VTH-applicatie op basis van aanvraag- én besluitdatum Communicatie middels voortgangsrapportages
95% van de omgevingsvergunningen voorbereid met de reguliere procedure, dient binnen de wettelijke termijn behandeld te zijn, tenzij door de aanvrager wordt ingestemd met termijnoverschrijding. Tijdige advisering over de te nemen beslissing op een aanvraag
95% van de adviezen over de te nemen beslissing op een aanvraag dient binnen de afgesproken termijn gegeven te zijn, tenzij wordt ingestemd met termijnverlenging
VTH-applicatie op basis van adviesaanvraag én adviesdatum
Kwaliteit
Omgevingsvergunningen c.q. adviezen over de te nemen beslissing op een aanvraag voldoen aan de meest actuele wet- en regelgeving (normen, BREF’s, richtlijnen etc.) en het beleid van de opdrachtgever. Van de bezwaar- en beroepschriften mag maximaal 15% gegrond worden verklaard.
Rechterlijke toets c.q. uitspraak Raad van State. Communicatie middels voortgangsrapportages
Actualiteit
Omgevingsvergunningen worden binnen de daarvoor geldende termijnen geactualiseerd naar aanleiding van nieuwe BBTconclusies/BREF’s.
Rechterlijke toets c.q. uitspraak Raad van State in relatie tot toezichts- en handhavingsacties
16 Begroting Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg 2025
dUD
■ mZn/JLlmburg Omgevingsdienst 2.1.1.1 Afronden MBA project ‘van inrichting naar MBA ’ In 2025 vindt de afronding plaats van het project ‘van inrichting naar MBA’. Dit project is gestart in 2023 en omvat zowel de daadwerkelijk omzetting van inrichtingen naar MBA’s en vervolgens de registratie in de VTHregistratie van de dienst.
2.1.1.2 Actualisatie van overige vergunningen In het jaar 2025 willen wij aanvullend het plan van aanpak voor het actualiseren van de vergunningen van de overige (niet zijnde Seveso-inrichtingen en Rie-4) vergunningplichtige locaties ten uitvoer brengen. Dit plan van aanpak is eerder opgesteld, maar is door capaciteitsgebrek (nog) niet eerder in uitvoering gebracht. Dit project zal starten na afronding van het project 'van inrichting naar MBA’, aangezien pas hierna duidelijk is hoe het vergunningenbestand onder de nieuwe Omgevingswet eruit ziet. Voor de realisatie van dit project is uitgaande van zo’n 385 bedrijven die in 5 jaartijd een actualiseringstoets ondergaan, is extra inzet nodig die we proberen binnen de formatie uit te voeren.
2.1.1.3 Nieuwe basistaken In 2024 is er met de komst van de Omgevingswet een aantal MBA's gedefinieerd als basistaak die dat eerder niet waren. Dit leidt via de meldingen die door de vergunningverleners worden behandeld tot een extra capaciteitsvraag van 2 fte. De onderbouwing van deze capaciteitsbehoefte is gegeven in par. 1.2 onder de tabel op bladzijde 9. Het betreft taken die eerder door gemeenten werden uitgevoerd dus de meerkosten die dat met zich meebrengt vanwege de inbreng in de omgevingsdienst leiden tot besparingen aan de kant van de gemeenten die deze taak tot nu toe zelf moesten uitvoeren.
2.1.1.4 Project Financiële zekerheidstelling Met de Omgevingswet ontstaat er voor gemeenten en provincie een nieuwe bevoegdheid, namelijk tot het van bedrijven (kunnen) eisen van een financiële zekerheidstelling. Deze om bij faillissement van een bedrijf de overheid en daarmee de samenleving niet op te laten draaien voor milieukosten als het verwijderen van afvalstoffen met een negatieve restwaarde. De inzet van financiële zekerheidstelling is een complexe opgave, want nieuw en nog met veel onzekerheden omgeven. Tevens is ook inzet van financiële en civielrechtelijke expertise nodig. Met het oog op zorgvuldigheid en uitvoerbaarheid hebben de provincies landelijk afgesproken om in 2024 en 2025 te starten met pilots. Jaarlijks zullen telkens 3 bedrijven aan de pilot deelnemen, waarbij gestart wordt met bedrijven waarvoor de verplichting tot financiële zekerheidstelling uit de wet volgt. Voor deze "moet" bedrijven is in alle gevallen de provincie bevoegd gezag. Voor bedrijven uit de afvalsector, waarvoor een financiële zekerheidstelling kan worden gesteld, de "kan” bedrijven, dient eerst beleid te worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat een opeisbare financiële zekerheid ook juridisch standhoudt. Dit geldt voor elk bevoegd gezag afzonderlijk.
Wij gaan er vooralsnog vanuit dat zowel in 2024 als 2025 enkel financiële zekerheidstelling in het kader van de pilots zal gaan gebeuren. Het bevoegd gezag in kwestie is in dat geval uitsluitend de provincie Limburg. Praktisch en logischerwijs wordt pas na het einde van de pilots een verdere uitrol van de nieuwe bevoegdheid verwacht. 17 Begroting Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg 2025
■ m 7.uiJ Limburg Omgevingsdienst
Voor het uitvoeren van dit project bij de afdeling vergunningen is in 2025 een budget van € 117.000 benodigd. Financiering vindt plaats via een opdrachtverstrekking door de Provincie Limburg.
2.1.1.5 Landelijke Maatwerkaanpak verduurzaming industrie Om de klimaatdoelen te halen zet het kabinet, naast diverse andere instrumenten, in op een maatwerkaanpak voor de 20 grootste industriële C02-uitstoters. Met de ambities van het Rijk om de C02uitstoot tegen 2030 met maar liefst 10 megaton te verminderen, wordt verwacht dat dit zal leiden tot een veelvoud van extra vergunningaanvragen. Daarnaast zal er sprake zijn van nieuwe technieken en processen. Hiervoor moet nieuwe kennis en expertise opgebouwd worden en is landelijke afstemming tussen omgevingsdiensten nodig om een level playing field te garanderen. Binnen de provincie Limburg gaat het om Sabic, OCI, AnQore en Fibrant (allen gelegen op site Chemelot). Deze maatwerkaanpak betekent de komende jaren nogal wat voor de inzet van de omgevingsdiensten waaronder de onze. In elk geval is ten minste vroegtijdige betrokkenheid van onze dienst bij het voorbereiden van maatwerkafspraken nodig. Om deze aanpak te faciliteren wordt door het ministerie extra geld aan de betreffende provincies beschikbaar gesteld en is door de omgevingsdiensten een voorstel uitgewerkt hoe het proces rondom deze maatwerkaanpak zou kunnen verlopen. Er zal worden gewerkt met casusteams per bedrijf en met een landelijke experten pool. Om te komen tot financiering én opdrachtverstrekking vinden in 2024 gesprekken plaats met de provincie.
2.1.1.6 Project Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) Zeer Zorgwekkende Stoffen (hierna: ZZS) gaan een belangrijker rol spelen bij de VTH-taken. De ZZS zijn afgelopen jaren flink onder de aandacht gekomen onder andere door het onderzoeksrapport 'Industrie en omwonenden’ opgesteld door de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) en de toegenomen media-aandacht inzake casussen als Tata Steel, Chemours en de asfaltcentrale te Nijmegen. Mede naar aanleiding van het project ‘Decentrale benadering ZZS’ heeft het Rijk besloten meer aandacht en energie te stoppen in de aanpak met als doel ZZS door bedrijven te verbeteren en verminderen. Voorgaande betekent dat een grotere impuls en inspanning geleverd moet worden inzake ZZS bij het uitvoeren van hun VTH-taken. Met name bij de provinciale inrichtingen gaat ZZS een grotere rol spelen. Bij vergunningsprocedures wordt ZZS meegenomen in de overweging bij vergunning plichtige bedrijven en worden daartoe geleverde vermijd- en reductieprogramma’s (VRP) beoordeeld. Om te komen tot financiering én opdrachtverstrekking vinden in 2024 gesprekken plaats met de provincie.
Begroting Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg 2025
1% ZmV/Limburg Omgevingsdienst
2.2
Toezicht en handhaving
Algemeen Met een toenemende focus op duurzaamheid en milieuwetgeving is het essentieel dat ons milieutoezicht nauwkeurig wordt afgestemd op zowel actuele ais komende uitdagingen. In deze begroting verkennen we de cruciale aspecten van ons milieutoezicht en richten we ons op de verdere implementatie van een regionale risicoanalyse, de implicaties van de Omgevingswet, ontwikkelingen binnen het Seveso-toezicht en vooruitgang op het gebied van data-analyse. In dit onderdeel staat onze toezichtscapaciteit centraal, met name gericht op het uitvoeren van (reguliere) milieu- en veiligheidsinspecties, het afhandelen van milieuklachten en incidenten. Deze taken worden uitgevoerd volgens afgestemde planningen en werkprogramma's. Onze focus ligt met name op majeure risicobedrijven in de provincie Limburg, zoals de Seveso-bedrijven en de RIE4-bedrijven onder de Richtlijn Industriële Emissies. Een essentieel aspect van ons toezicht is de afstemming op nationaal niveau met collega Sevesoomgevingsdiensten en inspectiepartners van de Veiligheidsregio, Nederlandse Arbeidsinspectie, Openbaar Ministerie, de waterkwaliteitsbeheerder en het Rijk. Daarnaast richten we toezichtscapaciteit in op milieubelastende activiteiten (MBA's). Regionale risicoanalyse Een van de sleutelfactoren in 2025 is de verdere implementatie van een regionale risicoanalyse voor milieutoezicht.
De focus van het milieutoezicht ligt op een (meer) risicogerichte aanpak. Deze aanpak stelt ons in staat om onze middelen efficiënter in te zetten en zorgt voor een meer gepersonaliseerde benadering van milieutoezicht, wat cruciaal is voor het behalen van positieve milieueffecten. De prioriteiten van het milieutoezicht worden vastgesteld op basis van de in 2024 door de deelnemers vast te stellen regionale risicoanalyse. De prioriteiten liggen bij die activiteiten die het meeste risico met zich meebrengen. Vooral daarop richten we onze aandacht. Dat betekent overigens niet dat geen aandacht wordt gegeven aan risico’s en taken waar geen hoge prioriteit aan vastzit. Het spreekt vanzelf dat ook daar de wettelijke VTH-taken worden vervuld. Bij de activiteiten die geen betrekking hebben op de hoogst geprioriteerde wordt meer reactief dan proactief gehandeld en wordt meer globaal getoetst en toezicht gehouden. Omgevingswet: Implicaties voor milieutoezicht Als gevolg van de Omgevingswet vallen meer MBA's onder het basistakenpakket en deze moeten worden ingebracht in onze dienst, wat consequenties heeft voor onze toezichtscapaciteit. Deze dient hierop te worden aangepast. Data-analyse / monitoring Een andere belangrijke pijler voor het milieutoezicht is de voortdurende investering in data-analyse.
Door steeds meer geavanceerde analysetechnieken te omarmen, streven we naar diepgaande inzichten in
19 Begroting Omgevingsdienst RUD Zuid-Limburg 2025
n*11 ZmV/Limburg
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .i
Omgevingsdienst milieuprestaties en trends. Dit stelt ons niet alleen in staat om proactief te handelen bij potentiële risico's, maar ook om onze strategieën voortdurend te verbeteren op basis van feitelijke gegevens. Programmatische aanpak milieutoezicht bij provinciale inrichtingen Eind 2022 heeft de Zuidelijke Rekenkamer de rapportage “Vergunningverlening, toezicht en handhaving provincie Limburg” aangeboden over de kwaliteit van de uitvoering op het gebied van milieu en externe veiligheid. Naast de observatie dat de uitvoering van onze dienst overwegend op orde is staan er conclusies en aanbevelingen in om de uitvoering te intensiveren en om op onderdelen meer door te pakken. De provincie Limburg heeft samen met ons het initiatief genomen om in 2024 de aanpak van het milieutoezicht bij de complexe bedrijven te intensiveren. Dit betekent dat we aanvullende provinciale middelen benutten om de (thema)controles te intensiveren, de afdoening van constateringen te optimaliseren en om nieuwe ontwikkelingen in het toezicht te integreren. In 2024 gaan we starten met het werken op basis van een programmatische aanpak en de monitoring van de effecten van de intensivering. Het streven is om de programmatische aanpak te bestendigen in 2025 en verdere jaren op basis van gebleken effectiviteit.
Her- en bijscholing (milieu)toezichthouders Om te blijven voldoen aan de landelijke kwaliteitscriteria worden de toezichthouders bijgeschoold. Voor de toezichthouders bij Seveso-inrichtingen (voorheen Brzo-inrichtingen) worden daarnaast nog specifieke opleidingen ingepland. • Met een overspannen arbeidsmarkt voor VTH-personeel en vergrijzend personeelsbestand staat onze beschikbare toezichtcapaciteit onder druk. Wij sluiten niet uit dat dit ook in 2025 consequenties zal hebben voor de uitvoering van de werkprogramma’s. Dan zullen we hierover het gesprek voeren met de opdrachtgevers. Bij toezicht wordt informatie verzameld over het feit of een activiteit voldoet aan de in de vergunning en/of algemene regels gestelde eisen. Waarna over de verzamelde informatie een oordeel wordt gevormd. Onder handhaving wordt verstaan: het overgaan tot het opleggen van bestuursrechtelijke en/ of strafrechtelijke (herstel)sancties indien uit het toezicht blijkt dat niet aan de gestelde eisen wordt voldaan. Bij het opleggen van sancties is steeds juridisch advies aan de orde. Speerpunt