7 24-31 Bijlage 1 Jaarrekening 2023 Het Gegevenshuis_178483
Tekst van het document
Jaarrekening 2023 Concept
Voorlopige vaststelling in de vergadering van het Algemeen Bestuur op 28 maart 2024. Voor te leggen aan de raden van de deelnemende gemeenten en het Algemeen Bestuur van het Waterschap Limburg per 29 maart 2024. Definitief vast te stellen in de vergadering van het Algemeen Bestuur op 4 juli 2024.
Jaarrekening 2023, versie 2.0
Jaarrekening 2023, versie 2.0
2
Inhoudsopgave
VOORWOORD...................................................................................................................... 4 Inleiding / samenvatting resultaten ........................................................................................ 6 1.
2.
Paragrafen ..................................................................................................................... 8 1.1
Lokale heffingen .................................................................................................. 8
1.2
Weerstandsvermogen en risicobeheersing .......................................................... 8
1.3
Indicatoren ........................................................................................................... 9
1.4
Onderhoud kapitaalgoederen..............................................................................11
1.5
Financiering ........................................................................................................12
1.6
Bedrijfsvoering ....................................................................................................15
1.7
Verbonden partijen .............................................................................................15
1.8
Grondbeleid ........................................................................................................16
1.9
Taakstellingen, ombuigingen en/of bezuinigingen ...............................................16
1.10
Openbaarheidsparagraaf ....................................................................................16
Jaarrekening .................................................................................................................17 2.1
Balans per 31 december 2023 ............................................................................17
2.2
Exploitatierekening 2023.....................................................................................18
2.2.1 Overzicht van baten en lasten, totaal en verdeeld naar de taakvelden ................22 2.3
Waarderingsgrondslagen ....................................................................................24
2.4
Toelichting op de balans .....................................................................................24
2.5
Gegevens in kader WNT.....................................................................................29
BIJLAGE A | overzicht realisatie per product ........................................................................32 BIJLAGE B | overzicht realisatie ad hoc opdrachten .............................................................36 RECHTMATIGHEIDSVERKLARING ....................................................................................38 VASTSTELLINGSPROTOCOL ............................................................................................39 Lijst afkortingen .............................................................................................................40
Jaarrekening 2023, versie 2.0
3
VOORWOORD Het enige wat Het Gegevenshuis merkte aan spanningen op de arbeidsmarkt de afgelopen jaren was de wisseling van personeel bij de deelnemers of het gebrek aan personeel op sommige plekken, waardoor alle zeilen bijgezet moesten worden om hiaten in de ketenprocessen te voorkomen. In 2023 werd Het Gegevenshuis zelf geraakt door de situatie op de arbeidsmarkt. Liefst tien vacatures zijn ontstaan, waarvan de helft inmiddels is ingevuld en voor de overige vijf plekken begin 2024 een wervingscampagne is opgestart. Even voor de goede orde: tien vacatures betekent voor Het Gegevenshuis 25% van het totale personeelsbestand en dat hakt er zeker in als het daarbij ook gaat om leidinggevende posities of seniorfuncties bij datamanagement en bedrijfsbureau. Gelet op het nieuw aangetrokken personeel zien we dat dit ook kansen biedt om met nieuw, fris elan de ingeslagen koers te vervolgen. Als het met de huidige vijf vacatures net zo afloopt als de reeds in 2023 ingevulde, dan brengt de arbeidsmarktsituatie Het Gegevenshuis alleen maar verder vooruit. Dat wil niet zeggen dat het gemakkelijk is. Allerhoogste prioriteit voor Het Gegevenshuis is het leveren van de aantallen en kwaliteit die zijn afgesproken met de deelnemers en vastgelegd in de productbladen.
Dit betekent links en rechts schuiven met medewerkers en daar waar het eigen personeel het niet aankan, wordt gebruik gemaakt van de flexibele schil door het inhuren van personeel bij externen. Fijn is het om te constateren dat de deelnemers hier nauwelijks iets van merken en dat, ondanks de vacatureruimtes, ook in 2023 de afgesproken dienstverlening werd geleverd. Het stabiele karakter van Het Gegevenshuis is ook in deze situatie overeind gebleven, hetgeen bij mij waardering oogst. Het management maakt risicoafwegingen om te prioriteren waar eventuele temporisering of uitstel van activiteiten mogelijk is, want niet voor alles is inhuur van externen een reële optie. Bijvoorbeeld omdat specifieke kennis niet beschikbaar is op de markt of omdat er geen ruimte is om externen te begeleiden of aan te sturen. Zo moest er getemporiseerd worden bij de doorontwikkeling van de digital twin, de inzet van nieuwe inwintechnieken en de verdere professionalisering van het archiefbeheer. Ook werd besloten om de doorontwikkeling van de eigen software voor BOR-data te stoppen en in 2024 een aanbesteding te doen voor een nieuw pakket van een marktpartij. De eerdergenoemde temporisatie van activiteiten betekent geen afstel.
Inmiddels zijn alweer diverse activiteiten opgestart en als het personeel weer op sterkte is, zal volop en hopelijk met hetzelfde nieuwe en frisse elan aan de toekomst worden gewerkt. De hiervoor beschreven situatie heeft ertoe geleid dat de onderuitputting op de personeelskosten groter was dan de inhuur van derden, waardoor een batig saldo op de jaarrekening ontstaat. Een batig saldo dat nog hoger is geworden doordat voor het eerst in het bestaan van Het Gegevenshuis renteopbrengsten uit het schatkistbankieren mochten worden bijgeschreven. De post onvoorzien hoefde niet te worden aangewend. Al met al heeft dit geleid tot een batig saldo van ruim twee ton en daarmee schrijft Het Gegevenshuis voor de negende keer op rij zwarte cijfers en kunnen de deelnemers naar rato van de bijdrage dit geld terugontvangen. Niet alleen in het leveren van de afgesproken diensten, maar ook in de realisatie van de hiervoor benodigde middelen, springt hetzelfde woord eruit: stabiliteit! Daar kan ik als voorzitter alleen maar trots op zijn. Net om die stabiliteit ook voor de toekomst te kunnen blijven waarborgen, heeft het algemeen bestuur besloten om de ICT-dienstverlening te gaan betrekken bij een marktpartij.
Het Gegevenshuis toont op het gebied van de benodigde ondersteuning meer overeenkomsten met een architecten- of ingenieursbureau dan met een gemeente, terwijl de huidige dienstverlening door Parkstad-IT zich concentreert richting gemeentelijke organisatie. Zeker voor de toekomstige invulling van de strategische agenda en inhoudelijke stabiliteit, past een marktpartij daar beter bij. Ook vanuit het oogpunt van financiële stabiliteit is het afnemen van diensten bij Parkstad-IT risicovol. Voor 2024 is een verhoging van de bijdrage van ruim 60% aangekondigd, terwijl inhoudelijk de diensten nauwelijks afwijken ten opzichte van 2023. Daarmee komt sturing op de voor Het Gegevenshuis kenmerkende financiële stabiliteit in gevaar en dat betekent vanuit de permanente risico-afwegingen dat het blijven afnemen van diensten bij Parkstad-IT geen optie is, ook al leidt de aanbesteding en migratie tot nog meer inzet van het krap bezette Gegevenshuis.
Jaarrekening 2023, versie 2.0
4
Samenvattend is de conclusie dat voor het 9e jaar op rij de overeengekomen prestaties zijn geleverd met minder middelen dan begroot. Van zo’n organisatie ben je graag deelnemer en ik graag voorzitter. Vanuit die rol feliciteer ik de medewerkers en het management van Het Gegevenshuis met dit prachtige resultaat. Ik wens u veel leesplezier bij deze jaarrekening 2023. mr. R. (Richard) de Boer, voorzitter.
Jaarrekening 2023, versie 2.0
5
Inleiding / samenvatting resultaten Algemeen De te behalen resultaten door Het Gegevenshuis zijn helder en transparant vastgelegd in de dienstverleningsovereenkomsten en bijbehorende productbladen, waarbij de kwaliteitsindicatoren en bijbehorende normen, doorlooptijden en hoeveelheden in meetbare getallen zijn vastgelegd. Over de geleverde prestaties legt Het Gegevenshuis per kwartaal verantwoording af aan de opdrachtgevende gemeenten en het Waterschap Limburg door de overeengekomen prestaties af te zetten tegen de feitelijk geleverde prestaties. De opdrachtgever kan dus het hele jaar door de rol van regievoerder op de output waarmaken aan de hand van objectieve, meetbare criteria. De resultaten van een jaarrekening op het gebied van de geleverde output en kwaliteit zijn als zodanig dan ook geen verrassing voor de opdrachtgever. Samen met de contractmanagers zijn dienstverlenings-overeenkomsten en productbladen vastgelegd. In deze jaarrekening kunnen we ten aanzien van de geleverde prestaties, waarover in de kwartaalrapportages reeds verantwoording werd afgelegd, kort zijn. De overeengekomen prestaties werden of geheel behaald of er was incidenteel sprake van een logisch verklaarbare afwijking. Om de afgesproken prestaties te leveren, waren kort door de bocht die middelen nodig die ook vooraf waren gecalculeerd.
Door een in verhouding grote uitstroom van personeel ontstond veel vacatureruimte die niet meteen kon worden ingevuld. Dit heeft ertoe geleid dat extra personeel werd ingehuurd uit de flexibele schil bij externen. De besparing in personeelskosten was groter dan de meerkosten voor inhuur van personeel. Dit komt omdat een aantal activiteiten die niet direct van invloed zijn op de te leveren prestaties na afweging van de risico’s werden getemporiseerd of niet konden worden uitgevoerd. Het is zaak dat zo snel mogelijk de vacatureruimte wordt ingevuld, zodat ook uitvoering kan worden gegeven aan de plannen voor de middellange en lange termijn. Kort samengevat: Het Gegevenshuis heeft geleverd wat vooraf is afgesproken met de deelnemers tegen lagere lasten als geprognosticeerd in de begroting. Overall ontstaat er een batig saldo van € 200.509,dat zal worden teruggestort naar de deelnemers..
Taakvelden in de jaarrekening In feite wordt de programmabegroting bepaald door de optelsom van de gesloten dienstverleningsovereenkomsten met bijbehorende productbladen. Hierin staat wat Het Gegevenshuis moet bereiken in elk begrotingsjaar van welke kwaliteit en met welke doorlooptijden en hiervoor stellen de deelnemers de middelen beschikbaar op basis van een transparante voorcalculatie. Wat dan nog rest is de strategische agenda van Het Gegevenshuis die rust op de pijlers groei en innovatie. Als groei- en innovatie-ontwikkelingen tot positieve besluitvorming leiden, krijgen deze ook weer hun vertaling in de dienstverleningsovereenkomsten en bijbehorende productbladen en volgt de structurele beheersituatie. De bijgestelde begroting van 2023 is gebaseerd op het BBV waarbij sprake is van een indeling in taakvelden. Zo is de bijgestelde begroting van 2023 gesplitst in de taakvelden 040 Overhead, 210 Verkeer en Vervoer, 570 Openbaar Groen, 720 Riolering, 810 Ruimtelijke Ordening en 830 Bouwen en Wonen. De taakvelden zijn terug te vinden in deze jaarrekening.
Financiële resultaten De exploitatierekening laat een batig saldo zien van € 200.509,- Op hoofdlijnen wordt dit batig saldo veroorzaakt door het volgende: Met name door vacatureruimte werd op het gebied van salarissen fors minder uitgegeven dan begroot en dit leidde door onder meer temporisering op niet-productieactiviteiten niet tot een evenredig post aan uitgaven voor externe inhuur. In onderling verband bezien droeg dit voor ca € 124.000,- bij aan het batig saldo. Daarnaast werd voor het eerst in het bestaan van Het Gegevenshuis rente-inkomsten ontvangen bij het schatkistbankieren ad ca € 31.000,- en de post onvoorzien ad ca € 35.000,- hoefde niet te worden aangewend. Dit zijn hoofdpunten voor wat betreft het resultaat. In hoofdstuk 2.2 wordt verder ingezoomd op alle cijfers van de exploitatie.
Jaarrekening 2023, versie 2.0
6
Bij de opstart van Het Gegevenshuis werd geen weerstandsvermogen vastgesteld. Voor wat betreft het weerstandsvermogen kan gesteld worden dat dit voor een organisatie als Het Gegevenshuis ook niet nodig is omdat positieve of negatieve resultaten ten gunste/ten laste komen van de deelnemers naar rato van de bijdrage. Bovendien hangen deze resultaten altijd samen met producten of diensten die onderdeel zijn van de dienstverleningsovereenkomst en zijn de risico’s in verhouding klein. Het Algemeen Bestuur heeft bij de bijgestelde begroting van 2018 besloten dat in 2018 de laatste storting in de ICT-reserve zal plaatsvinden. Deze reserve zal daarna worden afgebouwd en de lasten die samenhangen met software en apparatuur zullen dan direct ten laste worden gebracht van producten en diensten. Het resultaat in hoofdlijnen:
€ € €
Eigen vermogen Vreemd vermogen Resultaat
Lasten totaal Baten totaal Totaal Aanwenden reserve ICT Gerealiseerd resultaat
31-12-2022 315.631 € 1.060.973 € 298.872 €
€ € € € €
Begroting 2023 4.307.380 4.297.391 -9.998 9.998 -
Bijgestelde begroting 2023 € 4.691.017 € 4.681.029 € -9.998 € 9.998 € -
31-12-2023 376.281 403.217 200.509
Realisatie € € € € €
4.498.971 4.699.480 200.509
€
0
200.509
Voorstel resultaatbestemming Bestemmingsreserve
Het resultaat zal worden teruggestort naar de deelnemers waarbij als verdeelsleutel de bijdrage op basis van de bijgestelde begroting 2023 geldt. In paragraaf 2.4 is de berekening van het terug te ontvangen bedrag per deelnemer opgenomen.
Jaarrekening 2023, versie 2.0
7
1.
Paragrafen
Niet alle verplichte paragrafen uit het BBV zijn van toepassing op de gemeenschappelijke regeling Het Gegevenshuis. Het Gegevenshuis int geen belastingen en heffingen en bezit geen grondposities.
1.1 Lokale heffingen Niet van toepassing.
1.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het Gegevenshuis is een openbaar lichaam als bedoeld in de Wet op de gemeenschappelijke regelingen en is verplicht in de begroting en jaarstukken de risico’s te vermelden die de financiële positie van de gemeenschappelijke regeling kunnen beïnvloeden. Bij het opstellen van de begroting en de jaarstukken moet met deze voorzienbare en kwantificeerbare risico’s rekening worden gehouden. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Het Gegevenshuis is een uitvoeringsorganisatie die ten behoeve van de deelnemers wettelijke taken uitvoert in het kader van het stelsel van basisregistraties en andere administratieve en geometrische activiteiten die te maken hebben met ruimte en gebouwen: (geo-)data worden ingewonnen, beheerd en weer uitgeleverd. Met deelnemers en afnemers worden vooraf afspraken gemaakt over de hoeveelheden en kwaliteiten van producten en diensten die in dit kader worden geleverd. Hieraan is gekoppeld een transparante voorcalculatie die de hoogte van de bijdrage van de deelnemers bepaalt. Dit alles is vervat in een dienstverleningsovereenkomst met productbladen.
Het Gegevenshuis levert alleen vooraf overeengekomen producten en diensten waar de bijdrage van de deelnemer tegenover staat. Dit maakt ook de risicobenadering van Het Gegevenshuis enigszins afwijkend ten opzichte van de meeste andere gemeenschappelijke regelingen. Weerstandscapaciteit gaat over de dekkingsmiddelen en -mogelijkheden waarover de dienst kan beschikken om niet begrote, onvoorziene kosten (risico’s) af te dekken, waarbij de weerstandscapaciteit in redelijke verhouding dient te staan tot de risico’s waarvoor geen voorziening is gevormd. De kans dat er sprake is van niet begrote, onvoorziene kosten (risico’s) is op basis van de inrichting en werkwijze van Het Gegevenshuis klein. Tegenover alle te leveren producten en diensten staan baten in de zin van bijdragen van de deelnemers. Alle kosten worden toegerekend naar deze producten en diensten via voorcalculatie op basis van ervaringsgegevens. Daar waar deze laatste ontbreken wordt een risicomarge in de prijs per product/dienst opgenomen. Mocht er desondanks nog sprake zijn van onvoorziene kosten (risico’s) dan dragen de deelnemers naar rato van de afname van het desbetreffend product of dienst bij aan deze onvoorziene kosten. Dit stelt het bij een gemeenschappelijke regeling op te bouwen weerstandsvermogen in een geheel ander daglicht.
De oprichters hebben niet de bedoeling gehad om onvoorziene tekorten te voldoen via een weerstandsvermogen, maar via het bijstorten op basis van de feitelijke afname van producten en diensten. Dit vloeit ook voort uit het feit dat Het Gegevenshuis als een shared service centre functioneert en dat de pakketten van afname van producten en diensten per deelnemer zelf is samen te stellen (behalve de verplichte afname van de BGT). Uiteraard zijn hieraan voorwaarden gekoppeld via de gemeenschappelijke regeling en de dienstverleningsovereenkomsten. Zo komen bijvoorbeeld risico’s voor Het Gegevenshuis bij een afname van producten en diensten te liggen bij de deelnemer die hiertoe besluit. Bovendien zullen alleen structurele verplichtingen worden aangegaan of medewerkers in vast dienstverband worden genomen als hier via een dienstverleningsovereenkomst structurele afname van producten en diensten tegenover staan. Bij incidentele afname van producten en diensten zal er altijd gewerkt worden met huur van applicaties en licenties en inhuur van personeel.
Jaarrekening 2023, versie 2.0
8
Algemene reserve De deelnemers aan Het Gegevenshuis zijn verantwoordelijk voor een eventueel overschot of tekort in een bepaald jaar naar rato van de afname van producten en diensten en de daaraan gekoppelde bijdrage. Daar waar sprake is van een reserve is dit een door het Algemeen Bestuur gelabelde reserve (bestemde reserve), maar géén algemene reserve. In de eerder aangegeven systematiek is hier ook geen noodzaak voor. Reserve ICT-investeringen De reserve ICT-voorziening is ooit gevormd bij de overgang van Parkstad naar Het Gegevenshuis en was bedoeld voor het kunnen voldoen van de kosten van rente en afschrijving van de landmeetapparatuur en software. Als er nieuwe software of apparatuur werd aangeschaft, meestal samenhangende met de invoering van nieuwe producten of diensten of uitbreiding daarvan, werden de incidentele kosten voor aanschaf incidenteel bij de afnemers in rekening gebracht en deze gestort in de reserve ICT-investeringen zodat vanuit die reserve in meerjarenperspectief de rente en afschrijving kon worden voldaan. In 2018 heeft het Algemeen Bestuur bij de bijgestelde begroting besloten dat in 2018 de laatste storting in de ICT-reserve zal plaatsvinden. Deze reserve zal daarna worden afgebouwd en de kosten die samenhangen met software en apparatuur zullen dan direct ten laste worden gelegd van producten en diensten.
Bestemmingsreserve Migratie/implementatie ICT Van het batig saldo bij de jaarrekening 2022 heeft het algemeen bestuur besloten om € 169.000 te bestemmen voor het uitvoeren van een aanbesteding en het realiseren van een overgang voor de ICTdienstverlening van Parkstad-IT naar een marktpartij. Dit bedrag is bedoeld voor inhuur externe know how voor het opstellen van een programma van eisen, voor de juridisch en inhoudelijke begeleiding van de aanbesteding en voor de migratie van Parkstad-IT naar een marktpartij. Het bedrag is berekend bij een in 2022 uitgevoerde marktconsultatie. Op 7 december 2023 heeft het algemeen bestuur definitief besloten om de bedoelde aanbesteding uit te voeren. Deze staat nu gepland voor 2024 en voor de migratie tot maximaal 1 oktober 2025. Dit betekent dat deze bestemmingsreserve in 2024 en 2025 zal worden aangewend.
1.3 Indicatoren Aan de hand van de volgende indicatoren kan een beeld gegeven worden van de financiële positie van de gemeenschappelijke regeling Het Gegevenshuis. De solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio betreft de verhouding tussen het eigen vermogen en het totaal vermogen op de balans. Op basis van de solvabiliteit kan worden beoordeeld of de organisatie in staat is om op korte en lange termijn te voldoen aan haar betalingsverplichtingen.
Solvabiliteitsratio Eigen vermogen Totaal vermogen Solvabiliteitsratio
Solvabiliteitsratio
Jaarrekening 2023, versie 2.0
(A) (B) (A/B)
€ €
0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70%
01-01-2023
31-12-2023
315.630,66 € 1.376.603,84 € 22,93%
376.281,49 779.498,97 48,27%
80%
90%
100%
9
De netto schuldquote (NSQ) Een goed aanvullende indicator om de hoogte van de schulden van een organisatie te beoordelen is de netto schuld als aandeel van de inkomsten (netto schuldquote). De netto schuld betreft de totale schuld met in mindering de omvang van de geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet t.b.v. de publieke zaak. Omdat dit per organisatie sterk kan verschillen is het raadzaam de netto schuld te gebruiken. De hoogte van de inkomsten bepaalt in belangrijke mate hoeveel schulden een organisatie kan dragen. Hoe hoger het inkomen des te meer schuld een organisatie kan aangaan. Dit kengetal uitgedrukt in procenten wordt de netto schuldquote genoemd.
Schuldratio Schulden:
Vorderingen:
01-01-2023 Langlopende schulden Vlottende passiva Overlopende passiva Vorderingen Liquide middelen Overlopende activa
Schulden -/- vorderingen Inkomsten voor bestemming reserves
(A) (B)
Netto schuldquote
(A/B)
€ € € € € € € €
520.989,30 539.983,88 -357.669,86 - 967.665,30 -31.293,68 -295.655,66 4.336.191,14
-6,82%
31-12-2023 € € € € € € € €
329.433,84 73.783,64 -360.640,04 -386.301,02 -22.570,41 -366.293,99 4.699.487,12
-7,79%
Voor een organisatie geldt dat het licht op rood springt als de netto schuldquote boven de 110% uitkomt. Er is dan sprake van een zeer hoge schuld. Al bij een netto schuldquote boven de 100% springt het licht voor een organisatie op oranje. Er blijft dan weinig leencapaciteit over om de gevolgen van financiële tegenvallers door bijvoorbeeld een economische recessie op te vangen. Normaal bevindt de netto schuldquote van een organisatie zich ergens tussen de 0% en 100%.
De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte geldleningen (NSQ) Omdat Het Gegevenshuis géén leningen verstrekt, is een gecorrigeerde netto schuldquote niet aan de orde. Grondexploitatie Het Gegevenshuis exploiteert noch bouwgrond, noch grond op industrieterreinen. De indicator “grondexploitatie” kan daarom ook niet verstrekt worden. Structurele exploitatieruimte Het financiële kengetal structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de (structurele) vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft het ook aan of een organisatie in staat is om structurele tegenvallers op te vangen, dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Voor Het Gegevenshuis dat begroot op basis van de overeengekomen dienstverleningsovereenkomsten, is dit lastig om in deze definitie te vatten.
Jaarrekening 2023, versie 2.0
10
De vaststelling van het kengetal structurele exploitatieruimte in % gaat als volgt: ((B-A) + (D-C)) / (E)*100% A: structurele lasten (gerealiseerd totaal van lasten); B: structurele baten (gerealiseerd totaal van baten); C: totaal structurele toevoegingen aan de reserves; D: totaal structurele onttrekkingen aan de reserves; E: gerealiseerd totaal van de baten. Vanuit die insteek kan de structurele exploitatieruimte 2023 als volgt worden berekend: ( ( € 4.485.971 - € 4.295.450) + ( € 9.988 - € 0 ) ) / € 4.689.492 * 100% = 4,3% Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. De incidentele lasten en baten in 2023 bestonden uit: Incidentele lasten en baten Lasten Inhuur expertise na-ijlende effecten steenkolenwinning en ondersteuning informatiecentrum na-ijlende effecten steenkolenwinning Afschrijvingen Inhuur productie regulier voor incidentele opdracht Simpelveld Incidentele software lasten Gulpen-Wittem Eenmalige lasten mutatiedetectie Totaal Baten Subsidie Provincie informatiecentrum na-ijlende effecten steenkolenwinning Vergoeding Simpelveld voor incidentele opdracht Overige initiële kosten Gulpen-Wittem Mutatiedetectie eenmalige kosten Totaal Saldo incidentele baten en lasten Aanwenden reserve ICT Structureel en reëel evenwicht
2023 bijgesteld
realisatie
€ 90.366 € 9.988 € 16.302 € 24.562 € 65.594 € 206.812
€ 75.765 € 9.988 € 16.302 € 24.562 € 65.594 € 192.211
€ 90.366 € 16.302 € 24.562 € 65.594 € 196.824 € - 9.998 € 9.998 €0
€ 75.765 € 16.302 € 24.562 € 65.594 € 182.223 € -9.998 € 9.998 €0
De structurele lasten en baten worden berekend door de incidentele lasten en baten van het gerealiseerd totaal van lasten en baten af te halen. Alle toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves vallen onder incidenteel en worden in de berekening voor de structurele exploitatieruimte daarom niet meegenomen. De inhuur expertise naijlende effecten steenkolenwinning is lager uitgevallen dan de bijgestelde begroting. Belastingcapaciteit Op basis van de begroting dragen de deelnemers bij in de kosten van de gemeenschappelijke regeling Het Gegevenshuis. Het Gegevenshuis heft géén belastingen. De indicator “belastingcapaciteit” is dan ook niet van toepassing.
1.4 Onderhoud kapitaalgoederen Het Gegevenshuis heeft bij haar formele start per 1 juli 2015 alle goederen en contracten overgenomen van de GBRD/BAG-Geo. Voor wat betreft het wagenpark betreft het auto’s via een leaseconstructie. In de begroting is voorzien in de kosten voor het onderhoud. De overgenomen (kantoor)inventaris was ook al afgeschreven. Hardware wordt via dienstverleningsovereenkomst afgenomen van Parkstad IT waar een jaarlijkse vergoeding tegenover staat. De te activeren investeringen zijn beperkt tot de landmeetkundige apparatuur en bijbehorende software en alle overige applicaties. Jaarrekening 2023, versie 2.0
11
1.5 Financiering Algemeen De in januari 2001 in werking getreden Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO) verplicht een gemeenschappelijke regeling om een financieringsparagraaf in begroting en jaarrekening op te nemen. Voor Het Gegevenshuis is de financieringssystematiek dat de deelnemers een voorschot per kwartaal betalen, gebaseerd op de totale bijdrage conform begroting/dienst-verleningsovereenkomst. Sinds 2022 werkt Het Gegevenshuis op basis van voorschotnota’s, om zodoende zelf over liquide middelen te beschikken. De hoogte van de voorschotnota’s en de datum van verzending is gericht op het steeds over voldoende liquide middelen te kunnen beschikken. Risicobeheer Met risico’s worden bedoeld renterisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitenrisico’s, koersrisico’s en debiteurenrisico’s. Om het risico in algemene zin in te perken dient de uitvoering van de financieringsfunctie alleen de publieke taak. Het beheersen van risico’s komt tot uitdrukking via het gebruik van de instrumenten kasgeldlimiet en renterisiconorm. Beide instrumenten hebben tot doel het renterisico te begrenzen dat verbonden is aan de financiering door middel van korte en lange schuld. Renterisico op vlottende schuld Om het renterisico op de netto vlottende schuld te beheersen mogen gemeenschappelijke regelingen voor hun financieringsbehoefte niet onbeperkt kort geld aantrekken.
Het aantrekken van kort geld is normaliter goedkoper dan lang geld, maar is ook sterker aan fluctuaties onderhevig. De maximaal toegestane netto vlottende schuld wordt bepaald door de zogenaamde kasgeldlimiet. Onder kasgeldlimiet wordt verstaan het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Voor 2023 bedraagt de kasgeldlimiet voor Het Gegevenshuis: a. Omvang van de programmabegroting per 01-01-2023: € 4.691.017,b. Bij ministeriële regeling vastgesteld percentage: 8,20% Toegestane kasgeldlimiet voor 2023 (a) x (b): € 384.663,Dit bedrag wordt berekend door middel van een door het Ministerie van Financiën vastgesteld percentage van 8,2% te vermenigvuldigen met tot totaal van de jaarbegroting van Het Gegevenshuis bij aanvang van het jaar. Bij overschrijding van deze limiet moet er in langlopende financieringsmiddelen worden voorzien. De kasgeldlimiet wordt aan het begin van het dienstjaar vastgesteld en geldt voor het gehele jaar. De kasgeldlimiet bedroeg de afgelopen jaren: Jaar 2020 2021 2022 2023
Kasgeldlimiet € € € €
340.739 345.867 360.331 384.663
Elk kwartaal toetsen we de werkelijke liquiditeitspositie aan de kasgeldlimiet. Als meer dan twee achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet wordt overschreden, moet de toezichthouder (Provincie) hiervan op de hoogte worden gesteld. Overschrijden we de kasgeldlimiet drie kwartalen op rij dan moeten we via een plan van aanpak aantonen dat we de korte financiering terugbrengen binnen de norm van de kasgeldlimit. Uit dit plan kan blijken dat de overschrijding maar tijdelijk is, zodat we de overschrijding zonder maatregelen kunnen oplossen. Is de overschrijding echter structureel dan zal dit moeten leiden tot het aflossen van kort geld c.q. het consolideren door middel van het aantrekken van vaste geldleningen. De werkelijke ruimte c.q. overschrijding van de kasgeldlimiet in 2023 was als volgt:
Jaarrekening 2023, versie 2.0
12
Jaar
Gemiddelde netto vlottende schuld (- = overschot)
Kasgeldlimiet
Ruimte binnen de kasgeldlimiet (- = overschrijding)
1e kwartaal 2023
€ -907.417
€ 384.663
€ 1.292.080
2e kwartaal 2023
€ -788.851
€ 384.663
€ 1.173.515
3e kwartaal 2023
€ -646.510
€ 384.663
€ 1.031.173
4e kwartaal 2023
€ -474.320
€ 384.663
€
858.983
Uit bovenstaande tabel blijkt dat de gemiddelde netto vlottende schuld alle kwartalen van 2023 binnen de kasgeldlimiet is gebleven. Een minusteken betekent in deze tabel een overschot. Het aantrekken van vaste geldleningen was daarom dan ook niet aan de orde. Renterisico op vaste schuld De renterisiconorm is bestemd om het renterisico op de vaste schuld inzichtelijk te maken. De wettelijk vastgestelde renterisico-norm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Omdat Het Gegevenshuis geen langlopende leningen heeft aangetrokken komt dit risico niet voor. Omslagrente De omslagrente wordt bepaald door de externe rentelasten te delen door het totaal van de activa. Zoals aangegeven heeft Het Gegevenshuis geen externe rentelasten. De berekening van de omslagrente is daarmee niet van toepassing voor Het Gegevenshuis. Kredietrisico's Dit betreft de risico’s op een waardedaling van verstrekte kredieten ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij. Omdat Het Gegevenshuis geen leningen en garanties aan derden verstrekt speelt dit risico niet. Liquiditeitenrisico’s De liquiditeitenrisico's houden verband met mogelijke wijzigingen in de meerjarenliquiditeitenplanning waardoor renteresultaten kunnen afwijken van de verwachtingen.
Omdat in de meerjarenbegroting tegenover iedere afgesproken prestatie ook een afgesproken vergoeding staat blijft het liquiditeitenrisico beperkt tot de extra opdrachten die niet waren voorzien in de begroting. Veelal hebben deze extra opdrachten een geringe financiële omvang. Koers- en valutarisico Koersrisicobeheer is het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkeling. Dit is voor Het Gegevenshuis niet van toepassing. Valutarisicobeheer is het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat op een bepaald moment de waarde van de vreemde valutastromen, uitgedrukt in eigen valuta, afwijkt van hetgeen verwacht werd op het beslismoment. Het Gegevenshuis bezit evenwel geen vreemde valuta, dus dit is voor Het Gegevenshuis niet van toepassing. Debiteurenrisico’s Dit betreft het risico dat we vorderingen op debiteuren niet kunnen innen en dus moeten afboeken. Aangezien Het Gegevenshuis voornamelijk diensten verleent aan gemeenten en andere openbare lichamen is het debiteurenrisico klein. In het geval dat een vordering, ook na aanmaning en ingebrekestelling, niet via het minnelijke traject geïnd wordt, zal een dwanginvorderingstraject opgestart worden. Dit is sinds haar oprichting nog nooit aan de orde geweest.
Kasbeheer / kasgeldlimiet Dit betreft het beheer van saldi en liquiditeiten voor een periode korter dan één jaar. De uitvoering ligt bij de kassier van de gemeente Landgraaf die er onder andere op toe ziet dat de kasgeldlimiet niet wordt overschreden.
Jaarrekening 2023, versie 2.0
13
Als uitgangspunt geldt verder dat zoveel mogelijk het contante geldverkeer wordt beperkt en de elektronische betaalvormen worden gestimuleerd. Voor het beheer van de financiële middelen houdt Het Gegevenshuis een rekening-courant aan bij de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten en de Rabobank. De N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) fungeert als huisbank. Het Gegevenshuis verricht haar betalingsverkeer volledig via elektronisch bankieren bij de BNG. Op basis van de regelgeving rondom het zogenaamde schatkistbankieren werden limieten hoger dan € 250.000,- afgeroomd door de schatkist. Financieringsrisico’s Omdat de deelnemers gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het financiële beleid van Het Gegevenshuis naar rato van de afname van producten en diensten en zich verplicht hebben eventuele tekorten volgens deze verdeelsleutel te dragen, zijn er geen financieringsrisico’s. EMU-saldo Sinds Nederland deel uitmaakt van de Economische en Monetaire Unie (EMU) wordt voor het begrotingssaldo een definitie gebruikt die binnen de gehele EMU hetzelfde is, namelijk het EMU-saldo. Met het EMU-saldo wordt het saldo van inkomsten en uitgaven van de totale overheid bedoeld. In het verdrag van Maastricht is afgesproken dat het EMU-tekort van een land maximaal 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) mag zijn.
Het BBP is de totale (geld-)waarde van alle in een land geproduceerde goederen (en diensten) gedurende een bepaalde periode (meestal een jaar). Actiever sturen op het EMU-saldo Het EMU-saldo is gebaseerd op kasbasis. Omdat de sturing op basis van het baten- en lastenstelsel geschiedt, krijgt het EMU-saldo niet de aandacht in de begrotings- en verantwoordings-cyclus die nodig wordt geacht. Voor gemeenschappelijke regelingen is het van belang te weten of de individuele referentiewaarden van het EMU-saldo die voor de individuele gemeenschappelijke regeling berekend zijn, meerjarig overschreden worden. Omdat het consequenties heeft als de macronorm overschreden wordt, is het voor individuele overheden van belang om meerjarig op de individuele referentiewaarden te sturen. Landelijk is bepaald dat het gezamenlijk aandeel van gemeenten, provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen in het landelijk EMU-tekort (van 3%) maximaal 0,3% van het BBP mag bedragen. Omdat overheden (nog) niet afgerekend worden bij overschrijding de referentiewaarde worden vanaf 2016 geen individuele referentiewaarden per overheidslichaam berekend. Wel is het mogelijk ons EMU-saldo aan de hand van de begroting of jaarrekening te berekenen. Dit kan aan de hand van de zogenaamde EMU-enquête. Omschrijving
+/+ +/+ -/+/+ +/+ +/+ -/+/+ -/+/+ -/-/-
Resultaat van de rekening van baten en lasten Saldo stortingen in reserves Saldo aanwendingen van reserves Saldo afschrijvingen ten laste van de exploitatie Saldo stortingen in voorzieningen Baten en bijdragen die niet in de exploitatie zijn opgenomen Investeringen in vaste activa die worden geactiveerd Desinvesteringen voor zover niet in de exploitatie verantwoord Aankoop/ uitgaven grond en bouwrijp maken, niet in de exploitatie Baten grondexploitatie voor zover niet in de exploitatie verantwoord Lasten die rechtstreeks ten laste van voorzieningen worden gebracht Boekwinst op verkopen effecten voor zover verantwoord in de exploitatie
EMU-saldo (- = tekort, + = overschot)
Werkelijke cijfers 2023 200.509 0 -9.988 9.988 0 0 0 0 0 0 0 0 200.509
Uit de berekening blijkt dat over 2023 sprake is van een overschot op het EMU-saldo.
Jaarrekening 2023, versie 2.0
14
Omschrijving
+/+ Resultaat van de rekening van baten en lasten +/+ Saldo stortingen in reserves -/- Saldo aanwendingen van reserves +/+ Saldo afschrijvingen ten laste van de exploitatie +/+ Saldo stortingen in voorzieningen +/+ Baten en bijdragen die niet in de exploitatie zijn opgenomen -/- Investeringen in vaste activa die worden geactiveerd +/+ Desinvesteringen voor zover niet in de exploitatie verantwoord -/- Aankoop/lasten grond en bouwrijp maken, niet in de exploitatie +/+ Baten grondexploitatie voor zover niet in de exploitatie verantwoord -/- Lasten die rechtstreeks ten laste van voorzieningen worden gebracht -/- Boekwinst op verkopen effecten voor zover verantwoord in de exploitatie EMU-saldo (- = tekort, + = overschot)
2023
2024
2025
2026
200.509 0 0 0 -9.988 -6.772 9.988 9.988 0 0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
200.509
3.216
0
0
In 2024 zit in de reserve ICT € 3.216,- te weinig om de gehele afschrijving van de landmeetapparatuur te dekken. Voor het EMU-saldo betekent dit een overschot in 2024. Alle financiële kengetallen in acht genomen, kunnen we stellen dat de financiële positie van Het Gegevenshuis gezond is.
1.6 Bedrijfsvoering De financiële- en salarisadministratie en het betalingsverkeer zijn uitbesteed aan de gemeente Landgraaf. Hiertoe werden procesafspraken gemaakt met de directie van Het Gegevenshuis. Voor ondersteuning op het gebied van personeel- en organisatie alsmede voor ondersteuning door bedrijfsarts/ARBO wordt gebruik gemaakt van private aanbieders. De dienstverlening op het gebied van ICT/kantoorautomatisering werd afgenomen bij Parkstad IT. Het Gegevenshuis verzorgt zelf het applicatiebeheer van de pakketten die ingezet worden in het primaire proces. Ook de softwarepakketten voor managementinformatie, postregistratie, tijd- en verlofregistratie worden zelf beheerd. Op het gebied van huisvesting en facilitaire ondersteuning is een overeenkomst tussen de gemeente Landgraaf en Het Gegevenshuis afgesloten. In de totale bedrijfsvoering van Het Gegevenshuis zijn voorcalculatiemodellen verder ontwikkeld, werd een uniforme inrichting van een administratie met betrekking tot opdrachten buiten de dienstverleningsovereenkomsten ontwikkeld.
1.7 Verbonden partijen Parkstad-IT is op dit moment een gemeenschappelijke regeling waarbij de gemeente Heerlen de rol van centrumgemeente vervult. In materiële zin is Het Gegevenshuis sinds de oprichting deelnemer in deze gemeenschappelijke regeling. Formele besluitvorming is door allerlei ontwikkelingen steeds vooruitgeschoven. Op het moment dat het AB had besloten tot formele toetreding, bleek Het Gegevenshuis op basis van de regeling Parkstad-IT niet te kunnen toetreden. Dit en gelet op de ontwikkelingen binnen Parkstad-IT om toe te groeien naar een nieuwe gemeenschappelijke regeling met een nieuwe koers, was voor het AB aanleiding om een marktconsultatie te laten uitvoeren.
Jaarrekening 2023, versie 2.0
15
Ook werd er onderzoek gedaan naar de ontvlechtingskosten. Uiteindelijk heeft het AB op 7 december 2023 besloten om de ICT-dienstverlening via PIT te beëindigen per uiterlijk 1-10-2025 en een Europese aanbesteding uit te voeren. De belangrijkste redenen hiervoor zijn: 1. De karakteristieken van Het Gegevenshuis komen korter in de buurt van een ingenieurs- of architectenbureau dan een gemeentelijke organisatie waardoor, gelet op de strategische agenda van Het Gegevenshuis, de ICT-dienstverlening door een marktpartij beter aansluit dan de ICT-dienstverlening door Parkstad-IT. 2. De juridische inbedding en strategie van Parkstad-IT is nog ongewis, waardoor toekomstige risico’s moeilijk te duiden zijn. 3. De enorme stijging van de bijdrage aan PIT voor 2024, onder meer veroorzaakt door een stijging van de storage-kosten en waarbij een grote mate van ongewisheid geldt welke stijgingen in de volgende jaren Het Gegevenshuis kan verwachten. Een en ander verhoogt de financiële prikkel om een aanbesteding te houden.
Naam verbonden partij Parkstad-IT
Bijdrage 2023 € 275.822
Bijdrage 2024 € 452.000
Bijdrage 2025 € 452.000
Bijdrage 2026 -
1.8 Grondbeleid Niet van toepassing.
1.9 Taakstellingen, ombuigingen en/of bezuinigingen Er is geen sprake van taakstellingen, ombuigingen of bezuinigingen. Het Gegevenshuis factureert aan de hand van een voorcalculatie en op basis van productbladen.
1.10 Openbaarheidsparagraaf Per 1 mei 2022 is de Wet Open Overheid (WOO) in werking getreden. Het Gegevenshuis werkt aan de actieve openbaarmakingsplicht. Zo worden onder meer alle stukken van het Algemeen Bestuur openbaar gemaakt door middel van plaatsing op de website en is er een protocol ter uitvoering van de WOO vastgesteld.
Jaarrekening 2023, versie 2.0
16
2.
Jaarrekening
In overeenstemming met de eisen die gesteld worden in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bestaat de jaarrekening uit een balans, het overzicht van baten en lasten en de toelichting daarop en een bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld. De jaarrekening 2023 van Het Gegevenshuis sluit met een positief resultaat van € 200.509,-. Voor alle duidelijkheid dit is inclusief stortingen en onttrekkingen aan de reserves (zie ook 2.4).
2.1 Balans per 31 december 2023 ACTIVA
Saldo Saldo PASSIVA 01.01.2023 31.12.2023
Saldo Saldo 01.01.2023 31.12.2023
Vaste activa
19.975
9.988 Vaste passiva
315.631
376.281
Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut
19.975 19.975
9.988 Eigen vermogen 9.988 Algemene reserve Bestemmingsreserves
315.631 0 16.759
376.281 0 175.772
298.872 0
0 200.509
0
0
1.060.973
403.217
520.989
329.434
520.989
329.434
593.984 0
73.784 0
526.271 13.713
47.448 26.336
1.376.604
779.499
Saldo van baten en lasten 2022 Saldo van baten en lasten 2023 Voorzieningen Vlottende activa
1.356.629
769.511 Vlottende passiva
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
357.670
Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen
357.304 366
Netto vlottende schuld met een 360.640 rentetypische looptijd korter dan één jaar 360.239 401 Overige schulden
Liquide middelen
967.665
386.301
Overlopende activa Nog te ontvangen bijdragen van het Rijk Nog te ontvangen bijdragen van overige overheid Overige overlopende activa
31.294 0
22.570 Overlopende passiva 8.583 Vooruit ontvangen bijdragen van het Rijk Vooruit ontvangen bijdragen van overige 0 overheid 13.988 Overige overlopende passiva
Totaal activa
Jaarrekening 2023, versie 2.0
0 31.294 1.376.604
779.499 Totaal passiva
17
2.2 Exploitatierekening 2023 In totaliteit laat de exploitatie een batig saldo zien van € 200.509,-. 2023 2023 primair bijgesteld
Lasten Het Gegevenshuis 2023
2023 realisatie
Personeel salarissen, opleiding, vervoer, overig Bedrijfsvoering huisvesting, facilities, ICT, bedrijfsvoeringsapplicaties Software licenties en onderhoud applicaties; innovatie Inhuur derden Productie (regulier) Productie (privacy en informatie iso-certificering) (deels incidenteel) Inhuur i.v.m. uitvoering strategische agenda Inhuur trainees en detachering Inhuur expertise na-ijlende effecten steenkolenwinning (incidenteel) Accountant P&O/Boekhouding Archivering Totaal inhuur derden Onvoorzien Afwikkelingsverschillen voorgaande jaren
€ 3.097.535 € 3.196.865 € 2.923.490
Totaal
€ 4.307.380 € 4.691.017 € 4.498.971
€ 547.055
€ 545.637
€ 522.025
€ 371.688
€ 434.256
€ 464.070
€ 45.000
€ 64.037
€ 159.001
€ 8.000 € 37.831 € -
€ 8.000 € 65.520 € 161.602
€ 74.010 € 69.458 € 138.142
€ 80.000 € 16.928 € 57.624 € 9.162 € 254.546 € 36.556 € -
€ 90.366 € 16.928 € 56.315 € 14.935 € 477.703 € 36.556 € -
€ 75.765 € 15.100 € 51.095 € 4.962 € 587.533 € 1.853 € -
Toelichting Lasten Over het geheel genomen zien we dat de lasten € 192.046 lager zijn dan de bijgestelde begroting. Personeel In 2023 heeft voor de omvang van Het Gegevenshuis een forse uitstroom van personeel plaatsgevonden. Een aantal vacatures (3) kon redelijk snel worden ingevuld en een aantal (5) maakt onderdeel uit van een grootschalige wervingscampagne die begin 2024 haar beslag krijgt. In financiële zin betekent dit dat er minder aan salarislasten werd uitgegeven dan begroot (€ 234.174). Daar staat tegenover dat vanuit de flexibele schil meer inhuur derden noodzakelijk was dan begroot. Het realiseren van de overeengekomen dienstverlening met de deelnemers heeft de hoogste prioriteit en als er op enig moment onvoldoende medewerkers zijn in eigen dienst, dan is inhuur noodzakelijk. Salarislasten in verhouding tot inhuur derden
2023 bijgesteld
2023 realisatie
2023 verschil
€ 3.039.085
€ 2.804.911
€ 234.174
Personeel Salarissen Inhuur derden Inhuur
€ 477.703
Aandeel batig saldo 2023 salarislasten minus overschrijding inhuur derden
€ 587.533 - € 109.830 € 124.344
In andere gevallen die niet rechtstreeks de resultaten van de dienstverleningsovereenkomsten raken, wordt steeds een afweging gemaakt of temporiseren van activiteiten verantwoord is teneinde de inhuur zo beperkt mogelijk te houden. Dit is een van de belangrijkste redenen weshalve er minder aan inhuur derden werd uitgegeven dan de niet uitgegeven salarislasten en wat het resultaat van deze jaarrekening voor wat betreft batig saldo fors beïnvloedt. Vacatureruimte heeft niet alleen invloed op de hoogte van de salarissom, het werkt ook door in andere posten, zoals opleidingskosten, vervoerskosten, verstrekkingen in het kader van de werkkostenregeling. In totaal gaat het hierbij om € 39.201 dat minder werd uitgegeven dan begroot. Jaarrekening 2023, versie 2.0
18
Dat aan salarislasten minder werd uitgegeven dan begroot, komt voor een deel ook doordat de inzet van medewerkers t.b.v. het informatiecentrum na-ijlende effecten steenkoolwinnen uit de provinciale subsidie kon worden voldaan. Ondersteuning bedrijfsvoering Op de verschillende onderdelen bij deze post die door de gemeente Landgraaf en Parkstad-IT worden geleverd, zoals huur, facilities en ICT zien we dat begroting en realisatie redelijk in evenwicht zijn. Het positief resultaat ad € 23.612 wordt vooral veroorzaakt doordat er minder aan eigen ICT randapparatuur en vooral eigen facilitaire voorzieningen werd uitgegeven. In afwachting van een onderzoek naar het huisvestings-/werkplekconcept werd de aanschaf van nieuwe voorzieningen zoveel mogelijk uitgesteld. Software en innovatie De lasten van software en innovatie liggen € 29.814 hoger dan de bijgestelde begroting. Voor een klein gedeelte wordt dit veroorzaakt doordat meer ondersteuning van de leveranciers nodig was wegens het tekort aan eigen personeel. Voor een belangrijk gedeelte komt dit doordat meer licenties nodig waren voor bepaalde software (m.n. FME) door een grotere toepassing in de reguliere werkzaamheden en daarnaast door tegelijk te kunnen beschikken over licenties voor projecten, zoals mutatiedetectie. Inhuur derden De post inhuur derden is met € 109.830,- overschreden.
Zoals reeds onder de post personeel werd toegelicht komt deze overschrijding door de inzet van trainees en door detacheringen van medewerkers van deelnemers. In het cluster datamanagement werd expertise ingehuurd. In totaal is deze overschrijding fors minder dan het overschot op de post personeel. De hogere uitgaven voor inhuur productie regulier, hangt een op een samen met de inhuur van medewerkers uit de flexibele schil bij bedrijven. Onder de post inhuur productie (privacy en informatie, iso-certificering) vallen behalve de tussen haakjes genoemde onderdelen alle inhuur die in het kader van de bedrijfsvoering nodig zijn en niet tot het primaire proces behoren. In eerdere jaren was dit niet aan de orde, maar in 2023 gaat het om de inzet van externen voor de begeleiding van het traject wijziging gemeenschappelijke regeling, voor het in kaart brengen van de ontvlechtingskosten bij Parkstad-IT, voor werkzaamheden bij datamanagement en voor een juridisch advies bij een geschil over een transitievergoeding. Voor een gedeelte heeft dit ook te maken met vacatureruimte, voor een gedeelte betreft dit ook specialistische know how die niet bij het management en het bedrijfsbureau voorhanden is. De inhuur in verband met de uitvoering van de strategische agenda loopt redelijk in de pas met de begroting.
Aan inhuur voor trainees en detachering werd minder uitgegeven dan begroot door een voortijdige beëindiging van een traineeship. De post inhuur expertise-na-ijlende effecten steenkolenwinning geeft op zich een vertekend beeld. Het gaat deels om inhuur van externe expertise en deels om kosten die Het Gegevenshuis maakt op het gebied van software, inzet eigen personeel, beschikbaarstelling van faciliteiten. Deze kosten worden volledig voldaan uit provinciale subsidies die voor een periode van vier jaar zijn verstrekt (tot 1-9-2023) en inmiddels met twee jaar zijn verlengd (tot 1-9-2025). Dat betekent dat de inkomsten en uitgaven niet gelijk lopen met het kalenderjaar. De post Accountant is redelijk in overeenstemming met de begroting. De post P&O/Boekhouding loopt in de pas met de begroting. Daarnaast werd nauwelijks een P-adviseur ingehuurd doordat deze taken met name door MT-leden werden uitgevoerd. Tenslotte zien we minder uitgaven dan begroot op de post archivering (ca. € 10.000). Dit is een typisch voorbeeld van geplande activiteiten die getemporiseerd werden wegens vacatureruimte en waardoor geplande activiteiten niet werden uitgevoerd. Onvoorzien De aanwending van deze post was nagenoeg niet aan de orde. De geboekte lasten hebben te maken met de voorschottenkas voor kleinere uitgaven.
Jaarrekening 2023, versie 2.0
19
Baten Baten Bijdrage Beekdaelen Bijdrage Brunssum Bijdrage Eijsden-Margraten Bijdrage Gulpen-Wittem Bijdrage Heerlen Bijdrage Kerkrade Bijdrage Landgraaf Bijdrage Simpelveld Bijdrage Sittard-Geleen Bijdrage Vaals Bijdrage Voerendaal Bijdrage Waterschap* Bijdrage deelnemers ad hoc opdrachten Totaal bijdrage deelnemers Bijdragen derden Renteopbrengst schatkistbankieren Mutatie reserve Subsidie Provincie informatiecentrum na-ijlende effecten steenkolenwinning Baten totaal
€ € € € € € € € € € € € € € €
2023 primair 450.788 138.733 268.544 1.325.537 150.280 251.884 141.911 940.604 121.382 173.664 117.243 96.710 4.177.280 40.111
€ € € € € € € € € € € € € € €
2023 bijgesteld 475.940 147.860 290.638 197.940 1.333.690 153.285 270.690 156.705 988.589 130.553 188.340 119.588 96.710 4.550.528 40.136
€ € € € € € € € € € € € € € € € €
2023 realisatie 475.940 147.860 290.638 184.683 1.276.007 153.285 270.690 156.705 988.589 130.553 188.340 119.589 146.970 4.529.849 47.516 31.127 9.988
€ €
80.000 4.297.391
€ €
90.366 € 4.681.029 €
81.000 4.699.480
* Bij het Waterschap Limburg geldt een bedrag inclusief btw van € 121.116,- in de primaire begroting en een bedrag inclusief btw van € 123.979,- in de bijgestelde begroting en de realisatie.
Lasten totaal Baten totaal Totaal Aanwenden reserve ICT Gerealiseerd resultaat
€ € € € €
Begroting 2023 4.307.380 4.297.391 -9.998 9.998 -
Bijgestelde begroting 2023 € 4.691.017 € 4.681.029 € -9.998 € 9.998 € -
Realisatie € € € € €
4.498.971 4.699.480 200.509 200.509
Toelichting Bijdragen deelnemers In de bijdrage van de deelnemers zien we in totaal drie afwijkingen in de realisatie ten opzichte van de begroting. Bij Gulpen is de realisatie lager omdat we bij de bijgestelde begroting uitgingen van het feit dat het product riool zou worden afgenomen in de loop van 2023. Door diverse omstandigheden bleek dit echter niet realiseerbaar, waardoor de bijdrage op dit onderdeel werd verminderd. Bij Heerlen is de realisatie lager omdat de doorbelasting van software (€ 49.477) die enkel voor Heerlen wordt gebruikt in tegenstelling tot de bijgestelde begroting niet in de deelnemersbijdrage is meegenomen, maar apart is gedeclareerd. Dit verklaart meteen de afwijking van de bijdrage van deelnemers voor ad hoc opdrachten, omdat op deze post de doorbelasting van de software voor Heerlen is meegenomen en daardoor ruim € 50.000,hoger is dan begroot. Deze extra (ad hoc) opdrachten hebben te maken met landmeten, met huisaansluitingen riool en advisering naar aanleiding van rioolinspecties. Daarnaast betreft het de doorbelasting van facturen van het Kadaster aan de deelnemers die deze bevragingen afnemen.
Jaarrekening 2023, versie 2.0
20
Onderstaand het overzicht van de ad hoc opdrachten door de deelnemers. In de bijlage is dit op productniveau uitgewerkt. Bijdrage deelnemers ad hoc
2023 realisatie € € € € € € € € € € €
Bijdrage Beekdaelen (ad hoc) Bijdrage Brunssum (ad hoc) Bijdrage Eijsden-Margraten (ad hoc) Bijdrage Heerlen (ad hoc) Bijdrage Kerkrade (ad hoc) Bijdrage Landgraaf (ad hoc) Bijdrage Simpelveld (ad hoc) Bijdrage Sittard-Geleen (ad hoc) Bijdrage Vaals (ad hoc) Bijdrage Voerendaal (ad hoc) Baten totaal
16.011 23.009 5.066 60.654 607 1.560 4.244 16.790 14.548 4.481 146.970
De bijdrage deelnemers ad hoc opdrachten is hoger dan begroot. Dit heeft te maken met extra opdrachten boven op de dienstverleningsovereenkomsten. Een totaaloverzicht ‘realisatie per product’ per deelnemer en van de ad hoc opdrachten is als bijlage A en B toegevoegd. Onderstaand is het totaaloverzicht van de ad hoc opdrachten per deelnemer opgenomen. Bijdrage derden Brandweer Parkstad Mijnwater BSGW Gemeente Sittard-Geleen Overige opdrachtgevers Totaal bijdrage derden
2023 primair € € € € € € €
3.211 1.589 2.530 17.739 15.042 40.111
2023 bijgesteld € € € € € € €
3.211 1.589 2.530 17.739 15.067 40.136
2023 realisatie € € € € € € €
3.337 6.076 2.628 19.166 7.678 8.631 47.516
Bijdragen derden Vooral bij Parkstad Limburg zijn veel meer opdrachten gerealiseerd. De bijdrage van gemeente SittardGeleen betreft geen dienstverlening, maar heeft te maken met afspraken met voormalig personeel. Renteopbrengst schatkistbankieren Bij het schatkistbankieren werden renteopbrengsten gerealiseerd ad € 31.127,-. Vanaf de oprichting van Het Gegevenshuis in 2015 was er eerder nooit sprake van renteopbrengsten. Subsidie Provincie informatiecentrum na-ijlende effecten steenkolenwinning Zoals reeds bij de lasten werd opgemerkt, gaat het hierbij om een subsidie die over een periode van vier jaar jaarlijks wordt verstrekt tot 1-9-2023 (en inmiddels is verlengd met een periode van twee jaar, tot 1-9-2025). De jaarschijven lopen dus niet parallel aan de kalenderjaren. De afwijking ten opzichte van de begroting heeft ermee te maken dat voor het oorspronkelijk bedoelde laatste jaar van de subsidietermijn 90% als voorschot wordt uitbetaald. Indien nodig wordt dit tot 100% aangevuld bij de afrekening die dus vanwege de verlenging nog niet aan de orde is. Reserve ICT en bestemmingsreserve Migratie/implementatie ICT Bij de vaststelling van de begroting 2018 heeft het Algemeen Bestuur bepaald dat in 2018 de laatste storting in de reserve ICT zal plaatsvinden.
Het is de bedoeling dat op termijn alle kosten van rente en afschrijvingen direct op de desbetreffende producten drukken en niet meer met een reserve ICT gewerkt wordt. De aanwending van de reserve hangt uiteraard samen met de kosten voor rente en afschrijving van software die hieruit voldaan wordt.
Jaarrekening 2023, versie 2.0
21
Van het batig saldo bij de jaarrekening 2022 heeft het algemeen bestuur besloten om € 169.000 te bestemmen voor het uitvoeren van een aanbesteding en het realiseren van een overgang voor de ICTdienstverlening van Parkstad-IT naar een marktpartij. Dit bedrag is bedoeld voor inhuur externe know how voor het opstellen van een programma van eisen, voor de juridisch en inhoudelijke begeleiding van de aanbesteding en voor de migratie van Parkstad-IT naar een marktpartij. Het bedrag is berekend bij een in 2022 uitgevoerde marktconsultatie. Op 7 december 2023 heeft het algemeen bestuur definitief besloten om de bedoelde aanbesteding uit te voeren. Deze staat nu gepland voor 2024 en voor de migratie tot maximaal 1 oktober 2025. Dit betekent dat deze bestemmingsreserve in 2024 en 2025 zal worden aangewend.
Aanwenden reserve ICT
2023 primair € 9.988
2023 bijgesteld € 9.988
2023 realisatie € 9.988
Totaal
€ 9.988
€ 9.988
€ 9.988
Mutaties reserve
2023 primair
2023 bijgesteld
2023 realisatie
€0
€0
€0
€0
€0
€0
Mutaties reserve
Bestemmingsreserve Migratie/implementatie ICT Totaal
2.2.1 Overzicht van baten en lasten, totaal en verdeeld naar de taakvelden
lasten baten
2023 2023 primair bijgesteld € 4.307.380 € 4.691.017 € € 4.297.391 € 4.681.029 €
2023 realisatie 4.498.971 4.699.480
totaal saldo
€
-9.988
€
-9.988 €
200.509
€
9.988 € - €
Totalen taakvelden
onttrekkingen aan reserves structureel en reëel evenwicht
€
9.988 € - €
200.509
Taakveld 040 Overhead lasten baten
2023 2023 primair bijgesteld € 1.524.176 € 1.190.010 € € 1.524.176 € 1.190.010 €
2023 realisatie 1.141.292 1.194.701
totaal saldo
€
€
€
53.409
onttrekkingen aan reserves structureel en reëel evenwicht
€ €
€ - €
€ - €
53.409
Jaarrekening 2023, versie 2.0
22
Taakveld 210 Verkeer en vervoer (databeheer grijs) lasten baten
€ €
totaal saldo
€
onttrekkingen aan reserves structureel en reëel evenwicht
€ €
2023 primair 125.774 125.774
2023 bijgesteld € 170.987 € 170.987
2023 realisatie € 163.987 € 171.661
€
€
7.674
€ €
7.674
€ €
2023 realisatie 153.488 160.671 7.183
€ €
-
-
Taakveld 570 Openbaar groen (databeheer groen) lasten baten
€ €
totaal saldo
€
€
€
onttrekkingen aan reserves structureel en reëel evenwicht
€
€
€
€
2023 2023 bijgesteld primair 113.472 € 160.040 113.472 € 160.040
€
-
-
2023 primair
Taakveld 720 Riolering (databeheer statische rioolgegevens) lasten baten
€ €
totaal saldo onttrekkingen aan reserves structureel en reëel evenwicht
€
2023 bijgesteld
7.183 2023 realisatie
€ €
584.502 579.508
€ €
560.573 581.792
€
-4.994 €
-4.994
€
21.219
€ €
4.994 € - €
4.994 -
€ €
21.219
€ €
2023 realisatie 1.346.052 1.404.029
442.995 438.001
Taakveld 810 Ruimtelijke ordening (BGT) lasten baten
2023 2023 primair bijgesteld 1.121.532 € 1.403.511 1.116.538 € 1.398.517
€ €
totaal saldo
€
-4.994 €
-4.994
€
57.977
onttrekkingen aan reserves structureel en reëel evenwicht
€ €
4.994 € - €
4.994 -
€ €
57.977
€ €
2023 Realisatie 1.133.579 1.186.627
€
53.048
€
53.048
Taakveld 830 Wonen en bouwen (BAG) lasten baten
€ €
totaal saldo
€
€
onttrekkingen aan reserves structureel en reëel evenwicht
€
- €
Jaarrekening 2023, versie 2.0
2023 2023 primair bijgesteld 979.428 € 1.181.968 979.428 € 1.181.968
-
23
2.3 Waarderingsgrondslagen ACTIVA Materiële vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd op basis van aanschafwaarde of vervaardigingprijs, verminderd met lineaire afschrijvingen. Activa met een verkrijgingprijs of vervaardigingkosten van minder dan € 2.500,- worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen; deze worden altijd geactiveerd, maar dit is bij Het Gegevenshuis niet van toepassing. Afschrijving vindt voor de eerste keer plaats in het jaar volgend op het jaar waarin de investering heeft plaatsgevonden. De materiële vaste activa met een economisch of maatschappelijk nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten, worden lineair afgeschreven in: a. 40 jaar: kantoren en gebouwen; b. 10 jaar: uitbreidingen c.q. verbouwingen aan bestaande panden; c. 10 jaar: technische installaties en apparatuur in bedrijfsgebouwen; d. 10 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen; kantoormeubilair; e. 5 jaar: transportmiddelen, aanhangwagens en personenauto’s; f. 4 jaar: software; automatiseringsapparatuur; telefooninstallaties. Vorderingen De debiteuren worden, onder aftrek van de voorziening wegens oninbaarheid, gewaardeerd tegen nominale waarde. Bij Het Gegevenshuis is geen voorziening wegens oninbaarheid. De debiteuren zijn in hoofdzaak de deelnemende gemeenten en het Waterschap.
Andere debiteuren zijn overheidsorganisaties die geen lid zijn van de GR. Sedert haar oprichting is nimmer sprake geweest van een oninbare vordering. Liquide middelen De liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
PASSIVA Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de algemene- en de bestemmingsreserves, alsmede het nog te bestemmen resultaat. Het nog te bestemmen resultaat over het afgesloten boekjaar wordt afzonderlijk gepresenteerd als onderdeel van de algemene reserve. Na besluitvorming door het Algemeen Bestuur over de resultaatsbestemming wordt de resultaatbestemming verwerkt in het daaropvolgende boekjaar. Vlottende passiva De posten opgenomen onder vlottende passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden vóór het einde van het verslagjaar, worden opgenomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.