7. 24-13 Bijlage 2 Toelichting
Tekst van het document
De wet bepaalt tevens dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor hun eigen bodemarchief. De gemeente is dus het bevoegde gezag indien het gaat om het toetsen van de archeologische onderzoeken en Programma’s van Eisen. Binnen het plangebied vinden beperkt bodemingrepen plaats voor de aanleg van de parkeerplaats, infrastructuur voor de camping en de vloerplaat alsmede de oprichting van gebouwen. Ter plaatse van de nieuwe sanitairruimte is de grond al geroerd (o.a. door de aanwezigheid van de te slopen jongveestal). Dit zal blijken uit het uit te voeren bodemonderzoek. Afhankelijk van de grootte en diepte van de bodemingrepen alsmede de archeologische verwachtingswaarde ter plaatse zal bij de aanvraag omgevingsvergunning bepaald worden óf en waar op het terrein een archeologisch onderzoek voor de omgevingsvergunning dient te worden uitgevoerd. Dit is conform de Regels van onderhavig bestemmingsplan. Vanuit het aspect archeologie zijn er geen verdere belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.
4.7 Flora en Fauna 4.7.1 Gebiedsbescherming De bescherming van de Nederlandse natuurgebieden is geregeld in de Wet Natuurbescherming (Wnb), welke op 1 januari 2017 in werking is getreden. Er geldt een vergunningplicht op grond van artikel 2.7, tweede lid Wnb voor activiteiten die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op soorten waarvoor een gebied is aangewezen (artikel 2.7, tweede lid Wnb). De effecten van stikstof zijn een belangrijk aspect. Met betrekking tot gebiedsbescherming is de situering ten opzichte van beschermde gebieden (Natura2000 gebieden en beschermde natuurmonumenten) van belang. Deze beschermde Natura 2000-gebieden betreffen:
25
-
Het Geleenbeekdal, gelegen ten noordoosten van het initiatief op een afstand van ca. 910 m.; De Kunderberg, gelegen ten noordwesten van het initiatief op een afstand van ca. 805 m; Het Geuldal, gelegen ten zuidwesten van het initiatief op een afstand van ca. 2,65 km.
Beoordeeld moet worden of de wijziging van het bestemmingsplan significante gevolgen heeft voor natuurgebieden die in het kader van de Wet natuurbescherming beschermd moeten worden. Onderhavig bedrijf beschikt over een rechtsgeldige vergunning conform art. 16/19d Natuurbeschermingswet 1998 d.d. 17-11-2016 voor het houden van 62 melkkoeien en 43 stuks jongvee als ook een rechtsgeldige milieumelding d.d. 31-1-1992 voor 62 melkkoeien en 43 stuks jongvee. Aangetoond wordt middels Aeriusberekeningen dat voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase voor de nieuwe situatie per saldo geen sprake is van toename van depositie op enig beschermd Natura 2000-gebied binnen 25 km afstand. Zie bijlage 10. Negatieve effecten ten gevolge van stikstof op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden kunnen op basis van het voorgaande worden uitgesloten, waardoor een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming niet vereist is.
4.7.2 Soortenbescherming De soortenbescherming is in Nederland geregeld in de Wet Natuurbescherming. Deze heeft betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende diersoorten en vaatplanten. Hiervoor geldt een algemene zorgplicht die inhoudt dat schade aan flora en fauna zoveel mogelijk voorkomen dient te worden. De Wet natuurbescherming deelt soorten in drie beschermingsregimes in: ▪ Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). ▪ Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. ▪ Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. De Wet natuurbescherming maakt invulling van de wet door provincies mogelijk, hiertoe kunnen provincies een eigen invulling geven aan de bescherming van soorten. Het plangebied is momenteel in agrarisch gebruik.
Door het jarenlange gebruik van de betrokken locatie voor agrarische doeleinden is de kans op de aanwezigheid van bijzondere planten- en dierensoorten op de locatie zeer beperkt. De plantensoorten op de locatie worden grotendeels door mensen gereguleerd. Voor diersoorten geldt dat er gedurende een lange reeks van jaren een dusdanige verstoring plaatsvond, verkeer en menselijke activiteit, dat de betreffende locatie niet geschikt is als leefgebied. Deze locatie is geen geschikt vestigings- en/of permanent leefgebied voor soorten uit de eerste en tweede categorie. Hooguit zullen een of meer van de algemeen voorkomende beschermde soorten hier bij tijd en wijle verblijven. Op grond van deze inventarisatie gelden er geen belemmeringen voor de plannen op grond van de natuurwaarden.
26
4.8 Landschappelijke inpassing De landschappelijke inpassing van het beoogde initiatief is afgestemd op de kwaliteiten en kenmerken van het landschap in de omgeving van het plangebied. Door Bureau Verbeek is een landschapsplan opgesteld voor het voorliggende plan. Met dit plan wordt voldaan aan de eisen voor kwaliteitsverbetering vanuit de provincie en gemeente.
Afbeelding 11. Uitsnede landschapsplan
Voor het volledige landschapsplan wordt voor de leesbaarheid verwezen naar bijlage 1.
4.9 Water 4.9.1 Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is vanaf 22 december 2000 van kracht. De KRW heeft als doel om te komen tot schone, ecologisch gezonde stroomgebieden, waarin water op een duurzame manier wordt gebruikt. Om dit doel te bereiken is een systematiek opgesteld die alle Europese lidstaten in de nationale wetgeving moeten implementeren en uitvoeren. Per 18 maart 2022 is het Nationaal Waterprogramma 20222027 vastgesteld. Het NWP beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en het beheer van rijkswateren en rijksvaarwegen. Voor het waterbeleid is het NWP een uitwerking van de Nationale Omgevingsvisie. Belangrijke onderdelen van het NWP zijn de Stroomgebiedbeheerplannen, het overstromingsrisicobeheerplan en het Programma Noordzee. De wateropgaven waar Nederland voor staat, de uitdagingen richting de toekomst en de noodzaak van een integrale aanpak vormen de basis voor de 3 hoofdambities van het NWP: • Een veilige en klimaatbestendige delta; • Een concurrerende, duurzame en circulaire delta; 27
•
Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur.
4.9.2
Provinciaal Waterprogramma 2022-2027
Het waterbeleid van de provincie Limburg voor de jaren 2022-2027 is opgenomen in het Provinciaal Waterprogramma 2022-2027, vastgesteld door Provinciale Staten op 17 december 2021. Het Provinciaal Waterprogramma is een uitwerking van de Omgevingsvisie Limburg en bevat de doelstellingen die de provincie Limburg de komende periode met haar partners wil bereiken op het gebied van water. Centraal staat hierbij het realiseren van een duurzaam, robuust en ecologisch gezond watersysteem dat kan omgaan met wateroverlast en droogte en dat voorziet in voldoende water van goede kwaliteit. Concreet betekent dit dat het uitgangspunt is dat verdroging zo veel mogelijk moet worden tegengegaan en dat de waterkwaliteit, met het oog op een duurzaam gebruik in de toekomst, erg belangrijk is. Verder sluit de provincie aan bij het beleid van de Vierde Nota Waterhuishouding om infiltratie van water in de bodem te bevorderen en water meer terug te brengen in stedelijk gebied. Binnen de waterbeheersplannen van Limburg is integraal waterbeheer een belangrijk begrip. Ook hier speelt verdroging en waterkwaliteit een belangrijke rol in het beleidsproces. Ter invulling van (specifiek) ecologische functies stelt het Waterschap onder andere dat, ter voorkoming van verdroging, grondwaterstanden (daar waar dat mogelijk is) verhoogd moeten worden door peilbeheer.
Ook dient het rioleringsbeheer door gemeenten op en aan de aan watergangen en plassen toegekende functies, afgestemd te worden. Naast die ecologische functie dienen er ook mensgerichte hoofdfuncties ten behoeve van industrie of drinkwater ingepast te worden. Tevens dient er plaats te zijn voor mensgerichte nevenfuncties. Voor de onderhavig plangebied kent dit beleid geen specifieke uitgangspunten.
4.9.3. Afvalwater en hemelwater Onderhavige projectontwikkeling is gelegen binnen de gemeente Simpelveld in het beheergebied van Waterschap Limburg. Waterschap Limburg is verantwoordelijk voor de waterhuishouding en waterveiligheid binnen haar beheergebied. Sinds 1 april 2019 is de nieuwe Keur van het Waterschap Limburg van kracht. Op welke wijze omgegaan wordt met het afval- en hemelwater binnen het plangebied wordt hierna uiteengezet. Afvalwater Het afvalwater als gevolg van onderhavige planontwikkeling zal worden geloosd op de gemeentelijke riolering van de gemeente Simpelveld. De huidige locatie is hierop ook aangesloten. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt is het afvoeren van afvalwater via de gemeentelijke riolering vereist en daarmee tevens de beste optie. De bedrijfslocatie is aangesloten op de gemeentelijke riolering gelegen op Huls. Ter hoogte van de bedrijfsontsluiting is aan de Molsberg geen riolering gelegen. Waterschap Limburg heeft verklaard dat de bestaande pompcapaciteit (16 pk) voldoende is voor de afvoer van het grijs/rioolwater, maar dat het reservoir vergroot moet worden. Initiatiefnemer zal ondergronds een betonnen reservoir aanleggen ter grootte van 10 m 3 nabij het te realiseren sanitairgebouw binnen het plangebied. De exacte locatie dient nog te worden vastgesteld en zal onderdeel uitmaken van de aanvraag omgevingsvergunning.
Hemelwater van onverhard en semi-verhard terrein Het hemelwater dat valt op de onverharde en semi-verharde terreindelen binnen het plangebied zal, zo nodig na beperkte oppervlakkige afstroming, rechtstreeks infiltreren in de bodem. Bij de inrichting van het parkeerterrein en het kampeerterrein (zijpaden) worden betonnen grastegels toegepast en voor de hoofdweg op het kampeerterrein als de toerit tot de camping kiezel of betonplaten, welke afwateren op het gras. 28
De inrichting wordt hierdoor structureel toegankelijk voor campers of auto’s met bijbehorende kampeermiddelen, krijgt een groene uitstraling én het hemelwater kan goed infiltreren. Zie ook het Landschapsplan in bijlage 1. Hemelwater (dak)verhardingen Het hemelwater dat valt op de nieuwe (dak)verharding zal worden opgevangen en oppervlakkig worden afgevoerd naar de reeds bestaande hemelwaterbuffer in de huiskavel waardoor het hemelwater kan infiltreren. Voor realisatie hiervan is meer dan voldoende ruimte aanwezig. Bovendien zijn de direct aansluitende gronden (landbouwgrond) in beheer en eigendom van initiatiefnemer. Capaciteit hemelwatervoorziening Bij nieuwbouw op een particulier terrein dient 100% van het verharde (dak)oppervlak te worden verwerkt of te worden gebufferd op het eigen terrein. Om te beoordelen hoe groot de te realiseren hemelwatervoorziening moet zijn, dient op basis van de Keur van het Waterschap Limburg per 1 april 2019 een te realiseren hemelwatervoorziening te worden gedimensioneerd op een extreme bui met een neerslaghoeveelheid van 80 millimeter in 2 uur met een overloop. In de huidige situatie stroomt het hemelwater via de huiskavel naar een bestaande buffer in de huisweide (in eigendom van initiatiefnemers) met een overloop naar de huisweide.
Deze hemelwaterbuffer is al 35 jaar aanwezig, landschappelijk ingepast (bossage) en blijft ook na de realisatie van de camping ongewijzigd zodanig in functie.
Bestaande hemelwaterbuffer in de huiskavel
Afbeelding 12 Hemelwaterbuffer in de huiskavel
Nieuw te verharden oppervlakte: - 215 m2 voor het sanitairgebouw; - 1.380 m² voor de voerplaat en de stal/loods. Totaal 1.595 m2 Anderszins wordt er ook 1.350 m2 aan ruwvoederopslag gesloopt voor de realisatie van het kampeerterrein aan de westzijde van de bedrijfsgebouwen. Per saldo zal 245 m2 aan te verharden oppervlakte worden uitgebreid ofwel extra te bufferen hoeveelheid: 245 x 80 mm =) 19,6 m3. 29
De bestaande buffer in de huiskavel heeft ruim voldoende capaciteit om deze uitbreiding of extra te bufferen hoeveelheid op te vangen. Hierdoor kan het hemelwater infiltreren in de bodem en wordt eventuele wateroverlast in de omgeving en het openbaar gebied voorkomen. Het plan is ter verplichte toetsing voorgelegd aan het Waterschap Limburg en het advies is in bijlage 11 bijgesloten. Opvang schoon hemelwater In de hemelwatervoorziening wordt alleen schoon hemelwater opgevangen, waaraan geen verontreinigende stoffen zijn toegevoegd. Uitloging bij infiltratie wordt voorkomen door alleen schoon hemelwater te infiltreren in de bodem. Door het gebruik van nietuitlogende materialen in de bouw wordt verontreiniging van het hemelwater voorkomen. Conclusie waterhuishouding Rekening houdende met voorgaande aspecten bij de realisatie van het plan vormt het aspect waterhuishouding geen belemmering voor onderhavige planontwikkeling.
4.10 Klimaatadaptatie en na-ijlende effecten steenkoolwinning Klimaatadaptatie Onderhavige locatie is gelegen in het buitengebied van Simpelveld en wordt geheel door graslanden omringd. Het ruimtelijk plan omvat met name de realisatie van een kampeerterrein dat nagenoeg geheel wordt ingezaaid met grassen, waardoor het hemelwater kan infiltreren. Op het parkeerterrein, op de zijpaden als op de camperplekken wordt gebruik gemaakt van grasbetontegels. Ook hier kan het hemelwater infiltreren in de bodem. Bij intense buien stroomt het hemelwater over de weide (met goed doorlatende grond) naar een natuurlijke hemelwaterbuffer die in de huiskavel is gelegen. De nieuwbouw wordt volledig gerealiseerd binnen het vigerend bouwvlak. Daarnaast wordt per saldo het bouwvlak verkleind. Gezien de ligging van de locatie boven op de Molsberg als ook de inrichting van het terrein zal er geen risico op wateroverlast of overstroming van het ruimtelijk plan zijn. Ook droogte zal geen negatief effect hebben. Na-ijlende effecten steenkoolwinning In het kader van de na-ijlende effecten van de steenkoolwinning (artikel 2.16.1 Omgevingsverordening /art. 16.1 Omgevingsvisie) dient bij het bouwen van een nieuw bouwwerk beschreven te worden op welke wijze rekening is gehouden met de na-ijlende effecten van de voormalige steenkoolwinning.
Een deel van het concessiegebied van de Willem-Sophia ligt op het grondgebied van de gemeente Simpelveld. Daarnaast is een klein deel van de concessie Oranje Nassau langs de autoweg (A76) gelegen. Een klein deel van het plangebied, namelijk de oostzijde van het kampeerterrein, ligt hierbinnen. Het overige deel als ook het gehele bouwvlak ligt hier buiten. Er liggen geen mijngangen onder het grondgebied van de gemeente Simpelveld en dus ook niet onder het plangebied. De dichtstbijzijnde mijngang is gelegen op de Beitel op grondgebied van de gemeente Heerlen. Binnen het plangebied zal dan ook geen sprake zijn van na-ijlende effecten van de voormalige steenkoolwinning. 30
4.11 Mobiliteit en parkeren Toetsingskader Op basis van de Wro dient in het kader van een bestemmingsplan de aanvaardbaarheid van het effect van nieuwe ontwikkelingen op de verkeersafwikkeling, bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid te worden onderbouwd. Referentiesituatie Ontsluiting gemotoriseerd verkeer De hoofdstructuur voor het gemotoriseerd verkeer bestaat uit de provinciale weg N281 en de autosnelweg A76 / E314. De N281 is de hoofdontsluiting van het Heuvelland en de gemeente Simpelveld richting Kerkrade/Heerlen. De A76, welke op korte afstand van het projectgebied ligt, verbindt het noorden met de Nederlands‐Duitse grens. De lokale wegen Wijnstraat en Huls zijn belangrijke verbindingswegen binnen de gemeente Simpelveld. Via de Wijnstraat en in het verlengde de Imstenraderweg op Heerlens grondgebied, worden de op- en afritten van de N281 bereikt. De Wijnstraat ligt op ca. 350 m. van het projectgebied en via de noordzijde van de Molsberg wordt het projectgebied ontsloten. Voorts is de Molsberg ten noorden van het projectgebied breed en kan het gemotoriseerd verkeer vlot worden afgewikkeld zonder andere weggebruikers te hinderen. De overige wegen in de omgeving dienen voor de ontsluiting van het lokale verkeer.
Afbeelding 13. Ontsluitingsstructuur Simpelveld
Het projectgebied gelegen in het buitengebied wordt aan de weg Molsberg ontsloten via een oprijlaan (eigen terrein). De bestaande ontsluiting is goed en overzichtelijk. Voor de bereikbaarheid van het plangebied door de vakantiegasten (d.w.z. auto’s met caravans en campers) als ook voor de bevoorrading van het bedrijf worden de gasten
31
gewezen op de ontsluiting via de Wijnstraat, dit om het woongebied Molsberg volledig te ontlasten. Op de website en in de aanreisinformatie zal dit duidelijk worden beschreven. Daarnaast worden de aanrijroutes via Google-maps (N281 resp. A76) nader bekeken. De voorkeur van de ondernemers gaat er naar uit om, indien mogelijk, een adreswijziging van het projectgebied door te voeren naar Peuschkensheide 83-85, zodat de navigatiesystemen het projectgebied vinden via de Wijnstraat. Dit adres had het projectgebied gezien de ligging in het buitengebied in het verleden ook. Ontsluiting langzaam verkeer Het langzaam verkeer maakt veelal gebruik van de weg Molsberg, welke de kern Simpelveld met het buitengebied verbindt. Het projectgebied is aansluitend aan deze weg gelegen. Uit onderstaande afbeelding blijkt dat ook het fietsknooppuntennetwerk via de Molsberg loopt. Dit is ideaal voor de vakantiegasten die per fiets recreëren.
Afbeelding 14. Fietsknooppunten (www.fietseropuit.nl)
Ontsluiting openbaar vervoer Het dichtstbijzijnde station ligt in Kerkrade/Heerlen. Verder loopt er via de Imstenraderweg, de Wijnstraat en Huls een buslijn. Plansituatie Op de locatie Molsberg 83-85 te Simpelveld is een functioneel agrarisch bedrijf met 2 bedrijfswoningen gelegen. De bedrijfsactiviteiten worden ter plaatse uitgebreid met een kampeerterrein met 60 standplaatsen en 2 vakantiewoningen. De nieuwe activiteiten gaan gepaard met verkeers- en parkeereffecten. Alvorens hierop in te gaan, is hierna eerst het initiatief kort toegelicht en aangegeven welke 32
programmatische ontwikkeling wordt voorgestaan. Reeds op deze plek is het van belang erop te wijzen dat voor de berekeningen wordt uitgegaan van een worst-case situatie, waarbij sprake is van een drukke zomerdag waarop voor de verblijfsrecreatieve activiteiten sprake is van een volledige bezetting. Uitgangssituatie De initiatiefnemers willen ter plekke van de locatie Molsberg 83-85 de volgende voorzieningen realiseren: 1. Een kampeerterrein met 60 standplaatsen met ruimte voor het parkeren van de auto’s met ondergeschikte horeca voor de eigen vakantiegasten; 2. Vakantieappartementen (inpandig)– 2 stuks - met in totaal 12 bedden; 3. Een parkeerplaats voor 30 auto’s met slechtweeraccommodatie en terras; 4. Handhaven van de aanwezige agrarische bedrijfsactiviteiten; 5. Handhaven van de 2 bestaande bedrijfswoningen. De nieuwe activiteiten zijn op basis van het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied' niet toegestaan. Daarom wordt de bestemming van het perceel Molsberg 83-85 aangepast. De agrarische bedrijfsbestemming en bijbehorende activiteiten (melkveehouderijbedrijf) worden gehandhaafd en daarnaast wordt ten behoeve van bovenstaande functies c.q. voorzieningen het bestemmingsplan aangepast. Richtlijnen CROW De gemeente Simpelveld is in de systematiek van parkeer- en vervoersberekeningen een ‘niet stedelijke (landelijke) gemeente’.
De locatie is daarbinnen gelegen in de zone ‘buitengebied’. Voor de functies wonen en verblijfsrecreatie wordt aangesloten bij de kencijfers voor een vrijstaande woning, camping (kampeerterrein) en vakantiehuis op een bungalowpark of op een huisjescomplex. De ondergeschikte horeca is enkel bedoeld voor gasten van de camping en vakantieappartementen. Deze functie levert aldus geen extra verkeer aantrekkende werking of parkeerbehoefte op. Voor het agrarische bedrijf zijn geen kencijfers beschikbaar of van toepassing. Parkeren op basis van de richtlijn CROW, normering Onderstaande tabel geeft de parkeernormen per functiecategorie.
Parkeren op basis van de richtlijn CROW, Molsberg 83-85 Vorenstaande normering resulteert in de volgende parkeerbehoefte:
33
Voor de parkeernormen is gerekend met 2 vakantiewoningen, 60 kampeerplekken en 2 bedrijfswoningen. De totale parkeerbehoefte is volgens de richtlijn voor de nieuwe situatie minimaal 80,6 en maximaal 95,8 parkeerplaatsen. Nabij iedere kampeerplek is een parkeerplek aanwezig (60 in totaal) en aan de zuidzijde nabij de oprijlaan en de stallen wordt een parkeerterrein met 30 kampeerplekken ingericht. Daarnaast zijn bij iedere bedrijfswoning nog 3 parkeerplekken (o.a. oprit) aanwezig. Het totale aantal beschikbare parkeerplaatsen is voldoende op basis van de geldende parkeerkencijfers. Alle parkeerplaatsen worden volledig op eigen terrein gerealiseerd. Er worden ook meer dan voldoende fietsparkeervoorzieningen op het eigen terrein gecreëerd. Verkeersbewegingen op basis van de richtlijn CROW, normering Onderstaande tabel geeft de verkeersgeneratie aan per functie categorie.
Verkeersgeneratie op basis van de richtlijn CROW, Molsberg 83-85 Bovengenoemde normering resulteert in de volgende verkeersgeneratie:
Het totale aantal verkeersbewegingen als gevolg van de verblijfsrecreatieve activiteiten en de 2 bedrijfswoningen bedraagt minimaal 47,2 en maximaal 49,2 verkeersbewegingen per gemiddelde weekdag. Dit is exclusief de verkeersbewegingen welke toe te schrijven zijn aan de exploitatie van het agrarische bedrijf ter plaatse. Hierbij wordt opgemerkt dat de verblijfsrecreatie haar volledige bezetting vooral heeft in de zomerperiode en in de weekenden (tijdens het kampeerseizoen). Voor de drukste periode van het jaar is een correctiefactor van 2 voor de verblijfsrecreatieve activiteiten op z’n plaats. Het maximumaantal verkeersbewegingen bedraagt dan 81, waarvan 64 verkeersbewegingen toe te schrijven zijn aan de wijziging/uitbreiding. De gemeente Simpelveld heeft de meest recente verkeerstellinggevens van het traject Molsberg - Wijnstraat beschikbaar gesteld. Op basis van een telling van 2010 uitgevoerd met een tellus, waarbij het verkeer in 2 richtingen is gemeten, rijden er per etmaal ca. 700 motorvoertuigen op het traject Molsberg – Wijnstraat. Bij een toename van 64 verkeersbewegingen is er geen sprake van een onevenredige verkeer aantrekkende werking en ook niet van een verkeersonveilige situatie. De weg Wijnstraat Simpelveld resp. Imstenraderweg Heerlen kunnen de extra verkeersbewegingen goed afwikkelen zonder dat extra voorzieningen noodzakelijk zijn.
34
Locatie specifiek Zoals al eerder aangegeven wil initiatiefnemer de verkeersafwikkeling via de Wijnstraat laten plaatsvinden, waardoor de weg Molsberg en het gehucht Molsberg ontlast worden voor het gemotoriseerde verkeer van en naar de inrichting. Voorgaande kan het beste bewerkstelligd worden als de gemeente Simpelveld medewerking verleent bij het wijzigen van het adres van de inrichting in Peuschkensheide 83-85. Zo niet, dan zullen navigatiesystemen de bezoekers leiden via de Molsberg, hetgeen niet gewenst is. De doorgaande weg ‘Molsberg’ is vrij smal en er worden veel auto’s geparkeerd waardoor deze niet geschikt is als aanrijroute voor het bereiken van de camping. De ondernemers zullen zorgdragen voor een goede wegbewijzering en de bezoekers worden via social media en per email tijdig geïnformeerd over de te volgen aanrijroute. Conclusies - Er wordt in voldoende mate voorzien in de parkeerbehoefte op het eigen erf; - Het goede woon- en leefklimaat blijft als gevolg van het verkeer en parkeren ter plaatse gewaarborgd; - Er is geen sprake van een onevenredige verkeer aantrekkende werking; - Het parkeren en kamperen levert geen belemmeringen op voor andere bedrijven in de directe omgeving of de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden in de directe omgeving; - Het parkeren en kamperen wordt landschappelijk goed ingepast.
- Bezoekers kunnen per fiets gebruik maken van de bestaande knooppuntenroute(s) die het projectgebied passeren en zodoende ook het centrum van Simpelveld bereiken om lokale ondernemers te bezoeken.
35
5 Uitvoerbaarheid en procedure 5.1 Economische haalbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening is daarbij de verplichting ontstaan om, indien er sprake is van een ontwikkeling waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, deze kosten op de initiatiefnemer te verhalen. Voorbeelden hiervan zijn de aanleg van voorzieningen van openbaar nut en de plankosten. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld.
5.1.1. Planschade Artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening biedt de grondslag voor de vergoeding van zogenoemde planschade. Deze schadevergoeding wordt (in beginsel) door het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente toegekend aan degene die als gevolg van een planontwikkeling schade lijdt. Artikel 6.4a Wro bepaalt dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met een initiatiefnemer van een planontwikkeling een overeenkomst te sluiten. De strekking van dergelijke planschadeovereenkomst is dat de door derden geleden schade geheel (of gedeeltelijk) voor rekening komt van de initiatiefnemer, omdat de schade voortvloeit uit het op zijn of haar verzoek ten behoeve van een planontwikkeling wijzigen van het bestemmingsplan of verlenen van een omgevingsvergunning. De gemeente Simpelveld sluit een planschadeverhaalsovereenkomst met de initiatiefnemer. Eventuele tegemoetkomingen in planschade zijn dan ook niet voor rekening van de gemeente Simpelveld.
5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De uitgangspunten voor het beleid, zoals opgenomen in onderhavig bestemmingsplan, zijn terug te vinden in de vigerende bestemmingsplannen Over het beleid is reeds consensus bereikt. Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Simpelveld heeft aangegeven in te kunnen stemmen met de voorgenomen ontwikkelingen. Bij de voorbereiding van een ruimtelijk besluit moeten burgemeester en wethouders overleg plegen met het waterschap, met andere gemeenten van wie de belangen bij het plan betrokken zijn en met de betrokken rijks- en provinciale diensten. Van het vooroverleg kan worden afgezien indien de betrokken diensten aangeven dat overleg niet noodzakelijk is.
5.2.1 Omgevingsdialoog De omgevingsdialoog is erop gericht om in een vroegtijdig stadium (nog voordat het concrete plan vastligt) kennis te nemen van eventuele bezwaren, wensen en belangen van omwonenden zodat deze reacties bij de uitwerking kunnen worden betrokken. De omgeving is daarbij geen vastomlijnd begrip, maar is sterk afhankelijk van de gewenste ontwikkeling en de effecten die daarmee gepaard gaan op de omgeving.
36
In de directe omgeving zijn geen woningen van derden gelegen behoudens de agrarische bedrijfswoningen behorende bij de locatie Peuschkensheiderweg 1-3 te Simpelveld. Initiatiefnemers hebben hun plannen met belanghebbenden besproken. De woningen aan de Molsberg liggen op een afstand van 400 m. en meer van het plangebied. Gelet op de verkeersafwikkeling via de Wijnstraat/Imstenraderweg zal de omgeving van de Molsberg geen directe belanghebbende zijn. Het is wel van groot belang dat de verkeersafwikkeling via de Wijnstraat / Imstenraderweg goed wordt geregeld.
5.3 Procedure Dit bestemmingsplan doorloopt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure die is vastgelegd in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht juncto art. 3.9a Wro. Deze procedure houdt in dat het ontwerp- bestemmingsplan na behandeling door het College van burgemeester en wethouders wordt gepubliceerd en zes weken ter inzage wordt gelegd. Het ontwerp bestemmingsplan zal ook digitaal raadpleegbaar zijn op de site van de gemeente en op www.ruimtelijkeplannen.nl. Belanghebbenden kunnen in die zes weken hun zienswijzen kenbaar maken bij de gemeente. Vervolgens wordt het bestemmingsplan vastgesteld door de gemeenteraad. Daarbij worden eventueel ingediende zienswijzen betrokken. Tegen de vaststelling van een bestemmingsplan staat rechtstreeks beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
5.4 Vooroverleg en inzage Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleggen met het bestuur van de bij het plan betrokken waterschap. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn.
37
6 Juridische planopzet 6.1 Inleiding Onderhavig bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, een verbeelding en regels. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het plan. Dit dient te allen tijde in onderlinge samenhang bezien en toegepast te worden. De toelichting op de regels en de verbeelding is niet juridisch bindend, dit biedt wel inzicht in de belangenafweging die tot de aanwijzing van het bestemmingsplan heeft geleid. Daarnaast draagt de toelichting bij aan de planinterpretatie.
6.2 Toelichting op de verbeelding Op de verbeelding is de bestemming van de gronden gelegen binnen de planlocatie aangegeven. Binnen deze bestemming zijn daarna nadere aanduidingen weergegeven. De juridische betekenis van deze aanduidingen zijn terug te vinden in de regels. Een aantal gegevens hebben juridisch gezien geen betekenis en is alleen op de verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van die kaart (zoals topografische en kadastrale gegevens).
6.3 Toelichting op de regels Bij het opstellen van de planregels is uitgegaan van het rapport Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) en conform de systematiek van het bestemmingsplan buitengebied 2009. De regels zijn verdeeld in 4 hoofdstukken, te weten: Hoofdstuk 1: Inleidende regels met daarin de begrippen en de wijze van meten Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels.; Hoofdstuk 3: Algemene regels, waaronder zijn opgenomen de anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels en algemene afwijkings-, wijzigings- en procedureregels; Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels, waarin het overgangsrecht en de slotregel zijn opgenomen
38
Hoofdstuk 7 Vooroverleg, inspraak en formele procedure 7.1 Inleiding De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerp bestemmingsplan ter visie kan worden gelegd. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan.
7.2 Vooroverleg Artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg plegen andere betrokken overheden en overheidsdiensten (wettelijke adviseurs). Daarbij moet worden gedacht aan naburige gemeenten, het waterschap, en de diensten van het Rijk en de provincie. Overleg met het waterschap is altijd verplicht, terwijl het tot de verantwoordelijkheid van de gemeente behoort om te beoordelen of overleg met de desbetreffende diensten van het Rijk en de provincie nodig is. Artikel 3:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is van overeenkomstige toepassing. De bedoeling van dit vooroverleg is voornamelijk om de opstellers van het plan tijdig de mogelijkheid te geven het plan desgewenst aan opmerkingen van andere overheden aan te passen. In het kader van het vooroverleg zijn reacties ontvangen van Waterschap Limburg en de provincie Limburg, welke zijn opgenomen in bijlage 11 en bijlage 12 bij deze toelichting. De reacties zijn verwerkt in het plan. Daarnaast is advies gevraagd bij de brandweer Zuid-Limburg voor de toets van de externe veiligheidswetgeving. Dit advies is opgenomen in bijlage 6 bij deze toelichting en is verwerkt in het plan.
7.3 Inspraak Middels het publiceren en de terinzagelegging van een bestemmingsplan wordt de mogelijkheid geboden zienswijzen in te dienen of kan een onafhankelijke adviesinstantie advies uitbrengen. Ook is in voornoemd artikel bepaald dat het voornemen tot het voorbereiden van een bestemmingsplan, waarbij geen MER wordt opgesteld, dient te worden gepubliceerd conform artikel 3:12, lid 1 en 2 van de Algemene wet bestuursrecht en langs elektronische weg.
7.4 Formele procedure 7.4.1 Algemeen De wettelijke (formele) bestemmingsplanprocedure, die circa 26 weken in beslag neemt, bestaat uit navolgende stappen: 1. Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan. 2. Ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan met alle bijbehorende stukken gedurende 6 weken. Tevens wordt de bekendmaking toegezonden aan Gedeputeerde Staten, belanghebbenden en betrokken Rijksdiensten. 3. Gedurende de termijn van ter inzage legging kan een ieder zienswijzen naar voren brengen. 4. Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken.
39
5.
6. 7.
Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door ter inzage legging met voorafgaande kennisgeving en toezending van het besluit tot vaststelling aan Gedeputeerde Staten en betrokken Rijksdiensten, Waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien Gedeputeerde Staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, binnen 6 weken na vaststelling. Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden. Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
7.4.2 Zienswijzen Het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan heeft met ingang van ………. 2023 tot en met ……………… 2023 voor zienswijzen ter visie gelegen. Gedurende deze periode is voor een ieder de mogelijkheid geboden een zienswijze in te dienen. Gedurende deze termijn zijn wel/geen zienswijzen ingekomen.
40
Arvalis Roermond Steegstraat 5 6041 EA Roermond +31 (0)475 355 700 info@arvalis.nl
Arvalis Venlo Villafloraweg 1 5928 SZ Venlo +31 (0)478 578 257 info@arvalis.nl
Arvalis Nuth Mauritsstraat 11 6361 AV Nuth +31 (0)43 450 5100 info@arvalis.nl
Arvalis Deurne Heuvelstraat 12 5751 HN Deurne +31 (0)493 242 133 info@arvalis.nl
41