CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

7. 24-03 Bijlage 1 Toelichting en regels bestemmingsplan aanpak plancapaciteit detailhandel

Raadsvergadering 1 februari 2024, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan aanpak plancapaciteit detailhandel11.517 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Supermarkten zijn drijvers  Binnen de dagelijkse goederensector vormen supermarkten een zeer belangrijk aandeel binnen de levensmiddelenbranche, maar ook in de totale detailhandel. 98% van de winkelmeters in de levensmiddelenbranche wordt ingevuld door supermarkten (branche‐informatie Detailhandel.info, 2018).  Uit passantenonderzoek van DTNP (Passantenonderzoek trekkersrol supermarkten onder 3.000 respondenten in 20 dorps‐ en wijkcentra, 2016) wordt geconcludeerd dat supermarkten een cruciale publiekstrekker is voor centrumgebieden. Supermarkten zijn de basis bij het hedendaagse boodschappen doen. Speciaalzaken, en andere winkels, hebben de beste overlevingskansen als ze direct naast een supermarkt zijn gevestigd.

maandag 28 juni 2021

Figuur 2: Voorwaarden combinatiebezoek (bron: DTNP, 2016)

Circa 50% van de consumenten die een supermarkt hebben bezocht, bezoeken ook het omliggende winkelaanbod (bij een afstand van 0 tot 40 meter; figuur 2). Naarmate de afstand toeneemt daalt het aandeel van combinatiebezoek.

Conclusie Als brancheringsbeperkingen worden losgelaten heeft dit direct invloed op concentratie van voorzieningen. In feite kunnen winkels zich dan overal vestigen met negatieve effecten als gevolg:

Kans op combinatiebezoek neemt af, met daarbij een toenemende kans op leegstand. Voor de consument zijn geen centrale concentratiegebieden beschikbaar waar gewinkeld kan worden. Dit is niet alleen inefficiënt, maar is ook negatief voor de sociale ontmoeting en de leefbaarheid. De winkelcentra in buurten- en wijken zullen niet langer een functie kunnen vervullen, waardoor voor veel consumenten de toegang tot winkelaanbod nabij de eigen wo-

12

Bijlage 1 Parkstad, Dienstenrichtlijnonderbouwing vestigingsbeperking detailhandel

ning komt te vervallen. Op sommige locaties zal de fijnmazigheid van de detailhandelsstructuur komen te vervallen, waardoor sprake is van duurzame ontwrichting. De binnenstad, als hart en visitekaartje van de stad, kan niet concurreren tegen goedkope solitaire winkels op bedrijventerreinen en trafficlocaties, vanwege huurprijzen, regelgeving, parkeren, bereikbaarheid, etc. Uitholling van de binnenstad ligt voor de hand en zal resulteren in onaanvaardbare effecten op de leefbaarheid van een stad.

1.4

Belang van dagelijks en modische artikelen voor centra

Beperken van dagelijks en mode en luxe draagt effectief bij aan de vitaliteit van centrumgebieden  Uit algemeen onderzoek blijkt dat specifiek de branches ‘dagelijks’ (waaronder food- en supermarkten) en ‘mode en luxe’ essentieel zijn voor de vitaliteit van een centrumgebied.  Andere indicatoren voor de vitaliteit zijn o.a. de huurprijs van winkelpanden, het aantal passanten, vloerproductiviteit, consumentenwaardering, bezoekduur en bezoekfrequentie, de mate van leegstand en het risico op leegstand.  De functie van een centrumgebied hangt het sterkst samen met de omvang van het verzorgingsgebied. In kleinere plaatsen ligt het aandeel dagelijks aanbod in de centrumgebieden veel hoger dan in grotere plaatsen (zie figuur 3). In de kleinere centra ligt de nadruk dan ook op het boodschappen doen, terwijl in grotere plaatsen de nadruk ligt op recreatief winkelen.  Uit figuur 3 blijkt dat er een lineair verband bestaat als centrumgebieden op de omvang van de inwonersklasse

5

worden gerangschikt van groot naar klein: het percentage dagelijks aanbod stijgt en het percentage Mode & Luxe daalt.

Figuur 3: Verband aanbod en omvang kern (Locatus)

1.5

Effecten loslaten brancheringbeperkingen op basis van koopstromenonderzoek

Inleiding  In Nederland zijn weinig bruikbare voorbeelden te noemen van casussen waar op basis van koopstroomgegevens aangetoond kan worden dat branchebeperkingen of brancheverruimingen in de periferie hebben geleid tot een afname van de oriëntatie op de binnenstad/centrum.  Dit heeft te maken met het feit dat in Nederland in beginsel overal voorzichtig wordt omgegaan met de branchering in de periferie ten behoeve van de reguliere centra.

Daarnaast zijn niet overal koopstromen en/of de ontwikkeling daarvan gemeten. De schaarse voorbeelden die beschikbaar zijn, en gebruikt zijn in de casus Heuts Maastricht, zullen wij hierna bespreken. Voorbeeld Almelo en Hengelo Almelo en Hengelo zijn voorbeelden van steden waar de binnensteden aantoonbaar effecten hebben ondervonden van brancheverruimingen in de periferie5. In het Koopstromenonderzoek Oost-Nederland is het marktaandeel (op basis van koopstromen) van de binnenstad in 2010 vergeleken met 2015 en 2019. Hieruit blijkt voor Almelo en Hengelo het volgende:  In Almelo is met marktaandeel van het centrum tussen 2010 en 2015 afgenomen van 45% naar 42% in de nietdagelijkse sector. Anno 2019 ligt dit aandeel op 41,5% nog iets lager. Deze afname kan direct worden verklaard door de toename van het marktaandeel van de verspreide bewinkeling (overig Almelo) van 14% naar 18%. Ook in algemene zin is de koopkrachtbinding op het centrum van Almelo afgenomen (exclusief internet).  In Hengelo is het marktaandeel van het centrum tussen 2010 en 2015 afgenomen van 32% naar 26% in de nietdagelijkse sector. Anno 2019 ligt dit aandeel nog op slechts 19%. Ook deze afname kan volledig verklaard worden door een toename van marktoriëntatie op Plein Westermaat (PDV-locatie) en de verspreide bewinkeling.

 Ter illustratie: in Enschede is het marktaandeel van het niet-dagelijkse winkelaanbod in het centrum tussen 2010 en 2015 toegenomen van 53% naar 56%. Anno 2019 bedraagt het marktaandeel in de niet-dagelijkse sector 57%. Het marktaandeel van de belangrijkste PDV-locatie (Schuttersveld) is juist fors afgenomen. Enschede voert al jaren relatief restrictief beleid ten aanzien van de branchering in de periferie.

Bron: I&O Research (2015, 2019), Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2015, 2019.

maandag 28 juni 2021

13

Bijlage 1 Parkstad, Dienstenrichtlijnonderbouwing vestigingsbeperking detailhandel

1.6

Op basis van trends en ontwikkelingen ten aanzien van een afnemende vraag aan winkelruimte, kan de leegstand in deze steden niet eenvoudig meer worden ingevuld, wat onaanvaardbare leegstandseffecten veroorzaakt en op termijn negatieve effecten veroorzaakt op de leefbaarheid en verzorgingsstructuur.

Effectiviteit op basis van voorbeelden uit het buitenland

België  België voert in tegenstelling tot Nederland veel minder streng detailhandelsbeleid ten aanzien van vestiging buiten de centra en branchebeperkingen. Goede voorbeelden zijn de ‘baanwinkels’ en shoppingcenters net buiten de binnensteden (vaak aan ringwegen).  Het soepele detailhandelsbeleid van Belgische overheden heeft ertoe geleid dat de leegstand in de binnensteden/centra (veel) hoger is dan in Nederland en bovendien al jaren sterk toeneemt.  Op basis van Locatus (2017), blijkt deze leegstand ook vooral hardnekkig te zijn in de hoofdwinkelgebieden en de kernverzorgende centra met 17% en 15%. Dit betekent dat ongeveer 1 op de 6 winkelpanden in deze centra leegstaat. De leegstand in Belgische hoofdcentra ligt daardoor veel hoger dan het landelijk Nederlandse gemiddelde (7% à 8% in Nederland). In de grootschalige concentraties en solitaire winkelpanden in België is de leegstand ‘slechts’ rond de 6% à 7%. Inmiddels is in België de urgentie van branchebeperking doorgedrongen, aangezien de effecten van de leegstand onaanvaardbaar zijn voor de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van de centra. Navolgend zijn enkele passages ter onderbouwing van het bovenstaande uiteengezet:

maandag 28 juni 2021

“Uit de ruimtelijke spreiding van de winkels blijkt dat het Vlaams Gewest gekenmerkt wordt door een sterke verspreide bewinkeling. Slechts 28 % van de totale winkeloppervlakte is gesitueerd in het centrale winkelgebied. 44 % is verspreide bewinkeling. [...] Zo nam het aanbod in de periferie toe met 1,5 miljoen vierkante meter, in tegenstelling tot een afname van maar liefst 114.000 vierkante meter in de kernen. Daarbij komt nog dat het effectieve gebruik van de panden daalde met 6,8 procent en dat de winkelleegstand steeg van 4,9 tot 7,2 procent.” (Unizo 2014). "De toenemende leegstand in onze centra is vooral het gevolg van steeds meer shoppingcenters en baanwinkels buiten de kern en te weinig investeringen in de aantrekkelijkheid van de kern zelf. Als dit zo blijft voortduren, dan tekenen we voor de ondergang van onze gezellige winkelkernen in het hart van een stad of gemeente. Voorbeelden van dergelijke steden zijn er jammer genoeg meer en meer.” (Unizo 2015). “In theorie is het een prioriteit voor alle overheden in ons land. In de praktijk blijven de 'baanwinkels' en shoppingcentra buiten de steden terrein winnen.” (Knack 2017).

“Zo zit Frankrijk met de hypermarchés in zijn maag, die vanuit het stadscentrum naar de rand van de stad zijn verhuisd en die de binnensteden hebben leeggetrokken.” (Retailtrends 2018).

Conclusie  Het bovenstaande toont op basis van ‘specifieke gegevens’ aan dat het loslaten van brancheringsbelemmeringen wel degelijk zal leiden tot onaanvaardbare leegstandseffecten in binnensteden/centra. Uit leegstandcijfers in onder andere België en Frankrijk blijkt dit.

Frankrijk Net als in België wordt een vergelijkbare urgentie uitgesproken over de situatie in Frankrijk:  “Afgelopen januari luidde de Franse detailhandelsfederatie Procos, die 260 bekende Franse winkelmerken verenigt, de noodklok: opnieuw was de leegstand verder opgelopen. Stond in 2001 nog 6,3 procent van de winkels in de Franse binnensteden leeg, in 2014 was dat 8,5 procent. Dat komt niet zozeer door failliete ketens, zoals in Nederland, maar door kleine middenstanders die uit de markt geprijsd worden door internethandel en de steeds grotere centre commerciaux aan de rand van de stad.” (NRC 2016).

14

Bijlage 2

Specifieke analyses

Bijlage 2 Parkstad, Dienstenrichtlijnonderbouwing vestigingsbeperking detailhandel

2

Specifieke analyses

2.1

Inleiding

In deze bijlage zijn in aanvulling op de hoofdtekst enkele specifieke analyses uitgevoerd in het kader van de noodzakelijkheid en evenredigheid.

2.2

Specifieke analyses Parkstad

Locatus: Parkstad niet bijzonder of afwijkend  In tabel 2 is het winkelaanbod in de regio Parkstad vergeleken met het landelijke gemiddelde op basis van inwoneraantal.  Uit de tabel blijkt dat de winkelstructuur in Parkstad niet bijzonder of afwijkend is t.o.v. landelijke gemiddelden. De waarden in Parkstad liggen rond de landelijke gemiddelden. Het aantal dagelijkse als niet-dagelijkse winkels ligt net onder het landelijke gemiddelde en het aantal WVO per winkel ligt boven het gemiddelde. Effectiviteit van brede pakket  Uit voorliggende rapportage blijkt de gemeenten in Parkstad Limburg zowel inzetten op harde als zachte maatregelen ten behoeve van de algemene doelen.  Uit figuur 4 blijkt dat het winkelaanbod in Parkstad afneemt. Dit betekent echter niet dat de regelingen niet effectief zijn. De krimp is namelijk een landelijke trend, die buiten de invloedsfeer van de gemeente ligt. De druk op de winkelcentra benadrukt juist het belang van deze harde en zachte regelingen.  Voor Parkstad geldt bovendien specifiek dat de afname van het winkelaanbod en toename van de leegstand al langer bovengemiddeld doorzet. Dit heeft enerzijds te

6

maken met de bevolkingskrimp in de regio (afname bestedingspotentieel), maar ook het van oudsher relatief ruimte niet-dagelijkse winkelaanbod. Dit laatste vindt zijn oorsprong in het feit dat de Parkstadregio decennia terug zeer welvarend was vanwege de mijnbouw. De afgelopen jaren is de verhouding tussen het aantal winkels6 dat binnen en buiten de structuur is gevestigd ongeveer gelijk gebleven. Het is aannemelijk dat zonder regelingen, er steeds meer winkels in de periferie zouden vestigen (zie par 2.3 van deze bijlage). Daarmee is aangetoond dat het brede pakket aantoonbaar effectief is. Figuur 4: Ontwikkeling aanbod en leegstand (panden) in Parkstad

Locatus: krimp voorzieningenaanbod Parkstad  Uit figuur 4 blijkt dat over de hele linie het voorzieningenaanbod is gekrompen en vooral in de niet-dagelijkse winkelsector.  Tegelijkertijd neemt de leegstand toe.  Per saldo is sprake van een afname van het voorzieningenaanbod. Dit heeft directe negatieve gevolgen voor de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van de regio.  Deze krimp is een landelijke trend (veranderend consumentengedrag) en wordt door de coronacrisis versneld, waardoor de centra meer onder druk staan.

Tabel 2: Winkelaanbod Parkstad t.o.v. het landelijke gemiddelde Per 1.000 inwoners

Parkstad

Landelijk gemiddelde

Aantal winkels dagelijks

0,14

0,15

Winkelmetrages dagelijks

38,69

37,39

Aantal Winkels niet-dagelijks

0,31

0,35

Winkelmetrages niet-dagelijks

134,96

120,88

Dagelijks en mode en luxe

maandag 28 juni 2021

16

2 Specifieke analyses Parkstad, Dienstenrichtlijnonderbouwing vestigingsbeperking detailhandel

Hoofdvestiging Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 Vestiging Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 Vestiging Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen

www.bro.nl | info@bro.nl

maandag 28 juni 2021

T +31 (0)77 373 06 01

17

Bijlage 2 Nota van ,nspraak

Nota van Inspraak Naam: Adres

Samenvatting: Inspreker heeft zijn toekomstvisie voor de renovatie, revitalisering en verduurzaming van zijn gebouwen aan de Waalbroek 3 te Simpelveld eerder al op hoofdlijnen uitgewerkt en aan de gemeente gepresenteerd. De gemeente heeft in de mondelinge overleggen positief gereageerd op het voornemen van inspreker. Inspreker wenst niettemin als volgt te reageren op het voorontwerp (facet)Bestemmingsplan “Aanpak plancapaciteit detailhandel”: 1. Inspreker verzoekt om voor het terrein Waalbroek 3 te Simpelveld ondergeschikte productgebonden detailhandel rechtstreeks te bestemmen en niet te reguleren via een binnenplanse afwijking. 2. Inspreker is verder van mening dat de beleidsbepalingen geen betrekking hebben op het aanbieden van tijdelijke en/of wisselende ruimte, als deze ruimte is bestemd voor de opslag van goederen die elders of via internet worden verkocht. Inspreker verzoekt dan ook om de begripsbepalingen en/of de planregels in vorenstaande zin aan te passen, zodat het aanbieden van tijdelijke en/of wisselende ruimte aan ondernemers die hun goederen opslaan aan de Waalbroek 3 te Simpelveld doch elders of via internet verkopen niet onmogelijk wordt gemaakt. Gemeentelijke reactie en conclusie: 1. Met dit (voorontwerp) facetbestemmingsplan wordt detailhandel op bedrijventerreinen tegengegaan door het schrappen van niet ingevulde detailhandelsmogelijkheden, e.e.a.

in lijn met structuurvisies op provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Hiermee wordt onbenutte plancapaciteit teruggedrongen, hetgeen bijdraagt aan een effectief winkelconcentratiebeleid in de stads- en dorpscentra. Uitzonderingen zijn gemaakt voor ondergeschikte productiegebonden detailhandel, welke vorm van detailhandel via een binnenplanse afwijking wordt gereguleerd en detailhandel in volumineuze goederen, welke vorm van detailhandel rechtstreeks is toegestaan. Het rechtstreeks bestemmen van ondergeschikte detailhandel past niet binnen de beleidsdoelstelling en de gekozen planopzet en zou specifiek voor de locatie van inspreker voorts vooruitlopen op een integraal te maken afweging over het nog door inspreker concreet uit te werken plan. Voor zover hier opportuun te vermelden, zien wij voor de door inspreker eerder aan de gemeente op globaal niveau toegelichte planvorming in beginsel best mogelijkheden, ook wanneer straks een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid van toepassing zou zijn. 2. Ons inziens vormen definities en planregels in het voorontwerp-facetbestemmingsplan in hun uitleg en toepassing geen belemmering voor de voorgenomen vorm van wisselende opslag. Bedrijven die ter plaatse enkel hun opslag hebben maar elders hun detailhandel uitoefenen, vallen niet onder het verbod op detailhandel, zoals dat op grond van het facetbestemmingsplan straks wordt ingevoerd.

De inspraakreactie leidt niet tot planaanpassing.

Aanpak plancapaciteit detailhandel Simpelveld

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

4

Artikel 1 Artikel 2

Reikwijdte Begrippen

4 5

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

6

Artikel 3

Aanpassing onderliggende bestemmingsplannen

6

Hoofdstuk 3

Algemene regels

7

Artikel 4

Anti-dubbeltelregel

7

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

8

Artikel 5 Artikel 6

Overgangsrecht Slotregel

8 9

2

Bestemmingsplan "Aanpak plancapaciteit detailhandel Simpelveld" (ontwerp)

Regels

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Reikwijdte

Het bestemmingsplan Aanpak plancapaciteit detailhandel Simpelveld heeft betrekking op de vigerende bestemmingsplannen en beheersverordeningen, waarvan de gronden zijn aangeduid op de verbeelding bij dit plan.

4

Bestemmingsplan "Aanpak plancapaciteit detailhandel Simpelveld" (ontwerp)

Artikel 2

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 2.1

Plan

Het bestemmingsplan "Aanpak plancapaciteit detailhandel Simpelveld" met identificatienummer NL.IMRO.0965.BP81060-ON01 van de gemeente Simpelveld. 2.2

Bestemmingsplan

De geometrisch bepaalde planobjecten met de daarbij behorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 2.3

Bestaand gebruik

Gebruik zoals legaal aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. 2.4

Detailhandel in volumineuze goederen

detailhandel die vanwege de aard en omvang van de gevoerde artikelen een relatief groot oppervlakte nodig heeft voor de uitstalling, zoals auto's, boten, caravans, landbouwvoertuigen, grove bouwmaterialen en brand- en explosiegevaarlijke goederen (BEVI-proof). 2.5

Detailhandel

Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of (af)leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen voor gebruik en/of verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van beroeps- of bedrijfsactiviteiten. 2.6

Ondergeschikte productiegebonden detailhandel

Detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is en geen zelfstandig onderdeel is van het toegelaten gebruik.

Bestemmingsplan "Aanpak plancapaciteit detailhandel Simpelveld" (ontwerp)

5

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Aanpassing onderliggende bestemmingsplannen

Aanpassing begrippen

De definitie van het begrip "detailhandel" wordt in de onderliggende bestemmingsplannen vervangen door de definitie als opgenomen in artikel 2.5 van dit plan. Indien er geen begrip "detailhandel" opgenomen is in de onderliggende bestemmingsplannen, dan geldt het begrip "detailhandel" met bijbehorende definitie als bedoeld in artikel 2.5 van dit plan aanvullend op de onderliggende bestemmingsplannen. 3.2

Toevoeging en/of aanvulling algemene gebruiksregels

Aan de bestemmingsplannen als bedoeld in artikel 1 worden de volgende bepalingen toegevoegd: a. ter plaatse van de aanduiding "overige zone – detailhandel uitgesloten" is detailhandel uitgesloten; b. het gebruik van de gronden en/of bouwwerken voor detailhandel binnen de aanduiding "overige zone – detailhandel uitgesloten" is verboden; c. in afwijking van het bepaalde onder a en b is toegestaan: 1. bestaand legaal gebruik; 2. detailhandel in volumineuze goederen. 3.3

Toevoeging en/of aanvulling afwijkingsregels

Aan de bestemmingsplannen als bedoeld in artikel 1 wordt de volgende bepaling toegevoegd: Burgemeester en wethouders kunnen binnenplans afwijken voor het toestaan van ondergeschikte productiegebonden detailhandel, mits: a. dit passend is in de structuur van het voorzieningenniveau; b. de parkeerbalans in de directe omgeving niet onevenredig nadelig wordt beïnvloed of kan worden beïnvloed, en; c. de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad..

6

Bestemmingsplan "Aanpak plancapaciteit detailhandel Simpelveld" (ontwerp)

Hoofdstuk 3 Artikel 4

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Bestemmingsplan "Aanpak plancapaciteit detailhandel Simpelveld" (ontwerp)

7

Hoofdstuk 4 Artikel 5 5.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%. c. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 5.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sub a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

8

Bestemmingsplan "Aanpak plancapaciteit detailhandel Simpelveld" (ontwerp)

Artikel 6

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Aanpak plancapaciteit detailhandel Simpelveld'.

Bestemmingsplan "Aanpak plancapaciteit detailhandel Simpelveld" (ontwerp)

9

BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Venlo www.bro.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=def1c5f6-c86f-423e-9a31-7a3486e4e1e4