7 23-27 Bijlage 2 jaarstukken 2022 Stadsregio Parkstad Limburg.pdf
Tekst van het document
Kans
Totale omvang (€)
PM
Impact (€)
Toelichting
PM
PM Generiek werkt SPL in de cloud bij een externe leverancier die op basis van de genomen continuïteits-maatregelen voldoende maatregelen (o.a. certificering ISO 27001 en NEN 7510) heeft genomen. Daarnaast heeft SPL nog een aantal minder kritische applicaties bij andere leveranciers in de cloud. 25.000 De complexiteit van de projecten wordt groter. Denk aan het innovatieve project Inpondmakelaar waar gebruik wordt gemaakt van een revolverend fonds, het grensoverschrijdende project Velocity en de toenemende SISA verantwoording voor specifieke uitkeringen zoals het Volkshuisvestingsfonds. Waar nodig wordt hiervoor juridische en fiscale kennis ingehuurd. In de begroting 2024 is hiervoor € 30k opgenomen. Ook voor de interne organisatie heeft dat consequenties. Risico is dat hier additioneel 0,5 fte voor moet worden ingezet. 25.000 SPL is niet verzekerd voor het ziekterisico. Ingeval van uitval van kritische functionarissen zal externe ondersteuning ingehuurd moeten worden. De kosten hiervan zijn hoger dan de ziekte-uitkering.
Complexiteit van de projecten
0,5
50.000
Ziekte
0,25
100.000
WW
0,25
100.000
25.000 SPL is eigenrisicodrager voor de WW. In het Pbudget is normaliter enige ruimte om dit op te vangen. Gezien de beperkte omvang van de organisatie is de wet van de grote getallen voor SPL niet van toepassing. Indien een medewerker langdurig in de WW gaat is dat niet gedekt door de begroting.
De berekende omvang van het risico bedraagt € 75.000. De weerstandscapaciteit bedraagt € 115.000. Dit leidt tot een weerstandsratio van 1,5. SPL zou in principe willen streven naar een minimale weerstandsratio van 1,0. Zoals aangegeven worden de risico’s uiteindelijk gedragen door de deelnemende gemeentes en wordt de genoemde 1,0 gehanteerd als minimale streefwaarde en niet als harde norm.
61
9.2 Financiële Kengetallen Conform BBV worden de volgende financiële kengetallen opgenomen: 1. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. Solvabiliteitsratio; 3. Structurele exploitatieruimte 4. Grondexploitatie; 5. Belastingcapaciteit. De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor Parkstad niet aan de orde. De drie relevante kengetallen worden hieronder weergegeven. Realisatie 2021
Begroting 2022
Realisatie 2022
Norm
Netto schuldquote
57%
63%
39%
<100%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
57%
63%
39%
<100%
Solvabiliteitsratio *
81%
60%
88%
>=20%
Structurele exploitatie
1%
-1%
7%
>=0
Kengetal
*Gecorrigeerd voor schatkistbankieren. Een groot deel van de kortlopende schulden betreft vooruit ontvangen projectgelden. Deze staan nog op de bankrekening van het schatkistbankieren.
Netto Schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van Parkstad ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Ter duiding van het kengetal geeft de VNG aan dat een kengetal boven de 100 een aanleiding voor alertheid is, een waarde boven de 130 is een signaal om in te grijpen. De netto schuldquote daalt vanwege de aflossing op de langlopende lening inzake deelname in de financiering van de buitenring. Het kengetal netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen wijkt niet af van de netto schuldquote, omdat SPL geen leningen heeft verstrekt. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin Parkstad in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen en betreft de verhouding tussen het eigen vermogen en het balanstotaal. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie. Als signaalwaarde voor de solvabiliteitsratio geldt een percentage van 20%. De solvabiliteit van SPL verbetert de komende jaren door aflossing van de lening voor de ringwegen.
Structurele exploitatie Door het zuiveren van de incidentele lasten en baten en de mutaties uit/naar reserves, ontstaat het beeld in hoeverre er sprake is van een structureel sluitende begroting. De structurele lasten worden in dit kengetal uitgedrukt als percentage van de totale structurele baten (voor mutaties reserves) van het betreffende jaar. Een percentage kleiner dan 0% betekent dat de structurele baten ontoereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Beoordeling van de kengetallen De belangrijkste afwijkingen ten opzichte van de realisatie 2021 zijn als volgt verklaarbaar: 1. De netto schuldquote 2022 (39%) is ten opzichte van 2021 (57%) sterk gedaald vanwege enerzijds hogere baten door hogere cofinanciering en anderzijds door de aflossing op de langlopende lening. 2. De solvabiliteitsratio ontwikkelt zich positief. De solvabiliteitsratio 2022 (88%) steeg ten opzichte van 2021 (81%). Dit wordt veroorzaakt door de aflossing van de lening voor de ringwegen en de stijging van het eigen vermogen in 2022 (positief resultaat 2022).
62
3. De begrote structurele exploitatie is 0% omdat de regiobijdrage van de gemeenten zodanig wordt berekend dat er sprake is van een structureel sluitende begroting. In 2022 waren de gerealiseerde structurele lasten, net als in 2021, iets lager dan begroot bij gelijkblijvende regiobijdragen. In 2022 was er tevens voor het eerst sinds 2015 weer een positieve rentebate. De belangrijkste afwijkingen ten opzichte van de begroting 2022 betreffen: 1. De schuldquote is in de begroting 2022 (63%) duidelijk hoger dan in de realisatie (39%) Dit wordt veroorzaakt doordat in de begroting de cofinanciering als PM wordt meegenomen, waardoor de baten in de realisatie beduidend hoger zijn. 2. De afwijking bij de solvabiliteitsratio wordt veroorzaakt door een hoge inschatting van de passiva. 3. De afwijking bij de structurele exploitatie t.o.v. de begroting wordt veroorzaakt door met name het positieve resultaat. De kengetallen van Parkstad vertonen een positief financieel beeld ten opzichte van de gebruikelijke normen.
9.3 Financiering Inleiding Voor de inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden zijn kaders gesteld in de wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO). Onder de treasuryfunctie vallen onder andere het geldstromenbeheer, het saldobeheer, liquiditeitsbeheer, financiering, uitzetting van gelden en renterisicobeheer. Parkstad heeft de navolgende instrumenten op het gebied van treasury, te weten het treasurystatuut, de financieringsparagraaf in de begroting, de bestuursrapportages en het jaarverslag. In het treasurystatuut zijn uitgangspunten en kaders opgenomen ten aanzien van het risicobeheer inzake uitgezette gelden, het renterisicobeheer, het koersrisicobeheer, het kredietrisicobeheer, het intern liquiditeitsbeheer en het valutarisicobeheer. Vanaf eind 2013 is door het rijk het Schatkistbankieren ingevoerd, dat als wetswijziging in de wet FIDO is opgenomen. Met de gevolgen van het Schatkistbankieren dient rekening te worden gehouden bij financieringsvraagstukken van de lokale overheid. Financiering Parkstad SPL beschikt over één langlopende annuïteitenlening met een oorspronkelijke hoofdsom van € 5.800.000 met een resterende hoofdsom per 31 december 2022 van € 2.365.492. De lening heeft een totale looptijd van 23 jaar en is met een resterende looptijd van 7 jaar in 2029 geheel afgelost.
De rentelasten zijn opgenomen in het taakveld 2.1 Verkeer en Vervoer. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is de norm, gesteld in de Wet Fido, voor het maximum bedrag waarmee de Stadsregio de bedrijfsvoering met kortlopende middelen mag financieren. Het begrotingstotaal bedraagt de totale lasten volgens de begroting inclusief toevoegingen aan de reserves. Berekening Kasgeldlimiet per kwartaal Begrotingstotaal lasten Toegestane kasgeldlimiet: 8.2% van het begrotingstotaal met een minimum van € 300.000 Toets kasgeldlimiet Toegestane kasgeldlimiet Totaal gemiddelde netto vermogen schuld Ruimte (+) / overschrijding (-)
Q1
Q2
Q3
Q4
3.740
3.740
3.740
3.740
307
307
307
307
307 -56.636 56.943
307 -54.287 54.594
307 -55.914 56.221
307 -55.618 55.925
De liquiditeitspositie van Parkstad is zodanig dat in 2022 geen beroep is gedaan op kasgeldfinanciering.
63
Renterisiconorm De renterisiconorm beoogt het beperken van de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente en de daarmee samenhangende rentelasten. Een rentelast kan stijgen bij herfinanciering of renteherziening van een lening. In 2022 heeft geen renteherziening of herfinanciering van lopende leningen plaats gevonden. In 2023 verwachten wij geen renteherziening, herfinanciering van bestaande leningen dan wel nieuwe financieringen. De vaste schuld van Parkstad heeft uitsluitend betrekking op de voorfinanciering van de Buitenring. Berekening Renterisiconorm
2022
Renteherzieningen
€ 0,0 miljoen
Aflossingen
€ 0,3 miljoen
Totaal renterisico
€ 0,3 miljoen
Renterisiconorm (20% van begrotingstotaal)
€ 0,75 miljoen
Ruimte onder renterisiconorm (norm minus risico)
€ 0,45 miljoen
Gelet op het feit dat in 2022 geen sprake was van herfinanciering of renteherziening is de renterisiconorm voor Parkstad louter van theoretisch belang. Parkstad heeft in 2022 de renterisiconorm niet overschreden. Schatkistbankieren SPL maakt gebruik van Schatkistbankieren. Het prudent beleid met betrekking tot uitzettingen, zoals is opgenomen in het treasury statuut, bestaat uit het uitvoeren van het Schatkistbankieren. Alle liquide middelen worden dagelijks door de Schatkist afgeroomd. De maximaal toegestane liquiditeit op de eigen rekening van Parkstad in 2022 is als gevolg van de regels van het Schatkistbankieren € 1.000.000. Een dergelijk bedrag is nodig voor het reguliere betalingsverkeer en kan niet rentedragend worden uitgezet. De renteopbrengst van een eventueel ‘spaarsaldo’ bij de schatkist was de afgelopen jaren nagenoeg nihil. Vanaf Q3 2022 krijgt SPL weer een rentevergoeding.
9.4 Bedrijfsvoering De bedrijfsvoering wordt ingevuld via een mix van uitbesteden van taken op het terrein van huisvesting, facilitaire dienstverlening en ICT in combinatie met het in beperkte mate in eigen beheer uitoefenen van taken die dicht bij het primaire proces staan zoals secretariaat, communicatie, officemanagement, hrm, administratie en controlling. Het structurele budget voor de bedrijfsvoering bedroeg in de oorspronkelijke begroting 2022 € 338.000. Voor onvoorzienbare en onvermijdbare uitgaven is een algemene reserve van € 115.000 in de cijfers van SPL opgenomen. De gemeenten dragen op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen het financiële risico van niet structurele financiële risico’s van de GR SPL.
9.5 Verbonden partijen Er zijn geen verbonden partijen.
9.6 Wet Open Overheid Het beleidsvoornemen van SPL is om de implementatie van de Woo op korte termijn ter hand te nemen.
64
Deel 2: Jaarrekening 2022
65
10 Balans Activa
31-12-2022
31-12-2021
Bedragen x € 1.000 Vaste Activa
6.475
6.747
Immateriële Vaste activa Bijdragen aan activa eigendom van derden
6.412 6.412
6.676 6.676
63 63
71 71
Vlottende Activa
56.590
60.509
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen
56.338
60.436
532
773
Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
55.807
59.663
Overige vorderingen
0
0
Liquide middelen Kassaldi Banksaldi
7 1 7
8 1 7
Overlopende activa De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel: - Overige Nederlandse overheidslichamen
244
65
0
0
Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
244
65
63.065
67.256
Materiële Vaste activa Investeringen met een economisch nut
Totaal Activa
66
Passiva
31-12-2022
31-12-2021
Bedragen x € 1.000 Vaste Passiva
8.733
8.797
Eigen vermogen Algemene Reserve
6.355 115
6.145 115
Bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat
5.898 343
5.731 299
Voorzieningen Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's
13 13
0 0
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onderhandse leningen van: Binnenlandse banken en overige financiële instellingen
2.365
2.652
2.365
2.652
Vlottende Passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Banksaldi
54.332 650
58.459 533
197
196
453
337
53.683
57.926
510
419
24 502 403
176 525 1.006
52.243
55.800
63.065
67.256
Overige schulden
Overlopende Passiva Verplichtingen die in een begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren: - Europese Overheidslichamen - Het Rijk - Overige Nederlandse overheidslichamen
Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen Totaal Passiva
67
11 Overzicht baten en lasten 2022 Omschrijving Lasten programma’s - Programma kerntaken - Programma flexibele schil Totale lasten programma’s Baten programma’s - Programma kerntaken - Programma flexibele schil Totale baten programma’s Gerealiseerd saldo van baten en lasten programma's Lasten divers: - Algemene dekkingsmiddelen - Overhead - Vennootschapsbelasting - Onvoorzien Totale lasten divers Baten divers - Algemene dekkingsmiddelen - Overhead - Vennootschapsbelasting - Onvoorzien Totale baten divers Gereailiseerd saldo van baten en lasten divers Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten Stortingen in reserves - Reserve Ringwegen - Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies - Reserve werkbudgetten Dagelijks Bestuur Totaal stortingen in reserves Onttrekkingen aan reserves - Reserve Ringwegen - Frictiereserve - Reserve werkbudgetten Algemeen Bestuur - Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies Totaal Onttrekkingen aan reserves Saldo stortingen en onttrekkingen aan reserves Begrotingsresultaat
Begroting 2022
Begroting 2022 na 4e wijziging
Realisatie 2022
Verschil
2.402 50 2.452
4.868 2 4.870
4.066 64 4.129
-802 62 -741
0 50 50
2.319 22 2.341
1.791 0 1.791
-528 -22 -551
-2.402
-2.529
-2.339
190
0 1.288 0 0 1.288
0 1.631 0 0 1.631
0 1.459 0 0 1.459
0 -172 0 0 -172
3.704 0 0 0 3.704 2.416 14
4.352 0 0 0 4.352 2.721 192
4.351 0 0 0 4.351 2.893 554
-1 0 0 0 -1 172 362
400 0 0 400
400 761 257 1.418
400 668 258 1.326
0 -93 1 -92
371 15 0 0 386 -14 0
371 82 47 725 1.225 -193 0
370 22 126 597 1.115 -211 343
-1 -60 79 -128 -110 -18 343
Het overzicht van baten en lasten vertoont forse verschillen tussen de realisatiecijfers op de programma’s en algemene dekkingsmiddelen ten opzichte van de 4e begrotingswijziging. Deze verschillen betreffen – zoals ook toegelicht in het jaarverslag – hoofdzakelijk baten en lasten van projecten die in de staat van baten en lasten worden opgenomen naar rato van de voortgang van het werk. Tekorten en overschotten worden verwerkt in de bestemmingsreserve “werkbudget” van de betreffende Bestuurscommissie. Per saldo is het gerealiseerde resultaat nihil.
68
12 Toelichtingen 12.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding Alle bedragen in de jaarrekening, tabellen en de toelichtingen daarop zijn genoteerd in duizendtallen tenzij anders vermeld. De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door het Algemeen Bestuur de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld.
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijkse terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken toegekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt.
BALANS Vaste activa Immateriële vaste activa Algemeen De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- c.q. vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. Eventuele van derden verkregen specifieke investeringsbijdragen worden in mindering gebracht op het geactiveerde bedrag (artikel 62 lid 2 BBV). Hierbij wordt de verkregen bijdrage als bate verantwoord. Bijdragen aan activa in eigendom van derden Bijdragen aan activa van derden worden conform artikel 62 en 63 BBV gewaardeerd tegen het bedrag van de verstrekte bijdragen, verminderd met afschrijvingen. Dit bedrag is eind 2006 betaald aan de Provincie Limburg en wordt afgeschreven vanaf 2020, een jaar nadat de Buitenring gereed is. Bijdragen aan activa in eigendom van derden, worden geactiveerd in overeenstemming met art. 61 BBV als: • er sprake is van een investering door een derde; • de investering bijdraagt aan de publieke taak; • de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen en; • de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de derde anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering.
69
Alleen als de bijdrage aan alle voorwaarden voldoet wordt deze verantwoord onder de immateriële vaste activa (art. 36 BBV). De verleende bijdragen worden afgeschreven in de periode waarin het betrokken actief van de derde op basis van de door de provincie Limburg gestelde voorwaarden moet bijdragen aan de publieke taak. Na afstemming met de Provincie Limburg bedragen de gehanteerde afschrijvingstermijnen in jaren: • Asfaltconstructie 15 • Funderingsconstructie 40 Het totale bedrag van de afschrijving van de Buitenring is door de Provincie verdeeld op basis van percentages: • Asfaltconstructie 28% • Funderingsconstructie 72% Materiële vaste activa Algemeen De materiële activa zijn gewaardeerd op basis van de verkrijgingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en bijkomende kosten. Materiële activa kleiner dan € 15.000 zijn niet geactiveerd, maar direct verantwoord als lasten in het lopende boekjaar. Dit is conform het Besluit van het Dagelijks Bestuur van 15 december 2021. Het startmoment van de afschrijvingen is vastgelegd in de door het Dagelijks Bestuur vastgestelde Financiële verordening Stadsregio Parkstad Limburg 2011 d.d. 21 februari 2011. De verbouwing (bedrijfsgebouwen) wordt vanaf 2022 lineair in 8 jaar afgeschreven zonder restwaarde, zoals opgenomen in de 4e begrotingswijziging 2022, als bijlage 1 van de financiële verordening.
De afschrijvingen starten in het boekjaar volgend op het jaar van ingebruikname. Investering met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs. Bij de waardering is, waar nodig, rekening gehouden met een (verwachte) duurzame waardevermindering.
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen De vorderingen (waaronder debiteuren) worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen.
Vaste passiva Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de algemene- en de bestemmingsreserves, alsmede het nog te bestemmen resultaat van de jaarrekening. Het nog te bestemmen resultaat over het afgesloten boekjaar wordt afzonderlijk gepresenteerd als onderdeel van de algemene reserve. Na besluitvorming door het Algemeen Bestuur wordt de resultaatbestemming verwerkt in het daaropvolgende boekjaar. Voorzieningen Voorzieningen zijn de op het moment van opstellen van de jaarrekening voorzienbare verplichtingen, verliezen en/of risico’s voor zover de omvang hiervan redelijkerwijs is in te schatten. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
70
Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
71
12.2 Toelichting op de balans per 31 december 2022 Activa Vaste Activa Immateriële vaste activa Omschrijving
31-12-2022
31-12-2021
Bijdragen aan activa in eigendom van derden
6.412
6.676
Totaal
6.412
6.676
Het aandeel van Stadsregio Parkstad Limburg in de financiering van de Buitenring bedraagt € 7.204.000. Dit bedrag is eind 2006 betaald aan de Provincie Limburg en wordt afgeschreven vanaf 2020, een jaar nadat de Buitenring gereed is. De verdeling en afschrijvingstermijnen zijn met de Provincie afgestemd: • Asfaltconstructie 28% afschrijving in 15 jaar • Funderingsconstructie 72% afschrijving in 40 jaar Bijdragen aan activa in eigendom van derden Buitenring asfaltconstructie Buitenring funderingsconstructie Totaal
Boekwaarde 31-122021
Investeringen
Desinvesteringen
Afschrijvingen
Bijdragen van derden
Afwaarderingen
Boekwaarde 31-122022
1.749
0
0
134
0
0
1.615
4.927
0
0
130
0
0
4.797
6.676
0
0
264
0
0
6.412
Materiële vaste activa Boekwaarde 31-12-2022
Omschrijving
Boekwaarde 31-12-2021
Investeringen met een economisch nut
63
71
Totaal
63
71
De investeringen met economisch nut worden als volgt onderverdeeld: Boekwaarde 31-12-2022
Investeringen met een economisch nut Bedrijfsgebouwen Machines, apparaten en installaties Totaal
Investeringen met een economisch nut Bedrijfsgebouwen Machines, apparaten en installaties Totaal
Boekwaarde 31-122021 52
Boekwaarde 31-12-2021 49 14 63
Investeringen
52 19 71
Desinvesteringen
Afschrijvingen
Bijdragen van derden
Afwaarderingen
4
0
7
0
0
Boekwaarde 31-122022 49
19
0
0
5
0
0
14
71
4
0
11
0
0
63
72
De afschrijvingen starten in het boekjaar volgend op het jaar van ingebruikname. De verbouwing (bedrijfsgebouwen) wordt vanaf 2022 in 8 jaar lineair afgeschreven (zonder restwaarde). In 2022 is een nagekomen factuur met betrekking tot de verbouwing als investering aangemerkt. De afschrijvingskosten bedragen jaarlijks € 7.000 en worden gedekt uit de frictiereserve. De printer (machines, apparaten en installaties) welke is aangeschaft in 2021, wordt in 4 jaar lineair afgeschreven zonder restwaarde. De belangrijkste in het boekjaar gedane investeringen zijn in het hierna opgenomen overzicht vermeld. Omschrijving
Besteed t/m 2021
Werkelijk besteed in 2022
Cumulatief besteed t/m 2022
52
4
4
19 71
0 4
0 75
Bedrijfsgebouwen (Verbouwing C200 en J300) Printer Totaal
Vlottende activa Uitzettingen met een rente typische looptijd < dan 1 jaar De specificatie van deze post luidt als volgt:
Omschrijving
31-12-2022
31-12-2021
532
773
Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar
55.807
59.663
Totaal
56.338
60.436
Vorderingen op openbare lichamen
Boekwaarde 31-12-2022
Omschrijving Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar Overige vorderingen Totaal
Voorziening
Balanswaarde
532
0
532
55.807
0
55.807
0 56.338
0 0
0 56.338
Vorderingen op openbare lichamen Openstaande debiteuren Parkstad op openbare lichamen Dit betreffen vorderingen op openbare lichamen, zoals gemeenten en de provincie. Deze vorderingen hebben in het algemeen een ander risicoprofiel dan de privaatrechtelijke vorderingen en zijn nagenoeg geheel begin 2023 ontvangen. Op basis van individuele beoordeling is er geen voorziening debiteuren benodigd per 31 december 2022. Omschrijving Openstaande debiteuren Parkstad Voorziening dubieuze debiteuren Openstaande debiteuren GBRD Te vorderen BTW Totaal
31-12-2022 49 0 146 336 532
73
31-12-2021 272 0 146 355 773
Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rente typische looptijd < dan 1 jaar De samenstelling van de post Uitzetting in ’s rijks schatkist met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar is als volgt: Omschrijving Parkstad Bureau Totaal
31-12-2022
31-12-2021
55.807 55.807
59.663 59.663
Schatkistbankieren: Benutting drempelbedrag schatkistbankieren (per kwartaal) Op dagbasis buiten 's Rijks schatkist gehouden middelen Drempelbedrag Ruimte onder drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag
Q1 7 1.000 993 -
Berekening drempelbedrag
verslagjaar
Begrotingstotaal verslagjaar
4.140
Het deel van het begrotingsjaar kleiner of gelijk aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingsjaar dat de € 500 miljoen te boven gaat Drempelbedrag 2022
4.140 0 1.000
Q2 6 1.000 994 -
Q3 3 1.000 997 -
Q4 2 1.000 998 -
1.000
1.000
1.000
Het verplichte schatkistbankieren schrijft voor dat (tijdelijke) kasoverschotten boven het drempelbedrag moeten worden aangehouden bij het Rijk. Het drempelbedrag voor Parkstad is € 1.000.000. De toetsing hierop vindt plaats op basis van de gemiddelde banksaldi per kwartaal. In 2022 hebben we de norm voor schatkistbankieren niet overschreden zoals blijkt uit bovenstaand overzicht. Liquide middelen De samenstelling van de post liquide middelen is als volgt:
Omschrijving Parkstad Bureau banksaldi Parkstad Bureau kassaldi Parkstad GBRD banksaldi Totaal
74
31-12-2022
31-12-2021
7 1 0 7
7 1 0 8
EMU-saldo Het EMU-saldo (rekeningsaldo) is het verschil tussen de inkomsten en de uitgaven van de overheid (de Rijksoverheid, sociale fondsen en de decentrale overheden) van een bepaald land in een bepaald jaar. Er kan een tekort of een overschot op de begroting zijn. Decentrale overheden dienen het EMU-saldo te berekenen, zodat op macro niveau het EMU saldo voor Nederland kan worden bepaald. Het EMU saldo van de Stadsregio Parkstad Limburg voor de jaarrekening 2022 is in het volgende overzicht weergegeven. EMU Saldo +1 +2 +3 -4 +5 +6 -7 +8 -9 10 11
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17). Afschrijvingen ten laste van de exploitatie.
2021
2022
2023
2024
2025
-76
554
19
20
60
0
5
5
5
5
Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie. Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd. Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4. Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op de exploitatie verantwoord. Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan).
0
13
13
13
13
4
4
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Baten bouwgrondexploitatie (niet op de exploitatie verantwoord). Lasten op balanspost Voorzieningen voor zover deze transacties met derden betreffen. Lasten i.v.m. transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten).
0
0
0
0
0
-22
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
-94
575
37
38
78
Verkoop van effecten (verwachte boekwinst). Berekend EMU saldo
Overlopende activa Omschrijving De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel: - Overige Nederlandse overheidslichamen Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal
31-12-2022
31-12-2021
0
0
244
65
244
65
31-12-2022
31-12-2021
174 0 0 6 50 5 9
1 0 0 27 37 0 0
244
65
Overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen Omschrijving Overige nog te ontvangen bedragen Nog te ontvangen BDU van Provincie Nog te ontvangen BDU van Gemeentes Overige vooruitbetaalde bedragen Windenergie Parkstad-Zuid (project) Digital DeConstruction (project) Velocity (project) Totaal
75
Passiva Vaste Passiva Eigen vermogen Het overzicht van het eigen vermogen luidt als volgt: Omschrijving Algemene reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat Totaal
31-12-2022
31-12-2021
115 5.898 343 6.355
115 5.731 299 6.145
Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve, de bestemmingsreserves van Parkstad en het nog te bestemmen resultaat 2022. In onderstaand overzicht is de stand van de algemene en bestemmingsreserves opgenomen. Boekwaarde 31-122021
Correctie foutieve eindbalans 2021
Toevoeging
Onttrekking
Bestemming resultaat vorig boekjaar
Vermindering ter dekking van afschrijvingen
Boekwaarde 31-122022
Algemene reserve Parkstad
115
0
0
252
252
0
115
Totaal algemene reserves Egalisatie frictiekosten GBRD Egalisatie frictiekosten Parkstad
115
0
0
252
252
0
115
62
0
0
62
0
0
0
194
0
0
22
0
0
172
3.760
0
400
106
0
264
3.790
8 65
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
8 65
13
2
0
0
0
0
15
62 24 15
0 0 0
258 0 16
86 4 16
47 0 0
0 0 0
281 20 15
391 81
0 0
286 53
274 5
0 0
0 0
403 128
456
0
266
203
0
0
519
469
0
181
242
0
0
408
66
0
0
56
0
0
9
65
0
0
0
0
0
65
1.076
Omschrijving
Ringwegen Städte Region Aachen / EGTS Stortplaatsen Werkbudget Algemeen Bestuur Werkbudget Dagelijks Bestuur Werkbudget BC SES Werkbudget GROS Werkbudget BC Duurzaamheid Werkbudget BC RuMo Werkbudget BC Wonen en Herstructurering Werkbudget BC Economie en Toerisme Werkbudget Regiodeal Fase 1 Werkbudget Organisatie Op Orde Totaal bestemmingsreserves
5.731
2
1.460
Gerealiseerde resultaat Totaal gerealiseerde resultaat
299
0
343
299
0
343
Totaal Eigen vermogen
6.145
2
1.802
47
264
5.898
-299
0
343
0
-299
0
343
1.328
0
264
6.355
De ontwikkeling van de reserves in 2022 is weergegeven in het overzicht hierboven.
76
Algemene Reserve Parkstad Het Dagelijks Bestuur is bevoegd de algemene reserve als dekkingsmiddel aan te wenden voor onvoorziene en onvermijdbare uitgaven met een incidenteel karakter. In 2022 heeft het Dagelijks bestuur van deze bevoegdheid geen gebruik gemaakt. Reserve Egalisatie frictiekosten GBRD GBRD heeft in 2013 een aantal beëindigingsovereenkomsten met 60-+ medewerkers gesloten. Als gevolg van deze regeling is deze reserve in 2014 gevormd. In 2014 heeft er een dotatie van € 62.000 plaatsgevonden. In 2022 is deze reserve in verband met de eindafrekening naar nul gebracht. In 2023 wordt de eindafrekening desintegratie en frictie GBRD afgewikkeld. Reserve Egalisatie frictiekosten Parkstad In 2022 is in de begroting € 82.000 kosten opgenomen die incidenteel worden gedekt uit de frictiereserve: • Salarisgaranties conform het Sociaal Plan. Deze kosten voor een medewerker in dienst van Parkstad worden geraamd op € 15.000 per jaar. Deze kosten lopen maximaal door tot het vertrek van deze medewerker. Indien positieve besluitvorming omtrent HR21, komen deze kosten vanaf 2024 te vervallen. • De incidentele kosten ad € 60.000 voor de herinrichting van de bedrijfsvoering. De gerealiseerde inzet voor de herinrichting bedrijfsvoering is nihil. Zoals eerder vermeld is de verwachting dat deze middelen in 2023 en 2024 worden aangesproken.
In 2023 en latere jaren is er nog sprake van transitie en frictiekosten. De totale kosten daarvan zijn becijferd op € 172.000. Het saldo van de frictiereserve per 31-12-2022 ad € 172.000 is volledig benodigd. Reserve Ringwegen De reserve ringwegen dient ter afdekking van de afschrijvingskosten van de investeringsbijdrage van € 7,2 miljoen van Parkstad op basis van het bestuursconvenant Binnen- en Buitenring Parkstad Limburg van 15 november 2005. De afschrijvingen lopen door tot 2060. Tot 2030 dragen de Parkstad gemeenten € 400.000 bij aan de afschrijvingskosten van de Buitenring en de rentelasten van de daarvoor aangegane lening. De lening loopt eveneens tot 2030. In 2030 volgt nog een restbijdrage van € 202.648. Het verschil tussen de bijdrage van de Parkstad gemeenten en de afschrijvingskosten en rentelasten wordt aan de reserve Buitenring toegevoegd voor de dekking van de afschrijvingskosten na 2030. Reserve Städte Region Aachen / EGTS) Deze reserve is door de resultaatbestemming jaarrekening 2009 en 2010 gevormd uit budgetoverschotten van de AG Charlemagne (de voorloper naar een EGTS). Het doel is de aanloop naar de vorming van een EGTS mogelijk te maken. In 2015 heeft er een onttrekking plaatsgevonden van € 50.000. In 2022 heeft hier geen mutatie op plaatsgevonden. De verwachting is dat deze reserve nog aangesproken gaat worden in de toekomst.
Reserve stortplaatsen De voorziening is gevormd ter dekking van de nazorg en eindafwerking van de stortplaats Nieuwenhagen. In 2022 heeft hier geen mutatie op plaatsgevonden. Ten tijde van de 4e begrotingswijziging was de verwachting dat deze middelen nodig waren om de voorziening verlofsparen in te stellen, uiteindelijk bleek er restant bedrijfsvoeringsbudget beschikbaar en is de reserve stortplaatsen niet aangesproken. Reserve Werkbudget Algemeen Bestuur Bij het instellen van de reserve (12 oktober 2016) is besloten dat de in enig jaar niet bestemde middelen van de werkbudgetten van de bestuurscommissies en het dagelijks bestuur worden toegevoegd aan de reserve werkbudget Algemeen Bestuur. Dit met als doel deze middelen in het daarop volgende jaar opnieuw te bestemmen voor programmadoeleinden. In 2022 is een correctie doorgevoerd van € 2.000 wegens een foutief eindsaldo uit 2021. Reserves Werkbudgetten Dagelijks Bestuur en Bestuurscommissies Om aansluiting te vinden met het BBV worden vanuit de balans voor de projecten op basis van het
77
realisatiebeginsel en matchingprincipe de baten en lasten naar rato van de voortgang van het project verantwoord in de exploitatie. Baten en lasten worden in de staat van baten en lasten opgenomen naar rato van de voortgang van het werk. Tekorten en overschotten worden verwerkt in de bestemmingsreserve “Werkbudgetten Bestuurscommissies”.
Boekwaarde 31-12-2021
Toevoeging
Onttrekking
Bestemming resultaat vorig boekjaar
Werkbudget voorgaande jaren
6
0
0
0
6
Winstbestemming 2021 Project Symposium Brede Welvaart
0
0
47
47
0
35
0
23
0
12
Project Veiligheid
5
0
0
0
5
Project AG Charlemagne Vrijval project Super Circular Estate
16
0
16
0
0
0
258
0
0
258
Dagelijks Bestuur
62
258
86
47
281
Boekwaarde 31-12-2021
Toevoeging
Onttrekking
Boekwaarde 31-12-2022
Platformfunctie SES
24
0
4
20
Projecten SES
24
0
4
20
Werkbudget Dagelijks Bestuur
Boekwaarde 31-12-2022
Werkbudget Bestuurcommissie SES Projecten SES
Er zijn middelen ingezet ten behoeve van de Strategiesessie in juli en daarnaast heeft de bestuurscommissie SES twee opdrachten aan Bureau Outwards verstrekt, betreffende de ondersteuning van het proces om te komen tot een ambitiedocument Onderwijs en Kindontwikkeling en het opstellen en vormgeven van dit document en daarnaast de ondersteuning bij de voorbereiding van de conferentie Onderwijs en kindontwikkeling in 2023. De resterende middelen zullen worden toegevoegd aan het werkbudget van 2023.
Werkbudget GROS Boekwaarde 31-12-2021
Toevoeging
Onttrekking
Boekwaarde 31-12-2022
Platformfunctie GROS
15
0
15
0
Kosten uitwerking 3e termijn Regio Deal
0
1
0
1
Ontwikkeling GIS
0
15
0
15
Expo Real Munchen
0
0
0
0
Projecten GROS
15
16
16
15
Projecten GROS
Platformfunctie GROS € 0 ( € 15) De onttrekking van €15.000 heeft betrekking op diverse symposia en bijeenkomsten in het kader van Grensoverschrijdende samenwerking.
Kosten uitwerking 3e termijn Regio Deal € 1 (€0) De toevoeging van €1.000 is het saldo van het jaarplan ad € 40.000, de taakstelling van €35.000 en twee overboekingen ten gunste van respectievelijk platformfunctie GROS en AG Charlemagne.
78
Ontwikkeling GIS € 15 (€0) De toevoeging van €15.000 betreft het saldo van het jaarplan ad € 30.000 en de taakstelling van € 15.000.
Werkbudget Bestuurscommissie Duurzaamheid Projecten BC Duurzaamheid
Boekwaarde 31-12-2021
Toevoeging
Onttrekking
Boekwaarde 31-12-2022
Palet Zonnepanelenproject
0
8
0
8
Isolatie en verduurzamingsprogramme Parkstad Limburg Energie Transitie (PALET)
0
108
0
108
47
4
0
51
Administratieve eenheid Zonnepanelen
16
0
64
-48
RUD Zuid-Limburg
23
Palet Regionale Coördinator Windenergie
-11
0
15
7
45
-56
Palet VGG
31
Palet Coördinator Warmte
155
0
3
28
0
107
48
Palet 3.0 Pilot Verduurzaming VvE
2
0
0
2
Vrije ruimte BC
1
0
1
1
RESZL (Regionale Energie Strategie Zuid-Limburg)
81
0
39
42
Woonwijzerwinkel
20
0
0
20
Warmtetransitie
0
131
Circulariteit
26
35
0
60
Projecten BC Duurzaamheid
391
286
274
403
131
PALET Zonnepanelenproject € 8 ( € 0) Voor de uitvoering van het PALET Zonnepanelenproject zijn een aantal algemene projectkosten voorzien buiten de administratieve eenheid. De boekwaarde per 31 december 2021 was € 0 en bedraagt, na toevoegingen en onttrekkingen € 10.000 per 31 december 2022. Isolatie- en verduurzamingsprogramma € 108 ( € 0) Met vaststelling van de Transitievisie Warmte 1.0 hebben diverse Parkstad-gemeenten aangegeven een regionaal isolatie- en verduurzamingsprogramma op te willen stellen voor (particuliere) huishoudens in Parkstad. Het projectbudget is bijeen gebracht door een bijdrage uit het Jaarplan 2022 en een provinciale subsidie. Na toevoegingen en onttrekkingen bedroeg de boekwaarde per 31 december 2022 € 108.000. Parkstad Limburg Energie Transitie (PALET) € 51 ( € 47) Vanaf de start van de energietransitie-aanpak in Parkstad, in 2013, is een bedrag toegekend van € 400.000 voor het project Parkstad Limburg Energie Transitie (PALET). De boekwaarde per 31 december 2021 was €47.000 en bedraagt, na toevoegingen en onttrekkingen, € 51.000 per 31 december 2022. Uit dit budget worden kosten gedekt die aan de orde zijn bij de voorbereiding van PALET-projecten of –trajecten voordat aan de Bestuurscommissie een concreet projectvoorstel wordt voorgelegd.
Administratieve eenheid Zonnepanelen € -48 ( € 16) Voor het Zonnepanelenproject Parkstad is vanaf 2017 een bedrag van € 742.000 opgenomen voor de administratieve ontzorging die centraal bij Parkstad is georganiseerd. Dit bedrag is gebaseerd op de deelname van zeven Parkstad-gemeenten. De bijdragen van de gemeenten worden gefaseerd door Parkstad gefactureerd. Na onttrekkingen bedroeg de boekwaarde per 31 december 2022 € 48.000 in plaats van € 16.000 per 31 december 2021.
79
RUD Zuid-Limburg € 7 ( € 23) De bestuurscommissie heeft voor de uitvoering vanaf 2017 een bedrag van € 92.000 toegekend aan dit project. Deze gelden zijn beschikbaar gesteld voor de meerjarige extra inzet van de RUD ten behoeve van de realisatie van de energiebesparingsopgave in de sectoren bedrijven en kantoren. Het project is nog in uitvoering; hoewel alle bedrijfsbezoeken hebben plaatsgevonden, hebben nog niet alle gemeenten deze bij Parkstad Limburg gefactureerd. De boekwaarde van dit project was per 31 december 2021 € 23.000 en bedraagt na onttrekkingen € 7.000 per 31 december 2022. Palet Regionale Coördinator Windenergie € - 56 ( € -11) In het Uitvoeringsprogramma hebben diverse Parkstad-gemeenten aangegeven de mogelijkheden voor windenergie te willen onderzoeken. Planvorming en de concrete ontwikkeling van windenergie is complex en de specialistische expertise is binnen de gemeenten niet voorhanden. Derhalve is vanaf 2019 op de regionale schaal een coördinator windenergie aan de slag. Het projectbudget is bijeen gebracht door Parkstad-gemeenten en wordt verdubbeld via een provinciale subsidie. Na onttrekkingen bedroeg de boekwaarde per 31 december 2022 € - 56.000 in plaats van € -11.000 per 31 december 2021. Palet VGG € 28 ( € 31) In PALET wordt ingezet op het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed.
Hiertoe heeft de Bestuurscommissie een projectbudget van € 26 gereserveerd. Hoewel alle onderzoeken ultimo 2020 reeds zijn uitgevoerd, hebben nog niet alle gemeenten deze bij Parkstad Limburg gefactureerd. Na onttrekkingen bedroeg de boekwaarde per 31 december 2022 € 28.000 in plaats van € 31.000 per 31 december 2021. Palet Coördinator Warmte € 48 ( € 155) Vanwege de complexiteit en samenhang is in 2018 op regionale schaal specialistische kennis georganiseerd middels een warmtecoördinator. Het projectbudget is bijeen gebracht door Parkstadgemeenten (o.a. vanuit de decembercirculaire 2019) en via een provinciale subsidie. In totaal is € 564.000 ter beschikking gesteld. De boekwaarde van dit project was per 31 december 2021 €155.000 en bedraagt, na toevoegingen en onttrekkingen, per 31 december 2022 € 48.000. Palet 3.0 Pilot Verduurzaming VvE € 2 (€ 2) Als onderdeel van PALET is het verduurzamen van Vereniging van Eigenaars (VvE) gekenmerkt als een belangrijk focuspunt. In totaal is € 12.000 voor een pilot ter beschikking gesteld, waar tot dusver € 10.000 zijn aangewend. In 2022 hebben geen activiteiten plaatsgevonden. De boekwaarde van dit project was daarom per 31 december 2022 € 2.000. Vrije ruimte BC sec ruimte € 1 ( € 1) Via externe opdrachten is in 2021 geld verdiend, dat ter beschikking zal worden gesteld voor teambuildingen met interne en externe duurzaamheidsambtenaren.
De boekwaarde van dit project was per 31 december 2021 €1.000 en bedraagt na onttrekkingen per 31 december 2022 € 1.000. RESZL (Regionale Energie Strategie Zuid-Limburg) € 42 ( € 81) Voor en na het vaststellen van de Regionale Energie Strategie Zuid-Limburg is door de RES ZL budget ter beschikking gesteld voor regionale uitvoering van de RES ambitie. Het betreffende budget bedraagt € 331.000. Na toevoegingen en onttrekkingen was de boekwaarde van dit project per 31 december 2022 € 42.000 in plaats van €81 per 31 december 2021. Woonwijzerwinkel € 20 ( € 20) Voor het oprichten van de WoonWijzerWinkel is door de Bestuurscommissie € 141.000 ter beschikking gesteld. Tot op heden is € 121.000 aangesproken. In 2022 hebben geen activiteiten plaatsgevonden. De boekwaarde van dit project was daarom per 31 december 2022 € 20.000.
Warmtetransitie €131 ( € 0) Na het vaststellen van de Transitievisies Warmte 1.0 kon worden overgegaan tot vaststelling van de provinciale subsidie. Middelen die uit de decembercirculaire 2019 ter beschikking zijn gesteld voor de bredere warmtetransitie, zijn toegekend aan dit project. Na toevoegingen bedraagt de
80
boekwaarde van dit project per 31 december 2022 € 131.000 in plaats van € 0 per 31 december 2021. Circulariteit € 60 ( € 26) In 2020 is het thema circulariteit aan het taakveld van de Bestuurscommissie Duurzaamheid toegevoegd. Na toevoegingen en onttrekkingen was per 31 december 2022 de boekwaarde van dit project € 60.000 waar deze in december 31 2021 nog € 26.000 bedroeg.
Werkbudget Bestuurscommissie Ruimte en Mobiliteit (RuMo) Boekwaarde 31-12-2021
Toevoeging
Onttrekking
Boekwaarde 31-12-2022
Omgevingsvisie / Novi
5
28
0
33
Leegstandkaart
3
1
0
4
Mobiliteit Algemeen
18
0
5
13
SUMP
43
14
0
57
Parkstad Bereikbaar
10
0
0
10
Zuid-Limburg Bereikbaar
15
0
0
15
CBS data-onderzoek ODiN
3
0
0
3
Landbouw en landschap
7
10
0
17
Interreg project Velocity Station
2
0
0
2
Klimaatadaptie Parkstad Limburg
-25
0
0
-25
Projecten Bestuurscommissie RuMo
81
53
5
128
Projecten Bestuurscommissie RuMo
Omgevingsvisie / Novi € 33 ( € 5) In 2022 is gewerkt aan de uitvoering van fasen 3 (opstellen conceptkader) en 4 (ontwerp en besluitvorming) van het Regionaal Afstemmingskader Omgevingsvisies Parkstad. Daarnaast zijn kosten gemaakt voor juridisch advies, voor een bijeenkomst met gemeenten over de lopende ruimtelijke trajecten en voor activiteiten in het kader van het NOVI-gebied Zuid-Limburg. Het restant wordt in 2023 benut voor de doorontwikkeling van het regionaal afstemmingskader. Leegstandskaart € 4 ( € 3) De Bestuurscommissie heeft in mei 2017 een bedrag beschikbaar gesteld voor het inrichten van een integrale leegstandsmonitor/ kaart. Vanaf 2018 wordt deze monitor door Het Gegevenshuis tweejaarlijks van een update voorzien en daartoe worden kosten gemaakt. Mobiliteit Algemeen € 13 (€ 18) In 2020 is besloten € 50k te reserveren voor de ontwikkeling van een Sustainable Urban Mobility Plan (SUMP). Het betreft een algemene post onvoorzien. In 2022 is op Zuid-Limburgse schaal besloten het fietsroutenetwerk goed in kaart te brengen, waarbij opdracht is gegeven via Maastricht aan RHDHV om dit samen met Provincie, RMO’s en gemeenten uit te voeren en op te stellen. Voor deze opdracht en een advies voor de Mobiliteitsagenda van Zuid-Limburg is vanuit de kostenpost Mobiliteit Algemeen € 5k uitgegeven.
SUMP € 57 (€ 43) De Mobiliteitsvisie is vastgesteld en als vervolg hierop is in 2021 gestart met de uitwerking van de uitvoeringsagenda mobiliteit Parkstad met daaraan gekoppelde projecten. In 2022 zijn de kosten voor risicogestuurde aanpak, maatregelenpakket en uitvoeringsprogramma’s voor Strategisch Plan Verkeersveiligheid van de individuele gemeenten van Parkstad via opdracht vanuit Parkstad aan RHDHV geregeld. Hierbij is een deel van de opdracht in 2021 betaald en in 2022 doorbelast vanuit Parkstad aan de gemeenten, waardoor er per saldo € 14k is toegevoegd aan de SUMP. Tevens zijn de kosten voor opstellen Uitvoeringsagenda SUMP Parkstad via Braining the Future en Kragten in 2022 afgerekend. Ook zijn de
81
kosten voor stroomaansluiting van de 20 laadstations van Velocity voorgeschoten door Parkstad en later doorbelast aan de desbetreffende gemeenten. Parkstad Bereikbaar € 10 (€ 10) De focus van de mobiliteitsvisie en de uitvoeringsagenda mobiliteit ligt op gedragsmaatregelen t.b.v. fiets stimulering, werkgeversaanpak en gebruik E-bike deelsysteem Velocity. De middelen zullen in samenhang met het programma Zuid-Limburg bereikbaar ingezet worden. Zuid-Limburg Bereikbaar € 15 (€ 15) Deze middelen zullen, samen met de hierboven aangegeven middelen voor Parkstad Bereikbaar, worden ingezet voor fietsstimulering en gebruik E-bike deelsysteem Velocity. CBS data-onderzoek ODiN € 3 (€ 3) Het Odin-onderzoek heeft plaatsgevonden. Het restantbudget zal worden aangewend voor het monitoren van de modaliteitsdoelestellingen zoals modal-shift. Landbouw en landschap € 17 (€ 7) In 2022 zijn geringe kosten gemaakt en is de voorbereiding van het project begonnen. De kosten worden in 2023 gemaakt, waarbij het restantbudget volledig wordt benut. Interreg EMR project ECON (Velocity Station) € 2 (€ 2) Dit project is geherrubriceerd van bestuurscommissie Mobiliteit. In het Kader van de BBV blijft de beginbalans staan. Klimaatadaptatie € -25 ( € -25) Dit project is geherrubriceerd van bestuurscommissie Mobiliteit. In het Kader van de BBV blijft de beginbalans staan.
Werkbudget Bestuurscommissie Wonen en Herstructurering
Projecten BC Wonen en Herstructurering
Boekwaarde 31-12-2021
Toevoeging
Onttrekking
Boekwaarde 31-12-2022
Aanpak Particulier Bezit
50
0
23
27
Uitvoeringsprogramma Regionale Woonvisie
74
0
25
50
Woonmonitor Parkstad Gemeenten
1
0
0
1
Integrale monitoring wijken (Parkstad Breed)
45
0
14
31
Verzekeringsmodel voor woningbouwplannen
17
0
0
17
Actieplan Wonen Zuid-Limburg
24
0
19
5
Arrangement plancapaciteit projectontwikkelaars
1
0
0
1
Regionale Prestatieafspraken/ Samenwerkingsagenda
21
0
2
18
Actualisering transformatieopgave
2
0
0
2
Woningmarktprogrammering
4
0
4
0
Wensportefeuille/ strat. voorraadbeheer huur/ koop
0
3
0
3
Ontwikkeling Regionale Woonvisie 2022-2028
0
19
0
19
Super Circular
59
0
59
0
Assistentie
0
100
0
100
Stakeholdersbijeenkomsten wonen
4
0
3
1
Woonmonitor 2021
0
20
20
0
Onderzoek ontwikkeling sociale doelgroep Instrumenten Wonen en zorg, midden huursegment, verduurzaming kwetsbare wijken
15
0
0
15
4
4
0
7
Lobby mee-Koppelkanssen
4
0
1
4
RD Voorzieningenwijzer
16
0
0
16
Actieprogramma Wonen Zuid-Limburg
0
5
0
5
Lobby verhuurdersheffing / Aanpak Particulier Bezit
2
0
0
1
82
Ondersteuningsteam Wonen en Zorg
1
0
0
Commerciële herstructurering Regionaal Aanvalsplan nieuwe woningbouwplannen
1
14
0
9
4
35
25
0
60
Uitrol projecten Regio Deal en juridische uitwerkingen
23
0
5
18
Verkenning RIA regionale investeringsagenda
5
0
0
5
Begeleiding uitrol pilotprojecten wonen/zorg in de wijken
16
0
0
16
Wonenatlas
-27
20
0
-7
Innovatie in de woningmarkt
0
48
0
48
Volkshuisvestingsfonds
11
0
0
11
Actualiseren Regionale Woonvisie Wonen ZL: Bestuursopdracht uitwerken 'Bouwen naar behoefte' Uitvoering woonprojecten Volkshuisvestingsfonds én Regio Deal Voorbereiding bouwstenen Regionale Woonvisie 2022/2028
16
0
16
0
0
0
0
0
0
5
0
5
2
0
0
2
East meets West
3
0
0
3
Rondetafelgesprek
3
0
0
3
Onderzoek particulier investeerders
1
0
1
0
Communicatie wijkenaanpak
5
0
0
5
Dronefoto's VHF
3
1
0
4
Opvolging uitk Rondetafelgesprek
4
0
2
2
Regionale prestatieafspraken Adaptief programmeren & update regionale woningmarktprogrammering
0
10
0
10
0
6
0
6
Projecten BC Wonen en Herstructurering
456
266
203
519
Aanpak Particulier Bezit € 27 (€ 50) In 2013 is een bedrag toegekend van € 120.000 aan het project Hoogbouwflats Parkstad. In 2015 is de naam van het project veranderd in Aanpak particulier bezit. Per 31 december 2022 bedraagt het saldo van dit project € 50.000. In 2022 heeft Stec Groep een opdracht voor een evaluatie van het pilotproject de inpondmakelaar uitgevoerd voor €22.500,-. In 2018 heeft het Kadaster een onderzoek verricht naar de kwetsbare particuliere woningvoorraad in de regio Parkstad. Dit onderzoek was een belangrijke onderlegger voor de aanvraag Regio Deal (2018) én de aanvraag Volkshuisvestingsfonds (2021). Gelet op de nieuwe aanvraag Regio Deal (november 2022) en een nieuwe aanvraag voor het Volkshuisvestingsfonds (2023) is in december 2022 het besluit genomen om dit onderzoek te actualiseren (geraamde kosten €27.000,-). Door een wetswijziging heeft het Kadaster echter geen toegang meer tot het WOZ-bestand van gemeenten. Daarom is eind 2022 aan bureau E’til opdracht verleend om dit onderzoek uit te voeren. De opdracht kost € 12.500 (excl. BTW) tegen een eerdere duurdere indicatie van €27.000 als dit zoals in het verleden wel via het Kadaster verlopen zou zijn. Facturatie is voorzien in 2023. In 2022 hebben er derhalve geen andere onttrekkingen plaatsgevonden dan die voor de factuur van Stec.
Woonvisie 2022-2028 Ontwikkeling Regionale Woonvisie 2022-2028 €19 (€0) Voor de Ontwikkeling Regionale Woonvisie 2022-2028 is € 80.000 aan budget beschikbaar gesteld. Hierbij was al een tekort voorzien, aangezien de aangegane verplichtingen € 104.760 bedroegen. Totaal voorzien in 2022 € 105.160. In 2021 is Bureau Circusvis gestart met de eerste voorbereidingen van de Woonvisie. In 2022 heeft Circusvis voor ruim € 60.000,- gefactureerd onder dit projectnummer. In 2022 zijn verder cateringkosten voor bijeenkomsten over de Woonvisie gedekt. Voorbereiden bouwstenen Regionale Woonvisie €2 (€2) In 2021 was voor de bouwstenen een budget beschikbaar van € 27.504,-. Door de Stec Groep is het Woonbehoefteonderzoek uitgevoerd als een van de bouwstenen voor de Woonvisie. 75% van het factuurbedrag is in 2021 in rekening gebracht. De overige 25% in 2022, maar dan ten laste van een ander budget. Het restantbudget van € 2.192 is niet aangewend in 2022.
83
Actualiseren Regionale Woonvisie €0 (€16) Aanvang 2022 stond hier een budget van € 16.280,-. In september 2022 is bij het behandelen van de Burap het voorstel gedaan om € 25.160 dekking uit het budget Uitvoeringsprogramma Regionale Woonvisie in te zetten voor de Ontwikkeling Regionale Woonvisie 2022-2028. Uiteindelijk is vanuit het Uitvoeringsprogramma Regionale Woonvisie maar €14.380,- ingezet voor de actualisering van de Regionale Woonvisie 2022-2028. Verder hebben de gemeenten een bijdrage gedaan van € 5.320,- voor het opstellen van de Synopsis. Aan Circusvis is in 2022 vanuit dit budget voor € 35.980 aan facturen betaald. Uitvoeringsprogramma regionale woonvisie € 50 (€ 74) Als vervolg op de vaststelling van de regionale woonvisie in 2017 is een uitvoeringsprogramma regionale woonvisie opgesteld. Hiervoor is in 2017 een werkbudget van de bestuurscommissie in 2017 € 50.000 vrijgemaakt, aangevuld met € 31.000 van het afgesloten project aanpak regionale woonvisie. In 2020 zijn op dit project kosten van juridisch advies op programmeringsvraagstukken geboekt en de kosten van de regionale samenwerkingsagenda. Deze laatste (regionale samenwerkingsagenda) zijn in 2019 gecorrigeerd en ten laste van het project Regionale Prestatieafspraken/samenwerkings-agenda gebracht.
In 2019 is het tweejarige Experimenteerprogramma Verduurzaming Kwetsbare Wijken van Platform31/ ministerie BZK opgestart. Parkstad en de gemeente Kerkrade nemen hier samen aan deel met Rolduckerveld. Jaarlijks wordt hiervoor €7.500 in rekening gebracht. Hiervoor is op 19 september door de bestuurscommissie besloten om uit het restantwerkbudget van 2019 voor €8.000 te herprogrammeren en in te zetten voor de eerste fase van dit kennistraject. In 2020 is dit bedrag conform besluitvorming van dit budget afgeboekt. In 2022 werd gestart met een budget van €74.238,-. Er werd voor €260,- kosten aan catering gemaakt en werd €14.380,- overgeboekt naar het project Actualiseren Regionale Woonvisie.In september 2022 is bij de Burap aangegeven dat er vanuit budget Uitvoeringsprogramma Regionale Woonvisie €10.000 moet worden ingezet voor Regionaal aanvalsplan t.b.v. middenhuur.
Monitoring Woonmonitor 2021 € 0 (€ 0) In 2022 is €20.000,- gelabeld vanuit het werkbudget en is voor € 19.800,- besteed aan een opdracht voor E,til. Actualisering transformatie opgave € 2 (€ 2) Elke 2 jaar wordt de transformatieopgave geactualiseerd. Bij de actualisering worden de nieuwste prognosecijfers gebruikt. De actualisatie heeft wederom in 2018 plaatsgevonden voor een bedrag van ruim €13.000 er stond een budget van €15.000. In 2020 is er €15.000 vrijgemaakt voor de actualisatie. Deze is uitgevoerd voor €9.250. Van het restantbudget ad €5.750 is €4.000 geherprioriteerd en ingezet voor de update van de woningmarktprogrammering (zie hierna) en €1.750 voor de bezuiniging van 16% op het budget 2020. Er hebben in 2022 geen onttrekkingen plaatsgevonden. De transformatieopgave is in 2020 voor het laatst geactualiseerd. Het bestuurlijke besluit om de transformatie elke 2 jaar te actualiseren, was niet ingerekend in het werkbudget voor 2022. In december 2022 heeft de Bestuurscommissie ermee ingestemd om voor circa €10.000,- opdracht te verlenen aan E,til. De vaststelling van de transformatieopgave en facturatie is voorzien in het voorjaar 2023. De dekking moet gehaald worden uit het restbudget “Actualisering transformatieopgave” (€1.500,-) en uit “Integrale monitoring wijken” (€8.500,-). Deze claim was ten tijde van de Burap in september 2022 nog niet voorzien.
Integrale monitoring wijken € 31 (€ 45) Dit project is in 2018 aangemaakt. Het betreft een integrale post monitoring die wordt aangeboord voor het opzetten van een integraal data- en monitoringsysteem. In 2018 heeft voor €14.000 onderzoek plaatsgevonden naar kwetsbaar particulier vastgoed. De brondata en rapportage hiervan is later in 2020 geïntegreerd in het GIS-systeem Woonatlas ofwel Woonatlas. Als voorbereiding op de Woonatlas ofwel Woonatlas heeft al in 2018 onderzoek plaatsgevonden naar diverse aanvullende bronnen en is
84
onderzocht hoe deze data bij elkaar te brengen zijn. Dit is kostenneutraal gebeurd. In 2019 heeft het Kadaster onderzoek gedaan naar de Woningmarkttransacties op regionaal, lokaal en wijk en buurtniveau (op het niveau van woningtypologie en prijs). Dit onderzoek is eind 2019 opgeleverd en gaf inzicht in de interesses van de diverse doelgroepen in woningtypologieën en productmarktcombinaties. In 2020 is opdracht gegeven voor de eerder vermelde Woonatlas voor een bedrag van €88,56. Hiervoor is in 2020 een nieuw project aangemaakt: Woonatlas. €25.000 van het budget van de Integrale monitor wijken is bestemd als dekking voor het project Woonatlas. In 2022 is €13.699,- vanuit dit budget ingezet ter afdekking van de bezuinigingsopgave van €24.599,-. In december 2022 heeft de Bestuurscommissie ermee ingestemd om voor circa €10.000,- opdracht te verlenen aan E,til voor de actualisatie van de transformatieopgave. De dekking hiervoor moet voor €8.500,- gehaald worden uit “Integrale monitoring wijken”. De vaststelling van de transformatieopgave en facturatie is pas voorzien in het voorjaar 2023 en heeft in 2022 dus nog niet tot een onttrekking van €8.500,- geleid. Deze claim was ten tijde van de Burap in september 2022 nog niet voorzien.
Woonatlas - €7 (-€27) Op 15 oktober 2019 is besloten opdracht te geven voor een GIS systeem, de Woonatlas. Hiervoor is in 2020 een apart project aangemaakt. De dekking hiervoor komt deels uit Mapgallery (subsidie van de Provincie Limburg) dat hiervoor onder meer bestemd was (ad €40.000). De provincie heeft hiervan 90% (€36.000) uitgekeerd. De overige 10% (€4.000) worden conform beschikkingsvoorwaarden nog bij de Provincie afgeroepen. Daarnaast komt €25.000 dekking uit Integrale monitor wijken (zie bovenstaand) en wordt conform bestuursbesluit nog €25.000 bijdrage geleverd door het ROW. De kosten van Etil voor de Woonatlas zijn ten laste gebracht van het budget van de Woonatlas. De nog af te roepen middelen (provincie €4.000,-) c.q. de te declareren kosten (€25.000) bedragen samen €28.000. Vandaar het (tijdelijke) negatieve saldo van €27,-. In 2022 is conform overeenkomst €4.990,- voor de Woonatlas in rekening gebracht door E,til voor de jaarlijkse abonnementskosten. Er is €25.000,- overgeheveld vanuit het budget van de Regionale Prestatieafspraken aangezien dit de bijdrage van de corporaties aan de Woonatlas was voor de initiatief/ontwikkelfase en het eerste jaar abonnementskosten van de corporaties, Het nog aanwezige negatieve saldo van €6.600,- is te verklaren omdat tegenover de jaarlijkse verplichting, geen nieuw budget beschikbaar was vanwege tekorten in de werkbudgetten.
Dit tekort moet in 2023 worden aangevuld, naast de jaarlijkse bijdrage die dan ook weer geldt. Map Gallery Integrale wijkmonitor wonen (en zorg) € 0 (€ 0) In 2018 is een aanvraag voor € 40.000 bij de provincie gedaan voor het ontsluiten en analyseren van wonen en zorg data. De middelen zijn beschikt en voor 90% verstrekt. De uitvoering maakt deel uit van de afspraken in het kader van de Regionale Samenwerkingsafspraken (Prestatieafspraken met het ROW en het ROH) waarbij gezamenlijk met corporaties, regio en gemeenten een integraal datasysteem ontwikkeld wordt. De voorbereidingen hiervoor hebben in 2019 plaatsgevonden. In 2019 is besloten, dat zowel de Bestuurscommissie als het ROW €25.000 extra bijleggen, bovenop de € 40.000 van de provincie. In 2020 is een apart projectnummer aangemaakt voor het GIS systeem onder de naam Wonenatlas. Het budget van Mapgallery is als dekking overgeboekt naar dat project en vervolgens aangewend (naast andere budgetten) voor de kosten van E,til voor de realisatie van de Wonenatlas (zie boven). De laatste 10% van de Mapgallery moet conform beschikkingsvoorwaarden (na realisatie) nog worden afgeroepen bij de Provincie. Woonmonitor Parkstad Gemeenten € 1 ( € 1) Uit 2017 resteerde een bedrag van € 4.000. In het Jaarplan 2018 is € 30.000 vrijgemaakt.
Er is opdracht gegeven voor Leegstandsonderzoek en voor de Woonmonitor 2017 voor de Parkstad gemeenten. Het leegstandsonderzoek ad € 15.000 heeft in opdracht van Parkstad plaatsgevonden, maar was in naam van en werd bekostigd door de samenwerkende gemeenten Zuid Limburg en de Provincie. Dekking hiervoor zat in het uitvoeringsprogramma Wonen Zuid Limburg, waarvan de middelen centraal beheerd werden binnen de provincie en waarvoor Parkstad al een bijdrage in 2016 had gedaan. In 2019 is opdracht verstrekt voor de Woonmonitor 2018. Hiervoor is een bedrag van €9.000 aangesproken uit het werkbudget m.b.t. woningmarktmonitor. Per 31 december 2018 was de resterende dekking van het project € 7.000. Er was in 2019 géén budget gereserveerd voor een regionale en lokale woonmonitorrapportage 2018, omdat de provincie geen definitief standpunt innam over de provinciale woonmonitor. De Bestuurscommissie heeft in 2019 besloten alsnog zelf opdracht te verlenen voor de
85
Woonmonitor 2018. Hiervoor is op 19 september 2019 door de bestuurscommissie besloten om van het restantwerkbudget van 2019 voor €10.000 te herprogrammering en in te zetten voor de Woonmonitor 2018. In 2020 is er €17.000 nieuw budget aangevraagd en verkregen voor de Woonmonitor 2020. De offerte viel echter hoger uit en bedroeg €18.800. De Bestuurscommissie is akkoord gegaan met het verstrekken van de opdracht en op 2 juli 2020 heeft de Bestuurscommissie besloten het budget op te hogen met €1.800. De dekking hiervoor is gekomen uit de herprioritering van het werkbudget van 2020. In 2022 hebben er geen boekingen plaatsgevonden. Regio Deal Voorzieningenwijzer € 16 (€ 16) De Voorzieningenwijzer is een Regio Deal project waarvoor vanuit de bestuurscommissie Wonen en Herstructurering €50.000 wordt ingezet voor de inrichtingskosten, licentiekosten voor 3 jaar, en opleidingskosten. Daarnaast dragen hieraan bij de provincie (€75.000), de gezamenlijke gemeenten (€75.000), het ROW (€50) en de Regio Deal (€200.000). De bijdrage van de bestuurscommissie is voor €20.000 ingerekend en overgemaakt naar het ROW in 2020 en voor €30.000 gebeurt dat in 2021. In 2022 hebben er geen onttrekkingen of stortingen plaatsgevonden. De middelen behoren niet tot het werkbudget maar een nog niet bevoorschot deel van de RD-subsidie die bij eindafrekening van het project zal worden overgemaakt naar het ROW.