CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Bijlage 1 Regiovisie Zuid-Limburg 2024-2031 Samen sterk, iedereen veilig-aanpak geweld in afhankelijkheidsrelaties_177500

Commissie BZ 4 juni 2024, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Regiovisie Zuid-Limburg 2024-2031 'Samen sterk, iedereen veilig' aanpak geweld in afhankelijkheidsrelaties23.544 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het zorgt voor inzicht in wat wel en wat niet werkt, en maakt het mogelijk om onderbouwd verbeteringen aan te brengen in werkprocessen en/of werkafspraken. Het creëert begrip voor elkaars (on)mogelijkheden, zorgt voor een basis om hierover in gesprek te gaan en maakt het samen vieren van successen mogelijk. Lerende netwerken zorgen voor een verbetering van de aanpak, versterken de profes­ sionaliteit van medewerkers én zorgen voor een betere samenwerking. Goed netwerk en kennis Daarnaast is een overzichtelijk netwerk noodzakelijk, zodat professionals elkaar sneller weten te vinden en elkaars expertise beter benutten: van wetenschappelijke inzichten tot specifieke expertise en ondersteuning. Waardevol is ook onderzoek waarbij weten­ schap direct de praktijk volgt en onderzoekt om de aanpak te versterken. Dat vraagt wel om de organisatie hiervan én expliciete inzet en toewijzing van middelen.

35

Samen sterk, iedereen veilig

Regiovisie 2024–2031

Bij het verwezenlijken van deze ontwikkelrichting hanteren we de onderstaande focuspunten en deelambities. Ontwikkellijn Samen leren, samen werken! Lerend & inzichtelijk netwerk, (integraal) samenwerken daar waar mogelijk zoeken naar eenvoudigere processen. 0 Ambitie 0 professionals werken alleen/op een eiland/moeten het wiel alleen uitvinden. 0 professionals leren niet van opgedane ervaringen en het netwerk. We creëren veiligheid en stoppen geweld in gezinnen/systemen duurzaam. We doen dit door (integraal) samen te werken waarbij we kind en volwassenen (directbetrokkenen) centraal stellen en werken aan de onderliggende problemen. We leren continu van opgedane ervaring en stellen onze (gezamenlijke) aanpak bij als dit nodig is.

7.4 Wat betekent dit concreet voor de komende periode?

ƒ We gaan meer samenwerkingsafspraken maken. Tussen gemeenten en Veilig Thuis, maar ook breder, om onze gezamenlijke verantwoordelijkheid te markeren. In dit gezamenlijke convenant leggen we onze centrale visie op de aanpak vast én ieders rol hierin. ƒ We blijven investeren in het werken volgens de overkoepelende visie gefa­ seerd samenwerken aan veiligheid. We kijken hierbij naar het hele systeem: slachtoffers, plegers en eventuele kinderen én alle onderliggende proble­ matiek. Via multidisciplinaire trainingen en intervisie-momenten voor onze ­professionals borgen we dat iedereen volgens deze visie werkt. ƒ We brengen het netwerk in beeld zodat de weg naar specialisten en specialis­ tische kennis voor onze professionals eerder gevonden wordt. Nu lukt dat lang niet altijd, zodat kansen gemist worden. Eventueel gaan we werken met vaste contactpersonen/liaisons binnen organisaties. ƒ We gaan investeren in de transparantie en inzichtelijkheid van het netwerk, zodat duidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is, waar kennis beschikbaar is, et cetera. Ook willen we de zichtbaarheid en het contact met aandachts­ functionarissen in organisaties vergroten en hen via een netwerk met elkaar verbinden. Vanuit deze situatie kunnen zij van elkaar leren.

ƒ We gaan een lerend netwerk formeren waarin afgevaardigden uit wijkteams van verschillende gemeenten, VT, ZVH, RvdK, GI en zorgpartners reflecteren op praktijksituaties om de hulpverlening te verbeteren. ƒ We gaan meten of ingezette activiteiten d.m.v. actieonderzoek daadwerkelijk bijdragen aan de ontwikkelrichting die we beogen. Bovenstaande activiteiten worden verder uitgewerkt in het uitvoeringsplan van deze regiovisie. 36

Samen sterk, iedereen veilig

Regiovisie 2024–2031

Hoofdstuk 8

Ontwikkellijn Samen doen!

8.1 Inleiding

Geweld tegen vrouwen, in gezinnen en in afhankelijkheidsrelaties: het zijn taaie en complexe fenomenen. Een integrale aanpak met systeemgerichte hulp is al ruim twintig jaar het uitgangspunt in gemeentelijk en landelijk beleid, maar de uitvoering ervan is weerbar­ stig. Het blijkt moeilijk om in de praktijk vanuit dezelfde visie te werken en elkaar vanuit een gezamenlijk plan aan te vullen. Op bestuur­ lijk en beleidsmatig niveau is het eenvoudiger afspraken te maken dan deze in praktijk te brengen. Maar voor een succesvolle aanpak is en blijft noodzakelijk om deze slagvaardige samenwerking te realiseren. In de afgelopen jaren is hiervoor de basis gelegd, nu gaat het erom dat we een volgende stap zetten in de samenwerking. Dat is een proces van voort­ durend verbeteren en aanpassen. Deze ontwikkellijn Samen doen! gaat daarom over het integraal kijken naar onderliggende problematiek, het erkennen van gender­ verschillen, de dynamiek tussen alle betrok­ kenen en ook: het betrekken van specialismen.

8.2 Wat doen we al/nu Systeemgericht/onderliggende problematiek Investeren in de visie samen werken aan veilig­ heid is en blijft nodig. Ook landelijk wordt deze visie gezien als leidend in de aanpak. Het vergt wel voldoende ruimte voor professionals om dit goed te doen. Hierin is nog winst te behalen. Kijken we bijvoorbeeld naar de onderliggende problematiek (zoals financiële problematiek, verslavingsproblematiek en GGZ-problema­ tiek), dan blijft het vooralsnog veelal bij verwijzingen door professionals. Het betrekken van professionals binnen de genoemde disciplines bij de aanpak van GIA moet nog verder tot ontwikkeling komen. Betrekken van specialismen In Zuid-Limburg zijn er tal van specialisten beschikbaar, zoals op het gebied van finan­ cieel misbruik van ouderen (ouderenmis­ handeling), op trauma bij huiselijk geweld (Draken­temmers), en ook op mensenhandel en ex-partnerstalking. We zagen al dat deze specialisten niet altijd goed worden gevonden, maar ook het betrekken van deze specialismen bij casuïstiek moet beter. Afstemming vindt nu vooral plaats in specifieke situaties. De winst is te behalen in het betrekken van specialisten aan de voorkant. Denk aan de intake bij de Vrouwenopvang of bij casuïstiek­besprekingen.

37

Samen sterk, iedereen veilig

Regiovisie 2024–2031

8.3 Welke ontwikkeling willen we doormaken? (Meer) aandacht voor geweldsdynamiek Het structureel stoppen van huiselijk geweld vraagt om het doorbreken van de vaak complexe geweldsdynamiek. Daarvoor is het nodig om het gehele systeem erbij te betrekken. De term dynamiek wordt meestal gebruikt voor de wissel­ werking tussen verschillende componenten. Een specifieke dynamiek is die van geweld. Daarbij gaat het over de wisselwerking tussen macht en onmacht. De ‘traditionele’ rollen die bij deze dynamiek horen, zijn die van pleger en slacht­ offer. De dynamiek is echter veel complexer. Vaak zijn plegers óók slachtoffer en zijn slachtoffers óók pleger. Zo’n rol is dan meer een overlevingsstrategie of een copingmechanisme. Geweld gaat over patronen Op het moment dat een relatie niet veilig is stappen mensen in een overlevings­ strategie om het hoofd te bieden aan de situatie van verslaving, psychiatrische problematiek en/of schulden. Wanneer mensen in de rol van pleger of slachtoffer zitten, zitten zij dus in een overlevingsmodus. Huiselijk geweld en kindermishan­ deling gaat dan ook vooral over patronen. Een incident maakt meestal deel uit van een al langer bestaand, hardnekkig patroon. We willen in Zuid-Limburg recht doen aan die complexiteit, maar óók niemand stigmatiseren.

We spreken daarom bij voorkeur over ‘directbetrokkenen’ en gebruiken alleen de termen ‘slachtoffer’ of ‘pleger’ als dat in de context verhelderend is. (Dit laat natuurlijk onverlet dat directbetrokkenen wél verantwoordelijk zijn voor hun eigen gedrag en die verant­ woordelijkheid ook moeten nemen!) Uiteindelijk willen we dus bereiken dat de dynamiek in gezinnen waar huiselijk geweld en kindermishandeling speelt (liefst duurzaam) verandert, en niet alleen het incident wordt aangepakt. Samen met directbetrokkenen Begeleiding is een kwestie van lange adem, omdat geweld in afhankelijkheidsre­ laties hardnekkig is. Het speelt al langer en duurt lang voort. De uitdaging hierbij is om een goede probleemanalyse te maken van wat er écht speelt om tot de juiste aanpak te komen. Op basis daarvan kan een gezamenlijk en samenhangend plan gemaakt worden, gericht op alle directbetrokkenen. Een plan dat zich richt op alle leefdomeinen en toewerkt naar een eveneens gezamenlijk geformuleerd duurzaam en realistisch perspectief. Hulpverleners/professionals werken hierbij tijdens het hele proces samen met gezinnen/systemen, zodat zij onderdeel zijn van besluitvorming, waarbij het perspectief van eventuele aanwezige kinderen ook wordt meegenomen.

Omdat we werken op basis van één gedeelde visie kunnen gezinnen/gezinssys­ temen in de hele keten rekenen op duidelijkheid over de aanpak: zij weten hoe er door alle professionals wordt samengewerkt aan acute veiligheid en hoe er daarna gewerkt wordt aan stabilisatie en herstel.

38

Samen sterk, iedereen veilig

Regiovisie 2024–2031

Oog voor screening Belangrijk is dat er – bijvoorbeeld bij de vrouwenopvang of bij Veilig Thuis – via screening ook oog is voor mogelijke traumaklachten bij zowel kinderen als volwassenen. Veel kinderen in gezinnen met huiselijk geweld ontwikkelen trauma­ klachten die jaren na de melding nog steeds kunnen spelen. Uit onderzoek weten we dat er een significante relatie is tussen de traumaklachten van ouders en kinderen3. Screening hierop en het inzetten van traumabehandeling is dus essen­ tieel om intergenerationele overdracht te voorkomen. Gender als factor Tot slot weten we dat ook gender een belangrijke factor is. Sociaal-culturele op sekse gebaseerde rolopvattingen kunnen een belangrijke rol spelen in het ontstaan en het in stand houden van geweld. De verschillen tussen mannen en vrouwen vragen dus om een verschillende aanpak van partnergeweld. Daardoor wordt de aanpak effectiever. Om te weten wat werkt en wat niet werkt betrekken we ook ervaringsdeskundigen. Zij kunnen een belangrijke functie vervullen in de aanpak van geweld in afhankelijkheids­relaties. Binnen deze ontwikkelrichting hanteren we de onderstaande focuspunten en deelambities: Ontwikkellijn Samen doen! Integraal, systeem en mensgericht 0 Ambitie 0 kinderen/ouders/volwassenen zijn zonder hulp als er sprake is van huiselijk geweld/kindermishandeling.

We creëren veiligheid en stoppen intergenerationele overdracht van geweld. We werken daarvoor in het belang van en (bij voorkeur) samen met het gezin(systeem). We pakken (gezamenlijk) onderliggende risicofactoren en oorzaken aan. We bieden hierbij hulp zo lang als nodig is voor een duurzaam herstel.

3

Lünnemann e.a., 2019

39

Samen sterk, iedereen veilig

Regiovisie 2024–2031

8.4 Wat betekent dit concreet voor de komende periode?

ƒ Te vaak wordt de regie onvoldoende belegd in praktijksituaties, en/of is er onduidelijkheid over wat wordt verwacht van een regisseur. Daardoor is vaak onvoldoende duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is én is er een verwachtingspatroon dat niet altijd realistisch is. Ook moet een gezin te vaak bij verschillende professionals steeds hetzelfde verhaal vertellen. We willen (de inzet van) regie verbeteren en zorgen dat gezinnen zoveel mogelijk één aanspreekpunt krijgen. ƒ We gaan, meer dan nu, de onderliggende problematiek meenemen. Denk aan geestelijke problemen, verslaving en financiële zorgen. Deze problema­ tiek zorgt vaak voor spanning en stress en vormt een trigger. Daarnaar kijken verkleint de kans op herhaling. ƒ Andere specialismen betrekken we actiever bij de casuïstiek. Zoals specia­ listen op het gebied van trauma, ex-partnerstalking, ouderenmishandeling en plegerhulpverlening. Ook dit verkleint de kans op herhaling. ƒ We gaan het belang vergroten om óók het gesprek met kinderen/jongeren te voeren, naar hen te luisteren en hen vroegtijdig te betrekken. Als het kind/ de jongere het voor het zeggen had, hoe zou hij/zij dan geholpen willen worden? Bovenstaande activiteiten worden verder uitgewerkt in het uitvoeringsplan van deze regiovisie.

40

Samen sterk, iedereen veilig

Regiovisie 2024–2031

Hoofdstuk 9

Governance, Financieel kader, Communicatie, Monitoring & Evaluatie 9.1 Governance

In het kader van de governance sluiten we zoveel mogelijk aan bij de bestaande struc­ turen. De commissie Zorg en Veiligheid (Z&V) is het eerste aanspreekpunt voor bestuurlijk relevante ontwikkelingen ten behoeve van de aanpak geweld in afhankelijkheidsrelaties in Zuid-Limburg. Het is één van de onder­ werpen van de focusagenda van de commissie en de commissieleden zijn derhalve bestuur­ lijk ambassadeur op dit thema. Zwaarwe­ gende vraagstukken en/of besluitvorming leggen we daarom ter advisering eerst voor aan deze commissie Z&V. Gezien de positie en de samenstelling van de commissie is dit een zwaarwegend advies. De Regiovisie past als richtinggevend docu­ ment voor de komende acht jaar naadloos bij de doelstellingen van de commissie. Het is bij uitstek een thema dat zich afspeelt op het snij­ vlak van zorg en veiligheid. De samenstelling van de commissie Z&V – met vertegenwoordi­ ging van de gemeenten (verdeling van Veilig­ heid (burgemeesters) en Welzijn en (jeugd) zorg is evenredig) maar ook partnerorganisaties

(GGZ, Politie, OM, GGD) – is daarbij van grote meerwaarde. Daarnaast is het de bestuurlijke wens om het aantal overleggen zoveel moge­ lijk in te perken; ook in dat opzicht is aansturing door de commissie Z&V voor de hand liggend. In de voorbereiding op besluitvorming en advies wordt ambtelijk gebruikgemaakt van de Ambtelijke adviesgroep Geweld in Afhankelijk­ heidsrelaties. Hierin zijn de 16 Zuid-Limburgse Gemeenten, Veilig Thuis Zuid-Limburg, de vrouwenopvangorganisaties, de Zorg en Veilig­ heidshuizen, politie en OM vertegenwoor­ digd. De regionale projectleiders zijn voorzitter van deze ambtelijke adviesgroep. Vanuit de ambtelijke adviesgroep is voorzien in een vertegenwoordiging in het (ambtelijk) agen­ davoorbereidingsoverleg van de commissie Zorg en Veiligheid. Formele besluitvorming over de Regiovisie GIA en het uitvoeringsplan is voorbehouden aan de 16 Zuid-Limburgse gemeenten. Door de betrokken colleges van B&W wordt de Regio­ visie GIA voorgelegd aan hun gemeenteraden.

41

Samen sterk, iedereen veilig

Regiovisie 2024–2031

Daarnaast zijn de 16 Zuid-Limburgse colleges verantwoordelijk voor de vaststel­ ling van het uitvoeringsplan van de Regiovisie. De gemeenteraden zijn verant­ woordelijk voor de besluitvorming.

9.2 Financiering

Vanuit het Rijk zijn via de Decentralisatie Uitkering Vrouwenopvang (DU VO) middelen beschikbaar gesteld voor de uitvoering van de wettelijke taken van centrumgemeenten Heerlen en Maastricht op het gebied van geweld in afhan­ kelijkheidsrelaties. In 2020 zijn daarnaast extra structurele middelen toegevoegd aan de DU VO, vanwege de toename van meldingen huiselijk geweld en kinder­ mishandeling 2017-2019. De extra (regionale) DU VO-middelen kunnen worden gebruikt voor de gehele keten rondom meldingen geweld in afhankelijkheids­ relaties. Maastricht en Heerlen zijn centrumgemeenten voor de DU VO voor de regio’s Maastricht-Heuvelland/ Westelijke Mijnstreek en Parkstad. Afgesproken is om deze middelen in te zetten voor regionale initiatieven op het gebied van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Niet-bestede middelen vloeien terug naar de regiogemeenten via Veilig Thuis Zuid-Limburg. De genoemde extra DU VO-middelen worden momenteel niet volledig ingezet. Ze kunnen worden gebruikt voor (de kosten van) de acties in het uitvoeringsplan. We sluiten daarbij zoveel mogelijk aan bij bestaande initiatieven en beschikbare capaciteit. Waar dat kan pakken we acties gelijktijdig op of temporiseren we. We moeten echter op onderdelen investeren. Daarvoor is soms (extra) uitvoerings­ capaciteit nodig, een investering in het kennisniveau van medewerkers of een bijzondere eenmalige investering.

Dit doen we vanuit de bestaande regionale DU VO-middelen. Door de inzet van deze regiomiddelen draagt iedere regio­ gemeente financieel bij, en heeft iedere regiogemeente ook baat bij de inzet van de maatregelen. In het uitvoeringsplan staan de concrete acties die aansluiten bij de ambities uit deze Regiovisie. Hierin worden waar mogelijk de kosten en de benodigde capaci­ teit van voorgenomen acties nauwkeurig in beeld gebracht. Mocht blijken dat de bestaande budgetten niet toereikend zijn, dan zullen we separaat voorstellen ter besluitvorming voorleggen.

9.3 Communicatie

Communicatie speelt een belangrijke rol bij de Regiovisie. Zo helpt communi­ catie om richting te geven: wat willen we bereiken met de Regiovisie en welke taal en vorm is hierbij nodig? Via communicatie brengen we het perspectief onder de aandacht, maar laten we ook zien waarom een meer integrale werkwijze zo belangrijk is. Ook geven we inzicht in het proces van doorontwikkeling: wat gebeurt er nu, wat zijn volgende stappen en wat zijn mijlpalen? Uitgangspunt is dat ook hier zoveel mogelijk de interactie wordt opgezocht met samenwerkings­ partners.

42

Samen sterk, iedereen veilig

Regiovisie 2024–2031

Om betrokkenen aangehaakt en geïnformeerd te houden willen we communicatie over de ontwikkelingen binnen de periode van de Regiovisie een prominentere rol geven. Hiervoor gaan we een communicatieplan opstellen, met aandacht voor de verschillende communicatieniveaus: strategisch, tactisch en operationeel. Op strategisch/tactisch niveau dragen we onze kernboodschap uit. We beschrijven hoe we de verschillende doelgroepen willen bereiken en welke strategie we willen inzetten om onze doelstellingen te bereiken. Tot slot komen de communicatiemid­ delen en -kanalen om onze boodschap over te brengen aan bod. Op operationeel niveau geven we aandacht aan het creëren en verspreiden van content, monitoren we de resultaten en sturen we waar nodig bij. Verder voeren we gesprekken met stakeholders en organiseren we bijeenkomsten en informatiesessies. Communicatie in de samenwerking Er zijn veel verschillende partijen actief op het gebied van geweld in afhankelijk­ heidsrelaties. De problematiek is complex en partners spreken niet altijd dezelfde taal. Daarom is het belangrijk om hieraan aandacht te besteden. Via het organi­ seren van werkbezoeken willen we dit stimuleren. We nemen letterlijk een kijkje in elkaars keuken, waardoor we kennisnemen van elkaars werk. Hiermee stimuleren we onderlinge communicatie.

Regionaal platform GIA Om de grote doelgroep van professionals, ambtenaren, onderzoekers (etc) te bereiken, gebruiken we ‘het regionaal platform GIA’. Dit onderdeel van de website van ­1sociaaldomein maakt het delen van kennis, nieuws en onderzoeken mogelijk. Deel­nemers kunnen onderling berichten delen, maar ook vragen stellen aan de overige ­platformgebruikers. Zo maken we de weg naar specialistische kennis zo kort mogelijk. Het platform GIA ondersteunt ook online videosessies of webinars, waarmee veel professionals tegelijk kunnen worden bereikt.

9.4 Monitoring en evaluatie

Het monitoren en evalueren van de Regiovisie GIA is een continu proces. De project­leiders GIA vervullen hierin een belangrijke rol. De Regiovisie wordt door hen vertaald in een samenhangende programmatische aanpak, inclusief geïdenti­ ficeerde knelpunten, mogelijke oplossingsrichtingen, gewenste verbeteringen en aandacht voor het vieren van successen. De projectleiders jagen ook de uitvoering aan van deze aanpak en zijn het primaire aanspreekpunt in de regio en haken waar nodig aan bij landelijke ontwikkelingen. Via monitoring houden projectleiders zicht op de voortgang van de beoogde resultaten en op welke interventies en maatregelen van het uitvoeringsplan inmid­ dels zijn uit­­gevoerd. Op basis van ontwikkelingen en voortschrijdend inzicht kunnen acties worden bijgesteld. Veranderde inzichten en landelijke ontwikke­ lingen kunnen ook aanleiding geven tussentijds activiteiten te wijzigen of toe te voegen. Elke twee jaar wordt het uitvoerings­plan geëvalueerd en bijgesteld waar nodig. Met behulp van een proces­evaluatie beoordelen we jaarlijks of het beleid op de juiste wijze en naar tevredenheid is uit­­gevoerd.

43

Samen sterk, iedereen veilig

Regiovisie 2024–2031

Voor het evalueren op het niveau van praktijksituaties willen we vooral lerende netwerken inzetten, waaronder het Netwerk Zorg Straf. We maken hierbij gebruik van informatie uit de praktijk: wat werkt niet, maar vooral: wat werkt wél. Hierbij betrekken we ook ervaringsdeskundigen. Zo kunnen we samen deskundigheid ontwikkelen en succesvolle interventies met elkaar delen. Daarmee verbeteren we de kwaliteit van het werk binnen het gehele netwerk. Voor de procesevaluatie maken we gebruik van de reguliere overlegstructuur van het Ambtelijke adviesgroep Geweld in Afhankelijkheidsrelaties.

44

Samen sterk, iedereen veilig

Regiovisie 2024–2031

Bijlage 1 Begrippenlijst

Veiligheid

Waar in dit document de term veiligheid wordt gehanteerd, gaat het om veiligheid in opvoed­ situaties, veiligheid in afhankelijkheidsrelaties en om het tegengaan van alle vormen van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Het gaat bij geweld in afhankelijkheidsrelaties om licha­ melijke, seksuele en psychische vormen van geweld (of bedreiging daarmee) door iemand uit de huiselijke kring. Vormen van geweld in afhankelijkheidsrelaties zijn onder andere kindermishandeling, ouderenmishandeling, eergerelateerd geweld, seksueel geweld, (ex-) partnergeweld (ook psychische mishandeling en stalking). Er wordt onderscheid gemaakt tussen veilig­ heid op de korte termijn (directe veiligheid) en veiligheid op de lange termijn (stabiele veiligheid). Werken aan veiligheid op de korte termijn (directe veiligheid) betekent samen­ werken met als doel het direct stoppen van geweld in afhankelijkheidsrelaties en de onvei­ lige situatie en het beschermen van slachtof­ fers. Ook het direct ontlasten van gezinsleden hoort hierbij, zoals het wegnemen van bronnen van stress en het bieden van praktische ondersteuning. Denk bijvoorbeeld aan het wegnemen van financiële zorgen of het regelen van (andere) woonruimte.

Voor het direct doen stoppen van onveiligheid kan het in deze fase soms nodig zijn om te werken met een tijdelijk huisverbod, een (voorlopige) ondertoezichtstel­ ling of een andere juridische interventie. Van stabiele veiligheid is sprake wanneer er zich minimaal zes maanden geen incidenten hebben voorgedaan in het gezin/huishouden en de risicofactoren geen negatief effect meer hebben. Betrokken professionals beoordelen

samen met alle leden van het gezin/huis­ houden of er sprake is van stabiele veiligheid.

Onveiligheid

Waar we het in dit document hebben over onveiligheid, bedoelen we onveiligheid als gevolg van geweld in afhankelijkheidsrelaties, onveiligheid in opvoedsituaties en ontwikke­ lingsbedreiging.

Gezin/huishouden

Waar we het in dit document hebben over gezin/huishouden bedoelen we alle samen­ levingsvormen die een herkenbare sociale eenheid zijn, met al dan niet verwante personen die duurzame en affectieve banden hebben en elkaar onderling steun en verzorging verlenen, met of zonder (minderjarige) kinderen.

Lokale organisatie(s)

Waar we het in dit document hebben over de lokale organisatie(s), bedoelen we die orga­ nisaties die hulp en ondersteuning bieden in het vrijwillig kader, of toeleiden naar hulp en ondersteuning, in aansluiting op Veilig Thuis, Gecertificeerde Instelling en Raad voor de Kinderbescherming. In veel gevallen zal dit het lokale team zijn.

Samenwerken aan veiligheid

Het werken volgens visie gefaseerd samen­ werken aan veiligheid, het realiseren van inte­ grale sturing, versterken lokale wijkteams en het beschikken over een aanpak van gezinnen/huis­ houdens met de meest complexe problemen 45

Samen sterk, iedereen veilig

Regiovisie 2024–2031

(MDA++) zijn cruciale randvoorwaarden voor een effectieve en duurzame regionale aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Er is een training voor professionals in Zuid-Limburg op maat gemaakt (Samen voor Veiligheid) waarin deze visie wordt geïmplementeerd. De groepen worden gemengd samengesteld vanuit diverse netwerkpartners (gemeentelijke toegang, maat­ schappelijk werk, Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming, Zorg en Veiligheidshuizen en gecertificeerde instellingen) en na de twee­ daagse training zijn er terugkeer-intervisie­ bijeenkomsten waarin ruimte is voor borging en verdieping van thema’s.

Meldcode

Wet verplichte meldcode Sinds 2013 is de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling van kracht. Die wet houdt in dat alle organisaties die werken met kinderen en volwassenen een meldcode moeten hebben en medewerkers in staat moeten stellen om daarmee te werken. Het doel van de meldcode is professionals te helpen eerder en beter te handelen als zij vermoeden dat een gezinslid thuis mishandeld, verwaarloosd of seksueel misbruikt wordt. Uit onderzoek weten we namelijk dat professionals die met een meldcode werken drie keer vaker en sneller stappen zetten dan professionals die geen meldcode gebruiken. Deze stappen leiden niet per definitie tot een melding. Stappenplan meldcode Bij vermoedens van huiselijk geweld of kinder­ mishandeling doorloop het meldcode stappen­ plan STAP 1 Breng signalen in kaart STAP 2 Overleg met een deskundige collega of Veilig Thuis STAP 3 Praat met ouders of verzorgers STAP 4 Weeg het geweld STAP 5 Beslis: Is melden nodig? Is hulpverle­ ning nodig?

46

MDA++

MDA++ (Multidisciplinaire Aanpak) is gericht op het doorbreken van het patroon van geweld en verwaarlozing (structurele onveilig­ heid). In dit patroon van geweld en verwaarlo­ zing doen zich soms situaties voor waarin het acuut onveilig is voor een of meer leden van het gezin/huishouden. De MDA++ doelgroep is ‘crisisgevoelig’. De inzet van organisaties in situaties van acute onveiligheid is daarom altijd verbonden aan de inzet van MDA++ en andersom. In Zuid-Limburg is er maandelijks overleg waarbij gebruikgemaakt kan worden van een netwerk van ruim 30 ketenpartners ten behoeve van casuïstiek waarbij er sprake is van structurele onveiligheid.

Samenhang

Het belang van traumabehandeling en trau­ masensitief werken vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid wordt wel onderkend door de betrokken partijen, bijvoorbeeld in de volgende documenten: Kwaliteitskader Werken aan veiligheid voor lokale (wijk)teams en gemeenten onderstreept het belang van expertise op het gebied van traumasensitief werken waardoor vroege inter­ ventie mogelijk wordt. Ook wordt de opdracht­ gevende rol van gemeenten belicht inzake inkoop van traumasensitief hulpaanbod en behandeling inzake jeugd. Toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming: hierin wordt nadrukkelijk de verbinding gelegd tussen volwassenen-GGZ en jeugdhulp/ Jeugd-GGZ en het belang van een aanpak van 0 tot 100 benadrukt Hiermee wordt ook beoogd aandacht te hebben voor het inter­ generationele effect van complexe gezins­ problematiek. Integraal zorgakkoord (IZA): versterking van de samenwerking tussen het sociaal domein, huisartsenzorg en de GGZ om sneller de juiste expertise in te zetten. Huisartsen en professionals in het sociale domein krijgen in toenemende mate te maken met complexe problematiek waarvoor verwijzing naar de GGZ noodzakelijk is, maar tijdige behandeling niet

Samen sterk, iedereen veilig

Regiovisie 2024–2031

mogelijk is. Tegelijkertijd richt de GGZ zich nog te vaak op behandeling van psychische klachten die voortkomen uit problemen op andere levensgebieden die door de huisartsen en het sociaal domein zouden kunnen worden opgepakt. Hervormingsagenda Jeugd 2022 – 2028: versterken van lokale teams en inkoop; Ontwikkelagenda vrouwenopvang (VNG en Valente met financiële steun VWS): Valente en de VNG willen komen tot een ontwikkel­ agenda: een continu proces van kwaliteits­ ontwikkeling en -borging, waarbij gezamenlijk de ambitie en prioritering wordt bepaald. Hierbij kan de noodzaak van traumasensitief hulpaanbod en behandeling een plek krijgen.

Integrale sturing

Integrale sturing is van belang omdat de gezinnen/huishoudens waarin sprake is van geweld in afhankelijkheidsrelaties vaak problemen ervaren op meerdere leefgebieden. Daarom is het noodzakelijk dat de inzet van partners uit zowel hulpverlening, zorg, onder­ wijs, politie en justitie goed op elkaar is afge­ stemd. Integraal werken door professionals vraagt kortom ook om integrale sturing. Bij het signaleren van geweld in afhankelijkheidsrela­ ties moeten alle thema’s die te maken hebben met een effectieve aanpak in samenhang worden besproken. Ook gaat het om het geza­ menlijk creëren van randvoorwaarden waarin de professionele samenwerking tot stand kan komen, het stellen van prioriteiten en het adresseren van knelpunten en dilemma’s in de samenwerking.

Traumasensitiviteit

Het aanpakken van onveiligheid in gezinnen en gedragsproblemen is minder kansrijk als onderliggende trauma’s verborgen blijven en niet worden aangepakt. Een adequate trau­ ma-aanpak is belangrijk, niet alleen bij het signaleren van huiselijk geweld en kindermis­ handeling, maar vooral als bouwsteen bij het stoppen en structureel oplossen. Traumascree­

ning en -behandeling kunnen helpen om de vicieuze cirkel van geweld te doorbreken. Als trauma wordt gesignaleerd, staan gebrek aan motivatie, onvoldoende kennis, maar ook een tekort aan directe toegang tot gespecialiseerde hulp behandeling vaak in de weg. Trauma­ sensitiviteit maakt onderdeel uit van de trai­ ning samen voor veiligheid. Daarnaast is er in Zuid-Limburg een aantal behandelaren opge­ leid tot drakentemmer. Drakentemmers is de naam voor het Expertiseplatform Trauma en Gehechtheid na Huiselijk Geweld en Kinder­ mishandeling.

Gender en intieme terreur

Gender speelt een belangrijke rol bij het ontstaan en voortduren van geweld tegen vrouwen en bij huiselijk geweld en kindermis­ handeling. Om effectief te kunnen handelen moeten professionals zich bewust zijn van de sociaal-culturele opvattingen en rolpatronen die we als samenleving verbinden aan manen vrouw zijn en de ongelijkheden in macht, afhankelijkheid en verwachtingen ten aanzien van gedrag die daaruit voortvloeien. Aandacht besteden aan deze mogelijke oorzaak of beïnvloeden van geweld vraagt om gender­ sensitiviteit. Gendersensitiviteit betekent ook: je bewust zijn van de sociale druk die de maatschappij (o.a. ook door de invloed van sociale media), sociale netwerken en de directe omgeving (kunnen) leggen op partners en hun onderlinge relaties. Hulpverlening kan anders uitpakken voor de verschillende seksen en LHBTI-groepen. Dit kan onbedoelde negatieve gevolgen hebben. Pas als hier oog voor is, kan echt worden gewerkt aan het wegnemen of beïnvloeden van oorzaken van geweld. Om deze reden hebben de ministeries van VWS, JenV, OCW en SZW gezamenlijke afspraken gemaakt om aandacht voor gender een plek te geven binnen beleid, wet- en regelgeving, kennisbevordering en de systeemgerichte aanpak van gendergerelateerd geweld, huise­ lijk geweld en zelfbeschikking.

47

Samen sterk, iedereen veilig

Regiovisie 2024–2031

Pleger(s) in de systeemgerichte aanpak

Een effectieve aanpak van geweld in afhanke­ lijkheidsrelaties vereist aandacht voor zowel (vermoedelijke) slachtoffers als voor (vermoe­ delijke) plegers, hun onderlinge interactie en eventuele rolwisselingen tussen beiden. Hulp­ verlening, Veilig Thuis, politie, justitiepart­ ners en gemeenten hebben een gezamenlijke taak bij de inzet van interventies die leiden tot veiligheid in gezinnen en hulp aan alle betrokkenen. Dit maakt onderdeel uit van de systeemgerichte aanpak voor het gezin of huis­ houden. Hiermee wordt bijgedragen aan het vergroten van veiligheid en het voorkomen van herhaling.

Onderzoek Verwey-Jonker Instituut Zuid-Limburg ‘Een kwestie van lange adem’

Het Verwey Jonker Instituut heeft onderzoek uitgevoerd naar de effectiviteit van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling in navolging van een groot aantal andere regio’s. De resultaten van dit onderzoek dragen bij aan de versterking van de aanpak (zowel landelijk als regionaal) en de behoefte aan kennis en informatie over de effectiviteit van de aanpak van onveiligheid en Multiproblematiek in gezinnen. De resultaten van het onderzoek geeft concrete inzichten over wat werkt. Doel van het onderzoek is beter zicht te krijgen op de vraag of de hulpverlening erin geslaagd is om het geweld te stoppen, veilig­ heid te herstellen en het welzijn van ouders en kinderen te verbeteren. Door de gezinnen te volgen krijgen we een beeld hoe effectief de aanpak van huiselijk geweld en/of kindermis­ handeling in de desbetreffende regio is. Het onderzoek waarvan in dit rapport verslag wordt gedaan, is uniek in zijn soort. Het is een longitudinaal onderzoek (onderzoek waarbij dezelfde personen over de tijd herhaaldelijk worden bevraagd om te zien of er verande­ ringen optreden) met als centrale vraag: wat is er nodig om het geweld te doen stoppen en wat zijn daar de gunstigste omstandigheden voor. Kortom, het onderzoek wil inzicht geven

48

of en zo ja wat er verandert in de kleine twee jaar na aanmelding bij Veilig Thuis. Daarmee kan een handelingsperspectief worden geboden aan de betrokkenen, de hulpverle­ ners, de verschillende instanties en de beleids­ makers op lokaal- en landelijk niveau. Dit onderzoek betreft een derde cohortstudie, waarin een groep volwassenen en gezinnen die in een bepaalde periode gemeld zijn bij Veilig Thuis vanwege zorgen over huiselijk geweld en/of kindermishandeling gedurende een jaar na de melding volgen. Hoe gaat het na de melding? Lukt het om het geweld te stoppen en krijgen ze daarbij hulp en ondersteuning? Wat werkt op regionaal en op landelijk niveau? De vorige cohortstudies laten zien dat het verbe­ teren van de veiligheid in deze gezinnen erg lastig is.

Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming

Het Toekomstscenario kind- en gezinsbe­ scherming is een gezamenlijk programma van de ministeries van JenV en VWS en de VNG, waarin nauw samengewerkt wordt met de part­ ners in het veld. De jeugdbescherming moet effectiever en slimmer worden georganiseerd. Dat gebeurt langs de lijnen van dit Toekomsts­ cenario, dat ook de organisatorische conse­ quenties benoemt en advies geeft over een passende vervolgaanpak. De toekomstige kind- en gezinsbescherming gaat uit van vier basisprincipes: 1. gezinsgericht, 2. rechtsbeschermend en transparant, 3. eenvoudig en 4. lerend Toekomstscenario Om kinderen, volwassenen en gezinnen heen, staat het Lokaal Team dat hulpverleent, zo nodig met ondersteuning van het Regionaal Veiligheidsteam. Er is sprake van één vast gezicht binnen het Lokaal Team dat in voorko­ mende gevallen samen optrekt met een profes­ sional uit het Regionaal Veiligheidsteam. Het gezin, al dan niet met kinderen, krijgt dus een vaste professional of een vast duo dat lang­ durig bij hen betrokken blijft. Dicht bij deze

Samen sterk, iedereen veilig

Regiovisie 2024–2031

professionals en gezinnen staat een netwerk van specialisten met kennis over kinderen, volwassenen en specifieke uitingsvormen van geweld. Professionals worden ondersteund om samen te werken en een lerende omgeving te vormen. Verder is deskundige en onafhan­ kelijke cliëntondersteuning en/of een vertrou­ wenspersoon beschikbaar. Voor volwassenen én voor kinderen. Bij de inzet van kinderbeschermingsmaatre­ gelen kunnen ouders beschikken over rechtsbij­ stand. Het gaat hier over kind en gezin. Daarbij hebben we niet alleen de bescherming van het kind, maar ook de bescherming van volwas­ senen voor ogen. Het gaat ook om de aanpak van huiselijk geweld en geweld in afhankelijk­ heidsrelaties – in alle verschijningsvormen. Het hanteren van een onderscheid tussen samen­ levingsvormen met en samenlevingsvormen zonder kinderen is ongewenst. Vanuit de gezinnen en de professionals gere­ deneerd vraagt de aanpak om samenhang en beschikbaarheid van specialistische kennis en kunde. Deze samenhang is ook noodzakelijk om de bescherming van het kind effectief te laten zijn. Daarom is de keuze gemaakt om in het scenario voor kind- en gezinsbescherming de brede 0-100 jaar blik te hanteren. Belangrijke uitgangspunten zijn voorts: de beschikbaarheid van passende (jeugd)hulp, rechtswaarborgen, tegenspraak en het hanteren van begrijpelijke, toetsbare werkwijzen.

49

Samen sterk, iedereen veilig

Regiovisie 2024–2031

Bijlage 2 Vormen van geweld in afhankelijkheidsrelaties

Dit is een uitgebreide versie van de opsom­ ming in paragraaf 2.2.1

Huiselijk geweld

Lichamelijk, geestelijk of seksueel misbruik of bedreiging daarmee door iemand uit de huise­ lijke kring (definitie artikel 1 Wmo 2015). Met ‘huiselijke kring’ worden (ex-)partners, fami­ lieleden en huisvrienden bedoeld. Het woord huiselijk verwijst niet naar de plaats van het delict (het kan zowel binnenshuis als buitens­ huis plaatsvinden) maar naar de relatie tussen pleger en slachtoffer. Bij huiselijk geweld kan het gaan om lichamelijk, psychisch of seksueel misbruik. Het kan de vorm aannemen van (ex-) partnergeweld, eergerelateerd geweld, huwe­ lijksdwang, kindermishandeling, geweld tegen of verwaarlozing van ouderen of geweld tegen ouders.

(Ex-)Partnergeweld

Partnergeweld is iedere vorm van herhaaldelijk geweld (fysiek, emotioneel/psychisch, seksueel of financieel) tussen volwassen partners die samen een huishouden vormen of tussen ex-partners. Geweld tussen partners onderscheidt zich van geweld tegen kinderen in het gezin, omdat partners beiden volwassen zijn en kinderen per definitie kwetsbaarder zijn dan hun ouders. Partners hebben een wederzijdse zorgverplich­ ting en zijn vaak financieel, economisch en sociaal afhankelijk van elkaar. Bij partnergeweld is vaak sprake van machtsongelijkheid, waarbij de pleger een bepaald overwicht heeft op het slachtoffer. Er kan een patroon ontstaan waar­ door het slachtoffer (en het hele gezin) in een isolement kunnen raken. Profielen van (ex-)partnergeweld:

Kindermishandeling

Elke vorm van voor de minderjarige bedrei­ gende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen, ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijk­ heid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel (Wmo 2015 en Jeugdwet, 2015).

50

1. Intiem terrorisme (‘intimate terrorism’). Eenzijdig ernstig geweld van (doorgaans) de man. Bijvoorbeeld: dreiging en intimi­ datie; constant in de gaten houden wat het slachtoffer doet en waar hij/zij is; het ondermijnen van de wil van het slachtoffer door het zelfvertrouwen aan te tasten, door constante verbale aanvallen en door haar te overtuigen dat er geen alternatieven zijn voor de relatie; de mogelijkheden om zich tegen het controlerende gedrag te verzetten worden zoveel mogelijk beperkt door haar de toegang tot allerlei bronnen te ontzeggen en afhankelijk te maken. Dit gebeurt bijvoorbeeld door het slacht­ offer te weinig geld te geven en niet toe te

Samen sterk, iedereen veilig

Regiovisie 2024–2031

staan contact te hebben met vrienden of familie. 2. Veel voorkomend partnergeweld (‘common couple violence’). 3. Gewelddadig verzet (‘violent resistance’). 4. Wederzijds geweld en controle (‘mutual violent control’). Hierbij kan het gaan om alle vormen van geweld; fysiek, emotioneel/psychisch, seksueel, financieel of online, en om stalking (Bron: Infor­ matieprotocol 2,0: Veilig Thuis).

Ouderenmishandeling (ouder dan 65 jaar)

Ouderenmishandeling is het handelen of het nalaten van handelen van al degenen die in een terugkerende persoonlijke of profes­ sionele relatie met de oudere (iemand van 65 jaar of ouder) staan, waardoor de oudere persoon fysieke en/of psychische en/of mate­ riële schade lijdt en waarbij van de kant van de oudere sprake is van een vorm van gedeelte­ lijke of volledige afhankelijkheid (VWS, 2011; H. Comijs, 1996). Ouderenmishandeling komt voor in huiselijke kring, maar ook in een zorginstelling. In huise­ lijke kring betekent het: mishandeling door partners, ex-partners, gezinsleden, familieleden of huisvrienden. Dit is een vorm van ­huiselijk geweld. In een zorginstelling gaat het om mishandeling door beroepskrachten in de zorg. Mishandeling door professionals in een zorg­ instelling behoort niet tot de taak van Veilig Thuis, hier heeft de inspectie een taak. Ouderenmishandeling kan voorkomen in verschillende vormen: lichamelijk, ­geestelijk en/of seksueel gebied. Daarnaast kan een oudere te maken krijgen met verwaarlozing en financieel misbruik. Het verschil tussen huise­ lijk geweld en ouderenmishandeling zit hem met name in de mate van afhankelijkheid. Bij ouderenmishandeling is men afhankelijk voor zorg of financiën van bijvoorbeeld (ex)partners, kinderen, familieleden of huisvrienden. Vaak gaat dat goed, maar helaas niet altijd.

Soms komt de mishandeling voort uit overmacht of overbelasting, soms maken mensen ook

misbruik van de situatie en de afhankelijkheid van de oudere. Overbelaste mantelzorg en financieel misbruik zijn vormen van geweld die vooral bij ouderen voorkomen.

Mensenhandel

Artikel 4 van het Verdrag van de Raad van Europa ter bestrijding van mensenhandel definieert: “Mensenhandel is het werven, vervoeren, overbrengen van en bieden van onderdak aan of het opnemen van personen, door dreiging met of gebruik van geweld of andere vormen van dwang, van ontvoering, bedrog, misleiding, machtsmisbruik of misbruik van een kwetsbare positie of het verstrekken of in ontvangst nemen van betalingen of voordelen ten einde de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap heeft over een andere persoon, ten behoeve van uitbuiting.” Mensenhandel is een vorm van moderne slavernij. Bij mensenhandel is er sprake van uitbuiting, afhankelijkheid(srelaties) en verschil­ lende vormen en gradaties van geweld. De afhankelijkheidsrelatie kan van emotionelemaar ook een praktische aard zijn, zoals het niet zelf kunnen beschikken over identiteitspa­ pieren en geld. De afhankelijkheid kan ook gebaseerd zijn op dreiging zoals het openbaar maken van bijvoorbeeld seksueel getint video – en foto­ materiaal, bedreigen van de familie. Daarnaast kan er sprake zijn van dwang door (dreiging met) geweld, afpersing, fraude, misleiding en misbruik van hun kwetsbare positie. Het doel van de mensenhandelaar is om financieel voor­ deel te behalen. Mensenhandel ondermijnt niet alleen de rechtstaat, maar schendt ook mensenrechten. De impact voor de slachtoffers is enorm.

Het Openbaar Ministerie beschrijft mensenhandel als een grove inbreuk op de menselijke waardigheid en de lichamelijke en geestelijke integriteit van slachtoffers en wordt gezien als schending van fundamentele mensenrechten. Voor mensenhandel is in Zuid– Limburg in 2022 een specifiek beleidsplan en een uitvoeringsplan vastgesteld.

51

Samen sterk, iedereen veilig

Regiovisie 2024–2031

Ontspoorde mantelzorg

Een mantelzorger die door overbelasting/ onmacht, onwetendheid/ onkunde of compas­ siemoeheid onbedoeld over de grenzen van de zorgvrager heengaat, inadequate zorg levert, verwaarloost of op een andere manier schade toebrengt. Bijvoorbeeld een mantelzorger die scheldt omdat deze overbelast is of verkeerde voeding geeft door overbelasting.

Eergerelateerd Geweld

Eergerelateerd geweld is elke vorm van gees­ telijk of lichamelijk geweld gepleegd vanuit een collectieve mentaliteit in reactie op een (dreiging van) schending van de eer van vrouw (meisje) of een man (jongen) en daarmee van haar of zijn familie waarvan de buitenwereld op de hoogte is of dreigt te raken (Ferwerda van Leiden, 2005). Eergerelateerd geweld is de uiterste vorm van geweld binnen een breder scala van eergerelateerde handelingen om aantasting van de eer te beperken of te voor­ komen. (Van der Zand/Vocastrainingen). Het is van belang om bij eergerelateerd geweld een goed onderscheid te maken tussen huiselijk geweld, geweld om de individuele eer, opvoedingsonmacht en kindermishandeling. Bij eergerelateerd geweld speelt expliciet een eermotief in een collectieve context. Eergere­ lateerd geweld kan zowel tussen een individu en de groep als tussen verschillende groepen onderling spelen. Eergerelateerd geweld kent verschillende uitingen en gradaties van ernst (bv. dreigen, beperken vrijheden, controleren, bezweringen en genezingsrituelen, isoleren, lichamelijk geweld, verstoting, verminking, (gedwongen) zelfmoord en als uiterste maat­ regel eerwraak). Wanneer eerschending dreigt, zal de familie er alles aan doen om dit te voorkomen. Wanneer de eer is geschonden, moet deze door de familie worden hersteld.

De familie wordt aangesproken door de gemeenschap als zij onvoldoende reageert op een inbreuk op de familie-eer. Meisjes en vrouwen hebben de verantwoordelijkheid om de familie-eer hoog

52

te houden. Ouders, mannen en jongens om deze te bewaken en zo nodig te herstellen. Eerwraak heeft te maken met het doden van een eerschender om de bezoedelde eer te zuiveren. De kuisheid van de vrouw is ook gere­ lateerd aan de eer van de man en de familie. Huwelijkse gevangenschap kan worden gezien als een vorm van eergerelateerd geweld. Naast het gedwongen worden om te trouwen, kan een persoon ook gedwongen worden om getrouwd te blijven. Een vrouw of man is in dat geval een huwelijk aangegaan en wil dit beëin­ digen, terwijl daarvoor de medewerking van de echtgenoot nodig is. Als de echtgenoot deze medewerking weigert, is sprake van huwelijkse gevangenschap. Dit kan voorkomen bij een formeel huwelijk, maar ook bij een informeel, religieus huwelijk. Vaak zijn het vrouwen die door hun man gedwongen worden om gehuwd te blijven. Maar het komt ook voor dat de vrouw haar man dwingt om gehuwd te blijven (Bron: Informatieprotocol 2.0: Veilig Thuis).

Huwelijksdwang

Huwelijksdwang is het dwingen van een vrouw (meisje) of een man (jongen) tot een huwelijk, door ouders, familie of gemeenschap. Het is een huwelijk waarbij één of beide huwelijks­ partner(s) geen zeggenschap heeft (hebben) over de sluiting van de huwelijkse verbintenis of daarmee niet instemt (instemmen). Onder deze situatie wordt mede begrepen: het wel meewerken aan de formele (wettelijke) huwe­ lijkshandelingen, doch onder lichamelijke of geestelijke bedreiging (Bron: Landelijke Knoop­ punt Huwelijksdwang en Achterlating). Kernbegrip binnen huwelijksdwang is “dwang”. Huwelijksdwang is bij wet strafbaar (artikel 284 wetboek van strafrecht). Bij huwelijksdwang is er veelal sprake van een gebrek aan vrije part­ nerkeuze of er moet voor een bepaalde leef­ tijd getrouwd worden. Als de vrouw (meisje) of man (jongen) toch kiest voor een zelfge­ kozen partner kan dit leiden tot contactbreuk of verstoting. Blijvend verzet tegen het huwe­ lijk kan leiden tot achterlating, lichamelijk of psychisch geweld. Bij huwelijksdwang speelt

Samen sterk, iedereen veilig

Regiovisie 2024–2031

een collectieve context een rol, op de achter­ grond oefenen familieleden of gemeenschap druk uit. Deze druk kan subtiel tot zeer dwin­ gend zijn. Huwelijksdwang kan een vorm van eergerelateerd geweld zijn als er eerder een eerschending plaats heeft gevonden of om een eerschending in de toekomst te voorkomen. Het hoeft echter niet altijd te maken te hebben met eergerelateerd geweld. Er kan bijvoor­ beeld sprake zijn van economische motieven, de wens voor een verblijfsvergunning etc. (Bron: Informatieprotocol 2.0: Veilig Thuis).

Achterlating

Het tegen de wil van een man (jongen) of vrouw (meisje) achterlaten in of terugsturen naar het land van herkomst. De andere gezins­ leden keren wel terug naar Nederland. (Bron: Landelijke Knooppunt Huwelijksdwang en Achterlating). Achterlating komt het meest voor bij kinderen, jongvolwassenen of getrouwde vrouwen (met en zonder kinderen). Het gebeurt op initiatief van de echtgenoot, ouder(s) en/ of familie. Paspoort en verblijfsvergunning worden afgenomen om terugkeer naar Neder­ land te verhinderen. Veelal verkeert de vrouw (meisje) of man (jongen) zich in het land van herkomst in een afhankelijke en/of geïsoleerde positie en is er een onvrijwillige breuk met de sociale omgeving in Nederland. Achterlating tast de fundamentele rechten van de mens aan en geldt als een vorm van (strafbaar) geweld. Achterlating kan een vorm van eergerelateerd geweld zijn, wanneer iemand wordt achterge­ laten omdat er eerder een eerschending plaats heeft gevonden of om een eerschending in de toekomst te voorkomen. Het hoeft echter niet altijd te maken te hebben met eergerelateerd geweld. Bij het achterlaten van minderjarigen kan er ook sprake zijn van opvoedingsproble­ matiek en is dit geen aantasting van de eer. (Bron: Informatieprotocol 2.0: Veilig Thuis).

Geweld tegen ouders (onder 65 jaar) door hun kinderen (tot 23 jaar)

Ouder-mishandeling (ook wel: ‘kind-ouder geweld’ of ‘huiselijk geweld van jongeren tegen hun ouders’; niet te verwarren met oude­ renmishandeling) is: niet-incidenteel geweld in het gezin gepleegd door een (doorgaans thuis­ wonende afhankelijke) jeugdige of jongvolwas­ sene, dat gericht is op (een van) de ouders. Het gaat om herhaaldelijk en ernstig geweld (geen ‘normale’ puberteitsconflicten). Het geweld kan psychisch, fysiek en seksueel zijn, met financiële afpersing en materiele schade. (Bron: Ministerie van VWS)

Geweld uitgeoefend door professionals of vrijwilligers tegenover hun ‘cliënten’ en door ‘cliënten’ tegenover elkaar

In een relatie met een professional of een vrij­ williger kan ook geweld voorkomen. Zowel geweld van een professional/vrijwilliger richting een client of andersom komt voor. Geweld door professionals is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de organisatie waar de professional werkzaam is. Daarnaast kan mishandeling van “cliënten” gemeld worden bij de Inspectie voor de gezondheidszorg.

Dierenmishandeling en huiselijk geweld

Er bestaat een verband tussen mishande­ ling van dieren en mishandeling van mensen. Plegers van ernstig huiselijk geweld maken zich ook vaak schuldig aan dierenmishandeling. Dat is bekend uit onderzoek onder vrouwen die vanwege geweld in een opvangcentrum zitten. Meer dan de helft van deze vrouwen geeft aan dat de partner ook het huisdier mishandelde. En in een kwart van de gevallen begon de mishandeling bij het huisdier. Een pleger van huiselijk geweld kan een huis­ dier lichamelijk mishandelen of als ‘wapen’ inzetten om iemand aan te vallen. Een huis­ dier kan ook gebruikt worden om iemand te bedreigen, manipuleren, controleren, verne­ deren, bang te maken of te dwingen in de relatie te blijven. (Bron: Ministerie van VWS) 53

Samen sterk, iedereen veilig

Regiovisie 2024–2031

Bijlage 3 Netwerkpartners

Dit is een uitgebreide versie van de opsom­ ming in paragraaf 3.2

Veilig Thuis Zuid-Limburg (VT)

De taken van Veilig Thuis, zoals vastgelegd in de WMO 2015, zijn door het Landelijk Netwerk Veilig Thuis nader uitgewerkt in het handelings­ protocol Veilig Thuis 2019. Gemeenten onder­ schrijven en faciliteren de werkwijze van Veilig Thuis Zuid-Limburg volgens dit handelingspro­ tocol. Veilig Thuis geeft advies aan burgers en profes­ sionals inzake (vermoedens van) huiselijk geweld en kindermishandeling en neemt bij aanname van een melding de verantwoorde­ lijkheid voor het zicht op veiligheid over. Op basis van de veiligheidsbeoordeling wordt een keuze gemaakt voor vervolgstappen. Indien nodig zet Veilig Thuis Zuid-Limburg de dienst Voorwaarden & Vervolg in, of de dienst Onder­ zoek om in kaart te brengen of er daadwerkelijk sprake is van huiselijk geweld of kindermishan­ deling. In geval van overdracht van casuïstiek aan het lokale veld (gemeenten/ en of hulp­ verlening), monitort Veilig Thuis Zuid-Limburg of aan de gestelde veiligheidsvoorwaarden is voldaan, of deze hebben geleid tot directe veiligheid en latere stabiele veiligheid, en of er aandacht is voor het werken aan herstel van de gevolgen van het geweld. Hiertoe staat Veilig Thuis in contact met het gezin en professionals uit het lokale veld. Wanneer stabiele veiligheid is bereikt, sluit Veilig Thuis het dossier.

Meer informatie is te vinden: Over Veilig Thuis Zuid-Limburg – Veilig Thuis Zuid-Limburg (veiligthuiszl.nl)

54

Raad voor de Kinderbescherming (RvdK)

Kinderen hebben recht op een gezonde en stabiele ontwikkeling. Dat staat in het Inter­ nationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind. In Nederland beschermt de RvdK dat recht voor kinderen die in hun ontwikkeling worden bedreigd en voor hen die worden verdacht van of veroordeeld zijn voor een straf­ baar feit. Daarnaast voert de RvdK taakstraffen uit en geeft advies bij adoptie, pleegzorg en complexe scheidingen. De RvdK staat voor gelijke rechten voor ieder kind. Waar juridi­ sche stappen in beeld komen ter bescherming van kinderen, kijkt de Raad voor de Kinderbe­ scherming met ‘nieuwe ogen’ naar situaties, vanuit een onafhankelijke positie. Dit vanuit een pedagogische én juridische blik naar welke oplossing een kind verder helpt. De RvdK is vaak kort in beeld. De impact kan groot zijn. Ingrijpen in de (thuis)situatie van een kind wordt niet zomaar gedaan. Is er meer nodig? Dan krijgt het gezin een periode toezicht. Pas in het uiterste geval kan de RvdK de rechter verzoeken om een kind of jongere ergens anders in veiligheid te brengen. Als het veilig kan blijft het contact tussen ouders en kind behouden. Bij een jongere die de wet heeft overtreden zoekt de RvdK naar een zinvolle taakstraf. Als start voor een betere toekomst. Is het vergrijp te ernstig, dan heeft de RvdK een adviserende rol naar het OM, om zwaarder te straffen.

Hoe de maatschappij kijkt naar wat goed is voor een kind verandert door de jaren heen. Het werk en de samenwerking met andere organisaties, verandert mee. Maar het recht van een kind om veilig en kansrijk op te groeien, blijft hetzelfde. Aan de bescher­ ming van dat recht werkt de RvdK iedere dag.

Samen sterk, iedereen veilig

Regiovisie 2024–2031

Omdat ieder kind dat ernstige schade dreigt op te lopen het recht heeft veilig verder op te groeien. Meer informatie is te vinden: Over ons | Raad voor de Kinderbescherming

Zorg en Veiligheidshuizen ZuidLimburg (ZLZVH)

Het Zorg- en Veiligheidshuis Zuid-Limburg is dé plek waar gemeenten, justitiële partners en zorgpartners samenwerken om de meest complexe zorg- en veiligheidsproblemen op het gebied van overlast, criminaliteit, verward gedrag, huiselijk geweld, kindermishandeling en radicalisering aan te pakken. Meer informatie is te vinden: www.zlzvh.nl

Gecertificeerde Instellingen Bureau Jeugdzorg (BJZ) Bureau Jeugdzorg Limburg is een gecertifi­ ceerde instelling voor uitvoering van de maatregelen jeugdbescherming en jeugdre­ classering. Biedt hulp en ondersteuning in die gevallen waar de (kinder)rechter een uitspraak heeft gedaan en een kinderbeschermings­ maatregel heeft uitgesproken of jeugdreclas­ sering heeft opgelegd. Daarnaast speelt BJZ een actieve rol in het lokale veld. Dit biedt de mogelijkheid om snel te schakelen van vrijwil­ lige hulp naar gedwongen hulp als dat nodig is, of specifieke deskundigheid in te zetten om kinderbeschermingsmaatregelen juist te voor­ komen. BJZ begeleidt daarnaast ook jongeren tussen de 12 en 23 jaar die een strafbaar feit hebben gepleegd. Dit wordt gedaan door jeugdreclas­ seerders. Het doel is voorkomen dat jongeren nog een keer in de fout gaan. Jongeren komen bij de jeugdreclassering terecht via de Raad voor de Kinderbescherming, de officier van Justitie of de kinderrechter. De jeugdreclasse­ ring kent verschillende begeleidingsvarianten. Meer informatie is te vinden: Bureau Jeugdzorg Limburg – Bureau Jeugd­ zorg Limburg (bjzlimburg.nl)

William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (WSG) William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugd­ reclassering (JB&JR) is een landelijke gecertifi­ ceerde instelling binnen de Jeugdzorg. Zij zijn gespecialiseerd in het begeleiden van gezinnen waarvan de ouders en/of het kind een beper­ king heeft. Vaak gaat het om een licht verstan­ delijke beperking. WSG voeren gedwongen maatregelen uit en bieden diverse consultatieen adviesdiensten. Van een eenmalig advies tot preventietrajecten. Meer informatie is te vinden: William Schrikker – William Schrikker Jeugd­ bescherming & Jeugdreclassering

Politie

In het kader van huiselijk geweld streeft politie naar één ding: zorgen dat het weer veilig wordt thuis. Welke rol en taken politie daarbij uitvoert, verschilt per situatie. Dat kan zijn direct ingrijpen als de situatie erom vraagt. Daarnaast stelt politie feiten vast, doet onderzoek naar strafbare feiten en stemt af met partners over de aanpak.

Openbaar Ministerie (OM)

Het OM is de enige instantie in Nederland die verdachten voor de strafrechter kan brengen. Het OM zorgt ervoor dat strafbare feiten worden opgespoord en vervolgd. Daarvoor wordt samengewerkt met politie en andere opsporingsdiensten. De officier van justitie leidt het opsporingsonderzoek. Het Openbaar Ministerie (OM) treedt op voor de samenleving. Het OM is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. Het werk van het OM is erop gericht dat daders een passende straf krijgen, dat slachtoffers en nabe­ staanden het gevoel hebben dat er iemand naast hen staat, en dat de samenleving voelt dat het recht bij het OM in goede handen is. Veel voorkomende criminaliteit – waaronder vormen van huiselijk geweld – wordt a ­ fgedaan bij ZSM (Zorgvuldig Snel Maatwerk). Daar werken politie, reclassering, slachtofferhulp, OM en Veilig Thuis 7x24 uur samen om recht te doen en straf­zaken betekenisvol te behan­

55

Samen sterk, iedereen veilig

Regiovisie 2024–2031

delen. Voor jeugdige verdachten werken deze partners daarbovenop samen met de Raad voor de Kinderbescherming, Halt, Bureau Jeugdzorg, William Schrikkergroep om met pedagogisch effect het strafrecht in te zetten. Extremere vormen van criminaliteit (doodslag, moord, grote drugszaken) worden behandeld door de afdeling Onderzoeken & Ondermij­ ning. Als (trieste) voorbeelden gelden gevallen van femicide en mensenhandel. Meer informatie is te vinden: Het OM de film (korte versie) | Video | Openbaar Ministerie

Drie Reclasseringsorganisaties (3RO)

Het reclasseringswerk in Nederland wordt uitgevoerd door drie reclasseringsorganisaties (3RO): ƒ Reclassering Nederland (RN) www.reclasse­ ring.nl ƒ Stichting Verslavingsreclassering GGZ (SVG) www.svg.nl ƒ Stichting Leger des Heils Jeugdbescher­ ming & Reclassering www.legerdesheils.nl/ reclassering De drie organisaties verschillen van elkaar wat betreft geschiedenis, visie, omvang, structuur en manier van werken. In de praktijk werken ze nauw met elkaar samen om bij te dragen aan de veiligheid van de samenleving door het voorkomen van criminaliteit en het terug­ dringen van herhaling.

56

Vrouwenopvang

De Vrouwenopvang is er voor vrouwen en hun kinderen uit regio Zuid-Limburg die ernstig worden bedreigd door hun partner of familie, of die gevlucht zijn uit een situatie van geweld. Deze vrouwen hebben een (vaak anonieme) opvangplek nodig, omdat ze een zeer groot veiligheidsrisico lopen. XONAR Vrouwenop­ vang biedt opvang en hulpverlening voor de regio Maastricht Heuvelland en de Westelijke Mijnstreek, Levanto Vrouwenopvang voor de regio Parkstad. Daarnaast heeft de Vrouwen­ opvang in Zuid-Limburg vanuit het Lande­ lijk Stelsel Vrouwenopvang een landelijke opvangfunctie voor vrouwen en kinderen als in de eigen regio onvoldoende veiligheid kan worden geboden. Naast opvang biedt de Vrou­ wenopvang vanuit haar jarenlange ervaring en expertise steeds vaker ambulante (systemische begeleiding) wanneer er sprake is van GIA.

Centrum Seksueel Geweld Limburg (CSG)

Slachtoffers van een ongewenste seksuele erva­ ring (online of offline) kunnen bij het Centrum Seksueel Geweld Limburg terecht voor advies of medische, forensische en psychologische hulp. Het Centrum Seksueel Geweld (CSG) Limburg is een samenwerking tussen het Maas­ tricht UMC+, XONAR, GGD Zuid Limburg, GGD Limburg-Noord, Politie-eenheid Limburg, Slachtofferhulp Nederland en de Limburgse gemeenten. Meer informatie is te vinden: Over ons – Centrum Seksueel Geweld Chat met het Centrum Seksueel Geweld – Centrum Seksueel Geweld

Samen sterk, iedereen veilig

Regiovisie 2024–2031

Bijlage 4 White Paper Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming in Limburg

57

Samen sterk, iedereen veilig

Regiovisie 2024–2031

White Paper Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming In Limburg Algemeen Justitieel Beraad Limburg & Regionaal Netwerk Zorg Straf Limburg 27 juni 2023 | Jeroen Bos | Blaauwberg

Doel van dit white paper De samenwerking zorg-veiligheid in de regio positief beïnvloeden en daarmee meehelpen de basis te leggen voor een succesvolle invulling van het Toekomstscenario in Limburg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=1d05c762-4886-44f8-9a8c-a932830f5223