6. Bijlage 1 Regiovisie Zuid-Limburg 2024-2031 Samen sterk, iedereen veilig-aanpak geweld in afhankelijkheidsrelaties_177500
Tekst van het document
Regiovisie 2024-2031 Aanpak geweld in afhankelijkheidsrelaties Regio Zuid-Limburg
Samen sterk, iedereen veilig
Deze Regiovisie is tot stand gekomen in samenwerking met de 16 Zuid-Limburgse gemeenten en netwerkpartners 2
Samen sterk, iedereen veilig Regiovisie 2024-2031 Aanpak geweld in afhankelijkheidsrelaties Regio Zuid-Limburg
3
4
Samen sterk, iedereen veilig
Regiovisie 2024–2031
Inhoudsopgave Inleiding9 Hoofdstuk 2
Geweld in afhankelijkheidsrelaties
11
Hoofdstuk 3
De rol van de gemeente en netwerkpartners
17
Hoofdstuk 4
Basis voor de nieuwe regiovisie
23
Hoofdstuk 5
Ambitie en o ntwikkellijnen
25
Hoofdstuk 6
Ontwikkellijn Samen Zien!
29
Hoofdstuk 7
Ontwikkellijn Samen leren, samen werken!
33
2.1 2.2 2.3 2.4
Inleiding11 Verschijningsvormen van geweld in afhankelijkheidsrelaties 11 Zicht op geweld in afhankelijkheidsrelaties 13 Conclusie 15
3.1 Gemeenten en hun rollen en verantwoordelijkheden 3.2 Samenwerking met netwerkpartners
4.1 Inleiding 4.2 Landelijk programma Toekomstscenario kind en gezinsbescherming 4.3 Conclusies
5.1 Inleiding 5.2 Gezamenlijke ambitie 5.3 Ontwikkellijnen
6.1 6.2 6.3 6.4
7.1 7.2 7.3 7.4
Inleiding Wat doen we nu (al)? Welke ontwikkeling willen we doormaken? Wat betekent dit concreet voor de komende periode?
Inleiding Wat doen we (nu) al? Welke ontwikkeling willen we doormaken? Wat betekent dit concreet voor de komende periode?
17 19
23 23 24
25 25 27
29 30 30 32
33 33 35 36
5
Samen sterk, iedereen veilig
Hoofdstuk 8 8.1 8.2 8.3 8.4
Ontwikkellijn Samen doen!
Inleiding Wat doen we al/nu Welke ontwikkeling willen we doormaken? Wat betekent dit concreet voor de komende periode?
37
37 37 38 40
Hoofdstuk 9 Governance, Financieel kader, Communicatie, Monitoring & Evaluatie
41
Bijlage 1
Begrippenlijst
45
Bijlage 2
Vormen van geweld in afhankelijkheidsrelaties
50
Bijlage 3
Netwerkpartners
54
Bijlage 4
White Paper Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming in Limburg
57
9.1 9.2 9.3 9.4
6
Regiovisie 2024–2031
Governance Financiering Communicatie Monitoring en evaluatie
41 42 42 43
7
Binnen het kader van dit thema wordt meestal de term geweld in afhankelijkheidsrelaties gebruikt en in sommige situaties de term huiselijk geweld. In deze Regiovisie gebruiken we overal de (koepel)term geweld in afhankelijkheidsrelaties, tenzij de term huiselijk geweld passender is, of wanneer de context om het gebruik van een afwijkende term vraagt. In bijlagen 1 en 2 is een toelichting op alle in deze uitgave gebruikte begrippen te vinden.
8
Samen sterk, iedereen veilig
Regiovisie 2024–2031
Inleiding Geweld in afhankelijkheidsrelaties moet stoppen
Geweld in afhankelijkheidsrelaties (GIA) is de meest voorkomende vorm van geweld in onze samenleving. Jaarlijks worden er ongeveer 200.000 mensen in Nederland het slachtoffer van. Het gaat om geweld dat gepleegd wordt door een persoon die het slachtoffer niet alleen kent, maar waar het slachtoffer ook materieel of emotioneel afhankelijk van is. Huiselijk en eergerelateerd geweld zijn hier voorbeelden van, maar het kan ook binnen instellingen voorkomen of door vrijwilligers of professionals worden gepleegd. De gevolgen zijn vaak groot, zelfs na één incident. Want naast fysieke en maatschappelijke gevolgen zijn er de psychische gevolgen: gevoelens van vernedering, kleinering, angst, machteloosheid en wanhoop kunnen zorgen voor frustratie, woede en ernstige psychische belemmeringen.
Samenwerken is noodzakelijk
Het is belangrijk om zo vroeg mogelijk signalen van geweld in afhankelijkheids relaties te herkennen, om zo snel mogelijk de juiste ondersteuning te kunnen bieden. Betrokkenen, slachtoffers en plegers hebben niet alleen hulp nodig bij het stoppen van geweld en het voorkomen van verdere escalatie, maar ook bij de verwerking van het ondergane leed. Deze hulp wordt geboden door tal van partijen. Samenwerking tussen verschillende disciplines is essentieel, omdat het ontstaan en voortbestaan van geweld in afhankelijkheidsrelaties door verschil lende factoren wordt beïnvloed. Zoals de opvoedingsstijl, de woonomgeving, gezondheid en de financiële situatie. Gemeenten hebben naast inhoudelijke taken vanuit de WMO de opdracht om een regionale visie hierop te ontwikkelen. Deze visie, met een gezamenlijke ambitie, geeft richting en vormt de basis voor effectieve samenwerking om zo samen de cirkel van geweld te doorbreken!
We beginnen niet vanaf nul…
Deze derde Regiovisie staat niet op zich en de aanpak van geweld in afhankelijk heidsrelaties begint zeker niet vanaf ‘nul’. In de regio Zuid-Limburg werken we als netwerkpartners al geruime tijd op dit gebied samen. Dit resulteerde in 2014 in de eerste Regiovisie voor Zuid-Limburg voor de periode 2014 – 2018. In deze visie stond vooral de op- en inrichting van Veilig Thuis Zuid-Limburg centraal. De opvolger hiervan is de Regiovisie Geweld Hoort Nergens Thuis Zuid-Limburg 2019–2022. Deze was gebaseerd op het gelijknamige landelijke programma. Hierin stond de aanpak in het teken van het – waar nodig en mogelijk in onder linge samenwerking – voorkomen van huiselijk geweld door vroegsignalering en adequate reactie, om zodoende zo snel mogelijk het geweld te stoppen, de schade te beperken en vervolgens het herstel te bevorderen. Daarvoor is de afgelopen jaren een stevige basis gelegd.
9
Samen sterk, iedereen veilig
Regiovisie 2024–2031
De nieuwe Regiovisie
De komende periode (2024-2031) staat in het teken van verdere versterking van zowel de samenwerking als de aanpak. We constateren namelijk dat er op diverse terreinen nog veel winst te behalen is. We willen onze betekenis onder meer vergroten door meer transparantie te brengen in het netwerk, de onder liggende problematiek beter mee te nemen, beter en vaker van elkaar te leren en de zichtbaarheid en vindbaarheid van samenwerkingsinitiatieven, specialisten en specialismen te vergroten. In deze nieuwe Regiovisie komen de visie van de betrokkenen (uit het Verwey-Jonker onderzoek), de visie van alle partners, (de evaluatie van de vorige Regiovisie) en de landelijke ontwikkelingen (het lande lijke programma toekomstscenario kind- en gezinsbescherming) samen. Op basis hiervan is een stevige ambitie geformuleerd:
Samen doorbreken we de cirkel van geweld: wij creëren veiligheid, signaleren vroegtijdig, stoppen geweld in afhankelijkheidsrelaties blijvend, we waarborgen duurzaam herstel en pakken onderliggende problemen aan. Wij doorbreken de intergenerationele overdracht van geweld (in gezinnen): wij organiseren directe veiligheid, creëren stabiele veiligheid en organiseren duurzaam herstel. Dit willen we voor iedereen: van –9-maanden tot 100+ jaar. Om deze ambitie te verwezenlijken zijn drie ontwikkellijnen geformuleerd: Samen zien! Samen leren, samen werken! Samen doen!
Omdat het om een hardnekkig probleem gaat is een duurzame en gerichte aanpak nodig. Dat blijkt ook uit de studie van het Verwey-Jonker Instituut. Daarom hanteren we voor deze nieuwe Regiovisie een termijn van acht in plaats van vier jaar. We beschrijven ook nul-ambities op de ontwikkellijnen die in deze Regiovisie worden uitgewerkt. De beweging die we in 2014 met de eerste Regiovisie hebben ingezet en in 2018 een vervolg hebben gegeven, zetten we de komende jaren onverkort voort. De aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties (met name de intergenerationele overdracht van geweld) vergt immers een lange adem. Deze Regiovisie, met een langere termijn, doet hier recht aan, met duidelijke accenten en een strakke agenda voor de komende jaren. In het uitvoeringsplan brengen we verdere verfijning aan en kunnen we tussentijds bijstellen mocht dit nodig zijn.
10
Samen sterk, iedereen veilig
Regiovisie 2024–2031
Hoofdstuk 2
Geweld in afhankelijkheids relaties 2.1 Inleiding
Geweld in afhankelijkheidsrelaties wordt gepleegd door een persoon die het slacht offer niet alleen kent, maar waar het slachtoffer ook materieel of emotioneel afhankelijk van is. Hieronder schetsen we kort diverse vormen van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Een uitge breid overzicht hiervan met volledige definities en bronvermelding staat in bijlage 3.
2.2 Verschijningsvormen van geweld in afhankelijkheids relaties Kindermishandeling Elke vorm van voor de minderjarige bedrei gende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen, ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijk heid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel.
ex-partners. Zij hebben een wederzijdse zorg verplichting en zijn vaak financieel, economisch en sociaal afhankelijk van elkaar. Bij partner geweld is vaak sprake van machtsongelijkheid. Meestal gaat het om eenzijdig ernstig geweld van – doorgaans – de man. Ouderenmishandeling (ouder dan 65 jaar) Ouderenmishandeling is het handelen of het nalaten van handelen van diegenen die in een terugkerende persoonlijke of professionele relatie met de oudere (iemand van 65 jaar of ouder) staan, waardoor de oudere persoon fysieke, psychische en/of materiële schade lijdt en waarbij van de kant van de oudere sprake is van een vorm van afhankelijkheid. Ouderen mishandeling komt voor in huiselijke kring, maar ook in zorginstellingen.
(Ex-)Partnergeweld Partnergeweld is iedere vorm van herhaaldelijk geweld (fysiek, emotioneel/psychisch, seksueel of financieel) tussen volwassen partners die samen een huishouden vormen of tussen
11
Samen sterk, iedereen veilig
Regiovisie 2024–2031
Mensenhandel Mensenhandel is het werven, vervoeren, overbrengen van en bieden van onderdak aan of het opnemen van personen, door dreiging met of gebruik van geweld of andere vormen van dwang, van ontvoering, bedrog, misleiding, machtsmisbruik of misbruik van een kwetsbare positie, of het verstrekken of in ontvangst nemen van betalingen of voordelen teneinde de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap heeft over een andere persoon, ten behoeve van uitbuiting. Bij mensenhandel is dus sprake van uitbuiting, afhan kelijkheid(srelaties) en verschillende vormen en gradaties van geweld. In Zuid– Limburg is hiervoor in 2022 een specifiek beleidsplan en een uitvoeringsplan vastgesteld. Ontspoorde mantelzorg Een mantelzorger die door overbelasting/onmacht, onwetendheid/ onkunde of compassiemoeheid onbedoeld over de grenzen van de zorgvrager heengaat, inadequate zorg levert, verwaarloost of op een andere manier schade toebrengt. Bijvoorbeeld een overbelaste mantelzorger die scheldt of verkeerde voeding geeft. Eergerelateerd Geweld Eergerelateerd geweld is elke vorm van geestelijk of lichamelijk geweld gepleegd vanuit een collectieve mentaliteit in reactie op een (dreiging van) schending van de eer van vrouw (meisje) of een man (jongen) en daarmee van haar of zijn familie waarvan de buitenwereld op de hoogte is of dreigt te raken (Ferwerda van Leiden, 2005).
Belangrijk is het onderscheid tussen huiselijk geweld, geweld om de individuele eer, opvoedingsonmacht en kindermishandeling. Bij eergerela teerd geweld speelt expliciet een eermotief in een collectieve context. Huwelijksdwang Huwelijksdwang is het dwingen van een vrouw (meisje) of een man (jongen) tot een huwelijk, door ouders, familie of gemeenschap. Het is een huwelijk waarbij één of beide huwelijkspartner(s) geen zeggenschap heeft (hebben) over de slui ting van de huwelijkse verbintenis of daarmee niet instemt (instemmen). Kern begrip binnen huwelijksdwang is “dwang”. Dit is bij wet conform artikel 284 strafbaar. Achterlating Het tegen de wil van een man (jongen) of vrouw (meisje) achterlaten in of terug sturen naar het land van herkomst. De andere gezinsleden keren wel terug naar Nederland. Het komt het meest voor bij kinderen, jongvolwassenen of getrouwde vrouwen (met en zonder kinderen) en gebeurt op initiatief van de echtgenoot, ouder(s) en/of familie. Achterlating tast de fundamentele rechten van de mens aan en geldt als een vorm van (strafbaar) geweld. Geweld tegen ouders (onder 65 jaar door hun kinderen (tot 23 jaar) Oudermishandeling (ook wel: ‘kind-ouder geweld’ of ‘huiselijk geweld van jongeren tegen hun ouders’) is niet-incidenteel geweld in het gezin gepleegd door een (doorgaans thuiswonende afhankelijke) jeugdige of jongvolwassene,
12
Samen sterk, iedereen veilig
Regiovisie 2024–2031
dat gericht is op (een van) de ouders. Het gaat om herhaaldelijk en ernstig geweld (geen ‘normale’ puberteitsconflicten). Het geweld kan psychisch, fysiek en seksueel zijn, met financiële afpersing en materiele schade. Geweld uitgeoefend door professionals of vrijwilligers of door ‘cliënten’ tegenover elkaar In een relatie tussen een cliënt en een professional of een vrijwilliger kan ook geweld voorkomen. Zowel geweld van een professional/vrijwilliger richting een client als andersom komt voor. Geweld door professionals is in eerste instantie de verantwoorde lijkheid van de organisatie waar de professional werkzaam is. Daarnaast kan mishande ling van “cliënten” gemeld worden bij de Inspectie voor de gezondheidszorg. Dierenmishandeling en huiselijk geweld Plegers van ernstig huiselijk geweld maken zich ook vaak schuldig aan dierenmishande ling. Dat is bekend uit onderzoek onder vrouwen in opvangcentra. Meer dan de helft van hen geeft aan dat de partner ook het huisdier mishandelde. In een kwart van de gevallen begon de mishandeling bij het huisdier. Een pleger van huiselijk geweld kan een huisdier lichamelijk mishandelen, als ‘wapen’ inzetten of gebruiken om iemand te bedreigen, manipuleren, controleren, vernederen, bang te maken of te dwingen in de relatie te blijven.
Vormen geweld in afhankelijkheidsrelaties Geweld in afhankelijkheidsrelaties kan dus zeer diverse vormen aannemen. Deze Regiovisie richt zich op alle verschijningsvormen, zoals: Fysieke mishandeling of verwaarlozing Emotionele/psychische mishandeling of verwaarlozing Seksueel geweld/ -misbruik Getuige van geweld en de gevolgen daarvan in het gezin/(ex)partnergeweld Kindermishandeling door falsificatie Stalking Financiële uitbuiting
2.3 Zicht op geweld in afhankelijkheidsrelaties
In Nederland worden ieder jaar zo’n 200.000 mensen slachtoffer van geweld in afhan kelijkheidsrelaties. Het is daarmee de meest omvangrijke vorm van geweld in onze samenleving. Zo’n 45 procent van de Nederlanders tussen de 18 en 70 jaar was ooit slachtoffer van een vorm van geweld in huiselijke kring. Jaarlijks worden er ruim 63.000 gevallen bij de politie gemeld. Door angst, schaamte en schuldgevoelens komt slechts een klein deel aan het licht. Voor een adequate aanpak is goede samenwerking tussen professionals cruciaal. Beeld Zuid-Limburg In Nederland worden de meldingen bij Veilig Thuis geregistreerd. In Zuid-Limburg gaat het jaarlijks om 4.200 tot 4.300 meldingen. Veilig Thuis adviseert ook over (gevallen van) geweld in afhankelijkheidsrelaties. In 2022 ging het in Zuid-Limburg om 5.285 adviesaanvragen. Ook in onze regio wordt lang niet elk incident gemeld. Wat zichtbaar is, is dus het topje van de ijsberg. Aan een melding zijn vaak al meerdere incidenten voorafgegaan. Ook blijkt uit cijfers dat het geweld niet altijd direct stopt. Het aantal
13
Samen sterk, iedereen veilig
Regiovisie 2024–2031
geregistreerde meldingen geeft dus geen goede weergave van de werkelijke situatie in onze regio. Daarnaast kampen de meeste gezinnen met problemen die (mogelijk) een gevolg zijn van het geweld zoals traumaklachten, hechtingsproblematiek, emotionele onveiligheid bij kinderen en probleemgedrag zoals spijbelen of het plegen van delicten. Onderzoek laat zien dat de diverse probleemcategorieën niet los van elkaar staan1. Vaak is sprake van een opeenstapeling van problemen. Dit beeld is herkenbaar voor Zuid-Limburg. Het aantal meldingen bij Veilig Thuis Zuid-Limburg per 10.000 inwoners ligt in het tweede half jaar van 2022 nagenoeg gelijk aan het totaal in Nederland. Het aantal meldingen lag met name in 2021 iets hoger lag dan het gemiddelde in Neder land. Het aantal adviesvragen per 10.000 inwoners ligt in Zuid-Limburg vanaf het eerste halfjaar van 2022 hoger dan het landelijk gemiddelde. In vergelijking met Neder land was er in onze regio eind 2020 en gedurende het gehele jaar 2021 nog sprake van een lager aantal adviesvragen per 10.000 inwoners. Een complex en hardnekkig probleem In 13 Veilig Thuis-regio’s heeft het Verwey-Jonker Instituut een jaar lang ruim 800 huishoudens gevolgd na een melding bij Veilig Thuis van partnergeweld of kindermishandeling.
De resultaten van deze cohortstudie laten zien dat huiselijk geweld een complex en hardnekkig probleem is dat aan de aanpak hoge eisen stelt, maar dat deze aanpak wél vruchten afwerpt: In 21% van de partnerrelaties en gezinnen is het geweld daadwerkelijk na een jaar gestopt. Dat is vergelijkbaar met een eerder onderzoek uit 2020. Toen was het geweld in 19% van de gezinnen na een jaar gestopt. Het percentage gezinnen waar nog sprake is van frequent of ernstig partner geweld neemt af van 83% naar 63% bij de tweede meting. Dit is een signifi cant sterkere afname dan in de tweede cohortstudie uit 2020, maar hierbij is sprake van een klein effect. Er is nog steeds in bijna twee derde van de relaties en gezinnen na een jaar sprake van frequent en ernstig partnergeweld en kindermishandeling. Er is sprake van gemiddeld 178 veelal ernstige incidenten in het jaar vóór melding bij Veilig Thuis. Bijna alle kinderen in het onderzoek (91%) hebben te maken met kinder mishandeling maar er wordt landelijk in de tweede meting een significante afname gezien. Zuid-Limburg wijkt hierin af ten opzichte van de landelijke onderzoekspopulatie. In Zuid-Limburg zien we geen afname van het aantal kinderen met klinisch trauma en neemt het gevoel van algehele welzijn (mini maal) af. Dit vraagt om een nadere duiding.
Feit is dat de meeste kinderen nog steeds te maken hebben met forse conflicten (tussen de ouders) thuis.
1
14
2e cohortstudie Verwey-Jonker Instituut: Een kwestie van lange adem / 3e cohortstudie Verwey-Jonker Instituut: Huiselijk geweld: een complex en hardnekkig probleem.
Samen sterk, iedereen veilig
Regiovisie 2024–2031
2.4 Conclusie
Er is anno 2023 nog altijd sprake van ernstig of veelvuldig geweld in partnerrela ties en gezinnen. Ondanks alle inspanningen is er nog een lange weg te gaan om dit geweld te laten stoppen. Daarnaast weten we ook dat we niet alles in beeld hebben. Geweld in afhankelijkheidsrelaties bevindt zich in de taboesfeer, waar door het vaak lang duurt voordat men hulp vraagt. Het voortduren van geweld heeft zowel op de korte als lange termijn grote gevolgen. De aanpak van huiselijk geweld is, zoals blijkt uit de derde cohortstudie van het Verwey-Jonker Instituut, een complex en hardnekkig probleem dat een duurzame en gerichte aanpak vergt en vooral ook integraliteit via multidisciplinair en syste matisch (samen)werken. Daarbij is het zaak om niet te snel met een probleem aan de slag gaan, maar eerst een zorgvuldige verklarende probleemanalyse te doen, gericht op alle betrokken gezinsleden. Hierbij wordt ook gekeken naar de onderliggende problematiek en mogelijk aanwezige trauma’s. Daarbij hebben specifieke vormen van geweld een eigen specifieke aanpak nodig. Bij sommige vormen van geweld kan het bijvoorbeeld van belang zijn om juist niet systemisch te werk te gaan in het kader van de veiligheid van betrokkenen. Om beter te signaleren en goede (specialistische) hulp te bieden, is (gerichte) scholing en/of training noodzakelijk.
Er is meer aandacht nodig voor het soort geweld en de functie van het geweld. Naast het tijdig herkennen en signaleren is het van belang dat er inzicht is in het soort geweld dat wordt gebruikt én de context waarin het voorkomt. Het onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut maakt zichtbaar dat er diverse geweldspatronen en daarmee verband houdende problemen zijn die om een gerichte aanpak vragen. Een aanpak die aansluit bij de dynamiek van dit soort geweld. Bijvoorbeeld op het vlak van (ex)-partner geweld (controle en dwang). Daarnaast blijft het van belang om beschikbare cijfers te duiden en hierover het gesprek te voeren, zeker op onderwerpen waar Zuid-Limburg afwijkt ten opzichte van de landelijke onderzoeksresultaten. Een stijging in het aantal meldingen en adviezen is niet altijd een ‘slecht teken’. Het kan bijvoorbeeld ook betekenen dat meer mensen hulp durven te vragen. En dat er meer bewustwording is waar door er een minder hoge drempel wordt ervaren om advies te vragen of dat het geweld door een melding zichtbaar is geworden. Hierdoor kunnen mensen de juiste ondersteuning ontvangen om het geweld uiteindelijk te laten stoppen, wat uiteraard positief is.
15
16
Samen sterk, iedereen veilig
Regiovisie 2024–2031
Hoofdstuk 3
De rol van de gemeente en netwerkpartners 3.1 Gemeenten en hun rollen en verantwoordelijkheden
Geweld in afhankelijkheidsrelaties vindt plaats waar mensen leven en wonen. Vaak is er sprake van problemen op meerdere leefgebieden. Een goede aanpak sluit aan op de leefwereld van mensen en vindt zoveel mogelijk plaats in de eigen omgeving. De gemeente heeft op basis van diverse wetten een rol bij geweld in afhankelijkheidsrelaties. Deze gemeentelijke verantwoordelijkheden kunnen opgedeeld worden in 6 categorieën: 1. Preventie Preventie is essentieel om geweld in afhan kelijkheidsrelaties te voorkomen. Elke gemeente is verantwoordelijk voor preventief beleid. Het is daarbij van belang om kennis te hebben van en zicht te hebben op risicofac toren en risicogroepen en te investeren in het versterken van beschermingsfactoren. Primaire preventie valt niet onder de scope van deze Regiovisie. Er wordt vooral gericht op het vergroten van de bewustwording voor zowel inwoners als professionals en signalering.
2
2. Signaleren Inwoners Wanneer inwoners in een situatie van geweld in een afhankelijkheidsrelatie zitten, hebben zij vaak behoefte aan informatie en advies. De gemeente zorgt dat het voor inwoners duidelijk is waar zij hiervoor terechtkunnen, zoals bij Veilig Thuis. Daarnaast stimuleert de gemeente inwoners, desgewenst anoniem, actie te onder nemen wanneer zij een vorm van geweld in een afhankelijkheidsrelatie vermoeden. Onder meer door mensen ervan bewust te maken dat dit vaker voorkomt en dat het juist goed is om hulp te vragen of dit bij iemand bespreekbaar te maken. Professionals Professionals2 moeten kennis en oog hebben voor signalen van geweld in afhankelijkheids relaties en deze signalen bespreekbaar maken. Ze moeten werken met de sinds 2013 verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Dit ondersteunt de gemeente via het bieden van trainingen in het herkennen van signalen. Het is vervolgens een gemeentelijke taak om (via haar profes sionals op dit terrein) actief deze signalen te (laten) onderzoeken en contact te leggen met mogelijke slachtoffers, plegers en eventuele
Onder professionals verstaan we iedereen die door hun contact met inwoners signalen kan opvangen. Dit varieert van leerkrachten, leerplichtambtenaren, jongerenwerkers, jeugdgezondheidszorg, ouderenverzorgenden en zorgprofessionals tot sociaal werkers. 17
Samen sterk, iedereen veilig
Regiovisie 2024–2031
omstanders. En zo nodig inwoners te motiveren hulpverlening in te s chakelen. Dit laatste is belangrijk omdat dit vaak uit angst, schuldgevoel of schaamte niet gebeurt. 3. Probleemanalyse en planvorming Als een signaal van geweld in afhankelijkheidsrelaties wordt ontvangen, is het een gemeentelijke taak om ervoor zorg te (laten) dragen dat een adequate veiligheidsbeoordeling wordt uitgevoerd. Deze beoordeling kan leiden tot het opstellen van een plan waarin aandacht is voor directe veiligheid, stabiele veilig heid en herstel binnen het gehele gezinssysteem. 4. Melden Alle organisaties die betrokken zijn bij deze problematiek, zijn verplicht om volgens de meldcode te werken. Het is de taak van gemeenten om hierop toe te zien. In de meldcode staat hoe bijvoorbeeld een huisarts, kinderopvangmedewerker, leer kracht of hulpverlener moet omgaan met signalen en vermoedens van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Het doel hiervan is het zo goed mogelijk in kaart brengen van de signalen om een goede afweging te kunnen maken over de benodigde vervolgstappen. Op basis hiervan kan de juiste hulp worden georganiseerd. In acute of structureel onveilige situaties is en in het geval van een onthul ling, moet een melding worden gedaan bij Veilig Thuis. Gezamenlijk wordt dan besloten wat nodig is om passende hulp te organiseren. 5.
Ondersteuning en opvang De vervolgstappen op een melding kunnen verschillend zijn. Het snel zorgen voor een veilige situatie staat hierbij voorop. Het streven is om slachtoffers en plegers in principe in hun eigen omgeving te begeleiden via ambulante hulpverlening. Als blijkt of vermoed wordt dat de aanwezigheid van de pleger in de woning ernstig en onmiddellijk gevaar oplevert voor de veiligheid, kan de burgemeester een gebieds verbod of een huisverbod opleggen. Externe opvang voor slachtoffers gebeurt alleen als dit voor de veiligheid noodzakelijk is en duurt niet langer dan nodig. 6. Regievoering Mensen zijn primair verantwoordelijk voor hun eigen leven en hebben dus in de basis zelf de regie hierover. Pas als dat niet meer kan of mogelijk is, komen andere regievormen in beeld. Als er meerdere professionals bij een inwoner of gezin betrokken zijn is duidelijk afgesproken wie eindverantwoordelijk is voor het bieden van zorg, casemanagement en procescoördinatie. Het landelijk ‘kwaliteitskader werken aan veiligheid voor lokale teams en gemeenten’ is hierbij leidend.
Er zijn veel vormen en omschrijvingen van casusregie en procesregie, in de huidige situatie hanteren we een aantal verschillende vormen van regie: Casusregie (uitgevoerd door lokale veld /Toegang gemeente of gedelegeerd aan zorgaanbieder) De casusregisseur is de spin in het web en bij voorkeur (centrale) contactpersoon voor het hele (gezins)systeem. De casusregisseur ziet erop toe dat het plan van aanpak wordt uitgevoerd, geëvalueerd en bijgesteld.
18
Samen sterk, iedereen veilig
Regiovisie 2024–2031
Procescoördinatie (door gemeenten impliciet of expliciet ingericht) Gemeenten dragen GIA-gevallen over van Veilig Thuis aan het voorliggend veld en/of zorgaanbieders. Echter, ook als Veilig Thuis via monitoring zicht wil houden op een situatie, blijft de gemeente eindverantwoordelijk als aanspreekpunt met betrekking tot deze monitorfunctie. Procescoördinatie kan in dat geval worden uitgevoerd zonder contact te hebben met het gezin. Procesregie/Integrale aanpak door Zorg & Veiligheidshuizen Sommige problemen van mensen zijn zo complex dat reguliere zorg- en veiligheids processen geen oplossing bereiken. Het Zorg- en Veiligheidshuis neemt dan de (proces) regie en organiseert samenwerking om via casusoverleggen de kennis en expertise van de diverse ketenpartners bij elkaar te brengen. Vervolgens komt men in samenspraak tot de passende integrale aanpak (systemisch of persoonsgericht) en maakt afspraken over de coördinatie en monitoring.
3.2 Samenwerking met netwerkpartners
Het tegengaan van geweld in afhankelijkheidsrelaties is een ingewikkelde opgave waarin veel partijen een rol hebben en effectief moeten samenwerken. Samen met de mensen om wie het gaat. Het vraagt om een planmatige aanpak en structurele afstem ming tussen betrokken partijen. Geweld in afhankelijkheidsrelaties kan immers door veel verschillende professionals gesignaleerd worden, het netwerk is enorm. In de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties is samenwerking met deze partners binnen de domeinen justitie en veiligheid, zorg & welzijn en onderwijs eveneens essentieel. Daarbij zijn er diverse kernpartners te benoemen die vanuit hun eigen specialisme een bijdrage leveren in de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Vanuit deze gedachte is voor het opstellen van deze regiovisie nauw met hen samengewerkt. In deze paragraaf gaan we kort in op hun rol en taken. In de bijlage zijn de netwerkpartners uitgebreider beschreven.
Veilig Thuis (VT); Raad voor de Kinderbescherming (RvdK); Zorg en Veiligheidshuizen Zuid-Limburg (ZLZVH); Jeugdbescherming (GI); Politie; Openbaar Ministerie (OM); 3RO Reclassering (3RO); Vrouwenopvang; Centrum Seksueel Geweld (CSG)
Daarnaast is er betrokkenheid geweest vanuit 2 ervaringsdeskundigen en is er betrok kenheid van een afvaardiging van de MO adviesraden uit Zuid-Limburg. 3.2.1
Veilig Thuis Zuid-Limburg
De taken van Veilig Thuis zijn vastgelegd in de WMO 2015 en door het Landelijk Netwerk Veilig Thuis nader uitgewerkt in het handelingsprotocol Veilig Thuis 2019. Veilig Thuis geeft advies aan burgers en professionals bij (vermoedens van) huiselijk geweld en kindermishandeling (de term die Veilig Thuis hanteert voor geweld in afhan kelijkheidsrelaties) en neemt bij aanname van een melding de verantwoordelijkheid voor het zicht op veiligheid over. Zo nodig zet Veilig Thuis Zuid-Limburg de dienst Voor
19
Samen sterk, iedereen veilig
Regiovisie 2024–2031
waarden & Vervolg in, of de dienst Onderzoek om in kaart te brengen of er daad werkelijk sprake is van huiselijk geweld of kindermishandeling. Veilig Thuis staat in contact met het gezin en lokale professionals uit het lokale veld. In geval van over dracht aan het lokale veld (gemeenten/ en of hulpverlening), monitort Veilig Thuis Zuid-Limburg of aan de gestelde veiligheidsvoorwaarden is voldaan. Wanneer stabiele veiligheid is bereikt, sluit Veilig Thuis het dossier. 3.2.2
Raad voor de Kinderbescherming (RvdK)
3.2.3
Zorg en Veiligheidshuizen Zuid-Limburg (ZLZVH)
3.2.4
Gecertificeerde Instellingen
Kinderen hebben recht op een gezonde en stabiele ontwikkeling. Dit is g eregeld in het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind. In Nederland beschermt de RvdK dat recht voor kinderen die in hun ontwikkeling worden bedreigd en voor hen die worden verdacht van of veroordeeld zijn voor een straf baar feit. Daarnaast voert de RvdK taakstraffen uit en geeft advies bij adoptie, pleegzorg en complexe scheidingen. Ingrijpen in de (thuis)situatie van een kind wordt niet zomaar gedaan. Is er meer nodig? Dan krijgt het gezin een periode toezicht. Pas in het uiterste geval kan de RvdK de rechter verzoeken om een kind of jongere ergens anders in veiligheid te brengen.
Het Zorg- en Veiligheidshuis is dé plek waar gemeenten, justitiële partners en zorgpartners samenwerken om de meest complexe zorg- en veiligheids problemen op het gebied van overlast, criminaliteit, verward gedrag, huiselijk geweld, kindermishandeling en radicalisering aan te pakken.
Bureau Jeugdzorg (BJZ) Bureau Jeugdzorg Limburg is dé instelling voor uitvoering van de maatregelen jeugdbescherming en jeugdreclassering. Jeugdzorg biedt hulp en ondersteuning in die gevallen waar de (kinder)rechter een uitspraak heeft gedaan en een kinder beschermingsmaatregel heeft uitgesproken of jeugdreclassering heeft opgelegd. Daarnaast speelt BJZ een actieve rol in het lokale veld. Dit biedt de mogelijkheid om snel te schakelen van vrijwillige hulp naar gedwongen hulp, of specifieke deskundigheid in te zetten om kinderbeschermingsmaatregelen juist te voor komen. William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (WSG) William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (JB&JR) is binnen de Jeugdzorg gespecialiseerd in het begeleiden van gezinnen waarvan de ouders en/of het kind een beperking heeft. Vaak gaat het om een licht verstandelijke beperking. William Schrikker-instellingen voeren gedwongen maatregelen uit en bieden diverse consultatie- en adviesdiensten. 3.2.5
Politie
In het kader van huiselijk geweld streeft politie naar één ding: zorgen dat het weer veilig wordt thuis. Welke rol en taken politie daarbij uitvoert, verschilt per situatie. Dat kan zijn direct ingrijpen als de situatie erom vraagt. Daarnaast stelt politie feiten vast, doet onderzoek naar strafbare feiten en stemt af met partners over de aanpak.
20
Samen sterk, iedereen veilig
Regiovisie 2024–2031
3.2.6
Openbaar Ministerie (OM)
3.2.7
Drie Reclasseringsorganisaties (3RO)
Het OM zorgt ervoor dat strafbare feiten worden opgespoord en vervolgd, slachtoffers en nabestaanden het gevoel hebben dat er iemand naast hen staat, en dat de samenle ving voelt dat het recht bij het OM in goede handen is. Daarvoor wordt samengewerkt met politie en andere opsporingsdiensten. Veelvoorkomende criminaliteit – waaronder huiselijk geweld – wordt afgedaan bij ZSM (Zorgvuldig Snel Maatwerk). Daarin werken politie, reclassering, slachtofferhulp, OM en Veilig Thuis 7x24 uur samen om recht te doen en strafzaken te behandelen. Voor jeugdige verdachten werken deze partners indien nodig samen met de Raad voor de Kinderbescherming, Halt, Bureau Jeugdzorg en William Schrikkergroep. Bureau Jeugdzorg voorziet ook in de begeleiding van deze jeugdigen. Extremere vormen van criminaliteit (doodslag, moord, grote drugszaken) worden behandeld door de afdeling Onderzoeken & Ondermijning. Als (trieste) voor beelden gelden gevallen van femicide en mensenhandel.
Het reclasseringswerk in Nederland wordt uitgevoerd door drie reclasseringsorganisa ties (3RO): Reclassering Nederland (RN) www.reclassering.nl Stichting Verslavingsreclassering GGZ (SVG) www.svg.nl Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering www.legerdesheils.nl/ reclassering Deze drie verschillen van elkaar wat betreft geschiedenis, visie, omvang, structuur en manier van werken. In de praktijk werken ze nauw met elkaar samen om criminaliteit te voorkomen en recidive terug te dringen. 3.2.8
Vrouwenopvang
3.2.9
Centrum Seksueel Geweld Limburg (CSG)
De Vrouwenopvang is er voor vrouwen en hun kinderen uit regio Zuid-Limburg die ernstig worden bedreigd door hun partner of familie, of die gevlucht zijn uit een situatie van geweld. Deze vrouwen hebben vanwege de veiligheidsrisico’s een (vaak anonieme) opvangplek nodig. Dit doet XONAR Vrouwenopvang voor de regio Maastricht Heuvel land en de Westelijke Mijnstreek en Levanto Vrouwenopvang voor de regio Parkstad. Daarnaast heeft de Vrouwenopvang in Zuid-Limburg een landelijke opvangfunctie als opvang in de eigen regio niet beschikbaar is of als er vanwege veiligheidsredenen buiten de eigen regio opvang noodzakelijk is. Ook biedt de Vrouwenopvang ambulante begeleiding als er sprake is van geweld in afhankelijkheidsrelaties.
Slachtoffers van een ongewenste seksuele ervaring (online of offline) kunnen bij het Centrum Seksueel Geweld Limburg terecht voor advies of medische, forensische en psychologische hulp. Het Centrum Seksueel Geweld (CSG) Limburg is een samenwer king tussen het Maastricht UMC+, XONAR, GGD Zuid Limburg, GGD Limburg-Noord, Politie-eenheid Limburg, Slachtofferhulp Nederland en de Limburgse gemeenten.
21
22
Samen sterk, iedereen veilig
Regiovisie 2024–2031
Hoofdstuk 4
Basis voor de nieuwe regiovisie 4.1 Inleiding
Dit hoofdstuk beschrijft de vorming van deze nieuwe Regiovisie voor de periode 2024-2031. De basis hiervoor vormen de resultaten van het Verwey-Jonkeronderzoek (zie paragraaf 2.3.2), de evaluatie van de regiovisie Geweld Hoort Nergens Thuis Zuid-Limburg 2019 – 2022 en het landelijke programma Toekomsts cenario kind- en gezinsbescherming (hierna: Toekomstscenario). Aan de hand van een door partners ingevulde vragenlijst is inzichtelijk gemaakt wat resultaten en effecten zijn van de eerdere regiovisie, wat goed ging en wat beter kan. Ook vonden verdiepende sessies plaats met verschillende partners.
4.2 Landelijk programma Toekomstscenario kind en gezinsbescherming
In 2018 startte dit programma met de ambitie om huiselijk geweld en kindermishandeling terug te dringen, de schade ervan te beperken en zo de cirkel van geweld (de overdracht van generatie op generatie) te doorbreken. Het is in de loop van 2022 geïntegreerd in het programma van de ministeries van J&V en VWS en de VNG. Hierin wordt nauw samengewerkt met de partners in het veld. Het Toekomst scenario is gebaseerd op vier basisprincipes:
Gezinsgericht; Rechtsbeschermend & transparant; Lerend; Eenvoudig.
Het Toekomstscenario beoogt een dusdanige manier van werken dat ouders, kinderen en volwassenen bij wie veiligheidsproblematiek speelt, zich gehoord en ondersteund voelen. Een manier van werken die gezinnen uitno digt en motiveert om samen met professionals duurzame resultaten te boeken. Maar die ook professionals uitnodigt om te doen wat nodig is, denkend vanuit mogelijkheden. Daarbij staan zij náást het gezin en/of huishouden, niet erbóven. Het is belangrijk om een cultuur te creëren waarin professionals met en van elkaar leren en die bij professionals de angst vermindert om fouten te maken. En die bij ouders, opvoeders en volwassenen het gevoel wegneemt dat óver hen wordt beslist in plaats van mét hen. Tot slot is het van belang dat er in de gemeenten sterke wijkteams zijn die nauw samenwerken met partners van gecertifi ceerde instellingen, Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming (zij vormen samen het beoogde regionaal veiligheidsteam). De vorming van deze sterke lokale teams past in
23
Samen sterk, iedereen veilig
Regiovisie 2024–2031
de hervormingsagenda Jeugd. Bij het opstellen van deze visie én in het White paper zijn dan ook deze onderdelen van het Toekomstscenario meegenomen.
4.3 Conclusies
De belangrijkste conclusies uit het Verwey-Jonkeronderzoek, de evaluatie en de ontwikkelrichting van het Toekomstscenario kennen veel overlap. Conclusies die we meenemen in de nieuwe regiovisie vanaf 2024 zijn: Signalering en bewustwording; het verbeteren van signaleringsvaardig heden van professionals heeft blijvende aandacht nodig. Dat geldt ook voor het vergroten van bewustwording bij burgers en het activeren van burgers om hulp en advies te vragen. Werken vanuit de gezamenlijke visie gefaseerd samenwerken aan veiligheid; dit is één van de speerpunten vanuit het landelijk programma Geweld Hoort Nergens Thuis die ook in het Toekomstscenario is opgenomen. Het versterken van de lokale (wijk)teams; dit is een speerpunt van het Toekomstscenario en komt tot uiting via het systeemgericht werken en meer focus op onderliggende problematiek. Eén aanspreekpunt/regie; ook dit is een speerpunt in het Toekomstscenario. Te vaak wordt regie onvoldoende belegd en is onduidelijk wat er dan van een regisseur wordt verwacht. De regie moet daarom verbeteren, waarbij belang rijk is dat gezinnen zoveel mogelijk één aanspreekpunt krijgen. Deskundigheidsbevordering; uit de evaluatie van de regiovisie blijkt dat er veel behoefte is aan deskundigheidsbevordering. De multidisciplinaire trainingen in de visie samenwerken aan veiligheid werden als good practice genoemd.
Samenwerking en lerende netwerken; we blijven ons ontwikkelen door samen te leren van praktijksituaties. Lerende netwerken versterken de profes sionaliteit en zorgen voor een betere samenwerking. Dit moet onder meer worden uitgebreid naar bestaande overleggen. Systeemgericht werken (met oog voor en kennis van geweldsdynamiek en de verschillende rollen: pleger en slachtoffer en eventuele kinderen, en aandacht voor traumasensitiviteit en gendersensitiviteit); de systeemgerichte aanpak wordt in de evaluatie van de regiovisie genoemd als een belangrijke succesfactor. Integrale sturing; dit kwam sterk naar voren in de evaluatie en is opgenomen in het Toekomstscenario. Hier ligt een belangrijke rol voor de bestuurlijke commissie Zorg en Veiligheid Transparant/overzichtelijk netwerk; uit de evaluatie blijkt dat er (te) veel initiatieven zijn. Dit moet inzichtelijker en meer één geheel worden. Een gron dige analyse van de huidige inrichting van het GIA-Landschap in Zuid-Limburg is nodig, mét aandacht voor de overlegstructuur (nut en noodzaak).
24
Samen sterk, iedereen veilig
Regiovisie 2024–2031
Hoofdstuk 5
Ambitie en o ntwikkellijnen
5.1 Inleiding
Veiligheid creëren door geweld in afhankelijk heidsrelaties volledig te stoppen. Dat is onze niet geringe ambitie. Want om leren en verbeteren gemeengoed te laten worden, moeten we met elkaar grote doelen stellen. ‘De Beweging van 0’ was hierbij onze inspiratiebron. Deze beweging gaat uit van de gedachte dat je meer bereikt als je ideële doelen leidend maakt. Daarom stellen wij nu ‘nul-ambities’ op de ontwikkellijnen die in deze regiovisie worden uitgewerkt. De aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties is immers
een beweging waarbij de ambitie niet groot genoeg kan zijn! Deze algemene ambitie van de samenwerkings partners hebben, samen met landelijke richt lijnen, geleid tot een gezamenlijke centrale ambitie en een aantal uitgangspunten voor deze nieuwe regiovisie. Deze zijn vertaald in drie ontwikkellijnen waarin we aangeven hoe wij onze ambitie willen behalen: Samen zien, Samen leren – Samen werken en Samen doen!
5.2 Gezamenlijke ambitie Gezamenlijke ambitie Samen doorbreken we de cirkel van geweld: wij creëren veiligheid, signaleren vroegtijdig, stoppen geweld in afhankelijkheidsrelaties blijvend, we waarborgen duurzaam herstel en pakken onderliggende problemen aan. Wij doorbreken de intergenerationele overdracht van geweld (in gezinnen): wij organiseren directe veiligheid, creëren stabiele veiligheid en organiseren duurzaam herstel. Dit willen we voor iedereen: van –9-maanden tot 100+ jaar.
25
Samen sterk, iedereen veilig
Regiovisie 2024–2031
Waar willen we met elkaar naartoe? In de regio Zuid-Limburg is er sprake van een betrouwbaar, inzichtelijk én lerend netwerk ten behoeve van de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Een netwerk waarin met partners in het sociaal-, veiligheids- en medisch domein en Veilig Thuis duurzaam en effectief wordt samen gewerkt aan het vergroten van veiligheid in huiselijke kring en de aanpak van onderliggende problemen. Werken volgens de visie gefaseerd samenwerken aan veiligheid is duurzaam geborgd in situaties waarin zorgen bestaan over veiligheid en/ of sprake is van structurele onveiligheid. Samenwerken waarbij niet enkel vanuit eigen organisatiebelang wordt gedacht is een vanzelfsprekendheid waarbij er blijvend wordt geïnvesteerd in het elkaar leren kennen op de verschillende vakgebieden en het optimaal benutten van elkaars expertise. Professionals weten hoe zij concreet moeten handelen vanuit hun eigen rol en professie en stellen daarnaast anderen in staat hun aandeel te leveren en expertise bij te dragen. Daarbij staat een grondhouding centraal vol nieuwsgierigheid, openheid, transparantie, oprecht contact en medemenselijkheid.
Professionals betrokken bij de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling ervaren voldoende ondersteuning door hun organisatie en de politiek om besluiten te kunnen nemen en op te schalen of te escaleren als er stagnatie of onvoldoende beweging optreedt. Ondersteuning van de uitvoering is van groot belang. Gezamenlijk en domeinoverstijgend reflecteren en leren (op basis van wetenschappelijke inzichten) is hierbij belangrijk. De ervaringen en expertise uit het netwerk wordt hierbij ingezet en ondersteuning wordt georganiseerd waar nodig en gewenst. Structurele aandacht voor de aanpak geweld in afhankelijkheidsrelaties (van –9 maanden tot 100+ jaar) en integrale sturing is bij alle betrokken organisaties verzekerd op alle niveaus: bestuurlijk en u itvoerend, regionaal en lokaal.
26
Samen sterk, iedereen veilig
Regiovisie 2024–2031
5.3 Ontwikkellijnen Ontwikkellijnen norm = 0 ambitie Veiligheid is een verantwoordelijkheid van ons allemaal! Samen zien! (signalering & bewustwording)
0 kinderen/volwassenen blijven ongezien als het gaat om geweld in afhankelijkheidsrelaties. 0 kinderen/volwassenen die geen hulp durven vragen wanneer er sprake is van geweld in afhankelijkheidsrelaties.
Samen leren, samen werken! (interne processen)
0 professionals werken alleen/op een eiland/moeten het wiel alleen uitvinden. 0 professionals leren niet van opge dane ervaringen en het netwerk.
Samen doen! (uitvoering)
0 kinderen/ouders/volwassenen zijn zonder hulp in situaties van huise lijk geweld/kindermishandeling.
27
28
Samen sterk, iedereen veilig
Regiovisie 2024–2031
Hoofdstuk 6
Ontwikkellijn Samen Zien!
6.1 Inleiding
Als hulpverlening nodig is, heeft het geweld vaak al ernstige vormen aangenomen. Getuigen, omstanders, ervaringsdeskundigen en professionals kunnen een belangrijke rol spelen om slachtoffers ertoe te bewegen eerder hulp te zoeken. Vroege signalering zorgt er immers voor dat er eerder hulp ingezet kan worden. Erger geweld kan zo worden voor komen, en er is (waarschijnlijk) minder ‘zware’ hulpverlening nodig. Geweld in afhankelijkheidsrelaties bevindt zich nog te vaak in de taboesfeer. Het geweld kan zo jarenlang voortduren, soms zelfs van generatie op generatie. Ook omdat het veel te lang duurt voor mensen signalen hiervan herkennen, bij zichzelf of in hun omgeving. Om ervoor te zorgen dat de problematiek eerder in beeld komt, moet het voor direct betrokkenen, omstanders en professionals makkelijker en normaal worden om zorgen bespreekbaar te maken en de verantwoor delijkheid te nemen om in actie te komen. Bewustwording kan hierbij helpen. Als mensen in de omgeving van slachtoffers eerder in actie komen, kunnen slachtoffers mogelijk eerder worden geholpen. En als het gesprek makke lijker wordt gevoerd over geweld in afhanke lijkheidsrelaties, zoeken slachtoffers mogelijk eerder hulp. Daarom willen we bereiken dat zoveel mogelijk mensen bekend zijn met Veilig
Thuis als hét advies- en meldpunt voor huise lijk geweld en kindermishandeling, en dat zij de weg naar Veilig Thuis snel en makkelijk kunnen vinden. Kinderen versterken Te veel kinderen hebben het thuis moeilijk. Ze leven in enorme stress door spanningen in het gezin en krijgen onvoldoende steun van een volwassene. Wat we signaleren is vaak het topje van de ijsberg: er gaat een wereld onder schuil die wij niet zien. Onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut toont aan dat het vaak om meerdere incidenten gaat. Daarnaast spelen er veelal op meerdere vlakken tegelijk problemen zoals verslavingsproblemen, psychi sche klachten, een scheiding van ouders of schulden. Bekend is dat langdurige spanning voor grote problemen kan zorgen, zelfs al bij ongeboren kinderen. Doordat de hersenen van kinderen nog in ontwikkeling zijn, zijn zij extra gevoelig voor schade door stress. Daardoor kunnen kinderen later psychische problemen krijgen, gedragsproblemen of lichamelijke ziektes. Zo worden kinderen opnieuw slacht offer. Soms ook plegen zij zélf geweld op latere leeftijd. Allemaal veroorzaakt door chronische stress. Een veilige thuisomgeving is dan ook een basisvoorwaarde voor kinderen om zich goed te kunnen ontwikkelen.
29
Samen sterk, iedereen veilig
Regiovisie 2024–2031
In deze ontwikkellijn staat bewustwording centraal, en het zo vroeg mogelijk signaleren van problematiek om erger te voorkomen. Daarnaast hebben we een gezamenlijk belang om kinderen bewust te maken van huiselijk geweld en kinder mishandeling en om hen veerkrachtiger te maken. Veerkracht is het vermogen om terug te kunnen veren, goed te functioneren en door te groeien, óók na ingrij pende ervaringen. Ook verkleint het de kans op trauma’s op latere leeftijd.
6.2 Wat doen we nu (al)?
Er wordt veel ondernomen en geïnvesteerd in onze regio. De meldcode is bekend bij (de meeste) professionals. Er wordt veel geïnvesteerd in het trainen van zowel professionals als aanstaande professionals in de basistraining meldcode en de training aandachtsfunctionarissen. Ook wordt het aanbod van e-learnings ten behoeve van signalering en bewustwording jaarlijks gedeeld met vrijwilligers. Verder is er op diverse manieren aandacht voor bewustwording voor inwoners in Zuid-Limburg, bijvoorbeeld in de vorm van een online-campagne, maar ook via een fysieke campagne. Zo heeft in Heerlen, Maastricht en Sittard-Geleen de expositie ‘Wij… Doorbreken de cirkel van geweld’ plaatsgevonden, zowel in de openbare ruimte als op de locaties van de Hogeschool Zuyd. Daarnaast is de aanpak van Handle with Care geïmplementeerd in heel Zuid-Lim burg. Handle with Care heeft als doel kinderen die thuis een huiselijk geweldsinci dent meemaken snel op school sociale steun te bieden. Deze steun is belangrijk om de korte- en langetermijneffecten van stress te verminderen. We laten verder gastlessen geven op basisscholen, waarbij leerlingen in de bovenbouw op een toegankelijke manier voorlichting krijgen over huiselijk geweld en kindermishandeling.
Daarnaast hebben we tijdens de looptijd van de regiovisie Geweld Hoort Nergens Thuis diverse sessies georganiseerd waar ervaringsdeskundigen hun verhaal konden delen met professionals en bestuurders.
6.3 Welke ontwikkeling willen we doormaken? Vergroten van veerkracht en veiligheid Het vergroten van zowel veerkracht als het vergroten van veiligheid en bereiken van duurzame veiligheid voor alle gezinnen/huishoudens in de regio Zuid- Limburg is ons uitgangspunt. De ambitie is dat niemand (kinderen en volwas senen) ongezien blijft als het gaat over geweld in afhankelijkheidsrelaties. Daarbij willen we een situatie bereiken waarin iedereen om hulp durft te vragen. Zowel volwassenen als kinderen moeten hun vraag kunnen stellen zonder het gevoel te hebben dat er over hen geoordeeld wordt. Ze moeten ook weten waar ze met hun vragen of zorg terechtkunnen. Van professionals verwachten we een grond houding vol nieuwsgierigheid, openheid, transparantie, oprecht contact en mede menselijkheid. Transparant netwerk & ervaringsdeskundigheid Professionals moeten weten hoe zij concreet kunnen handelen vanuit hun eigen rol en professionaliteit. Ze stellen daarnaast anderen in staat hun aandeel en expertise bij te dragen. De realiteit leert dat deze problematiek, ondanks de
30
Samen sterk, iedereen veilig
Regiovisie 2024–2031
aanwezige kennis en diverse trainingen, langdurige aandacht vraagt. Het trainen van professionals en het verrijken van kennis en vaardigheden blijft daarom ook in de toekomst noodzakelijk. Vanuit de praktijk bestaat die behoefte ook. Het gaat immers om een complex thema. Huiselijk geweld en kindermishandeling signa leren en op een goede manier bespreekbaar te maken, is geen gemakkelijke opgave voor zowel de betrokkenen als de professional. Dit vraagt sensitiviteit, tijd en ruimte, kennis, vaardigheden en ervaring. We gaan ook kijken waar we professionals kunnen versterken op het vergroten van hun signaleringsvaardigheden. Tegelijk weten we dat steun van een betrouw bare volwassene in de omgeving minstens zo belangrijk is als professionele hulp om de geweldscirkel te doorbreken. Onze inzet is dan ook dat steunfiguren en professionals zich bewust zijn van de schadelijke effecten van langdurige stress, dat ze weten hoe ze daarmee moeten omgaan en hoe zij traumasensitief kunnen handelen. Ervaringsdeskundigen vervullen een belangrijke brugfunctie tussen systeem- en leefwereld, tussen theorie en praktijk en hulpverlening. We gaan daarom in de komende jaren hun inzet uitbreiden en een structurele plek geven binnen de Zuid-Limburgse samenwerking. Tot slot is ook het vergroten van kennis een speerpunt.
Daarin gaat het zowel om (gebruik van) ervaringen (ervaringsdeskundigheid) en praktijkkennis (van en door professionals) als om wetenschappelijke kennis (op basis van onderzoek en zoveel mogelijk evidence based). Bij het verwezenlijken van deze ontwikkelrichting hanteren we de onderstaande focuspunten en deelambities:
Ontwikkellijn Samen Zien! Vroegtijdige Signalering & Bewustwording, Tijdige samenwerking, Deskundigheid
0 Ambitie 0 kinderen/volwassenen blijven ongezien als het gaat om geweld in afhankelijkheidsrelaties. 0 kinderen/volwassenen die geen hulp durven vragen wanneer er sprake is van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Iedereen kent en herkent signalen van geweld in afhankelijkheidsrelaties en ook de gevolgen ervan en weet wat hij/zij dan kan doen.
31
Samen sterk, iedereen veilig
Regiovisie 2024–2031
6.4 Wat betekent dit concreet voor de komende periode?
We blijven investeren in deskundigheidsbevordering voor zowel professio nals als inwoners. Het gebruik van de meldcode en werken op basis van een gedeelde visie vormt daarbij een stevig fundament. Thema’s zijn onder meer het vergroten van veerkracht, veiligheid en traumasensitiviteit. De aanpak van kindermishandeling start met bewustwording. We zetten ook in de komende jaren in op deze bewustwording en delen de werkzame elementen. Daarbij werken we op basis van wat werkt, mét aandacht voor de praktische dilemma’s en uitdagingen. Voor professionals in Zuid-Limburg faciliteren we een kwalitatief en een uniform/multidisciplinair trainingsaanbod dat bijdraagt aan de ambitie en aansluit op hun behoefte. Uit onderzoek blijkt dat er vijf patronen te herkennen zijn achter geweld. Hoewel ieder gezin uniek is, kunnen onderzoekers gezinsprofielen onder scheiden. Weet hebben van deze profielen en ze kunnen herkennen, helpt om te begrijpen wat er speelt en om snel de juiste hulp in te zetten. We evalueren de manier hoe de meldcode is ingebed binnen gemeenten en andere netwerkpartners en of we in de praktijk ook echt doen wat met elkaar is afgesproken. We zijn ook alert op wat er nog beter kan, inclusief de borging en monitoring hiervan.
We organiseren activiteiten in het kader van bewustwording en signalering gericht op kinderen/jongeren en volwassenen zoals Handle with Care en laten gastlessen geven binnen het onderwijs. Ook organiseren we activiteiten op het gebied van ouderenmishandeling. Dit doen we op basis van een jaarlijks plan en agenda. We geven ervaringsdeskundigen een stevigere en meer structurele rol in de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties en onderzoeken hoe dat het beste kan gebeuren. Bovenstaande activiteiten worden verder uitgewerkt in het uitvoeringsplan van deze regiovisie.
Raakvlakken andere programma’s/reikwijdte Regiovisie Bewustwording en (vroeg)signalering maken onderdeel uit van een groot aantal programma’s in de regio, zoals het Integraal Zorg Akkoord (IZA), Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), Preventie met gezag, Nu niet zwanger, Positieve gezondheid, Kansrijke start en V eiligheid Voorop. We zien de grote waarde om waar mogelijk samen te werken, elkaar te versterken of anderszins bij te dragen aan deze programma’s/ aanpakken. In gezinnen/systemen waar huiselijk geweld en/of kinder mishandeling voorkomt, spelen vrijwel altijd meerdere problemen. De betreffende programma’s hebben dan ook vaak dezelfde doelgroep en er zijn veel raakvlakken. Echter, deze programma’s maken zelf géén onderdeel uit van deze regiovisie. Gedurende de looptijd van de regiovisie sluiten we wel aan bij andere en nieuwe landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen die raakvlakken hebben met het thema geweld in afhankelijkheidsrelaties. 32
Samen sterk, iedereen veilig
Regiovisie 2024–2031
Hoofdstuk 7
Ontwikkellijn Samen leren, samen werken!
7.1 Inleiding
In Zuid-Limburg is in de afgelopen jaren gebouwd aan een goede cultuur van samen werken. Samenwerkingspartners zoeken elkaar inmiddels steeds vaker op, zeker als het gaat om complexere problematiek. De positieve ervaringen hiermee, maar ook de overtuiging dat er méér uit de samenwerking valt te halen, maken dat we hierin de komende jaren een volgende stap hierin zetten. In de aanpak geweld in afhankelijkheidsre laties hebben we elkaar als netwerkpartners namelijk hard nodig. Omdat er vrijwel altijd meerdere problemen spelen, kan één orga nisatie nooit alle problemen op eigen kracht oplossen. Ook het snel bijschakelen van speci alistische kennis en hulp, bijvoorbeeld op het gebied van trauma blijkt goed te werken in de aanpak. Ook de onderliggende problematiek zoals (alcohol/drugsverslaving en/of schulden en armoede) vráágt om samenwerken en het benutten van elkaars expertise. Ten slotte weten we uit de praktijk dat lerende netwerken bijdragen aan een effectievere aanpak van bijvoorbeeld strafbare kindermis handeling.
De ontwikkellijn Samen leren, Samen werken! gaat dan ook vooral over het gezamenlijk verantwoordelijk zijn. Over samen werken aan een oplossing en aan een effectieve aanpak. Over het gezamenlijk benutten van kennis over interventies die werken. En over gezamenlijk leren van fouten om de kans op herhaling zo klein mogelijk te maken. We willen immers alle maal dat het geweld duurzaam stopt. We leren met en van elkaar om dit gezamenlijk doel te bereiken.
7.2 Wat doen we (nu) al? Samenwerken In elke gemeente is een zogeheten ‘triagetafel’ ingericht waaraan meldingen van geweld in afhankelijkheidsrelaties worden besproken en beoordeeld. Daarnaast is er een zogenaamd Multidisciplinair overleg (MDA++) waaraan een aantal vaste partners deelnemen, zoals Veilig Thuis, politie en Zorg- en Veiligheidshuizen. Hier worden situaties besproken waarin sprake is van structureel geweld met een hoog risico. Desgewenst kunnen extra specialisten toe gevoegd worden, zoals GGZ-specialisten of specialisten op het gebied van stalking.
33
Samen sterk, iedereen veilig
Regiovisie 2024–2031
Ook op beleidsniveau- en middenkaderniveau wordt de goede samenwerkings cultuur steeds zichtbaarder. Zo is er een zeswekelijks overleg door de ambtelijke adviesgroep GIA. Hieraan nemen de 16 Zuid-Limburgse gemeenten deel en een aantal samenwerkingspartners: Levanto, XONAR (organisaties die de Vrouwen opvang vormgeven), Veilig Thuis, de Politie, de Zorg- en Veiligheidshuizen en het OM. Trainen en opleiden In de afgelopen vier jaar is veel geïnvesteerd in het trainen van professionals. In veel organisaties zijn er ook aandachtsfunctionarissen opgeleid, die als vraagbaak fungeren voor collega’s op het gebied van huiselijk geweld en kindermishande ling. Daarnaast zijn er specifieke trainingen aangeboden bijv. op het gebied van mensenhandel. Een belangrijke nieuwe ontwikkeling in onze regio zijn de trainingen in de visie gefaseerd samenwerken aan veiligheid die in opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Gemeentelijke Gezondheidsdiensten en Gemeentelijke Hulpverleningsorganisaties in de Regio (GGD GHOR) is ontwikkeld en omarmd wordt door alle relevante partijen. In Zuid-Limburg is een maatwerk training ‘Samen voor veiligheid’ beschikbaar waaraan sinds 2020 liefst 400 profes sionals hebben deelgenomen. veiligheid 0 Directe organiseren
Veiligheidsplan
veiligheid 6 Stabiele organiseren
7 Herstel bevorderen
Risico gestuurd
Herstel gericht
7+
Lerende netwerken In het kader van het landelijke programma Veiligheid Voorop is er in Limburg een regionaal netwerk Zorg Straf (RNZS) ingericht. Hierin werken OM, 3 Reclasserings organisaties, Raad voor de Kinderbescherming, Politie, Veilig Thuis Noord- en Midden-Limburg, Veilig Thuis Zuid-Limburg, projectleiders centrumgemeenten, de Zorg- en Veiligheidshuizen, Mondriaan GGZ, Rooyse Wissel en Bureau Jeugd zorg samen. Hun ambitie: een goedlopende, vroegtijdige samenwerking in het tegengaan van huiselijk geweld en kindermishandeling. In dit kader worden op beleids- en middenkaderniveau afgesloten casuïstiek besproken die in Limburg heeft gespeeld. Zaken waarin het niet goed ging en waarin een betere samen werking misschien escalatie had kunnen voorkomen, maar ook zaken waarin een goede en vroegtijdige samenwerking tot succes leidde. Het lef om fouten te erkennen in het gezelschap van andere organisaties creëert saamhorigheid en maakt het maken van afspraken voor verbetering effectiever. Positieve praktijk voorbeelden zet immers aan tot verandering en actie.
34
Samen sterk, iedereen veilig
Regiovisie 2024–2031
Leren van praktijksituaties gebeurt inmiddels ook via geanonimiseerde casusreflectie (lerend netwerk Forensisch-medische expertise bij kindermishandeling FMEK). Dit vindt plaats in een gezamenlijk overleg tussen artsen (uit ziekenhuizen), vertrouwensartsen VT, Raad voor de Kinderbescherming, politie en OM.
7.3 Welke ontwikkeling willen we doormaken?
Binnen de problematiek van de gezinnen die gemeld worden bij Veilig Thuis gaat het veelal om ernstige en veelvuldige incidenten van kindermishandeling en partnergeweld. Er spelen bijna altijd meer grote problemen en ook komen er traumaklachten bij ouders en kinderen, hechtingsproblematiek of emotionele onveiligheid voor. Dit vraagt om een integrale aanpak, waarbij oog is voor de samenhang tussen de diverse geweldsvormen, de risicofactoren en de specifieke problematiek bij de gezinsleden. Daarvoor moeten de verschillende betrokken professionals wel beter afstemmen. Samenwerking in het netwerk Ondanks de positieve beweging die we in Zuid-Limburg zien, is werken op basis van de visie Samen Werken aan Veiligheid in de praktijk nog steeds niet vanzelfsprekend. Vaak werkt men nog vanuit het eigen organisatiebelang, waardoor hulp gefragmen teerd is (zodat gezinnen/gezinssystemen op verschillende plekken hun verhaal moeten vertellen) en de achterliggende problematiek te weinig in beeld is. Kortom: het gezin/ gezinssysteem staat duidelijk nog niet centraal. Daarvoor is het nodig als netwerkpart ners nauwer samen te werken op basis van de visie en (dus) vanuit het belang van het gezin/gezinssysteem. Samen leren en verbeteren Samen leren van praktijksituaties zorgt ervoor dat (professionals van) netwerkpartners zich blijven ontwikkelen.