3. Notulen gecombineerde vergadering Raadscommissie Burgerzaken, Middelen en Grondgebiedzaken d.d. 24 oktober 2023
Tekst van het document
Pagina 18 van 35
Mevrouw Vanhommerig (CDA) merkt op dat dit op dit moment in de actualiteit is en het voor onze gemeenschap goed zou zijn om dat op te pakken. Wethouder Gulpen heeft die toezegging al gedaan. Er is geen structureel overleg met de Provincie over mobiliteit. Op verzoek van mevrouw Vanhommerig (CDA) wordt de vergadering voor korte tijd geschorst. Na heropening gaat de voorzitter verder met de behandeling van de programmabegroting 2024. Hoofdstuk 2: Programmaplan (pagina’s 45 t/m 63) - Programma 3: Economie - Programma 4: Onderwijs - Programma 5: Sport, cultuur en recreatie De heer Clignet (BB) verwijst naar pagina 58. In 2025 is de opstart voorzien van een accommodatie beleidsplan. In 2024 wil het college specifiek een meerjarenonderhoudsplan opstellen voor de buitensport accommodaties. Als eerste stap van het accommodatie beleidsplan dient er een uitgebreide inventarisatie van de huidige accommodaties plaats te vinden. Is het niet zinvol het opstellen van deze plannen samen te voegen? Mevrouw Vanhommerig (CDA) verwijst naar pagina 58. Er is een bedrag van € 50.000 geraamd voor de opstart van het accommodatie beleidsplan. Worden - net als bij onder andere het speelruimtebeleid - ook sportverenigingen en burgers hierbij betrokken? Er wordt aangegeven dat vergrijzing plaatsvindt. Desondanks zijn er toch nog verenigingen binnen de gemeente die een tekort hebben aan sportruimte.
Wordt dat ook meegenomen in het accommodatie beleidsplan? De heer Bremen (S1) stelt de volgende vragen naar aanleiding van de antwoorden tijdens de schriftelijke vragenronde. - Reactie op antwoord op vraag 2 (project stationsomgeving). Er wordt aangegeven dat met betrekking tot de IBA gelden overleg wordt gevoerd. Stel dat door de vertraging de IBA gelden niet door zouden gaan, welke invloed zou dit hebben op dit project? - Reactie op antwoord op vraag 5 (ontwikkeling centrumvisie Simpelveld). Bij de beantwoording over de centrumvisie Simpelveld, geeft u aan dat burgers worden geïnformeerd. Onze vraag was echter of burgers en ondernemers worden meegenomen in de besluitvorming? - Reactie op antwoord op vraag la (doorontwikkeling gezonde basisschool). We hebben op een deel van de volgende vraag geen antwoord gekregen: waarom wordt overwogen om de middelen voor de lunch opnieuw te evalueren? Waarom wordt betwijfeld of een gezonde lunch haalbaar is, terwijl de financiële middelen hiervoor reeds zijn opgenomen in de begroting? Bovendien hebben we nog een aanvullende vraag naar aanleiding van uw reactie op een vraag van het CDA, waarin u aangeeft dat een school ook 'gezond' kan zijn zonder lunch.
Dit roept enige verbazing op, aangezien tijdens de behandeling van dit raadsvoorstel eerder werd gesteld dat het cruciaal was voor het beoogde resultaat dat beide aspecten, beweging en gezonde voeding, gezamenlijk zouden worden geïmplementeerd. Kunt u toelichten welke nieuwe inzichten hebben geleid tot de conclusie dat beweging en gezond eten nu niet langer onlosmakelijk met elkaar verbonden zouden zijn?
Pagina 19 van 35
- Reactie op antwoord op vraag 2 (beweegroute). De beweegroute is een super burgerinitiatief. Waarom omarmt de gemeente Simpelveld dit project niet door toestellen te bekostigen? - Reactie op antwoord op vraag 3 (roekenkolonie). Uit het antwoord maakt SAMEN1 op dat de Stichting Limburgs Landschap niet wil meewerken. In het antwoord op de vraag van BurgerBelangen geeft u zelf aan dat het geheel moveren van kolonies naar andere locaties tot op heden zonder succes is geweest. Dus op plekken waar men de volledige populatie heeft proberen te verplaatsen is het zelfs na meerdere pogingen niet gelukt. Hoe moet dat dan gaan lukken als men zelfs maar de helft van de populatie probeert te verplaatsen? - Reactie op antwoord op vraag 4 (levensbomenbos). Hoe kan het zijn dat een levensbomenbos financieel niet haalbaar is als beplanting enz. bekostigd wordt door de bewoners? In Simpelveld is gekozen voor een ‘parkachtige’ stijl, met verharde paden en relatief hoge (en dus dure) bomen, maar dat was eigenlijk niet de insteek van de originele motie. - Reactie op antwoord op vraag 5 (bestaande verenigingen). Kunt u het beloofde overzicht van de verenigingen bij Oud Zumpelveld vóór de begrotingsbehandeling doen toekomen? Als het kan hadden wij daarnaast ook geweten hoeveel leden elke vereniging heeft.
Met betrekking tot de gezonde basisschool van de toekomst heeft wethouder Ernes eerder tijdens een commissie- of raadsvergadering heeft aangegeven dat de scholen zelf hebben aangegeven dat het voor hen op dit moment niet mogelijk is om de lunch te realiseren. Dat heeft minder met middelen te maken, maar meer met personeel/vrijwilligers. Er is geprobeerd om met Brood & Spelen vrijwilligers te krijgen. Dat heeft enige aanloopmoeilijkheden gehad, maar loopt op dit moment iets beter waardoor het beweeggedeelte uitgebreid kon worden. Echter, het lunchgedeelte is op dit moment niet betaalbaar als dat niet door vrijwilligers wordt uitgevoerd. Als hiervoor professionals moeten worden ingezet, wordt niet uitgekomen met het door de raad vrijgemaakte budget van € 250.000 voor beide scholen samen. Aan de scholen is gevraagd om een nieuw plan van aanpak aan te leveren over hoe zij het zien om zoveel mogelijk te voldoen aan alle eisen die de raad gesteld heeft, zonder de lunch. De gemeente is in overleg met de scholen, maar heeft het voorstel nog niet ontvangen. Wethouder Ernes wil dat voorstel eerst afwachten. Mocht dan een nieuw voorstel aan de orde zijn, zal het college daarmee terugkomen naar de raad. Op dit moment voldoen de scholen aan alle voorwaarden van de gezonde basisschool van de toekomst, behalve de lunch.
De pauzes zijn uitgebreid, er zijn heel veel beweegactiviteiten (ook tijdens de lessen), er zijn groente- en fruitmomenten, er is een traktatiebeleid en een waterbeleid. De heer Bremen (S1) merkt op dat het meer gaat om de stelling van het college dat een school ook gezond kan zijn zonder lunch. In het verleden is een wetenschappelijk onderzoek gedaan door de universiteit Maastricht waaruit bleek dat die combinatie juist belangrijk was. Wethouder Ernes antwoordt dat met beide basisscholen geprobeerd wordt om de jonge jeugd, en daarmee ook de ouders, te bewegen om de jeugd zo gezond mogelijk te laten opgroeien. Daar hoort zeker bewegen bij en ook gezond eten, maar als een lunch niet aangeboden kan worden, wordt samen met de scholen alles eraan gedaan om toch zo ver mogelijk te komen om een zo gezond mogelijke basisschool te zijn.
Pagina 20 van 35
Wethouder Gulpen antwoordt dat het meerjarenonderhoudsplan voor de buitensport accommodaties de basis is voor het uitvoeren van onderhoud aan deze accommodaties. De inventarisatie die straks ten grondslag moet liggen aan een accommodatie beleidsplan is breder dan alleen de buitensport. Met het in 2025 op te stellen plan beoogt het college een toekomstbestendig en breed gedragen accommodatiebeleid te ontwikkelen. Het meerjarenonderhoudsplan buitensportaccommodaties kan daarbij wel als input gaan dienen. Om een adequaat integraal accommodatiebeleid op te stellen zullen burgers en verenigingen hier zeker bij betrokken worden. Burgerparticipatie staat hoog op de agenda bij het ontwikkelen van dat beleid. Wethouder Gulpen is het met SAMEN1 eens dat de beweegroute een geweldig initiatief is van een groep burgers van de gemeente. De initiatiefnemers willen gebruik maken van de bestaande voorzieningen in openbare ruimte en vragen niet om extra zaken te plaatsen. Alleen op 1 plek hebben ze de gemeente verzocht om een bank te plaatsen. Als te zijner tijd aan de gemeente gevraagd worden om meer zaken aan te leveren, dan zal dat bekeken worden. Met betrekking tot het verzoek om een overzicht welke verenigingen in het Jeugdcentrum/Oud Zumpelveld actief zijn, deelt wethouder Gulpen mee dat aan de huurders gevraagd is om dat aan te leveren.
Wethouder Gulpen zegt toe nogmaals aan de huurders te vragen om dit aan te leveren. Hij kan niet toezeggen dat dit overzicht vóór de raadsvergadering beschikbaar is, maar zal daar uiteraard alle inspanning voor verrichten. Wethouder Hodinius zegt een overzicht van de ledenaantallen per vereniging schriftelijk toe. Dit kan opgevraagd worden via de subsidieaanvragen, waarin de ledenaantallen vermeld staan. Hij maakt daarbij wel de kanttekening dat niet alle verenigingen die subsidie ontvangen gebruik maken van Oud Zumpelveld en dat er ook verenigingen die niet gesubsidieerd worden, maar wel gebruik maken van de horeca accommodatie. Inzake de ZLSM en de IBA-gelden licht wethouder Schleijpen toe dat de gemeente in goed overleg is hierover en dat hij niet het gevoel heeft dat de subsidie in gevaar komt, ook al zou de gemeente het project later opleveren dan 2024. Maatgevend is de schop in de grond en daadwerkelijk beginnen. Als de subsidie niet verkregen wordt, gaat het om een bedrag van € 300.000, maar daar gaat het college niet van uit en die signalen zijn er ook niet. Met betrekking tot de centrumvisie antwoordt wethouder Schleijpen dat geïnformeerd worden en op de hoogte houden ook betekent dat inbreng geleverd kan worden door burgers en stakeholders. Daar waar mogelijk wordt deze inbreng meegenomen in het plan of in een eventuele bijstelling van het plan.
Wethouder Schleijpen zegt dat inderdaad nog geen enkele gemeente erin geslaagd is om een roekenkolonie volledig te kunnen verplaatsen. Door dit te proberen heeft het op diverse plekken wel geleid tot vermindering van de overlast en dat is nu ook zeer zeker de insteek. Stichting Limburgs Landschap wil via een bomencontrole en onderzoek bomen rooien die een gevaar zijn voor de bewoners aan de kant van de Bulkemstraat. Het is dus maar ten dele zo dat de stichting niet wil meewerken, maar van een natuurorganisatie kan ook niet verwacht worden dat ze een heel bos gaan rooien. Dat zal Stichting Limburgs Landschap ook niet gaan doen.
Pagina 21 van 35
De kans op succes wordt daardoor nog meer beïnvloed, maar dat heeft wethouder Schleijpen ook vanaf het begin helder gemaakt en toegelicht. Desondanks is hij van mening dat het nog steeds de moeite waard is, maar het is natuurlijk aan de raad om daar een besluit over te nemen. Met betrekking tot dure bomen in het levensbomenbos antwoordt wethouder Schleijpen dat de bomen ook een beetje body moeten hebben en dat een eigen bijdrage van € 50 voor burgers ten koste is gegaan van de belangstelling. Het college is van mening dat bij een volgend project in Bocholtz gekeken moet worden hoe bereikt kan worden dat mensen zonder door de modder te hoeven bij hun boom kunnen komen, wat betekent dat iets aan verharding gedaan moet worden wat weer extra kosten met zich meebrengt. Als mensen een boom adopteren die niet aan de rand van het plan staat, moet die boom (zeker voor oudere mensen) ook goed bereikbaar zijn. Wethouder Schleijpen denkt dat het succes voldoende basis biedt om daar in de toekomst nog eens naar te kijken. Mevrouw Vanhommerig (CDA) vraagt of SAMEN1 het raadsvoorstel over de roekenkolonie nu ter discussie wil stellen. De wethouder heeft daar destijds uitvoerig met de raad over gesproken en nu wordt dit tijdens de begrotingsvergadering opnieuw ter discussie gesteld.
Het is goed om erover te praten, maar het is volgens mevrouw Vanhommerig (CDA) een gesloten discussie omdat de raad al een besluit hierover genomen heeft. De heer Bremen (S1) antwoordt dat de kosten in de begroting al met 30% zijn toegenomen. Het gaat nu al om bijna € 200.000. De vraag van SAMEN1 is meer of dit nut heeft. Als het niet werkt, lijkt het de heer Bremen (S1) de bedoeling dat daarover gediscussieerd kan worden. De voorzitter staat nog een korte reactie van mevrouw Vanhommerig (CDA) toe en wijst erop dat de commissievergadering niet bedoeld is voor interne discussies tussen de commissieleden. Mevrouw Vanhommerig (CDA) merkt op dat het ook niet de bedoeling is om die discussie nu op te rakelen, terwijl al vooraf bij de raad bekend was dat de keerzijde van de medaille is dat dit project waarschijnlijk niet of in mindere mate gaat slagen. Hoofdstuk 2: Programmaplan (pagina’s 64 t/m 92) - Programma 6: Sociaal domein - Programma 7: Volksgezondheid en milieu - Programma 8: Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing (VHROSV) Mevrouw Clignet (BB) verwijst naar pagina 69. Nu beschermd wonen een taak van alle gemeenten wordt en niet langer is toegespitst op de centrumgemeenten de volgende vraag: er ontstaat vaak een groot gat bij de overgang van beschermd wonen naar reguliere woonomstandigheden.
Tevens kunnen er op dat vlak problemen zijn bij de overgang van de Jeugdwet naar de Wmo. Hoe gaan wij als gemeente daar mee om? De heer Paffen (LS) verwijst naar pagina 68 (schuldhulpverlening). Vroegsignalering via Kompas is inderdaad een ingang, maar dat mag niet de enige ingang zijn. Als burgers in de problemen komen zijn er al snel meerdere schuldeisers en burgers zijn dan niet in staat om aan alle schuldeisers te voldoen. Daardoor worden ze geconfronteerd met aanmaningen en invorderingskosten, hetgeen alleen maar leidt tot hogere schulden. Bij vroegsignalering hoort ook dat dit probleem opgepakt wordt. Op welke wijze denkt het college dat dit mogelijk opgelost kan worden?
Pagina 22 van 35
De heer Paffen (LS) verwijst ernaar dat Leefbaar Simpelveld een vraag heeft gesteld over het aantal straatkolken en informeert ernaar of uit de beantwoording begrepen moet worden dat in het aantal kolken dubbeltellingen zitten? Waarom wordt teruggegaan naar het jaar 2020 en worden de jaren 2021 en 2022 overgeslagen? De heer Seroo (LA) verwijst naar pagina 82 (onderhoud begraafplaats). De verklaring voor de kostenstijging onderhoud kerkhof is dat dit met name komt door geactualiseerde doorberekening van de kosten buitendienst. Lokaal Actief verzoekt om een toelichting op dit antwoord om de kosten inzichtelijk te maken en te kunnen verklaren waarom er dit jaar een stijging van 28,5% is en in 2025 zelfs een stijging van 50% De heer Zwanenburg (S1) stelt de volgende vragen naar aanleiding van de antwoorden tijdens de schriftelijke vragenronde. Programma sociaal domein - Reactie op antwoord op vraag 1 (volwassenfonds en armoedebeleid). Er zijn 13 aanvragen ingediend. Hoe verhoudt dit aantal zich tot het oorspronkelijk verwachte aantal gebruikers? - Reactie op antwoord op vraag 5b (overleg buurtbewoners, kleinschalige opvang). Als de zorgen naar verwachting niet worden weggenomen en omwonenden uiteindelijk niet akkoord gaan, welke maatregelen worden dan genomen om hiermee om te gaan? - Reactie op antwoord op vraag 8 (eenmalig voordeel Jeugd).
SAMEN1 heeft moeite om de reactie op deze vraag te begrijpen. De geprojecteerde kosten voor jeugdhulp in 2024 (€ 3,1 mln) lijken overeen te komen met de gerealiseerde kosten voor jeugdzorg in 2022 (€ 3,1 mln). Niettemin, in 2022 was er een eenmalig voordeel van ongeveer € 600.000. Dit impliceert dat de verwachting is dat de jeugdhulpkosten in 2024 € 600.000 lager zullen uitvallen dan wat in 2022 daadwerkelijk is gerealiseerd, dit terwijl er sprake is van een economisch klimaat met inflatie en stijgende arbeidskosten. Hoe heeft de gemeente de intentie om deze besparing te realiseren? Is dit niet op voorhand al een onrealistische verwachting? Programma volksgezondheid en milieu - Reactie op antwoord op vraag 1 (Bongerd). Wordt de huidige eigenaar niet veel sterker in zijn onderhandelingspositie door toe te geven in haar eis om een inrichtingsplan en een landschappelijke onderbouwing uit te zetten, welke de gemeente Simpelveld sowieso al genoeg gaat kosten. En wat als verkopende partij weigert te verkopen? - Reactie op antwoord op vraag 2 (windenergieproject). Wat heeft het windenergieproject tot nu toe gekost? Programma volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing - Reactie op antwoord op vraag 1 (actievere grondpolitiek).
Er wordt geen antwoord gegeven op de vraag van SAMEN1 dat de verwachting is dat vooral andere financiële middelen moeten worden aangetrokken, is het antwoord: ‘met andere financiële middelen wordt bedoeld buiten de bestaande, bekende en vastgestelde financiële middelen binnen onze gemeentelijke begroting. Kunt u de vraag alsnog beantwoorden?
Pagina 23 van 35
- Omgevingswet Volgens de heer Zwanenburg (S1) zijn schriftelijke vragen bedoeld om te voorkomen dat in de commissievergadering heel veel vragen gesteld moeten worden. Als hij een vraag stelt naar aanleiding van een door de VNG opgesteld protocol om gemeenten te ondersteunen bij de voortgang van de implementatie van de Omgevingswet - dat zijn 26 onderwerpen - en hij ziet daar eigenlijk niets van terug in de beantwoording, dan rest hem om deze 26 vragen nu mondeling te gaan stellen (wat hij erg vervelend vindt). Waarom is geen gebruik gemaakt van het format van de VNG (zowel inhoudelijk als financieel) dat aan alle gemeenten ter beschikking is gesteld en is daarop de stand van zaken doorgegeven in plaats van de algemene beantwoording waardoor hij nog steeds geen gevoel heeft over wat de stand van zaken van de implementatie van de Omgevingswet? De Omgevingswet is niet zomaar een wet, maar de grootste wetswijziging na de Grondwet. Het is niet voor niks dat zowel door het Rijk, de Provincie en gemeenten heel veel energie erin wordt gestoken om dat goed te laten verlopen. De heer Zwanenburg (S1) begrijpt heel goed dat deze wetswijziging heel erg moeilijk is, zeker voor kleinere gemeenten. Dat laat nog steeds onverlet dat hij denkt dat als een fractie vragen stelt die niet zelf verzonnen zijn maar door de VNG zijn opgesteld, dat het dan reëel is dat daarop antwoorden gegeven worden.
De heer Zwanenburg (S1) vraagt waarom de gestelde vragen niet als zodanig beantwoord zijn. Als hij geen antwoord op deze vraag krijgt, gaat hij de 26 vragen in de tweede termijn stellen. Met betrekking tot beschermd wonen deelt wethouder Ernes mee dat de zorgen van BurgerBelangen op meer plekken leven en dat die zijn expliciet benoemd in het samenwerkingsverband in de gemeenschappelijke regeling die raad recent heeft geaccordeerd. Deze worden ook door de toegang die opnieuw is vormgegeven in de gemeenschappelijke regeling als voorloper op de landelijke wetswijziging expliciet meegenomen. Het zijn overgangsmomenten (als iemand overgaat van 18- naar 18+, of als iemand overgaat van beschermd wonen naar regulier wonen) en er wordt extra op ingezet om de overgang zo makkelijk mogelijk te maken. Inzake kleinschalige opvang licht wethouder Ernes toe dat alle gemeenten in Parkstad een taakstelling hebben om dit uit te voeren. De wethouder Ernes licht toe dat Levanto kleinschalig beschermd wonen uitvoert voor de gemeente en geen grootschalige informatieavond zal houden. De direct omwonenden worden wel heel goed geïnformeerd en krijgen ook toegang tot telefoonnummers waar ze zich kunnen melden op het moment dat er overlast is. Daar wordt heel goed op gestuurd en er zijn ook voorbeelden van andere gemeenten waar dit op deze wijze wordt uitgevoerd.
Dit wordt op deze manier uitgevoerd omdat deze mensen toch openomen moeten worden in onze eigen woonomgeving, ook als direct omwonenden aangeven dat ze dat niet willen. De gemeente heeft een opgave hierin en er wordt geprobeerd om dit zo goed mogelijk te laten verlopen met alle begeleiding die geboden kan worden vanuit de zorgorganisaties. Er wordt ook heel goed gekeken welke mensen daar geschikt voor zijn. Kleinschalig beschermd wonen is de laatste stap die cliënten doormaken naar regulier wonen. De heer Zwanenburg (S1) informeert ernaar wanneer de overlastmeldingen van omwonenden dusdanig zijn dat op een gegeven moment geconstateerd moet worden dat het niet werkt en er maatregelen genomen moeten worden.
Pagina 24 van 35
Hij kan zich voorstellen dat men zich naar aanleiding van de signalen van omwonenden die via het meldnummer ontvangen worden, gaat afvragen of degene die daar woont dusdanig aangepast is aan zijn/haar omgeving dat maatregelen genomen moeten worden of dat het teruggedraaid moet worden. Wethouder Ernes bevestigt dat dit heel goed door de zorgorganisatie wordt gemonitord. Mocht de overlast dermate zijn dat het niet meer leefbaar is voor de buren, dan wordt zeker gehandeld. De heer Zwanenburg (S1) informeert ernaar of de omwonenden vooraf enig gevoel hebben bij wanneer die stap gezet wordt. Wethouder Ernes gaat daar wel van uit. Ze kan dit niet uit eigen ervaring toelichten omdat er nog niemand met de indicatie kleinschalig beschermd wonen in Simpelveld woont, maar naar aanleiding van berichten van andere gemeenten is dat zeer zeker het geval. Naar aanleiding van de vraag over schuldhulpverlening antwoordt wethouder Gulpen dat Kompas de uitvoering doet. Het is de bedoeling dat in 2024 nog meer de nadruk gelegd wordt op vroegsignalering. Kompas kan hierbij maatschappelijk werk van Impuls en, indien nodig, ook andere instanties betrekken die hulp gaan verlenen. De verwachting is dat ongeveer 85 personen voor de 3 Kompasgemeenten gebruik zullen gaan maken van het volwassenfonds. Dat is een schatting op basis van de cijfers van gemeenten die al langer gebruik maken van dit fonds.
Voor Simpelveld betekent dat 25 personen per jaar en voor het eerste halfjaar zit de gemeente op 13 personen. Het lijkt er dus op dat in de pas gelopen wordt met de verwachtingen. Wethouder Schleijpen zegt schriftelijke beantwoording toe op de vraag over de exacte kosten voor het windenergieproject. Wethouder Schleijpen licht toe dat de algemene reserve in eerste instantie niet bedoeld is voor het grondbeleid en wellicht ook niet toereikend is bij grootschaligere opgaves. Dat impliceert dat het geld daarvoor aangetrokken moet worden, wat weer iets betekent voor de begroting. Hij wijst erop dat vooral SAMEN1 op zoek was naar een actiever grondbeleid en dat daar ook middelen en besluiten bij horen. Voor wat betreft de Omgevingswet heeft wethouder Schleijpen het volste vertrouwen in de medewerkers die daarvoor vooral aan de lat staan. In de schriftelijke beantwoording is ook aangegeven dat de VNG-notitie als leidraad is aangehouden. De wethouder hoopt daarmee ook aangegeven te hebben dat wel degelijk naar de VNG-notitie gekeken is en dat deze notitie als leidraad aangehouden is. De wethouder denkt dat de schriftelijke beantwoording in zijn totaliteit zo uitgebreid als enigszins mogelijk was.
Wethouder Schleijpen bied aan om vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, eventueel tijdens een raadsinformatiebijeenkomst, nogmaals uitgebreid hierover van gedachten te wisselen, toelichtingen te geven om zaken die dan nog onduidelijk zijn wellicht te kunnen wegnemen. Met betrekking tot de straatkolken licht de heer Extra (ambtenaar) toe dat het in 2020 opgegeven aantal gereinigde straatkolken beduidend minder was dan het aantal kolken dat in bezit is van de gemeente. De reden hiervoor is dat vaker een auto geparkeerd staat op kolken en dat de reinigingswagen dan daaromheen rijdt.
Pagina 25 van 35
Inzake de vraag over de Bongerd antwoordt wethouder Schleijpen dat de gemeente nog steeds in goed overleg is met de eigenaar die gevraagd heeft om een aanvullende onderbouwing. Dat ziet het college niet als een sterkere onderhandelingspositie. De gemeente heeft die buffer nodig, ook in het kader van de wateroverlast. Wethouder Schleijpen is daar zeker geen voorstander van, maar als het niet anders kan, is er ook nog altijd het ultieme middel van onteigenen. Het college gaat ervan uit en hoopt dat niet zover hoeft te komen. Met betrekking tot de raming van jeugdzorg antwoordt de heer Degens (ambtenaar) dat deze in de berap najaar al met € 200.000 is verhoogd. Zoals bekend is het ramen van jeugdzorg heel erg lastig omdat dat heel erg grillig is en veel fluctuaties kent. Voor de jaren 2025 en 2026 zijn wel verhogingen ingebracht. Tevens gaat het Rijk maatregelen nemen om de toestroom in de jeugdzorg te beperken. Door die mix van maatregelen is voor deze raming gekozen. Daarnaast is het zo dat de gemeente het sociaal domein altijd breed bekijkt (wat ook in de weerstandsparagraaf staat). De ramingen van bijvoorbeeld de Wmo, Wsw en Kompas zijn aangepast aan de actuele ramingen. In de praktijk blijkt vaak dat tegenvallers bij het ene onderdeel van het sociaal domein opgevangen kunnen worden bij het andere onderdeel van het sociaal domein.
Met de kennis van nu wordt gedacht dat dit toereikend is, maar daar kan geen garantie voor gegeven worden. Met betrekking tot het onderhoud van de begraafplaats verwijst wethouder Schleijpen naar de pagina’s 51 en 52 van het bijlagenboek voor meer gedetailleerde informatie. Voorafgaand aan de begroting is de kostenverdeling nog eens intensief bekeken en daaruit is onder andere voortgekomen dat de toerekening aan de begraafplaats hoger moet zijn. Voor 2024 is dat inderdaad een stijging van € 45 naar € 62. Voor het overgrote deel is de verhoging van € 10.000 veroorzaakt door kosten buitendienst c.q. technische dienst. Wethouder Schleijpen zegt een specificatie van de kosten schriftelijk toe. De heer Seroo (LA) verzoekt om een verduidelijking waarom er in 2025 een verdubbeling van de kosten is. De heer Degens (ambtenaar) licht toe dat de kosten in 2025 eenmalig een extra budget is geraamd van € 25.000 om een ontwerp te maken voor herinrichting van de begraafplaats (dat is terug te lezen in het bijlagenboek op pagina 25). Mevrouw Honings (S1) verwijst ernaar dat de gerealiseerde lasten voor jeugdhulp in 2022 € 3.7 mln waren en dat in 2024 nog maar € 3.1 mln wordt geraamd. Dat is ongeveer 20% minder, wat een grote bezuiniging is wetende dat het begrote resultaat in 2024 maar € 30.000 is.
Het kan dus al snel negatief gaan, tenzij dit weer wordt opgevangen zoals eerder ook al eens is gebeurd. Mevrouw Honings (S1) vraagt of ze het goed begrijpt de vermindering van € 600.000 er met name in zit dat nu minder jeugdigen toegelaten worden. De heer Zwanenburg (S1) vraagt of het een optie is dat hij de 26 vragen die hij heeft over de Omgevingswet schriftelijk aanlevert en dat deze vóór de raadsvergadering schriftelijk beantwoord worden. Er wordt gesteld dat de manier waarop participatie plaatsvindt vormvrij is. Het is niet verplicht dat de gemeente op 1 januari een toetsingskader heeft opgesteld en het college onderschrijft het belang van participatie. De heer Zwanenburg (S1) merkt op daar de crux zit.
Pagina 26 van 35
Als participatie namelijk onderschreven wordt maar geen toetsingskader wordt opgesteld, zijn er geen handvatten om de participatie te wegen, er een oordeel over te hebben en mee te nemen in de afweging of de vergunningaanvraag wel of niet gehonoreerd moet worden. Naast alle technische aspecten mag en kan het resultaat van de participatie namelijk meegewogen worden in het oordeel over een vergunningaanvraag. Door het toetsingskader niet op te stellen ontneemt de gemeente zichzelf een hulpmiddel als omwonenden met inhoudelijke argumenten komen waarom een initiatief niet gewenst is. Het uitgangspunt van de wetgever is dat een vergunningaanvraag beoordeeld wordt op ‘ja, mits’ terwijl dat in de oude situatie ‘nee, tenzij’ was. Als het college participatie onderschrijft maar geen toetsingskader heeft is dat een wat loze uitdrukking volgens de heer Zwanenburg (S1). De heer Degens (ambtenaar) antwoordt dat jeugdzorg een open eind regeling is en de gemeente een zorgplicht heeft. Het verloop is heel grillig en 1 cliënt meer of minder kan soms in de tonnen lopen. Daarnaast worden maatregelen genomen om de jeugdzorg te beperken. Dat heeft geleid tot deze raming. Daarnaast kunnen tegenvallers opgevangen worden binnen het sociaal domein.
Mevrouw Honings (S1) heeft alleen gekeken wat in 2022 gerealiseerd is, maar er kan niet uitgegaan worden van realisatie als daar een eenmalig voordeel in zit vanwege technische aanpassingen in het declaratieprotocol. Als uitgegaan wordt van de realisatie van € 3.7 mln, zou mevrouw Honings (S1) verwachten dat dit budget de komende jaren zou stijgen naar € 3.8 mln. resp.3.9 mln. Nu gaat de realisatie van € 3.3 mln naar € 3.1 mln, een afname van 20%. Mevrouw Honings (S1) begrijpt dat 1 cliënt meer of minder financieel veel verschil kan maken, maar het is ook bekend dat het veelal om wat langere trajecten gaat en dat het woonplaatsbeginsel ook geen effect meer heeft. Waarom raamt het college onder iets wat gerealiseerd is? De heer Hollands (ambtenaar) antwoordt dat gesteld kan worden dat als bekend is dat er voordeel was, dat niet structureel meegenomen mag worden. Er kan ook gesteld worden dat de ramingen indertijd verhoogd zijn en ervan uit wordt gegaan dat die raming, vanwege het grillige verloop, past binnen datgene wat de gemeente gaat uitgeven c.q. ter compensatie van de andere onderdelen van het sociaal domein. Als het budget met € 800.000 verhoogd moet worden kan het boekwerk sluiten. Het is echter niet kijken of het sluitend gekregen kan worden of past, maar inschatten hoe de jeugdkosten verlopen.
Er is een aantal jaren geleden ook geconstateerd dat er pieken waren die veel hoger waren dan wat geraamd was. Dat is afhankelijk van het soort dat zorg geleverd wordt en welke cliënten er komen. Nu is ervan uitgegaan dat gecompenseerd kan worden binnen het sociaal domein als blijkt dat de kosten hoger zijn dan het budget. Naar de toekomst is op deze manier verhoogd omdat ook gewacht wordt op de Rijksregeling waarbij gemeenten enerzijds wat meer geld krijgen en het Rijk anderzijds heeft toegezegd kostenbesparende maatregelen te gaan nemen, waardoor de raming van de gemeente lager kan uitpakken. Mevrouw Honings (S1) vindt het moeilijk te begrijpen, want € 600.000 goedmaken op andere gebieden is lastig. Ze denkt wel genoeg informatie te hebben, zodat de fractie dit kan meewegen voor het politieke debat. De heer Hollands (ambtenaar) benadrukt nogmaals dat er een grillig verloop is. Het is geen exercitie van hetgeen je had minus € 600.000 en dat er dus nu een tekort is van € 600.000.
Pagina 27 van 35
Mevrouw Honings (S1) merkt op dat nu gezegd wordt dat niet wordt uitgegaan van wat gerealiseerd is. Als in 2022 € 3.7 mln gerealiseerd is (zonder die € 600.000) en er wordt naar € 3.1 mln gegaan met de wetenschap dat het incidentele bedrag niet meer ontvangen wordt maar er nog steeds dezelfde kosten zijn, blijft het bedrag nog steeds € 3.7 mln. Mevrouw Honings (S1) begrijpt wel hoe het college dit uitlegt, maar SAMEN1 lijkt een verhoging van 1 à 2% reëel. Wethouder Schleijpen zegt toe de vragen die de heer Zwanenburg (S1) aanlevert over de Omgevingswet op hoofdlijnen te beantwoorden vóór de raadsvergadering. Hij hoopt dat dat tot verduidelijking leidt. Wethouder Schleijpen vindt de opmerking over participatie in de zin van vergunningen op zich een goede toevoeging, maar het college heeft voor een deel al gedaan wat de heer Zwanenburg (S1) vraagt. Op 6 oktober 2022 heeft de raad de lijst met gevallen vastgesteld waarbij participatie verplicht is. Alleen de vorm waarin die participatie plaatsvindt is vormvrij. Toen is ook aangegeven (dat staat ook in de beantwoording) dat de raad en commissie daar apart over geïnformeerd zullen worden. Wat de heer Zwanenburg (S1) aangeeft is helder en daar staat de wethouder zeker niet onwelwillend tegenover, want het maakt juist dat naast de vergunningverlener ook degenen die in de naaste omgeving van de aanvrager daar iets over mogen vinden.
Dat is het individuele belang versus het algemene belang. De heer Zwanenburg (S1) verwijst ernaar dat de wethouder heeft toegezegd de raad en commissie nog apart hierover te informeren. Hij zou dat informeren graag omgezet hebben in de dialoog voeren om samen te kijken hoe daar invulling aan gegeven gaat worden. Wethouder Schleijpen antwoordt dat dat helder is. Zoals eerder gezegd tijdens deze vergadering betekent informeren niet alleen verzenden, maar ook ontvangen. Hoofdstuk 3: Paragrafen (pagina’s 93 t/m 111) - 3.1 Bedrijfsvoering - 3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing - 3.3 Financiering De heer Bremen (S1) stelt de volgende vragen naar aanleiding van de antwoorden tijdens de schriftelijke vragenronde. Paragraaf 3.1 bedrijfsvoering - Reactie op antwoord op vraag 3 (rechtmatigheidsverantwoording).
Waarom worden de wijzigingen in de verordeningen 212 en 213 pas in december 2023 aangepast, terwijl de wet- en regelgeving op 1 januari 2023 al van kracht is geworden? Hoe zorgt de gemeente ervoor dat de regelgeving vanaf het moment van inwerkingtreding correct wordt nageleefd? Mogen wij het verbijzonderd intern controleplan (VIC) 2023 en het VIC verslag over 2022 van de gemeente Simpelveld ontvangen ter voorbereiding op de auditcommissie van 16 november a.s.? Paragraaf 3.2 weerstandvermogen en risicobeheersing - Reactie op antwoord op vraag 2 (ontwikkeling algemeen reserve, pagina 100). Is het wel juist dat het negatieve saldo van het boekjaar 2026 pas in de algemene reserve van 2027 wordt opgenomen? In de jaarstukken van 2026, waarin de werkelijke resultaten ten opzichte van de begroting worden gepresenteerd, zal het negatieve resultaat van 2026 namelijk reeds worden verrekend in het eigen vermogen. Hoe is dit aangepakt in vergelijkbare gemeenten?
Pagina 28 van 35
Indien we het negatieve resultaat van 2027 meenemen bij de berekening van het algemene reservesaldo voor dat jaar, blijft er slechts een marge van € 20.000 over voordat het minimumniveau van € 3 mln wordt bereikt. Daarom, als de realisatie voor 2023 of 2024 meer dan € 20.000 negatiever uitvalt dan begroot, denk hierbij aan kosten voor jeugdzorg en de relatief lage loon- en prijsstijgingen waarmee is gewerkt in de begroting, bestaat de reële verwachting dat het minimumniveau van de algemene reserve op middellange termijn niet gehandhaafd kan worden. Hoe ziet het college dit? Paragraaf 3.3 financiering - Reactie op antwoord op vraag 1 (liquiditeitsbehoefte, pagina 108). U geeft aan dat een lening van € 11 mln, over het volledige jaar 2024 een rentelast van € 385.000 met zich mee zou brengen. Op basis van het investeringsprogramma (pagina 158) rekent u daarvan (over de investering van € 5 mln), maar de helft van € 175.000 (zijnde € 87.682) aan. Ook noemt u de bedragen van de jaren daarna en geeft u aan dat in die bedragen ook rekening wordt gehouden met rentebaten, maar dat deze niet apart vermeld staan. Hoe moet een raad dit nog controleren? U gaat namelijk al uit van een hele hoop assumpties en daarnaast zegt u het overschot weg te kunnen zetten, maar de rente die daarop ontvangen wordt, niet apart vermeld.
Met welke depositorente rekent u en hoe lang denkt u dat geld weg te kunnen zetten? Wij hadden graag een overzicht van baten en lasten om onze controlerende taak naar behoren uit te kunnen voeren. Daarnaast geeft u aan dat u bent uitgegaan van een lening tegen 3,5% en dat het inmiddels is opgelopen tot 3,7%. Dit bevreemdt ons echter. De depositorente staat namelijk op 4%. Dat wil zeggen dat een bank haar geld risicovrij weg kan zetten bij de ECB tegen 4% rente. Hoe kan het dan dat de gemeente tegen een lager tarief kan lenen? Tenslotte geeft u aan dat ‘bezien moet worden hoe de renteontwikkeling de komende periode is, zodat leningen onder gunstige voorwaarden kunnen worden aangetrokken’. Tot nog toe stijgt de rente alleen maar en de verwachting is dat de ECB haar tarieven voor langere tijd niet gaat verlagen. Wanneer is er volgens u dan sprake van ‘gunstige voorwaarden’? De heer Thomas (LS) verwijst naar pagina 95, personele organisatie. Er wordt gerefereerd aan het rapport Berenschot, er worden een aantal highlights genoemd. Er wordt bijvoorbeeld aangegeven dat onevenredig veel aandacht is besteed aan werving en selectie. De heer Thomas (LS) denkt dat dat positiever geformuleerd moet worden. Ondanks de problemen op de arbeidsmarkt is de gemeente er wel in geslaagd om, op 1 vacature na, alle vacatures in te vullen.
De verwachting dat het cultuuronderzoek in 2024 is afgerond, is een hoge ambitie. In de highlights staat ook dat een functiewaarderingsonderzoek heeft plaatsgevonden. Leefbaar Simpelveld denkt dat dat volkomen terecht is. Als de gemeente een toekomstbestendige personele bezetting wil krijgen moeten de medewerkers goed geëquipeerd zijn om de toekomstige taken naar behoren te kunnen vervullen. Naar aanleiding van het functiewaarderingsonderzoek bestaat de kans dat het in het functiehuis en het loonhuis aangepast moeten worden. Is de eventuele financiering hiervan meegenomen? De heer Thomas (LS) vraagt of in dit kader ook past dat een arbeidssatisfactieonderzoek plaatsvindt naar de werkbeleving van de medewerkers en de gang van zaken rond de organisatievisie. Pagina 95, ziekteverzuim. De heer Thomas (LS) was geschrokken van de cijfers ziekteverzuim, maar de schriftelijke beantwoording op vragen stemmen Leefbaar Simpelveld zeer tevreden. De gemeente geeft veel gevolg aan de toolbox voor ziekteverzuim van curatief naar preventief. Zeker de cijfers over 2023 geven reden tot optimisme, want zowel het ziekteverzuim als de meldingsfrequentie zijn significant gedaald. Dat is ook een indicatie over het werkklimaat, de arbeidssatisfactie en de werkdruk.
Pagina 29 van 35
Wethouder Gulpen bedankt de heer Thomas (LS) voor het compliment inzake de aanpak van het ziekteverzuim. Het college is ook verheugd dat de gemeente de vacatures heeft kunnen invullen. Met betrekking tot de functiewaardering antwoordt wethouder Gulpen dat momenteel onderzocht wordt wat de gevolgen daarvan zijn. Op dit moment is nog niet bekend of daar een financiering voor nodig is, maar volgens een eerste inschatting past dit binnen de voorliggende begroting. De heer Hollands (ambtenaar) is het ermee eens dat de 212 en 213 verordening misschien iets eerder had kunnen worden voorgelegd. Kijkend naar de ontwikkelingen van de beschikbare informatie en de finetuning die moest plaatsvinden is de 212 en 213 verordening nu in concept gereed en komt deze in december 2023 richting raad, evenals het controleprotocol (wat in andere jaren veelal ook in december in de raad kwam). Het aantal wijzigingen in de 212 verordening valt mee. Met name in hoofdstuk 3 is een toevoeging gedaan over voorwaarden begrotingscriterium enz. In de 212 verordening is ook de controletolerantie van 3% opgenomen en de verantwoordingsgrens. Al die zaken die in het verleden ook al werden gedaan krijgen vorm in de 212 verordening. Voorheen stonden zaken in het controleprotocol.
De gemeente heeft al sinds jaar en dag een verbijzonderd intern controleplan waarin op basis van interne controles, deelwaarnemingen, aselecte steekproeven enz. Daar steunt de accountant ook op. De heer Hollands (ambtenaar) benadrukt dat dit een plan is van de organisatie, het college en de accountant, maar niet bedoeld is voor de raad. Het controleprotocol en de verordeningen zijn bedoeld voor de raad. Op die hoofdlijnen kan de raad de kaderstellende en controlerende taken uitvoeren. Met betrekking tot de liquiditeitsprognose, de rente enz. licht de heer Hollands (ambtenaar) toe dat het college op basis van de liquiditeitsprognose weet dat leningen moeten worden aangetrokken en er wordt geconstateerd dat investeringen vaak in de tijd verschuiven. De rente die geraamd wordt bij nieuwe investeringen zou in beginsel voldoende moeten zijn over die periode om de rente van de nieuwe leningen op te vangen. Als de lening van € 11 mln pas eind 2024 nodig is, dan is het verhaal weer wat anders. De heer Hollands (ambtenaar) denkt die lening ook pas later in het jaar nodig te hebben, waardoor de rentelasten die geraamd worden in de nieuwe investering voldoende zullen zijn. Het klopt dat overschotten op de rekening courant automatisch naar schatkistbankieren gaan. Daar werd in het verleden geen rente over ontvangen, maar de laatste tijd ontvangt de gemeente 3,5% rente daarover.
Dat is niet iets wat bewust niet geraamd wordt, maar is een communicerend vat in de zin van uitgaven die gedaan worden en wanneer een lening nodig is. Dit is niet geraamd omdat niet bekend is wat dan precies geraamd zou moeten worden. Dat zou dan aan beide kanten gedaan moeten worden. Het college denkt dat het hele verhaal naar de toekomst toe passend is. Bij het opmaken van de begroting was het rentepercentage bij de BNG (waar de lening kan worden aangetrokken) 3,5% en daar is van uitgegaan. Bij de Waterschapsbank en BNG is de rente altijd stukken lager dan in de markt. De heer Hollands (ambtenaar) begrijpt het verhaal van de heer Bremen (S1), maar in het ambitieniveau is ook aangegeven dat de gemeente geen investeringen kan doen zonder leningen aan te trekken. 70% van de investeringen zitten in riool, wateroverlastzaken die opgepakt moeten worden. Het is schipperen tussen prioriteren wat in welk jaar gedaan moet worden.
Pagina 30 van 35
De heer Hollands (ambtenaar) denkt dat het plan ambitieus is, maar dat hiermee per saldo uitgekomen wordt. De heer Degens (ambtenaar) voegt hieraan toe dat in de berap najaar ook zal worden aangegeven dat de gemeente dit jaar fors creditrente krijgt voor het schatkistbankieren. Zoals gezegd worden de baten en lasten gesaldeerd en dit jaar krijgt de gemeente voor het eerst behoorlijk rente op de schatkist. Er is geprobeerd om dit te verdisconteren in de liquiditeitsbegroting, maar dat is geen wiskundige berekening. Met de insteek van de heer Bremen (S1) kan daarop geschoten worden, maar het pleidooi van de heer Degens (ambtenaar) is om dit niet met die insteek te doen. Bij het weerstandsvermogen is een beetje de methodiek toegepast zoals bij de resultaatbestemming van de jaarstukken. Tussen 31 december en 1 januari zit een fractie van een seconde. Als het tekort van 2027 nog meegeteld wordt ga je inderdaad richting € 3 mln. Zoals de heer Degens (ambtenaar) eerder heeft aangegeven zijn 2026 en 2027 moeilijke jaren en is de hoop nog altijd dat het Rijk nog gaat bewegen. De cijfers zijn namelijk slecht en het kan niet anders dan dat dat effect heeft op het weerstandsvermogen. De heer Hollands (ambtenaar) voegt hieraan toe dat het college hoopt dat het tekort van 2023 door voordelen enz. wat lager wordt.
Mocht in de toekomst geconstateerd worden dat de jaren 2026 en 2027 toch de voorspelde negatieve effecten hebben, dan zullen op voorhand bezuinigingsrondes moeten worden ingevoerd, zodat het tekort minder of nihil wordt. De heer Hollands (ambtenaar) begrijpt de ongerustheid van SAMEN1. De heer Bremen (S1) vindt het belangrijk dat de raad ziet dat de gemeente daar naartoe gaat en als dat resultaat nog niet verwerkt wordt, zou misschien gedacht kunnen worden dat de gemeente nog ruim voldoende zit. Mevrouw Honings (S1) zegt dat SAMEN1 het verbijzonderd intern controleplan (incl. het VICverslag) toch graag zou willen ontvangen ter voorbereiding op de auditcommissie, waar ook de accountant bij aanwezig is. De reden is dat dit nieuw is en de raad zich bewust ervan is dat alle rechtmatigheidstopics niet meer door de accountant worden getoetst, maar dat het college zelf verantwoordelijk is en dat zelf toetst. Omdat de tussenlaag weg is, zou de fractie graag op detailniveau mee willen kijken of de dingen die op basis van de 3 rechtsmatigheidscriteria die minimaal verplicht zijn wel getoetst worden. Mevrouw Honings (S1) begrijpt die 3% norm, maar dat is wel het maximum. Ze begrijpt ook dat het college een soort ingroeimodel gaat hanteren. De heer Bremen (S1) merkt op dat er jaren geweest zijn dat er vrijwel geen rente op leningen zat.
Nu loopt dat flink op en als de rente 1% hoger is dan geraamd, gaat het al over een bedrag van € 110.000, wat funest is voor de begroting. Stel dat het bedrag van € 11 mln tegen 3,5% meegenomen wordt, gaat het om een bedrag van € 385.000. De heer Bremen (S1) begrijpt het antwoord over het tijdstip waarop de lening aangegaan wordt, maar van het net genoemde bedrag wordt maar € 87.000 meegenomen. Dat lijkt hem zeer aan de lage kant. Hij vreest enigszins dat niet alle rentekosten meegenomen worden in de begroting en dat daardoor een negatief resultaat ontstaat. De heer Degens (ambtenaar) licht toe dat met de kennis van nu wordt voorzien dat die € 11 mln pas rond de tweede helft van 2024 nodig is en het bedrag wordt gefaseerd uitgegeven. Als het geld aangetrokken is, wordt daar rente over ontvangen en de lening wordt op een gunstig moment aangetrokken.
Pagina 31 van 35
Als geconstateerd wordt dat de rente (hopelijk) iets gaat dalen en ingeschat wordt dat de rente niet lager wordt, dan wordt de lening aangetrokken ook al deze niet meteen nodig. Vanaf het moment dat de lening aangetrokken is, krijgt de gemeente rente van het bedrag op de rekening courant van de schatkist. Dat maakt dat ingeschat wordt dat het saldo samen voldoende is. Als de lening op 1 januari aangetrokken zou worden en het hele bedrag meteen weer helemaal uitgegeven zou worden, zou wel € 385.000 nodig. De heer Hollands (ambtenaar) licht toe dat het interne controleplan op basis van de verbijzonderde interne controle altijd al gedaan werd op de belangrijkste financiële processen, met deelwaarnemingen bij jeugd, Wmo enz. De verordening 212 en 213 en het controleprotocol kunnen via de auditcommissie naar de raad gaan. Mevrouw Honings (S1) mekt op dat de accountant de jaarrekening controleert met een marge van 1%. Dat werk gaat nu over van de accountant naar het college en nu wordt overgegaan naar een marge van 3%. De heer Hollands (ambtenaar) zegt toe dit na te vragen. Hij heeft er moeite mee om het verbijzonderde interne controleplan aan de raad te doen toekomen, omdat dat een intern document van de organisatie, het college en de accountant is. Mevrouw Honings (S1) begrijpt wat de heer Hollands (ambtenaar) zegt.
In de auditcommissie zit de accountant er ook bij en zijn raadsleden uitgenodigd. Ze verduidelijkt nogmaals dat in het controleprotocol wat naar de raad gaat niet expliciet staat wat getoetst wordt. Normaal kan de raad vertrouwen op het verslag van de accountant. Alle Europese aanbestedingen bijvoorbeeld gaat de accountant niet meer controleren, maar hij schreef voorheen wel in het verslag dat daarop vertrouwd kon worden en dat ze goed gelopen hadden. Dat moet het college nu zelf toetsen. Dat de gemeente al zo’n uitgebreide verbijzonderd intern controleplan heeft is goed, want dat betekent dat de gemeente weinig aanpassingen hoeft te doen om aan de regelgeving te voldoen maar dat wil niet zeggen dat er geen aanpassingen in zitten. SAMEN1 wil er in de auditcommissie voor waken dat de daadwerkelijke uitvoering door het college ook de juiste toetspunten bevat. Europese aanbestedingen zijn altijd redelijk gevaarlijk in het kader van belangenverstrengeling. SAMEN1 wil daarom op sommige onderdelen kunnen vaststellen of getoetst wordt op rechtmatigheidszaken die de accountant voorheen controleerde. Daarom is SAMEN1 van mening dat dit in de auditcommissie thuishoort zodat met de accountant erover gespard kan worden of dit goed opgezet is.
De heer Hollands (ambtenaar) stelt voorop dat in het verbijzonderd intern controleplan de door mevrouw Honings (S1) genoemde aspecten geraakt worden. Per voorstel wordt dit op juistheid bekeken en wordt intern advies gevraagd. Via een deelwaarneming of aselecte proef controleert de accountant of alles klopt wat de gemeente gedaan heeft. Dat gebeurt al jaren De heer Hollands (ambtenaar) vraagt zich af of de auditcommissie op de stoel van de accountant, organisatie en college moet gaan zitten. Mevrouw Honings (S1) vraagt wat het probleem is om het plan te delen. Het klinkt best goed en het is niet zo dat SAMEN1 het college en de organisatie wil afvallen of opzadelen met extra werk. De reden waarom de fractie dit vraagt is omdat het college hier nu zelf verantwoordelijk voor is. SAMEN1 wil echt niet op de stoel van de organisatie, het college en de accountant gaan zitten. De fractie wil alleen kijken of het proces goed is ingericht.
Pagina 32 van 35
De burgemeester bedankt mevrouw Honings (S1) voor de toelichting. Met betrekking tot de aanpassing in de regelgeving wat betreft rechtmatigheid, interne controle enz. denkt de burgemeester dat het in principe niet de bedoeling kan zijn dat leden van de auditcommissie de rol van accountant gaan overnemen. Ze zegt toe dat nog een keer met de eigen accountant besproken zal worden hoe hiermee omgegaan zal worden. Mevrouw Honings (S1) merkt op dat de rol van de accountant weg is op dat gebied. De accountant controleerde dit daadwerkelijk in 2022. In 2023 hoort dit niet meer op de oude manier in het normenkader van de accountant. De accountant doet nu dus heel beperkt werk. De raad gaat dus niet op de stoel van de accountant zitten, maar gaat controleren of het college dat zichzelf moet controleren op de juiste manier toetst. Als de raad de rechtmatigheidsverantwoording krijgt hoeft er dan niet over getwijfeld worden of wat daarin staat het juiste is. Hoofdstuk 3: Paragrafen (pagina’s 111 t/m 142) - 3.4 Lokale heffingen - 3.5 Onderhoud kapitaalgoederen - 3.6 Grondbeleid - 3.7 Verbonden partijen - 3.8 Wet Open Overheid De heer Boltong (LA) verwijst naar pagina 114 (secretarieleges burgerzaken). In 2024 wordt het ongeveer het dubbele geraamd.
In de schriftelijke beantwoording is aangegeven dat in 2014 de periode van geldigheid voor rijbewijzen en reisdocumenten van 5 jaar naar 10 jaar is aangepast. Wat is de reden dat deze piek eenmalig voor de komende 10 jaar is en wat is 2014 gebeurd waardoor zoveel mensen toen een nieuw rijbewijs en/of reisdocument hebben aangevraagd. De heer Bremen (S1) stelt de volgende vraag naar aanleiding van de antwoorden tijdens de schriftelijke vragenronde. Paragraaf 3.4 lokale heffingen - Reactie op antwoord op vraag 2 (tarief container). Wij vroegen waarom de tarieven van een container van 240 liter harder stijgen dan een container van 140 liter. Die vraag is echter niet beantwoord. Het antwoord dat u geeft pleit er namelijk voor dat een kleine container eigenlijk duurder zou moeten worden. Wethouder Schleijpen antwoordt dat in de schriftelijke beantwoording staat dat geprobeerd is om tot een differentiatie te komen en hoe die is opgebouwd. Er is omgerekend van liters naar kilo’s en er is rekening gehouden met een afvalstoffenheffing op basis van een frequentie 7 keer per jaar. Op de vraag waarom het tarief van een 240 liter container meer stijgt dan dat van een 140 liter container zegt wethouder Schleijpen schriftelijke beantwoording toe. De heer Bremen (S1) merkt op dat de inzamelfrequentie van een 240 liter container relatief lager is.
Dan zou het logisch zijn als het tarief voor 240 liter containers minder hard stijgt, maar nu stijgt een 240 liter container met 14% en een 140 liter container met 8%. De heer Degens (ambtenaar) antwoordt dat de verhoging van het budget van reisdocumenten voorzichtigheidshalve is ingeboekt. Waarschijnlijk loopt de termijn van extra opbrengst reisdocumenten langer door dan alleen in 2024.
Pagina 33 van 35
Hoofdstuk 4: Overzicht van baten en lasten (pagina’s 143 t/m 162) - 4.1 Overzicht van baten en lasten op programmaniveau - 4.2 Toelichting baten en lasten – incidenteel en structureel - 4.3 Overzicht van baten en lasten op taakveldniveau - 4.4 Vooruitblik reserves en voorzieningen 2024-2027 Hoofdstuk 5: Uiteenzetting van de financiële positie - 5.1 Financiële positie en toelichting Hoofdstuk 6: Overigen - 6.1 Indicatoren 165 - 6.2 Trefwoordenlijst 166 - 6.3 Lijst van afkortingen De heer Paffen (LS) verwijst naar pagina 149 (reserve personeel). Leefbaar Simpelveld heeft geen antwoord gehad op de schriftelijke vraag waarom er geen reserve personeel is. Mevrouw Honings (S1) heeft geconstateerd dat 2024 nog maar een klein positief resultaat heeft. Dat is het resultaat waar incidentele en structurele baten en lasten in zitten. De raad staat aan de lat om te kijken naar een meerjarig sluitende begroting, maar daar worden alle incidentele zaken uit gehaald. De Provincie kijkt of de begroting sluitend is. De jaren 2026 en 2027 zijn niet sluitend, maar dat is ook een soort lobby naar Den-Haag waar de Provincie mee heeft ingestemd. Als 2024 ook al niet sluitend is wordt het al wat lastiger. Mevrouw Honings (S1) heeft de handreiking structurele en incidentele baten en lasten uit 2021 naast de correcties op de begroting voor het echte structurele resultaat gelegd.
Daarbij is ze tot de conclusie gekomen dat sommige dingen, met name lasten, nu als incidenteel zijn aangemerkt die vanuit de notitie niet als incidenteel mogen worden aangemerkt. Dan heeft ze het over de energiekosten van € 100.000, de aanschaf van de MOR app, de MJOP tennisvelden, de culturele agenda, de roekenkolonie en de bijdrage bestemmingsplan. Als deze zaken niet voldoen aan de definitie wordt over het resultaat heen gegaan en is er dus eigenlijk een verlies. Dan zou er in 2024 geen sluitende begroting zijn, in 2025 een klein plusje, in 2026 en 2027 weer geen sluitende begroting en dat mag niet. Mevrouw Honings (S1) vraagt of het college met de Provincie of met de accountant kan kijken of de incidentele lasten die ze net genoemd heeft ook daadwerkelijk incidenteel zijn. De regelgeving schrijft ook voor dat als je daar correcties op maakt (de regel is altijd ‘structureel, tenzij’ en mutaties zijn altijd ‘incidenteel, tenzij’) dat dat ook wordt toegelicht. Op pagina 151 van de begroting is 1 zin toegelicht over 2 van die regels maar er is geen toelichting opgenomen, waardoor de raad ook niet de afweging op basis van de notitie kan beoordelen. Waarom is die toelichting niet opgenomen in de begroting terwijl dat wel een verplichting is? Mevrouw Honings (S1) verwijst naar pagina 160.
In de geprognotiseerde balans ziet SAMEN1 dat de post materiële vaste activa € 43.8 mln bedraagt, wat € 17.7 mln hoger is dan het jaar daarvoor. De fractie zou dan verwachten dat in 2024 ongeveer € 18 mln geïnvesteerd zou worden, niet eens rekening houdend met de afschrijving. Kijkend naar de investeringen wordt niet op dit bedrag uitgekomen. Mevrouw Honings (S1) vraagt of deze constatering klopt. Mevrouw Honings (S1) zegt dat de vragen ook schriftelijk beantwoord mogen worden. Wethouder Gulpen verwijst naar pagina 149, waar in de tweede regel de reserve personeel staat. Die is dus nog altijd voorhanden en bedraagt € 200.000.
Pagina 34 van 35
Met betrekking tot de opmerking van SAMEN1 over de sprong in de materiële vaste activa tussen 2023 en 2024 antwoordt de heer Degens (ambtenaar) dat deze niet matcht met de investering omdat daar ook veel investeringen uit voorgaande jaren in zitten die nog lopen en die zijn niet zichtbaar. In het investeringsprogramma 2024 zijn alleen de investeringen in 2024 opgenomen, maar er is ook al eerder een besluit genomen over bijvoorbeeld de stationsomgeving, uitkijkpunt Hulsveld enz. Die investeringen moeten nog uitgevoerd worden, waardoor een mismatch ontstaat. De heer Degens (ambtenaar) licht toe dat de incidentele en structurele investeringen zijn ingevuld zoals gedacht werd dat het moest. Hij zegt toe dat die toets opnieuw gedaan wordt. AGENDEREN VAN HET VOORSTEL VOOR DE RAADSVERGADERING De fracties SAMEN1, BurgerBelangen, Leefbaar Simpelveld, CDA en Lokaal Actief gaan unaniem akkoord met agenderen van het voorstel voor de raadsvergadering. 7. Raadsvoorstel Belastingverordeningen 2024 (deel 1) AGENDEREN VAN HET VOORSTEL VOOR DE RAADSVERGADERING De fracties SAMEN1, BurgerBelangen, Leefbaar Simpelveld, CDA en Lokaal Actief gaan unaniem akkoord met agenderen van het voorstel voor de raadsvergadering. 8. Sluiting vergadering De voorzitter sluit de vergadering om 23.00 uur.
De griffier,
De voorzitter,
Dhr. bc. F.G. Simons
Mw. D. Honings
Pagina 35 van 35