17. Bijlage 2 Concept jaarrekening 2024 VRZL
Tekst van het document
gericht op de volgende zaken: • Opstellen strategisch huisvestingsplan • Ontwikkeling nieuwbouw brandweerkazernes Sittard-Oost, Kerkrade, Heerlen en Gulpen • Inbedding GHOR • Verkenning ins en outs van langdurige crisis in combinatie met oorlogsdreiging • Stappen gezet in informatie-architectuur, applicatielandschap en - informatieveiligheid (introductie AFAS-systeem, afstemming samenwerking met PIT) • Voldoen aan wettelijke eisen WOO • Processtappen gezet op het terrein strategische personeelsplanning (employer branding, dagopleiding manschappen brandweer) • Verdiepende oriëntatie op zorgrisicoprofiel • Oriëntatie op Risk Factory • Afstemming met gemeenten in het kader van implementatie Omgevingswet Ons meerjarenbeleidsplan gaat uit van realistisch beleid met beoogde resultaten die passen bij de huidige tijdsgeest en binnen een verantwoord financieel beleid.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2024
pagina 55/89
2.8 HUISVESTING BESTUURLIJKE OPDRACHT Uit de in 2021 en 2022 gevoerde bestuurlijke dialoog ‘Verantwoorde brandweerzorg 2024-2030’ is een opdracht voortgekomen voor de uitwerking van toekomstige huisvestingsscenario’s. Uitgangspunten daarvoor zijn het regionale perspectief en de onderlinge regionale solidariteit. (Nieuwe) kazernes komen in eigendom van de veiligheidsregio en worden door de veiligheidsregio gefinancierd. Het resultaat van deze opdracht is in de vorm van een tweetal uitgewerkte scenario’s (“basis op orde” en “eigendom volledig bij VRZL”) aan het bestuur voorgelegd in april 2024. Uit de bestuurlijke sondering kwam het beeld naar voren, dat de overname van de volledige vastgoedportefeuille op enig moment in de nabije toekomst niet kon rekenen op voldoende steun. Een vervolgopdracht werd verstrekt: • Werk een scenario “Ingroeipad” uit, gekoppeld aan nieuwbouw of grootschalig onderhoud en; • Maak een voorstel voor de harmonisatie van de huurafspraken, dat afdwingbaar en marktconform is, met een eenduidige demarcatie en een wettelijk en eenduidig niveau voor onderhoud en verduurzaming. Deze vervolgopdracht is in de periode april t/m oktober 2024 uitgewerkt door een ambtelijke werkgroep die was samengesteld uit specialisten van alle gemeenten, de veiligheidsregio en externe adviesbureaus.
Het resultaat met alle bevindingen en adviezen is neergelegd in het Eindrapport Toekomstbestendige huisvesting brandweerkazernes Veiligheidsregio Zuid-Limburg. Samengevat zijn de belangrijkste constateringen van de werkgroep: 1. De huidige situatie is niet toekomstbestendig. Het is hoe dan ook noodzakelijk een inhaalslag te maken om de basis op orde te krijgen. Dit staat los van de eigendomsvraag. De kosten zullen in de komende periode(n) onvermijdelijk stijgen. De grootste post hierin is de kapitaallasten, omdat er voor nieuwbouw niet wordt gereserveerd. Niet alle kazernes voldoen aan de wettelijke eisen inzake onderhoud en duurzaamheid en de huurafspraken zijn niet geüniformeerd. 2. VRZL werkt geleidelijk toe naar volledig eigenaarschap van de huisvesting: de kosten worden regionaal verdeeld en nieuwe en ingrijpend verbouwde kazernes komen in eigendom van de veiligheidsregio. 3. Doel van de regionalisering van de brandweerkazernes is om enerzijds efficiënt en effectief in te kunnen spelen op de behoefte van de VRZL en de daaraan gestelde wettelijke eisen en anderzijds om vanuit een stabiele begroting de kosten gelijkwaardig over gemeenten te verdelen. Het voorliggende voorstel vraagt komend jaar een zorgvuldig besluitvormingsproces. Ingezet wordt op een benadering in drie fasen, die start met de fase informatie c.q.
bestuurlijke sondering, daarna volgt een fase consulteren gemeenten en afgesloten wordt met een zienswijze traject met besluitvorming medio 2025. Vanwege een veelheid aan relevante factoren beslaat de totale doorlooptijd ruim een half jaar.
2.9 WET GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN De Wet gemeenschappelijke regelingen is per 1 juli 2022 gewijzigd ter verbetering van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen. Dit bracht met zich mee, dat alle gemeenschappelijke regelingen vóór 1 juli 2024 moesten worden aangepast om op deze wijze te voldoen aan de gewijzigde wet. Veiligheidsregio Zuid-Limburg heeft meegedaan aan een gezamenlijk traject van 21 Limburgse gemeenschappelijke regelingen om te komen tot zo uniform mogelijke wijzigingen. In dit traject zijn gezamenlijke wijzigingen doorgevoerd m.b.t. informatievoorziening, inspraak, evaluatie, archief en noodzakelijke updates voortvloeiende uit o.a. de Wet elektronische publicaties. Voor Veiligheidsregio Zuid-Limburg is nu expliciet gemaakt dat gemeenteraden via een zienswijzetraject worden geraadpleegd in het geval van Meerjarige strategische plannen, zoals dit in feite al is toegepast met de vaststelling van het Meerjarenbeleidsplan 2024 t/m 2027. Daarnaast houdt de wijziging van de gemeenschappelijke regeling VRZL in dat, net als bij andere gemeenschappelijke regelingen, de jaarrekening VRZL niet langer voor zienswijze, maar informatief wordt aangeboden aan de gemeenteraden.
De nieuwe Gemeenschappelijke Regeling VRZL (2024) is door alle deelnemende gemeenten en hun colleges vastgesteld, is per 1 juli 2024 van kracht en gepubliceerd op de officiële kanalen.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2024
pagina 56/89
3
DEEL C – JAARREKENING
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2024
pagina 57/89
3.1 BALANS (VOOR RESULTAATBESTEMMING) Activa
31 december 2024
31 december 2023
VASTE ACTIVA Materiële vaste activa met economisch nut Gronden en terreinen
2.156.841
1.951.141
Bedrijfsgebouwen
12.103.681
12.780.276
Inventaris en inrichting
1.231.845
994.255
Installaties
773.811
1.006.458
ICT en automatiseringsapparatuur
360.066
349.684
Voer- en vaartuigen en haakarmbakken
16.257.255
16.575.102
Brandweermaterialen
1.659.293
1.698.173
839.780
829.382
Activa in uitvoering
3.187.158 38.569.730
36.184.471
Totaal vaste activa
38.569.730
36.184.471
597.338
11.535.261
21.776.816
18.008.094
Kleding
VLOTTENDE ACTIVA Uitzettingen met een rentetypische looptijd <1 jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzetting in ’s Rijks schatkist Rekening-courant verhouding niet-financiële instellingen
-
9.244
Overige vorderingen
5.098.495 27.472.649
53.532 29.606.131
Liquide middelen
174.680
139.252
Overlopende activa
10.741.778
719.398
Totaal vlottende activa
38.389.107
30.464.781
Totaal activa
76.958.838
66.649.252
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2024
pagina 58/89
Passiva
31 december 2024
31 december 2023
Algemene reserve
2.233.598
1.451.310
Bestemmingsreserves
7.774.222
4.363.133
Nog te bestemmen resultaat
632.225 10.640.045
1.939.693 7.754.136
Voorzieningen
13.144.481
8.617.494
21.115.198 21.115.198
23.252.079 23.252.079
Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar
8.448.330
6.435.658
Overlopende passiva
23.610.784
20.589.885
Totaal passiva
76.958.838
66.649.252
VASTE PASSIVA Reserves
Vaste schulden Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen
VLOTTENDE PASSIVA
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2024
pagina 59/89
3.2 OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN Hieronder is het recapitulerend financieel overzicht weergegeven. De bedragen in onderstaande tabel zijn x € 1.000. Veiligheidsregio Zuid-Limburg (totaal)
Rekening 2023
Begroting 2024 voor wijziging
Begroting 2024 na wijziging
Rekening 2024
Baten Bijdrage gemeenten Bijdrage gemeenten (FLO) Bijdrage Rijk (BDUR) Bijdrage Rijk (BDUR) extra Overige inkomsten Baten
47.775 1.947 6.816 417 32.918 89.873
48.000 1.986 6.500 1.670 2.300 60.456
52.733 2.127 7.234 1.586 55.573 119.253
52.733 2.127 7.234 1.687 50.580 114.361
Lasten Personeel Opleiding, vorming en training Kantoor Automatisering Huisvesting Voertuigen Materialen Kapitaallasten Lasten
31.259 1.847 496 474 30.290 995 1.089 4.423 70.873
32.623 2.250 620 525 3.450 1.050 1.200 5.205 46.923
33.589 1.272 1.785 496 54.543 1.042 947 4.144 97.818
33.581 1.286 1.572 558 46.744 648 1.071 4.144 89.604
Overhead Onvoorzien Totaal
12.057 196 12.253
11.118 10 11.128
13.616 13.616
13.548 13.548
Dotatie voorzieningen Onttrekking voorzieningen Mutatie voorzieningen
3.797 3.797
2.686 2.686
4.408 4.408
7.166 7.166
Dotatie reserves Onttrekking reserves Mutatie reserves
4.976 3.966 1.010
4.278 4.559 -281
6.866 3.455 3.411
6.866 3.455 3.411
Resultaat
1.940
-
-
632
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2024
pagina 60/89
3.3 GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING EN RESULTAATBEPALING De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Hierna wordt per categorie aangegeven welke grondslagen zijn gehanteerd. In de jaarrekening is de Geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR) als integraal onderdeel van VRZL verantwoord. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening Waardering van passiva en activa alsmede de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde, tenzij in deze grondslagen tenzij anders vermeld. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop zij betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeid gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten verantwoord in het jaar dat uitbetaling plaatsvindt.
Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt dan ook geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. Daarbij moet worden gedacht aan overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken. Bij toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt het dagelijks bestuur zich verschillende oordelen en schattingen die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het volgens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de desbetreffende jaarrekeningposten. De waarderingsgrondslagen per balansonderdeel worden in het vervolg van deze jaarrekening toegelicht.
3.4 TOELICHTING OP DE BALANS Vaste activa Materiële vaste activa met economisch nut Materiële vaste activa zijn fysiek aanwezige activa. Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Alle investeringen met een economisch nut > € 20.000 en een levensduur van > 2 jaar worden conform de financiële verordening geactiveerd. Alle materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs verminderd met de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegen duurzame waardeverminderingen. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd. VRZL beoordeelt op iedere balansdatum of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een duurzame waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld.
Van een duurzame waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde. Een verlies als gevolg van een duurzame waardevermindering wordt direct als een last verwerkt in het overzicht van baten en lasten onder gelijktijdige verlaging van de boekwaarde van het actief.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2024
pagina 61/89
Afschrijvingen De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn opgenomen in de financiële verordening zoals vastgesteld door het algemeen bestuur in haar vergadering van 6 december 2024. De afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode en starten op 1 januari van het jaar ná ingebruikname van het actief. De afschrijvingstermijnen worden bepaald op basis van de verwachte gebruiksduur rekening houdend met een restwaarde die nihil is. De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Op gronden wordt niet afgeschreven. Eventuele boekwinsten bij inruil of afstoting van een kapitaalgoed zijn als incidentele baten verwerkt in de jaarrekening. De volgende afschrijvingstermijnen, zoals vastgelegd in de financiële verordening, zijn van toepassing: Activa
Afschrijvingstermijnen in jaren
Gronden en terreinen Gebouwen en renovaties Installaties Inventaris en inrichting ICT en automatiseringsapparatuur Voer-, vaartuigen en haakarmbakken Brandweermaterieel Kleding
Niet over afschrijven 10 - 40 5 - 20 5 - 10 3-8 3 - 20 3 - 20 5 - 10
Vlottende activa De vlottende activa worden onderverdeeld in: • • •
Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Liquide middelen Overlopende activa
Uitzettingen met een rente typische looptijd < 1 jaar De uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. Deze voorziening wordt statisch bepaald. Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Tenzij anders vermeld, staan de liquide middelen ter vrije beschikking aan de Veiligheidsregio. Overlopende activa De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Op de overlopende activa wordt geen voorziening in mindering gebracht Vaste passiva Reserves In het BBV worden reserves omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij te besteden zijn. De vaststelling van de noodzakelijke omvang van de reserves is een zaak van het Algemeen Bestuur. Daarom worden reserves ook wel onderverdeeld in algemene en bestemmingsreserves. Zodra het Algemeen Bestuur aan een reserve een bepaalde bestemming heeft gegeven, is er sprake van een bestemmingsreserve. Om die reden kunnen bestemmingsreserves naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Heeft een reserve geen bestemming dan wordt het een algemene reserve genoemd.
Mutaties in reserves zijn enkel mogelijk op basis van een besluit van het Algemeen Bestuur voor het einde van het betreffende begrotingsjaar. De reserves worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voorzieningen Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen (schulden) van VRZL. Om die reden kunnen voorzieningen naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Voorzieningen worden gewaardeerd op de nominale waarde van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbaar verlies. Voorzieningen worden gevormd indien sprake is van:
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2024
pagina 62/89
• • • •
Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten Op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatig verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren De onderhoudsvoorzieningen hebben betrekking op diverse beheerprogramma’s en dienen voornamelijk tot gelijkmatige verdeling van lasten over een reeks van jaren, afhankelijk van de onderhoudscyclus.
De vorming van een voorziening, dan wel dotatie aan een reeds bestaande voorziening, is als last in het betreffende boekjaar verantwoord. Onttrekkingen aan de voorziening worden rechtstreeks op de voorziening verantwoord en lopen niet via de exploitatie. Aan de voorziening ter egalisatie van (onderhouds)lasten van kapitaalgoederen over meerdere begrotingsjaren ligt een actueel (beheer)plan ten grondslag. Uitgevoerd achterstallig onderhoud is daarbij ten laste van de exploitatie verantwoord. Deze lasten zijn niet ten laste van de gevormde voorziening gebracht. Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Voor het bepalen van het “jaarlijks vergelijkbaar volume” is een tijdsperiode van vier jaar gehanteerd. Vaste schulden De vaste schulden zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde (hoofdsom) verminderd met het totaal van de gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente typische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden onderverdeeld in: • •
Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd < 1 jaar Overlopende passiva
Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd < 1 jaar De netto vlottende schulden met een rente typische looptijd < 1 jaar zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Overlopende passiva De overlopende passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Resultaatbepaling Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de ontvangen gemeentelijke en rijksbijdragen alsmede de overige inkomsten en alle aan het verslagjaar toe te rekenen lasten. Hierbij wordt het stelsel van baten en lasten gehanteerd, met inachtneming van het voorzichtigheidsbeginsel, het toerekeningsbeginsel en het realisatiebeginsel. Vennootschapsbelasting VRZL heeft geen activiteiten die vallen onder de vennootschapsbelasting en is derhalve niet belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2024
pagina 63/89
3.4.1 Vaste activa 3.4.1.1 Materiële vaste activa met economisch nut Per einde boekjaar 2024 bedraagt de boekwaarde van de materiële vaste activa € 38,6 miljoen (ultimo 2023 € 36,2 miljoen). Voor de opbouw naar activasoort wordt verwezen naar onderstaand overzicht van geactiveerde kapitaaluitgaven. Onder activa in uitvoering zijn investeringen verantwoord die in 2025 worden afgerond. Het merendeel van dit saldo heeft betrekking op de nieuwbouw kazerne Sittard Oost voor een bedrag van € 2.432.100. Overzicht van geactiveerde kapitaaluitgaven Omschrijving
Boekwaarde
Vermeerderingen
Herrubricering
Afschrijvingen
Boekwaarde
31 december
2024
2024
2024
31 december
2023
2024
Materiële activa met economisch nut a. Gronden en terreinen
1.951.141
205.700
-
2.156.841
b. Bedrijfsgebouwen
12.780.276
158.961
-205.700
629.856
12.103.681
c. Inventaris en inrichting
994.255
384.437
-
146.847
1.231.845
1.006.458
-
-
232.647
773.811
349.684
173.923
-
163.541
360.066
d. Voer- en vaartuigen en haakarmbakken
16.575.102
1.560.402
-
1.878.249
16.257.255
e. Brandweermaterialen
1.698.173
367.933
-
406.813
1.659.293
829.382
272.120
-
261.722
839.780
36.184.471
2.917.776
-
3.719.675
35.382.572
d. Installaties e. ICT en automatiseringsapparatuur
f. Kleding Totaal materiële activa met economisch nut Activa in uitvoering
-
3.187.158
-
-
3.187.158
Totaal activa in uitvoering
-
3.187.158
-
-
3.187.158
6.104.934
-
Totaal materiële vaste activa
36.184.471
3.719.675
38.569.730
Overzicht kapitaallasten Omschrijving
Afschrijvingen
Rente
Kapitaallasten
2024
2024
2024
Materiële vaste activa met economisch nut a. Gronden en terreinen
-
20.844
20.844
b. Bedrijfsgebouwen
629.856
151.366
781.222
c. Inventaris en inrichting
146.847
11.645
158.492
d. Installaties
232.647
12.110
244.757
e. ICT en automatisering
163.541
4.095
167.636
1.878.249
194.126
2.072.375
406.813
19.889
426.702
261.722 3.719.675
9.714 423.789
271.436 4.143.464
d. Voer- en vaartuigen en haakarmbakken e. Brandweermaterialen f. Kleding Totaal materiële vaste activa
Toelichting mutaties materiële vaste activa met economisch nut 2024 Alle investeringen die in 2024 zijn gedaan, passen binnen het door het algemeen bestuur goedgekeurde meerjarig investeringsplan. Gronden en terreinen Saldo per 31.12.2024 is € 2.156.841. De herrubricering van € 205.700 ziet toe op de aankoop van de grond voor de kazerne Sittard-Oost in 2023, welke wordt geherrubriceerd vanuit de categorie Bedrijfsgebouwen naar de categorie Gronden en terreinen. Bedrijfsgebouwen Saldo per 31.12.2024 is € 12.103.681. In 2024 heeft een aanpassing plaatsgevonden van de kazerne Bocholtz voor een bedrag van € 158.961. Installaties Saldo per 31.12.2024 is € 773.811.
Inventaris en inrichting
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2024
pagina 64/89
Saldo per 31.12.2024 is € 1.231.845. In 2024 is er voor € 384.437 nieuwe inventaris aangeschaft. Het betreft voornamelijk vervanging van bestaande inventaris. Zonwering Maastricht Noord € 80.720. • • •
Vervanging inventaris Koffie automaten Stoomcleaner
€ € €
171.139 155.932 22.750
ICT- en automatiseringsapparatuur Saldo per 31.12.2024 is € 360.066. De investeringen in 2024 bedroegen € 173.923 en hebben o.a. betrekking op: • • •
iPhone IPads Laptops
€ € €
46.744 80.370 46.808
Voer-, vaartuigen en haakarmbakken Saldo per 31.12.2024 is € 16.257.255. De investeringen in 2024 bedroegen € 1.560.402 en betreffen o.a.: • • • • •
Redgereedschap Piket voertuigen Blusrobot Overdruk ventilatoren Instortingscontainer
€ € € € €
65.933 1.017.444 247.257 135.344 60.896
Brandweermaterialen Saldo per 31.12.2024 is € 1.659.293. De investeringen in 2024 bedragen totaal € 367.933 en hebben betrekking op onder meer: • • • • •
Redding waterscooter Navigatie Ademlucht testapparatuur ORT pakken C2000
€ € € € €
50.729 48.442 62.054 28.431 178.275
Kleding Saldo per 31.12.2024 is € 839.780. In 2024 is voor € 91.461 aan bluskleding aangeschaft, € 166.912 operationeel uniform en € 13.746 aan representatieve kleding. 3.4.2 Vlottende activa 3.4.2.1 Uitzettingen met een rente typische looptijd < 1 jaar Het saldo per 31 december 2024 bedraagt € 27.472.775. De vorderingen op openbare lichamen aan het einde van 2024 bedragen € 597.338, waarvan een aanzienlijk deel betrekking heeft op de afrekening met de ZuidLimburgse gemeenten, ter hoogte van € 187.834. De vorderingen op veiligheidsregio’s (diverse projecten) bedragen € 23.478. De vordering op de politie (diverse projecten) bedraagt € 22.700. De overige vorderingen ad € 5.098.621 hebben grotendeels betrekking op het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en bedragen € 4.942.302, in verband met verschillende locaties voor noodopvang. Conform artikel 39 van het BBV wordt de rekening-courantverhouding met het Rijk, het Schatkistbankieren, van € 21.776.816 gepresenteerd onder "uitzettingen in 's-Rijksschatkist met een rentetypische looptijd < 1 jaar". De overige vorderingen betreffen vorderingen op derden. De afwikkeling van deze vorderingen verloopt normaal.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2024
pagina 65/89
Specificatie uitzettingen met een rente typische looptijd < 1 jaar
3.4.2.2 Overzicht Schatkistbankieren De Wet Schatkistbankieren schrijft voor dat de decentrale overheden, waaronder ook de Veiligheidsregio, al hun overtollige liquide middelen en beleggingen aanhouden bij het Ministerie van Financiën. In 2024 is een drempelbedrag bij de bank gehanteerd van € 2.317.000. Er zijn geen overschrijdingen geweest in 2024. Bedragen in onderstaande tabel zijn x € 1.000.
Berekening benutting drempelbedrag Schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar 2.317 Kwartaal 1 (2) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 148 's Rijks schatkist aangehouden middelen (3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag 2.169 (3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag (1) Berekening drempelbedrag Verslagjaar (4a) Begrotingstotaal verslagjaar 115.842 (4b) Het deel van het begrotingstotaal dat 115.842 kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen (1)
(4c)
Drempelbedrag
Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat Drempelbedrag
Kwartaal 2 179
Kwartaal 3 160
Kwartaal 4 183
2.138 -
2.157 -
2.134 -
-
(1) = (4b)*0,02 2.317 + (4c)*0,002 met een minimum van € 1 mln. (2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 (5a) Som van de per dag buiten 's Rijks 13.468 16.289 14.720 16.836 schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) (5b) Dagen in het kwartaal 91 91 92 92 (2) - (5a) / (5b) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's 146 177 158 181 Rijks schatkist aangehouden middelen
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2024
pagina 66/89
3.4.2.3 Liquide middelen Saldo per 31.12.2024 is € 174.680. De liquide middelen laten per ultimo 2024 een positieve stand zien van € 0,18 miljoen (2023: € 0,14 miljoen) en bestaan uit € 23.226 aan contante middelen en uit € 151.454 aan tegoeden bij bankinstellingen. Specificatie liquide middelen Omschrijving Kas Bank Totaal
31 december 2024 23.226 151.454 174.680
31 december 2023 2.793 136.459 139.252
Rondom de liquide middelen zijn de regels van Schatkistbankieren van toepassing. In paragraaf 3.4.2.1 is het desbetreffende overzicht ingevoegd.
3.4.2.4 Overlopende activa Specificatie overlopende activa Omschrijving Overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal
31 december 2024 10.741.778
31 december 2023 719.398
10.741.778
719.398
De overlopende activa bedragen € 10.741.778 en bestaan voor € 130.850 uit nog te ontvangen creditrente met betrekking tot Schatkistbankieren. Het overige deel, groot € 10.610.926, bestaat voornamelijk uit diverse reeds vooruitbetaalde kosten, waaronder transitorische posten (€ 7.926.604), nog te declareren vorderingen bij het COA (€ 2.493.290) en meldkamer gerelateerde posten (€ 191.032).
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2024
pagina 67/89
3.4.3 Vaste passiva 3.4.3.1 Reserves Omschrijving
Stand 31 december 2023
Resultaatbestemming
Vermeerderingen 2024
Verminderingen Stand 31 december 2024 2024
Algemene reserve
1.348.347
782.288
-
-
2.130.635
Algemene reserve GHOR Totaal
102.963 1.451.310
782.288
-
-
102.963 2.233.598
3.983.323
-
Algemene reserve
Bestemmingsreserves Ingroeireserve kapitaallasten
5.665.800
3.168.749
Reserve sociaal plan
-
-
-
-
Reserve frictiekosten
285.962
-
-
285.962
-
-
-
-
Bestemmingsreserve dagklas beroepsmedewerkers Reserve doorontwikkeling VB
1.200.000 -
-
6.480.374 1.200.000 -
Bestemmingsreserves GHOR Totaal
93.848 4.363.133
-
6.865.800
3.454.711
93.848 7.774.222
Totaal
5.814.443
782.288
6.865.800
3.454.711
10.007.820
1.939.693 1.939.693
-1.939.693 -1.939.693
632.225 632.225
1.157.405
-
Rekeningsaldo Nog te bestemmen resultaat Totaal Verrekening 2023 met gemeenten Totaal reserves
7.754.136
-
7.498.025
-
632.225 632.225
1.157.405 4.612.116
10.640.045
Algemene reserve Saldo per 31.12.2024 is € 2.130.635. De algemene reserve is een reserve waaraan geen specifieke bestemming is gegeven. De daarin vastgelegde middelen dienen als weerstandscapaciteit. Vanuit de resultaatbestemming 2023 heeft het algemeen bestuur besloten om € 782.288 toe te voegen aan de algemene reserve. Algemene reserve GHOR Saldo per 31.12.2024 is € 102.963. Het resultaat 2023 (€ 240.448 positief) is conform besluit van het algemeen gerestitueerd aan de deelnemende gemeenten. Ingroeireserve kapitaallasten Saldo per 31.12.2024 is € 6.480.374. Het algemeen bestuur heeft in oktober 2022 de notitie reserves en voorzieningen vastgesteld. Hierin is de eerder vastgestelde systematiek van de ingroeireserve door het bestuur herbevestigd. De ingroeireserve kapitaallasten is bepaald voor de kapitaallasten inventaris (nieuw), voertuigen, beroepskleding en machines, apparaten en installaties (dus exclusief kapitaallasten inventaris (oud), grond/terreinen en gebouwen). Het algemeen bestuur heeft in december 2024 besloten om met ingang van boekjaar 2025 de ingroeireserve kapitaallasten toe te passen op alle investeringscomponenten om zodoende schommelingen in de kapitaallasten van alle investeringscomponenten te mitigeren. Het algemeen bestuur heeft daartoe in 2024 besloten om het jaarlijks genormeerd bedrag aan kapitaallasten te verhogen met een bedrag van € 1.250.000.
Het genormeerd bedrag aan kapitaallasten wordt jaarlijks geïndexeerd met de prijsindex om schommelingen in de kapitaallasten te voorkomen. Jaarlijks worden de werkelijke kapitaallasten onttrokken aan de ingroeireserve kapitaallasten. Het genormeerd bedrag aan kapitaallasten wordt jaarlijks gedoteerd aan de ingroeireserve kapitaallasten. De dotatie aan de ingroeireserve kapitaallasten bedraagt voor 2024 € 5.665.800. De onttrekking aan de ingroeireserve kapitaallasten bedraagt € 3.168.749. Reserve frictiekosten Saldo per 31.12.2024 is nihil. Uit de herschikking van de reservepositie is in 2020 een bestemmingsreserve frictiekosten gevormd voor een bedrag van € 2,3 miljoen. In 2018 is een traject van organisatieontwikkeling ingezet waarbij in 2019 de verdere aanpak van de noodzakelijke reorganisatie is vormgegeven. De reorganisatie brengt personele verschuivingen met zich mee welke in 2020 en verder vorm hebben gekregen. Om de hiermee samenhangende frictiekosten op te vangen is een bestemmingsreserve frictiekosten gevormd.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2024
pagina 68/89
Het algemeen bestuur heeft besloten om voor 2024 € 285.962 te onttrekken aan de reserve frictiekosten. Daarmee is de reserve frictiekosten in 2024 volledig vrijgevallen. Reserve dagklas beroepsmedewerkers Saldo per 31.12.2024 is € 1.200.000. De Veiligheidsregio Zuid Limburg staat de komende jaren voor een aanzienlijke personeelsuitstroom binnen de repressieve dienst welke veroorzaakt wordt door het functioneel leeftijdsontslag (FLO) en het 20-jarig beleid. De FLO-groep stroomt geleidelijk uit via deels de 50/90 regeling, waarbij zij het laatste jaar 50% werken tegen 90% salaris. Door deze uitstroom zal, als we niets doen, de repressieve dekking onder druk komen te staan. Derhalve vraagt dit om een tijdige vervanging om roosterproblemen en onderbezetting te voorkomen. De uitstroom zal plaatsvinden in de jaren 2025 en 2026. Om de uitstroom op te vangen is het noodzakelijk om in 2025 te starten met een interne dagopleiding (dagklas) om nieuwe manschappen op te leiden zodat ze tijdig kunnen instromen bij een van de beroepsposten. Met deze interne dagopleiding zijn aanzienlijke opleidingskosten gemoeid maar ook tijdelijk dubbele loonkosten, die niet gedekt worden uit de reguliere gemeentebijdrage. Om deze extra kosten te dekken is in 2024 een bestemmingsreserve dagklas beroepsmedewerkers gevormd voor een bedrag groot € 1.200.000.
De opleidingskosten en de tijdelijke dubbele loonkosten van deze dagklas worden dan gedekt uit deze bestemmingsreserve. Bestemmingsreserves GHOR In deze reserves is in 2024 niet gemuteerd. Het totaal ervan bedraagt ultimo 2023 € 93.848. Een bedrag van € 72.848 hiervan betreft een reserve voor netcentrisch werken; de overige € 21.000 betreft een reserve voor huisvesting van de GHOR. Nog te bestemmen resultaat Saldo per 31.12.2024 is € 632.225 positief (Veiligheidsregio Zuid-Limburg € 461.092 positief en de GHOR € 171.133 positief). De resultaatbestemming van het rekeningsaldo 2023 is verwerkt conform besluit van het algemeen bestuur bij de vaststelling van de jaarrekening 2023. Het positieve resultaat 2023 van de GHOR is gerestitueerd aan de deelnemende gemeenten. Van het positieve resultaat 2023 van de Veiligheidsregio Zuid Limburg is € 782.288 toegevoegd aan de algemene reserve en is € 916.957 gerestitueerd aan de deelnemende gemeenten.
Voorzieningen Overzicht van de voorzieningen
Voorziening verlofsparen Saldo per 31.12.2024 is € 1.275.637. Medewerkers kunnen vanaf 1 januari 2022 bovenwettelijke vakantieuren sparen. Met dit verlofsparen kunnen medewerkers passend bij hun levensfase hun bovenwettelijke vakantie-uren inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrièreplanning en het vitaliteitsbeeld. Aangezien er bij verlofsparen sprake is van arbeidskosten gerelateerde verplichtingen die een niet voorspelbare opbouw en daarmee ook een onvoorspelbare afbouw kennen, moet hier een voorziening voor gevormd worden. Deze vakantie-uren verjaren niet. De bronnen van verlofsparen zijn: • het verlof uit de overwerkvergoeding • de bovenwettelijke vakantie-uren gekocht uit het IKB • de bovenwettelijke vakantie-uren
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2024
pagina 69/89
• •
de bovenwettelijke vakantie-uren bij onregelmatig werken en beschikbaarheidsdienst het verlof uit de voormalige verlofspaarmogelijkheid.
Het totaal saldo uren verlofsparen bedraagt per 31 december 2024 24.890 uren. Deze uren zijn financieel gemaakt met het gemiddeld uurloon inclusief werkgeverslasten. De werknemer met een voltijdsdienstverband mag op 31 december van een kalenderjaar maximaal 3.600 uren verlof hebben. Hieronder vallen de verlofspaaruren, de wettelijke vakantie-uren, de bovenwettelijke vakantieuren en andere (compensatie)verlofuren. Voorziening FLO Saldo per 31.12.2024 is € 3.313.061. Functioneel leeftijdsontslag geeft medewerkers die voor 2006 in dienst waren het recht op een vorm van vroegpensioen, het functioneel leeftijdsontslag (FLO). In 2020 is geconstateerd dat er geen sprake is van gelijkblijvende toekomstige lasten in de meerjarenbegroting. Derhalve is met ingang van 2020 een voorziening gevormd. De voorziening bestaat uit een inschatting van de toekomstige verplichtingen naar rato toegerekend van het aantal gewerkte jaren per balansdatum. Daarop is in mindering gebracht de geschatte bijdrage van de deelnemende gemeentes gebaseerd op het uitgangspunt van budgetneutraliteit. Dat betekent dat de hoogte van de voorziening op dit moment gelijk is aan de reeds beschikbaar gestelde middelen via het besluit van de bestemmingsreserves. De voorziening FLO is gevormd ten laste van het resultaat over 2020 (stand 1 januari 2020 € 4,1 miljoen). De last wordt onttrokken aan de voorziening FLO.
Deze voorziening is gevormd ter egalisatie van de jaarlijkse lasten die samenhangen met het functioneel leeftijdsontslag. De FLO-overgangsregeling is sinds 2019 aangepast naar een gegarandeerd netto loon van 75%. Dit loon bestaat uit de uitkering levensloop aangevuld met bijdrage van de werkgever tot aan de pensioendatum. Door een recente wetswijziging stopt de levensloopregeling landelijk in 2022. In 2022 start de regeling “netto FLOspaartegoed”. In mei 2024 en januari 2025 heeft er een herijking plaatsgevonden van de FLO-kosten door een extern bureau, voor de periode 2025-2048. De totale FLO-lasten voor de periode 2025 tot en met 2048 worden per 31 december 2024 ingeschat op 29,4 miljoen. Naar periode zijn deze FLO-lasten als volgt toe te wijzen: < 1 jaar 2,0 miljoen, 1-5 jaar 10,5 miljoen en > 5 jaar 16,9 miljoen. In 2024 is een reguliere toevoeging van € 2,13 miljoen (2023: € 1,95 miljoen) en een onttrekking voor de werkelijke FLO-lasten 2024 van € 2,3 miljoen verantwoord. De reguliere toevoeging, die gefinancierd wordt uit de bijdrage gemeente FLO, wordt jaarlijks geïndexeerd met de loonindex. Daarnaast heeft er, conform besluit algemeen bestuur, in 2024 een extra dotatie plaatsgevonden in de voorziening FLO van € 1.500.000. Doordat de toekomstige gemeentelijke bijdragen meegerekend kunnen worden, kan de voorziening lager uitkomen.
Om die reden is het deel van de gemeentelijke bijdrage dat we gebruiken voor de FLO-regeling expliciet zo benoemd in de begroting en is transparant gemaakt voor gemeenten dat een gedeelte van de gemeentelijke bijdrage wordt gebruikt als dekking voor de FLO kosten. Daarbij is expliciet opgenomen dat deze bijdrage niet voor een ander doel kan worden aangewend. Impliciet was dit altijd al het geval. Als we het geld van de FLO kosten aan iets anders zouden uitgeven, is de begroting niet langer reëel in evenwicht. Het bedrag dat we reserveren voor de FLO-regeling sluit aan bij de meerjarig begrote kosten voor de FLO-regeling. Wanneer de FLO-regeling is afgewikkeld in 2048 dan wordt dit in mindering gebracht op de gemeentelijke bijdrage. Naar verwachting is het mogelijk de jaarlijkse bijdrage al eerder te verlagen. Voorziening onderhoud panden Saldo per 31.12.2024 is € 6.262.096. De onderhoudsplannen zijn in 2023 geactualiseerd. Gebaseerd op de geactualiseerde meerjarige onderhoudsplannen is in 2024 de jaarlijkse dotatie van € 581.000 verricht ten gunste van de voorziening groot onderhoud gebouwen. De voorziening is gevormd ten behoeve van de egalisatie van het groot onderhoud van de kantoor- en opleidingsgebouwen in Margraten en de kazernes in Beek, Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Maastricht Zuid, Margraten, Bocholtz en Sittard Middenweg.
In 2024 zijn uitgaven gedaan voor het groot onderhoud voor een bedrag van totaal € 301.351.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2024
pagina 70/89
Voorziening WW-verplichtingen Saldo per 31.12.2024 is € 41.363. Een voorziening WW-personeel is in 2015 gevormd om de WWverplichtingen van ontslagen werknemers op te kunnen vangen. In deze voorziening worden ook individuele overeenkomsten met medewerkers gecalculeerd/gestort op het moment dat de verplichting ontstaat. Voorziening overmatige verlofsaldi Saldo per 31.12.2024 is € 2.166.132. Het BBV geeft aan dat er een voorziening moet worden opgenomen voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen die niet van gemiddeld gelijkblijvende omvang zijn. Bij alle bovenwettelijke uren waarop een werknemer recht heeft conform de CAO Veiligheidsregio, is sprake van een niet gemiddeld gelijkblijvende omvang van de opbouw en afbouw (dit is feitelijk de omvang van het bovenwettelijke verlof per balansdatum). Hierdoor is de jaarlijkse omvang van deze arbeidskosten gerelateerde verplichting niet gelijk. Voor deze verlofuren moet dan ook een voorziening op de balans worden opgenomen. Voor het bepalen in hoeverre sprake is van overmatige verlofsaldi (“stuwmeren”) bij het bovenwettelijke verlof waarvoor een voorziening moet worden getroffen, ligt het voor de hand aan te sluiten bij het beleid rondom verlof-verjaring en het maximale verlof dat aan het einde van een kalenderjaar mag worden meegenomen naar een volgend jaar (jaargrens-overgangen).
Voor het bovenwettelijke verlof dat geen gemiddeld gelijkblijvende omvang kent en/of bestaat uit overmatige verlofsaldi of spaarsaldi moet een voorziening worden opgenomen. Veiligheidsregio Zuid-Limburg heeft een analyse uitgevoerd op de overmatige verlofsaldi en getoetst of er sprake is van een gemiddeld gelijkblijvende omvang van deze verlofsaldi. Bij de bovenwettelijke verlofuren binnen de Veiligheidsregio Zuid Limburg is sprake van een arbeid gerelateerde verplichting met een niet voorspelbare opbouw en daarmee ook een onvoorspelbare afbouw. De bovenwettelijke verlofuren die binnen 5 jaren worden opgebouwd (en ook binnen vijf jaren moeten worden afgebouwd) kennen deels een overmatig verlofsaldo. De risicoanalyse die Veiligheidsregio Zuid Limburg heeft uitgevoerd van de bovenwettelijke uren betreft de uren zoals deze in de afgelopen 5 jaren zijn opgebouwd. Op basis van deze risicoanalyse is de inschatting gemaakt, dat de oudste drie jaren van de opbouw over een periode van vijf jaar als overmatig zijn te kenmerken. De verlofsaldi zoals deze nog openstaan zijn als overmatig te classificeren omdat die onmogelijk nog binnen één of twee jaren opgenomen kunnen worden zonder dat de roosters en minimale bezetting in het gedrang komen. Daarnaast bestaat het risico dat deze bovenwettelijke uren omgezet worden naar het verlofsparen.
De oudste jaren worden bij het opnemen van het verlof als eerste afgeboekt. Dat heeft tot gevolg dat er niet enkel in de oudste drie jaren verlofsaldi openstaan, maar ook in de meest recente jaren, hetgeen onderbouwd dat de betreffende medewerker zijn verlofsaldi op basis van historische ontwikkelingen niet op krijgt gemaakt (dus niet gemiddeld gelijkblijvende verplichting). Dit betekent dat wij voor de bovenwettelijke verlofuren van de oudste drie jaren een voorziening overmatige verlofsaldi verlofuren dienen te vormen. De bovenwettelijke uren zijn financieel gemaakt met het gemiddeld uurtarief van een medewerker, e.e.a. conform de voorgeschreven systematiek vanuit het BBV. In 2025 zullen wij op basis van ervaringscijfers wederom een risicoanalyse uitvoeren om vast te stellen of de voorziening op basis van de eerste drie jaar nog toereikend is of dat de voorziening uitgebreid dient te worden. Voorziening regeling vervroegd uittreden (RVU) Saldo per 31.12.2024 is € 86.192. De Commissie BBV heeft in 2024 een besluit genomen ten aanzien van het vormen van een voorziening voor medewerkers die gebruik maken van de Regeling Vervroegde Uittreding (RVU). Bij de RVU nemen medewerkers ontslag en volgt er een (maandelijkse) ontslagvergoeding die de exmedewerker in staat stelt om te overbruggen tot aan de AOW-leeftijd.
Aangezien de ex-medewerker in die periode geen activiteiten/prestaties voor de veiligheidsregio verricht, dient op 31 december een voorziening te worden getroffen voor de financiële verplichting die de veiligheidsregio tegenover de ex-medewerker en de fiscus heeft op basis van deze regeling. Dat betekent voor alle jaren tot aan de AOW datum. 3.4.3.2 Vaste schulden Saldo per 31.12.2024 is € 21.115.198. In 2024 zijn geen nieuwe langlopende leningen afgesloten. Ter financiering van de Kazerne Sittard Middenweg zijn op 28 december 2010 vier geldleningen bij de BNG aangegaan voor een totaalsom van € 7.500.000 met opnamedata tussen 1 april 2011 en 1 oktober 2012. Ultimo 2016 is een geldlening ad € 10.000.000 afgesloten voor de consolidatie van vlottende schuld en de vaste financiering van onderhanden zijnde en van nieuwe investeringen. In 2020 zijn twee nieuwe geldleningen aangetrokken voor een totaalbedrag van € 16.000.000 ter financiering van de aankoop kazernes Beek, Vaals en Maastricht Zuid en voor de revitalisering stookhuis. De aflossingsverplichting < 1 jaar bedraagt € 2.147.337.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2024
pagina 71/89
Specificatie onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen
3.4.4 Vlottende passiva 3.4.4.1 Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd < 1 jaar Het saldo per 31 december 2024 bedraagt € 8.448.330. De afwikkeling van de crediteuren van € 5.170.259 verloopt normaal, evenals de schulden aan openbare lichamen van € 3.278.071. Specificatie netto vlottende schulden met een rente typische looptijd < 1 jaar Omschrijving
31 december 2024
31 december 2023
Overige schulden
8.448.330
6.435.658
Totaal
8.448.330
6.435.658
3.4.4.2 Overlopende passiva Specificatie overlopende passiva Omschrijving De van Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren
31 december 2024 4.747.230
31 december 2023 4.579.515
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in het volgend begrotingsjaar tot betaling komen
942.838
1.522.540
Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
17.920.716
14.487.830
Totaal
23.610.784
20.589.885
De van Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel betreft overlopende BDuR-gelden € 914.636 en het voorschotbedrag gelden opvang Oekraïne ter grootte van € 3.825.894. De verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in het volgende begrotingsjaar tot betaling komen, betreffen onder andere transitorische posten ten waarde van € 942.838. De overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate komen van volgende begrotingsjaren, betreffen met name de vooruit gefactureerde en reeds ontvangen gemeentelijke bijdrage voor het eerste halfjaar van 2024, evenals de vooruit gefactureerde en reeds ontvangen vergoeding van de gemaakte kosten voor het COA, samen groot € 17.920.716.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2024
pagina 72/89
Verloopoverzicht
BduR
Saldo begin boekjaar
930.455
Ontvangen bedragen Vrijgevallen bedragen Saldo einde boekjaar
CTB
Oekraïne
848.880
2.800.180
1.671.569
-
1.025.714
1.687.388
848.880
914.636
-
3.825.894
3.4.5 Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen De jaarlijkse huurverplichting van de kazernes niet in eigendom bedraagt € 1,5 miljoen.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2024
pagina 73/89
3.5 TOELICHTING OP HET OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN 3.5.1 Algemeen Op verzoek van verschillende gemeenten is gevraagd om daar waar mogelijk, tussentijds in het begrotingsjaar een technische begrotingswijziging door te voeren. De technische begrotingswijziging zorgt ervoor dat in de begroting 2024 de laatste stand van zaken financieel is aangepast met de genomen bestuursbesluiten. Het beoogd effect is om bestuursbesluiten vroegtijdig te verwerken in de begroting ten behoeve van de begrotingsrechtmatigheid. In 2024 zijn drie technische begrotingswijzigingen vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Deze drie vastgestelde technische begrotingswijzigingen komen tot uitdrukking in de begroting 2024 na wijziging. De doorgevoerde technische begrotingswijzigingen zijn budgetneutraal waardoor deze zonder zienswijzetraject zijn vastgesteld door het Algemeen Bestuur. 3.5.2 Algemene dekkingsmiddelen Bedragen in onderstaande tabel zijn x € 1.000. Algemene dekkingsmiddelen
Rekening 2023
Begroting 2024 voor wijziging
Begroting 2024 na wijziging
Rekening 2024
Baten Bijdrage gemeenten Bijdrage gemeenten (FLO) Bijdrage Rijk (BDUR) Bijdrage Rijk (BDUR) extra gelden
47.775 1.947 6.816 417
48.000 1.986 6.500 1.670
52.733 2.127 7.234 1.586
52.733 2.127 7.234 1.687
Totaal
56.955
58.156
63.680
63.781
Bij de bijdrage gemeente wordt enerzijds onderscheid gemaakt in de bijdrage gemeente ter dekking van de reguliere kosten en anderzijds ter dekking van de FLO kosten. De bijdrage gemeente is verwerkt op basis van de vastgestelde begroting 2024 en de vastgestelde technische begrotingswijzigingen 2024 door het algemeen bestuur. De bijdrage gemeente FLO bedraagt € 2.127.300 (2023: € 1.947.114) en wordt elk jaar geïndexeerd conform de CPB Kerngegevenstabel MEV met peildatum september lopende jaar. Wanneer de FLO-regeling is afgewikkeld in 2044 dan wordt de bijdrage gemeente FLO in mindering gebracht op de totale gemeentelijke bijdrage. Naar verwachting is het mogelijk de jaarlijkse bijdrage gemeente FLO al eerder te verlagen. De BDuR is verwerkt conform de afgegeven beschikking 2024 en bedraagt na loonbijstelling en nabetaling prijscompensatie 2024, € 7.234.025. De extra BDuR gelden bedragen voor 2024 € 1.671.569 en daarnaast een vooruit ontvangen post 2023 van € 930.454. Hiervan is in 2024 besteed een bedrag van € 1.687.388. Het restant is als vooruit ontvangen opgenomen voor een totaalbedrag van € 914.635. Door krapte op de arbeidsmarkt is het werven van nieuw personeel, die ten laste van de extra BDuR gelden zouden komen, verlaat en doorgeschoven naar 2025.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2024
pagina 74/89
3.5.3 Programma Crisisbeheersing en Rampenbestrijding (inclusief GHOR) Bedragen in onderstaande tabel zijn x € 1.000. Programma Crisisbeheersing en Rampenbestrijding (incl. GHOR)
Rekening 2023
Begroting 2024 voor wijziging
Begroting 2024 na wijziging
Rekening 2024
305 305
500 500
670 670
401 401
3.627 238 343 451 103 59 330 5.151
5.841 250 500 500 150 150 300 7.691
4.815 478 1.401 391 39 42 366 7.532
4.716 501 1.130 434 38 47 376 7.242
8
-
12 12
Baten Overige inkomsten Baten Lasten Personeel Opleiding, vorming en training Kantoor Automatisering Huisvesting Voertuigen Materialen Kapitaallasten Lasten Dotatie voorzieningen Onttrekking voorzieningen Mutatie voorzieningen
8
10 10
Dotatie reserves Onttrekking reserves Mutatie reserves
25 -25
-
-
-
-7.201
-6.862
-6.853
Resultaat
-4.829
Het programma C&R (inclusief GHOR) is een zelfstandig programma dat geheel wordt gedekt vanuit de algemene middelen van de Veiligheidsregio. De overige exploitatiekosten van het programma C&R liggen in lijn met de vastgestelde begroting. De dotatie in de voorzieningen betreft de voorziening verlofsparen voor het programma C&R.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2024
pagina 75/89
3.5.4 Programma Brandweerzorg Bedragen in onderstaande tabel zijn x € 1.000. Programma Brandweerzorg
Rekening 2023
Begroting 2024 voor wijziging
Begroting 2024 na wijziging
Rekening 2024
Baten Overige inkomsten Baten
31.909 31.909
1.600 1.600
52.393 52.393
44.134 44.134
Lasten Personeel Opleiding, vorming en training Kantoor Automatisering Huisvesting Voertuigen Materialen Kapitaallasten Lasten
27.632 1.609 153 23 30.187 936 759 4.423 65.722
26.782 2.000 120 25 3.300 900 900 5.205 39.232
28.774 794 384 105 54.504 1.000 581 4.144 90.286
28.865 785 442 124 46.706 601 695 4.144 82.362
196 196
-
-
-
Dotatie voorzieningen Onttrekking voorzieningen Mutatie voorzieningen
3.752 3.752
2.616 2.616
4.308 4.308
6.914 6.914
Dotatie reserves Onttrekking reserves Mutatie reserves
4.976 3.797 1.179
4.278 4.273 5
6.866 3.169 3.697
6.866 3.169 3.697
-38.940
-40.253
-45.898
-48.839
Overhead Onvoorzien Totaal
Resultaat
Het programma Brandweerzorg is een zelfstandig programma dat geheel wordt gedekt vanuit de algemene middelen van de Veiligheidsregio. In de overige inkomsten binnen het programma Brandweerzorg is een incidentele baat verantwoord voor een bedrag van € 42,6 mln. ter dekking van de kosten Oekraïne en noodopvang asielzoekers die in 2024 incidenteel zijn gemaakt. Hiertegenover staan € 42,6 mln. onder de huisvestingskosten verantwoord. De kosten Oekraïne en noodopvang asielzoekers laat in 2024 een forse toename zien ten opzichte van 2023. De reguliere huisvestingskosten liggen in lijn met de vastgestelde begroting. De hogere dotatie in de voorzieningen dan begroot heeft betrekking op de voorziening verlofsparen en voorziening overmatig verlofsaldi voor het programma brandweerzorg. De reguliere exploitatiekosten van het programma brandweerzorg liggen in lijn met de vastgestelde begroting.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2024
pagina 76/89
3.5.5 Bedrijfsvoering (overhead) Bedragen in onderstaande tabellen zijn x € 1.000. Bedrijfsvoering (overhead)
Rekening 2023
Begroting 2024 voor wijziging
Begroting 2024 na wijziging
Rekening 2024
704 704
200 200
2.510 2.510
6.045 6.045
7.331 9 1.954 2.545 167 51 12.057
6.868 1.500 2.500 200 50 11.118
8.679 1.804 3.215 247 113 67 -509 13.616
8.446 1.768 3.338 366 94 35 -499 13.548
Baten Overige inkomsten Baten Lasten Personeel Opleiding, vorming en training Kantoor Automatisering Huisvesting Voertuigen Materialen Kapitaallasten Lasten Overhead Onvoorzien Totaal
-
10 10
-
-
Dotatie voorzieningen Onttrekking voorzieningen Mutatie voorzieningen
37 37
60 60
100 100
240 240
Dotatie reserves Onttrekking reserves Mutatie reserves
144 -144
286 -286
286 -286
286 -286
-11.246
-10.702
-10.920
-7.457
Resultaat
De overige opbrengsten zijn hoger dan begroot als gevolg van de eindafrekening incidentele baten inzake dekking overhead vanuit het COA groot € 3,8 mln. De exploitatiekosten van bedrijfsvoering in lijn met de vastgestelde begroting. De exploitatielasten van de bedrijfsvoering zijn rechtmatig tot stand gekomen. De dotatie in de voorzieningen betreft de voorziening verlofsparen en voorziening overmatig verlofsaldi voor bedrijfsvoering. 3.5.6 Toevoegingen en onttrekkingen aan voorzieningen Bedragen in onderstaande tabel zijn x € 1.000. Omschrijving Mutaties in de voorzieningen Voorziening verlofsparen Voorziening RVU Voorziening overmatige verlofsaldi Voorziening FLO Voorziening onderhoud panden Voorziening WW-verplichtingen Totaal
Begroting voor wijziging baten lasten saldo 200 -200 2.594 1.986 608 1.000 500 500 35 35 3.629
2.686
943
Begroting na wijziging baten lasten saldo 200 -200 3.627 -3.627 581 -581 -
4.408
-4.408
baten -
-
Realisatie 2024 lasten saldo 706 -706 86 -86 2.166 -2.166 3.627 -3.627 581 -581 7.166
-7.166
De mutaties in de voorzieningen liggen in lijn met de vastgestelde begroting na wijziging. In 2024 heeft een hogere dotatie plaatsgevonden in de voorziening verlofsparen dan begroot. De werkelijke dotatie aan de voorziening verlofsparen kan pas per 31 december van enig boekjaar bepaald worden. In 2024 heeft een hogere dotatie plaatsgevonden in de voorziening RVU en voorziening overmatige verlofsaldi. De werkelijke dotatie aan de voorziening RVU en voorziening overmatige verlofsaldi kan pas per 31 december van enig
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2024
pagina 77/89
boekjaar bepaald worden. De dotaties aan de voorzieningen zijn rechtmatig tot stand gekomen conform besluit Algemeen Bestuur. 3.5.7 Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Bedragen in onderstaande tabel zijn x € 1.000. Omschrijving Mutaties in de reserves
Begroting voor wijziging baten lasten saldo
Begroting na wijziging baten lasten saldo
Realisatie 2024 baten lasten saldo
Ingroeireserve kapitaallasten
4.273
4.278
-5
3.169
5.666
-2.497
3.169
5.666
Reserve frictiekosten
286
-
286
286
-
286
286
-
286
Reserve dagklas beroepsmedewerkers
-
-
-
-
1.200
-1.200
-
1.200
-1.200
4.559
4.278
281
3.455
6.866
-3.411
3.455
6.866
-3.411
Totaal
-2.497
De werkelijke dotaties en onttrekkingen aan de reserves wijken ten opzichte van de begroting na wijziging niet af. De dotatie en onttrekking aan de ingroeireserve kapitaallasten wordt gezien als een structurele mutatie in de reserves. De dotaties en onttrekkingen in de overige reserves wordt gezien als incidentele mutaties in de reserves. 3.5.8 Aanwending van het bedrag voor onvoorzien In de begroting 2024 is een bedrag van € 10.000 opgenomen voor onvoorzien. Deze is in 2024 niet aangewend. 3.5.9 Overzicht incidentele baten en lasten per programma Bedragen in onderstaande tabel zijn x € 1.000. Omschrijving Incidentele baten en lasten
Begroting na wijziging baten lasten saldo
Realisatie 2024 baten lasten saldo
Oekraïne / Crisis noodopvang asielzoekers Extra storting voorziening FLO Incidentele storting ingroeireserve kapitaallasten Incidentele dekking overhead en coördinatie COA
50.900 1.444
50.900 1.500 1.250 -
-1.500 -1.250 1.444
42.606 5.248
42.606 1.500 1.250 -
-1.500 -1.250 5.248
Totaal incidentele baten en lasten
52.344
53.650
-1.306
47.854
45.356
2.498
Brandweerzorg
In 2024 heeft een extra dotatie aan de voorziening FLO voor een bedrag van € 1.500.000 en een extra dotatie aan de ingroeireserve kapitaallasten van € 1.250.000 plaatsgevonden. Deze extra dotaties hebben plaatsgevonden conform bestuursbesluit. In de overige inkomsten binnen het programma Brandweerzorg is een incidentele baat verantwoord voor een bedrag van € 50,1 mln. ter dekking van de kosten Oekraïne en noodopvang asielzoekers die in 2024 incidenteel zijn gemaakt. Hiertegenover staan € 42,6 mln. onder de huisvestingskosten verantwoord. In 2024 hebben we een incidentele dekking voor overhead en coördinatiekosten COA ontvangen van € 5,2 mln. Eind 2024 is de afrekening opgemaakt voor de dekking 2024 die hoger is uitgevallen dan begroot in de 3e technische begrotingswijziging.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2024
pagina 78/89
3.5.10 Structureel begrotingssaldo In onderstaand overzicht is het structureel begrotingssaldo gepresenteerd. De incidentele baten en lasten beïnvloeden het structureel begrotingssaldo. Incidentele lasten beïnvloeden het structureel begrotingssaldo positief en incidentele baten beïnvloeden het structureel begrotingssaldo negatief. In principe zijn alle toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves incidenteel van aard. Een uitzondering hierop zijn de mutaties in de ingroeireserve kapitaallasten. De onttrekkingen en toevoegingen in deze bestemmingsreserve zijn structureel van aard. De afwijkingen begroting incidenteel sluiten aan met het totaaloverzicht incidentele baten en lasten. Bedragen in onderstaande tabel zijn x € 1.000. Omschrijving (x € 1.000) Saldo baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Begrotingssaldo na bestemming
2021 -1.036 916 -120
2022 -255 -147 -402
2023 2.950 -1.010 1.940
2024 4.043 -3.411 632
Incidentele storting voorziening FLO Incidentele vrijval voorziening Maastricht Zuid Incidentele vrijval voorziening Frictiekosten VPT Eenmalige uitkering CAO Incidente storting voorziening groot onderhoud panden Hoogwaterramp Onvoorzien Incidentele dekking overhead en coördinatie opvang vluchtelingen 2022 Incidentele dekking overhead en coördinatie opvang vluchtelingen 2023 Incidentele dekking overhead en coördinatie opvang vluchtelingen 2024 Rente schatkistbankieren
-1.000 191 90 -
-686 -682 335 -
-900 -196 1.290 3.150 484
-1.500 5.248 -
-
Incidentele onttrekking reserve sociaal plan Incidentele onttrekking reserve frictiekosten Incidentele onttrekking reserve schattingswijziging Incidentele onttrekking reserve uitgestelde activiteiten COVID-19 Incidentele onttrekking reserve doorontwikkeling VB Incidentele stortingen ingroeireserve kapitaallasten Incidentele storting dagklas beroepsmedewerkers
35 547 255 261 -
99 514 82 195 -300 -
265 250 25 -750 -
286 -1.250 -1.200
Waarvan incidentele baten en lasten (saldo)
379
-443
3.618
1.584
Structureel begrotingssaldo
-499
41
-1.678
-952
Het structureel begrotingssaldo 2024 is € 952.000 negatief (2023: € 1.678.000 negatief). Onderstaand beschrijven wij de voornaamste oorzaak van dit negatieve structureel begrotingssaldo. In de incidentele dekking overhead en coördinatie opvang vluchtelingen 2024 (€ 5.248.000) zit een afrekening naheffing btw 2022 en 2023 voor een bedrag van € 972.299. Als we deze zouden elimineren komt de Veiligheidsregio Zuid Limburg uit op een positief structureel begrotingssaldo.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2024
pagina 79/89
3.5.11 Begrotingsrechtmatigheid Bedragen in onderstaande tabel zijn x € 1.000. Omschrijving Begrotingsrechtmatigheid (x € 1.000) Crisisbeheersing en Rampenbestrijding
Begroting na wijziging baten lasten saldo
Realisatie 2024 baten lasten
saldo
Begrotingsafwijking baten lasten saldo
670
7.532
-6.862
401
7.242
-6.841
269
290
21
Brandweerzorg
52.393
90.286
-37.893
44.134
82.362
-38.228
8.259
7.924
-335
Bedrijfsvoering (overhead)
2.510
13.616
-11.106
6.045
13.548
-7.503
-3.535
68
3.603
Algemene dekkingsmiddelen Bijdrage gemeente Bijdrage gemeente FLO Bijdrage Rijk BDUR Bijdrage Rijk BDUR extra gelden
52.733 2.127 7.234 1.586
-
52.733 2.127 7.234 1.586
52.733 2.127 7.234 1.687
-
52.733 2.127 7.234 1.687
-101
-
101
-
4.408
-4.408
-
7.166
-7.166
-
-2.758
-2.758
3.455
6.866
-3.411
3.455
6.866
-3.411
-
-
-
Mutaties voorzieningen Mutaties reserves
De baten en lasten in de jaarrekening van VRZL zijn rechtmatig tot stand gekomen. Dit houdt in dat ze in overeenstemming zijn met de door het Algemeen Bestuur vastgestelde begroting. De algemene dekkingsmiddelen liggen in lijn met de vastgestelde begroting door het Algemeen Bestuur. De hogere overige opbrengsten bij bedrijfsvoering dan begroot komen voort uit de afrekening dekking overhead en coördinatiekosten opvang vluchtelingen. Deze afrekening kan pas definitief gemaakt worden na afsluiting van het boekjaar. Bij het programma brandweerzorg zien we een onderschrijding van zowel de baten als de lasten. Deze is volledig toe te schrijven aan de toerekening van de kosten en dekking, inzake de opvang Oekraïne en noodopvang asielzoekers, naar het juiste boekjaar. De hogere dotaties in de voorzieningen dan begroot heeft betrekking op de voorziening verlofsparen, voorziening RVU en voorziening overmatige verlofsaldi. De werkelijke dotatie aan deze voorzieningen kunnen pas per 31 december van enig boekjaar bepaald worden. De dotaties aan de voorzieningen zijn rechtmatig tot stand gekomen conform besluit Algemeen Bestuur. De mutaties in de reserves zijn door het Algemeen Bestuur geautoriseerd en conform het AB besluit verwerkt.
Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2024
pagina 80/89
3.5.12 Wet normering bezoldiging topfunctionarissen Op 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen (WNT) in werking getreden. De WNT is van toepassing op de Veiligheidsregio Zuid-Limburg. Het voor de Veiligheidsregio toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2024 € 233.000. Dit betreft het zogenaamde algemeen bezoldigingsmaximum. De onderstaande verantwoording volgt het verantwoordingsmodel WNT 2024 zoals gepubliceerd door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 3.5.12.1 Bezoldiging topfunctionarissen 3.5.12.1.1