16. Bijlage 2 Concept jaarstukken 2024 SPL
Tekst van het document
Coördinatie- en organisatievraagstukken bij doorontwikkeling programmalijnen Bij alle SES programmalijnen zijn er, zodra het gaat over opschaling en doorontwikkeling, organisatie- en coördinatievraagstukken aan de orde. De rol van de Stadsregio hierbij wordt in overleg met de stakeholders ingevuld. In 2024 heeft het programma hierin vooral een rol gespeeld bij de Educatieve Agenda Parkstad en bij de voorbereidingen van de implementatie van de Regionale Werkhubs. In de tweede helft van 2024 is er opnieuw aandacht uitgegaan naar het stevig verankeren van de sociaal economische elementen in de aanvraag voor de 3e Regio Deal. Deze elementen moeten ook een plek krijgen in een langjarig structureel programma (Elke Regio Telt/ Vitale Wijken) in actielijn 3: het inlopen van achterstanden.
Monitoring In oktober 2024 vond het beleidsoverleg Onderwijs en Kindontwikkeling plaats, waarin het draagvlak is getoetst voor de ontwikkeling van een Onderwijs en Kindmonitor. Vervolgens is (conform besluitvorming van de Stuurgroep Onderwijs-VSV en de BC SES), onderzoeks- / adviesbureau ABF Research de opdracht verleend tot het realiseren van een eerste versie van een digitaal monitoringsinstrument EAP. De monitor wordt ontwikkeld vanuit de behoefte om inzicht te krijgen en te houden in de voortgang van de impact en uitvoering van de EAP en zal gereed zijn in het voorjaar van 2025. De Monitor zal aansluiten bij reeds bestaande Parkstad Monitor (om te voorkomen dat er meerdere dashboards ontstaan met overlappende data) en wordt jaarlijks geüpdatet. De Monitor zal niet alleen kwantitatieve gegevens aanbieden, maar ook kwalitatieve data. De ontwikkeling van de Monitor wordt opgepakt door een werkgroep, bestaande uit ABF, de GGD ZL, UM, enkele directeuren en bestuurders uit het onderwijs en de Stadsregio Parkstad. Voor deze eerste versie zijn de benodigde indicatoren afkomstig uit twee databronnen; De Gezondheidsatlas (GGD ZL) en de Onderwijsmonitor Limburg (UM).
Advisering • •
In 2024 is in de eerste helft van het jaar een projectleider ingehuurd om te komen tot een regionale Regio Deal aanvraag voor regionale werkhubs. Daarnaast is de expertise van de UM ingehuurd om te komen tot nadere resultaatsdoelstellingen in de EAP.
38
•
Met betrekking tot de versterking van de gebiedsgerichte aanpak is een vervolg op de IWA bijeenkomsten georganiseerd.
Instrumentontwikkeling Binnen de regionale werkagenda onderwijs en kindontwikkeling is er namens Innovo en Movare een verkenning gedaan naar het instrument/werkwijze Niet Stapelen, maar Vervangen (NSMV). Deze verkenning heeft opgeleverd dat men in een werkgroep gericht op brede talentontwikkeling een collectieve ambitie heeft uitgesproken om te komen tot een kwalitatief (vanuit pedagogische didactische aanpak en behoefte passende bij de doelgroep en populatie en mogelijk afgestemd op de SLO leerdoelen) en duurzaam aanbod (duurzame interventies en effectieve coördinatie) voor de pijlers sport & gezondheid, cultuur, Wetenschap en Techniek en taal. Dit krijgt een vervolg in 2025. De reeds eerder genoemde Monitor Onderwijs & Kindontwikkeling is eind 2024/ begin 2025 in ontwikkeling.
2.1.6 Grensoverschrijdende Samenwerking Platformfunctie GROS In 2024 is de platformfunctie GROS binnen Parkstad Limburg verder versterkt. Door de AO’s GROS wordt de samenwerking tussen het regiobureau en de gemeenten steeds vanzelfsprekender en wordt een gezamenlijk GROS-beleid ontwikkeld. Portefeuillehouder GROS, Petra Dassen, speelt binnen de VNG een actieve rol in het grensdossier en is bestuurlijk trekker. Doordat Parkstad actief deelneemt in de zogenaamde grensoverleggen van de VNG, heeft het direct invloed in de lobby in Den Haag. Daarnaast speelt Parkstad ook in het Interreg Maas-Rijn een actieve rol, door als regionaal vertegenwoordiger zitting te nemen in het monitoringcomité. Hierdoor heeft Parkstad direct invloed op de spelregels van het Interreg-programma. EXPO Real 2024 De EXPO Real 2024 in München was voor Parkstad Limburg een succesvol evenement, waarbij de regio opnieuw haar groeiende rol binnen de Aachen 1a-stand onderstreepte. Met een grotere delegatie dan ooit profileerde Parkstad zich steeds nadrukkelijker als de verbinder tussen Nederlandse en Duitse partijen, met sterke connecties naar steden als Eindhoven en Utrecht aan de ene kant en Aken, het Rheinisches Revier, Rijnland, Keulen/Bonn en München aan de andere kant. De regio wordt steeds vaker gezien als een schakel voor grensoverschrijdende samenwerking en economische ontwikkeling.
Dit kwam tot uiting in diverse netwerkbijeenkomsten en gesprekken met investeerders en beleidsmakers. Vooral de strategische ligging van Parkstad en onze actieve focus op de euregio maakt ons interessant. De samenwerking met Duitse partners werd verder verdiept, wat nieuwe kansen biedt voor bedrijvigheid en infrastructuur. De EXPO Real 2024 bevestigde dat de verbindingen tussen Nederland en Duitsland steeds vaker via Parkstad lopen, waardoor de regio haar internationale positie blijft versterken. Ontwikkeling visie met Aken: Organisatie van themaworkshops en concrete projecten In 2024 hebben we de beleidssamenwerking met Aken geïntensiveerd door middel van het organiseren van themaworkshops op het gebied van energie, circulariteit, mobiliteit en wonen. Deze workshops, die telkens door ruim 70 beleidsmedewerkers en bestuurders zijn bezocht, waren niet alleen gericht op het delen van kennis en ervaring maar ook op het ontwikkelen van concrete gezamenlijke projecten. Deze verbreding en verdieping van de samenwerking zijn een concrete invulling van onze ambitie om samen met Aken een grensoverschrijdend daily urban system te vormen. In totaal zijn dit jaar maar liefst 6 Interreg-projecten vanuit Parkstad opgezet, die elk tijdens deze workshop zijn ontwikkeld of aan tractie wonnen.
39
Interreg In 2024 is de rol van Parkstad binnen het Interreg Maas-Rijn programma aanzienlijk gegroeid. De regio is als adviserend lid toegetreden tot het Monitoringcomité, waardoor zij invloed heeft op de spelregels en prioritering binnen het programma. Dit biedt Parkstad de kans om strategisch mee te denken over grensoverschrijdende samenwerking en financieringsmogelijkheden. In 2024 zijn maar liefst zes Interregprojecten ingediend waarbij Parkstad een actieve rol speelt. Van deze zes projecten zijn er drie al van start gegaan, terwijl de andere drie nog in het aanvraagproces zitten. Door deze betrokkenheid verstevigt Parkstad haar positie als een betrouwbare projectpartner binnen de Euregio. Gemeenten en partners uit zowel Nederland, België als Duitsland werken steeds vaker samen met Parkstad aan innovatieve grensoverschrijdende initiatieven. De opgebouwde expertise en netwerken zorgen ervoor dat Parkstad een steeds grotere rol speelt in regionale samenwerking. Dit versterkt niet alleen de internationale positie van Parkstad, maar ook de economische en sociale samenhang binnen de Euregio. Dankzij deze groeiende invloed kan de regio zich verder ontwikkelen als een onmisbare schakel in Interreg-projecten.
Arbeitsgemeinschaft Charlemagne Grensregio De Arbeitsgemeinschaft Charlemagne Grensregio (opgericht in 2011) is een grensoverschrijdend samenwerkingsverband tussen Stadsregio Parkstad Limburg, Stadt Aachen, Städteregion Aachen, gemeente Heerlen, de Deutschsprachige Gemeinschaft Belgiens en de gemeente Vaals. Per 1 januari 2021 heeft de Arbeitsgemeinschaft Charlemagne Grensregio zich na een unaniem besluit in 2020 van de Vorstand aangesloten bij de EGTS-EMR. De structurele bijdrage van Stadsregio Parkstad Limburg aan de grensoverschrijdende samenwerking bedraagt jaarlijks € 50.000 en wordt conform de afspraken doorberekend aan de gemeenten volgens de gebruikelijke verdeelsleutel.
40
2.2 Financieel overzicht programma Kerntaken In onderstaande ’Staat van baten en lasten programma Kerntaken’ wordt de begroting na verwerking van de 3e wijziging weergegeven. Ook de realisatie 2024 is hierin opgenomen. Bedragen x € 1 miljoen Omschrijving Werkbudget
Begroting 2024
Begroting 2024 na 3e wijziging
Realisatie 2024
Verschil
720
720
671
-49
Lobby inzake subsidieverwerving
40
40
38
-2
Cofinancering door derden projecten kernactiviteiten
pm
1,371
1,292
-79
Afschrijving buitenring
264
264
264
0
Financieringskosten buitenring
82
82
82
0
Loonkosten formatie
1,937
2,202
2,055
-147
Totaal lasten Kerntaken
3,043
4,679
4,402
-277
pm
1,950
1,598
-352
Rentebaten
0
2,800
2,830
30
Totaal baten Kerntaken
0
4,750
4,429
-321
-3,043
71
27
-45
219
219
219
0
0
4,978
4,512
-466
165
165
165
0
- Frictiereserve
0
0
0
0
- Reserve werkbudgetten
0
1,900
1,585
-315
Saldo mutatie reserves Kerntaken
-54
-3,132
-2,982
150
Gerealiseerde resultaat Kerntaken
-3,097
-3,061
-2,955
105
Realisatie 2024
Verschil
1.160 1.160 0
0 0 0
Cofinancering door derden projecten kernactiviteiten
Gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten Kerntaken Stortingen in reserves - Reserve Ringwegen - Reserve werkbudgetten Onttrekkingen aan reserves - Reserve Ringwegen
Verdeling van middelen (via balans) Regionale initiatieven Bijdragen regionale initiatieven Saldo
Begroting 2024 1.095 1.095 0
Begroting 2024 na 3e wijziging 1.160 1.160 0
41
2.2.1 Werkbudgetten In 2024 is aan werkbudgetten een bedrag van € 720.000 beschikbaar. In het jaarplan 2024 hebben de bestuurscommissies voorstellen ingediend voor € 1.000.000. Alle gremia zijn nagegaan waar “verminderd” zou kunnen worden, enerzijds door externe financiering te vinden, anderzijds door activiteiten op te schuiven c.q. uit te stellen of op een andere manier vorm te geven. Dit heeft geleid tot onderstaande aanpassing in het gevraagde werkbudget 2024: Bestuursorgaan Wonen en Herstructurering
Voorstellen 2024 conform jaarplan 291
Werkbudget na taakstelling 200
RUMO
100
85
Duurzaamheid
170
95
Economie en Toerisme
160
120
SES
79
45
GROS
90
80
Subtotaal bestuurscommissies Dagelijks Bestuur
890
625
110
95
1.000
720
TOTAAL
Realisatie werkbudget Dagelijks Bestuur Van het totale werkbudget 2024 is in het jaarplan een bedrag van € 95.000 beschikbaar voor aanwending door het Dagelijks Bestuur; dit budget is voor 46.000 besteed. De besteding was als volgt: Activiteiten Dagelijks Bestuur
Begroting 2024 (bijgesteld jaarplan)
Besteed in 2024
Verschil
Communicatie en regiobranding
39
19
20
Bestuurscommunicatie/ Regiodagen / Raadsinformatiebijeenkomsten / Bestuurskosten
52
10
42
Strategische lobby/ Tweede kamer / Limburgs Parlement
4
17
-13
Werkbudget
95
46
49
Lobby subsidieverwerving
40
38
2
Totaal
135
84
51
Van het totale werkbudget 2024 is in het jaarplan een bedrag van €95.000 beschikbaar voor aanwending door het Dagelijks Bestuur. Het werkbudget van het Dagelijks Bestuur is € 49.000 achtergebleven bij het budget van € 95.000. Dit komt doordat er in 2024 veel energie, aandacht, tijd en middelen zijn geïnvesteerd in extra activiteiten en communicatie naast de reguliere werkzaamheden. Denk hierbij onder meer aan activiteiten rondom het 25-jarig jubileum van Stadsregio Parkstad Limburg met o.a. een symposium én aan (communicatie rondom) de ontwikkeling van het nieuw narratief van de regio, ‘het nieuwe toekomstverhaal voor Parkstad 2040; Parkstad Limburg biedt ruimte!’. Hierdoor zijn met name minder (nieuwe) middelen in de
42
vorm van drukwerk, video’s e.d. vanuit dit budget ontwikkeld. Daarnaast is met betrekking tot de regiodagen een twee daagse college regioreis uitgesteld naar 2025. Hier was € 25.000 voor begroot.
2.2.2 Regionale Initiatieven De Regionale Initiatieven zijn gemeentelijke initiatieven en taken waarvan in het verleden met de gemeenten is afgesproken dat de financiering daarvan via Stadsregio Parkstad Limburg loopt. Het betreft de financiering van BTM, het Starterscentrum, het Routebureau, Visit Zuid-Limburg en het Vestigingenregister. Stadsregio Parkstad Limburg ontvangt facturen van de verschillende instellingen en factureert dit gebundeld door naar de verschillende gemeenten. Daarnaast wordt vanuit het budget voor regionale initiatieven een bijdrage geleverd aan het Uitvoeringsprogramma Toerisme.
2.2.3 Cofinanciering door derden van kernactiviteiten Stadsregio Parkstad Limburg zoekt actief naar cofinanciering voor projecten/activiteiten van de kernagenda. De ontvangen middelen en de toevoegingen van deze middelen aan de budgetten voor die activiteiten/projecten alsmede de besteding van deze middelen verloopt via deze post.
2.2.4 Formatie en bezetting programma activiteiten De kernformatie programma in de begroting 2024 bedroeg 16,2 fte en na 3e begrotingswijziging 21,5 fte met een bijbehorend bedrag van € 2.055.000 voor loonkosten en secundaire arbeidsvoorwaarden. De bijbehorende tabellen staan op pag. 47.
2.2.5 Financiering en afschrijving buitenring Deze lasten hebben betrekking op de afschrijving en rentekosten van de lening voor het aandeel van Stadsregio Parkstad Limburg in de financiering van de Buitenring. Deze afschrijvingskosten bedragen in 2024 € 264.147 en de rentekosten € 81.810.
43
3. Programma Flexibele Schil Naast de Kernagenda, waarvan de financiering loopt via de regiobijdragen van de gemeenten, is er binnen de samenwerking plaats voor een flexibele schil. Hierin is in 2024 alleen het project ‘Administratie zonnepanelen’ opgenomen.
3.1 Administratie zonnepanelen Het project Administratie Zonnepanelen behelst de administratieve eenheid die bij Stadsregio Parkstad Limburg is georganiseerd voor de contractafwikkeling en de BTW-teruggaaf voor de deelnemers. Het gerealiseerde resultaat (inclusief mutaties reserves) van het programma in 2024 is nihil.
Begroting 2024
Begroting 2024 na 3e wijziging
Realisatie 2024
Verschil
Administratie zonnepanelen
pm
30
20
-10
Totaal lasten Flexibele schil
0
30
20
-10
pm
135
125
-10
Totaal baten Flexibele schil
0
135
125
-10
Gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten Flexibele schil
0
105
105
0
0
105
105
0
0
0
0
0
Saldo mutatie reserves Flexibele schil
0
-105
-105
0
Gerealiseerd resultaat Flexibele schil
0
0
0
0
Omschrijving
Bijdragen gemeenten aan Administratie zonnepanelen
Stortingen in reserves - Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies Onttrekkingen aan reserves - Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies
44
4. Algemene dekkingsmiddelen 4.1 Gemeentelijke bijdrage Kerntaken De gemeentelijke bijdragen zijn zodanig berekend dat voor de uitvoering van de kerntaken en de lopende verplichtingen een sluitende begroting wordt verkregen. De verdeling van de bijdrage over de deelnemende gemeenten vindt – zoals vastgelegd in de Gemeenschappelijke Regeling Stadsregio Parkstad Limburg – plaats aan de hand van de meest recent vastgestelde Algemene Uitkering, zijnde 2020 en luidt als volgt: Verdeelsleutel 2024 Begroting 2024
Gemeente
Beekdaelen Brunssum Heerlen Kerkrade Landgraaf Simpelveld Voerendaal Totaal
Bijdrage gemeente Heerlen n.a.v. Takendiscussie
Realisatie 2024
AU 2020 Basis
Aandeel gemeente
GROS/ AG Charlemagne
30.939
10,54%
470
5
475
31.577
10,76%
474
5
479
115.693
39,41%
1.525
20
1.953
54.738
18,65%
818
9
827
40.613
13,83%
605
7
612
9.638
3,28%
144
2
146
10.368 293.567
3,53% 100,00%
157 4.194
2 50
159 4.652
408
408
Totaaloverzicht algemene dekkingsmiddelen De algemene dekkingsmiddelen zien er samengevat als volgt uit:
Begroting 2024
Begroting 2024 na 3e wijziging
Realisatie 2024
Verschil
0
0
0
0
Bijdragen deelnemende gemeenten
4.652
4.652
4.652
0
Totale baten
4.652
4.652
4.652
0
Gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten Algemene Dekkkingsmiddelen
4.652
4.652
4.652
0
Stortingen in reserves
0
0
0
0
Onttrekkingen aan reserves
0
0
0
0
Saldo mutaties reserves Algemene Dekkingsmiddelen
0
0
0
0
4.652
4.652
4.652
0
Algemene Dekkingsmiddelen
Totale lasten
Gerealiseerd resultaat Algemene Dekkingsmiddelen
45
5. Overhead, bedrijfsvoering en frictiebudget 5.1 Ontwikkeling bedrijfsvoering Naar aanleiding van de bevindingen uit het jaarlijkse IBT (Inter Bestuurlijk Toezicht) van de provincie Limburg in 2021 en de daaropvolgend uitgevoerde KPI-nulmeting op uitvoering van de archiefwet 1995 door het Historisch Centrum Limburg is door IDMAdvies een plan van aanpak opgesteld voor het uitvoeren van het “verbetertraject informatiehuishouding” dat op 6 juli 2022 door het DB is vastgesteld. Het doel hiervan is om het informatiebeheer te digitaliseren, verbeteren, transparanter te maken en om het bewustzijn van het omgaan met informatie bij medewerkers te vergroten en in de werkprocessen te verankeren. Het traject is in oktober 2022 gestart en heeft in 2023 verder vorm gekregen met het op 12 april 2023 door het DB vastgestelde beleidsplan “Beleid Informatiebeheer 2023 – 2026” met bijbehorende routekaart. Met de wijziging van de GR per 1 juli 2024 is ook artikel 26 (hoofdstuk 6) van de GR geactualiseerd en is op basis hiervan een met het Historisch Centrum Limburg (HCL) dienstverleningsovereenkomst afgesloten voor het beheer van overgebrachte en toezicht (archivaris) op niet overgebrachte archieven. Overeenkomstig het beleids- en routeplan is in de tweede helft van 2023 de selectie van een Document Management Systeem (DMS-Zaaksysteem) uitgevoerd.
Hierbij is de keuze gemaakt voor Decos-JOIN voor het digitaal beheer van archiefbescheiden. Het implementatietraject van Decos-JOIN is in 2024 gestart. Dit DMSZaaksysteem gaat SPL in staat stellen om documenten efficiënt en effectief digitaal te beheren gedurende hun hele levenscyclus (documenten veilig, digitaal opslaan, gemakkelijk vinden, delen, bewerken en archiveren). In 2024 is voor de vergaderingen van o.a. AB/DB en Bestuurscommissies organisatie-breed iBabs in gebruik genomen. Met iBabs worden vergaderstukken (agenda’s en onderliggende stukken) digitaal beschikbaar gesteld. Op het gebied van ICT is in 2024 gestart met het in kaart brengen van de implementatie van NIS2 waarvoor nog nadere wet- en regelgeving volgt. Verder is ook in 2024 aandacht geschonken aan GDPR/AVG en cybersecurity door gebruikers regelmatig te voorzien van informatie over naleving van wet en regelgeving en risico’s van spam/phishing etc. Op het gebied van financiën zijn diverse ontwikkelingen te melden. De afdeling financiën heeft niet alleen de salarisadministratie overgenomen, maar ook de implementatie van Exact Online in 2024 succesvol afgerond.
Daarnaast is enerzijds het Interne Controleplan 2024 opgesteld waarmee de aanvullende interne controles als basis kunnen blijven dienen voor de rechtmatigheidsverantwoording en anderzijds het controleprotocol voor de accountantscontrole op de jaarrekening 2024 vervaardigd om de reikwijdte van de accountantscontrole vooraf transparant vast te leggen. Er zijn tevens diverse verordeningen vastgesteld: M(isbruik) & O(neigenlijk gebruik)-beleid, Beleid weerstandsvermogen en risicobeheersing en een actualisatie van de Financiële Verordening. Hiermee wordt eveneens opvolging gegeven aan de adviezen van de accountant. Op het gebied van HR zijn in 2024 stappen gezet zoals het ter hand nemen van vitaliteit binnen de organisatie naar aanleiding van de CAO-verplichting om een beleidsplan vitaliteit op te stellen en een nieuw opleidingsbeleid. In samenwerking met de Parkstadgemeenten is wederom het arbeidsmarktevent ‘Parkstad werkt’ georganiseerd. Deze netwerkbijeenkomst had onder andere wederom als doel om mensen kennis te laten maken met de werkzaamheden bij de deelnemende gemeenten en de Stadsregio Parkstad Limburg.
46
Begroting 2024
Huisvesting en Bedrijfsvoering Huisvesting ICT Facilities Administratie en planning en control Personeelskosten en hrm Totaal bedrijfsvoeringskosten
495
Begroting na 3e wijziging 137 132 67 95 118 549
Realisatie 2024
Verschil
132 111 66 89 93 491
5 21 3 6 25 58
Toelichting In de begroting 2024 is een bedrag van € 495.000 voor bedrijfsvoering en huisvesting opgenomen. Na de 3e begrotingswijziging 2024 is voor bedrijfsvoering en huisvesting een totaalbedrag van € 549.000 opgenomen. Ultimo 2024 bedroegen de lasten € 491.000, € 58.000 lager dan begroot. Dit werd hoofdzakelijk veroorzaakt doordat er minder besteed is aan opleidingskosten (€ 18.000 minder dan begroot) en juridische ondersteuning (7.000 minder dan begroot) en software (24.000).
5.2 Loonkosten, formatie en bezetting Kernformatie en bezetting De loonkosten van de kernformatie moeten als één geheel gezien worden. De onderverdeling naar programma’s en overhead is op last van het BBV gemaakt.
Loonkosten totaal Loonkosten kernformatie programma activiteiten
Loonkosten kernformatie overhead Totaal
Begroting 2024
Begroting 2024 na 3e wijziging
1.937
2.202
2.055
- 147
1.095
1.367
1.275
- 92
3.032
3.569
3.330
Realisatie 2024
Verschil
-
239
De realisatie is lager dan begroot. Het nog niet invullen van 2 fte subsidieafhandeling is hier de oorzaak van. Bij overhead is de begrote vacature van 0,5 fte pas 18 november structureel ingevuld. Tot die tijd is er gebruik gemaakt van externe inhuur.
FTE kernformatie programma's
16,2
Begroting 2024 na 3e wijziging 21,5
FTE kernformatie overhead
10,6
12,1
12,2
0,1
FTE kernformatie
26,8
33,6
31,7
-1,9
Totaal kernformatie
Begroting 2024
Realisatie ultimo 2024 19,5
Verschil -2,0
Het aantal medewerkers kernformatie per 31 december 2024 is 31,7 fte. De In 2024 heeft er 1 uitdiensttreding (pensioen) en 2 indiensttredingen plaatsgevonden. De initiële begroting ging uit van 26,8 fte. De uitbreiding betreft 1,34 fte als gevolg van de overname van de activiteiten van het samenwerkingsverband Water Parkstad Limburg (SWPL) en de aanstelling van twee medewerkers duurzaamheid o.a. ter ondersteuning van de realisatie van PALET en RES (Regionale Energie Strategie). Daarnaast is de langdurige inhuur van een medewerker van het programma Wonen per 1 januari omgezet in een vast dienstverband. Ook heeft het Algemeen Bestuur goedgekeurd om de bezetting vanaf 2024 met 2,5 fte uit te breiden om de sterk toegenomen werkbelasting als gevolg van de toegenomen subsidiestroom op te vangen. Deze posities zijn
47
echter nog niet ingevuld. Tenslotte is er per half november 2024 een parttime coördinator jaarrekening aangesteld ter vervanging van een extern ingehuurde medewerker.
5.3 Frictiebudget In 2024 was er geen beroep op de frictiekosten. Begroting 2024
Begroting 2024 na 3e wijziging
Realisatie 2024
Herinrichting Bedrijfsvoering: inhuur deskundigheid voor inrichten digitale handtekening, implementatie archiefsysteem en uitbreiding financieel systeem met inkoopmanagement
27
27
0
Totaal
27
27
0
Inzet frictiegelden
Voor 2024 waren eenmalig € 27.000 gebudgetteerd voor het inrichten van systemen voor digitale handtekening en inkoopmanagement en het op orde brengen van het archief. De kosten voor het archief zijn bekostigd uit de reguliere begroting en de andere posten worden doorgeschoven naar 2025. Beschikbaar 31-122024
Verwachte uitgaven na 2024
Herinrichting Bedrijfsvoering: inhuur deskundigheid voor inrichten digitale handtekening, implementatie archiefsysteem en uitbreiding financieel systeem met inkoopmanagement
123
123
Totaal
123
123
Inzet frictiegelden
6. Bedrag heffing vennootschapsbelasting Op basis van een inventarisatie van activiteiten is geconcludeerd dat Stadsregio Parkstad Limburg niet vpbplichtig is. Dit is bevestigd door de belastingdienst.
7. Onvoorzien In 2024 is geen beroep gedaan op de post onvoorziene uitgaven.
48
8. Mutatie reserves Mutatie reserves
Begroting 2024
Begroting 2024 na 3e wijziging
Realisatie 2024
Verschil
219
219
219
0
0
105
105
0
Stortingen in reserves: - Reserve Ringwegen - Reserve werkbudgetten flexibele schil - Reserve werkbudgetten
0
4.987
4.512
-466
219
5.302
4.836
-466
- Organisatie op orde
0
0
0
0
- Reserve Ringwegen
Totale stortingen Onttrekkingen aan reserves
165
165
165
0
- Frictiereserve
7
27
0
-27
- Investeringsreserve verbouwing
0
7
7
0
- Reserve werkbudgetten
0
1.900
1.585
-315
Totale onttrekkingen
172
2.099
1.757
-342
Saldo van onttrekkingen en stortingen
-20
-3.203
-3.080
123
9. Paragrafen 9.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Op 30 november 2011 heeft het Parkstad-bestuur ingestemd met de notitie ‘Risico’s en Weerstandscapaciteit Stadsregio Parkstad Limburg’. Op 19 december 2011 heeft de Parkstadraad de notitie voor kennisgeving aangenomen. De risiconotitie vormt de basis voor de risicobeheersing. In 2023 is een geactualiseerde concept notitie “Risico’s en Weerstandscapaciteit Stadsregio Parkstad Limburg” opgesteld. Het “Beleid Weerstandsvermogen en risicobeheersing” is in 2024 vastgesteld na afstemming met de accountant. Het weerstandsvermogen geeft de verhouding aan tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s. Door beheersmaatregelen afgedekte risico’s (via bijvoorbeeld voorzieningen of verzekeringen of andere maatregelen) hebben geen invloed op het weerstandsvermogen. De weerstandscapaciteit bestaat uit incidentele en structurele weerstandscapaciteit. De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve, stille reserves en incidentele begrotingsruimte. De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit onvoorzien structureel en structurele begrotingsruimte. Aangezien SPL geen stille reserves, geen incidentele begrotingsruimte, en geen structurele begrotingsruimte heeft, bestaat de weerstandscapaciteit vanaf 2025 uit de algemene reserve en onvoorzien structureel.
De post onvoorzien structureel werd tot en met 2024 op nihil ingeschat. In 2025 wordt een post onvoorzien van € 50.000 meegenomen. Deze post wordt aangehouden voor onvoorziene uitgaven met een structureel karakter. De algemene reserve heeft een omvang van € 115.000. Deze reserve wordt aangehouden voor onvoorziene uitgaven. Het Dagelijks Bestuur is bevoegd de algemene reserve als dekkingsmiddel aan te wenden voor uitgaven met een incidenteel karakter, waarvoor geen dekking kan worden gevonden binnen geautoriseerde budgetten en die kunnen worden aangemerkt als onvoorzienbaar, onvermijdbaar en niet uitstelbaar. Wanneer het Dagelijks Bestuur van deze bevoegdheid gebruik maakt, wordt daarover in de eerstvolgende bestuursrapportage c.q. het eerstvolgende jaarverslag verantwoording afgelegd. Stadsregio Parkstad Limburg houdt geen verder eigen vermogen aan als weerstandsvermogen voor nietstructurele financiële risico’s, met het oog op de continuïteit van de organisatie en de taakvervulling. Dit risico wordt op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen gedragen door de deelnemende gemeenten. Dat betekent dat Stadsregio Parkstad Limburg alleen dient te beschikken over enige financiële
49
ruimte om tussentijdse incidentele financiële calamiteiten uit de eigen begroting af te kunnen dekken. Een algemene reserve van € 115.000 voldoet aan dit criterium. Dat ontslaat het regiobureau niet van de plicht tot een adequaat risicomanagement om de risico’s zoveel mogelijk te beperken. Risicomanagement handelt over het rationeel beheersen van de risico’s. Voorwaarde daarvoor is het op systematische wijze inzicht verkrijgen in de risico’s die het regiobureau loopt: de risicoanalyse. Onderstaande risico’s zijn thans onderkend: Omschrijving
Kans
Cyberrisico
Totale omvang Impact (€) (€)
PM
PM
Complexiteit van de projecten
0,5
50.000
Ziekte
0,25
100.000
WW
0,25
100.000
Onrechtmatige betaling van facturen
0,25
10.000
Toelichting
PM Generiek werkt SPL in de cloud bij een externe leverancier die op basis van de genomen continuïteits-maatregelen voldoende maatregelen (o.a. certificering ISO 27001 en NEN 7510) heeft genomen. Daarnaast heeft SPL nog een aantal minder kritische applicaties bij andere leveranciers in de cloud. 25.000 De complexiteit van de projecten wordt groter. Denk aan het innovatieve project Inpondmakelaar waar gebruik wordt gemaakt van een revolverend fonds, het grensoverstijgende project Velocity en de toenemende SISA verantwoording voor specifieke uitkeringen zoals het Volkshuisvestingsfonds en Regio Deal II. Waar nodig wordt hiervoor specialistische kennis ingehuurd. In de begroting 2024 en 2025 is hiervoor budget opgenomen. Ook voor de interne organisatie heeft dat consequenties. Risico is dat hier additioneel 0,5 fte voor moet worden ingezet. 25.000 SPL is niet verzekerd voor het ziekterisico. Ingeval van uitval van kritische functionarissen zal externe ondersteuning ingehuurd moeten worden. De kosten hiervan zijn hoger dan de ziekteuitkering. 25.000 SPL is eigenrisicodrager voor de WW. In het P-budget is normaliter enige ruimte om dit op te vangen. Gezien de beperkte omvang van de organisatie is de wet van de grote getallen voor SPL niet van toepassing.
Indien een medewerker langdurig in de WW gaat, is dat niet gedekt door de begroting 2.500 De kans op onrechtmatige betaling van facturen, waaronder het opzettelijk niet volgen van het inkoop en aanbestedingsbeleid om zelf onrechtmatig voordeel te verkrijgen', wordt als laag ingeschat. Zaken worden binnen SPL breed gedeeld en er zijn veel dwarsverbanden. Materiële onterechte betalingen zouden gelijk opvallen.
De totaal berekende omvang van de risico’s bedraagt € 77.500. De weerstandscapaciteit bedraagt € 115.000. Dit leidt tot een weerstandsratio van nagenoeg/afgerond 1,5. SPL streeft in principe naar een minimale weerstandsratio van 1,0. Dit vooral door de risico’s zoveel mogelijk te mitigeren. Zoals in bovenstaand relaas aangegeven worden de risico’s uiteindelijk gedragen door de deelnemende gemeentes en wordt de genoemde 1,0 gehanteerd als minimale streefwaarde en niet als harde norm. In de begroting 2025 is daarnaast voor 2025 een post onvoorzien opgenomen van € 50.000.
Financiële kengetallen Netto Schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van Stadsregio Parkstad Limburg ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Ter duiding van het kengetal geeft de VNG aan dat een kengetal boven de 100 een aanleiding voor alertheid is, een waarde boven de 130 is een signaal om in te grijpen. Het kengetal ‘netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen’ wijkt niet af van de netto schuldquote, omdat SPL geen leningen heeft verstrekt.
50
Solvabiliteitsratio Dit is verhouding tussen het eigen vermogen en het balanstotaal en geeft inzicht in de mate waarin Stadsregio Parkstad Limburg in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid. Als signaalwaarde geldt een percentage van 20%. Structurele exploitatieruimte Om te bepalen of er sprake is van een structureel sluitende begroting worden in dit kengetal de structurele lasten uitgedrukt als percentage van de totale structurele baten (voor mutaties reserves) van een jaar. Een percentage kleiner dan 0% betekent dat de structurele baten ontoereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Realisatie 2023
Begroting 2024
Realisatie 2024
Norm
Netto schuldquote
29%
44%
18%
<100%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
29%
44%
18%
<100%
Solvabiliteitsratio
88%
89%
77%
>=20%
Structurele exploitatie
24%
0%
38%
>=0
Kengetal
De netto schuldquote 2024 is ten opzichte van 2023 gedaald als gevolg van aflossing op de langlopende lening en lager dan de begroting doordat de verwerking van de cofinanciering op projecten als pm post in de begroting is opgenomen. De solvabiliteitsratio heeft een evenwichtig karakter. Het verschil tussen de realisatie van de structurele exploitatie ten opzichte van de begroting ontstaat met name doordat de rentebaten niet in de initiële begroting zijn opgenomen. De kengetallen van Stadsregio Parkstad Limburg vertonen een positief financieel beeld ten opzichte van de gebruikelijke normen.
9.2 Financiering De wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO) geeft kaders voor de inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden zoals voor liquiditeitsbeheer, financiering, uitzetting van gelden en renterisicobeheer. SPL heeft de navolgende instrumenten op het gebied van treasury: het treasurystatuut, de financieringsparagraaf in de begroting, de bestuursrapportages en het jaarverslag. In het treasurystatuut zijn uitgangspunten en kaders opgenomen ten aanzien van het risicobeheer inzake uitgezette gelden, het renterisicobeheer, het koersrisicobeheer, het kredietrisicobeheer, het intern liquiditeitsbeheer en het valutarisicobeheer. Financiering Stadsregio Parkstad Limburg SPL beschikt over één langlopende annuïteitenlening met een oorspronkelijke hoofdsom van € 5.800.000 met een resterende hoofdsom per 31 december 2024 van € 2.067.355. De lening heeft een totale looptijd van 23 jaar en is met een resterende looptijd van 5 jaar in 2029 geheel afgelost. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is de norm, gesteld in de Wet Fido, voor het maximum bedrag waarmee SPL de bedrijfsvoering met kortlopende middelen mag financieren. Het begrotingstotaal bedraagt de totale lasten volgens de begroting inclusief toevoegingen aan de reserves.
51
Berekening Kasgeldlimiet per kwartaal
Q1
Q2
Q3
Q4
Begrotingstotaal lasten
4.852
4.852
4.852
4.852
398
398
398
398
398
398
398
398
Totaal gemiddelde netto vermogen schuld
-71.045
-74.154
-74.503
-93.699
Ruimte (+) / overschrijding (-)
71.443
74.552
74.901
94.098
Toegestane kasgeldlimiet: 8.2% van het begrotingstotaal met een minimum van € 300.000 Toets kasgeldlimiet Toegestane kasgeldlimiet
De liquiditeitspositie van Stadsregio Parkstad Limburg is zodanig dat in 2024 geen beroep is gedaan op kasgeldfinanciering. Renterisiconorm De renterisiconorm beoogt het risico van rentewijziging bij herfinanciering te beheersen. Er worden geen renteherziening, herfinanciering van bestaande leningen dan wel nieuwe financieringen verwacht. De langlopende lening van SPL heeft uitsluitend betrekking op de voorfinanciering van de Buitenring. De renterisiconorm is dan ook niet overschreden in 2024. Berekening Renterisiconorm
2024
Renteherzieningen
€ 0,0 miljoen
Aflossingen
€ 0,3 miljoen
Totaal renterisico
€ 0,3 miljoen
Renterisiconorm (20% van begrotingstotaal)
€ 1,0 miljoen
Ruimte onder renterisiconorm (norm minus risico)
€ 0,7 miljoen
Schatkistbankieren Het prudent beleid met betrekking tot uitzettingen, zoals is opgenomen in het treasury statuut, bestaat uit het uitvoeren van het Schatkistbankieren. De maximaal toegestane liquiditeit op de eigen rekening van Stadsregio Parkstad Limburg is als gevolg van de regels van het Schatkistbankieren € 1.000.000. Een dergelijk bedrag is nodig voor het reguliere betalingsverkeer en kan niet rentedragend worden uitgezet. Het ‘spaarsaldo’ bij de schatkist is vanaf Q3-2022 weer rentegevend.
9.3 Bedrijfsvoering De bedrijfsvoering wordt ingevuld via een mix van uitbesteden van taken op het terrein van huisvesting, facilitaire dienstverlening en ICT in combinatie met het in beperkte mate in eigen beheer uitoefenen van taken die dicht bij het primaire proces staan zoals secretariaat, communicatie, officemanagement, hrm, administratie en controlling. Het budget voor de bedrijfsvoering bedroeg in de oorspronkelijke begroting 2024 € 495.000. Voor onvoorzienbare en onvermijdbare uitgaven is een algemene reserve van € 115.000 in de cijfers van SPL opgenomen. De gemeenten dragen op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen het financiële risico van niet structurele financiële risico’s van de GR SPL.
9.4 Verbonden Partijen Er zijn geen verbonden partijen.
52
9.5 Wet Open Overheid De Wet Open Overheid (Woo) vergroot voor iedereen de toegang tot overheidsinformatie, bevordert de actieve openbaarmaking, actualiseert de regels voor openheid en openbaarheid en heeft de verplichting om de informatiehuishouding van bestuursorganen op orde te brengen. De Woo stelt o.a. de verplichting om 17 gespecificeerde informatiecategorieën actief openbaar te maken. Deze verplichting zal gefaseerd (per informatiecategorie) in werking treden om organisaties (waaronder ook de Stadsregio Parkstad Limburg) de tijd te geven om de openbaarmaking van de verschillende categorieën voor te bereiden en in te richten. Per 1 november 2024 zijn de eerste vijf informatiecategorieën van de Wet open overheid verplicht om openbaar te maken, het gaat om de volgende categorieën: •
Wetten en algemeen verbindende voorschriften (art. 3.3, eerste lid, onderdeel a);
•
Overige besluiten van algemene strekking (art. 3.3, eerste lid, onderdeel b);
•
Organisatie en werkwijze (art. 3.3, eerste lid, onderdeel d);
•
Bereikbaarheidsgegevens (art. 3.3, eerste lid, onderdeel e);
•
Vergaderstukken Staten-Generaal (art. 3.3, tweede lid, onderdeel b)
In de Woo-index is, naast algemene informatie over en contactgegevens van de Stadsregio Parkstad Limburg, de locatie te vinden van de openbaar gemaakte en te maken informatiecategorieën. Voor SPL betreft deze tot op heden de eigen website. SPL streeft ernaar te voldoen aan de Woo door in ieder geval de op dat moment verplichte informatiecategorieën actief openbaar te maken. SPL maakt voorgaande informatiecategorieën per 1 november 2024 openbaar in de Woo-index onder verwijzing naar de locatie op de website van SPL. Omdat de website van SPL niet is toegerust op de publicatie van alle actief te openbaren informatie is in 2024 onderzoek gedaan naar een publicatie-platform. De keuze voor een dergelijk publicatie-platform zal op korte termijn in 2025 worden gemaakt. De actieve openbaarmakingsplicht vergt ook een aanpassing van de interne informatiehuishouding en de administratieve processen binnen de organisatie. Hiermee is in 2023 gestart en heeft de implementatie in 2024 verder vorm gekregen zoals vastgelegd in het op 12 april 2023 door het DB vastgestelde beleidsplan Beleid Informatiebeheer 2023 – 2026. Het doel is om het informatiebeheer in brede zin binnen SPL te verbeteren, transparanter te maken en om het bewustzijn van de omgang met informatie bij medewerkers te vergroten en in het werk van SPL te verankeren.
Er wordt gestreefd om de kloof tussen het beheren van papieren- en digitale informatie, alsook de kloof tussen gestructureerde (gericht op database beheer) en ongestructureerde informatie (gericht op documentbeheer) te dichten. Het implementatietraject van Decos-JOIN als Document Management Systeem voor het digitaal beheer van archiefbescheiden is in 2024 gestart en zal nog in 2025 voortduren. Dit systeem gaat SPL in staat stellen om documenten efficiënt en effectief digitaal te beheren gedurende hun hele levenscyclus (documenten veilig, digitaal opslaan, gemakkelijk vinden, delen, bewerken en archiveren). Ook is in 2024 iBabs organisatie-breed in gebruik genomen voor de vergaderingen van o.a. AB/DB en Bestuurscommissies, waarmee de vergaderstukken (agenda’s en onderliggende stukken) digitaal beschikbaar worden gesteld. . Uiteindelijk zullen Decos-JOIN en iBabs geïntegreerd worden, waarmee de openbaarmaking van documenten wordt bevorderd. Dit gaat bijdragen aan het actief openbaar maken van informatie.
53
9.6 Rechtmatigheidsverklaring In de rechtmatigheidsverantwoording (hoofdstuk 15) worden fouten en/of onduidelijkheden opgenomen welke de verantwoordingsgrens van 3% overschrijden. Daarnaast geldt de rapportagegrens van €50.000 voor de paragraaf bedrijfsvoering. Dit houdt in dat alle fouten en/of onduidelijkheden gelijk aan of groter dan €50.000 gerapporteerd worden in de paragraaf bedrijfsvoering. Begrotingscriterium Het Dagelijks Bestuur heeft de begrotingsrechtmatigheid gecontroleerd. De toe te passen normen zijn gebaseerd op artikelen 189, 190 en 191 van de Gemeentewet welke onder andere nader geduid zijn in de financiële verordening van Stadsregio Parkstad Limburg. De financiële beheershandelingen van Stadsregio Parkstad Limburg dienen te passen binnen de begroting, waarbij het juiste programma, de toereikendheid van het begrotingsbedrag alsmede het begrotingsjaar van belang zijn. De lastenoverschrijdingen zijn per programma in de jaarrekening opgenomen. Bij de rechtmatigheidscontrole van de begroting door het Dagelijks Bestuur zijn geen fouten of onduidelijkheden vastgesteld die groter of gelijk aan de rapportagegrens van € 50.000 zijn. Voorwaardencriterium Het Dagelijks Bestuur heeft op basis van het voorwaardencriterium de rechtmatigheid gecontroleerd.
Daarbij zijn de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen van Stadsregio Parkstad Limburg in acht genomen. In het kader van het proces inkopen betrekken wij de naleving van de Europese aanbestedingsregels in onze controle. De interne aanbestedingsregels maken geen deel uit van de rechtmatigheidscontrole. De rechtmatigheidscontrole van het proces inkopen heeft in 2024 geen onrechtmatigheden opgeleverd. Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium De commissie BBV adviseert in de kadernota rechtmatigheid 2023 om een overkoepelende beleidsnotitie op te stellen ten aanzien van misbruik en oneigenlijk gebruik. In het vierde kwartaal van 2024 is deze beleidsnotitie opgesteld en afgestemd met de accountant. In december 2024 is deze notitie geaccordeerd door het Algemeen Bestuur.
54
9.7 Ondernemingsraad Na jarenlang binnen de organisatie gewerkt te hebben met een personeelsvertegenwoordiging, is in maart 2024 omwille van de groei en professionalisering van de organisatie een OR opgericht waarin 3 werknemers zitting hebben. In de zomer hebben deze werknemers een in house cursus gevolgd t.b.v. deze nieuwe rol. In december heeft ook het MT een in house cursus gevolgd om weet te hebben van de rechten en plichten van de OR en deze op een juiste wijze te borgen binnen de organisatie. In het OR Convenant zijn de onderlinge werkafspraken vastgelegd over onder meer de wijze waarop de OR betrokken wordt bij beleidsontwikkelingen die invloed hebben op de bedrijfsvoering. Daarnaast heeft de OR een Reglement vastgesteld over de interne werkprocessen van de OR en is er een werkplan gemaakt, waarin kort onder meer missie, speerpunten en doelstellingen te lezen zijn. De OR en de WOR-bestuurder zijn een vergaderschema overeengekomen waarbij het streven is om ongeveer iedere zes weken gezamenlijk te overleggen. Op deze momenten in 2024 heeft een overlegvergadering plaatsgevonden; 4 april, 11 juli, 16 september en 9 december. Naast deze gezamenlijke overleggen, heeft de OR ook regelmatig intern overleg. De vastgestelde verslagen kunnen intern worden geraadpleegd.
Inmiddels heeft de OR één instemmingstraject doorlopen inzake het opleidingsbeleid van de organisatie, naar verwachting wordt dit in 2025 vastgesteld. Volgens artikel 8.8 van de cao SGO is de organisatie verplicht om, in overleg met de OR, een beleidsplan vitaliteit op te stellen. In samenspraak met HR heeft de OR het initiatief genomen om hier samen met het MT invulling aan te geven en is er in december een vragenlijst uitgezet als eerste verkenning van ervaringen en behoeften van medewerkers ten aanzien van vitaliteit. Op basis van de opgedane inzichten worden prioriteiten bepaald en doelstellingen geformuleerd voor het beleidsplan vitaliteit.
55
10. Balans (bedragen x € 1miljoen) Activa
31-12-2024
31-12-2023
Vaste Activa
5,941
6,199
Immateriële Vaste activa
5,883
6,147
Bijdragen aan activa eigendom van derden
5,883
6,147
Materiële Vaste activa
58
52
Investeringen met een economisch nut
58
52
Vlottende Activa
95,195
79,547
Uitzettingen met een rentetypische looptijd
94,454
78,946
753
462
93,697
78,484
Overige vorderingen
4
0
Liquide middelen
2
8
Kassaldi
1
1
Banksaldi
2
7
739
593
korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
Overlopende activa De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel: -
Europese Overheidslichamen (EU)
0
19
-
Overige Nederlandse overheidslichamen
0
0
739
574
101,136
85,746
Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
Totaal Activa
56
Passiva
31-12-2024
31-12-2023
Vaste Passiva
13,245
10,085
Eigen vermogen
11,359
7,971
Algemene Reserve
115
115
Bestemmingsreserves
10,837
7,706
Gerealiseerde resultaat
409
150
Voorzieningen
128
47
Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's
128
47
1,757
2,067
Binnenlandse banken en overige financiële instellingen
1,757
2,067
Vlottende Passiva
87,891
75,662
509
517
0
196
509
321
87,381
75,145
110
220
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onderhandse leningen van:
Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Banksaldi Overige schulden
Overlopende Passiva Verplichtingen die in een begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren: -
Europese Overheidslichamen
16
9
-
Het Rijk
612
499
-
Overige Nederlandse overheidslichamen
741
445
Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende
85,902
73,972
101,136
85,746
begrotingsjaren komen Totaal Passiva
57
11. Overzicht baten en lasten 2024 Begroting 2024
Begroting 2024 na 3e wijziging
Realisatie 2024
Verschil
3,043
4,679
4,402
-277
0
30
20
-10
3,043
4,709
4,422
-287
- Programma kerntaken
0
4,750
4,429
-321
- Programma fexibele schil
0
135
125
-10
0
4,885
4,554
-331
-3,043
176
132
-44
1,590
1,916
1,766
-150
Omschrijving Lasten programma's - Programma kerntaken - Programma fexibele schil Totale lasten programma's Baten programma's
Totale baten programma's Gerealiseerd saldo van baten en lasten programma's Lasten divers: - Algemene dekkingsmiddelen - Overhead
0
- Vennootschapsbelasting Totale lasten divers
0 1,590
1,916
1,766
-150
4,652
4,652
4,651
-1
- Bijdragen gemeenten uitbreiding Duurzaamheid
141
141
0
- Bijdragen gemeenten Water en klimaatadaptatie
228
228
0
- Bijdrage RES uitbreiding Duurzaamheid - Overhead
101
101
0
Baten divers: - Algemene dekkingsmiddelen
0
- Vennootschapsbelasting
0
Totale baten divers
4,652
5,122
5,121
-1
Gerealiseerd saldo van baten en lasten divers
3,062
3,206
3,355
149
Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten
19
3,382
3,487
105
Stortingen in reserves - Reserve Ringwegen
219
219
219
0
- Investeringsreserve verbouwing
0
0
0
0
- Reserve werkbudgetten flexibele schil
0
105
105
0
- Reserve werkbudgetten
0
4,978
4,512
-466
Totaal stortingen in reserves
219
5,302
4,836
-466
- Reserve Ringwegen
165
165
165
0
- Organisatie op Orde
27
0
0
0
- Frictiereserve
7
27
0
-27
- Investeringsreserve verbouwing
0
7
7
0
Onttrekkingen aan reserves
0
1,900
1,585
-315
Totaal onttrekkingen aan reserves
- Reserve werkbudgetten
199
2,099
1,756
-343
Saldo stortingen en onttrekkingen aan reserves
-20
-3,203
-3,080
123
Resultaat
-1
180
409
228
58
12. Toelichtingen 12.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording Provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door het Algemeen Bestuur de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. Alle bedragen in de jaarrekening, tabellen en de toelichtingen daarop zijn genoteerd in duizendtallen tenzij anders vermeld. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben.
Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijkse terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken toegekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Met betrekking tot de werkbudgetten, projectlasten, projectbaten en bestemmingsreserves van de bestuurscommissies geldt het volgende: baten en lasten opgenomen naar rato van de voortgang van het werk. Tekorten en overschotten worden verwerkt in de bestemmingsreserve werkbudget van de betreffende bestuurscommissie. Per saldo is het gerealiseerde resultaat -net als in de begroting- nihil. BALANS Vaste activa Immateriële vaste activa Algemeen De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- c.q. vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. Eventuele van derden verkregen specifieke investeringsbijdragen worden in mindering gebracht op het geactiveerde bedrag (artikel 62 lid 2 BBV). Hierbij wordt de verkregen bijdrage als bate verantwoord. Bijdragen aan activa in eigendom van derden Bijdragen aan activa van derden worden conform artikel 62 en 63 BBV gewaardeerd tegen het bedrag van de verstrekte bijdragen, verminderd met afschrijvingen.
Bijdragen aan activa in eigendom van derden, worden geactiveerd in overeenstemming met art. 61 BBV als: • er sprake is van een investering door een derde; • de investering bijdraagt aan de publieke taak; • de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen en • de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de derde anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering. Alleen als de bijdrage aan alle voorwaarden voldoet wordt deze verantwoord onder de immateriële vaste activa (art. 36 BBV). De verleende bijdragen worden afgeschreven in de periode waarin het betrokken actief van de derde op basis van de door de Provincie Limburg gestelde voorwaarden moet bijdragen aan de publieke taak. Na afstemming met de Provincie Limburg bedragen de gehanteerde afschrijvingstermijnen in jaren:
59
• •
Asfaltconstructie Funderingsconstructie
15 40
Het totale bedrag van de afschrijving van de Buitenring is door de Provincie verdeeld op basis van percentages: • Asfaltconstructie 28% • Funderingsconstructie 72% Materiële vaste activa Algemeen De materiële activa zijn gewaardeerd op basis van de verkrijgingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en bijkomende kosten. Materiële activa kleiner dan € 15.000 zijn niet geactiveerd, maar direct verantwoord als lasten in het lopende boekjaar. Dit is conform het Besluit van het Dagelijks Bestuur van 15 december 2021. Het startmoment van de afschrijvingen is vastgelegd in de door het Dagelijks Bestuur vastgestelde Financiële verordening Stadsregio Parkstad Limburg 2011 d.d. 21 februari 2011. De verbouwing (bedrijfsgebouwen) wordt vanaf 2022 lineair in 8 jaar afgeschreven zonder restwaarde. De afschrijvingen starten in het boekjaar volgend op het jaar van ingebruikname. Investering met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs. Bij de waardering is, waar nodig, rekening gehouden met een (verwachte) duurzame waardevermindering. Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen De vorderingen (waaronder debiteuren) worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen.
Vaste passiva Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de algemene- en de bestemmingsreserves, alsmede het nog te bestemmen resultaat van de jaarrekening. Het nog te bestemmen resultaat over het afgesloten boekjaar wordt afzonderlijk gepresenteerd als onderdeel van de algemene reserve. Na besluitvorming door het Algemeen Bestuur wordt de resultaatbestemming verwerkt in het daaropvolgende boekjaar. Voorzieningen Voorzieningen zijn de op het moment van opstellen van de jaarrekening voorzienbare verplichtingen, verliezen en/of risico’s voor zover de omvang hiervan redelijkerwijs is in te schatten. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
60
12.2 Toelichtingen op de balans per 31 december 2024 Activa Vaste Activa Immateriële vaste activa Omschrijving
31-12-2024
31-12-2023
Bijdragen aan activa in eigendom van derden
5.883
6.147
Totaal
5.883
6.147
Het aandeel van Stadsregio Parkstad Limburg in de financiering van de buitenring bedraagt € 7.204.000. Dit bedrag is eind 2006 betaald aan de Provincie Limburg en wordt afgeschreven vanaf 2020, een jaar nadat de Buitenring gereed is. Bijdragen aan activa in eigendom van derden
Boekwaarde 31-122023
Investeringen
Desinvesteringen
Afschrijvingen
Bijdragen van derden
Afwaarderingen
Boekwaarde 31-122024
Buitenring asfaltconstructie
1.480
0
0
134
0
0
1.345
Buitenring funderingsconstructie
4.667
0
0
130
0
0
4.539
Totaal
6.147
0
0
264
0
0
5.883
Materiële vaste activa Boekwaarde 31-12-2024
Investeringen met een economisch nut
Boekwaarde 31-12-2023
Bedrijfsgebouwen Machines, apparaten en installaties
36 22
43 9
Totaal
58
52
Investeringen met een economisch nut Bedrijfsgebouwen Machines, apparaten en installaties Totaal
Boekwaarde 31-122023 43
Investeringen
Desinvesteringen
Afschrijvingen
Bijdragen van derden
Afwaarderingen
0
0
7
0
0
Boekwaarde 31-122024 36
9
17
0
5
0
0
22
52
17
0
12
0
0
58
Omschrijving
Besteed t/m 2023
Werkelijk besteed in 2024
Cumulatief besteed t/m 2024
Bedrijfsgebouwen (Verbouwing C200 en J300)
56
0
56
Printer
19
0
19
Belcellen
0
17
17
Totaal
75
17
92
61
Vlottende activa Uitzettingen met een rente typische looptijd < 1 jaar De specificatie van deze post luidt als volgt:
Omschrijving
Boekwaarde 31-12-2024
Voorziening
Boekwaarde 31-12-2024
Boekwaarde 31-12-2023
Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar Overige vorderingen
753
0
753
462
93.697
0
93.697
78.484
4
0
4
0
Totaal
94.454
0
94.454
78.946
Vorderingen op openbare lichamen
Openstaande debiteuren op openbare lichamen Dit betreffen vorderingen op openbare lichamen, zoals gemeenten en de Provincie. Deze vorderingen hebben in het algemeen een ander risicoprofiel dan de privaatrechtelijke vorderingen en zijn nagenoeg geheel begin 2025 ontvangen. Op basis van individuele beoordeling is er geen voorziening debiteuren benodigd per 31 december 2024. Omschrijving
31-12-2024
31-12-2023
344
58
0
0
Te vorderen BTW
409
404
Totaal
753
462
31-12-2024
31-12-2023
Te vorderen personeelskosten
4
0
Totaal
4
0
Openstaande debiteuren Voorziening dubieuze debiteuren
Omschrijving
Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rente typische looptijd < 1 jaar Het verplichte schatkistbankieren schrijft voor dat (tijdelijke) kasoverschotten boven het drempelbedrag moeten worden aangehouden bij het Rijk. Het drempelbedrag voor Stadsregio Parkstad Limburg is € 1.000.000. De toetsing hierop vindt plaats op basis van de gemiddelde banksaldi per kwartaal. In 2024 is de norm voor schatkistbankieren niet overschreden zoals blijkt uit het volgende overzicht.
62
Benutting drempelbedrag schatkistbankieren 2024
Op dagbasis buiten 's Rijks schatkist gehouden middelen Drempelbedrag Ruimte onder drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag Berekening drempelbedrag Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingsjaar kleiner of gelijk aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingsjaar dat de € 500 miljoen te boven gaat Drempelbedrag 2024
Kwartaal 1 6 1000 994 -
Kwartaal 2 5 1000 995 -
Kwartaal 3 5 1000 995 -
Kwartaal 4 3 1000 997 -
1000
1000
1000
4.851 4.851 0 1000
Liquide middelen De samenstelling van de post liquide middelen is als volgt: Omschrijving Parkstad Bureau banksaldi Parkstad Bureau kassaldi Totaal
31-12-2024 2 1
31-12-2023 7 1
2
8
EMU-saldo Het EMU-saldo (rekeningsaldo) is het verschil tussen de inkomsten en de uitgaven van de overheid (de Rijksoverheid, sociale fondsen en de decentrale overheden) van een bepaald land in een bepaald jaar. Er kan een tekort of een overschot op de begroting zijn. Decentrale overheden dienen het EMU-saldo te berekenen, zodat op macro niveau het EMU saldo voor Nederland kan worden bepaald. Het EMU saldo van de Stadsregio Parkstad Limburg voor de jaarrekening 2024 is in het volgende overzicht weergegeven.
63
EMU Saldo
2023
2024
2025
2026
2027
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17).
1.569
3.487
60
73
87
5
5
5
0
0
34
82
13
13
13
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie. Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie. Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd. Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4. Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op de exploitatie verantwoord. Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan). Baten bouwgrondexploitatie (niet op de exploitatie verantwoord).
0
0
0
0
0
Lasten op balanspost Voorzieningen voor zover deze transacties met derden betreffen.
0
0
0
0
0
Lasten i.v.m. transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten).
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
1.607
3.574
78
86
100
Verkoop van effecten (verwachte boekwinst). Berekend EMU saldo
Overlopende activa Omschrijving
31-12-2024
31-12-2023
0 0
19 0
739
575
739
593
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel: - Europese Overheidslichamen (EU) - Overige Nederlandse overheidslichamen Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel Europese Overheidslichamen (EU)
Omschrijving
31-12-2024
Ontvangen bedragen
0
0
0
0
Digital DeConstruction (project) * Totaal
Vrijgevallen bedragen / terugbetalingen
Balansverschuiving
31-12-2023
0
-19
19
0
-19
19
* Project omgeslagen naar overlopende passiva
64
Overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen Omschrijving Overige nog te ontvangen bedragen Overige vooruitbetaalde bedragen MoNUment Totaal
31-12-2024 679 60 0
31-12-2023 564 7 4
739
575
65
Passiva Vaste passiva Eigen vermogen Het overzicht van het eigen vermogen luidt als volgt: Omschrijving
31-12-2024
31-12-2023
Algemene reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat
115 10.837 409
115 7.706 150
Totaal
11.359
7.971
In onderstaand overzicht zijn de mutaties van de reserves weergegeven.
Onttrekking
Bestemming resultaat vorig boekjaar
Vermindering ter dekking van afschrijving
Boekwaarde 31-122024
0
21
21
0
115
0
0
0
0
0
115
43
0
0
7
0
0
36
Egalisatie frictiekosten
123
0
0
0
0
0
123
Ringwegen Städte Region Aachen / EGTS Werkbudget Algemeen Bestuur Werkbudget Dagelijks Bestuur
3,831
0
219
0
0
165
3,885
8
0
0
0
0
0
8
15
0
0
0
0
0
15
2,177
-368
1,334
30
99
0
3,211
Werkbudget BC SES
48
0
16
4
0
0
60
Werkbudget GROS Werkbudget BC Duurzaamheid
64
0
42
0
0
0
106
273
0
400
159
0
0
513
186
76
215
12
0
0
464
431
0
1,479
27
30
0
1,912
443
0
108
113
0
0
438
65
0
0
0
0
0
65
7,706
-292
3,812
354
129
165
10,837
Gerealiseerd resultaat
150
0
409
0
-150
0
409
Totaal gerealiseerde resultaat
150
0
409
0
-150
0
409
7,971
-292
4,220
375
0
165
11,359
Omschrijving Algemene reserve Parkstad Totaal algemene reserves Investeringsreserve verbouwing
Werkbudget BC RuMo Werkbudget BC Wonen en Herstructurering Werkbudget BC Economie en Toerisme Werkbudget Organisatie Op Orde Totaal bestemmingsreserve
Totaal
Boekwaarde 31-122023
Balansverschuiving
Toevoeging
115
0
115
Algemene Reserve Het Dagelijks Bestuur is bevoegd de algemene reserve als dekkingsmiddel aan te wenden voor onvoorziene en onvermijdbare uitgaven met een incidenteel karakter. In 2024 is van deze bevoegdheid geen gebruik gemaakt.
66
Balansverschuivingen In 2024 zijn twee balansverschuivingen verwerkt . De post van € 368.000 wordt onderstaand toegelicht bij de betreffende reserve. De tweede verschuiving betreft een bedrag van € 76.000. In 2024 heeft er een uitbreiding plaatsgevonden bij de Bestuurscommissie Ruimte en Mobiliteit. Op verzoek van het Samenwerkingsverband Water Parkstad Limburg (SWPL) en na besluitvorming door het Dagelijks Bestuur en de zeven colleges van B&W is het thema “water en klimaatadaptatie” aan de bestuurscommissie toegevoegd. Reserve Egalisatie frictiekosten In 2024 en latere jaren is er nog sprake van frictiekosten. De totale kosten daarvan zijn becijferd op € 123.000. Het saldo van de frictiereserve per 31-12-2024 ad € 123.000 is volledig benodigd. Investeringsreserve verbouwing De Investeringsreserve verbouwing dient ter afdekking van de afschrijvingskosten van de verbouwing van de locaties C200 en J300. De jaarlijkse afschrijvingskosten zijn € 7.016. Reserve Ringwegen De reserve ringwegen dient ter afdekking van de afschrijvingskosten van de investeringsbijdrage van € 7,2 miljoen van Stadsregio Parkstad Limburg op basis van het bestuursconvenant Binnen- en Buitenring Parkstad Limburg van 15 november 2005. De afschrijvingen lopen door tot 2060.