CConstaterende datSimpelveld
Koppel je AI →
Document · PDF

15. Bijlage 4 Ontwerpbegroting 2026 SPL

Raadsvergadering 19 juni 2025, gemeente SimpelveldBij agendapunt: Raadsvoorstel 25-17 Financiële stukken GR Stadsregio Parkstad Limburg13.239 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Behandeld in DB van 26 maart 2025 Bijlage 4.1.1

Concept Ontwerpbegroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2029

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

3

2.

Financieel Beeld 2026-2029

8

3.

Programma Kerntaken

13

4.

Programma Flexibele Schil

17

5.

Algemene Dekkingsmiddelen

18

6.

Bedrag heffing vennootschapsbelasting

21

7.

Onvoorzien

21

8.

Mutatie reserves & voorzieningen

21

9.

Paragrafen

23

9.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

23

9.2 Financiering

25

9.3 Openbaarheidsparagraaf

27

10.

Geconsolideerde begroting

28

10.1 Vermoedelijke geconsolideerde balans

28

10.2 Geconsolideerde winst- en verliesrekening

30

10.3 Overzicht incidentele baten en lasten

31

11.

Besluit inzake vaststelling begroting

32

Bijlage 1 Vermoedelijke saldi en mutaties reserves 2025-2029

33

Bijlage 2 Lijst van Afkortingen

38

2

1. Inleiding Algemeen De begroting van Gemeenschappelijke Regeling Stadsregio Parkstad Limburg (SPL) is een sterk financieelbeleidsmatig getint document. Het vormt het financiële kader voor het jaarplan dat rond de jaarwisseling op basis van inhoudelijke bijdragen van de Bestuurscommissies en het Dagelijks Bestuur door het Algemeen Bestuur wordt vastgesteld. Centraal in de begroting staat het streven naar een structureel sluitend financieel meerjarenperspectief. Volgens de Wet gemeenschappelijke regelingen (artikel 34b) is het bestuur van SPL verplicht om voor 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, algemene financiële en beleidsmatige kaders ten behoeve van de begroting op te stellen, de zogenaamde kadernota. Het doel van de Kadernota is de betrokken gemeenteraden over deze kaders tijdig (vóór 30 april) te informeren, zodat raden ook tijdig (afzonderlijk of gezamenlijk) kunnen inspelen op het uitbrengen van een zienswijze bij de begroting. De Kadernota 2026 is in het Dagelijks Bestuur van 26 maart 2025 besproken en geaccordeerd. Aansluitend daarop is de Kadernota ter kennisneming aangeboden aan de gemeenteraden. Daarbij is aangegeven dat de Kadernota voor de raden primair een informatief document is. En dat daarom ook op dat moment van de raden nog geen zienswijze wordt gevraagd.

Ook is aangegeven dat het de gemeenteraden vrijstaat om aan de hand van de Kadernota te beraadslagen en de resultaten daarvan als richtlijn mee te geven aan de vertegenwoordiger in het Dagelijks Bestuur c.q. kenbaar te maken bij het bestuur van SPL. De Kadernota geeft een indicatie over de hoogte van de gemeentelijke bijdrage, de beleidsvoornemens en de prijscompensatie en is het startpunt voor de begroting. De samenwerking en governance binnen Stadsregio Parkstad Limburg Samenwerking De uitgangspunten voor de regionale samenwerking binnen de Gemeenschappelijke Regeling Stadsregio Parkstad Limburg (verder te noemen GR) zijn gebaseerd op de besluitvorming door de raden van de zeven deelnemende gemeenten in mei/juni 2024 (laatste wijziging van de gemeenschappelijke regeling). De uitgangspunten voor de regionale samenwerking betreffen de vigerende strategische agenda, de bestuurlijke inrichting, het Regiobureau en de met deze samenwerking samenhangende financiën. De samenwerking verloopt via twee sporen, namelijk via de kernagenda samenwerking en via de flexibele samenwerking (flexibele schil), waarmee uiting wordt gegeven aan het centrale uitgangspunt van elkaar binden waar dat nodig is en flexibel zijn waar dat kan, uitgaande van de kracht van de “coalition of willing”.

Governance De regionale samenwerking Stadsregio Parkstad Limburg krijgt vorm via een gemeenschappelijke regeling van de 7 colleges. Deze bestaat uit het Dagelijks Bestuur (zijnde de 7 burgemeesters van de deelnemende gemeenten), het Algemeen Bestuur (zijnde het DB + 7 wethouders) en de thematische Bestuurscommissies (bestaande uit de betreffende portefeuillehouders). Deze constructie is een antwoord op het vraagstuk van de democratische legitimatie van het regiobestuur, aangezien de reguliere verantwoordingslijnen gehandhaafd blijven. De vertegenwoordigers in de bestuurlijke gremia leggen immers verantwoording af aan het eigen college en de eigen raad. Het Dagelijks Bestuur heeft algemene taken op het terrein van regionale samenwerking. Het is verantwoordelijk voor het Parkstad Bureau (P&O, financiën en organisatie), organisatie van de bestuurlijke samenwerking (Governance), grensoverstijgende samenwerking en verdeling van middelen. Daarnaast heeft het Dagelijks Bestuur de verantwoordelijkheid voor het leggen van dwarsverbanden en het initiëren/uitvoeren van overkoepelende activiteiten (bestuurscommissies-overstijgende onderwerpen). In de regionale samenwerking is er een cruciale rol weggelegd voor de bestuurscommissies (BC’ s), samengesteld uit de portefeuillehouders van de deelnemende gemeenten. De bestuurscommissies zijn gegroepeerd rondom de zes kernthema’s:

3

• • • • • •

Wonen en Herstructurering Ruimte en Mobiliteit Duurzaamheid Economie en Toerisme Sociaal Economische Structuurversterking Grensoverstijgende Samenwerking (ressorterende onder het Dagelijks Bestuur).

Binnen deze thema’s wordt gewerkt aan verschillende soorten taken: 1. Platform voor bestuurlijke afstemming 2. Regionale beleidsontwikkeling 3. Programma ontwikkeling 4. Monitoring en instrumentontwikkeling Het regiobureau faciliteert het Dagelijks Bestuur / Algemeen Bestuur en de Bestuurscommissies, zowel inhoudelijk als logistiek en heeft daarvoor structureel middelen beschikbaar via de regiobijdragen. Ontwikkelingen die van invloed (kunnen) zijn op de taakopdracht aan Stadsregio Parkstad Limburg (SPL) in 2026 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Het Nieuw Narratief van Parkstad “Elke Regio Telt” en het Nationaal Programma Vitale Regio’s (NPVR) De regio als schaalniveau voor overheidsdenken en handelen De Zuid-Limburgs niveau Fondsenwerving en Programmamanagement: accentverschuiving in het takenpakket Uitvoeringskracht De toekomst van het Parkstad bureau

1.

Het Nieuw Narratief van Parkstad Parkstad is na de sluiting van de mijnen door een diep dal gegaan. Jaar op jaar vertrok talent uit Parkstad en kwam niet terug. Liefst 25 jaar lang nam de bevolking af. Dit leverde uitdagingen op, waar we niet direct antwoorden op hadden: grote sociaal-economische en gezondheidsachterstanden, veiligheidsproblemen en een overschot aan scholen, woningen en winkels. Dit beeld lijkt te kantelen. De bevolkingsdaling is afgevlakt en economisch gaat het beter. De ontwikkelingen op de bedrijventerreinen bieden werkgelegenheid voor de nieuwe generatie Parkstedelingen. Ook de komst van kennisinstellingen, zoals de RWTH en de Universiteit Maastricht en de samenwerking met de al aanwezige instituten als de Open Universiteit, de Zuyd Hogeschool en Vista kunnen flinke impulsen geven voor de vernieuwing van de regio. Daarbij is een geweldig voordeel, dat Parkstad binnen haar stedelijk gebied de ruimte heeft om uit te breiden en te vernieuwen. Daarnaast biedt in toenemende mate de ligging aan de grens ook kansen. Bij deze vernieuwing hoort ook een ander verhaal: “het Nieuwe Toekomstverhaal van Parkstad”. Dit verhaal is nodig om sturing te geven, om draagvlak te creëren en om mensen en partijen te binden. Immers de overheid kan dit niet alleen.

Gezamenlijk optrekken van bedrijfsleven, maatschappelijk middenveld, burgers en overheid is cruciaal voor het realiseren van deze ambitie. Op 30 augustus 2024, bij de viering van het 25 jarig bestaan van Parkstad, is dit toekomstverhaal van Parkstad gepresenteerd door Roel Wever. Vanaf dat moment is gewerkt aan de voorbereiding van de uitvoering. In de zin van inhoudelijke uitwerking naar strategie en programma’s en fondsenwerving (o.a. de derde Regio Deal Parkstad). In 2026 zullen vervolgstappen worden gezet in de uitvoering. Sturing op inhoud en proces van het tot stand brengen van dit nieuwe verhaal en het bouwen van de coalities rondom het narratief en het daarbij behorende uitvoeringsprogramma, zal in 2026 veel vragen van de Parkstadorganisatie, waar de overkoepelende regie voor dit alles ligt.

2.

“Elke Regio Telt’ en het Nationaal Programma Vitale Regio’s In maart 2023 werd het rapport “Elke Regio Telt” van drie belangrijke adviesraden van de regering, de ROB, de RLI en de RVS, gepresenteerd. Een bezoek van die drie raden aan onze regio in september 2021 stond aan de basis van dit onderzoek. Parkstad was dan ook één van de vijf regio’s, die onderzocht zijn. In het rapport werd geconstateerd dat er in Nederland ongewenste verschillen in brede welvaart tussen regio’s bestaan en

4

dat die vaak worden veroorzaakt of versterkt door Rijksbeleid. Daarom concluderen de raden, dat het regio beleid anders moet. Belangrijk advies was dat voor dergelijke regio’s, zogenaamde Kansenagenda’s moeten worden opgesteld, die als basis moeten dienen voor lange termijn afspraken tussen Rijk en regio. De uitwerking van de kansenagenda voor Parkstad is vooral de programmatische uitwerking van het ‘Nieuwe Narratief’. In Eerste instantie kreeg de Minister van BZK in het najaar van 2023 de opdracht van de Tweede Kamer om met de 5, i.h.k.v. ERT onderzochte regio’s, waaronder Parkstad, aan de slag te gaan voor de verdere uitwerking van het rapport. In maart 2024 stuurde de toenmalige Minister van BZK, de Jonge, een brief naar de Tweede Kamer, waarin hij het aantal regio’s verruimde tot 10. Parkstad werd daarbij onderdeel van de regio Zuid-Limburg. Eind 2024 kwam een nieuwe brief, waarin 11 regio’s werden benoemd en de totale aanpak onder de noemer Nationaal Programma Vitale Regio’s werd gebracht. Er was geen uitvoeringsgeld gekoppeld aan dit programma, wel ruim één miljoen procesgeld. Sinds het voorjaar van 2024 zijn we als ZuidLimburg betrokken bij het proces rondom ERT/NPVR. Dit programma krijgt in 2025 en 2026 een vervolg. Dit zal, net zoals de voorbereiding op de Regio Deal aanvragen, een intensief en langlopend proces zijn.

Dit vraag t ook voor een verdere intensivering van de samenwerking op Zuid-Limburgs niveau. 3.

De regio als schaalniveau voor overheidsdenken en doen: verbreding van het takenpakket De regio wordt steeds belangrijker als schaalniveau, waar beleid maar ook de programmatische uitwerking en uitvoering, vorm krijgt. Duidelijke voorbeelden daarvan zijn de Regio Deals en een rapport als ‘Elke Regio Telt’, maar ook NOVEX, de woondeals en het gebiedsgerichte mobiliteitsbeleid van het Ministerie van I&W. Door die ontwikkeling hebben de Parkstad gemeenten de afgelopen jaren in toenemende mate profijt gehad van de investering, die zij al decennia lang doen in regionale samenwerking. Voor de Stadsregio Parkstad heeft dat ook heel nadrukkelijk consequenties gehad. Het takenpakket is op verzoek van de Minister van BZK verbreed met de werkvelden Sociaal Economische structuurversterking, Duurzaamheid en Grensoverschrijdende samenwerking (Brief van de Minister van BZK aan de stadsregio d.d. 19 november 2018). Die verbreding van het takenpakket van de regionale samenwerking zet verder door. Voorbeelden daarvan zijn de ontwikkelingen rondom water- en klimaatadaptatie. De komende jaren zal het samenspel van Parkstad met Zuid-Limburg veel meer aandacht gaan vragen, omdat vanuit het Rijk dit schaalniveau steeds vaker wordt gehanteerd.

4. Zuid-Limburgs niveau Op dit moment is veel aandacht voor de opschaling naar het Zuid-Limburgs niveau. In toenemende mate vindt beleidsontwikkeling plaats op deze schaal. Met de structuurvisies Wonen en Ruimtelijke Economie is daar enkele jaren geleden al een begin mee gemaakt. Parkstad heeft daar vaak een trekkende rol bij gespeeld. Ook het arbeidsmarktbeleid krijgt steeds meer gestalte op dit niveau. De afgelopen jaren heeft het Novex-gebied Zuid-Limburg als vehikel voor beleidsontwikkeling gediend. De Zuid-Limburg agenda en Panorama Zuid-Limburg zijn daar goede voorbeelden van. Ook bij de regio deals en het vervolgtraject van Élke Regio Telt’ wordt vanuit het Rijk steeds meerde verbinding op Zuid-Limburgs niveau gezocht. Dit levert niet alleen iets op maar kost ook veel tijd en capaciteit. Dat komt ook omdat er op deze schaal een goede governancestructuur en werkorganisatie ontbreekt. Parkstad wordt in toenemende mate gevraagd om dit gat te vullen. Daarnaast hebben opgaves hun eigen schaalniveau waarop het beste beleidscoördinatie kan plaatsvinden. Bij de aanpak van leefbaarheidsvraagstukken stuur je meer op buurt- en wijkniveau, terwijl bij mobiliteit naar de regio of vaak zelfs naar het hele land wordt gekeken. Zuid-Limburg lijkt met name geschikt om de economische ontwikkeling te coördineren en af te stemmen. 5.

Fondsenwerving en Programmamanagement: accentverschuiving in het takenpakket De werkzaamheden van de Parkstadorganisatie zijn de afgelopen jaren vrij sterk gewijzigd. Lag de nadruk in de periode 2014 tot en met 2017 op beleidsontwikkeling en de platformfunctie, vanaf 2018 met het starten van de voorbereiding van de Regio Deals in Den Haag, is steeds meer nadruk komen te liggen op lobby en fondsenwerving. Maar ook de ‘programmatische handling’ van subsidiestromen vraagt steeds meer capaciteit, zoals bij de Regio Deals 1.0 en 2.0 en het Volkshuisvestingsfonds. Deze ontwikkelingen zetten in 2025 door en zullen ook in 2026 impact hebben op de werkzaamheden van de Stadsregio Parkstad. In dat licht is het belangrijk, dat de gemeenten de vraag naar iets meer programma overstijgende capaciteit om

5

juist deze taken op te pakken, is gehonoreerd. De hoeveelheid werk, die de handling van deze subsidiestromen met zich meebrengt, wordt nog eens vergroot door: 1. de ‘multiplier’ De cofinanciering en aanvullende investeringen in projecten zorgen ervoor dat de omvang van het volledige programma, meestal een veelvoud is van de oorspronkelijke subsidie. Een goed voorbeeld daarvan is de eerste Regio Deal Parkstad. De 40 miljoen subsidie heeft een totaal programma van 611 miljoen op gang gebracht. 2. Zowel lopende programma’s als nieuwe aanvragen De werkzaamheden hebben betrekking op zowel lopende programma’s (financiële afwikkeling, rapportages, monitoring), als nieuwe aanvragen en lobby. 3. Financial engineering De cofinanciering van de subsidies die in bepaalde gevallen geleverd wordt door andere subsidiestromen, waar weer allerlei voorwaarden en verantwoordingseisen aan vastzitten. Voorbeeld daarvan is het Velocity project, waarbij de cofinanciering via een Interreg subsidie is verkregen.

4. De Spuk Bijna alle Rijks subsidies worden op dit moment in de vorm van een zogenaamde specifieke uitkering (Spuk) verstrekt. Een dergelijke uitkering vraagt veel meer handling dan de Decentralisatie Uitkering (DU), de vorm waarin subsidies in het verleden werden uitgekeerd. Vooral de zogenaamde Sisa verantwoording vraagt specialistische aandacht. 6.

Uitvoering en Uitvoeringskracht Parkstad is de afgelopen jaren zeer succesvol geweest in het binnenhalen van subsidies, die als motor voor de uitvoering van de strategische agenda hebben gediend. De periode 2018 tot 2025 heeft € 152 miljoen opgeleverd, bestaande uit € 80 miljoen vanuit de 3 Regio Deals en € 72 miljoen aan subsidies voor Wonen vanuit diverse Rijksregelingen. Op dit moment wordt volop gewerkt aan de uitvoering van de programma’s, die met deze gelden zijn geïnitieerd. Dit gaat om een veelvoud van de subsidies, ergens tussen de 1,5 en 2 miljard. Dit vraagt ook veel van alle betrokken partijen. Voor het Parkstad Bureau betekent dit dat sturing op de uitvoering van alle lopende programma’s de komende jaren een topprioriteit is en blijft. De uitvoering van de lopende programma’s is dus een belangrijke uitdaging voor Parkstad, de gemeenten en alle stakeholders. Het Nieuwe Narratief zal echter zorgen voor een verdere intensivering. Dat roept de vraag op of de regio in de breedste zin van woord voldoende is toegerust voor die opgave. Het vergroten van de uitvoeringskracht van de Regio Parkstad met al haar stakeholders kan een grote impuls voor het gebied betekenen. Investeren in uitvoeringskracht is een belangrijke randvoorwaarde voor het versterken van de brede welvaart van Parkstad.

7.

De toekomst van het Parkstad bureau Al deze ontwikkelingen hebben ook invloed op het takenpakket en de prioriteiten van het Parkstad Bureau. Daarom is het goed om regelmatig de discussie te voeren over de opgave van de regionale samenwerking en welk bureau daar bij hoort. Willen we de bovenstaande ontwikkelingen op een goede manier kunnen sturen en (laten) uitvoeren, zal dit wederom veel van de medewerkers van het bureau vragen.

De indeling van de begroting 2026 is in overeenstemming met de BBV en bestaat uit de volgende programma’s / onderdelen: 1. Inleiding 2. Financieel Beeld 2026-2029 3. Programma Kerntaken 4. Programma Flexibele schil 5. Algemene Dekkingsmiddelen 6. Overhead en bedrijfsvoering 7. Bedrag heffing vennootschapsbelasting 8. Onvoorzien 9. Mutaties reserves & voorzieningen

6

10. Paragrafen 11. Geconsolideerde begroting 12. Besluit Aanvullend op deze programma’s / onderdelen zijn twee bijlagen opgenomen: 1. Vermoedelijke saldi en mutaties reserves 2025-2029 2. Lijst met afkortingen

7

2. Financieel Beeld 2026-2029 Samenvatting beleidsmatige en financiële Kaders 2026-2029 De Kadernota 2026 bevat de beleidsmatige en financiële uitgangspunten voor de begroting 2026 en meerjarenramingen 2027-2029 voor Stadsregio Parkstad Limburg. De begroting 2026 sluit aan op de Kadernota 2026. De begroting 2026 en de meerjarenbegroting 2027-2029 zijn structureel en reëel in evenwicht. Algemene beleidsmatige kaders 2026 - 2029 Voor de begroting 2026 en de daarop volgende jaren worden de volgende algemene beleidsmatige kaders gehanteerd: 1. Activiteiten van Parkstad gericht op de realisering van de speerpunten die zijn ontleend aan de Strategische agenda. 2. Voor het Regiobureau is het een topprioriteit om – naast het beleidsinhoudelijk uitvoering geven aan de kernthema’s - de Bestuurscommissies te ondersteunen en de samenwerking binnen en buiten Parkstad te faciliteren. 3. Het Regiobureau wordt in toenemende mate gevraagd de uitvoering van Parkstadbeleid voor te bereiden en te faciliteren. Dit past in de visie van Parkstad om van beleid een succes te maken. Bij de uitvoering van beleid wordt nadrukkelijk gezocht naar mogelijkheden van cofinanciering. 4.

Veranderingen van buitenaf die relevant zijn voor de kerntaken van Parkstad worden door het Regiobureau met de beschikbare capaciteit opgepakt en door vertaald in de ondersteuning aan de Bestuurscommissies, het Dagelijks Bestuur en aan de gemeenten. Deze ontwikkelingen volgen elkaar steeds sneller op en hebben veel impact. De algemene financiële kaders 2026 - 2029 Bezuinigingsopgave GR Stadsregio Parkstad Limburg Gemeenten krijgen vanaf 2026, in de media ook wel bekend staand als het 'financieel ravijnjaar', naar alle waarschijnlijkheid te maken met aanzienlijke begrotingstekorten. De bijdrage uit het Gemeentefonds valt vanaf 2026 naar verwachting structureel fors lager uit. Dit heeft tot gevolg dat voor vrijwel elke gemeente in Nederland de financiële draagkracht onder druk komt te staan. Daarom zijn in 2024 de gemeenschappelijke regelingen vanuit deelnemende gemeenten verzocht om, gelet op de knellende financiële kaders, als ‘verlengd lokaal bestuur’ vanaf 2026 hun verantwoordelijkheid hierin te nemen. De bijdragen aan elke gemeenschappelijke regeling en aan alle gemeenschappelijke regelingen samen hebben een beduidende impact op de gemeentelijke begroting(en).

De opdracht dan wel taakstelling aan de Stadsregio Parkstad Limburg (en de andere gemeenschappelijke regelingen) komt neer op een verlaging van de reguliere gemeentelijke bijdrage vanaf 2026, waarbij uitgaan moet worden van een structurele taakstelling van (minimaal) 5% en de eigen expertise van de gemeenschappelijke regeling om maatregelen te nemen waardoor deze taakstelling daadwerkelijk gerealiseerd wordt. Tabel: Bedrag van de 5%-taakstelling voor de jaren 2026 t/m 2029: Omschrijving (bedragen x € 1.000) 2026 2027 Reguliere bijdrage gemeenten waarop 5.002 5.223 de 5%-taakstelling van toepassing is Bedrag 5%-taakstelling 250 261

2028 5.399

2029 5.568

270

279

De eigen expertise om verantwoorde maatregelen te kunnen nemen waardoor de genoemde 5%-taakstelling uiteindelijk ook daadwerkelijk gerealiseerd kan worden, heeft geleid tot onderstaande invulling van de 5%taakstelling voor de jaren 2026 t/m 2029.

8

Tabel: Invulling van de 5%-taakstelling voor de jaren 2026 t/m 2029 Omschrijving (bedragen x € 1.000) 2026 2027 Verlaging regiobijdrage ringwegen 200 200 Onvoorzien verlagen tot € 1.000 49 49 (momenteel voor 2026: 50K) Vermindering bedrijfsvoeringkosten 1 12 (momenteel voor 2026: 555K) ------------------ -----------------Totaal invulling taakstelling (bedrag) 250 261 Totaal invulling taakstelling (%) Verwacht begrotingsresultaat na volledige invulling van de 5%bezuinigingstaakstelling

5% 0

5% 0

2028 200 49

2029 200 49

21

30

---------------270

-------------279

5% 0

5% 0

Onderstaand worden de drie bezuinigingsposten afzonderlijk toegelicht. Verlaging regiobijdrage ringwegen Door de onderstaande verlaging c.q. temporisering van de regiobijdrage ringwegen kan voor de jaren 2026 t/m 2029 een besparing van jaarlijks € 200.000 gerealiseerd worden. Tabel: Verlaging van de regiobijdrage ringwegen Jaar Huidige regiobijdrage ringwegen 2026 € 400.000 2027 € 400.000 2028 € 400.000 2029 € 400.000 2030 € 202.648 2031 €0 2032 €0 2033 €0 2034 €0 2035 e.v. €0 -------------Totaal € 1.802.648

Nieuwe regiobijdrage ringwegen € 200.000 €200.000 € 200.000 € 200.000 € 200.000 € 200.000 € 200.000 € 200.000 € 202.648 €0 -------------€ 1.802.648

Onvoorzien verlagen tot € 1.000 Het PoHo Financiën heeft tijdens de vergadering van 27 november 2023 bij de bespreking van de Financiële Verordening een positief advies afgegeven voor de DB-vergadering van 13 december 2023. Op basis van het desbetreffende PoHo-advies is de mogelijkheid tot het opnemen van een post onvoorzien in de definitief vastgestelde Financiële Verordening gemaximaliseerd tot € 50.000 in plaats van 1% van de baten. Artikel 4 (Kaders begroting en meerjarenraming) Lid 2 van de Financiële Verordening luidt zodoende als volgt: “In de begroting kan een post onvoorzien van maximaal € 50.000 van de lasten worden opgenomen.” De jaarrekening 2023 bevat op pagina 46 de volgende passage: “In de begroting en meerjarenraming is vanaf 2025 een post onvoorzien structureel opgenomen van € 50.000 per jaar.” Terwijl het overeenkomstig BBV wettelijk voorgeschreven is dat er een post onvoorzien in de begroting wordt opgenomen, wordt een structurele verlaging van de post onvoorzien tot € 1.000 met ingang van 2026 (gelet op de 5%-taakstelling) als een onoverkomelijke keuze beschouwd. Vermindering bedrijfsvoeringkosten Om volledig aan de Invulling van de 5%-taakstelling voor de jaren 2026 t/m 2029 te kunnen voldoen, vindt voor de komende jaren een taakstellende vermindering van de bedrijfsvoeringkosten plaats.

9

Tabel: Verlaging van de (raming) bedrijfsvoeringskosten Jaar Huidige raming bedrijfsvoeringskosten 2026 € 555.000 2027 € 564.000 2028 € 573.000 2029 € 582.000

Nieuwe raming bedrijfsvoeringskosten € 554.000 € 552.000 € 552.000 € 552.000

Omvang van het Bureau Tabel: Ontwikkeling bezetting Parkstad Limburg in fte (structureel)

Ontwikkeling bezetting Parkstad Limburg in FTE (structureel) 100

91

90

90 80 70

FTE

60 44,5

50

37,5

40 30 20

33,6

26

20,3 11,5

26,3

33,6

33,6

26,8

13,7

10 0 2006 2010 2013 2014 2015 2016 2018 2021 2022 2023 2024 2025 2026

Van 2010 tot en met 2013 maakten de GBRD en BAG/GEO onderdeel uit van de Parkstad Limburg formatie. Vanaf 2014 alleen nog BAG/GEO. Vanaf 2016 bestaat de bezetting enkel uit Parkstad Limburg. Sinds dat jaar is de bezetting gestaag gegroeid als gevolg van het toegenomen werkpakket. Vanaf 2024 is de bezetting verder toegenomen met 6,84 fte tot 33,6fte. De toename van 6,84fte komt als volgt tot stand: - 1,34 fte als gevolg van de overname van de activiteiten van het Samenwerkingsverband Water Parkstad Limburg (SWPL) en de aanstelling van twee medewerkers duurzaamheid o.a. ter ondersteuning van de realisatie van PALET en RES (Regionale Energie Strategie). - de langdurige inhuur van een medewerker van het programma Wonen is per 1 januari 2024 omgezet in een vast contract. - het AB heeft goedgekeurd om de bezetting in 2024 structureel met 2,5 fte uit te breiden om de sterk toegenomen werkbelasting als gevolg van de toegenomen subsidiestroom op te vangen. Afspraak is dat de hiermee samenhangende kosten voor 2024 en 2025 bekostigd werden uit eigen middelen: rentebaten en de VATuitkering van de regiodeal II en indien nodig nog via de resultaatbestemming of de frictiereserve. De kosten betreffen zowel directe personeelskosten alsook materiële bedrijfsvoeringkosten. Vanaf 2026 worden deze structureel via de regiobijdrage van de deelnemende gemeenten gefinancierd.

10

Parkstadbegroting financieel en uitgangspunten Tabel: Parkstadbegroting financieel: in € 1 miljoen.

Parkstadbegroting (* € 1.000) 8 7 6 5 4 3 2 1 0 2000 2007 2010- 2017 2019 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2013 personeel

werkbudget

vaste lasten

Incidentele bijdragen

Uitgangspunten Parkstadbegroting: 1. Voor de uitvoering van de kerntaken is werkbudget beschikbaar. In deze kadernota is een lichte inflatiecorrectie van € 13.000 opgenomen ten opzichte van het werkbudget van 2025 om de inflatie enigszins te compenseren. 2. In de begroting is een bedrag van € 40.000 per jaar voor lobby inzake subsidieverwerving opgenomen. 3. Vanaf september 2022 ontvangt SPL rente op het uitstaande saldo bij schatkistbankieren. Deze rente bedraagt per 01-02-2025 2,66%. De verwachting is dat de rente in de loop van 2025 verder zal gaan dalen. Voor de jaren daarna blijft de aanname gehandhaafd dat de rente geleidelijk daalt tot 0,25% in 2028. In de financiële verordening is vastgelegd dat 90% van die rentebaten verband houden met overschotten op programmagelden. Dat deel van de rentebaten wordt toegevoegd aan de programmagelden. Deze bedragen zijn in de tabel op pagina 8 opgenomen op de regel “Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten”. Het resterende deel van de rentebaten van 10% wordt (transparant) in mindering gebracht op de gemeentelijke bijdragen. 4. De langlopende verplichting Buitenring van structureel € 200.000 (verlaagd van € 400.000 naar € 200.000) per jaar maakt deel uit van de begroting. Deze verplichting loopt door tot en met 2034.

In lijn met de “Notitie materiële vaste activa 2017” van de Commissie BBV wordt dit bedrag in vier afzonderlijke posten in de begroting opgenomen: de afschrijving van de buitenring, de financieringskosten buitenring, een storting in de reserve ringwegen en een onttrekking aan de reserve ringwegen. De reserve is in 2034 hoog genoeg om de toekomstige afschrijvingen te dekken. 5. Het Regiobureau is belast met de voorbereiding en uitvoering van de kerntaken. Voor de uitvoering van kerntaken beschikt het Regiobureau in 2024 over een vaste bezetting van 33,6 fte. De aangroei van de vaste bezetting is in het voorgaande reeds toegelicht. 6. In 2023 is het functiewaarderingstraject (HR 21) afgerond en goedgekeurd door het AB. Dit heeft voor verschillende functies geleid tot een opwaardering. De ingroei (tot en met 2027) van de betreffende functiehouders naar het maximum van hun nieuwe functieschaal is opgenomen in de personeelskosten. 7. Voor personele capaciteit die nodig is voor de uitvoering van projecten met een tijdelijke (co)financiering wordt (beperkt) gebruik gemaakt flexibele contracten. 8. Bij de materiële kosten is in 2026 een bezuinigingstaakstelling van € 1.000 opgenomen en vindt zodoende geen prijsindexering plaats.

11

9. De actuele prognose van de loonkosten formatie in de Begroting 2026 is ongewijzigd ten opzichte van de prognose van de loonkosten formatie in de jaarschijf 2026 van de meerjarenbegroting 2026-2028 zoals vorig jaar opgenomen bij de Begroting 2025. 10. In lijn met het advies van het ambtelijk overleg en de nieuwe financiële verordening was oorspronkelijk een post onvoorzien opgenomen van € 50.000. Een structurele verlaging van de post onvoorzien tot € 1.000 met ingang van 2026 (gelet op de 5%-taakstelling) wordt als een noodzakelijke keuze beschouwd. 11. Parkstad heeft een sluitende begroting. De bijdragen van de gemeenten daarin zijn in de basis opgebouwd uit twee delen; deze zijn voor 2026: a. - een regulier bedrag van € 4.752.000 voor de kerntaken, de verplichting buitenring en de bedrijfsvoering; - aangevuld door de bijdrage van de Gemeente Heerlen naar aanleiding van de taken discussie ad € 450.000; - aangevuld door 10% van de rentebaten die via een korting op de bijdrage wordt doorgegeven aan de gemeenten, hetgeen in 2026 overeenkomt met een bedrag van € 52.000. - aangevuld door de bijdragen van de deelnemende gemeenten aan water en klimaatadaptatie en de uitbreiding van duurzaamheid ad € 385.000; de bijdrage voor de uitbreiding van duurzaamheid wordt gelijkelijk verdeeld tussen de gemeenten en de RES.

Beiden € 140.000 voor 2026; de financiering van water komt via de overname van het budget van SWPL. Er is dus geen sprake van een verhoging van de gemeentelijke uitgaven, maar in plaats van dat deze bijdragen naar de gemeente Beekdaelen worden overgeboekt, worden de gemeentelijke bijdragen nu overgeboekt naar Parkstad (€ 245.000 voor 2026). b. een nog nader te bepalen bedrag voor Regionale Initiatieven naar aanleiding van de taakstellende bezuiniging die de diverse Regionale Initiatieven opgelegd hebben gekregen en op dit moment nog nadere invulling behoeven.

Samenvatting financieel beeld 2026-2029 Omschrijving (Bedragen x € 1.000)

Initiële begroting 2025

2026

2027

2028

2029

Werkbudget kernactiviteiten

806

819

832

846

860

Lobby inzake subsidieverwerving Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten/projectlasten (90% rentebaten) Afschrijvingen buitenring

40

40

40

40

40

685

469

252

72

72

264

264

264

264

264

Financieringskosten buitenring Loonkosten formatie

69

55

42

27

12

3.941

4.165

4.375

4.545

4.727

Onvoorzien

50

1

1

1

1

Materiële kosten bedrijfsvoering en huisvesting

546

554

552

552

552

Afschrijvingskosten verbouwing

7

7

7

7

7

Totaal materiële kosten bedrijfsvoering

553

561

559

559

559

Totaal lasten

6.408

6.374

6.365

6.354

6.535

Bijdragen regulier deelnemende gemeenten

4.525

4.752

4.962

5.129

5.289

Bijdrage gemeente Heerlen takendiscussie

430

450

467

485

502

10% rentebaten

76

52

28

8

8

Bijdrage uitbreiding duurzaamheid

134

140

145

151

157

Bijdrage gemeenten water en klimaatadaptatie

237

245

252

260

268

5.402

5.639

5.854

6.033

6.224

Bijdrage RES

134

140

145

151

157

VAT Regiodeal Bijdragen gemeenten flexibele schil / Grensoverstijgende samenwerking Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten/projectbaten 90% Rentebaten

216

0

0

0

0

0

0

pm

pm

pm

pm

pm

685

469

252

72

72

Totaal baten

6.437

6.248

6.251

6.256

6.453

Exploitatieresultaat

28,85

-126

-114

-98

-82

241

66

83

102

123

Totaal bijdragen deelnemende gemeenten

Stortingen in reserves: Reserve Ringwegen Onttrekkingen aan reserves: Reserve Ringwegen

174

186

189

193

199

Investeringsreserve verbouwing

7

7

7

7

7

Organisatie Op Orde

0

Frictiereserve/resultaatbestemming 2023

32

0

0

0

0

Begrotingsresultaat

1

1

-1

0

1

12

3.

Programma Kerntaken

De regionale samenwerking verloopt via twee sporen: de kernsamenwerking waar elke gemeente aan meedoet en de flexibele samenwerking (flexibele schil). Hiermee wordt uiting gegeven aan het centrale uitgangspunt van elkaar binden waar dat nodig is en flexibel zijn waar dat kan, uitgaande van de kracht van de coalition of willing. Dit leidt tot een kernagenda en een keuze agenda. De Gemeenschappelijke Regeling Stadsregio Parkstad Limburg is een regeling tussen colleges van burgemeester en wethouders. Naast het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur fungeren binnen Parkstad Bestuurscommissies, bestaande uit portefeuillehouders. De Bestuurscommissies hebben het bestuurlijk primaat en de budgetverantwoordelijkheid binnen de door het Algemeen Bestuur toebedeelde taken en budgetten. De betrokkenheid van de gemeenteraden en colleges krijgt gestalte via Regionale Raadsinformatiebijeenkomsten en College-Regiodagen. De regionale samenwerking wordt ondersteund door het Regiobureau. Het Regiobureau faciliteert de inhoud en de processen van de Bestuurscommissies en de andere gremia en activiteiten rondom die samenwerking: het Dagelijks Bestuur, het Algemeen Bestuur, de Regiodagen en informatiebijeenkomsten.

Het uitgangspunt is een “mean and lean” bureau van een voldoende kaliber om te kunnen voldoen aan de eisen van onafhankelijke bestuurlijke ondersteuning, strategische programmabewaking en procesmanagement en –coördinatie. Indeling programma in deelactiviteiten en deelbudgetten Het programma Kerntaken is onderverdeeld in 6 deelactiviteiten; 1. Activiteiten gerelateerd aan de Kernagenda die gedekt worden uit het werkbudget. 2. Regionale initiatieven. 3. Cofinanciering van kernactiviteiten en fondsen dan wel geldstromen uit nationale en internationale subsidies, zoals de Regio Deal en het Volkshuisvestingsfonds dan wel 90% rentebaten 4. Kernformatie. 5. Financieringskosten en afschrijvingskosten Buitenring.

13

Het bijbehorend financieel beeld is weergegeven in onderstaand overzicht.

Omschrijving (Bedragen x € 1.000)

Initiële begroting 2025

2026

2027

2028

2029

Werkbudget kernactiviteiten

806

819

832

846

860

Lobby inzake subsidieverwerving

40

40

40

40

40

Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten/projectlasten (90% rentebaten)

685

469

252

72

72

Afschrijvingen buitenring

264

264

264

264

264

Financieringskosten buitenring

69

55

42

27

12

Loonkosten formatie

2.521

2.664

2.798

2.907

3.023

Totale lasten Kerntaken

4.385

4.311

4.228

4.156

4.271

90% Rentebaten

685

469

252

72

72

Totaal baten

685

469

252

72

72

-3.700,15

-3.842

-3.976

-4.084

-4.199

241

66

83

102

123

0

0

0

0

0

Totaalsaldo van baten en lasten Kerntaken Stortingen in reserves: Reserve Ringwegen Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies Onttrekkingen aan reserves: Reserve Ringwegen

174

186

189

193

199

Reseve werkbudget Algemeen Besuur

0

0

0

0

0

Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies

0

0

0

0

0

Frictiereserve

0

0

0

0

0

67 -3.767

-120 -3.722

-106 -3.870

-91 -3.993

-76 -4.123

2.025

2026 NNTB NNTB 0

2027 NNTB NNTB 0

2028 NNTB NNTB 0

2029 NNTB NNTB 0

Saldo mutaties reserves kerntaken Gerealiseerd resultaat Kerntaken

Verdeling van middelen (via balans) Regionale initiatieven Bijdragen regionale initiatieven Saldo

1.187 1.187

0

Werkbudget kernactiviteiten Voor de uitvoering van de kernthema’s is in de begroting 2026 een werkbudget opgenomen van € 819.000. Dit werkbudget bestaat feitelijk uit twee delen. Enerzijds betreft dit een bedrag van € 744.000 dat sinds 2025 jaarlijks wordt geïndexeerd. Anderzijds is besloten is om het thema water toe te voegen aan het takenpakket van de stadsregio en onder te brengen bij de BC RuMo en het thema klimaat adaptatie over te hevelen van de BC Duurzaamheid naar de BC RuMo. Voor de gemeenten gebeurt dit budget neutraal omdat het budget wordt overgenomen van het SWPL. Onderdeel van het overgehevelde budget is een werkbudget. Voor 2026 bedraagt dit € 75.000. Van het bedrag van € 744.000 is € 20.000 geoormerkt voor de contributie van AG Charlemagne. Het werkbudget is bedoeld ter dekking van activiteiten: voorbereidingskosten van beleid en programmering, monitoring, ondersteuning, instrumentontwikkeling et cetera, passend binnen de Kernagenda. De activiteiten zijn zowel inhoudelijk als proces ondersteunend van aard. In de begroting is het werkbudget een ongesplitst bedrag. Op basis van het jaarplan 2026 zal het Algemeen Bestuur dit werkbudget (groot zijnde € 724.000 = € 819.000 minus € 20.000 bijdrage AG Charlemagne en minus € 75.000 overgeheveld van ‘water/SWPL’) verdelen over de Bestuurscommissies en het Dagelijks Bestuur.

Bij de verdeling wordt rekening gehouden met de plannen die de Bestuurscommissies en het Dagelijks Bestuur aandragen in het kader van het jaarplan 2026.

14

Regionale initiatieven De Regionale Initiatieven zijn gemeentelijke initiatieven en taken waarvan in het verleden met de gemeenten is afgesproken dat de uitbetaling daarvan via Stadsregio Parkstad Limburg loopt. Het betreft de financiering van BTM, het Routebureau, Vestigingenregister, Visit Zuid-Limburg (voormalige VVV) en het Starterscentrum. Stadsregio Parkstad Limburg ontvangt facturen van de verschillende instellingen en factureert deze gebundeld door naar de gemeenten. Daarnaast wordt vanuit het budget voor regionale initiatieven een bijdrage geleverd aan het Uitvoeringsprogramma Toerisme. In de begroting 2026 worden op basis van de vigerende afspraken ramingen opgenomen. De daadwerkelijk gefactureerde bedragen zullen aan de gemeenten worden doorberekend. Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten en fondsen dan wel geldstromen uit nationale en internationale subsidies Deze post bestaat in deze begroting uit twee delen: - In een aantal gevallen blijkt het mogelijk te zijn (en Parkstad zoekt daar actief naar) om voor projecten/activiteiten van de kernagenda cofinanciering te verkrijgen. Ook wordt gezocht naar fondsen dan wel geldstromen uit nationale en internationale subsidies. De ontvangen middelen en de toevoegingen van deze middelen aan de budgetten voor die activiteiten/projecten verloopt via deze post.

Indien middelen beschikbaar komen worden de extra baten en lasten via een tussentijdse begrotingswijziging (bij voorkeur via de bestuursrapportage) opgenomen in de begroting. Door deze wijze van boekhoudkundige verwerking van deze projecten zal het eventuele geprognosticeerde resultaat op deze projecten nihil zijn en staat op deze regel daarom normaliter de tekst “P.M.”. - Sinds 2022 krijgt SPL, na een periode van zeven jaar, weer rente op de rekening van het schatkistbankieren. In de financiële verordening is vastgelegd dat “90% van die rentebaten verband houden met overschotten op programmagelden. Dat deel van de rentebaten wordt toegevoegd aan de programmagelden.” Deze bedragen zijn opgenomen op de regel “Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten”. Kernformatie

Totaal kernformatie FTE kernformatie programma's FTE kernformatie overhead FTE kernformatie

Begroting 2025 20,00 13,60 33,60

2026 20,00 13,60 33,60

2027 20,00 13,60 33,60

2028 20,00 13,60 33,60

2029 20,00 13,60 33,60

Loonkosten totaal (bedragen * € 1.000) loonkosten kernformatie programma activiteiten loonkosten kernformatie overhead Totaal

Begroting 2025 2521 1421 3941

2026 2664 1501 4165

2027 2798 1577 4375

2028 2907 1638 4545

2029 3023 1704 4727

De kernformatie bestaat per 1 januari 2026 uit 33,6 fte. Dit is gelijk aan de begroting van 2025. In lijn met de BBV is de totale formatie van Parkstad gesplitst in een programmadeel en een overheaddeel (zie hoofdstuk bedrijfsvoering). In de berekening van de loonkosten blijft voor 2026 de oorspronkelijk geraamde loonkostenstijging ter hoogte van het prijsindexcijfer overheidsconsumptie gehandhaafd c.q. ongewijzigd ten opzichte van de Begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2028.

15

Financiering en afschrijving Buitenring Deze lasten hebben betrekking op de afschrijvingen en rentekosten van de lening voor het aandeel van Parkstad in de financiering van de Buitenring. Het bedrag van € 7,2 miljoen wordt afgeschreven in lijn met de afschrijvingstermijnen van de Provincie. Het asfaltgedeelte wordt afgeschreven in 15 jaar en het funderingsgedeelte in 40 jaar. De afschrijving is gestart in het jaar na ingebruikname van de Buitenring; 2020. De afschrijvingskosten zijn € 264.000 per jaar. De rentekosten, als onderdeel van de annuïteit, bedragen in 2026 € 55.000. Aan de reserve Ringwegen wordt, conform BBV, naar rato van de verhouding reserve/vast actief in 2026 ongeveer € 186.000 onttrokken. In de reserve Ringwegen wordt in 2026 ongeveer € 66.000 gestort. Gelet op de bijdragen van de Parkstad gemeenten (€ 200.000 per jaar vanaf 2026) is in 2034 de reserve voldoende groot om de resterende afschrijvingslasten te dekken. De bijdrage van de gemeenten voor de Buitenring is in het verleden gekort op het werkbudget. Investeringsreserve verbouwing Voor 2026 zal € 7.000 onttrokken worden voor de afschrijvingskosten van de verbouwing van de tweede en derde verdieping van het kantoorgebouw.

16

4. Programma Flexibele Schil Naast thema’s die behoren tot de Kernagenda en waarvan de financiering loopt via de regiobijdragen van de gemeenten is er binnen de samenwerking plaats voor een flexibele schil, waarbij partijen elkaar kunnen vinden via de coalition of willing. Administratieve ontzorging zonnepanelen. Dit betreft de administratieve eenheid die centraal bij Parkstad is georganiseerd voor de contractafwikkeling en de BTW teruggaaf voor de deelnemers. De beschikbaar gestelde middelen en de toevoeging aan de projectbudgetten worden via tussentijdse begrotingswijzigingen opgenomen in de begroting.

Programma Flexibele schil (* € 1.000)

Begroting 2024

2025

2026

2027

2028

Administratie zonnepanelen

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

Totale lasten Flexibele schil

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

Bijdragen gemeenten aan administratie zonnepanelen

p.m.

p.m.

Pm

p.m.

p.m.

Totale baten Flexibele schil

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

Gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten Flexibele schil

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

Stortingen in reserves Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies Onttrekkingen aan reserves p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

Saldo mutaties reserves Flexibele schil

Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

Gerealiseerde resultaat Flexibele schil

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

17

5. Algemene Dekkingsmiddelen Gemeentelijke bijdragen kerntaken De gemeentelijke bijdragen zijn zodanig berekend dat voor de uitvoering van de kerntaken en de lopende verplichtingen een sluitende begroting wordt verkregen. De verdeling van de bijdrage over de deelnemende gemeenten vindt – zoals vastgelegd in de Gemeenschappelijke Regeling Stadsregio Parkstad Limburg - plaats aan de hand van de meest recent vastgestelde Algemene Uitkering, nadat eerst de extra bijdrage voor de takendiscussie en het “Bod Heerlen” is verrekend. Voor de begroting 2026 is de Algemene Uitkering 2022 gehanteerd. Detail overzicht per gemeente Onderstaand is de reguliere bijdrage van de gemeenten opgenomen: Verdeelsleutel 2026

Meerjarenraming 2026-2029 (* € 1.000)

Gemeente AU 2022 Basis

Aandeel gemeente

2026

2027

2028

2029

Beekdaelen

33.926

10,34%

522

544

563

Brunssum

35.019

10,68%

531

555

573

591

Heerlen

130.769

39,86%

1.758

1.837

1.898

1.956

Kerkrade

61.344

18,70%

926

966

1.000

1.031

Landgraaf

45.177

13,77%

681

711

735

759

Simpelveld

10.475

3,19%

160

167

172

178

Voerendaal

11.329

3,45%

174

182

188

194

328.040

100,00%

4.752

4.962

5.129

5.289

Totaal Bod Heerlen * Totaal

580

450

467

485

502

5.202

5.429

5.614

5.791

De onderverdeling per gemeente per jaar is als volgt: Verdeelsleutel 2026

Bijdrage 2026 (* € 1.000)

Gemeente AU 2022 Basis

Aandeel gemeente

2026 voor bezuiniging

Bezuiniging 5%

2026 na bezuiniging

Beekdaelen

33.926

10,34%

549

27,43

Bruns s um

35.019

10,68%

559

27,95

531,12

Heerlen

130.769

39,86%

1.851

92,53

1.757,99

Kerkrade

61.344

18,70%

974

48,72

925,66

Landgraaf

45.177

13,77%

717

35,85

681,13

Sim pelveld

10.475

3,19%

168

8,40

159,69

Voerendaal

11.329

3,45%

183

9,17

174,22

328.040

100,00%

5.002

250

4.752

250

5.202

Totaal Bod Heerlen *

450

Totaal

5.452

Verdeelsleutel 2026

450

Bijdrage 2027 (* € 1.000)

Gemeente AU 2022 Basis

522,14

Aandeel gemeente

2027 voor bezuiniging

Bezuiniging 5%

2027 na bezuiniging

Beekdaelen

33.926

10,34%

573

29

Bruns s um

35.019

10,68%

584

29

555

Heerlen

130.769

39,86%

1.933

97

1.837

Kerkrade

61.344

18,70%

1.017

51

966

Landgraaf

45.177

13,77%

749

37

711

Sim pelveld

10.475

3,19%

176

9

167

Voerendaal

11.329

3,45%

192

10

182

328.040

100,00%

5.223

261

4.962

261

5.429

Totaal Bod Heerlen *

467

Totaal

5.690

18

544

467

Verdeelsleutel 2026

Bijdrage 2028 (* € 1.000)

Gemeente AU 2022 Basis

Aandeel gemeente

2028 voor bezuiniging

2028 na bezuiniging

Bezuiniging 5%

Beekdaelen

33.926

10,34%

592

30

Bruns s um

35.019

10,68%

604

30

573

Heerlen

130.769

39,86%

1.998

100

1.898

Kerkrade

61.344

18,70%

1.052

53

1.000

Landgraaf

45.177

13,77%

774

39

735

Sim pelveld

10.475

3,19%

181

9

172

Voerendaal

11.329

3,45%

198

10

188

328.040

100,00%

5.399

270

5.129

270

5.614

Totaal Bod Heerlen *

563

485

Totaal

485

5.884

Verdeelsleutel 2026

Bijdrage 2029 (* € 1.000)

Gemeente AU 2022 Basis

Aandeel gemeente

2029 voor bezuiniging

Bezuiniging 5%

2029 na bezuiniging

Beekdaelen

33.926

10,34%

611

31

Bruns s um

35.019

10,68%

623

32

591

Heerlen

130.769

39,86%

2.059

103

1.956

Kerkrade

61.344

18,70%

1.085

54

1.031

Landgraaf

45.177

13,77%

799

40

759

Sim pelveld

10.475

3,19%

187

9

178

Voerendaal

11.329

3,45%

204

10

194

328.040

100,00%

5.568

279

5.289

279

5.791

Totaal Bod Heerlen *

580

502

Totaal

502

6.070

Totaal overzicht De algemene dekkingsmiddelen (is reguliere bijdrage plus bod Heerlen) zien er samengevat als volgt uit: Algemene Dekkingsmiddelen (bedragen * € 1.000)

Totale lasten

2025

2026

2027

2028

2029

0

0

0

0

Bijdragen deelnemende gemeenten

4.955

5.202

5.429

5.614

5.791

Totale baten

4.955

5.202

5.429

5.614

5.791

Gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten Algemene Dekkkingsmiddelen

4.955

5.202

5.429

5.614

5.791

0

0

0

0

0

4.955

5.202

5.429

5.614

5.791

Stortingen in reserves Onttrekkingen aan reserves Saldo mutaties reserves Algemene Dekkingsmiddelen Gerealiseerde resultaat Algemene Dekkingsmiddelen

Overhead en Bedrijfsvoering In dit onderdeel worden de kosten verantwoord van de personele overhead en de kosten voor de bedrijfsvoering, bestaande uit de materiële kosten voor huisvesting, ICT, facilitaire zaken, financiën en personele zaken. Overhead In de nota van toelichting bij het besluit van 6 maart 2017 inzake de wijziging van de BBV wordt uiteengezet welke kosten worden gerekend tot de overhead: • Financiën, toezicht en controle op de eigen organisatie • Personeelszaken en organisatie • Inkoop

19

• • • • • • •

Interne en externe communicatie Juridische zaken Bestuurszaken en bestuursondersteuning Informatievoorziening en automatisering Facilitaire zaken en huisvesting Documentaire informatievoorziening Managementondersteuning primair proces

Personele overhead De formatie van het onderdeel overhead bestaat in 2026 uit 13,6 fte. In de begroting 2026 is een bedrag aan loonkosten formatie overhead opgenomen van € 1.501.000.

Loonkosten totaal (bedragen * € 1.000) loonkosten kernformatie programma activiteiten loonkosten kernformatie overhead Totaal

Begroting 2025 2521 1421 3941

2026 2664 1501 4165

2027 2798 1577 4375

2028 2907 1638 4545

2029 3023 1704 4727

Totaal kernformatie FTE kernformatie programma's FTE kernformatie overhead FTE kernformatie

Begroting 2025 20,00 13,60 33,60

2026 20,00 13,60 33,60

2027 20,00 13,60 33,60

2028 20,00 13,60 33,60

2029 20,00 13,60 33,60

Indexering loonkosten In de berekening van de loonkosten blijft voor 2026 de oorspronkelijk geraamde loonkostenstijging ter hoogte van het prijsindexcijfer overheidsconsumptie gehandhaafd c.q. ongewijzigd ten opzichte van de Begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2028.

Bedrijfsvoering Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Materiële kosten bedrijfsvoering 2025 2026 2027 2028 2029 (bedragen * € 1.000) x € 1.000 x € 1.000 x € 1.000 x € 1.000 x € 1.000 Basis materiële kosten bedrijfsvoering begroting 546 554 552 552 552 Afschrijvingskosten verbouwing 7 7 7 7 7 Totaal budget materiële kosten bedrijfsvoering begroting 553 561 559 559 559

Om volledig aan de Invulling van de 5%-taakstelling voor de jaren 2026 t/m 2029 te kunnen voldoen, vindt voor de komende jaren een taakstellende vermindering van de bedrijfsvoeringkosten plaats. Tabel: Verlaging van de (raming) materiële bedrijfsvoeringskosten Jaar Oorspronkelijke raming materiële bedrijfsvoeringskosten 2026 € 555.000 2027 € 564.000 2028 € 573.000 2029 € 582.000

20

Nieuwe raming materiële bedrijfsvoeringskosten € 554.000 € 552.000 € 552.000 € 552.000

Voor het onderdeel personele overhead en bedrijfsvoering ziet de totale raming er als volgt uit (bedragen x € 1.000): Overhead (Bedragen x € 1.000)

2025

2026

2027

2028

2029

Exploitatielasten Kosten formatie

1.421

1.501

1.577

1.638

1.704

Bedrijfsvoering

553

561

559

559

559

Totale lasten Kerntaken

1.974

2.062

2.136

2.197

2.263

Totale baten Overhead

0

0

0

0

0

-1.974,00

-2.062

-2.136

-2.197

-2.263

Investeringsreserve verbouwing

7

7

7

7

7

Frictiereserve

32

0

0

0

0

39 -1.935

7 -2.055

7 -2.129

7 -2.190

7 -2.256

Totaalsaldo van baten en lasten Kerntaken Stortingen in reserves: Onttrekkingen aan reserves:

Saldo mutaties reserve Overhead Gerealiseerd resultaat Overhead

6. Bedrag heffing vennootschapsbelasting Op basis van een inventarisatie van activiteiten is geconcludeerd dat Stadsregio Parkstad Limburg niet VPBplichtig is. Dit is bevestigd door de Belastingdienst.

7.

Onvoorzien

Voor de begroting in zijn geheel is vanaf 2026 een post begroot voor onvoorziene uitgaven van € 1.000. Het Dagelijks Bestuur is bevoegd de algemene reserve ad € 115.000 als dekkingsmiddel aan te wenden voor uitgaven met een incidenteel karakter waarvoor geen dekking kan worden gevonden binnen geautoriseerde budgetten en die kunnen worden aangemerkt als onvoorzienbaar, onvermijdbaar en niet uitstelbaar. Als het Dagelijks Bestuur van deze bevoegdheid gebruik maakt, wordt daarover in de eerstvolgende bestuursrapportage c.q. het eerstvolgende jaarverslag verantwoording afgelegd.

8. Mutatie reserves & voorzieningen In deze paragraaf wordt ingegaan op de beleidsintenties van de reserves en de omvang van de reserves. Mutatie reserves (bedragen * € 1.000)

2025

2026

2027

2028

2029

Stortingen in reserves: - Res erve Ringwegen

241

66

83

102

123

- Res erve werkbudgetten Bes tuurs com m is s ies

P.M.

P.M.

P.M.

P.M.

P.M.

Totale stortingen

241

66

83

102

123

Onttrekkingen aan reserves: Res erve Ringwegen

174

186

189

193

199

Res erve werkbudgetten Algem een Bes uur

P.M.

P.M.

P.M.

P.M.

P.M.

Res erve werkbudgetten Bes tuurs com m is s ies

P.M.

P.M.

P.M.

P.M.

P.M.

Inves terings res erve verbouwing

7

7

7

7

7

Organis atie op orde

0

0

0

0

0

32

0

0

0

0

213 28

186 -120

189 -106

193 -91

199 -76

Frictieres erve Totale onttrekkingen Saldo van onttrekkingen en stortingen

21

In bijlage 2 zijn de vermoedelijke saldi en de mutaties van de reserves opgenomen voor de jaren 2025 tot en met 2029 (bedragen x € 1.000). Reserve Ringwegen Deze reserve dient ter afdekking van de kapitaallasten van de investeringsbijdrage van € 7,2 miljoen van Parkstad op basis van het bestuursconvenant Binnen- en Buitenring Parkstad Limburg van 15 november 2005. Jaarlijks wordt vanaf 2026 € 0,2 miljoen bijdrage van de Parkstad gemeentes ontvangen voor de afschrijvingskosten (€ 264.000 per jaar) en de rentekosten van de daarvoor aangegane lening (€ 55.000 voor 2026). Het verschil tussen enerzijds de bijdragen van de Parkstad gemeenten en de onttrekking aan de reserve en anderzijds de afschrijvingskosten en rentelasten wordt per saldo aan de reserve Buitenring toegevoegd voor de dekking van de afschrijvingskosten na 2034. De reserve is daarmee in 2034 voldoende om de resterende afschrijvingslasten te dekken. Frictiereserve De stand van de reserve per ultimo 2025 is naar verwachting € 31.000. In 2026 is thans geen onttrekking begroot. Reserve werkbudget Algemeen Bestuur Bij het instellen van de reserve (12 oktober 2016) is besloten dat de in enig jaar niet bestemde middelen van de werkbudgetten van de Bestuurscommissies en het Dagelijks Bestuur worden toegevoegd aan de reserve werkbudget Algemeen Bestuur.

Dit met als doel deze middelen in het daarop volgende jaar opnieuw te bestemmen voor programmadoeleinden. Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies en Dagelijks Bestuur De werkbudgetten van de Bestuurscommissies worden allen bestemd op basis van het jaarplan. Om aansluiting te vinden met de BBV worden vanuit de balans voor de projecten op basis van het realisatiebeginsel en matchingprincipe de baten en lasten naar rato van de voortgang van het project verantwoord in de exploitatie. Baten en lasten worden in de staat van baten en lasten opgenomen naar rato van de voortgang van het werk. Tekorten en overschotten worden verwerkt in de bestemmingsreserve “Werkbudgetten Bestuurscommissies” c.q. Dagelijks Bestuur. Per saldo is het gerealiseerde resultaat nihil. Grensoverstijgende samenwerking/Reserve Städte Region Aachen / EGTS In 2024 heeft hier geen mutatie op plaatsgevonden. De hoogte van de reserve bedraagt eind 2024 € 7.668. De verwachting is dat deze reserve nog aangesproken gaat worden in de toekomst, maar vooralsnog is een onttrekking niet begroot. Meerjarige ontwikkeling reserves De toename van de reservepositie na 2024 is vrijwel volledig toe te schrijven aan de netto toevoeging aan de reserve ringwegen. De mutatie in de reserve werkbudgetten is als p.m. opgenomen. Voorzieningen In 2022 is een voorziening voor verlofsparen gevormd. Jaarlijks wordt deze geactualiseerd.

22

9. Paragrafen 9.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf wordt ingegaan op de verwachte ontwikkeling van het weerstandsvermogen en de voorgeschreven financiële kengetallen. Op 18 december 2024 heeft het Parkstad-bestuur ingestemd met het ‘Beleid Weerstandsvermogen en risicobeheersing’. Deze beleidsnotitie vormt de basis voor de risicobeheersing. Het weerstandsvermogen geeft de verhouding aan tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s. De door beheersmaatregelen afgedekte risico’s (via bijvoorbeeld voorzieningen of verzekeringen of andere maatregelen) hebben geen invloed op het weerstandsvermogen. De weerstandscapaciteit bestaat uit incidentele en structurele weerstandscapaciteit. De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve, stille reserves en incidentele begrotingsruimte. De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit onvoorzien structureel en structurele begrotingsruimte. Aangezien SPL geen stille reserves, geen incidentele begrotingsruimte en geen structurele begrotingsruimte heeft, bestaat de weerstandscapaciteit vanaf 2025 uit de algemene reserve en onvoorzien structureel. De post onvoorzien structureel is jaarlijks op € 1.000 bepaald met ingang van Begroting(sjaar) 2026. Deze post wordt aangehouden voor onvoorziene uitgaven met een structureel karakter.

Het Dagelijks Bestuur is bevoegd de post onvoorzien als dekkingsmiddel aan te wenden voor uitgaven met een structureel karakter, waarvoor geen dekking kan worden gevonden binnen geautoriseerde budgetten en die kunnen worden aangemerkt als onvoorzienbaar, onvermijdbaar en niet uitstelbaar. Wanneer het Dagelijks Bestuur van deze bevoegdheid gebruik maakt, wordt daarover in de eerstvolgende bestuursrapportage c.q. het eerstvolgende jaarverslag verantwoording afgelegd. De algemene reserve heeft een omvang van € 115.000. Deze reserve wordt aangehouden voor onvoorziene uitgaven met een incidenteel karakter. Het Dagelijks Bestuur is bevoegd de algemene reserve als dekkingsmiddel aan te wenden voor uitgaven met een incidenteel karakter, waarvoor geen dekking kan worden gevonden binnen geautoriseerde budgetten en die kunnen worden aangemerkt als onvoorzienbaar, onvermijdbaar en niet uitstelbaar. Wanneer het Dagelijks Bestuur van deze bevoegdheid gebruik maakt, wordt daarover in de eerstvolgende bestuursrapportage c.q. het eerstvolgende jaarverslag verantwoording afgelegd. De Stadsregio Parkstad Limburg houdt geen verder eigen vermogen aan als weerstandsvermogen voor nietstructurele financiële risico’s, met het oog op de continuïteit van de organisatie en de taakvervulling. Dit risico wordt op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen gedragen door de deelnemende gemeenten.

Dat betekent dat Stadsregio Parkstad Limburg slechts dient te beschikken over enige financiële ruimte om tussentijdse incidentele financiële calamiteiten uit de eigen begroting af te kunnen dekken. Een algemene reserve van € 115.000 voldoet aan dit criterium. Dat ontslaat het regiobureau niet van de plicht tot een adequate risicobeheersing om de risico’s zoveel mogelijk te beperken. Risicobeheersing handelt over het rationeel beheersen van de risico’s. Voorwaarde daarvoor is het op systematische wijze inzicht verkrijgen in de risico’s die het regiobureau loopt: de risicoanalyse.

23

Onderstaande risico’s worden thans onderkend: Omschrijving

Cyberrisico

Kans

Totale omvang Impact (€) (€)

Toelichting

PM

PM

PM Generiek werkt SPL in de cloud bij een externe leverancier die op basis van de genomen continuïteits-maatregelen voldoende maatregelen (o.a. certificering ISO 27001 en NEN 7510) heeft genomen. Daarnaast heeft SPL nog een aantal minder kritische applicaties bij andere leveranciers in de cloud.

Complexiteit van de projecten

0,5

50.000

25.000 De complexiteit van de projecten wordt groter. Denk aan het innovatieve project Inpondmakelaar waar gebruik wordt gemaakt van een revolverend fonds, het grensoverstijgende project Velocity en de toenemende SISA verantwoording voor specifieke uitkeringen zoals het Volkshuisvestingsfonds en Regio Deal II. Waar nodig wordt hiervoor specialistische kennis ingehuurd. Ook voor de interne organisatie heeft dat consequenties. Risico is dat hier additioneel 0,5 fte voor moet worden ingezet.

Ziekte

0,25

100.000

25.000 SPL is niet verzekerd voor het ziekterisico. Ingeval van uitval van kritische functionarissen zal externe ondersteuning ingehuurd moeten worden. De kosten hiervan zijn hoger dan de ziekteuitkering.

WW

0,25

100.000

25.000 SPL is eigenrisicodrager voor de WW. In het P-budget is normaliter enige ruimte om dit op te vangen. Gezien de beperkte omvang van de organisatie is de wet van de grote getallen voor SPL niet van toepassing. Indien een medewerker langdurig in de WW gaat, is dat niet gedekt door de begroting

Onrechtmatige betaling van facturen

0,25

10.000

2.500 De kans op onrechtmatige betaling van facturen, waaronder het opzettelijk niet volgen van het inkoop en aanbestedingsbeleid om zelf onrechtmatig voordeel te verkrijgen', wordt als laag ingeschat. Zaken worden binnen SPL breed gedeeld en er zijn veel dwarsverbanden. Materiële onterechte betalingen zouden gelijk opvallen.

De totaal berekende omvang van de risico’s bedraagt € 77.500. De weerstandscapaciteit bedraagt € 115.000. Dit leidt tot een weerstandsratio van nagenoeg/afgerond 1,5. SPL streeft in principe naar een minimale weerstandsratio van 1,0. Dit vooral door de risico’s zoveel mogelijk te mitigeren. Zoals in bovenstaand relaas aangegeven worden de risico’s uiteindelijk gedragen door de deelnemende gemeentes en wordt de genoemde weerstandsratio van 1,0 gehanteerd als minimale streefwaarde en niet als harde norm. In de begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 is daarnaast vanaf 2026 een post onvoorzien structureel opgenomen van € 1.000 per jaar. Financiële kengetallen In de paragraaf weerstandsvermogen / reserves en voorzieningen en risicobeheersing dient een set van financiële kengetallen te worden opgenomen. Deze kengetallen zijn: 1. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. Solvabiliteitsratio; 3. Structurele exploitatieruimte; 4. Grondexploitatie (nvt bij SPL); 5. Belastingcapaciteit (nvt bij SPL). De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor Stadsregio Parkstad Limburg niet aan de orde. De drie relevante kengetallen worden hieronder weergegeven op basis van de verwachte balansposities en de voorliggende begroting.

24

Kengetal

Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028 2029

Norm

Netto schuldquote

22,3%

17,6%

11,9%

6,1%

0,0%

<100%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen

22,3%

17,6%

11,9%

6,1%

0,0%

<100%

Solvab iliteitsratio *

90,9%

92,8%

95,0%

97,7%

100,0%

>=20%

Structurele exploitatie

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

>=0

*Gecorrigeerd voor schatkistbankieren. Een groot deel van de kortlopende schulden betreft vooruit ontvangen projectgelden. Deze staan nog op de bankrekening van het schatkistbankieren.

Netto Schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van Parkstad ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Dit kengetal wordt berekend door het totaal van de geleende gelden te delen door de jaarlijkse baten. Ter duiding van het kengetal geeft de VNG aan dat een kengetal boven de 100 een aanleiding voor alertheid is, een waarde boven de 130 is een signaal om in te grijpen. Bij SPL daalt de netto schuldquote de komende jaren als gevolg van de periodieke aflossing op de langlopende lening inzake deelname in de financiering van de Buitenring. Het kengetal netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen wijkt niet af van de netto schuldquote, omdat SPL geen leningen heeft verstrekt. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin SPL in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie. Als signaalwaarde voor de solvabiliteitsratio geldt een percentage van 20%. De solvabiliteitsratio van SPL neemt de komende jaren toe omdat de langlopende schuld periodiek wordt afgelost en de verwachting is dat er verder geen vreemd vermogen aangetrokken hoeft te worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Simpelveld&id=7929a038-2017-4300-85f5-4d03db96c61b