14. Bijlage 3 Conceptontwerpbegroting 2022 en meerjarenramingen 2023-2025 stadsregio Parkstad Limburg.pdf
Tekst van het document
Behandeld in DB van 21 april 2021
(Ontwerp-) begroting 2022 en Meerjarenramingen 2023 - 2025
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
3
2.
Financieel Beeld 2022-2025
5
3.
Programma Kerntaken
9
4.
Programma Flexibele Schil
14
5.
Algemene Dekkingsmiddelen
15
6.
Overhead en Bedrijfsvoering
16
7.
Bedrag heffing vennootschapsbelasting
18
8.
Onvoorzien
18
9.
Mutaties reserves
18
10.
Paragrafen
19 19
10.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 10.1.1 Weerstandsvermogen / reserves en voorzieningen
19
10.1.2. Risicobeheersing
27 29
10.2 Financiering 11.
31
Geconsolideerde begroting
Besluit
33
Bijlage 1 Kadernota 2022
34
Bijlage 2 Geconsolideerd overzicht ingedeeld naar structureel en incidenteel
40
Bijlage 3 Lijst van Afkortingen
44
2
1.
Inleiding
Algemeen De begroting van Stadsregio Parkstad Limburg (SPL) is een sterk getint financieel-beleidsmatig document. Het vormt het financiële kader voor het jaarplan dat rond de jaarwisseling op basis van inhoudelijke bijdragen van de bestuurscommissies en het dagelijks bestuur door het algemeen bestuur wordt vastgesteld. Centraal in de begroting staat het streven naar een structureel sluitend financieel meerjarenperspectief. Met ingang van 2015 is het voor gemeenschappelijke regelingen verplicht (Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen, 9 juli 2014) algemene financiële en beleidsmatige kaders ten behoeve van de begroting op te stellen, de zogenaamde kadernota. Het doel van de kadernota is de betrokken gemeenteraden over deze kaders tijdig (vóór 15 april) te informeren, zodat raden ook tijdig (afzonderlijk of gezamenlijk) kunnen inspelen op het uitbrengen van een zienswijze bij de begroting. Echter vanwege de uitgestelde Takendiscussie in 2020 is besloten om de Kadernota 2022 incidenteel gelijktijdig met het begrotingsvoorstel 2022 aan te leveren, zodat de effecten van de Takendiscussie in de kadernota verwerkt konden worden. De Kadernota is opgenomen in bijlage 1.
De samenwerking en governance binnen Stadsregio Parkstad Samenwerking De uitgangspunten voor de regionale samenwerking binnen de Gemeenschappelijke Regeling Stadsregio Parkstad (verder te noemen GR) zijn gebaseerd op de besluitvorming door de raden van de (destijds) acht deelnemende gemeenten op 28 oktober 2013. Inmiddels zijn we 8 jaar verder en is het tijd geworden voor een update. Door middel van het voeren van de takendiscussie is hieraan invulling gegeven. In dat kader heeft in 2021 in het eerste kwartaal de besluitvorming binnen de gemeenten plaatsgevonden over die takendiscussie. Bij positieve besluitvorming betekent dit dat er met ingang van 1 mei 2021 een gewijzigde gemeenschappelijke regeling in werking treedt. De samenwerking binnen Parkstad wordt hierdoor verdiept en verbreed en de regionale bestuurs- en uitvoeringskracht wordt versterkt waardoor de complexe (regionale) opgaven waar Parkstad voor staat (nog) beter in gezamenlijkheid kunnen worden aangepakt. Net als bij de vorige GR betreffen de uitgangspunten voor de regionale samenwerking de (nieuwe) strategische agenda, de bestuurlijke inrichting, het Regiobureau en de met deze samenwerking samenhangende financiën.
De samenwerking verloopt via twee sporen, namelijk via de kernagenda samenwerking en via de flexibele samenwerking (flexibele schil), waarmee uiting wordt gegeven aan het centrale uitgangspunt van elkaar binden waar dat nodig is en flexibel zijn waar dat kan, uitgaande van de kracht van de “coalition of willing”. Dit leidt tot een kernagenda en een keuze agenda. Thema’s worden tot de kernagenda gerekend indien alle aangesloten gemeenten daartoe besluiten en als het thema daadwerkelijk wordt bestempeld als kernthema. Indien aan deze laatste voorwaarde niet wordt voldaan is het thema onderwerp voor de keuze agenda met deelnemende gemeenten. Governance De regionale samenwerking Stadsregio Parkstad Limburg is een gemeenschappelijke regeling van 7 colleges. Deze is georganiseerd rondom het Dagelijks Bestuur (bestaande uit de burgemeesters), Algemeen Bestuur en thematische Bestuurscommissies (bestaande uit de betreffende portefeuillehouders). Deze constructie is een antwoord op het vraagstuk van de democratische legitimatie van het regiobestuur, aangezien de reguliere verantwoordingslijnen gehandhaafd blijven. De vertegenwoordigers in de bestuurlijke gremia leggen immers verantwoording af aan het eigen college en de eigen raad. Het Dagelijks Bestuur heeft algemene taken op het terrein van regionale samenwerking.
Het is verantwoordelijk voor het Parkstad Bureau (P&O, financiën en organisatie), organisatie van de bestuurlijke samenwerking (Governance), grensoverschrijdende samenwerking en verdeling van middelen.
3
In de regionale samenwerking is er een cruciale rol weggelegd voor de bestuurscommissies (BC’ s), samengesteld uit de portefeuillehouders van de deelnemende gemeenten. De bestuurscommissies waren in de oude GR gegroepeerd rondom de vier kernthema’s: • Wonen en Herstructurering • Ruimte inclusief Duurzaamheid • Mobiliteit • Economie en Toerisme. De gewijzigde GR leidt tot de volgende aanpassingen: • Er wordt een BC Duurzaamheid en een BC Sociaal Economische Structuurversterking (SES) ingesteld inclusief de daaronder liggende overlegstructuren; • De aparte BC ’s Ruimte en Mobiliteit gaan samen in de geïntegreerde BC RuMo; • Het thema grensoverschrijdende samenwerking (GROS) wordt formeel aan de portefeuille van het Dagelijks Bestuur toegevoegd • Via het ‘in natura’ aanbod van de gemeente Heerlen worden 3 programmamanagers met ondersteuning aangetrokken, die o.a. aan de lat staan voor de aanpak van de complexe opgaven waarvoor Parkstad staat; Binnen deze thema’s wordt gewerkt aan enkele soorten taken: 1. Platform voor bestuurlijke afstemming; 2. Regionale beleidsontwikkeling; 3. Programma ontwikkeling; 4. Monitoring en instrumentontwikkeling. Het regiobureau faciliteert het dagelijks bestuur / algemeen bestuur en de bestuurscommissies, zowel inhoudelijk als logistiek en heeft daarvoor structureel middelen beschikbaar via de regiobijdragen.
Ontwikkelingen die van invloed (kunnen) zijn op de taakopdracht aan Stadsregio Parkstad Limburg (SPL) in 2022 Er zijn externe ontwikkelingen in het verleden en de nabije toekomst die in hoge mate van invloed zijn op de positie en het takenpakket van SPL. In het jaar 2020 heeft de takendiscussie centraal gestaan, waardoor er meer duidelijkheid is gekomen over de positie en het takenpakket van SPL. De effecten hiervan op de begroting 2022 en volgende jaren zijn zoveel mogelijk verwerkt. Overige ontwikkelingen en effecten zijn: • Regio Deal: De komende jaren zal nog veel tijd en energie gestoken moeten worden in de uitvoering van de Regio Deal. In het kader van de Eerste en Tweede Termijn is inmiddels € 29,7 miljoen van de € 40 miljoen geprogrammeerd. De uitvoering hiervan is in volle gang. Begin 2021 volgt de programmering en besluitvorming over de Derde Termijn. De focus in de Regio Deal verschuift in 2021 dan ook van voorbereiding en programmering van projecten, naar de uitvoering. Voor zover nodig zal er in 2021 ook nog een Vierde Termijn Regio Deal ter besluitvorming worden voorgelegd. De jaren erna zal nog veel aandacht besteed moeten worden aan de uitvoering hiervan.
• Het slotjaar van de IBA dat loopt van zomer 2021 tot zomer 2022 kan een podium zijn om de opgaven van de regio en de interventiestrategieën van Parkstad nadrukkelijker nationaal en internationaal onder de aandacht te brengen. Mogelijk heeft dit effect op de werkzaamheden van Stadsregio Parkstad Limburg in latere jaren. • De huidige decentralisatie-uitkering bevolkingsdaling (€ 3,9 miljoen per jaar voor de periode 20162020, waarvan 75% regionaal wordt ingezet) liep door tot 2020 en was gekoppeld aan het nationale Actieplan Bevolkingsdaling. In 2020 heeft door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een evaluatie van het programma bevolkingsdaling plaats gevonden, waarin de DU bevolkingsdaling is meegenomen. Samen met een aantal andere krimpregio’s is een lobby gestart richting de Rijksoverheid om de DU Bevolkingsdaling ook na 2020 te continueren. Hierdoor is de decentralisatie-uitkering bevolkingsdaling doorgetrokken naar 2021. Op basis van actuele informatie is de verwachting dat er in 2022 geen verderzetting van deze gelden is te verwachten. Op basis van de uitkomst van genoemde evaluatie zullen er mogelijk onder een andere noemer extra gelden verwacht kunnen worden.
4
• In de komende periode worden er een aantal Rijksfondsen beschikbaar gesteld waarop SPL als vervolg op de Regio Deal, een beroep zal doen en waarbij de kans groot is dat dit gehonoreerd zal worden: o Volkshuisvestingsfonds o € 100 miljoen aanpak EZK Retail o Vervolg op de DU Bevolkingsdaling Dit zal een aanzienlijk werkpakket met zich meebrengen. De indeling van de begroting 2022 is in overeenstemming met de BBV en bestaat uit de volgende programma’s / onderdelen: 1. Inleiding 2. Financieel Beeld 2022-2025 3. Programma Kerntaken 4. Programma Flexibele schil 5. Algemene Dekkingsmiddelen 6. Overhead en bedrijfsvoering 7. Bedrag heffing vennootschapsbelasting 8. Onvoorzien 9. Mutaties reserves 10. Paragrafen 11. Geconsolideerde begroting Besluit Aanvullend op deze programma’s / onderdelen zijn drie bijlagen opgenomen: 1. Kadernota 2022-2025 2. Geconsolideerd overzicht begroting verdeeld in structureel en incidenteel 3. Lijst met afkortingen
2.
Financieel Beeld 2022-2025
Samenvatting beleidsmatige en financiële Kaders 2022-2025 De Kadernota 2022 bevat de beleidsmatige en financiële uitgangspunten voor de begroting 2022 en meerjarenramingen 2023-2025 voor Stadsregio Parkstad Limburg. De kadernota 2022 is integraal opgenomen in bijlage 1. In deze paragraaf zijn de uitgangspunten opgenomen. De begroting sluit aan op de Kadernota. Algemene beleidsmatige kaders 2022 - 2025 Voor de begroting 2022 en de daarop volgende jaren worden in lijn daarmee de volgende algemene beleidsmatige kaders gehanteerd: 1. Activiteiten van Parkstad gericht op de realisering van de speerpunten die zijn ontleend aan de Strategische agenda. 2. Voor het Regiobureau is het een topprioriteit om – naast het beleidsinhoudelijk uitvoering geven aan de kernthema’s - de bestuurscommissies te ondersteunen en de samenwerking binnen en buiten Parkstad te faciliteren. 3. Het Regiobureau wordt in toenemende mate gevraagd de uitvoering van Parkstadbeleid voor te bereiden en te faciliteren. Dit past in de visie van Parkstad om van beleid een succes te maken. Bij de uitvoering van beleid wordt nadrukkelijk gezocht naar mogelijkheden van cofinanciering. 4.
Veranderingen van buitenaf die relevant zijn voor de kerntaken van Parkstad worden door het Regiobureau met de beschikbare capaciteit opgepakt en doorvertaald in de ondersteuning aan de bestuurscommissies, het dagelijks bestuur en aan de gemeenten. Deze ontwikkelingen volgen elkaar steeds sneller op en hebben veel impact.
5
De algemene financiële kaders 2022-2025 Omvang van het Bureau: Tabel: Ontwikkeling bezetting Parkstad Limburg in fte (structureel) 01/2006 01/2010 31/12/2013 01/01/2014 01/2015 01/07/2015 01/01/2018 01/01/2021 01/07/2021 01/01/2022 Parkstadbureau
26
30,5
29,5
26
15,5
11,5
13,7
20,3
23,3
23,3
GBRD
0
42
42,0
0
0
0
0
0
0
0
BAG/GEO
0
18,5
18,5
18,5
18,5
0
0
0
0
0
26
91,0
90,0
44,5
34,0
11,5
13,7
20,3
23,3
23,3
Totaal
Daarnaast worden via het ‘in natura’ aanbod van de gemeente Heerlen in 2021 3 programmamanagers met ondersteuning aangetrokken, die o.a. aan de lat staan voor de aanpak van de complexe opgaven waarvoor Parkstad staat. Parkstadbegroting: in € 1 miljoen. Parkstadbegroting
8 7 6 5 4 3 2 1 0 2000
2007
2010 personeel
2017 werkbudget
2019 2021 vaste lasten
2022
Voortvloeiend uit de Takendiscussie 2020 is er met ingang van 1 juli 2021 extra budget beschikbaar gesteld van € 565.000 per jaar. •
• •
Voor de uitvoering van de kerntaken is conform de uitgangspunten van 2013 een werkbudget beschikbaar van structureel € 500.000 per jaar, aangevuld vanuit de Takendiscussie 2020 met € 200.000 per jaar. Resulterend in een structureel werkbudget vanaf 2022 ad € 700.000 per jaar. In de begroting 2022 is het werkbudget ongesplitst. Op basis van het Jaarplan 2022 verdeelt het Algemeen Bestuur het werkbudget over de bestuurscommissies en het dagelijks bestuur. In de begroting is een bedrag van € 40.000 per jaar voor lobby inzake subsidieverwerving opgenomen.
6
• • • •
•
•
•
De langlopende verplichting Buitenring van structureel € 400.000 per jaar maakt deel uit van de begroting. Deze verplichting loopt door tot en met 2030. Het Regiobureau is belast met de voorbereiding en uitvoering van de kerntaken. Voor de uitvoering van kerntaken beschikt het Regiobureau over een vaste bezetting van 23,3 fte. Voor personele capaciteit die nodig is voor de uitvoering van projecten met een tijdelijke (co)financiering wordt (beperkt) gebruik gemaakt van flexibele contracten. De indexering van de materiële (1,5%) en personele kosten (1,3%) is gebaseerd op de prognose volgens de meest recente (september) circulaire 2020 van de algemene uitkering. De aanpassing van de regiobijdragen voor deze kostenstijging is onvermijdelijk, tenzij deze kostenstijging ten laste zou worden gebracht van het werkbudget. Een deel van de materiële kosten wordt gedekt uit projectgelden. Er is rekening gehouden met een CAO verhoging 20212022 van 2%. In 2022 wordt een beroep gedaan op de frictiereserve van € 15.000 voor de extra loonkosten (€ 15.000) van 1 medewerker, die op basis van het Sociaal Plan salaris betaald krijgt op grond van de functie en bijbehorende waardering van voor de transitie. De kosten lopen door tot en met 2026. Parkstad heeft een sluitende begroting.
De bijdragen van de gemeenten daarin zijn opgebouwd uit drie delen; deze zijn voor 2022: o Een bedrag van € 3.660.000 voor de kerntaken, de verplichting buitenring en de bedrijfsvoering; o Een bedrag van € 50.000 voor grensoverschrijdende samenwerking; o Een bedrag van € 1.058.000 voor Regionale Initiatieven. Daarnaast worden op grond van afspraken bijdragen gevraagd voor kosten van tijdelijke projecten, zoals het Zonnepanelenproject. Deze zijn nog niet in deze begroting opgenomen.
7
Samenvatting financieel beeld 2022-2025 2021
2021 na taken discussie
2022
2023
2024
2025
Werkbudget kernactiviteiten
500
600
700
700
700
700
Lobby inzake subsidieverwerving Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten/projectlasten Afschrijvingen buitenring
40
40
40
40
40
40
pm
pm
pm
pm
pm
pm
240
240
265
265
265
265
Financieringskosten buitenring
117
117
106
95
82
69
Omschrijving (Bedragen x € 1.000)
Flexibele schil / Grensoverschrijdende samenwerking Loonkosten formatie
50
50
50
50
50
50
1.856
1.856
1.918
2.260
2.294
2.335
149
309
Loonkosten takendiscussie Totaal loonkosten
1.856
2.005
2.226
2.260
2.294
2.335
Tijdelijke frictiekosten sociaal plan
20
20
15
15
15
15
Materiële kosten bedrijfsvoering en huisvesting
267
267
272
344
349
354
33
66
267
300
338
344
349
354
Totaal lasten
3.090
3.372
3.740
3.769
3.795
3.828
Bijdragen deelnemende gemeenten conform Kadernota
3.063
3.063
3.132
3.744
3.783
3.829
283
572
3.063
3.346
3.704
3.744
3.783
3.829
50
50
50
50
50
50
pm
pm
pm
pm
pm
pm
3.113
3.396
3.754
3.794
3.833
3.879
23
23
14
25
38
51
400
400
400
400
400
400
Reserve Ringwegen
357
357
371
360
347
334
Frictiereserve
20
20
15
15
15
15
Begrotingsresultaat
0
0
0
0
0
0
2021
2021 na taken discussie
2022
2023
2024
2025
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
0
0
0
0
0
0
Verdeling van middelen (via balans)
2021
2021 na taken discussie
2022
2023
2024
2025
Regionale initiatieven
1.044
1.044
1.058
1.076
1.095
1.114
Bijdragen regionale initiatieven
1.044
1.044
1.058
1.076
1.095
1.114
0
0
0
0
0
0
Materiële kosten takendiscussie Totaal materiële kosten bedrijfsvoering
Bijdragen deelnemende gemeenten takendiscussie Totaal bijdragen deelnemende gemeenten Bijdragen gemeenten flexibele schil / Grensoverschrijdende samenwerking Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten/projectbaten Totaal baten Exploitatieresultaat Stortingen in reserves: Reserve Ringwegen Onttrekkingen aan reserves:
Verdeling van middelen (via balans) Bestemming regionaal deel Decentralisatie Uitkering Bevolkingsdaling Regionaal deel Decentralisatie Uitkering Bevolkingsdaling Saldo
Saldo
8
3.
Programma Kerntaken
De regionale samenwerking verloopt via twee sporen: de kernsamenwerking waar elke gemeente aan meedoet en de flexibele samenwerking (flexibele schil). Hiermee wordt uiting gegeven aan het centrale uitgangspunt van elkaar binden waar dat nodig is en flexibel zijn waar dat kan, uitgaande van de kracht van de coalition of willing. Dit leidt tot een kernagenda en een keuze agenda. De nieuwe gemeenschappelijke regeling Stadsregio Parkstad Limburg is net als de vorige een regeling tussen colleges van burgemeester en wethouders. Naast het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur fungeren binnen Parkstad bestuurscommissies, bestaande uit portefeuillehouders. De bestuurscommissies hebben het bestuurlijk primaat en de budgetverantwoordelijkheid binnen de door het algemeen bestuur toebedeelde taken en budgetten. De betrokkenheid van de gemeenteraden en colleges krijgt gestalte via Regionale Raadsinformatiebijeenkomsten en College-Regiodagen. De regionale samenwerking wordt ondersteund door het Regiobureau. Het Regiobureau faciliteert de inhoud en de processen van de bestuurscommissies en de andere gremia en activiteiten rondom die samenwerking: het dagelijks bestuur, het algemeen bestuur, de regiodagen en informatiebijeenkomsten.
Het uitgangspunt is een “mean and lean” bureau van een voldoende kaliber om te kunnen voldoen aan de eisen van onafhankelijke bestuurlijke ondersteuning, strategische programmabewaking en procesmanagement en –coördinatie. In het jaar 2020 stond de takendiscussie centraal, waardoor er meer duidelijkheid is gekomen over de positie en het takenpakket van SPL en de bijbehorende formatie en budgetten. De effecten hiervan zijn in de begroting verwerkt. Indeling programma in deelactiviteiten en deelbudgetten Het programma Kerntaken is onderverdeeld in 7 deelactiviteiten; 1. Activiteiten gerelateerd aan de Kernagenda die gedekt worden uit het werkbudget. 2. Projecten gefinancierd met de decentralisatie uitkering bevolkingsdaling. 3. Regionale initiatieven. 4. Projecten passend binnen de Brede Doeluitkering. 5. Cofinanciering van kernactiviteiten. 6. Kernformatie. 7. Financieringskosten en afschrijvingskosten Buitenring.
9
Het bijbehorend financieel beeld is weergegeven in onderstaand overzicht.
Omschrijving (bedragen * € 1.000) Werkbudget: Bijdragen derden aan projecten Rijksbijdrage Regio Deal Lobby subsidieverwerver Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten/projectlasten Afschrijvingskosten Buitenring Financieringskosten Buitenring Loonkosten formatie Tijdelijke frictiekosten sociaal plan Totale lasten Kerntaken Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten/projectbaten Totale baten Kerntaken Gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten Kerntaken
2021
2021 na taken discussie
2022
500 0 0 40
600 0 0 40
700 0 0 40
pm
pm
240 117 1.116 20
2024
2025
700 0 0 40
700 0 0 40
700 0 0 40
pm
pm
pm
pm
240 117 1.175 20
265 106 1.276 15
265 95 1.295 15
265 82 1.314 15
265 69 1.338 15
2.033
2.192
2.402
2.410
2.416
2.427
pm
pm
pm
pm
pm
pm
0
0
0
0
0
0
-2.033
-2.192
-2.402
-2.410
-2.416
-2.427
400 0
400 0
400 0
400 0
400 0
400 0
357 0 0
357 0 0
371 0 0
360 0 0
347 0 0
334 0 0
Stortingen in reserves: Reserve Ringwegen Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies Onttrekkingen aan reserves: Reserve Ringwegen Reserve werkbudget Algemeen Bestuur Reserve werkbudget Bestuurscommissies Frictiereserve
2023
20
20
15
15
15
15
Saldo mutaties reserves Kerntaken
23
23
14
25
38
51
Gerealiseerde resultaat Kerntaken
-2.010
-2.169
-2.388
-2.385
-2.378
-2.376
Verdeling van middelen (via balans)
2021
2021 na taken discussie
2022
2023
2024
2025
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
pm
Bestemming regionaal deel Decentralisatie Uitkering Bevolkingsdaling Regionaal deel Decentralisatie Uitkering Bevolkingsdaling Saldo
Verdeling van middelen (via balans)
2021
Regionale initiatieven
1.044
2021 na taken discussie 1.044
Bijdragen regionale initiatieven
1.044 0
Saldo
10
2022
2023
2024
2025
1.058
1.076
1.095
1.114
1.044
1.058
1.076
1.095
1.114
0
0
0
0
0
Werkbudget kernactiviteiten Voor de uitvoering van de kernthema’s is in de begroting 2022 een werkbudget opgenomen van € 700.000. Dit bedrag is opgebouwd uit het structurele werkbudget voorgaande jaren ad € 500.000 aangevuld met een bedrag ad € 200.000 per jaar vanuit de Takendiscussie. Het werkbudget is bedoeld ter dekking van activiteiten: voorbereidingskosten van beleid en programmering, monitoring, ondersteuning, instrumentontwikkeling et cetera, passend binnen de Kernagenda. De activiteiten zijn zowel inhoudelijk als proces ondersteunend van aard. Met ingang van 2018 is lobby inzake subsidieverwerving structureel toegevoegd aan de kernactiviteiten. In de begroting is het werkbudget een ongesplitst bedrag. Op basis van het jaarplan 2022 zal het algemeen bestuur dit werkbudget verdelen over de bestuurscommissies en het dagelijks bestuur. Bij de verdeling wordt rekening gehouden met de plannen die de bestuurscommissies en het dagelijks bestuur aandragen in het kader van het jaarplan 2022. Projecten decentralisatie uitkering bevolkingsdaling Met ingang van 2016 krijgen de Parkstadgemeenten 5 jaar lang € 3,9 miljoen per jaar uitgekeerd op basis van de decentralisatie uitkering bevolkingsdaling. In Parkstadverband is besloten hiervan € 2,9 miljoen per jaar (circa. 75%) regionaal in te zetten. De inzet van de overige 25% loopt via de gemeenten.
De regionale middelen worden ingezet als cofinanciering van projecten. Hiervoor leveren de gemeenten projectvoorstellen aan die aan de hand van vooraf vastgestelde criteria worden beoordeeld en van advies worden voorzien door de bestuurscommissies. Op basis van een gezamenlijk advies van de bestuurscommissies wijst het dagelijks bestuur uiteindelijk middelen toe aan projecten. De huidige decentralisatie-uitkering bevolkingsdaling liep door tot en met 2020 en is gekoppeld aan het nationale Actieplan Bevolkingsdaling. In 2020 heeft door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een evaluatie van het programma bevolkingsdaling plaats gevonden, waarin de DU bevolkingsdaling werd meegenomen. Naar aanleiding van deze evaluatie is deze uitkering met 1 jaar verlengd tot en met 2021. Op basis van actuele informatie is de verwachting dat er in 2022 geen verderzetting van deze gelden is te verwachten. Op basis van de uitkomst van genoemde evaluatie zal er mogelijk onder een andere noemer extra gelden verwacht kunnen worden. Echter gezien de grote onzekerheid hierover is er in de begroting 2022 en verdere jaren nog geen rekening gehouden met deze eventuele extra gelden.
Regionale initiatieven De Regionale Initiatieven zijn gemeentelijke initiatieven en taken waarvan in het verleden met de gemeenten is afgesproken dat de uitbetaling daarvan via Stadsregio Parkstad Limburg loopt. Het betreft de financiering van BTM, het Starterscentrum, het Routebureau, Visit Zuid-Limburg (voormalige VVV) en het Vestigingenregister. Stadsregio Parkstad Limburg ontvangt facturen van de verschillende instellingen en factureert deze gebundeld door naar de Gemeenten. Daarnaast wordt vanuit het budget voor regionale initiatieven een bijdrage geleverd aan het Uitvoeringsprogramma Toerisme. In de begroting 2022 zijn op basis van de vigerende afspraken onderstaande ramingen opgenomen. De daadwerkelijk gefactureerde bedragen zullen aan de Gemeenten worden doorberekend.
11
Gemeente BTM (STG)
BTM (C'magne)
Routebureau
Vestigingenregister
Visit Zuid Limburg
Starterscentrum
Uitvoeringsprogramma Toerisme
Brunssum Heerlen Kerkrade Landgraaf Simpelveld Voerendaal Beekdaelen
8.898 25.773 14.391 8.831 1.074 1.308 4.726
4.517 13.085 7.306 4.483 546 664 2.399
2.616 10.449 5.090 6.649 1.372 1.063 2.938
7.763 22.742 11.803 9.702 3.878 4.920 13.134
76.295 248.223 170.108 116.360 19.968 24.906 63.046
11.963 37.447 19.672 16.101 4.539 5.364 15.453
2.519 9.353 4.678 5.510 1.214 1.042 1.750
114.571 367.072 233.048 167.636 32.591 39.267 103.446
Totaal
65.001
33.000 Nog te verhogen met BTW
30.177 Nog te verhogen met BTW
73.942 Nog te verhogen met BTW
718.906 Nog te verhogen met BTW
110.539
26.066
1.057.631
Totaal
Bedragen x€1
De bijdragen aan BTM, Starterscentrum en het Uitvoeringsprogramma toerisme zijn identiek aan de bijdragen in 2021. In 2020 is aan BTM een begrotingspostsubsidie toegekend met een maximale bijdrage van € 65.000,- per jaar. Dit onder de voorwaarde dat de Parkstadgemeenten hun financiële bijdrage hiervoor blijven leveren. Het resterende beschikbare BTM-budget wordt gebruikt voor het verstrekken van opdrachten. De bijdrage aan Visit Zuid Limburg is gebaseerd op het convenant voor de subsidiëring in de periode 2021-2026. De bijdrage aan het Routebureau is gebaseerd op de bijdrage 2018-2019, geïndexeerd met 2%. De bijdrage aan het Starterscentrum is gebaseerd op € 0,45 per inwoner. De bijdrage is ontleend aan de meerjarenbegroting van het Starterscentrum. De bijdrage aan het Vestigingenregister bestaat uit 2 delen “Gemeenten aan het Werk” en “VRLparticipatie”. De bijdragen zijn ontleend aan de meerjarenbegroting van het Vestigingenregister. Cofinanciering door derden van projecten kernactiviteiten In een aantal gevallen blijkt het mogelijk te zijn (en Parkstad zoekt daar actief naar) om voor projecten/activiteiten van de kernagenda cofinanciering te verkrijgen. De ontvangen middelen en de toevoegingen van deze middelen aan de budgetten voor die activiteiten/projecten verloopt via deze post.
Indien middelen beschikbaar komen worden de extra baten en lasten via een tussentijdse begrotingswijziging (bij voorkeur via de bestuursrapportage) opgenomen in de begroting. Begrotingspost subsidies Regio Deal In het kader van de Regio Deal, die in 2019 is afgesloten worden projecten gesubsidieerd. In 2021 vinden de laatste toekenningen (derde tranche) plaats. Begin 2021 volgt de programmering en besluitvorming over de Derde Termijn. De focus in de Regio Deal verschuift in 2021 dan ook van voorbereiding en programmering van projecten, naar de uitvoering. Voor zover nodig zal er in 2021 ook nog een Vierde Termijn Regio Deal ter besluitvorming worden voorgelegd. De jaren erna zal nog veel aandacht besteed moeten worden aan de uitvoering hiervan. Kernformatie De kernformatie bestaat per 1 januari 2021 uit 20,3 fte. Per 1 juli komen hier 3 fte naar aanleiding van de Takendiscussie bij. In lijn met de wijzigingen van de BBV is met ingang van 2018 de totale formatie van Parkstad (totaal 20,3 fte) gesplitst in een programmadeel en een overheaddeel (zie hoofdstuk bedrijfsvoering). In onderstaande tabel is de omvang van de kernformatie en de raming van de loonkosten opgenomen voor de jaren 2021 tot en met 2025.
12
Loonkosten totaal (bedragen * € 1.000)
2021
2021 na taken discussie
2022
2023
2024
2025
Loonkosten kernformatie programma activiteiten Tijdelijke frictiekosten sociaal plan Loonkosten kernformatie overhead
1.116 20 740
1.175 20 830
1.276 15 951
1.295 15 965
1.314 15 980
1.338 15 997
Totaal
1.876
2.025
2.241
2.275
2.309
2.350
Totaal kernformatie
2021
2021 na taken discussie
2022
2023
2024
2025
FTE kernformatie programma's FTE kernformatie overhead
11,7 8,6
12,7 10,6
12,7 10,6
12,7 10,6
12,7 10,6
12,7 10,6
FTE kernformatie
20,3
23,3
23,3
23,3
23,3
23,3
In de berekening van de loonkosten is uitgegaan van een loonkostenstijging ter hoogte van het prijsindexcijfer overheidsconsumptie (beloning werknemers volgens de meest recente (september) circulaire 2020 van de algemene uitkering (1,3%). Gelet op de relatief geringe omvang van de begroting van Parkstad kan een dergelijke autonome stijging niet binnen de begroting van Parkstad worden gecompenseerd zonder dat het werkbudget voor kernactiviteiten zou worden verlaagd. Er is rekening gehouden met een CAO verhoging 2021-2022 van 2%. In 2022 wordt een beroep gedaan op de reserve frictiegelden voor de afdekking van de extra loonkosten van 1 medewerker, die op basis van het Sociaal Plan het salaris betaald krijgt op grond van de functie en bijbehorende waardering van voor de transitie. Deze kosten worden in 2022 geraamd op € 15.000. Deze kosten lopen door tot en met 2026. Financiering en afschrijving buitenring Deze lasten hebben betrekking op de afschrijvingen en rentekosten van de lening voor het aandeel van Parkstad in de financiering van de Buitenring. De afschrijvingskosten en rentekosten (in 2022: € 371.000) worden gedekt uit de reserve Buitenring. Rente en afschrijving lopen door tot en met 2059. In de reserve Buitenring wordt jaarlijks tot en met 2030 een bedrag gestort van € 400.000. Rente en afschrijving lopen door tot en met 2059.
Frictiereserve In 2022 worden de volgende kosten opgenomen die worden gedekt uit de frictiereserve: Salarisgarantie conform het Sociaal Plan. Deze kosten voor 1 medewerker in dienst van Parkstad worden geraamd op € 15.000 voor 2022 en volgende jaren. Deze kosten lopen maximaal door tot het vertrek van deze medewerker als gevolg van het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd in 2026.
13
4. Programma Flexibele Schil Naast thema’s die behoren tot de Kernagenda en waarvan de financiering loopt via de regiobijdragen van de gemeenten is er binnen de samenwerking plaats voor een flexibele schil, waarbij partijen elkaar kunnen vinden via de coalition of willing. Grensoverschrijdende samenwerking (GROS) Grensoverschrijdende samenwerking is bij de besluitvorming over de nieuwe kerntaken in 2015 uit de kernagenda gehaald, maar gezien het belang hiervan hebben de Parkstad colleges in 2015 de voortzetting van de grensoverschrijdende samenwerking bekrachtigd. De Arbeitsgemeinschaft Charlemagne Grensregio (opgericht in 2011) is een grensoverschrijdend samenwerkingsverband tussen Parkstad Limburg, Stadt Aachen, Städteregion Aachen, gemeente Heerlen, de Deutschsprachige Gemeinschaft Belgiens en de gemeente Vaals. In 2019/2020 is door ITEM in opdracht van EGTS EMR een studie uitgevoerd rond het aanhaken van gemeenten en regio’s bij de EGTS EMR. Deze is in 2020 afgerond en er zijn met de betrokken potentiële partners samenwerkingsovereenkomsten uitgewerkt. Eind 2020 is de samenwerkingsovereenkomst unaniem door de Vorstand van de Charlemagne Grensregio geaccordeerd. Het belang van GROS wordt onderstreept doordat grensoverschrijdende samenwerking als thema is opgenomen in de Regio Deal.
Naar aanleiding van de Takendiscussie is het thema grensoverschrijdende samenwerking (GROS) formeel aan de portefeuille van het Dagelijks Bestuur toegevoegd De structurele bijdrage van Parkstad aan de grensoverschrijdende samenwerking bedraagt jaarlijks € 50.000 en wordt conform de afspraken doorberekend aan de gemeenten volgens de gebruikelijke verdeelsleutel van Stadsregio Parkstad Limburg. De verdeling van de bijdragen van de gemeenten in 2022 is als volgt: Gemeente
Verdeelsleutel
Begroting 2022
Aandeel gemeente
x€1
Beekdaelen
11.21%
5.605
Brunssum
10.71%
5.355
Heerlen
39.13%
19.566
Kerkrade
18.31%
9.155
Landgraaf
13.55%
6.775
Simpelveld
3.32%
1.660
Voerendaal
3.77%
1.884
100.00%
50.000
Totaal
Administratieve ontzorging zonnepanelen. Dit betreft de administratieve eenheid die centraal bij Parkstad is georganiseerd voor de contractafwikkeling en de BTW-teruggaaf voor de deelnemers. De beschikbaar gestelde middelen en de
14
toevoeging aan de projectbudgetten worden via tussentijdse begrotingswijzigingen opgenomen in de begroting. Programma Flexibele schil (* € 1.000)
2021 na taken discussie
2021
2022
2023
2024
2025
Grensoverschrijdende samenwerking
50
50
50
50
50
50
Administratie zonnepanelen
0
0
0
0
0
0
Totale lasten Flexibele schil
50
50
50
50
50
50
Bijdragen gemeenten aan flexibele schil/ Grensoverschrijdende samenwerking
50
50
50
50
50
50
Bijdragen gemeenten aan administratie zonnepanelen
0
0
0
0
0
0
Totale baten Flexibele schil
50
50
50
50
50
50
Gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten Flexibele schil
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Saldo mutaties reserves Flexibele schil
0
0
0
0
0
0
Gerealiseerde resultaat Flexibele schil
0
0
0
0
0
0
Stortingen in reserves Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies Onttrekkingen aan reserves Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies
5. Algemene Dekkingsmiddelen Gemeentelijke bijdragen kerntaken De gemeentelijke bijdragen zijn zodanig berekend dat voor de uitvoering van de kerntaken en de lopende verplichtingen een sluitende begroting wordt verkregen. De verdeling van de bijdrage over de deelnemende gemeenten vindt – zoals vastgelegd in de Gemeenschappelijke Regeling Stadsregio Parkstad Limburg van maart 2014/januari 2016/januari 2020 – plaats aan de hand van de meest recent vastgestelde Algemene Uitkering. Voor de begroting 2022 is dat de Algemene Uitkering 2018. Verdeelsleutel 2021
Begroting 2021
Begroting 2021 na taken discussie
x € 1.000
x € 1.000
AU 2018 Basis
344
386
20.307
330
371
19.403
1.199
1.251
70.896
561
631
33.172
411
462
24.547
102
114
6.016
115
130
6.826
3.063
3.346
181.167
Gemeente AU 2017 Basis Beekdaelen Brunssum Heerlen Kerkrade Landgraaf Simpelveld Voerendaal Totaal
20.302 19.505 70.855 33.177 24.310 6.003 6.820 180.972
Aandeel gemeente 11,22% 10,78% 39,15% 18,33% 13,43% 3,32% 3,77% 100,00%
15
Verdeelsleutel 2022
Meerjarenraming 2022-2025 (* € 1.000)
Aandeel gemeente
2022
2023
2024
2025
11,21%
437
442
447
452
10,71%
418
423
427
432
39,13%
1.331
1.345
1.359
1.375
18,31%
714
722
729
738
13,55%
527
533
539
545
3,32%
129
131
132
134
3,77%
147
149
150
152
100,00%
3.704
3.744
3.783
3.829
Totaal overzicht De algemene dekkingsmiddelen zien er samengevat als volgt uit:
Begrotin g 2021
Begrotin g 2021 na taken discussie
Begrotin g 2022
Begrotin g 2023
Begrotin g 2024
Begrotin g 2025
0
0
0
0
0
0
3.063
3.346
3.704
3.744
3.783
3.829
3.063
3.346
3.704
3.744
3.783
3.829
3.063
3.346
3.704
3.744
3.783
3.829
Saldo mutaties reserves Algemene Dekkingsmiddelen
0
0
0
0
0
0
Gerealiseerde resultaat Algemene Dekkingsmiddelen
3.063
3.346
3.704
3.744
3.783
3.829
Algemene Dekkingsmiddelen (bedragen * € 1.000)
Totale lasten Bijdragen deelnemende gemeenten Totale baten Gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten Algemene Dekkkingsmiddelen Stortingen in reserves Onttrekkingen aan reserves
6. Overhead en Bedrijfsvoering Dit onderdeel is in overeenstemming met de BBV-voorschriften. Op dit onderdeel worden de kosten verantwoord van de personele overhead en de kosten voor de bedrijfsvoering, bestaande uit de materiële kosten voor huisvesting, ICT, facilitaire zaken, financiën en personele zaken. Overhead In de nota van toelichting bij het besluit van 6 maart 2017 inzake de wijziging van de BBV wordt uiteengezet welke kosten worden gerekend tot de overhead: • Financiën, toezicht en controle op de eigen organisatie • Personeelszaken en organisatie • Inkoop • Interne en externe communicatie • Juridische zaken • Bestuurszaken en bestuursondersteuning • Informatievoorziening en automatisering • Facilitaire zaken en huisvesting • Documentaire informatievoorziening • Managementondersteuning primair proces Conform deze indeling worden op dit onderdeel van de begroting de kosten geraamd. Hierbij wordt de directeur voor 0,5 fte gerekend tot de overhead. Personele overhead De formatie van het onderdeel overhead bestaat in 2022 uit 10,6 fte. In de begroting 2022 is een bedrag aan kosten formatie overhead opgenomen van € 951.000.
16
Loonkosten totaal (bedragen * € 1.000)
2021 na taken discussie
2021
Loonkosten kernformatie programma activiteiten Tijdelijke frictiekosten sociaal plan
2022
2023
2024
2025
1.116
1.175
1.276
1.295
1.314
1.338
20
20
15
15
15
15
740
830
951
965
980
997
Totaal
1.876
2.025
2.241
2.275
2.309
2.350
Totaal kernformatie
2021
2022
2023
2024
2025
Loonkosten kernformatie overhead
2021 na taken discussie
FTE kernformatie programma's
11,7
12,7
12,7
12,7
12,7
12,7
FTE kernformatie overhead
8,6
10,6
10,6
10,6
10,6
10,6
FTE kernformatie
20,3
23,3
23,3
23,3
23,3
23,3
Indexering loonkosten In de berekening van de loonkosten is uitgegaan van een loonkostenstijging ter hoogte van het prijsindexcijfer overheidsconsumptie (beloning werknemers volgens de meest recente (september) circulaire 2020 van de algemene uitkering (1,3%). Gelet op de relatief geringe omvang van de begroting van Parkstad kan een dergelijke autonome stijging niet binnen de begroting van Parkstad worden gecompenseerd zonder dat het werkbudget voor kernactiviteiten zou worden verlaagd. Er is rekening gehouden met een CAO verhoging 2021-2022 van 2%. Bedrijfsvoering Voor het onderdeel materiële kosten bedrijfsvoering was in 2021 een budget opgenomen van € 267.000. In onderstaande tabel is aangegeven welke aanpassingen hebben plaatsgevonden ten behoeve van de raming in 2021.
Omschrijving (bedragen * € 1.000) Budget materiële kosten bedrijfsvoering voorgaand jaar Verhoging budget n.a.v. takendiscussie Geraamde kostenstijging 2021: 1,8% Nacalculatie kostenstijging 2021: 1,5 % versus 1,8% Geraamde kostenstijging 2022: 1,5%
Verhoging budget n.a.v. DB Besluit van 29 april 2020 Doorbelasting aan projecten Totaal budget bedrijfsvoering
Begroting 2021
Bedrag 2021 aangepaste prijsindex
Bedrag 2021 na taken discussie
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
274
274
274
278
349
355
360
33
66
5
5
5
5
5
5
5
-1
-1
278
278
311
349
355
360
365
29
29
29
29
29
29
29
-40
-40
-40
-40
-40
-40
-40
267
267
300
338
344
349
354
Indexering materiële kosten Voor de materiële kosten bedrijfsvoering is een indexering toegepast van 1,2%. Dit bedrag bestaat uit een nacalculatie over 2021 van minus 0,3% en 1,5% als calculatie voor 2021. De nacalculatie is het verschil tussen de indexering in 2021 in de begroting 2021 (was 1,8% en de meest actuele raming van het CPB zoals weergegeven in de septembercirculaire van september 2020 (nu geraamd op 1,5%). Voor 2022 is het geraamde prijsstijgingspercentage van 1,5% aangehouden. De totale indexering 2021 op de materiële kosten bedraagt € 4.000 na verwerking van de takendiscussie. De indexering van de materiële kosten van de bedrijfsvoering is onvermijdelijk vanwege cao-afspraken en contractenafspraken.
17
Voor het onderdeel personele overhead en bedrijfsvoering ziet de totale raming er als volgt uit (bedragen x € 1.000): Overhead (bedragen * € 1.000) Exploitatielasten Kosten formatie Bedrijfsvoering Totale lasten Overhead
2021 na taken discussie
2021
2022
2023
2024
2025
740 267
830 300
951 338
965 344
980 349
997 354
1.007
1.130
1.289
1.309
1.328
1.351 0
Totale baten Overhead
0
0
0
0
0
0
-1.007
-1.130
-1.289
-1.309
-1.328
-1.351
Stortingen in reserves Onttrekkingen aan reserves Frictiereserve
0
0
0
0
0
0
Saldo mutaties reserves Overhead
0
0
0
0
0
0
Gerealiseerde resultaat Overhead
-1.007
-1.130
-1.289
-1.309
-1.328
-1.351
Gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten Overhead
7. Bedrag heffing vennootschapsbelasting Op basis van een inventarisatie van activiteiten is geconcludeerd dat Stadsregio Parkstad Limburg niet vpb-plichtig is. Dit is bevestigd door de belastingdienst.
8. Onvoorzien Er wordt geen post ingeraamd voor onvoorziene uitgaven. Het dagelijks bestuur is bevoegd de algemene reserve ad € 115.000 als dekkingsmiddel aan te wenden voor uitgaven met een incidenteel karakter, waarvoor geen dekking kan worden gevonden binnen geautoriseerde budgetten en die kunnen worden aangemerkt als onvoorzienbaar, onvermijdbaar en onuitstelbaar. Als het dagelijks bestuur van deze bevoegdheid gebruik maakt, wordt daarover in de eerstvolgende bestuursrapportage c.q. het eerstvolgende jaarverslag verantwoording afgelegd.
9. Mutaties reserves In deze paragraaf wordt ingegaan op de beleidsintenties van de reserves en de omvang van de reserves. Reserve Ringwegen Deze reserve dient ter afdekking van de kapitaallasten van de investeringsbijdrage van € 7,2 miljoen van Parkstad op basis van het bestuursconvenant Binnen- en Buitenring Parkstad Limburg van 15 november 2005. Jaarlijks wordt hierin € 0,4 miljoen gestort en worden de rentekosten van de daarvoor aangegane lening en de afschrijvingskosten onttrokken. Het bedrag van € 7,2 miljoen wordt gesplitst afgeschreven. Het asfaltgedeelte wordt afgeschreven in 15 jaar en het funderingsgedeelte in 40 jaar, vanaf 2020, zijnde het jaar na in gebruikname van de buitenring. De afschrijvingskosten zijn € 265.000 per jaar. De rentekosten bedragen in 2022 € 106.000. De laatste storting in de reserve is voorzien in 2030. Frictiereserve In 2022 worden de volgende kosten opgenomen die worden gedekt uit de frictiereserve: Salarisgarantie conform het Sociaal Plan. Deze kosten voor 1 medewerker in dienst van Stadsregio Parkstad Limburg
18
worden geraamd op € 15.000 voor 2022 en latere jaren. Deze kosten lopen maximaal door tot het vertrek van deze medewerker als gevolg van het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd in 2026. Reserve werkbudget Algemeen Bestuur Bij het instellen van de reserve (12 oktober 2016) is besloten dat de in enig jaar niet bestemde middelen van de werkbudgetten van de bestuurscommissies en het dagelijks bestuur worden toegevoegd aan de reserve werkbudget Algemeen Bestuur. Dit met als doel deze middelen in het daarop volgende jaar opnieuw te bestemmen voor programmadoeleinden. In 2020 heeft hier geen mutatie op plaatsgevonden. Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies De werkbudgetten van de bestuurscommissies worden allen bestemd op basis van het jaarplan. Om aansluiting te vinden met de BBV worden vanuit de balans voor de projecten op basis van het realisatiebeginsel en matchingprincipe de baten en lasten naar rato van de voortgang van het project verantwoord in de exploitatie. Baten en lasten worden in de staat van baten en lasten opgenomen naar rato van de voortgang van het werk. Tekorten en overschotten worden verwerkt in de bestemmingsreserve “Werkbudgetten Bestuurscommissies”. Per saldo is het gerealiseerde resultaat nihil.
Mutatie reserves (bedragen * € 1.000)
2021 na taken discussie
2021
2022
2023
2024
2025
Stortingen in reserves kerntaken: - Reserve Ringwegen - Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies Totale stortingen
400
400
400
400
400
400
0
0
0
0
0
0
400
400
400
400
400
400
357
357
371
360
347
334
0
0
0
0
0
0
Onttrekkingen aan reserves - Reserve Ringwegen - Reserve werkbudgetten Algemeen Bestuur - Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies - Frictiereserve
0
0
0
0
0
0
20
20
15
15
15
15
Totale onttrekkingen
377
377
386
375
362
349
Saldo van onttrekkingen en stortingen
-23
-23
-14
-25
-38
-51
10. Paragrafen 10.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf wordt ingegaan op de verwachte ontwikkeling van het weerstandsvermogen / de reserves en voorzieningen, de voorgeschreven financiële kengetallen en risicobeheersing.
10.1.1 Weerstandsvermogen / reserves en voorzieningen Reserves In onderstaande tabel zijn de vermoedelijke saldi en de mutaties van de reserves opgenomen voor de jaren 2021 tot en met 2025 (bedragen x € 1.000).
19
Omschrijving (bedragen * € 1.000)
Boekwaarde 31-12-2020
Vermoedelijke mutaties Toevoeging
Algemene reserve Parkstad Totaal algemene reserves Egalisatie frictiekosten GBRD Egalisatie frictiekosten Parkstad Ringwegen Städte Region Aachen / EGTS Stortplaatsen Werkbudget Algemeen Bestuur Werkbudget Bestuurscommissie Ruimte Werkbudget Bestuurscommissie Mobiliteit Werkbudget Bestuurscommissie Wonen en Herstructurering Werkbudget Bestuurscommissie Economie en Toerisme Werkbudget Regiodeal Werkbudget Organisatie Op Orde Totaal bestemmingsreserves
Onttrekking
Bestemming resultaat vorig boekjaar
Vermindering ter dekking van afschrijvingen
Boekwaarde 31-12-2021
115
0
0
0
0
115
115
0
0
0
0
115
62 214 3.741
62
400
0
104 117
240
8 65
110 3.784 8 65
13
35
48
563
563
104
104
407
407
656 126
656 126
112
112
6.071
400
283
35
240
5.983
Gerealiseerde resultaat Totaal gerealiseerde resultaat
78 78
0
0
0
0
0
Totaal Eigen vermogen
6.264
400
283
35
240
6.098
20
Omschrijving (bedragen * € 1.000)
Algemene reserve Parkstad Totaal algemene reserves Egalisatie frictiekosten GBRD Egalisatie frictiekosten Parkstad Ringwegen Städte Region Aachen / EGTS Stortplaatsen Werkbudget Algemeen Bestuur Werkbudget Bestuurscommissie Ruimte Werkbudget Bestuurscommissie Mobiliteit Werkbudget Bestuurscommissie Wonen en Herstructurering Werkbudget Bestuurscommissie Economie en Toerisme Werkbudget Regiodeal Werkbudget Organisatie Op Orde Totaal bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat Totaal gerealiseerde resultaat Totaal Eigen vermogen
Boekwaarde 31-12-2021
Vermoedelijke mutaties
Bestemming resultaat vorig boekjaar
Vermindering ter dekking van afschrijvingen
Boekwaarde 31-12-2022
Toevoeging
Onttrekking
115
0
0
0
0
115
115
0
0
0
0
115
0 110 3.784
0
400
15 106
265
95 3.813
8 65
8 65
48
48
563
563
104
104
407
407
656 126
656 126
112
112
5.983
400
121
0
265
5.997
0
0
0
0
0
0
6.098
400
121
-
265
6.112
21
Omschrijving (bedragen * € 1.000)
Algemene reserve Parkstad Totaal algemene reserves Egalisatie frictiekosten GBRD Egalisatie frictiekosten Parkstad Ringwegen Städte Region Aachen / EGTS Stortplaatsen Werkbudget Algemeen Bestuur Werkbudget Bestuurscommissie Ruimte Werkbudget Bestuurscommissie Mobiliteit Werkbudget Bestuurscommissie Wonen en Herstructurering Werkbudget Bestuurscommissie Economie en Toerisme Werkbudget Regiodeal Werkbudget Organisatie Op Orde Totaal bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat Totaal gerealiseerde resultaat Totaal Eigen vermogen
Boekwaarde 31-12-2022
Vermoedelijke mutaties
Bestemming resultaat vorig boekjaar
Vermindering ter dekking van afschrijvingen
Boekwaarde 31-12-2023
Toevoeging
Onttrekking
115
0
0
0
0
115
115
0
0
0
0
115
0 95 3.813
0
400
15 95
265
80 3.853
8 65
8 65
48
48
563
563
104
104
407
407
656 126
656 126
112
112
5.997
400
110
0
265
6.022
0
0
0
0
0
0
6.112
400
110
-
265
6.137
22
Omschrijving (bedragen * € 1.000)
Algemene reserve Parkstad Totaal algemene reserves Egalisatie frictiekosten GBRD Egalisatie frictiekosten Parkstad Ringwegen Städte Region Aachen / EGTS Stortplaatsen Werkbudget Algemeen Bestuur Werkbudget Bestuurscommissie Ruimte Werkbudget Bestuurscommissie Mobiliteit Werkbudget Bestuurscommissie Wonen en Herstructurering Werkbudget Bestuurscommissie Economie en Toerisme Werkbudget Regiodeal Werkbudget Organisatie Op Orde Totaal bestemmingsreserves
Boekwaarde 31-12-2023
Vermoedelijke mutaties
Bestemming resultaat vorig boekjaar
Vermindering ter dekking van afschrijvingen
Boekwaarde 31-12-2024
Toevoeging
Onttrekking
115
0
0
0
0
115
115
0
0
0
0
115
0 80 3.853
0
400
15 82
265
65 3.906
8 65
8 65
48
48
563
563
104
104
407
407
656 126
656 126
112
112
6.022
400
97
0
265
6.060
Gerealiseerde resultaat Totaal gerealiseerde resultaat
0
0
0
0
0
0
Totaal Eigen vermogen
6.137
400
97
-
265
6.175
23
Omschrijving (bedragen * € 1.000)
Algemene reserve Parkstad Totaal algemene reserves Egalisatie frictiekosten GBRD Egalisatie frictiekosten Parkstad Ringwegen Städte Region Aachen / EGTS Stortplaatsen Werkbudget Algemeen Bestuur Werkbudget Bestuurscommissie Ruimte Werkbudget Bestuurscommissie Mobiliteit Werkbudget Bestuurscommissie Wonen en Herstructurering Werkbudget Bestuurscommissie Economie en Toerisme Werkbudget Regiodeal Werkbudget Organisatie Op Orde Totaal bestemmingsreserves
Boekwaarde 31-12-2024
Vermoedelijke mutaties
Bestemming resultaat vorig boekjaar
Vermindering ter dekking van afschrijvingen
Boekwaarde 31-12-2025
Toevoeging
Onttrekking
115
0
0
0
0
115
115
0
0
0
0
115
0 65 3.906
0
400
15 69
265
50 3.972
8 65
8 65
48
48
563
563
104
104
407
407
656 126
656 126
112
112
6.060
400
84
0
265
6.111
Gerealiseerde resultaat Totaal gerealiseerde resultaat
0
0
0
0
0
0
Totaal Eigen vermogen
6.175
400
84
-
265
6.226
Algemene Reserves De algemene reserve heeft een omvang van € 115.000. Deze reserve wordt aangehouden voor onvoorziene uitgaven. Het dagelijks bestuur is bevoegd de algemene reserve als dekkingsmiddel aan te wenden voor uitgaven met een incidenteel karakter, waarvoor geen dekking kan worden gevonden binnen geautoriseerde budgetten en die kunnen worden aangemerkt als onvoorzienbaar, onvermijdbaar en onuitstelbaar. Als het dagelijks bestuur van deze bevoegdheid gebruik maakt, wordt daarover in de eerstvolgende bestuursrapportage c.q. het eerstvolgende jaarverslag verantwoording afgelegd. Parkstad houdt geen eigen vermogen aan als weerstandsvermogen voor niet-structurele financiële risico’s, met het oog op de continuïteit van de organisatie en de taakvervulling. Dit risico wordt op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen gedragen door de deelnemende gemeenten. Dat betekent dat Parkstad alleen dient te beschikken over enige financiële ruimte om tussentijdse incidentele financiële calamiteiten uit de eigen begroting af te kunnen dekken. Een algemene reserve van € 115.000 voldoet aan dit criterium. Over de aanwending van het saldo van de jaarrekening 2020 wordt bij de definitieve vaststelling van de jaarstukken 2020 een besluit genomen. Het voorstel tot resultaatbestemming uit de voorlopige jaarstukken is verwerkt in de bovenstaande tabel.
24
Bestemmingsreserves Het instellen van reserves en het toevoegen aan en het onttrekken van middelen aan reserves is een bevoegdheid van het algemeen bestuur. Bij het instellen van (en het toevoegen van middelen aan) een bestemmingsreserve besluit het Algemeen bestuur een deel van het eigen vermogen af te zonderen voor de dekking van toekomstige uitgaven voor een bepaald doel. Deze besluiten worden voorgelegd via de begroting, de bestuursrapportage en de resultaatbestemming van de jaarrekening of via afzonderlijke besluiten. Het dagelijks bestuur is bevoegd tijdens de uitvoering van de begroting middelen in te zetten voor het uitvoeren van taken passend binnen het doel en de reikwijdte van bestemmingsreserves waarvoor geen of onvoldoende budget is opgenomen in de begroting, maar waarvoor wel middelen beschikbaar zijn in de bestemmingsreserves. Wanneer het dagelijks bestuur van deze bevoegdheid gebruik maakt, legt het dagelijks bestuur daarover in de eerstvolgende bestuursrapportage c.q. het eerstvolgende jaarverslag verantwoording af. Reserve frictiekosten Parkstad De meerjarige frictiekostenbudgetten vanaf 2014 waren modelmatig berekend en gebaseerd op een gelijkmatig gefaseerde afname. Door de snellere uitstroom van personeel van het Parkstadbureau dan voorzien, is sinds 2014 het beroep op het frictiebudget in de afgelopen jaren lager dan het daarvoor beschikbare budget.
De afspraak is dat het verschil tussen de werkelijke kosten en het budget worden verrekend via de reserve frictiegelden. De stand daarvan per ultimo 2020 is naar verwachting € 214.000. In het jaarverslag 2020 (paragraaf 8 Reserves) is berekend dat na 2020 nog een bedrag van € 179.000 nodig is om de meerjarige risico’s en de incidentele kosten af te dekken. Grensoverschrijdende samenwerking/Reserve Städte Region Aachen / EGTS) Deze reserve is door de resultaatbestemming jaarrekening 2009 en 2010 gevormd uit budgetoverschotten van de AG Charlemagne (de voorloper naar een EGTS). Het doel is de aanloop naar de vorming van een EGTS mogelijk te maken. In 2015 heeft er een onttrekking plaatsgevonden van € 50.000. In 2020 heeft hier geen mutatie op plaatsgevonden. De verwachting is dat deze reserve nog aangesproken gaat worden in de toekomst. Reserve werkbudget Algemeen Bestuur Bij het instellen van de reserve (12 oktober 2016) is besloten dat de in enig jaar niet bestemde middelen van de werkbudgetten van de bestuurscommissies en het dagelijks bestuur worden toegevoegd aan de reserve werkbudget Algemeen Bestuur. Dit met als doel deze middelen in het daarop volgende jaar opnieuw te bestemmen voor programmadoeleinden. In 2020 heeft hier geen mutatie op plaatsgevonden.
Reserve werkbudgetten Bestuurscommissies De werkbudgetten van de bestuurscommissies worden allen bestemd op basis van het jaarplan. Om aansluiting te vinden met de BBV worden vanuit de balans voor de projecten op basis van het realisatiebeginsel en matchingprincipe de baten en lasten naar rato van de voortgang van het project verantwoord in de exploitatie. Baten en lasten worden in de staat van baten en lasten opgenomen naar rato van de voortgang van het werk. Tekorten en overschotten worden verwerkt in de bestemmingsreserve “Werkbudgetten Bestuurscommissies”. Per saldo is het gerealiseerde resultaat nihil. Reserve ringwegen Deze reserve dient ter afdekking van de kapitaallasten van de investeringsbijdrage van € 7,2 miljoen van Parkstad op basis van het bestuursconvenant Binnen- en Buitenring Parkstad Limburg van 15 november 2005. Jaarlijks wordt hierin € 0,4 miljoen gestort en de rentekosten van de daarvoor aangegane lening en afschrijvingskosten onttrokken. In 2020 (een jaar na oplevering van de Buitenring) worden afschrijvingen voor het eerst ten laste van de reserve gebracht.
25
Reserve stortplaatsen De voorziening is gevormd ter dekking van de nazorg en eindafwerking van de stortplaats Nieuwenhagen. Meerjarige ontwikkeling reserves Aan het begin van 2022 is de verwachte omvang van de bestemmingsreserves € 6,0 miljoen. De reserve Ringwegen is het grootst met een saldo van € 3,8 miljoen. De toename van de reservepositie na 2021 is vrijwel volledig toe te schrijven aan de netto toevoeging aan de reserve ringwegen. Daarnaast is er nog een jaarlijkse onttrekking van € 15.000 aan de reserve frictiegelden voor de dekking van de kosten van het sociaal plan. Voorzieningen Naar verwachting zijn er aan het begin van het begrotingsjaar 2022 geen voorzieningen meer. De voorziening GBRD valt vrij in 2021 als gevolg van de definitieve afrekening met de gemeenten. De voorziening instandhouding financieel systeem wordt in 2021 aangewend vanwege de implementatie van een nieuw systeem. Financiële kengetallen Met ingang van de jaarrekening 2016 / begroting 2018 dient in de paragraaf weerstandsvermogen / reserves en voorzieningen en risicobeheersing een set van financiële kengetallen te worden opgenomen. Deze kengetallen zijn: 1. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. Solvabiliteitsratio; 3. Structurele exploitatieruimte; 4. Grondexploitatie 5. Belastingcapaciteit.
De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor Stadsregio Parkstad Limburg niet aan de orde. De drie relevante kengetallen worden hieronder weergegeven. Kengetal Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatie
Begroting 2021 43,5%
Begroting 2022 38,7%
Begroting 2023 33,7%
Begroting 2024 28,5%
Begroting 2025 23,0%
<100%
43,5%
38,7%
33,7%
28,5%
23,0%
<100%
57,9% 88,0%
59,5% 89,2%
61,4% 89,3%
63,4% 89,4%
65,8% 89,6%
>=20% <=100%
Norm
*Gecorrigeerd voor schatkistbankieren. Een groot deel van de kortlopende schulden betreft vooruitontvangen projectgelden. Deze staan nog op de bankrekening van het schatkistbankieren.
Netto Schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van Parkstad ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Ter duiding van het kengetal geeft de VNG aan dat een kengetal boven de 100 een aanleiding voor alertheid is, een waarde boven de 130 is een signaal om in te grijpen. Bij SPL daalt de netto schuldquote de komende jaren als gevolg van de periodieke aflossing op de langlopende lening inzake deelname in de financiering van de Buitenring. Het kengetal netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen wijkt niet af van de netto schuldquote, omdat SPL geen leningen heeft verstrekt. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin SPL in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie. Als signaalwaarde voor de
26
solvabiliteitsratio geldt een percentage van 20%. De solvabiliteitsratio van SPL neemt de komende jaren toe omdat de langlopende schuld periodiek wordt afgelost en de verwachting is dat er verder geen vreemd vermogen aangetrokken hoeft te worden. Structurele exploitatie Door het zuiveren van de incidentele lasten en baten en de mutaties uit/naar reserves, ontstaat het beeld in hoeverre er sprake is van een structureel sluitende begroting. De structurele lasten worden in dit kengetal uitgedrukt als percentage van de totale baten (voor mutaties reserves) van het betreffende jaar. Een percentage kleiner dan of gelijk aan 100% betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.
10.1.2. Risicobeheersing Op 30 november 2011 heeft het Parkstad-bestuur ingestemd met de notitie ‘Risico’s en Weerstandscapaciteit Stadsregio Parkstad Limburg’. Op 19 december 2011 heeft de Parkstadraad de notitie voor kennisgeving aangenomen. De notitie had als doel inzicht te verschaffen in de risico’s die de deelnemende gemeenten lopen via de gemeenschappelijke regeling Stadsregio Parkstad Limburg. Dat de deelnemende gemeenten uiteindelijk risicodrager zijn voor de continuïteit van het regiobureau ontslaat het regiobureau niet van de plicht tot een adequaat risicomanagement. Risicomanagement handelt over het rationeel beheersen van de risico’s. Voorwaarde daarvoor is het op systematische wijze inzicht verkrijgen in de risico’s die het regiobureau loopt: de risicoanalyse. De Risiconotitie vormt de basis voor de risicobeheersing. Via de paragrafen risicobeheersing in de begroting, bestuursrapportage en jaarstukken wordt ingegaan op de beheersing van risico’s die in het risicomanagement bijzondere aandacht behoeven. Dit zijn thans: 1. COVID-19 (Corona) 2. Transitie- en frictiekosten regiobureau na 2020 3. Inzetten van personele capaciteit op tijdelijke projecten 4. Kosten bedrijfsvoering (incl. CAO) COVID-19 (Corona) De uitbraak van het COVID-19 (Corona) eind februari 2020 heeft een enorme impact op ons allemaal. De wereldwijde pandemie leidt tot ongekende omstandigheden.
Voor de aanpak van COVID-19 kijken wij wat we, aanvullend op de landelijke maatregelen van het Rijk, kunnen doen. Dit raakt veel beleidsterreinen van onze organisatie. We streven naar een zo adequaat mogelijke uitvoering van landelijke en lokale maatregelen en naar zoveel mogelijk continuïteit van de reguliere werkzaamheden en van noodzakelijke (digitale) besluitvorming en hebben daarvoor de nodige interne maatregelen genomen. Als netwerkorganisatie is het vooral van belang dat (bestuurlijke) afstemming doorgang kan vinden. Hiervoor maken we zoveel mogelijk gebruik van videobellen. Medewerkers werken zoveel mogelijk thuis. Hiervoor zijn thuiswerkfaciliteiten ingericht. In de praktijk blijkt weliswaar dat fysieke vergaderingen vaak effectiever zijn, de reguliere werkzaamheden en noodzakelijke (digitale) besluitvorming hebben desondanks doorgang kunnen vinden. Naar verwachting ondervinden we ook in 2021 en mogelijk ook in 2022 nog gevolgen van het COVID-19. Transitie en frictiekosten Regiobureau na 2021 Na 2021 zullen er uit hoofde van de transitie nog frictiekosten gemaakt worden. Te verwachten kosten zijn de salarisgarantie conform het Sociaal Plan. Deze kosten voor 1 medewerker in dienst van Stadsregio Parkstad Limburg wordt geraamd op € 75.000. Het restant frictiebudget is daarna € 42.000.
Inzetten van personele capaciteit op tijdelijke projecten Buiten de kernformatie wordt 0,5 fte vaste bezetting gedekt uit de flexibele schil (i.c. voor grensoverschrijdende samenwerking). Als deze dekking zou wegvallen komen de frictiekosten ten laste
27
van Parkstad. De jaarlijkse loonkosten bedragen € 35.000. Indien dit risico zich zou manifesteren, moeten activiteiten worden ondernomen om de dan ontstane boventalligheid ongedaan te maken. Voor de uitvoering van de tijdelijke projecten zoals administratieve ontzorging zonnepanelen worden veelal tijdelijk mensen in dienst genomen. Het risico van tijdelijke contracten is dat er wettelijke regels zijn die het onmogelijk maken voor een langere periode tijdelijke contracten aan te bieden. Hierdoor is er sprake van het gevaar van discontinuïteit van deskundigheid en van expertise en kan ook gesproken worden van kosteninefficiëntie als een nieuwe medewerker aangetrokken moet worden. Dit risico is beperkt omdat er nog maar zeer weinig tijdelijke contracten zijn. Kosten bedrijfsvoering (incl. CAO) Op 27 november 2013 is het stappenplan ‘toekomst regionale samenwerking’ door het Parkstad-bestuur als uitgangspunt vastgesteld voor de transformatie van Parkstad. Gelijktijdig werd aan de directie van het Parkstad-bureau opdracht gegeven het stappenplan uit te voeren binnen de vastgestelde financiële kaders. Onderdeel van dit stappenplan vormde de uitbesteding van de bedrijfsvoering van Parkstad aan één van de aangesloten gemeenten.
Voorwaarde daarbij was dat de materiële kosten voor de bedrijfsvoering en huisvesting gereduceerd zouden worden van € 784.000 naar € 265.000 (een besparing van € 519.000). Medio 2014 is hiervoor een offerte-traject in gang gezet. Echter geen van de (van 3 gemeenten) ontvangen offertes bleek passend. Daarop is de bedrijfsvoering ingevuld via een mix van uitbesteden van taken op het terrein van huisvesting, facilitaire dienstverlening, administratie en ICT in combinatie met het in beperkte mate in eigen beheer uitoefenen van taken die dicht bij het primaire proces staan (officemanagement, hrm en controlling). Het structurele budget voor de bedrijfsvoering bedraagt € 340.000. De werkelijke kosten zijn hoger. Het verschil wordt in 2022 gedekt door een bedrag van circa € 40.000 (op basis van € 11.000 per fte) door te berekenen aan nog te werven extern gefinancierde projecten. Dit is een taakstelling. Dit is een vergoeding voor zowel de variabele kosten als voor de vaste kosten in de sfeer werkplekken, administratie, personele zorg en faciliteiten. Door de doorbelasting van kosten in 2022 aan tijdelijke projecten wordt het (structurele) tekort op de bedrijfsvoering gedekt en moet voorkomen worden dat aanvullend een financieel beroep moet worden gedaan op de deelnemende gemeenten.