11. Bijlage 2 Conceptjaarrekening 2021 VRZL .pdf
Tekst van het document
Vanaf 2022 gaan we werken met een combinatiefunctie van centralist en CaCo om binnen de roosters de beschikbaarheid van een CaCo te vergroten.
2.3.6 Risico's brandweerzorg Hieronder zijn de belangrijkste risico’s voor het programma Brandweerzorg weergegeven: •
•
• • •
Vrijwilligheid is een landelijk thema. In het dossier taakdifferentiatie is nog veel onduidelijk, ook of er aanvullende rijksmiddelen beschikbaar komen. Het dossier wordt intensief gemonitord mede omdat gemeenten hier een financieel risico lopen. Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS): De vorming van de landelijke meldkamer staat nog aan het begin. De LMS heeft ervoor gekozen om tot 2023 te werken met zogenaamde “bouwplaats” constructie. Er wordt in delen gebouwd en geëxperimenteerd om te bezien wat in de praktijk werkt en uitgerold zou moeten worden. Of hierdoor nog gevolgen ontstaan voor VRZL is onduidelijk maar het kan leiden tot extra kosten c.q. kwaliteitsverbetering of -verlies. Het is nog onvoldoende duidelijk of alle meerkosten voor de Hoogwatercrisis en voor de Covidcrisis vanuit het Rijk worden vergoed (zie ook volgende paragrafen). Onduidelijk of alle geplande opleidingen en trainingen i.v.m. COVID-19 uitgevoerd kunnen worden. In paragraaf 2.6.1.2 op bladzijde 28 is een tabel met risico’s opgenomen die een financiële impact kennen op brandweerzorg en op bladzijde 29 zijn deze risico’s toegelicht.
24
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
Hoogwaterramp In juli 2021 is Zuid-Limburg getroffen door een Hoogwaterramp van exceptionele proporties. Vijf dagen lang is onze organisatie op de proef gesteld en waren we maximaal opgeschaald. VRZL is verantwoordelijk geweest voor de coördinatie van de hulpverlening. Samen met onze vertrouwde partners en met hulp van velen uit andere veiligheidsregio’s en uit andere organisaties hebben we een gigantische klus geklaard. De nasleep duurt nog voort. Inmiddels is begonnen met het terugkijken op onze rol en de zorg voor de wettelijk verplichte verantwoording over de aanpak. We hebben de bestrijding van de ramp en de onderlinge samenwerking daarin geëvalueerd. Een wettelijke verplichting van de veiligheidsregio is om verantwoording af te leggen. Volgens artikel 40 van de Wet veiligheidsregio’s (WvR) is de voorzitter van een Regionaal BeleidsTeam (RBT) na afloop van ‘een crisis met meer dan plaatselijke betekenis’ verplicht om schriftelijk verslag uit te brengen aan de gemeenteraden van de getroffen gemeenten. Dit verantwoordingsverslag van de voorzitter is in september 2021 gepresenteerd en aan de deelnemende gemeenten aangeboden. Het verantwoordingsverslag is een feitelijke beschrijving van gebeurtenissen. Het is echter ook belangrijk om te leren van de werkzaamheden die we uitvoeren. Daarom hebben we er óók op ingezet dat de ramp goed geëvalueerd wordt.
Bij een GRIP 4 is gezien de grootte en de impact van de ramp de afspraak gemaakt dat objectief door een extern bureau te laten evalueren. Het hoofddoel van de evaluatie is ‘Samen Leren’. Het COT heeft voor ons zowel monodisciplinair als multidisciplinair deze evaluatie uitgevoerd en heeft rond de Kerst haar bevindingen en conclusies en aanbevelingen aan het bestuur aangereikt. In 2022 zal op basis van die aanbevelingen een plan van aanpak opgesteld worden om concreet met verbeteringen aan de slag te gaan. Gezien de omvang en impact is sprake van forse financiële consequenties. In eerste aanleg moet daarbij natuurlijk vooral aan de schade voor getroffen burgers en bedrijven worden gedacht, maar de bestrijding van de (gevolgen van) de ramp is een kostbare aangelegenheid voor de betrokken (overheids)organisaties. Volgens artikel 55 lid 2 van de Wet veiligheidsregio’s verleent de Minister een bijdrage voor de kosten die voor een veiligheidsregio voortvloeien uit de uitoefening van haar taken. De bijdrage wordt onder voorwaarden verleend. VRZL heeft op basis van een uitgebreide inventarisatie alle kosten in kaart gebracht en die conform procedure voor 15 december 2021 gemeld conform de WTS regeling. Deze termijn ligt voor de daadwerkelijke indiening van de gemaakte kosten door VRZL bij de Wet veiligheidsregio’s.
De WTS regeling schrijft voor dat eerst een beroep dient te worden gedaan op de Wet Veiligheidsrisico’s maar vanwege de onzekerheid van vergoeding is besloten een tweesporen beleid te voeren. Kosten welke niet vergoed zullen worden vanuit de Wet veiligheidsregio’s worden alsnog ingediend bij de WTS regeling. De centrumgemeente van de veiligheidsregio, de gemeente Maastricht, dient deze claim in namens de veiligheidsregio. Daarbij zijn wij samen opgetrokken met alle ketenpartners inclusief de Veiligheidsregio Limburg-Noord en de Nationale Reddingsvloot. Vooralsnog gaan wij ervan uit dat we alle meerkosten vergoed krijgen.
25
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
COVID-19 paragraaf Bij een terugblik op 2021 en de financiële verantwoording die daarbij hoort kunnen we niet om COVID19 en de impact op de organisatie veiligheidsregio heen. Voor een veiligheidsregio is een dergelijke pandemie aan de ene kant een scenario waar je op voorbereidt. Aan de andere kant is het ook een scenario met een ongekende duur en impact en een vooraf niet te bepalen risico. Voor VRZL betekent de uitbraak van COVID-19 eind februari 2020 dat opgeschaald werd naar GRIP 4, dat medewerkers uit de organisatie andere taken zijn gaan uitvoeren (namelijk hun warme taak) en dat de bestrijding van de crisis absolute topprioriteit heeft gekregen. Graag nemen we u even mee in de impact van die mooie volzin: We zijn vrij snel gaan werken met een vaste Operationeel Leider die alles rondom COVID-19 afhandelde. Dat betekent dat een teamleider van een onderdeel 40 (en heel vaak meer) uren per week belast is met de bestrijding van de crisis en dat het leiden van het team anderszins ingevuld moet worden. Dat betekent ook dat er een operationeel team actief is waarin onder meer vertegenwoordigers van politie, defensie, bevolkingszorg, EMRIC, communicatie, Openbaar Ministerie en GGD/GHOR deelnemen, die er samen voor zorgen dat zaken rondom de crisis operationeel afgestemd worden. Gezien de impact van COVID-19 is dat veelal in plaats van regulier werk gedaan.
Deze werkzaamheden zijn in 2021 gecontinueerd. Tot 1 juli hebben we opgeschaald in GRIP 4 gewerkt, met pieken in de eerste maanden van het jaar toen de pandemie op een van zijn voorlopige hoogtepunten was. Na de zomer, die voor ons in het teken van de Hoogwaterramp stond, zoals in de vorige paragraaf verwoordt, startten we medio september “door” met hernieuwd verhoogde dijkbewaking en het monitoren hoe de COVID-19 pandemie zich ontwikkelde. Vanaf medio november werkten we weer met dedicated teams voor bevolkingszorg, communicatie en een Operationeel Leider-COVID-19. We hebben niet opgeschaald naar GRIP 4 maar gekozen voor een wekelijks afstemmingsoverleg waarbij alle burgemeesters aansluitend bijgepraat werden over de ontwikkelingen. De situatie eind 2021 is beduidend anders dan begin 2020. Alle maatregelen die mogelijk genomen kunnen worden zijn voorbereid en uitgelopen. Waar we in 2020 op onderdelen (bijvoorbeeld Coronahotel) de handen uit de mouwen konden stelen is het nu vaak toekijken hoe de zorg overloopt maar onze bijdrage vanuit de operationele organisatie beperkt blijft. Waar mogelijk ondersteunen we collega’s van de GHOR, stemmen we af over mogelijke maatschappelijke onrust en gezamenlijke handhavingskaders en monitoren we ontwikkelingen. Er is sprake van grotere aantallen besmettingen waardoor mensen thuis in isolatie of in quarantaine moeten gaan.
Dat beïnvloedt de beschikbaarheid van functionarissen in roosters.
26
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
Ook in 2021 is de Veiligheidsregio Zuid-Limburg geconfronteerd met extra kosten voor het bestrijden en beheersen van COVID-19. Zie hiervoor figuur 4. Format verantwoording Kostensoort
Opgave kosten
Coronahotels/-centra Inkoop en distributie PBM Overige specifieke meerkosten Overige meerkosten Brandweerzorg repressie/incidentbestrijding Meldkamer ROC (opleidingen) GHOR Preventie Crisisbeheersing en Rampenbestrijding Risicobeheersing Bevolkingszorg Bedrijfsvoering Overige taken/activiteiten
36.986 95.888 136.492 42.525 -
Subtotaal
311.891
Minder opbrengsten (verrekend met minder kosten) Brandweerzorg repressie/incidentbestrijding Meldkamer ROC (opleidingen) GHOR Preventie Crisisbeheersing en Rampenbestrijding Risicobeheersing Bevolkingszorg Bedrijfsvoering Overige taken/activiteiten
-
Subtotaal
-
Totale kosten 2021
311.891
Figuur 4 COVID-19 kosten 2021
27
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
Paragrafen 2.6.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2.6.1.1 Definities Het weerstandsvermogen kan worden omschreven als het vermogen van VRZL om incidenteel en structureel niet begrote kosten die onverwachts en substantieel zijn, te dekken zonder verstoring van de continuïteit in de uitvoering van de reguliere taken van de veiligheidsregio. Het weerstandsvermogen bestaat enerzijds uit de weerstandscapaciteit in beschikbare middelen en mogelijkheden en anderzijds de risico’s waarvoor geen of onvoldoende voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen voor zijn afgesloten. Het weerstandsvermogen is van belang voor het beoordelen van de financiële positie van de Veiligheidsregio. De financiële eindverantwoordelijkheid voor de financiële positie van VRZL wordt door de deelnemende gemeenten gedragen, conform de Gemeenschappelijke Regeling. Onverlet deze eindverantwoordelijkheid heeft VRZL als zelfstandig orgaan een eigen verantwoordelijkheid om voldoende weerstandsvermogen te vormen. Het weerstandsvermogen kan als volgt in een formule worden weergegeven. Weerstandsvermogen
=
Weerstandscapaciteit Risico’s
De weerstandscapaciteit bestaat uit het vrij aanwendbare eigen vermogen (algemene reserve) en de ruimte in de exploitatiebegroting. Voor de geneeskundige hulpverlening (GHOR) is bepaald dat de algemene reserve maximaal 12% van de begrote gemeentelijke bijdrage mag bedragen. Voor het programma Brandweerzorg (i.c. Brandweer Zuid-Limburg) is de hoogte van het eigen vermogen bestuurlijk bepaald aan de hand van het rapport Van der Zanden (2014). De algemene reserve is gemaximaliseerd op € 1,5 miljoen. Met de toevoeging van C&R binnen VRZL moet bekeken worden of het rapport Van der Zanden wellicht herijkt dient te worden en daarmee de maximale hoogte van de algemene reserve.
2.6.1.2 Risico’s Voor de diverse producten binnen de Veiligheidsregio zijn de risico’s bepaald.
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13.
Risico's
Impact
Vrijwilligheid Technologische ontwikkelingen Landelijke stelsel discussie Verduurzaming/milieu LMS Datalekken/informatiebeveiliging Krapte arbeidsmarkt Herijking gemeentefonds Omgevingswet Maatschappelijke onrust Veiligheidsgaranties Afhankelijkheid externen bij crisis FLO
1.500.000 500.000 750.000 1.000.000 500.000 800.000 500.000 1.250.000 250.000 250.000 500.000 750.000 PM
Kans Veiligheidsregio Brandweerzorg Crisisbeheersing & Zuid-Limburg Rampenbestrijding 90% 1.350.000 95% 158.333 158.333 158.333 85% 637.500 375.000 375.000 75% 187.500 187.500 75% 133.333 133.333 133.333 50% 375.000 75% 75% 937.500 50% 125.000 50% 125.000 62.500 62.500 25% 712.500 95% -
2.291.667
28
2.841.667
1.254.167
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
•
•
•
•
•
•
• • •
• • • •
Een landelijk thema is de Vrijwilligheid. Dit is aan verandering onderhevig en de gekozen verandering zal leiden tot een financiële impact. De oplossing die uiteindelijk gekozen zal worden heeft een sterke impact op financieel gebied, nog los van het feit of er rijksmiddelen voor beschikbaar komen. Dit impliceert een financieel risico voor de deelnemende gemeenten. De snelheid van technologische ontwikkelingen hebben steeds invloed op VRZL. Indien deze technologische ontwikkelingen elkaar snel opvolgen en daarmee leiden tot een implementatierisico kan dat een operationeel risico met zich meebrengen. Landelijke stelseldiscussie. De ministerraad heeft ingestemd met de instelling van de evaluatiecommissie wet veiligheidsregio’s (WvR). De evaluatie moet inzicht geven in het functioneren van het stelsel zoals beschreven in de WvR, zowel ten aanzien van de bestuurlijke als operationele componenten. Het is de bedoeling dat de evaluatie inzicht biedt in wat goed werkt, waar er verbetermogelijkheden zijn en wat bij knelpunten de oplossingsrichtingen zijn. Welke gevolgen hiervan zullen zijn is vooralsnog niet bekend. Verduurzaming en milieu eisen worden regelmatig aangescherpt en deels ad hoc ingevoerd. Dit brengt het risico met zich mee dat er meer kosten gemaakt dienen te worden en mogelijkerwijs het buiten werking stellen van materieel.
LMS: De vorming van de landelijke meldkamer staat nog aan het begin. De LMS heeft ervoor gekozen om tot het jaar 2023 te werken met een zogenaamde “bouwplaats” constructie. De gevolgen die hierdoor kunnen ontstaan voor VRZL zijn op dit moment onduidelijk maar kan leiden tot het maken van extra kosten c.q. kwaliteitsverbetering of -verlies. De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is een Europese verordening die de regels voor verwerking van persoonsgegevens door bedrijven en overheidsorganisaties in de hele Europese Unie standaardiseert en worden gemonitord door de Autoriteit Persoonsgegevens. Datalekken die ontstaan kunnen leiden tot het opleggen van een boete. Daarnaast is het van groot belang dat de informatiebeveiliging op orde is om zo beter bestand te zijn tegen cyberaanvallen door kwaadwillende. Krapte arbeidsmarkt om kwalitatief goede medewerkers aan te trekken binnen de programmalijnen. Herijking gemeentefonds: De herijking van het gemeentefonds kan aanzienlijke financiële herverdeeleffecten hebben. Omgevingswet: Met de inwerkingtreding van de omgevingswet verandert het stelsel van regelgeving voor de fysieke en gezonde leefomgeving. Deze wetgevingsoperatie heeft gevolgen voor overheden waaronder de veiligheidsregio's en de brandweer. De exacte impact voor VRZL is nog onbekend.
Maatschappelijke onrust: Veel tijd moet worden gestoken in de maatschappelijke onrust naast het regulier managen van de crisis (COVID-19 en hoogwaterramp) Veiligheidsgaranties bij een crisis (COVID-19 en hoogwaterramp) Afhankelijkheid van externen bij crisis. FLO wordt de komende twee jaren nogmaals herijkt en wordt daarmee gemonitord op inhoud en effecten. Het gemeenschappelijke belang om de FLO-casus goed en structureel af te hechten staat hierbij voorop. Daarbij heeft het AB benadrukt dat er aandacht dient te zijn voor de interne taakstelling binnen VRZL en gekeken dient te worden of het een reëel scenario blijft voor VRZL om deze interne taakstelling met een omvang van € 560.000 structureel vanuit de eigen exploitatie op te vangen. Indien dit niet het geval is kent dit een financiële impact voor de deelnemende gemeenten.
29
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
2.6.1.3 Beleid weerstandscapaciteit en risico’s Het weerstandsvermogen wordt, zoals hierboven is omschreven, bepaald als de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s. Er wordt naar gestreefd dat de weerstandscapaciteit groter is dan de financiële omvang van de risico’s. Cijfermatig betekent dit een weerstandsvermogen dat groter is dan 1. In de volgende tabel is hieraan nadere invulling gegeven. Weerstandsvermogen > 2,0 1,4 – 2,0 1,0 – 1,4 0,8 – 1,0 0,6 – 0,8 < 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
2.6.1.4 Bepaling weerstandsvermogen Op 31 december 2021 is de weerstandcapaciteit als volgt (bedragen x € 1.000): Omschrijving Algemene reserve C&R en Brandweerzorg Algemene reserves GHOR
31 december 2021 1.488 68
TOTAAL WEERSTANDSCAPACITEIT
1.556
Omschrijving WEERSTANDSVERMOGEN
31 december 2021 0,24
Op grond van deze cijfers kan worden geconcludeerd dat het geraamde weerstandsvermogen voor de veiligheidsregio als geheel ruim onvoldoende is.
30
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
2.6.1.5 Kengetallen Bedragen in onderstaande tabellen zijn x € 1.000. 1A
Netto Schuldquote [1]
A B C D E F G H
A B C D E F G
Vaste schulden Netto vlottende schuld Overlopende passiva Financiële activa Uitzettingen Liquide middelen Overlopende activa Totale baten Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H*100% Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen [2] Vaste schulden Netto vlottende schuld Overlopende passiva Financiële activa Uitzettingen Liquide middelen Overlopende activa
H
Totale baten
1B
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H*100% 2.
Solvabiliteitsratio [3]
A B
Eigen vermogen Balanstotaal Solvabiliteit (A/B)*100%
3.
Structurele exploitatieruimte [4]
A B C D E
Totale structurele lasten Totale structurele baten Totale structurele toevoegingen aan de reserves Totale structurele onttrekkingen aan de reserves Totale baten Structurele exploitatieruimte ((B-A) +(DC))/E*100%
Rekening 2020 29.605 5.986 3.896 17.113 159 311 50.663 43,23% Rekening 2020 29.605 5.986 3.896 17.113 159 311
Begroting 2021 29.605 924 26.183 27.745 134 607 52.997 53,26% Begroting 2021 29.605 924 26.183 27.745 134 607
50.663
52.997
43,23% Rekening 2020 5.685 53.304 10,67% Rekening 2020 53.055 50.663 1.248 4.320 50.663 1,34%
Rekening 2021 27.497 4.108 16.697 25.409 149 190 53.480 42,17% Rekening 2021 27.497 4.108 16.697 25.409 149 190
Begroting 2022 27.497 924 26.183 27.745 134 607 51.667 50,55% Begroting 2022 27.497 924 26.183 27.745 134 607
Begroting 2023 25.379 924 26.183 27.745 134 607 52.363 45,83% Begroting 2023 25.379 924 26.183 27.745 134 607
51.667
52.363
53,26% Begroting 2021 8.861 47.766 18,55% Begroting 2021 51.906 51.709 3.369 3.187 51.709
53.480 42,17% Rekening 2021 4.761 60.198 7,91% Rekening 2021 52.316 51.999 3.369 3.187 51.999
50,55% Begroting 2022 8.130 43.310 18,77% Begroting 2022 52.827 51.687 4.520 5.661 51.687
45,83% Begroting 2023 7.001 48.553 14,42% Begroting 2023 53.226 52.363 4.586 5.465 52.363
-0,73%
-0,96%
0,00%
0,03%
De solvabiliteit lijkt ten opzichte van de begroting verslechterd te zijn. Echter in de begroting is de voorziening FLO nog verwerkt als zijnde een reserve. Bij het opstellen van de jaarrekening 2020 is de reserve FLO verwerkt als een voorziening FLO. Hierdoor dient € 2,7 mln. gecorrigeerd te worden op de reserves. Daarnaast is het balanstotaal in de begroting gecorrigeerd met de post vooruit gefactureerde bijdrage gemeente voor een bedrag van € 21,7 mln. waardoor het balanstotaal in de begroting lager uitkomt als de realisatie. Als we deze twee posten corrigeren in de begroting komen we tot een begroot solvabiliteitspercentage van 8,86% welke in lijn ligt met de realisatie. De structurele exploitatieruimte bedraagt -/- 0,96% hetgeen neerkomt op en negatief begrotingssaldo van € 499.000. In 2021 is bestuurlijk gevraagd om met een oplossingsrichting te komen inzake de verwerking en waardering van de voorziening FLO. VRZL heeft samen met een ambtelijke werkgroep FLO een voorstel uitgewerkt om te komen tot een juiste waardering en verwerking van de voorziening FLO in de jaarrekening 2021. Bij de uitwerking van het voorstel heeft het bestuur aangegeven dat het gewenst is dat daardoor de gemeentelijke bijdrage niet zal stijgen.
31
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
Het voorstel om te komen tot een juiste waardering en verwerking van de voorziening FLO heeft ertoe geleid dat we jaarlijks structureel € 560.000 extra doteren aan de voorziening FLO, naast een eenmalige extra dotatie van € 1.000.000. Deze structurele last van € 560.000 is in het boekjaar 2021 door VRZL deels opgevangen kunnen worden in de exploitatie door met name incidentele meevallers. Doordat in 2021 een structurele last is gedekt door incidentele meevallers sluit VRZL met een structureel begrotingssaldo van € 499.000 negatief. Het structureel begrotingssaldo is verder toegelicht in de jaarrekening in paragraaf 3.4.10. 2.6.1.6 Financiële rechtmatigheidsverantwoording De externe accountant geeft tot en met deze jaarrekening 2021 een controleverklaring af omtrent getrouwheid en (financiële) rechtmatigheid. Vanaf jaarrekening 2022 geeft de externe accountant alleen nog een controleverklaring af omtrent getrouwheid. Vanaf jaarrekening 2022 (wettelijk nog niet bekrachtigd) gaat het dagelijks bestuur een financiële rechtmatigheidsverantwoording opnemen in het jaarverslag van VRZL. Het dagelijks bestuur gaat daarmee verantwoording afleggen omtrent de financiële rechtmatigheid. Deze financiële rechtmatigheidsverantwoording wordt getoetst bij de jaarrekeningcontrole door de externe accountant.
VRZL ligt op koers om te komen tot een financiële rechtmatigheidsverantwoording in het jaardocument vanaf 2022. Zo zijn verschillende verordeningen en documenten onderhanden die in 2022 ter besluitvorming worden voorgelegd aan het bestuur. We hebben het dan o.a. over het normen- en toetsingskader, het internal control framework (risico-inventarisatie van de financiële processen), controleverordening, controleprotocol en het interne controleplan. Naast de interne controlewerkzaamheden die nu al worden uitgevoerd, zullen deze werkzaamheden in 2022 verder worden uitgebreid om te komen tot een deugdelijke grondslag voor de financiële rechtmatigheidsverantwoording.
2.6.2 Onderhoud kapitaalgoederen De kapitaalgoederen van VRZL concentreren zich binnen het programma Brandweerzorg. De kapitaalgoederen betreffen voertuigen, materieel en kazernes. Vervanging van kapitaalgoederen vindt plaats op basis van het meerjarige investeringsplan, op basis van wettelijke eisen of indien kwaliteitsverbetering daartoe aanleiding geeft. Een onderhoudsplan indiceert jaarlijks de kosten. Beleidskader, uitvoering en financiële consequenties In de financiële verordening is bepaald dat periodiek een actualisatie plaatsvindt van het meerjarig onderhoudsplan. Het onderhoudsplan voor de panden is in 2019 geactualiseerd. Op basis van dit onderhoudsplan is een voorziening groot onderhoud gevormd en worden de panden onderhouden. Er is een meerjarig investeringsplan opgesteld ten aanzien van de kapitaalgoederen. Op basis van dit meerjarig investeringsplan hebben er vervangingsinvesteringen plaatsgevonden in 2021. Op basis van het geactualiseerd onderhoudsplan zijn de panden onderhouden. De dotatie aan de voorziening groot onderhoud heeft plaatsgevonden op basis van het onderhoudsplan, de gerealiseerde onderhoudskosten van de panden zijn in 2021 onttrokken aan de voorziening.
32
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
2.6.3 Financiering Ingevolge de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO) moet de Veiligheidsregio beschikken over een Treasurystatuut. Op 27 maart 2014 is het Treasurystatuut Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Zuid-Limburg vastgesteld. De bedragen in de volgende tabellen zijn x € 1.000.
1e kw. 2021
2e kw. 2021
3e kw. 2021
4e kw. 2021
2021
53.913
53.913
53.913
53.913
53.913
8,20% 4.421
8,20% 4.421
8,20% 4.421
8,20% 4.421
8,20% 4.421
15.068 76 -
5.575 76 -
9.546 76 -
3.430 413 -
3.430 413 -
-
-
-
-
-
Vlottende middelen (gemiddeld kwartaal) Contante gelden in kas Tegoeden in rekening courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar
21.927 3
13.058 310
25.573 354
331 23.106
331 23.106
Toets kasgeldlimiet Totaal netto vlottende schuld (2 - 3) Toegestane kasgeldlimiet (1) Ruimte (+)/Overschrijding (-) (1- 4)
-6.787 4.421 11.208
-7.718 4.421 12.139
-16.305 4.421 20.726
-19.594 4.421 24.015
-19.594 4.421 24.015
Kasgeldlimiet Omvang begroting (lasten) per 1 januari (grondslag) 1.
2.
3.
4.
Toegestane kasgeldlimiet - in procenten van de grondslag - in bedrag Gemiddelde omvang vlottende korte schuld Opgenomen gelden < 1 jaar Schuld in rekening courant Gestorte gelden door derden < 1 jaar Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld
De kasgeldlimiet geeft het renterisico op de korte termijn weer. Hieronder vallen alle kortlopende financieringen met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar. De kasgeldlimiet wordt bepaald door een ministerieel vastgesteld percentage (8,2%) van de totale omvang van de begroting (lasten). Hiermee wordt de maximale hoogte aangegeven van de kort aan te trekken middelen. VRZL kent geen overschrijding van de kasgeldlimiet.
33
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
Hieronder wordt de renterisiconorm (modelstaat B) weergegeven. Stap 1 2 3
Variabelen renterisiconorm Renteherzieningen Aflossingen Renterisico (1+2)
2021 2.108 2.108
4 5a (4>3) 5b (4<3)
Renterisiconorm Ruimte onder renterisiconorm Overschrijding risiconorm
10.783 8.675 -
Berekening renterisiconorm 4a Begrotingstotaal 4b Percentage regeling 4= 4a*4b Renterisiconorm
53.913 20% 10.783
De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. Hoe meer de aflossing van de schuld in de tijd wordt verspreid, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor renteschokken bij herfinanciering. De renterisiconorm houdt in, dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Het begrotingstotaal komt daarbij in de plaats van de totale vaste schuld. De renterisiconorm heeft betrekking op uitsluitend het begrotingsjaar. VRZL kent geen overschrijding van de risiconorm.
a b
c1
Renteschema De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten
2021 477 477
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van door verstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken, die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
477
d1 d2
Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
477
e
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
477
f
Renteresultaat op het taakveld Treasury
c2 c3
-
-
34
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
Bedrijfsvoering 2.7.1.1 Wie zijn wij? In ruime zin is Bedrijfsvoering het organiseren, besturen, uitvoeren en beheersen van alle primaire, (be)sturende en ondersteunende processen. In enge zin is Bedrijfsvoering het organiseren, besturen, uitvoeren en beheersen van alle (be)sturende en ondersteunende processen. Alle ondersteunende taken voor de beide inhoudelijke programma’s (C&R en Brandweerzorg) worden tot de bedrijfsvoering (overhead) gerekend. Waar de programma’s invulling geven aan de primaire processen, geeft bedrijfsvoering invulling aan de besturende en de ondersteunende processen. Bedrijfsvoering is daarmee een belangrijke partner van de programma’s en draagt bij aan de professionaliteit van de organisatie. Bedrijfsvoering staat ten dienste van de primaire processen met betrekking tot brandweerzorg en C&R en levert gevraagd en ongevraagd advies om deze processen te bevorderen en te verbeteren. De ondersteunende processen zijn daarmee het fundament onder de primaire processen. Daarnaast heeft bedrijfsvoering expertise die van belang is bij het uitzetten van de koers voor de lange(re) termijn. Denk hierbij onder andere aan het vormen van beleid en het aanleveren van relevante en betrouwbare managementinformatie aan de hand waarvan de organisatie bijgestuurd kan worden. Deze besturende processen bepalen de richting van de organisatie.
Hiermee is een goede bedrijfsvoering cruciaal voor het realiseren van de missie van VRZL. Samen met de programma’s Brandweerzorg en C&R wordt invulling gegeven aan alle processen die nodig zijn om de taken uit te voeren. Vanuit vakmanschap en betrokkenheid zijn wij de verbindende partner in de bedrijfsvoering en leveren wij proactief de juiste producten en diensten gericht op permanente verbetering. Binnen bedrijfsvoering kennen wij de onderstaande teams: 1. 2. 3. 4.
Bestuurs- en directieondersteuning Financiën en inkoop Personeel en organisatieontwikkeling Informatie, Automatisering & Facilitair
Naast de vier bedrijfsvoeringteams neemt control een onafhankelijke positie in binnen VRZL. Concern-control heeft een brede scope en is primair op directie en bestuur gericht. Concern-control is onder directe aansturing van de directeur van de veiligheidsregio geplaatst. De concern-controller heeft een onafhankelijke positie die hem in staat stelt direct aan het dagelijks bestuur te rapporteren. 2.7.1.2 Waar staan we voor? In 2021 is een start gemaakt met de verdere professionalisering van de bedrijfsvoering binnen VRZL. Zo is de bedrijfsvoeringsfilosofie gedefinieerd. De bedrijfsvoeringsfilosofie gaat in op de wijze waarop bedrijfsvoering in gezamenlijkheid invulling geeft aan de (be)sturende en ondersteunende processen binnen VRZL. De visie van de bedrijfsvoering is om vanuit vakmanschap en betrokkenheid de verbindende partner te zijn in de bedrijfsvoering en wij leveren proactief de juiste producten en diensten gericht op permanente verbetering. Binnen de bedrijfsvoering onderkennen we drie pijlers: • • •
Ontwikkeling: beleid, projecten en advies Regievoering: Planning & Control en besluitvormingsproces Dienstverlening: zowel aan leidinggevenden alsook aan gebruikers 35
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
De kernelementen van deze drie pijlers zijn: • Ontwikkeling in gezamenlijkheid • Verbinding en vertrouwen • Vakmanschap en passie • Betrouwbaar • Informatie en kennis als basis De benoemde drie pijlers zullen vanaf 2022 verder doorontwikkeld worden. 2.7.1.3
Wat heeft het gekost?
Voor wat betreft overhead wordt de definitie gevolgd zoals die door de wetgever wordt gegeven; daarbij sluiten we aan bij de landelijke handreiking voor veiligheidsregio’s. Algemene dekkingsmiddelen
Baten Bijdrage gemeenten Bijdrage gemeenten (FLO) Bijdrage Rijk (BDUR) Totaal
Rekening 2020
Begroting 2021 voor wijziging
Begroting 2021 na wijziging
Rekening 2021
41.956 1.264 5.974 49.194
42.948 1.264 6.029 50.241
42.610 1.852 6.067 50.529
42.610 1.852 6.079 50.541
Bij de bijdrage gemeente wordt enerzijds onderscheid gemaakt in de bijdrage gemeente ter dekking van de reguliere kosten en anderzijds ter dekking van de FLO kosten. De bijdrage gemeente is verwerkt op basis van de vastgestelde begroting 2021 en de vastgestelde technische begrotingswijzigingen 2021 door het algemeen bestuur. De BDur is verwerkt conform de afgegeven beschikking 2021 door het Ministerie van Justitie en Veiligheid en bedraagt na loonbijstelling en nabetaling prijscompensatie 2021 € 6.079.107. Bedrijfsvoering (overhead)
Rekening 2020
Begroting 2021 na wijziging 141 9.430
Rekening 2021
631 9.366
Begroting 2021 voor wijziging 39 7.498
115
10
10
-
Dotatie voorzieningen Onttrekking voorzieningen Mutatie voorzieningen
-
-
-
-
Dotatie reserves Onttrekking reserves Mutatie reserves
-
344 -344
621 -621
621 -621
-8.850
-7.125
-8.678
-8.393
Baten Lasten Onvoorzien
Resultaat
182 9.196
In de overige inkomsten binnen bedrijfsvoering is een incidentele baat verantwoord van € 43.000 ter dekking COVID-19 kosten die in 2021 incidenteel zijn gemaakt. Hiertegenover staan extra exploitatielasten voor hetzelfde bedrag. 36
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
De kantoorkosten laten een onderschrijding zien door lager gerealiseerde algemene kosten dan begroot. Voor het overige liggen de exploitatie van bedrijfsvoering in lijn met de vastgestelde begroting. 2.7.1.4
Wat hebben we daarvoor in 2021 gedaan?
Organisatieontwikkeling algemeen In 2021 is een start gemaakt met de verdere professionalisering van de bedrijfsvoering binnen VRZL. Daarbij is de samenwerking met de primaire programma’s van belang. De behoeftestelling vanuit die primaire programma’s in combinatie met de expertise binnen de bedrijfsvoering teams maakt dat de organisatie in de gewenste richting kan door ontwikkelen. Een richting waarbij we in gezamenlijkheid invulling geven aan de (be)sturende en ondersteunende processen BDO Team BDO ondersteunt bestuur en directie in de breedste zin van het woord. Processen waar in 2021 invulling aan is gegeven omvatten onder meer het actualiseren van de P&C-cyclus, het medeondersteunen van de introductie van de digitale A3-systematiek voor jaarplannen. Dat draagt onder meer bij aan beter inzicht in de voortgang binnen de organisatie. F&I Team financiën en inkoop heeft in 2021 voorbereidende werkzaamheden gedaan om in 2022 het dagelijks bestuur in staat te stellen een rechtmatigheidsverantwoording op te nemen in de jaarstukken. Het proces rondom de rechtmatigheidsverantwoording en de bijbehorende verordeningen en het interne controle plan zijn opgesteld en zullen in 2022 verder worden geformaliseerd. Verder is de financiële verordening in 2021 geactualiseerd en vastgesteld door het algemeen bestuur.
Daarnaast is er gewerkt aan het actualiseren van het meerjareninvesteringsplan (MIP) en zijn de inkoopvoorwaarden en procedures aangescherpt en geactualiseerd. P&O Het Team P&O heeft in 2021 een intensief jaar gehad. Er is gewerkt aan een organisatie breed werkbelevingsonderzoek dat veel inzicht gaf in de beleving van de medewerkers en punten die verbeterd kunnen worden, per team en op organisatieniveau. Daarnaast heeft het team de werkprocessen inzichtelijk gemaakt en beschreven. De opgestelde HR-visie is een belangrijk scharnierpunt tussen de organisatiedoelstellingen en het HR-beleid. Ook in 2021 zijn een aantal nieuwe leidinggevenden geworven en is een aanzet gegeven voor een organisatie breed leiderschapsprogramma dat in 2022 zal starten. Een steeds belangrijker thema wordt het 2e loopbaanbeleid. In 2021 vallen 102 medewerkers van Incidentbestrijding onder 2e loopbaanbeleid. Voor deze doelgroep geldt dat ze na 1 januari 2006 in beroepsdienst zijn gekomen. Zij mogen maximaal 20 dienstjaren in een bezwarende functie werken. Zij hebben recht op begeleiding bij hun 2e loopbaantraject. De loopbaanbalie vervult een rol in deze begeleiding en het hanteren van het 2e loopbaanbeleid. Het doel is de betreffende medewerkers te begeleiden naar een nieuwe loopbaan na 20 jaar dienstverband binnen of buiten VRZL.
Als organisatie hebben we verschillende instrumenten ontwikkeld en beschikbaar gemaakt om medewerkers daarbij te ondersteunen waaronder een loopbaanadviseur, beleid, benaderen organisatie voor een mogelijke samenwerking. In 2021 zijn 4 medewerkers vanuit het 2e loopbaanbeleid overgestapt naar een andere functie, binnen of buiten VRZL. 37
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
I, A & F Het team I, A en F omvat Informatisering, automatisering en Facilitaire Zaken. Een zeer breed spectrum met veel lopende zaken. Afgelopen jaar is er gewerkt aan een visie op informatisering met bijhorende roadmap voor Informatiemanagement. Afgesproken is dat het in kaart brengen van bedrijfsprocessen het startpunt is om optimalisatie op IT te kunnen doorvoeren. Begin 2021 hebben de kantoormedewerkers zowel technische faciliteiten (laptop, GSM) toebedeeld gekregen alsook faciliteiten om de thuiswerkplek in te richten (bureau, stoel, etc.). Dit vanuit goed werkgeverschap en om onze medewerkers in staat te stellen hun werkzaamheden op afstand goed in te vullen. Daarnaast is er hard gewerkt vergaderruimtes op de diverse locaties uit te rusten met mogelijkheden om digitaal te kunnen vergaderen. Dit draagt sterk bij aan de filosofie van het hybride werken. In 2022 zullen de digitale middelen verder uitgebreid worden alsook de telefonie functionaliteiten om overal en altijd bereikbaar te zijn op de tijdstippen dat dit gewenst is. Op het gebied van facilitaire zaken is een belangrijk thema de nieuwbouw van de kazerne Sittard-Oost geweest waarbij gekeken wordt naar duurzame nieuwbouwmogelijkheden, passend bij deze tijd en de maatschappelijke vraag.
Algemene kengetallen Verzuimpercentage: Het gemiddelde verzuimpercentage over 2021 laat een lichte stijging zien ten opzichte van 2020. Het verzuimpercentage over 2021 is 5,25%. Ten opzichte van het jaar 2020 dat een verzuimpercentage kende van 4,46% is dit een lichte stijging en die wordt voornamelijk veroorzaakt door een hoger verzuim in Q4 van het jaar 2021 dat een omvang kende van bijna 9%. Dit is verklaarbaar door enerzijds de 4e Covid-19 golf, en kent daarmee een oorzaak buiten VRZL, en anderzijds is een deel van het verzuim in Q4 werk gerelateerd en terug te herleiden naar de hoogwater ramp en de gevolgen daarvan (stress en werkdruk). Personele opbouw en samenstelling De personele opbouw en samenstelling van VRZL is als volgt: Personele opbouw en samenstelling Peildatum
Beroeps*
01-01-21 31-12-21
363 369
Gemiddelde leeftijd 46,4 46,3
Man
Vrouw
Vrijwilligers
300 301
63 68
558 547
01-01-21 *waarvan 172 ook een vrijwillige aanstelling 31-12-21 *waarvan 146 ook een vrijwillige aanstelling
38
Gemiddelde leeftijd 41,5 41,4
Man
Vrouw
531 523
27 24
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
2.7.2 Verbonden partijen 2.7.2.1 Definitie Een verbonden partij is een rechtspersoon waarin de gemeenschappelijke regeling zowel bestuurlijk als financieel een belang heeft. VRZL is een samenwerkingsverband op grond van de Wet veiligheidsregio’s, waaraan de 16 Zuid-Limburgse gemeenten deelnemen. Vastgelegd is dat de deelnemende gemeenten er zorg voor dragen dat de Veiligheidsregio over voldoende middelen beschikt om aan haar verplichtingen te kunnen voldoen waarmee de exploitatie en het afdekken van financiële risico’s gewaarborgd zijn. 2.7.2.2 Lijst van verbonden partijen De Veiligheidsregio Zuid-Limburg participeert in de gemeenschappelijke regeling ICT PIT als verbonden partij. Verbonden partij Belang GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN Gemeenschappelijke Bestuurlijk verbonden regeling ICT PIT via het algemeen bestuur van de GR. Financieel verbonden via de bijdrage in de gemeenschappelijke kosten voor ca. € 1,0 miljoen op jaarbasis. Deze kosten betreffen: • Kosten van accounts/ werkplekken; • Kosten opslag. Overige diensten worden afgerekend op basis van overeenkomst.
Doel
Ontwikkelingen
Het leveren van ICTbasisvoorziening d.m.v. technisch beheer.
VRZL neemt vanaf 2015 deel aan deze regeling en draagt naar rato van de afname van ICTdiensten bij aan de kosten van de gemeenschappelijke regeling ICT ter ondersteuning van de bedrijfsvoering
Vanuit financieel perspectief zijn de volgende cijfers relevant Verbonden partij GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN Gemeenschappelijke regeling ICT PIT Eigen vermogen Vreemd vermogen Verwacht resultaat Risico’s
Begin 2021 Eind 2021 0 0 0 0 0 0 Parkstad IT functioneert zonder winstoogmerk. De kosten worden naar rato van afname van de dienstverlening verdeeld over de deelnemers. De bijdrage van de deelnemers op rekening basis is gelijk aan de geraamde bijdrage tenzij het resultaat in de jaarrekening van PIT met meer dan € 250.000 afwijkt. In dat geval vindt verrekening met de deelnemers naar rato plaats. Resultaten binnen de bandbreedte van € 250.000, positief of negatief, lopen via de balans over naar een volgend exploitatiejaar. De bijdrage aan PIT wordt jaarlijks in de begroting van de VRZL geraamd.
39
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
2.7.2.3 Overige aspecten samenwerking Naast de verbonden partijen, zijn de volgende zaken van belang. • •
•
•
Met de Politie is een convenant afgesloten waarin afspraken over de bijdrage van de politie aan de gezamenlijke risicobeheersing, Crisisbeheersing en Rampenbestrijding staan benoemd; Met de GGD Zuid-Limburg is een bestuursovereenkomst afgesloten waarin de afspraken rond de uitvoering van de GHOR-taken staan benoemd. De GHOR maakt organisatorisch deel uit van de afdeling Acute Zorg van de gemeenschappelijke regeling GGD Zuid-Limburg; In 2013 is met de colleges van de deelnemende gemeenten een overeenkomst gesloten waarin de taakoverdracht is geregeld rondom bevolkingszorg (voorbereiding en coördinatie). Deze is in 2021 geactualiseerd en opnieuw bestuurlijk bekrachtigd.; Verder is er een overeenkomst tot levering van diensten met Chemelot/Sitech. Dit betreft een samenwerking op het gebied van ongevalsbestrijding met gevaarlijke stoffen (gaspakkeninzet en schuimblussing). Door deze overeenkomst (per 1-1-2014) wordt voldaan aan de Wet veiligheidsregio’s. In de afgelopen periode is binnen die samenwerking onder meer een gezamenlijk Drone-team ingericht.
40
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
3 DEEL C – JAARREKENING
41
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
Balans (voor resultaatbestemming) Bedragen x € 1. 31 december 2021
31 december 2020
1.679.749 11.643.398 760.678 1.311.311 283.792 16.055.446 1.647.819 1.066.527 34.448.722
1.679.749 12.238.218 783.779 1.479.506 39.743 16.297.462 2.013.227 1.188.866 35.720.550
34.448.722
35.720.550
2.121.708 23.043.087 244.667 25.409.462
913.389 16.117.544 82.150 17.113.083
Liquide middelen
149.068
159.179
Overlopende activa
190.382
311.452
Totaal vlottende activa
25.784.912
17.583.714
Totaal activa
60.197.634
53.304.264
Activa VASTE ACTIVA Materiële vaste activa met economisch nut Gronden en terreinen Bedrijfsgebouwen Inventaris en inrichting Installaties ICT en automatiseringsapparatuur Voer- en vaartuigen en haakarmbakken Brandweermaterialen Kleding
Totaal vaste activa VLOTTENDE ACTIVA Uitzettingen met een rente typische looptijd <1 jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzetting in ’s Rijks schatkist Overige vorderingen
42
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
31 december 2021
31 december 2020
1.556.346 3.204.929 -120.073 4.641.202
1.724.092 3.960.510 680.046 6.364.648
7.255.827
7.453.321
27.496.504 27.496.504
29.605.001 29.605.001
4.107.587 4.107.587
5.985.659 5.985.659
Overlopende passiva
16.696.514
3.895.635
Totaal passiva
60.197.634
53.304.264
Passiva VASTE PASSIVA Reserves Algemene reserve Bestemmingsreserves Nog te bestemmen resultaat
Voorzieningen Vaste schulden Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen
VLOTTENDE PASSIVA Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd < 1 jaar Overige schulden
43
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
Overzicht van baten en lasten Hieronder is het recapitulerend financieel overzicht weergegeven. Alle bedragen zijn x € 1.000. Veiligheidsregio Zuid-Limburg (totaal) Baten Bijdrage gemeenten Bijdrage gemeenten (FLO) Bijdrage Rijk (BDUR) Overige inkomsten Totaal
Rekening 2020
Begroting 2021 voor wijziging
Begroting 2021 na wijziging
Rekening 2021
41.956 1.264 5.974 1.469 50.663
42.948 1.264 6.029 598 50.839
42.610 1.852 6.067 2.468 52.997
42.610 1.852 6.079 2.939 53.480
Lasten Personeel Opleiding, vorming en training Kantoor Automatisering Huisvesting Voertuigen Materialen Kapitaallasten Totaal
28.392 1.108 1.149 394 3.353 1.044 970 3.868 40.278
28.835 1.623 1.483 2.020 3.023 1.100 942 4.955 43.981
31.406 1.533 1.221 436 3.471 1.057 852 4.715 44.691
31.899 1.525 1.348 646 3.440 1.060 1.000 4.599 45.517
Overhead Onvoorzien Totaal
9.366 115 9.481
7.498 10 7.508
9.430 10 9.440
9.196 9.196
Dotatie voorzieningen Onttrekking voorzieningen Mutatie voorzieningen
6.212 2.916 3.296
845 887 -42
3.675 3.893 -218
3.691 3.888 -197
Dotatie reserves Onttrekking reserves Mutatie reserves
1.248 4.320 -3.072
4.490 5.098 -608
3.369 4.285 -916
3.369 4.285 -916
680
-
-
-120
Resultaat
44
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
Toelichting op de balans 3.3.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Hierna wordt per categorie aangegeven welke grondslagen zijn gehanteerd. In de jaarrekening is de Geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR) als integraal onderdeel van VRZL verantwoord. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening Waardering van passiva en activa alsmede de bepaling van het resultaat vinden in principe plaats op basis van historische kosten. Activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde, tenzij in deze grondslagen anders is vermeld. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop zij betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q.
schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeid gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten verantwoord in het jaar dat uitbetaling plaatsvindt. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt dan ook geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. Daarbij moet worden gedacht aan overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken. De waarderingsgrondslagen per balansonderdeel worden in het vervolg van deze jaarrekening toegelicht. Schattingswijziging Bij VRZL is in 2021 sprake geweest van een schattingswijziging. In 2021 heeft een evaluatie plaatsgevonden van het waarderings- en afschrijvingsbeleid van de materiele vaste activa. Hierin is naar voren gekomen dat de in het verleden toegepaste afschrijvingstermijnen niet meer passen binnen de werkelijke gebruiksduur van de materiele vaste activa. Het waarderings- en afschrijvingsbeleid alsmede de afschrijvingstermijnen zijn aangepast naar de laatste inzichten en opgenomen in de financiële verordening. De (aangepaste) financiële verordening is in september 2021 vastgesteld door het algemeen bestuur. De materiele vaste activa en de kapitaallasten zijn in de jaarrekening verwerkt conform de vastgestelde (aangepaste) financiële verordening.
De bestaande boekwaarden zijn niet herrekend, maar worden over de langere (dan wel kortere, dan wel gelijkblijvende) verwachte gebruiksduur afgeschreven (prospectief). Het effect van de schattingswijziging op de kapitaallasten bedraagt € 591.202 (hogere kapitaallasten). Bij het vaststellen van de jaarrekening 2020 heeft het algemeen bestuur ingestemd met de vorming van een bestemmingsreserve schattingswijziging voor een bedrag groot € 255.000. Deze bestemmingsreserve is gevormd ter dekking van de extra kapitaallasten die voortkomen uit de schattingswijziging 2021.
45
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
Vaste activa Materiële vaste activa met economisch nut Materiële vaste activa zijn fysiek aanwezige activa. Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Alle investeringen met een economisch nut > € 2.500 of een levensduur van > 2 jaar worden conform de financiële verordening geactiveerd. Alle materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs verminderd de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegen duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. Afschrijvingen De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn opgenomen in de financiële verordening zoals vastgesteld door het algemeen bestuur in haar vergadering van 24 september 2021. De afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode en starten op 1 januari van het jaar ná ingebruikname van het actief. De afschrijvingstermijnen worden bepaald op basis van de verwachte gebruiksduur zonder rekening te houden met restwaarde. De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Op gronden wordt niet afgeschreven. Eventuele boekwinsten bij inruil of afstoting van een kapitaalgoed zijn als incidentele bate verwerkt in de jaarrekening.
De volgende afschrijvingstermijnen, zoals vastgelegd in de financiële verordening, zijn van toepassing: Afschrijvingstermijn in jaren Gronden en terreinen niet afschrijven Gebouwen en renovaties 10-40 Installaties 5-20 Inventaris en inrichting 5-10 ICT en automatiseringsapparatuur 3-8 Voer-, vaartuigen en haakarmbakken 3-20 Brandweermaterieel 3-20 Kleding 5-10
Vlottende activa De vlottende activa worden onderverdeeld in: • • •
Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Liquide middelen Overlopende activa
Uitzettingen met een rente typische looptijd < 1 jaar De uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. Deze voorziening wordt statisch bepaald. Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. 46
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
Overlopende activa De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. Deze voorziening wordt statisch bepaald.
Vaste passiva Reserves In het BBV worden reserves omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij te besteden zijn. De vaststelling van de noodzakelijke omvang van de reserves is een zaak van het algemeen bestuur. Daarom worden reserves ook wel onderverdeeld in algemene en bestemmingsreserves. Zodra het algemeen bestuur aan een reserve een bepaalde bestemming heeft gegeven, is er sprake van een bestemmingsreserve. Om die reden kunnen bestemmingsreserves naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Heeft een reserve geen bestemming dan wordt het een algemene reserve genoemd. Mutaties in reserves zijn enkel mogelijk op basis van een besluit van het algemeen bestuur voor het einde van het betreffende begrotingsjaar. De reserves worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voorzieningen Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen (schulden) van VRZL. Om die reden kunnen voorzieningen naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Voorzieningen worden gewaardeerd op de contante waarde of het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies.
Voorzieningen worden gevormd indien sprake is van: • Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten • Op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten • Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatig verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren • De onderhoudsvoorzieningen hebben betrekking op diverse beheerprogramma’s en dienen voornamelijk tot gelijkmatige verdeling van lasten over een reeks van jaren, afhankelijk van de onderhoudscyclus. De vorming van een voorziening, dan wel dotatie aan een reeds bestaande voorziening, is als last in het betreffende boekjaar verantwoord. Alle aanwendingen aan voorzieningen lopen ook via de exploitatie. Aan de voorziening ter egalisatie van (onderhouds)lasten van kapitaalgoederen over meerdere begrotingsjaren ligt een actueel (beheer)plan ten grondslag. Uitgevoerd achterstallig onderhoud is daarbij ten laste van de exploitatie verantwoord. Deze lasten zijn niet ten laste van de gevormde voorziening gebracht.
Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Voor het bepalen van het “jaarlijks vergelijkbaar volume” is een tijdsperiode van vier jaar gehanteerd.
47
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
Vaste schulden De vaste schulden zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde (hoofdsom) verminderd met het totaal van de gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente typische looptijd van één jaar of langer.
Vlottende passiva De vlottende passiva worden onderverdeeld in: • •
Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd < 1 jaar Overlopende passiva
Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd < 1 jaar De netto vlottende schulden met een rente typische looptijd < 1 jaar zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Overlopende passiva De overlopende passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Resultaatbepaling Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de ontvangen gemeentelijke en rijksbijdragen alsmede de overige inkomsten en alle aan het verslagjaar toe te rekenen lasten. Hierbij wordt het stelsel van baten en lasten gehanteerd, met inachtneming van het voorzichtigheidsbeginsel, het toerekeningsbeginsel en het realisatiebeginsel. Vennootschapsbelasting VRZL heeft geen activiteiten die vallen onder de vennootschapsbelasting en is derhalve niet belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting.
48
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
3.3.2 Vaste activa 3.3.2.1 Materiële vaste activa met economisch nut Per einde boekjaar 2021 bedraagt de boekwaarde van de materiële vaste activa € 34,5 miljoen (ultimo 2020 € 35,7 miljoen). Voor de opbouw naar activasoort wordt verwezen naar het onderstaande overzicht van geactiveerde kapitaaluitgaven. In 2021 heeft een verdere verdieping plaatsgevonden van de onderscheidende materiële vast activa posten. Zo zijn de ICT- en automatiseringsapparatuur en de installaties separaat weergegeven. Middels een herrubricering is de beginbalans hierop aangepast. Overzicht van geactiveerde kapitaaluitgaven Omschrijving
Materiële activa met economisch nut a. Gronden en terreinen b. Bedrijfsgebouwen c. Installaties d. Inventaris en inrichting e. ICT en automatiseringsapparatuur d. Voer- en vaartuigen en haakarmbakken e. Brandweermaterialen f. Kleding Totaal materiële vaste activa
Boekwaarde 31 december 2020
Vermeerderingen 2021
Afschrijvingen 2021
Boekwaarde 31 december 2021
1.679.749 12.238.218 1.479.506 783.779 39.743 16.297.462 2.013.227 1.188.866 35.720.550
25.540 38.765 136.722 257.297 1.828.963 210.292 353.138 2.944.987
620.360 206.958 159.823 13.248 2.070.979 575.700 475.477 4.122.545
1.679.749 11.643.398 1.311.313 760.678 283.792 16.055.446 1.647.819 1.066.527 34.448.722
Overzicht kapitaallasten Omschrijving
Afschrijvingen 2021
Rente 2021
Totaal Kapitaallasten
Materiële activa met economisch nut a. Gronden en terreinen b. Bedrijfsgebouwen c. Installaties d. Inventaris en inrichting e. ICT en automatisering d. Voertuigen e. Brandweermaterialen f. Kleding
620.360 206.958 159.823 13.248 2.070.979 575.700 475.477
41.921 296.259 6.402 2.621 64.737 55.456 9.263
41.921 916.619 213.360 162.444 13.248 2.135.716 631.156 484.740
Totaal
4.122.545
476.659
4.599.204
Toelichting mutaties materiële vaste activa met economisch nut 2021 Alle investeringen die in 2021 zijn gedaan, passen binnen het door het algemeen bestuur goedgekeurde meerjarig investeringsplan. Gronden en terreinen Saldo per 31.12.2021 is € 1.679.749. In 2021 zijn geen gronden aangekocht. Gebouwen en renovaties Saldo per 31.12.2021 is € 11.643.398. Het saldo van de vermeerderingen bedraagt € 25.540. Installaties Saldo per 31.12.2021 is € 1.311.313. In 2021 is er voor € 38.765 in installaties geïnvesteerd. 49
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
Inventaris en inrichting Saldo per 31.12.2021 is € 760.678. In 2021 is er voor € 136.722 nieuwe inventaris aangeschaft. Het betreft voornamelijk vervanging van bestaande inventaris. ICT- en automatiseringsapparatuur Saldo per 31.12.2021 is € 283.792. De investeringen in 2021 bedroegen € 257.297 en hebben o.a. betrekking op: • • • •
Iphones Patchkasten Videoconference (teams) ICT-risicobeheersing
€ € € €
32.137 13.016 22.756 148.756
Voer-, vaartuigen en haakarmbakken Saldo per 31.12.2021 is € 16.055.446. De investeringen in 2021 bedroegen € 1.828.963 en betreffen o.a.: • • •
Tankautospuiten Watertransport Warmtebeeldcamera’s
€ € €
102.827 1.465.316 147.903
Brandweermaterialen Saldo per 31.12.2021 is € 1.647.819. De investeringen in 2021 bedragen totaal € 210.292 en hebben betrekking op onder meer: • • • •
C2000 verbindingsmiddelen Ademluchttoestellen Navigatie Duikpakken
€ € € €
30.111 30.250 89.050 39.964
Kleding Saldo per 31.12.2021 is € 1.066.527. In 2021 is voor € 353.138 aan kleding aangeschaft met name voor de uitrukploegen.
50
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
3.3.3 Vlottende activa 3.3.3.1 Uitzettingen met een rente typische looptijd < 1 jaar Saldo per 31.12.2021 is € 25.409.462. De vorderingen op openbare lichamen per ultimo 2021 betreft met name een vordering opgenomen op het Ministerie van VWS inzake de declaratie coronakosten 2020 en 2021 groot € 782.250 en een vordering op basis van art. 55 lid 1 van de Wet veiligheidsregio inzake de Hoogwaterramp groot € 758.221. Daarnaast bestaat de vordering uit een afrekening met de Veiligheidsregio Limburg-Noord inzake de gezamenlijke meldkamer groot € 417.389. Daarnaast heeft de Veiligheidsregio Zuid-Limburg nog een vordering op de Gemeente Valkenburg a/d Geul welke betrekking heeft op de Hoogwaterramp groot € 58.794 en betreft een vordering op de GGD Zuid-Limburg groot € 32.784. Tenslotte maakt de GHOR, waarmee de Veiligheidsregio Zuid-Limburg een rekening-courantverhouding heeft, voor € 181.774 deel uit van het totaalbedrag. De overige vorderingen op openbare lichamen bedragen € 72.270. Conform artikel 39 van BBV is de rekening-courantverhouding met het Rijk, het schatkistbankieren, ad € 23.043.087, onder uitzettingen in ’s-Rijksschatkist met een rente typische looptijd < 1 jaar gepresenteerd. De overige vorderingen betreffen vorderingen op derden. De afwikkeling van deze vorderingen heeft een normaal verloop.
Specificatie uitzettingen met een rente typische looptijd < 1 jaar Omschrijving Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s-Rijksschatkist Overige vorderingen Totaal
51
31 december 2021
31 december 2020
2.121.708 23.043.087 244.667 25.409.462
913.389 16.117.544 82.150 17.113.083
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
3.3.3.2 Overzicht schatkistbankieren De Wet schatkistbankieren schrijft voor dat de decentrale overheden, waaronder ook de Veiligheidsregio, al hun overtollige liquide middelen en beleggingen aanhouden bij het Ministerie van Financiën. In 2021 is een drempelbedrag bij de bank gehanteerd van € 1.038.000. Er zijn geen overschrijdingen geweest in 2021.
Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar (1)
Drempelbedrag
1.038 Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
121
122
110
119
917
916
928
919
-
-
-
-
(2)
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag (3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag (1) Berekening drempelbedrag
Verslagjaar (4a)
Begrotingstotaal verslagjaar
51.906
(4b)
Het deel van het 51.906 begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen (4c) Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat (1) = (4b)*0,02 Drempelbedrag 1.038 + (4c)*0,002 met een minimum van € 1 mln. (2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (5a)
(5b)
Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) Dagen in het kwartaal
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
10.890
11.102
10.120
10.948
90
91
92
92
121
122
110
119
(2) - (5a) / (5b) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
52
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg
3.3.3.3 Liquide middelen Saldo per 31.12.2021 is € 149.068. De liquide middelen laten per ultimo 2021 een positieve stand zien van € 0,15 miljoen (2019: € 0,16 miljoen) en bestaan uit € 5.113 aan contante middelen en uit € 143.955 aan tegoeden bij bankinstellingen. Specificatie liquide middelen Omschrijving Kas Bank Totaal
31 december 2021
31 december 2020
5.113 143.955 149.068
11.828 147.351 159.179
Rondom de liquide middelen zijn de regels van schatkistbankieren van toepassing. In paragraaf 3.3.3.2 is het desbetreffende overzicht ingevoegd. Per ultimo 2021 is sprake van een kredietfaciliteit bij de Rabobank ter grootte van € 10.000.
3.3.3.4
Overlopende activa
Specificatie overlopende activa Omschrijving Overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal
31 december 2021 190.382
31 december 2020 311.452
190.382
311.452
De overlopende activa groot € 263.655 betreffen voornamelijk bij de verzekering ingediende lasten met betrekking tot de Hoogwaterramp groot € 58.788 en diverse reeds betaalde licentiekosten en verzekeringspremies die (deels) betrekking hebben op 2022.
53
Jaarstukken 2021 Veiligheidsregio Zuid-Limburg