RVS Vaststellen vGRP 2022-2026 bijlage 1 rapport
Tekst van het document
Als er extreme neerslag optreedt is er sprake van overmacht en kan er wateroverlast optreden. Vooral in de volledig verharde en lagergelegen gebieden in de stad moeten perceel- en pandeigenaren rekening houden met dit vaker voorkomen van extreme neerslag. Onder andere door de inrichting van en voorzieningen op het eigen terrein, het treffen van inpandige maatregelen en/of het aanbrengen van dorpels kan wateroverlast veelal worden beperkt of voorkomen. Om meer inzicht te verkrijgen in de gevolgen van klimaatverandering brengt de gemeente de komende planperiode ook de effecten van toekomstig zwaardere buien in beeld. Hierbij wordt uitgegaan van twee klimaatbuien, namelijk de blokbui T=100 (duur 1 uur, 70 mm, klimaat 2050) en de bui met dezelfde herhalingstijd, duur en hoeveelheid, maar dan met een verloop in de tijd (piek op 35 minuten) vanuit de Kennisbank Riolering. -> zie ook toetsingsnorm. Omdat klimaatverandering een geleidelijk verloop heeft, grijpt de gemeente (wijk-)renovaties of herinrichtingen aan om het openbare stedelijke gebied stap voor stap op de klimaatverandering aan te passen. Dit vergt tijd en in gevallen ook de medewerking van perceeleigenaren die hun verantwoordelijkheid nemen.
Klimaat Vanuit de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie (september 2014) is afgesproken dat klimaatbestendig en water robuust inrichten in Nederland een vanzelfsprekend onderdeel moet zijn bij ruimtelijke (her)ontwikkelingen. Het doel van het deltaprogramma is dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en water robuust moet zijn. Uitgangspunten voor gemeenten en waterschap is om te anticiperen in werkzaamheden op de verwachte klimaatverandering en risicolocaties voor wateroverlast in de toekomst zoveel mogelijk te voorkomen. Het klimaatbestendig handelen dient in 2020 te zijn verankerd in gemeentelijk beleid zodat steden in 2050 daadwerkelijk zoveel mogelijk klimaatbestendig kunnen zijn. Omdat water slechts één van de thema’s binnen de klimaatbestendige stad vormt zal er een integrale visie binnen de gemeente nodig zijn om echt invulling te geven aan de Deltabeslissing. Daarnaast zijn oplossingsrichtingen in de openbare ruimte onderling sterk met elkaar verweven waardoor een breed gedragen visie voor ontwerp, uitvoering en financiering van maatregelen vereist is.
45
5.2.4
Watertoets
Voor alle ruimtelijke plannen moet een watertoets worden uitgevoerd. In deze watertoets wordt aangegeven hoe in het betreffende plan met water wordt omgegaan. Aspecten als oppervlaktewater, grondwater, hemelwater, afvalwater, waterkwaliteit en -kwantiteit, omgevingsfactoren en waterberging komen hierin aan de orde. Met de watertoets wordt de waterbeheerder tijdig betrokken in het ontwerpproces. Het streven is om vanuit de watertoets in de nabije toekomst te gaan komen tot een klimaattoets, waarbij ook de aspecten droogte en hitte worden betrokken. In geval van nieuwe bebouwing dient de toename aan verhard oppervlak te worden gecompenseerd met waterberging op eigen terrein. In uitzonderlijke gevallen kan gebruik worden gemaakt van het Waterbergingsfonds. Hiermee kan de verplichting tot het realiseren van waterberging door de gemeente worden afgekocht van de initiatiefnemer. Deze waterberging wordt dan, in overleg met waterschap Scheldestromen, elders (en op een later tijdstip) gerealiseerd. Tot op heden is nog geen gebruik gemaakt van het Waterbergingsfonds.
5.2.5
Living lab
De landbouw in Nederland en Schouwen-Duiveland staat voor een aantal grote uitdagingen, zowel nu als in de toekomst. “Hoe gaan we om met een wisselend klimaat met langere droge periodes? Welke gevolgen heeft zeespiegelstijging en bodemdaling voor de zoetwaterbeschikbaarheid? Hoe houd ik mijn bedrijf economisch gezond? Loont het om over te schakelen naar andere teelten? En welk verdienmodel is toekomstbestendig?” In het project Klimaat- en water-robuust Laag-Nederland van nu naar 2100 werken agrariërs, bedrijfsleven, overheden en kennisinstellingen aan een “plan” voor het landgebruik en het inrichten van het landelijk gebied van Schouwen-Duiveland. Hierbij is naast het klimaat- en water-robuust maken veel aandacht voor de toekomstige verdienmodellen voor de diverse stakeholders. Nadrukkelijk wordt gezocht naar vernieuwde landgebruikstypen. Dit proces wordt in de komende 3 ½ jaar doorlopen in drie laag gelegen gebieden in Nederland. Inzet is dat iedereen wordt meegenomen hoe binnen een generatie (2050) kan worden gekomen tot een economisch, sociaal en klimaat/water-robuuste inrichting van het landelijk gebied. Het project wordt uitgevoerd onder de paraplu van het living Lab Schouwen-Duiveland. Het Living Lab gaat samenwerken met Wageningen Research (WUR), Deltares, KWR-water en overheden en organisaties actief in Noord-Holland en Friesland.
Onderdeel is broedplaats met bodem- en watercoachtrajecten, onderzoek naar vasthouden van hemelwater in de bodem, fieldlabs voor regionale oplossingen, aanpak van governanceproblemen en leer en kennisnetwerk (Zoetwater academie), maar ook onderzoek naar ontzilten van brak grondwater of oppervlaktewater, gebruik van effluent van rioolwaterzuiveringsinstallaties en gebruik van vrijkomend hemelwater van verhard terrein/ hemelwaterriolen/ontkoppeld hemelwater van het afvalwaterriool. Daarnaast is er inmiddels een onderzoek uitgevoerd naar de externe aanvoer van zoet water.
46
5.3
GRONDWATER
Op grond van de Waterwet (Artikel 3.6) heeft elke gemeente een grondwaterzorgplicht. Dat betekent dat de gemeente in het openbaar gebied maatregelen moet treffen om structurele nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Voorwaarden hierbij zijn dat de te treffen maatregelen doelmatig zijn en er geen verantwoordelijkheid bestaat voor het waterschap of de provincie. De gemeente moet zich dus zoveel mogelijk inspannen om structurele problemen als gevolg van een voor de gebruiksfunctie nadelige grondwaterstand in openbaar gebied te voorkómen of te beperken. In 2021 is in de grondwaternota verwoord hoe invulling wordt gegeven aan de grondwaterzorgplicht. Deze nota is in 2021 vastgesteld. In 2022 zal vervolg worden gegeven aan een motie van de gemeenteraad om: De mogelijkheden te onderzoeken om de bewustwording en initiatieven van inwoners te vergroten; Te onderzoeken in hoeverre het mogelijk en wenselijk is om dit te combineren met activiteiten op het gebied van de energiestrategie en de transitievisie warmte; Te onderzoeken welke kosten daarmee gemoeid zijn; Zoals opgenomen in de motie zal de gemeenteraad hierover voor 1 mei 2022 over worden geïnformeerd.
5.4
OPPERVLAKTEWATER
5.4.1
Verantwoordelijkheden
Het werken aan water doen de gemeente en waterschap Scheldestromen samen, maar ieder heeft zijn eigen verantwoordelijkheden en taken. In onderstaande tabel 5.2 is een overzicht op hoofdlijnen opgenomen van de verschillende verantwoordelijkheden van de verschillende partijen. Tabel 5.2: taakverdeling overheden (ruimer dan alleen oppervlaktewater) Partij
Verantwoordelijk voor
Gemeente
Riolering: zorgplicht voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater en overtollig hemelwater Milieu en volkshuisvesting Beheer en onderhoud openbaar gebied Ontwatering van de (eigen) openbare ruimte Voorkomen van negatieve effecten van het freatisch grondwater Ruimtelijke ordening (inclusief bestemmingplannen, watertoetsen) Veiligheid fysieke leefomgeving Waterkwaliteits- en waterkwantiteitsbeheer van het oppervlaktewater in het beheersgebied; Draagt zorg voor de afwatering; Beheer en onderhoud van oppervlaktewater ten behoeve van waterhuishoudkundige functies (waterafvoer etc.); Beheer en onderhoud van oppervlaktewater binnen stedelijk gebied (sierwater, recreatiewater en dergelijke); Baggeren; Afvoer en zuivering van afvalwater (RWZI); Kustverdediging en beheer en onderhoud waterkeringen; Operationeel grondwaterbeheer; Advisering bij ruimtelijke plannen (wateradvies). Vergunningverlening grondwateronttrekking diepe grondwater;
Waterschap Scheldestromen
Provincie Zeeland Particuliere grondeigenaren en bedrijven
Ontwatering en afwatering op eigen perceel Onderhoud watergangen en taluds op eigen perceel
47
Voor het oppervlaktewater heeft de gemeente geen zorgplicht. De gemeente heeft echter wel (samen met de andere partijen in het waterbeheer) een resultaatsverplichting voor de maatregelen die gezamenlijk zijn afgesproken voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Deze maatregelen zijn opgenomen in stroomgebiedsbeheerplannen. De gemeente moet daaraan een bijdrage leveren wanneer lozingen vanuit de riolering hier een negatieve invloed op hebben. Ook dient het water te voldoen aan de functie die aan de waterloop of waterpartij is gegeven (bijvoorbeeld bergingsfunctie). Daarmee is er een direct verband met de uitvoering van het waterkwaliteitsspoor. Het waterschap is beheerder van het oppervlaktewatersysteem, beheert de peilen in de watergangen en draagt zorg voor een goede afwatering. Zij heeft haar beleid vastgelegd in het Waterbeheerplan 2016-2021.
5.4.2
Beheer en onderhoud
Beheer en onderhoud van waterlopen is van wezenlijk belang voor het in stand houden van een goed functionerend watersysteem. In het kader van het project BOB (Beheer en Onderhoud Bebouwd gebied) hebben de gemeente en waterschap Scheldestromen gezamenlijk een overeenkomst getekend, waarin duidelijke afspraken zijn gemaakt wie er verantwoordelijk is, wie er wat onderhoudt en hoe de kostenverdeling geregeld is. Deze afspraken worden jaarlijks inhoudelijk besproken en geëvalueerd. De BOB-overeenkomst is in 2016 geactualiseerd aan de hand van de ervaringen in de voorgaande jaren.
5.4.3
Oppervlaktewaterkwantiteit
De afvoercapaciteit van het oppervlaktewater en van de riolering beïnvloeden elkaar. Daarom is het noodzakelijk om ook in gezamenlijkheid naar waterkwantiteit te kijken en de opgaven die daaruit voortvloeien als gezamenlijke opgave aan te pakken. Bij wateroverlast door neerslag is sprake van twee situaties: het gaat hierbij om overstromingen vanuit het oppervlaktewater en overlast vanuit het riool en/of afstromend regenwater. De gemeente heeft voor wateroverlast in 2019/2020 een zogeheten “stresstest” uitgevoerd, waaronder de hemelwaterstresstest. In die hemelwaterstresstest zijn de potentiële overlastlocaties in beeld gebracht, met daarbij maatregelen op hoofdlijnen wat zou kunnen worden gedaan om de overlast te voorkomen.
5.4.4
Oppervlaktewaterkwaliteit
Waterkwaliteit is een belangrijk aandachtspunt binnen de waterhuishouding van de gemeente. Wanneer het Waterschap moet voldoen aan waterkwaliteitseisen kan dit gevolgen hebben voor de riool overstorten die daarop zijn aangesloten. Het moeten beperken van emissie uit de riolering op het oppervlaktewater kan de gemeente voor zeer hoge onvoorziene investeringskosten plaatsen. Als uitgangspunt geldt dat bij rioolvervangingen door het Waterschap wordt bepaald of de waterkwaliteit in de huidige situatie voldoet en of rioolvervangingsplannen een negatieve of positieve impact hebben op de waterkwaliteit. Hierbij wordt gekeken naar de chemische waterkwaliteit. Wanneer de waterkwaliteit niet voldoet of er een negatieve impact van plannen wordt verwacht wordt bij rioolvervangingsprojecten door Gemeente en Waterschap samen opgetrokken om tot oplossingen te komen. 5.4.4.1 Algemene eisen aan gemengde overstorten Het aanzien van gemengde riool overstorten op het oppervlaktewater worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
Het aantal overstorten (fysieke constructies) mag niet toenemen; De emissie uit de bestaande overstorten mag vergeleken met de huidige situatie niet toenemen. Afkoppelen mag geen negatieve impact hebben op de waterkwaliteit.
48
5.4.4.2 Chemische waterkwaliteit Voor de chemische waterkwaliteit gelden twee soorten normen voor zowel KRW-waterlichamen als overige wateren:
Normen voor prioritaire stoffen. Dit zijn Europese normen, voor Nederland zijn deze vastgelegd in het Besluit kwaliteitseisen en monitoring water 2009 (Bkmw 2009). Normen voor specifieke verontreinigende stoffen. Dit zijn Nederlandse normen en vastgelegd in de Regeling monitoring kaderrichtlijn water (MR Monitoring.
5.4.4.3 Ecologische waterkwaliteit Het doel gezond water moet in 2027 bereikt zijn. Voor de KRW wordt dit gerapporteerd aan de hand van de 37 KRW-waterlichamen. Volgens het waterbeheerplan 2016-2021 van waterschap Scheldestromen wordt in 2021 beoordeeld of de doelen met deze kosteneffectieve maatregelen haalbaar zijn, waarbij het waterschap samen met de Provincie Zeeland doelen zal afleiden voor de oppervlaktewateren buiten de KRW-waterlichamen. Onderstaande plaatje geeft ter illustratie van voornoemde een overzicht van de KRWwaterlichamen, zoals die zijn beschreven in het Waterbeheerplan 2016-2021 van het Waterschap Scheldestromen. Figuur 5.3: KRW waterlichamen op Schouwen-Duiveland
5.4.4.4 Zwemwaterkwaliteit De provincie Zeeland west jaarlijks de zwemwaterlocaties in natuurwater aan. Dit zijn de officiële locaties waar regelmatig de kwaliteit en veiligheid van het water wordt beoordeeld tijdens het zwemwaterseizoen (1 mei tot 1 oktober). Voor deze aangewezen locaties gelden normen voor zwemwater in oppervlaktewater. Deze normen zijn te vinden in bijlage 1 van de Europese zwemwaterrichtlijn. De zwemwaterlocaties die in 2021 zijn aangewezen liggen allen buitendijks in de Noordzee, Oosterschelde of Grevelingen. (www.zwemwater.nl). Gemeente en Waterschap spannen zich in om door middel van metingen de (zwem)waterkwaliteit te monitoren, de oorzaken van een achterblijvende waterkwaliteit te analyseren en deze door het nemen van maatregelen in de riolering en het oppervlaktewater te verbeteren of consolideren.
49
5.5
OVERIGE ASPECTEN
5.5.1
Vermindering rioolvreemd water
Binnen de SAZ+ wordt onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen en de effecten van rioolvreemd water. Rioolvreemd water kan bijvoorbeeld bestaan uit oppervlaktewater (instroom van water), regenwater op drukriolering, water vanuit drainage of afgebroken huisaansluitleidingen. Afvalwateraansluitingen op hemelwater-riolering valt ook onder rioolvreemd water en heeft grote invloed op de waterkwaliteit. Rioolvreemd water heeft in het algemeen een kostenverhogend effect op het transporteren en zuiveren van afvalwater en veroorzaakt een wezenlijk verhoogde emissie van nutriënten en gevaarlijke stoffen. Voor de gemeente zijn de afgelopen jaren gegevens geïnventariseerd van gemalen, rioolwaterzuiveringsinstallaties, waterpeilen en neerslag. Met name het zuiveringsgebied ‘Westerschouwen’ is beschouwd. In dit zuiveringsgebied zijn op basis van metingen en berekeningen afkoppelmaatregelen uitgevoerd (fase A). Bij de optimalisatie van het afvalwatersysteem is een goed beeld van de oorsprong van het rioolvreemd water verkregen. Na verdere detaillering en modellering van het rioolsysteem blijkt nog een beperkt aantal maatregelen noodzakelijk (fase B). Fase B van het project worden de resterende maatregelen getroffen om de hoeveelheid rioolvreemd water verder te beperken. Er zijn geen maatregelen met hoge prioriteit.
Bij het opstellen van de basisrioleringsplannen wordt bepaald wat het aandeel rioolvreemd water is. Er worden afkoppelmaatregelen genomen als rioolvreemd water een te groot aandeel heeft in de totale afvoer van rioolwater. De maatregelen worden al dan niet gelijktijdig met de noodzakelijke rioolvervanging genomen. Figuur 5.4: effecten rioolvreemd water (bron: SAZ+ rapportage ‘aanpak rioolvreemd water’, 2016)
Verder worden aansluitingen van drainages op de gemengde riolering zoveel mogelijk afgekoppeld als zij functioneren als ongewenste gebiedsdrainage en zij gesignaleerd worden bij rioolvervanging. De kosten die gemaakt worden om de waterdichtheid van het riool te waarborgen, maken deel uit van de kosten van onderhoud en vervanging van het rioolstelsel.
5.5.2
Diffuse bronnen
Een aantal stoffen dat diffuus in het rioolwater terechtkomt, vormt een belasting voor het milieu. Te denken valt hierbij aan zink uit dakgoten, koper uit waterleidingen of minerale olie uit motoren. Er wordt naar gestreefd de emissie van deze stoffen te voorkomen. De gemeente volgt hierin het landelijk beleid, dat is vastgelegd in het beleid Duurzaam Bouwen (DuBo) met regelgeving voor duurzaam (ver)bouwen in het Bouwbesluit 2012. Per april 2016 mogen er wettelijk geen chemische onkruidbestrijdingsmiddelen meer worden toegepast op verharding. De gemeente volgt deze regelgeving en past doe ook niet meer toe.
50
5.5.3
Vergunningen en verordeningen
Lozingen op de riolering worden gereguleerd en gecontroleerd als het meer dan alleen huishoudelijk afvalwater betreft. Dit gebeurt door vergunningen en AmvB’s. De huishoudelijke en hemelwaterlozingen worden niet gecontroleerd. De gemeente wil ongewenste lozingen van hemel- en grondwater op de vuilwaterriolering tegengaan. Hiervoor beschikt de gemeente sinds december 2013 over de Verordening afvoer hemelwater en grondwater. Middels deze verordening zal de gemeente specifieke gebieden aanwezen waar voorzieningen zijn of gaan komen speciaal voor alleen hemelwater en grondwater. Voor deze gebieden kan de gemeente afdwingen, dat de eigenaren hun hemel- en grondwater lozingen aansluiten op de voorzieningen die daarvoor bedoeld zijn. Voor de lozers die over een milieuvergunning (moeten) beschikken, zal in de vergunning worden opgenomen dat het afvalwater en het overtollig hemel- en grondwater gescheiden moet worden aangeleverd aan de gemeente. In de planperiode 2022-2026 gaat de gemeente de Aansluitverordening riolering opstellen. Daarin zal duidelijkheid worden verschaft op de plichten van de perceeleigenaren bij een gedeelde perceelaansluiting. Bij conflicten tussen perceeleigenaren over een gedeelde perceelaansluiting zal de gemeente zich niet mengen in het conflict en de perceeleigenaren op dat moment alleen wijzen op hun plichten.
5.5.4
Communicatie
De communicatie op projectniveau wordt voortgezet. Bij alle vervangingswerkzaamheden start de gemeente een communicatieproces op. Daarbij worden de bewoners geïnformeerd via bijvoorbeeld een brief of mail, een inloopbijeenkomst gedurende het ontwerpproces of via een informatieavond kort voor de uitvoering. Goede communicatie is ook belangrijk voor bewustwording van de burger om efficiënt/slim met watergebruik om te gaan. Het belang van water moet worden benadrukt. Bij de communicatie wordt gezocht naar de verbinding via klimaatverandering. Het opstellen van een concreet communicatieplan, zoals in het vGRP 2015-2019 is voorgenomen wordt in overleg met het cluster Communicatie in 2022 ingevuld. In de komende planperiode wordt ook een regeling gemaakt die de burger stimuleert om maatregelen te nemen zoals ‘tegels eruit” en “groen erin” of ‘regentonnen/buffervoorzieningen’ aanlegt.
51
Wat gaan we doen (maatregelen) 6.1
6
INLEIDING
In dit hoofdstuk zijn de maatregelen beschreven die de gemeente treft om de doelen voor de rioleringszorg te behalen. Deze bestaan enerzijds uit de vereiste reguliere activiteiten voor de instandhouding en vervanging van de voorzieningen, Anderzijds zijn er specifieke onderzoeken en beleidsmatige activiteiten die de komende periode worden opgepakt, al dan niet vanuit het SAZ+-samenwerkingsverband.
6.2
INVESTERINGEN
De investeringen zijn verdeeld in vervangingsinvesteringen en verbeteringsinvesteringen. Navolgend wordt een overzicht gegeven van de investeringen die voor de planperiode 2022-2026 zijn voorzien. Activiteit Verbetermaatregelen
Investering Verbetermaatregelen zijn investeringen die worden geactiveerd. Veelal betreft dit afkoppelmaatregelen en OAS maatregelen. De komende planperiode worden er geen bergbezinkvoorzieningen aangelegd.
Rioolreparatie, vervanging en renovatie
Voor planmatige reparatie, de vervanging of renovatie van riolen, gemalen, persleidingen en drukriolering is een investeringsplanning opgesteld. De kosten die gemaakt worden om de waterdichtheid van het riool te waarborgen, maken deel uit van de kosten van onderhoud en vervanging van het rioolstelsel.
Aanleg
Nieuw aan te leggen riolering, inclusief de in verband met deze nieuwe aanleg noodzakelijke aanpassingen van het bestaande rioolstelsel, wordt gefinancierd vanuit de projectontwikkeling, zodat de kosten voor deze aanleg niet ten laste komen van de rioleringszorg. De lasten voor het onderhoud en de vervanging van deze riolen komen te zijner tijd wel ten laste van de rioleringszorg.
Klimaatadaptieve maatregelen
Bij aanleg en waar dat mogelijk is ook bij renovatie en vervanging wordt rekening gehouden met klimaatadaptieve maatregelen. De kosten voor uitvoering van deze water gerelateerde maatregelen in de openbare ruimte die meeliften op en/of bijdragen aan rioleringsmaatregelen worden zoveel mogelijk meegenomen in de vervangingskosten. Van 2022 tot 2030 wordt rekening gehouden met een extra investering van €200.000 per jaar.
€180.000 voor aanvullende klimaatadaptieve maatregelen;
€10.000 voor communicatie naar bewoners in het kader van klimaat;
€10.000 bewonerssubsidie voor klimaatadaptieve maatregelen. De subsidieregeling zal nader in de komende periode worden uitgewerkt.
Er zijn in dit GRP geen middelen opgenomen voor maatregelen of activiteiten in het kader van het Living Lab.
52
6.2.1
Vervanging riolering Binnenstad Zierikzee
De strategie voor het creëren van een beter beheersbaar riool tegen redelijke kosten in de binnenstad van Zierikzee wordt voortgezet. Er zijn steeds meer oplossingen op maat nodig. Op basis van de procedure “oplossingen op maat” wordt in het voortraject van een rioolvervanging uitgebreid met bewoners overlegd. De gemeente start niet met de uitvoering voordat er overeenstemming is bereikt over riolering op particulier terrein. De voorbereiding vergt veel tijd (juridisch en communicatief ingewikkeld), maar voorkomt problemen tijdens uitvoering en achteraf. Hierdoor vordert het beheersbaar maken van de riolering in de binnenstad langzaam maar gestaag. De procedure wordt als positief ervaren en zal worden voortgezet. Het begrote budget per jaar was toereikend. Om de voortgang van de vervanging van de riolering in de binnenstad te waarborgen wordt in de planperiode van het vGRP 2022-2026 een uitvoeringsprogramma voor de komende 20 jaar opgesteld, waarbij opnieuw de vervangingskosten worden vastgesteld. Dit wordt in het volgende vGRP vastgelegd. De kosten voor de planperiode worden nu als volgt begroot: Tabel 6.1 Investeringen riolering Binnenstad Zierikzee. Omschrijving Riolering binnenstad
6.2.2
2022
2023
2024
2025
2026
€ 642.984
€ 655.201
€ 666.994
€680.001
€ 693.261
OAS Westenschouwen
Samen met Waterschap Scheldestromen beheren de gemeente het afvalwatersysteem Westerschouwen. Dit afvalwatersysteem omvat de RWZI Westerschouwen, het toeleverende transportsysteem en alle daarop aangesloten rioolstelsels tussen Scharendijke en Westenschouwen. Op 6 maart 2015 is het convenant OAS Westerschouwen 2015 – 2027 ondertekend door het waterschap en de gemeente Schouwen-Duiveland. Hierin is bepaald dat beide partijen samen toewerken naar een toekomstbestendig rioolsysteem in 2027 tegen de laagste maatschappelijke kosten. In de periode 2015 – 2020 hebben de gemeente en het Waterschap een grote slag gemaakt met ontvlechting van hemelwater en afvalwater om uiteindelijk te komen tot een goed functionerend rioolsysteem. De maatregelen Fase A van het convenant OAS Westerschouwen zijn in 2020 afgesloten. Deze betroffen hoofdzakelijk het ontvlechten van rioolvreemd water in de gebieden Westenschouwen, Renesse en Scharendijke. Tijdens de uitvoering moesten de maatregelen regelmatig worden bijgesteld, omdat de situatie in de praktijk anders bleek te zijn, dan van op basis van beschikbare gegevens bekend was. Het resultaat is dat de uiteindelijke investeringskosten lager zijn uitgevallen, dan vooraf geraamd. In 2021 is de balans van Fase A opgemaakt. Na modellering en nadere beschouwing van het rioolsysteem zijn de maatregelen die voor fase B (2022-2026) bepaald.
Deze bestaan uit het verdergaand ontkoppelen totdat het aandeel schoon water in de aanvoer naar de RWZI definitief is teruggebracht tot een aanvaardbaar maximum en wordt voldaan aan de basisinspanning riolering. Ook in deze fase wordt nauw samengewerkt met waterschap Scheldestromen en worden de kosten van ieders inspanning verdeeld op basis van de verdeelsleutel zoals is vastgelegd in het convenant. De kosten voor deze maatregelen zijn meegenomen in dit vGRP.
53
In onderstaande tabel 6.2 zijn de te verwachten investeringskosten ten behoeve van de OAS Westerschouwen per jaar weergegeven. Naast deze investeringen in de planperiode, dient de gemeente in 2027 nog een bijdrage aan het waterschap te betalen van € 3,968 miljoen ten behoeve van de investeringen die het waterschap uitvoert in het kader van de OAS. Dit is vastgelegd in het convenant. Tabel 6.2: Overzicht OAS investeringen 2022-2025 Renesse Dreef Nieuw-Haamstede Torenweg e.o. Burgh-Haamstede Aanpassen gemalen Totale investeringen
6.3
€ € € €
2022 € 200 000 € 50 000 € 250 000 €
2023 200 000 € € € 200 000 €
2024 € € € €
2025 -
BEHEERACTIVITEITEN
De ambities voor het taakveld onderhoud zijn dat de onderhoudsinspanningen zijn afgestemd op het goed functioneren van het systeem, waarbij een bewuste afweging wordt gemaakt tussen prestaties, risico’s en kosten. Het reinigen en inspecteren zijn tot op heden vooral afgestemd op de planning van werkzaamheden in de ‘openbare ruimte’ op basis van de leeftijd van de riolering en het tijdstip van de laatste reiniging/inspectie. Bij het plannen van reiniging en inspecties zal vanaf de komende planperiode worden nagegaan of differentiatie in de frequentie van reinigen en inspectie mogelijk is om de middelen doelmatiger in te zetten en deze bijvoorbeeld ook af te stemmen op de toestand van de riolen en/of het tempo waarin vervuiling optreedt. De kosten voor reparaties en herstelwerkzaamheden zijn, opgenomen in de bestaande exploitatie. Onderstaande tabel 6.3 geeft een overzicht van de exploitatielasten. Tabel 6.3: Exploitatie Posten exploitatie Afvalwaterzorgplicht Samengestelde Index Gas en elektra Doorbelasting Onderhoud software Advisering / dienstverlening derden, vGRP algemeen Hoofdriolen Gemalen Huisaansluitingen Meetnet Voorziening riool groot onderhoud (dotatie) Voorziening riool vervangings-investeringen (dotatie) Toevoeging voorziening dubieuze debiteuren Rente- en afschrijvingslasten (totaal) Toerekening uren (totaal) incl.
overheadtoerekening Uitbesteding uren Doorbelastingen totaal Hemelwaterzorgplicht Onderhoud installaties Bewonerssubsidie t.b.v. bijdrage maatregelen voor klimaat Communicatie richting bewoners in kader van klimaat Reiniging en Kolkenzuigen, inclusief verhoging kosten a.g.v. areaaluitbreiding Toegerekende rente- en afschrijvingslasten (totaal) Toerekening uren (totaal) incl. overheadtoerekening Grondwaterzorgplicht Onderhoud installaties Compensabele BTW BTW op exploitatie derden BTW op investeringen - maatregelen Totale lasten
2022 € € € € € € € € € € € € € € €
131 855 24 000 57 692 431 455 141 585 58 570 23 722 490 807 3 119 273 43 798 287 325 424 047 104 672 214 361
2023 € € € € € € € € € € € € € € €
15 074 131 855 24 000 57 692 431 455 141 585 58 570 23 722 500 132 3 178 539 44 649 293 730 424 047 104 672 214 399
2024 € € € € € € € € € € € € € € €
30 373 131 855 24 000 57 692 431 455 141 585 58 570 23 722 509 135 3 235 753 45 516 294 215 424 047 104 672 214 179
2025 € € € € € € € € € € € € € € €
45 902 131 855 24 000 57 692 431 455 141 585 58 570 23 722 519 063 3 298 850 46 401 287 932 424 047 104 672 215 407
2026 € € € € € € € € € € € € € € €
61 661 131 855 24 000 57 692 431 455 141 488 58 570 23 722 529 185 3 363 178 47 302 285 397 424 047 104 672 214 341
€ € €
35 511 € 10 000 € 10 000 €
35 511 € 10 000 € 10 000 €
35 511 € 10 000 € 10 000 €
35 511 € 10 000 € 10 000 €
35 511 10 000 10 000
€ € €
175 846 € 161 726 € 189 328 €
169 541 € 183 445 € 189 321 €
173 809 € 204 489 € 189 316 €
169 932 € 225 690 € 189 311 €
175 728 247 054 189 311
€
60 000 €
61 140 €
62 241 €
63 454 €
64 692
€ € €
259 038 € 848 455 € 7 303 066 €
261 914 € 832 832 € 7 397 825 €
265 353 € 857 462 € 7 534 951 €
268 858 € 872 618 € 7 656 527 €
272 407 871 848 7 775 115
54
6.4
ONDERZOEK
Onderzoeksactiviteiten bestaan uit de volgende onderdelen:
Inventarisaties, (in)metingen, en dergelijke; Berekeningen; Monitoring; Rioolinspecties.
De ambities voor het taakveld onderzoek luiden op hoofdlijnen als volgt: Data vormt in toenemende mate de basis voor onze werkzaamheden, voor de (integrale) afwegingen die de gemeente maakt voor de activiteiten. Daarom moet de (beheer)data actueel, compleet, voldoende gedetailleerd en betrouwbaar zijn. Verzamelde beheerdata wordt op orde gehouden, centraal opgeslagen en ontsloten. Het inzicht in het rioleringssysteem (areaal, toestand en functioneren) is op orde. Onderzoeksinspanningen zijn afgestemd op het goed functioneren van het systeem, waarbij een bewuste afweging wordt gemaakt tussen prestaties, risico’s en kosten (assetmanagement). Monitoringsprogramma’s en metingen in de riolering geven een goed inzicht in het feitelijk gedrag van de riolering, waardoor in combinatie met een daarop afgestemd rekenmodel de doelmatigheid van maatregelen wordt verhoogd. Metingen met het grondwatermeetnet geven een goed inzicht in de grondwaterdynamiek, waardoor via analyse inzicht wordt verkregen in kans- en risicolocaties en de doelmatigheid van maatregelen wordt verhoogd. De volgende activiteiten zijn voorzien op grond van de gewenste situatie, de toetsing van de huidige situatie en de gekozen strategie in de voorgaande hoofdstukken.
Onderzoek:
1.1
Het beproeven van (beheer)data en het uitvoeren van acties voor het actualiseren van gegevens, het verzamelen, centraal opslaan en ontsluiten van aanvullende data.
1.2
Basisrioleringsplannen
Onderzoek ter onderbouwing van adviezen m.b.t. rioolbeheer. Onder meer wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor reiniging en inspectie van persleidingen en drainageleidingen. In de planperiode wordt een aantal basisrioleringsplannen geactualiseerd tot SSW’s waarmee het huidige functioneren in de riolering in beeld wordt gebracht en er verbetermaatregelen worden ontworpen richting het gewenste gedrag van de riolering.
OAS Westenschouwen
In de planperiode wordt de OAS-Westenschouwen afgerond.
Klimaatadaptatie
Locatieafhankelijk onderzoek naar afstroming over maaiveld bij extreme neerslag.
Monitoring
Het bemeten van het grondwater via het grondwatermeetnet, het analyseren van de meetdata en het in toenemende mate toepassen van analyseresultaten bij afwegingen en ontwerptrajecten wordt voortgezet.
55
Afkoppelen
Aanleg drainage
In de planperiode wordt aan de hand van de vervangingsplanning en eerder geformuleerd beleid geïnventariseerd waar en wanneer zich kansen voordoen voor het realiseren van gescheiden afvoer van hemelwater, eventueel gekoppeld aan een klimaatadaptie inrichting van de openbare ruimte, en wordt in overleg met het Waterschap de haalbaarheid daarvan beoordeeld. In de planperiode wordt aan de hand van de vervangingsplanning en eerder geformuleerd beleid (Grondwaternota) geïnventariseerd waar en wanneer drainage kan worden mee gelegd. Dit eventueel in combinatie met gescheiden hemelwaterafvoer of maatregelen in de openbare ruimte Een en ander wordt uitgewerkt in een concrete planning om de gestelde doelen te realiseren.
In de planperiode wordt er een verkenning uitgevoerd naar risico-gestuurd onderhoud en risico-gestuurde integrale planvorming. De kosten voor de onderzoeken zijn opgenomen in de exploitatie (onder de post advisering dienstverlening derden). Risico gestuurd onderhoud
6.5
BELEIDSMATIGE ACTIVITEITEN & PLANVORMING
Plannen zijn onmisbare onderdelen van een doelmatig rioolbeheer. De plannen geven richting aan de activiteiten en maatregelen die nodig zijn om de systemen goed te laten functioneren. Onderscheid wordt gemaakt in: strategische planvorming waarin beleid wordt vastgelegd, tactische planvorming waarin de activiteiten en maatregelen worden geoptimaliseerd waarin de werkwijze wordt beschreven om de gestelde doelen op doelmatige wijze te realiseren en operationele planvorming, die vooral gericht is op de uitvoering op de kortere termijn. De planvormen kunnen zowel een eenmalig als een cyclisch karakter hebben. De plannen vormen ook een schakel in de planning en control cyclus. De gemeente beschikt over diverse plannen. In de planperiode wordt een aantal van deze plannen geactualiseerd. Vanuit de riolering wordt een er bijdrage wordt geleverd aan het actualiseren van beheerplannen voor de andere assets in de openbare ruimte waaronder groen, wegen en civiele constructies. In de planperiode zijn op grond van de gewenste situatie, de toetsing van de huidige situatie en de gekozen strategie in de voorgaande hoofdstukken de volgende activiteiten voorzien:
Opstellen Omgevingsprogramma riolering. Opstellen operationele programma’s Opstellen uitvoeringsagenda water t.b.v. samenwerking binnen het SAZ+ Planvorming en verankering van beleid en regels in het kader van de Omgevingswet Verbeteren, uniformeren en standaardiseren meldingenregistratie. Bijdragen aan beheerplannen Groen, wegen, civiele constructies Verhogen kwaliteit van data en data-gestuurde/risico-gestuurde afwegingen. Het volgen van ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid en circulariteit en het signaleren van bewezen techniek/bewezen producten die (binnen NAD-pilot) kunnen worden toegepast.
56
6.6
VERVANGINGSPLANNING
De vervangingsplanning is een levend document dat, indien nodig, ieder jaar wordt bijgesteld aan de hand van de jaarlijkse inspectieresultaten van delen van de riolering binnen de gemeente en ontwikkelingen vanuit de ruimtelijke ordening. De vervanging van de riolering loopt zoveel mogelijk mee met het wegenbeheersplan en groen om kosten efficiënt te werken (werk met werk maken).
6.6.1
Renovatie en vervanging
Bij renovatie en vervanging wordt onderscheid gemaakt in levensduur verlengende maatregelen (renovatie) of het volledig nieuw aanleggen van voorzieningen (vervanging). Renovatie houdt in veel gevallen in dat een leiding en/of inspectieput wordt bekleed met een kunststof bekleding (zogenaamde relining) die beschadigde of lekke riolen hersteld. De keuze voor renovatie of vervanging is afhankelijk van de karakteristieken van een object en de aard van de schade, maar zeker ook van omgevingsfactoren zoals ligging van de leidingen (weg of tuin), karakter van de weg (druk of rustig), diepteligging, kwaliteit huisaansluitingen (gres) en mogelijke combinatie met andere werkzaamheden (bijvoorbeeld herinrichting of afkoppelen). De kortere afschrijvingsperiode van reliners wordt hierbij ook beschouwd. Technische voorwaarden voor relining zijn onder meer zijn dat er een kous (coating) aangebracht moet kunnen worden in de leiding en dat er geen onacceptabele verzakkingen of tegenschot in de rioolstreng aanwezig zijn. Daarnaast is een belangrijke randvoorwaarde voor relinen dat de afmeting van de leiding hydraulisch voldoende is en geen opstuwing veroorzaakt en er dus geen diameteraanpassing moet plaatsvinden. Vervanging van riolen of gemalen vindt in hoofdzaak plaats op basis van de kwalitatieve staat.
De ouderdom speelt daarbij een ondergeschikte rol, maar kan wel meespelen bij de kwaliteit/ het functioneren van de huisaansluitingen (bijvoorbeeld gres, verstopping). Bij rioolvervangingsprojecten of rioolrenovaties worden de huisaansluitingen in de openbare ruimte, waar nodig, ook vervangen (tot aan de erfgrens, in overleg met de eigenaren).
6.6.2
Afkoppelen
Een belangrijke duurzame maatregel om de vuilemissie uit de gemengde riolering terug te dringen, de doelmatigheid van de afvalwaterketen te vergroten en de kans op wateroverlast te verkleinen, is het afkoppelen van verhard oppervlak. Het primaire doel van afkoppelen is het ontvlechten van afvalwater en (schoon) hemelwater. Afkoppeloplossingen worden niet alleen gevonden in (regenwater)leidingen, maar ook in oppervlakkige afstroming, wadi’s of, waar mogelijk, infiltratie. In geval van het realiseren van nieuwe voorzieningen bij bestaande bebouwing wordt gezocht naar participatie van burgers. Afkoppelen maakt deel uit van het rioleringsbeleid van de gemeente. Daarbij wordt ernaar gestreefd om structureel afkoppelkansen te signaleren en te verzilveren, bijvoorbeeld op locaties waar kan worden meegelift met andere werkzaamheden zoals rioolvervanging, herstraatwerkzaamheden of herbouwprojecten in bestaand gebied. Het afkoppelen geschiedt zorgvuldig, met aandacht voor risico’s ten aanzien van de waterkwaliteit en aandacht voor beheer- en onderhoudsaspecten, met name in bestaande gebieden. Ook wordt gewaakt voor kapitaalvernietiging. Dit alles heeft tot doel om te komen tot robuuste en flexibele rioolstelsels die de klimatologische ontwikkelingen aankunnen.
57
Afkoppelen (zowel bovengronds als ondergronds) is geen doel op zich, maar wordt als potentiële maatregel overwogen in relatie tot de meest actuele inzichten in kosten, beheer en onderhoud, effecten op wateroverlast en vuilemissie, en dergelijke. Iedere keer wordt daarvoor een doelmatigheidsafweging gemaakt, waar deze aspecten bij worden betrokken. Bij afkoppelwerkzaamheden is te allen tijde afstemming met het waterschap noodzakelijk in verband met de capaciteit van het ontvangende oppervlaktewater. Tot 2050 is in de kostendekking rekening gehouden met een budget voor afkoppelen van verhard oppervlak. Naast afkoppelen in openbaar (gemeentelijk) gebied kan ook gekeken worden naar de mogelijkheden in het terugdringen van de autonome trend van het vergroten van de particuliere verharding per perceel. Door middel van communicatie en voorbeelden zal de gemeente zich inzetten om het gedrag van particuliere bewoners te beïnvloeden. Door de burger te nemen maatregelen zoals ‘tegels eruit” en “groen erin” of ‘regentonnen/buffervoorzieningen’ zullen door de gemeente worden bevorderd. Jaarlijks komt hiervoor een financiële tegemoetkoming van € 10.000 beschikbaar. De regeling zal in 2022 worden uitgewerkt.
6.7
MAATREGELEN OPPERVLAKTEWATER
Naar aanleiding van de Europese Kaderrichtlijn water worden er geen ingrijpende maatregelen verwacht, anders dan de reeds voorgestelde maatregelen. Binnen de grenzen van de gemeente bevinden zich een aantal KRW-waterlichamen (figuur 5.3). De meeste waterlichamen bevinden zich buiten de bebouwde kom.
6.7.1
Waterkwaliteitsspoor
In het kader van het emissiespoor (of de basisinspanning) zijn de afgelopen decennia de emissies uit de afvalwaterketen flink beperkt. Lokaal kunnen er echter nog steeds nadelige effecten op de waterkwaliteit optreden. Het waterkwaliteitsspoor heeft als doel die nadelige effecten tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen. Dit spoor is een gezamenlijke inspanning van waterschap en gemeente. Omdat de waterkwaliteitseffecten lokaal sterk kunnen verschillen, en de veelal brakke watersystemen in Zeeland afwijken van de rest van Nederland, is de afgelopen jaren aan de hand van metingen onderzocht wat voor de Zeeuwse situatie de bepalende invloeden voor de waterkwaliteit (en ecologie) zijn. Er is onderzoek gedaan in stedelijke watersystemen op Tholen, in Vogelwaarde en in Goes. Daaruit blijkt dat het (vaak wisselende) chloridegehalte en de hoge nutriëntengehalten de meest bepalende factoren zijn voor de aanwezigheid van macrofauna en kiezelwieren. In deze brakke watersystemen hadden de overstorten vanuit het afvalwatersysteem op dat moment geen significante invloed op de (ecologische) waterkwaliteit. Op basis hiervan wordt een aanpak voorgesteld, waarbij gemeente en waterschap samen bepalen of de waterkwaliteit voldoet aan de eisen en wensen. Ook zullen ze een ambitie voor stedelijke wateren moeten vastleggen.
Daarin moeten vragen beantwoord worden als: Is ecologie belangrijk of juist de beleving van een watergang? Wordt daarbij een verschil gemaakt tussen brakke en zoete wateren? Wat is verplicht? Wat is de potentie van het stedelijk water naar de toekomst toe? Welke eisen stelt klimaatadaptatie? Deze aanpak krijgt een plaats in het programma SWO binnen de SAZ+.
58
6.7.2
Stedelijke wateropgave (SWO)
De uitwerking van de Stedelijke Wateropgave vloeit voort uit de verantwoordelijkheid die de gemeente samen met het waterschap heeft om de effecten van klimaatverandering in bebouwd gebied het hoofd te bieden. Binnen de SAZ+ is daarom een uitvoeringsprogramma planvorming Stedelijke Wateropgave opgesteld. Het doel van het uitvoeringsprogramma is om de planvorming aan te laten sluiten op de urgentie van de problematiek in de verschillende Zeeuwse kernen en de beschikbaarheid van personele capaciteit. Uiteindelijk moet het resulteren in:
Een gewenste ontwikkelingsrichting (per woonkern of wijk) voor het klimaatbestendig inrichten van de waterhuishouding; Een programma van maatregelen dat tussen de gemeente en het waterschap is afgestemd. Om de planvorming handen en voeten te geven, kan gebruik worden gemaakt van de werkwijze ‘toekomstbestendige waterhuishouding in bebouwd gebied’ (SAZ+, 2015). Deze werkwijze, ook wel ‘redeneertrant’ genoemd, is ontwikkeld voor het zoeken naar integrale oplossingen voor watervraagstukken in bebouwd gebied onder gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente en waterschap. De integrale benadering verbindt de aanwezige kennis van rioleringszorg, stedelijk oppervlakte- en grondwaterbeheer en ruimtelijke inrichting en benut ze in samenhang. De gemeente volgt deze redeneertrant. Het proces van ruimtelijke adaptatie loopt parallel aan deze planvorming. Daarnaast is deze stedelijke wateropgave afhankelijk van de resultaten uit het PWO (Planvorming Water-Opgave van het waterschap). Soms wordt een SWO-plan gelijktijdig met het opstellen van een Basisrioleringsplan gemaakt, zoals bij Zierikzee.
6.7.3
Planvorming Wateropgave (PWO)
Naast het programma SWO kent het waterschap het programma Planvorming Wateropgave (PWO). Daarmee brengt het waterschap het watersysteem dat vooral buiten bebouwd gebied ligt op orde. In dit programma toetst het waterschap per afvoergebied aan de hand van metingen en hydrologische modelberekeningen welke waterpeilen er nu en in de toekomst optreden. Daarbij wordt gekeken naar zowel normale (dagelijkse) omstandigheden (met normen vanuit GGOR en KRW) als naar extreme omstandigheden (met normen vanuit WB21). De normen dienen dus de waterkwantiteit, maar ook de waterkwaliteit en eventueel het scheiden van zoet en zout. Aanvullend onderzoekt het waterschap welke maatregelen kunnen worden genomen om aan de normen te kunnen voldoen. Op basis daarvan wordt met de belanghebbenden in het gebied de gewenste waterpeilen bepaald en vastgelegd in een peilbesluit. In 2021 moeten voor alle afvoergebieden in Zeeland peilbesluiten genomen zijn. De uitvoering van de maatregelen moet in 2027 gereed zijn. De maatregelen vanuit SWO en PWO worden zoveel mogelijk op elkaar afgestemd. Het peilbesluit en watergebiedsplan voor Duiveland is op 1 juli 2021 door de Algemene Vergadering van het Waterschap vastgesteld. Het peilbesluit voor Schouwen wordt op 15 december 2021 vastgesteld.
59
6.8
FINANCIËLE MAATREGELEN
6.8.1
Voorstel tot opheffing bestemmingsreserve
Binnen het GRP heeft de gemeente al jarenlang een bestemmingsreserve. Deze had voorheen tot doel om gerealiseerde resultaten op het taakveld riolering op te vangen. Vanuit een richtlijn is jaren geleden geconcludeerd dat alleen efficiencyresultaten mogen worden toegevoegd aan deze bestemmingsreserve. Omdat dat echter lastig is aan te tonen, is in 2018 een voorziening GRP gevormd. Gerealiseerde resultaten binnen het taakveld riolering dienen hierop gemuteerd te worden. Reden is dat het hier belastingontvangsten betreft, die specifiek aan dit taakveld besteed dienen te worden. Daarbij is de bestemmingsreserve GRP met een saldo van € 2.392.974 in stand gehouden. Deze reserve dient uitsluitend nog om negatieve resultaten op te vangen indien de voorziening GRP ontoereikend mocht zijn. De afgelopen vijf jaren was hiervan echter geen sprake. Mede om deze reden is nut en noodzaak van deze reserve onderzocht. Uit de BBV-notitie lokale heffingen blijkt dat de wijze waarop het saldo van deze reserve tot stand is gekomen, bepalend is hoe we met de reserve dienen om te gaan. Mogen we deze laten vrijvallen ten gunste van de algemene middelen of dient deze binnen de rioolheffing beschikbaar te blijven? Bij de beantwoording van deze vragen, is zorgvuldigheid geboden. Dit vanwege een uitspraak van de Hoge Raad inzake kostendekkendheid (17 februari 2017, gemeente Overbetuwe).
In essentie komt deze uitspraak erop neer dat gemeenten de middelen uit rioolheffing uitsluitend voor het riool mogen gebruiken en niet mogen toevoegen aan de algemene middelen. Geoormerkte gelden die bij de burger zijn opgehaald voor de taak riolering moeten altijd voor het rioleringsdoel moeten worden aangewend. Het is echter te snel geconcludeerd dat de gelden uit de reserve moeten worden besteed aan het rioolnet of terug moeten worden betaald aan de burger. Er is daarom onderzocht hoe de middelen die nu in deze reserve zitten daarin terecht zijn gekomen. De uitkomst van dat onderzoek is dat het saldo van reserve dient te worden aangewend om de tarieven te verlagen. De juiste wijze waarop dit dient plaats te vinden is een overheveling vanuit de bestemmingsreserve naar de voorziening GRP. Deze overheveling heeft een licht dempend doch structureel effect op de tarieven.
60
Financiën en organisatie 7.1
7
INLEIDING
Om de werkzaamheden in te bedden in de wet- en regelgeving en te faciliteren sluiten we aan bij de Omgevingswet, kijken we met een creatieve (andere) blik naar kosten, houden we de economische ontwikkelingen goed in beeld, en zorgen we ervoor dat we onze beslissingen baseren en/of kunnen toetsen aan betrouwbare data. Duurzaamheid betekent voor ons óók toekomstbestendig en robuust, dus met de nadruk op een lange levensduur. In dat kader focussen wij ons op de vervanging van de riolering, de waterkwaliteit en het breder kijken dan alléén ons eigen systeem en/of belang. In dit kader verbreden wij onze blik vanuit de riolering naar de openbare ruimte. Klimaatadaptatie, een klimaat adaptieve inrichting van bestaande en nieuwe gebieden en een prominente plaats voor water in ruimtelijke ontwikkelingen zijn verbonden aan ons werkveld en verdienen onze aandacht en input. In dat kader mogen wij ons best wat vrijmoediger profileren. We hebben een goed verhaal uit te dragen. En zeker niet in de laatste plaats; de wereld om ons heen is volop in beweging. We moeten bij blijven. Energietransitie, circulaire economie, technologische ontwikkelingen en particuliere initiatieven, we blijven ze volgen en staan open voor kansen. Onder verwijzing naar het BBV en de gemeentelijke financiële verordening wordt navolgend beschreven op welke wijze wij omgaan met de financiële en personele middelen.
7.2
PERSONELE MIDDELEN
In de voorgaande hoofdstukken is beschreven wat de huidige situatie is en welke activiteiten in de komende planperiode zijn gepland om uit te voeren. Om deze activiteiten te kunnen uitvoeren zijn voldoende, vakkundige en ervaren medewerkers nodig. Voor het uitvoeren van de gemeentelijke watertaken is een zekere formatie noodzakelijk. De Kennisbank Stedelijk Water van de Stichting RIONED voorziet in informatie met betrekking tot de benodigde formatie voor deze gemeentelijke watertaken. Hierbij is onderscheid gemaakt naar de omvang van het inwoneraantal, het aantal te onderhouden objecten en de te verwachten investeringen. De formatie volgens de Kennisbank Stedelijk Water bedraagt 4 fte. Zie hiervoor bijlage 6b. De werkelijk benodigde formatie hangt sterk af van de lokale situatie van de gemeente en van de verdeling zelf doen versus uitbesteden van werkzaamheden. De gemeente heeft als beleid om zoveel mogelijk taken uit te besteden, met uitzonderling van de kerntaken. Het beheersysteem vormt de basis voor het effectief en efficiënt beheren en onderhouden van alle objecten. Daarnaast moet ook input worden gegeven bij het opstellen van de dorpsvisies om een goede aansluiting bij het riool onderhouds- en vervangingsprogramma te waarborgen. Voor de invulling van het rioleringsbeheer beschikt de gemeente over een formatie van 4,4 fte.
Dit betreft 1,67 fte in de buitendienst en 2,73 fte in de binnendienst. Op dit moment is er behoefte aan extra personele capaciteit bij het op orde krijgen en houden van het beheersysteem en het analyseren van de meetdata. We signaleren nog steeds een achterstand hierop in deze beheertaken. Daarnaast vragen ook nieuwe onderwerpen die direct
61
of indirect van belang zijn voor onze watertaken de nodige aandacht. Een andere visie door verandering van klimaat, beschikbaarheid van zoetwater, communicatie en de nieuwe omgevingswet zijn hier voorbeelden van. Voor een aantal beheertaken is gebiedskennis en specifieke kennis van het gemeentelijk rioolstelsel noodzakelijk. Ook is het tijdig in verbinding zijn met andere gemeentelijke afdelingen over bijvoorbeeld (woning)bouwontwikkelingen en dorpsvisies nodig om tijdig de inbreng te kunnen geven. Inhuur of uitbesteding van taken is hierbij verre van ideaal maar zal, zolang er geen andere keuze is, een tijdelijke oplossing moeten bieden. In het kostendekkingsplan zijn financiële middelen opgenomen voor uitbesteding om de achterstanden in de komende jaren weg te werken en bij te houden, zodat er ruimte ontstaat om aandacht te kunnen besteden aan nieuwe onderwerpen.
7.3
UITGANGSPUNTEN FINANCIËLE MIDDELEN
De kosten voor het uitvoeren van de gemeentelijke watertaken zijn onderverdeeld in de volgende posten.
Exploitatielasten (waaronder personeelskosten); Groot onderhoud Vervangingsinvesteringen; Verbeteringsinvesteringen (waaronder klimaatadaptieve maatregelen).
De kosten van nieuwe aanleg bij gebiedsontwikkeling worden niet meegenomen, omdat deze worden bekostigd uit de exploitatie van de nieuwbouw ontwikkeling. Om de voornoemde kosten te kunnen betalen heft de gemeente rioolheffing. Deze rioolheffing is kostendekkend over een periode van 50 jaar. De gemeente streeft er naar de rioolheffing zoveel mogelijk stabiel te houden. Voornamelijk de investeringen kunnen jaarlijks behoorlijk fluctueren. Hierdoor ontstaan er jaarlijks tekorten of overschotten. Door daar waar mogelijk de investeringen te spreiden in de tijd, kunnen pieken in de investeringen worden afgevlakt. Uit rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat de rioolheffing maximaal kostendekkend mag zijn. De gemeente mag besluiten om een deel van de kosten uit andere middelen te financieren. Het is toegestaan om voor toekomstige (riool)vervangingen of groot onderhoud een (spaar)voorziening in het leven te roepen en voor deze toekomstige uitgaven te sparen. Een meer dan 100% kostendekkende rioolheffing is niet toegestaan. Gemeente Schouwen-Duiveland maakt gebruik van de volgende (spaar)voorzieningen:
Vervangingsvoorziening voor vervangingsinvesteringen. Voorziening groot onderhoud voor werkzaamheden aan de riolering om de functionaliteit (inclusief capaciteit), kwaliteit en totale verwachte levensduur in stand te houden (via bijvoorbeeld deelrelining).
Daarnaast beschikt de gemeente over een egalisatievoorziening en een bestemmingsreserve GRP. De € 2,3 miljoen die nog in de bestemmingsreserve zit, is toegevoegd aan de egalisatievoorziening, waarbij de bestemmingsreserve dan komt te vervallen. Dit is als zodanig meegenomen in de doorrekening.
62
Onderdeel van de exploitatielasten is een bedrag dat wordt gedoteerd aan de voorzieningen. Daarnaast beschikt de gemeente nog over een egalisatievoorziening riolering voor het opvangen van jaarlijkse fluctuaties als gevolg van minder of meer uitgaven dan begroot. Investeringsmaatregelen aan het stedelijk watersysteem, zoals de OAS Westerschouwen, het afkoppelen van verhard oppervlak en overige klimaatadaptatie maatregelen worden geactiveerd en komen als afschrijvings- en rentelasten terug in de exploitatie (kapitaallasten). Om te bepalen hoeveel kosten de gemeente heeft en welke inkomsten daar vanuit de rioolheffing tegenover moeten staan is een kostendekkingsplan (KDP) opgesteld. De uitgangspunten die zijn gehanteerd bij het opstellen van het KDP zijn:
Het KDP start in 2022 (als prijspeil voor de kosten geldt het jaar 2021); De exploitatielasten zijn gebaseerd op de vastgestelde exploitatielasten in de begroting voor het jaar 2022 waarop voor de jaren 2023 en verder indexatie is toegepast. Uitzondering hierop zijn: o Onderhoud installaties voor grondwater. Deze installaties zijn uitgebreid en daarmee stijgen de kosten van ca. € 26.000 naar € 60.000 per jaar. o Vanuit de formatie van het UOR en het IB worden personeelslasten doorbelast naar het onderdeel riolering. Bij het opstellen van dit plan hebben we geconstateerd dat dit te hoog is opgenomen in de begroting. In de begroting was rekening gehouden met een doorbelasting van 5,3 fte. Op basis van dit plan komen we op een doorbelasting van 4,4 fte Over de doorbelasting van personeelskosten is 40% overhead toegevoegd. Boven op de normale indexatie die de gemeente hanteert, is eenmalig voor 2022 4% extra indexatie toegepast als gevolg van prijsstijgingen van materialen en grondstoffen. Dit is gedaan voor de posten waar materiaal een wezenlijk onderdeel uitmaakt van de kosten. Voor de lange termijn is een indexatie van 1,95% per jaar gehanteerd, zowel over de investeringen als over de exploitatie. Dit is het gemiddelde van loon- en prijsontwikkeling.
Bij activering van investeringen (nieuwe kapitaallasten) vindt de afschrijving lineair plaats, met een rentepercentage van 1,2% (interne rekenrente); Voor vervangingen worden de volgende technische levensduren gehanteerd: o 75 jaar voor vrijverval riolering en persleidingen; o 30 jaar levensduur verlenging na relining van de vrijvervalriolering; o 25 jaar voor klimaatadaptatie maatregelen 2022-2030; o 15 jaar voor mechanisch/elektrische vervangingen van pompen en gemalen en 75 jaar voor het bouwkundige deel; o 10 jaar voor materieel (zoals kolkenzuiger, onderhoudsauto). De VAT kosten zijn standaard meegenomen in de eenheidsprijzen die zijn gehanteerd om de investeringskosten te bepalen. Compensabele BTW is toegerekend over zowel de investeringen, maatregelen (groot onderhoud), als over de exploitatie derden. Het compensabele btw-bedrag wordt vooraf berekend op basis van geplande investerings- en exploitatiebedragen. Dotatie aan voorzieningen (groot onderhoud, vervangingsvoorziening, ‘egalisatie’ voorziening) is afgestemd op de lasten, dusdanig dat het saldo van alle voorzieningen aan het eind van de beschouwde periode (2072) nul is en nooit negatief wordt. De vervangingsinvesteringen zijn lager dan in 2020/21 begroot omdat er meer kon worden gerelined dan verwacht.
63
7.4
HEFFINGSEENHEDEN
Het aantal heffingseenheden op Schouwen-Duiveland bedraagt 21.336 (bron: Belastingsamenwerking Walcheren Schouwen-Duiveland.). Als uitgangspunt voor de kostendekkingsberekening geldt dat de extra inkomsten die binnenkomen door toename van het aantal heffingseenheden worden gebruikt voor de extra lasten vanwege de uitbreiding van het areaal. Beide zijn in de kostendekkingsberekening niet meegenomen. Binnen de gemeente Schouwen-Duiveland zijn recreatieterreinen aanwezig met vaste recreatieeenheden (bungalows, chalets en stacaravans). Veelal zijn deze recreatie-eenheden niet in eigendom van de eigenaar van het terrein maar van individuele eigenaren. De gemeente legt de eigenaar van de recreatie-eenheid geen rioolheffing op. Het recreatieterrein wordt samen met de recreatie-eenheden als één eigendom beschouwd, waarvan de eigenaar van het terrein als belastingplichtig wordt gezien. Inmiddels is er uitspraak gedaan in een beroepszaak in Veere. De uitkomst is dat de eigenaren van recreatiewoningen aangeslagen worden. De samenwerking belastingen zal in 2021/2022 onderzoeken wat dit voor gevolgen heeft en deze nieuwe verordening aan de raad voorstellen voor 2023. Het betreft hier naast een naamswijziging ook een verbreding van de rioolheffing waarbij objecten aangeslagen kunnen worden die niet aangesloten zijn op de riolering.
Dit vergt een uitgebreid onderzoek en bepaling van beleid binnen de gemeente. Hiertoe heeft de VNG de nieuwe Modelverordening Riool- en Waterzorgheffing opgesteld (ledenbrief 1 september 2021).
7.5
OPBOUW VAN DE RIOOLHEFFING
Gemeenten kunnen kiezen voor één heffing voor alle drie de gemeentelijke watertaken, of voor twee heffingen, waarvan één voor het afvalwater en één voor het hemel- en grondwater. Omdat het onderbouwen van kosten voor de verschillende watertaken zeer complex en nagenoeg ondoenlijk is, heeft de gemeente gekozen voor één heffing voor alle watertaken. De heffing wordt expliciet gezien als een financieringsinstrument en niet als een beleidsinstrument. De gemeente Schouwen-Duiveland kent zowel een (vast) eigenarendeel als een gebruikersdeel voor de rioolheffing. Het gebruikersdeel is in de basis voor ieder perceel gelijk, tenzij de van het perceel afgevoerde hoeveelheid afvalwater meer bedraagt dan 200 m3 per jaar. Voor percelen van waaruit meer dan genoemde 200 m3 per jaar geloosd wordt is de hoogte van de rioolheffing afhankelijk gemaakt van de lozingshoeveelheid (kostenveroorzaker betaalt). Het tarief vanaf 2021 bedraagt € 180,81 voor het eigenarendeel. Het tarief voor het gebruikersdeel bedraagt € 71,19 en voor elke volle eenheid van één kubieke meters water € 2,49 per eenheid boven de 200 m3.
7.6
LASTEN
De lasten voor het uitvoeren van de gemeentelijke watertaken zijn onderverdeeld in de volgende posten. Exploitatielasten; Groot onderhoud Vervangingsinvesteringen; Verbeterings- en uitbreidingsinvesteringen. In hoofdstuk 6 is een nadere omschrijving gegeven van de verschillende kostenposten. Een overzicht van de kosten voor de planperiode is opgenomen in bijlage 6c. In tabel 7.1 is een samenvatting gegeven van de kosten voor de komende planperiode.
64
Tabel 7.1: Samenvatting kosten gemeentelijke watertaken (exploitatielasten en investeringskosten) Omschrijving Investeringen Exploitatie afvalwater Exploitatie hemelwater Exploitatie grondwater BTW Totaal
7.7
2022 € 3.947.788 € 5.553.162 € 582.411 € 60.000 € 1.107.493 € 11.250.854
2023 € 3.965.869 € 5.644.122 € 597.817 € 61.140 € 1.094.746 € 11.363.694
2024 € 4.083.153 € 5.726.770 € 623.126 € 62.241 € 1.122.815 € 11.618.104
2025 € 4.155.326 € 5.811.153 € 640.444 € 63.454 € 1.141.476 € 11.811.853
2026 € 4.151.656 € 5.898.565 € 667.603 € 64.692 € 1.144.254 € 11.926.771
KOSTENDEKKING
De kosten die gemaakt worden voor vGRP vallen binnen het gesloten circuit riolering. Het gesloten circuit riolering wordt gevoed vanuit de rioolheffing. Uitgangspunt is dat de rioolheffing 100% kostendekkend is. Omdat de riolering een lange levensduur heeft is in alle berekeningen als uitgangspunt genomen dat voor een periode van 50 jaar de inkomsten kostendekkend moeten zijn. De verschillen tussen uitgaven en inkomsten worden opgevangen door middel van een bestemmingsreserve. Naast de kosten voor het gesloten circuit riolering wordt ook een deel van de kosten voor schoontaken in de openbare ruimte ten laste gebracht van de rioolheffing. Om de watertaken kostendekkend te houden voor de planperiode 2022-2026 dient de rioolheffing meer te stijgen dan in 2020 was berekend. In plaats van een jaarlijkse stijging van 1,5% is een stijging van 1,9% benodigd van de rioolheffing vanaf 2022. De oorzaak hiervan is dat in 2020 niet kon worden voorzien dat de prijzen voor materialen en grondstoffen in het afgelopen jaar meer zouden stijgen dan verwacht (meer dan de gemiddelde inflatie). Ook de te verwachten bijdrage voor de OAS Westerschouwen aan het waterschap valt hoger uit dan eerst was begroot. Daarnaast is in de begroting een post opgenomen van € 200.000 per jaar tot en met 2030 in het kader van klimaatadaptatie. Tabel 7.2: Rioolheffing in de planperiode van dit vGRP (2022-2026).
Omschrijving
Eigenarendeel
Gebruikersdeel
Gebruikersdeel
(Tot 200 m3)
(per m3 boven 200 m3)
2021
€ 180,81
€ 71,19
€ 2,49
2022
€ 184,25
€ 72,54
€ 2,54
2023
€ 187,75
€ 73,92
€ 2,59
2024
€ 191,31
€ 75,33
€ 2,63
2025