RVS Vaststellen bestemmingsplan Hoogenboomlaan 42 Renesse Bijlage 5 Toelichting
Tekst van het document
De uiteindelijke afstemming tussen de hinder van het bedrijf en de omgeving wordt geregeld in het kader van de Wet milieubeheer.
Toetsing Door het aanbrengen van een zone tussen bedrijvigheid en gevoelige bestemmingen (zoals woningen)
37
kan de overlast ten gevolge van bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk worden gehouden. Zonering is met name van toepassing bij nieuwbouw van woningen en andere gevoelige functies in de directe omgeving van een bedrijf en bij vestiging van een nieuw bedrijf in de directe omgeving van gevoelige bestemmingen. In de bestaande situatie ligt de afstand tussen de bedrijvigheid en de gevoelige bestemmingen vast. In voorliggend bestemmingsplan zijn de beoogde wijzigingen niet van dusdanige aard dat de huidige zonering niet meer zal volstaan. Voor kampeerterreinen (SBI-code 552) geldt een richtafstand van 50 m ten opzichte van woningen, vanwege het milieuaspect geluid. Voor de milieuaspecten geur en gevaar geldt een richtafstand van 30 m. Aan deze richtafstanden wordt voldaan.
Conclusie Er is en blijft sprake van een goed woon- en leefklimaat. Vanuit het aspect milieuhinder bestaan er daarmee geen belemmeringen voor onderhavig bestemmingsplan.
4.8
Luchtkwaliteit
Toetsingskader Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen (Wm). De Wm bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (uur- en jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang.
Toetsing De beoogde ontwikkelingen draagt gezien de beperkte extra verkeersgeneratie 'niet in betekenende mate' bij aan luchtverontreinigende stoffen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2019 die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Provinciale weg N57. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden uit de Wet milieubeheer liggen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedragen 13,6 µg/m³ voor NO2, 17,3 µg/m³ voor PM10 en 9,7 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedraagt 6,1. Deze waarden liggen ruimschoots onder de grenswaarden. Ook wordt voldaan aan de richtwaarden van de WHO. Gezien direct langs de weg ruimschoots aan de verschillende waarden wordt voldaan zal ter hoogte van het plangebied ook sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Conclusie De ontwikkeling leidt niet tot het overschrijden van de jaargemiddelde grenswaarden voor NO2 en PM10. Ter hoogte van het plangebied zal sprake blijven van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
38
4.9
Ecologie
4.9.1 Toetsingskader Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) en het beleid van de provincie ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en de bescherming van het NatuurNetwerk Nederland de uitvoering van het plan niet in de weg staan.
In elk geval moet aannemelijk zijn dat vergunning of ontheffing van de van de bij of krachtens deze wet geldende verbodsbepalingen kan worden verkregen voor de activiteiten die met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. Dit is anders indien uit de Wnb voortvloeit dat een passende beoordeling moet worden gemaakt. Deze dient te zijn verricht ten tijde van vaststelling van het bestemmingsplan.
Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving.
Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: a. Natura-2000 gebieden; b. Bijzondere nationale natuurgebieden; c. NatuurNetwerk Nederland (NNN). Daarvan zijn de Natura-2000-gebieden en het NatuurNetwerk Zeeland (als onderdeel van het NatuurNetwerk Nederland van belang).
Natura-2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats.
39
NatuurNetwerk Nederland Gebieden die deel uitmaken van het NNN worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden.
Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: a. soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; b. soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; en c. de bescherming van overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn.
Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. In de provincie Zeeland geldt voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden en bestendig beheer en onderhoud een vrijstelling voor een groot deel van de “overig” beschermde soorten. Deze lijst is in de provincie Zeeland ongeveer vergelijkbaar met de “Tabel 1-soorten”, dus de meest algemene soorten amfibieën en zoogdieren. Voor de Europees beschermde soorten (Vogel- en Habitatrichtlijn) is er overigens geen beleidsruimte en blijft de bescherming onveranderd.
4.9.2 Toetsing Toetsing gebiedsbescherming Het park wordt omgeven door het Natura 2000-gebied Kop van Schouwen. De randbeplanting aan de oostzijde van het Park Zeemeeuw vormt onderdeel van het Natura 2000-gebied.
Er is geen sprake van uitbreiding in oppervlakte, dus ook geen kans op het verminderen van het areaal natuurgebied. Het gebied wordt niet gedraineerd en dus er is geen invloed op de grondwaterspiegel en kwelstromen.
40
Vanaf het park is er geen vrij toegang in het natuurgebied, kans op verstoring/betreding is dan ook uitgesloten.
Figuur 4.4. Natura 2000-gebied Kop van Schouwen
41
Figuur 4.5 Inzoom begrenzing Natura 2000-gebied
Toetsing soortbescherming Het terrein is al vele decennia verblijfsrecreatief in gebruik. Door het relatief intensieve beheer komen er geen beschermde soorten voor. Broedvogels zijn natuurlijk wel aanwezig. Zo broed er al jaren een scholekster op het toiletgebouw bij de campers.
Externe werking Door de minimale verlichting is er geen kans op het verstoring van natuurwaarden in het aangrenzende natuurgebied. Tevens zorgt de afschermde landschappelijke inpassing met een 2 meter hoge wal voor een afscherming beweging en licht. Het aantal standplaatsen neemt op park Zeemeeuw sterk af. Daarmee wordt het aantal recreanten ook minder en is de kans op ongewenst gedrag geringer dan in de huidige situatie. Ten opzichte van de huidige situatie zal de kans op verstoring worden verkleind.
42
Conclusie Het aspect ecologie staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
43
Hoofdstuk 5 5.1
Financiële aspecten
Grondexploitatie en kostenverhaal
In de Wet ruimtelijke ordening is verplicht kostenverhaal door de gemeente opgenomen. De gemeente legt dit kostenverhaal vast in een exploitatieplan. Van een exploitatieplan kan worden afgeweken door in het kostenverhaal anderszins te voorzien (anterieure overeenkomst met alle grondeigenaren in het plangebied of volledig grondeigendom). Er is sprake van kostenverhaal (artikelen 6.2.3. tot en met 6.2.5. Besluit ruimtelijke ordening (Bro)) als een bouwplan zoals aangegeven in artikel 6.2.1 Bro wordt mogelijk gemaakt. Volgens dit laatste artikel gaat het om a. de bouw van een of meer woningen; b. de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; c. de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1000 m² bruto-vloeroppervlakte of met een of meer woningen; d. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; e. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1500 m² bruto-vloeroppervlakte bedraagt; f. de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1000 m² bruto-vloeroppervlakte.
De voorgenomen ontwikkelingen (zie paragraaf 2.3) zijn niet aan te merken als een dergelijk bouwplan. Dat betekent dat kostenverhaal niet aan de orde is. Voor de planologische procedure worden leges in rekening gebracht
5.2
Financiële uitvoerbaarheid
Voorliggende ontwikkeling wordt geheel bekostigd door camping Julianahoeve, waaronder ook eventuele planschadeclaims. Voor de gemeente Schouwen-Duiveland zijn er ten aanzien van de uitvoering geen financieel - economische risico's aan het initiatief verbonden. De gemeente is van mening dat de financiële uitvoerbaarheid is gewaarborgd.
44
Hoofdstuk 6 Resultaten overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.1
Resultaten overleg
In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt het concept-ontwerpbestemmingsplan toegestuurd aan de volgende instanties (de wettelijke vooroverlegpartners): Provincie Zeeland; Waterschap Scheldestromen; Veiligheidsregio Zeeland; De leidingbeheerders in het gebied. De reacties van deze instanties worden beoordeeld en voor zover dat nodig is, zal het bestemmingsplan of deze toelichting daarop worden aangepast. De resultaten worden verwerkt in een antwoordnota die in de bijlagen wordt opgenomen.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Voor de totstandkoming van een nieuw bestemmingsplan worden verschillende fasen doorlopen. Voor een belangrijk deel zijn deze fasen wettelijk vastgelegd. De fase van een voorontwerpbestemmingsplan met de daarbij behorende inspraakprocedure is niet vast voorgeschreven. Gezien de beperkte gevolgen voor de omgeving van de camping wordt hiervoor niet gekozen. Wel zullen direct belanghebbenden worden uitgenodigd om kennis te nemen van het plan. De resultaten van deze informatieronde worden opgenomen in deze paragraaf.
6.3
Zienswijzen
Het ontwerp van het bestemmingsplan wordt voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd voor de vaststellingsprocedure (terinzagelegging op grond van artikelen 3.8, lid 1, en 3.30 Wet ruimtelijke ordening). Tijdens deze periode kunnen zienswijzen worden ingediend.
45
Laan van St. Hilaire 2 4301 SH Zierikzee Postadres: Postbus 5555 4300 JA Zierikzee T (0111) 452 000 F (0111) 452 452 gemeente@schouwen-duiveland.nl www.schouwen-duiveland.nl