RVS Vaststellen bestemmingsplan Hoogenboomlaan 42 Renesse Bijlage 5 Toelichting
Tekst van het document
HOOGENBOOMLAAN 42 RENESSE Toelichting bestemmingsplan, ontwerp
Hoogenboomlaan 42 Renesse Schouwen-Duiveland
bestemmingsplan
identificatie
planstatus
identif icatiecode:
datum:
status:
NL.IMRO.1676.00311Bph309643-ON01
26-06-2020 11-11-2020 31-03-2021
concept voorontwerp ontwerp vastgesteld
projectnummer:
030183.20200546 opdrachtleider:
ir. J. van den Berg
2
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3
Inleiding
6
Aanleiding en doel bestemmingsplan Ligging en begrenzing Leeswijzer
6 6 7
Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4
Financiële aspecten
Grondexploitatie en kostenverhaal Financiële uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 6 uitvoerbaarheid 6.1 6.2 6.3
Toetsing aan omgevingsaspecten
Toetsing aan Besluit milieueffectrapportage Verkeersaspecten Cultuurhistorie en archeologie Bodemkwaliteit Watertoets Geluid Milieuhinder en bedrijven Luchtkwaliteit Ecologie
Hoofdstuk 5 5.1 5.2
Toetsing aan beleid en visies
Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9
Planbeschrijving
Huidige situatie Huidige planologische regelingen Toelichting op de beoogde ontwikkeling Toelichting op de juridische regeling
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4
5
8 8 11 13 16
21 21 21 22 23
28 28 29 30 35 36 36 37 38 39
44 44 44
Resultaten overleg en maatschappelijke
Resultaten overleg Maatschappelijke uitvoerbaarheid Zienswijzen
45 45 45 45
3
4
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel bestemmingsplan
Camping Julianahoeve speelt in op de veranderende vraag van haar gasten. Op de trend van meer gemak en luxe is ingespeeld door het in 2019 plaatsen van luxe verhuurchalets op een deel van park Zeemeeuw, het meest noordelijke gedeelte van de camping. Daarnaast is er het voornemen privésanitair te plaatsen op het overige deel van Zeemeeuw. Het blijkt dat van de 24 geplaatste luxe chalets er 4 planologisch gezien onder het begrip 'kampeerhuisje” vallen. Op het terrein zijn deze formeel niet toegestaan. De gemeente wil medewerking verlenen om, net als op veel andere terreinen, kampeerhuisjes mogelijk te maken. Hiervoor dient het bestemmingsplan te worden herzien. Naast de realisatie van kampeerhuisjes is er een aantal elementen die ook in de bestemmingsplanherziening worden meegenomen. In paragraaf 2.3 wordt beschreven welke aspecten worden in de herziening geregeld.
1.2
Ligging en begrenzing
Camping Julianahoeve ligt aan de Hoogenboomlaan te Renesse. Door de ligging vlak bij het strand en de voorzieningen op het terrein is het een ideale gezinscamping, die een van de meest gewaardeerde campings van Nederland is. Aan drie zijden grenst het park aan gronden met een natuurbestemming. Alleen aan de zuidkant grenst het park aan andere recreatieparken. Aan de oostzijde ligt de Luieweg, deze doorsnijdt het park op twee plaatsen.
6
Figuur 1.1. Ligging Camping Julianahoeve
1.3
Leeswijzer
In het Besluit ruimtelijke ordening is aangegeven waaraan een toelichting op een bestemmingsplan moet voldoen. De in het plan gemaakte keuze van bestemmingen moeten worden verantwoord en er moet inzicht worden gegeven over de uitvoerbaarheid van een plan. In verband hiermee heeft deze toelichting de volgende opzet. In hoofdstuk 2 Planbeschrijving worden de huidige situatie (feitelijk aanwezig en planologische regeling) beschreven. Vervolgens worden de nieuwe situatie en wijze waarop die planologisch-juridisch is verwerkt in dit bestemmingsplan toegelicht. In hoofdstuk 3 Toetsing aan beleid en visies is de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan vastgesteld beleid van verschillende overheden. In hoofdstuk 4 Toetsing aan omgevingsaspecten is het plan getoetst aan omgevingsaspecten (sectorale wetgeving). In hoofdstuk 5 Financiële aspecten en 6 Resultaten overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid wordt ingegaan op respectievelijk de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid. In het laatste hoofdstuk wordt ook de procedure beschreven.
7
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie
Camping Juliana is aangesloten bij Ardoer, een samenwerkingsverband tussen zelfstandige kwalitatieve familiecampings, die verspreid liggen door heel Nederland. Vanaf 2000 is begonnen met een kwaliteitsverbetering en herinrichting van de camping. De herinrichting van Zeemeeuw vormt de laatste fase van dit proces. Het inrichtingsplan voor dit deelgebied is opgenomen bijlage 1. Op de camping mogen 2.161 standplaatsen aanwezig zijn. Op de camping zijn verschillende terreindelen (zogenoemde 'parken') onderscheiden met niet-permanente standplaatsen voor het plaatsen van één of meerdere kampeermiddelen en permanente standplaatsen met stacaravans, chalets en kampeerhuisjes. In figuur 2.1. is een plattegrond van de camping opgenomen met daarin aangeduid de permanente standplaatsen ofwel jaarplaatsen. Op het eerder genoemde Park Zeemeeuw zijn 24 verhuurchalets en 42 toeristische standplaatsen aanwezig. Daarnaast zijn er 2 bedrijfswoningen, 3 recreatiewoningen aanwezig alsmede 7 slaapeenheden (14 slaapplaatsen) oor recreatiepersoneel in de voormalige kantine. Hiervoor is op 8 november 2012 een omgevingsvergunning verleend. Over het terrein, van west naar oost, loopt een oude duinbeek. Deze is bewaard gebleven in het terrein en landschappelijk, cultuurhistorisch en natuurwetenschappelijk van belang. Voor de veiligheid van de campinggasten is deze duinbeek ingerasterd.
Midden op de camping staat een burgerwoning, die geen onderdeel van de camping is. De camping is langs alle randen waar het grens aan natuurgebieden voorzien van een groene omranding met hoog opgaand groen en onderbeplanting. De breedte hiervan varieert van 5 meter (onder andere langs de Luieweg) tot 10 meter (westrand, Park Merel) en meer (noordrand). Park Merel was het gedeelte dat destijds als eerste werd heringericht. Er is afgesproken dat aan de zijde van het natuurgebied een 10 meter brede beplantingsstrook zou worden ontwikkeld. Dat is ook gerealiseerd. Bij Park Merel ligt deze strook in het Natura 2000 gebied. Al meer dan 50 jaar grenzen de standplaatsen hier aan de sloot/greppel die op de perceelsgrens van de camping ligt. Ongeveer 15 jaar geleden is in het aangrenzende natuurgebied opgaande beplanting aangelegd die in de praktijk functioneert als landschappelijke afscherming van de camping. In figuur 2.4 zijn hiervan foto's opgenomen. Langs het meest noordelijke stukje bevindt zich ook een 1 meter hoge wal. Langs de westrand van de opgaande beplanting, dus in het natuurgebied, staat een het hek. Alleen bij Park Kievit heeft de landschappelijke inpassing een breedte van 3 meter met wal. Destijds was overeengekomen dat de beplanting hier smaller kon, omdat het aangrenzende gebied bos is.
8
Figuur 2.1 Plattegrond van Julianahoeve (bron website Julianahoeve)
Figuur 2.2 Uitsnede van park Zeemeeuw (bron website Julianahoeve)
9
Aan de westzijde, in de groenstrook langs de rand met het Park Fazant, zijn 2 bovengrondse tanks voor vloeibaar propaangas aanwezig (zie figuur 2.3). Het zijn tanks van 13 en 8 m3. De tanks worden meer dan 5 keer per jaar gevuld. Dit is van belang in verband met milieuwetgeving.
Figuu r 2.3 Park Fazant met gastanks bij de noordelijkste kavel
10
Figuur 2.4 Huidige landschappelijke afscherming Park Merel (situatie februari 2021)
2.2
Huidige planologische regelingen
Het park is planologisch geregeld in bestemmingsplan Kop van Schouwen (vastgesteld 24 december 2014) en de 1e herziening daarvan (vastgesteld 22 mei 2019). Daarnaast geldt er nog een paraplu-bestemmingsplan parkeernormen Schouwen-Duiveland (vastgesteld 27 september 2018). De camping heeft daarin de bestemming Recreatie - Kampeerterrein en de randen zijn bestemd voor Groen en Groen-Landschappelijk. Voor het gehele plangebied geldt verder de dubbelbestemming Waarde - Archeologie - 6. Binnen de eerstgenoemde bestemming is vastgelegd dat op het terrein.161 standplaatsen aanwezig mogen zijn, waarvan 1.870 permanente standplaatsen. Er zijn 35 stacaravans aanwezig die niet voldoen aan de begripsomschrijving in het bestemmingsplan, maar die wel voldoen aan de die van een kampeerhuisje. Dit zijn bijvoorbeeld L-vormige stacaravans en dubbele caravans. In het huidige bestemmingsplan is het aantal toegestane kampeerhuisjes 0. Op grond van het bestemmingsplan mag 30% van de permanente standplaatsen een kampeerhuisje zijn, met een maximum van 100.
11
Figuur 2.5 1e herziening bestemmingsplan Kop van Schouwen Het blijkt dat Park Zeemeeuw en de burgerwoning op het park niet zijn meegenomen in de 1e herziening Kop van Schouwen. Hiervoor geldt dus het bestemmingsplan Kop van Schouwen.
Figuur 2.6 Bestemmingsplan Kop van Schouwen
12
De propaantanks zijn niet planologisch geregeld.
2.3
Toelichting op de beoogde ontwikkeling
In paragraaf 1.1 is aangegeven wat in deze herziening van het bestemmingsplan wordt geregeld. Meer concreet betreft het de volgende zaken: legalisatie van vier kampeerhuisjes op Zeemeeuw en de afwijkende stacaravans elders op de camping die formeel een kampeerhuisje zijn (zie paragraaf 2.2); het alsnog planologisch regelen van verblijfsrecreatie op Zeemeeuw, zowel het gedeelte met chalets als het toeristische gedeelte; het mogelijk maken van privésanitair op alle toeristische standplaatsen; landschappelijke inpassing bestaande uit een standaardbreedte van 5 meter met wal, uitgezonderd het gedeelte Park Kievit; daar wordt de huidige situatie vastgelegd (maatwerk); het planologisch regelen van de propaantanks. Regelen kampeerhuisjes Het is wenselijk om de stacaravans die niet voldoen aan de begripsomschrijving, bijvoorbeeld L-vormige stacaravans, te regelen als kampeerhuisje In totaal zijn dit 35 stacaravans verspreid over het terrein. Daarnaast zijn de vier luxe chalets op Zeemeeuw hoger dan 5,0 meter en zijn dat dus ook kampeerhuisjes. Er wordt niet gestreefd naar het maximaliseren van het bouwvolume op het park, wel wordt gestreefd naar het correct regelen van de huidige situatie (35+4 = 39 kampeerhuisjes).
Privésanitair op alle toeristische standplaatsen Gezien de vraag naar meer comfort is het wenselijk dat op alle toeristische standplaatsen privésanitair kan worden geplaatst. Dit is op grond van het bestemmingsplan Kop van Schouwen en de 1ste herziening daarvan niet mogelijk.
Aanpassing landschappelijke inpassing De landschappelijke inpassing krijgt een standaardbreedte van 5 meter met een 2 meter hoge wal. Aanpassing maximale hoogte in zone Park Kievit Bij het Park Kievit heeft de landschappelijke inpassing een breedte van 3 meter met wal (zie paragraaf 2.1). Het gemeentelijk beleid is op dit punt veranderd. Gezien de huidige inrichting is het niet wenselijk om een groenstrook met een breedte van 5 meter te realiseren. Dit zou ten koste gaan van een groot aantal eenheden. Voorgesteld wordt om de huidige situatie te handhaven en een beperking in te voeren van de maximale hoogte van stacaravans tot 4 meter in een 30 meter brede zone. Hiermee wordt een adequate landschappelijke inpassing gegarandeerd. De landschappelijke inpassing en het bijkomende beheer zijn nader beschreven in bijlage 2.
13
Figuur 2.7 Park Kievit
Westelijk e rand Park Merel Op grond van het huidige beleid is het noodzakelijk om de landschappelijke afscherming op het eigen terrein te realiseren. Die is bij het Park Merel niet aanwezig, maar is gerealiseerd in het aangrenzende natuurgebied (zie paragraaf 2.1). Met de eigenaren van dat gebied en de provincie Zeeland is overeengekomen dat deze landschappelijke afscherming publiekrechtelijk en privaatrechtelijk zal worden geborgd. Daar waar “gaten” in de beplanting zijn gevallen, wordt dit hersteld met gebiedseigen plantmateriaal.
Planologisch regelen propaantanks aan de westzijde De 2 aanwezige propaantanks zullen iets worden opgeschoven en naar elkaar toegeschoven om ruimte te maken voor een 5 meter brede randbeplanting (zie figuur 2.8). In het Activiteitenbesluit milieubeheer zijn externe veiligheidsafstanden vastgelegd die gelden opzichte van buiten de inrichting gelegen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Dit is in het geval van camping Julianahoeve niet aan de orde; de omgeving is natuurgebied.
14
In artikel 3.29 van de Activiteitenregeling wordt voor de aan te houden interne afstanden verwezen naar de PGS 19. Het belangrijkste uitgangspunt bij het vaststellen van interne afstanden is het voorkomen van interne domino-effecten. Hierbij geldt dat vooral het reservoir moet worden beschermd tegen invloeden van interne objecten. Daarnaast geldt in mindere mate, voor bijvoorbeeld de overige installatieonderdelen zoals vulpunt en verdamper, dat ook in bepaalde mate rekening moet worden gehouden met de invloed die deze installatieonderdelen op de omgeving kunnen hebben. Volgens tabel 4.3 van de PSG 19 moet de minimale afstand (afstand 10 of 35 kW/m2) worden bepaald conform figuur 4.2. Figuur 4.2 bestaat uit drie grafieken. De standaardbrandcurve, grafiek 4.2c, geldt voor een gebouw waarin zich geen grote hoeveelheden brandbare vloeistoffen bevinden, zoals woningen, fietsenschuren en tuinhuisjes en is alleen van toepassing indien de vuurlast in het object hoger is dan 8 kg vurenhout-equivalent per m2 vloeroppervlak. Bij objecten met een vuurbelasting kleiner dan 8 kg vurenhout-equivalent per m2 gelden geen afstandseisen, omdat de brand hier te kort duurt om het propaanreservoir te bedreigen. Dit geldt ook voor losstaande objecten als bomen, planten, hekken en dergelijke.
Op grond van grafiek 4.2c is, uitgaande van de worst-case-situatie (100 m2 gevelopeningen en een vuurlast in het object dat hoger is dan 8 kg vurenhout-equivalent per m2 vloeroppervlak) de maximaal aan te houden afstand 3 meter (35 kW/m2) en 10 meter (10 kW/m2). De feitelijke afstand tussen de propaantanks en een kampeermiddel is 13 meter. Aan de maximaal aan te houden afstand wordt voldaan. Uit praktische overwegingen en omwille van de duidelijkheid wordt door de gemeente een veiligheidsafstand van 10 meter aangehouden, die in het bestemmingsplan wordt vastgelegd. Binnen deze afstand zijn geen kampeermiddelen toegestaan
15
Figuur 2.8 Oude en nieuwe situatie propaantanks (3 meter ruimte voor randbeplanting)
2.4
Toelichting op de juridische regeling
2.4.1 Wettelijk kader In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is geregeld dat alle nieuwe ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen, digitaal moeten worden vervaardigd, met inachtneming van de daartoe wettelijk verplicht gestelde ruimtelijke ordeningsstandaarden (SVBP2012, IMRO2012, STRI2012). Op die wijze zijn bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar en ook digitaal uitwisselbaar. Ook de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de gemeentelijke standaardregels voor de bestemmingsplannen (die ten grondslag liggen aan het geldende bestemmingsplan Kop van Schouwen) zijn van belang voor bestemmingsplannen. 2.4.2 Eén regeling voor het gehele terrein Uit praktische overwegingen (raadpleegbaarheid) is ervoor gekozen om de gehele camping onder te brengen in één bestemmingsplan. Nu is het nog zo dat er 2 plannen moeten worden geraadpleegd en met een nieuwe partiële herziening zouden dat er 3 worden. Een nieuwe bestemmingsplan (algehele herziening) is ook logisch omdat zowel grote delen van de verbeelding moeten worden aangepast (inclusief opname van de burgerwoning midden op de camping) als zaken in de regels die betrekking hebben op de gehele camping.
Bij het opstellen van de regeling is vanzelfsprekend zo veel als mogelijk aangesloten bij de regeling in de bestemmingsplannen Kop van Schouwen en de 1e herziening Kop van Schouwen. 2.4.3 Regels Op grond van SVBP2012 hebben de hoofdstukken waarin de regels zijn opgenomen, de volgende vaste volgorde. In hoofdstuk 1 Inleidende regels worden in de regels gehanteerde begrippen, voor zover nodig,
16
gedefinieerd en wordt de wijze van meten bepaald. In hoofdstuk 2 Bestemmingsregels zijn de regels opgenomen van de bestemmingen, zoals die op de verbeelding voorkomen. Het gaat daarbij om regels die het toelaatbaar gebruik van gronden regelen en regels voor het bouwen. Hoofdstuk 3 Algemene regels bevat een aantal regels die voor alle bestemmingen gelden, zoals een anti-dubbeltelregel en de algemene bouwregels. De overgangs- en slotregels in hoofdstuk 4 geven overgangsrecht voor bestaand gebruik en bestaande bebouwing en de titel van het plan. Bestemmingsregels In paragraaf 2.3 zijn al relaties gelegd tussen de beoogde ontwikkelingen en de regeling in dit bestemmingsplan. Hierna wordt beknopt ingegaan op de (aanpassing van) de regels van de gehanteerde bestemmingen. Voor een uitgebreide uitleg van de bestemmingsregels wordt verwezen naar de toelichtingen op de bestemmingsplannen Kop van Schouwen en de 1ste herziening daarvan.
Groen - Landschappelijk (Artikel 3) Deze bestemming is opgenomen voor groene randen van camping Julianahoeve en regelt primair de landschappelijke afscherming van het recreatieterrein door opgaande beplanting van voornamelijk streekeigen soorten en voor geluidwerende voorzieningen, een grondwal inbegrepen. Er is een standaardbreedte van 5 meter aangehouden, behalve bij Park Kievit en aan de noordoostzijde van Park Zeemeeuw.
Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht en ook een enkel gebouw voor nutsvoorzieningen. Ter bescherming van de hiervoor genoemde waarden zijn bepaalde werken en werkzaamheden alleen met een omgevingsvergunning toegestaan. De vulpunten van de 2 propaantanks aan de westzijde zijn vastgelegd met een aanduiding.
Natuur (Artikel 4) Deze bestemming is opgenomen voor de strook aan de westzijde van Park Merel dat nu in gebruik is voor de landschappelijke afscherming van de camping. De natuurbestemming is overgenomen uit het bestemmingsplan Kop van Schouwen. Omdat 'landschappelijke afscherming' niet direct verband houdt met een natuurbestemming, is een aanduiding opgenomen waarmee deze aanvullende functie wordt geregeld en ook de directe relatie met de camping wordt gelegd. In de regels van Artikel 5 Recreatie Kampeerterrein (lid 5.3.1 onder m) is aan deze aanduiding een voorwaardelijke verplichting gekoppeld waarmee de instandhouding en het beheer van de beplanting worden geborgd. Het gebruik van standplaatsen voor verblijfsrecreatie is niet toegestaan indien de landschappelijke afscherming van de (gehele) camping niet is aangelegd en in stand gehouden.
Recreatie - Kampeerterrein (Artikel 5) De gehele camping, exclusief de hiervoor vermelde groenstroken voor landschappelijke inpassing, heeft deze bestemming gekregen. Binnen deze bestemming zijn diverse specifieke functieaanduidingen opgenomen voor onder andere de 2 bedrijfswoningen, de 3 recreatiewoningen, het logeergebouw; de locaties voor dienstverlening en beheer en het personeelsverblijf (met een maximum van 14 slaapplaatsen). De aanwezige duinbeek is eveneens aangeduid en van een beschermende regeling voorzien.
17
In beginsel zijn recreatiewoningen uitsluitend toegestaan op (bedrijfsmatig geëxploiteerde) recreatiewoningenterreinen (omgevingsplan Provincie Zeeland). Uitzonderingen hierop zijn de reeds vergunde en nog als zodanig functionerende recreatiewoningen. Die woningen kunnen daarom positief worden bestemd. Op alle toeristische standplaatsen (niet-permanente standplaatsen) is privésanitair mogelijk gemaakt. De bouwregels voor het bouwen op een permanente standplaats zijn iets verduidelijkt, maar inhoudelijk niet veranderd. Binnen een zone van 30 meter langs de buitenrand van Park Kievit is de maximale hoogte aangepast. Dit is gewenst omdat de strook voor landschappelijke inpassing niet de standaardmaat van 5 meter heeft.
Binnen deze bestemming is het mogelijk lichte, ondersteunende horeca (categorie 1a dan wel 1b van de Staat van Horeca-activiteiten), en detailhandel te exploiteren. Voor de Staat van Horeca-activiteiten is een andere, nieuwere staat opgenomen dan de staat die in het bestemmingsplan Kop van Schouwen wordt gebruikt. De nieuwe staat is ontleend aan de gemeentelijke horecavisie. Voor horeca geldt in het bestemmingsplan Kop van Schouwen een maximum oppervlak van 350 m2 (exclusief terras). Deze maat is overgenomen, maar omdat in de bestaande situatie de oppervlakte al groter is (namelijk 1.415 m2) is een aanduiding opgenomen met een bestaande maat. De standaardmaat voor ondersteunende detailhandel (ten hoogste 150 m2) wordt niet overschreden en geldt dus als maximum. Om de landschappelijk inpassing van de camping te waarborgen, is de regels van (lid 5.3.1) een voorwaardelijke verplichting opgenomen (zie toelichting op Artikel 4 Natuur).
Verkeer (Artikel 6) Deze bestemming is opgenomen voor de Luieweg richting het strand en voor een heel klein stukje bospad. De bestemming spreekt voor zich en behoeft geen nadere toelichting.
Wonen (Artikel 7 Deze bestemming is opgenomen voor de burgerwoning middel op het terrein van de camping, De woning maakt geen deel uit van de camping. De relevante regels uit het bestemmingsplan Kop van Schouwen zijn overgenomen.
Dubbelbestemming Waarde - Archeologie 6 (Artikel 8) In het bestemmingsplan is 1 archeologische dubbelbestemming opgenomen. De dubbelbestemming is met een arcering op de verbeelding weergegeven. De bestemming valt samen met de bestemming Recreatie - Kampeerterrein. De regeling heeft tot doel de bescherming en veiligstelling van het archeologisch erfgoed in de bodem. Hiervoor is het beleid zoals dat is vermeld in paragraaf 4.3.2 leidend. De regeling is gebaseerd op de standaardregels in de gemeentelijke bestemmingsplannen (waaronder ook die in het geldende bestemmingsplan Kop van Schouwen).
Algemene regels Deze algemene regels bestaan uit een aantal algemene, niet aan specifieke bestemmingen gekoppelde, bepalingen.
18
Anti-dubbeltelregel (Artikel 9) Deze bepaling is ingevolge artikel 3.2.4 van het Bro verplicht voorgeschreven. Doel van deze bepaling is te voorkomen dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt, bijvoorbeeld ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen.
Algemene bouwregels (Artikel 10) Dit artikel bevat één lid, namelijk lid 10.1 Bestaande maten. Dit is een regeling voor bestaande maten die afwijken van de voorgeschreven maten in deze regels. Het artikel betreft uitsluitend een bouwbepaling en geen gebruiksbepaling. Met deze bepaling wordt voorkomen dat bestaande bouwwerken, die wat betreft afstandsmaten of andere maten afwijken van de maatvoering zoals vastgelegd in dit bestemmingsplan, - onbedoeld - geheel of gedeeltelijk onder het overgangsrecht komen te vallen. In de bepaling is nadrukkelijk vastgelegd dat op de bedoelde bestaande afwijkingen het overgangsrecht niet van toepassing is.
Algemene aanduidingsregels (Artikel 11) De vulpunten van de propaangastanks zijn vastgelegd binnen de bestemming Groen - Landschappelijk, maar de risicocontouren vallen over meer dan één bestemming. Daarom is voor deze contouren een gebiedsaanduiding (Veiligheidszone - propaan) opgenomen. Met deze aanduiding wordt geregeld dat er afstand moet worden gehouden tussen standplaatsen en het vulpunt.
Algemene gebruiksregels (Algemene gebruiksregels) Dit artikel is overgenomen uit de 1ste herziening Kop van Schouwen en bevat een verbod om gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met de aan de grond gegeven bestemming(en).
Algemene afwijkingsregels (Artikel 13) Voor ondergeschikte afwijkingen van de bestemmingsplanbepalingen (de bouwregels) is een algemene afwijkingsregel opgenomen.
Algemene wijzigingsregels (Artikel 14) In dit artikel (lid 14.1) is een algemene flexibiliteitsbepaling opgenomen om voor bepaalde onderdelen van bestemmingen of gebouwen dan wel bouwwerken af te wijken van de bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. Het criterium 'van belang voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken' gaat in de meeste gevallen om de praktische uitvoering van het plan, waarbij geen belangen van derden worden geschaad. Het criterium 'in verband met de werkelijke toestand van het terrein' is vooral aan de orde in situaties waarbij een terrein of gebied een geheel nieuwe inrichting krijgt en waarbij in het veld maar weinig aanknopingspunten zijn. Bij het uitzetten van het gebied blijkt dat de afmetingen niet exact gelijk zijn aan de coördinaten op tekening/in het digitale bestand en dat de situering van de nieuwe openbare wegen en de uitgeefbare percelen iets moet worden aangepast. Gezien de nauwkeurigheid van tegenwoordig, gaat het daarbij om centimeters in plaats van meters.
19
Lid 14.2 bevat een bevoegdheid voor het college om de aanduiding 'bedrijfswoning' binnen de bestemming Recreatie - Kampeerterrein te wijzigen naar de bestemming Wonen. Een standaardbepaling die is ontleend aan het bestemmingsplan Kop van Schouwen.
Overige regels (Artikel 15) Dit artikel bevat twee subleden, namelijk "15.1 Werking wettelijke regelingen en '15.2 Parkeerregeling. Ten aanzien van lid 15.1 wordt het volgende opgemerkt. In de regels van bestemmingsplannen wordt met enige regelmaat verwezen naar een (andere) wettelijke regeling of wordt een procedure, begrip en / of functie uit die andere regeling van toepassing verklaard). Ook in de begripsbepalingen komen die verwijzingen voor. Op grond van jurisprudentie mag een bestemmingsplan slechts volgens de vereiste procedure van de Wro worden gewijzigd. Het impliciet wijzigen van een bestemmingsplan door wijzigingen in wetgeving in de bepalingen waarnaar wordt verwezen is niet toegestaan. Het is dan ook nodig dat verwijzingen naar toepasbare wettelijke regelingen worden gefixeerd, namelijk naar de tekst ervan zoals die op het moment van vaststelling van het plan gold. Uit praktische overwegingen is er voor gekozen in dit hoofdstuk van de regels een artikel "Wettelijke regelingen" op te nemen, waarin is bepaald dat alle wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luidden op het moment van vaststelling van het plan. Hierdoor behoeft niet meer telkens te worden verwezen naar publicaties in het staatsblad. Lid 15.2 is opgenomen omdat parkeerregels niet meer in een bouwverordening worden geregeld, maar tegenwoordig in een bestemmingsplan.
Toelichting op de overgangs- en slotbepalingen In artikel 16 Overgangsrecht is het overgangsrecht ten aanzien van het gebruik en het bouwen in strijd met het plan geregeld. In lid 16.1 is de in artikel 3.2.1 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor bouwwerken opgenomen. In lid 16.4 is de in artikel 3.2.2 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor gebruik opgenomen.
20
Hoofdstuk 3 en visies 3.1
Toetsing aan beleid
Inleiding
Door de verschillende overheden is beleid geformuleerd ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen. Paragraaf 3.2 behandelt het rijksbeleid. Het provinciaal beleid is opgenomen in paragraaf 3.3. Tot slot wordt in paragraaf 3.4 de beoogde ontwikkeling getoetst aan het gemeentelijk beleid.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 door de minister vastgesteld. Het Rijk laat de ruimtelijke ordening zoveel mogelijk over aan gemeenten en provincies. Het Rijk kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op slechts 14 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 14 belangen hebben decentrale overheden beleidsruimte voor het faciliteren van ontwikkelingen.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels omtrent een aantal nationale belangen zoals genoemd in de SVIR. Dit plan raakt geen rijksbelangen uit het Barro.
Ladder voor duurzame verstedelijking In het Bro (artikel 3.1.6 lid 2) is opgenomen dat bij een ruimtelijk plan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, de ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen moet worden. De ladder is per 1 juli 2017 aangepast waarmee de ladderbenadering is losgelaten. Wel dient nog te worden aangetoond dat er behoefte is aan de betreffende ontwikkeling en, indien de ontwikkeling plaatsvindt buiten bestaand stedelijk gebied, waarom de betreffende locatie het meest geschikt is.
Toetsing Gelet op het feit dat sprake is van een afname van het totaal aantal verblijfseenheden en het feit dat de functie gelijk blijft, is geen sprake zijn van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Conclusie De beoogde ontwikkelingen, passen binnen de beleidskeuzes en de leidende principes uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en het Barro.
21
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Omgevingsplan Zeeland 2018 Op 21 september 2018 hebben Provinciale Staten van Zeeland het Omgevingsplan Zeeland 2018 vastgesteld. Het Omgevingsplan Zeeland 2018 bevat de hoofdlijnen uit alle provinciale beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving. Het gaat over de onderwerpen economie, ruimte, mobiliteit, natuur, cultuur, water en milieu. Verblijfsrecreatieve ontwikkelingen, zoals uitbreiding van eenheden en/of oppervlakte van bestaande verblijfsrecreatiebedrijven, moeten voldoen aan de hoofdlijnen van het ‘ontwikkelkader’ van de Kustvisie. Deze zijn opgenomen in het Omgevingsplan. Om de potentie van Zeeland te benutten, wordt in het Omgevingsplan ingezet op het stimuleren van herstructurering, kwaliteitsverbetering, innovatie, differentiatie en regionaal onderscheidend vermogen in de recreatiesector. Bestaande verblijfsrecreatiebedrijven worden gestimuleerd te investeren tot het maken van een kwaliteitsslag. Hiervoor is het aanjaagprogramma innovatie opgezet.
Toetsing Met dit bestemmingsplan is geen sprake van een uitbreiding van oppervlakte of eenheden. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteitsverbetering.
Conclusie De ontwikkeling waarop dit bestemmingsplan ziet, past binnen de uitgangspunten van het Omgevingsplan. 3.3.2 Omgevingsverordening Zeeland 2018 Op 21 september 2018 hebben Provinciale Staten van Zeeland de Omgevingsverordening Zeeland 2018 vastgesteld. De Omgevingsverordening Zeeland 2018 is een middel om het beleid uit de Omgevingsvisie juridisch door te laten werken. In de omgevingsverordening zijn regels onder andere opgenomen voor de nieuwvestiging en uitbreiding (in oppervlakte en eenheden) van bestaande verblijfsrecreatieterreinen. Deze regels zetten onder meer in op behoud en versterking van aanwezige landschappen, landschapselementen en cultuurhistorisch waardevolle elementen. Daarnaast zijn regels opgenomen met betrekking tot centrale bedrijfsmatige exploitatie en een verbod op permanent wonen. Verzekerd dient te worden dat standplaatsen of bouwwerken die bestemd zijn voor recreatief nachtverblijf worden verhuurd in de vorm van een centrale bedrijfsmatige exploitatie. Daarnaast dient duurzaam beheer en onderhoud van het terrein te worden geborgd. Deze regels gelden ook voor herzieningen van bestaande verblijfsrecreatieterreinen, ook wanneer voor deze onderwerpen reeds regels zijn opgenomen.
Toetsing Aangezien het huidige terrein van camping Julianahoeve niet wordt uitgebreid en het aantal eenheden afneemt, past het plan binnen de voorwaarden voor uitbreiding en nieuwvestiging van terreinen uit de Omgevingsverordening. De functie van het recreatieterrein blijft gelijk. De regels van het bestemmingsplan Kop van Schouwen inclusief de 1ste herziening daarvan vormen de basis voor de regeling van dit bestemmingsplan. In deze regels is bepaald dat permanente bewoning niet is toegestaan. Tevens is in deze regels bepaald
22
dat sprake dient te zijn van een centrale bedrijfsmatige exploitatie. Duurzaam beheer en onderhoud van het terrein is gewaarborgd middels onder meer een centrale bedrijfsmatige exploitatie, een beheerplan voor de instandhouding van de landschappelijke inpassing en het gegeven dat de ondergrond van het park in handen blijft van één partij.
Conclusie Dit bestemmingsplan voldoet aan de regels uit de Omgevingsverordening.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Milieubeleidsplan Schouwen-Duiveland, 2008-2010 De gemeente werkt haar lokale milieubeleid uit in een milieubeleidsplan. Dit plan beschrijft welke milieudoelen binnen welke periode moeten worden bereikt, en op welke manier. Het vakgebied milieu omvat diverse onderwerpen. Door het grote aantal verschillende onderwerpen bestaat het risico dat het activiteitenpakket onoverzichtelijk wordt. Om die reden is ervoor gekozen het nieuwe milieubeleidsplan per milieuonderwerp te beschrijven. Elk onderwerp wordt modulair behandeld, en bij elk onderwerp is aandacht voor visie, doelstellingen en uitvoering. Elke module heeft een looptijd van 4 jaar en binnen deze periode wordt gewerkt aan het behalen van de gestelde doelen. De volgende modules vormen samen het milieubeleidsplan: 1. bodem (vastgesteld op 16 december 2010); 2. energie en klimaat (vastgesteld op 25 juni 2009); 3. externe veiligheid (vastgesteld op 27 mei 2010); 4. geluid en stilte (vastgesteld op 18 december 2008) en aanvullend beleid hogere grenswaarden; 5. licht en duisternis (vastgesteld op 25 juni 2009); 6. luchtkwaliteit (vastgesteld op 18 december 2008); 7. water (vastgesteld op 26 september 2007). De vastgestelde modules gelden voor het hele gemeentelijk grondgebied van de gemeente Schouwen-Duiveland.
Toetsing en conclusie Waar relevant wordt in het hoofdstuk “Toetsing aan omgevingsaspecten” nader ingegaan op het gemeentelijke beleid. 3.4.2 Strategische Visie 'Tij van de Toekomst 2011-2040' De gemeenteraad heeft op 3 oktober 2011 de Strategische Visie 'Tij van de Toekomst' vastgesteld. In de visie is opgenomen hoe de gemeente Schouwen-Duiveland er in 2040 uit zou moeten zien. In de strategische visie staat de volgende ambitie centraal: 'In 2040 kent vakantie-eiland Schouwen-Duiveland een toonaangevende watereconomie die de duurzame verbinding vormt tussen wonen, werken, zorgen en genieten'. In de visie zijn de drie strategische doelen 'werken', 'wonen' en 'verblijven' uitgewerkt. Voor het onderhavige plan zijn met name de strategische doelen voor ‘werken’ en ‘verblijven’ relevant. Hierna zijn deze strategische doelen met bijbehorende ambities voor 2040 beschreven.
Strategische doelen: werken De economie van Schouwen-Duiveland is sterk watergerelateerd.
23
Landbouw en aquacultuur zijn geïnnoveerd en verweven met andere functies. Kleinschalige bedrijvigheid floreert, optimaal gestimuleerd en gefaciliteerd. Vraag en aanbod van de arbeidsmarkt zijn in balans. Schouwen-Duiveland is krachtig gepositioneerd als toonaangevend in water en veelzijdig vakantie-eiland. Strategische doelen: verblijven De bijzondere kwaliteiten (water, natuur, cultuur) maken Schouwen-Duiveland tot een aantrekkelijk vakantie-eiland. Het eiland Schouwen-Duiveland heeft een krachtig en duidelijk herkenbare toeristische hoofdstructuur. We benutten de daaraan verbonden potenties. De kwaliteit en diversiteit van de toeristische sector is groot. We maken gebruik van de unieke mogelijkheden die het water biedt. Schouwen-Duiveland is een aantrekkelijk vakantie-eiland door de bloeiende watersport en de vele watergerelateerde activiteiten en evenementen. Toetsing en conclusie De ontwikkeling die in dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, kwaliteitsverbetering van een camping dicht bij het strand, sluit aan op deze strategische doelen. 3.4.3 Agenda Toerisme 2018-2026 De gemeenteraad van Schouwen-Duiveland heeft op 25 oktober 2018 de ‘Agenda Toerisme 2018-2026' vastgesteld, inclusief bijbehorend uitvoeringsprogramma en regelgeving. De Agenda Toerisme 20182026 geeft de ambities voor Schouwen-Duiveland als toeristisch recreatieve bestemming voor de toekomst weer.
De agenda bevat strategische keuzes voor de toekomst, doelstellingen en uitvoeringsthema’s aan de hand waarvan per thema beleidskeuzes worden gemaakt. De uitvoeringsthema’s van de Agenda Toerisme zijn: 1. Uitgekiende marketing van onze ‘Groen Blauwe Oase’. 2. Meer Beleving: ‘Schouwen-Duiveland als podium voor de beste natuurbeleving op de grens van land en water’. 3. Het hele eiland gastvrij en meer jaarrond bezoekers. 4. Voortdurend vernieuwen. 5. Het mooiste strand als blijvende trekker. 6. Zorgeloos de unieke plekken op het eiland vinden. Voor de ontwikkelingen in het plangebied is met name het thema ‘Voortdurend vernieuwen’ van belang. Het voortdurend vernieuwen van de Groen Blauwe Oase in de toekomst. In de Groen Blauwe Oase Schouwen-Duiveland wordt ingezet op het behouden en versterken van belangrijke omgevingskwaliteiten voor de gasten en het stimuleren van meer bijzondere en gedifferentieerde vormen van verblijfsrecreatie in een natuurlijke omgeving. Kwaliteit is leidend. In brede zin geldt terughoudendheid met nieuwvestiging van verblijfsrecreatie. Maatwerk is het sleutelwoord. Innovatie en kwaliteitsverbetering wordt gestimuleerd, evenals de energietransitie en circulaire ontwikkelingen. Om de kwaliteit van verblijfsrecreatieterreinen te behouden is er terughoudendheid met tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten.
In het thema 'Voortdurend vernieuwen' wordt uitgegaan van het belang van meebewegen met de markt en permanent investeren in vernieuwing en kwaliteit. Één van de keuzes daarbij is het stimuleren van herstructurering, kwaliteitsverbetering en productdifferentiatie en het creëren van schaarste door geen
24
nieuwvestiging van verblijfsrecreatieve bedrijven toe te staan. De gemeente stelt een Adviesteam Toerisme in dat toeristisch-recreatieve plannen op kwaliteit beoordeelt. Consumptieve horeca (restaurantfunctie) en voorzieningen (zwembad, supermarkt) op recreatieterreinen, moeten dienend zijn aan het recreatieterrein en passend in omvang, maar mogen ook gericht zijn op inwoners en gasten anders dan van het recreatieterrein. Herstructurering en kwaliteitsverbetering van bestaande verblijfsrecreatieve bedrijven is mogelijk, mits de kwaliteitsverbetering van deze bestaande bedrijven plaats vindt binnen de bestaande oppervlakte en eenheden van het bedrijf en voldoet aan onderdeel A t/m D van het ontwikkelkader 'Verblijfsrecreatief gebied', inclusief het maximum percentage van 13% voor invulling verblijfsrecreatie: A. Ruimtelijke kwaliteit: 1. Kwaliteitsverbetering vindt plaats binnen de bestaande oppervlakte en eenheden van het bedrijf 2.
Onder voorwaarden is een beperkte uitbreiding van oppervlakte mogelijk: het nieuw uit te breiden terrein maakt integraal onderdeel uit van een nieuw landschap; de dichtheid en omvang van de bebouwing is passend in het betreffende landschap; beheer en onderhoud van het landschap is geborgd; er is sprake van een maximale invulling ten behoeve van verblijfsrecreatie op de totale uitbreidingsoppervlakte van 13% (exclusief centrale voorzieningen en inclusief sanitair en bergingen bij eenheden); de openbaar toegankelijke paden en routestructuren maken integraal onderdeel uit van het landschap. B. Economische haalbaarheid C. Markt en onderscheidend vermogen van het concept D. Sociaal maatschappelijke bijdrage Daarnaast moeten de aspecten waterveiligheid, duurzaamheid (wettelijke normen) en leefbaarheid (voor zover van toepassing) worden geborgd. Maatwerk is mogelijk in overleg en op advies van het Adviesteam Toerisme op basis van het uitgangspunt om te komen tot Zeeuwse kustkwaliteit (bijvoorbeeld hoger percentage invulling ten behoeve van verblijfsrecreatie gekoppeld aan extra landschapscompensatie).
Randbeplanting vindt plaats op basis van een integraal omgevingskwaliteitsplan (soorten, diversiteit, streekeigen). Dit integrale omgevingskwaliteitsplan wordt planologisch en/of privaatrechtelijk vastgelegd. De eerder geldende standaardeisen blijven van toepassing voor bestaande situaties. Randbeplanting of landschapsontwikkeling moet op eigen terrein worden gerealiseerd.
Toetsing en conclusie De ontwikkeling in het plangebied sluit aan bij (de beleidskeuzes uit) de Agenda Toerisme. Er is geen sprake van nieuwvestiging, maar van kwaliteitsverbetering binnen het bestaande oppervlakte en eenheden.
Het gedeelte van Zeemeeuw met chalets heeft een oppervlakte van 9.837 m2. Hiervan 13% is 1.278 m2. Per chalet (totaal 24) is er in theorie 53 m2 vloeroppervlakte beschikbaar. De chalets zijn alle kleiner dan 50 m2. Er wordt dus voldaan aan de 13% norm. Daarnaast is er een collectief duinlandschap gemaakt.
De ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de Agenda Toerisme.
25
Figuur 3.1 Chalets in een collectief duinlandschap
Figuur 3.2 oppervlakte van het chaletpark
26
3.4.4 Nota Kamperen 2013 Op 30 juni 2011 heeft de raad de (gewijzigde) Nota Kamperen vastgesteld. Het lange termijn doel van de Nota luidt: 'Schouwen-Duiveland heeft in 2018 kwalitatief hoogwaardige, innoverende en gezonde kampeerbedrijven, waar gasten zoveel mogelijk jaarrond veilig en vraaggericht in een gedifferentieerd kwaliteitsproduct kunnen recreëren'. Om deze doelstelling in de praktijk gestalte te geven, wordt exploitanten van kampeerterreinen meer ruimte geboden om hun terrein naar eigen inzicht in te richten. In dit kader is exploitanten de mogelijkheid geboden om initiatieven in te dienen om één of meer wijzigingen door te voeren op hun terrein. De uitgangspunten uit deze nota zijn overgenomen in de Nota Kamperen 2013. Voor recreatiewoningen zijn specifieke uitgangspunten opgenomen. Daarnaast zijn o.a. uitgangspunten opgenomen specifiek voor landschappelijke inpassing, centrale bedrijfsmatige exploitatie en de wijziging van een bestemming in recreatiewoningen.
Toetsing en conclusie De uitgangspunten zijn overeenkomstig de regels van het bestemmingsplan 'Kop van Schouwen' voor het de bouw en het gebruik van recreatiewoningen. De bepalingen worden in dit bestemmingsplan overgenomen. Daarmee wordt voldaan aan de uitgangspunten uit de Nota Kamperen. 3.4.5 Kengetallen parkeren en verkeer In de raadsvergadering van de gemeente Schouwen-Duiveland is op 4 juni 2020 de memo 'kengetallen parkeren en verkeer Agenda Toerisme' vastgesteld door de gemeenteraad en daarmee onderdeel gemaakt van het parkeerbeleid van de gemeente. De kengetallen voor parkeren en verkeer uit de Agenda Toerisme komen daarmee te vervallen. De verdeling van recreatieve subeenheden is uitgebreider dan op basis van de CROW. Voor recreatiewoningen zijn specifieke kengetallen opgenomen. Voor recreatieverblijven zoals recreatiewoningen wordt een parkeernorm van 1 parkeerplaats per 3 slaapplaatsen gehanteerd.
Toetsing en conclusie Voor de berekeningen van het benodigde aantal parkeerplaatsen en de beoordeling of er voldoende aanwezig zullen zijn, wordt verwezen naar paragraaf 4.2 Verkeersaspecten. Daaruit blijkt dat het aantal (geplande) parkeerplaatsen voldoet aan de normering zoals vastgelegd in de Agenda Toerisme.
27
Hoofdstuk 4 Toetsing aan omgevingsaspecten 4.1
Toetsing aan Besluit milieueffectrapportage
4.1.1 Toetsingskader In het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Ook wanneer de drempelwaarden niet worden overschreden moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten nagaan of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, die aanleiding geven om een milieueffectrapport (MER) op te stellen. Daarbij moet worden gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. In bijlage C en D van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig (bijlage C en D), projectmer-plichtig (bijlage C) of mer-beoordelingsplichtig (bijlage D) zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Onder deze drempelwaarden is een ontwikkeling niet rechtstreeks planmer-, projectmer of mer-beoordelingsplichtig.
Concreet voor deze situatie heeft de ontwikkeling betrekking op: legalisatie van vier kampeerhuisjes op Zeemeeuw en de overige afwijkende stacaravans elders op de camping die formeel een kampeerhuisje zijn (L-type en dubbele caravans); realisatie van verblijfsrecreatie op Zeemeeuw, zowel het gedeelte met chalets als het toeristische gedeelte; het blijkt dat bij de eerste herziening Kop van Schouwen dit terrein gedeelte niet is meegenomen; het mogelijk maken van prive-sanitair op alle toeristische standplaatsen; landschappelijke inpassing bestaande uit een standaard breedte van vijf meter met wal, uitgezonderd het gedeelte Park Kievit; daar wordt de huidige situatie vastgelegd (maatwerk); het planologisch regelen van de propaantanks aan de westzijde. Sinds 7 juli 2017 is een aanpassing van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Hierin is geregeld dat ook voor projecten die zijn opgenomen in bijlage D, maar beneden de drempelwaarden vallen, een besluit moet worden genomen of een MER nodig is. In dat kader wordt afgewogen of het plan - ondanks dat het ruim onder de drempelwaarde blijft - mogelijk toch belangrijke negatieve milieueffecten heeft, op basis van de eerder genoemde omstandigheden. Dit is een “vormvrije” mer-beoordeling.
28
4.1.2 Toetsing In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een permanent kampeer- en/of caravanterrein m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op 250.000 bezoekers per jaar of meer, een oppervlakte van 25 hectare of meer of een oppervlakte van 10 hectare of meer in een gevoelig gebied. De ontwikkeling blijft onder deze drempelwaarden. Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'. 4.1.3 Conclusie Op 16 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders besloten dat geen MER nodig is. Ook is daar de aanmeldingsnotitie voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen. Daaruit blijkt dat, gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden.
4.2
Verkeersaspecten
Voor het bepalen van het aantal parkeerplaatsen op het park Zeemeeuw wordt getoetst aan het nieuwe beleid zoals vastgelegd in de Agenda Toerisme. Op het gebied van verkeer en vervoer is er geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er in de gebruiksfase voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en dat de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling.
Toetsingskader In de Kengetallen parkeren en verkeer Agenda Toerisme (20-05-2020) is vastgelegd dat het aantal parkeerplaatsen afhankelijk is van het aantal slaapplaatsen: voor elk type verblijfsrecreatie geldt dat er 1 parkeerplaats per 3 slaapplaatsen moet zijn. Daarnaast is het aantal verkeersbewegingen vastgelegd, zie tabel 4.1.
Tabel 4.1. Aantal bedden en verkeersbewegingen per type accommodatie (Uitvoeringsprogramma agenda toerisme) type accommodatie stacaravan kampeerhuisje toeristische plek
aantal bedden 4 4 -6 4
verkeersbewegingen 5,2 8,0 5,2
Toetsing Oude situatie In de oude situatie waren er in totaal 139 seizoensstandplaatsen aanwezig. Dit correspondeert met het Uitvoeringsprogramma Agenda toerisme in: 139 x 4 = 556 slaapplaatsen; 139 x 5,2 = 723 verkeersbewegingen.
29
Nieuwe situatie Op Zeemeeuw zijn 24 verhuurchalets, met in totaal 136 slaapplaatsen, zie tabel 4.2. Deze zijn in de plaats gekomen van 64 seizoensplaatsen. Het aantal eenheden is dus afgenomen met 40 en het aantal slaapplaatsen dus met 160. Op het zuidelijke deel komen 42 toeristische standplaatsen.
Tabel 4.2. Aantallen eenheden en parkeerplaatsen Aantal eenheden chalet
Totaal chaletpark Toeristische standplaats Totaal
16 4 4
Aantal bedden met eenheid 6 4 6
42
4
Totaal aantal slaapplaatsen 96 16 24 136 168
Aantal parkeerplaatsen
45 56 101
Op het chaletpark van Zeemeeuw zijn 32 parkeerplaatsen aanwezig. Op het toeristische gedeelte komen er 69 parkeerplaatsen. Hiermee wordt voldaan aan de normering zoals vastgelegd in de Agenda Toerisme.
Tabel 4.3. Het aantal verkeersbewegingen is in de toekomstige situatie type
verkeersbeweging
aantal
stacaravan kampeerhuisje toeristische standplaats totaal
5,2 8,0 5,2
20 4 42
totaal aantal verkeersbewegingen 104 32 218 354
Het aantal verkeersbewegingen neemt af van 723 naar 354 (afname 49%).
Conclusie Het aantal (geplande) parkeerplaatsen voldoet aan de normering zoals vastgelegd in de Agenda Toerisme en het aantal verkeersbewegingen neemt sterk af (minus 49%).
4.3
Cultuurhistorie en archeologie
4.3.1 Cultuurhistorie Beleids-/toetsingskader In het Bro (artikel 3.6.1. lid 2) is bepaald dat in de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving dient te worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische
30
waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. In het gemeentelijk beleid wordt ingezet op het behoud van cultuurhistorisch erfgoed Verder beschikt de gemeente Schouwen-Duiveland over de Nota Integraal erfgoedbeleid 2021-2018. Daarin is vastgelegd dat in nieuw op te stellen bestemmingsplannen rekening wordt gehouden met cultuurhistorische waarden. Concreet houdt dit in dat bij de voorbereiding van een nieuw bestemmingsplan wordt geïnventariseerd welk cultuurhistorisch erfgoed aanwezig is en hoer daarmee moet of kan worden omgegaan in het licht van andere initiatieven en ruimtelijke claims. Het begrip cultuurhistorisch erfgoed moet hier overigens breed worden uitgelegd. Het gaat niet alleen om monumenten (gebouwen) maar over alle cultuurhistorische waarden, bijvoorbeeld bijzondere elementen in het landschap zoals weelen en terpen.
Toetsing/onderzoek In figuur 4.1. is een uitsnede van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart opgenomen van de Julianahoeve en de directe omgeving daarvan. Daaruit valt op te maken dat op het terrein van de camping geen bijzondere cultuurhistorische waarden aanwezig zijn. In de directe omgeving, buiten het plangebied, zijn duinbeken en houtwallen aanwezig.
31
Figuur 4.1 Fragment Cultuurhistorische Hoofdstructuur met de cultuurhistorische waarden in de directe omgeving van Julianahoeve: blauwe lijnen zijn duinbeken en rode lijnen zijn houtwallen (bron: provincie Zeeland)
Opmerkelijk is dat de oude duinbeek die door het gebied van de camping loopt niet op de waardenkaart is opgenomen. Behoud van deze duinbeek is niettemin gewenst.
32
Figuur 4.2 Fragment Algemene Hoogtekaart Nederland met daarop duidelijk te zien de aanwezig duinbeek op camping Julianahoeve
In de Nota Integraal erfgoedbeleid 2021-2018 is geen beleid geformuleerd dat voor de planologische regeling van camping Julianahoeve van belang is. Conclusie Uit de inventarisatie van cultuurhistorische waarden is gebleken dat in het plangebied een oude duinbeek loopt. Het is gewenst om deze duinbeek in dit bestemmingsplan te voorzien van een beschermende regeling. Voor het overige zijn er geen cultuurhistorische waarden waarmee rekening moet worden gehouden. 4.3.2 Archeologie Beleids-/toetsingskader Algemeen Op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) zijn behoud en beheer van het bodemarchief integraal verankerd in de ruimtelijke werkprocessen van de gemeenten.
33
Ten aanzien van het aspect archeologie zijn in het proces van de ruimtelijke ordening twee onderdelen van bijzonder belang: De verplichting dat gemeenten bij de ontwikkeling van ruimtelijke plannen er zorg voor dragen dat archeologische waarden meegewogen worden in de besluitvorming, en zo nodig de schade aan het bodemarchief beperken via voorschriften. Concreet betekent dit dat gemeenten verplicht zijn archeologische waarden in hun bestemmingsplannen te beschermen. Dat vertaalt zich doorgaans in een regeling waarin wordt bepaald dat de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen of voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden een rapport dient te overleggen. Hieruit moet blijken dat de archeologische waarde van het terrein die volgens de aanvraag wordt verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders voldoende is vastgesteld. De introductie van het “de veroorzaker betaalt principe”, waarmee bedoeld wordt dat de kosten van archeologisch onderzoek of andere maatregelen voor rekening kunnen komen van de initiatiefnemer of ontwikkelaar in plaats van de overheid. Beleidsplan Archeologie gemeente Schouwen-Duiveland In dit gemeentelijk beleidsplan uit 2008 is voor het gehele eiland vastgelegd welke archeologische verwachtingswaarden er zijn.
Hiervoor is een archeologische beleidskaart vervaardigd waarin onderscheid wordt gemaakt in verschillende gebiedstypen, van archeologische monumenten tot gebieden waar geen enkele archeologische verwachtingswaarde is. Voor ieder gebiedstype gelden eigen uitgangspunten, randvoorwaarden en drempelwaarden. Dit beleid is verwerkt in de bestemmingsplannen.
Wettelijke meldingsplicht Ook als er bij vooronderzoek geen behoudenswaardige archeologische waarden worden aangetroffen, is de kans aanwezig dat archeologische sporen en vondsten in de bodem aanwezig zijn en dat deze in de uitvoeringsfase van de graaf- en inrichtingswerkzaamheden aan het licht komen. Voor dergelijke vondsten bestaat een wettelijke meldingsplicht ex artikel 5.10 van de Erfgoedwet bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). Bij graafwerkzaamheden dient men dan ook attent te zijn op eventuele vondsten.
Toetsing Op de archeologische beleidskaart ligt de camping geheel in onderzoeksgebied type A.
34
Figuur 4.3 Fragment Algemene Hoogtekaart Nederland met daarop duidelijk te zien de aanwezig duinbeek op camping Julianahoeve
Dit beleidsgebied wordt in de bestemmingsplannen vertaald naar de dubbelbestemming Waarden Archeologie 6. Op gronden met deze bestemming kunnen bouwactiviteiten en andere (grondroerende) werkzaamheden, waarbij bodemingrepen plaatsvinden die dieper gaan dan 50 cm en die betrekking hebben op een oppervlakte groter dan 2.500 m2, alleen plaatsvinden als archeologisch onderzoek is uitgevoerd. En daaruit moet blijken dat aanwezige archeologische waarden niet worden geschaad. In dit bestemmingsplan worden vooral bestaande zaken planologisch-juridisch geregeld (zie paragraaf 2.3). Er zijn geen grondwerkzaamheden voorzien die de hiervoor genoemde drempels (2.500 m2 en 0,5 meter) overschrijden. Archeologisch onderzoek is daarom niet aan de nodig.
Conclusie Cultuurhistorie en archeologie vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkelingen. De regeling in het bestemmingsplan Kop van Schouwen die eventuele archeologische waarden planologisch beschermt en die recht doet aan het archeologisch beleid, wordt in voorliggend bestemmingsplan overgenomen met het opnemen van de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie-6'. De consequentie hiervan is dat onderzoek, indien dat noodzakelijk mocht blijken, wordt doorgeschoven naar de omgevingsvergunningaanvraag.
4.4
Bodemkwaliteit
Toetsingskader
35
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd.
Onderzoek Het terrein is al sinds de jaren 60 van de vorige eeuw in gebruik als recreatieterrein. Er zijn geen gegevens bekend over het storten van grond of het ophogen van het terrein. Feitelijk vindt er ook geen functiewijziging plaats en is onderzoek naar de bodemkwaliteit niet noodzakelijk.
Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling
4.5
Watertoets
Toetsingskader Voor ruimtelijke plannen dient met een watertoets aangetoond te worden dat dit geen negatieve gevolgen heeft voor de waterhuishouding. De initiatiefnemer dient in dat kader in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over het ruimtelijke planvoornemen. Hieruit moet blijken of de beoogde functiewijziging strijdig is met waterdoelstellingen c.q. noodzaakt tot waterhuishoudkundige maatregelen. De waterbeheerder is het waterschap Scheldestromen. Deze instantie is verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer binnen het plangebied en de omgeving daarvan. Het waterschap zal het wateradvies geven in het kader van het vooroverleg.
Om na te gaan of het voorliggend plan niet in strijd is met duurzaam waterbeheer, voldoet aan de waterdoelstellingen c.q. noodzaakt tot waterhuishoudkundige maatregelen, is de beoogde ontwikkeling getoetst aan de criteria uit de Zeeuwse Handreiking Watertoets. Deze criteria zijn bijeengezet in de watertoetstabel die door het Waterschap wordt gehanteerd.
Toetsing Feitelijk verandert er niets aan de mogelijkheden voor gebruik of de inrichting van het recreatieterrein. Desondanks is een watertoets opgenomen (zie bijlage 3).
Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.6
Geluid
Toetsingskader De Wet geluidhinder, de gemeentelijke Beleidsnotitie hogere grenswaarden wegverkeerslawaai, de Luchtvaartwet en de Wet milieubeheer zijn in het kader van geluidhinder van belang. Bij nieuwe
36
ontwikkelingen van geluidgevoelige bestemmingen dient de geluidsituatie in beeld gebracht te worden. De geluidniveaus op de gevels van de nieuwe gebouwen worden getoetst aan de geluidsnormen. Er dient gekeken te worden naar vier bronnen van geluid, namelijk: wegverkeerslawaai; spoorlawaai; industrielawaai; vliegtuiglawaai. Het juridisch kader voor wegverkeerslawaai, spoorlawaai en industrielawaai wordt gevormd door de Wet geluidhinder. Vliegtuiglawaai wordt geregeld in de Luchtvaartwet. Er liggen geen geluidzones van het spoorlawaai, industrielawaai en vliegtuiglawaai over het plangebied, waardoor deze niet nader worden beschouwd. Op het aspect wegverkeerslawaai wordt hier nader ingegaan.
Toetsing In het kader van de kwaliteitsverbetering van camping Julianahoeve is bekeken in hoeverre een akoestisch onderzoek naar wegverkeer noodzakelijk is. De gewenste ontwikkeling leidt tot een afname van de verkeersbewegingen met 49%. Er zal dan ook geen sprake zijn van een toename van de geluidsbelasting op geluidgevoelige bestemmingen. Een nader akoestisch onderzoek is niet noodzakelijk.
Conclusie Er kan worden geconcludeerd dat de Wet geluidhinder de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg staat.
4.7
Milieuhinder en bedrijven
Toetsingskader Afhankelijk van de mate waarin de in deze lijst opgenomen bedrijven milieuhinder kunnen veroorzaken (uitgaande van de gemiddelde bedrijfssituatie), kent de lijst aan de bedrijven een categorie toe. Naarmate de milieuhinder toeneemt, loopt de categorie op van 1 tot en met 5, met bijbehorende minimale afstanden tot de woongebieden. In de uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' is per bedrijfstype een globale indicatie gegeven van het invloedsgebied voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. Op basis van het aspect met de grootste afstand zijn de bedrijven in de volgende categorieën ingedeeld: Categorie 1 grootste afstanden 0 en 10 meter; Categorie 2 grootste afstand 30 meter; Categorie 3 grootste afstanden 50 en 100 meter; Categorie 4 grootste afstanden 200 en 300 meter; Categorie 5 grootste afstanden 500, 700 en 1000 meter. De afstanden gelden in principe tussen de perceelsgrens van het bedrijf (bij een gangbare perceelsgrootte en -indeling) en anderzijds de gevel van een woning. De afstanden in bovengenoemde uitgaven moeten als indicatief worden gezien. Doordat de omvang van bedrijven kan verschillen en omdat bedrijven maatregelen kunnen nemen om de invloed te beperken, kan de invloedssfeer in werkelijkheid afwijken van bovengenoemde afstanden.