CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

RVS Vaststellen bestemmingsplan Hoogenboomlaan 42 Renesse Bijlage 3 Regels

Gemeenteraad 29 september 2022, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Vaststellen bestemmingsplan Hoogenboomlaan 42 Renesse12.792 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

HOOGENBOOMLAAN 42 RENESSE Regels bestemmingsplan, ontwerp

Hoogenboomlaan 42 Renesse Schouwen-Duiveland

bestemmingsplan

identificatie

planstatus

identif icatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.1676.00311Bph309643-ON01

26-06-2020 11-11-2020 31-03-2021

concept voorontwerp ontwerp vastgesteld

projectnummer:

030183.20200546 opdrachtleider:

ir. J. van den Berg

2

Inhoudsopgave

Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15

Hoofdstuk 4 Artikel 16 Artikel 17

5 Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

Bestemmingsregels

6 6 15

16

Groen - Landschappelijk Natuur Recreatie - Kampeerterrein Verkeer Wonen Waarde - Archeologie 6

16 18 20 30 32 37

Algemene regels

40

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene aanduidingsregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

40 41 42 43 44 45 46

47 47 48

3

4

Regels

5

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan Hoogenboomlaan 42 Renesse van de gemeente Schouwen-Duiveland. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1676.00311Bph309643-ON01 met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen) 1.3 aan- of uitbouw een uit de gevel springend, in architectonisch opzicht ondergeschikt deel van een woning dat door haar indeling en inrichting is bestemd hoofdzakelijk te worden gebruikt ten behoeve van de woning. 1.4 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6 aanduidingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde aanduiding, begrensd door een aanduidingsgrens. 1.7 achtererf bij een hoofdgebouw gedeelte van het erf tussen de achtergevellijn en de aan de achterzijde van het hoofdgebouw gelegen erfgrens. 1.8 achtergevel het meest achterwaarts gelegen deel van een gebouw. 1.9 achtergevellijn denkbeeldige lijn die strak loopt langs de achtererf bij een hoofdgebouw tot aan de bouwperceelsgrenzen.

1.10 afgewerkt bouwterrein de gemiddelde hoogte van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, omringende grond; bij hellende terreinen: het hoogste punt van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, omringende grond.

6

1.11 archeologische deskundige de provinciaal archeoloog van Zeeland, de Rijksarcheoloog van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, de gemeentelijk archeoloog dan wel de archeologisch deskundige aangewezen door het college van burgemeester en wethouders. 1.12 archeologische waarde de met de bestemmingWaarde - Archeologie 6 aan het gebied toegekende waarde gekenmerkt door voorwerpen of bewoningssporen van vroegere samenlevingen direct onder het aardoppervlak. 1.13 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.14 bebouwingspercentage een aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een maatvoeringsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. 1.15 bed & breakfast een nevenactiviteit in een bestaande woning waar logies wordt verstrekt en waar eventueel afzonderlijke maaltijden worden verstrekt aan gasten. 1.16 bedrijfsmatig gebruik van de woning het gebruik van (een gedeelte van) een woning en/of daarbij behouden aanbouw of bijgebouw voor het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijk bedrijvigheid in tegenstelling tot een aan-huis-gebonden-beroep gericht op consumentenverzorging geheel of overwegend door middel van handwerk, waarvan de omvang zodanig is dat de woonfunctie behouden blijft en waarvoor geen meldingsof vergunningsplicht op grond van het Inrichtingen- en of Vergunningenbesluit milieubeheer geldt.

1.17 bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, welke slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van ) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is gelet op de bestemming van de grond ter plaatse van het gebouw of het terrein, of waarvan het hoofdinkomen afkomstig is van een bedrijf waarvan de bedrijfsactiviteiten gelet op de bestemming van de grond ter plaatse structureel worden uitgeoefend. 1.18 beheersplan een plan dat gericht is op het beheer, het onderhoud, instandhouding en herstel dan wel versterking van de gewenste landschaps- en/of natuurwaarden in een gebied. 1.19 beroepsmatig gebruik van de woning het gebruik van (een gedeelte van) een woning en/of daarbij behorende aanbouw of bijgebouw voor een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, lichaamsverzorgend, haarverzorgend, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende aan- of bijgebouw met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend.

7

1.20 bestaand ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.21 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.22 bevoegd gezag het bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.23 bijgebouw een met het hoofdgebouw verbonden of daarvan vrijstaand gebouw dat ten dienste staat van het hoofdgebouw en door zijn ligging, constructie of afmetingen ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.24 bordes (sta) caravan verhoogd platform met afdak en maximaal 2 wanden voor de ingang van een (sta)caravan bereikbaar via een aantal treden of een trap. 1.25 bordes gebouw verhoogd platform voor de ingang van een gebouw bereikbaar via een aantal treden of een trap. 1.26 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.27 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.28 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.29 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

1.30 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.31 café een horecabedrijf, niet zijnde een discotheek of bar/dancing, dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van kleinere etenswaren.

8

1.32 cafetaria/snackbar een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van ter plaatse bereide kleine etenswaren, met als nevenactiviteit het verstrekken van zwak-alcoholische dranken voor consumptie elders dan ter plaatse en niet-alcoholische dranken voor directe consumptie en consumptie elders dan ter plaatse. 1.33 centrale bedrijfsmatige exploitatie het via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van een gezamenlijk beheer en exploitatie van recreatiewoningen, kampeerterreinen en kampeermiddelen, gericht op het bieden van (permanent wisselende) recreatieve (nacht)verblijfsmogelijkheden. 1.34 centraal sanitair een sanitaire unit (voorzien van douche, toilet en wastafel) voor gebruik door meerdere huurders van een standplaatsen, waarbij de unit voor een ieder toegankelijk is. 1.35 dagrecreatie activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting uitdrukkelijk is uitgesloten. 1.36 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

1.37 dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen waaronder zijn begrepen reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren, bankfilialen schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en seksinrichting. 1.38 erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden. 1.39 extensieve dagrecreatie kleinschalige extensieve recreatieve activiteiten gericht op de beleving van de Kop van Schouwen, zoals wandelen, fietsen, skaten, paardrijden, kanoën, vissen, zwemmen en natuurobservatie. 1.40 gastenverblijf een aan- of uitbouw of vrijstaand bijgebouw welke ten dienste staat van een woning en welke uitsluitend gebruikt wordt om logies te bieden aan personen die elders hun hoofdverblijf hebben. 1.41 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

9

1.42 gevellijn denkbeeldige lijn die strak langs de gevel van een gebouw loopt tot aan de bouwperceelsgrenzen, dan wel de aangeduide lijn. 1.43 hoofdgebouw een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn aard, functie constructie of afmetingen, dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw valt aan te merken. 1.44 horecabedrijf een bedrijf gericht op het verstrekken van al dan niet ter plaatse bereidde en al dan niet ter plaatse te nuttigen dranken en/of etenswaren en/of het verstrekken van logies en/of het exploiteren van zaalaccomodaties. 1.45 hotel een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies (per nacht), maaltijden en dranken ter plaatse en zaalverhuur voor congressen. 1.46 kampeerhuisje een op een standplaats gelegen eenvoudig gebouw met een oppervlakte van maximaal 75 m² en een hoogte van maximaal 5,5 m, mits sprake is van een beperkte inhoud tot 250 m³, bestemd voor recreatief nachtverblijf voor personen die hun hoofdverblijf elders hebben. 1.47 kampeermiddel tenten, tentwagen, kampeerhuisjes of -lodges, caravans, campers, (sta)caravans of hiermee gelijk te stellen mobiele onderkomens op kampeerterreinen bestemd voor recreatief nachtverblijf, waarbij gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben.

1.48 kampeerterrein een terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht en blijkens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen en/of kampeerhuisjes ten behoeve van recreatief nachtverblijf, waaronder begrepen dienstgebouwen en andere voorzieningen ten dienste van het kamperen. 1.49 kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen Voorzieningen, zoals aanlegsteigers, picknickplaatsen, observatiepunten, informatieborden en banken, ten behoeve van activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport en spel (waarbij overnachting uitdrukkelijk is uitgesloten) zoals wandelen, fietsen, vissen, zwemmen, kanoën en natuurobservatie. 1.50 landschapsdeskundige een door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen inzake aanwezige landschapswaarden. 1.51 logeergebouw een gebouw bestemd voor verblijfsrecreatie door meerdere personen in groepsverband.

10

1.52 NEN Door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm, zoals deze luidde op het moment van vaststelling van het plan. 1.53 netto-standplaatsgrootte De effectieve, vrije standplaatsruimte per kampeerplaats, gemeten zonder beplantingen, wegen, (schouw)paden, sport- en spelvoorzieningen en parkeergelegenheid. 1.54 natuurbeschermingsdeskundige een door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen inzake aanwezige natuurwaarden. 1.55 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van openbaar nut. 1.56 openbare weg voor het openbaar verkeer openstaande weg of pad inclusief de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die weg behorende paden en bermen of zijkanten. 1.57 ondergeschikte functie functie waarvoor maximaal 15% van de vloeroppervlakte als zodanig mag worden gebruikt. 1.58 ondersteunende detailhandel gelegenheid waarbij het doel van de onderneming niet primair gericht op de verkoop van goederen, maar slechts ter ondersteuning is van de hoofdactiviteit. 1.59 ondersteunende horeca gelegenheid waarbij het doel van de onderneming niet primair gericht is op het verstrekken van consumptieve goederen, maar slechts ter ondersteuning is van de hoofdactiviteit.

Deze consumptieve gelegenheid richt zich op het verstrekken van eetwaren voor directe consumptie ter plaatse met daarnaast het afzonderlijk verstrekken van dranken voor directe consumptie ter plaatse. Horecagelegenheden bij sportkantines en clubhuizen vallen hier niet onder. 1.60 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak en optioneel een wand. 1.61 passend in het straat- en bebouwingsbeeld a. een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte; b. een goede hoogte-/breedteverhouding tussen de bebouwing onderling; c. een samenhang in bouwvorm/architectonisch beeld tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is; d. de cultuurhistorische samenhang van de omgeving.

11

1.62 niet-permanente standplaats een standplaats bestemd voor het plaatsen van één of meerdere kampeermiddelen, niet zijnde een stacaravan, gedurende het zomer- en/of winterseizoen. nader te onderscheiden in: a. één kampeermiddel met maximaal twee bijzettentjes van maximaal 8 m2 of b. maximaal drie tentjes van maximaal 8 m2. 1.63 peil a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk grenst aan de weg: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. bij ligging in het water: de gemiddelde hoogte van de aangrenzende oevers; c. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afwerkte bouwterrein, ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan. 1.64 pension een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies met een maximum van 25 slaapplaatsen, met als nevenactiviteit het verstrekken van maaltijden en/of dranken aan logerende gasten. In de kamers bevinden zich geen volwaardige keukens. 1.65 permanente bewoning bewoning van een ruimte als hoofdverblijf.

1.66 permanente standplaats een standplaats bestemd voor het plaatsen van een kampeermiddel of een kampeerhuisje en twee bijzettentjes van maximaal 8 m2, dat gedurende het gehele jaar aanwezig mag zijn ten behoeve van recreatief nachtverblijf; 1.67 privé-sanitair een sanitaire eenheid (voorzien van douche, toilet en wastafel) slechts voor gebruik door de huurder van een standplaats, waarbij de eenheid gedurende het gehele jaar op een standplaats aanwezig is. 1.68 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.69 recreatief nachtverblijf recreatie, niet zijnde permanente bewoning, in ruimten die zijn bestemd voor recreatief nachtverblijf, zoals een recreatiewoning, kampeerhuisje, logeergebouw, pension of kampeermiddel, door personen die hun hoofdverblijf elders hebben. 1.70 recreatiewoning een gebouw, geen woonkeet en geen (sta)caravan of andere constructie op wielen zijnde, dat bestemd is voor recreatief nachtverblijf en waarbij de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben. 1.71 restaurant een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken.

12

1.72 ruimtelijke kwaliteitswinst ruimtelijke meerwaarde die bestaat uit de inrichting van het erf, landschaps- en/of natuurontwikkeling, herstel of herkenbaar maken van de cultuurhistorische waarden of het vergroten van de toegankelijkheid van het gebied ten behoeve van extensieve dagrecreatie. 1.73 seksautomatenhal een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin door middel van automaten filmvoorstellingen en/of live-shows van erotische en/of pornografische aard kunnen worden gegeven. 1.74 seksbioscoop/-theater een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin vertoningen van erotische en/of pornografische aard worden gegeven. 1.75 seksinrichting de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische-massagesalon, een seksbioscoop/-theater, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.76 Staat van Horeca-activiteiten de Staat van Horeca-activiteiten die van deze regels deel uitmaakt.

1.77 stacaravan een kampeermiddel uit één niet-samengesteld geheel, die in zijn geheel zelfstandig (over de weg) vervoerd kan worden met een maximale oppervlakte van 55 m2 en maximaal 5 m hoog, gemeten vanaf het afgewerkt bouwterrein. 1.78 straatprostitutie prostitutie op de openbare weg respectievelijk op openbare ruimten of in een zich op de openbare weg respectievelijk openbare ruimte bevindend voertuig. 1.79 standplaats het gedeelte van een kampeerterrein aangewezen voor recreatief nachtverblijf in één of meerdere kampeermiddelen of een kampeerhuisje, waarbij de standplaatsen voor kampeermiddelen nader zijn te onderscheiden in permanente standplaats en niet-permanente standplaats: 1.80 trekkershut een eenvoudig gebouw bestaande uit één ruimte, zonder verdieping met een oppervlakte van maximaal 20 m2 en een bouwhoogte van 3,5 m. 1.81 verblijfsrecreatie recreatie in ruimten die zijn bestemd of opgericht voor recreatief nachtverblijf, zoals een recreatiewoning, groepsaccommodatie, logeergebouw, pension, kampeermiddel of kampeerhuisje, door personen die hun hoofdverblijf elders hebben.

13

1.82 voorgevel van een hoofdgebouw het meest naar de weg zijde gekeerde deel van een hoofdgebouw. 1.83 voorgevellijn denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een hoofdgebouw tot aan de bouwperceelsgrenzen. 1.84 vrijstaand een gebouw zonder gemeenschappelijke wand met een ander gebouw. 1.85 webwinkel detailhandel zonder showroom en zonder afhaalmogelijkheden ter plaatse. 1.86 winterkamperen het gebruik van kampeermiddelen voor recreatief nachtverblijf in de periode van 16 november tot 1 maart. 1.87 winterseizoen de jaarlijkse periode van 16 november tot 1 maart van enig jaar. 1.88 winterstalling het stallen van kampeermiddelen in de open lucht op een aparte plaats op het kampeerterrein, zodanig dat daarin geen recreatief nachtverblijf kan plaatsvinden, in het winterseizoen. 1.89 woning een hoofdgebouw dat dient voor de huisvestiging van één afzonderlijk huishouden. 1.90 zijerf bij een hoofdgebouw gedeelte van het erf tussen een zijgevellijn en de aan die zijde van het hoofdgebouw gelegen grens van het erf. 1.91 zijgevel een gevel van een gebouw, die niet een voorgevel of achtergevel is. 1.92 zijgevellijn denkbeeldige lijn die strak loopt langs de zijgevel van een hoofdgebouw tot aan de bouwperceelsgrenzen. 1.93 zomerseizoen de jaarlijkse periode van 1 maart tot en met 15 november van enig jaar.

14

Artikel 2

Wijze van meten

2.1 afstand: de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2 dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.3 bouwhoogte van een antenne-installatie: a. ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie; b. ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie. 2.4 bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5 breedte, lengte en diepte van een bouwwerk: tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.6 brutovloeroppervlakte: de brutovloeroppervlakte volgens NEN 2580. 2.7 goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.8 inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.9 oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.10 de vloeroppervlakte: de gebruiksvloeroppervlakte volgens NEN 2580.

15

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Groen - Landschappelijk

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen - Landschappelijk' aangewezen gronden zijn uitsluitend bestemd voor: a. het behoud en/of herstel en ontwikkeling van de aanwezige natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden en de ontwikkeling van potentiële natuurlijke en landschappelijke waarden; b. landschappelijke afscherming van recreatieterreinen door opgaande beplanting van voornamelijk streekeigen soorten en voor geluidwerende voorzieningen, een grondwal inbegrepen; en tevens voor: c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - vulpunt propaan': een vulpunt van een opslagtank van vloeibaar propaangas; d. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals water, taluds, oevers en waterhuishoudkundige voorzieningen. 3.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: 1. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, 2. gebouwen voor nutsvoorzieningen; b. de bouwhoogte van bouwwerken bedraagt ten hoogste: 1. van bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 2 m; 2. van openbare nutsvoorzieningen: 3,5 m. c. de oppervlakte van gebouwen voor nutsvoorzieningen bedraagt ten hoogste 15 m2; 3.3 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruiken, te doen of laten gebruiken van gronden als uitstallings-, opslag-, standplaats voor kampeermiddelen.

3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden binnen deze bestemming zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting en afschermende voorzieningen; b. het aanbrengen van geluidwerende voorzieningen zoals een grondwal; c. het aanbrengen van verharde wegen en/of paden en andere oppervlakteverhardingen. 3.4.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het in lid 3.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:

16

a. het normale onderhoud betreffen, waaronder in ieder geval verstaan ploegen, eggen, het uitbaggeren van sloten en greppels; b. noodzakelijk zijn in verband met het op de bestemming gerichte beheer; c. reeds in uitvoering dan wel vergund zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; 3.4.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt slechts verleend indien is gebleken dat de in lid 3.4.1 genoemde werken of werkzaamheden direct, hetzij indirect geen aantoonbaar onevenredige aantasting van de in de omgeving aanwezige landschappelijke, natuurlijke, cultuurhistorische waarden alsmede de landschappelijke inpassing tot gevolg hebben, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.

17

Artikel 4

Natuur

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden; en tevens voor: b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - landschappelijke afscherming' voor landschappelijke afscherming van recreatieterrein Julianahoeve door opgaande beplanting van voornamelijk streekeigen soorten, daaronder begrepen een grondwal; c. ontsluitingspaden, calamiteitenontsluitingen alsmede voorzieningen ten behoeve van hulpdiensten; d. aan de bestemming ondergeschikte extensieve dagrecreatie met bijbehorende recreatieve fiets, en wandel- en ruiterpaden en voorzieningen; e. water, beplanting, taluds, oevers en waterhuishoudkundige voorzieningen, educatieve voorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. 4.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. Op deze gronden mogen uitsluitend ten dienste van de in lid 4.1 bedoelde bestemming bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. a. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 2 meter bedragen. 4.3 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruiken, te doen of laten gebruiken van gronden als uitstallings-, opslag-, stand-, of ligplaats voor kampeermiddelen, voer- en vaartuigen.

4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden), de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen of verharden van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; c. het aanleggen van dijken of andere taluds en het vergraven of ontgraven van reeds aanwezige dijken of taluds; d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; e. het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen, kaden en aanlegplaatsen; f. het aanleggen van boven- of ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting alsmede het verwijderen van oevervegetaties; h. het beplanten van gronden met houtgewassen.

18

4.4.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het in lid 4.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; b. reeds krachtens een verleende omgevingsvergunning in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning; d. reeds mogen worden uitgevoerd in het kader van de Natuurbeschermingswet; e. passen binnen het beheersplan Kop van Schouwen; f. worden uitgevoerd in verband met een natuurontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. 4.4.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien daardoor de waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind en indien mitigerende en zo nodig compenserende maatregelen worden getroffen. Hiertoe dient vooraf een inrichtingsplan te worden opgesteld, dat door bevoegd gezag wordt betrokken bij haar besluit. 4.4.4 Adviesverplichting Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in van de natuurbeschermingsdeskundige omtrent de vraag of aan de voorwaarde als bedoeld in 4.4.3 wordt voldaan.

19

Artikel 5

Recreatie - Kampeerterrein

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie - Kampeerterrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. recreatie in kampeermiddelen en gebouwen die zijn bestemd of opgericht voor recreatief nachtverblijf door personen die hun hoofdverblijf elders hebben; en tevens voor: b. c. d. e.

ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning': één bedrijfswoning; ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning': een recreatiewoning; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - logeergebouw': een logeergebouw; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - dienstverlening en beheer': dienstverlening, zwembaden en overige voorzieningen ten behoeve van de verblijfsrecreatie op hetzelfde terrein; f. ondersteunende horeca ten behoeve van het recreatiebedrijf in de categorie 1a dan wel 1b van de Staat van Horeca-activiteiten, tot een vloeroppervlakte van 350 m2 (exclusief terras), met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - maximum oppervlakte horeca 1' het vloeroppervlak ten hoogste 1.415 m2 mag bedragen; g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - personeelsverblijf': een verblijf voor de tijdelijke huisvesting van op het bedrijf werkzaam zijnde recreatiepersoneel met een maximum van 14 slaapplaatsen; h. ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden': het behoud van cultuurhistorische waarde; i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - duinbeken': het behoud, versterken en ontwikkelen van aanwezige cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden als gevolg van een duinbeek; j. bij deze bestemming behorende voorzieningen, 1.

zoals groen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, sanitaire voorzieningen, nutsvoorzieningen parkeervoorzieningen en (ontsluitings)wegen, spel-, sport- en speelvoorzieningen en landschappelijke inpassing; 2. kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen, voorzieningen voor beheer en onderhoud en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming, zoals verblijven voor de tijdelijke huisvesting van het op het bedrijf werkzaam zijnde recreatie personeel en seizoenwerkers. 3. ondersteunende detailhandel ten behoeve van het recreatiebedrijf tot een vloeroppervlakte van ten hoogste 150 m2. 5.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: 5.2.1 Toelaatbare bebouwing a. Op deze gronden mogen worden gebouwd: 1. gebouwen; 2. aan- en uitbouwen en bijgebouwen; 3. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. gebouwen dienen in het bouwvlak te worden opgericht, met dien verstande dat: 1. gebouwen voor centraal sanitair ook buiten het aangegeven bouwvlak mogen worden opgericht; 2. recreatiewoningen tevens buiten het aangegeven bouwvlak mogen worden opgericht, mits deze worden gebouwd op de gronden met de aanduiding 'recreatiewoning'; 3. gebouwen die op een standplaats dienen te worden opgericht, zoals kampeerhuisjes, trekkershutten en bijgebouwen bij kampeermiddelen buiten het bouwvlak mogen worden

20

opgericht; 4. de oppervlakte van gebouwen ten behoeve van dienstverlening en beheer bedraagt ten hoogste 3% van de oppervlakte van de gronden met de bestemmingen Groen - Landschappelijk en Recreatie - Kampeerterrein, voor zover deze bij het betreffende recreatiebedrijf horen; c. op elke permanente standplaats mogen worden gebouwd: ten hoogste 1 vrijstaand bijgebouw en 1 bordes (sta) caravan. d. op elke niet-permanente standplaats is ten hoogste één privé-sanitair toegestaan, waarbij privésanitair van ten hoogste 4 verschillende standplaatsen aaneen mag worden gebouwd of worden gecombineerd in één gebouw; e. op een permanente standplaats is ten hoogste één van de volgende gebouwen toegestaan: een kampeerhuisje, stacaravan of trekkershut. 5.2.2 Gebouwen en overkappingen a. de oppervlakte van gebouwen ten behoeve van dienstverlening en beheer bedraagt ten hoogste 3% van de oppervlakte van de gronden met de bestemmingen Recreatie - Kampeerterrein en Groen Landschappelijk, voor zover deze bij het betreffende recreatiebedrijf horen'; b. de oppervlakte, inhoud, goot- en bouwhoogte van gebouwen en overkappingen bedragen ten hoogste de navolgende maten: Gebouw 1

gebouw binnen het bouwvlak

2

accenthoogten ten behoeve van een glijbaan bij een zwembad binnen het bouwvlak gebouwen voor centraal sanitair kampeerhuisje (inclusief bordes gebouw)

3 4

Oppervlakte (m2) -

Inhoud (m3) -

20

75

5

recreatiewoning (inclusief aan- en 75 uitbouwen, aangebouwde bijgebouwen en overkappingen)

6

stacaravan (inclusief bordes (sta) 55 caravan)

250

Goothoogte Bouwhoogte (m) (m) zie zie aanduiding: aanduiding: 'maximum maximum goothoogte (m). goothoogte (m). maximum maximum bouwhoogte bouwhoogte (m) (m) tenzij in rij 2 t/m tenzij in rij 2 t/m 15 uit deze tabel 15 uit deze anders is tabel anders is bepaald bepaald 15

4 algemeen: 5,5 ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding - h: 3,5 algemeen: 5,5 ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding - h: 3,5 algemeen: 5 ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding - h: 3,5

21

7

kampeerlodge (inclusief bordes)

30

130

8 9

algemeen: 5 ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding - h: 3,5 3,5 3,5

trekkershut 20 bijgebouw per permanente 9 standplaats 10 bedrijfswoning inclusief 200 750 6 10 aangebouwde bijgebouwen 11 privé-sanitair 3,5 - per niet-permanente 6 standplaats - gecombineerd in één gebouw 24 12 vrijstaande bijgebouwen bij totaal 40 3,5 7,5 bedrijfswoning 13 vrijstaande bijgebouwen bij 13 3,5 recreatiewoning 14 kinderspeelhuisjes en 4 huisdierenverblijven 15 overige gebouwen ten behoeve gezamenlijke 4 8 van het onderhoud en beheer oppervlakte: 40 buiten het bouwvlak c. het aantal kampeerhuisjes mag maximaal het aangegeven aantal bedragen ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal kampeerhuisjes'; d. het aantal trekkershutten mag maximaal het aangegeven aantal bedragen ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal trekkershutten'; e. het aantal recreatiewoningen mag maximaal het aangegeven aantal bedragen ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal recreatiewoningen'; f. de afstand tussen een bijgebouw en de grens van een standplaats bedraagt ten minste 1 m; g. in afwijking van het gestelde onder c mag ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' de inhoud van het gebouw ten hoogste 1.200 m3 zijn; h. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedragen ten hoogste de navolgende maten: bouwwerk, geen gebouw zijnde 1. bordes gebouw op een permanente standplaats bij een kampeerhuisje 2.

bordes (sta) caravan op een permanente standplaats bij een stacaravan 3. licht- en vlaggenmasten 4. speelvoorzieningen 5. erf- en terreinafscheidingen op gronden die zijn gekeerd naar de openbare weg en die liggen buiten een bouwvlak 6. erf- en terreinafscheidingen elders 7. zend- en ontvangstinstallatie 8. overige bouwwerken geen gebouwen zijnde

22

bouwhoogte (m) de goothoogte van het op de standplaats aanwezige kampeerhuisje de hoogte van op de standplaats aanwezige stacaravan 8m 3m 1m

2m 45 m 2m

5.3

Specifieke gebruiksregels

5.3.1 Gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik van gronden gelden de volgende regels: a. het aantal standplaatsen bedraagt ten hoogste het aangegeven aantal dat met de aanduiding 'maximum aantal standplaatsen is aangegeven, indien geen aanduidingsvlak is opgenomen, bedraagt het aantal ten hoogste 0'; b. het aantal permanente standplaatsen bedraagt ten hoogste het aantal dat met de aanduiding de aanduiding 'maximum aantal permanente standplaatsen is aangegeven, indien geen aanduidingsvlak is opgenomen, bedraagt het aantal ten hoogste 0'; c. het aantal standplaatsen voor winterkamperen bedraagt ten hoogste het aantal dat met de aanduiding 'maximum aantal winterkamperen' is aangegeven, indien geen aanduidingsvlak is opgenomen, bedraagt het aantal maximaal 0'; d. er dient sprake te zijn van een centrale bedrijfsmatige exploitatie, e. ten behoeve van de tijdelijke huisvesting van personen is het toegestaan extra standplaatsen te realiseren, onder de voorwaarden dat: 1. bij minder dan 100 niet-permanente standplaatsen 1 extra niet-permanente standplaats is toegestaan voor personeel; 2. tussen de 100 en 250 niet-permanente standplaatsen 2 extra niet-permanente standplaatsen zijn toegestaan voor personeel; 3. bij meer dan 250 niet-permanente standplaatsen 3 extra niet-permanente standplaatsen zijn toegestaan voor personeel; f.

de netto-standplaatsgrootte voor een permanente standplaats bedraagt ten minste150 m², met dien verstande dat de grootte ten minste 4 maal de oppervlakte van een kampeerhuisje bedraagt; g. de netto-standplaatsgrootte voor een niet-permanente standplaats bedraagt ten minste 100 m²; h. op een permanente standplaats mogen gedurende het gehele jaar ten hoogste worden geplaatst: 1. één kampeermiddel, en; 2. twee bijzettentjes van elk ten hoogste 8 m2 of; i. op een niet-permanente standplaats mogen kampeermiddelen worden geplaatst met inachtneming van het volgende: 1. plaatsing is uitsluitend toegestaan gedurende het zomerseizoen, tenzij onder 2 anders is bepaald; 2. per terrein zijn ten hoogste het met de aanduiding 'maximum aantal standplaatsen winterkamperen' toegestaan; j. per kampeerterrein mogen ten hoogste het met de aanduiding 'maximum aantal winterstalling' aangegeven aantal kampeermiddelen, niet zijnde stacaravans, voor winterstalling worden gebruikt, voor zover: 1. de gestalde kampeermiddelen op één plek worden geclusterd op het terrein; 2. plaatsing zodanig geschiedt dat recreatief nachtverblijf in de kampeermiddelen op dat moment niet mogelijk is; 3.

het kampeerterrein rondom is voorzien van een afschermende landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een afschermende struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een breedte van 10 m of van ten minste 5 m en een met streekeigen beplanting beplante aarden wal van ten minste 2 m hoog, gemeten vanaf het maaiveld; k. de lichtuitstraling naar de omgeving dient te worden beperkt zoveel als technisch mogelijk; l. ten minste 2% van de gronden met de bestemming Recreatie - Kampeerterrein zijn bedoeld ten behoeve van sport- en spelvoorzieningen. m. Het gebruik van standplaatsen voor verblijfsrecreatie is slechts toegestaan indien landschappelijke afscherming van de camping als bedoeld in artikel 3 lid 3.1 en artikel 4 lid 4.1 onder b is aangelegd en in stand gehouden.

23

5.3.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. recreatief nachtverblijf in bijgebouwen; b. detailhandel, met uitzondering van ondersteunende detailhandel, voor zover dit een ondergeschikt bestanddeel uitmaakt van de totale bedrijfsuitoefening; c. een hotel, d. horeca, met uitzondering van ondersteunende horeca, voor zover dit een ondergeschikt bestanddeel uitmaakt van de totale bedrijfsuitoefening; e. het gebruiken of te laten gebruiken van gronden en / of bouwwerken als seksinrichting of voor straatprostitutie; f. het gebruik van niet-permanente standplaatsen in het winterseizoen als opslag-, stort-, lozings- of bergplaats; g. het gebruiken, te doen of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor permanente bewoning, met uitzondering van de gronden met de aanduiding 'bedrijfswoning' h. het inrichten en/of gebruiken van een aan- of uitbouw of vrijstaand bijgebouw bij een bedrijfswoning als gastenverblijf'; i. het inrichten en/of gebruiken van een aan- of uitbouw of vrijstaand bijgebouw als zelfstandige woonruimte. 5.3.3 Niet strijdig gebruik In het geval van een bedrijfswoning is het beroepsmatig gebruik van de woning of bedrijfsmatig gebruik van de woning en/of bij deze woning behorende bijgebouwen toegestaan als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.

het beroep of bedrijf is ondergeschikt aan het wonen, waarbij ten hoogste 50 m² vloeroppervlakte van het hoofdgebouw, aan- of uitbouwen en bijgebouwen wordt gebruikt ten behoeve van het beroep of bedrijf; b. het beroep of bedrijf wordt uitgeoefend door de bewoner van de woning; naast de uitoefening door de bewoner is ten behoeve van het beroep of bedrijf ten hoogste één extra arbeidsplaats toegestaan; c. er is voldoende parkeergelegenheid aanwezig op eigen terrein dan wel in de directe omgeving; er is sprake van voldoende parkeergelegenheid indien voldaan wordt aan de parkeerkencijfers van de CROW publicatie nr. 381 "Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie" of aan de normen uit daaropvolgende uitgaven; d. uitsluitend ondergeschikte detailhandel is toegestaan, waarbij een webwinkel (zonder showroom en zonder afhaalmogelijkheden voor consumenten) wel is toegestaan; e. niet toegestaan is: 1. horeca; 2. een seksinrichting; 3. buitenopslag van goederen; 4. verlichte of opvallende reclame-uitingen die zichtbaar zijn aan de gevel. 5.4

Afwijken van de gebruiksregels

5.4.1 Gastenverblijf Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.3.1 onder h voor het inrichten en/of gebruiken van een aan- of uitbouw of vrijstaand bijgebouw als gastenverblijf, met dien verstande dat: a. omgevingsvergunning uitsluitend wordt verleend voor percelen waarop een (bedrijfs)woning aanwezig is, die krachtens het bestemmingsplan op de betreffende gronden toelaatbaar is; b. de aanvrager eigenaar en/of bewoner is van het bouwperceel; c. het hoofdgebouw op het bouwperceel permanent wordt bewoond;

24

d. per bouwperceel ten hoogste 1 aan- of uitbouw of vrijstaand bijgebouw als gastenverblijf is toegestaan; e. het gastenverblijf uitsluitend voor niet-permanente bewoning wordt gebruikt; f. het gastenverblijf uitsluitend niet-commercieel wordt gebruikt; g. de algemene Bouwregels voor een aan- of uitbouw of vrijstaand bijgebouw in acht worden genomen, met dien verstande dat de afstand van het bijgebouw tot de grens van een bouwperceel ten minste 1 m moet bedragen; h. de omgevingsvergunning niet tot gevolg heeft dat de belangen van derden onevenredig worden geschaad; i. er aangetoond wordt dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat in het betreffende bijgebouw (veiligheid, milieuhinder); j. op eigen terrein voorzien wordt in parkeerruimte voor minimaal één auto. 5.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.5.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de in lid 5.1 onder i bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden), de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen of verharden van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b.

het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; c. het aanleggen van dijken of andere taluds en het vergraven of ontgraven van reeds aanwezige dijken of taluds; d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; e. het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen, kaden en aanlegplaatsen; f. het aanleggen van boven- of ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting alsmede het verwijderen van oevervegetaties; h. het beplanten van gronden met houtgewassen. 5.5.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het in lid 5.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; b. noodzakelijk zijn in verband met het op de bestemming gerichte beheer; c.

reeds krachtens een verleende omgevingsvergunning in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 5.5.3 Voorwaarde voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien daardoor de waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind en indien mitigerende en zo nodig compenserende maatregelen worden getroffen. Hiertoe dient vooraf een inrichtingsplan te worden opgesteld, dat door het bevoegd gezag wordt betrokken bij haar besluit.

25

5.5.4 Advisering Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in 5.5.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in van de landschapsdeskundige en natuurbeschermingsdeskundige omtrent de vraag of aan de voorwaarde als bedoeld in 5.5.3 wordt voldaan. 5.6

Wijzigingsbevoegdheid

5.6.1 Aantal permanente standplaatsen Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen door het aantal permanente standplaatsen als bedoeld in lid 5.3.1 te vergroten en/of het totaal aantal standplaatsen te verkleinen en de gronden ten behoeve van de landschappelijke inpassing wijzigen naar de bestemming Groen - Landschappelijk, met inachtneming van het volgende: a. het totaal aantal standplaatsen mag niet worden vergroot; b. alle standplaatsen mogen worden ingericht als permanente standplaats, waarbij een maximale dichtheid geldt van 33 standplaatsen per hectare; c. toepassing van de wijzigingsbevoegdheid is noodzakelijk in verband met kwaliteitsverbetering en/of productdifferentiatie of in het kader van wettelijke eisen omtrent veiligheid; d. de gemiddelde netto-standplaatsgrootte voor kampeermiddelen wordt niet verkleind; e. het aantal parkeerplaatsen bedraagt ten minste 120% van het aantal standplaatsen, met dien verstande dat ten minste 20% hiervan zal worden gesitueerd op een centrale parkeerplaats nabij de ingang van het kampeerterrein; f. van het totale oppervlak van een kampeerterrein wordt ten minste 2% benut ten behoeve van sporten spelvoorzieningen; g.

rondom het kampeerterrein wordt voorzien in een afschermende landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een afschermende struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een breedte van gemiddeld 10 m of van ten minste 5 m plus een met streekeigen beplanting beplante aarden wal van ten minste 2 m hoog, gemeten vanaf het maaiveld; h. wijziging vindt slechts plaats als: 1. voor de landschappelijke inpassing een beheersplan is opgesteld en goedgekeurd door het bevoegd gezag; 2. als realisatie, beheer en onderhoud van de landschappelijke inpassing zijn verzekerd; i. de lichtuitstraling naar de omgeving dient te worden beperkt zoveel als technisch mogelijk, hiertoe wordt een door het bevoegd gezag goedgekeurd lichtplan overlegd; j. wijziging leidt niet tot onevenredige gevolgen voor het waterbeheer; k. indien het verhard oppervlak toeneemt of kan toenemen met 1.000 m² of meer, vragen burgemeester en wethouders hierover schriftelijk advies van de waterbeheerder alvorens de wijziging toe te passen.

5.6.2 Dienstverlening en beheer Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen door aan de voor Recreatie Kampeerterrein aangewezen gronden de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - dienstverlening en beheer' toe te voegen en het bouwvlak voor gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie dienstverlening en beheer' te vergroten, dan wel te verplaatsen, met inachtneming van het volgende: a. de wijziging is noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering, kwaliteitsverbetering of productdifferentiatie; b. de gemiddelde netto-standplaatsgrootte voor kampeermiddelen wordt niet verkleind; c. het bebouwingspercentage wordt met ten hoogste 50% vergroot met dien verstande dat de maximaal toegestane bebouwing als bedoeld in lid 5.2.2 onder a niet wordt overschreden; d. de lichtuitstraling naar de omgeving dient te worden beperkt zoveel als technisch mogelijk, hiertoe wordt een door het bevoegd gezag goedgekeurd lichtplan overlegd; e. rondom het kampeerterreinkampeerterrein wordt voorzien in een afschermende landschappelijke

26

inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een afschermende struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een breedte van gemiddeld 10 m of van ten minste 5 m plus een met streekeigen beplanting beplante aarden wal van ten minste 2 m hoog, gemeten vanaf het maaiveld; f. wanneer het totale bebouwingspercentage op het kampeerterrein 15% of meer bedraagt, dient zorggedragen te worden voor ruimtelijke kwaliteitswinst; g. wijziging vindt slechts plaats als: 1. voor de landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteitswinst een beheersplan is opgesteld en goedgekeurd door het bevoegd gezag; 2. als realisatie, beheer en onderhoud van de landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteitswinst zijn verzekerd. 5.6.3 Meerdere bedrijven bij dienstverlening en beheer Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen door aan de voor Recreatie Kampeerterrein aangewezen gronden de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - gezamenlijke dienstverlening en beheer' toe te voegen om dienstverlening, beheer en onderhoud ten dienste van meerdere kampeerterreinen mogelijk te maken, met inachtneming van het volgende: a. de wijziging is noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering, kwaliteitsverbetering of productdifferentiatie voor de deelnemende bedrijven; b. de voorzieningen hebben een ruimtelijke relatie met de deelnemende bedrijven; c.

de lichtuitstraling naar de omgeving dient te worden beperkt zoveel als technisch mogelijk, hiertoe wordt een door het bevoegd gezag goedgekeurd lichtplan overlegd; d. rondom het kampeerterrein wordt voorzien in een afschermende landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een afschermende struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een breedte van gemiddeld 10 m of van ten minste 5 m plus een met streekeigen beplanting beplante aarden wal van ten minste 2 m hoog, gemeten vanaf het maaiveld; e. wanneer het totale bebouwingspercentage op het kampeerterrein 15% of meer bedraagt, dient zorggedragen te worden voor ruimtelijke kwaliteitswinst; f. vindt de wijziging slechts plaats als: 1. voor de landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteitswinst een beheersplan is opgesteld en goedgekeurd door het bevoegd gezag; 2. als realisatie, beheer en onderhoud van de landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteitswinst zijn verzekerd. 5.6.4 Kampeerhuisjes Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen door het totaal aantal toegestane kampeerhuisjes als bedoeld in lid 15.4 te vergroten, het totaal aantal standplaatsen te verkleinen en de gronden ten behoeve van de landschappelijke inpassing te wijzigen naar de bestemming Groen Landschappelijk, met inachtneming van het volgende: a.

op ten hoogste 30 procent van het aantal permanente standplaatsen voor kampeermiddelen, zoals weergegeven met de aanduiding 'maximum aantal permanente standplaatsen', mag een kampeerhuisje worden gebouwd, met een maximum van 100 kampeerhuisjes per kampeerterrein; b. per standplaats ten hoogste een kampeerhuisje mag worden geplaatst; c. de netto-standplaatsgrootte van een permanente standplaats bedraagt ten minste vier maal de oppervlakte van het kampeerhuisje; d. voor de kampeerhuisjes gelden de maximale oppervlakte- en hoogtematen als genoemd in lid 5.2.2; e. nieuwe kampeerhuisjes zijn uitsluitend toegestaan indien sprake is van een centrale bedrijfsmatige exploitatie; f. de lichtuitstraling naar de omgeving dient te worden beperkt zoveel als technisch mogelijk, hiertoe wordt een door het bevoegd gezag goedgekeurd lichtplan overlegd; g. rondom het kampeerterrein wordt voorzien in een afschermende landschappelijke inpassing die

27

bestaat uit een beplantingsstrook met een afschermende struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een breedte van gemiddeld 10 m of van ten minste 5 m plus een met streekeigen beplanting beplante aarden wal van ten minste 2 m hoog, gemeten vanaf het maaiveld; h. wijziging vindt slechts plaats als: 1. voor de landschappelijke inpassing een beheersplan is opgesteld en goedgekeurd door het bevoegd gezag; 2. realisatie, beheer en onderhoud van de landschappelijke inpassing zijn verzekerd; i. wijziging leidt niet tot onevenredige gevolgen voor het waterbeheer; j. indien het verhard oppervlak toeneemt of kan toenemen met 1.000 m² of meer, vragen burgemeester en wethouders hierover schriftelijk advies van de waterbeheerder alvorens de wijziging toe te passen; k. ten minste 2% van de gronden met de bestemming Recreatie - Kampeerterrein zijn ingericht met sport- en spelvoorzieningen; l. het aantal parkeerplaatsen ten minste 120% van het aantal standplaatsen bedraagt, met dien verstande dat ten minste 20% hiervan zal worden gesitueerd op een centrale parkeerplaats nabij de ingang van het kampeerterrein. m. de wijzigingsbevoegdheid wordt niet toegepast op gronden ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied uitgesloten'.

5.6.5 Winterkamperen Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen voor het vergroten van het aantal standplaatsen voor winterkamperen dan wel het toestaan van winterkamperen op kampeerterreinen waar dit nog niet is toegestaan, met inachtneming van het volgende: a. rondom het kampeerterrein wordt voorzien in een afschermende landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een afschermende struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een breedte van gemiddeld 10 m of van ten minste 5 m plus een met streekeigen beplanting beplante aarden wal van ten minste 2 m hoog, gemeten vanaf het maaiveld; b. afwijken is slechts toelaatbaar als: 1. voor de landschappelijke inpassing een beheersplan is opgesteld en goedgekeurd door het bevoegd gezag; 2. realisatie, beheer en onderhoud van de landschappelijke inpassing zijn verzekerd. 5.6.6 Winterstalling Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen voor het vergroten van het aantal standplaatsen voor winterstalling dan wel het toestaan van winterstalling op kampeerterreinen waar dit nog niet is toegestaan, met inachtneming van het volgende: a.

de stalling zodanig plaatsvindt dat geen visuele hinder ontstaat vanaf de openbare weg dan wel het omliggende landschap door het situeren van de stalling centraal op het kampeerterrein of het realiseren van een afschermende landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een afschermende struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een breedte van gemiddeld 10 m of van ten minste 5 m plus een met streekeigen beplanting beplante aarden wal van ten minste 2 m hoog, gemeten vanaf het maaiveld; b. het aantal stallingsplaatsen mag niet meer bedragen dan 50% van het aantal niet-permanente plaatsen op het betreffende kampeerterrein; c. het stallen plaatsvindt op een afzonderlijk deel van het kampeerterrein, en niet op de standplaatsen, zodanig dat recreatief nachtverblijf onmogelijk is. 5.6.7 Natuur Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de gronden wijzigen in de bestemming Natuur, zonder bouwvlak, met dien verstande dat de wijziging slechts wordt toegepast als de gronden gebruiksvrij zijn verworven door de natuurbeheerder.

28

5.6.8 Afwegingskader De wijziging als bedoeld in 5.6.1, 5.6.2, 5.6.3, 5.6.4, 5.6.5, 5.6.6 kan slechts worden toegepast, mits: a. dit passend in het straat- en bebouwingsbeeld is; b. dit niet leidt tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen; c. met een onderzoek is aangetoond dat de aanwezige ecologische en natuurwaarden van de in lid 5.1 onder i genoemde duinbeek niet onevenredig worden geschaad;

29

Artikel 6

Verkeer

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

openbare wegen en straten met een profiel van 1x2 rijstroken; voet- en fietspaden; parkeervoorzieningen; bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals groenvoorzieningen, straatmeubilair, speelvoorzieningen, afvalverzamelvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen, nutsvoorzieningen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, taluds, oevers, bruggen ondergrondse bergbezinkbassins, reclame-uitingen, voorwerpen van beeldende kunst of kunstuitingen en gedenktekens.

6.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: 6.2.1 Algemeen Op deze gronden mogen worden gebouwd: a. gebouwen; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 6.2.2 Gebouwen a. de oppervlakte van gebouwen bedraagt ten hoogste 15 m²; b. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste 3,5 m. 6.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste van: a. b. c. d. e. f. 6.3

antennes: 5 m; speeltoestellen: 3 m; openbare nutsvoorzieningen: 3,5 m; een zend- en ontvangstinstallatie: 45 m; licht- en vlaggenmasten: 8 m; overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 2 m Afwijken van de bouwregels

6.3.1 Afwijking Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2.3 sub a tot en met f tot een bouwhoogte van ten hoogste 10 m, met uitzondering van overkappingen. 6.3.2 Afwegingskader De omgevingsvergunning als bedoeld in 6.3.1 kan slechts worden verleend, mits: a. dit passend in het straat- en bebouwingsbeeld is; b. dit niet leidt tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen.

30

6.4 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruiken, te doen of laten gebruiken van gronden als uitstallings-, opslag-, stand-, of ligplaats voor kampeermiddelen.

31

Artikel 7

Wonen

7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de huisvesting van een huishouden in een woning; en tevens voor: b. hobbymatig houden van dieren; c. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals wegen, parkeervoorzieningen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, tuinen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. 7.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: 7.2.1 Algemeen a. Op deze gronden mogen worden gebouwd: 1. hoofdgebouwen; 2. aan- en uitbouwen en bijgebouwen; 3. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 7.2.2 Hoofdgebouwen a. het aantal woningen per bouwvlak bedraagt ten hoogste 1; b. hoofdgebouwen worden uitsluitend gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand'; c. de goothoogte bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven hoogte; d. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogten; e. bij toepassing van hellende dakvlakken bedraagt de dakhelling ten hoogste 55°; f. de afstand tussen het hoofdgebouw – een aan- of uitbouw en/of aangebouwd bijgebouw als genoemd in lid 7.2.1, onder a sub 2 niet meegerekend – en de zijdelingse grens van een bouwperceel op de gronden met de bouwaanduiding 'vrijstaand': 3 m. 7.2.3 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen a.

bij ieder hoofdgebouw mogen uitsluitend binnen het bouwvlak aan-, uitbouwen en bijgebouwen worden gebouwd, met inachtneming van de volgende regels: 1. de totale bebouwde oppervlakte van het zij- en achtererf, overkappingen en onoverdekte zwembaden meegerekend, mag ten hoogste 50% bedragen met een maximum van 40 m2; 2. de gebouwen worden ten minste 3 m achter de voorgevellijn van de woning gebouwd; 3. de goothoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt ten hoogste 3,3 m; 4. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt ten hoogste 6 m; 5. de afstand tussen aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen die aan de zijgevel of achtergevel van het hoofdgebouw worden gebouwd en de zijdelingse grens van een bouwperceel bedraagt ten minste 3 m. 7.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat overkappingen uitsluitend binnen het bouwvlak mogen worden gebouwd en het bouwen van een overkapping niet tot gevolg mag hebben dat het zij- of achtererf voor meer dan 50% wordt bebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 2 m, met

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11711738/1