CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

RVS Vaststellen bestemmingsplan ‘Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland’’ Bijlage TOELICHTING

Gemeenteraad 29 september 2022, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Vaststellen bestemmingsplan ‘Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland’’22.111 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De kans dat beschermde vaatplanten op het onderzochte intensief onderhouden terrein voorkomen is vrijwel uitgesloten.

22

Quickscan flora en fauna aan de Bosblokdreef 5 te Oosterland

23

Quickscan flora en fauna aan de Bosblokdreef 5 te Oosterland

6.

Effecten, verplichtingen en aanbevelingen Vleermuizen Op basis van de quickscan kan worden uitgesloten dat beschermde elementen van de leefomgeving van vleermuizen in het plangebied aanwezig zijn. Vandaar bestaan voor deze soortengroep geen verdere verplichtingen behalve de zorgplicht. Vogels met een vaste verblijfplaats Op basis van de quickscan kan worden uitgesloten dat beschermde elementen van de functionele leefomgeving van vogels met een vaste verblijfplaats in het plangebied aanwezig zijn. Vandaar bestaan voor deze soortengroep geen verdere verplichtingen behalve de zorgplicht. Grondgebonden zoogdieren Op basis van de quickscan kan worden uitgesloten dat beschermde elementen van de functionele leefomgeving van beschermde grondgebonden zoogdieren in het plangebied aanwezig zijn. Vandaar bestaan voor deze soortengroep geen verdere verplichtingen behalve de zorgplicht. Herpetofauna Op basis van de bevindingen in de quickscan worden geen beschermde herpetofauna in het plangebied verwacht. Overigens dient voorkomen te worden dat als gevolg van de bouwwerkzaamheden geschikt voorplantingsbiotoop voor de Rugstreeppad kan ontstaan in het plangebied. Het voortplantingsseizoen van de Rugstreeppad loopt van begint rond half april en loopt tot medio juli.

Om te voorkomen dat Rugstreeppadden water in terreinlaagtes of karresporen gebruiken om erin te gaan voorplanten zal voorafgaand aan en tijdens de bouw voorkomen moeten worden dat dergelijke situaties kunnen ontstaan. Indien bij de bouwwerkzaamheden voorbelasting wordt gebruikt dient te worden voorkomen dat overwinteringsbiotoop ontstaat. Individuen van de Rugstreeppad zijn namelijk strikt beschermd (Wet natuurbescherming artikel 3.5) en verstoring van individuen van de Rugstreeppad leidt tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Vaatplanten Beschermde vaatplanten zijn binnen het plangebied niet aangetroffen en worden op basis van het (actuele) intensieve beheer ook niet verwacht. Vandaar kan het worden uitgesloten dat de voorgenomen plannen zullen leiden tot negatieve effecten op beschermde vaatplanten. Algemene (broed)vogels De aanwezige vegetatie binnen het plangebied biedt enige broedgelegenheid voor algemene vogelsoorten. Alle nesten die in gebruik zijn (vanaf de nestbouw tot het moment dat de jongen het nest definitief hebben verlaten) vallen onder de verbodsbepaling van

24

Quickscan flora en fauna aan de Bosblokdreef 5 te Oosterland

artikel 3.1, tweede lid van de Wet natuurbescherming. Bij eventuele groenverwijdering kan mogelijk verstoring of vernieling van legsels optreden. Om overtredingen van de verbodsbepalingen uit de Wet Natuurbescherming te voorkomen wordt geadviseerd de vegetatie buiten het broedseizoen te verwijderen. Voor het broedseizoen kan globaal de periode maart tot en met augustus worden aangehouden. Indien werkzaamheden in het broedseizoen plaatsvinden dient vóór aanvang een broedvogelinspectie uitgevoerd te worden door een ecologisch deskundige. Zorgplicht Onder de zorgplicht wordt volstaan dat eenieder voldoende zorg in acht neemt voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Dit houdt in dat wanneer kan worden vermoed dat door handelen of nalaten ‘wezenlijke’ nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt, deze handelingen achterwege gelaten worden, of dat maatregelen worden getroffen om nadelige gevolgen te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. De zorgplicht geldt in Nederland voor alle in het wild voorkomende dieren en planten, ook als zij geen beschermingsstatus volgens de Wet Natuurbescherming hebben. In het kader van de zorgplicht kunnen de volgende maatregelen genomen worden: - Zoveel mogelijk buiten de kwetsbare perioden van aanwezige soorten werken. - De werkzaamheden dienen zoveel mogelijk tussen zonsopkomst en zonsondergang plaats te vinden.

- Indien er tussen zonsondergang en zonsopkomst gewerkt wordt dient het werkterrein en de directe omgeving zo min mogelijk verlicht te worden, om verstoring voor aanwezige dieren rondom het plangebied zoveel mogelijk te voorkomen. - Voordat vegetatie verwijderd wordt controleren op de aanwezigheid van dieren (zoals egels) en indien aanwezig deze zorgvuldig te verplaatsen naar een geschikte locatie in de directe omgeving. - Wanneer mogelijke schuilplekken van dieren, zoals blad- en takkenhopen, houtstronken en houtwallen, worden verwijderd, dient dit met zorg te gebeuren. - Er moet worden voorkomen dat aanwezige dieren worden verdrukt of gedood. - Blad- en takkenhopen, houtstronken en houtwallen dienen langzaam en zorgvuldig weggehaald te worden. - Het materieel/de persoon die de ingreep uitvoert dient zodanig gepositioneerd te zijn dat eventueel aanwezige dieren een vrije vluchtroute hebben naar een bereikbaar en veilig alternatief habitat. - Indien dit niet mogelijk is, dienen aanwezige dieren zorgvuldig te worden verplaatst naar een geschikte locatie in de directe omgeving.

25

Quickscan flora en fauna aan de Bosblokdreef 5 te Oosterland

Referenties BIJ12, 2017a. Kennisdocument Rugstreeppad Bufo calamita. Versie 1.0, juli 2017. Geraadpleegd via: https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-017-Kennisdocument-Rugstreeppad-1.0.pdf de Haan-Zaalberg, M. & de Haan, W. (2020). Quickscan flora en fauna ten behoeve van de bouw van een woning aan de Bosblokdreef 5 te Oosterland. Versie 1.0. Rapportnr. 20.06.01. De Brabantse Wal. Ravon.nl Waarneming.nl Zoogdiervereniging.nl

26

Bijlage 1: Beschermde soorten Wet natuurbescherming In het kader van de Wet natuurbescherming worden alle in Europa voorkomende en in het wild levende vogels en onderstaande soorten uit overige soortgroepen beschermd: Amfibieen Habitatrichtlijn Boomkikker Geelbuikvuurpad Heikikker Kamsalamander Knoflookpad

Dwergvinvis Gewone dolfijn Gewone spitsdolfijn Gewone vinvis Griend Grijze dolfijn Kleine zwaardwalvis

Otter Wilde kat Wolf

Poelkikker Rugstreeppad Vroedmeesterpad

Narwal Noordse vinvis

Habitatrichtlijn Kleine vlotvaren

Overige soorten Alpenwatersalamander Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander

Vleermuizen Habitatrichtlijn Baardvleermuis Brechsteins vleermuis Bosvleermuis

Bosmuis Bunzing Damhert Das Dwergmuis Dwergspitsmuis Edelhert Eekhoorn Egel

Meerkikker Middelste groene kikker Vinpootsalamander Vuursalamander

Brandts vleermuis Franjestaart Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Grijze grootoorvleermuis Grote hoefijzerneus Grote rosse vleermuis Ingekorven vleermuis

Eikelmuis Gewone Bosspitsmuis Gewone zeehond Grote bosmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis Konijn

Zaadplanten Habitatrichtlijn Drijvende waterweegbree Groenknolorchis Kruipend moerasscherm Liggende raket Zomerschroeforchis

Overige soorten Beekdonderpad Beekprik Elrits Gestippelde alver

Kleine dwergvleermuis Kleine hoefijzerneus Laatvlieger Meervleermuis Mopsvleermuis Noordse vleermuis Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis

Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Veldspitsmuis Wezel

Overige soorten Akkerboterbloem Akkerdoornzaad Akkerogentroost Beklierde ogentroost Berggamander Bergnachtorchis Blauw guichelheil

Grote modderkruiper

Tweekleurige vleermuis

Waterspitsmuis

Bokkenorchis

Kwabaal

Vale vleermuis

Wezel Wild zwijn

Bosboterbloem Bosdravik

Woelrat

Brave hendrik Brede wolfsmelk Breed wollegras Bruinrode wespenorchis Dennenorchis Dreps Echte gamander Franjegentiaan

Vissen Habitatrichtlijn Houting Steur

Zeezoogdieren Habitatrichtlijn Bruinvis Bultrug Butskop Dwergpotvis Gestreepte dolfijn

Landzoogdieren Habitatrichtlijn Bever Hamster Hazelmuis Lynx Noordse woelmuis

Overige soorten Aardmuis Boommarter

Kreeftachtige Overige soorten Europese rivierkreeft

Weekdieren Overige soorten Bataafse stoommossel Platte schijfhoren

Sporenplanten/mossen

Overige soorten Blaasvaren Groensteel Schubvaren

Quickscan flora en fauna aan de Bosblokdreef 5 te Oosterland

Geelgroene Wespenorchis Geplooide vrouwenmantel Getande veldsla Gevlekt zonneroosje Glad biggenkruid

Vliegenorchis Vroege ereprijs Wilde averuit Wilde riddderspoor Wilde weit

Haften Habitatrichtlijn Oeveraas

Gladde zegge Groene nachtorchis Groot spiegelklokje Grote bosaardbei Grote leeuwenklauw

Wolfskers Zandwolfsmelk Zinkviooltje Zweedse kornoelje

Libellen Habitatrichtlijn Bronslibel Gaffellibel Gevlekte witsnuitlibel

Soepschildpad Zandhagedis Overige soorten Adder

28

Hazelworm Levendbarende hagedis Ringslang

Bijlage 2: Vleermuizen en ruimtelijke ingrepen Vleermuizen en hun leefgebied worden beschermd door de Wet natuurbescherming. In deze wet is bepaald dat in het geval van een ruimtelijke ingreep ruim van tevoren bekeken moet worden of de ingreep nadelige invloed kan hebben op vleermuizen en hoe hiermee omgegaan moet worden. Verblijfplaatsen Vleermuizen maken het hele jaar door gebruik van verschillende verblijfplaatsen (o.a. in bomen en gebouwen). Vleermuisverblijfplaatsen zijn op te delen in verschillende typen: winterverblijfplaats (waar overwinterd wordt), dagkwartieren (waar de mannetjes in de kraamkolonieperiode overdag zitten, alleen of in kleine groepjes), kraamkolonies (vrouwtjes en hun jongen, vaak in grote groepen), paar-verblijven (waar gepaard wordt, vaak in het najaar, soms gelijk aan de winterverblijfplaats) en tussenkwartieren (gebruikt in de periode tussen overwinteren en de zomerperiode in). Per type verblijfplaats gebruiken vleermuizen vaak meerdere verblijven waar tussen gewisseld wordt, bijvoorbeeld wanneer elders het klimaat geschikter is of om aan parasieten te ontkomen. Vleermuizen zijn wel zeer honkvast wat betreft de typen verblijven die ze gebruiken. Dit betekent dat hun verblijven belangrijk zijn voor instandhouding van de populatie en dat deze daarom beschermd worden door de wet. Sinds mei 2009 is het Vleermuisprotocol vastgesteld.

Dit is opgesteld door het Netwerk Groene Bureaus en de Zoogdiervereniging VZZ in overleg met de Dienst Landelijk Gebied (DLG) en de Gegevensautoriteit Natuur (GaN). Het protocol dient als leidraad voor het bepalen hoe en hoe vaak geïnventariseerd moet worden om te voldoen aan de wetgeving. Voor het bepalen of een gebouw of een potentieel geschikte boom van belang is als vleermuisverblijfplaats, is over het algemeen een langlopend onderzoek nodig (van april/mei t/m september/oktober) en zijn 4 tot 7 bezoeken nodig. Om onnodige vertraging te voorkomen, wordt daarom aangeraden om in de planning van de voorgenomen plannen rekening te houden met deze onderzoeksperiode. Maatregelen ten behoeve van vleermuizen zijn nodig: •

indien sprake is van een verblijfplaats die van significant belang is of zou kunnen zijn en/of;

•

indien vleermuizen aangetroffen zijn.

Er is sprake van een significant belangrijke verblijfplaats (ook wel vaste verblijfplaats genoemd, een verblijfplaats die van belang is voor een populatie) als: •

er sprake is van een kraamkolonie;

•

er sprake is van een belangrijke overwinteringsplaats of paarplaats;

•

er geen alternatieve verblijfplaatsen in de directe omgeving beschikbaar zijn;

•

de gunstige staat van instandhouding van de (populatie van) de soort in het geding is bij het verdwijnen van de verblijfplaats.

De te nemen maatregelen moeten er voor zorgen dat verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming niet overtreden worden. Dit betekent dat er geen dieren gedood, verwond of actief verstoord mogen worden en dat in geval van significant belangrijke verblijfplaatsen deze behouden moeten blijven of anders tijdig op een goede manier vervangen dienen te worden. De functie die het leefgebied voor de betreffende populatie vervult, moet onverminderd blijven bestaan. Om te voorkomen dat dieren gedood, verwond of actief verstoord worden, kunnen de volgende mitigerende maatregelen nodig zijn:

Quickscan flora en fauna aan de Bosblokdreef 5 te Oosterland

•

niet slopen in de winterslaapperiode (in deze periode kan zelden met zekerheid worden vastgesteld dat vleermuizen afwezig zijn in een potentieel geschikt en onoverzichtelijk object, omdat ze dan ook ’s nachts passief zijn. Dat maakt ze in deze periode overigens extra kwetsbaar);

•

vlak voor de sloop onderzoeken of er individuen aanwezig zijn in het te slopen object. Zijn deze wel aanwezig dan geldt dat gewacht moet worden tot het dier of de dieren weg zijn.

Om zeker te weten of de mitigerende maatregelen voldoende zijn kan een ontheffing aangevraagd worden bij de provincie waarin de ingreep plaatsvindt. Een afwijzingsbrief, die stelt dat geen ontheffing nodig is, ‘omdat als de voorgestelde maatregelen genomen worden er immers geen verboden overtreden worden’ geldt als goedkeuring van de voorgestelde maatregelen. Zijn de maatregelen niet voldoende, dan moeten deze aangepast worden. Als dat niet mogelijk is of wanneer compenserende maatregelen nodig zijn (bijvoorbeeld aanbieden van alternatieve verblijfplaatsen), is een ontheffing nodig. Deze wordt alleen verstrekt in geval van projecten waarbij sprake is van een groot openbaar belang. Jachtgebied en vliegroutes Naast verblijfplaatsen bestaat het leefgebied van vleermuizen ook uit foerageergebied en vliegroutes (vaak bomenrijen of waterlopen). Deze zijn ook beschermd als zij van significant belang zijn. Zij gelden als significant belangrijk indien bij aantasting de functionaliteit van de verblijfplaats(en) in het geding komt. Is dat het geval, dan zijn maatregelen nodig die dit voorkomen, anders is een ontheffing nodig. Ook hier geldt dat deze alleen verstrekt wordt in geval van projecten waarbij sprake is van een groot openbaar belang.

30

Bijlage 3: Vogels en ruimtelijke ingrepen Als mitigerende maatregelen genomen kunnen worden om de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaats te garanderen, hoeft geen ontheffing van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. Om zeker te weten of de mitigerende maatregelen voldoende zijn en er inderdaad geen ontheffing nodig is, kan een ontheffing aangevraagd worden om de maatregelen (goed) te laten keuren. Indien goedgekeurd, wordt door de provincie een “positieve afwijzing” afgegeven. Als geen maatregelen genomen kunnen worden om de functionaliteit van de voortplantings- en/of rusten verblijfplaats te garanderen of wanneer compenserende maatregelen nodig zijn (bijvoorbeeld het aanbieden van alternatieve verblijfplaatsen), dient een ontheffing aangevraagd te worden op grond van een wettelijk belang uit de Vogelrichtlijn. De aanvraag wordt beoordeeld op de volgende punten: •

Is er een wettelijk belang?

•

Is er een andere bevredigende oplossing?

•

Komt de gunstige staat van instandhouding in gevaar?

“Ruimtelijke inrichting en ontwikkeling” of een “dwingende reden van groot openbaar belang” gelden echter niet als een wettelijk belang. Dit betekent dat de provincie in het kader van ruimtelijke ingrepen alleen een positieve afwijzing af kan geven. Bescherming van vogelnesten Artikel 3.1 lid 2 uit de Wet natuurbescherming luidt: “Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen”. Voorafgaand en tijdens de werkzaamheden moet rekening gehouden worden met eventueel aanwezige vogelnesten. Er is sprake van een nest wanneer er nestindicatief gedrag is waargenomen en/of er een broedsel aanwezig is. Het vernielen of beschadigen van een nest is verboden. Dit geldt voor alle vogelsoorten. De meeste vogels maken echter elk broedseizoen een nieuw nest of zijn goed in staat om een nieuw nest te maken. Deze vogelnesten voor eenmalig gebruik vallen alleen onder de bescherming van de Wnb wanneer het in gebruik is (tijdens het broedseizoen). Wanneer een dergelijk nest niet in gebruik is, is geen ontheffing nodig voor het vernielen of beschadigen ervan. Verstoring van vogels is ook verboden, maar er bestaat een uitzondering voor verstoring die niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort (artikel 3.1 lid 5 Wnb).

Dit betekent dat verstoring tijdens het broedseizoen toegestaan is, mits de staat van instandhouding van de betreffende vogelsoort gewaarborgd blijft. Een (beperkt) aantal soorten bewoont het nest permanent of keert elk jaar terug naar hetzelfde nest. Verblijfplaatsen van deze vogelsoorten zijn niet alleen beschermd wanneer ze in gebruik zijn, maar het hele jaar: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: Steenuil). 2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de

Quickscan flora en fauna aan de Bosblokdreef 5 te Oosterland

nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: Roek, Gierzwaluw en Huismus). 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: Ooievaar, Kerkuil en Slechtvalk). 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: Boomvalk, Buizerd en Ransuil). Tot slot is er nog een categorie 5: Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Voor deze soorten is extra onderzoek nodig, ook al zijn hun nesten niet jaarrond beschermd; deze soorten zijn namelijk wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Hieronder de lijst met jaarrond beschermde vogelnesten:

Nesten van de volgende soorten zijn jaarrond beschermd indien ze nog in functie zijn: Boomvalk Buizerd

Falco subbuteo Buteo buteo

Gierzwaluw Grote gele kwikstaart

Apus apus Motacilla cinerea

Havik Huismus

Accipiter gentilis Passer domesticus

Kerkuil

Tyto alba

Oehoe Ooievaar

Bubo bubo Ciconia ciconia

Ransuil Roek

Asio otus Corvus frugilegus

Slechtvalk Sperwer

Falco peregrinus Accipiter nisus

Steenuil

Athene noctua

Wespendief Zwarte wouw

Pernis apivorus Milvus migrans

32

Nesten van de volgende soorten zijn niet jaarrond beschermd (categorie 5), maar hiervan is inventarisatie wel gewenst: Blauwe reiger Boerenzwaluw

Ardea cinerea Hirundo rustica

Bonte vliegenvanger Boomklever

Ficedula hypoleuca Sitta europaea

Boomkruiper Bosuil

Certhia brachydactyla Strix aluco

Brilduiker

Bucephala clangula

Draaihals Eider

Jynx torquilla Somateria mollissima

Ekster Gekraagde roodstaart

Pica pica Phoenicurus phoenicurus

Glanskop

Parus palustris

Grauwe vliegenvanger Groene specht

Muscicapa striata Picus viridis

Grote bonte specht Hop

Dendrocopos major Upupa epops

Huiszwaluw IJsvogel

Delichon urbica Alcedo atthis

Kleine bonte specht

Dendrocopos minor

Kleine vliegenvanger Koolmees

Ficedula parva Parus major

Kortsnavelboomkruiper Oeverzwaluw

Certhia familiaris macrodactyla Riparia riparia

Pimpelmees Raaf

Parus caeruleus Corvus corax

Ruigpootuil

Aegolius funereus

Spreeuw Tapuit

Sturnus vulgaris Oenanthe oenanthe

Torenvalk Zeearend

Falco tinnunculus Haliaeëtus albicilla

Zwarte kraai Zwarte mees

Corvus corone Parus ater

Zwarte roodstaart

Phoenicurus ochruros

Zwarte specht

Dryocopus martius

BIJLAGE 2 Inrichtings- en beplantingsplan Bosblokdreef 5 Oosterland Ruimte & Groen Tuin- en Landschapsarchitectuur BV d.d. december 2021

Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland

47

9. 8.

10.

14.

13. 11.

7.

bijkeuken

woonkamer / keuken

veranda

toilet

slaapkamer

berging

6.

woonkamer / keuken

badkamer

hal

slaapkamer

badkamer

woning 2

slaapkamer

8. hal

slaapkamer

woning 1

5.

4.

3.

2.

1.

INRICHTINGS- EN BEPLANTINGSPLAN BOSBLOKDREEF 5 - OOSTERLAND 15 december 2021 - schaal 1:375

12.

INRICHTINGS- EN BEPLANTINGSPLAN BOSBLOKDREEF 5 - OOSTERLAND schaal 1:375 - 15 december 2021

2.65

Zeeuwse haag

Qr

Ac

Pa

Ap Ul

PcG

Hoogstam t fruitbomen/sierfrui

Ul

PcC

Te

6

Ac

Me Me

singelbeplanting oostzijde

gsel inzaai kruidenmen

Jr

Qr

6

Fe

Te

10.37

Pa

Pa singelbeplanting westzijde 10

Qr

Te

Fe Ap

Ps Fe

Pa Hoogstam

t fruitbomen/sierfrui

Ul

7.02

Pa

Me

Qr bijkeuken

Ac

woonkamer / keuken

bijkeuken

SA

veranda

SA

SA

toilet

slaapkamer

knotbomen

berging

woonkamer / keuken

SA

hal slaapkamer

badkamer

woning 2

slaapkamer

haag

SA

SA SA SA

SA

hal

slaapkamer

SA

woning 1

Ac Ac Ac

Ps

haag

knotbomen

badkamer

SA8.

Ac haag

Ac bomenlaantje

Jr

Ac

Ac Tc haag 6.68

bomenrijen knotwilgen

BIJLAGE 3 Watertoetstabel d.d. 22 april 2021

Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland

48

Aanmeldformulier watertoets waterschap Scheldestromen De watertoets of waterschapstoets geeft inzicht in de consequenties van uw plan voor de taken van Waterschap Scheldestromen. Voorafgaand aan het overleg stuurt u ons een zo volledig mogelijk ingevuld aanmeldformulier. Dit formulier is de agenda voor ons contact met u (in persoon, per mail en/of telefonisch). De watertoetstabel met definitieve invullingen en eventueel aanvullende documenten is inhoudelijk gelijk aan de, wettelijk verplichte, waterparagraaf van het ruimtelijk plan. Het ruimtelijk plan vormt de basis voor ruimtelijke besluitvorming en vergunningverlening.

Uw gegevens Naam: Organisatie: Adres: Postcode + plaats: E-mailadres: Telefoonnummer: Datum aanvraag:

Gegevens initiatiefnemer

Formulier ingevuld door

(particulier/bedrijf)

(werkend voor initiatiefnemer, b.v. adviesbureau)

Erik van den Bos, architect Keersweel 6 4311CT Bruinisse info@erikvandenbos.nl 0612323720 17 april 2021

Gegevens van het plan Wat is de (concept)plannaam: Waar is het plan gelegen:

Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 Oosterland Bosblokdreef 5 Oosterland: kadaster Duiveland, sectie H, nummers 533 en 534

Beknopte planomschrijving De bestaande voormalige agrarische bedrijfslocatie wordt via een bestemmingsplanherziening gewijzigd in een woonfunctie. In de bouwregels worden mogelijkheden opgenomen voor het oprichten van een tweeonder-één-kap woning

Wie is de contactpersoon bij de gemeente? Dhr. N. Kampstra

Watertoetstabel De watertoetstabel ondersteunt de onderbouwing van de wateraspecten in uw ruimtelijk plan. Thema en water(beheer)doelstelling

Veiligheid waterkeringen Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte.

Uitwerking Het plangebied bevindt zich volgens de Keur (20 juni 2019) en de bijbehorende legger waterkeringen niet binnen de beschermingszone van een waterkering. Er is geen effect op de waterveiligheid. Vermeld de totale oppervlakken (in m2) van:

Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.

huidige situatie

na realisatie

dakoppervlak

200

384

dichte bodemverharding

280

doorlatende bodemverharding wateroppervlak

1 2

150

3 4

Ad 3: Indien doorlatende verharding (NB niet bedoeld: natuurlijke bodem!) een rol speelt zal deze apart worden beoordeeld.

2

 

Thema en water(beheer)doelstelling

Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI’s en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten.

Grondwaterkwantiteit en verdroging Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden.

Grondwaterkwaliteit Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden.

Oppervlaktewaterkwaliteit Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren.

Volksgezondheid Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico’s via o.a. de daarvoor benodigde ruimte.

Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken.

Natte natuur Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur.

Onderhoud oppervlaktewater Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting.

Overall: geef aan hoe compensatie wordt voorgesteld voor het netto effect van deze veranderingen. Er is sprake van een hydrologisch neutrale ontwikkeling door sloop van bebouwing en verharding in de uitgangssituatie

Uitwerking Het schone hemelwater wordt gescheiden van het huishoudelijk afvalwater en infiltreert ter plaatse. Het overtollig hemelwater vloeit af via omliggende watergangen. Hergebruik van hemelwater ter plaatse is in beperkte mate mogelijk door middel van opvang in regentonnen. Het afvalwater wordt via een nieuwe aansluiting afgevoerd via het bestaande gemeentelijke rioleringsstelsel. Hiervoor wordt een aansluiting aangevraagd. Er is in de nieuwe situatie geen sprake van het onttrekken van grondwater. Er is sprake van een hydrologisch neutrale situatie. Het overtollige regenwater infiltreert ter plaatse zoals in de bestaande situatie het geval is.

Tijdens de bouw wordt gebruik gemaakt van duurzame, niet uitlogende materialen.

Tijdens de bouw wordt gebruik gemaakt van duurzame, niet uitlogende materialen.

De realisatie van 2 woningen heeft geen negatieve effecten op de volksgezondheid.

Als gevolg van de ontwikkeling vindt er geen wijziging plaats van het waterpeil. Het plan heeft geen bodemdaling tot gevolg. In de nieuwe situatie is sprake van een extensivering van het gebruik van het perceel doordat de bestaande bedrijfsmatige activiteiten worden beeindigd. Er zijn geen effecten op natte natuur als gevolg van de beoogde functiewijziging. Ten zuiden van het plangebied, aan de Bosblokdreef bevindt zich een watergang die wordt beschermd op grond van de Keur en de bijbehorende legger oppervlaktewateren. Deze watergang met bijbehorende beschermingszone van 7 meter uit de insteek van de watergang is van secundair belang voor het watersysteem. In de nieuwe situatie zal de bebouwing op grotere afstand van de watergang worden gerealiseerd. De nieuwe heeft geen effect

3

op de watervoerende functie beschermde watergang en de noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden.

Andere belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren.

Wegen in beheer bij het waterschap (alleen invullen voor zover van toepassing) * in de bouwfase: Vinden er transporten (grond/bouwmaterialen) plaats over waterschapswegen? * na realisatie: verkeersaantrekkende werking Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer?

* na realisatie: bereikbaarheid Omschrijf hoe motorvoertuigen, fietsers en voetgangers uw plan kunnen bereiken. Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw aangelegd? * na realisatie: parkeren Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd? * na realisatie: (ver)bouwen Bent u voornemens om binnen 20 meter van een waterschapsweg een bouwwerk te (ver)bouwen? (zoals een woning of afscheiding (gefundeerd).

Tot slot Wij verzoeken u het formulier zo volledig mogelijk in te vullen en met een overzichtskaart van het plan te mailen naar waterschap Scheldestromen: info@scheldestromen.nl of postbus 1000, 4330 ZW Middelburg.

Met de oprichting van de twee woningen zijn er geen effecten op de werking van omliggende objecten, terreinen of (vaar) wegen die voor het waterbeheer van belang zijn. nee, de Bosblokdreef is niet aangewezen als waterschapsweg. Bouwmaterialen zullen via de kern van Oosterland worden aangevoerd. Via aan de kern liggende lokale erftoegangswegen in beheer bij het waterschap kunnen bouwmaterialen worden aan- of afgevoerd. Door de kleine schaal van de ontwikkeling heeft dit geen gevolgen voor het onderhoud aan de wegen. nee, er is in de situatie geen sprake van een structureel verkeersaantrekkende werking. Na realisatie resteren twee reguliere woonpercelen. De planlocatie is bereikbaar via de kern Oosterland en de Bosblokdreef. De bestaande wegstructuur hoeft niet te worden gewijzigd. Er is reeds een inrit aanwezig op de Bosblokdreef. Ja, er worden 4 parkeerplaatsen aangelegd. nee, de Bosblokdreef is niet in beheer bij het waterschap..

BIJLAGE 4 Wateradvies Waterschap Scheldestromen d.d. 22 april 2021

Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland

49

BIJLAGE 5 Resultaten verkennend bodemonderzoek MCG Zuidwest BV d.d. April 2021

Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland

50

BIJLAGE 6 Inrichtingstekening nieuwe situatie Architectenbureau Erik van den Bos d.d. december 2021

Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland

51

BIJLAGE 7 Stikstofdepositieberekening De Roever Omgevingsadvies BV d.d. Februari 2022

Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland

52

STIKSTOFDEPOSITIEONDERZOEK BOSBLOKDREEF 5 OOSTERLAND

1

De Roever Omgevingsadvies Heidebloemstraat 15 Postbus 64 5480 AB Schijndel T 073 594 10 11 F 073 594 11 20 E info@deroever.nl W www.deroever.nl NL97 RABO 0122 6903 11 NL21 INGB 0001 0833 26 Advies- en ingenieursbureau J.G. de Roever B.V. KvK 16068733 BTW NL 8015.63.136.B.01

Titel document: Referentie: Datum: Opdrachtgever:

Stikstofdepositieonderzoek Bosblokdreef 5, Oosterland 20210661.v04 18 februari 2022 Buro Kours

Stikstofdepositieonderzoek Bosblokdreef 5, Oosterland Datum: 18 februari 2022 ; Referentie: 20210661.v04

2

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ....................................................................................................................................... 4

1.1. 1.2.

Algemeen ..................................................................................................................................... 4 Ligging van het plan .................................................................................................................... 6

2.

WETTELIJK KADER ...................................................................................................................... 7

2.1. Wet natuurbescherming .............................................................................................................. 7 2.2. Programma Aanpak Stikstof (PAS) ............................................................................................. 7 2.3. Beleidsregels intern en extern salderen ...................................................................................... 7 2.4. Referentiesituatie ......................................................................................................................... 8 Wanneer sprake is van de wijziging of uitbreiding van een bestaande activiteit, gelden de volgende referentiesituaties []: ................................................................................................................................. 8 3.

REKENONDERZOEK ..................................................................................................................... 9

3.1. Uitgangspunten gebruiksfase ...................................................................................................... 9 3.1.1. Verkeer ................................................................................................................................ 9 3.1.2. Stookinstallaties ................................................................................................................. 10 3.2.

Berekeningswijze ....................................................................................................................... 10

4. CONCLUSIES ............................................................................................................................... 11 BIJLAGE I. AERIUS-BEREKENING ............................................................................................... 12

Stikstofdepositieonderzoek Bosblokdreef 5, Oosterland Datum: 18 februari 2022 ; Referentie: 20210661.v04

3

1.

INLEIDING

1.1.

Algemeen

De initiatiefnemer is voornemens om aan de Bosblokdreef 5 te Oosterland de bestaande bedrijfswoning te slopen en een nieuwe tweekapper te realiseren. In het kader van deze ontwikkeling moet een stikstofdepositieonderzoek voor de gebruiksfase worden uitgevoerd. Een berekening van de aanlegfase is sinds invoering van de Wet stikstofreductie en natuurherstel (Wsn) niet langer nodig. De locatie kadastraal bekend als de percelen 533 en 534 sectie H en kadastrale gemeente DVL00 (Duiveland). De locatie van het plangebied is aangegeven op afbeelding 1.

Afbeelding 1. Locatie plangebied

Stikstofdepositieonderzoek Bosblokdreef 5, Oosterland Datum: 18 februari 2022 ; Referentie: 20210661.v04

4

Stikstofdepositieonderzoek Bosblokdreef 5, Oosterland Datum: 18 februari 2022 ; Referentie: 20210661.v04

5

1.2.

Ligging van het plan

De ligging van het plangebied en de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden met voor stikstof gevoelige habitattypen zijn weergegeven op afbeelding 2. De dichtstbijzijnde Natura 2000gebieden met voor stikstof gevoelige habitattypen betreffen ‘Oosterschelde’ en ‘Grevelingen’ en zijn gelegen op een afstand van circa 234 en 3.200 meter.

Afbeelding 2. Ligging van de inrichting ten opzichte van Natura 2000-gebieden

Stikstofdepositieonderzoek Bosblokdreef 5, Oosterland Datum: 18 februari 2022 ; Referentie: 20210661.v04

6

2.

WETTELIJK KADER

2.1.

Wet natuurbescherming

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. In deze wet worden drie eerdere wetten vervangen. Het gaat om de Natuurbeschermingswet 1998 (Nb-wet) inclusief het Programma Aanpak Stikstof, de Boswet en de Flora- en faunawet. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is ondervangen in onderdeel gebiedsbescherming (vervangt Nb-wet). Voor bestemmingsplannen is het toetsingskader voor deze gebieden in de basis ongewijzigd gebleven ten opzichte van de Nb-wet. Als (een wijziging van) een bestemmingsplan negatieve gevolgen heeft voor de Natura 2000gebieden kan het plan in beginsel niet worden vastgesteld. In dat geval moet het bevoegd gezag volgens artikel 2.8, van de Wet natuurbescherming (Wnb) eerst een passende beoordeling opstellen. Uit de passende beoordeling moet blijken dat de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende gebieden niet aangetast worden door het plan. Eventueel worden maatregelen opgenomen die getroffen worden om dit te bereiken. Als niet aangetoond wordt dat aan de instandhoudingsdoelstellingen voldaan wordt, kan het plan geen doorgang vinden. Met behulp van een voortoets kan het bevoegd gezag bepalen of op voorhand negatieve gevolgen uit te sluiten zijn. Hierbij moet voor de gewenste situatie worden uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden.

Voor plannen die ten opzichte van de uitgangssituatie op het referentiemoment geen significante toename in stikstofdepositie veroorzaken, zijn negatieve effecten ten aanzien van dit aspect uit te sluiten. In dat geval hoeft geen passende beoordeling te worden opgesteld.

2.2.

Programma Aanpak Stikstof (PAS)

Gelet op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019, kan de PAS niet meer worden gehanteerd als toetsingskader op grond van de Wet natuurbescherming. Inmiddels is een nieuwe versie van het rekenprogramma AERIUS Calculator uitgebracht. Met deze nieuwe tool is de depositie op de stikstofgevoelige natuurgebieden berekend. Hoe de resultaten worden beoordeeld, is aan het bevoegd gezag.

2.3.

Beleidsregels intern en extern salderen

Vanwege de vernietiging van het PAS is het voor het bevoegd gezag niet mogelijk om toestemmingen te verlenen voor projecten waarvoor ontwikkelingsruimte nodig is. Om aan te tonen dat een project geen significant effect heeft op de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden bestaan de volgende mogelijkheden: - aantonen dat in de beoogde situatie geen effect (stikstofdepositie < 0,00 mol/ha/jaar) op de omliggende stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden optreedt. - middels intern of extern salderen aantonen dat in de beoogde situatie geen sprake is van een stikstoftoename met significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden ten opzichte van de referentiesituatie. - middels een ecologische voortoets onderzoeken of significante negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen kunnen worden uitgesloten. Een ecologische voortoets is een mogelijkheid voor activiteiten die enkel zorgen voor een stikstofdepositie op hectares waarvan de kritische depositiewaarde (KDW) niet wordt overschreden. Stikstofdepositieonderzoek Bosblokdreef 5, Oosterland Datum: 18 februari 2022 ; Referentie: 20210661.v04

7

Als de stikstofdepositie in de beoogde situatie hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar, dan is een verdere inhoudelijke beoordeling van de te verwachten stikstofdepositie noodzakelijk. Het is dan mogelijk om toestemming te krijgen op basis van intern of extern salderen. Voor salderen geldt een vergunningplicht omdat van de beoogde activiteit op zichzelf negatieve effecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten. Met salderen wordt inzichtelijk gemaakt of in de beoogde situatie sprake is van een stikstoftoename met significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden ten opzichte van de referentiesituatie. Of sprake is van een significante toename van de stikstofdepositie hangt af van de toegestane depositie in de referentiesituatie.

2.4.

Referentiesituatie

Wanneer sprake is van de wijziging of uitbreiding van een bestaande activiteit, gelden de volgende referentiesituaties [1]: - een vigerende vergunning die verleend is op basis van de Wet natuurbescherming; - een vigerende vergunning die verleend is op basis van de Natuurbeschermingswet 1998; - een vigerende omgevingsvergunning die verleend is op basis van de Wabo met een verklaring van geen bedenkingen (VVGB) op grond van één van de twee hierboven genoemde wetten; - een tracébesluit, wegaanpassingsbesluit of kavelbesluit waaraan een passende beoordeling is gekoppeld; - een (milieu-)toestemming op de Europese referentiedatum.

Afbeelding 3. Stappenplan voor het bepalen van de referentiesituatie[1]

1

Handreiking intern en extern salderen; https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2020/09/Handreiking-intern-extern-salderen-en-verleasen22092020.pdf

Stikstofdepositieonderzoek Bosblokdreef 5, Oosterland Datum: 18 februari 2022 ; Referentie: 20210661.v04

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11774038/1