RVS Vaststellen bestemmingsplan ‘Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland’’ Bijlage TOELICHTING
Tekst van het document
Bestemmingsplan ‘Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 210 Oosterland’ Gemeente Schouwen- Duiveland
TOELICHTING
Buro Kours Adviesburo voor ruimtelijke ontwikkeling
Tel 06 466 27 079
www.burokours.nl
Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland
Titel
: Bestemmingsplan ‘Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland’
Versiedatum
: 16 augustus 2022
Kenmerk
: NL.IMRO.1676.00327BphOL397328-VA01
Gemeente
: Schouwen- Duiveland
Vastgesteld door het College d.d.
:
Ontwerp
: 16 Maart 2022
Voorontwerp
: 20 December 2021
Auteur
: F.G.P. Savelkouls MSc. Buro Kours: Adviesburo voor ruimtelijke ontwikkeling
Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland
Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland
-INHOUDSOPGAVE 1. 1.1 1.2 1.3 1.4 2. 2.1 2.2 2.3 3. 3.1 3.2 3.3 4.
INLEIDING................................................................................................. 7 AANLEIDING EN DOEL ................................................................................ 7 LIGGING EN KADASTRALE BEGRENZING ....................................................... 7 VIGEREND BESTEMMINGSPLAN ................................................................. 10 LEESWIJZER ........................................................................................... 12 PLANBESCHRIJVING ................................................................................ 13 GEBIEDSOMSCHRIJVING .......................................................................... 13 BESTAANDE SITUATIE .............................................................................. 13 BEOOGDE SITUATIE ................................................................................. 14 BELEIDSKADER ........................................................................................ 16 RIJKSBELEID........................................................................................... 16 PROVINCIAAL BELEID............................................................................... 17 GEMEENTELIJK BELEID ............................................................................. 19 RUIMTELIJKE EN MILIEUKUNDIGE ASPECTEN ......................................... 22
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9
BODEM ................................................................................................... 22 ARCHEOLOGIE ........................................................................................ 22 CULTUURHISTORIE .................................................................................. 24 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING .............................................................. 24 AKOESTIEK ............................................................................................. 29 FLORA EN FAUNA ..................................................................................... 30 MOBILITEIT EN PARKEREN ........................................................................ 31 LUCHTKWALITEIT .................................................................................... 32 EXTERNE VEILIGHEID .............................................................................. 33
4.10 4.11 4.12 4.13
ENERGIE, KLIMAAT EN KRINGLOOPECONOMIE ............................................ 34 LICHT EN DUISTERNIS ............................................................................. 36 VORMVRIJE MER-BEOORDELING ................................................................ 36 WATER ................................................................................................... 37 JURIDISCHE PLANOPZET ......................................................................... 41
5. 5.1 5.2 6.
INLEIDING .............................................................................................. 41 BESTEMMINGEN ...................................................................................... 41 UITVOERBAARHEID ................................................................................. 43
6.1
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID............................................................ 43
6.2
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID..................................................... 43
BIJLAGEN ........................................................................................................... 45 Bijlage 1. Flora- en faunaonderzoek Bijlage 2. Inrichtings- en beplantingsplan Bosblokdreef 5 Oosterland Bijlage 3. Watertoetstabel Bijlage 4. Wateradvies Bijlage 5. Verkennend bodemonderzoek Bijlage 6. Inrichtingstekening Bijlage 7. Stikstofdepositieonderzoek Bijlage 8. Vooroverlegreacties Bijlage 9. Nota beantwoording ambtshalve aanpassing bestemmingsplan ‘Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland
5
Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland
6
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel
De gemeente Schouwen-Duiveland wil medewerking verlenen aan een ingediend verzoek voor het realiseren van twee aaneen gebouwde (burger)woningen aan de Bosblokdreef 5 in Oosterland. De op dit perceel aanwezige bedrijfswoning, behorende bij het voormalige agrarische bedrijf van de initiatiefnemer, wordt gesloopt. Deze agrarische bedrijfswoning is sterk verouderd, relatief klein en verkeert in slechte staat én voldoet daarmee niet meer aan de hedendaagse wooneisen. De beoogde ontwikkeling voorziet ter plaatse in een extra te realiseren woning. De beoogde woningen bevinden zich in het overgangsgebied tussen bebouwde kom en buitengebied. Er is sprake van architectonisch onderscheidende bebouwing en een duurzaam bouwconcept. Op basis van het ontwerp van de woningen zullen de woningen ‘opgaan’ in het landschap. In samenhang met deze ontwikkeling wordt op grond van het gemeentelijk woningbouwbeleid een niet- gerealiseerde woningbouwtitel aan de Lange Achterweg 6 (toegekend ter hoogte van de nummers 2 – 10) in Oosterland verwijderd. Hiermee blijft de netto woningcapaciteit in de kern Oosterland gelijk. Doel van dit bestemmingsplan is een planologisch kader te bieden waarbinnen de gewenste ontwikkeling mogelijk is. Dit nieuwe bestemmingsplan is noodzakelijk, omdat de thans ter plaatse geldende bestemmingsregeling hier niet toereikend voor is (zie paragraaf 1.3).
1.2
Ligging en kadastrale begrenzing
De planlocatie voor de twee nieuwe woningen bevindt zich in het buitengebied van de gemeente Schouwen- Duiveland direct aangrenzend aan de bebouwde kom van Oosterland aan de Bosblokdreef. Kadastraal is de locatie Bosblokdreef 5 bekend als Duiveland, sectie H, nummers 533, 534. De locatie Lange Achterweg 2-10 staat bekend als Duiveland, sectie B, nummers 1021, 511, 1022, 30, 209 en 214. Op onderstaande kaarten wordt de bestaande situatie van het plangebied en de kadastrale begrenzing weergegeven.
Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland
7
Figuur 1
Perceel plangebied Bosblokdreef 5
9
Figuur 2
Perceel plangebied Bosblokdreef 5 luchtfoto
Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland
8
Figuur 3
Perceel plangebied Lange Achterweg 2-10
Figuur 4
Perceel plangebied Lange Achterweg 2-10
Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland
9
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Voor de locatie aan de Bosblokdreef 5 geldt op basis van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (vastgesteld op 26 maart 2009) een agrarische bestemming, waarbinnen een grondgebonden agrarisch bedrijf met een bouwstede is toegestaan. Deze bestemming biedt geen mogelijkheid voor het realiseren van de beoogde burgerwoningen. Voor deze locatie is tevens de dubbelbestemming ‘Waarde- Archeologisch onderzoeksgebied B’ van kracht ter bescherming van mogelijk in de ondergrond aanwezige waardevolle archeologische relicten. Indien zich als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling ter plaatse bodemverstorende activiteiten plaatsvinden met een bewerkingsoppervlakte vanaf 5000m2 en een bewerkingsdiepte vanaf 0,5 m-mv, is het uitvoeren van een verkennend archeologisch onderzoek noodzakelijk (zie tevens paragraaf 4.2). Voor de Lange Achterweg 2-10 geldt op basis van het bestemmingsplan ‘Nieuwerkerk en Oosterland’ (vastgesteld op 27 november 2014) een woonbestemming. Deze locatie ligt binnen een maatvoeringsvlak waarbinnen maximaal 4 wooneenheden zijn toegestaan. In de huidige situatie zijn binnen dit maatvoeringsvlak 3 woningen aanwezig. Daarmee is hier sprake van een onbenutte woningbouwtitel, welke op basis van het geldende woonbeleid van de gemeente ingewisseld kan worden voor de beoogde extra woning aan de Bosblokdreef.
Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland
10
Figuur 5
Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied’: ‘agrarisch gebied’ en ‘bouwstede’
Figuur 6
Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied’: ‘Waarde- Archeologisch Onderzoeksgebied B’
Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland
11
Figuur 7
1.4
Uitsnede bestemmingsplan ‘Nieuwerkerk en Oosterland’ 2014: ‘Wonen: 4 wooneenheden’
Leeswijzer
Onderhavige bestemmingsplantoelichting is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 1 zijn de aanleiding en doelstelling van de bestemmingsplanherziening nader toegelicht. In hoofdstuk 2 is een uitgebreide planbeschrijving opgenomen. Hoofdstuk 3 beoordeelt het plan binnen het ruimtelijk beleidskader van de verschillende overheidslagen. De ruimtelijke en milieukundige randvoorwaarden zijn nader beschouwd in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 zijn de juridische kaders uiteengezet. Hoofdstuk 6 behandelt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland
12
2.
PLANBESCHRIJVING
2.1
Gebiedsomschrijving
Het plangebied bestaat uit een tweetal deellocaties. De deellocatie aan de Lange Achterweg bevindt zich in de bebouwde kom van Oosterland. Aan de Lange Achterweg bevindt zich woonbebouwing met bijgebouwen en overige bouwwerken (garages en schuren). De deellocatie aan de Bosblokdreef bevindt zich ten oosten van de bebouwde kom van Oosterland. De Bosblokdreef ontstaat ter hoogte van de Oud Heiligeweg en is een korte doodlopende straat met een drietal adressen bestaande uit een voormalige agrarische bedrijfswoning (Bosblokdreef 1), een bedrijf (bloemenhandel aan de Bosblokdreef 3) en de voormalige bedrijfswoning van de initiatiefnemer aan de Bosblokdreef 5. Langs de Bosblokdreef bevindt zich ter hoogte van de Oud Heiligeweg woonbebouwing behorende bij de kern Oosterland. De Bosblokdreef vormt wat betreft het stedenbouwkundige karakter een overgangsgebied tussen de kern en het open agrarische buitengebied. De planlocatie aan de Bosblokdreef 5 grenst aan het open buitengebied. De planlocatie bevindt zich binnen de begrenzing van de bebouwde kom zoals gehanteerd door de Provincie Zeeland. De Provincie Zeeland gaat in de Omgevingsverordening Zeeland 2018 (artikel 5.1 Begrippen) in de begrenzing van de bebouwde kom uit van de bebouwde komgrens zoals gehanteerd in de Wegenverkeerswet (artikel 20a). Doordat deze begrenzing op grond van de Uitvoeringsvoorschriften BABW (Stcr.
239, 1997 zoals sindsdien gewijzigd) is gemarkeerd met verkeersborden, is deze in de praktijk voor alle weggebruikers eenvoudig te herkennen. De aanwezige bebouwing heeft een agrarisch karakter met vrijstaande woningen (deels voormalige agrarische bedrijfswoningen) op ruime percelen, de hoofdfunctie is in de loop der decennia verschoven van een agrarische functie naar een woonfunctie. De Bosblokdreef is een smalle straat die deels is verhard met klinkers, zonder gescheiden voet- of fietspad en verkeersluw en wordt uitsluitend gebruikt voor bestemmingsverkeer. Binnen het plangebied bevindt zich behalve de bedrijfswoning met aanbouwen een aantal bijgebouwen en erfverharding.
2.2
Bestaande situatie
Bosblokdreef 5 -
Ter plaatse bevindt zich een voormalige bedrijfswoning (ca 77m2) met aanbouwen en
-
bijgebouwen; Het planperceel heeft een totale oppervlakte van ca 1000m2; De bestaande bedrijfswoning is opgericht in 1935 en in een dermate slechte bouwkundige
-
staat dat investeren in de huidige woning niet rendabel is; De huidige bewoners, twee broers, wensen door een veranderde gezinssamenstelling, beiden op de locatie te blijven wonen in ieder een eigen woning;
-
De planlocatie bevindt zich binnen de bebouwde kom van Oosterland, aangrenzend aan het open agrarisch gebied.
Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland
13
Lange Achterweg 6 (2-10) -
-
2.3
De tweede planlocatie bevindt zich in de bebouwde kom van Oosterland aan de Lange Achterweg; De kadastrale aanduiding betreft Duiveland, sectie B, nr. 1021, 1022, 511, 30, 209 en 214; Aan de locatie is een woonbestemming toegekend. In de bebouwingsrij Lange Achterweg 2 t/m 10 zijn volgens het geldende bestemmingsplan maximaal 4 woningen toegestaan. Deze zijn niet allemaal gerealiseerd; In de huidige situatie is er ter plaatse een garage aanwezig in een woongebied. Er is geen intentie om de woningbouwtitel in te vullen met een woning.
Beoogde situatie
Bosblokdreef 5 In de nieuwe situatie wordt de bestaande bebouwing (bedrijfswoning en bijgebouwen) gesloopt; Ter plaatse zal een woonbestemming worden toegekend met bouwmogelijkheden voor 2 woningen welke aaneen gebouwd zijn; De woningen bestaan uit één bouwlaag en worden levensloopbestendig gerealiseerd doordat alle voorzieningen op de begane grond worden gesitueerd; De woningen worden achter de huidige rooilijn op een afstand van ca 20m ten opzichte van de Bosblokdreef gerealiseerd en op ca 10 meter uit de zijdelingse perceelgrens. Hiermee zijn de woningen centraal op het perceel gesitueerd en staan ze in lijn met de andere bebouwing aan de Bosblokdreef. Met de bouwwijze (enkele bouwlaag, aaneen gebouwd), de eenvoudige bouwstijl (eenvoudige hoofdmassa, groot dakvlak) en het materiaalgebruik wordt aangesloten op de karakteristiek van de in de omgeving aanwezige woonbebouwing; Er is sprake van een bijzondere bouwstijl gericht op integratie in een kernrandgebied door toepassing van een duurzame bouwwijze en een bijzonder architectonisch ontwerp; De inrichtingstekening van de nieuwe situatie is toegevoegd in bijlage 6; In de nieuwe situatie wordt tevens geïnvesteerd in een kwaliteitsverbetering van het landschap door middel van een groene inpassing van het volledige planperceel met streekeigen beplanting.
Hiertoe is een inrichtings- en beplantingsplan opgesteld (zie tevens bijlage 2). De locatie bevindt zich op de grens tussen bebouwde kom en het open buitengebied. Met de maatregelen is ter plaatse sprake van een verbetering van de zichtrelatie tussen bebouwde kom en agrarisch gebied. Tussen de woningen en het open agrarisch gebied blijven ook in de nieuwe situatie zichtrelaties bestaan. In de beoogde situatie wordt het perceel zo ingepast dat de woningen zo veel mogelijk opgaan in de groene omgeving en hiermee tevens de oostrand van de kern een groene uitstraling geven; Op eigen perceel wordt streekeigen beplanting aangelegd in de vorm van onder meer hagen, knotwilgen, een vogelbosje en hoogstam fruitbomen. De perceelsgrenzen worden volledig groen ingeplant met hagen en opgaande beplanting. Het inrichtings- en beplantingsplan is toegevoegd in bijlage 2; De beoogde beplanting aan het voorerf past bij het aanzicht van een boerenerf. Aan het voorerf worden onder meer een vogelbosje, knotwilgen en een bomenlaantje aangeplant. Tevens wordt op het achtererf een poel/ waterretentievijver aangelegd. Het dak van de woningen wordt groen ingeplant met sedum; Het inrichtings- en beplantingsplan maakt integraal onderdeel uit van het bestemmingsplan. De uitvoering en instandhouding van het inrichtings- en beplantingsplan is geborgd via een voorwaardelijke verplichting in de planregels.
Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland
14
Lange Achterweg 2-10 Aan de Lange Achterweg wordt planologisch één woningbouwtitel verwijderd. Dit heeft geen ruimtelijke consequenties ter plaatse. Er vinden geen bouw- of sloopwerkzaamheden plaats die verband houden met de verplaatsing van de woningbouwtitel.
Figuur 8
Nieuwe situatie plangebied (Tuin- en landschapsarchitectuur Ruimte & Groen, d.d. dec 2021)
Figuur 9
Nieuwe situatie woning (Architectenbureau Erik van den Bos, d.d. dec 2021)
Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland
15
3.
BELEIDSKADER
3.1
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is vastgesteld op 13 maart 2012. De SVIR geeft een integraal kader voor de Rijksdoelen en de nationale belangen op het gebied van ruimte en mobiliteit en vervangt onder meer de Nota Ruimte. Het beleidskader schetst de doelen, belangen en opgaven van het Rijk tot 2028 en de ambities tot 2040. Uitgangspunt van de SVIR is om de ruimtelijke ordening te decentraliseren en regelgeving zo veel mogelijk te vereenvoudigen. De SVIR benoemt 13 nationale belangen die worden weergegeven in de Nationale ruimtelijke hoofdstructuur. De SVIR benoemd hierbij drie hoofddoelen: Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door versterking van de ruimtelijkeconomische structuur; Het verbeteren en behouden van de bereikbaarheid; Waarborgen van een leefbare en veilige woonomgeving. De nationale belangen uit het SVIR-belangen worden juridisch beschermd via het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Conclusie Het initiatief heeft geen betrekking op één van de Rijksbelangen die zijn opgenomen in de SVIR. Het initiatief past dan ook binnen de beleidskaders van de SVIR.
Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening Voor de bescherming van de nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening stelde de minister regels aan de inhoud van bestemmingsplannen en andere ruimtelijke plannen. Dit is gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het kabinet heeft in de SVIR vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen de nationale belangen als titels terug. Verdere uitwerking vindt plaats in de onderliggende ministeriële Regeling algemene regels ruimtelijke ordening. De regels in het besluit zijn concreet normstellend en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. Conclusie Voor het plangebied zijn er geen nationale belangen in het geding Ladder voor duurzame verstedelijking Sinds 1 oktober 2012 maakt de ladder voor duurzame verstedelijking onderdeel uit van de SVIR. Op basis van artikel 3.1 lid 6 Bro dient een nieuwe stedelijke ontwikkeling te motiveren op welke wijze er toepassing is gegeven aan de voorwaarde van duurzaam ruimtegebruik. Op deze manier wordt een zorgvuldige en transparante afweging bij ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd en wordt de aanwezige ruimte in stedelijk gebied optimaal benut.
Een stedelijke ontwikkeling is gemotiveerd als (artikel 1.1.1 lid 1, aanhef en onder i Bro): 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'.
Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland
16
Conclusie Met het verplaatsen van een bouwtitel binnen de grenzen van de bebouwde kom van Oosterland en het heroprichten van een woning is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening. De Ladder voor Duurzame verstedelijking is voor onderhavig project niet van toepassing.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsbeleid Provincie Zeeland 2018 De juridische vertaling van het ruimtelijke provinciale beleid vindt plaats in de Omgevingsverordening Provincie Zeeland 2018. De Omgevingsverordening is op 21 september 2018 vastgesteld door het college van Gedeputeerde Staten en is vervolgens een aantal maal op onderdelen gewijzigd. De laatste wijziging is vastgesteld op 12 mei 2020. In het bijbehorende Omgevingsplan staan de vier belangrijkste strategische opgaven tot 2040 centraal. De doorwerking van de hoofddoelstellingen naar concrete en bindende beleidsopgaven vindt plaats in de Omgevingsverordening. De strategische opgaven van de provincie zijn geformuleerd als: Duurzame en concurrerende economie: Kerndoelstellingen zijn hierbij onder meer de ontwikkeling van een circulaire economie, vraaggerichte programmering van bedrijventerreinen en specifieke bedrijfstakken, stimuleren van duurzame landbouw en het stellen van kaders voor nieuwe economische dragers (‘NED’) in het landelijk gebied. Het aantal agrarische bedrijven neemt af waardoor een deel van de agrarische bebouwing vrij komt. De provincie stelt zich binnen het landelijke gebied tot doel om de karakteristieke openheid van het agrarische landschap te behouden en te versterken. Functies die aan het buitengebied zijn gebonden, krijgen binnen de landschappelijke context de ruimte om zich te ontwikkelen.
Ruimtelijke ontwikkelingen vinden zo veel mogelijk plaats binnen de begrenzing van de bestaande stedelijke structuur. -
Klimaatbestendige en -neutrale samenleving: De Provincie zet in op hernieuwbare vormen van energie, verbetering van de waterkwaliteit en waterveiligheid (klimaatadaptatie);
-
Waardevolle leefomgeving: Hierin staan de provinciale ambities met betrekking tot behoud en versterking van kenmerkende landschapselementen, biodiversiteit, cultuurhistorische waarden en duurzaam bodemgebruik centraal. Gebieden waarvoor landschappelijke kwaliteiten met een provinciaal belang zijn vastgesteld, worden beschermd via de omgevingsverordening. Lokale en regionale kwaliteiten worden beschermd door middel van de structuurvisie en het bestemmingsplan. De provincie heeft als leidraad een ‘Handreiking landschap; het landschap van Zeeland (2012) opgesteld. De uitvoering en duurzame instandhouding van de landschappelijke tegenprestatie dient te worden geborgd.
-
Toekomstbestendige bereikbare woon-, werk- en verblijfomgeving: Centraal binnen deze opgave staat het streven naar een woningvoorraad die aansluit bij actuele woonbehoeften, het behoud van voorzieningenniveau en het vestigingsklimaat en herstructurering en inbreiding van bestaand stedelijk gebied. Woningbouw vindt in eerste aanleg plaats binnen het bestaand stedelijk gebied. Nieuwe ontwikkelingen dienen bovendien te passen binnen de regionale woningbouwprogrammering. De focus in de regionale afspraken ligt op herstructurering van de bestaande voorraad. Het streven naar een gezonde leefomgeving, waaronder het behoud van voldoend afstand (buffer) tussen Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland
17
functies en het voorkomen van lichthinder maakt onderdeel uit van het beleid voor het buitengebied.
Figuur 10
Uitsnede Omgevingsplan Provincie Zeeland 2018: kaart 19 Overige steden en dorpen
Beoordeling Beide locaties bevinden zich binnen de provinciale begrenzing van de bebouwde kom van Oosterland. De ontwikkeling draagt bij aan duurzaam ruimtegebruik. Het her-ontwikkelen van een voormalige agrarische locatie binnen de grenzen van de bebouwde kom als woningbouwlocatie, waarbij gebruik wordt gemaakt van een niet ingevulde bouwtitel past binnen de strategische opgaven ‘waardevolle leefomgeving’, ‘duurzame en concurrerende economie’ en ‘Toekomstbestendige bereikbare woon-, werk- en verblijfomgeving’. Een vrijkomende agrarische locatie krijgt immers een nieuwe functie die in aard, schaal en omvang passend is in een kernrandgebied. De twee woningen passen binnen de afspraken over de beschikbare regionale plancapaciteit. Het perceel wordt in de beoogde situatie tevens landschappelijk ingepast met streekeigen beplanting en landschapselementen in de vorm van fruitbomen, loofbomen, hagen, een wandelpaadje en een poel/ waterretentievijver. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de provinciale ambities wat betreft de versterking van de landschappelijke structuur en biodiversiteit zoals opgenomen in de strategische opgave ‘Waardevolle leefomgeving’. De ontwikkeling wordt hydrologisch neutraal uitgevoerd. De nieuwe woning voldoet aan de actuele duurzaamheidsvereisten zoals vastgelegd in het Bouwbesluit 2012.
De ontwikkeling draagt bij aan de doelstellingen uit de strategische opgave ‘Klimaatbestendige en -neutrale samenleving’. Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de strategische opgaven zoals vastgelegd in het omgevingsbeleid van de Provincie Zeeland.
Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland
18
3.2.2 Regionale Energie Strategie Op basis van het Klimaatakkoord van Parijs in 2015 heeft Nederland in 2019 het Nationaal Klimaatakkoord ondertekend. Het klimaatakkoord bevat een reeks sector-gerelateerde afspraken om de uitstoot van CO2 in 2030 met 49% te reduceren. De doelstelling voor 2050 bedraagt een reductie van 95%. Voor de gebouwde omgeving betekent dit onder meer dat nieuwe woningen niet meer worden aangesloten op het aardgasnetwerk. Tevens zijn de vereisten voor isolatie voor nieuwbouwwoningen verscherpt. Per regio is invulling gegeven aan de nationale doelstellingen in een Regionale Energie Strategie (RES). De Regionale Energie Strategie Zeeland is in september 2020 vastgesteld. Belangrijke thema's binnen de RES zijn: de Gebouwde Omgeving, Elektriciteit en Mobiliteit. De ambitie voor de gebouwde omgeving is om 100 Kton CO2 te reduceren door het verminderen van de energievraag, verduurzaming van het energieaanbod en toepassing van duurzame installaties en producten. Eind 2021 moeten alle Zeeuwse gemeenten een ‘Transitievisie Warmte’ klaar hebben met daarin een tijdpad voor de ontwikkeling van een alternatieve energievoorziening en het geleidelijk vervangen van aardgas. De visie voor 2050 is dat de Zeeuwse Gebouwde Omgeving bestaat uit goed geïsoleerde woningen en gebouwen die met duurzame energie verwarmd worden.
Voor nieuwbouw geldt dat deze niet meer worden aangesloten op het aardgasnet. Conclusie In onderliggend bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de uitgangspunten van de Regionale Energie Strategie. De woningen worden aardgasloos uitgevoerd, volledig geïsoleerd en voorzien van warmtepompen en zonnepanelen. De omgevingsvergunningaanvraag voor het onderdeel bouwen dient te voldoen aan actuele regelgeving zoals vastgelegd in het Bouwbesluit 2012. Hiermee is duurzaam bouwen gewaarborgd.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Strategische visie ‘Tij van de toekomst 2011- 2040’ Op 3 oktober 2011 is de gemeentelijke ruimtelijke ontwikkelingsvisie tot 2040 vastgesteld. Deze strategische visie stelt voor de gemeente Schouwen- Duiveland de opgave centraal om als vakantieeiland een toonaangevende watereconomie te ontwikkelen die een duurzame verbinding vormt tussen wonen, werken, zorgen en genieten. Wat het aspect wonen betreft zijn de volgende doelstellingen geformuleerd: - het ontwikkelen van een goed voorzieningenniveau; - het behouden van een prettig woonklimaat dat aansluit bij de woonbehoeften; - het behoud van de sociale samenhang en de leefbaarheid in de kernen; - een betaalbaar en goed zorgaanbod dat aansluit bij de behoefte. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient zorgvuldig omgegaan te worden met de landschappelijke kwaliteiten. Onderdeel hiervan is dat bebouwing zoveel mogelijk wordt geconcentreerd in de kernen. Door functies te concentreren wordt bijgedragen aan het behoud van het draagvlak voor in de kern gevestigde voorzieningen en daarmee aan de leefbaarheid van de kleine kernen. Tevens dienen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen te voorzien in een netto kwaliteitsverbetering van het landschap.
Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland
19
Plangebied De beoogde ontwikkeling benut de bestaande inbreidingscapaciteit van de kern. In de beoogde situatie wordt een voormalige agrarische bedrijfswoning met aanbouwen en verharding in een slechte bouwkundige staat vervangen door 2 woningen. Hiermee verbetert de kwaliteit van de woningvoorraad. Door de verplaatsing van een ongerealiseerde woningbouwtitel is er geen sprake van een netto uitbreiding van woonbebouwing van de kern. Het plangebied bevindt zich volgens de toeristische hoofdstructuurkaart in het agrarisch landschap. Met het ontwerp van de woning wordt aangesloten op de omgevingskarakteristiek van een overgangsgebied. De woning sluit aan op de bebouwingsstructuur van vrijstaande landelijke woningen op ruime percelen aan de Bosblokdreef. Met de bouwwijze (enkele bouwlaag, twee-aaneen gebouwd), de eenvoudige bouwstijl (eenvoudige hoofdmassa, groot dakvlak) en het materiaalgebruik wordt aangesloten op de karakteristiek van de in de omgeving aanwezige woonbebouwing. De uitvoering van het inrichtings- en beplantingsplan voorziet in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse (zie tevens hoofdstuk 3). Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de strategische doelstellingen van de structuurvisie.
3.3.2 Woonvisie 2018- 2027 Op 28 juni 2018 heeft de gemeente Schouwen- Duiveland de regionale woonvisie vastgesteld. Op basis van een woningmarktanalyse voor de periode 2017- 2027 wordt verwacht dat er nauwelijks behoefte is aan méér woningen. Wel is er een groeiende vraag te verwachten naar levensloopbestendige en flexibele woningen voor kleinere huishoudens. Het woningbouwprogramma verschuift daarmee van kwantitatief naar een kwalitatieve opgave waarbij herstructurering centraal staat. Het woningbouwprogramma richt zich met name op het versterken van de leefbaarheid in de kernen en het concentreren van voorzieningen. In de woonvisie wordt de woningmarktontwikkeling op Schouwen- Duiveland als een integraal systeem benaderd. De gemeente hanteert voor de woningmarktontwikkeling een categorisering in groeikernen, balanskernen en transitiekernen. In de kern Oosterland is de komende jaren een afname te verwachten van de vraag naar woningen. Oosterland is aangemerkt als transitiekern. Doelstelling is om de netto woningcapaciteit in Oosterland niet toe te laten nemen en in te zetten op een kwalitatieve verbetering van de woningmarkt. Plangebied In de Woonvisie is een toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen opgesteld. Voor de planlocatie is van belang dat er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling voor de lokale woonbehoefte.
De locatie bevindt zich binnen de grenzen van de bebouwde kom. Er is sprake van een verouderde woning welke wordt vervangen door nieuwbouw (twee aaneen gebouwde woningen). De nieuwe woningen passen in de karakteristiek van het landschap. In samenhang met de bouw van de woningen wordt tevens geïnvesteerd in de aanleg van landschappelijke elementen. Hiermee is sprake van een kwaliteitsimpuls ter plaatse. Tevens vindt er geen netto uitbreiding plaats van het aantal woningen in de kern. Conclusie De beoogde situatie past binnen de uitgangspunten voor transitiekernen.
3.3.3 Gemeentelijk milieu- en duurzaamheidsbeleid De gemeente heeft haar beleid omtrent milieukwaliteit en duurzaamheid vastgelegd in het Milieubeleidsplan 2008-2010. Het milieubeleidsplan is opgebouwd uit verschillende modules. De Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland
20
Energie-agenda 2018-2023 en de Klimaatadaptiestrategie vervangen de modules Energie en Klimaat uit het Milieubeleidsplan. Kringloopeconomie Centraal in het milieubeleid staat het streven naar een circulaire economie. Het uitgangspunt hierbij is dat producten en grondstoffen binnen het economische systeem zo veel mogelijk worden hergebruikt en daardoor waarde behouden. Dit in tegenstelling tot een lineaire economie waarbij het uitgangspunt is dat grondstoffen in waarde afnemen en aan het einde van de levensduur van een product worden vernietigd. Geluid en stilte Binnen het algemene streven naar zo veel mogelijk rust en stilte is voor het woonklimaat relevant dat overlast wordt voorkomen. Dit betekent onder meer dat nieuwe wegen op voldoende afstand van woningen worden gesitueerd en dat geluidsoverlast door evenementen bijzondere aandacht heeft. Het uitgangspunt voor de geluidsbelasting van nieuwbouwwoningen is dat deze in principe dienen te voldoen aan de voorkeursgrenswaarde. Licht en duisternis De algemene doelstelling van de gemeente is om slechts te verlichten wanneer dit echt nodig is. Dit betekent onder meer dat openbare verlichting, terreinverlichting en veldverlichting zo gericht mogelijk worden ingezet. Luchtkwaliteit De regionale luchtkwaliteit is goed. Het streven is dit zo te houden door autoverkeer zo veel mogelijk te minimaliseren.
Bodem Door de kwaliteit van de ondergrond bij ruimtelijke ontwikkelingen in een vroeg stadium in beeld te brengen, worden toekomstige kosten vroegtijdig in beeld gebracht en kan deze onderdeel uitmaken van de afwegingen. Energie-agenda 2018-2023 De Energie-agenda is op 21 december 2017 vastgesteld. De agenda geeft de gemeentelijke ambities weer ten aanzien van energiegebruik, energiebesparing en de omschakeling naar duurzame energie. De gemeente Schouwen-Duiveland streeft naar volledige energieneutraliteit voor 2040, het bereiken van een energiebesparing van 3% ten opzichte van het gebruik in 2017 en een aandeel van 16% van de energiebehoefte die duurzaam wordt opgewekt. Ten aanzien van de bebouwde omgeving gelden de doelstellingen zowel voor de bestaande bouw als nieuwbouw. Klimaatadaptiestrategie Op basis van het nationale Deltaplan Ruimtelijke Adaptie is in samenwerking tussen overheden, private partijen en maatschappelijke organisaties afgesproken dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en water-robuust is ingericht. Dit betekent dat alle partijen zich inzetten om schade door hittestress, wateroverlast, droogte en overstromingen wordt geminimaliseerd. Beoordeling en conclusie In onderliggende bestemmingsplan zijn tevens de waarden zoals geformuleerd in het milieu- en duurzaamheidsbeleid beoordeeld.
De wijze waarop de voorgenomen ontwikkeling bijdraagt aan het behouden van een goed woon- en leefklimaat, het voorkomen van overlast, hydrologisch neutraal bouwen en duurzaam bouwen zijn opgenomen in hoofdstuk 4.
Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland
21
4.
RUIMTELIJKE EN MILIEUKUNDIGE ASPECTEN
De locatie aan de Lange Achterweg blijft in de nieuwe situatie ruimtelijk en milieukundig ongewijzigd. Hoofdstuk 4 gaat derhalve in op de locatie Bosblokdreef 5.
4.1
Bodem
Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient op basis van artikel 3.1.6 van het Bro (Besluit ruimtelijke ordening) rekening gehouden te worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. Een bodemonderzoek dient te worden uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de bodem geschikt is voor de beoogde functie en of er sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak. De Woningwet staat niet toe dat er gebouwd wordt op verontreinigde grond. Een eventueel aanwezige bodemverontreiniging kan bovendien van belang zijn voor de toepassingsmogelijkheid van bepaalde bestemmingen en voor de uitvoerbaarheid van het plan. Resultaten Door MCG Zuidwest BV is in april 2021 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Op basis van het historisch vooronderzoek is uitgegaan van een onverdachte locatie. Uit het laboratoriumonderzoek blijkt dat in de bovengrond een licht verhoogde concentratie aan lood aanwezig is. De aangetroffen concentratie overschrijdt de achtergrondwaarde, maar niet de interventiewaarde. In de ondergrond en het grondwater zijn geen verhoogde gehalten aan alle parameters uit het NEN 5740 pakket aangetroffen. Er zijn ter plaatse geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Formeel gezien dient de hypothese ‘onverdacht’ te worden verworpen, er is immers een lichte verontreiniging aangetroffen.
Op basis van de onderzoeksresultaten is in het kader van de Wet bodembescherming geen vervolgonderzoek noodzakelijk. Aanbevolen wordt om vrijgekomen grond binnen het perceel te hergebruiken. Bij een eventuele afvoer van grond naar elders dienen de toepassingseisen uit het Besluit bodemkwaliteit in acht te worden genomen. Conclusie De milieuhygiënische gesteldheid van de bodem vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Het gedetailleerde onderzoeksrapport is toegevoegd in bijlage 5.
4.2
Archeologie
De bescherming van archeologisch erfgoed is sinds de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) in 2007 hoofdzakelijk de verantwoordelijkheid van de gemeente. Het Verdrag van Malta (1992) is gericht op de bescherming van archeologische waarden, bij voorkeur door behoud in de bodem. Met de Wet archeologische monumentenzorg (Wamz) heeft Nederland het Verdrag van Malta in de wetgeving verankerd. Deze verplichting is vastgelegd in de huidige Erfgoedwet (2016). Het gemeentelijk archeologiebeleid is sinds 2008 vastgelegd in ‘Beleidsplan Archeologie’. In de bijbehorende beleidskaart is de archeologische verwachtingswaarde per gebiedstypologie vertaald in drempelwaarden voor de oppervlakte en bewerkingsdiepte van bodemingrepen. Per archeologische verwachtingswaarde is aangegeven vanaf welke oppervlakte en bewerkingsdiepte een vergunningplicht geldt. Ter hoogte van het plangebied geldt in het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ de dubbelbestemming ‘Waarde- Archeologisch onderzoeksgebied B’. Voor deze gebieden geldt een onderzoeksplicht naar archeologische waarden bij bodemingrepen vanaf 5000m2 en een
Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland
22
bewerkingsdiepte vanaf 50 cm -mv. Op basis van het Beleidsplan Archeologie is bij een dergelijke verwachtingswaarde de dubbelbestemming ‘Waarde- Archeologie 7’ van toepassing.
Figuur 11
Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied’ 2009: dubbelbestemming ‘Waarde- Archeologisch
onderzoeksgebied B’
Figuur 12
Uitsnede Beleidskaart Archeologie: beleidsgebieden
Conclusie Het plangebied heeft een (middel)hoge archeologische verwachtingswaarde. Er vinden door uitvoering van de plannen geen grootschalige grondbewerkingen plaats. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot bodemingrepen boven de vrijstellingsgrens. Er is geen sprake van belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied op basis van de archeologische verwachtingswaarde. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Toevalsvondsten dienen te worden gemeld bij het bevoegd gezag volgens artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Binnen onderliggend bestemmingsplan blijft de geldende archeologische dubbelbestemming (thans opgenomen als ‘Waarde- Archeologie 7’) gehandhaafd.
Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland
23
4.3
Cultuurhistorie
Ten aanzien van de bescherming van cultuurhistorische waarden vindt er steeds meer een verschuiving plaats van verantwoordelijkheden van het Rijk naar gemeenten. Hiermee wordt de koers die met de Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg 2009 (MoMo) is ingegaan verder doorgezet. De moderne monumentenzorg heeft twee uitgangspunten: van objectgericht naar omgevingsgericht en van conserverend naar ontwikkelend. Dit vertaalt zich in een beleid met minder regels, het meewegen van cultuurhistorische belangen in de ruimtelijke ordening en meer mogelijkheden voor het herbestemmen van gebouwen. Sinds de wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening van 1 januari 2012, dienen cultuurhistorische en archeologische waarden te worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Rijksbelang Volgens het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (geconsolideerde versie 1 jan 2017) is het plangebied niet gelegen in een gebied waarvoor een bijzonder cultuurhistorisch Rijksbelang geldt. Provinciale belangen De cultuurhistorische belangen van de Provincie Zeeland zijn vastgelegd in de Provinciale Omgevingsverordening 2018. Ter hoogte van de planlocatie zijn geen cultuurhistorisch waardevolle landschappen, landschapselementen of cultuurhistorische elementen aanwezig die provinciale bescherming behoeven.
Gemeentelijk beleid De gemeente heeft in 2012 de nota Integraal erfgoedbeleid 2012-2018 vastgesteld. In deze nota is het erfgoedbeleid op hoofdlijnen vastgelegd. De belangrijkste uitgangspunten zijn vertaald in het vigerende bestemmingsplan. Binnen het plangebied zijn geen objecten aanwezig met een bijzondere cultuurhistorische waarde. De bebouwing binnen het plangebied is niet opgenomen als cultuurhistorisch waardevolle boerderij in bijlage 6 van de regels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Ter hoogte van de Lange Achterweg 2- 10 is sprake van een molenbiotoop ten behoeve van de bescherming van de windvang van de ‘Oosterlandse molen’ aan de Molenweg 28 in Oosterland. De molen bevindt zich op een afstand van circa 180 meter ten noorden van de planlocatie. In de beoogde situatie vindt er geen toename plaats aan bebouwing. De beoogde ontwikkeling heeft geen invloed op de windvang van de molen. De molenbiotoop is door middel van de gebiedsaanduiding ‘Vrijwaringszone- Molenbiotoop’ weergegeven in de verbeelding. Het plandeel aan de Bosblokdreef valt buiten de molenbiotoop. Conclusie De Bosblokdreef heeft de landschappelijke karakteristiek van een overgangsgebied van de besloten bebouwde kom naar het open buitengebied. Ter hoogte van het plangebied zijn geen cultuurhistorische objecten of gebiedswaarden aanwezig die planologische bescherming behoeven.
De beoogde transformatie van een agrarische bedrijfslocatie met verouderde bedrijfsbebouwing en verharding naar een reguliere woonlocatie is een ontwikkeling die in principe passend is binnen de bestaande landschappelijke karakteristiek.
4.4
Bedrijven en milieuzonering
Voor een goede ruimtelijke ordening dient er voldoende afstand te bestaan tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies. In de VNG- handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009 zijn richtafstanden voor functiescheiding opgenomen ten behoeve van het toetsen van ruimtelijke ontwikkelingen. De richtafstanden geven een algemene indicatie van de te verwachten Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland
24
milieubelasting per bedrijfscategorie. Indien aan de richtafstand kan worden voldaan, kan op voorhand worden aangenomen dat er geen onaanvaardbare milieuhinder zal optreden. Van de algemene richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken wanneer milieuonderzoek naar de specifieke situatie een andere mate van milieubelasting aantoont. De richtafstanden uit de VNGhandreiking zijn gebaseerd op de omgevingskwaliteit die vergelijkbaar is met een rustige woonwijk. De indicatieve afstanden moeten worden aangehouden ten opzichte van de gevels van omliggende gevoelige objecten. Van de richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. Plangebied Een burgerwoning is een milieugevoelige functie. in de omgeving van het plangebied komt enige menging van functies voor. Het plangebied bevindt zich in het agrarische buitengebied, in de kernrandzone van de bebouwde kom van Oosterland en wordt omringd door agrarische productiepercelen. In de omgeving komen behalve woningen, bedrijfsmatige functies voor waaronder agrarische bedrijven, een bloemenhandel en een zand- en grondhandel. Grenzend aan het planperceel bevindt zich een bedrijfslocatie (bloemenhandel). Het omgevingstype van het plangebied kan worden aangemerkt als een rustige woonwijk. Tabel 1 Richtafstandenlijst VNG 2009 Milieucategorie
Richtafstand omgevingstype
tot rustige
Richtafstand omgevingstype
woonwijk in meters
gebied in meters
1
10
0
2
30
10
3.1
50
30
3.2
100
50
4.1
200
100
tot gemengd
Bloemenhandel Bosblokdreef 3 In de omgeving van het plangebied bevindt zich aan de Bosblokdreef 3 een bloemenhandel. Aan de bloemenhandel is een bedrijfsbestemming met een maatwerkaanduiding ‘bh’ toegekend. Een bloemenhandel (groothandel met SBI- code 5122) is op basis van de Staat van Bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in bijlage 7 van het bestemmingsplan buitengebied aangemerkt als milieucategorie 2 op basis van het maatgevende milieuaspect geluid. In artikel 4.1 sub f is bepaald dat ter plaatse een bloemenhandel is toegestaan behorende bij categorie 2,0 volgens de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Het bouwvlak behorende bij de bedrijfsbestemming omvat het gehele bestemmingsvlak. Op basis van de maximale planologische invulling, kan de bedrijfsbebouwing binnen het volledige perceel worden heropgericht. Van belang is dat door de ontwikkeling van woningen de bedrijfsactiviteiten niet verder worden belemmerd en dat ter hoogte van de nieuwe woningen sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Invloed bedrijfsactiviteiten De voormalige bedrijfswoning binnen het planperceel vormt in de uitgangssituatie reeds een begrenzing voor de uitbreidingsmogelijkheden van het bedrijf in oostelijke richting. Deze status verandert door de functiewijziging niet voor omliggende bedrijven.
In de beoogde situatie worden woningen herbouwd op een grotere afstand (10 meter) uit de westelijke perceelgrens. Het bouwvlak voor de woningen en de woonbestemming bevindt zich op 10 meter afstand van de westelijke perceelgrens. De mogelijkheid voor het oprichten van vergunningvrije bouwwerken binnen de woonbestemming wordt beperkt door de toekenning van een groenbestemming tussen het bouwvlak en de westelijke perceelgrens. Deze situatie is geborgd in de regels en verbeelding van het
Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland
25
bestemmingsplan. De bedrijfsactiviteiten van de bloemenhandel worden door de beoogde woning niet verder beperkt dan in de uitgangssituatie het geval was. Woon- en leefklimaat De systematiek van richtafstanden vormt een indicatie voor de te verwachten milieuhinder van een activiteit op basis van een gemiddelde bedrijfsvoering. Van de richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken indien de werkelijke activiteiten afwijken van deze gemiddelde bedrijfsvoering. Een groothandel in bloemen en planten is volgens de richtafstanden voor milieuzonering (VNG 2009) een activiteit te classificeren als milieucategorie 2 met een richtafstand van 30m als gevolg van geluidsuitstraling binnen een rustige woonomgeving. Deze richtafstand wordt niet gehaald. Tussen de beoogde woonbestemming en de bedrijfsbestemming bestaat 10 meter afstand. Op basis van de bedrijfsactiviteiten van een (gemiddelde) groothandel kan daarom niet op voorhand worden aangenomen dat er sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In de VNG-brochure is voor dergelijke situaties een stappenplan opgenomen. Voor het gebiedstype rustige woonwijk gelden op basis van het stappenplan onderstaande richtwaarden voor geluid. Deze richtwaarden zijn gebaseerd op de sectorale milieuwetgeving (het Activiteitenbesluit milieubeheer). Tabel 2 Richtwaarden geluidsbelasting VNG 2009
Voor activiteiten die als milieucategorie 2 zijn te classificeren geldt onder meer een richtwaarde van 45 dB etmaalwaarde voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en een richtwaarde van 65 dB voor het maximale geluidsniveau (dagperiode). Bij activiteiten die gelijk te stellen zijn aan milieucategorie 2 gelden deze grenswaarden op 30 meter uit de grens van de inrichting. Indien ook op een afstand van 10 meter uit de grens van de inrichting aan de geluidsniveaus worden voldaan, dan zijn de werkelijke activiteiten op basis van het milieuaspect geluid te beschouwen als een bedrijf vergelijkbaar met milieucategorie 1. De bloemenhandel aan de Bosblokdreef 3 beschikt over een schuur van ca 600m2. Het aanliggende productieperceel heeft een oppervlakte van circa 0,3 ha. De schuur bevindt zich op circa 8 meter uit de oostelijke perceelgrens. Er is sprake van een relatief kleinschalig bedrijf. De bedrijfsactiviteiten (opslag van handelswaar) van de bloemenhandel vinden hoofdzakelijk inpandig plaats in een gesloten gebouw. Binnen de bloemenhandel vinden geen handelingen plaats waarbij geluid wordt geproduceerd met een grote uitstraling naar de omgeving. Als onderdeel van de activiteiten wordt geluid geproduceerd bij het laden en lossen. De Bosblokdreef is een doodlopende weg.
Verkeersbewegingen van en naar de bloemenhandel verlopen via de bebouwde kom tot aan de inrit aan de westzijde van het perceel. De verkeersbewegingen van de bloemenhandel benaderen om deze reden niet het planperceel. De inrit van de onderneming bevindt zich aan de westzijde van het bedrijfsperceel op een afstand van meer dan 30 meter van de grens van het plangebied. De activiteiten van de bloemenhandel vallen onder de reikwijdte van het Activiteitenbesluit. Hierin is bepaald dat de geluidsbelasting op de gevels van omliggende woningen 50 dB (langtijdgemiddelde beoordelingsniveau) respectievelijk maximaal 70 dB (maximale geluidsniveau) voor de dagperiode Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland
26
mag bedragen. De huidige bedrijfswoning binnen het plangebied bevindt zich op ca 3,5 meter uit de westelijke perceelsgrens. Aan de geldende geluidseisen wordt reeds voldaan in de uitgangssituatie waarbij de huidige bedrijfswoning op ca 3,5 meter uit de perceelsgrens ligt. In de beoogde situatie zal de gevel van de woning op een grotere afstand van de bedrijfsactiviteiten worden gesitueerd en zal de werkelijke geluidsbelasting afnemen ten opzichte van de uitgangssituatie. Aangezien de verkeersbewegingen door de doodlopende weg niet verder de Bosblokdreef in zullen rijden dan het bedrijfsperceel, zullen de verkeersbewegingen van het bedrijf ook in de toekomst niet leiden tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. De werkelijke bedrijfsmatige activiteiten van het bedrijf aan de Bosblokdreef 3 zijn wat betreft aard en schaal wat betreft milieuzonering (planologisch) vergelijkbaar met de geluidsuitstraling van een milieucategorie 1 bedrijf. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat binnen het planperceel. Conclusie Gezien de schaal en aard van de activiteiten van de groothandel is op voorhand, duidelijk dat er ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de gebruikers van de woningen. De bedrijfsactiviteiten van de bloemenhandel worden niet (verder) beperkt door de beoogde woningen.
De afstand tussen de woningen en het bedrijf is geborgd in de regels en de verbeelding van onderliggend bestemmingsplan. Omliggende agrarische activiteiten In de omgeving van het planperceel worden agrarische gewassen geproduceerd. Binnen de agrarische gebiedsbestemming van omliggende percelen zijn grondgebonden bedrijfsactiviteiten toegestaan waaronder fruit- en bollenteelt. Bij de teelt kan zowel verticaal als horizontaal worden gespoten. De beoogde situatie mag niet tot een belemmering voor het gebruik van omliggende gronden zorgen. Op locaties waar mensen langdurig verblijven neemt de kans op blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen door drift toe. Drift (spuitnevel) neemt af naarmate de afstand toeneemt. Er is geen wettelijke bepaling op basis waarvan een minimum aan te houden afstand kan worden gebaseerd tussen gronden waarop gewassen worden geteeld en nabij gelegen woningen. De minimaal aan te houden afstand dient echter zorg te dragen voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Op basis van vaste jurisprudentie wordt 50 meter afstand tussen gewas en gevoelige bestemming zonder gebruik van driftreducerende technieken als een aanvaardbare richtafstand beschouwd. Deze richtafstand is gebaseerd op een worstcase scenario waarbij wordt uitgegaan van het meest intensieve gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de fruitteelt.
Indien een kortere afstand wordt gehanteerd dient hieraan een deugdelijke motivering ten grondslag te liggen. In de omgeving van het plangebied, binnen een afstand van 50 meter, bevinden zich een aantal agrarische percelen. -
Agrarisch perceel H1134 en H1011 ten oosten en zuiden van de planlocatie. Perceel H534 wordt in de beoogde situatie in gebruik genomen en bestemd als tuin bij de woonbestemming. Het productieperceel aan de oostzijde bevindt zich op 10m afstand van het beoogde bouwvlak. Het productieperceel aan de zuidzijde bevindt zich op meer dan 25meter afstand van het beoogde bouwvlak. De percelen zijn in gebruik voor de productie van snijgroen. De te verwachten drift bij de productie van snijgroen is aanzienlijk lager dan het worstcase scenario. De nieuwe woning wordt op een grotere afstand van de Bosblokdreef gerealiseerd. De afstand tussen de productie op het zuidelijk gelegen perceel en de woning
-
wordt hierdoor groter ten opzichte van de uitgangssituatie; Agrarische percelen ten noorden van de locatie kadastraal bekend als H984 en H658. De productiepercelen bevinden zich op circa 15m afstand van het beoogde bouwvlak. Perceel H533 maakt in de nieuwe situatie onderdeel uit van de woonfunctie. De agrarische percelen
Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland
27
zijn in gebruik voor de productie van snijgroen. De te verwachten drift bij de productie van snijgroen is aanzienlijk lager dan het worstcase scenario. Beoordeling De beoogde woningen zullen zich op minder dan 50 meter afstand van omliggende agrarische productiepercelen bevinden. Voor het bepalen van het woon- en leefklimaat ter plaatse en de invloed van de woningen op de bedrijfsactiviteiten ter hoogte van de omliggende percelen zijn de volgende aspecten van belang: De zonering van 50 meter is gebaseerd op de meest toxische middelen gebruikt in de fruitteelt met de meest driftveroorzakende spuittechnieken (opwaards); Op omliggende percelen wordt snijgroen geproduceerd. De gebruikte gewasbeschermingsmiddelen en neerwaartse spuittechniek bij deze teelten zijn minder toxisch en veroorzaken minder drift. De blootstelling door drift is hierdoor aanzienlijk lager dan bij fruitteelt; Bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij open teelt (veldgewassen) gelden de voorschriften uit de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en aanvullende regels vanuit het Activiteitenbesluit ten aanzien van het driftvrij bespuiten en afspoeling. Deze regelingen beogen onder meer het oppervlaktewater, omwonenden en passanten te beschermen. Om driftreductie per referentietechniek te waarborgen geldt een meetprotocol; Drift wordt reeds beperkt door het gebruik van driftreducerende spuitkoppen.
Bij het bespuiten van open teelt dient een driftreductie toegepast te worden van tenminste 75% ten opzichte van de referentietechniek; -
-
De overheersende windrichting in Nederland is zuidwest georiënteerd. De drift vanaf perceel 984, 658 en de percelen ten oosten van de planlocatie zal hoofdzakelijk van het plangebied af bewegen; Binnen het planperceel was reeds een gevoelige bestemming in de vorm van een bedrijfswoning aanwezig. De planlocatie is deels gevestigd in een op de verbeelding aangegeven agrarische randzone. De randzone heeft een tweeledig doel: enerzijds worden hindersituaties voorkomen als gevolg van een woninguitbreiding van de kern. Anderzijds wordt voorkomen dat er vanuit milieuhygiëne of landschap ongewenste situaties ontstaan. De breedte van de randzone bedraagt op basis van de regels van de provincie 100 meter (zie tevens bestemmingsplantoelichting Bestemmingsplan Buitengebied). De mogelijkheden voor fruitteelt van omliggende agrarische percelen worden reeds beperkt door de bestaande bedrijfswoning en de ligging van de planlocatie binnen de bebouwde structuur van de kern Oosterland;
-
Aan de oostzijde van het perceel wordt in samenhang met de functiewijziging tevens een groenvoorziening aangelegd bestaande uit opgaand groen in de vorm van een haag en bomen op de perceelgrens. Het groen heeft tevens een afschermende werking voor drift. Om de stedenbouwkundige zichtrelatie tussen agrarisch gebied en de woningen te behouden blijft een enkele kleine doorkijk in de groenstructuur opgenomen aan de oostzijde van het perceel behouden. Gezien de werkelijke gewasproductie op de omliggende percelen en de overheersende windrichting zal dit niet tot een onaanvaardbare situatie leiden. De aanleg en instandhouding van de groenstructuur wordt geborgd in de verbeelding en de regels van het bestemmingsplan door middel van een groenbestemming.
Conclusie In de uitgangssituatie werd het perceel reeds bewoond. De woningen vormen daarom geen nieuwe belemmering voor de omliggende activiteiten. De woningen vormen geen belemmering voor de agrarische teelt van veldgewassen op omliggende percelen. Het woon- en leefklimaat is aanvaardbaar en wordt geborgd op basis van de bestaande wetgeving omtrent driftreductie. Het
Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland
28
opgaand groen op de perceelsgrens heeft tevens een afschermende werking. Het agrarisch gebruik staat een goed woon- en leefklimaat niet in de weg.
4.5
Akoestiek
Geluid is van belang vanwege mogelijke geluidsoverlast van wegverkeer en bedrijfsmatige activiteiten. Wegverkeerslawaai Akoestisch onderzoek naar verkeerslawaai is noodzakelijk indien binnen de geluidzones van spoorof verkeerswegen sprake is van projectie van geluidsgevoelige bebouwing. Uitgezonderd hierop zijn woonerven, 30 km zones en op basis van een geluidsniveaukaart gedezoneerde wegen. De geluidsbelasting op gevels van voor geluidsgevoelige objecten mag in beginsel op grond van de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschrijden. Een woning is een geluidsgevoelig object volgens de Wet Geluidhinder. De locatie wordt ontsloten via de Bosblokdreef. Dit is een doodlopende lokale ontsluitingsweg welke uitsluitend door bestemmingsverkeer wordt gebruikt. Aan de Bosblokdreef bevinden zich een beperkt aantal adressen. Voor de Bosblokdreef geldt ter hoogte van het plangebied een maximumsnelheid van 30 km/ uur. Op de locatie was reeds een geluidsgevoelig object aanwezig in de vorm van de (voormalige) agrarische bedrijfswoning. De Bosblokdreef is een weg met zeer lage verkeersintensiteit. Als gevolg van de lage verkeersintensiteit is ter plaatse sprake van een goed woon- een leefklimaat.
Industrielawaai Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling dient te worden aangetoond dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de nieuwe gebruikers van het plangebied. Tussen geluid producerende en geluidsgevoelige functies dient voldoende afstand te bestaan. Voor het bepalen van de aanvaardbaarheid van het woon- en leefklimaat kan gebruik worden gemaakt van de richtafstandentabel van de VNG (Handreiking bedrijven en milieuzonering uit 2009). Het meest nabijgelegen bedrijf is een kleinschalige bloemenhandel aan de Bosblokdreef 3. Een groothandel in bloemen en planten is op basis van de richtafstanden voor milieuzonering (VNG 2009) een activiteit te classificeren onder milieucategorie 2 met een richtafstand ten opzichte van gevoelige functies van 30m in een rustige woonomgeving. De richtafstanden vormen een indicatie voor de te verwachten milieuhinder waarvan gemotiveerd kan worden afgeweken. Bedrijven onder milieucategorie 2 zijn in principe inpasbaar in een omgeving met gevoelige functies. Bij de bedrijfsactiviteiten van een groothandel in bloemen en planten bloemenhandel wordt geluid geproduceerd. De nieuwe woning wordt op een afstand van ca 10 meter van de zijdelingse perceelgrens gerealiseerd. In de uitgangssituatie was ter plaatse reeds een bedrijfswoning aanwezig.
De beoogde woningen worden op een grotere afstand van de bedrijfsactiviteiten gerealiseerd. De bedrijfsactiviteiten (opslag van handelswaar) van de bloemenhandel vinden hoofdzakelijk inpandig plaats. Gezien de schaal en aard van de activiteiten van de groothandel is op voorhand, zonder nader akoestisch onderzoek duidelijk dat er ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de gebruikers van de woning (zie tevens paragraaf 4.4). Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor de functiewijziging ten aanzien van het milieuaspect geluid. Er is sprake van een geringe verkeersintensiteit ter plaatse en er voldoende afstand tot bedrijfsactiviteiten
Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland
29
in de omgeving. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De groothandel wordt niet verder beperkt in de uitbreidingsmogelijkheden ten opzichte van de uitgangssituatie.
4.6
Flora en fauna
De bescherming van natuurgebieden en soorten is in Nederland sinds 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming (Wn). Deze regelt onder meer de bescherming van de in Europees verband vastgelegde Natura 2000- gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden). Met de Wet natuurbescherming worden de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet vervangen. Bescherming natuurgebieden Ruimtelijke ontwikkelingen dienen in het kader van de bescherming van de Europese vogelrichtlijnen habitatrichtlijngebieden aan te tonen dat ze geen significant negatieve effecten veroorzaken. Deze plantoets geldt ook voor ruimtelijke ingrepen die plaatsvinden in de omgeving van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied betreft het Vogel- en habitatrichtlijngebied de Oosterschelde op ca 200m afstand ten zuiden van het plangebied (krekengebied Maire). Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient tevens te worden onderzoeken of er sprake is van een effect op het nationaal beschermde Natuur Netwerk Zeeland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). De meest nabij gelegen gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk zijn behalve het krekengebied Maire, de Rampertsedijk ten westen van de kern Oosterland op meer dan 1km afstand.