RVS reactie voorontwerp Zeeuwse Omgevingsvisie bijlage 4 voorontwerp Omgevingsverordening
Tekst van het document
X 86
Semi-agrarische bedrijven
Huisvesting arbeidsmigranten Zorgboerderij; sociale nevenfunctie op agrarisch bedrijf bv. Resocialisatie, therapie, gehandicapten, Dagbesteding Zorgwoning behorend bij agrarisch bedrijf OPSLAG: RECREATIE: Verblijfsrecreatie
Dagrecreatie
AAN HUIS-GEBONDENBEROEPEN:
MEDISCH VERWANTE DIENSTVERLENING:
OVERIGE DIENSTVERLENING:
Drainagebedrijven Veehandelsbedrijven Toeleverende bedrijven Spermabank Foeragehandel Zaaizaad en pootgoed Opslag agrarische producten Hoefsmederij Hoveniersbedrijven Boomverzorgingsbedrijven Natuur- en landschapsbeheer Tuincentrum Vis/escargot/wormkwekerij
X
X X X X
X X
Caravans, boten, inboedel en overige opslag Kampeerboerderij Appartementen; verhuur Hotelaccommodatie Logies met ontbijt Horeca; restaurant, eethuis, ijssalon, theeschenkerij, partycentrum, bezoekerscentrum, paardenpension/-stalling, sauna Verhuur; paarde , fietse , ka o s, trapauto s Manege Overige dagrecreatieve voorzieningen Individuele paramedische of
X X X
Therapeutische praktijk Dierenarts Atelier Overige aan huis gebonden beroepen Privékliniek Kuuroord Dierenkliniek Groepspraktijk Cursuscentrum Crèche/Peuterspeelzaal 87
AMBACHTELIJKE LANDBOUWPRODUCTVER WERKENDE BEDRIJVEN:
OVERIGE AMBACHTELIJKE BEDRIJVEN:
Museum/Tentoonstellingsruimte Dierenasiel/-pension Kapper Computerservicebedrijf Adviesbureau Geluidsstudio Antiekhandel Kunsthandel Slachterij
Vleesverwerking Zuivelverwerking Plantaardige productverwerking Imkerij Palingrokerij Wijnmakerij Bierbrouwerij Riet- en vlechtwerk Bouwbedrijven Schilderbedrijven Installatiebedrijven Elektrotechnisch installatiebedrijf Dakdekkersbedrijf Rietdekkersbedrijf Houtzagerij en -schaverij Speeltoestellenfabricage Lasinrichtingen/bankwerkerijen Vervaardiging medische instrumenten en Orthopedische artikelen Meubelmakerij/restauratie Meubelstoffeerderijen Vervaardigen en reparatie sieraden Vervaardigen en reparatie muziekinstrumenten Spel- en speelgoedfabricage Spinnen en weven van textiel Vervaardigen van textielwaren Kledingvervaardiging Reparatiebedrijven en gebruiksgoederen Pottenbakkerij Natuursteenbewerking/beeldhouwerij Zeefdrukkerij
88
Bijlage IV Ontwikkelkader uitbreiding verblijfsrecreatieterrein in de kustzone 1 Ontwikkelkader uitbreiding verblijfsrecreatieterrein in de kustzone: Een eenduidig Zeeuws kwaliteitsniveau verschaft helderheid over de gewenste kwaliteit van de verblijfsrecreatie voor ondernemers en biedt een gelijk speelveld. Om de potenties van het recreatieve product van de Zeeuwse Kwaliteitskust optimaal te benutten, moeten ontwikkelingen in Zeeland minimaal aan onderstaande basiskwaliteit voldoen. Uitgangspunten A. Ruimtelijke kwaliteit: Kwaliteitsverbetering van bestaande bedrijven vindt plaats binnen de bestaande oppervlakte en eenheden van het bedrijf. Een beperkte uitbreiding van oppervlakte is mogelijk indien het nieuw uit te breiden terrein: integraal onderdeel uitmaakt van een (nieuw) landschap; en de dichtheid en omvang van de bebouwing passend is in het betreffende landschap; en het beheer en onderhoud van het landschap geborgd is; en er sprake is van een maximale invulling ten behoeve van verblijfsrecreatie op het totale uitbreidingsoppervlakte van 13% (exclusief centrale voorzieningen); en maximaal 20% van het totale terrein mag aan de openbaarheid worden onttrokken (deze maximale maat is vanwege het aspect veiligheid niet van toe passing bij kampeerterreinen); en de openbaar toegankelijke paden en routestructuren integraal onderdeel uitmaken van het landschap.
Een beperkte uitbreiding van eenheden is mogelijk indien: er sprake is van een integrale kwaliteitsimpuls van het bestaande en toekomstige accommodatie; er sprake is van een maximale invulling ten behoeve van verblijfsrecreatie op het totale terrein van 13% (exclusief centrale voorzieningen); en 89
er maximaal sprake is van 15% uitbreiding van eenheden.
Ruimte voor maatwerkoplossingen is mogelijk als een specifieke situatie daarom vraagt. Hierbij geldt als principe dat bovengenoemde uitgangspunten communicerende vaten zijn. Een hoger percentage landschapsontwikkeling kan bijvoorbeeld gepaard gaan met een hoger percentage uitbreidingsoppervlakte. Voor bestaande recreatiebedrijven grenzend aan het open agrarisch landschap geldt dat bij een eventuele uitbreiding van het bedrijf de openheid van de gebieden zoveel als mogelijk gewaarborgd dient te blijven. B. Economische haalbaarheid: Ontwikkelingen zijn aantoonbaar economisch uitvoerbaar, vinden plaats op basis van een businessplan en voorzien in een centrale bedrijfsmatige exploitatie als bedoeld in artikel 5.1.5.5. C. Markt en onderscheidend vermogen van het concept: Ontwikkelingen zetten qua verschijningsvorm en type accommodatie in op een innovatief en hoogwaardig concept. Hierdoor wordt bijgedragen aan een gedifferentieerd product in de Zeeuwse kust. Het lokale DNA en het principe van LAND IN ZEE! Staan hier centraal. Met oog op de dynamiek en verdere vernieuwing in de sector, wordt ingezet op circulair bouwen. D. Sociaal maatschappelijke bijdrage: Ontwikkelingen leveren een bijdrage aan de werkgelegenheid, behoud van voorzieningen en zijn een toegevoegde waarde voor de (leef)omgeving. 2.
Ontwikkeling aandachtsgebieden in de kustzone Aandachtsgebieden zoals benoemd in artikel 5.1.5.1 zijn gebieden waar de oorspronkelijke ruimtelijke kwaliteiten onder druk staan of al (deels) verdwenen zijn. Juist in deze gebieden liggen er kansen om integraal de kwaliteitskust opnieuw te ontwikkelen. In bijlage II zijn de aandachtsgebieden in de kustzone aangeduid. De ontwikkeling van aandachtsgebieden gebeurt op basis van een gezamenlijk streefbeeld, dat door gemeenschappelijke partijen wordt gedragen. Ook planvorming en realisatie gebeurt op basis van 90
gelijkwaardigheid en samenwerking. Realisatie vindt alleen plaats als er ondernemers willen investeren en betrokken zijn. Naast ondernemers heeft ook de overheid een rol. Als de overheid partij is, richt zij haar aandacht in de eerste plaats op het proces en de publieke ruimte. Tegenwoordig ligt een groots opgezette gebiedsaanpak, zoals die in het verleden werd uitgevoerd, echter niet meer voor de hand. Gewenste ontwikkelingen zullen daarom met een kleinschalige projectaanpak in kleine stapjes gerealiseerd worden. In het streefbeeld voor de aandachtsgebieden wordt in ieder geval invulling gegeven aan de ontwikkeling van de landschapsstructuur (landschap produceren), de regionale identiteit en de omvang en dichtheden van bebouwing passen bij de landschapsstructuur. Het landschap is in beheer bij één partij. Hiernaast wordt aansluiting gezocht met de omgeving door de verdere ontwikkeling en aansluiting op het recreatieve routenetwerk en infrastructuur. Hekken en afscheidingen worden vermeden en het gebied is zo veel als mogelijk openbaar toegankelijk. Ook wordt invulling gegeven aan de onderdelen B t/m D zoals bedoeld onder 1 van het Ontwikkelkader en de beschreven strategie in de desbetreffende regiovisies van de Zeeuwse Kustvisie. De recreatieve ontwikkelingsruimte in aandachtsgebieden is geen vrije ontwikkelingsruimte.
In geval van de ontwikkeling van een nieuwe, verblijfsrecreatieve voorziening moet de ontwikkeling in een aandachtsgebied bijdragen aan het oplossen van verblijfsrecreatieve knelpunten (verplaatsing, sanering) elders in de betreffende regio van de Zeeuwse kust. Bij de ontwikkeling van een bestaande, verblijfsrecreatieve voorziening in een aandachtsgebied (herstructurering) vindt de oplossing van het verblijfsrecreatieve knelpunt al plaats. De uitwerking van dit uitgangspunt is een zaak van partijen gezamenlijk en dient per aandachtsgebied ingevuld te worden. Combineren van een verscheidenheid aan instrumenten, exploitatie en ontwikkeling op gebiedsniveau kan mogelijkheden bieden om stappen te zetten in de aandachtsgebieden. Nieuwe solitaire recreatieve ontwikkelingen in aandachtsgebieden, los van of vooruitlopend op de gezamenlijke gebiedsaanpak en een ontwikkeld streefbeeld, dienen zich te houden aan de voorwaardenen uitgangspunten van het Ontwikkelkader onderdeel A t/m D zoals bedoeld onder 1. Concreet betekent dit een 1-op-1 koppeling met het bestaande product elders in de betreffende regio van de Zeeuwse kust. 3. Ontwikkelkader uitbreiding verblijfsrecreatieterrein buiten de kustzone: Een eenduidig Zeeuws kwaliteitsniveau verschaft helderheid over de gewenste kwaliteit van de verblijfsrecreatie voor ondernemers en biedt een gelijk speelveld.
Om de potenties van het recreatieve product van de Zeeuwse Kwaliteitskust optimaal te benutten, moeten ontwikkelingen in Zeeland minimaal aan onderstaande basiskwaliteit voldoen. Uitgangspunten A. Ruimtelijke kwaliteit: Kwaliteitsverbetering van bestaande bedrijven vindt plaats binnen de bestaande oppervlakte en eenheden van het bedrijf. Een beperkte uitbreiding van oppervlakte is mogelijk indien het nieuw uit te breiden terrein: integraal onderdeel uitmaakt van een (nieuw) landschap; de dichtheid en omvang van de bebouwing passend is in het betreffende landschap; en het beheer en onderhoud van het landschap geborgd is; Een beperkte uitbreiding van eenheden is mogelijk indien er sprake is van een integrale kwaliteitsimpuls van het bestaande en toekomstige accommodatie. B. Economische haalbaarheid: 91
Ontwikkelingen zijn aantoonbaar economisch uitvoerbaar, vinden plaats op basis van een businessplan en voorzien in een centrale bedrijfsmatige exploitatie. C. Markt en onderscheidend vermogen van het concept: Ontwikkelingen zetten qua verschijningsvorm en type accommodatie in op een innovatief en hoogwaardig concept. Hierdoor wordt bijgedragen aan een gedifferentieerd product in de Zeeuwse kust. Het lokale DNA en het principe van LAND IN ZEE! Staan hier centraal. Met oog op de dynamiek en verdere vernieuwing in de sector, wordt ingezet op circulair bouwen. D. Sociaal maatschappelijke bijdrage: Ontwikkelingen leveren een bijdrage aan de werkgelegenheid, behoud van voorzieningen en zijn een toegevoegde waarde voor de (leef)omgeving. 4. Ontwikkeling aandachtsgebieden buiten de kustzone Benoemen van aandachtsgebieden Aandachtsgebieden zijn gebieden waar de ruimtelijke kwaliteiten onder druk staan of al (deels) verdwenen zijn en/of een transformatie opgave ligt. De ruimtelijke kwaliteit van een gebied is een optelsom van verschillende kenmerken die de hoedanigheid van een gebied of een plek bepalen, vaak uitgedrukt in de driedeling gebruikswaarde, belevingswaarde, toekomstwaarde. De ruimtelijke kwaliteiten van een gebied zijn erg gebiedsafhankelijk en zullen bij ruimtelijke ontwikkelingen es hre e oete orde .
Hier ij ka aast de the a s atuur, la ds hap, er lijfsre reatie ook sprake zij a opga e oor de the a s ater eiligheid, e ergietra sitie, aterge o de bedrijvigheid, woningbouw, leefbaarheid van kernen, aquacultuur en landbouw. In de aandachtsgebieden liggen er kansen om de ruimtelijke kwaliteiten integraal opnieuw te ontwikkelen. Het benoemen van een aandachtsgebied kan wanneer het aanwezige landschap onder druk staat; er ee oodzaak is tot ee ieu e ala s tusse o e ge oe de the a s; er ee reed gedrage gebiedsgerichte transformatie opgave ligt en de ontwikkeldruk voor verblijfsrecreatie in het gebied hoog is. Ontwikkeling van aandachtsgebieden De ontwikkeling van aandachtsgebieden gebeurt op basis van een gezamenlijk streefbeeld, dat door gemeenschappelijke partijen wordt gedragen. Ook planvorming en realisatie gebeurt op basis van gelijkwaardigheid en samenwerking. Realisatie vindt alleen plaats als er ondernemers willen investeren en betrokken zijn. Naast ondernemers heeft ook de overheid een rol. Als de overheid partij is, richt zij haar aandacht in de eerste plaats op het proces en de publieke ruimte. Tegenwoordig ligt een groots opgezette gebiedsaanpak, zoals die in het verleden werd uitgevoerd, echter niet meer voor de hand. Gewenste ontwikkelingen zullen daarom met een kleinschalige projectaanpak in kleine stapjes gerealiseerd worden.
In het streefbeeld voor de aandachtsgebieden wordt in ieder geval invulling gegeven aan de ontwikkeling van de landschapsstructuur (landschap produceren), de regionale identiteit en de omvang en dichtheden van bebouwing passen bij de landschapsstructuur. Het landschap is in beheer bij één partij. Hiernaast wordt aansluiting gezocht met de omgeving door de verdere ontwikkeling en aansluiting op het recreatieve routenetwerk en infrastructuur. Hekken en afscheidingen worden vermeden en het gebied is zo veel als mogelijk openbaar toegankelijk. Ook wordt invulling gegeven aan de onderdelen B t/m D van het Ontwikkelkader bedoeld onder 3. De recreatieve ontwikkelingsruimte in aandachtsgebieden is geen vrije ontwikkelingsruimte. In geval van de ontwikkeling van een nieuwe, verblijfsrecreatieve voorziening moet de ontwikkeling in 92
een aandachtsgebied bijdragen aan het oplossen van verblijfsrecreatieve knelpunten (verplaatsing, sanering) elders in de betreffende regio van de Zeeuwse kust. Bij de ontwikkeling van een bestaande, verblijfsrecreatieve voorziening in een aandachtsgebied (herstructurering) vindt de oplossing van het verblijfsrecreatieve knelpunt al plaats. Combineren van een verscheidenheid aan instrumenten, exploitatie en ontwikkeling op gebiedsniveau kan mogelijkheden bieden om stappen te zetten in de aandachtsgebieden.
Bijlage V Mitigeren en compenseren (bestaande natuur, agrarisch gebied van ecologische betekenis, landschap en erfgoed) Mitigeren en compenseren (bestaande natuur, agrarisch gebied van ecologische betekenis) Het compensatiebeginsel geldt voor ingrepen die per saldo significante schade toebrengen aan de waarden van het desbetreffende gebied of landschapselement. In principe mogen deze ingrepen niet plaatsvinden. Compensatie is noodzakelijk als na toepassing van de wettelijke en planologische beschermingsregimes geconcludeerd wordt dat de ruimtelijke ingreep wordt toegestaan, waarbij er sprake moet zijn van een groot openbaar belang en er geen alternatieven voorhanden zijn. Uitgangspunt is, dat door het treffen van mitigerende en, indien deze onvoldoende zijn, compenserende maatregelen geen nettoverlies aan waarden resteert. Toepassing van het compensatiebeginsel geschiedt door achtereenvolgens de volgende stappen te doorlopen: De initiatiefnemer is verplicht invulling te geven aan het voorkomen of verminderen van de nadelige effecten. Dit kan door landschappelijke inpassing en overige mitigerende, verzachtende maatregelen. Fysieke compensatie. Dit betreft compensatie van het areaal waarop, na het treffen van mitigerende maatregelen, nog nadelige effecten resteren.
De fysieke compensatie dient waar mogelijk in de directe omgeving van het aangetaste gebied of landschapselement gerealiseerd te worden. In het geval van compensatie van aangetast gebied dat onderdeel is van het Natuurnetwerk Nederland is een basisinrichting vereist, waarmee de oorspronkelijke kwaliteit op termijn hersteld wordt. Hierbij wordt, in tegenstelling tot het eerdere beleid, geen extra toeslag voor tijdelijk kwaliteitsverlies geëist. Financiële compensatie. Dit is slechts aan de orde voor zover directe fysieke compensatie door de initiatiefnemer redelijkerwijs niet of slechts ten dele mogelijk is. De financiële compensatie omvat het voor verwerving, inrichting en aanloopbeheer (beheermaatregelen die worden uitgevoerd om na inrichting van een nieuw natuurgebied, binnen een bepaalde periode, het gewenste natuurtype te bereiken), benodigde bedrag. Dit bedrag zal als provinciaal budget gelabeld ondergebracht worden in het Groenfonds. De kosten voor mitigerende en compenserende maatregelen maken onderdeel uit van de totale projectkosten. De plannen voor daadwerkelijke uitvoering van de compensatie dienen gelijktijdig met de plannen voor de ingreep in procedure te worden gebracht. De Provincie zal slechts instemmen met de ingreep indien de hiervoor beschreven compenserende maatregelen zijn gewaarborgd en de economische uitvoerbaarheid ervan is aangetoond.
In het geval van compensatie van aangetast gebied dat onderdeel is van het Natuurnetwerk Zeeland dient de compensatielocatie gevonden te worden buiten de waardevolle gebieden, waarvoor het compensatiebeginsel geldt. Door compensatie mag geen aantasting van andere waardevolle gebieden plaats vinden in verband met het voorkomen van een domino-effect.
93
Compensatie binnen begrensde maar nog niet ingerichte natuurontwikkelingsgebieden van het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de herijkte EHS) is mogelijk, voor zover het netto areaal van het Natuurnetwerk Nederland, te weten bestaande en nieuwe natuur, uiteindelijk in stand blijft.
Bijlage VI Landschapselementen en cultuurhistorische elementen Vlakelementen
Lijnelementen
Puntelementen
Deltawateren, duin- en strandlandschappen, vroongronden, schorren en slikken, inlagen, karrevelden en open zilte weidegebieden, kreken en kreekrestanten, bossen en landgoederen, bijzondere open poelgebieden, gebieden behorende tot het Natuurnetwerk Nederland en de open entree van Zeeland. Deltawerken en overige grote ingenieurswerken zoals de Zeelandbrug, deltadijken, binnendijken, muraltmuurtjes, Atlantikwall, Landfront Vlissingen, Staats Spaanse Linies, duinbeken, houtwallen en elzenmeten in de Kop van Schouwen en herkenbare overgangen naar kleinschalige dekzandlandschappen in Zeeuws-Vlaanderen. Vliedbergen, welen, paalhoofden, molenbiotopen, forten, kastelen, cultuurhistorische waardevolle boerderijen, hollestelles, oesterputten en groeve Nieuw Namen.
Bijlage VII Uitzondering vergunningplicht beheer, onderhoud, gebruik, inrichting of ontwikkeling van gebieden Soorten als bedoeld in artikel 2.10.2.8 zijn: a. aardmuis; b. bastaardkikker/middelste groene kikker; c. bosmuis; d. bruine kikker; e. dwergmuis; f. dwergspitsmuis; g. egel; h. gewone bosspitsmuis; i. gewone pad; j. huisspitsmuis; k. kleine watersalamander; l. meerkikker; m. ondergrondse woelmuis; n. ree; o. rosse woelmuis; 94
p. q. r. s.
tweekleurige bosspitsmuis; veldmuis; vos; en woelrat.
Bijlage VIII Aardkundige waarden [gereserveerd]
Bijlage IX Lijst met verboden activiteiten in grondwaterbeschermingszones Activiteit Opslaan, mengen, scheiden en verdichten van bedrijfsafval of gevaarlijk afval voorafgaand aan inzameling of afgifte Op of in de bodem brengen van bedrijfsafvalstoffen op gevaarlijke afvalstoffen buiten stortplaatsen Verbranden van afvalstoffen anders dan in een IPPC-installatie Zuiveringsvoorziening voor ingezameld of afgegeven afvalwater Oppervlaktebehandeling met oplosmiddelen IPPC Afvangen kooldioxide voor ondergrondse opslag Raffinaderij Maken van cokes Basismetaal Complexe minerale industrie Basischemie Stortplaats of winningsafvalvoorziening Verbranden van afvalstoffen in een IPPCinstallatie Minerale producten industrie Scheepswerven Metaalproductenindustrie Rubberindustrie en kunststofindustrie Autodemontagebedrijf en tweewielerdemontagebedrijf Verwerken van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen Zuiveringtechnisch werk Bedrijf voor telen en kweken van waterplanten of waterdieren Tankstation
Als bedoeld in artikel van het Besluit activiteiten leefomgeving 3.39
3.40b
3.40d 3.41 3.44 3.47 3.57 3.60 3.66 3.69 3.72 3.84 3.87 3.111 3.144 3.103 3.134 3.152 3.184 3.173 3.221 3.296 95
Bunkerstations en andere tankplaatsen voor schepen Opslag- en transportbedrijf, groothandel en containerterminal Autosport en motorsport, zoals crossterrein, racebaan of kartbaan Jachthaven Schietbaan Camping of openbaar zwembad Spoorwegemplacement Het gebruik van ontplofbare stoffen of voorwerpen op militaire objecten Luchthavens Winning van mergel, zand of grind, kalkzandsteen, kalk, steenkolen, turf of andere delfstoffen
3.272 3.285 3.304 3.308 3.311 3.317 3.295a 3.334
96
Artikelsgewijze toelichting Dit voorontwerp van de Omgevingsverordening Zeeland is een werkdocument voor de achterbanraadpleging.
Toelichting Hoofdstuk 1 Paragraaf 1.1 Algemene bepalingen Paragraaf 1.2 Ontheffing instructieregels Artikel 1.3 Ontheffing instructieregel Gemeenten en waterschappen kunnen bij gedeputeerde staten een ontheffing van een instructieregel aanvragen. Deze is bedoeld voor situaties waarbij de uitoefening van een taak of bevoegdheid onevenredig wordt belemmerd in verhouding tot het belang dat met de regel wordt gediend. Daarvan kan sprake zijn als ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving redelijkerwijs niet waren te voorzien. Een ontheffing kan bijvoorbeeld worden toegepast om ontwikkelingen met behulp van maatwerkoplossingen of innovatieve initiatieven in overeenstemming te brengen met de belangen die met de regel worden beschermd. Een ontheffing kan bijvoorbeeld ook worden toegepast als er een integrale afweging is gemaakt van provinciale belangen. Bijvoorbeeld als blijkt dat een bepaald plan of project bijdraagt aan een aantal provinciale belangen, maar dat een enkel provinciaal belang een belemmering vormt voor de realisatie a zo pla of proje t plusse e minnen-af egi g . Aa de o theffi g ku e oors hrifte orde er o de o het oorspronkelijk beoogde doel of belang te beschermen waarop de instructieregel betrekking had. Is er ontheffing verleend van een instructieregel? Dan kan tegen deze ontheffing beroep worden ingesteld.
Artikel 16.83 Omgevingswet regelt dat een verleende ontheffing voor de mogelijkheid van beroep deel moet uitmaken van het besluit waarop de ontheffing ziet. Een weigering om een ontheffing te verlenen is zelfstandig appellabel volgens de hoofdregel van de Algemene wet bestuursrecht. De beoordeling van een aanvraag om een ontheffing geschiedt aan de hand van artikel 2.32 lid 5 van de Omgevingswet: een ontheffing wordt alleen verleend als de uitoefening van de taak of bevoegdheid waarvoor ontheffing wordt gevraagd onevenredig wordt belemmerd in verhouding tot het belang dat wordt gediend met de regel waarvan ontheffing is gevraagd. In aanvulling daarop bepaalt dit artikel dat gedeputeerde staten een integrale afweging van provinciale belangen toepassen. Hoofdstuk 2 Afdeling 2.1 Algemene bepalingen Algemeen In hoofdstuk 2 zijn alle regels over activiteiten van burgers en bedrijven opgenomen. De regels hebben de vorm van vergunningplichten, meldplichten, informatieplichten en algemene regels (soms met de mogelijkheid van maatwerkvoorschriften). Op grond van artikel 4.6 van het Omgevingsbesluit zijn gedeputeerde staten bevoegd gezag voor de omgevingsvergunningen die zijn geregeld in dit hoofdstuk. Alleen bij een samengestelde aanvraag (voor meerdere activiteiten) kan een ander
97
bestuursorgaan bevoegd gezag worden. Meestal is dat dan burgemeester en wethouders. Gedeputeerde staten hebben in dat geval een instemmingsrecht op de omgevingsvergunning. Ook voor de algemene regels, meldingen en maatwerkvoorschriften op grond van dit hoofdstuk geldt dat gedeputeerde staten het bevoegd gezag zijn. Dat is geregeld in artikel 4.8 van de Omgevingswet. Artikel 2.1.1 Normadressaat Binnen het stelsel van de Omgevingswet wordt degene die de activiteit verricht primair verantwoordelijk geacht voor de naleving van de regels die gelden voor het verrichten van activiteiten. Voor vergunningplichtige activiteiten is dat expliciet verwoord in artikel 5.37, eerste lid, van de wet. Het gaat daarbij om degene die verantwoordelijk is voor het verrichten van de activiteiten, zoals de eigenaar of de opdrachtgever. Deze moet de vergunningvoorschriften zelf naleven en zorgen dat deze door zijn werknemers of contractanten worden nageleefd. Dit artikel bevat een soortgelijke bepaling voor de activiteiten die worden geregeld met algemene regels: degene die de activiteiten verricht, moet voldoen aan de regels van dit besluit, en ervoor zorgen dat de mensen of bedrijven die voor haar of hem werkzaamheden verrichten zich aan de regels over de activiteit houden.
Op een aantal plaatsen in dit hoofdstuk is, naast degene die de activiteit verricht, ook een andere (rechts)persoon als normadressaat aangewezen. Meestal gaat het dan om de zakelijk gerechtigde van de grond waarop de activiteit plaatsvindt. Artikel 2.1.2 Algemene gegevens bij een melding Dit artikel bevat de algemene indieningsvereisten voor meldingen op grond van dit hoofdstuk. Bij de afzonderlijke meldplichten in dit hoofdstuk zijn de specifieke indieningsvereisten per activiteit benoemd. De algemene aanvraagvereisten voor omgevingsvergunningen zijn niet geregeld in deze verordening; dit staat al in artikel 7.2 van de Omgevingsregeling. Artikel 2.1.3 Algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden Dit artikel bevat de algemene gegevens die moeten worden aangeleverd bij het verstrekken van gegevens en bescheiden op grond van dit hoofdstuk. Bij de afzonderlijke informatieplichten in dit hoofdstuk zijn de specifiek aan te leveren gegevens per activiteit benoemd. De algemene aanvraagvereisten voor omgevingsvergunningen zijn niet geregeld in deze verordening; dit staat al in artikel 7.2 van de Omgevingsregeling. Artikel 2.1.4 Beoordelingsregel wateractiviteit Dit artikel geeft invulling aan de instructieregel van artikel 7.12 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Afdeling 2.2 Activiteiten op provinciale infrastructuur Paragraaf 2.2.1 Activiteiten op provinciale wegen Algemeen In deze paragraaf wordt gebruik gemaakt van een aantal verschillende beperkingengebieden:
Het eperki ge ge ied eheer pro i iale ege is het eheerge ied zoals opge o e i het geo etris he i for atieo je t eheer pro i iale ege i bij deze verordening.
ijlage II
98
Het beperkinge ge ied rij ari gszo e ou erke pro i iale ege is de zo e a 40 meter vanaf de rand van de verharding van de hoofdrijbaan aan weerszijde van de pro i iale eg zoals opge o e i het geo etris he i for atieo je t rij ari gszo e bouwwerken provi iale ege i bijlage II bij deze verordening. Het eperki ge ge ied rij ari gszo e pro i iale ege is het ge ied tot eter vanaf de rand van de verharding, met inbegrip van de verharding, van de hoofdrijbaan aan weerszijde van de provinciale weg, zoals opgenomen in het geometrische informatieobject rij ari gszo e pro i iale ege in bijlage II bij deze verordening. Het eperki ge ge ied o je te rijheid a e i gsuiti g pro i iale ege zij de locaties waarop middelen die gebruikt worden voor het uiten van gedachten of gevoelens als bedoeld in artikel 7 van de Grondwet zijn toegestaan, zoals opgenomen in het geo etris he i for atieo je t o je te rijheid a e i gsuiti g pro i iale ege i ijlage II bij deze verordening. Het eperki ge ge ied er od op o je te rijheid a e i gsuiti g pro i iale ege , is het ge ied aari iddele die ge ruikt orden voor het uiten van gedachten of gevoelens als bedoeld in artikel 7 van de Grondwet niet zijn toegestaan, zoals opge o e i het geo etris he i for atieo je t er od op o je te rijheid a e i gsuiti g pro i iale ege i ijlage II bij deze verordening.
Het eperki ge ge ied uitzi htstroke pro i iale ege uite de e ou de ko , omvat de stroken (een zone van 5 meter vanaf de kant van de verharding van de hoofdrijbaan aan weerszijden van de provinciale weg) ten behoeve van het vrije uitzicht voor het (op)rijzicht, ter plaatse van kruisingen, aansluitingen, uitwegen en bochten op provinciale wegen buiten de bebouwde kom, zoals opgenomen in het geometrische i for atieo je t uitzi htstroke pro i iale ege buiten de bebouwde kom i bijlage II bij deze verordening. Het eperki ge ge ied toega gsda uite de er oor la d ou - en tui ou produ te zij de uite de er e op gee klei ere afsta d da , eter uit de dichtst bij gelegen verkeersbaan gelegen toegangsdammen bij wegen waar een snelheidsregime geldt van minder dan 80 km/u, waarop het voor korte tijd deponeren of hebben van land- en tuinbouwproducten is toegestaan, zoals opgenomen in het geo etris he i for atieo je t toega gsda uite de er oor la d ou - en tuinbouwproducte i bijlage II bij deze verordening.
Artikel 2.2.1.1 Oogmerk provinciale wegen Deze regels zijn bedoeld om te zorgen dat er geen schade ontstaat aan de provinciale weg en dat deze veilig en doelmatig kan worden gebruikt. Daarbij hoort ook het belang van onderhoud van de provinciale weg. Het eerste lid van deze regels is gelijk aan wat er is bepaald voor rijkswegen, zoals geregeld in artikel 8.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). In het tweede lid is een ruimere reikwijdte van de bepalingen opgenomen. In het eerste lid staan alleen de mobiliteitsbelangen. Op grond van het tweede lid kan ook rekening worden gehouden met belangen als landschap, natuur en cultuurhistorie. Een voorbeeld: Kabels en leidingen kunnen niet zomaar overal in de bermen liggen. Er moet rekening worden gehouden met archeologische waarden en met bomen die van cultuurhistorische waarde zijn. Soms worden kabels en leidingen verlegd om een doorgang voor dieren (faunapassage) te realiseren over, door of onder een barrière (bijvoorbeeld onder de weg door, of langs een viaduct). Dan gaat het om het belang van landschappelijke en natuurwaarden waar rekening mee moet worden gehouden. Infrastructuur wordt ook aangelegd vanuit de belangen van recreatie en toerisme, denk aan fietspaden. Artikel 2.2.1.3 Specifieke zorgplicht provinciale wegen 99
De specifieke zorgplicht geldt voor activiteiten waarvoor een vergunning nodig is en voor activiteiten die onder algemene regels vallen. De zorgplicht is een algemene gedragsnorm voor de gebruikers van de provinciale weg, om te zorgen dat de belangen waar het oogmerk van artikel 2.2.1.1 op ziet worden gewaarborgd. De zorgplicht is bedoeld als vangnet voor de handhaving. Het is een algemene regel, maar met een zeer algemene strekking. De algemene regels, vergunningvoorschriften en maatwerkvoorschriften in of op grond van deze paragraaf, zijn een verdere uitwerking van deze zorgplicht. Bij een overtreding van een zorgplichtbepaling kan er direct worden gehandhaafd als sprake is van een overduidelijke overtreding. In de andere gevallen dient er eerst een maatwerkvoorschrift gesteld te worden voordat tot handhaving kan worden overgegaan. De grondslag voor het stellen van maatwerkvoorschriften is in artikel 2.2.1.4 opgenomen. In het tweede lid is de specifieke zorgplicht concreter gemaakt voor een aantal activiteiten die onwenselijk zijn in het beperkingengebied met betrekking tot provinciale wegen. Door deze activiteiten specifiek te benoemen, is handhaving makkelijker. Het eerst stellen van een maatwerkvoorschrift is dan vaak niet nodig. Voor beplanting is een specifieke zorgplicht opgenomen in onderdeel g.
In dat onderdeel wordt zowel de bovengrondse als ondergrondse conditie van beplanting verstaan. Denk bijvoorbeeld aan het omhoog drukken van de weg door boomwortels. Het tweede lid is een aanvulling op het eerste lid. Hierin staat dat het verplicht is om maatregelen te nemen om ongewone voorvallen te voorkomen en de gevolgen daarvan te beperken. Ongewone voorvallen bij activiteiten/werkzaamheden in het beperkingengebied op of rond een provinciale weg, kunnen gevaarlijk zijn voor de staat en werking van die weg. Van iedereen mag dan ook worden verwacht dat zij de nodige maatregelen nemen om ongewone voorvallen te voorkomen en de gevolgen ervan te beperken. In het tweede lid, onder e, onder ii, is het deponeren van land- en tuinbouwproducten geregeld. Het komt regelmatig voor dat gebruikers van langs de weg bevindende percelen land- en tuinbouwproducten (tijdelijk) willen deponeren op toegangsdammen. Dit kan leiden tot verkeersonveilige situaties, omdat het uitzicht wordt belemmerd. Daarnaast vormen de land- en tuinbouwproducten een obstakel waardoor de weggebruiker bij een eventueel ongeval ernstigere schade kan lijden (zowel fysiek als materieel). Op grond van het tweede lid onder a en e is het deponeren van land- en tuinbouwproducten in strijd met de specifieke zorgplicht op wegen waar een snelheidsregime geldt van 80 km of meer.
Het verkeersveiligheidsrisico wordt voor die wegen te groot geacht. Voor wegen waar een lager snelheidsregime geldt, is het verkeersveiligheidsrisico mede door de lagere snelheid minder groot. Deze wegen zijn als werkingsgebied vastgelegd in het beperkingengebied toega gsda uite de er oor la d ou - en tuinbou produ te . De weggebruiker zal op dit soort wegen doorgaans rekening houden met activiteiten op of langs de wegen. Het tweede lid, onder i, is opgenomen zodat het onderhoud van bermsloten met machines vanaf de landzijde niet belemmerd wordt, indien op de wegberm aanwezige beplanting of andere obstakels verhinderen zulk onderhoud vanaf de weg uit te voeren. Artikel 2.2.1.4 Maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften Dit artikel bevat de mogelijkheid om maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften te stellen ter invulling van de specifieke zorgplicht, of over de artikelen over beplanting en middelen voor de vrijheid van meningsuiting. Kan over een bepaald onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning voor een activiteit worden verbonden? Dan kan er geen maatwerkvoorschrift worden gesteld. Voorschriften die bedoeld zijn als invulling van de specifieke zorgplicht bij
100