RVS reactie voorontwerp Zeeuwse Omgevingsvisie bijlage 3 voorontwerp ZOVI deel B
Tekst van het document
Zeeuwse Omgevingsvisie 2021
Deel B Voorontwerp voor achterbanraadpleging Versie 05/01/2021
Inhoudsopgave Leeswijzer ................................................................................................................................................ 3 Bouwstenen van UITSTEKEND WONEN EN LEVEN IN ZEELAND ...................................................... 4 1. Cultuur ............................................................................................................................................. 5 2. Gezondheid ..................................................................................................................................... 8 3. Mobiliteit......................................................................................................................................... 11 4. Onderwijs ....................................................................................................................................... 17 5. Voorzieningen en evenementen ................................................................................................... 21 6. Woningvoorraad ............................................................................................................................ 28 7. Woonomgeving ..............................................................................................................................
38 Bouwstenen van BALANS IN DE GROTE WATEREN EN HET LANDELIJK GEBIED ........................ 42 8. Archeologie .................................................................................................................................... 43 9. Bodem ........................................................................................................................................... 48 10. Deltawateren ............................................................................................................................... 52 11. Erfgoed ........................................................................................................................................ 58 12. Landbouw .................................................................................................................................... 62 13. Landschap ................................................................................................................................... 69 14. Milieu ........................................................................................................................................... 76 15. Natuur .......................................................................................................................................... 83 16.
Watersysteem .............................................................................................................................. 92 Bouwstenen van EEN DUURZAME EN INNOVATIEVE ECONOMIE .................................................. 95 17. Arbeidsmarkt ............................................................................................................................... 96 18. Circulaire economie ..................................................................................................................... 99 19. Havens en bedrijven .................................................................................................................. 103 20. Recreatie en toerisme ............................................................................................................... 109 21. Transport en infrastructuur ........................................................................................................ 116 22. Visserij ....................................................................................................................................... 121 Bouwstenen van KLIMAATBESTENDIG EN CO2-NEUTRAAL ZEELAND ........................................ 125 23. Duurzame energie ..................................................................................................................... 126 24.
Energietransitie .......................................................................................................................... 130 25. Klimaatadaptatie ........................................................................................................................ 133 26. Waterveiligheid .......................................................................................................................... 136 27. Zoet water .................................................................................................................................. 140 Overzicht van alle doelen en acties ..................................................................................................... 144
2
Leeswijzer Routekaart Zeeuwse Omgevingsvisie Voor u ligt de routekaart van de Zeeuwse Omgevingsvisie. Deze routekaart heeft als doel u wegwijs te maken door de Zeeuwse Omgevingsvisie. Er zijn vele routes door dit document heen. De route is afhankelijk van de vraag die u heeft en hoeveel u wilt lezen. Hieronder worden drie routes beschreven. Route 1. Van de wereld naar Zeeland Route 2. Wat staat er in de Zeeuwse Omgevingsvisie over ….? Route 3. Wat wordt er geregeld? Route 1. Van de wereld naar Zeeland (Deel A) In hoofdstuk 1 van Deel A wordt ingezoomd vanuit de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties, via de Nationale Omgevingsvisie naar de Zeeuwse kernkwaliteiten. Dat betekent voor Zeeland dat er uitdagingen zijn. In de hoofdstukken 3 tot en met 6 van Deel A worden deze (vier maatschappelijke) uitdagingen uitgewerkt. In hoofdstuk 7 kunt u vinden welke instrumenten door de provincie worden ingezet om deze uitdagingen te bereiken. In dit Deel B kunt u vinden wat dit betekent voor de verschillende thema’s. Route 2. Wat staat er in de Zeeuwse Omgevingvisie over ….? In dit Deel B is per thema het beleid voor de komende 10 jaar en de inzet van de instrumenten zoals subsidies en de verordening weergegeven. Dit is dan ook de beste ingang om te beginnen. Er zijn 27 thema’s uitgewerkt die samen met onze omgeving geselecteerd zijn.
Bij deze thema’s is het beleid voor de komende 10 jaar weergegeven. Mocht er een programma horen bij zo'n thema is dat aangegeven. In Deel A is bij de vier maatschappelijke uitdagingen aangegeven wat de ambitie voor 2050 is. Route 3. Wat wordt er geregeld? De Omgevingsvisie is naast het beleidsdocument voor de komende jaren ook de plaats waar de inzet van de instrumenten wordt geregeld. In dit Deel B staat per thema aangegeven welke instrumenten worden ingezet. Indien het in te zetten instrument de Omgevingsverordening is, kunt u daar terugvinden hoe het exact vertaald is. Indien een subsidie het in te zetten instrument is, kunt u in de provinciale subsidieverordening de weg naar de subsidie vinden.
3
Bouwstenen van UITSTEKEND WONEN EN LEVEN IN ZEELAND Uitstekend wonen en leven in Zeeland
Balans in de grote wateren en het landelijk gebied
Een duurzame en innovatieve economie
Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland
Woningvoorraad
Bodem
Arbeidsmarkt
Klimaatadaptatie
Woonomgeving
Archeologie
Circulaire economie
Zoetwater
Voorzieningen en evenementen
Erfgoed
Recreatie en toerisme
Energietransitie
Onderwijs
Landbouw
Havens en bedrijven
Duurzame energie
Gezondheid
Milieu
Transport en infrastructuur
Waterveiligheid
Mobiliteit
Natuur
Visserij
Cultuur
Deltawateren
Watersysteem
Belangrijkste onderwerpen bij de uitdaging
Landschap
Sterke relatie met de uitdaging Beperkte relatie met de uitdaging
4
1. Cultuur Doelstelling 2030 In 2030 is de Zeeuwse culturele infrastructuur structureel op orde. Op provinciale schaal is er een compleet aanbod, waarbij goede spreiding voorkomt dat het aanbod te veel versnippert. Cultuur heeft niet alleen een intrinsieke waarde (l’art pour l’art), maar is ook sterk verbonden met de maatschappij, het zorgt voor creativiteit en ontspanning en draagt bij aan een goed vestigingsklimaat. Er is in 2030 meer cultuur omdat steeds meer ‘makers’ zich in Zeeland vestigen. Zeeland staat bekend als een innovatieve cultuurprovincie, die de codes rond good governance en fair pay heeft omarmd en toepast. Er zijn slimme samenwerkingen ontstaan waardoor de kwetsbaarheden van van de gebiedskenmerken en schaal zijn verminderd. Dit geldt niet alleen voor de culturele organisaties, ook de overheden (gemeente, provincie, rijk) werken meer vanuit een gedeelde visie op de Zeeuwse cultuur. Daarnaast is het bedrijfsleven een belangrijkere partner geworden voor een gevarieerd cultureel aanbod. De Cultural Board fungeert als een netwerkorganisatie met oog voor de belangen van de sector, maar is daarnaast ook sterk verbonden met bedrijfsleven, maatschappelijke partners, onderwijs en overheid.
Ook is cultuur (nog) meer een middel bij grote maatschappelijke opgaven zoals de regionale demografie (meer jongeren), klimaatadaptatie en energietransitie (via Erfgoeddeals en investeringen in het cultuurlandschap), leefbaarheid (incl. opleidingsklimaat). Daarnaast is de (inter)nationale uitstraling van de Zeeuwse cultuur versterkt door aansprekende producties en intensievere (en structurele) samenwerking met makers en instellingen buiten Zeeland, bijvoorbeeld met Vlaanderen. Subdoel 1: Door professionalisering, onderlinge samenwerking en de verbinding met andere netwerken wordt de Zeeuwse culturele infrastructuur structureel versterkt en wordt een grotere bijdrage geleverd aan diverse maatschappelijke opgaven. Subdoel 2: Het Zeeuwse culturele aanbod is (fysiek of digitaal) goed bereikbaar, toegankelijk en beleefbaar voor alle groepen, met bijzondere aandacht voor jongeren (cultuureducatie en talentontwikkeling) Subdoel 3: De Zeeuwse cultuur is beter verbonden met de omliggende regio’s en (inter)nationale netwerken. Indicator(en): Aantal bezoekers van bij de Museumvereniging aangesloten Zeeuwse musea (www.museumvereniging.nl: 401.000 in 2019)
Huidige situatie Zeeland heeft een rijk en gevarieerd cultureel aanbod, maar door de aard van het gebied (uitgestrekt, dunbevolkt, doorsneden door grote wateren) is veel ook kwetsbaar. Lange reistijd en een laag bezoekers-, deelnemers-, en arbeidspotentieel zijn een gevolg van de Zeeuwse context. De culturele infrastructuur die het aanbod verzorgt is eveneens kwetsbaar; organisaties zijn klein en beperkt geprofessionaliseerd. Het overgrote deel betreft vrijwilligersorganisaties. Vergrijzing zorgt voor druk op het vrijwilligersbestand. De behoefte van huidige en toekomstige inwoners en bezoekers van Zeeland verandert en sluit op termijn mogelijk minder aan op het bestaande aanbod. Daar staat tegenover dat het toerisme zorgt voor extra draagvlak onder culturele voorzieningen en de sociale cohesie gebaat is bij het vele vrijwilligerswerk. Die Zeeuwse omgeving is ook bepalend geweest voor onze geschiedenis en geeft kleur aan onze identiteit, maar zorgt tegelijk voor dilemma’s. Voorzieningen verspreid over het hele gebied en bereikbaar voor alle inwoners leiden tot versnippering van menskracht en kapitaal. Kwantiteit gaat dan al snel ten koste van kwaliteit. Daar tegenover staat dat concentratie van voorzieningen leidt tot grotere reisafstand en zorgt voor erosie van lokale sociale structuren.
De COVID-19-pandemie legt anno 2020 een grote druk op de sector en stelt de bestaande verdienmodellen buiten werking. De overtuiging groeit dat keuzes nodig zijn en dat draagvlak zorgt voor de uitvoerbaarheid en houdbaarheid van die keuzes. De samenwerking binnen Zeeland tussen culturele organisaties onderling en tussen de culturele organisaties en de overheid heeft recent een impuls gekregen. Het gezamenlijke Zeeuwse belang staat hierbij steeds meer op de voorgrond, zonder dat de individuele belangen van organisaties of gemeentes dreigen onder te sneeuwen. Er is ambitie om de Zeeuwse culturele infrastructuur
5
duurzaam te versterken en het aanbod een kwalitatieve impuls te geven en op een hoger plan te brengen. De vier grootste Zeeuwse steden (Goes, Middelburg, Terneuzen, Vlissingen) presenteren zich samen met de Provincie steeds meer als stedelijke regio. De stedelijke aantrekkelijkheid van Zeeland is een belangrijke factor in het vestigingsklimaat. Om die aantrekkelijkheid te versterken zijn een aantal gezamenlijke ambities geformuleerd in de bidboeken richting Rijk (Samen in Zee 1 en 2). Op Rijksniveau heeft dit er toe geleid dat er meer oog is voor de specifieke situatie van Zeeland en dat biedt kansen tot een betere aansluiting bij ontwikkelingen op Rijksniveau, met als eerste resultaten de opname van twee Zeeuwse instellingen in de landelijke culturele basisinfrastructuur en toekenning van een matchingsregeling voor versterking (en vernieuwing) van de culturele infrastructuur.
Acties om doelen te realiseren Subdoel 1: Door professionalisering, onderlinge samenwerking en de verbinding met andere netwerken wordt de Zeeuwse culturele infrastructuur structureel versterkt en wordt een grotere bijdrage geleverd aan diverse maatschappelijke opgaven. Actie 1.1 - Oprichten van een Cultural Board Keer op keer blijkt uit onderzoek dat cultuur een belangrijke vestigingsfactor is voor succesvolle regio’s. In Zeeland is cultuur echter nog ondervertegenwoordigd in netwerken die bepalend zijn voor toekomstige ontwikkelingen. De norm is om netwerken triple helix (bedrijfsleven, overheid, onderwijs) samen te stellen, zo ook de Economic Board Zeeland. Via een Cultural Board kan hier vorm en inhoud aan worden gegeven. Een alternatieve optie is wijziging van de samenstelling van de Economic Board. Rolverdeling: •
Provincie, partijen uit culturele sector en gemeenten nemen het initiatief tot het oprichten van een Cultural Board
Actie 1.2 - De Zeeuwse overheden intensiveren de afstemming en samenwerking op het gebied van cultuur Naar de uitbraak van Covid-19 zijn nieuwe samenwerkingen ontstaan in verschillende culturele ketens (podia, filmhuizen, musea). Het is zaak om deze samenwerking te bestendigen en de gemeente en provincie hierbij goed aan te haken. Hierdoor wordt het Zeeuwse culturele veld robuuster. Rolverdeling: • •
Samenwerkende Zeeuwse Overheden (OZO) zijn de initiatiefnemer Culturele instellingen nemen deel aan de samenwerkingsverbanden
Subdoel 2: Het Zeeuwse culturele aanbod is (fysiek of digitaal) goed bereikbaar, toegankelijk en beleefbaar voor alle groepen, met bijzondere aandacht voor jongeren (cultuureducatie en talentontwikkeling) Actie 2.1 - Verbeteren duurzame bereikbaarheid van de Zeeuwse culturele voorzieningen en evenementen Er gebeurt veel in de mobiliteit. Er wordt steeds meer elektrisch gefietst, het traditionele openbaar vervoer in Zeeland staat onder druk en elektrisch auto’s moeten overal opgeladen kunnen worden. Dit kan verstrekkende gevolgen hebben voor de bereikbaarheid van culturele voorzieningen en evenementen. Bereikbaarheid van culturele voorzieningen is onderdeel van een bredere aanpak. Zie acties 1.1, 1.2 en 1.3 onder 'voorzieningen' Rolverdeling: Zie acties 1.1, 1.2 en 1.3 onder 'voorzieningen' Actie 2.2 - Stimuleren van het digitaal ontsluiten van collecties en het digitaal toegankelijk maken van tentoonstellingen en evenementen Door Covid-19 was veel Zeeuwse cultuur langdurig niet te bezoeken en slechts beperkt digitaal te beleven. Het streven is om een meer hybride cultuurbeleving mogelijk te maken waarbij fysieke beleving ter plaats gecombineerd wordt met digitale componenten. Binnen een Europese samenwerking kunnen EU-subsidies verkregen worden voor aspecten zoals publieksontwikkeling, professionalisering, digitalisering en verduurzaming.
6
Rolverdeling: •
Culturele instellingen vergroten hun digitale toegankelijkheid en benutten subsidiemogelijkheden
Actie 2.3 - Bijzondere aandacht voor jongeren door cultuureducatie en talentontwikkeling Cultuur draagt in belangrijke mate bij aan de vorming van jongeren, zowel als het gaat om creativiteit als identiteit. Via Cultuureducatie komen jongeren in aanraking met cultuur, vormen zij zichzelf en worden beoefenaar en afnemer van cultuuruitingen. Dit draagt bij aan talentontwikkeling. Rolverdeling: •
Culturele instellingen, onderwijsinstellingen en gemeenten bevorderen cultuureducatie en talentontwikkeling
Subdoel 3: De Zeeuwse cultuur is beter verbonden met de omliggende regio’s en (inter)nationale netwerken. Actie 3.1 - Verbeteren samenwerking en verbinding met culturele organisaties buiten Zeeland De Zeeuwse cultuur is nog te veel naar binnen gekeerd. Er wordt weinig geïnvesteerd in grensoverschrijdende samenwerking. Er liggen kansen voor samenwerking met Vlaanderen en in het bijzonder met de stad Gent (sociaal-maatschappelijke kant van grensoverschrijdende havenfusie). In Nederland ligt een versterking van de band met andere niet Randstad provincies voor de hand. Verder weg liggen kansen door het verder uitbouwen van de bijzondere band met de Verenigde Staten (Roosevelt legacy, FFA) en met gebieden waar Zeeland historische connecties mee heeft. In deze laatste categorie vallen ook het koloniale en slavernijverleden Rolverdeling: • •
De vier Zeeuwse steden (Goes, Middelburg, Terneuzen, Vlissingen) zorgen samen met de provincie voor aansluiting op de landelijke basisinfrastructuur door uitvoering van het bidbook. De provincie, gemeenten, Roosevelt Foundation, Zeeuws Archief en Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen (KZGW) bevorderen internationale samenwerking op basis van historische connecties.
Kansen en risico's bij de uitvoering 1. Doe meer met minder grond. (...) 2. Werk samen en deel kosten en baten.
Betere afstemming tussen culturele instellingen en vervoersbedrijven kan voordelen opleveren voor bereikbaarheid en kosten. Samenwerking met instellingen buiten Zeeland geeft verrijking en vergroot het draagvlak.
3. Maak gebruik van de Zeeuwse kernkwaliteiten.
De Zeeuwse cultuur is verweven met de Zeeuwse kernkwaliteiten, daarom is versterking van de een ook versterking van de ander. Het benutten van historische banden van Zeeland met het buitenland, kan ook de Zeeuwse kernkwaliteiten die daarmee samenhangen versterken.
4. Denk aan de toekomst en aan de rest van de wereld.
De bereikbaarheid en toegankelijkheid van culturele voorzieningen moet ook rekening houden met de mogelijkheden van toekomstige inwoners en toeristen. Betere digitale toegankelijkheid van cultuur maakt deze toekomstbestendig.
7
2. Gezondheid Doelstelling 2030 Onze leefomgeving is veilig, lokt gezond gedrag uit en heeft weinig gezondheidsrisico’s. De gezonde keus is de gemakkelijkste keus en gezondheidsrisico’s voor de mens zijn verlaagd. Het uitgangspunt voor gezondheid is het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te gaan en zoveel mogelijk eigen regie te voeren. Gezondheid wordt door veel factoren beïnvloed, zowel in positieve als in negatieve zin. Gezondheid bestaat uit 6 pijlers; lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, sociaal/maatschappelijk participeren en dagelijks functioneren. De leefomgeving speelt bij veel van deze factoren een rol. Er is een sterke relatie tussen leefomgeving, leefstijl en gezondheid. Daarnaast heeft financiële situatie ook invloed op de gezondheid van mensen. Subdoelen: Subdoel 1: Uitbreiden van een omgeving met een gezond voedingsaanbod en het verminderen van een omgeving met ongezond voedingsaanbod Subdoel 2: Een omgeving die uitnodigt tot bewegen Subdoel 3: Een omgeving die uitnodigt tot ontmoeten Subdoel 4: Een omgeving die uitnodigt tot ontspannen Subdoel 5: Een omgeving die gezondheidsrisico’s verlaagt Indicatoren: • •
Gemiddelde levensverwachting bij geboorte (82,05 jaar in Zeeland in 2019) Ervaren gezondheid (75,5% (zeer) goed in Zeeland in 2017)
Huidige situatie Het gezondheidsbeeld van Zeeland laat twee kanten zien. Inwoners van Zeeland leven langer en er is op dit moment in Zeeland minder sterfte aan kanker en dementie in vergelijking met Nederland. Ook bewegen onze ouderen meer. Mensen voelen zich veiliger in hun woonomgeving. Ze zijn over het algemeen tevreden over hun woonomgeving, alhoewel dit natuurlijk per kern/wijk erg kan verschillen. Het percentage rokers daalt net als de landelijke trend en de prognose is dat het percentage mensen dat overmatig alcohol drinkt ongeveer gelijk blijft. Aan de andere kant zien we dat inwoners van Zeeland langer in ongezondheid leven en dat eenzaamheid onder ouderen het hoogst van Nederland is. We zien een toename van risico op angst en depressie bij volwassenen. Jongeren geven aan steeds meer prestatiedruk te ervaren. Eenzaamheid en overgewicht neemt toe onder de hele bevolking. De leefomgeving heeft invloed op gezond gedrag en ervaren gezondheid. Zowel positief als negatief. Zeeland heeft van nature alle ingrediënten in huis voor een gezond en prettig leven. Rust, ruimte, natuur, water en vruchtbare aarde. Mooie dorpen en steden met voorzieningen; deze ingrediënten hebben een positieve invloed op gezondheid. Vanuit de leefomgeving zijn er ook bedreigingen voor de gezondheid.
Wat betreft milieugezondheidsrisico's (www.atlasleefomgeving.nl) scoort Zeeland langs (snel)wegen en de industriegebieden boven het Nederlandse gemiddelde. Dit is een spanningsveld van enerzijds industrie en economisch belang en anderzijds een gezonde leefomgeving. Zeeland heeft het hoogste percentage mantelzorgers en steeds meer mensen verrichten vrijwilligerswerk. Er is een tekort aan personeel in veel sectoren waaronder de zorg. Dit zal de komende jaren waarschijnlijk alleen maar toenemen. Het mantelzorgpotentieel daalt en de mensen die mantelzorg verlenen zullen nog meer onder druk komen te staan. Ook de betaalbaarheid en toegankelijkheid van de zorg komt nog verder onder druk te staan. Ontwikkelingen De vergrijzing vergroot de druk op gezondheid. Klimaatverandering heeft effecten op gezondheid door hitte, droogte en overstromingen. Gemiddeld neemt de gezondheid naar verwachting toe, maar er is ook een toename van ouderdomsziekten.
8
Acties om doelen te realiseren Subdoel 1: Uitbreiden van een omgeving met een gezond voedingsaanbod en het verminderen van een omgeving met ongezond voedingsaanbod Actie 1.1 - Gezondheid centraal stellen in beleid voor voedselproductie Beslissingen en keuzes over voedselproductie in stedelijk en landelijk gebied kunnen een positieve invloed hebben op kennis over voeding en de gezondheid van de inwoners en gasten van Zeeland. Bijvoorbeeld beschikbaarheid van voedsel uit de directe omgeving, mogelijkheden om zelf voedsel te verbouwen, gemeenschappelijke moestuinen, voedselbossen, etc. Gezondheid is één van de Europese transities die in de RIS3 2021-2027 centraal staan. Gezonde voeding en voedselproductie hebben aandacht in meerdere EU-programma’s. Rolverdeling: • •
Rijk, provincie en gemeenten stimuleren gezonde voeding via het ruimtelijk en landbouwbeleid. GGD Zeeland adviseert over gezondheidsbeleid.
Subdoel 2: Een omgeving die uitnodigt tot bewegen (veilig, toegankelijk en aantrekkelijk) Actie 2.1 – Bieden van een veilige, toegankelijke en aantrekkelijke omgeving die uitnodigt tot bewegen Gericht aanvullend beleid, zoals het dementievriendelijk inrichten van de omgeving, verbeteren van het gevoel van veiligheid en het bieden van wandel-, sport- en spelvoorzieningen. Rolverdeling: • •
Gemeenten, Sport Zeeland, GGD en vrijwilligers voeren projecten uit voor verbetering van de leefomgeving. Rijk en provincie ondersteunen de uitvoering.
Subdoel 3: Een omgeving die uitnodigt tot ontmoeten Actie 3.1 – Vergroten van faciliteiten voor ontmoeting in de buitenruimte Gericht aanvullend beleid voor faciliteiten in de buitenruimte die stimuleren tot ontmoeten, zoals vergroten van toegankelijkheid en voorzieningen denk aan paden, bankjes, toiletten, koffiegelegenheden, etc. Rolverdeling: • •
Gemeenten, GGD en vrijwilligers voeren projecten uit voor verbetering van de buitenruimte. Rijk en provincie ondersteunen de uitvoering.
Subdoel 4: Een omgeving die uitnodigt tot ontspannen Actie 4.1 – Realiseren mogelijkheden voor rust en ontspanning Gericht aanvullend beleid voor mogelijkheden voor rust en ontspanning, zoals stilteplekken, groen, locaties aan zee. Rolverdeling: Gemeenten, GGD en vrijwilligers voeren projecten uit voor verbetering van de buitenruimte. Rijk en provincie ondersteunen de uitvoering. Subdoel 5: Een omgeving die gezondheidsrisico’s verlaagt Zie acties bij onderdeel Milieu
Kansen en risico's bij de uitvoering 1. Doe meer met minder grond.
9
[...] 2. Werk samen en deel kosten en baten.
Bij vrijwel alle (uitvoerings)acties is er een effect op de gezondheid van inwoners en/of toeristen, daarom zijn er veel kansen om positieve effecten te vergroten en negatieve effecten te verminderen. Gezondheid is niet alleen een doel, maar ook een voorwaarde voor economische ontwikkeling.
3. Maak gebruik van de Zeeuwse kernkwaliteiten.
Een groene, inspirerende en vertrouwde omgeving is een belangrijke voorwaarde voor gezondheid. Versterking van de Zeeuwse kernkwaliteiten draagt rechtstreeks bij aan de gezondheid en biedt mogelijkheden voor een gezonde levensstijl.
4. Denk aan de toekomst en aan de rest van de wereld.
Veranderingen in klimaat en bevolkingssamenstelling hebben direct gevolgen voor de gezondheid. Internationaal verkeer zorgt voor snelle verspreiding van ziekten en plagen en vraagt om een mondiale aanpak.
10
3. Mobiliteit Doelstelling 2030 De ambitie is dat mobiliteit snel, slim, veilig, schoon en betaalbaar is. Digitale bereikbaarheid is snel en voldoende dekkend. Subdoel 1: Snelle mobiliteit Subdoel 2: Organiseren van een flexibel vraagafhankelijk mobiliteitsaanbod, gericht op de behoeften van de reiziger. Subdoel 3: Verbeteren verkeersveiligheid Subdoel 4: Schone mobiliteit Subdoel 5: Optimale digitale bereikbaarheid in de hele provincie Indicatoren:
Reistijd vanaf Vlissingen en Terneuzen naar Rotterdam, Breda en Antwerpen per trein en auto. (2019: Vlissingen – Rotterdam 1:47 per trein, 1:20 per auto, Rapport Wind in de zeilen / www.ns.nl en www.anwb.nl) tevredenheid reizigers (Algemeen klantoordeel OV 2019: 7,8 volgens klantbarometer van CROWKpVV) aantal knooppunten met voorzieningen (OV-beheertool) aantal verkeersdoden en ziekenhuisgewonden en overige gewonden per jaar (Aantal verkeersdoden: 2016 = 20; 2017 = 18; 2018 = 13; 2019 = 11 volgens ROVZ) aantal gebruikers van fiets/e-bike voor woonwerk- of schoolverkeer (aantal verplaatsingen per dag voor woonwerkverkeer, voor onderwijs volgen / cursus / kinderopvang en voor enkele andere motieven. Van en naar het werk in 2019 is gemiddeld per persoon per dag: 0,13 verplaatsingen; 0,65 km; 2,38 minuten. Onderwijs volgen / cursus / kinderopvang in 2019 is gemiddeld per persoon per dag: 0,09 verplaatsingen; 0,38 km; 1,69 minuten.) aantal laadpunten voor fietsen en auto’s (totaal aantal voor auto's in 2019 (december): 826 volgens klimaatmonitor.nl)
Huidige situatie Corona Door corona wordt meer thuisgewerkt en thuis onderwijs gevolgd. Dit heeft gevolgen voor mobiliteit. Het autoverkeer is 8% lager dan 2019 en gebruik van openbaar vervoer 47% lager dan in 2019. (bron: monitorrapport min. I&W 30-9-2020) . Een deel van de mensen die normaal met openbaar vervoer reizen, kiest nu voor eigen vervoer. Wat dit op langere termijn betekent, is niet met zekerheid te zeggen. Uit enquêtes blijkt dat naar verwachting ook na corona structureel meer thuisgewerkt zal worden. Ook is de verwachting dat reizigers na corona andere vervoersmiddelen zullen blijven kiezen, bijvoorbeeld de fiets of (deel)auto in plaats van openbaar vervoer. Scholen hebben hun tijden aangepast, waardoor groepen scholieren gespreid reizen. Dit betekent minder piekbelasting. Deze ontwikkeling kan wel een versnelling geven voor invoering van flexibel vraagafhankelijk vervoer en gebruik van fiets en e-bike. Auto Over het algemeen zijn door fysieke barrières de reisafstanden in Zeeland vrij groot. Het hoge autobezit geeft mogelijkheden tot zelfstandige mobiliteit. Alleen bij incidenten of zomerdrukte ontstaat reistijdverlies. Het wordt drukker op de weg. Met name in de zomerperiode nemen de intensiteiten toe. Naar verwachting zit de (hoofd)infrastructuur rond 2030 op een aantal plaatsen tegen haar capaciteitsgrenzen aan.
De Westerscheldetunnel wordt in 2033 tolvrij; dat zal verkeer aantrekken. Openbaar en doelgroepenvervoer De groepen die belemmeringen in hun mobiliteit ervaren zijn scholieren/studenten, mensen met een beperking en ouderen. Zij zijn minder zelfstandig mobiel en daarom meer afhankelijk van fiets, medebewoners en openbaar- en doelgroepenvervoer. Er zijn grote regionale verschillen in aanbod van openbaar vervoer. De gebieden nabij de Zeeuwse spoorlijn en A58 hebben betere verbindingen en meerdere reisopties, waar dat in andere gebieden beperkt is. De treinverbinding biedt een goede bereikbaarheid voor de Bevelanden en Walcheren, maar de reistijd naar de Randstad en Noord-
11
Brabant is toegenomen. Vanaf eind 2021 wordt met het toevoegen van één intercity per uur de reistijd met de Randstad en Noord-Brabant met 20 minuten verkort (rapport Wind in de zeilen). De grensoverschrijdende verbindingen zijn beperkt. Onderdeel van het compensatiepakket in het rapport Wind in de zeilen is het wegnemen van knelpunten in het spoornetwerk tussen Gent en Terneuzen. In eerste instantie gaat het om goederenvervoer, later mogelijk ook om personenvervoer. De noord-zuid verbindingen worden bediend door de bus. Het busvervoer in Zeeland kent echter een teruglopend aantal gebruikers en de kosten voor het systeem nemen toe. Door corona is gebruik van de bus (tijdelijk) nog verder afgenomen en de vervoerder zoekt samen met het onderwijs en de overheid naar kansen om de dienstregeling bij te stellen, passend binnen het beoogde toekomstplaatje. De klassieke vorm van openbaar vervoer schiet te kort, er is vraag naar flexibele en vraaggerichte vormen van mobiliteit en onderzocht wordt op welke manier dat vorm kan krijgen. Voor doelgroepenvervoer geldt dat het gebruik toe neemt, wat voor gemeenten een kostbare onderneming is. Lokale mobiliteitsinitiatieven ontstaan uit initiatief van bewoners als aanvulling op het bestaande aanbod van collectief vervoer. Zeeland kent één publiek georganiseerde verbinding over water; het fietsvoetveer tussen Breskens en Vlissingen.
Deze dienst kent met name toeristische reizigers, maar biedt ook voor studenten en forenzen een betrouwbare aansluiting over het water. Op de knooppunten zijn overstapmogelijkheden tussen fiets, auto, bus en/of trein. Deze knooppunten zijn niet altijd gelegen op locaties met horeca, detailhandel of andersoortige voorzieningen, waardoor deze voor de reiziger niet altijd een prettige verblijfsplek zijn. Schone mobiliteit De E-bike/Speed pedelec biedt voor steeds meer scholieren, forenzen en ouderen uitkomst voor dagelijkse verplaatsingen. Een acceptabele fietsafstand kan daarmee vergroot worden van 7 naar 15 km (ca. half uur fietsen). Een steeds groter deel van de auto’s in Nederland is elektrisch (6% eind 2019, bron RVO.nl) T/m juli 2020 zijn er in Zeeland 1220 (semi-)publieke laadpunten en 27 snellaadpunten voor elektrische auto's (bron: RVO.nl) Volgens het bestuursakkoord Zero Emissie moeten alle nieuwe bussen in 2025 zero emission zijn. Ook voor het doelgroepenvervoer is er een bestuursakkoord voor zero emission vervoer vanaf 2025. Verkeersveiligheid Verkeersveiligheid is een belangrijk thema, zowel in weginrichting als in verkeersgedrag. Jaarlijks zijn er ca 25 dodelijke ongevallen, ca 500 ziekenhuisgewonden en vele andersoortige ongelukken. De verkeersveiligheid wordt in Zeeland vergroot door scheiding van specifieke verkeerstypen.
Er zijn specifieke kwaliteitsnetwerken voor goederenvervoer, landbouwvervoer, OV/bus en fietsverkeer. Daarnaast krijgen voertuigen steeds meer functionaliteiten die veiligheid vergroten. Digitale Bereikbaarheid Door corona is het gebruik van digitale toepassingen voor (samen)werken op afstand sterk toegenomen. Deze toepassingen maken het mogelijk om thuis werken, thuis onderwijs te volgen en gebruik te maken van velerlei diensten, waardoor reizen niet meer gemaakt hoeven te worden. Digitale bereikbaarheid wordt door deze ontwikkeling belangrijker.
Acties om doelen te realiseren Subdoel 1: Snelle mobiliteit Actie 1.1 Inzetten op snelle en frequente openbare vervoersverbindingen met de Randstad en NoordBrabant, en tussen Zeeuwse steden Een randvoorwaarde voor een beter vestigingsklimaat is dat de openbare vervoersverbindingen snel en frequent zijn. In het compensatiepakket Marinierskazerne (Eindrapport Wind in de zeilen) wordt aangegeven dat vanaf december 2021 elk uur een intercity zal rijden, tussen 2023 en 2025 een versnelling wordt gerealiseerd door aansluiting op de hogesnelheidslijn. En uiterlijk 2030 moet onderzoek uitwijzen of er twee keer per uur een intercity naar Amsterdam kan rijden. Rolverdeling:
Kaders stellen en financiering doelgroepen- respectievelijk openbaar vervoer door gemeenten en provincie Lobby door overheden via het Overleg Zeeuwse Overheden (OZO)
12
Uitvoering door het Rijk en de NS in het kader van het compensatiepakket Marinierskazerne. Afstemming door gemeenten, provincie, Rijk, SER Zeeland, stads-/dorpsraden, Prorail, NS, concessiehouder busvervoer Eventuele aanleg door bouwbedrijven
Actie 1.2 Verbeteren grensoverschrijdende verbindingen Niet alleen de verbinding met de rest van Nederland moet verbeterd worden, ook die met België. Hier gaat het om zowel openbaar vervoer als wegen. Rolverdeling:
Kaders stellen door gemeenten, provincie, Rijk Financiering door provincie, Rijk, Rijkswaterstaat (rijkswegen), Euregio Scheldemond Lobby door gemeenten, provincie, Sociaal Economische Raad Zeeland (SER) Eventuele aanleg door bouwbedrijven Advisering door Veiligheidsregio Zeeland
Subdoel 2: Organiseren van een flexibel vraagafhankelijk mobiliteitsaanbod, gericht op de behoeften van de reiziger. In het nieuwe systeem gaan we uit van meer flexibele fijnmazige mobiliteit en een beperkter maar hoogwaardiger vast openbaar vervoer netwerk. Hiermee nemen we de overlast van de lege bus in kleine kernen weg en bieden we de reiziger een beter alternatief, zonder afhankelijkheid van dienstregeling en lijnvoering, waardoor de leefbaarheid (in kleine kernen) verbetert. Actie 2.1 Verbeteren/vervangen van aanbodgericht busvervoer door versnellen van buslijnen en organiseren en faciliteren mobiliteitsvormen voor flexibele fijnmazige mobiliteit. Reizigers die vanuit woonwijken en kleine kernen reizen, zullen met fijnmazige mobiliteit naar een knooppunt moeten reizen, vanwaar zij hun reis vervolgen met een hoogwaardige openbaar vervoerverbinding. Van belang hierbij is dat het netwerk van snelle verbindingen alle gemeenten in Zeeland bedient. Binnen het Zeeuws brede aanbod van flexibele fijnmazige mobiliteit is ruimte voor maatwerk in de regio’s en worden bestaande lokale initiatieven gestimuleerd en gefaciliteerd. Rolverdeling:
Gemeenten en provincie stellen kaders. Gemeenten en provincie verbinden partijen. Provincie en gemeenten en commerciële mobiliteitsaanbieders financieren. Adviesorganisaties en stads-dorpsraden adviseren.
Actie 2.2 Ontwikkelen van een robuust, flexibel en betaalbaar mobiliteitssysteem, waarbij de reiziger (meer) centraal komt te staan Slimme Mobiliteit biedt mogelijkheden om mobiliteit beter te organiseren door het aanbod beter te laten aansluiten op de mobiliteitsvraag. Dit kunnen aanpassingen van bestaande mobiliteitssystemen zijn, maar ook de toevoeging van nieuwe (flexibele vraagafhankelijke) mobiliteitsconcepten. Hiervoor is het nodig om de ontwikkelrol voor het publiek georganiseerd vervoer centraal te organiseren. Hierdoor wordt het mogelijk om diverse vormen van mobiliteit met elkaar te laten ademen. Dit kan alleen als budgetten en bevoegdheden met elkaar worden gedeeld. Het in te richten Mobiliteitsbureau Zeeland moet de spil worden als opdrachtgever voor vervoerscontracten, waarbij het mobiliteitsbureau bijdraagt aan de ontwikkeling van vervoersinitiatieven, aansluiting van vraag en aanbod coördineert en zorg draagt voor zichtbaarheid van Zeeuwse mobiliteit in MaaS (Mobility as a Service) apps. Betaalgemak gaat verbeteren. Waar nu nog verschillende passen nodig zijn voor haltetaxi, wmo, trein en fast ferry ligt het in de lijn der verwachting dat een oplossing met één pas of app alle betalingen kan gaan verzorgen.
Mobility as a Service (MaaS) biedt de reiziger de mogelijkheid om middels een app de reis te plannen, boeken en betalen, waarbij de reiziger eigen voorkeuren (snelheid, delen, prijs) kan bepalen. In 2020 en de eerste helft van 2021 wordt het onderwerp Slimme Mobiliteit verder uitgewerkt. Een onderdeel van deze actie is het Living Lab Slimme Mobiliteit: hiermee wordt Zeeland, met Vlissingen als focuspunt, een experimenteerzone, waar gemeenten, provincie, Rijk, mobiliteitsbedrijven en verkeerswetenschappers nieuwe kennis opdoen voor het ontwikkelen van een nieuwe generatie mobiliteitsoplossingen (Rapport Wind in de zeilen). Zeeland is daarmee het gebied
13
om in een meer dunbevolkt gebied innovaties die door kennisinstellingen zijn ontwikkeld en uitgewerkt, in de praktijk uit te gaan testen. Bij in de praktijk bewezen succesvolle toepassingen rollen we initiatieven uit over Zeeland. Rolverdeling:
Gemeenten, provincie, mobiliteitsaanbieders, Toeristisch Ondernemend Zeeland (TOZ)/recreatiebedrijven, adviesorganisaties, stads-/dorpsraden, ZB planbureau, VRZ, zorginstellingen (experiment mobiliteit gekoppeld aan ontmoeting/activiteit) delen kennis. Gemeenten en provincie verbinden partijen vervullen via het in te richten Mobiliteitsbureau Zeeland een spil in de ontwikkeling van mobiliteit in Zeeland. Budgetten en bevoegdheden worden via het Mobiliteitsbureau Zeeland gedeeld. Rijk, gemeenten, provincie, TOZ/recreatiebedrijven (projecten i.r.t. toerisme) financieren. Onderwijsinstellingen passen opleidingen aan.
Actie 2.3 Delen van mobiliteitsdata (vraag en aanbod) Om vraagafhankelijk vervoer aan te kunnen bieden is het nodig om de vraag te kennen. Hiervoor is onderzoek en uitwisseling van data nodig. Daarvoor wordt op korte termijn een Zeeuws Regionaal Data Team (RDT) ingericht. Het RDT zal een coördinerende rol gaan vervullen om de data met betrekking tot mobiliteitsvraag, mobiliteitsaanbod en infrastructuur voor de regio Zeeland te verzamelen en ontsluiten, om zo zowel de multimodale reiziger als de wegbeheerders zo goed mogelijk te kunnen bedienen. Rolverdeling:
Zeeuwse overheden werken samen in een Zeeuws Regionaal Data Team. Mobiliteitsaanbieders delen data over mobiliteitsvraag, mobiliteitsaanbod en infrastructuur. Het RDT faciliteert data aan het Mobiliteitsbureau Zeeland. Gemeenten, provincie, TOZ, ZB Planbureau en North Sea Port delen kennis. Provincie en gemeenten laten onderzoek doen. Gemeenten en provincie brengen partijen bij elkaar. Provincie en gemeenten financieren.
Actie 2.4 Ontwikkelen van verschillende type knooppunten met divers aanbod van mobiliteit en (laad)voorzieningen Bij een prettige reis horen ook prettige en soepele overstapmogelijkheden. Dit kan door knooppunten in te richten waar verschillende vormen van vervoer op aansluiten en waar ook voorzieningen zijn, zoals horeca of een ophaalpunt voor pakjes of boodschappen. We organiseren een Zeeuwse aanpak van knooppuntontwikkeling, bestaande uit OV-knooppunten en mobiliteitshubs rond laadvoorzieningen. Rolverdeling:
Gemeente, Provincie, Rijk, Prorail, NS en andere stakeholders werken gezamenlijk planvorming uit en financieren knooppunt ontwikkeling. Bouwbedrijven, gemeenten en provincie leggen knooppunten aan en richten ze in. Concessiehouder busvervoer, NS, aanbieders gedeelde mobiliteit, gemeentelijke vervoerscentrale Zeeland, stads-/dorpsraden en adviesorganisaties delen kennis.
Subdoel 3: Verbeteren verkeersveiligheid Actie 3.1 Verbeteren veiligheid infrastructuur Verkeersveiligheid wordt in Zeeland integraal opgepakt door het Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid Zeeland (ROVZ). In het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 (SPV) is in samenspraak met de verkeersveiligheidspartners een integrale risicogestuurde aanpak op negen thema’s opgesteld. Binnen deze thema’s moet integraal worden samengewerkt om de risico’s voor verkeersveiligheid zoveel mogelijk in te perken. De aanpak is uitgewerkt in een uitvoeringsagenda en richt zich op verbetering van infrastructuur, educatie & communicatie en handhaving. Deze actie richt zich op het onderdeel infrastructuur.
14
Rolverdeling:
Het Rijk stelt landelijke juridische en financiële kaders vast en verzorgt landelijke campagnes voor educatie en communicatie. Rijkswaterstaat, provincie, waterschap en gemeenten nemen maatregelen om de infrastructuur veiliger in te richten. Het ROVZ coördineert en stimuleert projecten gericht op verkeerseducatie en communicatie door overheden, verzekeraars, verkeersveiligheidsorganisaties (o.a. VVN), ANWB, Fietsersbond, scholen en bedrijven. De politie zorgt in afstemming met het OM en burgemeesters voor de verkeershandhaving. Veiligheidsregio Zeeland adviseert m.b.t. ruimte voor hulpdiensten.
Actie 3.2 Verbeteren gedrag verkeersdeelnemers Deze actie gaat over de onderdelen educatie, communicatie en handhaving van de onder actie 1 genoemde uitvoeringsagenda. Rolverdeling:
Gemeenten en provincie stimuleren veilig gedrag via voorlichting. Gemeenten monitoren verkeersgedrag. Stads- en dorpsraden denken mee. Boeren waarschuwen verkeersdeelnemers op landbouwroutes. Veiligheidsregio Zeeland adviseert m.b.t. ruimte voor hulpdiensten.
Subdoel 4: Schone mobiliteit Actie 4.1 Inzetten op gebruik van fiets en e-bike voor kortere afstanden Meer gebruik van fiets en e-bike heeft een positief effect op de zelfstandige mobiliteit van groepen die geen auto hebben. Door gebruik van de auto te vervangen door de fiets of e-bike levert dit een bijdrage aan CO2-doelstellingen. Rolverdeling:
Gemeenten, Waterschap en provincie stellen visie beleid op Gemeenten, provincie, waterschap, TOZ/recreatiebedrijven en bouwbedrijven leggen infrastructuur aan (laadpunten, fietsinfrastructuur) Enduris deelt kennis over elektriciteitsnet en kansen voor laadpaalinfrastructuur Gemeenten, provincie en TOZ stimuleren en lichten voor Stads- en dorpsraden denken mee
Actie 4.2 Automobiliteit en treinverkeer zero emission Zie hiervoor de acties bij Energietransitie, subdoel 1. Actie 4.3 Faciliteren van voldoende oplaadinfrastructuur voor elektrische voertuigen Zie hiervoor de acties bij Energietransitie, subdoel 1.
Subdoel 5: Optimale digitale bereikbaarheid in de hele provincie Actie 5.1 Verbeteren digitale infrastructuur Digitale toepassingen maken het mogelijk om thuis te werken, onderwijs te volgen en gebruik te maken van diensten. Daardoor hoeft een deel van de reizen niet meer gemaakt te worden. Hiervoor is het nodig om het digitale netwerk verder te verbeteren. Vanuit EU-programma's wordt innovatie en digitale bereikbaarheid ondersteund. Rolverdeling:
Gemeenten en provincie stellen beleid op, financieren, brengen partijen bij elkaar, stimuleren uitrol in buitengebied en verlenen vergunningen voor aanleg van infrastructuur. Bouwbedrijven leggen infrastructuur aan SER Zeeland en TOZ zorgen voor afstemming en overleg.
15
Kansen en risico's bij de uitvoering 1. Doe meer met minder grond.
Bekijk of mobiliteitsknooppunten met voorzieningen te combineren zijn met voorzieningen voor kleine kernen.
2. Werk samen en deel kosten en baten.
Door budgetten voor doelgroepen- en openbaar vervoer samen te voegen worden mogelijkheden vergroot voor een toekomstgericht mobiliteitssysteem. Combineer aanpassingen in infrastructuur voor verbeterde verbindingen met verkeersveiligheid.
3. Maak gebruik van de Zeeuwse kernkwaliteiten. [...] 4. Denk aan de toekomst en aan de rest van de wereld.
Richt infrastructuur inclusief knooppunten en mobiliteitssysteem in met het oog op zero-emission. Werk circulair. Stimuleer zero-emission mobiliteit.
16
4. Onderwijs Doelstelling 2030 Het doel voor 2030 én 2050 is het realiseren van een duurzame onderwijs- en onderzoeksinfrastructuur. Belangrijk daarbij is dat deze kwalitatief hoogstaand, bereikbaar en betaalbaar is. Zowel door een hoogstaand aanbod aan nicheopleidingen (zoveel mogelijk aansluitend bij het Zeeuwse DNA) als van een aantrekkelijk onderwijsaanbod van reguliere opleidingen over de hele breedte en iedere regio. Het belangrijkste nicheaanbod in Zeeland zijn de Delta georiënteerde studies (zoet/zoutwater, klimaat, zilte teelten). Mooie exportproducten die ook onderzoeksinstellingen en andere bedrijven aantrekt. Een aantrekkelijk onderzoeks- en onderwijsaanbod in de breedte en de aanwezigheid van niche opleiding die aansluiten bij het Zeeuwse DNA zijn een belangrijke bijdrage aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor jongeren uit Zeeland en elders en daarmee voor de Zeeuwse economie. Middels Campus Zeeland wordt daarop ingezet. Belangrijke pijlers daarbij zijn goed onderwijsaanbod, kennisklimaat, studentenhuisvesting, leefklimaat, innovatieve, duurzame vervoersmogelijkheden. Hiermee wordt een klimaat geschapen om Zeeland aantrekkelijk te houden voor Zeeuwse jongeren én voor jongeren van elders om te studeren.
Doel daarbij is om deze studenten na hun studie te behouden voor de Zeeuwse bedrijven door te blijven leven en werken in Zeeland of zich in Zeeland te vestigen. Bij onderwijs zijn twee subdoelen geformuleerd te weten: Subdoel 1: Het creëren van een hoogstaand onderwijs- en onderzoeksaanbod in de hele onderwijs/onderzoekskolom van zowel reguliere opleidingen als nicheopleidingen, door verder te bouwen aan de Zeeuwse campus, een cyclische samenwerking van onderwijs- en onderzoeksinstellingen. Subdoel 2: Een intensieve samenwerking bereiken tussen onderwijs/bedrijfsleven/overheid (triple helix). Aandachtspunten daarbij zijn: - de onderwijs- en kennisinfrastructuur in Zeeland kwalitatief goed en betaalbaar te houden - de innovaties in de Zeeuwse economie te stimuleren - de leefbaarheid in Zeeland te behouden - het bedrijfsleven de juiste mensen te leveren Indicatoren: In Zeeland staan 39 middelbare scholen en 189 basisscholen. Daarnaast bieden Scalda en Hoornbeeck MBO-opleidingen aan voor jongeren en volwassenen. Voor HBO is er Hogeschool Zeeland en op academisch niveau is er het University College Roosevelt. In 2019 telde het voortgezet onderwijs 18.621 leerlingen, het MBO telde 9.911 studenten, het HBO telde 4.854 studenten en waren er 500 studenten voor wetenschappelijk onderwijs (bron statline).
Huidige situatie Demografische ontwikkelingen, zoals ontgroening, vergrijzing en krimp hebben invloed op het aanbod en de invulling van het onderwijs in Zeeland. Vanuit het onderwijs moet voldoende aanwas komen voor de arbeidsmarkt, maar onderwijsinstellingen hebben al enige tijd te maken met de gevolgen van afname van het aantal geboorten. Het basisonderwijs is de grootste krimp voorbij, maar bij het voortgezet onderwijs zet de leerlingendaling de komende jaren nog door. In de afgelopen 10 jaar is het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs met 10% gedaald. Het aantal mbo studenten is gedaald met 17,2%. Het aantal hbo- en universitaire studenten is daarentegen toegenomen met respectievelijk 19,2% en 28%. Slechts een kwart van de jongeren die naar elders vertrekken om te studeren, komt na afronding van die studie terug naar Zeeland om te werken. Vooral in het MBO is de bereikbaarheid van schoollocaties van invloed op de keuze van toekomstige scholieren. De ontwikkeling naar meer digitaal onderwijs en meer onderwijs bij (stage)bedrijven zal dit in de toekomst mogelijk wijzigen. Ook het hoger onderwijs is essentieel voor het behoud van jongeren. Om kwalitatief goed onderwijs te kunnen bieden is samenwerking met instellingen binnen en buiten de provincie (inclusief België) en specialisatie op een aantal thema's noodzakelijk.
17
Acties om doelen te realiseren Subdoel 1: Het creëren van een hoogstaand onderwijs- en onderzoeksaanbod in de hele onderwijs/onderzoekskolom van zowel reguliere opleidingen als nicheopleidingen, door verder te bouwen aan de Zeeuwse campus, een cyclische samenwerking van onderwijs- en onderzoeksinstellingen. Campus Zeeland is een samenwerkingsverband van bedrijven, kennis- en onderzoeksinstellingen en overheden in Zeeland. Zij bundelen de krachten om te zorgen voor een sterke koppeling tussen onderwijs en bedrijfsleven. Dat moet de innovatiekracht van Zeeland vergroten en zorgen voor een toekomstbestendige economie waarin jonge, goed opgeleide mensen het bedrijfsleven versterken. Concreet werkt Campus Zeeland aan drie pijlers: Bèta Campus, Kennis & Innovatienetwerken en Onderwijs & Onderzoek. Deze drie pijlers staan niet op zich; samen vormen ze het Ecosysteem Campus Zeeland. Binnen campus is een nauwe verbintenis en betrokkenheid tussen de Zeeuwse kennis- en onderzoeksinstituten en door daarnaast samen te werken met o.a. Universiteit Wageningen, Universiteit Utrecht, Universiteit van Gent en de Technische Universiteit Eindhoven is de inzet vanuit de onderwijswereld geborgd. Binnen campus is een stuurgroep ingesteld om de strategie van Campus en de samenhang tussen de drie pijlers te bewaken. Het rijk ondersteunt deze aanpak via Wind in de Zeilen.
De Stuurgroep is geen eigenaar van die vraagstukken en instituten, maar probeert de eerstverantwoordelijken te stimuleren (regie, afstemming, verbinden, lobby, faciliteren) om de doelstellingen en ambities van Campus Zeeland te realiseren. Actie 1.1. Ondersteunen kennisinstellingen in hun relaties met Nationale en Europese organisaties Rolverdeling: Triple (quadrupel) helix samenwerking onderwijs/onderzoeksinstellingen, ondernemers, overheden en maatschappelijke organisaties (Campus Zeeland). Ieder vanuit de eigen verantwoordelijkheid en bevoegdheden, steeds in afstemming met en/of in betrokkenheid van andere partners triple helix: - Eerste aanspreekpunt onderwijs: onderwijsinstellingen - Eerste aanspreekpunt onderzoek: onderzoeks/onderwijsinstelling - Eerste aanspreekpunt Campus ontwikkeling: gemeenten - Eerste aanspreekpunt proces: Provincie/overheden - Eerste aanspreekpunt financiering: overheden
Subdoel 2: Een intensieve samenwerking bereiken tussen onderwijs/bedrijfsleven/overheid (triple helix). Aandachtspunten daarbij zijn: - de onderwijs- en kennisinfrastructuur in Zeeland kwalitatief goed en betaalbaar te houden - de innovaties in de Zeeuwse economie te stimuleren - de leefbaarheid in Zeeland te behouden - het bedrijfsleven de juiste mensen te leveren Actie 2..1 Zorgen voor verbondenheid van de Bèta Campus met de bestaande bedrijven en onderwijsen kennisinstellingen in de hele kolom in Zeeland en omliggende regio’s en met de K&I-netwerken Actie 2.2. Het versterken van de uitvoeringskracht van de K&I-netwerken Actie 2.3. Het realiseren van de triple helix samenwerking op bestuurlijk en op uitvoeringsniveau, gericht op de versterking van de Zeeuwse Onderwijs/onderzoekinfrastructuur. Rolverdeling: Triple (quadrupel) helix samenwerking onderwijs/onderzoeksinstellingen, ondernemers, overheden en maatschappelijke organisaties (Campus Zeeland).
Ieder vanuit de eigen verantwoordelijkheid en bevoegdheden, steeds in afstemming met en/of in betrokkenheid van andere partners triple helix - Eerste aanspreekpunt onderwijs: onderwijsinstellingen - Eerste aanspreekpunt onderzoek: onderzoeks/onderwijsinstelling - Eerste aanspreekpunt vraag bedrijfsleven: ondernemers/kennis & innovatienetwerken - Eerste aanspeekpunt opgave overheid: overheden - Eerste aanspreekpunt Campus-ontwikkeling: gemeenten - Eerste aanspreekpunt proces: Provincie/overheden
18
- Eerste aanspreekpunt financiering: overheden Economic Board is strategische partner En verder:
Toeristisch ondernemend Zeeland draagt in het kader van het hospitality pact bij aan het verbeteren van de aansluiting tussen onderwijs en praktijk in de recreatiesector. Erfgoed- en natuurorganisaties betrekken het onderwijs bij het uitdragen van hun kennis over Zeeland. De instellingen voor voortgezet onderwijs zorgen voor de invulling van kennisontwikkeling en verspreiding door praktijkgericht onderzoek en het toekomstbestendig houden van het opleidingsportfolio, alsmede voor het uitvoeren van samenwerking met andere onderwijsinstellingen, bedrijfsleven en de overheid (triple helix). Corona biedt naast uitdagingen voor het onderwijs ook kansen omdat onderwijs zich in de toekomst mogelijk meer gaat richten op digitale vormen.
Kansen en risico's bij de uitvoering 1. Doe meer met minder grond.
Woningen(voor studenten/leerkrachten), onderwijs en voorzieningen kunnen geclusterd worden. Ook kan bestaand leegstaand vastgoed gebruikt worden, bijv. voor de living labs. Living labs kunnen bijdragen aan verduurzamen van de huidige woningvoorraad en bestaand vastgoed. Inbreiding/bundeling maakt kernen sterker en behoudt kwaliteit van het landelijk gebied, maar concurreert met ruimtevraag voor waterberging, energieopslag/opwekking. Dit vraagt om slim ruimtegebruik. De andere functies moeten duidelijk onderdeel zijn van ruimtelijke plannen. Gevaar is dat de markt hierbij geen integrale afweging maakt.
2. Werk samen en deel kosten en baten.
Triple (of quadrupel) samenwerking, ieder vanuit eigen rol en verantwoordelijkheden (Campus Zeeland). Triple helix zorgt niet alleen voor verbinding op het gebied van onderwijs en onderzoek, maar ook op een breder vlak (zoals leefbaarheid). De vraag/urgentie van de onderliggende opgaven ligt vooral bij het bedrijfsleven (de maatschappelijke partners, leerlingen, ouders) en de onderwijsinstellingen wat betreft de inhoud van de opgave. Het antwoord ligt in de triple (quadrupel) helix samenwerking onderwijs/onderzoeksinstellingen, ondernemers, overheden en maatschappelijke organisaties (Campus Zeeland). Ieder is betrokken/draagt bij vanuit de eigen verantwoordelijkheid en bevoegdheden, steeds in afstemming met en/of in betrokkenheid van andere partners triple helix. Openbaar vervoer is belangrijk voor het onderwijs. Goed bereikbare basisscholen maken de provincie aantrekkelijker voor jonge gezinnen en voldoende werkgelegenheid in de nabijheid of goede verbindingen met grote werklocaties maken de provincie aantrekkelijk als woonlocatie voor de beroepsbevolking én is positief voor de werkgelegenheid. Goed bereikbaar middelbaar en hoger onderwijs helpt studenten om de keuze te maken voor Zeeland.
3. Maak gebruik van de Zeeuwse kernkwaliteiten.
Kinderen in de doorgaande leerlijn BO-VO-MBO-HO maken kennis met- en zijn goed op de hoogte van de kernkwaliteiten van Zeeland (het Zeeuwse DNA). Zeeland is, door het hoogstaande onderwijsaanbod van reguliere en niche-opleidingen, kennisklimaat, studentenhuisvesting, leefklimaat en door innovatieve, duurzame vervoersmogelijkheden aantrekkelijk voor Zeeuwse jongeren én jongeren van elders om te studeren, leven en werken. De ontgroening neemt hierdoor af en de samenleving wordt meer inclusief. Daarbij is de aanwezigheid van een goede onderwijs-onderzoeksinfrastructuur een van de medebepalende vestigingsfactoren voor nieuwe bedrijven
4. Denk aan de toekomst en aan de rest van de wereld.
De doelstelling draagt bij aan de volgende SDG’s: kwaliteitsonderwijs door het maken van een kwaliteitsslag in het gehele Zeeuwse onderwijs, innovatie en infrastructuur door inzet van de triple helix en living labs, ongelijkheid verminderen door onderwijs zo aan te bieden dat inclusiviteit
19
wordt bereikt en duurzame steden en gemeenschappen wanneer de realisatie van een campus duurzaam gebeurt. Een duurzame onderwijs- en onderzoeksinfrastructuur levert een belangrijke bijdrage aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor jongeren en voor bedrijven uit Zeeland en van elders en levert daarbij een bijdrage aan een innovatieve Zeeuwse economie en belangrijke maatschappelijke vraagstukken.
20
5. Voorzieningen en evenementen Doelstelling 2030 Bereikbaarheid en beschikbaarheid van (basis)voorzieningen en evenementen voor elke Zeeuw en toerist is gegarandeerd. Het gaat erom dat iedereen, ongeacht leeftijd, opleidingsniveau, afkomst of vitaliteit, toegang heeft tot alle benodigde voorzieningen. Zeeland beschikt over een aantal bijzondere en zich onderscheidende kleinschalige top- en kwaliteitsvoorzieningen op het gebied van onderwijs, zorg en cultuur, die de regio extra aantrekkelijk maken om te blijven of zich van elders hier te vestigen. Voor specifieke voorzieningen die in Zeeland niet beschikbaar zijn, wordt samengewerkt met de grote steden in de omgeving. De bereikbaarheid van deze steden is optimaal gegarandeerd. Zeeland trekt meer toeristen dan ooit, die bijdragen aan het draagvlak voor voorzieningen. In 2030 worden de aanvullende voorzieningen zoveel mogelijk op knooppunten geconcentreerd, die optimaal bereikbaar zijn gemaakt voor alle Zeeuwen. Veel heel kleine kernen zullen ook voor hun basisvoorzieningen hierop aangewezen zijn. Door ‘slimme mobiliteit’ is bereikbaarheid in 2030 vrijwel geen vraagstuk meer. De evenementen in Zeeland worden afgestemd op de mogelijkheden van een gebied en passen bij omgeving en identiteit van Zeeland, zoals ook verwoord in Zeeland LandinZee.
Het belang van het onderscheidende karakter van het evenement neemt toe naarmate omvang en uitstraling groter is. De evenementen vinden goed gespreid plaats, in tijd en in plaats, om de druk op de omgeving, omwonenden en zorg- en veiligheidsdiensten beter te verdelen. Bewoners zijn trots op de evenementen, voelen alsof deze ook een beetje ‘van hen’ zijn, bezoeken ze graag en nemen hun vrienden mee, ook van buiten provincie. De toerist boekt niet alleen om te ontspannen aan de kust, maar om die combinatie van rust en beleving. Organisatoren voelen zich erkend en ondersteund. Evenementen worden klimaatneutraal georganiseerd. Subdoel 1: Iedereen, ongeacht leeftijd, opleidingsniveau, afkomst of vitaliteit, heeft toegang tot alle voorzieningen. Subdoel 2: Zeeland beschikt over een aantal bijzondere en zich onderscheidende kleinschalige top- en kwaliteitsvoorzieningen op het gebied van onderwijs, zorg en cultuur, die de regio extra aantrekkelijk maken om te blijven of zich van elders hier te vestigen. Subdoel 3: Evenementen zijn het duurzame uithangbord van de ultieme Zeeuwse beleving. Indicator(en):
Gemiddelde afstand in Zeeland tot kinderdagverblijf / basisschool / grote supermarkt (0,6 / 0,7 / 0,9 km in 2019 volgens statline.cbs.nl) Aantal bezoekers van evenementen in Zeeland (bron: PM)
Huidige situatie Wat zijn voorzieningen? In dit kader verstaan we onder voorzieningen het volgende: voorzieningen behoren tot de maatschappelijke infrastructuur. Het zijn de collectief georganiseerde voorwaarden die individuen en groepen mensen in staat stellen deel te nemen aan de samenleving en zich daarin te kunnen ontplooien. Voorzieningen kunnen de vorm hebben van stenen gebouwen, diensten (door organisaties, bedrijven of overheden) en netwerken tussen mensen (digitaal en fysiek). Voorzieningen zijn – als het goed is - een antwoord op behoeften van mensen. Niet alleen voor de bewoners van een gebied, maar niet in de laatste plaats ook voor de toeristen die hier tijdelijk verblijven. Voorzieningen zijn er in veel soorten en maten, maar grofweg kan een onderscheid worden gemaakt tussen basisvoorzieningen, aanvullende voorzieningen en top- of kwaliteitsvoorzieningen. Onder basisvoorzieningen verstaan we essentiële zaken, zoals nutsvoorzieningen inclusief internet, levensmiddelen, detailhandel, eerstelijns gezondheidszorg, hulpdiensten en basisonderwijs, maar ook bijvoorbeeld een basisbibliotheek of bibliobus. De basisvoorzieningen kunnen veelal lokaal worden ingevuld en moeten voor iedereen beschikbaar en toegankelijk zijn. De gezamenlijke overheden en het kleinbedrijf spelen hierin een centrale rol.
Basisvoorzieningen bevinden zich vaak in de nabijheid, bedienen in de regel een beperkt gebied en dragen direct bij aan de lokale leefbaarheid.
21
Aanvullende voorzieningen vragen een groter verzorgingsgebied, qua inwoners of qua oppervlakte en hebben dan ook een bovenlokale, regionale functie. Zij dragen bij aan een aantrekkelijke woonomgeving voor een groter gebied en zijn vooral van invloed op de keuze van mensen en bedrijven om zich ergens te (blijven) vestigen. Deze vormen de meerwaarde ten opzichte van andere locaties en zullen niet in iedere kern aanwezig zijn. Het gaat bijvoorbeeld om zwembaden, winkelcentra, meubelboulevards, tweedelijns gezondheidszorg, middelbaar (beroeps)onderwijs, culturele instellingen en evenementen. Regionale afstemming over deze voorzieningen is nodig om vraag en aanbod goed aan te laten sluiten, overheidsinvesteringen effectief in te zetten en ongewenste ruimtelijke en leefbaarheidseffecten te voorkomen. En niet in de laatste plaats om kwaliteit van goede voorzieningen te bereiken. Bij de echte top- en of kwaliteitsvoorzieningen gaat het over voorzieningen die van bovenregionaal of (sub)nationaal belang zijn en effecten hebben die over gemeente en/of regiogrenzen heen gaan, zoals ziekenhuizen met specialisaties, top toeristische en culturele voorzieningen (musea en tentoonstellingsruimten, toeristische dagattracties, schouwburgen, theaters, bioscopen en festivals), hoger- en wetenschappelijk onderwijs met onderscheidende studierichtingen.