RVS Oplevering rapportage Betere Bereikbare Centrumstad Zierikzee - bijlage 1 rapportage
Tekst van het document
Dit wordt niet alleen op de Laan van Sint Hilaire ervaren, maar ook op de N59. Hierdoor wordt onder andere de doorstroming van het doorgaande verkeer beperkt. In de drukke periode ontstaan er regelmatig verkeersonveilige situaties waarbij de doorstroming niet gegarandeerd is. Het komt voor dat de hulpdiensten niet binnen de gewenste tijd op plaats van bestemming zijn. Zodra er zich in de huidige situatie een calamiteit voordoet is er geen alternatief beschikbaar. Op basis van de verkeersmodelprognoses is de verwachting dat de druk op dit kwetsbare netwerk in de toekomst nog veel groter wordt. In deze prognoses zijn zowel de autonome groei als alle ‘harde ruimtelijke plannen’ meegenomen. Op die manier is inzichtelijk gemaakt wat de effecten zijn van de ruimtelijke verplaatsing van functies op de spreiding/ groei van intensiteiten op het complete netwerk. In een situatie waar geen infrastructurele ingrepen worden gedaan, zal de druk op de Laan van Sint Hilaire en de Haringvlietstraat stijgen. Hier spreken we over een verwachtte groei van het verkeer tot 2040 op de Laan van Sint Hilaire +14% en op de Haringvlietstraat +33%.
28
CONCLUSIE Op basis van de uitkomsten van de variantenanalyse concluderen we dat de variant(en) met het doortrekken van de Gevelingenstraat tot de N59 inclusief een nieuwe aansluiting in de vorm van een rotonde op de N59 voldoende oplossend vermogen heeft om de toekomstige intensiteiten terug te brengen tot onder het huidige niveau. Het oplossende vermogen kenmerkt zich door de spreiding van het verkeer en een verbeterde doorstroming. Daarnaast is het van groot belang voor de robuustheid van het netwerk om een tweede ontsluiting te realiseren. Als er in de huidige situatie een calamiteit voordoet op of in de directe omgeving van de Laan van Sint Hilaire is de kans groot dat het hele gebied op slot komt te staan. Er zijn namelijk geen geschikte alternatieven om Poort Ambacht en de westzijde van Zierikzee te bereiken. Ook de hulpdiensten pleiten nadrukkelijk voor een tweede ontsluiting. In de huidige situatie ervaren zij op verschillende momenten dusdanige hinder dat ze noodgedwongen ‘sluiproutes’ nemen. Alles samenvattend kunnen we concluderen dat het doortrekken van de Grevelingenstraat tot de N59 niet alleen wenselijk, maar ook noodzakelijk is. De daadwerkelijke inpassing moet nader onderzocht worden. De eerste aanzet tot realisatie kan daarnaast op korte termijn in gang worden gezet.
auto VOORKEURSVARIANT IN FASES TE REALISEREN Om de geconstateerde problematiek te verlichten of op te lossen zijn er verschillende varianten doorgerekend. In elk van de varianten gaat het om één of meerdere infrastructurele ingrepen. Uit de inventarisatie en analyse is gebleken dat de realisatie van een tweede ontsluiting voor Zierikzee west (variant 1) noodzakelijk is op korte termijn. Dit noemen we dan ook fase 1. Naast deze ingreep is uit de inventarisatie en analyse gebleken dat het hele tracé tussen de toekomstig aan te leggen rotonde op de kruising Grevelingenstraat-N59 en de verkeerslichten aan de N256 moet worden aangepast zodat het voldoet aan de verkeersveiligheidsvoorschriften. Daarnaast moeten er maatregelen worden getroffen om de doorstroming en de robuustheid van het netwerk te verbeteren. Al deze aanvullingen op fase 1 kunnen we samenvoegen onder fase 2. Dit levert aanvullende aanpassingen en verbeteringen op. De verschillende fases bouwen op elkaar voort. FASE 1 Onder fase 1 verstaan we het doortrekken van de Greveleningenstraat (50 km/u) tot N59 inclusief aansluiting met nieuwe rotonde N59. Daarnaast is het inclusief aangepast wegprofiel/ gescheiden rijbanen, tussen deze twee rotondes (Rotonde Haringvlietstraat en toekomstige rotonde N59).
FASE 2.1 Onder fase 2.1 verstaan we fase 1, plus aanpassingen van wegprofiel tussen nieuwe rotonde N59 en nieuwe rotonde Laan van St. Hilaire (ter hoogte van huidige VRI), gescheiden rijbanen tussen deze twee rotondes inclusief een fietstunnel (ter hoogte van de kruising Laan van Sint Hilaire -N59 – Zandweg). Hier sluit de fietsinfrastructuur aan op het doorgaande fietsverkeer richting ‘de Kop van Schouwen’. FASE 2.2 Onder fase 2.2 verstaan we fase 2.1, plus opwaardering N59 ‘Nieuwe Koolweg - tussen bestaande VRI en ‘grote rotonde’ inclusief aangepast wegprofiel/ gescheiden rijbanen > verbetering doorstroming/ verkeersveiligheid. Om een verkeersveilig tracé in te richten moet de kruising N59 Oudeweg worden aangepast. Vanuit de Oudeweg is het in de toekomst daarbij alleen nog mogelijk om rechts af te slaan. Waar mogelijk worden verder de erfaansluitingen verwijderd en het tankstation wordt verplaatst naar een nader te bepalen locatie.
Voor langzaam verkeer houdt dit het volgende in: een tunnel voor fietsers-/ voetgangers wordt aangelegd ter hoogte van de rotonde N59 – N654. Op deze manier wordt het gemotoriseerde en het langzame verkeer van elkaar gescheiden. Het fietspad ten noorden van de N59 – wegvak ‘Nieuwe Koolweg’, tussen de twee nieuwe fietstunnels, wordt gesaneerd. Dit geldt ook voor het voetpad ten zuiden gelegen van de N59. Het nieuwe fietspad (verbinding tussen rotonde N59-N654 en rotonde N59- Laan van Sint Hilaire) krijgt zijn plaats ten zuiden van het wegtracé. De voetverbinding komt aan de binnenzijde van de grachten te liggen. FASE 2.3 Onder fase 2.3 verstaan we fase 2.2, plus aanpassingen op tracé tussen rotonde N59 – N654 en kruising N59-N256. Daarbij wordt in het tracé het huidige fietspad gesaneerd, dat momenteel gelegen is parallel aan de noordzijde van de N59. Op die manier ontstaat er meer ruimte om ook de afwikkeling van landbouwverkeer ruimte te geven. De Van Veenlaan wordt in plaats daarvan ingericht als fietspad. Op basis van de inventarisatie en analyse kunnen we concluderen dat het complete pakket het meest wenselijk is (tot en met fase 2.3). ORGANISATIE Voor de daadwerkelijke inpassing van één of meerdere delen van de voorgestelde tracé-wijzigingen en gedetailleerd inzicht in de effecten is vervolgonderzoek noodzakelijk.
Hiervoor moet een werkgroep worden opgestart met de betrokken wegbeheerders om de vervolgstappen uit te stippelen. Uiteindelijk kan deze projectgroep worden omgevormd tot onderdeel van een Gebied Gerichte Aanpak (GGA). Voor deze complexe opgave is een GGA wenselijk. Hierbij zitten alle wegbeheerders (Rijkswaterstaat, provincie Zeeland en Waterschap Scheldestromen) rond de tafel. Om deze problematiek op te lossen moet de visie gedragen worden door alle partijen. Alleen op die manier kan de problematiek op een integrale manier worden opgepakt. Op de (middel) lange termijn zijn er wellicht aanvullende maatregelen nodig waarbij de afwikkeling niet meer over het bestaande netwerk volstaat. Een vervolgstap kan dan ook een interne ontsluiting via een kanaalkruising zijn (variant 2a, b, c). Als in de toekomst ook een interne ontsluiting niet voldoende oplossend vermogen blijkt te hebben, kan een nadere studie worden opgestart naar de haalbaarheid van een Noordelijke- dan wel Zuidelijke rondweg.
29
auto | visie 1 Verkenning kruispuntvorm
2.1
2.3 2.2
A
ns
vwa aansluiten op gemeentelijk riool
wer
kgre
bestemmingsplan grens
werkgrens
pompput
gas omgeving
bloemrijk grasmengsel
gaskast school herplaatst
natuurljke oever
bloemrijk grasmengsel bloemrijk grasmengsel
s.k.
uitbreiding opp open water
bestaande zitblokken hergebruiken
prullenbak
inrit
s.k.
s.k.
hwa aansluiten op bestaande riolering parkeerterrein
prullenbak
s.k.
sportveld, voorzien van drainage
s.k.
bloemrijk grasmengsel
werkgrens
C
-1,00 -0,80
heg 1300mm hoog
0,40
-0,60
-0,40
0,60
-0,40
prullenbak
bestaande hydrant
s.k. heg 900mm hoog -0,36
-0,36
0,60 0,40
bloemrijk grasmengsel
-0,20
-0,20
-0,10 0,00
-0,26
s.k.
prullenbak
natuurlijke oever
0,20 0,00
45 fts
0,00
-0,10 0,00
vvp
s.k.
0,46 0,10
+0,50
0,20
0,50
0,60
0,50
duiker ø1000
werkgrens
bloemrijk grasmengsel
0,20 0,40
bloktreden
0,00
-0,10
+0,50
0,70
vaste plantenmengsel
0,40
0,00
+0,50
0,00
0,20
s.k.
0,10
0,60
0,55
vvp
+0,60
+0,50
0,02
0,40
s.k.
0,20
valvlak
0,00
-0,08
0,65
0,00
0,00
0,00
+0,50 s.k. -0,080,02 0,10
47 fts
0,65
BESTAAND
vaste plantenmengsel
s.k. -0,26
-1,00 -0,80 -0,26
0,02
-0,08
0,00
0,40
0,60
betonplaten 2x1m -1,20
s.k.
nieuwe hydrant prullenbak
0,15 0,30
prullenbak
0,10
-2,00 -1,80 -1,60 -1,40
-0,08
werkgrens
bestaande zitblokken hergebruiken 0,80
s.k.
2 inv. pp dmv markering op asfalt
afbakening kiss&ride dmv markering op asfalt
0,02
bloemrijk grasmengsel
0,20
-0,60
olie- en vet afscheidingsput
lozen op open water
bestemmingsplan grens
C
bloemrijk grasmengsel
0,00
0,00
lozen op open water
prullenbak-0,10
hek en heg 1300mm -0,05
-0,20
0,00
s.k.
speeltoestellen N.T.B.
speelzand
NIEUWBOUW
0,00
0,00
-0,40 -0,60
s.k. 0,00
prullenbak
-0,25
heg 900mm hoog - gemengd
-0,25
bijgebouw 1
-0,80 -0,80
0,00
0,80
s.k.
prullenbak
moestuin, nader in te delen
-0,10
0,40
s.k.
s.k.
0,20
-0,40
vwa aansluiten op terreinleiding
containers
s.k.
0,40
0,20
bloemrijk grasmengsel
prullenbak
s.k.
-0,60
prullenbak
prullenbak
-0,40
prullenbak nieuwe hydrant
vaste plantenmengsel -0,20 -0,40
bloemrijk grasmengsel
-0.40 0.00
basketbalbord herplaatst prullenbak
-0.40
-1,20
0.00 -0.10 -0.10
prullenbak
-0,60
-0,60 -0,80 -1,00
-0,80 -1,00
prullenbak
-1,20 -1,20
-1,20 -1,40 -1,60 -1,80 -2,00
-1,60
-1,20
-1,60
B prullenbak
scooters. h.o.h. 1000 mm
bloemrijk grasmengsel
-0,20
-0,10 0,00 -0,40
-0,20
-0,40
-0,60 -0,80 -1.00
uitbreiding opp open water
s.k.
prullenbak
fietsparkeerplaats met fietsleunbeugels (200 plaatsen h.o.h. 600 mm) s.k. s.k.
-0,80
s.k. prullenbak
werkgrens
prullenbak
-0,40
prullenbak
vaste plantenmengsel bijgebouw 2
-0,20
-0,40
prullenbak
-0,20
vlaggenputten
-0,40
s.k. prullenbak
0,00
vaste plantenmengsel
prullenbak s.k.
0,60
heg 1300mm hoog
bloemrijk grasmengsel
s.k.
bestaande dubbele fietsenrekken herplaatsen (600 plaatsen h.o.h. 375 mm)
0,60 0,00
-0,25
natuurljke oever
helft in gebruik
0,00
voetbal
s.k.
helft in gebruik
-0,50
B
-0,80
-0,80 -0,80 -0,80
-0,60 -0,80 -1,00 -1,20
heg 900mm hoog - gemengd
-1,60
bestemmingsplan grens
duiker ø700
lozen op open water
-1,60 -1,80 -2,00
-1,40
-1,20
-1,00
bestemmingsplan grens
werk
gren
s
-0,60
-0,80
A
werkgrens
bloemrijk grasmengsel
bloemrijk grasmengsel
aanpassen voetpad herplaatsen lp
bloemrijk grasmengsel
aansluiting fietsroute nader uitwerken
bloemrijk grasmengsel
Overzichtstekening maatregelen SDU_2019_06_T1-01
Fig 7. | Uitwerking verschillende fases 18-12-2019 | Schaalinclusief 1:2000 | A0 30
Openbaar vervoer 31
32
Openbaar vervoer OV | GEBRUIK Om inzicht te krijgen in het huidige gebruik van het openbaar vervoer in- en om Zierikzee is een analyse gemaakt van het gebruik van de verschillende bushaltes in combinatie met de herkomst- en bestemming van busreizigers. In totaal zijn er van 11 bushaltes in Zierikzee het aantal in- en uitstappers van het busvervoer over het jaar 2018 geanalyseerd. Dit zijn de meest recente gegevens die beschikbaar zijn bij de provincie Zeeland. Uit deze gegevens blijkt dat er twee bushaltes veel gebruikt worden in Zierikzee. Dat zijn de bushalte aan de Grachtweg (het centrale busstation) en de bushalte aan t’ Sas. De laatstgenoemde halte fungeert met name als overstaphalte voor de regionale buslijnen richting Rotterdam of Goes. De overige haltes worden naar verhouding een stuk minder of zelfs nauwelijks gebruikt. Het grootste gedeelte van de reizigers dat vertrekt bij één van de haltes in Zierikzee reist naar de bestemming Goes (31%). Maar ook Rotterdam (10%) en Oude Tonge (7%) zijn belangrijke (overstap) bestemmingen. Tenslotte is het goed om op te merken dat er ook veel overstappen in Zierikzee zelf plaats vinden (16%). Op basis van de tijdstippen van de gemaakte reizen en de locaties kunnen we concluderen dat het grootste gedeelte van alle openbaar vervoer reizigers in Zierikzee scholieren/ studenten betreft.
HUIDIGE SYSTEEM In de structuurvisie Zierikzee 2030 is opgenomen dat het huidige centrale busstation aan de Grachtweg niet voldoet aan de eisen van uitstraling, toegankelijkheid en strategische ligging. Om dit op orde te krijgen moet fors geïnvesteerd worden. Dit moet gebeuren op de plaats waar dat het beste past . Gezien het feit dat een groot gedeelte van de busreizigers scholieren en studenten zijn, is een toekomstige locatie van een centraal busstation in de nabijheid van de onderwijsinstelling gewenst. Daarnaast moet er een goede en logische ontsluiting zijn naar de voorzieningen, zoals de binnenstad, de winkels op het Haringvlietplein en de belangrijkste zorgvoorzieningen.
Fig. 8 | Inzicht in OV 33
Openbaar vervoer TOEKOMSTIGE SYSTEEM Voor een mogelijke nieuwe locatie van het busstation moet rekening worden gehouden met de ontsluiting op het interne wegennetwerk, de afstemming met de dienstregeling en de regionale ontsluiting . Naast deze centrale halte is ook de eerder aangehaalde overstaphalte aan de hoofdinfrastructuur van wezenlijk belang om onderdeel uit te maken van het hoogwaardig- en snel regionaal busvervoer. Het streven is om het toekomstige centrale busstation op te schalen tot een ‘mobiliteitshub’. Hieronder verstaan we een locatie waar het mogelijk wordt om over te stappen op verschillende vormen van vervoer. Hierbij wordt ook ruimte gereserveerd voor opladen van bussen i.v.m. het toekomstige elektrificeren van de busvloot. KORTE TERMIJN • • •
Korte termijn: Afstemming lestijden <-> bustijden Pilot deelfietsen Kansen voor pilots met deel mobiliteit – mobiliteitshubs
LANGE TERMIJN • •
Nieuw OV systeem Verplaatsing OV haltes
Fig. 9 | Inzicht in OV
34
slimme mobiliteit SLIMME MOBILITEIT De afgelopen jaren neemt het gebruik van het openbaar busvervoer, met vaste routes en vaste tijden in landelijke gebieden steeds verder af. Het vervoerssysteem zoals het nu werkt past daarom steeds minder bij de huidige situatie en tijd. De behoeften van inwoners en toeristen vragen om andere, nieuwe oplossingen en alternatieven. Een flexibel, vraaggericht vervoer sluit beter aan op de wensen van de doelgroep waarbij het openbaar vervoer in de mobiliteitsketen is geïntegreerd. Hierbij is de gehele keten voor reizigers geoptimaliseerd zodat zij snel, comfortabel, betrouwbaar en betaalbaar hun van deur-tot- deur reis kunnen maken. Er moet worden ingezet op de omschakeling van openbaar vervoer naar slimme mobiliteit. Dit sluit aan bij de visie van de provincie Zeeland op de toekomst van het openbaar vervoer. In de toekomst gaat de provincie Zeeland inzetten op een netwerk met hoge frequentie en korte reistijd tussen de belangrijkste bestemmingen in Zeeland. Door te bepalen hoe het huidige netwerk met bushaltes functioneert (hoeveel mensen maken gebruik van een halte) wordt inzichtelijk hoe het huidige netwerk bijgestuurd/ verbeterd kan worden. Als bushaltes verdwijnen moeten er voldoende, geschikte en wenselijke alternatieven beschikbaar zijn die aansluiten bij de doelgroepen. Voor iedereen moet mobiliteit op maat worden aangeboden.
MOBILITEITSHUBS Om een toekomstbestendig mobiliteitsnetwerk in te richten moeten de bushaltes/ busstations meer zijn dan alleen een locatie waar de bus stopt. In de toekomst zijn de huidige openbaar vervoerhaltes omgevormd tot volwaardige ‘mobiliteitshubs’, waarbij verschillende vormen van mobiliteit samen komen. Hier kan men de overstap maken van de fiets, de e-bike of de (deel) auto op de bus. Dit zal zijn vormgegeven als een netwerk van mobiliteitshubs die met elkaar zijn verbonden. Op maat en schaal van Zierikzee onderscheiden we drie soorten mobiliteitshubs: de centraleregionale- en lokale mobiliteitshub. ‘CENTRALE MOBILITEITSHUB’ In de toekomst is er één ‘centrale mobiliteitshub’ die een aantrekkelijke entree vormt voor bezoekers die met openbaar vervoer naar Zierikzee komen. Vanaf deze locatie zijn de binnenstad en de maatschappelijke voorzieningen
PILOTS goed bereikbaar. Deze ‘centrale mobiliteitshub’ ligt op korte afstand van de voorzieningen en voldoet aan alle (toekomstige) eisen van een toegankelijke openbaar vervoer halte. Uiteraard is er vanuit deze centrale locatie een directe verbinding met de ‘regionale mobiliteitshub’ die gelegen is aan de rand van de stad en direct is aangesloten op het hoofwegennet (N256). Tevens zijn er voorzieningen bij de ‘centrale’ mobiliteitshub gesitueerd, zoals oplaadpunten voor elektrische voertuigen, een pakketpunt of een toiletvoorziening. ‘REGIONALE MOBILITEITSHUB’ De ‘regionale mobiliteitshub’ dient als belangrijk vertreken overstappunt voor bewoners die elders wonen, werken of studeren. Hiermee is de stad bereikbaar voor de eilandbewoners en tevens verbonden met Goes, Middelburg en Rotterdam. Hierdoor ontstaat een belangrijke voorziening voor het toekomstige hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) met snelle verbindingen.
Om voorbereid te zijn is het nu zaak om te gaan testen met het systeem van de toekomst. Schouwen- Duiveland is de ideale pilot omgeving om nu al te gaan testen met de toekomstige vormen van mobiliteit. De e-bike is tegenwoordig, met goede weersomstandigheden, op lokale schaal (<20 kilometer) bijvoorbeeld een serieus alternatief voor het collectieve busvervoer. Momenteel wordt er door het Pieter Zeeman (Pontes Scholengemeenschap) in samenwerking met de provincie Zeeland en SD op Weg een pilot voorbereid waarbij leerlingen een e-bike kunnen gaan gebruiken voor hun verplaatsingen van- en naar de onderwijsinstelling. Dit kan voornamelijk op lokale schaal in de toekomst een belangrijke aanvulling zijn op het huidige openbaar vervoer netwerk.
‘LOKALE MOBILITEITSHUB’
Daarnaast kan er getest worden met de koppeling tussen het openbaar vervoer en het wmo-doelgroepenvervoer. Deze bundeling van reizigerskilometers heeft een duidelijke relatie met het duurzaamheidsbeleid, het levert namelijk minder kilometers en minder uitstoot op. Dit heeft een directe relatie met de ambities van het zeroemissie doelgroepenvervoer.
Op lokale schaal, zowel binnen Zierikzee als SchouwenDuiveland, zijn daarnaast kleinschalige mobiliteitshubs gewenst. Hier stap je in een kleine bus, stap je over op een deelauto of spring je op een deelfiets. Door de combinatie van grotere en kleinere varianten ontstaat er een stad dekkend openbaar vervoer netwerk met een breder vervoersaanbod dan enkel de bus.
Het is van belang om ook voor de toerist wenselijke en gerichte alternatieven aan te bieden om te stimuleren dat ze eenmaal op de bestemming (aan de rand van Zierikzee) hun auto kunnen laten staan. De toeristen kunnen bijvoorbeeld gebruik maken van het deelfietsen systeem. Deze aangeboden alternatieven moeten ook voldoende zichtbaar en toegankelijk zijn.
Dit complete netwerk van mobiliteitshubs is weergegeven in figuur 5. Hierin zijn de ‘centrale mobiliteitshub’ (rood), de ‘regionale mobiliteitshub’ (oranje) en de ‘lokale mobiliteitshubs’ (groen) aangegeven. TOEKOMST SLIMME MOBILITEIT PROVINCIE ZEELAND Dit systeem van de verschillende mobiliteitshubs sluit aan bij de visie van de provincie Zeeland op een toekomstbestendig mobiliteitssysteem. De huidige regionale ov-concessie van de provincie Zeeland loopt tot 2024. Hierbij is het de verwachting dat de provincie in de toekomst breder gaat investeren in mobiliteit en niet zozeer enkel in bussen. Door hier als Schouwen-Duiveland nu al op in te spelen kan de gemeente zelf het OV-systeem op de schaal van Zierikzee mee ontwerpen. Dit zal de komende tijd vormgegeven worden via de gezamenlijk opgave naar een Regionale Mobiliteitsvisie Zeeland. Dit in samenspraak met de provincie Zeeland, de toekomstige vervoerder en SD op Weg. 35
slimme mobiliteit ‘Lokale’ mobiliteitshub
‘Regionale’ mobiliteitshub
‘Centrale’ mobiliteitshub
vuilnisemmer
Fig. 10 | Visie mobiliteitshubs in Zierikzee 36
Fiets 37
fiets Het fietsnetwerk is op provinciaal niveau vastgesteld. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt naar het utilitaire- en het recreatieve netwerk. Dit fietsnetwerk leidt tot in het centrum van Zierikzee en ontsluit Zierikzee met zijn omgeving. Op de kaart zijn zowel de utilitaire fietsnetwerken als de recreatieve netwerken weergegeven.
Utilitair fietsnetwerk Opgave: routekeuzes Fig. 11 | Utilitair fietsnetwerk Provincie Zeeland
38
fiets TELLINGEN Naast inzicht in het fietsnetwerk is het van groot belang om inzicht te hebben in de aantallen fietsers op het netwerk in- en om Zierikzee. Hiervoor zijn tellingen uitgevoerd in Zierikzee. Hieruit blijkt dat het grootste gedeelte van de fietsende bezoekers van de binnenstad van Zierikzee de Wesstraat als entree gebruikt. In de zomerperiode gaat het zelfs om meer fietsers dan gemotoriseerd verkeer per etmaal. Ook op de Grachtweg, Haringvlietstraat en Grevelingenstraat worden veel fietsers waargenomen. Dit sluit aan bij het beeld/ urgentie van deze fietsroutes.
6 26
7
8 9
27
10
25 13
22
24
11
23
16 17 20
19
Fig. 12 | Intensiteiten fiets
39
fiets KNELPUNTEN
VISIE
VERKEERSVEILIGHEID
Het is van belang om aandacht te hebben voor de verkeersveiligheid op fietsinfrastructuur, als onderdeel van de hele verkeersstructuur. Op zowel de utilitaire- als recreatieve fietsroutes is het van belang dat alle fietsers zich veilig kunnen verplaatsen.
Fietsen, in alle denkbare vormen, zijn welkom in Zierikzee. Binnen de stad is de fiets maatgevend ten opzichte van de auto en dient hij als stimulans voor de leefbaarheid. Om vlot en veilig op de fiets in Zierikzee terecht te komen leiden de, in de toekomst de goed vormgegeven fietsroutes, daadwerkelijk direct tot in de binnenstad. Daarnaast verbinden deze fietsroutes Zierikzee met de rest van Schouwen-Duiveland en ruim daarbuiten. Op die manier kunnen de fietser en de e-biker de bestemmingen goed bereiken.
Waar de routes en het netwerk van groot belang zijn, is de verkeersveiligheid dat eveneens. In het Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV) worden fietsers specifiek als kwetsbare weggebruikers benoemd. In de Zeeuwse uitvoering van het SPV is het thema ‘beschermen van kwetsbare weggebruikers’ als een van de belangrijkste opgaven opgenomen. Daar bouwen we in Zierikzee graag op voort. Daarom voldoen de fietsvoorzieningen in de toekomst aan de vereisten van Duurzaam Veilig. De fietsinfrastructuur behoeft verbeteringen, gelet op de toegenomen druk, het intensievere gebruik in de zomermaanden, het toegenomen gebruik van de e-bike en (in mindere mate) van de speed pedelec . De verkeersveiligheid moet in de toekomst in het gehele netwerk gegarandeerd zijn en alle huidige knelpunten op de fietsinfrastructuur zijn in 2030 opgelost.
In het huidige fietsnetwerk wordt op een aantal locaties verkeersveiligheidsproblemen ervaren waar op korte termijn een oplossing voor moet worden gevonden. Het betreft de volgende locaties:
FIETSNETWERK • • • •
De gelijkvloerse kruising van voet- en fietsverkeer op de rotonde N59-N654 Kruising Grachtweg – Jannewekken Rotonde Laan van Sint Hilaire – Haringvlietstraat Voorrangssituatie ten zuiden van de rotonde Scheldestraat
KANSEN Naast deze knelpunten zijn er ook een aantal kansen waar in de toekomst aanpassingen wenselijk zijn. Het gaat hierbij om belangrijke kansen om het niveau van het fietsnetwerk naar een hoger niveau te tillen. Het betreft de volgende kansen: • • • • • •
Eenduidigheid aanbrengen in de fiets- en voet infrastructuur Aansluiting van fietsnetwerken maken tot in de binnenstad (noord/zuid) Opwaarderen Boerenweg tot fietsinfrastructuur Voetpad ‘Mierenwekken’ opwaarderen tot fietspad met naastgelegen voetpad Ruimte en aandacht voor verkeersveiligheid Aandacht voor goede en comfortabele fietsenstallingen in de binnenstad Veilige (vrijliggende) fietsverbinding op bedrijventerrein Straalweg
Tenslotte is niet alleen fietsinfrastructuur maar ook het aanbod van fietsvoorzieningen essentieel. Als Zierikzee fietsvriendelijk wil zijn moet het dat ook uitstralen. Maak plaats voor de fiets en zorg dat er voldoende (eventueel bewaakte) fietsenstallingsplekken en laadvoorzieningen beschikbaar zijn. Het moet aantrekkelijk en aangenaam zijn om hier met de fiets te komen.
40
Om dit te realiseren moet het huidige netwerk op een aantal locaties worden aangevuld. Door een fijnmaziger netwerk in te richten met logische keuzes ontstaat een volwaardig netwerk waarbij Zierikzee goed ontsloten wordt. In de toekomst leiden recreatieve fiets- en wandelpaden zoals eerder gesteld, tot in de binnenstad. Vanuit de opgave van een duurzaam bereikbare centrumstad is het ook wenselijk dat het fietsnetwerk goed aansluit op de functie van Zierikzee. Naast de externe netwerkstructuur (Zierikzee in zijn omgeving) moeten inwoners, scholieren, werknemers en toeristen ook veilig van- en naar hun daadwerkelijke bestemming in Zierikzee kunnen fietsen. Dit betekent dat op schaal van Zierikzee ook een optimaal fietsnetwerk beschikbaar moet zijn. De volgende aanvullingen op het fietsnetwerk zijn hiervoor gewenst: • • • • •
Zuidelijke route (Straalweg) | Zeelandbrug - Zierikzee Deltaweg Vissersdijk/ Julianastraat Laan van Sint Hilaire Zandweg
Dit betreffen de volgende ingrepen: • • • •
Inpassen twéé voet- en fietstunnels onder de N59 Aanpassen kruising Grachtweg – Jannewekken Aanpassen rotonde Laan van Sint Hilaire – Haringvlietstraat Aanpassen voorrangssituatie ten zuiden van de rotonde Scheldestraat
FIETSVOORZIENINGEN Naast de goede ontsluiting moet men zich als fietser ook welkom voelen in Zierikzee. Zodra men af de fiets stapt moeten er op logische plekken langs de routes goede rusten stallingsvoorzieningen aanwezig zijn. Zierikzee moet daarnaast zelf aantrekkelijk en toegankelijk zijn voor fietsers. Ook in de binnenstad moeten er dus locaties beschikbaar zijn voor het (al dan niet overdekt en bewaakt) stallen van fietsen. Verder moeten er voldoende laadvoorzieningen aanwezig zijn waar elektrische fietsen opgeladen kunnen worden. Dit kan het beste worden ingepast op locatie in of nabij het kernwinkelgebied. De omgeving van Balie – Kerkplein lijkt hiervoor het meest geschikt. Een nadere locatie studie en uitwerking is hiervoor noodzakelijk.
fiets
Knelpunten Aandachtspunten Fietsenstalling? Recreatief netwerk Utilitair netwerk Gewenste aanvullingen
Fig. 13 | Gewenste aanvullingen fietsnetwerk, knelpunten, aandachtspunten 41
fiets DEELFIETSENSYSTEEM Om het fietsen nog aantrekkelijker te maken voor bezoekers en werknemers zetten we in op een deelfietsensysteem voor Zierikzee. Op diverse locaties in de stad is het mogelijk om een deelfiets te pakken en weer in te leveren. Op die manier kunnen mensen de stad én de omgeving verkennen. Dit kan zowel voor aantrekkelijk zijn voor bezoekers die met de auto naar Zierikzee komen en de auto op de parkeerplaatsen aan de rand van de stad parkeren. Maar ook voor de bezoeker die een dagje met het openbaar vervoer naar Zierikzee komt en aansluitend vervoer nodig heeft voor de ‘last-mile’. Daarnaast kan het interessant zijn voor scholieren die zich willen verplaatsen tussen de toekomstige mobiliteitshubs en voorzieningen pendelen. Tenslotte kunnen ook werknemers die met de bus naar Zierikzee komen en vervolgens het laatste gedeelte van hun reis op de fiets afleggen.
‘Lokale’ mobiliteitshub
‘Regionale’ mobiliteitshub
Het deelfietsensysteem maakt onderdeel uit van de toekomstige mobiliteitshubs. Op deze locaties kan worden overgestapt op verschillende mobiliteiten. Hier kan je overstappen van de deelfiets op het openbaar vervoer of bijvoorbeeld een deelauto. Vooral voor gebruikers van het openbaar vervoer kan het op korte termijn al interessant zijn. In de huidige situatie pendelt een grote groep scholieren namelijk tussen het huidige busstation aan de Grachtweg en de locatie Pieter Zeeman. Om dit stuk te overbruggen kunnen ze de bus nemen, te voet- of met de fiets gaan. Om deze afstand makkelijk te over bruggen kunnen we deelfietsen inzetten. Dit kan een tijdelijke invulling zijn. Op langere termijn is het namelijk gewenst om een ‘mobiliteitshub’ te realiseren in de directe nabijheid van het Pieter Zeeman én de andere voorzieningen in het centrum. Naast het beter faciliteren van de scholieren kan het deelfietsensysteem breder worden ingezet. Op termijn kunnen deze fietsen breder beschikbaar worden gesteld om zoveel mogelijk doelgroepen in Zierikzee gebruik van deze faciliteit te kunnen laten maken. Op deze manier kunnen alle doelgroepen, ook toeristen gebruik maken van de deelfietsen in Zierikzee. De deelfietsen bieden we aan op strategische locaties als onderdeel van het systeem van mobiliteitshubs. Het streven is om op de volgende locaties deelfietsen aan te bieden: • • • • • 42
Busstation Pieter Zeeman Centrum Bedrijventerrein P-terreinen
‘Centrale’ mobiliteitshub
Deelfietsen foto: tweewieler.nl
Fig. 14 | Visie mobiliteitshubs
landbouwverkeer 43
Landbouwverkeer HISTORIE In 2011 is het Kwaliteitsnetwerk Landbouwverkeer Zeeland (KLZ) gestart met als doel het mogelijk maken van een vlotte en veilige verplaatsing van landbouwverkeer over grotere afstanden. Dit verbetert de doorstroming en vergroot de leefbaarheid in de kernen. De verkeersveiligheid mag daarbij echter nooit in het geding komen. Samen met alle wegbeheerders, ZLTO en Cumela is destijds de situatie rond het landbouwverkeer in heel Zeeland in kaart gebracht. Hierbij is een netwerk samengesteld van logistieke landbouwroutes. In 2017 is het hele netwerk geactualiseerd, waarbij de knelpunten zijn geprioriteerd. Door alle wegbeheerders wordt sindsdien aan deze knelpunten gewerkt. In 2017 zijn hieruit 72 knelpunten naar voren gekomen. Ook de route door de kern van Zierikzee (Grachtweg, Calandweg, Trambaan) is aangemerkt als prioritair knelpunt. KNELPUNTEN Het huidige knelpunt is niet nieuw, het staat namelijk al veel langer op de bestuurlijke agenda. Het landbouwverkeer is op de N59 tussen aansluiting N256 en Rotonde Zierikzee niet toegestaan. Hiermee ontbreekt er de oost – west verbinding in Zierikzee. Het landbouwverkeer is daardoor genoodzaakt om in de huidige situatie via de Trambaan, Calandweg en de Grachtweg Zierikzee te passeren. Deze route is opgenomen in het Kwaliteitsnet Landbouwverkeer.
Gezien het smalle profiel en de functie van de weg is het ongewenst dat het landbouwverkeer door dit woongebied wordt gestuurd. De route is er erg smal en er zijn veel klachten over, zowel van de inwoners van de wijk Malta als van de bestuurders van de grote landbouwvoertuigen. Daarnaast levert dit vaak onveilige situaties op. Andere weggebruikers zijn namelijk niet altijd op de hoogte van de gevaren van landbouwverkeer en realiseren niet dat een bestuurder van een landbouwvoertuig hen niet altijd kan zien. Tenslotte kunnen de verschillen in de gereden snelheden, massa en de beperkte wendbaarheid van landbouwvoertuigen tot onveilige situaties leiden. In de huidige situatie is deze route door Zierikzee echter het enige alternatief.
44
Kwaliteitsnetwerk landbouwverkeer Fig. 15 | Landbouwnetwerk
Landbouwverkeer OPLOSSING Om te voorkomen dat het landbouwverkeer de leefbaarheid in de stad verder aantast is een oplossing noodzakelijk. In het verleden zijn de nodige variantenstudies uitgevoerd en zijn er alternatieven onderzocht. Zo hebben de gemeente en Rijkswaterstaat in 2013 gezocht naar alternatieven. Een alternatief dat als kansrijk naar voren kwam, is in februari 2014 afgewezen door de commissie openbare ruimte van de gemeente Schouwen-Duiveland. In 2016 is vanuit de gemeente wederom een verkenning gestart naar mogelijke alternatieve routes. Begin 2018 zijn na een werkbezoek aan Schouwen-Duiveland Kamervragen gesteld aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, Cora van Nieuwenhuizen. In de beantwoording hiervan is toegezegd dat de Minister bereid is mee te werken aan een nieuw en aanvullend onafhankelijk onderzoek. Hierbij moet een nieuw onderzoek en eventuele voorstellen uiteraard goed passen binnen de bestuurlijke afspraken en het kwaliteitsnet voor het landbouwverkeer. Een breed gedragen oplossing voor (doorgaand) landbouwverkeer is gewenst. Er zijn echter beperkte oplossingsrichtingen mogelijk. Of het landbouwverkeer moet worden toegelaten op de N59 óf er moet een landbouwweg parallel aan de N59 (tussen N256 en N654) worden aangelegd. Voor beide opties is nader onderzoek noodzakelijk.
VISIE In de toekomst is er een oplossing gevonden voor de ontsluiting van het landbouwverkeer in- en om Zierikzee. Het Kwaliteitsnetwerk Landbouwverkeer doorsnijdt niet langer een woongebied. Het landbouwverkeer kan de Kern Zierikzee vlot- en veilig passeren. Door de integrale aanpak kan er ruimte gecreëerd worden om het landbouwverkeer naast het gemotoriseerde verkeer af te wikkelen op het huidige tracé van de N59. Gezien de complexiteit van het vraagstuk en de beperkte ruimte vraagt het om een nauwe samenwerking van de verschillende partijen.
Kwaliteitsnet landbouw Gebruik N59 Landbouwweg parallel aan N59 Knelpunt
Fig. 16 | Knelpunten en mogelijke oplossingen landbouwverkeer Zierikzee
Een structurele oplossing kan worden gevonden als dit vraagstuk integraal wordt opgepakt en dat we de huidige uitgangspunten kunnen loslaten. Samen met de wegbeheerders (Rijkswaterstaat, provincie Zeeland en het Waterschap Scheldestromen) moet een oplossing worden gevonden.
45
46
concept visie
47
06 | concept visie Uit de inventarisatie en analyse is gebleken dat een integrale visie van groot belang is. Het is doorgedrongen dat de problematiek in Zierikzee urgent is. Daarom is op basis van al deze verzamelde input voor de verschillende onderdelen van het mobiliteitssysteem een concrete en integrale visie opgesteld. Zierikzee Bereikbare Centrumstad is een complexe opgave waarbij we te maken hebben met verschillende belangen, stakeholders en wegbeheerders. Deze zijn stuk voor stuk van groot belang om daadwerkelijk met de integrale opgaven aan de slag te gaan. De bestuurders van Rijkswaterstaat, provincie Zeeland en het Waterschap Scheldestromen benadrukken dat er voor de complexe opgave als Zierikzee Bereikbare Centrumstad gezamenlijk moet worden opgetreden. Ook moet met één gezamenlijke oplossingenpakket en uitvoeringsprogramma naar buiten worden getreden. Dit met erkenning voor ieders rol en belangen. We hebben alle partijen nodig. Dit geldt zowel voor de oplossingen die op korte termijn gerealiseerd kunnen worden, als voor de complexere opgaven waarbij nog de nodige stappen gezet moeten worden. De gemeente Schouwen-Duiveland heeft de problematiek geschetst en op basis daarvan een duidelijke visie uitgeschreven voor de concrete opgaven die er spelen. Daarnaast blijkt dat de complexe opgave van Zierikzee Bereikbare Centrumstad de grenzen van Zierikzee overstijgt.
Om al de geschetste ontwikkelingen ruimte te geven moet nu al worden nagedacht over de toekomst. Welke stip plaatsen we op de horizon? Naar welk toekomstbeeld werken we gezamenlijk toe? Het toekomstbeeld van Zierikzee moet duidelijk zijn. Hiervoor is het van belang dat de gemeente Schouwen-Duiveland, de provincie Zeeland en Rijkswaterstaat het eens zijn met de uitgangspunten. Op basis van het toekomstbeeld en visie van Rijkswaterstaat en de provincie Zeeland geeft de SchouwenDuiveland een duidelijke voorzet. Op basis van deze visies is er nu daadwerkelijk invulling aan gegeven op lokale schaal. Door die stip op de horizon te zetten en duidelijke visie neer te zetten voor de toekomst. Hiermee wordt de weg vrijgemaakt voor een integrale aanpak.
48
VISIE OP HOOFDLIJNEN Om alle ontwikkelingen ruimte te geven zijn grote ruimtelijke ingrepen wenselijk. Dit heeft niet alleen betrekking op lokale-, maar ook op de regionale schaal. In het voorgaande is de visie voor de lokale vraagstukken van het mobiliteitsysteem beschreven. Het is ook noodzakelijk om de toekomstvisie van de omgeving scherp te krijgen. Zierikzee vormt namelijk een belangrijke schakel in het grotere netwerk. In de toekomst is een herziening van de ‘regionale netwerkstructuur’ wenselijk. In de huidige vormgeving is de N59 een doorgaande route vanaf Hellegatsplein tot Serooskerke (tot aansluiting N57). De N59 is hierbij ingebed in Zierikzee. In de toekomstige situatie is het wenselijker om ‘regio ontsluitende route’ zo vorm te geven dat de N256 overgaat in N59. Dit sluit aan bij het huidige gebruik en bij de conceptvisie van de wegencategorisering. Het versterken en investeren in de Noord-Zuid verbinding binnen Zeeland is cruciaal. Een integrale oplossing is hier noodzakelijk. Tevens levert dit veel kansen op voor de verschillende integrale opgaven. Een mogelijk toekomstig beeld van deze categorisering is geschetst in figuur 17. Op deze manier kan ook een oplossing worden gevonden voor de opgave voor het landbouwverkeer. Dit toekomstbeeld biedt ook kansen voor de ontwikkeling van een nieuw knooppunt Zierikzee.
In de omgeving van een toekomstig nieuw knooppunt ontstaan tevens veel mogelijkheden. Hier kan ruimte worden gereserveerd voor onder andere de toekomstige ‘regionale mobiliteitshub’ en een nieuwe locatie voor een tankstation of laadstation voor bussen- en autoverkeer. Een eerste schetsbeeld is hiervan weergegeven in figuur 18. Deze eerste stap op weg naar een concept visie kan worden gezien als stip op de horizon. Het geniet de voorkeur om deze opgave met alle wegbeheerders gezamenlijk aan te pakken. Dit moet in de toekomst samen verder worden uitgewerkt.
Hoofdwegennetwerk Aanvullende netwerk
Fig. 17 | Eerste verkenning hoofdwegenstructuur
06 | concept visie
Locaties fietstunnels
Lokale mobiliteitshub
Zoeklocatie brandweerkazerne
Noodzakelijke aanpak N59
Centrale mobiliteitshub
Zoeklocatie tankstation
Mogelijk knooppunt
Lokale mobiliteitshubs Regionale mobiliteitshub Centrale mobiliteitshub Knelpunten
Regionale mobiliteitshub
Parkeer mogelijkheid fiets Doorgaande structuur Aftakking N59 Toevoeging fietsnetwerk Gewenste optie landbouwverkeer Doortrekken Grevelingenstraat
Fig. 1 | Concept visiekaart 49
50
UITVOERINGSPROGRAMMA
51
07 | uitvoeringsprogramma Op basis van de inventarisatie en analyse is inzichtelijk gemaakt waar de knelpunten bestaan en hoe deze kunnen worden aangepakt. De verschillende stakeholders/ wegbeheerders hebben meegedacht over de visie en er is sprake van (beginnend) urgentiebesef. Deze geschetste visie vormt een goede stip op de horizon. Het is nu van belang dat wordt doorgepakt en dat de visie ook daadwerkelijk wordt vertaald naar uitvoering. Voor het uitvoeringsprogramma beperken we ons tot een opsomming van de projecten/werkzaamheden op hoofdlijnen die voortkomen uit de visie zonder daaraan in dit document een planning of prioritering te koppelen. We stellen namelijk voor om in het vervolgproces in samenwerking met de andere wegbeheerders (rijkswaterstaat, provincie Zeeland, waterschap Scheldestromen) te komen tot een gezamenlijke gebiedsgerichte aanpak (GGA) en een gezamenlijk uitvoeringsprogramma waarbij dit document als startdocument fungeert. Tijdens deze omvorming tot GGA, kunnen waar nodig in overleg nog projecten worden ingeschoven. Ook wordt in gezamenlijkheid de samenhang en prioritering van de projecten besproken. Allereerst gaan we hierna in op de verschillende projecten op hoofdlijnen. Vervolgens geven we nog een nadere toelichting op de aanpak via een GGA.
In het onderstaand zijn de projecten op hoofdlijnen beschreven: Projecten onder GGA: 01 | Doortrekken Grevelingenstraat (spoor 1) 02 | Aanpakken tracé N59 - verkeersveiligheid (spoor 2) 03 | Oplossing Landbouwnetwerk 04 | Toekomstig mobiliteitssysteem Zierikzee 05 | Verbetering fiets
KORTE TOELICHTING PER PROJECT: 01 | Doortrekken Grevelingenstraat (spoor 1: korte termijn) Op basis van de uitkomsten van de variantenanalyse concluderen we dat de variant(en) met het doortrekken van de Gevelingenstraat tot de N59 inclusief een nieuwe aansluiting in de vorm van een rotonde op de N59 voldoende oplossend vermogen heeft om de toekomstige intensiteiten terug te brengen tot onder het huidige niveau. We concluderen dat het doortrekken van de Grevelingenstraat tot de N59 niet alleen wenselijk, maar ook noodzakelijk is. De daadwerkelijke inpassing moet nader onderzocht worden. Hiervoor moet een ‘gedetailleerd dynamisch verkeersmodel’ opgesteld worden om nut en noodzaak te toetsen van de door ons voorgestelde uitwerking, alsmede de gewenste vorm van de aansluitingen op de N-59, (turbo) rotondes of I-VRI’s. De eerste aanzet tot realisatie kan op korte termijn in gang worden gezet. Gelet op het grote belang dat hiermee samenhangt, laten wij dit in eerste instantie parallel lopen aan het opzetten van de GGA. 02 | Aanpakken tracé N59 – verkeersveiligheid (spoor 2: middellange termijn) Fase 2.1 Onder fase 2.1 verstaan we aanpassingen van wegprofiel tussen nieuwe rotonde N59 en nieuwe rotonde Laan van St.
Hilaire (ter hoogte van huidige VRI), gescheiden rijbanen tussen deze twee rotondes inclusief een fietstunnel (ter hoogte van de kruising Laan van Sint Hilaire -N59 – Zandweg). Hier sluit de fietsinfrastructuur aan op het doorgaande fietsverkeer richting ‘de Kop van Schouwen’. Fase 2.2 Onder fase 2.2 verstaan we opwaardering N59 ‘Nieuwe Koolweg - tussen bestaande VRI en ‘grote rotonde’ inclusief aangepast wegprofiel/ gescheiden rijbanen > verbetering doorstroming/ verkeersveiligheid. Om een verkeersveilig tracé in te richten moet de kruising N59 - Oudeweg worden aangepast. Vanuit de Oudeweg is het in de toekomst daarbij alleen nog mogelijk om rechts af te slaan. Waar mogelijk worden de erfaansluitingen verwijderd en het tankstation wordt verplaatst naar een nader te bepalen locatie. Voor langzaam verkeer houdt dit het volgende in: een tunnel voor fietsers-/ voetgangers aanleggen ter hoogte van de rotonde N59 – N654. Op deze manier worden het gemotoriseerde en
52
het langzame verkeer van elkaar gescheiden. Het fietspad ten noorden van de N59 – wegvak ‘Nieuwe Koolweg’, tussen de twee nieuwe fietstunnels, wordt gesaneerd. Dit geldt ook voor het voetpad ten zuiden gelegen van de N59. Het nieuwe fietspad (verbinding tussen rotonde N59-N654 en rotonde N59- Laan van Sint Hilaire) krijgt zijn plaats ten zuiden van het wegtracé. De voetverbinding komt aan de binnenzijde van de grachten te liggen. Fase 2.3 In deze laatste fase worden er aanpassingen gedaan op het tracé tussen rotonde N59 – N654 en kruising N59-N256. Daarbij wordt in het tracé het huidige fietspad gesaneerd, dat momenteel gelegen is parallel aan de noordzijde van de N59. Op die manier ontstaat er meer ruimte om ook de afwikkeling van landbouwverkeer ruimte te geven. De Van Veenlaan wordt in plaats daarvan ingericht als fietspad. Op basis van de inventarisatie en analyse kunnen we concluderen dat het complete pakket het meest wenselijk is (tot en met fase 2.3). 03 | Oplossing Landbouwnetwerk In de toekomst is er een oplossing gevonden voor de ontsluiting van het landbouwverkeer in- en om Zierikzee. Het Kwaliteitsnetwerk Landbouwverkeer doorsnijdt niet langer een woongebied. Het landbouwverkeer kan de Kern Zierikzee vlot- en veilig passeren.
Door de integrale aanpak kan er ruimte gecreëerd worden om het landbouwverkeer naast het gemotoriseerde verkeer af te wikkelen op het huidige tracé van de N59. Gezien de complexiteit van het vraagstuk en de beperkte ruimte vraagt het om een nauwe samenwerking van de verschillende partijen. 04 | Toekomstig mobiliteitssysteem Zierikzee Om een toekomstbestendig mobiliteitsnetwerk in te richten moeten de bushaltes/ busstations meer zijn dan alleen een locatie waar de bus stopt. In de toekomst zijn de huidige openbaar vervoerhaltes omgevormd tot volwaardige ‘mobiliteitshubs’, waarbij verschillende vormen van mobiliteit samen komen. Hier kan men de overstap maken van de fiets, de e-bike of de (deel)auto op de bus. Dit zal zijn vormgegeven als een netwerk van mobiliteitshubs die met elkaar zijn verbonden. Op maat en schaal van Zierikzee onderscheiden we drie soorten mobiliteitshubs: de centraleregionale- en lokale mobiliteitshub.
07 | uitvoeringsprogramma 05 | Verbetering fiets
PROCES GGA
Fietsen, in alle denkbare vormen, zijn welkom in Zierikzee. Binnen de stad is de fiets maatgevend ten opzichte van de auto en dient hij als stimulans voor de leefbaarheid. Om vlot en veilig op de fiets in Zierikzee terecht te komen leiden de goed vormgegeven fietsroutes, daadwerkelijk direct tot in de binnenstad. Daarnaast verbinden deze fietsroutes Zierikzee met de rest van Schouwen-Duiveland en ruim daarbuiten. Op die manier kunnen de fietser en de e-biker de bestemmingen goed en veilig bereiken. Het fietsnetwerk moet op een aantal punten worden aangevuld, verkeersveiligheidsknelpunten moeten worden opgelost en de stalling- en laadvoorzieningen moeten nader uitgewerkt worden. Ook moeten de eerste ideeën van een deelfietsen systeem nader worden uitgewerkt.
Voor de uitvoering is het goed te beseffen dat bij de diverse maatregelen verschillende partijen betrokken zijn. Daarnaast is er sprake van directe en indirecte samenhang tussen de maatregelen. Om dit in goede banen te leiden, willen wij met een gebiedsgerichte aanpak (GGA). Bij een GGA binden de betrokken partijen zich aan een samenwerking om op basis van gelijkwaardigheid gezamenlijk uitvoering te geven aan de benoemde projecten. We treden in overleg met de betrokken partijen, te weten provincie, rijkswaterstaat en waterschap.
Mobiliteitsprojecten binnen Zierikzee • • • • • • • • •
Eenduidigheid aanbrengen in de fiets- en voet infrastructuur Aansluiting van fietsnetwerken maken tot in de binnenstad (noord/zuid) Opwaarderen Boerenweg tot fietsinfrastructuur Voetpad ‘Mierenwekken’ opwaarderen tot fietspad met naastgelegen voetpad Ruimte en aandacht voor verkeersveiligheid Aandacht voor goede en comfortabele fietsenstallingen in de binnenstad Veilige (vrijliggende) fietsverbinding op bedrijventerrein Straalweg Laadvoorzieningen en (overdekte en bewaakte) stallingsplaatsen Herinrichting – reconstructie traject Maltaplein en Julianastraat …
Link met andere projecten
Onder de samenwerking in de GGA is het doel om een gezamenlijk maatregelenpakket op te stellen die bijdragen aan het oplossen van regionale opgaves op het gebied van mobiliteit. Het maatregelenpakket wordt vertaald naar een gezamenlijk uitvoeringsprogramma waarin wordt aangegeven welke acties ondernomen worden, welke prioritering wordt gehanteerd, wie trekker is en wie betrokken zijn. Voor de hiervoor genoemde projecten verwachten we dat de projecten 1 tot en met 6 vanuit de GGA kunnen worden opgepakt. Hierover maken we nadere afspraken met de betrokken partijen. Voor de overige projecten, benoemd onder 7, is de kans reëel dat deze niet binnen de GGA zullen vallen, omdat de betrokkenheid van de overige partijen hier beperkt tot niet aanwezig is. Wij bezien eerst welke projecten binnen de GGA worden opgepakt. Voor de projecten die daar mogelijk niet onder vallen, bepalen we op dat moment de vervolgaanpak. Op deze manier zorgen we voor een integrale weging van de verschillende projecten en de daarmee gepaard gaande aanpak. Op de volgende pagina is een grove weergave van de planning opgenomen inclusief een grove inschatting van de benodigde budgetten.
Naast de hoofdopgaven zijn er nog een aantal parallel lopende projecten in- en rondom Zierikzee die nauw samenhangen met de bredere opgave: Zierikzee Bereikbare Centrumstad. De volgende projecten hebben een directe relatie met het project Bereikbare Centrumstad Zierikzee, maar zijn verder opzichzelfstaande projecten: • • •
Maatregelenpakket Parkeren Zierikzee Locatiestudie brandweerkazerne Goederenhub & vrachtverkeer Zierikzee
Uiteraard wordt er in deze studie nadrukkelijk rekening gehouden met deze parallel lopende projecten.
53
Goessestraatweg 17a, 4421 AD, Kapelle +31 (0) 113- 40 50 51 • info@juust.nl Juust.nl