RVS Ontwerp verklaring van geen bedenkingen voor realisatie van een drijvend zonnepark bijlage 3 ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
4.6.2
Verkeer en lichthinder verkeersveiligheid Verkeer Van de beoogde ontwikkeling van het drijvende zonnepark gaat geen verkeersaantrekkende werking uit. Er zal alleen in de bouwfase sprake zijn van een tijdelijke toename van het aantal verkeersbewegingen door de aanvoer van materiaal en personeel. De huidige aanwezige infrastructuur is grotendeels voldoende voor de afwikkeling van deze verkeersbewegingen. Voor toegang tot het projectgebied in de bouw- en exploitatiefase zal gebruik worden gemaakt van de bestaande weg aan de noordoostzijde van het projectgebied. In de gebruiksfase is sprake van enkele periodieke verkeersbewegingen in verband met inspectie/onderhoud van het drijvende zonnepark. Geconcludeerd wordt dat het aspect verkeer niet relevant is voor de beoogde ontwikkeling.
35
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
Lichthinder In theorie kan sprake zijn van lichthinder voor weggebruikers in de vorm van zonlichtweerkaatsing op de PV-panelen, waarbij afgevraagd kan worden of er sprake is van lichthinder in de vorm van invloed op de verkeersveiligheid. Lichtschittering van moderne zonnepanelen is zeer beperkt. Alhoewel zonnepanelen onder bepaalde hoeken restlicht kunnen weerkaatsen zijn deze zodanig ontworpen dat zij juist zoveel mogelijk zonlicht absorberen. Er bestaan verschillende soorten reflectie, waaronder de weerkaatsing van direct zonlicht (glinstering) en de algemene weerkaatsing van de hemellucht (schittering). Reflectie van diverse typen zonnepanelen is reeds onderzocht, o.a. door Solargen met ondersteuning van de universiteit van Minnesota3, waarbij panelen zijn vergeleken met andere objecten in het landschap. De intensiteit van de reflectie van zonnepanelen bleek zowel voor glinstering als schittering significant lager dan de reflectieniveaus van bijvoorbeeld glas en staal. Daarnaast reflecteren de panelen ook minder licht dan vlak natuurwater. Daarnaast zijn in Nederland veelvuldig zonnepanelen en zonneparken gerealiseerd naast (rijks)wegen, waarbij tot op heden niet is geconcludeerd dat dit tot een onacceptabele invloed op de verkeersveiligheid lijdt. Het beoogde drijvende zonnepark wordt gepositioneerd op vlak water.
De zonnepanelen komen daarmee aan de oppervlakte in de plaats van het vlakke water. De zonnepanelen kennen een lager reflectieniveau dan vlak natuurwater, op basis daarvan kan geconcludeerd worden dat er netto in ieder geval geen verslechtering van reflectieniveau plaatsvindt. 4.6.3
Luchtkwaliteit Het bevoegd gezag toetst de luchtkwaliteit, in het kader van de Wet milieubeheer (Wm) genoemd in hoofdstuk 5, onder 5.2. Hierin worden grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeer benoemd. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient hier rekening mee gehouden te worden om de algehele gezondheid van de mens te waarborgen. Aangezien het zonnepark een functie betreft waar geen mensen verblijven en/of waar bedrijfsactiviteiten met luchtemissies plaatsvinden, zijn er geen effecten te verwachten op de luchtkwaliteit. Op 1 juli is de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering in werking getreden. In deze wet is een vrijstelling van vergunningplicht voor het aspect stikstof opgesteld, voor de bouwfase van eenmalige aanlegactiviteiten. De realisatie van het drijvende zonnepark valt onder de regeling van eenmalige aanlegactiviteiten met een permanent gebruik karakter, waardoor de activiteit met tijdelijke emissies op de lokale effecten niet hoeft te worden getoetst. Gedurende de gebruiksfase van het zonnepark vindt er geen uitstoot van stikstof plaatst. Verdere toetsing in het kader van luchtkwaliteit is niet relevant. Het aspect luchtkwaliteit staat de uitvoering van het project niet in de weg.
3
Solargen: Glint and Glare study, 2010.
36
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
4.6.4
Milieuzonering In het kader van milieuzonering is een drijvend zonnepark als installatie niet relevant. Er is geen sprake van ruimtelijk relevante milieuaspecten waardoor het aanhouden van afstand noodzakelijk zou zijn. Ter plaatse van het drijvende zonnepark vinden geen bedrijfsactiviteiten plaats op grond waarvan een meldingsplicht ontstaat conform het Activiteitenbesluit. Er is sprake van een categorie A-inrichting. Ten behoeve van de omgevingsvergunningaanvraag voor de activiteiten ‘afwijken van het bestemmingsplan’ wordt dan ook geen milieumelding gedaan.
4.6.5
Milieueffectrapportage Voor activiteiten die zijn genoemd in lijst C en D in de bijlage bij het Besluit m.e.r. moet worden nagegaan of er sprake is van een geval waarin een m.e.r.-beoordelingsbesluit moet worden genomen (D-lijst) of een MER moet worden opgesteld en een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen (C-lijst). Voor elke activiteit is een drempelwaarde genoemd. Indien de drempelwaarde niet wordt behaald moet een zogeheten ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ worden uitgevoerd waarin wordt nagegaan of er sprake is van belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu die een formele m.e.r.-beoordeling of een m.e.r. noodzakelijk maken. Een installatie voor de opwek van duurzame energie met behulp van zonnepanelen komt op geen van beide lijsten voor. Er hoeft daarom in geen geval aandacht te worden besteed aan de m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht op grond van het Besluit m.e.r.
4.6.6
Energieproductie en Emissiereductie Het zonnepark bestaat uit opstellingen met PV-panelen die met een oost-westelijke oriëntatie worden geplaatst. Afhankelijk van de te uiteindelijke opstelling betekent dit een gemiddelde duurzame energieopbrengst tot ongeveer 57 MWh/jaar. Met deze omvang produceert het zonnepark op de beoogde locatie jaarlijks een hoeveelheid duurzame stroom die gelijk is aan het gemiddeld verbruik van ruim 17.000 huishoudens. Tevens hoeft de elektriciteit die duurzaam opgewekt is, niet meer opgewekt te worden uit fossiele bronnen. Indien dezelfde productie zou plaatsvinden met behulp van fossiele bronnen zou dit leiden tot een jaarlijkse broeikasgasemissie van circa 27 ton CO2, ruim 40000 kg NOX en circa 23000 kg SO2. De opwekking van duurzame energie via PV-panelen sluit aan op de ambitie van de gemeente Schouwen-Duiveland om in 2040 energieneutraal te zijn. Om dit gemeentelijke doel te behalen moet er nog 1500-2200 TJ extra energie worden opgewekt. Het drijvende zonnepark op het Hoog- en Laagbekken zal de haalbaarheid van de gemeentelijke ambitie verhogen.
37
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
4.7
Conclusie sectorale toetsen Het project voldoet aan de toetsingskaders voor diverse relevant sectorale aspecten. Het beleid en de normstelling staat de beoogde ontwikkeling van het project geenszins in de weg.
38
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid
39
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
5.1
Economische uitvoerbaarheid Deltawind-Zeeuwind treedt op als initiatiefnemer. De voorgenomen ontwikkeling en bijkomende kosten in verbrand met de realisatie van het zonnepark zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Daarnaast treedt Deltawind-Zeeuwind op al vergunninghouder voor de omgevingsvergunning voor de activiteit ‘afwijken van het bestemmingsplan’. Voor de realisatie van het drijvende zonnepark wordt na verkrijgen van de omgevingsvergunning SDE++ subsidie aangevraagd. DeltawindZeeuwind heeft onderzocht dat een drijvend zonnepark op de betreffende locatie van de Krammersluizen qua project rendement financieel haalbaar is. Grondeigenaar De Staat is bij het plannen voor het voorgenomen drijvende zonnepark betrokken en heeft voor de locatie een procedure doorlopen voor gunning van de reserveringsovereenkomst waarbij gunning heeft plaatsgevonden aan initiatiefnemers.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Bij de realisatie van grootschalige zonprojecten binnen de gemeente SchouwenDuivenland is het gewenst te voldoen aan drie voorwaarden: 1. Samen met stakeholders, 2. Meerwaarde voor de omgeving, en 3. Oorspronkelijk grondgebruik mogelijk. De initiatiefnemer dient de mogelijkheid tot participatie vorm te geven, waarbij projectparticipatie alle soorten van participatie in de ontwikkeling, bouw en exploitatiefase van een project bevat. Dit kan bestaan uit procesparticipatie en/of financiële participatie. Procesparticipatie is de inhoudelijke betrokkenheid van belanghebbenden (voorwaarde 1) bij de ontwikkeling van beleid, strategie, visie of een project, gericht op de besluitvorming en randvoorwaarden. In dit kader heeft initaitiefnemer de voor de locatie relevante stakeholders gesproken en hen het voornemen toegelicht. Stakeholders die initiatiefnemer heeft gesproken zijn o.a. Stichting Het Zeeuwse Landschap, Rijkswaterstaat, Rijksvastgoedbedrijf en de provincie Zeeland. Financiële participatie bestaat uit investeren en/of voordeel ervaren van de opbrengsten (voorwaarde 2). Financiele participatie is een streven van de initiatiefnemer, mits de businesscase van het project het toelaat. Initiatiefnemer is bereid om met een deel van de opbrengsten van het zonnepark als tegemoetkoming naar de omgeving bij te dragen aan een omgevingsfonds.
Voor de omvang van de afdracht aan het fonds kan worden gedacht aan een vergoeding per MWh die jaarlijks achteraf wordt vastgesteld, op basis van de gerealiseerde opwek. Met een richtbedrag van 0,40 – 0,50 euro / MWh om bij te dragen aan een omgevingsfonds.
40
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
5.3
Conclusie uitvoerbaarheid Betrokkenen waaronder de gemeente Schouwen-Duiveland, provincie Zeeland en grondeigenaar De Staat steunen het initiatief voor een drijvend zonnepark op de voorgenomen locatie. Tevens is het project, met inachtneming van de omzet uit elektriciteitsverkoop plus SDE++ subsidie rendabel. Tot slot vindt volgens een participatieplan een gestructureerde omgevingsdialoog plaats waarin tevens afspraken tot stand komen over financiële participatie. Daarmee is het initiatief zowel maatschappelijk als economisch uitvoerbaar.
41
Bijlage A
Overzichtstekeningen
Bijlage B
Onderzoeken water
Bijlage C
Plaatsingsmogelijkheden effecten functies
Bijlage D
Onderzoeken ecologie
42