RVS Ontwerp verklaring van geen bedenkingen voor realisatie van een drijvend zonnepark bijlage 3 ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Bosch & van Rijn Franz-Lisztplantsoen 220 3533 JG Utrecht 030 – 677 6466
Auteurs Drs. W.L. Verweij M. ter Huurne MSc.
Opdrachtgever Deltawind-Zeeuwind Holding B.V.
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing Datum 3 december 2021
Versie 1.0
Bosch & Van Rijn Franz-Lisztplantsoen 220 3533 JG Utrecht Tel: Mail: Web:
030-677 6466 info@boschenvanrijn.nl www.boschenvanrijn.nl
© Bosch & Van Rijn 2021 Behoudens hetgeen met de opdrachtgever is overeengekomen, mag in dit rapport vervatte informatie niet aan derden worden bekendgemaakt. Bosch & Van Rijn BV is niet aansprakelijk voor schade door het gebruik van deze informatie
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
Inhoud H OOFDSTUK 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7
H OOFDSTUK 2 2.1 2.2 2.3 2.4
H OOFDSTUK 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
H OOFDSTUK 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7
H OOFDSTUK 5 5.1 5.2 5.3
BIJLAGE A BIJLAGE B BIJLAGE C BIJLAGE D
INLEIDING
3
Aanleiding Ligging projectgebied Vigerend bestemmingsplan Toets aan vigerend bestemmingsplan Omgevingsvergunning voor afwijken van bestemmingsplan Conclusie goede ruimtelijke ordening Leeswijzer
4 5 6 7 7 9 9
PROJECTBESCHRIJVING
10
Projectgebied Toelichting project Opstelling Ruimtelijke en landschappelijke inpassing
11 12 14 19
BELEIDSKADER
21
Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Zeeland Gemeentelijk beleid Schouwen-Duiveland Conclusie beleidskader
22 22 23 24 24
SECTORALE ONDERZOEKEN
25
Inleiding Bodem Water Ecologie Landschap Overig Conclusie sectorale toetsen
26 26 28 30 34 35 38
UITVOERBAARHEID
39
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Conclusie uitvoerbaarheid
40 40 41
OVERZICHTSTEKENINGEN ONDERZOEKEN WATER PLAATSINGSMOGELIJKHEDEN EFFECTEN FUNCTIES ONDERZOEKEN ECOLOGIE
42 42 42 42
2
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
Hoofdstuk 1 Inleiding
3
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
1.1
Aanleiding Duurzame energie is een belangrijk agendapunt voor het Rijk, de provincies en gemeenten. Nederland heeft de noodzakelijke transitie ingezet naar duurzame, hernieuwbare energiebronnen en de reductie van CO2 emissies. Initiatiefnemer Deltawind-Zeeuwind Holding B.V. (hierna: Deltawind en Zeeuwind) heeft de intentie bij te dragen aan deze transitie en is daarom voornemens een drijvend zonnepark te realiseren op het Hoogbekken en Laagbekken van de Krammersluizen. Het beoogde zonnepark kent een totaal oppervlak van circa 34,3 ha. Voor de ontwikkeling van het zonnepark werkt Deltawind en Zeeuwind samen met Rijkswaterstaat en de gemeente Schouwen-Duiveland. De locatie vormt een praktisch en duurzame basis aangezien deze ligt nabij het bestaande Windpark Krammer (bestaande uit 34 moderne windturbines). Door toevoeging van een drijvend zonnepark op deze locatie wordt een waar energielandschap gecreëerd. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de unieke situatie dat het bestaande 150 kV transformatorstation en de netaansluiting op het regionale elektriciteitsnet beiden in eigendom zijn van Windpark Krammer. De ontwikkeling past tevens binnen de doelstelling van het Rijk om rijksgronden in te zetten voor de hernieuwbare opwek van elektriciteit.
Rijkswaterstaat is, als beheerder van een groot deel van die rijksgronden, een pilotprogramma gestart waarvan de locatie Krammersluizen deel uitmaakt. Zeeuwind en Deltawind hebben een voorovereenkomst getekend met Rijksvastgoedbedrijf (RVB) over huur van de gronden voor het beoogde drijvende zonnepark. Omdat het opgesteld vermogen meer dan 50 MW kan bedragen, treedt in beginsel de Minister van Economische Zaken en Klimaat op als bevoegd gezag conform artikel 9b Elektriciteitswet. De Minster kan deze bevoegdheid echter overdragen aan gemeenten onder de aanname dat ruimtelijke besluitvorming door de Minister niet sneller verloopt dan besluitvorming door de gemeente. Het colleges van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duivenland kan een verzoek voor overdracht van de bevoegdheid indienen. Het college van burgemeester en wethouders worden daarmee bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning. Teneinde het beoogde zonnepark juridisch planologisch mogelijk te maken is een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan vereist als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Voorliggende ruimtelijke onderbouwing is op grond van artikel 2.12 lid 1 sub a, onder 3 Wabo opgesteld ten behoeve van die omgevingsvergunningaanvraag.
Ter plaatse van het drijvende zonnepark vinden geen bedrijfsactiviteiten plaats op grond waarvan een meldingsplicht ontstaat conform het Activiteitenbesluit. Er is sprake van een categorie A-inrichting. Ten behoeve van de omgevingsvergunningaanvraag voor de activiteiten ‘afwijken van het bestemmingsplan’ wordt dan ook geen milieumelding gedaan.
4
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
Overzicht initiatief Idee van Zeeuwind en Deltawind. Ondersteuning vergunningprocedure door adviseurs Bosch & van Rijn. Projectgebied bestaat uit Hoog- en Laagbekken (Krammersluizen). Aan de westzijde bevindt zich de Oosterschelde en aan de oostzijde het Volkerak-Zoommeer. Bruto oppervlak projectgebied circa 86 hectare. Oppervlak zonnepanelen circa 34,3 hectare. Aansluiting van het drijvende zonnepark benodigd geen netverzwaring. Circa 40.000.000 kWh per jaar | elektriciteit circa 12.100 huishoudens.
1.2
Ligging projectgebied Het beoogde projectgebied is gelegen op de Hoog- en Laagbekken van de Krammersluizen te Zeeland en heeft een totaal bruto oppervlak van 86 hectare (zie Figuur 1). Het Krammer is een zeearm in de Zeeuwse Delta, gelegen tussen de Grevelingendam en Overflakkee aan de west- en noordzijde en Sint Philipsland aan de zuidzijde. De Philipsdam bevindt zich noordoostelijk van het Laagbekken en scheidt daarmee het Volkerak-Zoommeer in het oosten van de Oosterschelde in het westen. Het Krammersluizencomplex heeft een open verbinding aan de westzijde met de zoute Oosterschelde en wordt aan de oostzijde begrenst door het zoete VolkerakZoommeer. Functies van het Krammersluizencomplex zijn: veilige doorvaart tussen verschillende waterpeilen en het scheiden van zoet water (Volkerak-Zoommeer) en zout water (Oosterschelde). Dit laatste wordt gedaan door twee waterreservoirs, het Hoog- en het Laagbekken die via pompen in verbinding staan. Het Hoogbekken heeft een wateroppervlak van ca. 41 ha , een waterpeil van NAP +1,10 m – NAP 1,85 m en is ongeveer 5-6 m diep. Het Laagbekken heeft een oppervlak van ca. 45 ha, een waterpeil van NAP -1,40 m en is ongeveer 5-6 m diep. Het Hoogbekken heeft een functie als zoutwaterbron en het Laagbekken fungeert als nivellering van de Krammersluizen.
Renovaties van de sluizen staan in de planning voor 2024-2025, waarna het Hoogbekken zijn functie zal verliezen.
5
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
Figuur 1
Ligging projectgebied Hoog- en Laagbekken Krammersluizen (luchtfoto 2018)
1.3
Vigerend bestemmingsplan Het projectgebied ligt binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Schouwen-Duiveland’ (vastsgesteld 26-03-2009), het rijksinpassingsplan ‘Waterberging Volkerak-Zoommeer’ (vastgesteld 20-09-2013) en het rijksinpassingsplan ‘Windpark Krammer’ (vastsgesteld 10-03-2015). Voor zowel het Hoog- als Laagbekken geldt de bestemming ‘Waterstaatswerken – Windturbinepark’. Zie Figuur 2. Vanuit het rijksinpassingsplan ‘Waterberging Volkerak-Zoommeer’ geldt voor het Laagbekken de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterberging – Volkerak-Zoommeer’. Vanuit het rijksinpassingsplan ‘Windpark Krammer’ geldt voor het Hoogbekken en Laagbekken de enkelbestemming ‘Waterstaatswerken – Windturbinepark’ en de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – windturbine’.
6
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
Figuur 2
1.4
Bestemmingen en aanduidingen ter plaatse van het projectgebied
Toets aan vigerend bestemmingsplan De voorgenomen ontwikkeling van een zonnepark met toebehoren past niet binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ noch de rijksinpassingsplannen ‘Waterberging Volkerak-Zoommeer’ en ‘Windpark Krammer’. Teneinde het beoogde zonnepark juridisch planologisch mogelijk te maken is een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan vereist als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Zie hiervoor de volgende paragraaf.
1.5
Omgevingsvergunning voor afwijken van bestemmingsplan Om tot een vergunning te komen gaat de voorkeur uit naar een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan ex. artikel 2.1 lid 1 onder c. Op grond van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) moet het besluit tot afwijken van het bestemmingsplan een goede ruimtelijke onderbouwing bevatten. Voorliggend document bevat deze onderbouwing. Deze procedure is om de volgende redenen geschikt: 7
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
-
Geschiktheid locatie. De locatie is een gevolg van het provinciaal windenergiebeleid, waarbij een aanvulling van de opwekking van duurzame energie in de vorm van een drijvend zonnepark een geschikte en weloverwogen toevoeging is. Daarnaast wordt het zonnepark aangesloten op de reeds bestaande netaansluiting van het Windpark Krammer. Het voornemen om deze netaansluiting dubbel te gebruiken is praktisch, duurzaam en kostenbesparend. Door zonneen windenergie te combineren en te concentreren op een bepaalde locatie wordt tevens getracht het overige landschap in de provincie te vrijwaren van duurzame energie-installaties.
-
Provinciale verordening. Ontwikkeling van een drijvend zonnepark is op deze locatie mogelijk conform de provinciale verordening, waarin ontwikkeling van zonne-energie gestimuleerd wordt (vastgesteld op 21-09-2018). Om verstening/versnippering tegen te gaan hebben gebieden aangrenzend aan gronden bestemd voor infrastructuur, nutsvoorzieningen, stortplaatsen of windenergie de voorkeur. Zonne-energie opstellingen op water zijn toegestaan indien er geen significante negatieve effecten zijn op de natuur, recreatie of visserij.
-
Eén procedure. Het volgen van één procedure (omgevingsvergunning voor afwijken) heeft in de communicatie naar belanghebbenden het voordeel dat het een overzichtelijke procedure is.
-
Inspraak. Ook in de voorgestelde procedure heeft eenieder de mogelijkheid om inpsraak te leveren in de procedure behorende bij de omgevingsvergunning voor afwijken. Dit kan door middel van het indienen van een zienswijze. Tevens is het mogelijk om een beroepsprocedure te starten.
Het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning is (na overdracht van bevoegdheid) het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente SchouwenDuiveland. Aangezien het een afwijking van het bestemmingsplan betreft, dient de gemeenteraad te worden geraadpleegd en dient zij in te stemmen met de ontwikkeling door middel van een zogeheten ‘verklaring van geen bedenkingen’. De omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor een bepaalde tijd, te weten een periode van 30 jaar vanaf start exploitatie. 1.5.1
Relatie met omgevingswet Het is het voornemen om een ontwerp omgevingsvergunning voor het Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen in ontwerp te publiceren voordat de Omgevingswet inwerking treedt (naar verwachting 1 juli 2022). Daarmee valt deze procedure onder de overgangsregeling waarmee de huidige wetgeving van toepassing is.
8
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
1.6
Conclusie goede ruimtelijke ordening In de voorliggende ruimtelijke onderbouwing is de voorgenomen realisatie en exploitatie van het drijvende zonnepark getoetst aan het ruimtelijk beleid en het beleid en de normstelling ten aanzien van relevante sectorale aspecten. Uit de toetsing blijkt het volgende: -
-
-
De beoogde ontwikkeling is in lijn met het rijks-, provinciaal en gemeentelijk ruimtelijk beleid en draagt bij aan het behalen van rijks-, provinciale en gemeentelijke klimaatdoelstellingen; De beoogde ontwikkeling is zorgvuldig landschappelijk ingepast en wordt middels de reeds bestaande netaansluiting van het Windpark Krammer aangesloten op het regionale eletriciteitsnetwerk; Het drijvende zonnepark heeft geen significant nadelige effecten op natuur en recreatie; De diverse omgevingsaspecten staan de uitvoering van het project niet in de weg, ze worden juist versterkt; De uitvoerbaarheid van het project is zeker gesteld door middel van een overeenkomst tussen Windpark Krammer BV (welke de voorovereenkomst voor de gronden gegund hebben gekregen van De Staat) over het gebruik van de gronden en bestaande netaansluiting.
Geconcludeerd wordt dat het project voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. Na uitvoering van het project is sprake van een goede ruimtelijke situatie. Het verhaal van (plan)kosten en eventuele planschade wordt zeker gesteld door middel van een anterieure overeenkomst tussen bevoegd gezag en Zeeuwind en Deltawind.
1.7
Leeswijzer Hoofdstuk 2 van voorliggende ruimtelijke onderbouwing bevat een beschrijving van het project. In Hoofdstuk 3 zijn de beleidskaders geschetst. De sectorale aspecten komen in Hoofdstuk 4 aan bod. Per aspect is een samenvatting van het toetsingskader opgenomen en zijn de resultaten van de toetsing van het project aan het betreffende kader weergegeven. Tot slot is in Hoofdstuk 5 de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het project onderbouwd.
9
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
Hoofdstuk 2 Projectbeschrijving
10
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
2.1
Projectgebied Het projectgebied is gelegen op de Hoog- en Laagbekken van de Krammersluizen in de zuidwestelijke delta. Deze locatie maakt deel uit van Buitgengebied SchouwenDuiveland en is daarnaast aangewezen als inpassingsgebied voor ‘Windpark Krammer’. Het Krammersluizencomplex bestaat uit twee duwvaarsluiten voor beroepsvaart en twee kleinere jachtensluiten voor de recreatievaart. Aan de westzijde van het complex ligt het Natura2000-gebied Oosterschelde en aan de oostzijde het Natura2000gebied Krammer/Volkerak. Functies van het Krammersluizencomplex zijn: veilige en versnelde doorvaart tussen verschillende waterpeilen en het scheiden van het zoete water uit het Krammer-Volkerak-Zoommeer van het zoute water uit de Oosterschelde. Dit wordt gedaan door het zoute water in de sluizen te vervangen voor zoet water en vice versa. Het Hoog- en Laagbekken, gelegen ten zuiden van de duwvaartsluizen en omringd door dijken, zijn twee waterreservoirs die via pompen met elkaar in verbinding staan en op een constant peil gehouden worden. Het Hoogbekken fungeert momenteel als zoutwaterbron, maar zal na renovatie in 2024-2025 zijn functie verliezen. Het Laagbekken fungeert als nivellering van de Krammersluizen en de kade biedt daarnaast een waterkerende functie tegen de Oosterschelde.
De kade, gevormd door de Philipsdam bevindt zich noordoostelijk van het Laagbekken en scheidt daarmee het Volkerak-Zoommeer in het oosten van de Oosterschelde in het westen. Het Laagbekken in combinatie met de Philipsdam zorgen voor een afscheiding tussen Sint Philipsland en Schouwen-Goeree en beschermen het achterliggende gebied tegen het water van de Zijpe (aftakking van de Oosterschelde). Zie Figuur 3.
Figuur 3
Ligging projectgebied (rood omkaderd)
11
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
Het Laagbekken is in zijn geheel onderdeel van de beschermingszone van de waterkering. De functies van het Laagbekken in acht nemende zal het zonnepark dus gerealiseerd worden aan de binnenzijde van de waterkering in de beschermingszone. Voor het Hoogbekken geldt dat de noordzijde onderdeel uitmaakt van de kernzone van de Philipsdam en dus een waterkerende functie heeft. Het zonnepark zal buiten deze beschermingszone geplaatst worden om waterveiligheid te waarborgen. Zie Figuur 4. Figuur 4
Verdeling zones Hoog- en Laagbekken. Bron: ‘Drijvend zonnepark Krammersluizen (Laag- en Hoogbekken)’. RoyalHaskoningDHV, 2020.
Tussen 2016 en 2019 is Windpark Krammer, bestaande uit 34 windturbines aangelegd rondom het Krammersluizencomplex, op de Philipsdam en de Grevelingendam. Door een drijvend zonnepark te realiseren op een een locatie met reeds aanwezige windturbines, kan een open karakter in de rest van de gemeente worden behouden. Naast het behouden van een open karakter, wordt het zonnepark aangesloten op het reeds bestaande 150/33 kV transformatorstation van Windpark Krammer. Dit is ten eerste zeer praktisch, maar is daarnaast ook erg duurzaam. Verder is er een recreatiestrand gelegen aan de zuidoostzijde van het Laagbekken. Deze recreatieve functie van het Laagbekken zal verder worden uitgewerkt in paragraaf 2.4.
2.2
Toelichting project De bruto oppervlakte van het projectgebied van het Hoog- en Laagbekken tezamen bedraagd circa 86 hectare. De netto-oppervlakte waar plaatsing van de 12
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
zonnepanelen mogelijk is, is kleiner doordat een aantal randvoorwaarden zijn gesteld (zie hiervoor paragraaf 2.3.1). De oriëntatierichting van de zonnepanelen (oost-westelijk en/of zuid) wordt in een later stadium bepaald, maar de potentiele alternatieven worden behandeld in paragraaf 2.3.1. De bedekkingsgraad zal ca. 40% zijn, wat overeenkomt met ca. 34,3 ha. Zie Figuur 5 voor een overzichtstekening van het beoogde detailontwerp (Bijlage A1). Op het Hoogbekken worden 2 clusters met drijvende zonnepanalen aan de noordkant gepositioneerd en 1 cluster met drijvende zonnepalenen aan de zuidkant van het bekken. De clusters worden gevormd door zogenaamde ‘blokken’. Het totale oppervlak van de drijvende zonnepalen zal ca. 15,6 ha (38% bedekking) (zie Figuur 6, Bijlage A2). Op het Laagbekken worden 3 clusters van drijvende zonnepanelen voorzien. Het totale oppervlak zal ca. 18,7 ha (42% bedekkingsgraad) zijn (Figuur 7, Bijlage A3). Met het beoogde zonnepark wordt naar verwachting circa 40.000 MWh per jaar opgewerkt. Met deze omvang produceert het zonnepark op de beoogde locatie jaarlijks een hoeveelheid stroom die gelijk is aan het gemiddeld verbruik van ruim 12.100 huishoudens1. Figuur 5
Overzichtstekening detailontwerp zonnepark op het Hoog- en Laagbekken. Bron: Encon.
1
Uitgaande van stroomverbruik van een gemiddeld huishouden van 3.300 kWh/jaar en 1000 vollasturen zonne-energie op jaarbasis.
13
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
Figuur 6
Overzichtstekening detailontwerp Hoogbekken. Bron: Encon
Figuur 7
Overzichtstekening detailontwerp Laagbekken. Bron: Encon
2.3
Opstelling Er is gekozen om het ontwerp van het drijvende zonnepark in het kader van de vergunningaanvraag zo generiek en universeel mogelijk te houden. Achterliggende gedachte hierbij is dat na het verkrijgen van de vergunningen, de vrijheid bestaat om
14
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
te kiezen voor eventuele toekomstige en vernieuwende drijfsysteemconcepten. In het kader van de vergunningsaanvragen wordt uitgegaan van ‘worstcase-scenario’ontwerp. Eventuele toekomstige alternatieven zijn daarmee altijd gunstiger dan dit ontwerp. Het ‘worstcase-scenario’ houdt in dat er wordt uitgegaan van het zwakste drijfsysteem met de meeste ankers en een niet geïntegreerd en daardoor zichtbare elektrische infrastructuur. 2.3.1
Ontwerp layout Voor het ontwerp zijn twee drijvende systeemtypes met betrekking tot de generieke bouwblokken geselecteerd. Het gaat hierbij om het Fabrikant B systeem welke bestaat uit grote blokken met vaste afmetingen (100 x 150 m) en het Fabrikant A modulaire systeem, welke kan variëren qua afmetingen. Voor de ontwerpen is in het kader van de universaliteit van de blokafmetingen uitgegaan van ca. 100 x 150 m voor beide systemen. Het drijfsysteem waarop de bouwblokken worden bevestigd wordt in een later stadium gekozen. Zie Figuur 8 voor een detailontwerp van de layout. Voor het ontwerp van het drijvende zonnepark zijn de volgende randvoorwaarden van toepassing: ➢ Bruto oppervlakte bedekkingsgraad van beide bekkens bedraagt ≤50%; ➢ Een afstand van minimaal 25 meter tussen de PV-installatie (incl. ankers) en de waterlijn; ➢ Een afstand van minimaal 100 meter tussen de PV-installatie en het strand (oostzijde Laagbekken); ➢ Geen zonnepanelen en/of ankers bij de in- en uitgangen van de sluizen; De definitieve oriëntatierichting van de zonnepanelen (oost-westelijk en/of zuidelijk) zal in een later stadium gekozen worden. De volgende mogelijke alternatieven staan onder optie: 1. Fabrikant A, Oost-west orientatie met een oppervlakte per blok van ca. 1.5 ha. (zie Figuur 8). 2. Fabrikant A, Zuid orientatie met een oppervlakte per blok van ca. 1.5 ha. (zie Figuur 9). 3.
Fabrikant B, Oost-west orientatie met een oppervlakte per blok van ca. 1.5 ha. (zie Figuur 10).
15
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
Figuur 8
Detail ontwerp Fabrikant A oost-westelijke oriëntatie
Figuur 9
Detail ontwerp Fabrikant A zuidelijke oriëntatie
16
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
Figuur 10
Detail ontwerp Fabrikant B oost-westelijke oriëntatie
2.3.2
Verankering Aangezien er een afstand van 25 meter tussen de waterlijn en de PV-installatie moet worden gewaarborgd, wordt bodemverankering toegepast. Klapankers en schroefankers hebben de voorkeur als verankering voor het beoogde drijvende zonnepark. Klapankers Klapankers zijn geschikt voor alle bodemsoorten en worden door middel van trillingen in de bodem gebracht. Daarna wordt de trekstang teruggetrokken, waarna het anker kantelt en loodrecht op de trekstang komt te staan. De stang van het klapanker heeft een beperkte diameter en het bevestigingsoog steekt niet ver boven de waterbodem uit, waardoor er een zeer geringe invloed is op de stroming en morfologie van de bodem. Deze ankers zullen permanent in de bodem aanwezig zijn. Daarnaast dient bij keuze voor dit type verankering rekening te worden gehouden met dijkveiligheid in verband met de trillingen tijdens het plaatsen. Schroefankers De verankeringsmethode met schroefankers is zeer geschikt voor zandgrond en wordt trillingsarm in de grond vastgezet. Verschillende systemen zijn op de markt, waarbij de draagkracht van de ondergrond de inbrengdiepte bepaald. De stang van het schroefanker heeft een beperkte diameter en steekt niet ver boven de waterbodem uit, waardoor er een zeer beperkte invloed is op de stroming en morfologie van de bodem.
Ankergeometrie Aangezien de bekkens verschillende diepten en wisselende waterstanden hebben, is het van groot belang deze informatie mee te nemen voor de
17
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
verankeringsgeometrie. Hierbij is rekening gehouden met de volgende zaken: alle ankerlijnen zijn maximaal uitgerekt bij de hoogste waterstand, de ankerhoek is 30° bij de hoogste waterstand en de rek in de ankerlijn is maximaal 8%. De afstand tussen de bodemankerpunten en de blokken dient minimaal 15 meter te zijn waarvan de buitenste ankerpunten 25 meter uit de waterlijn geplaatst worden. De zonnepaneelblokken moeten dus 40 meter uit de waterlijn blijven. Er zal randverankering worden toegepast, waarbij de ankerlijnen van de verschillende clusters elkaar niet kruisen. Dit betekent dat er een minimale afstand van 30 meter tussen de verschillende clusters zal worden gehouden 2.3.3
Elektriciteit Het zonnepark op het Hoog- en Laagbekken zal worden aangesloten op het reeds bestaande gesloten distributiesysteem van Windpark Krammer. De bekabeling van de 6 transformatorstations wordt MS-zijdig aan elkaar gekoppeld, waarbij 1 kabel de 3 transformatorstations van het Hoogbekken en 1 kabel de 3 transformatorstations van het Laagbekken naar het schakelstation geleid wordt. Dit station wordt aangesloten op de hoogspanningstransformator van Windpark Krammerbij een spanningsniveau van 33 kV. Zie Figuur 11. Onder de Krammersluizen liggen boringen welke op één na allemaal gebruikt worden door het windpark. De overige boring zal worden gebruikt voor het zonnepark, echter zal dit kunnen zorgen voor thermische beïnvloeding. Op dit moment wordt er onderzoek gedaan naar mogelijkheden voor de ophoging van de aansluitcapaciteit.
Figuur 11
Voorbeeldontwerp van elektrische infrastuctuur door Encon. Gele lijnen zijn middenspanning. T1T6 zijn transformatorstations, SCH is schakelstation, HS is hoogspanningsstation Windpark Krammer. Bron: Encon
18
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
De transformatoren moeten een aansluitcapaciteit van circa 6,5 MVA en een netspanning van 33 kV hebben. De maximale afmeting van de stations is 8,0 x 2,5 x 2, 9 m (l x b x h) welke past in een 30ft high cube container (9,1 x 2,5 x 2,9 m). Daarnaast zullen er circa 26-31 stringomvormers geplaatst worden per transformatorstation met een vermogen van circa 200 kW per stuk. De transformator en omvormers zullen aan de rand van de clustereilanden geplaatst worden indien gekozen wordt voor het Fabrikant A systeem. Bij het Fabrikant B systeem zijn de transformator en omvormers in het drijvende clustereiland gebouwd. Zie Figuur 12. Figuur 12
Detailontwerp van het transformatorstation met omvormers. Bron: Encon
2.4
Ruimtelijke en landschappelijke inpassing Landschappelijke inpassing Ten behoeve van het aspect landschappelijke inpassing is er zoveel mogelijk gekeken naar de huidige structuren en kenmerken van het landschap. De belangrijkste uitgangspunten bij de inpassing van een zonnepark zijn de balans tussen inpassen van het (drijvende) zonnepark en het behouden van de kwaliteiten en huidige functie van het Krammersluizencomplex. De realisatie van een drijvend zonnepark gebeurt binnen een gebied waarin de opwekking van duurzame energie al sterk aanwezig is in het landschap. Op de kades en dijken van zowel het Hoog- als het Laagbekken zijn reeds windturbines aanwezig van Windpark Krammer. Door het plaatsen van het drijvend zonnepark nabij deze windturbines op het Hoog- en Laagbekken wordt één van de huidige functies van de locatie kracht bijgezet; het opwekken van duurzame energie. Recreatie Aan de oostzijde van het Laagbekken ligt het Krammersluis Laagbekken Badstrand, een zandstrand met (kiezel)stenen van ca. 290 m lang en 5 m breed. Aangrenzend
19
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
is een ligweide van ca. 30 m aanwezig waar 50 – 100 badgasten gebruik van maken op een drukke zomerse dag2. Om de functie van zwemlocatie bij het Laagbekken zo goed als mogelijk te behouden, worden de zonnepanelen op een afstand van minimaal 100 meter van het strand gepositioneerd. Daarnaast zal er geen negatief effect op de zwemwaterkwaliteit zijn.
2
https://register.zwemwater.nl/zwr/api/files/6046310
20
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
Hoofdstuk 3 Beleidskader
21
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
3.1
Inleiding In dit hoofdstuk wordt het relevante planologische beleidskader beschreven vanuit het Rijk (paragraaf 3.2), de provincie Zeeland (paragraaf 3.3) en de gemeente Schouwen-Duiveland (paragraaf 3.4). Het initiatief om een drijvend zonnepark te realiseren wordt in dit hoofdstuk aan het beleidskader getoetst. De resultaten van de toetsing staan in paragraaf 3.5.
3.2
Rijksbeleid De Raad en het Europees parlement hebben richtlijn 2009/28/EG vastgesteld op grond waarvan Nederland wordt verplicht om in 2020 14% van het totale bruto eindgebruik aan energie op te wekken met behulp van hernieuwbare bronnen. Deze richtlijn vormt de basis voor het rijksbeleid ten aanzien van de opwekking van duurzame energie. Op 28 juni 2019 is het nationale Klimaatakkoord gepubliceerd door het kabinet. Het doel is om ten minste 49% minder CO2 uit te stoten in 2030 ten opzichte van 1990. In 2050 moet dit 95% minder zijn. De uitwerking van deze doelstellingen wordt uitgevoerd in energiestrategieën (RES), waarin de plannen per regio worden uitgewerkt. De regio Zeeland heeft de RES 1.0 gepubliceerd, zie paragraaf 3.3. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In de NOVI schetst het Rijk een lange termijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van een duurzame leefomgeving in Nederland. Daarbij wordt een integrale benadering voorgesteld, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties en met meer regie vanuit het Rijk. In de NOVI worden de nationale belangen en opgaven in de fysieke leefomgeving vertaald naar prioriteiten, waarbij prioriteit 1 van de NOVI luidt: ‘Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie’.
Ten aanzien van de productie van duurzame energie (door windturbines, eventueel in combinatie met zonnevelden) wordt in het NOVI een voorkeur voor grootschalige clustering van duurzame energieproductie meegegeven. Daarbij is het wel van belang dat er een afweging wordt gemaakt tegenover andere relevante waarden zoals landschap, nationale veiligheid, natuur, cultureel erfgoed, water en bodem en draagvlak. Een natuur inclusief ontwerp en beheer van het park is hierbij van belang om verstoring of aantasting van natuur en biodiversiteit zoveel mogelijk te voorkomen. Ook moeten bewoners van een gebied worden betrokken, participeren in het project en waar mogelijk meeprofiteren.
22
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
3.3
Provinciaal beleid Zeeland Omgevingsvisie Zeeland In de omgevingsvisie Zeeland (vastgesteld 21-09-2018) beschrijft de Provincie Zeeland de lange termijn doelstellingen, geeft invulling aan strategische opgaven en schetst hoe de provincie er in 2040 uit moet komen te zien. De omgevingsvisie focust op een balans tussen vier strategische opgaven: Duurzame en concurrerende economie, beleid voor Klimaatbestendige en neutrale samenleving, Waardevolle leefomgeving en als laatste het beleid voor de Toekomstbestendige bereikbare woon-, werk en verblijfsomgeving. Daarnaast biedt het omgevingsplan de ruimte om per gebied een passend beleid te hanteren en zal het plan gewijzigd worden indien nodig om anticipatie op veranderingen te bevorderen. Er wordt ruimte gereserveerd voor de opwekking van duurzame energie om de afspraken uit het energieakkoord na te komen. De ambitie van de Provincie Zeeland is om de eigen elektriciteitsbehoefte te dekken met de opwek van duurzame energie. Om dit te behalen dient de productie van 4 PJ naar 100 PJ te gaan. Voorkeur voor het plaatsen van zonnepanelen is op daken. Echter zijn ook aanvullende plaatsen benodigd om de doelstelling te behalen.
Aanvullende ruimte voor de realisatie van grootschalige zonne-energie wordt gegeven aan gebieden gecombineerd met andere functies zoals bijvoorbeeld windturbineparken, dijken, nutsvoorzieningen en vaar en/of spoorwegen en op water. Deze aanpak zorgt voor zorgvuldig ruimtegebruik, behoud van gronden in het buitengebied en het behoud van de omgevingskwaliteit. Voor zon op water geldt dat er geen negatieve effecten mogen zijn voor recreatie en visserij. Kaderstellende hoofdlijnen met betrekking tot beleid wordt opgesteld door de provincie, maar het verdere beleid verloopt via gemeenten. Provinciale Omgevingsverordening In de provinciale Omgevingsverordening 2018 (vastgesteld 21-09-2018) worden voorwaarden gesteld die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving op het gebied van ruimtelijke ordening, mobiliteit, milieu, natuur water en bodem. Voor het projectgebied geldt Afdeling 2.4 Duurzame Energie, artikel 2.9 Zonne-energie. Hierin staat beschreven dat een opstelling voor zonne-energie toegestaan wordt buiten bestaand stedelijk gebied indien het gebied op of aan gronden grenst met een bestemming zoals infrastructuur, nutsvoorzieningen, stortplaats en/of een concentratielocatie voor zonne- of windenergie.
Daarnaast wordt beschreven dat zonne-energie op water buiten bestaand stedelijk gebied wordt toegelaten indien er geen significant negatieve effecten optreden voor natuur, recreatie en visserij. In september 2021 heeft de Ontwerp Omgevingsverordening Zeeland 2021 ter inzage gelegen. In dat ontwerp zijn geen noemenswaardige wijzigingen opgenomen t.a.v. zonne-energie binnen het projectgebied. Regionale Energiestrategie Zeeland (RES 1.0) De Provincie Zeeland wil de doelstelling van het klimaatakkoort van Parijs behalen en hier een bijdage aan leveren. De ambitie voor 2030 is om minimaal 11 PetaJoule (3 TWh) duurzame energie op te wekken en ten minste 1000 MW opgesteld vermogen aan zonne-energie te hebben gerealiseerd. De RES 1.0 van de Provincie Zeeland werd in februari 2020 gepubliceerd, waarin energieaanbod en vraag, de provinciale situatie en een integrale duurzame visie zijn verwerkt. Voorkeur wordt
23
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
gegeven aan een gecombineerde opstelling met bijvoorbeeld windturbines, glastuinbouw, bedrijfsterreinen, infrastructuur, bebouwing of op water. Per gemeente is een specifiek beleid uitgewerkt in de RES voor wind- en zonneparken. De gemeente Schouwen-Duiveland wil 16% van de gebruikte energie duurzaam opwekken, waarbij de gemeente vooral voorkeur heeft voor zon op daken. Echter is deze doelstelling niet geheel te behalen met enkel zonnepanelen op daken, dus zal extra zon op water en zon op land benodigd zijn. Bij realisatie van deze projecten worden de belangrijke ruimtelijke aspecten en kwaliteiten van het eiland niet uit het oog verloren.
3.4
Gemeentelijk beleid Schouwen-Duiveland Energie-agenda Schouwen-Duiveland In 2017 is de eerste eilandelijke energieagenda van Schouwen-Duiveland vastgesteld voor de periode 2018-2023. In deze agenda is de ambitie uitgesproken om in 2040 energieneutraal te zijn. Daarnaast noemt de gemeente haar concrete doelen: in 2023 3% minder energie gebruik dan het huidige gebruik van ca. 4000 TJ en 16% (landelijke norm) van de gebruikte energie duurzaam opwekken. Voor de uitvoering zijn randvoorwaarden opgesteld op het gebied van communicatie, ruimtelijke componenten, financiëring en regie- uitvoeringsstructuur. Er zijn twee delen gepubliceerd van de Energieagenda. Het eerste deel rangschikt alle projecten die tussen 2018 en 2023 worden opgepakt en/of uitgevoerd en brengt in beeld wie, wat en wanneer gaat doen. Het tweede deel is een toelichtend begeleidend visierapport waarin de ambitie en stand van zaken worden benoemd, welke vertaald zijn in doelen, projecten en komende acties. De rol van de gemeente is hierin actief, ondersteunend, verbindend en faciliterend. De voorkeur voor opwek van zonne-energie gaat uit naar zon op daken. Echter is gesteld dat hiermee de doelstelling niet behaald kan worden. Daarom zijn er andere aanbevelingen gedaan, waarbij de waterbekkens van het Krammersluizencomplex zijn aangewezen als pilots voor Zon op Water.
3.5
Conclusie beleidskader De ontwikkeling van het zonnepark op het Hoogbekken en Laagbekken is wenselijk vanuit het rijks-, provinciaal- en regionaal belang. De locatie past binnen het beleid. In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op de verschillende sectorale aspecten.
24
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
Hoofdstuk 4 Sectorale onderzoeken
25
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
4.1
Inleiding In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de sectorale aspecten die relevant zijn voor de ontwikkeling van het zonnepark. Per aspect zijn de resultaten van de toetsing van het project aan het betreffende beleidskader weergegeven.
4.2
Bodem
4.2.1
Toetsingskader Volgens artikel 3.1.6 van het Besluit op de ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan of project rekening te worden gehouden met de kwaliteit van de bodem. Er dient te worden gekeken naar de kwaliteit en geschiktheid van de bodem voor de beoogde nieuwe functie.
4.2.2
Onderzoek De bodemopbouw van zowel het Hoogbekken als het Laagbekken is bepaald. Hiervoor is gebruik gemaakt van het onderzoek van RoyalHaskoning (Bijlage C) welke gebruik gemaakt heeft van de reeds beschikbare sonderingen en boringen uit het archief van NITG-TNO. Laagbekken De waterbodem bevat geen stortgrond. De aangetroffen bodemopbouw op waterbodemniveau (-3,5-7,5m NAP) bevat voornamelijk fijn tot matig grof zand. Tot ca. NAP -18m is overwegend zand aanwezig, behorend tot de geologische Formatie van Naaldwijk (Laagpakket van Walcheren). Dieper dan NAP -18m, is er ook klei en kleiig zand gevonden, behorende tot de geologische Formatie van Waalre. De kade van het Laagbekken bestaat uit zand, dat gewonnen is bij de ontwikkeling van het Krammersluizencomplex. Het talud is ca. 50 meter breed en bestaat uit twee gedeeltes: het eerste talud tussen NAP +1,0m en NAP -3,25 met een helling van 1:4. Hier is 0,25m stortsteen geplaatst op de natuurlijke zandondergrond. Het tweede betaat uit de berm op NAP -3,25 m en het talud tot waterbodemnuveau met een helling van 1:6 bestaande uit zandondergrond. Hoogbekken De waterbodem bevat enkel stortgrond bij het in- en uitstroomkanaal. De grondsoort op waterbodemniveau (-4,0 m NAP) bevat voornamelijk matig fijn tot matig grof zand, waarbij de bodem van het westelijke deel van het Hoogbekken voornamelijk uit fijn zand bestaat.
Daarnaast is er plaatselijk een ondiepe veenlaag van enkele decimeters dik aangetroffen. Tussen NAP -15 en -25 m bevatten de bodemlagen vooral fijn zand en kleiig zand, maar matig fijn tot grof zand is voornamelijk aanwezig. Het talud van het Hoogbekken bestaat uit natuurlijk zand en is ca. 35 meter breed. Het talud tot NAP -1,25 m bevat 0,25 m stortsteen, maar het lagergelegen talud niet.
26
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
Kritische zones Kritische/niet kritische zones worden bepaald aan de hand van erosiegevoeligheid, draagkracht van de bodem en de nabijheid van een waterkering. De kernzone van de primaire waterkering ligt bij het Hoogbekken langs de gehele noordelijke rand en in het Laagbekken langs de zuidwestelijke rand en bij de sluis in/uitstroom. Zie Figuur 4 en Bijlage C. Belangrijk gegeven voor erosiegevoeligheid is dat fijn zand sneller erodeert dan grover zand en klei. Naast de samenstelling is ook de stroomsnelheid van belang om de erosiegevoeligheid te bepalen. Voor fijn zand ligt de kritische zone (grote kans op erosie) bij een stroomsnelheid > 0.4 m/s. Voor matig grof/medium, klei en veen ligt deze grens bij > 1m/s en voor bestorting is dit > 2m/s. De stroomsnelheid is het hoogst bij de laagste waterstand, aangezien het bekken dan leeg is en er water in/uitstroomt. De snelheid in het Hoogbekken is in deze situatie tussen 0,01 – 0,07 m/s en in het Laagbekken 0,08 – 0,87 m/s. Voor het Hoogbekken geldt dat er geen kritische zones zijn met betrekking tot erosie. Aangezien de stroomsnelheid bij het in- en uitstroompunt naar de Krammersluis van het Laagbekken hoger is dan 0,4 m/s, wordt dit stuk als kritische zone aangemerkt. Deze locatie is dus erosiegevoelig. De draagkracht van de grond wordt bepaald door de aanwezige lagen en de mate van schuiven van de ondergrond.
Zandgrond heeft de hoogste draagkracht, doordat het een hoge schuifweerstand, hoog volume gewicht heeft en daarnaast weinig samendrukbaar is. Klei- en veenbodems hebben een lage draagkracht. Aangezien het Hoog-en Laagbekken vooral zandgrond bevat, hebben deze een hoge draagkracht. Op basis van bovengenoemde aspecten is de haalbaarheid van het zonnepark getoetst. Zoals eerder aangegeven zal er gebruik worden gemaakt van bodemverankering (schroef- of klapankers), aangezien deze passen bij een zandbodem en de daarbijbehorende draagkracht. De zonnepanelen zullen geplaatst worden in zone H1 van het Hoogbekken en zone L1 van het Laagbekken. Zoals te zien in Figuur 13 is H1 groen gekleurd, wat betekend dat het initiatief haalbaar is zonder negatieve effecten op de waterkering en erosie, door de lage stroomsnelheid (0,1 m/s). L1 is geel weergegeven, betekende dat het project haalbaar wordt geacht, indien rekening wordt gehouden met de beschermingszone van de waterkering. Erosiegevoeligheid is hier echter wel laag door de lage stroomsnelheid. (<0,30 m/s)
27
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
Figuur 13
Haalbaarheid en risico’s. Bron: RoyalHaskoning 2020
4.2.3
Conclusie Op basis van bovengenoemd onderzoek kan er worden geconcludeerd dat er geen negatieve effecten zullen zijn op de bodemkwaliteit van het Hoogbekken en het Laagbekken indien rekening gehouden wordt met de waterkering. Aangezien de PVpanelen op een afstand van minimaal 25 meter van de waterlijn worden geplaatst en er geen bebouwing/verankering in de taluds zal plaatsvinden, zal er geen effect zijn op de waterkering. Het aspect bodemkwaliteit staat de uitvoering van het project dus niet in de weg.
4.3
Water
4.3.1
Toetsingskader Voor het realiseren van een drijvend zonnepark kunnen er op grond van de Waterwet twee besluiten aan de orde zijn. De eerste is aan de orde wanneer een projectplan uitgevoerd wordt door of namens de beheerder Rijkswaterstaat. De tweede is aan de orde indien werkzaamheden door derden worden uitgevoerd. In het laatste geval is een watervergunning benodigd. Echter dient voor beiden een toetsing plaats te vinden aan de doelstellingen van de Waterwet, artikel 2.1 Wtw (waterkwantiteit, waterkwaliteit, scheepvaart, natuur, visserij en recreatie).
4.3.2
Onderzoek De ecologische waterkwaliteit wordt getoetst aan het Toetsingskader waterkwaliteit (Bijlage B1), wat overeenkomt met een toetsing aan de Kaderichtlijn Water (KRW)-eisen. De chemische waterkwaliteit wordt getoetst aan de 28
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
emissie/imissietoets. Deze toetsing is echter niet aan de orde voor dit project, aangzien er geen puntlozingen van stoffen worden verwacht. Veldbemonsteringen van het Hoogbekken zijn genomen op 06-09-2018 om elementen van de KRW te onderzoeken, hieronder vallen voor dit project: biologische kwaliteitselementen en ondersteunende fysisch-chemische parameters. Om de effecten van het te realiseren zonnepark in te schatten, zijn specifieke berekeningen gemaakt met een 3D hydrodynamisch en waterkwaliteitsmodel in Delft-3D voor verschillende scenario’s, waarin rekening is gehouden met bathymetrie, algensoorten en omvang en ligging van het zonnepark. Voor elk alternatief zijn veranderingen berekend aan de hand van de volgende indicatoren: waterplanten, temperatuurregime, primaire producenten (fytoplankton), verzadigingspercentage zuurstof en zichtdiepte. De resultaten zijn weergegeven in Tabel 1 en zijn voortkomend uit het onderzoek van Deltares (Bijlage B2). Tabel 1
Resultaten waterkwaliteit Hoogbekken en Laagbekken bij verschillende scenario’s (bedekking en lichtdoorlatendheid
Variant
HB1
HB2
HB3
LB1
LB2
LB3
Bekken
Hoogbekken
Hoogbekken
Hoogbekken
Laagbekken
Laagbekken
Laagbekken
PV bedekking
38%
50%
50%
30%
46%
46%
Lichtdoorlatendheid
15%
25%
15%
15%
25%
15%
Waterplanten
afname
afname
afname
geringe afname
geringe afname
geringe afname
Temperatuur
gelijkblijvend
gelijkblijvend
gelijkblijvend
gelijkblijvend
gelijkblijvend
gelijkblijvend
Primaire productie
lichte afname
lichte afname
lichte afname
lichte afname
lichte afname
afname
Algenbiomassa
geringe afname
geringe afname
geringe afname
lichte afname
lichte afname
afname
Chlorofyl-a
geringe toename
geringe toename
geringe toename
lichte afname
lichte afname
afname
Zuurstofconcentratie
geringe toename
geringe toename
geringe toename
geringe afname
gelijkblijvend
geringe afname
Zuurstofloosheid
gelijkblijvend
gelijkblijvend
gelijkblijvend
geringe afname
geringe toename
geringe afname
acceptabel
acceptabel
acceptabel
acceptabel
acceptabel
acceptabel
De bekkens behoren tot het KRW-waterlichaam van de Oosterschelde met KRWwatertype K2 – beschut polyhalien kustwater. De Oosterschelde heeft een opppervlakte van 36348 ha en Het Hoogbekken en Laagbeken hebben een gezamenlijke oppervlakte van ca. 86 ha, wat overeenkomt met 0,2% van het KRW-waterlichaam Oosterschelde. Een hogere bedekkingsgraad met zonnepanelen heeft een groter effect op de waterkwaliteit. De effecten die verwacht worden na plaatsing van het zonnepark ten opzichte van de huidige situatie zijn: 1. Afname van waterplanten door een afname in geschikt bodemoppervlak 2. Geen veranderingen ten opzichte van het temperatuurregime 3. Lichte afname in primaire productie, door een lichte/geringe afname van algenbiomassa als gevolg van een toename in lichtlimitatie in de onderste waterlagen. 4. Lichte chlorofyl-a toename in het Hoogbekken en een lichte afname in het Laagbekken. Dit verschil komt door een verandering in algensoorten. In het Hoogbekken zullen meer soorten komen, aangepast aan minder licht, welke meer chlorofyl-a bevatten. 29
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
5. Verandering in samenstelling van algensoorten; afname van diatomeeën in beide bekkens en verdwijnen van Nodularia in Laagbekken 6. Geringe toename in zuurstofconcentratie in het Hoogbekken en geringe afname in het Laagbekken. Er wordt niet verwacht dat perioden met zuurstofconcentraties <6 mg/l toenemen. 4.3.3
Conclusie De aanleg van het zonnepark in het Hoogbekken en Laagbekken zal geen effect hebben op het waterlichaam Oosterschelde of op het behouden/behalen van de doelen, omdat er enkel minimale veranderingen in de fysisch-chemische parameters en biologische kwaliteitselementen zullen plaatsvinden. Daarnaast is de oppervlakte van de bekkens relatief klein ten opzichte van het totale waterlichaam Oosterschelde. In het onderzoek naar waterkwaliteit is een ‘worstcase-variant’ beschouwd welke een hogere dekkingsgraad kent dan de voorgenomen situatie van een bedekking van 38% van het Hoogbekken en 42% van het Laagbekken. Op basis hiervan kan er met zekerheid worden geconcludeerd dat er geen negatieve effecten zullen zijn op de waterkwaliteit. Het aspect waterkwaliteit staat de uitvoering van het project niet in de weg.
4.4
Ecologie
4.4.1
Toetsingskader Wet natuurbescherming In de Wet natuurbescherming (Wnb) heeft het Rijk alle verplichtingen uit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn verwerkt. Hoofdstuk 2 gaat in op de bescherming van Natura2000-gebieden. Dit zijn speciale beschermingszoes op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Het ‘beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn’ staat in § 3.1, het ‘beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn’ in § 3.2 en het ‘beschermingsregime andere soorten’ in § 3.3. Hoofdstuk 4 bevat regels voor het verwijderen van bomen in houtopstanden. Daarnaast geldt een algemene zorgplicht op basis van art. 1.11 voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationaal natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten. Gebiedsbescherming Het onderdeel gebiedsbescherming vormt de invulling van de gebiedsbescherming van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en heeft als doel het beschermen en in stand houden van bijzondere gebieden in Nederland. De belangrijkste gebieden zijn Natura 2000-gebieden en beschermde natuurmonumenten.
Artikel 2.7 lid 2 Wnb bepaalt dat voor het realiseren van projecten die gelet op de instandhouingsdoelstellingen voor een Natura2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied significant verstoren of de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen verstoren een vergunning (van Gedeputeerde Staten) nodig is. Indien niet kan worden uitgesloten dat er verslechtering van habitats en/of verslechtering van soorten en/of een significant verstorend effect op soorten 30
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
waarvoor dat gebied is aangewezen optreedt, is een Passende Beoodeling noordzakelijk De aanvrager van de vergunning dient deze op te stellen. Verder kent het beschermingsregime van Natura2000-gebieden ‘externe werking’. Dat wil zeggen dat ook ingrepen die buiten de aangewezen gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken. Het effect van de externe werking van de ingreep dient getoetst te worden op de in het Natura2000-gebied voorkomende soorten en habitats. Daarnaast moeten de cumulatieve effecten van alle activiteiten en plannen die een effect hebben op dezelfde instandhoudingsdoelstellingen van de Natura2000-gebieden worden betrokken. Soortenbescherming Dit onderdeel is gericht op de bescherming van dier- en plantensoorten in hun natuurlijke leefgebied. De Wnb bevat onder meer verbodsbepalingen met betrekking tot het opzettelijk doden of vangen, en het aantasten, verontrusten of verstoren van beschermde dier- en plantensoorten, hun nesten, holen en andere voortplantings- of vaste rust- en verblijfsplaatsen. Per beschermingsregime gelden verschillende verboden. Voor soorten uit de Vogelrichtlijn geldt het volgende verbod: - Opzettelijk doden of vangen; - Opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen of eieren; - Opzettelijk storen van vogels (tenzij dit niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding).
Voor soorten uit de Habitatrichtlijn geldt het volgende verbod: - Opzettelijk doden of vangen; - Opzettelijk verstoren; - Beschadigen of vernielen van voortplantings- of rustplaatsen of eieren. Voor het beschermingsregime andere soorten geldt het volgende: - Opzettelijk doden of vangen; - Opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen. Gedeputeerde Staten kunnen vrijstelling en ontheffing verlenen van verboden indien er voor het project geen alternatief is, het project nodig is ter bescherming van een specifiek (per regime bepaald) algemeen belang en de maatregelen niet leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Voor de effecten op beschermde soorten wordt gekeken naar effecten in zowel de aanleg- als de exploitatiefase. Natuur Netwerk Nederland (NNN) Met het Natuur Netwerk Nederland (NNN) wordt beoogd om van bestaande en nieuwe natuur een goed functionerend netwerk te maken. Het ruimtelijk beleid voor het NNN is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden’ van het NNN. Op plannen, projecten of handelingen binnen het NNN is het ’nee, tenzij’- regime van toepassing. Vanaf 1 oktober 2012 is het ‘nee, tenzij’-regime vastgelegd in het Besluit algemene regelingen ruimtelijke ordening (Barro). 31
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
4.4.2
Procedure Voorafgaand aan de omgevingsvergunning van het drijvende zonnepark Hoog- en Laagbekken te Krammersluizen wordt de ontheffingaanvraag in het kader van de Wet Natuurbescherming ingediend (indien aan de orde), waarbij de ontheffingsaanvraag in het kader van de Wnb soortenbescherming is ingediend. Deze wordt voor specifieke soorten aangevraagd waarvoor verstoringen te verwachten zijn. Doordat de ontheffing in het kader van de Wnb voorafgaand aan de omgevingsvergunning aanvraag wordt ingediend (indien aan de orde), haakt de ontheffing- en vergunningaanvraag niet aan bij de omgevingsvergunningaanvraag.
4.4.3
Toetsing In het kader van de ruimtelijke onderbouwing zijn verschillende ecologische onderzoeken uitgevoerd om inzicht te verkrijgen in eventuele ecologische risico’s in het kader van het voorgenomen drijvende zonnepark bij de Krammersluzien. Daarnaast wordt inzicht gegeven of het beoogde voornemen haalbaar is met betrekking tot de natuurwetgeving en beleid (Wet natuurbescherming). De volgende onderzoeken zijn uitgevoerd en terug te vinden in Bijlage D: ➢ Rapport Duurzame energie Krammersluizen uitgevoerd door RoyalHaskoningDHV (2021). Deze studie heeft in kaart gebracht in hoeverre het Hoog- en Laagbekken een functie heeft voor vleermuizen en/of broed- en wintervogels. Hierna is bekeken of drijvende zonnepanelen negatieve effecten kunnen hebben op deze functies. Onderzoek naar broed- en wintervogels is ondersteund met 2 veldbezoeken in april-mei 2020 voor broedvogels en 3 veldbezoeken in november 2020 - januari 2021 (Bijlage D1). ➢ Notitie Zonnepanelen en vleermuizen bij de Krammersluizen uitgevoerd door RoyaldHaskoningDHV (2020). Deze studie heeft in kaart gebracht in hoeverre het Hoog- en Laagbekken een functie heeft voor vleermuizen. Hierna is bekeken of drijvende zonnepanelen negatieve effecten kunnen hebben op deze functie (Bijlage D2).
➢ Rapport Onderwaterleven waterbekkens Krammersluizencomplex: Ecologische quickscan van de biodiversiteit van bodemdieren en vissen uitgevoerd door Wageningen University & Research (2021). Deze ecologische quickscan is uitgevoerd om de vissen en ongewervelden in/op de bodem te inventariseren. Dit is gedaan door bodemdieren, vissen en kreeften te bemonsteren in de beide Bekkens op 4 dagen in juni 2020 (Bijlage D3).
4.4.4
Onderzoek en conclusie Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Het projectgebied van het beoogde drijvende zonnepark bij de Krammersluizen ligt niet in een Natura 200-gebied. Wel grenst het aan twee Natura2000-gebieden: de Oosterschelde in het westen en Krammer-Volkerak in het oosten. Deze nabijgelegen gebieden zijn aaangewezen voor beschermde habitattypen, Habitatrichtlijnsoorten, broedvogels en/of niet-broedvogels. Omdat het zonnepark buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden gerealiseerd wordt, is met zekerheid geen sprake van verlies van areaal van de beschermde habitattypen door ruimtebeslag. 32
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
Op 1 juli 2021 is de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering in werking getreden. Onderdeel van deze wet is de vrijstelling van vergunningsplicht voor het aspect stikstof voor bouw- sloop en eenmalige aanlegactiviteiten. De realisatie van het zonnepark valt onder de regeling van eenmalige aanlegactiviteiten met een permanent gebruik karakter, waardoor de activiteit met tijdelijke emissies op de lokale effecten niet hoeft te worden getoetst. Voor broedvogels geldt dat zowel het Hoog- als het Laagbekken geen geschikt broedbiotoop biedt, aangezien er geen enkele vorm van beschutting aanwezig is. Daarnaast is er geschikter biotoop aanwezig in de omgeving (Natura2000-gebieden) voor broedvogels. Wel heeft de omgeving van het Laagbekken tussen het Hoogbekken en de Philipsdam betekenis voor enkele struweel- en rietvogels. Echter gaat het hier enkel om terrestrische soorten. Op basis van deze kennis kunnen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van broedvogels worden uitgesloten. Het Hoog- en Laagbekken fungeert niet als slaapplaats voor wintervogels. Wel werden het Hoog- en Laagbekken gebruikt om te foerageren (Laagbekken in meerdere mate dan het Hoogbekken). Echter ging het hier om geringe aantallen vergeleken met tellingen uit nabijgelegen Natura2000-gebieden. Daarnaast bieden de omliggende gebieden geschikter foerageergebied.
De realisatie van het drijvende zonnepark zal daarom geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van wintervogels hebben. In het projectgebied komen vleermuizen voor (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, watervleermuis, meervleermuis en kleine dwergvleermuis). Dwergvleermuizen foerageren tijdens de migratieperioden boven riet- en struweelvegetaties bij wateroppervlakten, echter is deze soort vooral waargenomen achter de dijk ten noorden van het Laagbekken en bij het sluizencomplex. De meervleermuis en de watervleermuis foerageren relatief laag (± 0.5 meter) boven het wateroppervlak. Beiden zijn in kleine aantallen foeragerend waargenomen nabij het Laabekken. Echter foerageren zij vooral boven het zoete open water van de Plaat van de Vliet, aangezien dit geschikter foerageergebied biedt dan de bekkens. Aangezien er geschikter foerageeralternatief is in de omgeving voor de genoemde vleermuissoorten worden er geen negatieve effecten verwacht. Conclusie: met bovengenoemde onderzoeken is voldoende aangetoond dat er geen effecten optreden op Natura2000-gebieden en de daarbijhorende instandhoudingsdoelstellingen van aangewezen vogelsoorten en vleermuizen. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat er geen Passende Beoordeling en of Wnb-vergunningplicht aan de orde is.
Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) Het projectgebied ligt niet in Natuurnetwerk Zeeland (NNZ), waardoor ruimteverlies kan worden uitgesloten. Echter kent het NNZ externe werking indien nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden binnen 100 meter. De Plaat van de Vliet en het Slaak bevinden zich binnen 100 meter van het Laagbekken. Deze NNZ-gebieden behoren tot verschillende onderdelen en natuurdoeltypen: onderdeel N04 Stilstaande wateren met natuurdoeltype N04.04 Afgesloten Zeearm, N10 Vochtige schraalgraslanden, met natuurdoeltype N10.02 Vochtig hooiland en N11 Droge schraalgraslanden met natuurdoeltype N11.01 Droog schraalgrasland. Soortenbescherming
33
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
Ten tijde van het opstellen van dit document zijn nog niet alle gegevens beschikbaar. Mogelijk is een ontheffing nodig voor het overtreden van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming voor relevante vogelsoorten voor de bouwfase en mogelijk de exploitaitefase. Deze zal dan worden aangevraagd en staat de uitvoering van het project niet in de weg.
4.5
Landschap Tussen Noord-Beveland en Duiveland bevinden zich de wateren Volkerak en Grevelingen. Op de plek waar deze wateren bij elkaar komen krijgt het de naam Krammer. Twee bekkens van de Krammersluizen, die midden in bovengenoemde wateren zijn gelegen, vormen het projectgebied. De locatie waar het zonnepark is voorzien betreft een door de mens gemaakt waterwerk uit de tweede helft van de vorige eeuw. In de nabije omgeving is geen bebouwing aanwezig, derhalve is er op de projectlocatie geen sprake van cultuurhistorische waarde die negatief wordt beïnvloed. Het landschap rondom het projectgebied wordt gekarakteriseerd door grootschaligheid, een weids- en openheid, vlak, grootschalige structuren zoals dijken en met weinig historische gelaagdheid. Het is een grootschalig gebied waar drijvende zonnepanelen geen hinder vormen op het formaat van de omgeving. Aangezien de zonnepanelen nagenoeg platliggen op het water blijft het karakteristieke open landschap intact. Omdat de bekkens waar de panelen inkomen omringt worden door dijken, zullen deze ook niet snel zichtbaar zijn voor de omgeving. Daardoor er sprake is van minimale aantasting van de horizon. Dit alles zorgt ervoor dat er sprake is van minimale omgevingsaantasting.
4.5.1
Constructie Om de landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van het gebied te behouden is het aan te raden om maximaal 50% van de oppervlakte te vullen met de zonnepanelen installatie. Om het beeld niet te veel te verstoren zal de draagconstructie zo veel mogelijk uit het zicht worden geplaatst. Omdat de opstelling omringd is door dijken wordt het zicht vanuit de omgeving al voor een groot deel weggenomen.
4.5.2
Opstelling Om een voor het oog rustig beeld te creëren wordt er een aan een geschakeld patroon gehanteerd. Dit patroon is daardoor beter herkenbaar. De zonnepanelen worden strak uitgelijnd zoals weergegeven op de afbeelding hieronder.
34
Zonnepark Hoog- en Laagbekken Krammersluizen Ruimtelijke onderbouwing
Figuur 14
Uitlijning zonnepanelen opstelling
De oppervlakte van de zonnevelden van de twee bekkens moeten niet een te groot verschil kennen. Bij een te grote afwijking ten opzichte van elkaar onstaat er een onrustig beeld. De richting van de panelen worden bij voorkeur haaks of gelijk aan de dijken gesitueerd.
4.6
Overig
4.6.1
Archeologie In 1992 heeft Nederland het Verdrag van Malta ondertekend, welke archeologisch erfgoed op Europees niveau onderhoudt, met als doel behoud van erfgoed in situ. Deze verordening is de basis voor regionaal beleid voor archeologie. Provinciale randvoorwaarden toetst aantasting van archeologische waarden (IKAW en AMK) Het Beleidsplan van de gemeente Schouwen-Duivenland over archeologie betrekt de grotere wateren (en dus het Krammersluizencomplex) hier niet in. Aangezien de dammen, sluizen en bekkens door mensen zijn aangemaakt, is de archeologische verwachtingswaarde op de beoogde projectlocatie zeer laag. Ook liggen geen cultuurhistorische monumenten binnen het projectgebied, waardoor cultuurhistorische waarden niet negatief worden beïnvloed. Op basis hiervan is toetsing niet relevant. Het aspect archeologie staat de uitvoering van het project niet in de weg.