RVS omgevingsvergunning Rampweg 11 Scharendijke Bijlage 5 Ruimtelijke onderbouwing Rampweg
Tekst van het document
Nader onderzoek naar luchtkwaliteit is niet noodzakelijk.
3.9
Licht en duisternis
De gemeente beoogt negatieve effecten van lichthinder door kunstmatige verlichting te voorkomen. Negatieve effecten van lichthinder worden bepaald door de aard, intensiteit, duur en plaats van de verlichting in relatie tot de blootstelling. Via de gemeentelijke Module Licht en Duisternis (2009) streeft de gemeente naar het zo goed mogelijk borgen van de duisternis. In de beleidsnota zijn uitgangspunten opgesteld voor het toepassen van buitenverlichting aan gevels en op percelen. In de uitgangspunten is tevens een prioriteitsvolgorde opgenomen: Verlichting alleen plaatsen wanneer dit noodzakelijk is; Alleen verlichten wanneer dit noodzakelijk is; -
Alleen de plaats verlichten waar licht nodig is; Geen onnodig fel licht toepassen; Alle buitenverlichting dynamisch op basis van bewegingssensoren en neerwaarts gericht zodat er buiten het terrein geen zicht is op de lichtbron;
-
Paardenbakken worden niet verlicht.
Besluitgebied Door de ligging van de horecagelegenheid aan het natuurgebied is het van belang dat de uitstraling van de verlichting wordt geminimaliseerd en de verlichting doelmatig wordt ingezet. Langs de strandtoegang is ter hoogte van de horecagelegenheid reeds openbare terreinverlichting aanwezig in de vorm van straatlantaarns. Hiermee is het pad naar de bebouwing reeds verlicht. Door het gebruik van transparante materialen vindt enige uitstraling plaats naar de omgeving. De binnenverlichting is buiten de openingstijden uitgeschakeld. Voor de horeca is het wenselijk dat de entree en het terras aanvullend worden verlicht. Aan de achterzijde van de bebouwing, in de richting van het natuurgebied bevindt zich reeds afschermende opgaande beplanting. Het terras is deels overkapt en wordt afgeschermd met parasols waardoor de lichtuitstraling naar boven beperkt is. In de beoogde situatie wordt gebruik gemaakt van LED-verlichting en worden de armaturen naar beneden gericht. Er wordt gebruik gemaakt van entreeverlichting en terrasverlichting. Ruimtelijke onderbouwing- Rampweg 13 Scharendijke - 2021
29
Entreeverlichting: (EYE: Timberlab) De lichtpunten aan de entree worden geplaatst op een hoogte van 90 cm, stralingshoek van 155x65 graden, lichtsterkte tot ca. 153 lm, LED module met vermogen van 2.4 Watt. Door de plaatsing aan de voorzijde van de bebouwing en de neerwaarts gerichte lichtbundel wordt de lichtverstrooiing beperkt; Terrasverlichting: neerwaarts gerichte wandarmaturen in zwart aluminium, LED module, afmeting L81 B68 H92 mm, lichtbron van 2700 tot 3000K. In bijlage 4 is een lichtplan opgenomen.
3.10 Externe veiligheid Het uitgangspunt van het externe veiligheidsbeleid is het ruimtelijk scheiden van risicobronnen en kwetsbare objecten. Zonering vindt plaats door middel van veiligheidsafstanden op basis van berekende risico’s of te verwachten effecten bij calamiteiten. Het plaatsgebonden risico, afgekort met PR, geeft de kans aan dat iemand die zich een jaar lang onafgebroken en onbeschermd op een plek bevindt, overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het PR heeft geen relatie met de omgeving. Het groepsrisico, afgekort met GR, is de cumulatieve kans per jaar dat een groep van 10 personen of meer overlijdt door een ongeval bij een risicovolle activiteit met een gevaarlijke stof. De hoogte van het groepsrisico wordt niet alleen bepaald door de kans dat zich een ongeval met gevaarlijke stoffen voordoet maar ook door het aantal potentiële slachtoffers in de omgeving van de risicobron. Besluitgebied Een kleinschalige horecagelegenheid is geen activiteit met een veiligheidsrisico voor de omgeving. De horecafunctie is binnen het externe veiligheidsbeleid aangemerkt als een beperkt kwetsbaar object.
Figuur 12
Uitsnede Nationale risicokaart (www.nederland.risicokaart.nl)
Op de locatie is een installatie aanwezig waarvoor een extern veiligheidsrisico geldt in de vorm van een tweetal bovengrondse propaantanks (3m3 en 5m3: RRGS 24041). Voor de propaantanks geldt Ruimtelijke onderbouwing- Rampweg 13 Scharendijke - 2021
30
op basis van het Activiteitenbesluit een veiligheidsafstand (PR 10-6) van 20m. Er is voldoende afstand tussen de bebouwing en de tank. In de directe omgeving van het project zijn geen overige inrichtingen gevestigd die vallen onder de werkingssfeer van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). De propaantanks op verblijfsrecreatieve terreinen in de omgeving hebben een beperkte capaciteit en bevinden zich op ruime afstand van de locatie. Er bevinden zich geen buisleidingen waarvoor een extern veiligheidsrisico geldt in de directe omgeving van het besluitgebied. Op een afstand van circa 125 meter ten oosten van de locatie bevindt zich de Rijksweg N57. Deze weg is opgenomen in het Basisnet weg. Over de Rijksweg vindt vervoer plaats van gevaarlijke stoffen. Het vervoer van gevaarlijke stoffen over deze weg is echter beperkt. Voor het traject ter hoogte van het besluitgebied (afrit N215- N59) is in de Regeling Basisnet een extern plaatsgebonden risico PR 10-6 vastgesteld van 5 meter vanaf het midden van de weg. Het project bevindt zich buiten de veiligheidszone. Ten aanzien van het groepsrisico geldt op basis van de Regeling basisnet dat voor de bepaling van het groepsrisico uitgegaan dient te worden van 1500 tankauto’s in stofcategorie GF3 (brandbaar gas).
Het groepsrisico wordt mede bepaald op basis van het aantal personen dat in de omgeving van een risicobron verblijft. In de omgeving van het project is sprake van een personendichtheid van maximaal 200 personen per hectare in het hoogseizoen (toelichting bestemmingsplan ‘Kop van Schouwen’ uit 2013). Met deze personendichtheid wordt de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico niet overschreden. Voor de weg geldt geen plasbrandaandachtsgebied. Beoordeling groepsrisico N57 De beoogde ontwikkeling bevindt zich binnen een afstand van 200 meter van een transportas. De beoogde ontwikkeling betreft een heroprichting van bestaande bebouwing. De ontwikkeling heeft geen invloed op de hoogte van het groepsrisico. Wat betreft de verantwoording van het groepsrisico kan worden volstaan met een beperkte verantwoording in de vorm van een beoordeling van de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid bij een calamiteit met brandbare stoffen of in geval van een toxisch scenario. In geval van een calamiteit kunnen gebruikers van de horecagelegenheid via de aangegeven vluchtroutes het pand verlaten. De bouwtechnische veiligheidsmaatregelen voldoen aan de wettelijke regelingen van onder meer het Bouwbesluit 2012 en worden beoordeeld door de veiligheidsregio.
In het geval van een toxisch scenario is het aan te bevelen om bouwwerken volledig afsluitbaar te realiseren door middel van de aanleg van een centraal afsluitbare mechanische ventilatie. Door de ligging van de locatie aan een openbare parkeerplaats en evenwijdig aan de strandtoegang kunnen bezoekers van de risicobron af vluchten richting de parkeerplaats of het strand. De locatie is voor hulpdiensten bereikbaar via de aanliggende openbare parkeerplaats van Ellemeet. De bluswatercapaciteit en bereikbaarheid ter hoogte van het project en de dekking van het sirenestelsel ter hoogte van Ellemeet worden aanvullend beoordeeld door de veiligheidsregio. Conclusie De afstand van het project tot omliggende gevoelige functies is voldoende groot. In de horecagelegenheid worden bouwtechnische maatregelen getroffen in de vorm van rookmelders en blusmiddelen. Het aspect externe veiligheid vormt in principe geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. De veiligheidsparagraaf wordt beoordeeld door de veiligheidsregio.
Ruimtelijke onderbouwing- Rampweg 13 Scharendijke - 2021
31
3.11 Vormvrije MER -beoordeling Het Besluit tot wijziging van het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht (reparatie en modernisering milieueffectrapportage) (Staatsblad 102, jaargang 2011) zijn op 28 februari 2011 gepubliceerd. Deze reparatie van het Besluit milieueffectrapportage was nodig door het arrest van het van de EU van 15 oktober 2009 (Commissie tegen Nederland, zaak C-255/08). Het Besluit milieueffectrapportage kende een systeem van absolute drempelwaarden. Het systeem van absolute drempelwaarden bood in de praktijk vanwege de duidelijkheid grote voordelen. Gebleken is echter, dat het in feite onmogelijk is om de drempelwaarden zo te formuleren dat rekening wordt gehouden met alle criteria van bijlage III van de richtlijn, zoals bijv. cumulatie, en daarbij te garanderen dat onder die drempelwaarde geen sprake kan zijn van aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu. Om die reden is gekozen om de drempelwaarden indicatief te maken. Dit betekent dat de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst van het Besluit-mer een indicatief karakter krijgen. Op grond van artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht dient het bevoegd gezag zijn keuze om géén mer-beoordeling te maken voor een activiteit die beneden de drempelwaarde valt, te motiveren in de toelichting van een bestemmingsplan.
Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling bestaan geen vereisten voor de vorm, maar wel voor de inhoud. Met betrekking tot de inhoud moet aandacht worden besteed aan alle criteria die zijn opgenomen in Bijlage III bij de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’. Plangebied Onderliggende ruimtelijke onderbouwing maakt de heroprichting van een bestaand verouderd horecapand mogelijk. Tevens wordt bestaand gebruik onder overgangsrecht gelegaliseerd. De gebruiksintensiteit en de bebouwde oppervlakte blijven in de beoogde situatie ongewijzigd. Met de ontwikkeling is geen sprake van een activiteit zoals benoemd in categorie D11.2: ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ van het Besluit mer. De (indicatieve) drempelwaarde voor het opstellen van een m.e.r.-beoordeling bedraagt voor deze activiteit het oprichten van minimaal 2000 woningen of ontwikkelingen met een oppervlakte van 100ha of meer. Er is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject of van een verandering van de milieubelasting ten opzichte van de bestaande situatie. De beoogde situatie is hiermee ruimtelijk en milieukundig inpasbaar.
Alle relevante omgevingsaspecten zijn onderzocht in hoofdstuk 3. Conclusie Gelet op de kenmerken van de activiteit en de mate van de kwetsbaarheid van het milieu waarin het plangebied is gelegen, kan worden geconcludeerd dat er geen milieueffectrapportage (MER) behoeft te worden opgesteld.
3.12 Water Het projectgebied bevindt zich binnen het beheergebied van het Waterschap Scheldestromen. Het Waterbeheerplan 2016-2021 vertaalt de wet- en regelgeving naar concrete beleidsdoelstellingen voor het beheer van waterkeringen, het oppervlaktewatersysteem en de afvalwaterketen. Hoofddoelstellingen voor het duurzaam omgaan met water in en nabij de kernen zijn: • Voorkomen van wateroverlast; • Waterpeil afstemmen op het grondgebruik en de functies landbouw, natuur en wonen; • •
Gezond oppervlaktewater; Faciliteren van verantwoord gebruik van zoetwater;
•
Duurzaam en efficiënte afvalwaterzuivering. Ruimtelijke onderbouwing- Rampweg 13 Scharendijke - 2021
32
Veiligheid waterkeringen Het besluitgebied bevindt zich volgens de Keur (vastgesteld 20 juni 2019) en de bijbehorende legger waterkeringen binnen de kernzone van een primaire waterkering. De waterkeringen langs de kust zijn in beheer bij het waterschap Scheldestromen. Binnen een beschermingszone van een waterstaatswerk gelden bouwrestricties in verband met de uitvoerbaarheid van toekomstige dijkversterkingen, de instandhouding van het kustfundament en de stabiliteit van de waterkering. Op basis van artikel 4.1 lid 5 onder a geldt op een waterstaatswerk een watervergunningplicht voor het verrichten van werkzaamheden en activiteiten te houden op andere dan daarvoor aangewezen plaatsen. Het bevoegd gezag kan voor een aantal handelingen op basis van algemene regels vrijstelling verlenen van de vergunningplicht. In de keur is een algemene regel opgenomen voor het wijzigen van bebouwing op of in een waterstaatswerk. Bij bouwwerkzaamheden is een uitbreiding van het vloeroppervlak of volume mogelijk van maximaal 20% ten opzichte van de uitgangssituatie, mits de aanbouw niet op een kortere afstand van de dijkteen wordt aangebracht. Voor het aanleggen van de beoogde kelder, is een watervergunning noodzakelijk in het kader van de Waterwet. Het kustfundament wordt tevens beschermd op basis van het Barro.
Op basis van artikel 2.3.5 van het Barro is een eenmalige vergroting van het grondoppervlak voor bestaande bebouwing met maximaal 10% toegestaan. Voorkomen van overlast door oppervlaktewater In de huidige situatie is het besluitgebied deels verhard met bebouwing. Het bestaande areaal verhard oppervlak aan bebouwing bestaat uit ongeveer 150 m2. In de nieuwe situatie neemt het verhard oppervlak niet toe. De heroprichting van de bebouwing vindt plaats binnen de bestaande bebouwingscontour. Er verdwijnt geen open water door de herbouw. Er is sprake van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. Voorkomen van overlast door hemel- en afvalwater In de huidige situatie is de locatie aangesloten op het gescheiden DWA- stelsel van Ellemeet. Het overtollige schone hemelwater wordt afgekoppeld en ter plaatse geïnfiltreerd in de bodem. Het afvalwater wordt via de bestaande aansluiting afgevoerd via het gemeentelijke rioleringsstelsel. Hiervoor hoeft geen nieuwe aansluiting te worden aangevraagd. Grondwaterkwaliteit en verdroging Er is geen sprake van grondwateroverlast in de omgeving. Er is in de nieuwe situatie geen sprake van het onttrekken van grondwater. Er is sprake van een hydrologisch neutrale situatie. Het overtollige regenwater infiltreert ter plaatse zoals in de bestaande situatie het geval is. De locatie is niet aangemerkt als grondwaterbeschermingsgebied.
De omgeving van het project is aangewezen als kwetsbaar gebied. De locatie bevindt zich binnen de bufferzone van een kwetsbaar voor verdroging gevoelig natuurgebied ‘Kop van Schouwen’. Onderhavige ontwikkeling betreft geen grondwateronttrekking. De locatie is in de waterkansenkaart van de provincie Zeeland aangemerkt als gebied met ruime infiltratiemogelijkheden. Oppervlaktewaterkwaliteit Tijdens de bouwwerkzaamheden wordt gebruik gemaakt van duurzame, niet uitlogende materialen. In de directe omgeving van de locatie is geen oppervlaktewater aanwezig. Volksgezondheid De nieuwe bebouwing heeft geen negatieve effecten op de volksgezondheid.
Ruimtelijke onderbouwing- Rampweg 13 Scharendijke - 2021
33
Bodemdaling Als gevolg van de ontwikkeling vindt er geen wijziging plaats van het waterpeil. Het project heeft geen bodemdaling tot gevolg. Natte natuur Er is geen natte natuur aanwezig in de omgeving. Er zijn geen effecten op natte natuur als gevolg van de beoogde nieuwe bebouwing bij een bestaande functie. Tevens zijn er geen mogelijkheden om natte natuur te ontwikkelen. Onderhoud oppervlaktewater Ten zuiden van het besluitgebied bevindt zich een secundaire watergang die wordt beschermd op grond van de Keur en de bijbehorende legger oppervlaktewateren. Voor de watergang geldt een beschermingszone van 7 meter. De beoogde ontwikkeling heeft geen effect op beschermde watergangen. Belangen waterbeheerder De Rampweg ten zuiden van het project is in beheer bij het waterschap. De nieuwe bebouwing heeft geen invloed op de onderhoudsmogelijkheden aan de weg. De nieuwe horecabebouwing heeft geen effect op de werking van omliggende objecten, terreinen of (vaar) wegen die voor het waterbeheer van belang zijn.
Figuur 13
Uitsnede Legger Waterkeringen (2012)
Ruimtelijke onderbouwing- Rampweg 13 Scharendijke - 2021
34
Figuur 14
Uitsnede Legger oppervlaktewaterlichamen (Legger 2012)
Conclusie Het heroprichten van horecabebouwing van een bestaande horecafunctie heeft geen invloed op de omliggende watergangen. Het bebouwingsoppervlak blijft gelijk aan de uitgangssituatie. De locatie bevindt zich binnen de kernzone van een primaire waterkering. Ten aanzien van de aanleg van een kelder wordt een watervergunning aangevraagd. Er is sprake van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. Het vuile water wordt afgevoerd via het gemeentelijke rioolstelsel (gescheiden stelsel). De beoogde ontwikkeling is inpasbaar binnen de waterdoelstellingen. In het kader van het wettelijk overleg ex artikel 3.1.1. Bro van de planologische procedure zal de waterparagraaf worden beoordeeld door Waterschap Scheldestromen. Het wateradvies wordt opgenomen in bijlage 5.
Ruimtelijke onderbouwing- Rampweg 13 Scharendijke - 2021
35
4.
UITVOERBAARHEID
4.1
Economische uitvoerbaarheid
Indien een bestemmingsplan of projectafwijkingsbesluit de oprichting van woningen of andere hoofdgebouwen, of omvangrijke verbouwingen of functiewijzigingen mogelijk maakt, dan is op basis van de Wet ruimtelijke ordening tevens het vaststellen van een exploitatieplan noodzakelijk. De beoogde ontwikkeling maakt de heroprichting van bebouwing mogelijk. Tevens wordt een bestaande activiteit onder overgangsrecht gelegaliseerd. Het project zal geheel door de initiatiefnemer gerealiseerd worden. De gronden zijn in eigendom van de initiatiefnemer. Het verhaal van kosten zal door de gemeente hoofdzakelijk plaatsvinden in de vorm van leges. Voor het verhalen van eventuele kosten voor tegemoetkoming in planschade wordt een overeenkomst ter verhaal van eventuele kosten aangegaan. Hiermee is het verhaal van de gemeentelijke kosten voldoende verzekerd. Het project is hiermee economisch uitvoerbaar. Voor de gemeente zijn er geen financiële consequenties aan verbonden.
4.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van de omgevingsvergunning op basis van artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3˚ Wabo wordt de procedure zoals vastgelegd in afdeling 3.4 Awb gevolgd. De ontwerp beschikking met bijbehorende stukken wordt gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Aan de hand van de voorbereiding van de vergunning wordt het wettelijk overleg ex artikel 3.1.1 Bro gevoerd. Reacties van de wettelijke overlegpartners (Waterschap Scheldestromen, Veiligheidsregio) worden weergegeven in paragraaf 4.3. Het college is bij de voorbereiding van het besluit op de omgevingsvergunningaanvraag niets gebleken van planologische of maatschappelijke belemmeringen. Er is geen reden om aan te nemen dat de heroprichting van bebouwing ten behoeve van een bestaande horecagelegenheid geen maatschappelijk draagvlak heeft.
4.3
Procedure
De ontwerpbeschikking zal gedurende 6 weken ter inzage worden gelegd met bijbehorende stukken. Voorafgaand hieraan wordt hiervan mededeling gedaan in het plaatselijke blad en op de gemeentelijke website. Gedurende de termijn van de terinzagelegging kan eenieder een zienswijze indienen. De resultaten van de terinzagelegging zullen beoordeeld worden en aanvullend in de ruimtelijke onderbouwing worden opgenomen.
Ruimtelijke onderbouwing- Rampweg 13 Scharendijke - 2021
36
BIJLAGEN 1. Rapportage verkennend bodemonderzoek MCG Zuidwest BV, mei 2021 2. Rapportage Ecologische voortoets Natuurwetenschappelijk Centrum, februari 2021- mei 2022 3. Stikstofdepositieberekening Aelmans BV, Mei 2022 4. Lichtplan 5. Wateradvies PM
Ruimtelijke onderbouwing- Rampweg 13 Scharendijke - 2021
37