RVS omgevingsvergunning Rampweg 11 Scharendijke Bijlage 5 Ruimtelijke onderbouwing Rampweg
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Rampweg 13 Scharendijke Gemeente Schouwen- Duiveland
Mei 2022
Buro Kours Adviesburo voor ruimtelijke ontwikkeling
Tel 06 466 27 079
www.burokours.nl
Ruimtelijke onderbouwing- Rampweg 13 Scharendijke - 2021
Titel
Ruimtelijke onderbouwing Rampweg 13 Scharendijke
Kenmerk
: 2021.176. 02
Gemeente
: Schouwen- Duiveland
Datum
: 19 Mei 2022
Auteur
: F.G.P. Savelkouls MSc. Buro Kours: Adviesburo voor ruimtelijke ontwikkeling
Ruimtelijke onderbouwing- Rampweg 13 Scharendijke - 2021
Ruimtelijke onderbouwing- Rampweg 13 Scharendijke - 2021
-INHOUDSOPGAVE 1. 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 2. 2.1 2.2 2.3 3.
INLEIDING................................................................................................. 6 AANLEIDING EN DOEL ................................................................................ 6 LIGGING EN KADASTRALE BEGRENZING ....................................................... 6 GEBIEDSOMSCHRIJVING ............................................................................ 8 BESTAANDE SITUATIE ................................................................................ 9 BEOOGDE SITUATIE ................................................................................... 9 BELEIDSKADER ........................................................................................ 11 RIJKSBELEID........................................................................................... 11 PROVINCIAAL BELEID............................................................................... 14 GEMEENTELIJK BELEID ............................................................................. 16 RUIMTELIJKE EN MILIEUKUNDIGE ASPECTEN ......................................... 22
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
BODEM ................................................................................................... 22 ARCHEOLOGIE ........................................................................................ 22 CULTUURHISTORIE .................................................................................. 23 AKOESTIEK ............................................................................................. 25 FLORA EN FAUNA ..................................................................................... 25
3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.12
MOBILITEIT EN PARKEREN ........................................................................ 27 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING .............................................................. 28 LUCHTKWALITEIT .................................................................................... 28 LICHT EN DUISTERNIS ............................................................................. 29 EXTERNE VEILIGHEID .............................................................................. 30 VORMVRIJE MER -BEOORDELING ............................................................... 32 WATER ................................................................................................... 32
4. 4.1 4.2 4.3
UITVOERBAARHEID ................................................................................. 36 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID............................................................ 36 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID..................................................... 36 PROCEDURE ............................................................................................ 36
BIJLAGEN ........................................................................................................... 37 1. 2.
RAPPORTAGE VERKENNEND BODEMONDERZOEK RAPPORTAGE ECOLOGISCHE VOORTOETS
3.
STIKSTOFDEPOSITIEBEREKENING
4. 5.
LICHTPLAN WATERADVIES
Ruimtelijke onderbouwing- Rampweg 13 Scharendijke - 2021
5
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel
Aan de Rampweg 13, 4322 NN te Scharendijke is in de huidige situatie een cafetaria (‘De Wijde Wereld’) aanwezig. De projectlocatie bevindt zich aangrenzend aan de openbare parkeerplaats aan de Rampweg naast de strandopgang van Ellemeet. Aangrenzend aan de locatie bevinden zich het waterstaatswerk de Brouwersdam, een aantal vakantieparken en recreatiestrand Scharendijke. De bestaande bebouwing van het cafetaria is opgericht in de jaren ’70 en verouderd. De initiatiefnemer is voornemens om het bestaande pand te slopen en opnieuw op te richten. De bebouwingsoppervlakte wordt hierbij niet uitgebreid. Ter plaatse is het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (vastgesteld 26 maart 2009) van toepassing. De projectlocatie beschikt over de bestemming ‘Waterstaatswerken’, nader gespecificeerd met de aanduiding ‘verkeer’. Binnen deze bestemming zijn waterstaatkundige voorzieningen toegestaan waaronder dijken, sluizen, bruggen en duikers alsmede bijbehorende voorzieningen zoals onder meer fietspaden, bruggen, picknickplaatsen, carpoolplaatsen en parkeervoorzieningen. Binnen de aanduiding ‘verkeer’ zijn tevens wegen met ten hoogste 2x1 doorgaande rijstroken toegestaan (opstelstroken en busstroken niet inbegrepen). Het bestaande cafetaria is niet ‘positief’ bestemd en valt onder overgangsrecht.
In het geldende bestemmingsplan zijn derhalve geen mogelijkheden opgenomen om de huidige bebouwing te herbouwen. Om de beoogde bouwactiviteiten mogelijk te maken zal van het geldende bestemmingsplan moeten worden afgeweken. De beoogde ontwikkeling is mogelijk door middel van een omgevingsvergunningprocedure (artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3˚ Wabo). Op 1 april 2021 is een omgevingsvergunningaanvraag ingediend. Per brief (registratienummer 5964557) heeft de gemeente om aanvullende gegevens verzocht waaronder een ruimtelijke onderbouwing met een beoordeling van het effect van de beoogde ontwikkeling op de ruimtelijke ordening.
1.2
Ligging en kadastrale begrenzing
De projectlocatie bevindt zich in het buitengebied van Scharendijke, binnen de gemeente SchouwenDuiveland. Kadastraal is de locatie bekend als Middenschouwen, sectie F, nummer 720. Op onderstaande kaarten wordt de bestaande situatie van het besluitgebied en de kadastrale begrenzing weergegeven.
Ruimtelijke onderbouwing- Rampweg 13 Scharendijke - 2021
6
Figuur 1
Perceel besluitgebied ‘Rampweg 11-13’ Kadastraal aangeduid als: Middenschouwen, perceel
F720 (deels)
Figuur 2
Perceel besluitgebied Rampweg 13 (ruimtelijkeplannen.nl)
Ruimtelijke onderbouwing- Rampweg 13 Scharendijke - 2021
7
1.3
Gebiedsomschrijving
Het besluitgebied bevindt zich in het buitengebied van Scharendijke, in een gebied met veel (verblijfs)recreatieve voorzieningen. Ten zuiden van de projectlocatie en ten noorden van de kern Ellemeet bevinden zich diverse recreatieparken, waaronder het aangrenzende recreatiepark ‘De Pannehof’. Ten noorden van de locatie bevinden zich belangrijke recreatieve trekpleisters waaronder het recreatiegebied ‘Strand Scharendijke’, de Brouwersdam met het aanliggende Grevelingenmeer en het natuur- en recreatiegebied ‘Kop van Schouwen’ (tevens Natura 2000- gebied). Sinds omstreeks de jaren ’70 heeft in het gebied een sterke toename van de recreatievoorzieningen buiten de bebouwde kom plaatsgevonden. De ‘Kop van Schouwen’ trekt jaarlijks veel bezoekers en vormt daarmee een belangrijke economische drager van de regio. In de directe omgeving zijn hoofdzakelijk campings, bungalowparken, hotels, vakantiewoningen en een aantal strandpaviljoens gevestigd. Direct ten oosten van de locatie ligt de damaanzet van de Brouwersdam met bijbehorende infrastructurele en recreatieve functie. Binnen het besluitgebied is omstreeks de jaren ’70 een cafetaria (ca 150m2) opgericht met terras. Het huidige cafetaria grenst aan het openbare parkeerterrein aan de Rampweg welke toegang biedt tot de aanliggende strandopgang bij Ellemeet.
Mede als gevolg van de aanleg van de Brouwersdam is het historische verkavelingspatroon in het gebied verdwenen. Het historische hoofdwegenpatroon is nog deels herkenbaar aanwezig. De wegen verbinden de kernen en de recreatiegebieden. De verkeersintensiteit is vooral in het zomerseizoen hoog. De projectlocatie wordt ontsloten via een openbare parkeerplaats. De parkeerplaats takt in oostelijke en westelijke richting aan op de Rampweg (r101). De Rampweg sluit via de lokale en regionale wegen (onder meer N652, N57 en N59) aan op de nationale infrastructuur (onder meer A15, A58 en A4). De locatie bevindt zich op het kruispunt van verkeerswegen voor autoverkeer en voet- fietspaden voor recreatieve ontsluiting van het gebied. Via een voet- fietsverbinding onder de N57 is de locatie voor langzaam verkeer rechtstreeks bereikbaar vanuit Scharendijke.
2020
1950 Figuur 3
1980
1920 Historische ontwikkeling besluitgebied (topotijdreis.nl)
Ruimtelijke onderbouwing- Rampweg 13 Scharendijke - 2021
8
1.4 -
-
-
Bestaande situatie De projectlocatie bevindt zich in het buitengebied van Scharendijke; Binnen het kadastrale perceel zijn een cafetaria met terras en openbaar parkeerterrein aanwezig; Ter plaatse is een cafetaria ‘De Wijde Wereld’ aanwezig waar etenswaren worden verstrekt aan bezoekers van het strand; Het huidige kleinschalige cafetaria (ca 150m2) met terras is opgericht in de jaren ’70; De bestaande bebouwing is sterk verouderd en sluit onder meer in materiaalgebruik, bouwtechniek en gebruiksmogelijkheden niet meer aan op de hedendaagse behoeften; De locatie bevindt zich in een toeristisch gebied tussen de damaanzet van de Brouwersdam, natuur- en recreatiegebied ‘Kop van Schouwen’, het strand van Scharendijke en aan parkeerterrein ‘Rampweg’, strandopgang ‘Ellemeet’; De kadastrale aanduiding betreft Middenschouwen, sectie F, nr. 720; Aan de locatie is de bestemming ‘Waterstaatswerken’ toegekend met de aanduiding ‘verkeer’. Binnen deze bestemming zijn functies toegestaan die gerelateerd zijn aan de waterstaatkundige functie van de Brouwersdam.
De bestaande bebouwing valt onder overgangsrecht; Het heroprichten van een horecagebouw ter plaatse is niet mogelijk op basis van de voorschriften uit het geldende bestemmingsplan; De locatie is goed bereikbaar via de aanliggende openbare parkeerplaats ‘Rampweg’, via de strandopgang bij Ellemeet en via de verbinding voor langzaam verkeer met de kern Scharendijke.
Figuur 4
1.5 -
-
-
Uitgangssituatie
Beoogde situatie In de nieuwe situatie wordt de bestaande horecabebouwing heropgericht. De bestaande functie als kleinschalige horecagelegenheid waarbij gedurende de dag/ avondperiode etenswaren en maaltijden worden verstrekt aan bezoekers van het strand, blijft behouden; In de beoogde situatie is sprake van een horecagelegenheid welke in uitstraling, gebruik en bouwkundige kwaliteit beter aansluit bij de hedendaagse behoeften aan eet- en drinkgelegenheden; De heropgerichte bebouwing vormt in bouwstijl en materiaalgebruik een toegevoegde Ruimtelijke onderbouwing- Rampweg 13 Scharendijke - 2021
9
-
-
-
waarde voor de ligging aan een recreatief knooppunt (o.a. strandopgang, openbare parkeerplaats, Brouwersdam, knooppunt van verkeersroutes); Door de toepassing van transparante materialen heeft de beoogde bebouwing een betere belevingswaarde met het omliggende open duinlandschap; In bouwvorm, oriëntatie, kleur- en materiaalgebruik wordt aangesloten op de ligging in open duingebied. Doordat de beoogde bebouwing gebruik maakt van het bestaande bebouwde oppervlak, worden bestaande zichtlijnen naar het open omliggende landschap en de Brouwersdam niet doorbroken. De bebouwing wordt aan de achterzijde begrensd met opgaande beplanting; terreinverlichting wordt uitsluitend doelmatig ingezet en lichtverstrooiing wordt zo veel mogelijk voorkomen. Voor de beoogde situatie is een lichtplan opgesteld; De beoogde bebouwing heeft een bouwhoogte van circa 6,6m en een goothoogte van circa 4m; In de nieuwe situatie vindt geen uitbreiding plaats van het bebouwd oppervlak (circa 150m2); Van een horecagelegenheid voor lichte horeca tot 250m2 bedrijfsoppervlak gaat op basis van de Staat van Horeca- Activiteiten uit bijlage 8 van het geldende bestemmingsplan geen grote verkeersaantrekkende werking uit; Parkeren ten behoeve van de horecafunctie vindt reeds plaats op het aanliggende parkeerterrein.
Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een afwijking nodig van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ uit 2009 op basis van artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3˚ Wabo. In de volgende hoofdstukken wordt de ruimtelijke en de milieukundige inpasbaarheid nader onderzocht.
Figuur 5
Impressie nieuwe situatie (Erik van den Bos Architect B.V. d.d. 27 maart 2021)
Ruimtelijke onderbouwing- Rampweg 13 Scharendijke - 2021
10
2.
BELEIDSKADER
2.1
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is vastgesteld op 13 maart 2012. De SVIR geeft een integraal kader voor de Rijksdoelen en de nationale belangen op het gebied van ruimte en mobiliteit en vervangt onder meer de Nota Ruimte. Het beleidskader schetst de doelen, belangen en opgaven van het Rijk tot 2028 en de ambities tot 2040. Uitgangspunt van de SVIR is om de ruimtelijke ordening te decentraliseren en regelgeving zo veel mogelijk te vereenvoudigen. De SVIR benoemt 13 nationale belangen die worden weergegeven in de Nationale ruimtelijke hoofdstructuur. De SVIR benoemd hierbij drie hoofddoelen: Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door versterking van de ruimtelijkeconomische structuur; Het verbeteren en behouden van de bereikbaarheid; Waarborgen van een leefbare en veilige woonomgeving. De nationale belangen uit het SVIR-belangen worden juridisch beschermd via het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Conclusie Het besluitgebied maakt onderdeel uit van het kustfundament. Dit betreft één van de Rijksbelangen zoals opgenomen in de SVIR, namelijk het waarborgen van een leefbare en veilige woonomgeving door middel van het waarborgen van de waterveiligheid. Het kustfundament maakt onderdeel uit van de nationale ruimtelijke hoofdstructuur.
De doorwerking van de belangen uit de nationale ruimtelijke hoofdstructuur in de plannen van lagere overheden vindt plaats via het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening Voor de bescherming van de nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening stelde de minister regels aan de inhoud van bestemmingsplannen en andere ruimtelijke plannen. Dit is gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het kabinet heeft in de SVIR vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen de nationale belangen als titels terug. Verdere uitwerking vindt plaats in de onderliggende ministeriële Regeling algemene regels ruimtelijke ordening. De regels in het besluit zijn concreet normstellend en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. Besluitgebied De projectlocatie bevindt zich aan de Brouwersdam, binnen het beschermde Nederlandse kustfundament. Op basis van artikel 2.3.5 van het Barro is het oprichten van nieuwe bebouwing binnen het kustfundament en buiten stedelijk gebied niet mogelijk. Uitgezonderd hierop is het herbouwen of verbouwen van een bestaand bouwwerk waarbij tevens een eenmalige uitbreiding van maximaal 10% van het grondoppervlak is toegestaan.
Tevens dient het uitzicht op de vrije horizon vanaf de hoogwaterlijn naar zee gewaarborgd te blijven. Op basis van een provinciale verordening wordt voor recreatieve bebouwing regels gesteld in het belang van de bescherming en instandhouding van de kernkwaliteiten en collectieve waarden van het kustfundament. Tot deze kernkwaliteiten en collectieve waarden behoren: • vrij zicht en grootschaligheid; • de natuurlijke dynamiek van het kustsysteem; •
robuuste waterstaat; Ruimtelijke onderbouwing- Rampweg 13 Scharendijke - 2021
11
• het contrast tussen compacte bebouwingskernen en uitgestrekte onbebouwde gebieden; • het contrast tussen kustfundament en achterland; • kusterfgoed in duingebied en achterland; • specifieke kenmerken kustplaats in relatie tot achterland, en • specifieke gebruikskwaliteiten. In de beoogde situatie wordt een bestaand verouderd horecapand gesloopt en vervangen door een nieuwe. De horecagelegenheid bevindt zich aan een openbaar parkeerterrein, naast een strandopgang in een recreatief ontsloten gebied. Het gebouw wordt aan de achterzijde reeds begrensd door duinen en bomen. In de nieuwe situatie is geen sprake van het doorbreken van zichtlijnen van of naar het open strand of naar de Brouwersdam. Met het heropgerichte horecagebouw met een lichte horecafunctie wordt aangesloten op bestaande karakteristiek van de omgeving.
Figuur 6
Barro Geconsolideerde versie 1 december 2020: Kustfundament
Ruimtelijke onderbouwing- Rampweg 13 Scharendijke - 2021
12
Figuur 7
Uitsnede Rarro: zend- en ontvangstinstallaties buiten militair luchtvaartterrein (Antennepark
Scharendijke)
Ten zuiden van de projectlocatie bevindt zich Antennepark Scharendijke. Op basis van artikel 2.6.8 van het Barro is het niet mogelijk om binnen een bouwbeperkingengebied rondom een zend- en ontvangstinstallatie buiten militair gebied gebouwen mogelijk te maken met een bouwhoogte boven de 22 meter vanaf maaiveld of functies mogelijk te maken die een belemmering kunnen vormen voor het functioneren van de zendinstallatie. In de nieuwe situatie wordt bebouwing opgericht met een bouwhoogte van circa 6,6 meter. De nieuwe bebouwing vormt geen belemmering voor het functioneren van de bestaande zend- en ontvangstinstallatie. Ladder voor duurzame verstedelijking Sinds 1 oktober 2012 maakt de ladder voor duurzame verstedelijking onderdeel uit van de SVIR. Op basis van artikel 3.1 lid 6 Bro dient een nieuwe stedelijke ontwikkeling te motiveren op welke wijze er toepassing is gegeven aan de voorwaarde van duurzaam ruimtegebruik. Op deze manier wordt een zorgvuldige en transparante afweging bij ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd en wordt de aanwezige ruimte in stedelijk gebied optimaal benut. Een stedelijke ontwikkeling is gemotiveerd als (artikel 1.1.1 lid 1, aanhef en onder i Bro): 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'.
Met het heroprichten van bebouwing ten behoeve van een bestaande lichte horecavoorziening is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening. De Ladder voor Duurzame verstedelijking is voor onderhavig project niet van toepassing.
Ruimtelijke onderbouwing- Rampweg 13 Scharendijke - 2021
13
Conclusie Met het heroprichten van bebouwing ter plaatse zijn er geen nationale belangen in het geding. Een nadere afweging ten opzichte van de landschappelijke kernkwaliteiten vindt plaats in het provinciaal en gemeentelijk ruimtelijk beleid.
2.2
Provinciaal beleid
Omgevingsbeleid Provincie Zeeland 2018 De juridische vertaling van het ruimtelijke provinciale beleid vindt plaats in de Omgevingsverordening Provincie Zeeland 2018. De Omgevingsverordening is op 21 september 2018 vastgesteld door het college van Gedeputeerde Staten en is vervolgens een aantal maal op onderdelen gewijzigd. De laatste wijziging is vastgesteld op 29 juni 2021. In het bijbehorende Omgevingsplan staan de vier belangrijkste strategische opgaven tot 2040 centraal. De doorwerking van de hoofddoelstellingen naar concrete en bindende beleidsopgaven vindt plaats in de Omgevingsverordening. De vier strategische opgaven van de provincie zijn geformuleerd als: -
-
-
Duurzame en concurrerende economie: kerndoelstellingen zijn hierbij onder meer de ontwikkeling van een circulaire economie, vraaggerichte programmering van bedrijventerreinen en specifieke bedrijfstakken, stimuleren van duurzame landbouw en het stellen van kaders voor nieuwe economische dragers in het landelijk gebied; Klimaatbestendige en -neutrale samenleving: de Provincie zet in op hernieuwbare vormen van energie, verbetering van de waterkwaliteit en waterveiligheid (klimaatadaptatie); Waardevolle leefomgeving: hierin staan de provinciale ambities met betrekking tot behoud en versterking van kenmerkende landschapselementen, biodiversiteit, cultuurhistorische waarden en duurzaam bodemgebruik centraal; Toekomstbestendige bereikbare woon-, werk- en verblijfomgeving: centraal binnen deze opgave staat het streven naar een woningvoorraad die aansluit bij actuele woonbehoeften, het behoud van voorzieningenniveau en het vestigingsklimaat en herstructurering en inbreiding van bestaand stedelijk gebied. Met de Omgevingsverordening wordt tevens nader invulling gegeven aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’.
Ontwikkelingen binnen kustlandschap Het besluitgebied bevindt zich aan de kustzone op de grens met dynamisch beheerd recreatiestrand. De kustzone is van nationaal belang vanwege de waterveiligheid en de te beschermen natuurwaarden.
Tevens
heeft
het
gebied
een
belangrijke
economische
functie.
In
de
Omgevingsverordening zijn de ruimtelijk relevante opgaven uit de Zeeuwse Kustvisie geborgd. Nieuwe verblijfsrecreatieve ontwikkelingen in de kustzone zijn mogelijk op basis van artikel 2.10 in samenhang met de voorwaarden zoals opgenomen Bijlage D van de Verordening. Nieuwe verblijfsrecreatieterreinen buiten de begrenzing van de in bijlage 5 opgenomen badplaatsen zijn in principe niet mogelijk. De aangemerkte topkwaliteitsgebieden kennen een strikt beschermingsniveau. Voor bestaande voorzieningen zijn mogelijkheden tot een kleinschalige uitbreiding, mits deze de gebiedseigen kenmerken en waarden niet significant aantasten. Tevens dient nieuwe bebouwing een onderscheidende kwaliteit in relatie tot de bestaande bebouwing te hebben. Voor de ontwikkeling van de Kop van Schouwen is door ‘Bosch Slabbers’ een strategiekaart opgesteld waarin de gebiedseigen kenmerken en waarden zijn omschreven. De omgeving van het besluitgebied is aangewezen als een gebied met Zeeuwse topkwaliteit. Dit komt tot uiting in het natuurlijke karakter van het strand, de duinen en de binnenduinrand. Op de stranden komt weinig bebouwing voor, de duinen zijn divers en open en bieden ruimte voor natuurlijke duinvormingsprocessen. De Ruimtelijke onderbouwing- Rampweg 13 Scharendijke - 2021
14
nieuwvestiging van verblijfsrecreatie is in deze gebieden niet gewenst. Het tegengaan van lichtvervuiling en het behoud van rust zijn belangrijke te beschermen strategische waarden. Landschappelijke basiskwaliteit nieuwe ontwikkelingen In bijlage D van de Omgevingsverordening zijn de landschappelijke basiskwaliteiten voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen opgenomen. Voor de uitbreiding van een bestaand recreatieterrein gelden de voorwaarden A tot en D. Een beperkte uitbreiding van een bestaand terrein is mogelijk indien het nieuw uit te breiden terrein: Integraal onderdeel uitmaakt van een (nieuw) landschap; De dichtheid en omvang ban de bebouwing passend is in het betreffende landschap; Beheer en onderhoud van het landschap geborgd is; Er is sprake van een maximale uitbreiding van het oppervlak van 13%; Maximaal 20% van het totale terrein mag aan de openbaarheid worden onttrokken; De openbaar toegankelijke paden en routestructuren maken integraal onderdeel uit van het landschap. Tevens dienen ontwikkelingen aantoonbaar economisch uitvoerbaar te zijn en te voorzien in een centrale bedrijfsmatige exploitatie. De verschijningsvorm en type accommodatie van de ontwikkeling dient innovatief en hoogwaardig te zijn. Het initiatief dient te worden bijgedragen aan differentiatie in het voorzieningenaanbod en circulair bouwen.
Ontwikkelingen kunnen doorgang vinden mits ze een bijdrage aan de werkgelegenheid, behoud van voorzieningen en een toegevoegde waarde zijn voor de (leef)omgeving. Besluitgebied Het heroprichten van een bestaande horecagelegenheid draagt bij aan de strategische ruimtelijke opgaven van de Provincie op de volgende wijze. Er is sprake van het heroprichten van verouderde bebouwing bij een bestaande functie. Het bestaande bouwwerk is sterk verouderd. Er is sprake van een centrale bedrijfsmatige exploitatie en het project is economisch uitvoerbaar. De water-gerelateerde verblijfsrecreatie is een belangrijke economische drager. Het vernieuwen van een gebouw voor bestaande kleinschalige lichte horeca ter plaatse past bij het Zeeuwse recreatiebeleid en de ontwikkelingsvisie voor de Brouwersdam-Zuid. Het initiatief past binnen de doelstellingen voor een duurzame en concurrerende economie. Het hernieuwde bouwwerk zal buiten het profiel van de vrije ruimte worden gerealiseerd en heeft hiermee geen invloed op de waterkerende functie van de Brouwersdam. Voor de ontwikkeling zal tevens een watervergunning worden aangevraagd. De nieuwe bebouwing voldoet aan de isolatievoorschriften en andere duurzaamheidsvereisten uit het Bouwbesluit 2012. Hiermee past het project binnen de doelstellingen ten aanzien van een klimaatbestendige en neutrale samenleving.
De nieuwe bebouwing wordt heropgericht op basis van het bestaande bebouwingsoppervlak. Door de aanleg van een kelder is sprake van enige uitbreiding van de vloeroppervlakte. De locatie bevindt zich op het duin en aan een strandopgang. Door het materiaalgebruik (veel glas) en kleurgebruik draagt de vernieuwde bebouwing bij aan het vergroten van de belevingswaarde van het karakteristieke duinlandschap. De bestaande zichtlijnen van en naar de Brouwersdam blijven ook in de nieuwe situatie behouden. Ten behoeve van de beoogde situatie is tevens een lichtplan opgesteld. Terreinverlichting wordt uitsluitend doelmatig ingezet en lichtverstrooiing wordt zo veel mogelijk voorkomen. De beoogde ontwikkeling past binnen de doelstelling omtrent het behoud van de karakteristieke Zeeuwse topkwaliteit. Het beoogde gebouw voegt geen nieuwe recreatieve functie toe en maakt in vormgeving, locatie en materiaalgebruik integraal onderdeel uit van het open duinlandschap. Compensatie of mitigatie als gevolg van de nieuwe bebouwing ten behoeve van een
Ruimtelijke onderbouwing- Rampweg 13 Scharendijke - 2021
15
bestaande kleinschalige functie is niet aan de orde. Het initiatief past hierdoor binnen de doelstellingen voor een waardevolle leefomgeving. De locatie ligt aan een knooppunt voor verblijfsrecreatie en aan een openbaar parkeerterrein. Het horecagebouw is reeds ontsloten voor autoverkeer en langzaam recreatief verkeer. De locatie bevindt zich op een knooppunt van (recreatieve) verkeersroutes en draagt bij aan het stimuleren van een diverse water-gerelateerde verblijfsrecreatie. De beoogde ontwikkeling draagt bij aan een toekomstbestendige en bereikbare woon- werk- en verblijfsomgeving. Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de strategische opgaven uit de Omgevingsverordening en past binnen de doelstelling voor het behoud van de kwaliteit van het Zeeuwse kustlandschap.
Figuur 8
Uitsnede Omgevingsplan Provincie Zeeland 2018: kaart 5 Verblijfsrecreatie (Groene Zeeuwse
topkwaliteit/ kustzone)
2.3
Gemeentelijk beleid
Strategische visie ‘Tij van de toekomst 2011- 2040’ Op 3 oktober 2011 is de gemeentelijke ruimtelijke ontwikkelingsvisie tot 2040 vastgesteld. Voor het gebied Schouwen- Duiveland spelen een aantal maatschappelijke opgaven die de basis vormen voor het ruimtelijke beleid. Als gevolg van vergrijzing verandert de bevolkingssamenstelling. Dit brengt uitdagingen met zich mee voor de beschikbare beroepsbevolking en het voorzieningenaanbod. (Verblijfs)recreatie is van groot economisch belang voor de regio. Een deel van de aanwezige
Ruimtelijke onderbouwing- Rampweg 13 Scharendijke - 2021
16
verblijfsrecreatie sluit onvoldoende aan bij de actuele vraag. Daarnaast is er in de omgeving kwetsbare natuur gelegen. In de strategische visie stelt de gemeente Schouwen- Duiveland de doelstelling centraal om als vakantie-eiland een toonaangevende watereconomie te ontwikkelen die een duurzame verbinding vormt tussen wonen, werken, zorgen en genieten. Het water wordt hierin gezien als bron en drijfveer voor economische ontwikkeling. Om het karakteristieke kustlandschap te kunnen behouden, worden nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zo veel mogelijk in de bebouwde kom geconcentreerd. Met nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen buiten de bebouwde kom wordt terughoudend omgegaan. Voor het eiland is een toeristische hoofdstructuur opgesteld (THS). Verblijfsrecreatieve voorzieningen bevinden zich voornamelijk in het noordwestelijke deel van het eiland. Nieuwe ontwikkelingen dienen te passen in het landschap en over voldoende draagvlak in de samenleving te beschikken. De Brouwersdam is behalve een hoofdverbinding ook een toeristische hotspot. Het gebied rondom de Brouwersdam-Zuid staat beschreven als: ‘actief en dynamisch, dag- en verblijfsrecreatie, natuur en landschap en (onder)watersport’. De lange termijn doelstelling betreft het verder ontwikkelen van de bestaande diversiteit met zorg voor het landschap.
Nieuwe ontwikkelingen leveren een bijdrage aan het verbeteren van de omgevingskwaliteit op basis van verevening (ontwikkelingsgerichte bijdrage). Besluitgebied Het besluitgebied is gelegen binnen de toeristische hoofdstructuur. De beoogde ontwikkeling betreft een heroprichting van bebouwing bij een bestaande functie en maakt geen nieuwe verblijfsrecreatie mogelijk. Met de heropgerichte bebouwing wordt beter aangesloten op het karakter van het duinlandschap in de omgeving. Het nieuwe gebouw draagt bij aan de gebiedsdoelstelling voor het ontwikkelen van een water- gerelateerde verblijfseconomie met behoud van het karakteristieke landschap. Met de nieuwe bebouwing wordt tevens een duurzaamheidsslag gemaakt. Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de lange termijn strategische doelstellingen.
Structuurvisie Brouwersdam-Zuid Op 16 april 2012 is de structuurvisie Brouwersdam-Zuid vastgesteld. De structuurvisie vormt een beleids- en beoordelingskader bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen voor een periode van 20 jaar. De structuurvisie geeft de randvoorwaarden weer ten aanzien van de ontwikkeling van het landschap. Tevens wordt invulling gegeven aan bovenplanse verevening. De Brouwersdam vormt zowel een verkeerskundige verbinding tussen twee eilanden, een waterstaatkundig element en heeft een toeristisch recreatieve functie. Op basis van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) uit 2012 zijn binnen het kustfundament bouw en gebruiksbeperkingen opgenomen ter bescherming van de waterstaatkundige functie. Voorwaarde voor overige ruimtelijke ontwikkelingen binnen het kustfundament is dat op gebiedsniveau een afweging wordt gemaakt over de gewenste ontwikkelingsmogelijkheden. De Brouwersdam voorzien hierin.
structuurvisie
en
de
bijbehorende
Gebiedsvisie
voor
de
In de Gebiedsvisie Brouwersdam is opgenomen welke functies direct op en aan de dam zijn toegestaan. Een belangrijk uitgangspunt hierin is dat nieuwe bebouwing ondergeschikt dient te zijn aan de waterkerende functie van de dam. Tevens mag de verkeersdoorstroming niet worden belemmerd. De dam dient ook in landschappelijk opzicht als waterkering herkenbaar aanwezig te blijven. De bestaande zichtlijnen van en naar de dam dienen te worden gerespecteerd.
Ruimtelijke onderbouwing- Rampweg 13 Scharendijke - 2021
17
In de Structuurvisie Brouwersdam-Zuid is een Raamplan met uitgangspunten en randvoorwaarden voor ruimtelijke ontwikkelingen per deelgebied opgenomen. Voorwaarden voor nieuwe ontwikkelingen bestaan uit onderstaande vier leidende ambities: Spelen met de elementen: o De (natuurlijke) elementen vormen de basis voor de toeristische activiteiten. Nieuwe ontwikkelingen dienen bij te dragen aan verduurzaming; Laat maar waaien: o Gebiedsontwikkeling laat ruimte voor ondernemerschap en zelfregulering; Een compleet toeristisch-recreatief aanbod: o Er wordt ingezet op een divers en volwaardig aanbod aan recreatieve voorzieningen; Dobberen en duiken; o Er is ruimte voor private partijen om een divers en breed water-gerelateerd aanbod te ontwikkelen. De herkenbare landschapsstructuren en ruimtelijke kwaliteit van het gebied rond de BrouwersdamZuid zijn grotendeels gebaseerd op de bestaande variëteit (historische geleding) van landschappelijke structuren en zichtlijnen tussen de verschillende structuren. De centrale ambitie uit de structuurvisie is om de historische en voor het gebied kenmerkende landschapsstructuren meer herkenbaar te maken zodat deze beleefbaar wordt vanuit de wegen en paden in het gebied. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen tevens een bijdrage te leveren aan het versterken van de landschappelijke kwaliteit van de omgeving (verevening).
Op basis van een landschappelijk inrichtingsplan dient te worden aangegeven hoe wordt omgegaan met beplantingstructuren, hoogte, oriëntatie, zichtlijnen, situering van bebouwing en parkeerruimte. Ter hoogte van het aanlandingspunt van de Brouwersdam vanaf de N57 is de karakteristieke landschappelijke geleding van een overgangsgebied tussen water en duingebied een aandachtspunt. Het bestaande aanlandingspunt is een verkeersknooppunt tussen nationale, regionale en lokale verkeersroutes. Het benadrukken van het duinlandschap, de herkenbare aanwezigheid van strandopgangen en een herkenbare vormgeving, de uitstraling van de parkeerplaats ‘Wijde Wereld’ in het duingebied en de kwaliteit van duinopgangen met bijbehorende voorzieningen zijn belangrijke elementen die de ruimtelijke kwaliteit in het gebied bepalen. De parkeerplaats de ‘Wijde Wereld’ is omstreeks 2013 reeds heringericht. In de hernieuwde situatie volgen de parkeerplaatsen de structuur van het natuurlijke duinpatroon.
Ruimtelijke onderbouwing- Rampweg 13 Scharendijke - 2021
18
Figuur 9
Uitsnede Structuurvisie Brouwersdam: Raamplan: gebied met recreatieve ontwikkelingen
zeekant (Arcadis, d.d. maart 2012)
Besluitgebied In de structuurvisie is het strand ten westen van de Brouwerdam aangewezen als strand/ recreatiegebied. Nieuwe ontwikkelingen dienen water-gerelateerde recreatie te ondersteunen. De beoogde ontwikkeling van een kleinschalig horecapand tussen duin en strand draagt bij aan het versterken van een compleet aanbod aan water-gerelateerde recreatieve voorzieningen. De ‘Wijde Wereld’ betreft één van de in de structuurvisie opgenomen kwaliteitsdoelstellingen van de gemeente. In de uitgangssituatie is een verouderd horecapand aanwezig op een centrale locatie. De nieuwe bebouwing past in materiaalgebruik en vormgeving bij het robuuste duin- strandlandschap en draagt bij aan een vergroting van de herkenbaarheid van de bestaande strandopgang. Het nieuwe horecagebouw met terras biedt door de toegepaste vormgeving en het materiaalgebruik uitzicht naar het omliggende landschap en sluit in gebruiksmogelijkheden en bouwkundige kwaliteit beter aan op de hedendaagse wensen van bezoekers. De nieuwe bebouwing doorbreekt door de situering en oriëntatie van de bebouwing geen bestaande zichtlijnen van en naar de Brouwersdam. Met het herbouwde gebouw aan parkeerplaats de ‘Wijde Wereld’ wordt bijgedragen aan het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit van het aanlandingspunt aan de Brouwersdam en het entreepunt naar het strand.
De locatie ligt op een recreatief knooppunt: aan de openbare parkeerplaats naar de strandopgang en op een knooppunt van verkeers- en vervoerslijnen. In de nieuwe situatie wordt bijgedragen aan verduurzaming door middel van het toepassen van een lichtplan, het gebruik van duurzame materialen, goede isolatie en gescheiden afvoer van hemelwater. Conclusie Met de beoogde sloop en herbouw van een verouderd horecagebouw past binnen de leidende ambities uit de structuurvisie en de gebiedsvisie voor de Brouwersdam.
Ruimtelijke onderbouwing- Rampweg 13 Scharendijke - 2021
19
Vigerend bestemmingsplan Ter hoogte van de projectlocatie is het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van toepassing (vastgesteld op 26 maart 2009). Het perceel beschikt over de gebiedsbestemming ‘Waterstaatswerken’ (artikel 17) met de aanduiding ‘Verkeer’. Ter plaatse is geen bouwvlak toegekend noch een functieaanduiding op basis waarvan het horecagebouw rechtstreeks is toegestaan. Het bestaande gebouw en het gebruik als horecagelegenheid voor lichte horeca (snackbar) valt onder overgangsrecht. In beginsel kan een bestaand legaal bouwwerk positief worden bestemd, mits de bestemming verenigbaar is met een goede ruimtelijke ordening. In het geldende bestemmingsplan is in bijlage 8 de Staat van Horeca-activiteiten opgenomen. Ten aanzien van horeca-activiteiten worden een drietal categorieën onderscheiden: ‘lichte horeca’, ‘middelzware horeca’ en ‘zware horeca’. Bij een cafetaria/ horecagelegenheid welke geopend is in de dagperiode en gericht is op het verstrekken van etenswaren en maaltijden met een bedrijfsoppervlak tot ca 250m2 is sprake van lichte horeca zonder grote verkeersaantrekkende werking. Binnen de geldende bestemming zijn waterstaatkundige voorzieningen toegestaan waaronder dijken, sluizen, bruggen en duikers alsmede bijbehorende voorzieningen zoals onder meer fietspaden, bruggen, picknickplaatsen, carpoolplaatsen en parkeervoorzieningen.
Binnen de aanduiding ‘verkeer’ zijn tevens wegen met ten hoogste 2x1 doorgaande rijstroken toegestaan (opstelstroken en busstroken niet inbegrepen). In het geldende bestemmingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen om bebouwing bij een horecafunctie te herbouwen. Om de beoogde bouwactiviteiten mogelijk te maken zal van het geldende bestemmingsplan moeten worden afgeweken. De beoogde ontwikkeling is mogelijk door middel van een omgevingsvergunningprocedure (artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3˚ Wabo). Ter hoogte van het besluitgebied is tevens de dubbelbestemming ‘Waarde- Archeologisch Onderzoeksgebied A’ en ‘Waarde- Archeologisch Onderzoeksgebied B’ van kracht ter bescherming van mogelijk in de ondergrond aanwezige waardevolle archeologische relicten. Indien zich als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling ter plaatse bodemverstorende activiteiten plaatsvinden vanaf een bewerkingsoppervlakte van 2500m2 en een bewerkingsdiepte vanaf 0,5 m-mv, is het uitvoeren van een verkennend archeologisch onderzoek noodzakelijk (zie tevens paragraaf 3.2). Met het bestemmingsplan Parapluplan parkeernormen Schouwen-Duiveland worden de parkeernormen uit het beleidsdocument Parkeerbeleid 2017-2020 planologisch verankerd. Zie tevens paragraaf 3.6. Aan de beoogde ontwikkeling wordt medewerking verleend door het College onder voorwaarde dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
Hiertoe vindt in hoofdstuk 3 een nadere afweging plaats.
Ruimtelijke onderbouwing- Rampweg 13 Scharendijke - 2021
20
Figuur 10
Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied’ 2009 (besluitgebied rood omcirkeld).
Ruimtelijke onderbouwing- Rampweg 13 Scharendijke - 2021
21
3.
RUIMTELIJKE EN MILIEUKUNDIGE ASPECTEN
3.1
Bodem
Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling dient op basis van artikel 3.1.6 van het Bro (Besluit ruimtelijke ordening) rekening gehouden te worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. Een bodemonderzoek dient te worden uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de bodem geschikt is voor de beoogde functie en of er sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak. De Woningwet staat niet toe dat er gebouwd wordt op verontreinigde grond. Een eventueel aanwezige bodemverontreiniging kan bovendien van belang zijn voor de toepassingsmogelijkheid van bepaalde bestemmingen en voor de uitvoerbaarheid van het project. Door MCG Zuidwest is in mei 2021 een verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) uitgevoerd. Het uitgangspunt voor het onderzoek is een onverdachte locatie. Uit het laboratoriumonderzoek is een lichte overschrijding van de achtergrondwaarde voor zink aangetroffen in de bovengrond. De overige analyses van de ondergrond en de bovengrond heeft geen overschrijdingen voor de onderzochte parameters aangetoond. Vanwege de ligging op een duin en de aanwezigheid van grondwater op een diepte van meer dan 5 meter, is geen peilbuis geplaatst. Aangenomen kan worden dat de kwaliteit van het grondwater ter plaatse geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling.
Conclusie Er zijn op voorhand geen redenen om aan te nemen dat de milieuhygiënische gesteldheid van de ondergrond tot belemmeringen voor de beoogde functiewijziging zal leiden. Aanbevolen wordt om eventueel vrijgekomen grond binnen de perceelsgrenzen te hergebruiken. De onderzoeksrapportage is opgenomen in bijlage 1.
3.2
Archeologie
De bescherming van archeologisch erfgoed is sinds de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) in 2007 hoofdzakelijk de verantwoordelijkheid van de gemeente. Sinds het Verdrag van Malta (1992) zijn overheden verplicht om bij ruimtelijke ontwikkelingen archeologisch onderzoek uit te voeren. Deze verplichting is vastgelegd in de huidige Erfgoedwet (2016). Besluitgebied Ter hoogte van het besluitgebied geldt een archeologische dubbelbestemming (‘Waarde – Archeologisch Onderzoeksgebied A’ en (‘Waarde – Archeologisch Onderzoeksgebied B’). Voor deze gebieden geldt een onderzoeksplicht naar archeologische waarden bij bodemingrepen vanaf 2500m2 en een bewerkingsdiepte vanaf 50 cm-mv Er vinden op het perceel geen grondwerkzaamheden plaats met een dergelijke bewerkingsoppervlakte en bewerkingsdiepte. In de voorbereiding van de planologische procedure is het uitvoeren van een verkennend archeologisch onderzoek niet noodzakelijk.
Ruimtelijke onderbouwing- Rampweg 13 Scharendijke - 2021
22
Figuur 11
Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied’ 2009: Dubbelbestemmingen
Conclusie Er vinden door uitvoering van het project geen grootschalige grondbewerkingen plaats. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot bodemingrepen boven de vrijstellingsgrens. Er is geen sprake van belemmering voor de ontwikkeling van het projectgebied op basis van de archeologische verwachtingswaarde. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
3.3
Cultuurhistorie
Ten aanzien van de bescherming van cultuurhistorische waarden vindt er steeds meer een verschuiving plaats van verantwoordelijkheden van het Rijk naar gemeenten. Hiermee wordt de koers die met de Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg 2009 (MoMo) is ingegaan verder doorgezet. De moderne monumentenzorg heeft twee uitgangspunten: van objectgericht naar omgevingsgericht en van conserverend naar ontwikkelend. Dit vertaalt zich in een beleid met minder regels, het meewegen van cultuurhistorische belangen in de ruimtelijke ordening en meer mogelijkheden voor het herbestemmen van gebouwen. Sinds de wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening van 1 januari 2012, dienen cultuurhistorische en archeologische waarden te worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Rijksbelang Volgens het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (geconsolideerde versie 1 jan 2017) is het besluitgebied niet gelegen in een gebied waarvoor een bijzonder cultuurhistorisch Rijksbelang geldt. Provinciale belangen De cultuurhistorische belangen van de Provincie Zeeland zijn vastgelegd in de Provinciale Omgevingsverordening 2018. Ten noorden van het project bevinden zich de als waardevol
Ruimtelijke onderbouwing- Rampweg 13 Scharendijke - 2021
23
aangemerkte duin- en strandlandschappen van Ellemeet. De Brouwersdam en aanliggende wateren hebben als onderdeel van de grote ingenieurswerken een bijzondere cultuurhistorische status. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen te voorkomen dat landschap en erfgoed significant worden aangetast of dat er een significante vermindering van oppervlakte of aantasting van de samenhang tussen gronden of elementen optreedt. Gemeentelijk beleid De gemeente heeft in 2012 de nota Integraal erfgoedbeleid 2012-2018 vastgesteld. In deze nota is het erfgoedbeleid op hoofdlijnen vastgelegd. De erfgoednota vormt een uitwerking van de strategische visie ‘Tij van de Toekomst’. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden de cultuurhistorische waarden van het gebied beleidsmatig meegewogen. Het uitgangspunt van de erfgoednota is behouden, beleven en benutten. Het gemeentelijk welstandsbeleid maakt onderscheid in gebiedsgerichte en objectgerichte criteria. Op basis van de gemeentelijke Welstandsnota 2012 (vastgesteld oktober 2012) grenst de projectlocatie aan de bijzondere welstandsgebieden: duingebied en aan de Brouwersdam. Voor beide gebieden geldt welstandsniveau 2: een bijzonder welstandsregime ter bescherming van de bijzondere ruimtelijke context en cultuurhistorische betekenis. Het welstandsbeleid is in deze gebieden gericht op het versterken van de bestaande of gewenste kwaliteit.
Het behoud van het zicht op en de herkenbaarheid van de Deltawerken in relatie tot de openheid van het landschap dient in deze gebieden geborgd te zijn. Nieuwe bebouwing in duingebied dient op te gaan in het landschap en onder meer uit te gaan van met de omgeving harmoniërende kleuren en materialen. Voor strandpaviljoens zijn bijzondere welstandscriteria opgesteld. Centrale uitgangspunten voor dergelijke bebouwingseenheden zijn: een open bebouwingskarakter, compacte aaneengesloten bebouwing en het realiseren van een transparant geheel. Het ontwerp van de bebouwing dient een relatie te hebben met het omliggende gebied. In duingebieden worden innovatieve ontwerpen die in architecturale vormgeving en/of materiaalgebruik en uitstraling duidelijk onderscheidend zijn van het traditionele ontwerp voor een strandhuis nagestreefd. Beoordeling Het project betreft het heroprichten van een bestaand horecagebouw in duingebied, aangrenzend aan de strandopgang en de Brouwersdam. In de bestaande situatie is sprake van een verouderd pand met een beperkte uitstraling. Met het materiaal- en kleurgebruik, de oriëntatie evenwijdig aan de strandopgang en de transparante bouwstijl wordt in de beoogde situatie aangesloten op het karakter van het omliggende duinlandschap. Het gebouw wordt aan de achterzijde reeds begrensd door opgaande beplanting.
Vanuit het horecagebouw is veel zicht op het omliggende landschap. De bebouwing wordt heropgericht binnen de bestaande bebouwingscontour. De nieuwe bebouwing heeft door de ligging en oriëntatie langs de strandopgang geen effect op het zicht op de Brouwersdam. Het ontwerp heeft een enkelvoudige hoofdmassa en is in bouwstijl onderscheidend van traditionele ontwerpen. Met de architectonische vormgeving en de uitstraling van het beoogde heropgerichte horecagebouw wordt aangesloten op de landschappelijke karakteristiek van het grensgebied tussen duin en Deltawerken. Conclusie De beoogde bebouwing is een sterke verbetering ten opzichte van de uitgangssituatie. De beoogde situatie past binnen de gemeentelijke doelstellingen voor de omgang met cultuurhistorisch waardevolle gebieden: ‘behouden, beleven, benutten’. De beoogde situatie zal worden beoordeeld door de welstandcommissie.
Ruimtelijke onderbouwing- Rampweg 13 Scharendijke - 2021
24
3.4
Akoestiek
Geluid is van belang vanwege mogelijke geluidsoverlast van wegverkeer. Akoestisch onderzoek naar verkeerslawaai is noodzakelijk indien binnen de geluidzones van spoor- of verkeerswegen sprake is van projectie van geluidsgevoelige bebouwing. Uitgezonderd hierop zijn woonerven, 30 km zones en op basis van een geluidsniveaukaart gedezoneerde wegen. Op basis van artikel 74 van de Wet geluidhinder gelden de onderstaande normen voor geluidzones: Tabel 1: Geluidszone wegverkeerslawaai
Gebied
Aantal rijstroken
Breedte meters
Stedelijk
1 of 2
200
3 of meer
350
1 of 2
250
3 of 4
400
5 of meer
600
Buitenstedelijk
geluidzone
in
De geluidsbelasting op gevels van voor geluidsgevoelige objecten mag in beginsel op grond van de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschrijden. De locatie wordt ontsloten via het openbare parkeerterrein aan de Rampweg. In de omgeving bevinden zich diverse wegen waarvoor een geluidszone is vastgesteld. Een horecagelegenheid is geen geluidsgevoelig object volgens de Wet Geluidhinder. In de uitgangssituatie is reeds een cafetaria aanwezig. In de beoogde situatie wordt de bebouwing heropgericht. Nader akoestisch onderzoek is op basis van de Wet geluidhinder niet nodig. Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling ten aanzien van het milieuaspect geluid.
3.5
Flora en fauna
De bescherming van natuurgebieden en soorten is in Nederland sinds 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming (Wn). Deze regelt onder meer de bescherming van de in Europees verband vastgelegde Natura 2000- gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden). Met de Wet natuurbescherming worden de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet vervangen. Bescherming natuurgebieden Ruimtelijke ontwikkelingen dienen in het kader van de bescherming van de Europese vogelrichtlijnen habitatrichtlijngebieden aan te tonen dat ze geen significant negatieve effecten veroorzaken. Deze plantoets geldt ook voor ruimtelijke ingrepen die plaatsvinden in de omgeving van een Natura 2000-gebied. In de directe omgeving van het project bevinden zich de Natura 2000- gebieden ‘Kop van Schouwen’ (ca. 50 meter afstand), ‘Voordelta’ (ca. 200 meter afstand), Oosterschelde (ca. 4 km afstand). De bescherming van het Natuur Netwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur) vindt plaats via lokaal en regionaal beleid. Het Natuurnetwerk Nederland is een samenhangend netwerk van bestaande en nieuwe natuurgebieden. Binnen het NNN zijn in principe geen ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk die de kernkwaliteiten negatief kunnen beïnvloeden.
Een uitzondering kan worden gemaakt voor ontwikkelingen waarvoor geen reëel alternatief bestaat en er sprake is van een groot openbaar belang. Voor dergelijke ontwikkelingen geldt de ‘nee- tenzij’ toets. Indien schade Ruimtelijke onderbouwing- Rampweg 13 Scharendijke - 2021
25
ontstaat, moet deze worden gemitigeerd en/of gecompenseerd. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient tevens te worden onderzoeken of er sprake is van een effect op het nationaal beschermde Natuur Netwerk Zeeland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Het project bevindt zich niet binnen, of aangrenzend aan het Natuur Netwerk Zeeland. De meest nabij gelegen gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk zijn de onderdelen die samenvallen met het Natura 2000- gebied ‘Kop van Schouwen’ en de ecologische verbindingszone ten oosten van het besluitgebied richten het Grevelingenmeer op een afstand van ca. 25 meter. Bescherming soorten Een ruimtelijke ontwikkeling dient inzichtelijk te maken of er door het project mogelijke negatieve effecten kunnen optreden op in en om het besluitgebied aanwezige beschermde soorten. Activiteiten die een schadelijk effect kunnen hebben op beschermde soorten zijn in principe verboden. Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt een algemene zorgplicht. Schade aan flora en fauna dient zoveel mogelijk voorkomen te worden. De uitvoering van werkzaamheden dient buiten het broedseizoen plaats te vinden (ca half maart tot ca half juli). Besluitgebied In de huidige situatie is het projectgebied in gebruik als cafetaria. De projectlocatie bevindt zich boven op het duin, aan de openbare parkeerplaats en naast de strandopgang.
Ten noorden van het besluitgebied bevinden zich beschermde natuurgebieden. In de beoogde situatie wordt het bestaande cafetaria gesloopt en wordt binnen hetzelfde bebouwingsoppervlak nieuwe bebouwing voor de horecagelegenheid opgericht. Stikstofdepositieberekening Door Aelmans B.V. is in Mei 2022 een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de realisatiefase met het rekenprogramma Aerius Calculator. Op basis van de wet ’Stikstofreductie en natuurverbetering’ van 1 juli 2021, kunnen tijdelijke depositie-effecten als gevolg van bouwactiviteiten voor een periode van maximaal 1 jaar buiten beschouwing worden gelaten. De bouwactiviteiten binnen deze kader kunnen worden beschouwd als niet leidend tot een significante (structurele) extra belasting voor stikstofgevoelige habitattypen. In de bestaande situatie is sprake van een cafetaria naast een strandopgang. In de beoogde situatie wordt de verouderde bebouwing vervangen door nieuwbouw. De aard en intensiteit van het gebruik en de oppervlakte van de bebouwing blijven onveranderd. Uit de stikstofdepositieberekening voor de gebruiksfase blijkt dat er geen sprake is van een toename van stikstofdepositie. Zie tevens bijlage 3. Voortoets ecologie De meeste habitattypen in duingebieden zijn (zeer) gevoelig voor depositie van stikstof.
In februari 2021- aangevuld mei 2022 heeft door onderzoeksbureau Natuur- Wetenschappelijk Centrum een ecologische voortoets plaatsgevonden. Vanwege de aard van het initiatief en de ligging van het project buiten het Natura 2000-gebied zijn een aantal effecten zoals oppervlakteverlies, versnippering en vernatting op voorhand uit te sluiten. Op circa 50 meter afstand van de locatie bevindt zich Natura 2000- gebied ‘Kop van Schouwen’. Mogelijke effecten door verstoring zijn nader beschouwd op basis van de in de omgeving voorkomende soorten en de te verwachten uitstraling als gevolg van de bouw- en gebruiksfase. Op basis van de beperkte schaal van het initiatief en de in de omgeving voorkomende gevoelige soorten is verstoring door geluid als gevolg van bouwactiviteiten uit te sluiten. De lichtuitstraling zal zowel in de bouwfase als de gebruiksfase beperkt zijn. De meeste activiteiten vinden plaats bij daglicht. Tevens wordt de toegepaste verlichting in de richting van het natuurgebied afgeschermd door bebouwing en landschapselementen. Voor het initiatief is een lichtplan opgesteld. De toegepaste terreinverlichting wordt doelmatig ingezet en strooilicht wordt zoveel mogelijk Ruimtelijke onderbouwing- Rampweg 13 Scharendijke - 2021
26
voorkomen. Mogelijke effecten als gevolg van lichtuitstraling zijn uit te sluiten. Verstoringsafstanden door trilling zijn relatief klein. De schaal van het initiatief is beperkt. In de directe omgeving komen geen voor trilling gevoelige soorten voor. Significante effecten op beschermde soorten als gevolg van verstoring (geluid, trilling, licht) zijn op voorhand uit te sluiten. Als gevolg van de inzet van bouwmaterieel en verkeersbewegingen zal gedurende de bouwwerkzaamheden de uitstoot van stikstof tijdelijk toenemen. De toename aan depositie is relatief beperkt, vindt plaats over een klein oppervlak en is van korte duur. Op basis van de Wet stikstofreductie en natuurherstel, kunnen tijdelijke effecten als gevolg van bouwactiviteiten buiten beschouwing worden gelaten. Voor de gevoelige habitattypen geldt dat er geen sprake zal zijn van significante nadelige effecten als gevolg van de bouwwerkzaamheden. Zie tevens de rapportage in bijlage 2. Soortenbescherming In de omgeving van het besluitgebied komt het konijn voor. Binnen de Provincie Zeeland vallen konijnen onder de reikwijdte van de Wet natuurbescherming. De aanwezigheid van konijnen in de omgeving is reeds vastgesteld tijdens het veldbezoek. Binnen het besluitgebied is uitsluitend leefgebied aanwezig en geen vaste verblijfplaatsen of essentieel leefgebied.
Voor het herbouwen van de horecagelegenheid is derhalve geen ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Aanbevolen wordt om bij de uitvoering van de werkzaamheden het project af te rasteren om verstoring van konijnen en andere voorkomende soorten te voorkomen. Conclusie Het project heeft geen significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van beschermde natuurgebieden in de omgeving.
3.6
Mobiliteit en parkeren
De gemeente Schouwen- Duiveland heeft in 2018 het Parapluplan parkeernormen SchouwenDuiveland vastgesteld. Middels het parapluplan is bij het vestigen van een nieuwe functie de parkeernormering uit de nota ‘Parkeerbeleid 2017-2020’ van toepassing. De Nota biedt voornamelijk actuele handvaten om de verkeerssituatie in Zierikzee en de Westhoek te verbeteren. Voor alle overige ruimtelijke ontwikkelingen wordt in paragraaf 5.5 van de nota verwezen naar de landelijke CROW- richtlijnen (publicatie 317) op basis van een weinig stedelijk gebied. Op basis van bovenstaande nota dient bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling aangetoond te worden dat op eigen perceel kan worden voldaan aan de parkeernormering. Er is sprake van het herbouwen van bebouwing bij een bestaande horecafunctie. De locatie ligt aan een openbaar parkeerterrein. Het besluitgebied beschikt over een voldoende ruim perceel om invulling te kunnen geven aan de parkeervraag. De horecagelegenheid wordt ontsloten via het parkeerterrein aan de Rampweg (r101). De Rampweg sluit via de lokale en regionale wegenstructuur aan op de rijkswegen A15, A58 en A4. Via een voetfietsverbinding onder de N57 is de locatie voor langzaam verkeer rechtstreeks bereikbaar vanuit de kern Scharendijke. De locatie bevindt zich aansluitend aan de strandopgang van Ellemeet.
Door de beoogde herbouw van horecabebouwing aan een bestaand recreatief knooppunt zal de verkeersintensiteit ter plaatse niet significant toenemen. De verkeersintensiteit in het gebied is in het zomerseizoen hoog. De verkeersbewegingen als gevolg van de beoogde ontwikkeling zijn inpasbaar in het bestaande verkeersbeeld.
Ruimtelijke onderbouwing- Rampweg 13 Scharendijke - 2021
27
3.7
Bedrijven en milieuzonering
Voor een goede ruimtelijke ordening dient er voldoende afstand te bestaan tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies. In de VNG- handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009 zijn richtafstanden voor functiescheiding opgenomen ten behoeve van het toetsen van ruimtelijke ontwikkelingen. De richtafstanden geven een algemene indicatie van de te verwachten milieubelasting per bedrijfscategorie. Van de algemene richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken wanneer milieuonderzoek naar de specifieke situatie een andere mate van milieubelasting aantoont. De richtafstanden uit de VNG- handreiking zijn gebaseerd op de omgevingskwaliteit die vergelijkbaar is met een rustige woonwijk. De indicatieve afstanden moeten worden aangehouden ten opzichte van de gevels van omliggende gevoelige objecten. Voor gevoelige functies in een gemengd gebied kan de richtafstand met één niveau worden verlaagd, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Tabel 2 Richtafstandenlijst VNG 2009
Milieucategorie
Richtafstand omgevingstype woonwijk in meters
tot rustige
Richtafstand omgevingstype gebied in meters
1
10
0
2
30
10
3.1
50
30
3.2
100
50
4.1
200
100
tot gemengd
Besluitgebied Een horecagelegenheid is geen milieugevoelige functie. Wel kunnen de activiteiten binnen het besluitgebied effecten hebben op het woon- en leefklimaat van omliggende gevoelige functies. Op een afstand van circa 250 meter, aan de Rampweg 30, bevindt zich de meest nabij gelegen gevoelige bestemming in de vorm van een woning in het buitengebied. Het omgevingstype kan door de ligging in het duingebied worden vergeleken met een rustige woonwijk. Op basis van de richtafstandentabel voor functiescheiding van de VNG kan bij activiteiten als een restaurant, cafetaria, snackbar (SBI-2008 561) uit worden gegaan van een activiteit met een te verwachten milieubelasting conform milieucategorie 1. De richtafstand waarop milieuhinder te verwachten is ten aanzien van de milieuaspecten geur, geluid en gevaar bedraagt 10 meter in een gebied met weinig andere milieubelastende activiteiten (rustige woonwijk). Conclusie In de beoogde situatie vindt er uitsluitend een heroprichting plaats van de bebouwing behorende bij een bestaande horecagelegenheid. Uit de richtafstandentabel voor functiescheiding blijkt dat tussen de horecagelegenheid en omliggende gevoelige functies voldoende afstand bestaat. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de omgeving. Omliggende activiteiten worden in de nieuwe situatie niet belemmerd.
3.8
Luchtkwaliteit
Voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen moeten aan luchtkwaliteitsnormen voldoen (artikel 5.16 Wet milieubeheer). Via de wet worden mensen tegen negatieve gevolgen van luchtverontreiniging beschermd. Hiervoor zijn getalsmatige grenswaarden opgenomen (titel 5.2 Wm) voor een aantal luchtverontreinigende stoffen.
Ruimtelijke onderbouwing- Rampweg 13 Scharendijke - 2021
28
Voor bepaalde projecten is vastgesteld dat deze Niet In Betekenende Mate (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Wanneer een project minder dan 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2) uitstoot, mag het zonder verdere toetsing aan de grenswaarden worden uitgevoerd. De 3% grens komt overeen met 1,2 µg /m3 voor zowel PM10 als NO2. Uit de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit zijn voor het jaar 2020 de concentraties van de luchtverontreinigende stoffen onderzocht. Uit de monitoringstool blijkt dat ter hoogte van het projectgebied de jaargemiddelde concentraties van NO2 en PM10 ruimschoots onder de grenswaarden (40 µg/ m3 lucht) liggen. Het aantal overschrijdingsdagen per jaar voor de etmaalgemiddelde concentratie van PM10 ligt eveneens onder de grenswaarde van 35 dagen per jaar. De grenswaarde van 25 µg/ m3 lucht meter lucht als jaargemiddelde concentratie voor PM2,5 wordt niet overschreden. De concentratie aan elementair koolstof (EC) ter plaatse ligt ruim onder de norm van 1,5 µg/ m3 lucht. Conclusie De beoogde heroprichting van een gebouw ten behoeve van een bestaande horecafunctie leidt niet tot een significant verschil in verkeersbewegingen. Er is geen sprake van een overschrijding van de grenswaarden voor luchtverontreinigende stoffen (waaronder PM10 en NO2).