CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

RVS Kadernota begroting 2022-2025 - bijlage 1 kadernota

Gemeenteraad 1 juli 2021, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Kadernota begroting 2022-2025 (442202)15.847 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De benodigde structurele middelen worden opgevoerd bij de te honoreren prioriteiten en via de integrale afweging bij de programmabegroting 2022-2025 betrokken.

5.9

Regioschool/Voetbalverenigingen Westhoek

De voetbalverenigingen in Scharendijke (ZSC'62), Renesse (SV Renesse) en Burgh-Haamstede (SV DFS) spraken in het verleden de ambitie uit om in de toekomst te fuseren tot FC de Westhoek. In het geval de verenigingen fuseren is toentertijd de voorwaarde opgenomen om op een centrale locatie een nieuwe accommodatie te realiseren. Op dit moment is de noodzaak voor een nieuwe sportlocatie minder urgent dan die van een aantal jaren geleden. Bij de begroting 2019 is een amendement aangenomen waarin algemene (aangescherpte) kaders voor Regioscholen en breedtesportvoorziening(en) zijn opgenomen. Op basis hiervan doorliepen de schoolbesturen Obase en Radar in 2019 en 2020 een traject om te komen tot een visie voor een regioschool in het cluster Noord-West. Begin 2020 dienden beide besturen op basis van dit traject een aanvraag met eindrapport in voor nieuwbouw voor de scholen in Burgh-Haamstede, Renesse en Scharendijke op één locatie. Na oplevering van het eindrapport is duidelijk geworden dat aanvullende zaken nog verder moeten worden uitgezocht. De gemeenteraad heeft zijn wensen en bedenkingen meegegeven aan het college, maar ook binnen de schoolbesturen was er behoefte naar nader onderzoek. Dit vervolgproces is begin 2021 gestart.

19

In het in 2020 herijkte Integraal Huisvestingsplan (IHP) is een investering van € 5,2 miljoen opgenomen voor de realisatie van de regioschool. In de begroting zijn geen middelen opgenomen voor de realisatie van een nieuwe sportvoorziening. In het eindrapport uit 2020 is wel gezocht naar de mogelijkheid om beide nu of in de toekomst te realiseren. Zoals eerder aan u gemeld verwachten wij dat voor de realisatie van de nieuwe sportvoorziening enkele miljoenen euro’s nodig zijn.

5.10 Integraal Huisvestingsprogramma (IHP) vanaf 2025 In de programmabegroting 2021-2024 verwerkten wij de kapitaallasten voor de benodigde investeringen die zijn opgenomen in het herijkte IHP tot en met 2024. Deze zijn gedekt via de structureel gereserveerde middelen voor het IHP (totaal € 422.000). In de Programmabegroting 2021 – 2024 wezen wij u al op de oplopende kosten voor de uitvoering van het IHP na 2024. Voor de betreffende jaren gaat het om de volgende bedragen: 2025: € 333.000 2026: € 315.000 2027: € 598.000 2028: € 585.000 In relatie tot de voortgang van projecten bereiden wij elk jaar de financiële opgave voor de aankomende programmabegroting voor. Indien er sprake is van het gewijzigde uitvoeringsplanning van het IHP kan dat van invloed zijn op de budgetten 2022 – 2025.

5.11 De financiële consequenties van het vervallen van de tweede parkeervergunningen in 2022 Bij het vaststellen van het parkeerbeleid Zierikzee in december 2020 besloot uw raad om per 1 januari 2022 bewoners en ondernemers van Zierikzee geen 2e parkeervergunning meer te verstrekken. Dit heeft structurele financiële gevolgen. Deze financiële gevolgen maken wij ter voorbereiding op de programmabegroting 2022-2025 inzichtelijk en verwerken wij in uw meerjarenbegroting 2022-2025.

5.12 De Zeeuwse Marketing Organisatie De Provincie Zeeland nam in 2019 het initiatief tot de oprichting van de Zeeland Marketing Organisatie (ZMO). Het idee is ontstaan, omdat het imago van Zeeland op het vlak van leven, werken en studeren versterking nodig heeft. Het beeld buiten de provincie over Zeeland is nog te onbekend of te eenzijdig, waarbij het beeld van ‘kust- en vakantieprovincie’ dominant blijft. Men is van mening dat beeldvorming en imago hier een essentieel onderdeel van zijn en dat er op dit vlak nog veel werk te verzetten is. Aanvankelijk was het de intentie van de ZMO zich te richten op wonen en werken. Als gevolg van het liquideren van de VVV Zeeland is gaandeweg het proces besloten verblijven hierbij te betrekken. Dit leidde tot vertraging in de oprichting van de ZMO. De ZMO streeft nu naar een startdatum van 1 juli 2021. Om verdere voorbereidingen voor de ZMO te treffen en een start te kunnen maken, gaven wij aan de Provincie de kans te geven de ZMO op te richten (zaak 432253). Waarbij vermeld is dat deze intentie is gericht op de onderdelen Wonen en Werken en dat er ten aanzien van het onderdeel Verblijven een voorbehoud wordt gemaakt. Het uitspreken van deze intentie, zegt nog niets over het wel of niet toetreden tot de ZMO. Pas later in het jaar volgt meer inzicht in de financiële kant, eventuele opties voor deelname, de juridische vorm en andere zaken.

In deze fase is het hiervoor nog te vroeg. Hoewel de kans bestaat dat SchouwenDuiveland vanaf 2022 betrokken zal zijn bij de ZMO, is op dit moment nog niet vast te stellen in welke vorm dat zal zijn en tegen welke financiële bijdrage. Hierover wordt meer duidelijk in de loop van het begrotingsproces.

20

5.13 Regionale uitvoeringsdienst Zeeland (RUD) Het bureau Twijnstra en Gudde voert thans een onderzoek uit namens de Provincie Zeeland hoe de milieutaken binnen Zeeland in de toekomst kunnen worden uitgevoerd. Uiteraard maakt de RUD deel uit van dit onderzoek. Daarnaast onderzoekt de RUD zelfstandig wat de mogelijkheden voor de toekomst zijn en hoe zij voldoende robuust kunnen blijven. Hierbij spelen ontwikkelingen zoals invoering van de Omgevingswet, vergrijzing van het personeelsbestand en krapte op de arbeidsmarkt een belangrijke rol. De verwachting is wel dat de rol van de RUD voor de uitvoering van gemeentelijke taken op het gebied van het omgevingsrecht de komende jaren uitbreidt. Ook zijn er extra kosten te voorzien om het personeelsbestand van de RUD op een kwantitatief en kwalitatief niveau te houden. Dit zal leiden tot een verhoging van de deelnemersbijdrage. De uitkomst van het onderzoek door Twijnstra en Gudde is in de loop van 2021 te verwachten. Het resultaat van de toekomstvisie van de RUD zal daarna te verwachten zijn. Bij de behandeling van het raadsvoorstel begroting 2022-2025 RUD in april jl. heeft u besloten een zienswijze in te dienen om de RUD te verzoeken voor 1 juli 2021 meer duidelijkheid te verschaffen over de Toekomstvisie OD Zeeland 2021-2024 met uitwerking van de financiële consequenties van de risico’s voor de deelnemers

5.14 Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) In het aankomende meerjarenbeleidsplan van de VRZ is de toekomst van de brandweer één van de belangrijkste beleidsthema’s. De VRZ wil met het Brandweerprogramma 2030 antwoord gaan geven op recente en toekomstige ontwikkelingen zoals de veranderende beschikbaarheid van vrijwilligers, de gevolgen van de WNRA en uitkomsten van de evaluatie wet Veiligheidsregio’s. Of en welke gevolgen dit gaat hebben op onze regionale brandweer en de bekostiging daarvan moet in de komende jaren blijken.

5.15 Personeelszaken 5.15.1 Functiewaardering (FUWA) In april 2021 ontvingen we instemming van de ondernemingsraad om over te stappen naar HR21 als nieuwe functiewaarderingssystematiek voor onze organisatie. We verwachten niet dat de invoering van HR21 veel verschillen of wijzigingen in salaris oplevert. Het kan echter wel voorkomen. Onze externe adviespartij Leeuwendaal (mede ontwikkelaar van HR21) geeft daarbij vanuit ervaring aan dat maximaal 5% van de medewerkers hoger of lager wordt gewaardeerd dan de huidige functie. Beide afwijkingen betekenen een extra belasting op het personeelsbudget. Immers als iemand lager wordt gewaardeerd, ontvangt deze het huidige salaris i.v.m. de garantieregeling. Dit betekent dat deze medewerker een hoger salaris ontvangt dan bij de 'stoel' (de functie) hoort. Wanneer iemand hoger gewaardeerd wordt, betekent dit hogere inschaling en daarmee hogere loonkosten. Deze kosten kunnen niet worden gedekt uit onze huidige personeelsbudgetten, daarvoor is extra budget nodig. 5.15.2 Project Hybride Werken Door corona hebben we voor een groot deel noodgedwongen thuis moeten werken. En waar dit eerst even wennen was, hebben we daarin goed onze weg gevonden. We hebben de persoonlijke voordelen ervaren: minder reistijd, meer concentratie, hogere productiviteit, kortere vergaderingen en betere werk-/privébalans.

Maar we hebben ook ervaren dat fysieke interactie en verbinding met collega’s enorm is gemist. Voor de toekomst streven we naar een mooie balans, waarin de voordelen van thuiswerken én kantoorwerken gecombineerd worden. Wij geloven in het creëren van een plezierig werkklimaat voor onze medewerkers. Immers vormen gelukkige medewerkers de basis voor onze organisatie. Een werkklimaat, dat aansluit bij de behoefte van onze medewerkers, de arbeidsmarkt en de wereld om ons heen. Een werkklimaat waarin onze

21

medewerkers eigen keuzes maken in hoe en waar zij werken en ook de verantwoordelijkheid nemen dit goed te doen. Om zo bij te dragen aan verhoging van ons werkplezier en productiviteit, een voordeel voor zowel werkgever als werknemer. Daarom geloven wij voor de toekomst in een hybride werkvorm voor onze organisatie: deels op kantoor en deels vanuit huis werken. Fysiek en virtueel ontmoeten en overleggen vinden gecombineerd plaats. Daarbij dient ons gemeentehuis als plek om elkaar te ontmoeten, verbinding te maken met collega’s, van elkaar te leren en creatieve ideeën te bedenken. Thuis is de plek om geconcentreerd zaken uit te werken (productie), te vergaderen en besluiten te nemen. Het soort werk bepaalt dus de werklocatie. Zo verbinden we de voordelen van ons kantoor (ontmoeten, leren, creëren) met de voordelen van thuis (betere balans, minder reistijd, hogere productiviteit). Om zo bij te dragen aan goed werkgeverschap, voor zowel medewerkers als mogelijke nieuwe collega’s op de arbeidsmarkt. Om vorm te geven aan deze hybride werkvorm, is het noodzakelijk dat we in een aantal zaken investeren: - Technische faciliteiten om online vergaderen te bevorderen, zoals video conferencing systemen. - Passend kantoormeubilair in iedere ruimte, zoals flexbureaus. - De thuiswerkplek, zodat medewerkers ook thuis gezond en veilig kunnen werken.

Deze kosten kunnen we niet dekken vanuit de huidige budgetten. De komende periode werken wij de hiervoor benodigde budgetten verder uit en deze betrekken wij bij de te honoreren prioriteiten voor de programmabegroting 2022-2025.

5.15.3 Formatieplaats staf Per 2023 vervalt 1 fte strategisch adviseur. De strategisch adviseurs zijn van grote waarde in de ondersteuning van de raad, het college en de ambtelijke organisatie en daardoor niet in de laatste plaats voor de gemeentesecretaris. We willen die 1 fte strategisch adviseur om die reden per 2023 via de lijst te honoreren prioriteiten voor de programmabegroting 2022-2025 structureel in de begroting laten opnemen. Vorenstaande neemt niet weg dat we bij vertrek van een functionaris, bijvoorbeeld als gevolg van pensionering, altijd een kritische heroverweging maken of en hoe we die vrijvallende plaats invullen.

5.16 Privacy en informatiebeveiliging Digitalisering is een ontwikkeling in onze maatschappij die niet meer is te stoppen. Deze ontwikkeling biedt steeds meer mogelijkheden, maar brengt ook grote risico’s met zich mee. Kwaadwillende partijen kunnen deze ontwikkelingen aangrijpen om zichzelf te verrijken of de samenleving te ontwrichten. Het is daarom belangrijk dat de digitalisering voorzien wordt van goede waarborgen om deze risico’s te beperken. Hierbij kan gedacht worden aan de risico’s dat (gevoelige) persoonsgegevens op straat komen te liggen (datalekken), de imagoschade die daarbij komt kijken en de schade die kwaadwillenden in onze systemen kunnen aanrichten door deze te gijzelen of te manipuleren. Dat vraagt om een adequate technische beveiliging van onze gegevens en om voldoende kennis en bewustzijn van zowel de systemen als de wijze waarop wij met alle gegevens die ons ter beschikking staan om zouden moeten gaan. Dit zijn ontwikkelingen die vragen om een adequate ondersteuning in onze gemeentelijke bedrijfsvoering. Een ondersteuning die erin voorziet dat we voldoende kwalitatieve en kwantitatieve capaciteit beschikbaar hebben om dat te faciliteren. Op dit moment is er onvoldoende capaciteit om deze ondersteuning te realiseren, wat een risico op zichzelf is.

Op het gebied van systeem- en netwerkbeheer is de afgelopen 15 jaar de formatie en bezetting niet gewijzigd, maar wordt er wel met regelmaat mankracht ingehuurd. Daarentegen zijn de

22

werkzaamheden in omvang en complexiteit fors toegenomen. De capaciteit op dit vlak is bij uitval of afwezigheid dan ook kwetsbaar. Een tijdelijke functie op het gebied van informatiebeveiliging voor de omvang van 18 uur per week, zoals nu het geval is, is daarbij absoluut onvoldoende. Ook formatieuitbreiding voor de rol van senior systeem- en netwerkbeheerder is wenselijk. Op het gebied van privacy is er sinds 2018 capaciteit, in de eerste instantie alleen voor een Functionaris Gegevensbescherming (18 uur), later ook voor een Privacy Officer (18 uur). Ook op dit vlak is de capaciteit, kijkend naar de problematiek en het werkaanbod, beperkt en ook kwetsbaar. Lang niet alle vragen en problemen kunnen zo uitgebreid worden opgepakt als wenselijk is. Met name voor de Privacy Officer is een formatie-uitbreiding wenselijk om adequaat op het werkaanbod te kunnen reageren. Daarnaast leeft er de behoefte aan een zeker werkbudget, waaruit specifieke kosten rondom privacyen informatiebeveiliging bekostigd kunnen worden. Het is niet de vraag óf onze gemeente met cybercriminaliteit geconfronteerd gaat worden, maar wanneer dat is en in welke omvang. Absoluut voorkomen is onmogelijk, maar door het treffen van de juiste maatregelen kan de schade wel worden beperkt. Om dat te bereiken is het belangrijk om voldoende kwaliteit en kwantiteit op dit terrein in te zetten.

De komende periode staat in het teken van het helder krijgen van de benodigde formatie-uitbreiding en werkbudget en dit op te nemen in de lijst te honoreren prioriteiten voor de programmabegroting 2022-2025.

5.17 Areaal buitenruimte Jaarlijks beoordelen we de groei en/of krimp in relatie tot onze werkzaamheden in de buitenruimte. Deze werkzaamheden in de buitenruimte delen we hier in, in drie categorieën. Beheer van groen, grijs en het beheer van objecten in de openbare ruimte. Voor de registratie en beheer van de buitenruimte maken wij gebruik van de applicatie Observ. Groen We hebben het areaal beoordeeld op basis van onze registraties in Observ. Dit doen we jaarlijks en volgen hierbij deze bestendige gedragslijn. Deze beoordeling geeft aanleiding tot een bescheiden structureel voordeel van € 7.000. Grijs Voor Grijs (verhardingen) is op basis van de registraties in Obsurv beoordeeld dat er geen significante wijzigingen zijn in areaal. De beoordeling van de kwaliteit, vanuit de bezuiniging op kwaliteitsniveau B, vereist aandacht. Met de bestuursopdracht creëren budgettaire ruimte is voor de verlaging van kwaliteitsniveau A naar B een bezuiniging ingeboekt van € 400.000 structureel. Voor 2021 is de verwachting dat bezuiniging gerealiseerd kan worden. Voor 2022 en verder is dit nog niet zeker. Hier komen we op terug bij de actualisatie van het beheer- en beleidsplan wegen dat we in 2021 opstellen.

Objecten in de buitenruimte Voor wat betreft objecten in de buitenruimte (muren, trappen, fonteinen en andere objecten) willen we ook Observ gaan gebruiken voor het vastleggen van ons aanwezige areaal en een volledige doorrekening van de benodigde onderhoudskosten daarvoor. Om deze doorrekening te kunnen doen, dienen eerst alle gegevens te worden verwerkt in Observ. Wij zijn hier nu volop mee bezig. De verwachting is echter dat de meerjarenbegroting structureel te laag is om alle objecten te kunnen onderhouden. Wij komen hier separaat op terug en betrekken dit bij de programmabegroting 20222025. Met de resultaten van deze inventarisatie ten opzichte van uw meerjarenbegroting 2021-2024 komen wij bij u terug met een separaat voorstel. Via uw begrotingsbehandeling 2022-2025 vragen wij u extra middelen beschikbaar te stellen voor dit doel.

23

Of de vanaf 2024 gereserveerde middelen voor het toekomstig onderhoud van de uitvoering stads- en dorpsvisie afdoende zijn, is op dit moment nog niet in te schatten. Via de financiële afwijkingen rapportage houden wij u op de hoogte. Klimaatverandering in relatie tot investeringen in buitenruimte In onze areaalberekeningen zoals hierboven geschetst geldt de kanttekening dat nog geen rekening is gehouden met de gevolgen van klimaatverandering voor onze buitenruimte. Zo wordt verwacht dat de klimaatveranderingen de vraag naar meer groen in de buitenruimte doet toenemen. Ook zal er steeds meer regenwater worden opgevangen in plaats van afgevoerd via de riolering. Deze ontwikkeling zit nog niet over de hele breedte in uw meerjarenbegroting. Zodra het mogelijk is (op basis van nog vast te stellen beleid) hier een doorrekening van te maken komen wij hierop bij u terug.

5.18 Herbestemmingsonderzoeken monumenten 5.18.1 Herbestemmingsonderzoek stadspoorten Zierikzee Het herbestemmingsonderzoek wordt kort na het zomerreces aan uw raad voorgelegd. De direct betrokken stakeholders zijn goed betrokken bij mogelijke herbestemmingen voor de stadspoorten in Zierikzee. Een brede participatieronde met alle inwoners van Zierikzee (de poorten zijn immers van alle Zierikzeënaren) heeft als gevolg van corona niet plaats kunnen vinden. In het begeleidende raadsvoorstel leggen wij de voorgestelde herbestemmingen en exploitatiemogelijkheden voor. Eventuele initiële bijdragen om deze herbestemmingen mogelijk te maken vermelden wij hierbij, zodat u dit kunt betrekken bij de integrale afweging van de te honoreren prioriteiten bij de programmabegroting 2022-2025. 5.18.2 Herbestemmingsonderzoek Grote of Sint Nicolaaskerk Brouwershaven Over dit herbestemmingsonderzoek heeft uw raad bij de behandeling van de programmabegroting 2021-2024 een amendement aangenomen. Inmiddels is de gevraagde variant uitgewerkt en voorzien van ramingen op het gebied van initiële investeringen en nodige exploitatiebijdragen in relatie tot de door uw raad aangegeven uit te werken functie. Ook dit herbestemmingsonderzoek bieden wij kort na het zomerreces aan uw raad aan, inclusief eventuele benodigde initiële en exploitatiebijdragen.

Ook dit voorstel kunt u betrekken bij de integrale afweging van de te honoreren prioriteiten bij de programmabegroting 2022-2025.

5.19 Professionalisering en uitbreiding museumfunctie Watersnoodmuseum Het bestuur van het Watersnoodmuseum heeft een plan van aanpak (meerjarenbeleidsplan) voorgelegd dat in een eerste gesprek oriënterend en inventariserend is besproken. In het plan van aanpak legt het bestuur de ambitie neer om door te groeien met het Watersnoodmuseum, meer bezoekers te trekken en de nu vaak technisch ingestoken discussie rondom de maatschappelijke opgave van klimaatadaptatie nadrukkelijker te verbinden met de geschiedenis van de watersnoodramp van 1953 en sociaal-emotionele impact die dat op de samenleving had. Om dit doel te bereiken wil het bestuur de museumfunctie professionaliseren om de officiële museumstatus en status als herinneringscentrum te verkrijgen en het museum profileren als internationaal kenniscentrum water en klimaat. Hiervoor is een goed collectiebeheer en een robuuste museumorganisatie nodig. Met de museumstatus kan het museum naar de toekomst toe aanspraak maken op landelijke structurele ondersteuningsfondsen en wordt de organisatie minder afhankelijk van projectsubsidies en incidentele inkomsten. Het bestuur vraagt hiervoor met ingang van 2022 een exploitatiebijdrage van € 400.000. Eenzelfde verzoek ligt voor bij provincie Zeeland en rijkspartijen. De komende maanden gaan wij bekijken hoe wij met dit verzoek omgaan.

5.20 Brogum Stichting Brogum is op basis van het initiatiefvoorstel van uw raad bezig met het opstellen van een haalbaarheidsonderzoek voor een nieuw poppodium. Op 17 mei 2021 zijn de eerste bevindingen met u gedeeld. De voorkeursvariant van stichting Brogum wordt berekend op € 3,1 miljoen (excl. BTW). Een nieuw Brogum in deze variant betekent voor de gemeente in een eerste berekening € 113.000,-

24

aan exploitatiesubsidie en € 108.000,- aan kapitaalslasten plus aanvullende onderhoudskosten om het pand te beheren en onderhouden. Dit zijn wel bedragen die we in nader overleg over het opstellen van het eindrapport nog wel met Brogum gaan doornemen. Volgend op het haalbaarheidsonderzoek en bij besluit van uw raad tot een investering komen we qua tijdsplanning (na opstellen businessplan, ontwerp en aanbesteding gebouw in 2021/2022) uit op mogelijke ingebruikname in 2024 en daarmee dekking van de lasten vanaf de begrotingsjaren 2024/2025. Aansluitend op de presentatie door stichting Brogum is vanuit de raadsfractie van Leefbaar Schouwen-Duiveland verzocht tot een onderzoek naar het overdragen van het pand naar stichting Brogum inclusief bijbehorende middelen. Deze constructie wordt qua mogelijkheden onderzocht en brengt ook andere consequenties mee voor de begroting.

5.21 Toegankelijkheid van voorzieningen en mobiliteit Toegankelijkheid tot voorzieningen is van belang voor de leefbaarheid. Steeds meer voorzieningen worden gevestigd op centrale plekken vanwege noodzakelijke schaalvergroting. Tegelijkertijd doen we een beroep op onze inwoners om langer zelfstandig thuis te wonen op grond van het gevoerde rijksbeleid. We faciliteren SD op Weg met slimme mobiliteitsvoorzieningen en bij het Mobliteitsplatfom behorende stichtingen, zoals Schoolbus Zonnemaire, De Duinen Burgh-Haamstede, Het Rode Kruis en Stichting Duurzame Mobiliteit Zeeland met deelauto’s. Kenmerkend en (landelijk) onderscheidend hierin zijn de enthousiaste vrijwilligerscollectieven die in de kernen actief zijn en slimme en schone mobiliteit verbinden aan sociale initiatieven. Deze initiatieven dragen bij aan eenzaamheidsbestrijding, vroegsignalering en (langer) actief deelnemen aan de samenleving. In 2024 vindt een nieuwe aanbesteding van de OV concessie plaaats. Wij bereiden ons nu, in nauwe samenwerking met de provincie op grond van de Richtingennotitie Slimme Mobliteit, al voor op deze concessie. Uitgangspunt is de mobiliteitsvraag van de inwoners en daarop aansluiten via het principe Mobility as a Service. Daar passen verschillende vormen van vervoer zoals e-deelauto’s, e-deelscooters, edeelfietsen en deelfietsen bij.

Het komende jaar willen we stappen zetten om naast het Mobilityhub/Transferium te Renesse, ook mobilityhubs in andere kernen van onze gemeente te realiseren. Eerst tijdelijk als experiment en bij slagen definitief. Daarbij maken we gebruik van forse subsidiemogelijkheden van het Rijk en de provincie. Door de koppeling met slimme ict-toepassing en het voorzien in sociaal vervoer voor onze inwoners die dat nodig hebben, groeien we toe naar een robuust maar betaalbaar systeem met snelle en comfortabele verbindingen naar Rotterdam, Goes en Middelburg en fijnmazige mobiliteitsoplossingen in de gemeente zelf. Gelet op de relaties met het Interbestuurlijk Programma zetten wij hiervoor vooralsnog de stelpost IBP voor in. Slimme, schone en fijnmazige mobiliteit draagt daarnaast bij aan de doelstelling van de RES, waarin mobiliteit en verkeer een belangrijk onderdeel is en draagt voor de gemeente bij aan vermindering van de emissie van fossiele brandstoffen, waaronder CO2. Bereikbaarheid is ook digitale bereikbaarheid. We zetten ons in samenwerking met provincie Zeeland en de overige Zeeuwse gemeenten in om zo breed en uitgebreid mogelijk glasvezelnetwerk te realiseren, waarbij ook grote delen van het buitengebied worden aangesloten. Dit vereist mogelijk éénmalige stimuleringssubsidies om businesscases voor aanleg en exploitatie sluitend te krijgen.

Of dit het geval zal zijn moet het komende jaar blijken. Uiteraard leggen we eventuele voorstellen aan uw raad voor. Voorstel 4: Kennis nemen van de aangekondigde ontwikkelingen die van invloed zijn op de financiële positie vanaf de begroting 2022.

25

6.

Lokale heffingen

6.1

Toeristenbelasting, gedifferentieerde tarieven

Vanuit het door uw raad op 12 november 2020 aangenomen amendement Tariefdifferentiatie toeristenbelasting en optimalisatie opbrengst toeristenbelasting is besloten vanaf de jaarschijf 2022 een gedifferentieerd tarief toeristenbelasting in te voeren. Als hard kader gaf uw raad mee dat dit voorstel minimaal € 2,5 miljoen structurele meeropbrengst moet opleveren. In overleg met de sector (zie bijlage D) is het volgende voorstel tot stand gekomen: Voorstel 5: Wij stellen u voor door middel van het vaststellen van de Verordening toeristenbelasting 2022 (bijlage E) en de Verordening watertoeristenbelasting 2022 (bijlage F) met ingang van 1 januari 2022 de gedifferentieerde tarieven toeristenbelasting in te voeren en daarbij: a. Voor alle accommodaties tijdens het hoogseizoen (mei t/m augustus) een tarief van €1,95 per persoon, per nacht te hanteren. b. Voor alle accommodaties in het laagseizoen (de overige acht maanden) een tarief van €1,75 per persoon, per nacht te hanteren. c.

Voor minicampings een jaarrond tarief te hanteren van €1,50 per persoon, per nacht.

d.

De forfaitaire tarieven te berekenen aan de hand van de hierboven tarieven.

e.

Géén vaste afspraken te maken over de tariefstelling 2023 tot en met 2026.

f.

Gericht te communiceren dat gratis overnachtingen niet belast zijn.

g.

Niet over te gaan tot een tegemoetkoming voor groepsaccommodaties.

h. Kennis te nemen dat het opwaarts bijstellen van het aantal overnachtingen aan de hand van de trendmatige groei verdisconteerd is in het bedrag van € 2,5 miljoen en daarmee niet wordt ingezet om de budgettaire ruimte te vergroten. i. Kennis te nemen dat in de voorgestelde tarieven niet de reguliere indexatie voor 2022 is toegepast. Hieronder aangevuld met de volgende argumentatie: a.1/b.1 Voor alle accommodaties een hoog- en laagseizoen te hanteren. In het amendement is opgenomen dat indien er bij de Kadernota geen voorstel van het college ligt, de fractie van LSD zelf via een amendement de tariefdifferentiatie zal regelen. De voorkeur zou daarbij uitgaan naar het ‘Veerse model’ (het model dat de gemeente Veere per 2021 heeft ingevoerd). Dit model gaat uit van een verschil in tarief voor ‘zelf meegebrachte kampeermiddelen’ en ‘alle andere accommodaties’. De sector (vertegenwoordigd door Hiswa-Recron, VHP en Vekabo) is van mening dat tariefdifferentiatie toeristenbelasting het beste gebaseerd kan worden op een tarief voor het hoogseizoen (mei t/m augustus) en een tarief voor het laagseizoen (de rest van het jaar). Het uitgangspunt daarbij is dat alle gasten evenveel betalen, maar dat door een lager tarief in het laagseizoen te hanteren, dit seizoen – dat doorgaans minder gasten trekt - aantrekkelijker wordt gemaakt. Een uitzondering wordt gemaakt voor de minicampings.

26

c.1 Voor minicampings een jaarrond tarief te hanteren van €1,50 per persoon, per nacht. Voor minicampings wordt jaarrond voor alle accommodaties een lager tarief gehanteerd, omdat de overnachtingsprijs per nacht, per persoon doorgaans een stuk lager ligt dan voor andere vormen van accommodatie en e.e.a. zo meer in evenwicht wordt gebracht. d.1 De forfaitaire tarieven te berekenen aan de hand van de hierboven tarieven. De forfaitaire tarieven worden analoog berekend aan de hand van de gedifferentieerde tarieven. Toeristenbelasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen. De verblijfsaanbieders kunnen er echter voor kiezen om kampeermiddelen op vaste standplaatsen af te rekenen naar een vast bedrag per kampeermiddel via de zogenaamde forfaitair tarieven. Deze tarieven worden bepaald aan de hand van een gemiddeld verblijfsritme (het gemiddeld aantal overnachtingen dat een gemiddeld aantal personen verblijf houdt) vermenigvuldigd met het tarief per persoon, per nacht. Voorgesteld wordt de forfaitaire tarieven vanaf 2022 analoog te berekenen aan de hand van de gedifferentieerde tarieven zoals die gelden voor dat jaar. Dat betekent voor 2022 dat de forfaits op minicampings voor zowel mobiele kampeeronderkomens als vaste onderkomens worden berekend aan het lagere jaarrondtarief van € 1,50.

e.1 We geen vaste afspraken maken over de tariefstelling 2023 tot en met 2026. De sector had de wens om de tariefstelling tot en met 2026 vast te leggen. Het maken van vaste afspraken over de tarieven 2023 tot en met 2026 zou tot financieel ongewenste gevolgen leiden vanwege het niet toepassen van verdere indexatie. We gaan wel met de sector in gesprek over het eventueel oormerken van opbrengsten hoger dan de gewenste meeropbrengst van 2,5 miljoen euro voor de doorontwikkeling van het toeristisch product binnen de Agenda Toerisme en zullen dit in een later stadium aan uw raad voorleggen. f.1 Gratis overnachtingen zijn al onbelast Onze huidige verordeningen zijn gebaseerd op het model van de VNG. Daarin is opgenomen dat belast zijn de overnachtingen ‘tegen vergoeding in welke vorm dan ook’. Er is daarom geen reden de verordeningen aan te passen. Wel kan hierover gerichter gecommuniceerd worden met de sector en hun gasten. g.1 Tegemoetkoming voor de groepsaccommodaties staat los van tariefdifferentiatie In het voorstel van de sector was een voorstel gedaan groepsaccommodaties via de ANBI-status tegemoet te komen. Wij stellen voor tegemoetkoming voor de groepsaccommodaties via de ANBIstatus buiten dit besluit te laten, omdat deze wens voortkomt uit de huidige situatie met betrekking tot Corona en het invoeren van een nieuw model toeristenbelasting hiervan losstaat.

Bovendien moet dit eerst op fiscaal-juridische risico’s worden getoetst door de Belastingsamenwerking.

h.1 De opwaartse bijstelling van het aantal overnachtingen levert geen budgettaire ruimte op Het uitgangspunt voor de meeropbrengst van € 2,5 miljoen is het werkelijk aantal overnachtingen van 2019 (5.012.191). Onze meerjarenbegroting is gebaseerd op een aantal overnachtingen van 4.711.460. Uitgaande van het tarief 2021 van € 1,46 is hogere opbrengst van bijna € 440.000. In de voorgestelde tarieven is deze trendmatige groei verdisconteerd is. Dit betekent dat wij u voorstellen om dit bedrag te gebruiken om de tarieven te dempen. U zou dit bedrag ook kunnen inzetten om de budgettaire ruimte te vergroten. In dat geval zullen de hierboven voorgesteld tarieven moeten worden verhoogd. i.1 In de voorgestelde tarieven is niet de reguliere indexatie voor 2022 toegepast. Het voorstel van de sector behelst de tarieven 2022, waarbij de reguliere indexatie die wij toepassen via de Kadernota niet is toegepast. Als uitgangspunt voor de tarieven is sec het bedrag van € 2,5 miljoen genomen. Voor het niet indexeren is gekozen om de sector enigszins tegemoet te komen nu hun wens om de tarieven tot 2026 vast af te spreken niet gehonoreerd kan worden. Het niet indexeren

27

werkt structureel door in de budgettaire ruimte. Het exacte bedrag daarvan is ten tijde van het schrijven van dit voorstel nog niet duidelijk, het indexatiepercentage voor de Kadernota 2022 – 2025 is nog niet bekend. Naar schatting gaat het om een bedrag van circa € 130.000. Kanttekening Bovengenoemd model is aan de Belastingsamenwerking voorgelegd. Hun conclusie is dat als je van te voren een percentage afspreekt voor hoog- en laagseizoen, dit model uitvoerbaar is. In overleg met de sector en de Belastingsamenwerking en op basis van de werkelijke overnachtingscijfers van de sector in hoog- en laagseizoen is daarop een 30-70% verdeling gemaakt. Indien de voorgestelde verdeelsleutel van 30-70% voor respectievelijk het laag- en hoogseizoen in werkelijkheid anders uitvalt, kan dat gevolgen hebben voor de werkelijke opbrengst. Waarbij opgemerkt wordt dat deze zowel negatief als positief kan uitvallen. Daarbij geldt natuurlijk wel dat er altijd al andere factoren van invloed waren en zullen blijven op het toeristisch verblijf en daarmee op de werkelijke opbrengst, zoals weersinvloeden en economische factoren. Als om wat voor reden dan ook het geschatte aantal overnachtingen niet gehaald wordt, dan bestaat de kans dat de meeropbrengst in enig jaar niet wordt gehaald.

7.

Prognose budgettaire ruimte 2022-2025

Onderstaand overzicht laat de actuele budgettaire ruimte zien na vaststelling door uw raad van de programmabegroting 2021-2024, inclusief aangenomen amendementen, en de verwerking van de door uw raad tot en met 29 april 2021 vastgestelde begrotingswijzigingen vanuit de raadsvoorstellen. Ook het saldo van de 1e financiële rapportage, die uw raad behandelt in de raad van 23 juni 2021, dat wordt gedekt uit de budgettaire ruimte, is in het overzicht opgenomen. Tevens is de jaarschijf 2025 toegevoegd (x € 1.000): Onderwerp Budgettaire ruimte Programmabegroting 20222025 Raadsbesluiten tot en met 29 april 2021 Financiële rapportage 2021-1 Budgettaire ruimte

2022

2023

2024

0 103

0 95

103

95

850 -38 -192 620

2025 1.804 -17 -192 1.596

De hogere budgettaire ruimte in 2025 wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door het feit dat uw raad besloot bij het vaststellen van de programmabegroting 2021-2024 de budgettaire ruimte in 2022 tot en met 2024 te gebruiken om de financiële positie van de gemeente te verbeteren. Zo word in 2024 € 1 miljoen aan de reserves toegevoegd. De raming voor de algemene uitkering gemeentefonds hebben wij in 2025 gelijk gehouden aan het niveau van 2024, verhoogd met compensatie voor inflatie. Op basis van de mei- en septembercirculaires 2021 nemen wij de actuele raming voor deze jaarschijf op. Dit kan dus nog leiden tot een voordelige dan wel nadelige bijstelling van de budgettaire ruimte. Verwerking van de bij deze kadernota bekend zijnde gegevens, geeft de volgende prognose van de budgettaire ruimte (x€ 1.000): Onderwerp 2022 2023 2024 2025 103 95 620 1.596 Budgettaire ruimte 5.1.3 Herijking gemeentefonds vooralsnog handhaven op pm pm pm pm € 59 nadeel per inwoner 5.1.3 Aanpassing ingroeipad naar € 15 per inwoner i.p.v. 558 963 453 € 25 5.1.3 Verwacht herverdeeleffect woonplaatsbeginsel -130 -130 -130 -130 jeugd voogdij 18+

28

Onderwerp 5.1.4 Korting algemene uitkering voor apparaatskosten 5.3.1 Jeugdhulp 5.3.1 Reservering voor schommelingen maatwerkvoorzieningen Jeugd en WMO 5.3.2 Wet Maatschappelijke Ondersteuning 5.3.3 Dorpshuizen 5.3.4 Lokale inclusie agenda 5.3.5 De Zuidhoek 5.3.6 Participatiewet 5.3.6 Hoogwaardig handhaven Participatiewet 5.3.7 Schuldhulpverlening vroegsignalering 5.3.8 Inburgering maatschappelijke begeleiding 5.3.8 Nieuwe taken nieuwe wet inburgering 5.3.9 Vitaal Schouwen-Duiveland 5.4 Omgevingswet 5.5 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen 5.6.1 Klimaatmitigatie 5.6.1 Verwachte dekking klimaatmitigatie uit gemeentefonds 5.6.2 Klimaatadaptatie 5.7 Living Lab 5.8 Zandfonds 5.9 Clustering voetbalverenigingen de Westhoek 5.10 IHP vanaf 2025 5.11 Vervallen tweede parkeervergunning Zierikzee 5.12 De Zeeuwse Marketing Organisatie 5.13 RUD 5.14 VRZ 5.15.1 Functiewaardering 5.15.2 Project Hybride werken 5.15.2 Formatieplaats Staf 5.16 Privacy en informatiebeveiliging 5.17 Areaal buitenruimte 5.18 Herbestemmingsonderzoek monumenten 5.19 Professionalisering en uitbreiding museumfunctie Watersnoodmuseum 5.20 Brogum 5.21 Toegankelijkheid en mobiliteit 6.1 Toeristenbelasting in 2022 niet indexeren Prognose budgettaire ruimte

2022

2023

2024

564

473

379

2025 -265 675

-401

-254

-161

-490

-163 pm pm pm pm pm pm -40 pm pm pm pm -202

-89 pm pm pm pm pm pm -50 pm pm pm pm -360

-88 pm pm pm pm pm pm -50 pm pm pm pm -360

-55 pm pm pm pm pm pm -50 pm pm pm pm -360

112

112

112

112

-196 -70 -330 pm

-181 -50 -330 pm

-181 -50 -330 pm

pm pm pm pm pm pm pm pm pm

pm pm pm pm pm pm -110 pm pm pm

pm pm pm pm pm pm -110 pm pm pm

-181 -50 -330 pm -333 pm pm pm pm pm pm -110 pm pm pm

pm

pm

pm

pm

pm pm -130 -753

pm pm -130 -446

pm pm -130 484

pm pm -130 352

In paragraaf 5.10 vermeldden wij u dat de kapitaallasten voor de uitvoering van het IHP na 2025 nog verder oplopen naar € 585.000 in 2028. Dit betekent na 2025 nog een claim op de budgettaire ruimte van € 252.000. Daarnaast is de vrijval in 2025 van € 453.000 als gevolg van een trager ingroeipad van de herverdeling van het gemeentefonds een incidenteel voordeel. Dit betekent dat na 2025 de volgende budgettaire ruimte resteert (x€ 1.000):

29

Onderwerp Budgettaire ruimte 2025 Oplopende kapitaallasten IHP Incidentele vrijval ingroeipad herverdeling gemeentefonds Budgettaire ruimte na 2025

Na 2025 352 -252 -453 -353

In de tabel hieronder ziet u een aantal scenario’s die zich bij de besluitvorming van het nieuwe kabinet kunnen voordoen rondom de herverdeling van het gemeentefonds. Deze kunnen positief van invloed kunnen zijn op de budgettaire ruimte (x € 1.000): Scenario Terugdraaien vanaf 2022 oplopende korting apparaatskosten Herverdeeleffect wordt aangepast van € 59 nadelig naar € 30 nadelig Herverdeeleffect wordt aangepast van € 59 nadelig naar €0 Herverdeeleffect wordt aangepast van € 59 nadelig naar € 20 voordelig

2022 216

2023 456

2024 696

2025 960 510

1.020

510

1.020

1.530

1.700

1.700

1.700

Bovenstaande tabel geeft aan hoe grillig het verloop van de budgettaire ruimte kan zijn, afhankelijk van de uitkomsten van de definitieve herverdeling van het gemeentefonds. Voorgesteld wordt dan ook om kennis te nemen van de mogelijke ontwikkeling van de budgettaire ruimte, mede ook omdat van veel ontwikkelingen nog niet bekend is wat de financiële gevolgen zullen zijn, en eventuele keuzes voor prioriteiten pas te maken bij de behandeling van de programmabegroting 2022-2025. Voorstel 6: Kennis nemen van de voorlopige ontwikkeling van de budgettaire ruimte.

8.

Financiële positie

In de kadernota Risicomanagement en Rechtmatigheidsverantwoording stelde u in 2019 kaders vast op basis waarvan een oordeel kan worden gegeven over de financiële positie van de gemeente. Dit oordeel wordt afgewogen op basis van de waarden van onze financiële kengetallen solvabiliteitsratio, grondexploitatieratio, structurele exploitatieruimte, belastingcapaciteit, weerstandsratio en netto schuldquote. Als 1 of 2 van deze waarden in de categorie C vallen, is er sprake van een matige, respectievelijk ongezonde financiële positie. De afgelopen programmabegrotingen heeft u met deze beoordeling in de praktijk ervaringen opgedaan. Die ervaring heeft geleerd dat door een aantal scores in categorie C (o.a. Belastingdruk en solvabiliteitsratio) onze financiële positie matig of ongezond was. Wij stellen voor om, samen met de auditcommissie, in het najaar van 2021 de Kadernota Risicomanagement en Rechtmatigheidsverantwoording op de daarin vastgestelde kaders te evalueren en op basis daarvan te beoordelen of aanpassing gewenst is. Voorstel 7: Instemmen met het voorstel om in het najaar van 2021 de Kadernota Risicomanagement en Rechtmatigheidsverantwoording vastgestelde kaders in samenwerking met de auditcommissie te evalueren en op basis daarvan te beoordelen of aanpassing gewenst is.

30

9.

Bestuursopdracht creëren budgettaire ruimte

Vanaf de programmabegroting 2020-2023 hebben we forse slagen gemaakt met de Bestuursopdracht creëren budgettaire ruimte (BO). We zijn er samen met uw raad in geslaagd om totaal € 5,3 miljoen structurele ruimte te realiseren. De bij de begroting geplande investeringen voor onze samenleving konden daarmee doorgang vinden. Tevens is hierdoor het preventief provinciaal financieel toezicht in 2020 beëindigd. Over de realisatie van de gecreëerde bezuinigingen wordt u via de financiële rapportages 2 keer per jaar geïnformeerd. Dit doen we in 2021 en 2022. Vanuit de BO staan nog diverse deelprojecten, afzonderlijke onderzoeken, te maken beleidskeuzes (bestaand beleid inleveren voor geld) en creatieve ideeën op de agenda. Wij pakken deze eind 2021 weer op omdat: • onze huidige financiële meerjarenpositie redelijk gezond is; • de openstaande acties nog geactualiseerd moeten worden en er nu, gelet op alle andere prioriteiten, geen capaciteit voor de actualisatie beschikbaar is; • er voorstellen bij zitten die vanuit COVID-19 economisch en maatschappelijk weinig draagvlak creëren. Begin 2022 bespreken we de in het 4e kwartaal 2021 geactualiseerde openstaande acties met het managementteam. Het doel hiervan is het opstellen van een keuzelijst en ideeën die nà de verkiezingen in 2022 worden betrokken bij de coalitiebesprekingen.

10.

Risico’s

Voor de risico’s verwijzen wij u naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing van de jaarrekening 2020.

11.

Overige actuele ontwikkelingen

Het stellen van de kaders voor de begroting 2022 – 2025 vraagt om een compleet beeld van de context waarin de kaders worden geplaatst. Naast de financiële kaders, zoals genoemd in deze kadernota, zijn er ook andere kaders aanwezig waar u rekening mee moet of kunt houden bij het bepalen van de kaders voor de begroting 2022 -2025. Normaal gesproken treft u een aparte bijlage aan: de memo “Relevante ontwikkelingen om te betrekken bij opstellen programmabegroting”. We omschrijven de meest relevante ontwikkelingen nu in dit hoofdstuk. De redenen hiervoor zijn: • in maart 2022 zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Het is niet gebruikelijk om een nieuwe raad en een nieuw college een zeer beleidsrijke begroting over meerdere jaren mee te geven; • kort na het zomerreces 2021 leveren we een overdrachtsdocument op, waaruit uw raad geachte noodzakelijke elementen nog mee kunt nemen bij de behandeling van de programmabegroting 2022-2025; • het zwaartepunt voor de komende twee jaar maar mogelijk langer ligt naar onze mening bij herstel en groei van onze lokale samenleving op economisch maar zeker ook sociaal-maatschappelijk vlak om snel de gevolgen van de coronacrisis achter ons te laten. Inmiddels is duidelijk dat nu goedgekeurde en goed werkende vaccins beschikbaar zijn. Tot nu toe zijn die ook effectief tegen mutaties van het coronavirus.

Duidelijk is dat het herstellen van de coronacrisis een langere adem vergt. Niet alleen het vaccineren duurt langer waardoor beperkende maatregelen langer van kracht blijven. Ook het herstel van het internationaal goederen en personenverkeer kost meer tijd. Het verschil in beschikbaarheid van vaccins en het tempo van vaccineren in de verschillende landen maakt dat internationaal beperkingen langer zullen blijven gelden. Dit heeft gevolgen voor het herstel van de wereldeconomie en de internationale handel. Een lichtpunt is wel dat de grootste wereldeconomieën het productniveau van vóór corona al weer nagenoeg bereikt hebben. Op Europees en nationaal niveau gaat de komende jaren de aandacht volledig uit naar herstel en groei na corona. Enerzijds om het welvaarts- en welzijnsniveau van vóór corona te bereiken, anderzijds om versneld te verduurzamen naar een fossiel vrije, co2-arme en circulaire samenleving. Zowel Europa als het rijk hebben grootschalige herstel- en groeifondsen aangekondigd. Op nationale schaal worden plannen ontwikkeld in nauwe samenwerking tussen rijk en regio. Een belangrijk punt dat hierbij speelt is dat de projecten een grote omvang moeten hebben. Dat betekent dat we als

31

gemeente samenwerking moeten zoeken in Zeeuws verband en op de schaal van Zuid(west)Nederland en in P10-verband. Aan de nationale plannen worden brede welvaartsindicatoren gekoppeld. Dat betekent dat projecten niet alleen van belang moeten zijn voor de economie maar ook relevant moeten zijn voor sociaal en cultureel herstel en groei. In het hoofdstuk COVID-19 hebben we al aangegeven op welke terreinen wij de komende jaren opgaven verwachten als gevolg van de coronacrisis. We stellen uw raad voor om maximaal van de externe financieringsmogelijkheden gebruik te maken en deze te integreren in de reeds vastgestelde meerjarige beleidsdoelstellingen. Klimaat- en verduurzamingsopgaven zijn uitstekend te integreren in de stads- en dorpsvisies die in uitvoering zijn of op stapel staan. Hetzelfde geldt voor de sociaal-maatschappelijke opgaven. De transitieopgaven op het gebied van klimaat, energie en sociaal domein gaan de komende jaren veel van het gemeentebestuur en de lokale samenleving vragen. Op een aantal onderdelen weten we als gemeente te excelleren en ons te onderscheiden. Ons advies is om bij deze omvangrijke opgaven open te blijven staan voor het vergroten van de robuustheid en weerbaarheid van onze samenleving. Daarnaast voor innovatie waar we economisch maar ook sociaal-maatschappelijk in het belang van onze inwoners, ondernemers en gasten ons voordeel mee kunnen doen.

Dit betekent adequaat reageren op de groei- en herstelfondsen met goede projecten en programma’s, organiseren van samenwerking met (wisselende) coalities ten behoeve van het juiste schaalniveau en snel en slim invullen van de cofinancieringsopgaven. Voorstel 8: Kennis nemen van de overige actuele ontwikkelingen.

12.

Aanvullende suggesties Raad

We stellen het uiteraard op prijs als u nog andere kaderstellende voorstellen aanreikt, die wij kunnen betrekken bij de voorbereiding op de aan te bieden begroting 2022-2025. Wij wachten uw reactie met belangstelling af. Voorstel 9: Eventueel aanvullende kaderstellende voorstellen meegeven voor de verdere voorbereiding van de begroting.

32

33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10178148/2