CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

RVS Kadernota begroting 2022-2025 - bijlage 1 kadernota

Gemeenteraad 1 juli 2021, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Kadernota begroting 2022-2025 (442202)15.847 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Kadernota begroting 2022-2025

1

Inhoud 1.

Inleiding ............................................................................................................................................................... 3

2.

Provinciale begrotingscirculaire 2022-2025 (begrotingstoezicht) .................................................... 3

3.

Indexerings- en rentepercentages................................................................................................................ 5

4.

Collegeprogramma 2018-2022: Verbindend verder ............................................................................... 6

5.

Ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de budgettaire ruimte ........................................... 6

6.

Lokale heffingen .............................................................................................................................................. 26

7.

Prognose budgettaire ruimte 2022-2025................................................................................................. 28

9.

Bestuursopdracht creëren budgettaire ruimte ...................................................................................... 31

10. Risico’s................................................................................................................................................................ 31 11. Overige actuele ontwikkelingen ................................................................................................................. 31 12. Aanvullende suggesties Raad....................................................................................................................... 32

Bijlage A: Bijlage B: Bijlage C: Bijlage D: Bijlage E: Bijlage F:

Begrotingscirculaire Provincie 2022 - 2025 Uitgangspunten begroting 2022-2025 Brief VZG met richtlijn 2022 gemeenschappelijke regelingen Brief vertegenwoordigers toeristische sector april 2021 Verordening toeristenbelasting 2022 Verordening watertoeristenbelasting 2023

2

1.

Inleiding

Bij de raadsbrief van 20 april 2021 bent u geïnformeerd over de Planning & Control cyclus (P&C cyclus) 2021. Hierin staat o.a. opgenomen dat u de Kadernota voor de Programmabegroting 20222025 behandelt in de raad van 23 juni 2021. Deze Kadernota gaat in op de financiële en beleidsmatige ontwikkelingen die relevant zijn voor de Programmabegroting 2022-2025.

2.

Provinciale begrotingscirculaire 2022-2025 (begrotingstoezicht)

Op 1 april 2021 ontvingen wij van Gedeputeerde Staten (GS) van Zeeland de begrotingscirculaire 2022-2025 (zie bijlage A). Hierin staan criteria en toetsingsaspecten die gelden voor het provinciaal begrotingstoezicht. Ieder jaar is sprake van een aantal actuele onderwerpen waar GS bij haar controle specifiek aandacht op vestigen. Voor de begroting 2022 – 2025 betreft dit de volgende onderwerpen van belang voor uw raad: Toetsing COVID-19: GS voorzien 2 situaties: 1. In de meerjarenbegroting wordt geen rekening gehouden met de financiële gevolgen van COVID19. In dat geval verwachten GS dat in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing een inschatting wordt gemaakt welke financiële risico's de gemeente loopt. 2. In de meerjarenbegroting wordt rekening gehouden met incidentele baten en lasten als gevolg van COVID-19. In dat geval verwachten GS dat de financiële gevolgen van de corona-crisis zo reëel als mogelijk worden ingeschat, waarbij wordt aangegeven wat de incidentele en structurele baten en lasten zijn. De gemaakte keuze moet duidelijk in de begroting zijn aangegeven, zodat GS kunnen beoordelen of de gekozen methodiek voldoende aannemelijk, geloofwaardig en daarmee aanvaardbaar is. GS betrekken dit bij hun oordeel over de plausibiliteit van de ramingen.

Meerjarenbegroting gemeente Schouwen-Duiveland: Wij houden geen rekening met structurele en incidentele baten en lasten COVID-19 en de daarbij behorende verwachte compensatie van het rijk. Via de paragraaf weerstandsvermogen lichten wij de risico’s in verband met Covid-19 toe. De baten en lasten die ontstaan als gevolg van COVID-19 brengen wij via een financiële rapportage ter begroting. Wel stellen wij in paragraaf 5.2 voor incidenteel middelen te reserveren voor een fonds voor nazorg, groei- en herstel van getroffen personen en sectoren. Toetsing herijking gemeentefonds: Vanaf 2023 wordt de nieuwe verdeling, afhankelijk van de besluitvorming door het Kabinet, doorgevoerd. Gemeenten waarvoor nu in de voorlopige voorstellen een fors nadelig herverdeeleffect is voorzien, dienen bij het opstellen van de meerjarenraming zich hiervan bewust te zijn en waar mogelijk de reserves te versterken. Meerjarenbegroting gemeente Schouwen-Duiveland: In de huidige meerjarenramingen houden wij rekening met een nadelig herverdeeleffect van € 59 per inwoner. Ook hebben wij bij het vaststellen van de programmabegroting 2021-2024 onze reserves versterkt. De herijking heeft volop onze aandacht en de financiële consequenties hiervan komen zowel bij de voorstellen over de algemene uitkering uit het gemeentefonds als bij de aanbieding van de begroting 2022-2025 expliciet terug.

Toetsing sociaal domein: Voor de beoordeling van de begroting 2022 blijven vooralsnog de richtlijnen van de begroting 2021 van kracht: a. Voor de jaren 2023, 2024 en 2025 kan door de gemeente een stelpost 'Uitkomst onderzoek jeugdzorg' geraamd worden (een bate via de algemene uitkering). Deze stelpost kan als structureel worden opgenomen. b. Voorwaarde is dat daarnaast de gemeente ook zelf maatregelen neemt in het kader van de transformatie rondom jeugdzorg en Wmo, mede gericht op beheersing van de kosten.

3

GS beoordelen of de ramingen in de meerjarenbegroting voor het sociaal domein reëel zijn en welke risico's gemeenten lopen. Daarbij betrekken zij tenminste de realisatie van de laatste jaarrekeningen, de verwachte realisatie voor het jaar 2021 (voor jeugdhulp de realisatiecijfers over het 1e halfjaar) en de verslagen van de accountant. Meerjarenbegroting gemeente Schouwen-Duiveland: Hiervoor verwijzen wij u naar paragraaf 5.3. Toetsing Omgevingswet: GS vinden het van groot belang om een goede inschatting te maken wat er op onze gemeente afkomt en ons adequaat op deze wet voor te bereiden. Daarbij past ook de vraag wat de financiële gevolgen voor onze gemeente zullen zijn. Zij attenderen hierbij op: • Welk personeel is wel en niet nodig? • Hoe begeleidt u het implementatieproces? • Moet u uw medewerkers opleiden? • Wat betekent dit voor ICT? • Wat kost het om de omgevingsdocumenten te ontwikkelen? Meerjarenbegroting gemeente Schouwen-Duiveland: Wij volgen in onze voorbereiding op de Omgevingswet het door B&W vastgestelde plan van aanpak, gebaseerd op de ‘routekaart’ van de VNG. De voorbereiding ligt op schema. Op het vlak van ICT en werkprocessen zijn de nodige stappen gezet. Wij verwijzen u hier verder voor naar paragraaf 5.4 .

Toetsing duurzaamheid/energietransitie/klimaat: Elke gemeente, provincie en ook waterschap werkt op dit moment binnen regio's samen met stakeholders aan een Regionale Energiestrategie (RES). De RES is een instrument om gezamenlijk te komen tot keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor benodigde opslag en energie infrastructuur. Van decentrale overheden verwacht het Rijk dat zij een deel van de groei van de algemene uitkering o.a. ten goede laten komen aan klimaatbeleid en de energietransitie. Meerjarenbegroting gemeente Schouwen-Duiveland: Hiervoor verwijzen wij u naar paragraaf 5.6. Inzicht in de structurele begrotingspositie Het inzicht in de structurele begrotingspositie blijft een belangrijk aandachtspunt voor GS. Zij dringen er nogmaals op aan het begrotingssaldo, zowel voor het betreffende begrotingsjaar als voor de meerjarenraming, inzichtelijk te presenteren. Dit houdt in dat de meerjarenbegroting inzicht moet geven in het structurele begrotingssaldo, nadat deze is gecorrigeerd met de incidentele baten en lasten. Zij adviseren het structureel begrotingssaldo op deze wijze in het raadsvoorstel en de aanbiedingsbrief of in de inleiding van de begroting op te nemen. Daarnaast adviseren zij inzicht te geven in structurele mutaties uit reserves en het verloop van de reserves inzichtelijk te maken.

Meerjarenbegroting gemeente Schouwen-Duiveland: Wij geven in de meerjarenbegroting inzicht in de structurele begrotingspositie, de structurele mutaties uit reserves en in het meerjarig verloop van de reserves. Het advies van GS om het structurele begrotingssaldo nadrukkelijker te communiceren nemen wij mee met het opstellen van de begroting. Taakstellingen: GS zien, behalve het benoemen van de stelposten en taakstellingen, ook het concreet toelichten van de wijze waarop de voorgenomen bezuinigingen en het nieuwe beleid voor de komende jaren zijn vertaald in de begroting, als noodzakelijke informatie voor uw en ons inzicht in en de beoordeling van de financiële positie.

4

Zij adviseren een integraal beeld van de opgenomen bezuinigingsmaatregelen, taakstellingen, stelposten en reserveringen en de voortgang hierop te presenteren in een paragraaf Taakstellingen en stelposten. Meerjarenbegroting gemeente Schouwen-Duiveland: Het advies van GS inzicht te geven in (de voortgang van) de bezuinigingsmaatregelen betrekken wij bij het opstellen van de meerjarenbegroting. Zoals toegezegd wordt u via onze financiële rapportages in 2021 en 2022 hier ook over geïnformeerd.

3.

Indexerings- en rentepercentages

3.1 Indexeringspercentages voor lonen, prijzen, bouwgrondexploitaties, subsidies, belastingen, heffingen, huren, pachten en rentepercentages voor investeringen, leningen, bouwgrondexploitaties en reserves De voorgestelde indexerings- en rentepercentages hebben we opgenomen in bijlage B “Uitgangspunten 2022 - 2025 indexering. De basis voor deze percentages zijn toegelicht in de bijlage. Nieuw hierin is een rentepercentage voor de Stimuleringslening voor Bedrijven en Verenigingen, die voort komt uit de Verordening Stimuleringslening voor Bedrijven en Verenigingen SchouwenDuiveland 2019. In de meicirculaire gemeentefonds 2021 actualiseert het Rijk de inflatiepercentages. Indien nodig passen wij onze indexeringspercentages aan. Wij rapporteren hierover in het raadsvoorstel bij de meicirculaire. Voor nu zien wij een explosieve stijging in grondstofprijzen ontstaan voor de olie gerelateerde materialen die gebruikt worden voor de bouw (waaronder ook wegen). In deze kadernota volstaan wij met het benoemen van dit risico. Via de P&C cyclus beoordelen wij op projectniveau of er aanleiding is voor een aanpassing van het krediet en de daarbij behorende kapitaallast. Voorstel 1: Instemmen met de in bijlage B genoemde indexerings- en rentepercentages.

3.2 Stijgingspercentage en reservevorming gemeenschappelijke regelingen In de algemene bestuursvergadering van 4 december 2020 heeft de Vereniging van Zeeuwse Gemeenten (VZG) de richtlijn voor de begroting 2022 voor de gemeenschappelijke regelingen (GR) vastgesteld (zie bijlage C). De strikte richtlijn gaat uit van een toegestane inflatiecorrectie in de GRbegroting 2022 van 0,9%. Deze is vanaf 2020 gebaseerd op een gedifferentieerde index die voor 2/3e bestaat uit de indexering voor de lonen en voor 1/3e uit de indexering voor de prijzen. Hogere lasten door veranderingen in bestaand beleid moeten binnen de begroting van de GR worden opgevangen. Voor 2021 is de bezuinigingsrichtlijn vastgesteld op 0%. Deze richtlijn is aan de orde als twee jaar achter elkaar de algemene uitkering uit het gemeentefonds met gemiddeld 2% per jaar afneemt. De berekening vindt plaats op basis van het accres. Vanuit het OZO wordt aandacht gevraagd voor deze berekeningssystematiek. Gemeenten hebben te maken met forse bezuinigingsmaatregelen als gevolg van o.a. opgelopen kosten in het sociaal domein. De vraag doet zich voor in hoeverre de gemeenschappelijke regelingen hierin ook hun bijdragen moeten gaan leveren. De Zeeuwse werkgroep gemeenschappelijke regelingen is gevraagd onderzoek te doen naar de berekeningssystematiek.

De norm voor reservevorming bedraagt 5% van de jaaromzet van de betreffende gemeenschappelijke regeling. Negatieve exploitatiesaldi moeten in eerste instantie hieruit worden gedekt. Als daarmee het totaal van de reserves is gebruikt, komt het restant ten laste van de deelnemers.

5

Indien de totale reservepositie op de balans per 31 december 2021 meer dan 5% van de jaaromzet bedraagt, moet het meerdere in maximaal 4 jaar (minimaal 25% per jaar) worden uitgekeerd aan de deelnemers. We stellen voor in onze eigen meerjarenbegroting 2022-2025 bij de GR’en voor het jaar 2022 uit te gaan van de VZG-indexering en richtlijnen voor reservevorming. Voor de meerjarenraming 2023-2025 stellen we voor uit te gaan van 2/3e van de indexering voor de lonen en 1/3e van de indexering voor de prijzen zoals we die hanteren in onze meerjarenraming (onderdeel 3.1). Voorstel 2: Voor 2022-2025 voor de gemeenschappelijke regelingen de VZG-richtlijnen voor indexering en reservevorming volgen bij het opstellen van onze eigen meerjarenbegroting.

4.

Collegeprogramma 2018-2022: Verbindend verder

In de gemeenteraadsvergadering van 9 mei 2018 is het collegeprogramma 2018-2022 “Verbindend verder” voor de gemeenteraadsperiode behandeld. Dit collegeprogramma is opgebouwd langs de doelen en thema’s van Tij van de Toekomst, de visie voor onze gemeente voor 2040. De ambities en doelen in het collegeprogramma hebben we gefaseerd in de tijd uitgewerkt in de programmabegrotingen tot en met 2021. Hierdoor konden we met de periodieke monitoring via de P&C cyclus de voortgang in de uitvoering van het collegeprogramma heel overzichtelijk volgen en laten controleren door uw raad. In januari 2021 legden wij de peilstok aan uw raad voor. In deze peilstok namen wij op hoever het college staat met de uitvoering van het collegeprogramma. Deze peilstok is tevens de basis voor het aanmelden van onze gemeente als SDG-gemeente (Sustainable Development Goals voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties). In maart 2022 vinden gemeenteraadsverkiezingen plaats. Tot maart 2022 legt het college de nadruk op het netjes afronden van het huidige collegeprogramma. Dat betekent niet dat we niet open staan voor nieuwe ontwikkelingen. We komen daar in het hoofdstuk Overige relevante ontwikkelingen op terug.

5.

Ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de budgettaire ruimte

5.1

Ontwikkelingen algemene uitkering

5.1.1 Accres 2022 en verder We weten dat het gemeentefonds in deze kabinetsperiode is gekoppeld aan de brede rijksuitgaven (samen trap op, trap af) en dat gemeenten deze brede koppeling ook in de volgende kabinetsperiode willen. Dit is een breed gedragen inzet die wordt gevoerd door de VNG. We weten ook dat de accressen voor 2020 en 2021 zijn bevroren vanwege de coronacrisis. Wat we niet weten is of en op welk niveau de accressen vanaf 2022 met de meicirculaire opnieuw worden gekoppeld aan de actuele hoogte van de rijksbegroting en of dit voor- of nadelig uitvalt ten opzichte van de bestaande ramingen. Over het handhaven van de brede koppeling in de nieuwe bestuursperiode van het Rijk krijgen we op zijn vroegst in het coalitieakkoord van de nieuwe regeringspartijen duidelijkheid. De doorrekeningen die door het Centraal Planbureau (CPB) zijn gemaakt voor de politieke partijen laten zien dat daarin rekening wordt gehouden met intensiveringen en laten niet zien dat bij iedere wijziging op de rijksbegroting het gemeentefonds ‘automatisch’ meebeweegt. De meicirculaire 2021 geeft nieuwe cijfers voor de accressen vanaf 2022. Die duidelijkheid is relatief, want een nieuw coalitieakkoord kan hier nog impact op hebben.

6

In deze kadernota houden we de accresreeksen uit de septembercirculaire 2020 aan bij de prognose van de budgettaire ruimte bij gebrek aan concretere informatie. Via de mei- en septembercirculaire 2021 actualiseren we deze. 5.1.2 Mogelijk extra middelen voor jeugdzorg Vanaf 2023 Binnen de begrotingsrichtlijnen van de Provincie Zeeland is het toegestaan rekening te houden met een extra compensatie voor de jeugdzorg, van maximaal € 418.000 op jaarbasis vanaf 2023 (gebaseerd op 300 miljoen aanvullende structurele compensatie) . Bij de besluitvorming van uw meerjarenbegroting 2022-2025 leggen wij u de keuze voor of u gebruik wilt maken van deze mogelijkheid en de daarmee beoogde doelen. 5.1.3 Herijking gemeentefonds Herijking gemeentefonds met ingang van 2023 In maart 2021 startte de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) het adviestraject over het herverdeelvoorstel. Eerst is de Raad voor Openbaar Bestuur (ROB) om advies gevraagd, daarna wordt de VNG om advies gevraagd. De ROB heeft inmiddels een tussenbericht gestuurd naar BZK, waarin de adviesraad tientallen kritische vragen stelt. Hierdoor heeft de minister haar herverdeelvoorstel ingetrokken. Ze kondigde daarbij aan in juni 2021 met een nieuw herverdeelvoorstel te komen. De ROB brengt in augustus zijn advies daarover uit. Daarna geeft de VNG haar advies.

BZK publiceerde bij het inmiddels ingetrokken herverdeelvoorstel indicatieve herverdeeleffecten per gemeente. Deze herverdeeleffecten zullen ongetwijfeld veranderen. Onze gemeente had hierin, in tegenstelling tot eerdere berichten, een voordeel. Grote kanttekening hierbij is dat dit voorstel is gebaseerd op de financiële gegevens van het gehanteerde peiljaar 2017. Naar aanleiding van het tussenbericht van de ROB verwachten wij aanpassingen in het eerder aangeboden en inmiddels ingetrokken herverdeelvoorstel. Hier komt bij dat, zodra het model straks wordt losgelaten op de maatstaven die gelden in 2023, dit een andere uitkomst geeft. De minister schrijft in haar brief van 7 december 2020 dat de invoering van de herijking opschuift naar 1 januari 2023. Dit betekent dat uiterlijk in de meicirculaire 2022 duidelijk moet gaan worden wat de nieuwe gemeentefondsuitkering per gemeente gaat worden. U heeft in uw meerjarenbegroting 2021-2024 rekening gehouden met een nadeel oplopend naar € 59 per inwoner in 2025. Bij het opstellen van de meerjarenbegroting 2022-2025 beoordelen wij of er op basis van de dan beschikbare informatie aanleiding is het scenario van € 59 nadeel per inwoner bij te stellen. Via deze kadernota stellen wij wel een wijziging voor met betrekking tot het ingroeipad. In onze programmabegroting 2021-2024 zijn wij uitgegaan van tranches van € 25 per inwoner per jaar.

In het verdeelvoorstel van BZK zijn tranches van 15 euro per inwoner per jaar voorgesteld onder de voorwaarde dat de herverdeling op basis van peiljaar 2023 wordt geëvalueerd. Daarom stellen wij voor in de meerjarenbegroting 2022-2025 dit ingroeipad te wijzigen naar tranches van € 15 per inwoner per jaar. Hierdoor ontstaat in de jaren 2023 tot en met 2025 een incidenteel voordeel van respectievelijk € 558.000, € 963.000 en € 453.000.

7

Woonplaatsbeginsel Jeugd voogdij 18+ Tegelijk met de voorlopige cijfers herijking gemeentefonds (voorjaar 2021) zijn de cijfers bekendgemaakt van de invoering van het woonplaatsbeginsel Jeugd. Voor onze gemeente komt dit neer op 4 euro nadeel per inwoner (€ 130.000 minder inkomsten). Het woonplaatsbeginsel zorgt ervoor dat de gemeente van herkomst (inhoudelijk en financieel) verantwoordelijk blijft indien een cliënt in een andere gemeente beschermd gaat wonen. In de doorrekening van de budgettaire ruimte houden wij rekening met dit verwachte nadeel. In paragraaf 5.3.1 gaan wij in op de meerjarenbegroting Inkooporganisatie Jeugd Zeeland 2022-2025 . Daaruit blijkt een verlaging van de zorg-in -natura Het verwachte nadeel vanuit het woonplaatsbeginsel kan hieruit worden gedekt. Via het separate voorstel bij de circulaire waarin deze herverdeling van middelen definitief wordt verwerkt, beoordelen wij in hoeverre de verwachte verlaging van de jeugdbudgetten als gevolg van het woonplaatsbeginsel in verhouding staat tot de verlaging van onze algemene uitkering hiervoor. Het is op dit moment onzeker of en in hoeverre dit het herverdeeleffect dekt. Doordecentralisatie Beschermd wonen Een objectieve verdeling voor alle gemeenten is onderdeel van herverdeelvoorstel.

Deze objectieve verdeling wordt tegelijk met de doordecentralisatie van centrumgemeenten naar individuele gemeenten met ingang van 1 januari 2023 geleidelijk doorgevoerd. Dit gebeurt via een overgangsregeling, die in totaal 10 jaar duurt. Gedurende deze periode wordt in stappen toegewerkt naar het nieuwe verdeelmodel. Op 1 januari 2032 wordt de laatste stap gezet en is sprake van een budget dat volledig wordt verdeeld op basis van een objectief verdeelmodel. De uitkomsten zijn op dit moment nog voorlopig. Het verdeelmodel is doorgerekend op basis van de gegevens die nu voorhanden zijn over de omvang van het landelijk beschikbare budget en over het relatieve aandeel van iedere gemeente hierin. Deze cijfers woorden nog geactualiseerd. De cijfers die voorlopig bekend zijn gemaakt, maar zeker niet definitief zijn, laten een beeld zien dat we er Zeeuwsbreed nagenoeg financieel neutraal voor staan. Niet positief en niet negatief. Zodra dit duidelijk is wordt u nader geïnformeerd. Wet Langdurige Zorg (WLZ) uitname Uit het gemeentefonds worden middelen overgeheveld naar de WLZ (voorlopig € 495 miljoen). Dit wegens de overheveling van een deel van de doelgroep van de WMO naar de WLZ. Er is echter vertraging opgelopen.

Hierdoor heeft BZK aangekondigd in de meicirculaire 2021 enkel het macrobedrag van de overheveling bekend te maken en pas in de septembercirculaire 2021 de definitieve bedragen per gemeente op te nemen. 5.1.4 Opschalingskorting apparaatskosten In onze meerjarenbegroting houden wij in de raming van onze algemene uitkering tot en met 2025 rekening met de jaarlijks oplopende opschalingskorting apparaatskosten. Deze oplopende korting door het Rijk op de algemene uitkering eindigt in 2025. Tussen 2021 en 2025 kort het Rijk nog totaal € 675 miljoen op het gemeentefonds. Gemeenten hebben bij het Rijk het verzoek ingediend om de opschalingskorting (deels) te schrappen. Nog niet bekend is of een nieuw kabinet ingaat op deze vraag. In verband met de coronacrisis heeft het Rijk voor de jaren 2020 en 2021 de oploop van de opschalingskorting bevroren. Daarmee is het inboeken van € 160 miljoen korting over deze 2 jaren uitgesteld tot na 2022. Op zijn vroegst wordt in het coalitieakkoord van een nieuw kabinet definitief duidelijk of wordt meebewogen op het dringende verzoek van alle gemeenten tot het schrappen van (een deel van) van deze korting. Gezien deze onzekerheden is ons advies om in onze meerjarenbegroting 2022-2025 de oplopende opschalingskorting conform de huidige ramingen te laten staan.

8

5.1.5. Vergoeding uitvoeringslasten Klimaatakkoord Voor de uitvoeringslasten van het Klimaatakkoord als geheel is onderzoek uitgevoerd en advies uitgebracht door de ROB. De inzet van de VNG is helder: een complete vergoeding voor de uitvoeringslasten (en dus niet alleen de uitvoeringskosten van projecten in het kader van het Klimaatakkoord zelf). Deze inzet wordt meegenomen bij de kabinetsformatie. Wij verwachten compensatie voor de kosten van de Regionale Energie Strategie Zeeland en de Transitie visie warmte (zie ook paragraaf 5.6.1.). Voorstel 3: Kennisnemen van de tot nu toe bekende ontwikkelingen herverdeling gemeentefonds en voor de definitieve raming van de hoogte van de algemene uitkering in de programmabegroting 2022-2025 de mei- en septembercirculaire 2021 afwachten.

5.2

Gevolgen COVID-19

We hebben een zeer vreemd jaar achter de rug en zijn aan een vreemd jaar bezig. Een jaar met beperkende maatregelen en tegelijk een vaccinatiestrategie om ons uit deze crisis te helpen. De verwachting is dat veel beperkende maatregelen in 2022 zullen zijn afgeschaft of afgeschaald. De maatschappij is zowel economisch, sociaal als cultureel stevig ondersteund. Dat voorkomt niet dat sectoren in vooral de vrije tijds economie het bijzonder zwaar hebben, zoals horeca, dagtoerisme en cultuur. Ook het verenigingsleven staat onder druk en er zijn mogelijk sociale gevolgen in de persoonlijke levenssfeer van onze inwoners en ondernemers. Zowel de Europese Unie als het Rijk hebben grootschalige groei- en herstelfondsen aangekondigd. De verwachting is dat deze ook voor 2022 en verdere jaren zullen gelden, omdat inmiddels wel duidelijk is dat de ontstane schade, op welke terrein dan ook, niet in een korte periode van een aantal maanden is te herstellen. Ons voornemen is om, zowel op Zeeuwse als op gemeentelijke schaal, maximaal in te zetten op deze groei- en herstelfondsen voor een zo spoedig mogelijk herstel van de getroffen sectoren, inwoners en ondernemers. Tegelijkertijd hebben we daarbij oog voor verduurzaming, vergroening en een bijdrage aan een gezonde en vitale leefomgeving.

Dit kan onder andere door de uitwerking van een te vormen fonds, waarvoor uw gemeenteraad een motie heeft aangenomen, en dit (aanvullend) te voeden. In de loop van 2021 komen wij met een raadsvoorstel voor de vorming van een coronafonds. In 2022 monitoren wij het verloop van dit fonds. Afhankelijk van het beroep dat op het fonds wordt gedaan kijken we of aanvullende voeding benodigd is, waarbij de algemene reserve ingezet kan worden als dekkingsmiddel. Hierbij zullen wij zoeken naar een balans tussen enerzijds het weerstandsvermogen en de risico’s en anderzijds uw wens om personen, bedrijven en maatschappelijke instellingen financieel te ondersteunen voor de geleden coronaschade. In de door het Rijk voorgestelde aanpak komen twee sporen samen: het zo spoedig mogelijk komen tot een situatie van herstel en groei in economisch en sociaal opzicht en tegelijkertijd het vorm geven aan de grote transitieopgaven rondom klimaat, energie, co2-reductie en sociaal domein. Als gevolg van de coronacrisis verwachten we grote opgaven op het gebied van: • de arbeidsmarkt door veranderingen in de bedrijfsvoering en de aandacht voor automatisering. Dit levert een omscholingsvraag op; • de participatiewet vanwege het feit dat bepaalde mensen de veranderingen op de arbeidsmarkt niet meer goed kunnen volgen of uitvallen.

Ook dit levert een scholingsvraag op en veel intensievere inzet op re-integratie en blijven meedoen in de samenleving; • het onderwijs als gevolg van opgelopen achterstanden door leerlingen en studenten. Dit levert een intensivering op van de uitvoering van het onderwijsachterstandenbeleid; • eenzaamheidsbestrijding vanwege weggevallen sociale contacten en beperkter deelname aan de maatschappij door met name ouderen en jongeren. Dit levert de inzet van extra programma’s maar mogelijk ook maatwerk op in de hulpvraag c.q. opgepikte signalen voor deze groepen inwoners;

9

• schuldhulpverlening en bijzondere bijstand voor ondernemer en werknemers inclusief eventuele gezinnen in getroffen sectoren; • coaching en hulp aan ondernemers in getroffen sectoren ten behoeve van het mee kunnen profiteren van herstel- en groeiprojecten; • mobiliteit: het kunnen blijven voorzien in een adequaat en vraaggericht aanbod van reizen nu afstand en fysieke aanwezigheid in een ander daglicht zijn komen te staan wat betreft werk; • wonen: het vraaggericht kunnen voorzien in een passend woonaanbod nu voor een deel thuiswerken ook na corona de norm wordt.

5.3

Sociaal domein

5.3.1 Jeugdhulp Regionale en Lokale ontwikkelingen Gecertificeerde instelling Stichting Intervence Het contract met de gecertificeerde instelling Stichting Intervence wordt beëindigd. In 2021 wordt het plan opgesteld om de activiteiten van Intervence te beleggen bij een andere jeugdbeschermingsorganisatie, namelijk Jeugdbescherming west. Hiermee zijn in ieder geval eenmalige transitiekosten gemoeid. Inzet is om een incidentele bijdrage van maximaal € 329.680 beschikbaar te stellen voor de kosten om de bestuurlijke fusie Intervence en Jeugdbescherming west mogelijk te maken. Het volledige financiële plaatje, ook meerjarig, is pas rond de zomer bekend. Begroting Zorg in Natura (ZiN) en doorkijk naar de komende jaren Aan de hand van de GGD-begroting 2022 – 2025 zien we meerjarig een fors financieel voordeel op de zorg in natura voor jeugdhulp van gemiddeld € 522.000 per jaar, terwijl uit de SWVO-begroting 2022 – 2025 – uitgaande van onze eigen data en verwachtingen – een tekort blijkt van gemiddeld € 99.000 per jaar. Eenzelfde beeld zien we in de betreffende begrotingswijzigingen voor 2021. Via de daaruit voortvloeiende besluitvorming stellen wij u voor het nadeel op de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) maatwerkvoorzieningen voor 2021 eenmalig te dekken uit het overschot op de jeugdhulp.

Analoog aan deze werkwijze reserveren we via deze Kadernota het meerjarig saldo van het overschot en tekort Jeugdhulp en Wmo, in een egalisatiepost maatwerkvoorzieningen Wmo en Jeugdhulp. Hiermee werken we ontschot en kunnen we eventuele tegenvallers in de toekomst opvangen. Het verloop van de uitgaven voor jeugdhulp (zorg in natura) laat zich namelijk slecht voorspellen en het gaat al snel om grote bedragen. We houden rekening met transitiekosten voor de overgang naar een nieuwe jeugdbeschermingsorganisatie voor Zeeland. Ook is moeilijk te voorspellen wat de kostenontwikkeling jeugdzorg post-corona zal zijn. En hoewel de uitvoering van het actieplan jeugdhulp vanaf 2020 een positieve financiële ontwikkeling teweeg heeft gebracht, is het nog onzeker wat de meerjarige financiële effecten zullen zijn. Voor nu reserveren we het overschot en komen we in de begroting 2022-2025 met een uitgewerkt plan hoe we de gereserveerde middelen willen inzetten om schommelingen in de lasten voor maatwerkvoorzieningen Wmo en Jeugdhulp op te vangen. Actieplan tekorten jeugdhulp De korte termijnacties vanuit het actieplan "Jeugdhulp, een duurzaam perspectief" zijn in 2020 uitgevoerd. Deze acties hebben geresulteerd in teruglopende kosten jeugdhulp en verbeteringen in de informatievoorziening.

De maatregelen zijn geborgd binnen de bedrijfsvoering om ervoor te zorgen dat we scherp blijven op de aanvragen en toekenningen. De middellange termijn acties lopen nog. De effecten hiervan zijn nog niet te kwantificeren.

10

5.3.2 Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) Tekorten Wmo Ter beheersing van de uitgaven van Wmo maatwerkvoorzieningen hebben we een lokaal Actieplan Wmo opgezet dat in samenhang met het regionale Grip op Wmo wordt uitgevoerd. Wij verwijzen in dit verband ook naar de 1e wijzigingsbegroting SWVO 2021 en de Ontwerpprogrammabegroting SWVO 2022-2025, die uw raad op 23 juni behandelt. De SWVO begroting gaat voor maatwerkvoorzieningen hulp bij het huishouden en begeleiding uit van een kostenstijging van 10%. Via het betreffende raadsvoorstel stellen wij u gemotiveerd voor hiervan af te wijken aan de hand van onze eigen data en verwachtingen. Desondanks is meerjarig sprake van een niet gedekt tekort (2022: € 163.000, 2023: € 89.000, 2024: € 88.000 en vanaf 2025 € 55.000). Het regionale project grip op Wmo en het Lokale Actieplan Wmo zijn inmiddels gestart. Daarmee beogen we een kostenreductie te bereiken bovenop de gevolgde nullijn van het SWVO. Wij zien vooralsnog geen aanleiding om de in onze begroting opgenomen meerjarige taakstelling van € 155.939 aan te passen. Abonnementstarief Bestaand beleid Uit landelijk onderzoek blijkt dat de kosten voor het abonnementstarief hoger zijn dan de toevoegingen hiervoor aan het gemeentefonds. Deze wetswijziging zorgde dus voor een ongekende volumestijging van lasten WMO.

Onduidelijk is of deze groei van lasten inmiddels stabiliseert of nog een na-ijl effect zal hebben. Op basis van actuele realisatiecijfers en trendberekeningen van de afgelopen jaren maakten wij een doorrekening 2022-2025, die de basis vormt voor de meerjarige begrotingswijzigingen. Via het separate voorstel bij de meerjarenbegroting SWVO 2022-2025 informeerden wij u hierover. Besluitvorming nieuw kabinet In de plannen die de politieke partijen hebben laten doorrekenen is door meerdere partijen het afschaffen van het abonnementstarief berekend. Afhankelijk van de besluitvorming van een nieuw kabinet blijft het ofwel zorgelijk ofwel volgt een uitname uit het gemeentefonds en een daling van onze lasten. Mocht een nieuw kabinet dit besluiten heeft dit gevolgen voor uw meerjarenbegroting. 5.3.3 Dorpshuizen SMC Bruinisse: SMC Bruinisse heeft een bouwkundig rapport laten opstellen voor het dorpshuis. Voor renovatie/verbouw is meer geld nodig dan SMC Bruinisse in de boeken en op de rekening heeft staan voor groot onderhoud. SMC Bruinisse heeft nog geen bouwkundig rapport voor de sporthal opgesteld. Op basis van een meerjarenonderhoudsprogramma is ook budget benodigd voor het meerjarig onderhoud en de vervanging van inventaris van het dorpshuis en de sporthal. Ook hiervoor zijn onvoldoende liquide middelen aanwezig.

Om een mogelijke gemeentelijke investering in het dorpshuis en de sporthal (geen gemeentelijk eigendom) van SMC Bruinisse te rechtvaardigen, is het nodig inzicht te krijgen in de toekomstbestendigheid van de dorpshuisfunctie en de sporthal in Bruinisse. Hiervoor is april 2021 een startnotitie opgesteld om samen met betrokkenen scenario’s voor de toekomst uit te werken. Eind tweede kwartaal 2021 wordt de bestuursopdracht hiervoor aangeboden aan het college. Een eerste stap in de verdere uitwerking is een analyse van de toekomstbestendigheid en een bouwkundige analyse van het dorpshuis en sporthal SMC Bruinisse om te komen tot scenario’s dan wel aanbevelingen, met mogelijk een voorstel voor de benodigde gemeentelijke investeringen.

11

Een voorlopige planning ziet er als volgt uit: • Q3 2021 Uitvoeren projectplan om te komen tot een inhoudelijke en bouwkundige analyse. • Q4 2021 Verkenning naar mogelijke scenario’s met een omgevingsanalyse. • Q1 2022 Uitkomsten delen met dorpsraad, bestuur SMC en college, beeldvormend gesprek met uw raad. • Op basis van gekozen aanbeveling kan vanaf 2022 een nader te bepalen gemeentelijke investering nodig zijn. Dit moment kan aangegrepen worden als een moment om te investeren in een toekomstbestendige en duurzame functie van SMC Bruinisse, specifiek op korte termijn en het dorpshuizen-beleid in het algemeen en langere termijn. Mogelijk kunnen duurzaamheidsgelden vanuit het Rijk benut worden. 5.3.4 Lokale Inclusie Agenda (LIA) De concept Lokale Inclusie Agenda is gereed. Ambtelijk wordt gekeken welke van de voorgestelde initiatieven al binnen bestaand beleid worden uitgevoerd. In juni 2021 wordt een werkconferentie georganiseerd om de LIA definitief te maken, waarbij inwoners en partners de actiepunten kiezen en aanscherpen waarmee zij aan de slag gaan. Na het vaststellen van de Lokale Inclusie Agenda (na zomer 2021) kan pas nader bepaald worden welke initiatieven de verantwoordelijkheid zijn van de gemeente Schouwen-Duiveland en welke niet onder regulier beleid of onder verantwoordelijkheid van inwoners en/of partners vallen. Er is op dit moment geen uitvoeringsbudget.

Mogelijk dat ook in 2022 activiteiten of investeringen gepland moeten worden volgend uit de LIA. Er zal dan tevens nader bekeken moeten worden welke afdelingen binnen de gemeente hierbij betrokken moeten worden of verantwoordelijk zijn voor de uit te voeren acties en eventueel benodigd budget. 5.3.5 De Zuidhoek Met het rapport Berenschot is duidelijkheid gekomen over de positionering van de Zuidhoek. Ook stelde in 2018 Berenschot een meerjarenraming op en zijn de risico’s benoemd in de risicoparagraaf. De praktijk laat zien dat het merendeel van de genoemde risico’s zich ook daadwerkelijk in de praktijk voordoen. Dit betekent dat de meerjarenraming bestaand beleid uit de pas loopt. De komende maanden evalueren we hoe dat komt en wat de omvang daarvan is. Hierover ontvangt uw raad een aparte rapportage. De uitkomsten hiervan betrekken wij in de programmabegroting 2022-2025. 5.3.6. Participatiewet Gebundelde uitkering (BUIG) Via de financiële afwijkingenrapportage 2021 bent u geïnformeerd over het stijgend aantal loonkostensubsidies (regulier en nieuw beschut werken). Op basis van de doorrekening van de uitkeringslasten en de loonkostensubsidies, die wij de komende maanden maken, kunnen wij beoordelen of het voorlopige BUIG budget 2022 toereikend zal zijn. Zo nodig betrekken wij een eventueel resterend saldo bij het opstellen van uw meerjarenbegroting 2022-2025.

Hoogwaardig Handhaven Op basis van de nieuwe Handhavingsverordening Participatiewet actualiseren wij onze handhaving. Dit mede n.a.v. een veranderde landelijke visie, waarbij de nadruk meer wordt gelegd bij preventieve elementen (voorlichting en dienstverlening) en minder bij enkel repressieve elementen (controle en sanctionering). Ook wij willen meer centraal stellen hoe de gemeente en de inwoner met elkaar omgaan. Hierbij ligt de nadruk op preventie en maatwerk. In de verordening geven wij de visie op handhaving. Vanuit deze visie wordt in opdracht van de gemeenteraad een handhavingsbeleidsplan uitgewerkt conform de vier pijlers van hoogwaardig handhaven. Ook worden de kosten uitgewerkt met betrekking tot de uitvoering.

12

5.3.7 Schuldhulpverlening, vroegsignalering In het voorjaar 2021 is projectmatig de opzet van de wettelijke taak vroegsignalering Gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) ter hand genomen. Voor de uitvoering van deze wetswijziging komt vanuit het Rijk een tegemoetkoming mee, die niet voldoende is voor een goede uitvoering. Wanneer de kosten van de uitvoering van deze wetswijziging is uitgewerkt, wordt u hierover nader geïnformeerd. 5.3.8 Inburgering Maatschappelijke begeleiding Voor maatschappelijke begeleiding van statushouders hebben wij extra middelen nodig. Reden hiervoor is dat we te maken hebben met vaste en variabele kosten. Zodra het volume van de statushouders afneemt, lukt het niet meer de vaste kosten en trajecten maatschappelijke begeleiding vanuit de rijkssubsidie volledig te dekken. De financiële impact van deze daling volume schatten wij de komende jaren in op € 40.000 nadeel in 2022 oplopend naar € 50.000 vanaf 2023 bij ongewijzigd beleid. Impact nieuwe wet Inburgering De nieuwe wet inburgering heeft ook formatieve impact. Dit werken wij uit. We willen de dienstverlening optimaliseren door taken aan te laten sluiten bij onze partners in het voorliggende veld. Via het separate voorstel omtrent de nieuwe wet inburgering informeren wij u nader over de financiële gevolgen.

5.3.9 Vitaal SD Voor de zomer 2021 leggen wij u een voorstel voor rond het meerjarig uitvoeren van het programma Vitaal Schouwen-Duiveland, waarin we ook een doorkijk maken van de te verwachten kosten die hiermee gepaard gaan. 5.3.10. Nationaal Programma Onderwijs Het Nationaal Programma Onderwijs is een steunpakket voor onderwijs en aanvullend op het Jeugdplan (onderdeel van het steunpakket sociaal en mentaal welzijn en leefstijl, actielijn 1). Het Rijk stelt € 8,5 miljard beschikbaar, wat de komende 2,5 jaar uitgegeven mag worden (tot einde schooljaar 2022/2023). De middelen zijn bedoeld om leerlingen en studenten te helpen hun gaven en talenten tot bloei te brengen, ondanks de coronacrisis en de gevolgen daarvan voor het onderwijs. Het programma richt zich op de brede ontwikkeling van kinderen en jongeren; hun cognitieve en beroepsgerichte ontwikkeling, hun sociale en persoonlijke ontwikkeling en hun mentale welbevinden. Scholen krijgen de gelegenheid om in te zetten op effectief bewezen interventies. Gemeenten krijgen ook middelen. Van de € 8,5 miljard wordt € 346 miljoen beschikbaar gesteld aan gemeenten om het onderwijs te ondersteunen: € 80 miljoen in 2021, € 182 miljoen in 2022 en € 84 miljoen in 2023. Gemeenten met veel leerlingen met het risico op een onderwijsachterstand ontvangen een hogere bijdrage.

Wij ontvangen sinds 2019 jaarlijks al ruim € 400.000 voor het bestrijden en terugdringen van onderwijsachterstanden. Het exacte bedrag hier bovenop is nog niet bekend, wellicht komt er in de meicirculaire 2021 meer duidelijkheid hierover. Van gemeenten wordt een integrale aanpak (jeugd, onderwijs en eventueel participatie) verwacht. Scholen worden ook opgeroepen overige externe partijen in te schakelen, zoals mbo pedagogiek/bibliotheken, culturele instellingen, jeugdzorg, kinderopvang.

5.4

Omgevingswet

Algemeen De Omgevingswet brengt een forse wijziging met zich mee voor het stelsel van regels en instrumenten van de overheid op het terrein van de fysieke leefomgeving. Volgens de memorie van toelichting heeft de regering vier doelstellingen met deze wetswijzing: 1. het vergroten van de inzichtelijkheid, de voorspelbaarheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht;

13

2. het bewerkstelligen van een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving; 3. het vergroten van de bestuurlijke afwegingsruimte door een actieve en flexibele aanpak mogelijk te maken voor het bereiken van doelen voor de fysieke leefomgeving; 4. het versnellen en verbeteren van besluitvorming over projecten in de fysieke leefomgeving. Voor gemeenten betekent de invoering van de Omgevingswet een grote opgave. Het vraagt om aanpassing van gemeentelijke regels, niet alleen op het vlak van ruimtelijke ordening (bestemmingsplannen) maar alle regels die raken aan het fysieke domein. Verder moet er op het vlak van digitalisering veel gebeuren. Tenslotte vraagt deze stelselwijziging een verandering in competenties van de mensen die op het terrein van de fysieke leefomgeving werkzaam zijn. De verandering van competenties hangt samen met de cultuurverandering waar het Rijk het over heeft. Deze cultuurverandering sluit overigens aan bij de organisatievisie van onze gemeente. Voorbereiding De voorbereiding en implementatie van de Omgevingswet lopen al langere tijd. Het maken van het omgevingsplan Landelijk Gebied leidde niet tot een vastgestelde versie, maar leverde wel verschillende inzichten op. Aanvankelijk was het plan om de visie door te vertalen in een bestemmingsplan ‘Verbrede reikweijdte’.

Nu dit niet mogelijk is, werken we aan een oefenbestemmingsplan. Dit plan heeft geen directe doorwerking voor inwoners en betrokkenen, maar levert ons de mogelijkheid te oefenen met dit onderdeel uit de nieuwe wet en met resultaat een basisopzet van een Omgevingsplan. De andere elementen uit de Omgevingswet zijn helder in beeld. Zowel binnen het Zeeuwse als binnen onze eigen organisatie werken we deze elementen, zoveel als mogelijk met eigen menskracht, verder uit. De onderdelen gemeentelijke regelgeving (juridisch), systemen en aansluiting op de landelijke voorziening (digitalisering), participatie, integraal werken en opleiding van personeel zijn onderdelen waaraan nog het nodige te doen is. Op het moment van schrijven gaan we uit van implementatie van de Omgevingswet – op zijn vroegstper 1 januari 2022. Hoewel rond de implementatie van de wet landelijk nog allerlei onzekerheden bestaan, met name over het digitale stuk, is op dit moment nog geen sprake van verder uitstel. Voor de voorbereiding op de wet volgt onze gemeente het door het college vastgesteld plan van aanpak. Dit plan van aanpak volgt het stappenplan (de routekaart) van de VNG. In een aparte raadsbrief informeren wij u binnenkort meer uitgebreid over de actuele stand van zaken. Kort gezegd komt het erop neer dat de voorbereiding volgens planning verloopt.

Wij kunnen nog geen inzicht geven in de financiële consequenties van de implementatie van de Omgevingswet. Wij zijn op dit moment (mei 2021) aan de slag deze consequenties zo goed mogelijk in beeld te brengen. Wanneer wij hierover meer informatie beschikbaar hebben, informeren wij uw raad en betrekken we deze bij de begrotingsvoorbereiding 2022-2025.

5.5 Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (WKB) Door het invoeren van de Wkb vervalt er een aantal taken bij Vergunningverlening en Toezicht. Deze taken worden door de markt opgepakt in een ander stelsel van borgen van kwaliteit. Een gedeelte van de ambtelijke kosten die nu verbonden zijn aan een omgevingsvergunning (én gedekt zijn door de leges), kunnen we straks niet meer toerekenen aan een omgevingsvergunning (én dus ook niet meer dekken uit de leges). Over het exacte bedrag kunnen we nog geen uitspraken doen, omdat de wet gefaseerd in gaat en er nog lopende bouwprojecten zijn. De invoering van de Wkb hangt samen met de implementatie van de Omgevingswet. Na de zomer van 2021 moet er meer duidelijkheid komen over de exacte invoeringsdatum. Vooralsnog richten wij ons op 1 januari 2022.

14

5.6 Klimaat 5.6.1 Mitigatie 5.6.1.1 Klimaatakkoord Op dit moment ontvangt de gemeente al een bijdrage van het Rijk voor opstart-, voorbereidings- en planvormingskosten (zoals de RES) voor het klimaatakkoord. Hieruit moeten de volgende onderdelen bekostigd worden: Regionale Energie Strategie Zeeland (RES) In september 2020 stelde uw raad de Regionale Energie Strategie Zeeland vast. Verschillende sectortafels, het ambtelijk kernteam en de stuurgroep werken hard aan de laatste onderdelen van het uitvoeringsplan 2021-2024. Het uitvoeringsplan is in het tweede kwartaal 2021 gereed. Bij de vaststelling van het uitvoeringsplan 2021 - 2024 komt ook een voorstel voor de bijdrage van alle partijen voor 2022 tot en met 2024. De bijdrage van de gemeente Schouwen-Duiveland wordt geschat op € 12.000 per jaar. Het actualiseren en uitvoeren van regionale energiestrategie is een structurele activiteit tot de doelstelling in 2050 is behaald om de Co2 uitstoot met 95% te reduceren. Transitievisie Warmte In 2020 en 2021 is gewerkt aan het opstellen van een Transitievisie Warmte. De Transitievisie Warmte voor Schouwen-Duiveland voor 2022 tot en met 2026 wordt in december 2021 vastgesteld. Vanaf 2022 kan gestart worden met wijkuitvoeringsplannen. Van 2022 tot en met 2026 is hiervoor € 100.000 per jaar nodig (drie uitvoeringsplannen per jaar).

In 2026 moet de Transitievisie warmte geactualiseerd worden. Het actualiseren van de Transitievisie warmte moet één keer per vijf jaar plaatsvinden evenals het opstellen en actualiseren van de uitvoeringsplannen totdat in 2050 alle wijken en buurten aardgasvrij zijn. 5.6.1.2 Energie-agenda In 2018 is de Energie-Agenda van Schouwen-Duiveland vastgesteld. Voor de uitvoering van de eerste vijf jaar (tot en met 2022) is een bedrag van € 40.000 beschikbaar gesteld. In 2022 actualiseren we de Energie-Agenda met een nieuw uitvoeringsprogramma voor 2023 tot en met 2028. Dit zal leiden tot nieuwe projecten op het gebied van energiebesparing en duurzame energieopwekking. Via de te honoreren prioriteiten voor de programmabegroting 2022-2028 gaan wij hiervoor een budget van € 40.000 per jaar aanvragen. De energie agenda is een structurele activiteit tot Schouwen-Duiveland in 2040 energieneutraal is. 5.6.1.3 Isolatie subsidie Voor de uitvoering van de isolatiesubsidie is tot en met 2022 een bedrag van € 100.000 per jaar opgenomen. In 2021 zal een voorstel worden gemaakt om dit bedrag vanaf 2022 met € 50.000 te verhogen voor het stimuleren van isolatie bij monumentale panden. Vanaf 2023 tot en met 2028 is hiervoor een budget nodig van totaal € 150.000. Wij nemen dit mee in de te honoreren prioriteiten bij de programmabegroting 2022-2025.

5.6.1.4 Plan van aanpak verduurzaming bedrijven Verduurzaming van bedrijven en verenigingen is een belangrijk onderdeel in de uitvoering van het energiebeleid en het behalen van de doelstellingen co2 reductie en aardgasvrij maken van bedrijven en verenigingen. In 2020 is het plan van aanpak verduurzaming bedrijven vastgesteld. Dit betreft een voucherregeling voor duurzaamheidsadviezen en een duurzaam ondernemen prijs. Voor de uitvoering van het plan van aanpak verduurzaming bedrijven is tot en met 2022 per jaar € 50.000 per jaar beschikbaar gesteld. Ook voor 2023 tot en met 2028 is jaarlijks een budget nodig voor het verder stimuleren van de verduurzaming van bedrijven en verenigingen. Via de te honoreren

15

prioriteiten voor de programmabegroting 2022-2025 gaan wij hiervoor een budget van € 50.000 per jaar aanvragen. 5.6.1.5 Routekaart verduurzaming gemeentelijke gebouwen. In 2020 is de routekaart verduurzaming gemeentelijke gebouwen vastgesteld. Tot 2023 is € 25.000. per jaar opgenomen in de begroting. In 2023 vind de evaluatie plaats en komt er een nieuw voorstel voor verdere verduurzaming. 5.6.1.6 Circulaire economie Het rijk heeft als doelstelling om in 2050 volledig circulair te zijn. Dit is een economie zonder afval waarbij alles draait op herbruikbare grondstoffen. Ook Schouwen-Duiveland moet in 2050 circulair zijn. In 2022 wordt (mogelijk in samenspraak met andere gemeenten in de provincie Zeeland) beleid opgesteld voor circulaire economie. In 2021 schrijven wij hiervoor een plan van aanpak. Voor het opstellen van het beleid is in 2022 in totaal € 20.000 nodig. Wij nemen dit mee in de te honoreren prioriteiten bij de programmabegroting 2022-2025. 5.6.1.7 Duurzame mobiliteitshub Transferium Renesse In 2019 is een investeringsbudget van € 130.000 gereserveerd voor het verduurzamen en innoveren natransport Transferium vervoer (meer gastvrije ontvangst, aanpassing gebouw, verbeteren voorzieningen/ bebording Transferium). In 2021 is hier nog € 103.000 van over wat verder ingezet gaat worden voor natransport en bebording.

Voor het verduurzamen van het Transferiumgebouw (plaatsen van zonnepanelen) en het realiseren van oplaadpunten voor elektrische fietsen en scooters is een aanvullend budget nodig van € 100.000. Met deze maatregelen wordt voldaan aan de knooppuntenstrategie van de provincie Zeeland. Via de te honoreren prioriteiten voor de programmabegroting 2022-2025 gaan we dit investeringskrediet aanvragen. Samenvattend zijn de volgende middelen extra benodigd voor klimaatmitigatie : Project Regionale Energie Strategie Zeeland* Transitievisie Warmte* Energie-agenda Isolatiesubsidie Plan van aanpak verduurzaming bedrijven Routekaart verduurzaming gemeentelijke gebouwen Circulaire economie Duurzame mobiliteitshub Transferium Renesse** Totaal

2022 12.000

2023 12.000

2024 12.000

2025 12.000

100.000

100.000 40.000 150.000 50.000

100.000 40.000 150.000 50.000

100.000 40.000 150.000 50.000

pm

pm

7.900

7.800

7.700

359.900

359.800

359.700

50.000

20.000

202.000

**obv 1,2% rente en afschrijving in 15 jaar

Onduidelijk is op dit moment of en zo ja welk deel van deze kosten uit een toekomstige ophoging gemeentefonds voor klimaatdoeleinden worden gedekt. Vooralsnog gaan wij in onze meerjarenbegroting uit van budgetneutraliteit voor de uitvoeringskosten klimaatakkoord (*). Via de voorstellen bij de circulaires gemeentefonds houden wij u op de hoogte.

16

5.6.2 Adaptatie 5.6.2.1 Extra subsidie Natuur- en Milieueducatie Schouwen-Duiveland (NMESD) Uw raad besloot in december 2020 de bij de programmabegroting 2021-2024 gehonoreerde structurele verhoging van de subsidie voor NMESD van € 20.000 vooralsnog slechts toe te kennen voor 2021. Daarnaast gaf u opdracht aan NMESD om het ingediende businessplan te professionaliseren. Inmiddels wordt hieraan gewerkt en stelde uw raad in april 2021 hiervoor geld beschikbaar. De oplevering van het businessplan vindt eind juli 2021 plaats. De verwachting is niet dat er op zeer korte termijn al veel terugverdien/inverdienmogelijkheden voor NMESD zijn. Daarom voeren wij bij de te honoreren prioriteiten 2022-2025 voor de programmabegroting 2022-2025 vooralsnog een extra structurele subsidie op van € 20.000. 5.6.2.2 Versterken biodiversiteit Uw raad gaf per amendement bij de programmabegroting 2021-2024 aan meer aandacht te willen geven aan het versterken van de biodiversiteit. Hiervoor verhoogde u het budget met € 30.000 tot € 45.000 voor 2021 en 2022. Sinds 2019 loopt daarnaast de pilot akkerranden. Dit akkerrandenproject een levert veel positieve reacties op en zien we als goede mogelijkheid voor het versterken van de structuren met natuurwaarden in onze gemeente. De pilot akkerranden loopt eind 2021 af.

Voor het voortzetten van het akkerrandenproject op een vergelijkbare schaal als de afgelopen jaren is een bedrag van € 50.000 nodig. In 2021 wordt de pilot akkerranden geëvalueerd, waarbij gekeken wordt welke bijdrage de bloemenranden leveren aan het versterken van de biodiversiteit in het buitengebied en in de beleving van het landschap. Vanaf de start van het akkerrandenproject was het realiseren van duurzame bloemenranden uitgangspunt. Naast de gemeentelijke bijdrage wordt onderzocht of er verdienmodellen mogelijk zijn, zodat in de toekomst dit project financieel gedragen wordt door meerdere partijen. In 2021 gaat een plukbonnenproef van start, waarbij door de verkoop van plukbonnen inkomsten gegenereerd worden voor komende jaren. Ook de mogelijkheden van sponsoring worden dit jaar verkend. De uiteindelijke hoogte van de gemeentelijke bijdrage aan het akkerrandenproject is nu nog niet exact bekend. Wij nemen dit vooralsnog mee in de te honoreren prioriteiten bij de programmabegroting 2022-2025. 5.6.2.3 Uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie. Dit jaar stellen de Zeeuwse overheden de klimaatadaptatiestrategie Zeeland vast en stellen wij daarnaast ons lokale uitvoeringsprogramma vast. Tot op heden zijn hier nog geen budgetten voor geoormerkt. Dat zal nu wel moeten gebeuren om te werken aan het klimaat bestendig en waterrobuust maken van onze gemeente.

Via de te honoreren prioriteiten voor de programmabegroting 2022-2025 vragen wij voor de volgende activiteiten middelen aan: a. Bijdrage voor de gezamenlijke Zeeuwse samenwerking Naast het opstellen van de strategie is er ook een gezamenlijk Zeeuws uitvoeringsprogramma opgesteld om daadwerkelijk in samenwerking maatregelen te kunnen voorbereiden, af te stemmen en uit te voeren waardoor niet iedere gemeente zelf het wiel hoeft uit te vinden. Door deze samenwerking wordt veel gemeentelijke capaciteit bespaard. Wel dient mee betaald te worden aan de gezamenlijke uitvoering. Voor 2022 wordt een bijdrage van € 11.503 gevraagd. Voor de jaren erna is de bijdrage nog niet bekend, maar kan vooralsnog van dezelfde bijdrage worden uitgegaan. b. Cofinanciering impulsregeling klimaatadaptatie Voor de uitvoering van de maatregelen krijgt de gemeente een subsidie van het Rijk van € 313.000. Om gebruik te maken van deze geldmiddelen moet een aanvraag worden gedaan en ontvangt de gemeente een vergoeding van een derde van de kosten. Dit betekent dat de gemeente twee derde deel van het projectbudget zelf betaald (cofinanciering). Er kan in totaal 3 keer subsidie aangevraagd worden in de jaren 2021, 2022 en 2023. Realisatie van de projecten moet uiterlijk in 2027 plaatsvinden.

Daarom wordt voorgesteld van 2022 tot 2027 jaarlijks een bedrag aan cofinanciering van € 100.000 beschikbaar stellen (totaal € 600.000).

17

c.

Vergroenen buitenlokalen basisscholen De provincie subsidieert scholen die hun speelplaats willen vergroenen of een groen buitenlokaal willen creëren met een bedrag van € 10.000 als de gemeente en de school daar gezamenlijk eenzelfde bijdrage (beide partijen € 5.000) bijleggen. Inmiddels blijkt dat het voor scholen erg lastig is om € 5.000 bij te dragen. Door de bijdrage van de gemeente te verhogen naar maximaal € 10.000 per school, ontstaat er een bedrag van € 20.000 per speelplaats of groen buiten leslokaal. Uitgaande van 20 scholen komt dat neer op € 200.000. De provinciale subsidieregeling loopt tot en met 2025. Om hier maximaal gebruik van te maken is een cofinanciering van de gemeente nodig van € 50.000 per jaar tot en met 2025. Dit soort projecten stimuleert ook direct de biodiversiteit binnen de bebouwde kom.

d. Waterveiligheid: Brede waterkerende landschappen De kenniscommunity Oosterschelde wil op korte termijn een voorbeeldproject realiseren voor een klimaat robuust waterkerend landschap. Dit landschap zou in de buurt van Ouwerkerk kunnen komen, in de directe omgeving van het watersnoodmuseum. Een dergelijke uitbreiding zou goed passen bij het kenniscentrum wat het Watersnoodmuseum wil zijn/worden. Voor de realisering van een dergelijk landschap zal ook aan de gemeente gevraagd worden om bij te dragen. Hoeveel en wanneer is op dit moment nog niet bekend. Vooralsnog houden we rekening met een reële eenmalige bijdrage van € 15.000 in 2022.

5.6.2.4 CO2-balans In 2021 nemen we uw raad mee in een goede beeld- en oordeelvorming over het CO2-vraagstuk en de noodzaak tot het treffen van maatregelen voor CO2-reductie. Afhankelijk van uw oordeelsvorming zetten we in 2022 verdere stappen in de uitwerking van een CO2-balans en (stimulerings)maatregelen om te komen tot een circulaire economie en CO2 emissie-arme samenleving. De financiële aspecten werken we begin 2022 verder uit met een plan van aanpak en leggen die uiteraard aan uw raad voor. Samenvattend zijn de volgende middelen nodig voor klimaatadaptatie: Project Bijdrage Stichting NMESD Versterken biodiversiteit Bijdrage voor de gezamenlijke Zeeuwse samenwerking Cofinanciering impulsregeling klimaatadaptatie Vergroenen buitenlokalen basisscholen Brede waterkerende landschappen Totaal

2022 20.000 pm 11.500

2023 20.000 pm 11.500

2024 20.000 pm 11.500

2025 20.000 pm 11.500

100.000

100.000

100.000

100.000

50.000

50.000

50.000

50.000

181.500

181.500

181.500

15.000 196.500

5.7 Living Lab De afgelopen jaren leverde de samenwerking en netwerkorganisatie Living Lab Schouwen-Duiveland zowel een kwalitatieve als kwantitatieve meerwaarde op. Het beschikbare budget in de periode 20182021 en de activiteiten leidden er toe dat we extra financiering vanuit het Rijk, provincie en waterschap ontvingen via het Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland Zuidwestelijke Delta. Het programma broedplaats zoet water Schouwen-Duiveland heeft een budget van bruto € 3,5 miljoen. Daarnaast droegen de Provincie Zeeland en Het Waterschap Scheldestromen ook financieel bij aan

18

het monitoringsproject Natuurlijk Zoet. Partners van het Living lab dragen ook bij via eigen uren die zij inzetten voor de projecten, onderzoeken en activiteiten van het Living Lab. Het onderwijs, op universitair, HBO en MBO niveau hebben we aan ons weten te binden en stagiaires zijn aan de slag binnen het Living Lab. Diverse projecten lopen door na 2021, onder andere broedplaats zoet water Schouwen-Duiveland en het project klimaat- en waterrobuust Laag Nederland van nu tot 2100, waar Schouwen-Duiveland en provincie Zeeland aan deelnemen. Voorgesteld wordt de samenwerking tussen de overheden, ondernemers, onderwijs- en kennisinstellingen en de omgeving van SchouwenDuiveland als proeftuin/broedplaats te continueren en ook voor de periode 2022-2025 een budget van € 50.000 per jaar beschikbaar te stellen. Dit budget zetten we in als cofinanciering voor programma’s en projecten op het gebied van water, voedselproductie, onderwijs en bestuur, met de mogelijkheid om ook meerdere thema’s waar innovaties en veranderingen spelen op te pakken. Vooralsnog denken we aan een programma voor innovaties in de schelpdiersector, algen- en zeewierteelt (ook in kader van toekomstperspectief eiwittransitie) en het opzetten van een regionaal voedselnetwerk SchouwenDuiveland (samenwerking agrariërs en afnemers, Schouwen-Duivelandse producten direct op het bord).

Daarnaast stellen we voor om voor een ontziltingsproject eenmalig € 20.000 beschikbaar te stellen in 2022. Wij nemen dit mee in de te honoreren prioriteiten bij de programmabegroting 20222025.

5.8 Zandfonds Via het raadsvoorstel Realiseren van een Zeeuws recreatief zandfonds, dat uw raad behandelt in de raadsvergadering van 23 juni 2021, wordt u gevraagd in te stemmen met de vorming van dit fonds. Dit met als doel dat gemeente middelen reserveren voor zandsuppleties om de exploitatie van de stranden en het gebruik van de stranden voor toeristen te verbeteren. Het streven is om jaarlijks gezamenlijk € 1.000.000 in te leggen in dit zandfonds. De bijdrage per gemeente hangt af van het aantal toeristen dat de gemeente heeft. De jaarlijkse bijdrage van de gemeente Schouwen-Duiveland komt daarmee naar schatting uit op € 330.000. Daarnaast wordt getracht ook inbreng van derden te realiseren (onder meer de provincie en mogelijk andere partijen, zoals het ministerie van EZK). Niet ieder jaar komt iedere gemeente aan de beurt voor een recreatieve strandsuppletie, maar het uitgangspunt is dat iedere gemeente na een bepaalde tijd minimaal de eigen inleg terug krijgt met recreatieve strandsuppleties in de eigen gemeente. De gemeente Veere, Vlissingen en Sluis hebben al ingestemd met de vorming van het zandfonds. Als alle Zeeuwse gemeenten akkoord zijn, kunnen de voorbereidingen van het fonds en de afspraken over de suppleties met Rijkswaterstaat weer opgestart worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10178148/2