RVS Integraal Veiligheidsbeleid 2021-2022 - rapport
Tekst van het document
CONCEPT
Integraal Veiligheidsbeleid 2021-2022 ‘Naar een veilig(er) Schouwen-Duiveland’
Voorwoord Voor u ligt het Integraal Veiligheidsbeleid 2021-2022 van de gemeente Schouwen-Duiveland. De gemeente bedankt haar partners en collega’s die een bijdrage hebben geleverd bij de totstandkoming van het Integraal Veiligheidsbeleid. Het Integraal Veiligheidsbeleid 2021-2022 volgt de ingeslagen richting van de programmabegroting integrale veiligheid en handhaving voor de gemeente Schouwen-Duiveland. Het zal opvallen dat dit integraal veiligheidsbeleid een voortzetting is van het huidige beleid rekening houdend met de landelijke en regionale prioriteiten en nieuwe ontwikkelingen in het veiligheidsdomein. De gemeenteraad stelt éénmalig voor twee jaar het veiligheidsbeleid vast. Op deze wijze wordt het veiligheidsbeleid gelijk getrokken met de landelijke veiligheidsagenda 2019-2022, het Regionaal Beleidsplan Zeeland-West-Brabant 2019-2022 en het collegeprogramma Schouwen-Duiveland 2018-2022. Na deze beleidsperiode volgt een terugkerende doorlooptijd van vier jaar. Jaarlijks wordt de voortgang van het beleid in de programmabegroting integrale veiligheid en handhaving benoemd en ter kennisname voorgelegd aan de gemeenteraad. De concrete vertaling van het Integraal Veiligheidsbeleid vindt plaats in een jaarlijks Uitvoeringsprogramma Integrale Veiligheid. Hierin wordt beschreven hoe de uitwerking van de vastgestelde prioriteiten plaatsvindt.
Er wordt zo concreet mogelijk benoemd welke maatregelen worden genomen, welke programma´s, projecten en/of activiteiten worden doorgezet of op basis van actualiteit worden ontwikkeld. De gemeente Schouwen- Duiveland streeft continu naar veiligheid voor onze inwoners, ondernemers, gasten en partners. Daar waar mogelijk zetten we in op het verbeteren van de sociale veiligheid. Dit doen we als gemeente niet alleen, we hebben onze (professionele) ketenpartners hier hard bij nodig. Daarnaast is ook actief en betrokken burgerschap van belang, niet alleen ten behoeve van de sociale veiligheid, maar ook voor het bevorderen van de leefbaarheid. Met dit veiligheidsbeleid geeft de gemeente inhoud aan haar regierol en blijft met alle partners samenwerken aan een veilige samenleving op Schouwen-Duiveland.
Namens het college van burgemeester en wethouders, de secretaris,
de burgemeester,
mevr. M.K. van den Heuvel
dhr. J. Chr. van der Hoek
Inhoud Voorwoord..................................................................................................................................................... 2
2
1. Inleiding..................................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding............................................................................................................................................ 4 1.2 Strategische doelstellingen.................................................................................................................. 4 1.3 Uitgangspunten Integrale Veiligheid..................................................................................................... 5 1.4 Strategische partners........................................................................................................................... 5 1.5 Flankerend beleid................................................................................................................................. 6 1.6 Organisatie en coördinatie................................................................................................................... 6 2. Veiligheidsanalyse.....................................................................................................................................
8 2.1 Totstandkomingsproces nieuw veiligheidsbeleid..................................................................................8 2.2 Veiligheidsvelden................................................................................................................................. 8 2.3 Lokale veiligheidssituatie...................................................................................................................... 9 2.3.1 Objectieve versus subjectieve veiligheid.......................................................................................9 2.3.2 Veilige woon- en leefomgeving.................................................................................................... 10 2.3.3 Bedrijvigheid en veiligheid........................................................................................................... 12 2.3.4 Jeugd en veiligheid...................................................................................................................... 12 2.3.5 Fysieke veiligheid........................................................................................................................ 13 2.3.6 Integriteit en veiligheid................................................................................................................. 14 3.
Prioriteiten 2021-2022.............................................................................................................................. 15 3.1 Totstandkoming veiligheidsprioritering............................................................................................... 15 3.1.1 Landelijke kaders......................................................................................................................... 15 3.1.2 Regionale kaders......................................................................................................................... 15 3.1.3 Couleur locale Schouwen-Duiveland........................................................................................... 16 3.2 Lokale speerpunten 2021-2022.......................................................................................................... 16 4. Aanpak prioriteiten en thema’s veiligheidsbeleid.....................................................................................17 4.1 Gemeentelijke regie op integrale veiligheid: het organiseren van samenwerking..............................17 4.2 Aanpak prioriteiten.............................................................................................................................
17 4.2.1 Zorg en veiligheid........................................................................................................................ 17 4.2.2 Jeugdoverlast en –criminaliteit..................................................................................................... 19 4.2.3 Ondermijnende – en georganiseerde criminaliteit........................................................................21 4.3 Aanpak overige veiligheidsthema’s.................................................................................................... 23 4.3.1 Veilige woon- en leefomgeving.................................................................................................... 23 4.3.2 High Impact Crimes..................................................................................................................... 25 4.3.3 Cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit................................................................................26 4.3.4 Veilig ondernemen....................................................................................................................... 27 4.3.5 Fysieke veiligheid........................................................................................................................ 28 5.
Uitvoering en verantwoording.................................................................................................................. 30 ................................................................................................................................................................. 30 Bijlage 1 Rol ketenpartners.......................................................................................................................... 31 Bijlage 2 Samenvatting resultaten veiligheidsmonitor..................................................................................33
3
1. Inleiding Hierbij treft u de nota Integraal Veiligheidsbeleid 2021-2022 van de gemeente Schouwen-Duiveland aan. Het is een terugkerend vervolg op het eerdere ingezette veiligheidsbeleid. De hoofdlijnen uit deze nota worden nader geconcretiseerd in een uitvoeringsplan, welke jaarlijks door het college zal worden vastgesteld.
1.1 Aanleiding De gemeente Schouwen-Duiveland investeert al geruime tijd in een actief veiligheidsbeleid. In vergelijking met andere gemeenten in Nederland toont de gemeente een gunstig veiligheidsbeeld, zowel in de ervaring als in de objectieve cijfers. Er mag echter niet uit het oog verloren worden dat de gemeente te maken heeft met een complexe samenleving, voortkomend uit de uitgestrektheid van de gemeente, een groot aantal en een grote diversiteit aan kernen, het massale toerisme, horecaconcentraties en veel evenementen, welke risico’s voor de veiligheid met zich meebrengen. Een goede samenwerking, integrale aanpakken en daar waar nodig ondersteunende middelen zijn onontbeerlijk. Dit blijkt niet alleen uit de complexe lokale situatie, maar tevens uit landelijke ontwikkelingen. Het gemeentelijk takenpakket wordt steeds groter. De gemeente heeft regie op toezicht en handhaving en preventie en nazorg. Daarnaast heeft de gemeente een steeds groter eigen handhavingsinstrumentarium tot de beschikking gekregen. De bestuurlijke aanpak en opsporing groeien naar elkaar toe, dit leidt ertoe dat er een groter beroep op gemeenten gedaan wordt om een bijdrage te leveren aan de bestrijding van criminaliteit en overlast. Gemeenten worden steeds meer onderdeel van de justitieketen.
In deze aanpak is een trend waarneembaar van samenwerking, tussen zowel gemeenten onderling als met ketenpartners. De gemeente vervult hierin een spilfunctie. De gemeente Schouwen-Duiveland stelt in de strategische visie ‘Tij van de toekomst 2011-2040’ structureel te willen investeren op de veiligheid van haar inwoners, ondernemers, gasten en partners door in te zetten op het vergroten van de sociale veiligheid en legt haar ambities vast in dit integrale veiligheidsbeleid. Om een veilige woon-, leef- en recreatieomgeving in de gemeente te behouden, rekening houdend met de complexiteit, zijn doelen nodig voor het veiligheidsbeleid die richting en focus geven. Dit zorgt voor kaders voor het gemeentelijk handelen en inzet die wordt verwacht van partners. Integrale veiligheid betekent samen met betrokken partners werken aan de verbetering van de lokale veiligheid. Dit gebeurt onder regie van de gemeente om gecoördineerd uitvoering te geven aan het beleid.
1.2 Strategische doelstellingen Visie en uitgangspunten Het waarborgen van veiligheid van de burger is een kerntaak van de gemeente. Iedere gemeente heeft zijn eigen visie over de manier waarop dit het beste geregeld kan worden. Een integraal veiligheidsbeleid is daarbij noodzakelijk, omdat hiermee goed inzicht wordt geboden op welke terreinen al wordt gewerkt aan veiligheid en waar extra inzet nodig is. Daarnaast brengt het integraal veiligheidsbeleid goed in beeld welke partijen betrokken zijn en met welke partners wordt samengewerkt. Het doel van het Integraal Veiligheidsbeleid 2021-2022 is een samenhangend beleid te voeren dat de objectieve veiligheid van de inwoners moet verbeteren, waardoor het veiligheidsgevoel van de inwoners, bedrijven en instellingen zal toenemen. Dit door persoonlijke en publieke eigendommen te beschermen tegen agressie, vandalisme en criminaliteit en overlast van derden tegen te gaan. De gemeente kan dit alleen door samen te werken met anderen. De inwoners zijn verantwoordelijk voor hun zelfredzaamheid. De gemeente faciliteert in de vorm van preventie. De gemeente Schouwen-Duiveland streeft naar veiligheid voor haar inwoners, ondernemers, gasten en partners door in te zetten op het vergroten van de sociale veiligheid.
Strategische doelstellingen Met alle betrokken partijen samen werken aan het door ontwikkelen van een aantrekkelijk (dus ook veilig) leef-, verblijf- en ondernemersklimaat. Terugdringen van verschijnselen als overlast en criminaliteit door zowel de oorzaken van deze verschijnselen aan te pakken als de negatieve aspecten te bestrijden. Een alerte gemeenschap hebben die blijvend werk maakt van veiligheid en waarin publiek en private partijen elkaar bijstaan en versterken in het op peil houden van subjectieve en objectieve veiligheid.
4
1.3 Uitgangspunten Integrale Veiligheid In het kader van het integraal veiligheidsbeleid wordt doorgaans een onderverdeling gemaakt tussen objectieve en subjectieve veiligheid en tussen sociale en fysieke veiligheid. Type veiligheid Objectieve veiligheid Subjectieve veiligheid Sociale veiligheid Fysieke veiligheid
Omschrijving De feitelijke (on)veiligheid, bedreiging of criminaliteit, die kan worden gemeten aan de hand van het aantal registraties van misdrijven De veiligheidsbeleving van mensen en is niet te herleiden uit geregistreerde incidenten De veiligheidsrisico’s met een menselijke oorsprong. Voorbeelden zijn: overlast en verloedering, huiselijk geweld, inbraken. De veiligheidsrisico’s met een niet-menselijke oorsprong, ofwel het gevaar voor mens en dier vanuit de fysieke omgeving (brandrisico’s gebouwen, opslag en transport gevaarlijke stoffen).
De term integraal geeft aan dat het begrip veiligheid veelomvattend is. Centraal in de integrale benadering staat de gedachte dat de zorg voor veiligheid niet alleen een taak is voor bijvoorbeeld de politie, maar dat samenwerking met meerdere partijen, zoals gemeenten, welzijnsinstellingen en woningbouwcorporaties, noodzakelijk is om te komen tot een goed lopend veiligheidsbeleid. Natuurlijk speelt de burger zelf ook een belangrijke rol bij de veiligheid en leefbaarheid in de leefomgeving. Integrale veiligheidszorg is te beschrijven in een veiligheidsketen. Het is zaak dat alle schakels van de onderstaande veiligheidsketen goed op elkaar aansluiten en dat er een goede systematiek, samenhang en samenwerking is bij de ontwikkeling en uitvoering van het veiligheidsbeleid. De veiligheidsketen is een cyclisch proces bestaande uit vijf verschillende aspecten. Deze vijf onderdelen zijn: pro-actie, preventie, preparatie, repressie en nazorg.
Pro-actie: kenmerkt zich door het wegnemen van structurele oorzaken van onveiligheid en het voorkomen van het ontstaan daarvan. Preventie: Is de zorg voor het voorkomen van directe oorzaken van onveiligheid en het zoveel mogelijk beperken van gevolgen van inbreuken op veiligheid indien die optreden. Preparatie: Betreft de daadwerkelijke voorbereiding op de bestrijding van mogelijke aantasting van de veiligheid. Repressie: Is de feitelijke bestrijding van onveiligheid en de verlening van hulp in acute noodsituaties door de daadwerkelijke inzet van politie, brandweer en andere hulpdiensten. Nazorg: Omvat alle zorg om zo snel mogelijk terug te keren naar de normale verhoudingen.
1.4 Strategische partners Inwoners hebben een belangrijke rol in de aanpak van veiligheid. In de aanpak van veiligheidsvraagstukken zal een beroep worden gedaan op de inzet van inwoners van onze gemeente. Daarnaast heeft de gemeente een aantal belangrijke veiligheidspartners. Belangrijke veiligheidspartners van de gemeente zijn onder andere:
Politie Zeeland-West Brabant Openbaar Ministerie (OM) Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) Provincie Zeeland Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland (ZVHZ) Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) Taskforce - Regionaal Informatie- en Expertisecentrum (TF-RIEC) Brabant Zeeland GGD Zeeland Bureau HALT Zeeland Zorg- en welzijnsorganisaties Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland (RUD) Onderwijsinstellingen Woningbouwcorporatie Zeeuwland Dorpsraden en inwoners Ondernemers
5
1.5 Flankerend beleid Een veelheid aan partners betekent ook een veelheid aan beleidsplannen waar onder meer rekening mee gehouden wordt bij het opstellen van het integraal veiligheidsbeleid: Regionaal beleidsplan politie Zeeland-West Brabant 2019-2022 Regionaal beleidsplan Veiligheidsregio Zeeland 2020-2023 Regionaal Zeeuws Crisisplan Veiligheidsregio Zeeland 2018-2021 Zeeuws Plan van Aanpak Mensenhandel Plan van aanpak ‘Laat ze niet (ver)zuipen! 2017-2022 WMO beleidsplan en beleidsplan Jeugdhulp Beleidsplannen van het OM, TF-RIEC en het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schouwen-Duiveland 2015 Preventie en handhavingsplan Alcohol 2018-2022 Samen werken aan vitale inwoners en een gezonde regio - Regionaal kader gezondheidsbeleid Oosterschelderegio (2018-2022) Lokaal uitvoeringsplan - Een beschermd thuis en kwalitatief goed leven op Schouwen-Duiveland 2019-2022 Voor een toekomst zonder geweld Regiovisie aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling Zeeland 2019-2023 Juni 2019 Sociaal Calamiteiten Plan Zeeland Het voorkomen en aanpakken van de mogelijke gevolgen van een zorgcalamiteit en het voorkomen en aanpakken van een situatie van maatschappelijke onrust.
1.6 Organisatie en coördinatie Het Integraal Veiligheidsbeleid raakt vrijwel alle onderdelen van de gemeentelijke organisatie. Dit hoofdstuk gaat in op de wijze waarop veiligheid geborgd is in de ambtelijke organisatie en hoe er vanuit de gemeente gestuurd wordt op dit werkveld. Gemeenteraad De gemeenteraad stelt de kaders van het integraal veiligheidsbeleid vast, door het stellen van prioriteiten, het scheppen van randvoorwaarden en het beschikbaar stellen van financiën. Deze kaderstellende taak wordt vastgelegd in het integraal veiligheidsbeleid (IVB), dat eens per vier jaar wordt vastgesteld. Het college van B&W De uitvoering van de specifieke onderdelen van het integrale veiligheidsbeleid is belegd bij het College van Burgemeester en Wethouders. Via een uitvoeringsplan worden de prioriteiten uit het integraal veiligheidsbeleid door het college vertaald in concrete activiteiten, daarbij gebruikmakend van flankerend(e) beleid(sprocessen). Zo wordt integrale veiligheid mede de verantwoordelijkheid van de portefeuillehouders op het gebied van bijvoorbeeld onderwijs, gezondheid, jeugd, ruimtelijke ordening, openbare ruimte en milieu. Burgemeester De burgemeester heeft een wettelijke verantwoordelijkheid voor de openbare orde en veiligheid in de gemeente en is portefeuillehouder voor het integraal veiligheidsbeleid.
De burgemeester is verantwoordelijk voor de coördinatie van de verschillende onderdelen van het integrale veiligheidsbeleid, zowel intern (binnen de gemeentelijke organisatie) als extern (met de veiligheidspartners). Bestuurlijke overlegstructuren In de dagelijkse sturing op doelstellingen, resultaten en acties in het kader van veiligheid speelt de burgemeester een belangrijke rol. Hiertoe zijn diverse overlegstructuren in het leven geroepen. De belangrijkste worden hieronder besproken. Periodiek overleg burgemeester-politie In dit overleg worden de lopende zaken op het gebied van openbare orde en veiligheid in de gemeente door de burgemeester met de operationeel expert wijkagent, adviseur openbare veiligheid, procesregisseur sociaal domein en adviseur handhaving besproken. Driehoeksoverleg In het driehoeksoverleg worden afspraken gemaakt over de inzet van de politie op de lokale prioriteiten en de criminaliteitsbeheersing. Om praktische redenen is het driehoeksoverleg georganiseerd op het niveau van het basisteam politie (Basisteam Driehoek Oosterscheldebekken).
6
Aan dit overleg nemen de burgemeesters van Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal en Schouwen-Duiveland, de gebiedsofficier van justitie en de basisteamchef deel. De burgemeester heeft daarnaast de bevoegdheid om te bepalen dat in voorkomende gevallen een driehoeksoverleg op gemeentelijk niveau dient plaats te vinden. Districtscollege Zeeland maakt onderdeel uit van de politie-eenheid Zeeland-West Brabant. Deze politie-eenheid bestaat uit vier districten, waarvan de gemeenten in Zeeland (m.u.v. Tholen) één district vormen. Gemiddeld vier keer per jaar overleggen de twaalf Zeeuwse burgemeesters met de gebiedsofficier van justitie en de districtschef over bovenlokale Zeeuwse thema’s op het gebied van integrale veiligheid. Daarnaast wordt er twee keer in het jaar een Districtscollege ingepland welke in het teken staat van het College Zorg en Welzijn (CZW-bureau) en bijbehorende problematiek op de werkvelden zorg en veiligheid. Veiligheidscollege In het veiligheidscollege hebben alle 39 burgemeesters van politie-eenheid Zeeland-West Brabant zitting. Zij zijn tezamen met de hoofdofficier van justitie en de politiechef van de eenheid verantwoordelijk voor de beheersmatige aansturing van de politie en het benoemen van gezamenlijke veiligheidsthema’s en prioriteiten. Dit wordt vastgelegd in het regionaal beleidsplan van de politie.
Bestuur Veiligheidsregio Zeeland Op het gebied van fysieke veiligheid vormen de burgemeesters van de dertien Zeeuwse gemeenten samen het Algemeen Bestuur (AB) van de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Zeeland. Zij zijn belast met de (financiële) aansturing van de veiligheidsregio en leggen over het gevoerde beleid verantwoording af aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten. Een vertegenwoordiging van het AB vormt het Dagelijks Bestuur (DB). Ambtelijke overlegstructuren De coördinatie op de uitvoering van het veiligheidsbeleid is ambtelijk in handen van de ambtenaar openbare orde en veiligheid. Deze medewerker neemt deel aan diverse interne overleggen. Naast lokale sturing op veiligheid, wordt er in regionaal verband samengewerkt met de andere Zeeuwse gemeenten. Veiligheidsoverleg Oosterscheldebekken Iedere maand overleggen de ambtenaren openbare orde en veiligheid van de gemeenten uit het basisteam Oosterscheldebekken over veiligheid. Het overleg geldt tevens als agendacommissie voor de basisteamdriehoek. Aan het overleg is tevens een actieoverleg woninginbraken, overvallen en straatroven (WOS) gekoppeld, waarin concrete acties op dit thema worden bedacht en uitgevoerd.
Zeeuws Platform Integrale Veiligheid (ZPIV) Het Zeeuws platform integrale veiligheid is een kennis- en samenwerkingsplatform waarin medewerkers van de Zeeuwse gemeenten, de politie en het OM vertegenwoordigd zijn. Best practices worden gedeeld en taken verdeeld, waardoor de gemeenten in staat zijn om veiligheidsvraagstukken samen aan te pakken, deskundigheid te bevorderen en door de gezamenlijke aanpak het zogenaamde waterbed effect te voorkomen. Het ZPIV dient als ambtelijk adviesorgaan voor het Districtscollege. Twee keer in het jaar wordt er een Combi-platform ingepland met de ambtenaren zorg en welzijn om het Districtscollege CZW voor te bereiden. Zeeuws Netwerk Ambtenaren Openbare Veiligheid (ZAOV) Thema’s op het gebied van fysieke veiligheid (brandweer, crisisbeheersing en rampenbestrijding) komen aan de orde in het ZAOV, dat bestaat uit de ambtenaren openbare veiligheid van de 13 gemeenten. De Zeeuwse gemeenten hebben de voorbereiding en uitvoering van gemeentelijke taken in het kader van de rampenbestrijding en crisisbeheersing (Bevolkingszorg) regionaal georganiseerd. Het ZAOV vormt samen met de Regiegroep Bevolkingszorg het kennis- en beheersplatform.
Bestuurlijk afstemmingsoverleg (BAO) Het bestuurlijk afstemmingsoverleg is een overleg tussen vertegenwoordigers van de Zeeuwse gemeenten en de directeur VRZ, waarin beleidsmatige zaken aangaande de veiligheidsregio besproken worden. Iedere burgemeester wordt in zijn hoedanigheid als bestuurslid van de VRZ geadviseerd vanuit de eigen gemeente door de adviseur openbare orde en veiligheid.
7
2. Veiligheidsanalyse 2.1 Totstandkomingsproces nieuw veiligheidsbeleid Het Integraal Veiligheidsbeleid is een verantwoordelijkheid van de gemeenteraad. Hierdoor is het lokale beleid leidend. Toch kan sinds de komst van de nationale politie, en daarmee de komst van bovengenoemd basisteam Oosterscheldebekken, niet alles meer per gemeente worden afgestemd. De politiecapaciteit wordt verdeeld binnen het basisteam en dit betekent dat de gemeenten zaken op elkaar af dienen te stemmen. Samenwerking is dan ook van groot belang. In het proces om te komen tot het nieuwe veiligheidsbeleid is gewerkt volgens de methode Kernbeleid Veiligheid 2017. Deze methode wordt landelijk als uitgangspunt gehanteerd. Eerste stap in deze methode is het opstellen van een veiligheidsanalyse. Deze veiligheidsanalyse brengt in beeld welke knelpunten er zijn op het gebied van veiligheid en leefbaarheid, welke acties al worden ondernomen en waar in de toekomst inzet wordt gevraagd. Aandachtspunt bij het gebruik van deze methode is wel dat de veiligheidsanalyse is opgedeeld in verschillende onderwerpen. De praktijk is echter minder gemakkelijk te knippen. Veel onderwerpen zijn gerelateerd aan elkaar. Vaak is er sprake van ‘multi-problem’ situaties. Diverse interne en externe partners zijn bij het opstellen van de veiligheidsanalyse betrokken. Hieruit is een aantal prioriteiten benoemd.
Deze prioriteiten zijn voorgelegd aan de gemeenteraad. Hierna is verder vorm gegeven aan het veiligheidsbeleid. Op basis van dit beleid zal jaarlijks een uitvoeringsprogramma worden opgesteld waarin concrete werkzaamheden en projecten worden benoemd.
2.2 Veiligheidsvelden Dit hoofdstuk bevat een veiligheidsanalyse van de huidige situatie op Schouwen-Duiveland. Ingegaan wordt op de veiligheidsproblematiek op de vijf veiligheidsvelden van de methode Kernbeleid Veiligheid. De veiligheidsvelden zijn: veilige woon- en leefomgeving, bedrijvigheid en veiligheid, jeugd en veiligheid, fysieke veiligheid en integriteit en veiligheid. Deze veiligheidsvelden met bijbehorende veiligheidsthema’s sluiten grotendeels aan bij zowel de landelijke, regionale als lokale veiligheidsprioriteiten. Veiligheidsveld 1: Veilige woon- en leefomgeving
2: Bedrijvigheid en veiligheid
3: Jeugd en veiligheid
4: Fysieke veiligheid
5: Integriteit en veiligheid
Veiligheidsthema’s 1.1: Sociale kwaliteit 1.2: Fysieke kwaliteit 1.3: Objectieve veiligheid/veelvoorkomende en “high impact-“ criminaliteit 1.4: Subjectieve veiligheid 2.1: Veilig winkelgebied 2.2: Veilige bedrijventerreinen 2.3: Veilig uitgaan 2.4: Veilige evenementen 2.5: Veilig toerisme 3.1: Jeugdoverlast 3.2: Jeugdcriminaliteit/individuele probleemjongeren 3.3: Jeugd, alcohol en drugs 3.4: Veilig in en om de school 4.1: Verkeersveiligheid 4.2: Brandveiligheid 4.3: Externe veiligheid 4.4: Rampenbestrijding en crisisbeheersing 5.1: Polarisatie en radicalisering 5.2: Georganiseerde/ondermijnende criminaliteit 5.3: Veilige Publieke Taak 5.4: Informatieveiligheid 5:5: Ambtelijke en bestuurlijke integriteit
8
2.3 Lokale veiligheidssituatie 2.3.1 Objectieve versus subjectieve veiligheid De lokale situatie wordt per veiligheidsveld in beeld gebracht door het meten van de objectieve en subjectieve veiligheid. De objectieve veiligheid meet feiten, zoals de politiecijfers. Bij subjectieve veiligheid wordt de ervaring van veiligheid gemeten. Beide vormen kunnen niet probleemloos gemeten worden en geven geen van beide een correct en exact beeld van de veiligheid. Het probleem met objectieve veiligheid is dat er altijd sprake is van een dark number, want niet alle criminaliteit wordt geregistreerd en/of aangegeven. Bovendien betekent een toename van de geregistreerde criminaliteit niet altijd ook een daadwerkelijke toename van de criminaliteit. Er kan namelijk sprake zijn van een hogere mate van aangifte bereidheid of gerichter politieaandacht voor een bepaald delict wat resulteert in een hoger ophelderingspercentage. Het probleem van subjectieve veiligheid is onder andere dat het een momentopname betreft. Uit diverse onderzoeken blijkt dat het veiligheidsgevoel toeneemt naarmate er geen incidenten plaatsvinden en vice versa, men voelt zich kort na een incident (wat zelf of in de buurt ervaren wordt) onveiliger. Daarnaast is er verschil in interpretatie. Wat door een persoon als overlast ervaren wordt ziet een ander als criminaliteit, of juist als geen overlast.
Indien de huidige situatie slechts op de objectieve- of subjectieve veiligheid gebaseerd zou worden ontstaat er een vertekend beeld van de realistische situatie. Zo kan het bijvoorbeeld zo zijn dat uit de subjectieve veiligheid een ernstig probleem blijkt, maar dit niet onderschreven wordt door de cijfers. Het is in dit geval van belang te investeren op het veiligheidsgevoel. Anderzijds kan vanuit de objectieve veiligheid een probleem blijken, maar wordt dit subjectief niet als probleem ervaren. Dit vraagt om een andere aanpak. Door beide metingen te combineren wordt getracht een zo realistisch en compleet mogelijk beeld van de veiligheid te geven. Objectieve veiligheid; geregistreerde criminaliteit en overlastmeldingen De geregistreerde criminaliteit is een weergave van de politiecijfers in de gemeente Schouwen-Duiveland over een bepaalde periode en geeft hiermee het beeld van de objectieve veiligheid. Er is een selectie gemaakt van delict typen welke een inbreuk maken op de veiligheid en leefbaarheid in de woonbuurt. Uiteraard is deze selectie niet limitatief.
Politiecijfers, geregistreerde criminaliteit 2016-2019 Geregistreerde criminaliteit Diefstal/inbraak woning Diefstal/inbraak box/garage/schuur Diefstal uit/vanaf motorvoertuigen Diefstal van motorvoertuigen Diefstal van brom-, snor-, fietsen Diefstal/inbraken bij bedrijven en/ of instellingen Winkeldiefstal Bedreiging Straatroof Zakkenrollen Overval Mishandeling Drugshandel Vernieling c.q. zaakbeschadiging Aantasting openbare orde
2016 69 36
2017 87 21
2018 73 12
2019 53 6
100 9 106 56
82 14 78 31
69 5 60 17
31 5 62 35
15 61 4 25 0 68 35 211 10
22 38 1 12 0 74 21 180 7
13 55 0 5 0 68 18 127 7
25 36 3 3 0 62 17 120 6
2017 164 10 144 48
2018 119 3 124 61
2019 108 4 127 45
Politiecijfers, geregistreerde overlast 2016-2019 Geregistreerde overlast Overlast jeugd Overlast zwervers Overlast verward persoon Overlast drugs
2016 178 23 164 37
9
Wet tijdelijk huisverbod Per 1 januari 2009 is de Wet tijdelijk huisverbod (Wth) in werking getreden. Het huisverbod biedt de mogelijkheid om in een noodsituatie te voorzien in een afkoelingsperiode. Tijdens deze periode wordt de nodige hulpverlening op gang gebracht en escalatie voorkomen. Na het opleggen van een huisverbod wordt zo veel mogelijk gebruik gemaakt van de voorliggende hulpverleningsstructuur voor huiselijk geweld. Het aantal huisverboden dat wordt opgelegd fluctueert per jaar. Er is geen dalende of stijgende lijn te benoemen. Sinds de invoering van de Wth in 2009 ligt het aantal huisverboden doorgaans tussen de 3-5 huisverboden per jaar. Aantal huisverboden 2016-2019 Huiselijk geweld Aantal huisverboden
2016 5
2017 4
2018 4
2019 3
E33-meldingen Alle meldingen rondom “personen met verward gedrag” (E33) worden door de politie in het ZVHZ administratief verwerkt en doorgezet naar het informatieknooppunt van het ZVHZ. Daarnaast worden meerdere incidenten rondom 1 persoon gecomprimeerd in een E33 formulier. Het ZVHZ geeft de E33 meldingen ter informatie door aan de lokale toegang van de gemeenten. Indien nodig kan contact plaatsvinden tussen de procescoördinator van het VHZ en de procesregisseur van de gemeente. Aantal E33-meldingen 2018-2019 Personen met verward gedrag
2018
2019
Aantal E33-meldingen
43
65
Subjectieve veiligheid; veiligheidsmonitor Gemeente Schouwen-Duiveland 2016 Eind 2016 is in de gemeente Schouwen-Duiveland een veiligheidsmonitor (VM) uitgevoerd. Het belangrijkste doel van dit onderzoek is de beleving van burgers op het gebied van veiligheid en leefbaarheid in kaart te brengen, de subjectieve veiligheid, en te kijken welke ontwikkelingen zich hebben voorgedaan. De veiligheidsmonitor is gebaseerd op een enquête, die bij wijze van steekproef wordt verspreid onder bewoners van Schouwen-Duiveland van 15 jaar en ouder. De antwoorden zijn gewogen op basis van de verdeling naar geslacht, leeftijd en indien relevant wijk, buurt of kern om de uitkomsten zo goed mogelijk te generaliseren. Dit moet bij interpretatie van de uitkomsten altijd in overweging genomen worden. De resultaten uit het onderzoek worden vergeleken met de gemiddelde uitkomst van de gemeenten binnen de Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) en het landelijke gemiddelde (geduid als Nederland). In bijlage twee is een samenvatting van de resultaten opgenomen. 2.3.2 Veilige woon- en leefomgeving Bij het thema veilige woon- en leefomgeving gaat het om zowel veiligheid als leefbaarheid. Leefbaarheid is een breed begrip, het gaat over hoe een inwoner van de gemeente de directe omgeving beoordeeld.
Hierbij kan het gaan om de fysieke staat van een buurt, de aanwezigheid van voorzieningen en het ervaren van sociale overlast. Al deze leefbaarheidsaspecten kunnen invloed hebben op het veiligheidsgevoel van mensen. In de veiligheidsmonitor is gevraagd zowel een cijfer te geven voor de leefbaarheid van de buurt, als in welke mate de veiligheid van de buurt beoordeelt. Beide scoren een 7,6. Fysieke overlast De fysieke verloedering wordt beoordeeld met een 1,7 op een schaal van 10. In de VRZ is de ervaring gelijk en in Nederland ervaart men meer fysieke verloedering. Fysieke verloedering is gemeten aan de hand van mate van bekladding van muren of gebouwen, rommel op straat, hondenpoep en vernieling van straatmeubilair. Uit de geregistreerde criminaliteit blijkt een afname van het aantal vernielingen en zaakbeschadiging in de openbare ruimte, waaronder ook het bekladden van muren of gebouwen en de vernieling van straatmeubilair.
10
Cijfers vernieling c.q. zaakbeschadiging 2016-2019 250 200 150 100 50 0
211
180
2016
2017
127
120
2018
2019
Vernieling c.q. zaakbeschadiging
Hondenpoep is de vorm van fysieke verloedering die het meest voorkomt in de buurt; 21,7% van de inwoners ervaart hier zelf ook veel overlast van. Inwoners van de gemeente ervaren ook wel eens overlast van rommel op straat, 2,7% ervaart hier veel overlast van. 44,8% geeft aan dat rommel op straat wel eens voor komt, net als vernieling van straatmeubilair (29,8%) en bekladding van muren of gebouwen (16,9%). In de laatste twee gevallen ervaart minder dan 2% van de inwoners hier veel overlast van. Sociale overlast Uit de geregistreerde criminaliteit en overlast cijfers van de politie blijkt dat het aantal incidenten met betrekking tot overlast jeugd, overlast drugs, overlast zwervers, overlast verwarde personen, drugshandel en aantasting openbare orde allemaal zijn afgenomen. Dit komt overeen met het beeld van de inwoners van de gemeente welke voortkomt uit de veiligheidsmonitor. Men ervaart weinig sociale overlast in de woonomgeving. De schaalscore is 1,0 op schaal van 10. Dit blijkt ook uit de veiligheidsgevoelens van de burgers. In de eigen woonbuurt voelt 10,1% van de respondenten van Schouwen-Duiveland zich wel eens onveilig, 0,6% ervaart vaak onveiligheidsgevoelens. Dit gemiddelde ligt lager dan in VRZ, waar 13,3% zich wel eens onveilig voelt in eigen buurt. In Nederland ligt dit gemiddelde nog hoger, 16,4% voelt zich wel eens onveilig in eigen buurt.
De veiligheid in eigen woonbuurt (Schouwen-Duiveland) krijgt gemiddeld het rapportcijfer 7,6 van haar inwoners. Men vertoont dan ook weinig vermijdingsdrang. Er is de respondenten gevraagd of zij bepaalde handelingen wel of niet uitvoeren, omwille van (on)veiligheidsgevoelens. Hierbij valt te denken aan het ’s avonds niet open doen van de voordeur en het mijden van plekken in eigen buurt waar men zich niet veilig voelt. De schaalscore voor dergelijk gedrag is slechts 0,8 op schaal van 10. Cijfers geregistreerde sociale overlast 2016-2019 200 178 180 164 160 140 120 100 80 60 37 35 40 23 10 20 0 2016
164 144
Overlast jeugd Overlast drugs
108 61
48 21
10
127
124
119
7
2017 Overlast zwervers Drugshandel
45 18
3
7
2018
17
3
6
2019
Overlast verward persoon Aantasting openbare orde
High Impact Crimes (HIC) In de veiligheidsmonitor (2016) komt het onderwerp High Impact Crimes (HIC) niet aan de orde. Om deze reden zal enkel een weergave van de geregistreerde criminaliteit gegeven worden. Woninginbraken, overvallen en straatroven zijn de klassieke High Impact Crimes. Uit de geregistreerde criminaliteit blijkt dat er de afgelopen vier jaar geen overvallen hebben plaatsgevonden in de gemeente. Ook het aantal straatroven is laag, in de jaren 2016-2019 zijn er totaal acht straatroven geregistreerd. Het aantal geregistreerde woninginbraken steeg in 2017 naar 87 en nam daarna weer af. In 2019 werden er 53 woninginbraken geregistreerd.
11
Cijfers geregistreerde HIC 2016-2019 80
87
69
40
73
4
0
53 3
1
2016
2017 Woninginbraken
2018 0
2019
Straatroven
2.3.3 Bedrijvigheid en veiligheid De thema’s voor het beleidsterrein bedrijvigheid en veiligheid hebben te maken met de sociale veiligheid rondom bedrijvigheid zoals winkelcentra en bedrijventerreinen. Er valt ook te denken aan de veiligheid rondom uitgaan, toerisme en grootschalige evenementen. Maatregelen hiervoor hebben een gemengd publiekprivaat karakter. vormen het economische hart op Schouwen-Duiveland en ondernemingen moeten beschermd worden tegen kwaadwillendheid van buitenaf. Tevens moet voorkomen worden dat bedrijven niet-legitieme acties ondernemen, of bijvoorbeeld onderdeel worden van een netwerk van ondermijning. In de onderstaande tabel wordt ingegaan op de criminaliteit tegen bedrijven. Als we kijken naar diefstal/inbraak bij bedrijven of instellingen kan geconcludeerd worden dat de aantallen afnemen. Geregistreerde winkeldiefstallen daarentegen blijven stijgen. Cijfers geregistreerde diefstal/inbraak bedrijven/instelling en winkeldiefstal
60 50 40 30 20 10 0
56 35
31 22 15
2016
2017
25 17
13 2018
Diefstal/inbraken bij bedrijven en/of instellingen
2019 Winkeldiefstal
Bij bedrijvigheid en veiligheid gaat het daarnaast ook om overlastsituaties omtrent bijvoorbeeld horecagelegenheden. Als gekeken worden naar objectieve cijfers omtrent geluidshinder door horeca werd dit in afgelopen twee jaar 12 keer gemeld. Uit de veiligheidsmonitor blijkt dat 12,6% van de respondenten wel eens hinder van horecagelegenheden in de buurt ervaart. Echter maar 1,0% van de respondenten ervaart zelf veel overlast van horecagelegenheden. 12,9% van de respondenten voelt zich wel eens onveilig rondom uitgaansgelegenheden, echter ligt dit percentage lager dan in de VRZ en in Nederland. 2.3.4 Jeugd en veiligheid In de gemeente zijn geen criminele jeugdgroepen actief die daarmee tot de hoge risicocategorie zouden behoren. Over het algemeen zijn het wat oudere jongeren die op verschillende locaties en in wisselende samenstelling binnen de gemeente samen komen. De overlast die zij veroorzaken bestaat voor namelijk uit het veroorzaken van geluidsoverlast door hard praten, schreeuwen en rijden met scooters en brommers. Of er is sprake van overlast veroorzaakt door uitgaanspubliek of op de route naar de stad. De overlast wordt versterkt wanneer de jongeren drank en/of drugs hebben gebruikt. Als gekeken wordt naar de objectieve geregistreerde cijfers met betrekking tot jeugdoverlast, kan geconstateerd worden dat de overlast afneemt.
Ten opzichte van 2016 is de jeugdoverlast in 2019 met 39% afgenomen. Uit de veiligheidsmonitor blijkt dat 26,6% van de respondenten aangeeft dat het wel eens voorkomt dat er jongeren rondhangen in de buurt. Echter 1,1% ervaart hier zelf overlast van. Daarnaast geeft 27,5% van de respondenten aan zich wel eens onveilig te voelen op plekken waar groepen jongeren rondhangen. Dit percentage ligt lager dan in de VRZ en in Nederland.
12
Cijfers overlast jeugd 2016-2019 200 150 100 50 0
178
2016
164
2017
119
108
2018
2019
Overlast jeugd
2.3.5 Fysieke veiligheid Verkeersveiligheid Vanuit het verkeersveiligheidsteam van het regionaalorgaan verkeersveiligheid Zeeland wordt ten behoeve van de Zeeuwse Driehoeken een verkeersveiligheidsrapportage gemaakt. Deze rapportage moet inzicht geven in de omvang van het verkeersveiligheidsprobleem en de aard daarvan. In 2019 vonden er 2217 ongevallen plaats in Zeeland. Hierbij waren 547 gewonden en 11 dodelijke verkeersslachtoffers te betreuren. Op het gebied van verkeersoverlast zijn in de veiligheidsmonitor enkele vragen opgenomen. Uit de resultaten blijkt dat 81,2% van de respondenten aangeeft dat verkeersoverlast wel eens voorkomt. Van deze respondenten ervaart 31,8% vaak overlast van verkeersoverlast. De meeste overlast ervaren mensen van te hard rijden in buurt, 74,6% van de respondenten geeft aan dat dit wel eens voorkomt en 23,6% ervaart hier zelf veel overlast van. Ook agressief gedrag in het verkeer en parkeerproblemen in de buurt komen voor. Als gekeken worden naar de objectieve cijfers omtrent verkeersveiligheid, wordt er gekeken naar het aantal verkeersongevallen van 2016-2019. Positief is dat er een daling geconstateerd wordt van 29% in 2019 ten opzichte van 2016. Cijfers ongevallen op de weg 2016-2019 200
157
162 132
150
112
100 50 0
2016
2017
2018
2019
Ongevallen op de weg
Brandveiligheid De brandweer rukt op Schouwen-Duiveland de laatste jaren steeds vaker uit na een brandalarm, zo blijkt uit cijfers van de VRZ. Vergeleken met 2018 werd er een toename geconstateerd van 127 naar 149 uitrukken in 2019. Ook zijn op het gebied van brandveiligheid enkele vragen opgenomen in de veiligheidsmonitor 2016. Allereerst is gevraagd of men zich wel eens zorgen maakt over de brandveiligheid van de woning. Hierbij gaf 1,3% van de respondenten aan zich regelmatig zorgen te maken, 26,9% zich hier wel eens zorgen over te maken en 71,7% zich hierover zelden of nooit zorgen over te maken. Daarnaast is gevraagd wat men doet om de brandveiligheid van de woning te verbeteren. 70,9% van de respondenten geeft aan rookmelder(s) in huis te hebben geïnstalleerd, 34,6% heeft een brandblusser in huis, 37,2% heeft een branddeken in huis, 4,3% heeft een brandtrap/ladder en 14,5 heeft een vluchtplan/vluchtroute. Overigens maakt een aanpak van verkeers- en brandveiligheid geen onderdeel uit van de aanpak in dit integraal veiligheidsbeleid. In principe is verkeersveiligheid separaat georganiseerd in de gemeente en brandveiligheid is een taak van de Veiligheidsregio Zeeland.
13
2.3.6 Integriteit en veiligheid Onder het veiligheidsveld integriteit en veiligheid vallen de volgende thema’s: polarisatie en radicalisering, georganiseerde/ondermijnende criminaliteit, veilige publieke taak, informatieveiligheid en ambtelijke en bestuurlijke integriteit. De verschillende thema’s en de mate waarin het voorkomt in de gemeente kan niet in beeld worden gebracht op basis van een veiligheidsmonitor of geregistreerde criminaliteit. Ondermijnende criminaliteit blijkt bijvoorbeeld niet uit de geregistreerde criminaliteit, omdat het geen delict an sich is. Daarnaast is niet af te leiden in hoeverre ondermijnende criminaliteit het veiligheidsgevoel aantast. Vaak is ondermijnende criminaliteit niet zichtbaar voor de burger. Wel kan gekeken worden naar het aantal Bibob-toetsingen binnen de gemeente. Aantal Bibob-toetsingen 2019 Bibob-toetsingen
Ter beoordeling aan het RIEC
Ondersteuningsverzoek bij RIEC
Aantallen in 2019
1
3
14
3. Prioriteiten 2021-2022 3.1 Totstandkoming veiligheidsprioritering Onveiligheid, overlast en criminaliteit beperken zich niet tot gemeentegrenzen. Afhankelijk van de problematiek vraagt dit naast een lokale aanpak ook om districtelijke, regionale of landelijke samenwerking. Bij het gezamenlijk borgen van veiligheid is het belangrijk dat er kaders gesteld worden met doelen, heldere keuzes en prioriteiten. Op landelijk niveau gaat het om de beleidsdoelen die de minister vaststelt, op regionaal niveau om de doelen uit het regionaal beleidsplan en op lokaal niveau om de gemeentelijke visie en de doelen die de gemeenteraad op het terrein van veiligheid stelt. Deze lokale doelen zijn de basis van het integrale veiligheidsbeleid. 3.1.1 Landelijke kaders Elke vier jaar stelt de minister van Justitie en Veiligheid in de veiligheidsagenda de landelijke beleidsdoelstellingen voor de taakuitvoering van de politie vast. De burgemeesters en de officieren van justitie hebben het gezag over de politie. Om deze gezamenlijke verantwoordelijkheid te bekrachtigen is door de minister, de regioburgemeesters en het College van Procureurs-Generaal een gemeenschappelijke veiligheidsagenda opgesteld voor de periode 2019-2022 waarin aan de hand van gezamenlijk vastgestelde thema’s afspraken gemaakt worden over de bijdrage van een ieder aan de aanpak van deze veiligheidsproblemen.
De concrete invulling van de aanpak wordt op lokaal niveau bepaald. De minister en de gezagen hebben de volgende onderwerpen benoemd als thema’s voor de landelijke veiligheidsagenda: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Ondermijning Mensenhandel Cybercrime Online seksueel misbruik Bestrijding van terrorisme en extremisme High impact crimes en mobiel banditisme Kindermishandeling en huiselijk geweld Personen met verward gedrag
3.1.2 Regionale kaders In de Politiewet 2012 is vastgelegd dat per regionale eenheid een beleidsplan moet worden vastgesteld. Het Regionaal Beleidsplan Zeeland-West-Brabant 2019-2022 is onder regie van de regioburgemeester opgezet. De burgemeesters binnen de regionale eenheid en de hoofdofficier van justitie stellen dit beleidsplan tenminste eenmaal in de vier jaar unaniem vast. De burgemeesters binnen de regionale eenheid leggen het concept beleidsplan ter consultatie voor aan hun gemeenteraad (volgens art. 38b Politiewet) die een zienswijze in kan brengen. Het is van belang dat in het regionaal beleidsplan de landelijke en lokale prioriteiten op een goede wijze worden samengebracht. Het regionale beleidsplan is een samenhangend geheel dat bestaat uit de ambities en andere strategische thema’s voor de politie en de gezamenlijke prioriteiten voor de komende jaren. Deze prioriteiten worden opgebouwd uit de prioriteiten van de gemeente, zoals vastgelegd in de integrale veiligheidsplannen; de doelstellingen ten behoeve van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, zoals vastgelegd in de beleidsplannen van het OM; en de landelijke prioriteiten. Verder is het beleidsplan van de veiligheidsregio inbreng voor het beleidsplan van de regionale eenheid.
Het Regionaal Beleidsplan 2019-2022 voorziet in de periode tot en met 2022 in een regionaal kader voor de integrale aanpak van veiligheidsproblematiek in de regio Zeeland-West-Brabant (ZWB). Om te komen tot de gemeenschappelijke prioriteiten is de inbreng van de lokale veiligheidsplannen van de 39 gemeenten in de regio gebruikt. Op basis van de analyse van de lokale integrale veiligheidsplannen van de 39 gemeenten en de landelijke prioriteiten van het minister van Veiligheid en Justitie, het College van procureurs-generaal en de regioburgemeesters in de Veiligheidsagenda zijn de volgende veiligheidsthema’s gesteld: 1. Aanpak van ondermijnende criminaliteit 2. Zorg en veiligheid 3. Aanpak van cybercrime
15
3.1.3 Couleur locale Schouwen-Duiveland Integraal Veiligheidsbeleid 2016-2018 Het integraal veiligheidsbeleid 2021-2022 is een opvolging en actualisatie van het integraal veiligheidsbeleid 2016-2018. De destijds gestelde veiligheidsprioriteiten bieden het startpunt voor de bepaling van de nieuwe doelstellingen en speerpunten. Ondanks gerichte aanpak, die op diverse aspecten heeft geleid tot een afname van problematiek, zijn er onderwerpen die constante aandacht behoeven. Dit zijn onderwerpen die over het algemeen een directe link hebben naar de burger, zoals het bieden van een veilige woon- en leefomgeving. Daarnaast moeten nieuwe ontwikkelingen in het integrale veiligheidsdomein, welke leiden tot een uitbreiding en/of aanpassing van het gemeentelijke takenpakket, positie te krijgen in de doelstellingen. Strategische visie – Tij van de toekomst 2011-2040 Naast het huidige plan is de door de gemeenteraad gestelde strategische visie 2011-2040 ‘Tij van de toekomst’ van belang. In deze visie wordt onder andere gesteld dat de gemeente een relatief veilige gemeente is waar men zich veilig voelt. De gemeente streeft naar veiligheid voor de eilandbewoners en gasten. Daar waar mogelijk moeten we inzetten op het verbeteren van de sociale veiligheid. Dit doen we als gemeente niet alleen, maar is actief en betrokken burgerschap van belang.
Niet alleen voor de sociale veiligheid, maar ook voor het bevorderen van de leefbaarheid. Collegeprogramma – Verbindend verder 2018-2022 Ook het collegeprogramma 2018-2022 volgt de strategische visie. Op het beleidsterrein veiligheid/leefbaarheid worden de volgende initiatieven genoemd: Inzet op sociale veiligheid door te investeren en samen te werken met partijen die hierin een (wettelijke) taak hebben. We investeren de komende jaren extra in preventie. Inzet op schoon en heel. Optreden tegen agressief of gewelddadig gedrag tegen hulpverleners. Continueren van het permanent en tijdelijk cameratoezicht voor plekken waar regelmatig of tijdelijk overlast is. Inzet op goed toezicht en adequate handhaving in de openbare ruimte.
3.2 Lokale speerpunten 2021-2022 Met het opstellen van het Integraal Veiligheidsbeleid 2021-2022 geven de burgemeester en het college invulling aan de regierol van de gemeente en de wettelijke taken van de burgemeester. Op basis van onder andere een inventarisatie onder inwoners aan de hand van een vragenlijst, gesprekken met betrokken partners, de reeds uitgezette koers in het collegeprogramma en de doelen uit de programmabegroting zijn de prioriteiten voor de komende periode opgesteld. In hoofdstuk vier wordt toegelicht waarom deze onderwerpen zijn geprioriteerd. De lokale prioriteiten voor de periode 2021-2022 zijn: Zorg en veiligheid Jeugdoverlast en -criminaliteit Ondermijnende - en georganiseerde criminaliteit Overige aandachtspunten zijn: Fysieke veiligheid Cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit High Impact Crimes Veilige woon- en leefomgeving Veilig ondernemen
16
4. Aanpak prioriteiten en thema’s veiligheidsbeleid In dit hoofdstuk wordt toegelicht waarom de onderwerpen zijn geprioriteerd. Hierbij is aandacht voor cijfers (objectief), ervaringen van partners (subjectief) en ontwikkelingen in onder andere wet- en regelgeving. Verder wordt toegelicht wat we als gemeente willen bereiken en waar we de komende jaren in grote lijnen op inzetten.
4.1 Gemeentelijke regie op integrale veiligheid: het organiseren van samenwerking In dit hoofdstuk worden per veiligheidsthema de lokale doelstelling en daaruit voortvloeiende speerpunten benoemd. Deze speerpunten moeten gedurende de looptijd van het integraal veiligheidsbeleid tenminste worden gerealiseerd. Ze vormen de basis voor de inspanningen van de gemeente op het gebied van veiligheid en voor afspraken die het college van burgemeester en wethouders maken met andere relevante spelers in het veiligheidsveld. In dit beleidsplan wordt een integrale aanpak beschreven. Het uitgangspunt hierbij is dat van iedere ketenpartner een inspanning verwacht wordt op het gebied van veiligheid. De gemeente Schouwen-Duiveland levert deze inspanning door gebruik te maken van haar handhavingsinstrumentarium. Enkele voorbeelden hiervan zijn: cameratoezicht; de inzet van handhavers en bestuursrechtelijke optreden op basis van de APV, bijvoorbeeld gebiedsverboden, alcohol verboden, toepassen van bestuursdwang of het opleggen van een dwangsom maar daarnaast ook het tijdelijk huisverbod, de zorgmachtiging en de crisismaatregel op basis van de Wvggz. Gelet op haar verantwoordelijkheid voor openbare orde en veiligheid, heeft de gemeente bovenal een regierol binnen het integrale veiligheidsbeleid.
In de methode Kernbeleid Veiligheid wordt de regierol van gemeenten als volgt beschreven: het zodanig sturen, interveniëren en in stand houden van allerlei randvoorwaarden dat de diverse betrokken partijen op het terrein van veiligheid op een effectieve manier blijven samenwerken en met elkaar een aanvaardbaar niveau van veiligheid en leefbaarheid weten te consolideren. Concreet leidt dit voor de gemeente onder andere tot de volgende inspanningen: Het opstellen van een visie op het probleem en de oplossing ervan; Bepalen wie de relevante ketenpartners zijn en welke verwachtingen er gesteld worden; Ketenpartners bevragen op alle relevante informatie om een goed en omvattend beeld van de situatie te verkrijgen; Het stimuleren van een gemeenschappelijk doel en wijze van aanpak; Toezicht houden op de voortgang van het proces; Ketenpartners laten verantwoorden over de uitvoering en de behaalde resultaten.
4.2 Aanpak prioriteiten Prioriteiten 2021-2022 1. Zorg en veiligheid
2. Jeugdoverlast – en criminaliteit
3. Ondermijnende – en georganiseerde criminaliteit
4.2.1 Zorg en veiligheid Binnen de gemeente is aandacht voor verminderd zelfredzame burgers vereist. Hierbij kan gedacht worden aan mensen met gedrags- of psychische problematiek, verslavingsproblematiek en dak-of thuislozen. Deze inwoners zijn niet altijd in staat om verandering aan te brengen in hun eigen situatie. Problematiek kan van dusdanige omvang zijn dat ze een gevaar voor zichzelf en/of hun omgeving vormen en daarnaast overlast en veiligheidsproblematiek veroorzaken. De aanpak personen met verward gedrag en de implementatie van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg krijgt in de politiek en in de media veel aandacht. Een aantal ernstige voorvallen is daar debet aan. Hierdoor is het stigma ontstaan dat alle personen met verward gedrag gevaarlijk zijn, maar dat is niet het geval. Het gaat om kwetsbare mensen, die de grip op hun leven (dreigen te) verliezen. Er kan daarbij sprake zijn van (een combinatie van) verschillende vormen van problematiek. Bijvoorbeeld een psychische stoornis, verslaving, dementie en/of diverse levensproblemen. Vaak ontbreekt het aan een stabiele levensstructuur.
17
De aanpak vereist een intensieve samenwerking tussen de domeinen zorg en veiligheid. Dit is door het Rijk wettelijk opgelegd. Werken zorg en veiligheid onvoldoende samen, dan voldoen wij niet aan onze gemeentelijke verantwoordelijkheden. De veranderingen die in het sociaal domein zijn doorgevoerd hebben immers geleid tot een nieuwe balans tussen zorg en veiligheid en vereisen een blijvende, intensieve samenwerking. Aanleiding prioritering Onder meer de verschuiving van de behandeling en wonen in een instelling naar ambulante begeleiding en het wonen in de wijk, de rijksopdracht om te komen tot een plan van aanpak, de uitvoering hiervan en nieuwe wet- en regelgeving zijn de redenen geweest om dit onderwerp te prioriteren. Het aantal bedden in de geestelijke gezondheidszorg is de afgelopen jaren, als gevolg van de ambulantisering, met een derde afgenomen. Doordat mensen steeds vaker thuis worden behandeld, stijgt de kans op overlast. De politie krijgt regelmatig te maken met personen met verward gedrag op straat. De problematiek die deze personen veroorzaken, kan variëren van geluidsoverlast tot ernstige bedreigingen. Landelijk kwamen er bij de politie in 2019 ruim 99.623 meldingen binnen met betrekking tot overlast veroorzaakt door verwarde personen. In 2016 waren dit nog 74.934 meldingen, dit betekent een stijging van bijna 33%.
Regionaal stijgt het aantal registraties rondom personen met verward gedrag geleidelijk. Binnen gemeente Schouwen-Duiveland nemen de meldingen met betrekking tot overlast van personen met verward gedrag af. Het organiseren van goede signalering en het bieden van gepaste zorg en begeleiding zijn daarom heel belangrijk. Hierdoor kunnen problemen in de wijk worden voorkomen. Relevante ontwikkelingen Op 1 januari 2020 is de nieuwe Wet Verplichte Geestelijke Gezondheidszorg (Wvggz) in werking getreden. De Wvggz heeft de Wet Bijzondere Opneming Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ) vervangen. De Wvggz moet zoveel als mogelijk gedwongen behandeling van personen met psychische problematiek voorkomen. Een belangrijk verschil met de BOPZ is dat verplichte zorg ook buiten een instelling opgelegd kan worden. Dit kan bijvoorbeeld verplichte zorg aan huis of in een polikliniek zijn. Daarnaast komen verzoeken voor gedwongen opnamen niet enkel via de psychiater bij de burgemeester, maar kunnen ook derden (burgers, politie, ambulancepersoneel, huisartsen) een verzoek voor een crisismaatregel doen bij de burgemeester. Huidige aanpak OGGZ-netwerk Het gedrag van verwarde personen kan veel impact hebben op de omgeving waarin zij verblijven. Om deze personen vroegtijdig in kaart te brengen en een passende aanpak te realiseren is in veel gemeenten een OGGZ-netwerk.
Voor de mensen die zelf geen hulpvraag kunnen of durven te formuleren, werken verschillende organisaties samen in dit lokale netwerk en stemmen hun hulp aan deze mensen op elkaar af. Daarnaast onderhoudt het netwerk contact met andere zorgverleners en organisaties in de gemeente. Zo kunnen zij snel en effectief worden ingeschakeld als de problematiek van een cliënt daarom vraagt. Omgekeerd kunnen deze organisaties het lokale netwerk vroegtijdig attenderen op mensen in de gemeente waar het niet goed mee gaat. In 2019 werden er in het OGGZ-netwerk 34 casussen besproken, in de eerste helft van 2020 waren dit 29 casussen. Indien casuïstiek raakvlakken heeft met zowel straf- als bestuursrecht en zorg dan wordt deze casus belegd bij het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland (ZVHZ). Het ZVHZ neemt dan de coördinatie over en zorgt voor afstemming met de betrokken partners. Ook de uitvoering van de Wvggz is belegd bij het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland. Mensenhandel In opdracht van het Ministerie van Justitie en Veiligheid dienen alle gemeenten in 2022 een sluitende aanpak met betrekking tot mensenhandel te ontwikkelen en uit te voeren. De Zeeuwse werkgroep mensenhandel bereidt deze sluitende aanpak voor alle Zeeuwse gemeenten (exclusief Tholen) voor. In 2019 is hiervoor het Plan van Aanpak mensenhandel Zeeland ontwikkeld.
De Zeeuwse burgemeesters en de wethouders zorg pleiten voor een gezamenlijke aanpak voor het voorkomen, signaleren en beëindigen van mensenhandel. Daarnaast dient er een gezamenlijke aanpak te worden opgezet met betrekking tot het bieden van zorg voor de slachtoffers van mensenhandel. Gemeenten hebben daarbij de opdracht om: mensenhandel te voorkomen en te herkennen, slachtoffers te beschermen en signalen door te geven aan de relevante partners. In de gemeente wordt hiervoor een aandachtsfunctionaris mensenhandel aangesteld. De aandachtsfunctionaris wordt getraind op het herkennen van signalen en bevindt zich in een netwerk waarbij meldingen naar de relevante partners kunnen worden doorgezet.
18
Prioriteit Zorg en Veiligheid Doelstelling: Het verbeteren van de samenwerking en afstemming tussen de domeinen zorg en veiligheid om zo een sluitende aanpak omtrent personen met verward gedrag te creëren en uit te voeren. Blijvend stimuleren van de samenwerking tussen verschillende betrokken organisaties in het OGGZ-netwerk, zodat verwarde personen vroegtijdig in Actiepunten beeld gebracht worden en er een passende aanpak gerealiseerd kan worden. Implementeren van de nieuwe Wet Verplichte Geestelijke Gezondheidszorg (Wvggz) en de situatie monitoren. Een sluitende aanpak omtrent mensenhandel organiseren. Het netto aantal overlastsituaties rondom personen met verward gedrag reduceren Beoogd en het verhogen van de meldingsbereidheid over deze personen met verward gedrag resultaat zodat hulp vroegtijdig ingeschakeld kan worden. - Netto aantal overlastsituaties rondom personen met verward gedrag, aantal E33Output meldingen en aantal OGGZ-cases. indicator - Aantal aanmeldingen, zorgmachtigingen en crisismaatregelen bij het Zorg- en Veiligheidshuis (jaarverslag ZVHZ) - Aantal IPC-cases bij het ZVHZ Budget - Bijdrage Zorg- en Veiligheidshuis 4.2.2 Jeugdoverlast en –criminaliteit Het thema jeugd en veiligheid is tweeledig. Het betreft enerzijds het creëren van een veilige en plezierige leefomgeving voor jeugd en anderzijds de aanpak van overlast door jeugd.
Door het toeristische karakter van de gemeente en specifiek het uitgaansgebied in Renesse waar veel jongeren komen is er tevens een overlap tussen dit thema en het thema Veilig Uitgaan. De eventuele benodigde aanpak van problematiek rondom het uitgaan wordt behandeld bij dit laatste thema. Aanleiding prioritering Jeugd is een belangrijke doelgroep in het integraal veiligheidsbeleid. Jongeren zijn kwetsbaar, zeker wanneer jongeren opgroeien in een omgeving met diverse risicofactoren. Daarnaast hoort bij het opgroeien het verkennen van grenzen, wat kan leiden tot overlastgevende situaties of het plegen van een strafbaar feit. De eerste signalen van dergelijke gedrag kunnen al eerder zichtbaar worden. Essentieel is daarbij de vroegtijdige inzet op gezins-, school- en wijkniveau. De kans op jeugdoverlast en criminaliteit zijn het grootst bij jongeren die te maken hebben met een combinatie van risicofactoren, zoals, gezinsproblematiek, alcohol- en/of drugsgebruik, laag inkomen, geen startkwalificatie e.d. Dit maakt dat veiligheid niet op zichzelf staat maar dat er een integrale samenwerking moet zijn tussen de (beleids-)velden jeugd, zorg, gezondheid, werk en inkomen. Overlastgevend gedrag van jongeren speelt zich af in het publieke domein en ligt in het grijze gebied tussen hinderlijk gedrag dat niet strafbaar is en strafbaar gedrag dat niet altijd wordt bestraft.