CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport-voorrang-bij-toewijzing-sociale-huurwoningen

Gemeenteraad 25 mei 2022, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken15.188 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Figuur 3.6: Corporaties. Doelgroepen urgentieregeling naar achtergronden Verleners of ontvangers van mantelzorg

74% 80%

Sociaal urgenten (zoals echtscheidingsgevallen met kinderen)

59% 80%

Stadsvernieuwingsurgenten

88% 80%

Medisch urgenten en rolstoelafhankelijken

85%

100% 74%

Statushouders

60%

Mensen die uitstromen uit Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang of een Jeugdhulpvoorziening

68% 80% 58%

(Dreigend) Dak- en thuislozen

20%

Beroepsgroepen zoals politieagenten of zorgpersoneel

11% 20% 0%

20% 40% 60% 80% 100% 120%

Regionale samenwerking corporaties Niet regionale samenwerking corporaties Bron: Enquête Companen, 2021.

2700.229/G | Voorrang bij toewijzing sociale huurwoningen 2021

27

Er zijn in de benoemde doelgroepen geen grote verschillen tussen gebieden waar corporaties regionaal samenwerken en gebieden waar dit niet het geval is. Dit is alleen het geval bij sociaal urgenten (59% in gebieden met regionale samenwerking, 80% in gebieden waar men niet samenwerkt bij de woningtoewijzing) en bij (dreigende) dak- en thuislozen (58% in gebieden waar corporaties regionaal samenwerken en 20% in gebieden waar dat niet zo is). Hierbij speelt het verband tussen de regionale samenwerking en druk op de woningmarkt een rol. In gebieden met een hoge marktdruk werken corporaties doorgaans regionaal samen, in gebieden met een lagere druk is dat vaker niet het geval. In gebieden met een hogere druk is men vaak meer gericht op de doelgroepen die in een echt problematische situatie dreigen te raken.

2700.229/G | Voorrang bij toewijzing sociale huurwoningen 2021

28

3.3 Procedures aanvraag urgentie Figuur 3.7: Gemeenten en corporaties. Procedure aanvraag urgentie

Bron: Interviews en open antwoorden enquête urgentie bij woningtoewijzing gemeenten en corporaties, 2021 .

2700.229/G | Voorrang bij toewijzing sociale huurwoningen 2021

29

Gemeenten gaan verschillend om met het labelen van urgentiesituaties. In een deel van de gemeenten wordt dreigende dakloosheid in een situatie waar minderjarige kinderen bij zijn betrokken ‘sociale urgentie genoemd’, in andere gemeenten is dit ‘maatschappelijke urgentie’. Sommige gemeenten scharen de huisvesting van statushouders onder ‘volkshuisvestelijke urgentie’, andere gemeenten benoemen dit als aparte categorie. Het verloop volgens bovenstaand schema is een generalisatie, bij individuele gemeenten en corporaties kunnen de processen op detailniveau net anders verlopen.

Urgentiecommissies Op veel plaatsen wordt de beoordeling van urgentieaanvragen gedaan door een urgentiecommissie. Vaak is dit een professionele organisatie die voor meerdere corporaties en gemeenten werkzaam is. Soms betreft het medewerkers van de woningcorporatie die deze taak op zich hebben genomen. Er zijn grote professionele organisaties die voor een hele woningmarktregio of meerdere woningmarktregio’s als urgentiecommissie fungeren. Een urgentiecommissie is doorgaans samengesteld uit leden met een relevante professionele achtergrond, bijvoorbeeld (ex-)corporatiemedewerkers en mensen met een achtergrond bij gemeenten. Er is vaak sprake van een mix van mensen, bijvoorbeeld met een achtergrond in het sociale domein, mensen met financiële ervaring en mensen met juridische ervaring. De urgentiecommissies waarmee is gesproken hadden 3 tot 6 leden, waarvan één voorzitter. Vaak zijn de leden aangesteld voor een termijn, met de mogelijkheid van een eenmalige verlenging. Een externe urgentiecommissie is onafhankelijk van de gemeente en de corporatie (als er medewerkers van gemeenten of corporaties in een commissie zitten, is dat niet de gemeente of corporatie waar de commissie voor optreedt). Als de urgentiecommissie bestaat uit enkele corporatiemedewerkers die deze taak op zich hebben genomen, is de onafhankelijkheid minder duidelijk.

Het beeld is dat dergelijke urgentiecommissies waarmee is gesproken het belang van de woningzoekende voorop stellen en binnen de afspraken helder toetsen. Een urgentiecommissie toetst aan de criteria van de huisvestingsverordening als deze aanwezig is. Geregeld is er een hardheidsclausule waarmee de urgentiecommissie in

2700.229/G | Voorrang bij toewijzing sociale huurwoningen 2021

uitzonderlijke gevallen van de strikte criteria kan afwijken. Als er geen huisvestingsverordening is, wordt getoetst aan de criteria die de corporatie heeft opgesteld. Bij twijfel vindt discussie en eventueel stemming plaats. Leden van de urgentiecommissie ontvangen geregeld een onkostenvergoeding voor hun werkzaamheden. Soms geldt dit alleen voor de voorzitter. Als de leden ambtenaren of corporatiemedewerkers zijn, worden zij betaald door de gemeente of de corporatie. Er lijken behoorlijke verschillen te bestaan tussen het aandeel aanvragen dat urgentiecommissies toekennen. Sommige urgentiecommissies wijzen veel meer verzoeken af dan andere urgentiecommissies. Het beeld is dat dit samenhangt met de mogelijkheden die woningzoekenden hebben om een inschatting te maken van hun kansen om succesvol urgentie aan te vragen, door een gesprek of met behulp van een urgentiewijzer. Deze mogelijkheden zorgen voor minder kansloze aanvragen en daarom minder afwijzingen. Urgentiecommissies leggen doorgaans verantwoording af over hun werkzaamheden aan de gemeente en/of de corporatie waarvoor zij werken. Dit is niet altijd openbaar.

Sociale urgentie/mantelzorgurgentie Sociale urgenten, mensen die buiten hun schuld dakloos dreigen te worden, en mensen die vanwege het geven of ontvangen van mantelzorg snel een andere woning nodig hebben, richten zich doorgaans rechtstreeks tot de woningcorporatie of de organisatie die namens de corporatie(s) de woningtoewijzing verzorgt. • Op de websites van de gemeente, maar ook van de corporaties en de toewijzingsorganisaties, kunnen woningzoekenden lezen wat de criteria zijn om voor urgentie in aanmerking te kunnen komen. Vaak is er ook een instrument (urgentiewijzer) beschikbaar om via het doorlopen van een aantal vragen te weten te komen of een urgentieaanvraag kans van slagen heeft. • Het komt ook voor dat gemeenten of corporaties een intakegesprek houden met een kandidaat-huurder die voor urgentie in aanmerking wil

30

komen. In dit ‘kansadviesgesprek’ worden de kansen op een geslaagde urgentieaanvraag besproken. Het aanbieden van mogelijkheden om een inschatting te maken van de kans van slagen van een urgentieaanvraag werkt als een filter; in gebieden waar dit wordt aangeboden, is het aantal daadwerkelijke urgentieaanvragen naar verhouding lager dan in gebieden waar dit niet het geval is. Echter, het aantal afgewezen urgentieaanvragen is ook lager. • Het komt voor dat voor het aanvragen van urgentie kosten verschuldigd zijn. Vaak is dit ingesteld om een drempel op te werpen tegen kansloze aanvragen. In de volgende paragraaf wordt hierop nader ingegaan. • De urgentieaanvraag wordt doorgaans beoordeeld door een urgentiecommissie. Als er een huisvestingsverordening met urgentieregeling van kracht is, is de urgentiecommissie door de gemeente gemandateerd om aanvragen te beoordelen. De urgentiecommissie adviseert de corporatie/gemeente over de toekenning. Vervolgens wordt de beslissing genomen. • Als de beslissing over de urgentieaanvraag is genomen, wordt de kandidaathuurder in kennis gesteld van de uitkomst. In de onderzochte situaties krijgt de woningzoekende inzicht in de argumenten bij de beslissing, zowel als de urgentie wordt toegekend als wanneer dat niet het geval is.

Als urgentie wordt toegekend, krijgt de kandidaat-huurder doorgaans gedurende een gespecificeerde periode (vaak enkele maanden) de mogelijkheid om met voorrang te reageren op passende woningen die via het aanbodsysteem worden aangeboden. Als meerdere kandidaat-huurders met urgentie op dezelfde woning reageren, geldt doorgaans de langste inschrijfduur. Het komt voor dat het kandidaat-huurders met een urgentieverklaring niet lukt om in de aangewezen periode een woning te bemachtigen. In de grote gemeente waar een interview is gehouden waar dit aan de orde is, bemiddelt de gemeente vervolgens tussen woningzoekende en corporatie om toch tot een oplossing te komen.

2700.229/G | Voorrang bij toewijzing sociale huurwoningen 2021

Medische urgentie Onder medische urgentie vallen doorgaans mensen die vanwege fysieke, psychiatrische of psychische problemen niet in hun huidige woonsituatie kunnen blijven en mensen die vanuit de Wmo vanwege fysieke belemmeringen een verhuisindicatie hebben gekregen. • De gemeente is in principe de partij die beslist of urgentie op medische gronden wordt verstrekt. De gemeente is ook verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wmo. Het komt voor dat deze verantwoordelijkheid is gemandateerd aan de woningcorporaties of een externe urgentiecommissie. • Het kan dat voor het verkrijgen van een urgentieverklaring op medische gronden een medisch onderzoek nodig is. Het komt voor dat daar voor de woningzoekende kosten aan zijn verbonden. • De corporatie neemt de beslissing van de gemeente of het advies van de urgentiecommissie over, of neemt zelf een beslissing als zij daartoe is gemandateerd. Vervolgens wordt de woningzoekende in kennis gesteld en wordt een passende woning gezocht of kan de woningzoekende met voorrang reageren op passende vrijkomende woningen.

Stadsvernieuwingsurgentie Stadsvernieuwingsurgentie wordt ook wel ‘volkshuisvestelijke urgentie’ genoemd. Het betreft huurders van corporatiewoningen die hun woning moeten verlaten omdat deze wordt gesloopt of omdat grootschalig onderhoud moet worden gepleegd. De corporatie verleent in dat geval urgentie zodat de huurders die het betreft met voorrang een andere woning kunnen krijgen. Het komt ook voor dat gemeenten woningzoekenden urgentie geven die hun woning moeten verlaten omdat die door de verhuurder wordt opgeëist voor eigen gebruik. Dat geldt soms ook voor mensen die hun woning moeten verlaten omdat deze door de gemeente wordt onteigend vanwege openbare werken.

31

Statushouders Statushouders zijn voor hun huisvesting vrijwel altijd aangewezen op een corporatiewoning. Gemeenten maken hier met woningcorporaties afspraken over. De gemeente draagt een statushouder voor bij de corporatie en de corporatie wijst via directe bemiddeling een passende woning toe aan de statushouder. Deze hoeft doorgaans niet zelf te reageren op vrijkomend woningaanbod.

Figuur 3.8: Gemeenten. Kosten urgentieaanvraag

35% 30% 25% 20%

Uitstroom uit instellingen en blijf-van-mijn-lijfhuizen

10%

In het geval van mensen die uitstromen uit een instelling, bijvoorbeeld uit Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang of uit een blijf-van-mijn-lijfhuis, neemt de betreffende instelling rechtstreeks contact op met de woningcorporatie. Als er een geschikte woning beschikbaar is, geschiedt toewijzing via directe bemiddeling.

5%

Gemeenten brengen geregeld kosten in rekening voor het aanvragen van een urgentieverklaring. Dat is het geval bij 85% van de gemeenten die een huisvestingsverordening met een urgentieregeling hebben. Deels hangt dat samen met het dekken van de administratieve kosten voor de aanvraag. Vaak wordt er ook mee beoogd een drempel op te werpen voor kansloze urgentieaanvragen. Het is in de gesprekken met gemeenten geregeld genoemd dat men bij een geslaagde urgentieaanvraag de kosten weer terug kan krijgen, bijvoorbeeld via de bijzondere bijstand. Bij sommige corporaties is niet meer duidelijk of inmiddels periodiek geïndexeerde bedragen die ooit vanuit de gedachte van drempelwerking zijn ingesteld voor dat doel nog realistisch zijn. Dan worden bedragen gerekend als € 65,78.

2700.229/G | Voorrang bij toewijzing sociale huurwoningen 2021

37%

40%

15%

3.4 Kosten urgentieaanvraag

42%

45%

13% 8%

0% Tot € 50

€ 50 - € 60

€ 60 - € 100

Boven € 100

Bron: Enquête Companen, 2021.

In meer dan de helft van de gemeenten (55%) waar woningzoekenden moeten betalen voor een urgentieaanvraag, bedragen de kosten maximaal € 60. Bij bijna 10% van de gemeenten die een vergoeding vragen, bedraagt deze meer dan € 100. Het hoogste bedrag dat in de enquête is genoemd, is € 150. De mediaan van de genoemde kosten ligt bij € 60. Tijdens de gesprekken met gemeenten en corporaties is gebleken dat in een enkel geval ook sprake is van externe kosten. In een gemeente waarmee is gesproken moet bij de aanvraag van een urgentieverklaring op medische gronden een medisch onderzoek worden uitgevoerd bij een externe organisatie. De kosten hiervoor bedragen € 250 en zijn voor rekening van de woningzoekende. Het was bij de gesprekspartner niet bekend of deze kosten door de woningzoekende nog te verhalen zijn.

32

verschillen zijn tussen typen urgentieaanvragen. Medische urgentieaanvragen lopen dan bijvoorbeeld via de gemeente, terwijl sociale urgentieaanvragen worden beoordeeld door een externe urgentiecommissie.

3.5 Beoordeling en woningtoewijzing Figuur 3.9: Gemeenten. Beoordeling urgentie 60%

54% Figuur 3.10: Gemeenten. Woningtoewijzing met voorrang

50%

50%

40%

45%

30%

44% 45% 45% 40%

40% 21%

18%

20%

29%

30%

7%

10%

36%

35%

25%

0% Door de gemeente

Door een externe Door de corporatie, urgentiecommissie met een mandaat van de gemeente

Anders, namelijk

Bron: Enquête Companen, 2021.

19%

20% 15%

11%

9%

10% 5%

4%

7% 3%

2% 3% 3%

Anders, namelijk

Weet niet

0%

Bij meer dan de helft van de gemeenten met een huisvestingsverordening met urgentieregeling worden urgentieaanvragen beoordeeld door een externe urgentiecommissie. Er zijn diverse professionele organisaties actief die in meerdere gemeenten het beoordelen van urgentieaanvragen beoordelen. Sommige van deze organisaties doen dit in een hele woningmarktregio of zelfs meerdere woningmarktregio’s. Het komt ook voor dat een externe urgentiecommissie maar in één gemeente werkt. Bij ongeveer één op de vijf gemeenten (21%) worden de urgentieaanvragen door de gemeente beoordeeld. De situatie dat in een gebied met een huisvestingsverordening met urgentieregeling de corporatie met een mandaat de urgentieaanvragen beoordeelt, komt relatief weinig voor. Een deel van de gemeenten geeft aan dat er

2700.229/G | Voorrang bij toewijzing sociale huurwoningen 2021

Woningzoekende Directe Dat verschilt per mag (gedurende bemiddeling door categorie een bepaalde de corporatie periode) zelf een woning zoeken

Schaarstegebied

Niet schaarstegebied

Totaal

Bron: Enquête Companen, 2021.

De woningtoewijzing aan woningzoekenden die met voorrang voor een woning in aanmerking komen verschilt al naar gelang de achtergrond van de woningzoekende, maar ook naar gelang de geografische ligging van de gemeente.

33

Woningzoekenden die een urgentieverklaring krijgen kunnen in bijna de helft (45%) van de gemeenten vervolgens zelf reageren op vrijkomend woningaanbod. Groepen die hier zelf niet goed toe in staat zijn, krijgen vaak via directe bemiddeling een woning toegewezen. Dat geldt doorgaans ook voor statushouders. In gebieden met minder druk op de woningmarkt, is het aandeel gemeenten waar altijd via directe bemiddeling wordt toegewezen veel groter dan in gebieden met een hoge druk op de woningmarkt. In de categorie ‘Anders, namelijk’ noemen gemeenten combinaties van zelf zoeken en daarna directe bemiddeling als het niet lukt binnen de gestelde termijn zelf een woning te vinden. Dit speelt meer in gebieden met een hoge druk op de woningmarkt.

3.6 Bezwaar tegen afwijzing Figuur 3.11: Gemeenten. Mogelijkheden om bezwaar te maken of in beroep te gaan

Bezwaar maken bij de gemeente

58%

Bezwaar maken bij de corporatie (corporatie heeft mandaat)

1%

Bezwaar maken bij de klachtencommissie van de woningcorporatie (corporatie heeft mandaat)

1%

In beroep gaan bij de bestuursrechter

24%

Anders, namelijk

12%

Geen mogelijkheden

0%

Weet niet

5% 0%

10% 20% 30% 40% 50% 60% 70%

Bron: Enquête Companen, 2021.

Gemeenten is gevraagd naar de mogelijkheden die woningzoekenden hebben om bezwaar te maken als hun aanvraag voor een urgentieverklaring wordt afgewezen. Bij de meeste gemeenten (58%) is het mogelijk bezwaar te maken bij de gemeente zelf. Vaak wordt een bezwaar dan in behandeling genomen door een bezwaarschriftencommissie. Over het algemeen toetst een bezwaarschriftencommissie vooral of de procedures juist zijn verlopen en toetst men niet inhoudelijk. Een kwart van de gemeenten (24%) noemt de mogelijkheid

2700.229/G | Voorrang bij toewijzing sociale huurwoningen 2021

34

om een zaak voor te leggen aan de bestuursrechter. Deze mogelijkheid is er overigens altijd, ook als een bezwaar door de bezwaarschriftencommissie is afgewezen. Uit de met gemeenten gevoerde gesprekken blijkt dat de ervaring is dat de bestuursrechter doorgaans meegaat in de uitspraak van de bezwaarschriftencommissie. Kosten In gemeenten waar een huisvestingsverordening met urgentieregeling is ingesteld zijn er, op basis van de gehouden enquête, geen kosten verbonden aan het maken van bezwaar tegen een negatieve uitspraak. Die kosten zijn er uiteraard wel als men bij de bestuursrechter in beroep wil gaan tegen een negatieve uitspraak.

2700.229/G | Voorrang bij toewijzing sociale huurwoningen 2021

35

4 Voorrang zonder huisvestingsverordening In ruim de helft van de Nederlandse gemeenten (190 gemeenten, 54%) is geen huisvestingsverordening met een urgentieregeling van kracht. In die situatie is de huisvesting van mensen die met spoed een woning nodig hebben en die zijn aangewezen op een corporatiewoning de verantwoordelijkheid van de woningcorporaties. Gemeenten zijn in dat geval zoals beschreven in hoofdstuk 2 formeel niet in de positie om te sturen op welke groepen in aanmerking komen voor voorrang bij woningtoewijzing. Van de gemeenten die geen huisvestingsverordening met een urgentieregeling hebben, wordt in ruim de helft van de gevallen toch op andere wijze afspraken met de corporaties gemaakt over het met voorrang toewijzen van corporatiewoningen aan specifieke doelgroepen.

4.1 Afspraken tussen corporaties en gemeenten Figuur 4.1: Gemeenten en corporaties. Betrokken partijen bij afspraken over urgentie, 2021 De gemeente heeft de groepen zelfstandig benoemd

2% 2%

De groepen zijn benoemd in overleg tussen de gemeente en de corporatie

22%

De groepen zijn benoemd in overleg tussen de gemeente, de corporatie en de…

40% 41%

64%

16% 13%

Anders, namelijk

2% 0%

Weet niet

0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% Corporaties

Gemeenten

Bron: Enquête Companen, 2021.

Overleg over doelgroepen die voorrang moeten krijgen bij de toewijzing van corporatiewoningen, vindt volgens opgave van gemeenten in ongeveer twee derde van de gemeenten zonder huisvestingsverordening plaats in het tripartiet overleg tussen gemeente, corporaties en huurdersorganisaties. In bijna een kwart (22%) van de gemeenten gebeurt dit volgens de gemeente alleen in overleg met de corporatie(s). De corporaties hebben een iets ander beeld bij het maken van afspraken met betrokken partijen. Zij geven vaker aan dat sprake is van overleg tussen alleen de gemeente en de corporatie(s) (40%) en juist minder vaak dat huurdersorganisaties hierbij ook zijn betrokken (41%).

2700.229/G | Voorrang bij toewijzing sociale huurwoningen 2021

36

4.2 Doelgroepen urgentie Gemeenten waar afspraken worden gemaakt De uitgevoerde inventarisatie laat zien welke doelgroepen worden genoemd in afspraken tussen gemeenten en daar werkzame woningcorporaties waar geen huisvestingsverordening van kracht is. Gemeenten en corporaties is ook in de enquêtes gevraagd welke urgente groepen met voorrang een corporatiewoning kunnen krijgen. De benoemde groepen verschillen wat per bron. In de situatie dat er geen huisvestingsverordening is waarin de doelgroepen scherp zijn benoemd, verschilt de beleving van partijen.

Figuur 4.2: Gemeenten en corporaties. Doelgroepen voor voorrang bij woningtoewijzing in gemeenten zonder huisvestingsverordening, 2021 61%

Statushouders

91%

95%

34%

Blijf-van-mijn-lijfhuizen

31%

Medisch urgenten en rolstoelafhankelijken Mensen die uitstromen uit Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang of een…

31%

Sociaal urgenten (zoals echtscheidingsgevallen met kinderen)

29% 27%

(Dreigend) Dak- en thuislozen

20% 25%

46%

71%

66%

81%

33%

Verleners of ontvangers van mantelzorg

9%

50%

20%

12%

9% 16%

Stadsvernieuwingsurgenten

40%

3%

Beroepsgroepen zoals politieagenten of zorgpersoneel

3%

0% Percentage deskresearch

20%

40%

60%

80%

100%

Percentage obv enquete gemeente

Percentage obv enquete corporatie Bron: Deskresearch en enquête Companen, 2021.

2700.229/G | Voorrang bij toewijzing sociale huurwoningen 2021

37

Statushouders zijn de groep die het meest genoemd wordt door zowel gemeenten (91%) als corporaties (95%). Ook in de uitgevoerde inventarisatie van de afspraken tussen gemeenten en corporaties komt deze groep veel naar voren (61%). Dit is een groep die vanwege de wettelijke taakstelling van gemeenten ook met voorrang geholpen moet worden en die primair is aangewezen op een corporatiewoning. Het is in die zin begrijpelijk dat de groep vaker genoemd wordt dan is terug te vinden in vastgelegde afspraken. Mensen die uitstromen uit instellingen en medisch urgenten zijn eveneens doelgroepen die door veel gemeenten en corporaties worden genoemd en die ook geregeld worden genoemd in gemaakte (prestatie)afspraken. Dreigende dak- en thuislozen en stadsvernieuwingsurgenten worden door corporaties vaker genoemd dan door gemeenten. Corporaties hebben een andere beleving van de afspraken over deze groepen dan de gemeenten hebben en dit blijkt ook uit de geïnventariseerde afspraken.

Gemeenten waar geen afspraken zijn

Stadsvernieuwingsurgenten is een groep die veel corporaties noemen (86%). Deze groep is voor gemeenten veel minder zichtbaar (18%). Dat is begrijpelijk, het betreft veelal een interne aangelegenheid bij corporaties, waarbij huurders tijdens een renovatie of als gevolg van herstructurering al dan niet tijdelijk naar een andere woning verhuizen.

Figuur 4.3: Gemeenten. Doelgroepen die door corporaties en gemeenten worden genoemd als er geen afspraken zijn, 2021 64%

Statushouders

Medisch urgenten en rolstoelafhankelijken

36%

Mensen die uitstromen uit Beschermd Wonen,… Sociaal urgenten (zoals echtscheidingsgevallen met kinderen)

36%

(Dreigend) Dak- en thuislozen

27% 36%

Verleners of ontvangers van mantelzorg

14%

In gemeenten waar geen afspraken zijn gemaakt, ziet de corporatie over het algemeen meer groepen dan de gemeente. Dit is begrijpelijk omdat de corporatie autonoom beslist over de huisvesting van specifieke doelgroepen. De statushouders zijn een groep die wel veel wordt genoemd door zowel gemeenten als corporaties. Dit is een groep die, los van een eventuele huisvestingsverordening, buiten de reguliere woningtoewijzing wordt gehuisvest.

Stadsvernieuwingsurgenten

18%

2700.229/G | Voorrang bij toewijzing sociale huurwoningen 2021

71%

27%

In een deel van de gemeenten waar geen huisvestingsverordening met urgentieregeling van kracht is, worden ook geen expliciete afspraken gemaakt tussen gemeenten en corporaties over de huisvesting van urgente doelgroepen. In deze gemeenten beslist de corporatie geheel zelfstandig of er voorrang wordt gegeven aan urgent woningzoekenden en welke groepen dat zijn.

0% Gemeenten

20%

79%

71%

64%

86% 40%

60%

80%

100%

Corporaties

Bron: Enquête Companen, 2021.

38

Verder worden door corporaties vaak de medisch urgenten, sociaal urgenten en mensen die uitstromen uit een instelling genoemd. Dit zijn de doelgroepen die ook in gebieden waar wel afspraken over woningtoewijzing aan urgente doelgroepen worden gemaakt doorgaans worden benoemd.

Wijziging in doelgroepen Figuur 4.4: Gemeenten. Wijzigingen doelgroepen, voorheen wel, nu niet langer urgentie, 2021 Ja, beroepsgroepen zoals politieagenten of zorgpersoneel

0% 3%

Ja, dreigend dak- en thuislozen

0% 3%

Ja, verleners of ontvangers van mantelzorg Ja, medisch urgenten en rolstoelafhankelijken

0% 0%

Ja, stadsvernieuwingsurgenten

0% 0%

Ook in gemeenten waar geen huisvestingsverordening van kracht is, maar waar de corporaties specifieke doelgroepen voorrang geven bij woningtoewijzing, staan de groepen waar het om gaat grotendeels vast. Er vinden op dit punt weinig aanpassingen plaats. Ruim de helft van de gemeenten (52%) en twee derde van de corporaties (65%) geeft aan dat er geen groepen zijn die voorheen wel, maar nu niet langer voor voorrang in aanmerking komen. Ruim een derde van de gemeenten weet niet of dit zo is. Bij de corporaties is dit aandeel kleiner (17%). De doelgroep die het meest wordt genoemd zijn de sociaal urgenten. Ook in gemeenten zonder huisvestingsverordening is dit een groep die minder vanzelfsprekend voorrang krijgt bij woningtoewijzing dan in het verleden het geval was.

2% 2%

Ja, mensen die uitstromen uit 2% Beschermd Wonen, Maatschappelijke… 0% Ja, sociaal urgenten (zoals 5% 12% echtscheidingsgevallen met kinderen) 2% 0%

Ja, statushouders

5% 8%

Ja, andere groepen, namelijk …..

52%

Nee Weet niet

17%

65%

35%

0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% Gemeenten

Corporaties

Bron: Enquête Companen, 2021.

2700.229/G | Voorrang bij toewijzing sociale huurwoningen 2021

39

Regionale verschillen Figuur 4.5: Gemeenten. Doelgroepen urgentieregeling naar druk op de woningmarkt, 2021

Niet-schaarstegebied

Schaarstegebied 22%

Statushouders

100%

7%

Medisch urgenten en rolstoelafhankelijken Mensen die uitstromen uit Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang of een… Sociaal urgenten (zoals echtscheidingsgevallen met kinderen)

7%

100%

2%

45%

26%

Verleners of ontvangers van mantelzorg

11% 15%

Stadsvernieuwingsurgenten

17%

0% Volgens gemeente

20%

40%

60%

80%

100% 120%

Volgens corporatie

77%

36%

30%

Beroepsgroepen zoals politieagenten of zorgpersoneel

Beroepsgroepen zoals politieagenten of zorgpersoneel

70% 61%

(Dreigend) Dak- en thuislozen

27%

Verleners of ontvangers van mantelzorg Stadsvernieuwingsurgenten

Mensen die uitstromen uit Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang of een… Sociaal urgenten (zoals echtscheidingsgevallen met kinderen)

18%

0%

(Dreigend) Dak- en thuislozen

50%

Medisch urgenten en rolstoelafhankelijken

73% 20%

89% 94%

Statushouders

55%

38%

0% 4% 0%

Volgens gemeente

20%

40%

60%

80%

100%

Volgens corporatie

Bron: Enquête Companen, 2021.

In gemeenten in het schaarstegebied, met een hoge druk op de woningmarkt, hebben veel gemeenten een huisvestingsverordening. Als er geen huisvestingsverordening is, zijn er in deze gebieden door gemeenten in de enquête weinig doelgroepen genoemd die in aanmerking komen voor voorrang bij woningtoewijzing. Corporaties noemen echter veel vaker groepen die volgens hen wel degelijk voorrang krijgen bij woningtoewijzing. Dat betreft de groepen status-

2700.229/G | Voorrang bij toewijzing sociale huurwoningen 2021

houders (100%), medisch urgenten (73%) en mensen die uitstromen uit instellingen (100%). In het niet-schaarstegebied noemen ook gemeenten veel meer urgente doelgroepen die voorrang krijgen bij woningtoewijzing. Ook hier worden statushouders (89%), medisch urgenten (50%) en mensen die uitstromen uit Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Jeugdhulp (61%) veel genoemd.

40

4.3 Procedures aanvraag urgentie Als er geen sprake is van een huisvestingsverordening met urgentieregeling, is de huisvesting van bijzondere doelgroepen, zoals beschreven, de verantwoordelijkheid van de woningcorporaties. In deze situatie melden urgent woningzoekenden zich doorgaans bij de corporatie. Dat kan via de website, maar een deel van de woningzoekenden neemt telefonisch contact op of komt langs. Tijdens het eerste contact met de corporatie of naar aanleiding van de aanvraag via de website wordt een inschatting gemaakt van de kansen om met voorrang in aanmerking te komen voor een woning. Vervolgens vraagt de woningzoekende een urgentieverklaring aan of ziet daarvan af. De corporaties zijn doorgaans welwillend om mensen voor wie dit lastig is te helpen met het invullen van het aanvraagformulier. Vervolgens wordt de aanvraag behandeld. Dat gebeurt door de corporatie, of door een interne of externe urgentiecommissie. Ook in de situaties waar de corporatie zelfstandig verantwoordelijk is voor het helpen van mensen die met spoed een woning nodig hebben, wordt geregeld gewerkt met een urgentiecommissie die autonoom kan adviseren over een urgentieaanvraag. Deze commissie wordt gevormd door een professionele externe partij of door medewerkers van de corporatie zelf.

Ook in situaties waar corporaties zelf de huisvesting organiseren van woningzoekenden die met spoed een woning nodig hebben, worden geregeld kosten in rekening gebracht. Ook in deze situaties hangt dit deels samen met het dekken van de administratieve lasten, maar is de reden om kosten in rekening te brengen vaak ook dat dit een drempel opwerpt tegen kansloze verzoeken. Waar dit argument speelt, kan de woningzoekende de kosten terugkrijgen als de urgentieaanvraag is goedgekeurd. Als een urgentieaanvraag wordt goedgekeurd wordt de woningzoekende daar doorgaans per e-mail over in kennis gesteld. Dat gebeurt ook als de aanvraag wordt afgewezen, en gebeurt volgens de corporaties waarmee is gesproken altijd beargumenteerd. In de e-mail waarin een aanvraag wordt afgewezen, wordt

2700.229/G | Voorrang bij toewijzing sociale huurwoningen 2021

als die mogelijkheid er is de woningzoekende gewezen op de stappen die moeten worden gezet om een klacht over de afwijzing in te dienen. Ook in gebieden waar geen sprake is van een huisvestingsverordening met een urgentieregeling en waar er geen afspraken zijn tussen de gemeente en de corporaties over het met voorrang huisvesten van urgent woningzoekenden, komt het voor dat een woningzoekende via de gemeente wordt aangemeld. Dat speelt met name als iemand met een laag inkomen om medische redenen een andere woning nodig heeft.

4.4 Kosten urgentieaanvraag Figuur 4.6: Corporaties. Kosten urgentieaanvraag, 2021

70%

64%

60% 50% 40% 30%

18%

20%

14%

4%

10% 0% Tot € 50

€ 50 - € 60

€ 60 - € 100

Boven € 100

Bron: Enquête Companen, 2021.

In gebieden waar geen huisvestingsverordening van kracht is, worden geregeld kosten in rekening gebracht voor het aanvragen van urgentie bij woningtoewijzing. Dat gebeurt minder vaak in gemeenten waar wél een huisvestingsverordening geldt. Uit de enquête onder woningcorporaties blijkt dat 45% van de corporaties in deze gebieden kosten in rekening brengt voor het aanvragen van een urgentieverklaring. De kosten zijn doorgaans lager dan € 50. Dit geldt

41

voor bijna twee derde (64%) van de corporaties, maar ook hogere bedragen worden gevraagd. Ongeveer één op de vijf (18%) corporaties die werkzaam zijn in gemeenten zonder huisvestingsverordening vraagt € 60 tot € 100 en ongeveer één op de zeven (14%) vraagt meer dan € 100.

4.5 Beoordeling en woningtoewijzing Figuur 4.7 Corporaties en gemeenten. Beoordeling urgentie 45%

40%

40%

36%

34%

35%

34% 30%

30% 25%

22%

Figuur 4.8 Gemeenten en corporaties. Woningtoewijzing met voorrang

20% 15% 10% 5%

woningtoewijzing met voorrang. Gemeenten hebben vaak het beeld dat corporaties zelf beslissen over een aanvraag, waar corporaties vaker aangeven dat dit door een externe urgentiecommissie gebeurt, of op andere wijze. Als de beoordeling van een urgentieaanvraag op ‘andere wijze’ plaatsvindt, is dit doorgaans in samenspraak tussen gemeente en corporatie. Het betreft dan urgente situaties waarbij een woningzoekende om medische redenen een andere woning nodig heeft. Maar het komt ook voor dat iemand die zich om andere redenen in een moeilijke situatie bevindt zich meldt bij de gemeente, waarna de gemeente contact zoekt met de woningcorporatie. Dan wordt in overleg een oplossing gezocht. Ook wordt in dit verband gewezen op de huisvesting van statushouders, waar ook als er geen sprake is van vastgelegde afspraken tussen gemeente en corporatie(s) overlegd wordt over de huisvesting.

5%

0% Door de corporatie Door de gemeente Door een externe zelf urgentiecommissie

Volgens corporaties

Anders, namelijk

Volgens gemeenten

Bron: Enquête Companen, 2021.

Zowel gemeenten als woningcorporaties in gebieden waar geen afspraken worden gemaakt over de huisvesting van urgent woningzoekenden is gevraagd naar hoe aanvragen voor voorrang worden behandeld. Uit de vergelijking blijkt vooral dat gemeenten in deze gebieden wat verder van de praktijk staan van

2700.229/G | Voorrang bij toewijzing sociale huurwoningen 2021

50% 45% 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0%

42%

44%

29% 23%

20% 20% 13%

9%

Woningzoekende Directe bemiddeling mag (gedurende een door de corporatie bepaalde periode) zelf een woning zoeken

Volgens corporatie

Dat verschilt per categorie

Anders, namelijk

Volgens gemeente

Bron: Enquête Companen, 2021.

42

In gebieden waar geen huisvestingsverordening met urgentieregeling is, worden vaker woningen via directe bemiddeling aan urgent woningzoekenden toegewezen dan in gebieden waar wel een huisvestingsverordening met urgentieregeling van kracht is. En ook in deze gebieden verschilt het geregeld per categorie woningzoekenden of de woning direct wordt toegewezen of dat de woningzoekende met voorrang mag reageren op vrijkomend aanbod. In gebieden waar geen huisvestingsverordening met urgentieregeling van kracht is, weten gemeenten geregeld niet hoe de toewijzing met voorrang plaatsvindt. Dit betreft het merendeel van de gemeenten die ‘anders, namelijk’ hebben geantwoord.

4.6 Mogelijkheid indienen klacht Figuur 4.9: Corporaties en gemeenten. Mogelijkheden om een klacht in te dienen

Ja, bezwaar maken bij de corporatie

15%

Ja, bezwaar maken bij de klachtencommissie van de woningcorporatie

26%

35%

17%

Ja, anders, namelijk

15%

Nee

6%

Weet niet

8%

0% Volgens corporatie

10%

25%

12%

42% 20%

30%

40%

50%

Volgens gemeente

Bron: Enquête Companen, 2021.

Ook als er geen huisvestingsverordening met urgentieregeling van kracht is, is er voor woningzoekenden doorgaans de mogelijkheid om een klacht in te dienen tegen en afgewezen verzoek om met voorrang een woning te krijgen toegewezen. In een kwart van de gevallen (26%) kan dat rechtstreeks bij de corporatie. In ruim een derde van de gevallen (35%) is er een klachtencommissie van de corporatie waar woningzoekenden zich toe kunnen wenden. De mogelijkheid om een klacht in te dienen is er op basis van de enquête niet altijd, 6% van de corporaties en 12% van de gemeenten geeft aan dat het niet

2700.229/G | Voorrang bij toewijzing sociale huurwoningen 2021

43

4.7 Vergelijking tussen gebieden met en zonder huisvestingsverordening met urgentieregeling

Toepassing

Er zijn, op basis van de gehouden enquête, geen kosten verbonden aan het indienen van een klacht naar aanleiding van een afwijzing van voorrang bij woningtoewijzing.

Tabel 4.1: Verschillen tussen gebieden met en zonder huisvestingsverordening met urgentieregeling Gebieden waar een huisGebieden waar geen huisvestingsverordening met vestingsverordening met urgentieregeling van kracht is urgentieregeling van kracht is

Aanvraag

mogelijk is een klacht in te dienen tegen een afgewezen verzoek. Wel is er altijd de mogelijkheid om de klacht voor te leggen aan de (gewone) rechter. Dat kan ook als de klachtencommissie een klacht ongegrond heeft verklaard. In de categorie ‘anders’ worden (regionale) geschillencommissies en beroepscommissies genoemd. Verder valt op dat gemeenten in gebieden zonder huisvestingsverordening vaak niet weten wat de mogelijkheden zijn om een klacht in te dienen als een verzoek om voorrang bij woningtoewijzing is afgewezen.

Toetsing

De volgende tabel vat de belangrijkste verschillen samen tussen gebieden waar een huisvestingsverordening met een urgentieregeling van kracht is en gebieden waar dit niet het geval is en de corporaties verantwoordelijk zijn voor het huisvesten van huishoudens met een laag inkomen die urgent een woning nodig hebben.

2700.229/G | Voorrang bij toewijzing sociale huurwoningen 2021

Publiekrechtelijk instrumentarium.

Privaatrechtelijke afspraken.

Gemeente en wetgever bepalen doelgroepen.

Corporatie bepaalt doelgroepen.

Ingezet in gemeenten met een gespannen woningmarkt.

Ingezet in gemeenten met een meer ontspannen woningmarkt

Woningzoekende richt zich tot gemeente voor urgentieaanvraag.

Woningzoekende richt zich tot corporatie voor urgentieaanvraag.

Meestal worden kosten in rekening gebracht, om administratieve kosten te dekken en om een drempel op te werpen tegen aanvragen van mensen die niet aan de criteria voldoen.

Geregeld worden kosten in rekening gebracht, om administratieve kosten te dekken en om een drempel op te werpen tegen aanvragen van mensen die niet aan de criteria voldoen; het bedrag is vaak lager dan in gemeenten met een huisvestingsverordening.

Meestal is er een urgentiecommissie die de aanvraag toetst. Geregeld toetst de gemeente zelf. Soms toetst een gemandateerde corporatie.

Meestal is er een urgentiecommissie die toetst. Geregeld toetst de corporatie zelf of wordt een woningzoekende in samenspraak tussen gemeente en corporatie geholpen.

44

Reageren en toewijzen Bezwaarmogelijkheid

Gebieden waar een huisvestingsverordening met urgentieregeling van kracht is

Gebieden waar geen huisvestingsverordening met urgentieregeling van kracht is

Met voorrang reageren op vrijkomende woningen of woningtoewijzing via directe bemiddeling.

Met voorrang reageren op vrijkomende woningen of woningtoewijzing via directe bemiddeling; vaker directe bemiddeling.

Bij afwijzing vaak mogelijkheid tot bezwaar maken bij gemeente (behandeld door bezwaarschriftencommissie), mogelijkheid tot voorleggen aan bestuursrechter.

Bij afwijzing vaak mogelijkheid klacht in te dienen bij de corporatie, bij de klachtencommissie van de corporatie of bij een regionale geschillencommissie. Daarna is er de mogelijkheid de klacht voor te leggen aan de (gewone) rechter.

Op basis van de gehouden enquête: geen kosten voor het maken van bezwaar. Bij de bestuursrechter is wel sprake van kosten.

Op basis van de gehouden enquête: geen kosten voor het indienen van een klacht.

Bron: Companen, 2021.

2700.229/G | Voorrang bij toewijzing sociale huurwoningen 2021

45

5 Transparantie in informeren woningzoekenden 5.1 Vindbaarheid informatie urgentie of voorrang Figuur 5.1: Gemeenten. Vindbaarheid informatie over urgentiecriteria, 2021

Website van de gemeente

In gebieden zonder huisvestingsverordening is informatie over de mogelijkheid om met spoed een corporatiewoning te krijgen vaak niet op de gemeentelijke website te vinden. Als er sprake is van een lokaal of regionaal werkzame toewijzingsorganisatie, dan is de informatie vaak op de site van deze organisatie te vinden. In de categorie ‘anders, namelijk’ wordt gewezen op zaken als Wmo-convenanten en de huisvestingsverordening.

78%

20%

75% 72%

Website van de woningcorporatie(s) Website van de toewijzingsorganisatie van de corporaties

38%

Anders, namelijk

11%

Nergens

niet altijd. Het komt voor dat op de gemeentelijke website geen informatie is te vinden over het aanvragen van een urgentieverklaring, of dat wordt verwezen naar de website van een externe organisatie die dit regelt. Informatie over de mogelijkheden om urgentie aan te vragen wordt over het algemeen ook gedeeld op de website van de woningcorporatie. Ongeacht of er sprake is van een huisvestingsverordening met een urgentieregeling wordt op de website van de corporatie en/of toewijzingsorganisatie informatie gegeven over de mogelijkheden om een urgentieverklaring aan te vragen.

49%

De mate waarin de informatie ook makkelijk is te vinden wisselt sterk. Soms wordt de informatie over de mogelijkheden om urgentie aan te vragen redelijk prominent op de website gepresenteerd, maar soms is het zelfs met de zoekfunctie van de website lastig om informatie te vinden.

32%

9% 0%

20%

40%

60%

80%

100%

Bij huivestingsverordening met urgentieregeling Bij voorrang zonder huisvestingsverordening Bron: Enquête Companen, 2021.

In gemeenten met een huisvestingsverordening met een urgentieregeling wordt de informatie doorgaans op de gemeentelijke website gedeeld, maar

2700.229/G | Voorrang bij toewijzing sociale huurwoningen 2021

46

5.2 Taalniveau van communicatie Figuur 5.2: Gemeenten en woningcorporaties. Inventarisatie transparantie urgentie op corporatiewebsites en websites van gemeenten met een huisvestingsverordening met urgentieregeling

en gebieden waar dit niet het geval is. De gemeentelijke websites zijn alleen beoordeeld als er een huisvestingsverordening met urgentieregeling is. Het blijkt dat er aan de begrijpelijkheid van de communicatie over urgentie bij woningtoewijzing het nodige te verbeteren valt. Bij ongeveer een kwart van de onderzochte websites, zowel van gemeenten als woningcorporaties, was de begrijpelijkheid van de communicatie goed of heel goed. Op deze websites worden woningzoekenden bij de hand genomen in de stappen die gezet moeten worden om te bepalen of men voor urgentie in aanmerking komt en het aanvragen van urgentie. Deze websites hanteren taalniveau B1, wat betekent dat bijna iedereen de informatie kan begrijpen. Bij ruim de helft (gemeenten) en een derde (corporaties) van de onderzochte websites is het taalgebruik beoordeeld als ‘neutraal’. Op deze websites was het taalgebruik niet ingewikkeld, maar vaak was het taalniveau B2 en soms C1. Dat betekent dat het voor sommige mensen toch lastig is de informatie te begrijpen. Bij bijna een kwart (gemeenten) en ruim 40% (corporaties) van de onderzochte websites is het taalgebruik gekwalificeerd als ‘matig’. Vaak is dan sprake van ‘beleidstaal’ en wordt veel jargon gebruikt.

5.3 Informatie over de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen een afwijzing Bron: Deskresearch Companen, 2021.

Een steekproef van websites van gemeenten en corporaties in 25 gebieden is beoordeeld op het taalniveau van de communicatie over de mogelijkheid om een urgentieverklaring aan te vragen of op andere wijze met voorrang voor een corporatiewoning in aanmerking te komen. Het betreft een selectie van gebieden waar een huisvestingsverordening met urgentieregeling van kracht is

2700.229/G | Voorrang bij toewijzing sociale huurwoningen 2021

Van de onderzochte websites van corporaties is bij ongeveer 15% direct informatie te vinden over de mogelijkheid om tegen een afwijzing bezwaar te maken. Op het merendeel van de onderzochte websites is deze informatie dus niet te vinden. Uit de met corporaties gehouden gesprekken blijkt dat er vaak voor wordt gekozen om deze informatie te delen in de e-mail met de afwijzing van de urgentieaanvraag. Op de onderzochte websites van gemeenten is in ongeveer 10% van de gevallen informatie opgenomen over de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen een afwijzing van een urgentieaanvraag.

47

6 Regeling voor spoedzoekers Hoewel er verschillende categorieën woningzoekenden zijn benoemd in huisvestingsverordeningen en door corporaties zelf als geen sprake is van een huisvestingsverordening, komt het voor dat zich woningzoekenden aandienen die niet tot één van deze categorieën behoren maar toch snel een woning nodig hebben. In een deel van de gemeenten is voor dergelijke groepen een spoedzoekersregeling van kracht of worden spoedzoekers op andere wijze geholpen. In ruim de helft van de Nederlandse gemeenten (56%) zijn er mogelijkheden voor spoedzoekers om sneller een woning te krijgen dan via de reguliere woningtoewijzing. Figuur 6.1: Gemeenten Ja, spoedzoekersregeling in een verordening Ja, spoedzoekersregeling zonder verordening Ja, door loting Ja, speciale (tijdelijke) woningen voor spoedzoekers Ja, anders, namelijk …..

In gemeenten waar een huisvestingsverordening met urgentieregeling van kracht is, gemeenten met een bovengemiddelde marktdruk, hebben vaker ook een regeling of afspraken voor spoedzoekers die niet voor urgentie in aanmerking komen. Soms is er een specifieke spoedzoekersregeling, al dan niet in een verordening. Aanbod via loting Vaak wordt een deel van de vrijkomende corporatiewoningen via loting aangeboden. In die situatie is de inschrijfduur niet bepalend voor wie de woning krijgt en maken mensen met weinig opgebouwde inschrijfduur die snel een woning nodig hebben veel meer kans om ertussen te komen. In sommige gemeenten worden ook woningen gereserveerd voor de tijdelijke huisvesting van spoedzoekers die zich in een schrijnende situatie bevinden maar niet voor urgentie in aanmerking komen. In een deel van de gemeenten is het toewijzen van woningen aan spoedzoekers een hoge uitzondering, in andere gemeenten wordt een deel van het vrijkomende woningvoorraad hiervoor gereserveerd. Vaak wordt wel de voorwaarde gehanteerd dat alleen mensen kunnen meedoen aan de loting die al een bepaalde periode staan ingeschreven, maar de inschrijfduur is dus niet bepalend voor de kans die men maakt op de woning die via verloting wordt aangeboden.

Nee Weet niet

0% Huisvestingsverordening

10%

20%

30%

40%

50%

60%

Als er geen regeling is om spoedzoekers te helpen, wordt daarvoor vaak als argument aangedragen dat het of niet nodig is (meer ontspannen woningmarkt) of juist zou betekenen dat reguliere woningzoekenden onvoldoende kans maken op een woning (meer gespannen woningmarkt).

Geen huisvestingsverordening

Bron: Enquête Companen, 2021.

2700.229/G | Voorrang bij toewijzing sociale huurwoningen 2021

48

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11499460/1