CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

Nationale-woon-en-bouwagenda (1)

Gemeenteraad 28 april 2022, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken19.473 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Gemeenten krijgen meer ruimte om woningen toe te wijzen aan mensen met lokale binding en het wordt mogelijk om via een huisvestingsverordening betaalbare koopwoningen toe te wijzen aan de juiste doelgroep. Met de opkoopbescherming worden koopstarters beschermd en worden beleggers geweerd uit door de gemeente aan te wijzen wijken. Deze wet is per 1 januari 2022 in werking getreden. Andere maatregelen die de betaalbaarheid van koopwoningen bevorderen zijn het afschaffen van de verruimde schenkings­ vrijstelling en het niet aanscherpen van de loan-to-value. Voor starters wordt bij het aanvragen van een hypotheek de actuele stand van de studieschuld bepalend. We verstevigen de positie en bescherming van huurders, bijvoorbeeld via de Wet goed verhuurderschap27 en door de gang naar de huurcommissie te vereenvoudigen. Het traject om het koopproces te verbeteren zetten we voort, waarbij we de afspraken over het verbeterplan voor makelaars volgen en deze afspraken waar nodig wettelijk verankeren.

27

Momenteel wordt er een artikel 2-onderzoek op basis van de Wet financiële-verhoudingen uitgevoerd om de uitvoeringskosten van dit wetsvoorstel voor gemeenten in kaart te brengen. Financiële dekking van deze uitvoeringskosten voor gemeenten is voorwaardelijk voor invoering van de wet. De dekking zal worden bezien tijdens de voorjaarsbesluitvorming.

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationale Woon- en Bouwagenda | 27

We verbeteren de financiële prikkels in de woningmarkt We zoeken naar een nieuwe balans tussen het vergroten van het aanbod en de betaalbaarheid van dat aanbod voor starters en personen met een middeninkomen. Institutionele beleggers zijn belangrijk om het aanbod van nieuwbouwwoningen en middenhuurwoningen te realiseren. Het moet daarom aantrekkelijk voor hen blijven om te investeren in nieuwbouw en om middenhuurwoningen aan te bieden. Naast regulering van de aanvangshuurprijzen in het middensegment, zorgen we ervoor dat de positie van starters en mensen met een middeninkomen ten opzichte van beleggers wordt verbeterd. Vanaf dit jaar hebben gemeenten de mogelijkheid een opkoopbescherming in te stellen als er in een gebied een tekort is aan betaalbare koopwoningen. Verder is een evenwichtige fiscale behandeling van belang. We verkleinen de financiële prikkels die ertoe leiden dat de woningmarkt een te grote aantrekkingskracht heeft op beleggers die in korte tijd een buitensporig rendement willen maken. Na de differentiatie van de overdrachtsbelasting die in 2021 is ingegaan, waarbij koopstarters eenmalig vrijgesteld worden van overdrachtsbelasting en beleggers 8 procent gaan betalen, verhogen we dit tarief voor onder andere beleggers in 2023 verder naar 9 procent.

Het verhuren van vastgoed in box 3 wordt zwaarder belast door de afschaffing van de leegwaarderatio in 2023 en de hervorming van box 3 richting werkelijk rendement in 2025.

We versnellen de verduurzaming van de gebouwde omgeving Een gebouw is pas kwaliteitsvol wanneer het klaar is voor de toekomst. Daarom verduurzamen we de gebouwde omgeving door de vraag naar warmte en koeling te verkleinen, de overstap naar duurzame alternatieven voor aardgas te stimuleren en het gebruik van duurzame bouwmaterialen te bevorderen. Om die versnelling te kunnen realiseren en duurzame woningen en andere gebouwen voor iedereen binnen bereik te brengen, gaan we de komende jaren op programmabasis aan de slag. Met heldere doelen en tussenstappen. Woningen met de slechtste energieprestatie zullen als eerste worden geïsoleerd en cv-verwarmingsketels zullen stapsgewijs worden vervangen door (hybride) warmte­ pompen. Dit is belangrijk voor het halen van de klimaatdoelen, maar ook voor de betaalbaarheid van de energierekening. We gaan de randvoorwaarden voor het aanleggen van een nieuwe warmteinfrastructuur en de ontwikkeling van duurzame warmtebronnen verbeteren. Daarnaast gaan we aardgas bijmengen met groen gas. We gaan over de noodzakelijke versnelling met corporaties, netbeheerders, gemeenten en marktpartijen zo concreet mogelijke afspraken maken. Die zullen ook betrekking hebben op de beschikbare menskracht die nodig is voor de uitvoering.

Tevens gaan we de mix van normeren, beprijzen en subsidiëren voor verschillende segmenten in de gebouwde omgeving, zoals de woningbouw en de utiliteitsbouw, opnieuw bekijken. We verwachten grotere en snellere stappen van professionele gebouweigenaren, geven prioriteit aan de gebouwen met de slechtste energieprestatie en gaan kwetsbare doelgroepen in de energietransitie beter ondersteunen. Daar waar normering een logische en effectieve keuze is, proberen we zo veel als mogelijk aan te sluiten bij natuurlijke momenten, zoals het moment van overdracht, vervanging of renovatie. Ook de kaders en richtlijnen van de Europese Unie zijn daarbij relevant.

We verbeteren de veiligheid en leefbaarheid van kwetsbare gebieden We hebben ook oog voor de sociale kant van wonen. Wonen en samenleven – het fysieke en sociale domein – zijn nauw verweven. Volkshuisvesting gaat over het bouwen van gemeenschappen. Ook bij het leefbaarder maken van wijken zet de Rijksoverheid een stap naar voren. Bijzondere aandacht krijgen zestien stedelijke vernieuwingsgebieden die uitdagingen kennen op het vlak van veiligheid en leef­ baarheid. Door middel van een gebiedsgerichte inzet gaat het kabinet samen met lokale partijen, zoals scholen, werkgevers, de politie en corporaties, onder leiding van de burgemeester, langjarig en dus integraal hardnekkige en gestapelde problemen te lijf. In deze gebieden is ook een extra (financiële) rijksinzet via het Volkshuisvestingsfonds nodig. Dat betekent niet dat onze inzet zich beperkt tot deze

28 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

gebieden. Ook voor andere kwetsbare gebieden blijven deze middelen bereikbaar. We vragen woningcorporaties bij te dragen aan de leefbaarheid van kwetsbare gebieden, bijvoorbeeld door herstructurering. Om een integrale aanpak van het Rijk mogelijk te maken, vernieuwen we het juridisch instrumentarium en onderzoeken we of rijksmiddelen meer ontschot en gebiedsgericht kunnen worden ingezet. Daarnaast werken we aan de doorontwikkeling van de aanzet die is gemaakt wat betreft kennisontwikkeling en –overdracht.

We stimuleren innovatie in de bouw Om een hoog productietempo in combinatie met betaalbare kosten en duurzame kwaliteit te kunnen realiseren, is een omslag in de bouwsector nodig. We moeten voor grootschalige woningbouwproductie en verduurzaming minder afhankelijk zijn van traditionele bouwmethoden. Er zijn weliswaar steeds meer mooie voorbeelden van een nieuwe bouwcultuur, maar die worden nog onvoldoende breed toegepast. De komende jaren zetten we verdere stappen om innovatie in de bouw verder en beter in te bedden in het missiegedreven innovatiebeleid. Dit doen we samen met de ontwerp-, bouw- en technieksector, vertegenwoordigd in het Bouw Techniek en Innovatie Centrum (BTIC), Mensen Maken de Transitie, en het Bouwberaad. Via innovatie in de bouw verminderen we tegelijk het tekort in de bouwcapaciteit. De stappen die we willen zetten, betreffen digitalisering, standaardisatie en industrialisatie in de bouw. Daarnaast gaat het om afstemming van opdrachtgevers en andere vormen van procesinnovatie en ketensamenwerking, zodat er meer continue bouwstromen ontstaan. Ook zetten we innovatie in om te borgen dat bouwactiviteiten voldoende klimaatadaptief, natuurinclusief en circulair zijn, waarmee we er onder andere voor zorgen dat stikstof en soortenbescherming geen vertragende factor zijn bij de bouw en verduurzaming van woningen.

De aankomende herziening van de Europese bouwproducten-verordening is bij dit streven een steun in de rug. Hiervoor zullen voorstellen voor normering, publiek opdrachtgeverschap en duurzaam aanbesteden verder worden doorontwikkeld. We sluiten daarbij aan bij de aanscherping van de Milieuprestatie voor gebouwen en bij de ambities in het kader van het stikstofbeleid voor emissievrij bouwen.28 Daarnaast gaan we aan de slag met het ontwikkelen van groennormen voor gebouwen en voor de afstand tot groen voor bewoners. We zorgen hierbij voor maatwerk.

We vergroten de capaciteit en uitvoeringskracht We gaan gemeenten ondersteunen bij het verbeteren van de capaciteit, kennis en uitvoeringskracht op het gebied van de woningbouw en de verduurzaming. In het coalitieakkoord zijn op basis van een advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) uitvoeringskosten opgenomen voor de klimaatopgave, oplopend naar 800 miljoen euro per jaar.29 Belangrijk onderdeel in het advies betrof de uitvoeringskosten voor de wijkgerichte aanpak van de verduurzaming in de gebouwde omgeving. Voor het versnellen van de woningbouw worden pilots uitgevoerd om te laten zien dat het voortraject van woningbouw maar ook het realisatieproces sneller kunnen. Daarbij wordt gekeken naar innovaties als digitalisering en industrieel bouwen. Ook gaan we periodiek onderzoek uitvoeren naar de doorloop­ tijd van plan naar realisatie bij de woningbouw en op basis daarvan knelpunten identificeren en oplossen. Het Expertteam Woningbouw zetten we in om gemeenten en provincies te helpen bij woningbouw­ plannen die stagneren. Voor het oplossen van de arbeidsmarkttekorten sluiten we aan bij verschillende lopende trajecten. Er is een rijksbrede aanpak gericht op de brede arbeidsmarktkrapte en een actieplan groene banen gericht op de arbeidsmarkt voor de energietransitie. Tot slot houden we oog voor de beschikbaarheid van benodigde bouwmaterialen.

28

De aanscherping Milieuprestatie voor gebouwen is aangekondigd in een brief aan de Tweede Kamer: Kamerstukken II, 2019–2020, 32 852, nr. 94.

29

Raad voor het Openbaar Bestuur (2021). Van Parijs naar praktijk: bekostiging en besturing van de decentrale uitvoering van het klimaatakkoord.

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationale Woon- en Bouwagenda | 29

30 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

4 Programma’s en actielijnen Voor de uitwerking van de acties die we in het vorige hoofdstuk noemen, hanteren we een programmatische aanpak. De komende jaren werken we langs de lijnen van zes programma’s: • Programma Woningbouw • Programma Betaalbaar wonen • Programma Een thuis voor iedereen • Programma Wonen en zorg voor ouderen • Programma Versnelling verduurzaming gebouwde omgeving • Nationaal programma Leefbaarheid en veiligheid In dit hoofdstuk worden de programma’s in eerste aanzet toegelicht. Deze zullen verder worden uitgewerkt volgens onderstaande planning. De programmatische aanpak vraagt om nauwe samenwerking met medeoverheden, corporaties, bouwbedrijven, maatschappelijke en burgerorganisaties, koepels en brancheorganisaties, opleidingsinstituten en departementen. Een veelkoppig probleem horen we met vele hoofden en handen op te lossen. Figuur 8: Planning programma’s Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening 2022

Bron: BZK

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationale Woon- en Bouwagenda | 31

Programma Woningbouw Doel programma Het doel is het realiseren van de groei naar het bouwen van 100.000 woningen per jaar in deze kabinetsperiode (inclusief flex- en transformatiewoningen en splitsing) en het realiseren van 900.000 woningen tot en met 2030. We streven ernaar dat ten minste twee derde van de woningen betaalbare huur- en koopwoningen zijn, waarvan de helft door corporaties wordt gebouwd. Om de al in gang gezette woningbouwprojecten geen vertraging te laten oplopen door nieuwe betaalbaarheidsvereisten, zal dit streven gelden voor nieuwe projecten. We streven ernaar dat vanaf 2025 twee derde betaalbare huur- en koopwoningen in alle projecten de norm kan worden.

Actielijnen Om deze drie gestelde doelen te halen, werken we langs vier actielijnen: • Actielijn 1: Het versterken van regie We zorgen ervoor dat via prestatieafspraken alle gemeenten, provincies, corporaties en Rijk hun deel van de taak en verantwoordelijkheid nemen voor voldoende betaalbare woningen, de groei naar 100.000 nieuwbouwwoningen per jaar deze kabinetsperiode en de bouw van 900.000 woningen tot en met 2030. • Actielijn 2: Het versnellen van het proces van initiatief naar realisatie We zorgen dat het proces van het realiseren van een woning efficiënter en ingekort wordt. Zowel generiek als op locatieniveau beperken we het effect van knelpunten in het bouwproces met oog voor kwaliteit en toekomstbestendigheid van de woning en leefomgeving. We kijken daarbij naar de korte en middellange termijn. Dit doen we samen: Rijk, medeoverheden, corporaties, marktpartijen en maatschappelijke organisaties. • Actielijn 3: Het stimuleren van snelle woningbouw We maken woningbouw mogelijk door gemeenten te ondersteunen: financieel en met hulp bij specifieke oplossingen, zoals flex- en transformatiewoningen en betaalbare woningen. Zo kunnen onhaalbare projecten wel mogelijk worden gemaakt. • Actielijn 4: Het bouwen op grootschalige locaties Grootschalige woningbouw is nodig in een aantal gebieden.

Het woningtekort is daar zo groot, dat kleine en middelgrote locaties onvoldoende goede betaalbare woningen opleveren om 900.000 woningen tot 2030 te realiseren. Deze grootschalige woningbouw zorgt ook voor langjarige zekerheid en continuïteit van de bouwproductie op de middellange en lange termijn.

32 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Instrumenten Om het doel te kunnen bereiken worden de volgende instrumenten ingezet: • Prestatieafspraken: We maken bindende, wederkerige prestatieafspraken met provincies over te realiseren woonvoorraad. Met corporaties en gemeenten maken we afdwingbare en wederkerige prestatieafspraken over de bouw van 250.000 sociale huurwoningen en 50.000 middenhuurwoningen. • Woondeals: Hiermee worden bestuurlijke afspraken gemaakt over o.a. woningbouwaantallen, programmering en betaalbaarheid, waarbij er aandacht is voor de haalbaarheid en de benodigde uitvoerende ondersteuning. Tevens wordt de regionale samenwerking verbeterd. • Optimaliseren juridisch instrumentarium: Het huidige instrumentarium zal beter worden ingezet en waar nodig zal additionele wet- en regelgeving worden doorgevoerd. • Financiële regelingen: Succesvolle regelingen zoals de WBI en flexpools kunnen een vervolg krijgen. • Inzet van experts om pro-actief te ondersteunen: vanuit het Rijk ondersteunen we medeoverheden en de bouwsector pro-actief met onder andere capaciteit en expertise. • Extra financiële middelen voor meer capaciteit bij de Raad van State. Hierdoor kan vertraging in beroepsprocedures worden voorkomen en kan kennis en kunde bij de Raad van State worden benut voor adviezen over het versnellen van procedures.

• Best practices: Het uitwisselen van goede voorbeelden van (innovatieve) bouwmethoden met andere landen. • Monitoringsysteem: Er worden monitoringssystemen opgezet om ontwikkelingen beter en sneller in beeld te krijgen. • Rapportages: Door middel van rapportages zal de Tweede Kamer twee keer per jaar worden geïnformeerd over de voortgang, zodat waar nodig actief kan worden bijgestuurd. In het programma Woningbouw wordt hierop verder ingegaan.

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationale Woon- en Bouwagenda | 33

Programma Betaalbaar wonen Doel programma Het doel is te zorgen dat woonlasten voor meer mensen in redelijke verhouding zijn tot het inkomen en dat meer mensen een voor hen passende en betaalbare woning kunnen krijgen. Daarbij kijken we naar het aantal mensen met lage en middeninkomens dat een te hoge huur- of koopquote heeft in relatie tot de budgetruimte volgens de toepasselijke Nibud-begroting.

Actielijnen Om deze doelstelling te bereiken richten we ons niet alleen op de woonlasten, maar ook op de vraag of mensen passend wonen voor hun inkomen en gezinssituatie. In het programma willen we dus zo gericht mogelijk maatregelen nemen op doelgroepen die problemen ervaren met de betaalbaarheid en tegelijkertijd zorgen dat het functioneren van de woningmarkt nu en later wordt verbeterd. Het programma heeft drie actielijnen: • Actielijn 1: aantal mensen met te hoge woonlasten (volgens Nibud) verminderen • Actielijn 2: aantal mensen met lage en middeninkomens dat toegang krijgt tot passende/betaalbare woningen vergroten • Actielijn 3: betere bescherming van huurders en kopers • Actielijn 1: Het verminderen van het aantal huishoudens met te hoge woonlasten Voor lage inkomens kijken we – naast de in het coalitieakkoord aangekondigde verhoging van het wettelijk minimumloon en de uitkeringen – naar het huurbeleid en huurtoeslag om de betaalbaarheid te verbeteren. • Inzet is om de beschikbare instrumenten zoals de huurverlaging voor lage inkomens en de huur­ bevriezing zo gericht mogelijk in te zetten op de mensen die het nodig hebben. Voor huishoudens met een hoger inkomen verhogen we de huur zo gericht mogelijk in stappen naar de markthuurprijs. • Met de aanpassing van de huurtoeslag verbreden we de doelgroep en ondersteunen we meer mensen met een laag inkomen.

De overgang naar normhuren maakt de huurtoeslag alleen afhankelijk van het inkomen en versterkt de prikkel om een passende woning voor het inkomen te zoeken. • We maken afspraken met alle relevante belanghebbenden, zoals de Woonbond en Aedes over onder andere betaalbaarheid. • Verder kijken we in het programma naar afspraken over maatwerk bij inkomensdaling, zoals tijdelijke huurkortingen. Ook bekijken we hoe we door woningen te verduurzamen huishoudens minder kwetsbaar kunnen maken voor energiearmoede. • Voor middeninkomens maken we huurwoningen meer betaalbaar door prijsregulering. We houden daarbij oog voor voldoende investeringen in middenhuur door institutionele beleggers. Om te toetsen hoe regulering er het beste uit kan zien, worden in een drietal gemeenten simulaties (zogenaamde botsproeven) uitgevoerd. • Actielijn 2: Zorgen dat mensen een woning kunnen vinden die bij hen past Voor alle doelgroepen geldt dat er meer woningen moeten komen door de bouw van meer betaalbare koop- en huurwoningen (zie programma Woningbouw, programma Een thuis voor iedereen en programma Wonen en zorg voor ouderen). Maar het is ook belangrijk de bestaande woningen beter te benutten. Daarbij gaat het om het herverdelen van schaarste zodat mensen gelijkere kansen krijgen en de woning aansluit bij de woonwensen. • Betaalbare woningen moeten ook terecht komen bij de juiste mensen.

Hier willen we met het toewijzen van woningen aan bijdragen. We kijken daarbij naar zowel sociale huur, middenhuur als betaalbare koopwoningen.

34 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

• Voor middeninkomens moet een huurwoning niet het eindstation zijn als zij dat niet willen. Zeker als mensen aan gezinsvorming beginnen, willen we ervoor zorgen dat ze betere toegang krijgen tot de koopmarkt. Daarom gaan we koopstarters helpen, bijvoorbeeld door een vorm van premie A. Daarnaast bieden we ruimte voor alternatieve woonvormen en coöperatieve initiatieven. • De beschikbaarheid van betaalbare koopwoningen in de bestaande voorraad kan worden verbeterd door de positie van (startende) kopers ten opzichte van beleggers te versterken. Denk hierbij aan de wijziging van de overdrachtsbelasting en de aanpassingen in box 3 om huurinkomsten te belasten, maar ook aan de opkoopbescherming. Daar hebben vooral koopstarters en middeninkomens profijt van. • We schaffen de schenkingsvrijstelling af. De loan-to-value (de verhouding tussen de hoogte van de hypotheek en de waarde van het huis) wordt niet aangepast en voor starters wordt bij het aanvragen van een hypotheek de actuele stand van de studieschuld bepalend. Verder krijgen huurders van grondgebonden corporatiewoningen onder bepaalde voorwaarden de kans om de woning te kopen. • Ook de Leegstandwet en de Wet toeristische verhuur draagt eraan bij dat mensen beter een woning kunnen vinden die bij hen past.

• Actielijn 3: Het verbeteren van de bescherming van kopers en huurders Het primaire doel van deze actielijn is om woonconsumenten zelf aan het roer te krijgen in het huur- of koopproces en hen te beschermen als zij hierin worden gehinderd. In een krappere markt waarin je als koper of huurder afhankelijk bent van derden, ontstaat er meer ruimte voor personen en organisaties om hier misbruik van te maken en kwetsbare mensen onder druk te zetten. Beperkte transparantie van de bestaande processen zorgt er daarnaast voor dat woonconsumenten niet voor zichzelf kunnen opkomen. Daarom zijn extra maatregelen nodig om dit tegen te gaan. • We maken een einde aan oneerlijke praktijken die kunnen gedijen door de druk die uitgaat van het woningtekort. Er is dus geen plek voor makelaars die onder een hoedje spelen over de rug van een koper. Ook worden malafide verhuurders aangepakt. • Daarnaast breiden we rechten uit waar nu onzekerheid bestaat, versterken we ze waar bestaande regels tekortschieten en zorgen we ervoor dat je niet alleen je recht hebt, maar dat ook krijgt. • Een breed scala aan maatregelen geeft invulling aan deze doelstelling.

Denk daarbij aan de Wet goed verhuurderschap,30 het verbeterplan makelaars koopproces en het biedlogboek waarmee makelaars moeten gaan werken, de vereenvoudiging van het Woningwaarderingsstelsel en de gang naar de Huurcommissie, het beperken van generieke tijdelijke huurcontracten, het convenant transparantie huurprijzen en de aanpak discriminatie op de woningmarkt.

30

Momenteel wordt er een artikel 2-onderzoek op basis van de Wet financiële-verhoudingen uitgevoerd om de uitvoeringskosten van dit wetsvoorstel voor gemeenten in kaart te brengen. Financiële dekking van deze uitvoeringskosten voor gemeenten is voorwaardelijk voor invoering van de wet. De dekking zal worden bezien tijdens de voorjaarsbesluitvorming.

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationale Woon- en Bouwagenda | 35

Programma Een thuis voor iedereen (aandachtsgroepen) Doel programma Voor sommige mensen geldt dat ze minder kans hebben bij het vinden van passende woonruimte of dat hun woonbehoefte extra urgent is. Omdat ze zich in een kwetsbare situatie bevinden, afhankelijk zijn van extra zorg of begeleiding, of omdat zij hun leven (opnieuw) moeten opbouwen. Zoals mensen met sociale en/of medisch urgentie, mensen die uitstromen uit een intramurale situatie, dak- en thuisloze mensen en statushouders. Bij de grondwettelijke zorg van de overheid voor voldoende woongelegenheden hoort in het bijzonder de aandacht uit te gaan naar deze mensen. We willen dat er voor mensen uit aandachtsgroepen voldoende betaalbare woningen zijn, met een evenwichtige verdeling over gemeenten en waar nodig met de juiste zorg, opvang, ondersteuning en begeleiding.

Actielijnen Het programma legt het brede fundament voor het verbeteren van de huisvesting voor mensen uit aandachtsgroepen. Dit doen we met een generieke aanpak langs vier actielijnen. Gezien de grote diversiteit aan omstandigheden waarin mensen zich bevinden, kan er naast een generieke aanpak ook een specifieke aanpak nodig zijn. Om aan die verschillen recht te doen, komt er in ieder geval een specifieke aanpak voor dak- en thuisloze mensen, voor arbeidsmigranten en studenten. • Actielijn 1: Het realiseren van voldoende betaalbare en passende woningen Er is een groot tekort aan met name betaalbare woningen. Met het oog op passende woningen voor mensen met een laag inkomen, waaronder aandachtsgroepen, is een toename nodig van het aandeel sociale huur in de woningvoorraad. Met het programma Woningbouw wordt de realisatie van betaalbare woningen opgepakt. Hier komen de programma’s Woningbouw en Een thuis voor iedereen samen. • Actielijn 2: Zorgen voor een evenredige verdeling over alle gemeenten Voor vitale en leefbare wijken is het belangrijk dat er mensen met diverse achtergronden wonen. We willen een evenwichtiger verdeling van mensen uit aandachtsgroepen over gemeenten. Daartoe hanteren we het streven dat elke gemeente ten minste 30 procent sociale huur in de woningvoorraad heeft.

De uitwerking van dit streven nemen we mee in de prestatieafspraken die we met corporaties en medeoverheden maken. • Actielijn 3: Het combineren van wonen, zorg, welzijn en werk Een thuis is voor de mensen die we willen helpen met dit programma meer dan een huis alleen. Passende huisvesting en zorg, begeleiding of ondersteuning moeten gelijktijdig gerealiseerd worden. Daartoe werken we toe naar de volgende aanpak. Op gemeentelijk en provincieniveau worden de woon- en zorgbehoeften in kaart gebracht. Gemeenten werken in verplichte verbrede woonzorgvisies uit hoe zij invulling geven aan de verschillende behoeften van aandachtsgroepen en stemmen dit regionaal af. De woonzorgvisies vormen de basis voor gemeenten om op lokaal niveau bindende afspraken te maken met woningcorporaties, particuliere verhuurders, zorgaanbieders/zorgkantoren en andere partijen in het fysiek en sociaal domein over de prestaties die geleverd moeten worden om aan de woon- en zorgbehoeften te voldoen. • Actielijn 4: Het inzetten op preventie Zo veel mogelijk voorkomen dat mensen tot een aandachtsgroep gaan behoren, is niet alleen voor de betrokkene, maar ook de maatschappij als geheel winst. Het voorkomen van dakloosheid heeft hierbij prioriteit.

Bij deze actielijn hoort ook de brede schuldenaanpak, participatie, inburgering, de zorg voor veiligheid en bovenal de zorg voor kwetsbare jongeren zodat zij een goede start op de woningmarkt kunnen maken.

36 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Zorgen voor voldoende betaalbare woningen met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding, evenwichtig verdeeld over gemeenten, vereist inzicht in de woon- en zorgbehoeften van mensen uit aandachtsgroepen. Veel scherper dan nu dient de opgave in beeld te zijn, zowel landelijk, regionaal als lokaal. Dat vraagt om duidelijker definities en beter zicht op de aantallen. We werken indicatoren uit aan de hand waarvan we kunnen vaststellen of de huisvestingspositie van mensen uit aandachtsgroepen verbetert. Daarbij moet bedacht worden dat sommige aandachtsgroepen behoefte hebben aan een ander type woonplek voor een passend thuis dan een gehele woning. Denk aan studenten of arbeidsmigranten, waar het ook kan gaan om onzelfstandige woonruimten als kamers en gedeelde woonruimten. Hier houden we in het programma rekening mee. We werken aan een integrale ondersteuningsstructuur om in het bijzonder de gemeenten bij de opgave te faciliteren. Samen met de departementen van VWS, SZW, JenV en OCW, met medeoverheden, Aedes en andere stakeholders werken we het programma uit. De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening coördineert het programma.

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationale Woon- en Bouwagenda | 37

Programma Wonen en zorg voor ouderen In dit programma werken BZK en VWS samen. We bouwen daarbij voort op de bestuurlijke afspraken Wonen en zorg voor ouderen van 8 april 2021 met de partners van de Taskforce Wonen en Zorg, de VNG, Aedes, Actiz en ZN.

Doel Programma Het doel van het programma is het bouwen van meer reguliere woningen voor ouderen en het bouwen van geclusterde woon(zorg)vormen. Bij de woon(zorg)vormen kan de zorg en ondersteuning voor ouderen worden opgeschaald als de kwetsbaarheid toeneemt en zitten zij in een omgeving met voldoende voorzieningen. Dit draagt eraan bij dat ouderen langer zelfstandig kunnen wonen en beperkt het beroep op verpleeghuisplekken die voor de ernstig kwetsbaren nog wel nodig zijn. Ook kan worden voldaan aan de woonwensen van grote groepen ouderen door aantrekkelijke reguliere woningen te bouwen die geschikt zijn voor prettig ouder worden. Veel (toekomstige) ouderen bezitten een koopwoning en zouden op termijn een overstap kunnen maken naar een meer passende woning, mits die voldoet aan hun wensen. Wanneer zij verhuizen bevordert dit de doorstroming op de woningmarkt.

Actielijnen • Actielijn 1: Het versnellen van de woningbouw Deze actielijn betreft het realiseren van woningen die aansluiten bij de wensen van ouderen. Het versterken van de regie op ouderenhuisvesting doen we door heldere afspraken te maken met gemeenten en regio’s. Voor een concrete doelstelling zullen we met de betrokken partijen bespreken of de aantallen te bouwen woningen voor ouderen uit de bestaande bestuurlijke afspraken geactualiseerd moeten worden. Om te zorgen dat deze woningen worden gebouwd, zullen we inzichtelijk maken wat de knelpunten hiervoor zijn en hoe we deze kunnen adresseren. Tevens is het van belang de bouw van deze woningen te stimuleren vanuit het Rijk. Daarvoor bestaan nu twee stimuleringsregelingen: • De Stimuleringsregeling ontmoetingsruimtes in ouderenhuisvesting vanuit het ministerie van BZK. In totaal is hiervoor 38 miljoen euro beschikbaar. • De Stimuleringsregeling wonen en zorg (VWS) helpt bewonersinitiatieven en sociale ondernemers met de financiering van een woonzorgvorm. Een belangrijk middel om te zorgen dat de woningen gebouwd worden, is regie nemen vanuit het Rijk. Binnen de huidige bestuurlijke afspraken krijgt de regie vorm door het stimuleren en aanspreken van partijen, zodat de opgave voor ouderenhuisvesting wordt opgepakt. Dit is in lijn met de inzet van de Taskforce Wonen en Zorg. Hierin zijn goede stappen gezet.

Zo heeft vrijwel elke gemeente nu een woonzorgvisie. Wel hebben nog weinig gemeenten concrete doelen opgenomen in de prestatie­ afspraken en/of uitvoeringsprogramma’s. Ook de verbinding met verpleegzorg is in weinig gemeenten gemaakt. Beide jagen we verder aan binnen dit programma. We maken heldere afspraken op het niveau van gemeente en regio. Daarbij bouwen we voort op het werk van de bestuurlijke afspraken, maar dan steviger. Een middel hierbij kan bijvoorbeeld zijn om de woonzorgvisie wettelijk vast te leggen. We sluiten waar het kan aan op de brede regie die binnen het programma Woningbouw wordt uitgewerkt.

38 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

• Actielijn 2: Het vergroten van doorstroming De verhuisgeneigdheid onder ouderen is laag. Tegelijkertijd kan een kleine stijging van het aandeel ouderen dat verhuist al zorgen voor betere doorstroming op de woningmarkt. Doorstroming begint bij het juiste aanbod voor ouderen. In aanvulling daarop zullen we bekijken hoe we het voor ouderen makkelijker en aantrekkelijker kunnen maken om te verhuizen. Zowel voor mensen met een koopwoning als met een huurwoning. Er kunnen diverse interventiecategorieën worden onderscheiden. Dit zijn: 1 een passend woningaanbod; 2 het op weg helpen van ouderen (informeren); 3 het ontzorgen van ouderen (bijvoorbeeld de verhuizing organiseren); 4 een prijsprikkel realiseren (huurstijging voorkomen); 5 voorrang verlenen. We zullen hierbij ook inzichten uit de gedragswetenschappen betrekken. Daarnaast brengen we in kaart wat de mogelijkheden zijn om woningen toe te wijzen aan ouderen. Naast deze actielijnen op het gebied van wonen worden in het kader van de zorg en ondersteuning diverse maatregelen uitgewerkt waarin de minister voor Langdurige Zorg en Sport het voortouw heeft.

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationale Woon- en Bouwagenda | 39

Nationaal programma Leefbaarheid en veiligheid Doel programma In een aantal gebieden in Nederlandse steden staat de leefbaarheid onder druk. Gemeenten en de lokale partners die in deze gebieden werkzaam zijn kunnen deze problematiek niet alleen oplossen. Hier ligt ook een verantwoordelijkheid voor de Rijksoverheid. Om te voorkomen dat deze kwetsbare gebieden achterop raken is een gebiedsgerichte, langjarige inzet nodig van de Rijksoverheid, betrokken gemeenten en maatschappelijke en private partners. Daarom start het kabinet het nationaal programma Leefbaarheid en veiligheid. Het doel van het programma is om de leefsituatie en het perspectief van bewoners van de meest kwetsbare gebieden in Nederland in vijftien tot twintig tijd te verbeteren. Om deze doelstelling te halen is het nodig dat gemeenten en Rijksoverheid in partnerschap aan de slag gaan. In publiek-private allianties en met een aanpak die zich kenmerkt door samenwerking, voor en met bewoners, worden de wijken leefbaarder en veiliger.

Actielijnen Een beter perspectief voor deze gebieden en haar bewoners vraagt om een domeinoverstijgende aanpak. Deze aanpak vertaalt zich in actielijnen op de domeinen fysiek, sociaal-economisch en veiligheid, die onderling met elkaar samenhangen en elkaar versterken. • Actielijn 1: Het verbeteren van de fysieke leefomgeving Hierbij gaat het om het realiseren van meer kwalitatief goede, veilige en duurzame woningen in een gebied waar het veilig wonen, werken en leven is, waar ruimte is voor groen en die uitnodigt tot ontmoeten en bewegen. • Actielijn 2: Het bieden van perspectief Deze actielijn beoogt dat meer kinderen en jongeren in staat worden gesteld hun talenten te ontwikkelen, meer mensen worden begeleid naar werk, het aantal problematische schulden wordt teruggedrongen en mensen meer naar elkaar omzien. Verbeteringen op de terreinen van wonen, werken en leren dragen ook bij aan het terugdringen van gezondheidsachterstanden in deze gebieden. • Actielijn 3: Het vergroten van de veiligheid Deze actielijn is erop gericht dat minder jongeren afglijden in de criminaliteit en de gebieden weerbaarder worden tegen georganiseerde en ondermijnende criminaliteit.

Instrumenten In aanvulling op het generieke, departementale beleid op deze terreinen zet dit programma in op een gebiedsgerichte aanpak met prioritering, focus en gerichte interventies in een select aantal gebieden. Samen met de burgemeesters wordt een doorstart gemaakt en voortgebouwd op de aanzet die tot nu toe in zestien stedelijke vernieuwingsgebieden, waaronder het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid, is gedaan. De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening neemt binnen het kabinet de coördinatie van het nationaal programma Leefbaarheid en veiligheid op zich. Collega-bewindslieden van andere departementen worden mede-eigenaar van het programma.

40 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Aan de gemeenten zal worden gevraagd om een uitvoeringsplan of -programma op te stellen. Deze plannen gaan in op de opgaven die worden opgepakt, maar bevatten ook streefwaarden ten aanzien van de te realiseren doelen. Voor de uitvoering van deze programma’s worden in de zestien stedelijke vernieuwingsgebieden onder leiding van de burgemeester en met deelname van een rijksvertegen­ woordiger van de departementen van SZW, OCW, VWS, JenV en BZK publiek-private allianties georganiseerd. Andere partners die aan deze alliantie deelnemen zijn per gemeente verschillend: te denken valt aan één of twee wethouders, een vertegenwoordiger van in het gebied werkzame woningcorporaties, welzijnsinstellingen, scholen, werkgevers, politie, zorgverzekeraars, GGD en (een vertegenwoordiging van de) bewoners. Gemeenten nemen het initiatief tot het inrichten van een programmaorganisatie die de alliantie ondersteunt. Het Volkshuisvestingsfonds vormt voor het programma een belangrijke bouwsteen. Bij de inzet van andere generieke rijksmiddelen, zoals die op basis van het coalitieakkoord beschikbaar zijn, zal worden nagegaan of hierbij prioritering naar de zestien stedelijke vernieuwingsgebieden aan de orde is. Dat doen we vanuit het besef dat in bepaalde kwetsbare gebieden in voorkomende gevallen meer nodig is dan in andere gebieden. Het Rijk stelt zich hierbij op als één gezamenlijke partner.

Ook voor andere gebieden blijven deze middelen bereikbaar. Met de woningcorporaties worden prestatieafspraken gemaakt over het investeren in leefbaarheid. Naar aanleiding van de evaluatie van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek komen we met voorstellen om de uitvoering van de wet te verbeteren en de effectiviteit te vergroten. Daarnaast willen we meer ruimte creëren voor experimenten en maatwerk, daar waar regelgeving een gebiedsgerichte en integrale aanpak in de weg staat. Hierbij betrekken we de voorstellen van gemeenten en andere partijen die hiertoe in een eerder stadium al zijn gedaan. Tenslotte willen we ook sectorale wetgeving aanpassen, daar waar dat bijdraagt aan een betere leefbaarheid. Rijk en gemeenten trekken gelijk op bij het adresseren van problemen (casuïstiek) en het aandragen van oplossingen. Daarvoor wordt een structuur tussen Rijk en gemeenten ingericht die snelle besluitvorming hierover bevordert. Het Kennis- en leernetwerk Leefbaarheid en Veiligheid zal worden voortgezet.

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationale Woon- en Bouwagenda | 41

Programma Versnelling verduurzaming gebouwde omgeving Doel programma We willen in Nederland in een hoog tempo de CO2-uitstoot verder verlagen en het aardgasverbruik drastisch verminderen. De ambitie om in 2030 een CO2-reductie van minimaal 55 procent te halen en te streven naar 60 procent betekent voor de gebouwde omgeving dat we gaan versnellen ten opzichte van de afspraken in het Klimaatakkoord. Het Europese Fit for 55-pakket geeft hierbij ruggensteun en kader. We hebben een opgave om voor alle huishoudens, bedrijven en instellingen een duurzame woning of een duurzaam gebouw binnen bereik te brengen. Dat is nu nog niet het geval. De hoge energie­prijzen vergroten hiervoor de noodzaak. De isolatie van woningen en gebouwen met de slechtste energieprestatie is noodzakelijk voor het halen van de klimaatdoelen, voor de betaalbaarheid van de energierekening en als voorbereiding op een overstap op een aardgasvrij alternatief. Daarom ontwikkelen we op korte termijn voorstellen voor de opschaling van het Nationaal Isolatieprogramma. Om ook de ambitieuze doelen richting 2040 en 2050 binnen bereik te brengen, moeten we tegelijk inzetten op de opschaling en ontwikkeling van duurzame technieken en energiebronnen.

Programmalijnen Versnelling van het verduurzamen van de gebouwde omgeving vraagt om heldere informatie over het eindbeeld en over de tussenstappen, meer en specifiekere stimulering en ondersteuning en om voldoende uitvoeringskracht bij gemeenten en in de markt. De verschillen tussen typen bewoners en gebouweigenaren in financiële draagkracht en hun mogelijkheden zijn groot. Daarom is een maatwerkaanpak per doelgroep nodig bij het bepalen van de juiste balans tussen normering, beprijzing en subsidie. Het programma Versnelling verduurzaming gebouwde omgeving is opgezet in vijf programmalijnen. Hier wordt met belanghebbenden en medeverantwoordelijke partijen samengewerkt aan concrete acties voor versnelling. Isolatie en stimulering van de hybride warmtepomp lopen als rode draden door het programma. • Programmalijn 1: Gebiedsgerichte aanpak van de warmtetransitie Programmalijn 1 richt zich op de gebiedsgerichte aanpak onder regie van gemeenten en de uitvoering van de transitievisies warmte en de uitvoeringsplannen. In deze actielijn wordt gewerkt aan de verbetering van de randvoorwaarden op het gebied van wetgeving en uitvoeringskosten voor gemeenten. Ook wordt ingezet op ondersteuning van de gebiedsgerichte aanpak voor de overstap op een warmtenet en op isolatie van woningen om deze voor te bereiden op de overstap naar een aardgasvrij alternatief.

Daarbij is specifieke aandacht voor doelgroepen die de grootste knelpunten ervaren bij de verduurzaming van hun woning en voor woningen met de slechtste energieprestatie. • Programmalijn 2: Verduurzaming individuele woningen Programmalijn 2 is gericht op individuele koop- en huurwoningen. Hier wordt een duidelijk perspectief voor bewoners en gebouweigenaren uitgewerkt, door middel van het stellen van heldere doelen en door het ontwikkelen van normering voor situaties waar anders onvoldoende tempo wordt gemaakt. Dit betreft onder meer het verwijderen van cv-ketels en het stapsgewijs vervangen door hybride warmtepompen. Daarnaast worden eisen uit de herziene EPBD richtlijn meegenomen.31 Ook worden stimulerende en ondersteunende maatregelen uitgewerkt en wordt de markt voor ontzorging van eigenaar-bewoners verder ontwikkeld.

31

Richtlijn betreffende energieprestatie van gebouwen (herziening) COM (2021) 802.

42 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

• Programmalijn 3: Verduurzaming utiliteitsbouw Programmalijn 3 betreft de utiliteitsbouw en bestaat uit een combinatie van subsidies, normering en ontzorging. Ook hier worden de eisen uit het Europese Fit for 55-pakket, waaronder de herziening van de EPBD, meegenomen.32 In dit programma is specifiek aandacht voor het versnellen van de verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed, voor ontzorging van mkb’ers die hun gebouwen energiezuinig willen maken en voor het verduurzamen van bedrijventerreinen. • Programmalijn 4: Duurzame bronnen en infrastructuur Programmalijn 4 betreft het ontwikkelen en opschalen van duurzame bronnen en infrastructuur. De minister voor Klimaat en Energie coördineert deze lijn. Centraal staan hier het realiseren van een stabiel investeringsklimaat en de noodzakelijke randvoorwaarden voor de productie van groen gas, het instrumenteren van de bijmengverplichting voor groen gas en het stimuleren van duurzame warmtebronnen en warmte-infrastructuur. Om tot het opschalen en kostenreductie van deze warmteopties te komen moet de realisatie van duurzame warmtebronnen zoals geothermie, aquathermie en restwarmte, de aanleg van warmtenetten en het aansluiten van woningen en gebouwen worden versneld.

• Programmalijn 5: Innovatie en uitvoeringscapaciteit in de bouw Programmalijn 5 werkt ondersteunend aan de overige lijnen en richt zich op het stimuleren en opschalen van innovaties in de bouw en op het bevorderen van duurzaam bouwen: schoon, emissieloos, circulair, klimaatadaptief en natuurinclusief. Samen met de minister voor Klimaat en Energie, andere departementen, medeoverheden en de andere stakeholders betrokken bij het Klimaatakkoord werken we de komende tijd de acties per programmalijn verder uit tot een beleidsprogramma.

32

De onderhandelingen over het Fit for 55-pakket zijn op dit moment nog gaande. Naar verwachting zullen voor de utiliteitsbouw, en in het bijzonder publieke gebouwen, strengere energieprestatie- en renovatie-eisen onderdeel gaan uitmaken van het wetgevingspakket.

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationale Woon- en Bouwagenda | 43

44 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

5 Sturing en monitoring Sturing De grotere en meer normstellende rol van het Rijk bij de volkshuisvesting loopt als rode draad door de agenda. Die rol geven we gestalte via een programma-aanpak, waarbij we prestatieafspraken, passende ondersteuning, financiële instrumenten en wettelijke instrumenten inzetten om gemaakte afspraken kracht bij te zetten. Onderstaand de uitwerking hiervan.

Prestatieafspraken Deze Nationale Woon- en Bouwagenda en de onderliggende programma’s voorzien in prestatieafspraken op de volgende niveaus en onderwerpen: • Prestatieafspraken met provincies over de realisatie van nieuwe woningen en de snelheid ervan (op basis van een indicatie vanuit het Rijk en een bod vanuit de regio’s, worden in het najaar definitieve afspraken gemaakt); • Prestatieafspraken met corporaties en medeoverheden over afschaffing van de verhuurdersheffing en de opgave voor nieuwbouw, verduurzaming, betaalbaarheid en leefbaarheid; • Prestatieafspraken met brancheorganisaties over wonen en zorg, waarbij ook ontwikkelaars en ouderen zelf betrokken worden; • Bestuurlijke afspraken met gemeenten over (snellere) verduurzaming van de gebouwde omgeving; • In het kader van het nationaal programma Leefbaarheid en veiligheid stellen gemeenten uitvoeringsprogramma’s op, waarin streefwaarden zijn opgenomen ten aanzien van de te realiseren doelen. Met provincies gaan we in de periode tot 1 juni 2022 in gesprek om de nationale opgave op het gebied van woningbouw indicatief in beeld te brengen. Rond 1 oktober worden definitieve afspraken gemaakt. In januari 2023 moeten de nationale opgaven vervolgens zijn doorvertaald naar lokale of regionale afspraken.

Met de vertegenwoordigers van corporaties en medeoverheden maken we voor de zomer afspraken over de nationale opgaven en hoe die moeten worden doorvertaald in regionale prestatieafspraken. Voor andere onderwerpen zal op soortgelijke wijze worden toegewerkt naar prestatieafspraken. Figuur 9: Planning prestatieafspraken

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationale Woon- en Bouwagenda | 45

Ondersteuning door het Rijk Het Rijk draagt zelf actief bij aan het behalen van gemaakte afspraken en ondersteunt medeoverheden en andere partijen. Dit doen we op verschillende manieren. Waar nodig stellen we expertise en capaciteit beschikbaar en stimuleren we het ontwikkelen en delen van kennis (feiten, ervaringen, best practices). Voorbeelden hiervan zijn het Kennis- en leernetwerk leefbaarheid en veiligheid en de Regeling flexpools. Om ervoor te zorgen dat iedere overheid zijn rol goed kan vervullen, doen wij op verschillende onderdelen een Uitvoeringstoets Decentrale Overheden (UDO). Dit draagt bij aan een geoliede samenwerking tussen overheden en daarmee aan de snelheid en de kwaliteit waarmee we de gestelde doelen realiseren. Ook zet de Rijksoverheid haar eigen assets – zoals het areaal van het Rijksvastgoedbedrijf – in ten behoeve van het realiseren van de doelstellingen. Tot slot vragen de opgaven op het gebied van de volkshuisvesting een meer integrale en ontkokerde aanpak van het Rijk. Daar hoort bijvoorbeeld bij dat wordt onderzocht of financiële middelen kunnen worden ontschot.

Financiële instrumenten We zetten financiële instrumenten in om gewenste ontwikkelingen in het volkshuisvestingsdomein op gang te brengen of te versnellen en daarmee de doelstellingen van de Nationale Woon- en Bouwagenda te realiseren. Het gaat om de volgende bestaande instrumenten: • Woningbouwimpuls: deze is bedoeld voor het mogelijk maken van plannen van gemeenten die een substantiële bijdrage leveren aan de woningbouwopgave. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de bouw van circa 200.000 woningen. • Volkshuisvestingsfonds: gemeenten en regio’s kunnen met geld uit dit fonds investeren in leefbaarheid en verduurzaming van de woningvoorraad in de meest kwetsbare gebieden. • Regeling flexpools: deze maakt de inzet mogelijk van regionale flexpools die het voorkomen van vertragingen in de voorfase van de woningbouw tot doel hebben. • Regeling aandachtsgroepen: op basis van de gemiddelde bijdrage van de vorige regeling van 5.000 euro per woonruimte kunnen er in totaal 20.000 woonruimtes gerealiseerd worden voor aandachtsgroepen. De huidige regeling wordt op dit moment geëvalueerd. Dit kan tot bijstelling van het aantal te realiseren woningen leiden, gegeven het budget. Het gaat hier om woonruimte voor arbeidsmigranten, statushouders, woonwagenbewoners, dak- en thuisloze mensen, studenten en andere spoedzoekers.

• De Stimuleringsregeling ontmoetingsruimtes in ouderenhuisvesting: hiervoor is in totaal 38 miljoen euro beschikbaar. Met dit bedrag kunnen ongeveer 250 ontmoetingsruimten worden gebouwd. Een geclusterde woonvorm met één ontmoetingsruimte omvat gemiddeld 47 woningen. In totaal kunnen hierdoor ongeveer 12.000 ouderenwoningen in geclusterde woonvormen mogelijk worden gemaakt. • Stimuleringsregeling wonen en zorg (VWS): deze regeling helpt bewonersinitiatieven en sociale ondernemers met de financiering van een woonzorgvorm. • Verschillende subsidieregelingen voor verduurzaming: hiermee worden verschillende doelgroepen (eigenaar-bewoners, vve’s, verhuurders) geholpen bij het nemen van energiebesparende maatregelen (isolatie, hybride warmtepompen) of het aansluiten op een warmtenet. • Nationaal energiebesparingsfonds/Warmtefonds: huiseigenaren die willen investeren in een energiezuiniger huis kunnen hier een energiebespaarlening afsluiten met een speciale rente. • Renovatieversneller: ondersteuning van projecten die zorgen voor opschaling van en continue vraag naar integrale energierenovaties. Innovatieve methoden worden gestimuleerd.

• Regelingen gericht op innovatie: subsidie voor ontwikkeling van innovatieve en integrale oplossingen gericht op CO₂-vrij maken van gebouwen • Energie-investeringsaftrek voor ondernemers: aftrek tot 45 procent van de investeringskosten in CO2-reductie, energiezuinige technieken en duurzame energie van de fiscale winst.

46 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Wettelijke instrumenten Waar nodig nemen we wettelijke belemmeringen weg en maken we noodzakelijke maatregelen wettelijk mogelijk. Ook bekijken we hoe we afspraken in bepaalde gevallen bindend en afdwingbaar kunnen maken. Als de realisatie van doelstellingen uit zicht dreigt te raken, dienen impasses te worden voorkomen of doorbroken. Dit kan door de inzet van een bestuurlijk escalatiemodel of doorzettingsmacht via juridische interventies. Waar nodig wordt het bestaande instrumentarium hiertoe uitgebreid. We werken in ieder geval aan de volgende wetgevingstrajecten: Omschrijving

Stand van zaken

Omgevingswet, invoeringswetgeving en aanvullingswetgeving

Bundeling en modernisering wetgeving voor de leefomgeving

Beoogde datum inwerkingtreding 1-1-2023

Wet regie volkshuisvesting (Omgevingswet, Woningwet, Huisvestingswet)

Meer regie vanuit het Rijk op de volkshuisvesting

Voorbereiding – doel: in consultatie 2022

AMvB grondslag regelingen woningbouw

Betere, langjarige, grondslag om op het gebied van de volkshuisvesting specifieke uitkeringen te kunnen verstrekken aan gemeenten

Voorbereiding – doel: Vaststelling 3e kwartaal 2022

Intrekking Wet maatregelen woningmarkt 2014 II en bijbehorende Besluit en Regeling tot vermindering van de verhuurderheffing

Afschaffen verhuurderheffing

Voorbereiding – doel: Intrekking per 1-1-2023

Wijziging Bouwbesluit en Besluit bouwwerken leefomgeving

Wijzigingen van de bouwregelgeving om belemmeringen voor woningbouw weg te nemen

Voorbereiding

Wijziging saneringskader voor toegelaten instellingen in de Woningwet

Zorgen dat de noodzakelijke DAEB-woningen van een corporatie die in financiële problemen is voor de sociale huur beschikbaar blijft

Wetsvoorstel aanhangig bij Tweede Kamer

Wijzigingen Wet op de huurtoeslag

Diverse wijzigingen Wet op de huurtoeslag

Voorbereiding

Wijziging Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte

Verlaging sociale huur voor mensen met een lager inkomen en stapsgewijze verhoging van de huur voor mensen met een hoger inkomen tot de marktconforme huur

Voorbereiding

Wijziging Besluit huurprijzen woonruimte

Betere bescherming van de gereguleerde woningvoorraad door een cap van maximaal 33 procent te zetten op het aandeel punten in de WOZ-waarde in het woningwaarderingsstelsel

Nader rapport, beoogde datum inwerkingtreding 1-5-2022

Wijziging Besluit huurprijzen woonruimte

Onderzoek naar vereenvoudiging woningwaarderingsstelsel

Voorbereiding

Beschikbaarheid

Betaalbaarheid

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationale Woon- en Bouwagenda | 47

33

Omschrijving

Stand van zaken

Wijziging Burgerlijk Wetboek, Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en Besluit huurprijzen woonruimte

Onderzoek naar regulering middenhuur door dit segment ook onder het woningwaarderingsstelsel te brengen

Voorbereiding

Wijziging van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en/of andere wetgeving

Onderzoek naar vereenvoudiging toegang tot de huurcommissie

Voorbereiding

Wijziging Wet inkomstenbelasting 2001

Invoeren werkelijk rendement box 3

Voorbereiding

Wijziging Wet inkomstenbelasting 2001

Afschaffen leegwaarderatio

Voorbereiding

Wijziging van de Wet op belastingen van rechtsverkeer

Overdrachtsbelasting verhogen naar 9 procent

Voorbereiding

Wijziging van de Successiewet 1965

Afschaffing schenkingsvrijstelling

Voorbereiding

Kwaliteit

Kwaliteit

Kwaliteit

Wijziging Huisvestingswet 2014

Verbetering van de werking, uitvoerbaarheid en toekomstbestendigheid aan de hand van een uitgevoerde evaluatie

Aanvraag advies afdeling advisering Raad van State verwacht voor de zomer 2022

Wijziging Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek

Naar aanleiding van een uitgevoerde evaluatie worden wijzigingsvoorstellen ontwikkeld

Voorbereiding

Wijziging Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek en/of andere wetgeving

Mogelijk maken gebiedsgerichte en integrale aanpak en meer mogelijkheden voor experimenten

Voorbereiding

Wet goed verhuurderschap33

Versterken positie van de huurders ten opzichte van verhuurders

Indiening Tweede Kamer voor de zomer 2022

Wijziging van de Woningwet, Besluit toegelaten instellingen 2015 en Regeling toegelaten instellingen 2015

Verbeteren mogelijkheden voor gegevensverwerking en –deling door corporaties om leefbaarheid te verbeteren

Voorbereiding

Wijziging Burgerlijk Wetboek

Wijzigingen naar aanleiding van evaluatie tijdelijke huurcontracten

Wijziging Burgerlijk Wetboek

Verbeteren huurbescherming voor huurders van ligplaatsen voor woonboten

Voorbereiding

Regulering koopproces

Onderzoeken verplichting gecertificeerd biedlogboek bij koopproces

Wetsvoorstel aanhangig bij Tweede Kamer

Momenteel wordt er een artikel 2-onderzoek op basis van de Wet financiële-verhoudingen uitgevoerd om de uitvoeringskosten van dit wetsvoorstel voor gemeenten in kaart te brengen. Financiële dekking van deze uitvoeringskosten voor gemeenten is voorwaardelijk voor invoering van de wet. De dekking zal worden bezien tijdens de voorjaarsbesluitvorming.

48 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Omschrijving

Stand van zaken

Invoering Wet kwaliteitsborging voor het bouwen34

Verbeteren van de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht en uitbreiding aansprakelijkheid aannemers

Voorbereiding

Wijziging Besluit bouwwerken leefomgeving

Verbeteren van de brandveiligheidseisen met betrekking tot de woonfunctie voor zorg en parkeergarages en de normen voor daglicht in gebouwen

Voorjaar 2022 besluit over moment van invoering

Wijziging van het Besluit bouwwerken leefomgeving

Invoering van een periodieke keuring van grote publieksgebouwen

Voorhang bij parlement

Wijziging van het Besluit bouwwerken leefomgeving

Brandveiligheid van gevels en vluchtroutes en een verbod op loden leidingen

Wijziging van het Besluit bouwwerken leefomgeving

Doorvoeren wijzigingen als gevolg van Europese regelgeving (Fit for 55-pakket)

Voorbereiding

Wijziging Omgevingswet en Gaswet en onderliggende wetgeving

Wijkgerichte verduurzaming van de warmtevoorziening in de gebouwde omgeving

Voorbereiding

Wijziging van het Besluit bouwwerken leefomgeving

Invoering van een wettelijke eindnorm voor de energieprestatie van utiliteitsgebouwen per 2050

Voorbereiding, nu nog onderhandeling op EU-niveau

Wijziging Burgerlijk Wetboek

Eenvoudiger plaatsen van laadpalen op parkeerplekken die in beheer zijn bij een vereniging van eigenaars

Voortzetting na consultatie onder het vorige kabinet

Wijziging van het Besluit Energieprestatievergoeding Huur

Actualisatie van het besluit teneinde verduurzaming van zeer energiezuinige huurwoningen met energie-opwek te stimuleren en toepasbaar te maken voor grotere doelgroep

Voorbereiding

Wet of besluit nader te bepalen

Met normering en positieve prikkels bevorderen dat verhuurders huurwoningen met slechte isolatie verduurzamen.

Voorbereiding

Bron: BZK

In bijlage 2 worden de wetgevingstrajecten verder toegelicht.

34

Het artikel 2-onderzoek op basis van de Wet financiële-verhoudingen heeft de uitvoeringskosten van dit wetsvoorstel voor gemeenten in kaart gebracht. Financiële dekking van deze uitvoeringskosten voor gemeenten is voorwaardelijk voor invoering van de wet. De resterende dekking zal worden bezien tijdens de voorjaarsbesluitvorming.

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationale Woon- en Bouwagenda | 49

Monitoring Op verschillende deelonderwerpen wordt voorzien in structurele informatievoorziening over de behaalde resultaten. We ontwikkelen concrete en meetbare indicatoren voor alle doelstellingen van de Nationale Woon- en Bouwagenda. Met betrokken partijen maken we afspraken over de gegevens die gebruikt worden. Daarnaast maken we afspraken over welke partij voor welk onderdeel van de monitoring verantwoordelijk is. Belemmeringen en knelpunten bij het behalen van de doelstellingen brengen we in kaart. Op deze manier wordt monitoring van de voortgang mogelijk en kan tijdig worden bijgestuurd wanneer die voortgang stokt. Tevens stellen de verzamelde gegevens ons in staat de doelstellingen van de Nationale Woon- en Bouwagenda jaarlijks te herijken. Voor het gehele programma Woningbouw wordt een uniform monitoringssysteem ontwikkeld. Dit moet inzicht geven in de hardheid, betaalbaarheid, woningtype en tempo van de woningbouwplannen op nationaal, provinciaal en regionaal niveau. Periodiek zal onderzoek gedaan worden naar de doorlooptijd van de woningbouw, van planvorming tot realisatie. We verwachten uit zulk onderzoek inzicht te verkrijgen in het effect van bepaalde ingrepen en resterende aandachtspunten. Ook zullen we na verstrekking van subsidies voor woningbouw structureel bijhouden hoeveel woningen erdoor worden ondersteund.

We monitoren de voortgang in de bouw van gesubsidieerde woningen en geven publiciteit aan mijlpalen in bouwprojecten. Hetzelfde geldt voor gesubsidieerde ingrepen in stedelijke ontwikkeling, infrastructuur en verduurzaming. De huisvestingsbehoeften van aandachtsgroepen zullen op regionaal niveau structureel in kaart gebracht worden. De reeds bestaande Monitor ouderenhuisvesting en Monitor geclusterd wonen zullen ingezet worden om zicht te behouden op de beleidsresultaten in de huisvesting van ouderen. Aan de monitoring van de verduurzaming van de gebouwde ruimte zullen we invulling geven in functie van het uitvoerings­ overleg over het Klimaatakkoord. Door landelijk te werken met dezelfde definities van de verschillende aandachtsgroepen en de huisvesting (met passende ondersteuning) aan de hand van indicatoren te monitoren, krijgen we een goed beeld van de mate waarin we erin slagen de mensen uit deze aandachtsgroepen beter te huisvesten. Iedere twee jaar wordt op basis van de Leefbaarometer gerapporteerd over de stand van zaken met betrekking tot de leefbaarheid en veiligheid in Nederlandse gemeenten en wijken. Om de (cijfermatige) ontwikkeling van de leefbaarheid en veiligheid in kwetsbare gebieden te volgen – en tussentijds bij te sturen – wordt daarnaast een landelijke monitor ingericht.

Deze monitor richt zich op het volgen van de voortgang en de impact van lokale interventies op relevante kabinetsdoelen op de domeinen fysiek, sociaal-economisch en veiligheid. Dit in aanvulling op de lokale monitoring op de door gemeenten geformuleerde streefwaarden voor de afzonderlijke gebiedsgerichte interventies. We streven ernaar om de Tweede Kamer op basis van deze monitor tweemaal per jaar over de voortgang te rapporteren. Voor alle hierboven genoemde vormen van informatievergaring geldt dat deze periodiek met relevante partijen besproken wordt. We zijn transparant over de voortgang van de agenda en publiceren resultaten van monitoringsactiviteiten op de website.

Integrale rapportage Nationale Woon- en Bouwagenda Alle genoemde vormen van monitoring worden samengebracht tijdens twee algemene, jaarlijkse rapportagemomenten voor de gehele Nationale Woon- en Bouwagenda. Het betreft een uitgebreide rapportage in het najaar en een beknoptere cijfermatige update in het voorjaar. Deze voortgangrapportages laten aan de hand van de ontwikkelde indicatoren zien in hoeverre de doelstellingen per programma behaald zijn. Bezien zal worden hoe de rapportages, met name waar het de verduurzaming van de gebouwde ruimte betreft, het best uitgelijnd kunnen worden met de jaarlijkse Klimaatverkenning van het Planbureau voor de Leefomgeving, zodat beide rapportages elkaar kunnen versterken.

50 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Bijlage 1: Financiële middelen (bedragen in mln.)

2022

2023

2024

2025

2026

100

100

100

100

150

150

150

150

45,5

45,5

45,5

300

300

40

10

10

64

96

128

147,5

177

105

210

Woningbouwimpuls (10 x 100mln)* Woningbouwimpuls*

Struc

250

Volkshuisvestingsfonds (4x150 mln)* Grootschalige woningbouwgebieden*

500

Knelpunten woningbouw*

113,5

300

300

150

150

0

360

366,25

565,25

0

310

330

464

0

50

50

80

0

300

500

800

800

225

225

225

225

Vereenvoudiging huurtoeslag* Aandachtsgroepen

40

Ouderenhuisvesting

38

Middelen verduurzaming gebouwde omgeving ** Stimulering hybride warmtepompen (F)* Nationaal Isolatieprogramma (F)* Stimulering verduurzaming maatschappelijk vastgoed (F)* Energieprestatie-eisen nieuwbouw industrie* Uitvoeringskosten medeoverheden en planbureaus (ook voor andere klimaatsectoren)*

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11390291/1