Jaarverslag 2020 Stichting Obase
Tekst van het document
Vanaf 8 juni 2020 is het de bedoeling de basisscholen weer geheel opengaan. Vlak voor de kerstvakantie (16 december 2020) vond de tweede sluiting van de basisscholen plaats. Voor (de scholen van) Obase heeft de uitbraak het COVID-19 virus en de genomen maatregelen van het kabinet, naast de organisatorische consequenties, ook grote financiële gevolgen: Extra schoonmaak en desinfectie, inclusief desinfectiemiddelen t/m de zomervakantie Cleaner voor de touchscreens Mondkapjes Chromebooks extra adapters Plexiglas scholen Beschermingsmaskers
Extra aanschaf chromebooks voor 'onderwijs op afstand'
€ € € € € € €
84.000,00 exploitatie 500,00 exploitatie 500,00 exploitatie 500,00 exploitatie 600,00 exploitatie 50,00 exploitatie 86.150,00
€
28.000,00 investeringen
6.11 Inhaal- en ondersteuningsprogramma 2020-2021 In 2020 is de subsidieregeling Inhaal- en ondersteuningsprogramma 2020-2021 in het leven geroepen. Het doel van deze subsidie is om leerling extra ondersteuning te bieden vanwege leer- en ontwikkelingsachterstanden als gevolg van COVID-19. In 2020 heeft Obase hiervoor € 149.400 ontvangen. In eerste instantie moest de subsidie in 2020 besteed worden, maar door de tweede lockdown is versoepeling toegepast en mogen de scholen de subsidie ook in 2021 besteden. Obase heeft in 2020 € 84.000 besteed, het restant wordt in 2021 besteed. 27/74
7.
Continuïteitsparagraaf
Vanaf verslagjaar 2013 is het verplicht om in het bestuursverslag een continuïteitsparagraaf op te nemen. In deze paragraaf dienen de kengetallen fte en leerlingenaantallen ten aanzien van het verslagjaar en de prognose tot en met verslagjaar t +5 te worden opgenomen. Eveneens dient in het bestuursverslag een meerjarenbegroting te worden opgenomen. Obase heeft zowel de begroting 2021 als de meerjarenbegroting 2022-2025 zelf opgesteld. 7.1 Kengetallen fte en leerlingenaantallen Kengetallen Personele bezetting in FTE per 31-12: Management/ directie Onderwijzend personeel Overig personeel Totale personele bezetting Leerlingenaantallen per 1-10: Basisonderwijs Speciaal basisonderwijs Totaal leerlingenaantallen
Verslagjaar 2020
Prognose 2021
Prognose 2022
Prognose 2023
Prognose 2024
Prognose 2025
12
12
12
12
12
12
70
69
68
67
67
67
26 108
26 107
26 106
26 105
26 105
26 105
1.189 52
1.206 50
1.164 50
1.180 50
1.197 50
1.187 50
1.241
1.256
1.214
1.230
1.247
1.237
De meerjarenbegroting 2022-2025 is opgesteld op basis van de leerlingentelling per 1-102020 en de prognose van Pronexus (leerlingprognose opgesteld in opdracht van de gemeente Schouwen-Duiveland) van maart 2020. Vanuit deze prognose is de verwachting dat het leerlingenaantal in de komende jaren stabiel blijft.
28/74
7.2 Meerjarenbegroting 2021-2025 In december 2020 heeft de Raad van Toezicht de begroting 2021 en de meerjarenbegroting 2022-2025 goedgekeurd. De meerjarenbegroting 2021-2025 luidt als volgt in euro’s: Balans Jaarrekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Materiële vaste activa
1.370.950
1.526.821
1.525.886
1.488.880
1.453.584
1.465.755
Financiële vaste activa
34.474 1.405.424
1.526.821
1.525.886
1.488.880
1.453.584
1.465.755
730.053
704.171
704.171
704.171
704.171
704.171
Liquide middelen
1.831.081
1.274.749
1.217.640
1.143.949
1.190.356
1.309.952
Vlottende activa
2.561.134
1.978.920
1.921.811
1.848.120
1.894.527
2.014.123
Totaal activa
3.966.558
3.505.741
3.447.697
3.337.000
3.348.111
3.479.878
Jaarrekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
1.074.151
909.550
950.730
893.743
904.358
1.040.347
Bestemmingsfonds publiek
195.901
173.571
152.604
135.298
119.448
105.274
Bestemmingsfonds privaat
25.316
25.316
25.316
25.316
25.316
25.316
Eigen vermogen
1.295.368
1.108.437
1.128.650
1.054.357
1.049.122
1.170.937
Voorzieningen
632.331
577.304
499.047
462.643
478.989
488.941
Kortlopende schulden
2.038.859
1.820.000
1.820.000
1.820.000
1.820.000
1.820.000
Totaal passiva
3.966.558
3.505.741
3.447.697
3.337.000
3.348.111
3.479.878
Activa
Totaal vaste activa Vorderingen
Passiva
Algemene reserve
29/74
Staat van baten en lasten
Jaarrekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
9.344.479
9.319.168
9.220.934
9.051.952
9.033.292
9.217.668
Overige overheidsbijdragen
89.802
53.264
53.264
53.264
53.264
53.264
Overige baten
180.627
205.584
205.584
205.584
205.584
205.584
Totale baten
9.614.908
9.578.016
9.479.782
9.310.800
9.292.140
9.476.516
Personeelslasten
8.182.606
7.973.051
7.791.895
7.685.348
7.620.340
7.669.133
Afschrijvingen
188.527
184.118
190.935
202.006
200.296
187.829
Huisvestingslasten
726.988
706.065
706.065
706.065
706.065
706.065
Baten Rijksbijdragen
Lasten
Overige lasten
775.341
764.612
766.174
787.174
766.174
787.174
Totale lasten
9.873.462
9.627.846
9.455.069
9.380.593
9.292.875
9.350.201
Saldo baten en lasten
-258.554
-49.830
24.713
-69.793
-735
126.315
-4.497
-4.500
-4.500
-4.500
-4.500
-4.500
-263.051
-54.330
20.213
-74.293
-5.235
121.815
Vrijval 1e waardering vaste activa
25.381
22.330
20.967
17.306
15.850
14.174
Totaal resultaat met vrijval 1e waardering vaste activa
-237.670
-32.000
41.180
-56.987
10.615
135.989
Saldo financiële baten en lasten
Resultaat
30/74
Vanuit deze meerjarenbegroting zijn de kengetallen opgenomen. Deze kengetallen geven inzicht in de toekomstige financiële positie van Obase. Naast deze kengetallen is de signaleringswaarde van de onderwijsinspectie opgenomen. Kengetallen Jaarrekening 2019
Jaarrekening 2020
Liquiditeit
1,44
1,26
1,09
1,06
1,02
1,04
1,11
Solvabiliteit 1
0,41
0,33
0,32
0,33
0,32
0,31
0,34
nvt
Solvabiliteit 2
0,57
0,49
0,48
0,47
0,45
0,46
0,48
< 0,30
Rentabiliteit
-0,02
-0,03
0,00
0,00
0,00
0,00
0,01
≤ 0,00
Weerstandsvermogen
0,17
0,13
0,12
0,12
0,11
0,11
0,12
< 0,05
Huisvestingsratio
0,08
0,08
0,08
0,08
0,08
0,08
0,08
> 0,10
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2021 2022 2023 2024 2025
signaleringswaarde inspectie < 0,75
De kengetallen die uit deze meerjarenbegroting voortvloeien blijven op langere termijn goed en blijven rond de signaleringswaarde van de onderwijsinspectie. De huisvestingsratio is vrij hoog, maar blijft onder de signaleringswaarde. Verschillende gebouwen waarin de scholen van Obase zijn gehuisvest, zijn ouder dan 40 jaar. Eveneens is door krimp van de afgelopen jaren de capaciteit van sommige onderwijsgebouwen aan de ruime kant. De gemeente heeft in een nieuw Integraal Huisvestingsplan opgesteld. Op basis van dit plan zal in de komende jaren renovatie of nieuwbouw plaatsvinden. 7.3 Rapportage aanwezigheid en werking van het interne risicobeheersings- en controlesysteem Stichting Obase heeft sinds 1 januari 2007 de financiële administratie in eigen beheer. Voor de beheersing volgt Obase een planning- en controlcyclus. Jaarlijks wordt de begroting conform de statuten van de stichting goedgekeurd door de Raad van Toezicht. Deze begroting is het kader waarbinnen het komende jaar gewerkt mag worden. Bij de begroting wordt ook een meerjarenbegroting over vier jaren aan de Raad van Toezicht voorgelegd, zodat dit een doorkijk geeft naar de financiële positie op de langere termijn. De begroting wordt opgesteld met het principe dat de baten en lasten in evenwicht zijn.
Indien in de loop van het kalenderjaar afwijkingen op de begroting ontstaan, wordt een begrotingswijziging ingediend bij de Raad van Toezicht. Naast deze bewaking van de begroting wordt in september jaarlijks een doorrekening gemaakt van de formatie van het nieuwe schooljaar ter toets of de formatieplanning is uitgekomen. Aan het einde van de cyclus komt de jaarrekening, die gecontroleerd wordt door de accountant. Stichting Obase beschikt niet over een gestructureerde risicobeheersings- en controlesysteem. Op rapportagemomenten worden risico’s (en eventuele 31/74
beheersmaatregelen) geïnventariseerd. Indien risico’s acuut worden, wordt naar bevinding van zaken gehandeld. In 2017 is een risicotool aangeschaft door Obase. De implementatie heeft nog niet plaatsgehad. 7.4 Risico’s en onzekerheden Bij het opstellen van de meerjarenbegroting wordt jaarlijks een risicoparagraaf opgesteld. De belangrijkste risico’s, die Obase onderkent zijn, de krimp van leerlingen en mogelijke leegstand van lokalen en privacywetgeving. Krimp Zoals uit paragraaf 8.1 blijft het leerlingaantal van Obase de komende jaren stabiel. Echter dit blijven prognoses. Een daling van het aantal leerlingen heeft gevolgen voor de inkomsten, de rijksbijdragen. Het ministerie hanteert een t-1 systematiek, dat betekent dat de leerlingen die in dit schooljaar geteld worden, pas bekostiging oplevert in het volgend schooljaar. Dus bij daling van leerlingen vermindert de rijksbijdrage in het volgende schooljaar. Om hierop in te spelen heeft Obase sinds schooljaar 2013-2014 de formatieplanning gebaseerd op t-systematiek. Bij een t-systematiek betekent het dat de scholen hun personeelsformatie krijgen die gebaseerd is op het werkelijk aantal leerlingen. De bekostiging vanuit het ministerie is nog wel gebaseerd op t-1. Hierdoor ontstaat ruimte binnen de rijksbijdrage, die Obase de naam “personele buffer” gegeven heeft.
Deze personele buffer wordt gebruikt om knelpunten op te lossen die gedurende een schooljaar kunnen ontstaan. Door deze systematiek is de risicobereidheid van Obase laag en kan hiermee het risico van leerlingdaling worden afgedekt. Leegstand Een daling van leerlingen heeft niet alleen gevolgen voor de personeelsformatie, zoals beschreven bij het onderdeel krimp, maar op termijn ook gevolgen voor de schoolgebouwen. De bekostiging van de exploitatielasten van schoolgebouwen, zoals schoonmaak, onderhoud en energie, is gebaseerd op het aantal leerlingen. Bij daling van leerlingen, wordt de bekostiging ook minder, echter de schoolgebouwen blijven hetzelfde. Op termijn bestaat het risico dat de exploitatielasten niet meer volledig gedekt kunnen worden uit de rijksbijdrage materiële instandhouding. Vanaf de begroting 2018 zijn maatregelen getroffen voor dekking van de exploitatielasten. De afbouw van de bijdrage compensatie energie, onderhoud en schoonmaak wordt opgevangen binnen de personeelsformatie. Obase schat in dat de risicobereidheid voor de komende jaren laag is, gezien het stabiele leerlingaantal. Met de invoering van het nieuwe Integraal Huisvestingsplan zijn er voor Obase mogelijkheden om deze risico’s af te dekken. Privacywetgeving In 2017 is een start gemaakt om het ICT- en privacybeleid voor Obase te formuleren. Hiervoor is een overeenkomst afgesloten met YourSafetynet.
YourSafetynet brengt in beeld wat de stand nu is en welke zaken nog moeten worden geregeld. Deze werkzaamheden zijn in 2018 verder uitgevoerd. Door het gebruik van YourSafetynet kan gesteld worden dat de risicobereidheid van Obase laag is en met dit beleid de risico’s kunnen worden afgedekt.
32/74
8.
Verslag Raad van Toezicht 2020
8.1 Algemeen In overeenstemming met artikel 18 van de statuten van de Stichting Obase legt de Raad van Toezicht (RvT) door middel van dit verslag verantwoording af over haar werkzaamheden over het afgelopen jaar. 8.2 Positie De Raad van Toezicht oefent binnen de Stichting Obase toezicht uit op het bestuur van het openbaar primair onderwijs op Schouwen-Duiveland. De werkzaamheden van de raad zijn nader te omschrijven d.m.v. de volgende aandachtsgebieden: het feitelijk houden van toezicht, het werkgeverschap voor de directeur-bestuurder en het vervullen van een klankbordfunctie voor de directeur-bestuurder. Taken en verantwoordelijkheden van de Raad van Toezicht zijn vastgelegd in de Wet op het Primair Onderwijs en in de statuten van de Stichting Obase. De Raad oefent haar werkzaamheden uit op basis van de Code Goed Bestuur in het primair onderwijs van de PO raad én namens de samenleving, zoals die vertegenwoordigd wordt door de gemeenteraad. De leden van de Raad van Toezicht worden dan ook, op voordracht vanuit de Stichting Obase, benoemd door de gemeenteraad van Schouwen-Duiveland. De invulling van het toezicht is vastgelegd in het interne toezichtkader van de RvT. De Raad van Toezicht is lid van de VTOI (Vereniging van Toezichthouders van Onderwijsinstellingen).
Via deze organisatie krijgt de raad voeding over datgene wat van de raad als toezichthouder en als werkgever van de bestuurder mag worden verwacht en hoe de raad daarin moet en kan sturen. Obase is ook aangesloten bij VOS/ABB. Met die organisatie wordt samengewerkt m.b.t. advies en ondersteuning. Naast de afstemming met de directeur-bestuurder onderhoudt de RvT contacten met de GMR. Eerder is hiervoor als uitgangspunt geformuleerd om ´wederzijds 1 x per jaar een vergadering bij te wonen. Daarbij kan bekeken worden of aansluitend aan bestaande vergaderingen (delegaties van) GMR en RvT elkaar kunnen treffen om te spreken over onderwerpen die voor beiden relevant zijn´. Nadien is tussen de voorzitter GMR en de voorzitter RvT besproken dat het zinvoller lijkt om gezamenlijk thema´s te bespreken die voor zowel GMR als RvT relevant zijn, in plaats van het over en weer bijwonen van elkaars vergaderingen. 8.3 Samenstelling van de Raad van Toezicht Op 1 januari 2020 bestond de Raad van Toezicht van de Stichting Obase uit de volgende personen: Voorzitter
de heer R.A. Sperna Weiland
tevens voorzitter remuneratiecommissie en lid auditcommissie
Vice-voorzitter
de heer E.J.A. Fagg*
tevens voorzitter auditcommissie
Secretaris
mw. N.M. Duinkerke
tevens lid remuneratiecommissie
*De heer Fagg is door de gemeenteraad benoemd op voordracht van de GMR van Obase. 33/74
De RvT bestaat in principe uit 5 leden. Statutair is vastgelegd dat de RvT tenminste uit 5 leden bestaat. De omvang van de Stichting Obase rechtvaardigt om uit te gaan van de statutaire ondergrens van 5 leden. Gezien de al eerder gestarte en in 2020 voortgezette besprekingen over bestuurlijke samenwerking/fusie (zie paragraaf 9.7.2) is er voor gekozen om twee in de loop der tijd ontstane vacatures niet op te vullen. Gedurende het kalenderjaar 2020 is geen wijziging opgetreden in de samenstelling en taakverdeling binnen de RvT. Het overzicht per 1 januari 2020 geldt derhalve onverkort voor de situatie per 31 december 2020. 8.4 Persoonlijke gegevens Raad van Toezicht Naam R.A. Sperna Weiland
Hoofdfunctie Gepensioneerd, laatstelijk werkzaam als Hoofd Bureau Mediadiensten Provincie Zuid-Holland
Nevenactiviteiten Toezichthouder Stichting Obase
E.J.A. Fagg
Directeur Scheldemond College
Toezichthouder Stichting Obase
N.M. Duinkerke
Bestuurssecretaris Scalda Stichting voor MBO en volwasseneducatie
Toezichthouder Stichting Obase
8.5 Rooster van aftreden Raad van Toezicht Voor de Raad van Toezicht is onderstaand rooster van aftreden vastgesteld. Ter aanvulling: volgens de vigerende statuten kunnen leden voor 3 termijnen van 4 jaar worden benoemd, zodat statutair de maximale zittingsperiode twaalf jaar bedraagt. In onderstaande tabel is met een derde zittingstermijn geen rekening gehouden. Door de RvT wordt een dergelijke zittingsperiode in beginsel ook niet wenselijk geacht. Dit is in lijn met de Code Goed Bestuur in het primair onderwijs die zich uitspreekt over een totale zittingsduur van een lid van het intern toezichtsorgaan van maximaal acht jaar.
Datum benoeming
Datum benoeming 2e termijn
Datum aftreden
E.J.A. Fagg
01-05-2016
01-05-2020
01-05-2024
N.M. Duinkerke
01-05-2016
01-05-2020
01-05-2024
R.A. Sperna Weiland
01-05-2017
Naam
01-05-2025
34/74
8.6 Bezoldiging Raad van Toezicht In 2018 is een nieuwe regeling voor de honorering van de werkzaamheden voor de RvT vastgesteld. Bij deze herziening is rekening gehouden met de verhouding in de omvang van de werkzaamheden tussen leden en voorzitter. Dit leidt tot het volgende overzicht: Naam
Bezoldiging (excl. BTW)
R.A. Sperna Weiland
€ 6000
E.J.A. Fagg
€ 4000
N.M. Duinkerke
€ 4000
Daarnaast is er een kilometervergoeding en een professionaliseringsbudget ad € 1.500,- excl. BTW per RvT-lid per jaar. In 2020 is van dit individuele professionaliseringsbudget geen gebruik gemaakt. In verband met de voorziene omvang van de tijdsbesteding voor de RvT-leden samenhangend met de intensieve besprekingen over bestuurlijke samenwerking met de Stichting OcTHO (Tholen) en de kleinere bezetting van de RvT- heeft de raad op haar vergadering van 28 oktober 2019 besloten om bovenstaande vergoedingen voor het jaar 2020 incidenteel met € 1.000 te verhogen. Een overzicht van de in 2020 betaalde vergoedingen aan de leden van de Raad van Toezicht is opgenomen in de jaarrekening 2020 (bijlage Wet Normering Topfunctionarissen). 8.7 Vergaderfrequentie, onderwerpen en besluiten 8.7.1 Overlegvergaderingen met de directeur-bestuurder Vanuit haar toezichthoudende rol heeft de raad zich in het verslagjaar gebogen over de stukken waarvoor zij binnen de jaarcyclus een bijzondere verantwoordelijkheid heeft. Daartoe heeft de raad in het verslagjaar volgens de reguliere planning 4 keer overleg gevoerd met de directeur-bestuurder. In deze vergaderingen werden ook lopende zaken en actuele ontwikkelingen besproken. Daarnaast zijn er gedurende het jaar een aantal extra overlegvergaderingen met de directeur-bestuurder ingelast, specifiek ter bespreking van de stand van zaken/voortgang m.b.t.
de beoogde bestuurlijke samenwerking met de Stichting OcTHO en het bepalen van de positie van Obase in dezen. Vanwege de maatregelen in het kader van covid-19 hebben deze overleggen deels op afstand (Teams, Zoom) plaatsgehad. 8.7.2 Interne RvT-vergaderingen Naast de overlegvergaderingen met de directeur-bestuurder zijn er in 2020 drie interne RvT bijeenkomsten geweest. Hierin zijn specifieke RvT aangelegenheden besproken, samenhangend met de invulling van de rol van de RvT als toezichthouder en als werkgever. 35/74
De belangrijkste besluiten van de Raad van Toezicht betreffen: Vergaderdatum Besluit 30-3-2020
De RvT besluit op grond van het rapport ‘Effectenonderzoek Bestuurlijke samenwerking Obase – OcTHO’ haar goedkeuring te geven om door te gaan met het proces bestuurlijke samenwerking.
30-3-2020
Mevrouw N. Duinkerke en de heer E. Fagg worden benoemd voor een tweede zittingstermijn in de RvT, ingaande 1-5-2020.
23-6-2020
Aannemende dat de aanpassingen door de controller zijn verwerkt, wordt het jaarverslag Obase 2019 door de RvT goedgekeurd.
23-6-2020
De RvT verleent de directeur-bestuurder décharge voor het in 2019 gevoerde beleid, voor zo ver van dat beleid uit de jaarrekening blijkt of dat beleid aan de RvT bekend is gemaakt.
7-9-2020
De RvT besluit haar goedkeuring te verlenen aan het uitwerkingsrapport (inclusief fusie-effectenrapportage); eindversie d.d. 14 juli 2020. De RvT heeft dit oordeel mede gebaseerd op de aanbiedingsbrief van 20 juli bij het uitwerkingsrapport, waarin verwezen wordt naar de nog op te stellen nieuwe statuten en het managementstatuut, waarvoor aanvullend nog om goedkeuring wordt gevraagd en op de afspraak dat eind september een uitwerking zal zijn opgesteld van de organisatorische inrichting (managementdriehoek).
7-9-2020
De RvT besluit haar goedkeuring te verlenen aan de bestuurlijke fusie tussen Obase en OcTHO, zo mogelijk per 1 januari 2021.
10-12-2020
De RvT keurt de begroting Obase 2021 goed onder voorwaarde dat er een taakstelling is van € 32.000 zodat de begroting uitkomt op € 0. De RvT keurt tevens de Meerjarenbegroting Obase 2021 - 2025 goed.
In aanvulling op dit overzicht volgt hieronder een toelichting, thematisch geordend, op de belangrijkste onderwerpen waarover de RvT als toezichthouder en tevens (strategisch) klankbord voor de directeur-bestuurder overleg heeft gevoerd, dan wel is geïnformeerd. Bestuurlijke samenwerking met OcTHO: Gedurende het hele jaar 2020 heeft het traject om te komen tot bestuurlijke samenwerking/fusie tussen Obase en OcTHO als een rode draad gefungeerd in de werkzaamheden van de RvT. Naast de inhoudelijke aspecten heeft de focus van de raad hierbij gelegen op het proces en de communicatie daarover. Dit heeft veel tijd en energie van de raad gevergd, onder meer tot uiting komend in een groot aantal vergadermomenten. Dit betreft zowel intern overleg met de directeur-bestuurder, als afstemming met de RvT van OcTHO; dit laatste zowel plenair als in de vorm van bilateraal overleg tussen beide voorzitters. De RvT heeft op verschillende beslismomenten haar goedkeuring verleend aan de voortgang van het traject (zie hiertoe bovenstaande besluitenlijst), zo mogelijk uitmondend in een bestuurlijke fusie per 1 januari 2021. Gaandeweg is naar voren gekomen dat voor Obase om 36/74
redenen van - kort samengevat - cultuur- en faseverschillen tussen beide organisaties de haalbaarheid van een fusie op afzienbare termijn uit beeld raakte. In een gezamenlijke brief van de directeur-bestuurder en de voorzitters van RvT en GMR is begin november aan OcTHO medegedeeld dat RvT, GMR en bestuur van Obase na uitgebreid beraad ervoor kiezen om het fusietraject te beëindigen. In een overleg tussen bestuurders en raden van toezicht van Obase en OcTHO is dit op 3 december nader doorgesproken. Daarbij heeft Obase zich uitgesproken geen stip op de horizon te zien. Na alle verwachtingen en geleverde inspanningen betreurt de RvT deze uitkomst, maar ziet dit als de thans enig denkbare stap. In het uitwerkingstraject op weg naar de beoogde bestuurlijke fusie zijn inzichten ontwikkeld m.b.t. managementstructuur, managementstatuut en een nieuw concept-statuut, die ook waardevol en bruikbaar zijn voor de inrichting van de eigen Obase-organisatie. Covid-19: Vanaf maart heeft het onderwijs te kampen gehad met de maatregelen in het kader van het terugdringen van het coronavirus. Dit heeft forse impact voor leerlingen, ouders, leerkrachten en ondersteunend personeel. De RvT heeft hierbij - in letterlijke zin - op afstand gestaan. Wel is de RvT, onder meer door middel via het toezenden van de interne nieuwsbrieven, goed geïnformeerd over de wijze waarop Obase dit heeft opgepakt.
De RvT heeft haar waardering voor de inzet van alle betrokkenen willen onderstrepen door middel van een kaart die naar alle medewerkers op de scholen is gegaan. Als gevolg van covid-19 zijn de voor de RvT in 2020 geplande schoolbezoeken komen te vervallen. Onderwijs / Onderwijskwaliteitszorg(systeem): In het herziene Toezichtkader (2019) heeft de raad haar statutaire taak van het ‘goedkeuren van het strategisch meerjarenplan’ verbreed naar ‘toezicht op de kwaliteit van het onderwijs’. Dit doet recht aan de hoofddoelstelling van de Stichting Obase: het realiseren van kwalitatief hoogwaardig openbaar primair onderwijs. In 2019 is hier op verschillende wijze invulling aan gegeven. In de eerste plaats heeft de RvT in 2019 de schoolbezoeken weer opgepakt. September 2019 is er een RvTthemabijeenkomst belegd over kwaliteitszorg. Op deze bijeenkomst is de raad geïnformeerd over de wijze waarop Obase invulling geeft aan kwaliteitszorg, i.h.b. aan de hand van het gehanteerde kwaliteitszorgsysteem. Uitgesproken is om hier in een nieuwe themabijeenkomst vervolg aan te geven. In het schooljaar 2018 - 2019 hebben alle scholen van Obase een interne bestuursvisitatie gekregen. De RvT heeft de rapporten van deze visitaties ontvangen en langs die weg meer inzicht in de scholen gekregen.
Voorts heeft de RvT met de directeur-bestuurder afgestemd dat zij in het kader van haar informatievoorziening ook overleg met schooldirecteuren wil initiëren. In het kader van het bestuursonderzoek van de inspectie aan Obase heeft en delegatie van de RvT een gesprek met de inspectie gevoerd. De versterkte aandacht binnen de RvT voor onderwijs(kwaliteitszorg) heeft door omstandigheden (tijdsbeslag van het fusietraject; covid-19) in 2020 niet het gewenste vervolg gekregen. De RvT neemt zich voor om in 2021 hier weer meer tijd en aandacht voor in te ruimen. De RvT realiseert zich hierbij wel dat dit opnieuw door covid-19 (ten dele) doorkruist kan worden. Huisvesting: In het verslagjaar hebben een aantal zaken gespeeld op het gebied van huisvesting. Dit strekt zich uit tot voorbereiding, uitvoering, dan wel realisatie van verschillende huisvestingsprojecten. De raad is door de directeur-bestuurder op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen. 37/74
Voortgang lopende juridische procedures: de RVT is door de directeur-bestuurder op de hoogte gehouden van de stand van zaken / uitkomsten van juridische procedures. 8.7.3 Deskundigheidsbevordering/scholing Begin 2020 is er op uitnodiging van OcTHO een gezamenlijke studiedag geweest van bestuurders en raden van toezicht van Obase en OcTHO rond het onderwerp ‘Toezien op strategievorming’. Naast de inhoudelijke gedachtenwisseling had deze dag mede tot doel bij te dragen aan verdere kennismaking tussen de vertegenwoordigers van beide organisaties. 8.8 Commissies Bij de verdeling van werkzaamheden maakt de raad gebruik van een tweetal commissies: de auditcommissie en de remuneratiecommissie. Dit maakt een zekere spreiding van de toezichthoudende werkzaamheden mogelijk. Dit betekent echter niet dat de raad met portefeuillehouders werkt. De raad wenst invulling aan haar rol te geven op basis van integraal toezicht. Voor de samenstelling van de commissies wordt verwezen naar paragraaf 9.3. 8.8.1 Auditcommissie Deze commissie adviseert de Raad van Toezicht m.b.t. de goedkeuring van de financiële jaarstukken. De werkzaamheden van de auditcommissie hebben zich in 2020 geconcentreerd op het jaarverslag / de jaarrekening 2019 en de begroting 2021, resp. de meerjarenbegroting 2021 - 2025.
De auditcommissie heeft in tegenwoordigheid van accountantskantoor Deloitte de jaarrekening van Obase doorgesproken. Hierbij is het concept-accountantsverslag als leidraad gehanteerd. Na de behandeling van het concept-accountantsverslag met Deloitte is aansluitend het jaarverslag van Obase intern nog doorgenomen, m.n. wat betreft enkele tekstuele zaken. Los van de terugblik over 2019 is, mede op aangeven van het accountantsverslag, nog in verkennende zin doorgesproken over de wijze van verwerken van de kosten van groot onderhoud: gebruik van een voorziening vs. activeren en afschrijven. Op basis van de bevindingen van de auditcommissie heeft de RvT op haar vergadering van 23 juni 2020 het jaarverslag / de jaarrekening 2019 goedgekeurd en de directeur-bestuurder décharge verleend. M.b.t. de begroting 2021 en de meerjarenbegroting 2021 - 2025 heeft de auditcommissie haar waardering uitgesproken over de goed gedocumenteerde stukken. Wel baart het resultaat van de begroting 2021 (€ - 32.000) de auditcommissie zorgen, zeker bezien in het licht van de negatieve gerealiseerde resultaten over de jaren 2017 t/m 2020 (prognose). De cijfers laten zien dat de balans tussen investeren in onderwijs en het behouden van een verantwoorde financiële positie de komende tijd aandacht behoeft.
Ter aanvulling merkt de auditcommissie nog het volgende op: krapte aan middelen noodzaakt tot een zorgvuldige besteding daarvan. Doelmatigheid van de inzet van middelen is dan ook een belangrijke toetssteen bij het beoordelen van de financiële cijfers. De auditcommissie is van mening dat de gedegen opzet van de begroting en jaarstukken van Obase haar in toereikende mate het handvat biedt om een weging te kunnen maken van de doelmatigheid van de inzet van middelen. Voorts heeft de auditcommissie kanttekeningen geplaatst bij de analyse van de financiële positie (hoofdstuk 4 van de begroting 2021). Het gaat hierbij om de interpretatie van de financiële kengetallen. Tenslotte heeft de auditcommissie nog enkele verduidelijkingsvragen gesteld bij specifieke begrotingsposten. 38/74
De auditcommissie heeft zich uitgesproken voor een taakstellende bezuiniging van € 32.000 bij de bedrijfsvoering over 2021. Dit moet resulteren in een sluitend financieel resultaat. Op de RvT vergadering van 10 december is aldus besloten. Daarnaast heeft de auditcommissie de wenselijkheid uitgesproken dat - gezien de relatie tussen de begroting en het bestuursformatieplan - de RvT ook het bestuursformatieplan ter informatie ontvangt. 8.8.2 Remuneratiecommissie Deze commissie adviseert de raad m.b.t. de invulling van de werkgeversrol voor de directeur-bestuurder. Daarnaast voert de remuneratiecommissie de functionerings- / beoordelingsgesprekken met de directeur-bestuurder. De remuneratiecommissie heeft het voeren van jaarlijkse gesprekken met de directeur-bestuurder in 2019 hernieuwd opgepakt. Door het tijdsbeslag, verband houdende met het traject m.b.t. de bestuurlijke fusie is het functioneringsgesprek met de directeur-bestuurder over het jaar 2020 heen getild. Wel heeft de RvT de uitgangspunten en het aan de directeur-bestuurder te vragen voorwerk voor dit gesprek intern doorgesproken en met de directeur-bestuurder gecommuniceerd. 8.9 Overleg met de GMR De RvT acht het - los van het in de ´Code Goed Bestuur in het Primair Onderwijs´ (art.
22) vastgelegde uitgangspunt dat de raad tenminste tweemaal per jaar overleg pleegt met de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad - van belang om periodiek van gedachten te wisselen met de GMR over onderwerpen die voor beiden relevant zijn. Niettegenstaande dit uitgangspunt is de afstemming met de GMR in 2020 beperkt, maar wel van belang geweest. Er is in het najaar één keer bilateraal overleg geweest tussen de voorzitters van GMR en RvT. Hierbij stond het traject m.b.t. de bestuurlijke samenwerking/fusie met OcTHO centraal. Tevens is toen globaal gesproken over de kijk van de GMR op hoe de zaken binnen Obase verlopen. Ondanks het beperkte contact tussen de beide geledingen is tussen de voorzitters van GMR en RvT uitgesproken dat zij elkaar indien nodig of wenselijk goed weten te vinden. Daarnaast is de voorzitter van de GMR aanwezig geweest bij de RvT vergadering van 26 oktober in verband met het redigeren van de gezamenlijke brief van bestuur, GMR en RvT aan OcTHO in verband met beëindiging van het fusietraject. Ondanks de teleurstellende uitkomst van de fusiebesprekingen is de RvT blij met de gebleken interne unanimiteit bij het nemen van deze zwaarwegende beslissing. 8.10 Zelfevaluatie RvT 2020 In de werkzaamheden van de RvT in 2020 heeft de focus in sterke mate gelegen op de samenwerking / fusie met OcTHO.
Dat is voor de RvT aanleiding geweest om het fusietraject centraal te stellen in de zelfevaluatie over 2020. Kernvragen daarbij: - wat ging er goed/minder goed in het traject, m.n. bezien vanuit de eigen rol als RvT - wat zijn eventuele leerpunten / opgedane inzichten uit het traject. Daarnaast heeft de RvT nog enkele punten doorgesproken. Dit betreft: de omvang van de RvT, taakvervulling van de RvT in 2021 en het contact met de GMR. Tenslotte zijn de accenten die de RvT in de zelfevaluatie 2019 heeft benoemd voor haar werkzaamheden in 2020 afgezet tegen de realisatie en is aan de hand daarvan gekeken naar de betekenis voor de activiteiten van de RvT in 2021.
39/74
De uitkomsten van de zelfevaluatie zijn vastgelegd in de notitie ‘Bevindingen Zelfevaluatie Raad van Toezicht Stichting Obase 2020’. Deze verslaglegging is in de RvT vergadering van 29 maart 2021 gedeeld met de directeur-bestuurder.
40/74
Jaarrekening 2020 Stichting Obase
41/74
A.1.1.
Balans per 31-12-2020 (na resultaatbestemming)
1
Activa
31-12-2020
31-12-2019
EUR
EUR
Vaste activa 1.2 1.3
Materiële vaste activa Financiële vaste activa
1.370.950 34.474
Totaal vaste activa
1.402.392 32.074 1.405.424
1.434.466
Vlottende activa 1.5 1.7
Vorderingen Liquide middelen
730.053 1.831.081
740.231 1.634.622
Totaal vlottende activa
2.561.134
2.374.853
Totaal activa
3.966.558
3.809.319
2
Passiva
2.1
Eigen vermogen
1.295.368
1.558.418
2.3
Voorzieningen
632.331
600.995
2.5
Kortlopende schulden
2.038.859
1.649.906
Totaal passiva
3.966.558
3.809.319
31-12-2020 EUR
31-12-2019 EUR
42/74
A.1.2.
Staat van baten en lasten over 2020
3
Baten
3.1 3.2 3.5
Rijksbijdragen Overige overheidsbijdragen Overige baten
2020
Begroting 2020
2019
EUR
EUR
EUR
9.344.479 89.802 180.627
Totaal baten
4
Lasten
4.1 4.2 4.3 4.4
Personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten
5
8.990.632 78.264 175.533 9.614.908
8.182.606 188.527 726.988 775.341
8.721.616 121.756 147.769 9.244.430
7.562.509 174.338 718.758 807.606
8.991.141
7.522.185 203.340 723.204 724.106
Totaal lasten
9.873.462
9.263.211
9.172.835
Saldo baten en lasten
-258.554
-18.781
-181.695
Financiële baten en lasten
-4.497
-6.600
-4.618
-4.497
-6.600
-4.618
Resultaat
-263.051
-25.381
-186.313
Totaal resultaat
-263.051
-25.381
-186.313
Vrijval reserve 1e waardering
25.381
25.381
27.451
Te bestemmen resultaat
-237.670
0
-158.862
43/74
A.1.3.
Kasstroomoverzicht over 2020 2020 EUR
2019 EUR
Kasstroom uit operationele activiteiten Resultaat Aanpassingen voor: - Afschrijvingen - Mutaties financiële vaste activa - Mutaties voorzieningen - Ov mutaties eigen vermogen
-258.554
188.527 -2.400 31.336 0
-181.695
203.340 450 33.604 0 217.463
Veranderingen in vlottende middelen: - Voorraden - Vorderingen - Kortlopende schulden
0 10.178 388.953
Kasstroom uit bedrijfsoperaties Ontvangen interest Betaalde interest Buitengewoon resultaat
0 142.361 510.705 399.131
653.067
358.040
708.766
0 -4.497 0
Totale kasstroom uit operationele activiteiten
237.394
0 -4.618 0 -4.497
-4.618
353.544
704.147
Kasstroom uit investeringsactiviteiten Investeringen in materiële vaste activa Desinvesteringen in materiële vaste activa
-157.084 0
Totale kasstroom uit investeringsactiviteiten
-190.844 0 -157.084
-190.844
-157.084
-190.844
Kasstroom uit financieringsactiviteiten Nieuw opgenomen leningen Aflossing langlopende schulden
0 0
0 0 0
0
0
0
Mutatie liquide middelen
196.459
513.303
Saldo liquide middelen per 1-1: Saldo liquide middelen per 31-12: Mutatie liquide middelen:
1.634.622 1.831.081 196.459
1.121.318 1.634.622 513.303
Totale kasstroom uit financieringsactiviteiten
44/74
Grondslagen Algemeen De jaarrekening is opgemaakt volgens de voorschriften van boek 2 titel 9 en de Richtlijn Jaarverslaggeving 660. De in het financieel bestuursverslag opgenomen bedragen luiden in hele euro’s. De algemene grondslag voor de waardering van activa en passiva, alsmede voor het bepalen van het resultaat, is de verkrijgingprijs. Voor zover niet anders vermeld, worden activa en passiva opgenomen voor de nominale waarde. Voor zover van toepassing zijn ter vergelijking opgenomen de realisatiecijfers van het voorgaande jaar, alsmede van de begroting over het huidige jaar. Obase verwacht geen materiële financiële gevolgen of liquiditeitsproblemen door de corona-crisis. De corona-crisis heeft geen invloed op de continuïteit van Obase. Grondslagen voor de waardering van activa en passiva Materiële vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd op aanschafwaarde, verminderd met lineair berekende afschrijvingen, gebaseerd op de verwachte economische levensduur. In het jaar volgend op het investeringsjaar wordt begonnen met afschrijven. In 2004 heeft een taxatie van de materiële vaste activa plaatsgevonden door ZNEB, de activa vanaf 1-1-2005 is gebaseerd op werkelijke uitgaven. Het economische eigendom van de schoolgebouwen is in handen van de gemeente. Het juridisch eigendom berust bij het stichtingsbestuur.
Financiële vaste activa Onder financiële vaste activa zijn waarborgsommen opgenomen. Deze zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs. Vorderingen De vorderingen worden opgenomen tegen nominale waarde, voor zover noodzakelijk onder aftrek van een voorziening voor het risico van oninbaarheid. Liquide middelen De liquide middelen zijn, voor zover niet anders vermeld, opgenomen tegen de nominale waarde. Reserve eerste activering MVA Deze bestemmingsreserve is gevormd door de activering van een deel van de aanwezige inventaris. Jaarlijks valt middels resultaatbestemming een deel van deze bestemmingsreserve vrij, dat overeenkomt met de afschrijvingslast van de geactiveerde inventaris.
45/74
Reserve professionalisering Raad van Toezicht Elk lid van de Raad van Toezicht heeft jaarlijks recht op een professionaliseringsbudget van € 1.500 exclusief btw. Indien het budget niet wordt besteed, wordt dit doorgeschoven naar het volgende boekjaar en opgenomen in een bestemmingsreserve. Deze reserve is per 31-12-2020 vrijgevallen ten gunste van de algemene reserve. Reserve professionalisering schoolleiders Vanaf schooljaar 2012-2013 stelt het Ministerie van OCW gelden beschikbaar voor de professionalisering van schoolleiders. Schoolleiders hebben recht op een professionaliseringsbudget. In overleg met de werkgever kan dit budget maximaal voor drie jaren gespaard worden. De niet bestede middelen zijn opgenomen in een bestemmingsreserve. Deze reserve is per 31-12-2020 vrijgevallen ten gunste van de algemene reserve. Bestemmingsfonds BSO De huuropbrengsten van BSO worden in een apart fonds gehouden om de publieke en private middelen van elkaar te scheiden. Deze opbrengsten worden onder andere gebruikt als dekking van de afschrijvingslasten van verbouwingen t.l.v. BSO en de extra jaarlijkse exploitatielasten veroorzaakt door de BSO.
Voorzieningen De voorzieningen worden gevormd voor in rechte of verplichtingen die op balansdatum bestaan en waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijke is, waarvan de hoogte redelijkerwijs geschat kan worden en voor zover deze verplichtingen en risico's niet op activa in mindering zijn gebracht. Eveneens worden voorzieningen gevormd voor verliezen die naar waarschijnlijkheid in de toekomst zullen worden geboekt maar die voortkomen uit risico's die op balansdatum aanwezig zijn. Voorzieningen kunnen worden gevormd ter egalisatie van kosten waarbij een deel van de in de toekomst te verwachten uitgaven zijn oorsprong heeft voor balansdatum. Voorziening jubileum De voorziening jubilea is gevormd ter dekking van de kosten van jubileumgratificaties die op grond van de CAO dienen te worden betaald. Daarbij wordt rekening gehouden met de datum van indiensttreding, blijfkanspercentage, jaarlijkse loonverhoging van 2,5% en een uitkering bij 25- en 40-jarig jubileum conform de CAO. De voorziening is gewaardeerd tegen contante waarde; de disconteringsvoet bedraagt 1%. Voorziening duurzame inzetbaarheid De voorziening is gevormd ter dekking van de kosten van het inzetten van de, voor een afgesproken doel, gespaarde uren duurzame inzetbaarheid op grond van de CAO.
Voorziening buitenonderhoud De voorziening is gevormd ter dekking van de kosten van het buitenonderhoud. De voorziening is gebaseerd op de meerjarenonderhoudsplanning. Vierjaarlijks zal een nieuwe schouwing van de gebouwen plaatsvinden, waaruit een geactualiseerd meerjarenonderhoudsplan uit voort vloeit. In verslagjaar 2020 maakt Obase gebruik van de overgangsregeling voor de voorziening buitenonderhoud.
46/74
Kortlopende schulden De kortlopende schulden hebben een verwachte looptijd van maximaal één jaar.
Grondslagen voor resultaatbepaling Algemeen Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de baten (subsidies en overige baten) en alle hiermee verbonden, aan het verslagjaar toe te rekenen lasten. De lasten worden bepaald met inachtneming van de hiervoor vermelde waarderingsgrondslagen. De baten en lasten worden toegerekend aan de verslagperiode waarop deze betrekking hebben. Rijksbijdragen OCW Onder de rijksbijdragen OCW worden de vergoedingen voor personele en exploitatielasten opgenomen. De (rijks)bijdragen worden toegerekend aan het verslagjaar. Overige overheidsbijdragen Onder de overige overheidsbijdragen worden de vergoedingen opgenomen verstrekt door gemeente. De overige overheidsbijdragen worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben. Overige baten Onder de overige baten worden de vergoedingen opgenomen die niet verstrekt zijn door het Ministerie van OCW, gemeente, provincies of andere overheidsinstellingen. De overige baten worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben. Personele lasten Onder de personele lasten worden de lasten opgenomen van de personeelsleden die in dienst zijn van de rechtspersoon, alsmede de overige personele lasten die betrekking hebben op o.a. het inhuren van extra personeel, scholingskosten, bedrijfsgezondheidszorg.
Pensioenverplichting Stichting Obase heeft voor haar werknemers een toegezegde pensioenregeling. Hiervoor in aanmerking komende werknemers, hebben op de pensioengerechtigde leeftijd recht op een pensioen dat is gebaseerd op het gemiddeld verdiende loon, berekend over de jaren dat de werknemer pensioen heeft opgebouwd bij Stichting Obase. De verplichtingen, welke voortvloeien uit deze rechten aan haar personeel, zijn ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds ABP. Stichting Obase betaalt hiervoor premies overeenkomstig de CAO. De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd, indien en voor zover de dekkingsgraad van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door haar verplichtingen) dit toelaat. Per eind december 2020 heeft dit pensioenfonds een dekkingsgraad van 93,5%. De pensioenverplichting wordt gewaardeerd volgens de “verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering”. In deze benadering wordt aan de pensioenuitvoerder te betalen premie als last in de staat van baten en lasten verantwoord. Er bestaat geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bedragen in het geval van een tekort bij ABP, anders dan het effect van hogere premies. Daarom zijn alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar verantwoord in de jaarrekening. 47/74
Afschrijvingen De afschrijvingen zijn gerelateerd aan de aanschafwaarde van de desbetreffende immateriële en materiële vaste activa. De post afschrijvingen bevat tevens de lasten als gevolg van desinvesteringen. De activeringstermijnen zijn als volgt: Hoofdgroep Verbouwingen Schoolpleinen Inventaris en apparatuur Kantoormeubilair Kantoormeubilair Schoolmeubilair Schoolmeubilair Schoolmeubilair ICT Hardware ICT touchscreens Leermethoden Vervoersmiddelen Overige activa
Subgroep
Bureaustoelen Bureaus en kasten Leerlingensets Whiteboards, borden Garderobe Computers, tablets, laptops, iphones
Afschrijvingstermijn 20-40 jaar 15-20 jaar 10-20 jaar 10 jaar 30 jaar 20 jaar 25 jaar 30 jaar 2-5 jaar 5 jaar 8 jaar 5 jaar 10 jaar
Als ondergrens voor een activeringscriterium wordt een waarde van € 500 per (economische) eenheid gehanteerd. Huisvestingslasten Onder huisvestingslasten worden de uitgaven voor huisvesting opgenomen. De lasten worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben. Overige lasten De overige lasten hebben betrekking op uitgaven die voortvloeien uit aangegane afspraken dan wel noodzakelijk zijn voor het geven van onderwijs en worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben. Het honorarium aan de accountantsorganisatie, verantwoord onder de overige lasten, is opgenomen volgens het stelsel van baten en lasten. Financiële baten en lasten De rentebaten en –lasten betreffen de op de verslagperiode betrekking hebbende renteopbrengsten en -lasten van uitgegeven en ontvangen leningen.
Grondslagen voor het kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld via de indirecte methode en is opgesteld aan de hand van de vergelijking tussen begin- en eindbalans van het betreffende boekjaar. Hierbij wordt het resultaat aangepast voor mutaties die niet hebben geleid tot ontvangsten of uitgaven gedurende het boekjaar. 48/74
A.1.4. Toelichting behorende tot de balans
1
Activa Vaste activa
1.2
Mutaties 2020
Materiële vaste activa Aanschafprijs 1-1-2020 EUR
Afschrijving cumulatief 1-1-2020 EUR
Boekwaarde 1-1-2020
Investeringen 2020
Desinvesteringen 2020
EUR
EUR
EUR
Afschrijvingen desinvesteringen 2020 EUR
Afschrijvingen 2020 EUR
Aanschafprijs 31-12-2020 EUR
Afschrijving cumulatief 31-12-2020 EUR
Boekwaarde 31-12-2020 EUR
1.2.1
Gebouwen en terreinen
548.212
170.378
377.834
22.057
-
-
22.816
570.268
193.194
377.074
1.2.2
Inventaris en apparatuur
1.554.753
729.366
825.388
125.318
213.664
213.664
106.275
1.466.408
621.977
844.431
1.2.3
Andere vaste bedrijfsmiddelen
545.395
346.224
199.171
9.710
42.668
42.668
59.436
512.437
362.993
149.444
2.648.360
1.245.967
1.402.392
157.084
256.331
256.331
188.527
2.549.113
1.178.163
1.370.950
Totaal materiële vaste activa
Gebouwen en terreinen Er zijn investeringen gedaan voor herinrichting en herstel schoolpleinen (€ 22.000).
Inventaris en apparatuur De investeringen zijn gedaan in onder meer de aanpassingen van plafonds en verlichting (€ 26.900), laptops en chromebooks (€ 53.800), meubilair (€ 8.100), digiborden (€ 12.400), CO2-meters (€ 7.300), zonwering en matten (€ 8.200).
Andere bedrijfsmiddelen De investeringen zijn grotendeels gedaan voor onderwijsmethoden (€ 9.700).
1.3
1.3.7
Financiële vaste activa 31-12-2020
31-12-2019
EUR
EUR
Te vorderen waarborgsommen
34.474
32.074
Totaal financiële vaste activa
34.474
32.074
49/74
Vlottende activa 1.5
1.5.1 1.5.2 1.5.6 1.5.7
Vorderingen 31-12-2019
EUR
EUR 144.277 407.744 109.704
Debiteuren Kortlopende vorderingen op OCW Overige overheden Overige vorderingen
1.5.8.1 Vooruitbetaalde kosten 1.5.8.2 Verstrekte voorschotten 1.5.8.3 Overige overlopende activa
1.5.9
31-12-2020
12.397 2.983 53.254
6.638 1.458 60.232 68.329
68.634
-
-
730.053
740.231
Af: Voorzieningen wegens oninbaarheid
Totaal vorderingen
181.701 386.466 22.862 80.569
Toelichting op Vorderingen: Debiteuren: Van het totale debiteurensaldo per 31-12-2020 was ten tijde van het opmaken van de jaarrekening (mei 2021) vrijwel alles afgewikkeld. Kortlopende vordering op OCW Personele lumpsum Onderwijsachterstanden Prestatiebox
31-12-2020 EUR
31-12-2019 EUR
400.420 7.408 84407.744
387.055 8.594 9.183386.466
De vordering per 31-12-2020 op het OCW heeft te maken met het betaalritme van het Ministerie van OCW. Hieronder zijn de beschikkingen vermeld waarop de vorderingen betrekking hebben: Kenmerken personele lumpsum 2020-2021: 1062060, 1062089, 1062512, 1062401, 1062904, 1062694, 1062844, 1062736, 1061917, 1064799, 1052898. Kenmerken Onderwijsachterstanden: 1073552, 1073705, 1073722, 1073849, 1074940. Kenmerken Prestatiebox: 1068605, 1068597, 1068656, 1069082, 1069015, 1068968, 1068955, 1069338, 1069482, 1071641, 1066510.
50/74
Overige vorderingen
31-12-2020 EUR
Te ontvangen van vervangingsfonds Huur kibeo Bijdrage samenwerking Overige
31-12-2019 EUR
69.939 10.000 29.765 109.704
14.743 10.966 1.534 53.325 80.569
Looptijd vorderingen De looptijd voor alle vorderingen betreft minder dan 1 jaar.
1.7
Liquide middelen 31-12-2020 EUR
1.7.1 1.7.2
31-12-2019 EUR
Kasmiddelen Tegoeden op bankrekeningen
45 1.831.036
559 1.634.063
Totaal liquide middelen
1.831.081
1.634.622
In het kasstroomoverzicht is de mutatie in liquide middelen uiteengezet. De liquide middelen staan ter vrije beschikking van OBASE.
51/74
2
Passiva
2.1
Eigen vermogen Mutaties Stand per 1-1-2020
Resultaat
Overige Mutaties
Stand per 31-12-2020
EUR
EUR
EUR
EUR
1.327.645
-247.584
23.022
1.103.083
192.350 15.726 7.296
-25.381 -
-15.726 -7.296
166.969 -
Bestemmingsfonds BSO
15.401
9.915
-
25.316
Totaal eigen vermogen
1.558.418
-263.051
-0
1.295.368
Algemene reserve
2.1.1
Algemene reserve
2.1.2
Bestemmingsreserves publiek Reserve 1e waardering mva Reserve professionalisering RvT Reserve professionalisering schoolleiders
2.1.5
Bestemmingsfonds privaat
Bestemmingsreserve publiek Reserve 1e waardering mva Deze reserve is bestemd voor de dekking van de afschrijvingen van de activa bij 1e waardering. Reserve professionalisering Raad van Toezicht Op 14 juni 2021 heeft de Raad van Toezicht besloten om deze reserve toe te voegen aan de algemene reserve. Reserve professionalisering schoolleiders Op 14 juni 2021 heeft de Raad van Toezicht besloten om deze reserve toe te voegen aan de algemene reserve. Bestemmingsfonds privaat De huuropbrengsten van BSO worden in een apart fonds gehouden om de publieke en private middelen van elkaar te scheiden. Deze opbrengsten worden onder andere gebruikt als dekking voor extra jaarlijkse exploitatielasten door de BSO. Tevens worden deze huuropbrengsten gebruikt voor de financiering van de vervoerskosten.
Bestemming van het resultaat 2020 Het exploitatieresultaat over 2020 bedraagt EUR 263.051 negatief. Hiervan is te bestemmen voor: - Algemene reserve € 247.584- Reserve 1e waardering mva € 25.381- Bestemmingsfonds BSO € 9.915 Totaal € 263.051-
52/74
2.3
Voorzieningen Mutaties Stand per 1-1-2020
Dotaties 2020
Onttrekkingen 2020
Vrijval 2020
EUR
Onderverdeling saldo Rente mutatie Saldo (bij contante 31-12-2020 waarde)
Kortlopend deel < 1 jaar
Langlopende deel > 1 jaar
EUR
EUR
EUR
EUR
EUR
Voorziening jubilea Voorziening duurzame inzetbaarheid
156.264 3.534
15.522 20.343
13.540 -
-
-
158.246 23.877
18.295 3.621
139.951 20.256
2.3.1
Personele voorzieningen
159.798
35.865
13.540
-
-
182.123
21.916
160.207
2.3.2
Voorziening buitenonderhoud
441.197
33.000
23.989
-
-
450.208
185.278
264.930
Totaal voorzieningen
600.995
68.865
37.529
-
-
632.331
207.194
425.137
EUR
EUR
53/74
2.5
Kortlopende schulden 31-12-2020 EUR
2.5.3 2.5.4
204.074 768.446
Crediteuren OCW Loonheffing Premies sociale verzekeringen
31-12-2019 EUR
317.535
283.290
-
-
2.5.7
Belastingen en premies sociale verzekeringen
317.535
2.5.8
Schulden terzake pensioenen
102.953
Werk door derden Overige
2.5.9
241.604
Vooruitontvangen investeringssubsidies Vooruitontvangen termijnen Vakantiegeld Accountantskosten Rentekosten Overige kosten
2.5.10 Overlopende passiva
Totaal kortlopende schulden
283.290 97.013 188.041
241.604
Overige kortlopende schulden Vooruitontvangen subsidies OCW geoormerkt
190.227 585.715
87.304 17.107 290.912 8.925 -
188.041 13.300 682 14.852 264.835 11.950 -
404.248
305.619
2.038.859
1.649.906
Crediteuren De crediteuren die per 31-12-2020 openstaan, zijn in mei 2021 nagenoeg afgewikkeld. Overige kortlopende schulden
31-12-2020 EUR 25.308 32.235 700 168.865 14.496 241.604
Verrekenen energie Doorbetaling materiële instandhouding Schulden mbt lonen Pool-tool afrekening schatting Diversen
Vooruitontvangen termijnen Fonds cultuurparticipatie Diversen
31-12-2019 EUR
31-12-2020 EUR
25.355 43.820 5.898 100.796 12.173 188.041
31-12-2019 EUR 10.183
10.455
6.924
4.398
17.107
14.853
Looptijd kortlopende schulden De kortlopende schulden hebben allen een looptijd van minder dan 1 jaar. Kortlopende schuld OCW De kortlopende schuld aan OCW heeft betrekking op de verwachte terugbetaling aan OCW wegens de bijzondere bekostiging wegens samenvoeging met brinnummer 09ZN Schoener, inclusief reeds ontvangen rentevergoeding. De schuld is opgenomen vooruitlopend op de uitspraak van de Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak, zaaknummer 474-390. Het bedrag van €768.446 is opgebouwd uit de beschikkingsnummers: 760528-3 / 838115-2 / 912992-4 / 1026963-1 / 1026963-2 / 1076065-2 / 1027165-1 / 1027166-1 / 1027167-1 / 924056-1.
54/74
A.1.6 Niet uit de balans opgenomen verplichtingen en niet in de balans opgenomen activa Lease In 2016 is een contract voor operational lease afgesloten voor de financiering van 32 touchscreens ter vervanging van een deel van de digitale schoolborden. De toekomstige leasebetalingen van het totale leasecontract zijn te splitsen naar de volgende perioden: - leasebetalingen korter dan 1 jaar na 31-12-2020 voor totaal € 6.645. Na afloop van 60 maanden levert OBASE de apparatuur op eigen kosten en in goede staat, normale slijtage in aanmerking nemende, af aan de lessor. In juni 2018 is een contract voor operational lease afgesloten voor de financiering van 24 touchscreens ter vervanging van een deel van de digitale schoolborden. De toekomstige leasebetalingen van het totale leasecontract zijn te splitsen naar de volgende perioden: - leasebetalingen niet langer dan 1 jaar na 31-12-2020 voor totaal € 16.682. - leasebetalingen langer dan 1 jaar na 31-12-2020 voor totaal € 23.633. Na afloop van 60 maanden levert OBASE de apparatuur op eigen kosten en in goede staat, normale slijtage in aanmerking nemende, af aan de lessor.
A.1.7 Overzicht verbonden partijen Niet van toepassing
55/74
A.1.8 Toelichting behorende tot de staat van baten en lasten 2020 3
Baten
3.1
Rijksbijdragen 2020 EUR
3.1.1
8.564.472
Rijksbijdrage OCW
3.1.2.1 Geoormerkte OCW-subsidies 3.1.2.2 Niet-geoormerkte OCW-subsidies 3.1.2.3 Toerekening investeringssubsidies OCW
begroting 2020 EUR
354.716 -
2019 EUR
8.411.293 254.326 -
8.015.314 266.521 -
3.1.2
Overige subsidies OCW
354.716
254.326
266.521
3.1.4
Ontvangen doorbetalingen Rijksbijdrage SWV
425.292
325.013
439.781
9.344.479
8.990.632
8.721.616
Totaal rijksbijdragen OCW
Toelichting Rijksbijdrage OCW (3.1.1.) Personele lumpsum Materiële instandhouding Personeels- en arbeidsmarktbeleid Samenvoeging scholen
Toelichting Niet-geoormerkte subsidies
2020 EUR 5.808.622 1.202.077 1.361.843 191.930 8.564.472
2020 EUR
Impulsgebieden Prestatiebox Zij-instroom Inhaal- en ondersteuningssubsidie Bijzondere bekostiging vreemdelingen >1 jaar < 2 jaar Eerste opvang vreemdelingen < 1 jaar
Toelichting Ontvangen doorbetalingen Rijksbijdrage SWV Doorbetaling SWV Arrangementen passend onderwijs
begroting 2020 EUR 5.547.490 1.202.427 1.312.030 349.346 8.411.293
begroting 2020 EUR 253.322 11.640 83.756 5.997 354.716
2020 EUR
5.769.419 1.189.366 1.272.187 215.6588.015.314
2019 EUR
245.326 9.000 254.326
begroting 2020 EUR 390.099 35.193 425.292
2019 EUR
313.013 12.000 325.013
3.566 245.471 6.700 10.785 266.521
2019 EUR 411.635 28.145 439.781
56/74
3.2
3.2.1 3.2.2
Overige overheidsbijdragen en -subsidies 2020
begroting 2020
2019
EUR
EUR
EUR
Gemeentelijke bijdragen Overige overheidsbijdragen
89.802 -
78.264 -
121.756 -
Totaal overige overheidsbijdragen
89.802
78.264
121.756
Gemeentelijke bijdragen Loonkostensubsidie Zuidhoek Fonds taalstimulering Bijdrage schoolbegeleiding Bijdrage gemeente 1e inrichting Bijdrage gemeente arrest Bijdrage gemeente TEC Totaal
2020 EUR
begroting 2020 EUR 16.264 36.288 37.250 89.802
16.264 37.000 25.000 78.264
2019 EUR 16.264 4.093 18.736 43.588 39.075 121.756
57/74
3.5
3.5.1 3.5.2 3.5.6
Overige baten 2020
begroting 2020
2019
EUR
EUR
EUR
Verhuur Detachering personeel Overige
10.000 15.744 154.883
10.000 42.451 123.082
14.680 9.455 123.634
Totaal overige baten
180.627
175.533
147.769
Toelichting overige baten Stichting Vrienden Vitruvio PGB vergoeding arrangement Diverse kleine baten Samenwerking andere besturen
2020 EUR
begroting 2020 EUR
2019 EUR
20.347 134.536
38.182 84.900
19.800 6.990 16.157 80.687
154.883
123.082
123.634
58/74
4
Lasten
4.1
Personeelslasten
Brutolonen en salarissen Sociale lasten Premies vervangingsfonds Premies participatiefonds Pensioenpremies
4.1.1
2020
begroting 2020
2019
EUR
EUR
EUR
6.030.508 794.134 270.384 221.609 894.459 8.211.094
Lonen en salarissen Dotaties personele voorzieningen Personeel niet in loondienst Overig
5.420.948 750.629 263.207 200.213 794.264
35.865 157.976 226.316
5.367.863 733.870 282.407 193.210 867.213 7.429.261
22.100 234.275 239.339
7.444.564 20.132 111.748 350.034
4.1.2
Overige personele lasten
420.157
495.714
481.914
4.1.3
Af: Uitkeringen
-448.646
-362.466
-404.293
Totaal personeelslasten
8.182.606
7.562.509
7.522.185
Dotaties personele voorzieningen
2020 EUR
begroting 2020 EUR
De dotaties aan de personele voorzieningen hebben betrekking op: - voorziening jubilea 15.522 - voorziening spaarverlof 20.343 Totaal 35.865
Overige personeelskosten
2020 EUR
226.316
Uitkeringen Bijdragen vervangingsfonds Bijdragen UWV ZW uitkeringen Bonus-malus vervangingsfonds
22.100 0 22.100
begroting 2020 EUR
De overige personeelskosten bestaan uit de volgende posten: Nascholingskosten 106.710 Arbozorg (inclusief trajecten) 24.627 Werving en selectie personeel (incl vervangingen) 9.100 Dienstreizen 3.968 Overige kosten 81.911
2020 EUR
16.599 3.534 20.132
2019 EUR
125.112 25.000 7.185 82.042 239.339
begroting 2020 EUR -363.361 -79.354 -5.931 -448.646
2019 EUR
-322.466 -40.000 -362.466
222.347 28.110 5.734 8.817 85.026 350.034
2019 EUR -318.459 -50.177 -35.657 -404.293
59/74
Toelichting uitkeringen Stichting OBASE heeft een verzekering bij het vervangingsfonds voor de vervangingen van het personeel bij ziekte. De uitkeringen die onder de personeelslasten zijn verantwoord betreffen de declaraties bij het vervangingsfonds voor vervangingen. Bonus/malus vervangingsfonds Voor de vervanging van leerkrachten tijdens ziekte is OBASE aangesloten bij het vervangingsfonds. Bij dit vervangingsfonds kunnen vervangingskosten gedeclareerd worden. Hiervoor betaalt OBASE maandelijks premie. Als de vervangingskosten hoger zijn dan de betaalde premie, berekent het vervangingsfonds achteraf een malus. Aantal personeelsleden Stichting OBASE had over boekjaar 2020 gemiddeld 108 fte in dienst. In 2019 was er gemiddeld 105 fte in dienst. De stijging ten opzichte van 2019 komt door meer personeel in de a-pool en inzet van personeel op werkdrukmiddelen.
60/74
4.2
4.2.1 4.2.2
Afschrijvingen 2020
begroting 2020
2019
EUR
EUR
EUR
Immateriële vaste activa Materiële vaste activa
188.527
174.338
203.340
Totaal afschrijvingen
188.527
174.338
203.340
61/74
4.3
Huisvestingslasten 2020 EUR
4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4 4.3.5 4.3.6 4.3.7
begroting 2020 EUR
2019 EUR
Huur Verzekeringen Onderhoud Energie en water Schoonmaakkosten Heffingen Overige
41.464 194.092 163.656 276.838 13.520 37.418
33.220 244.554 205.000 190.073 13.950 31.961
43.868 250.406 193.087 193.096 11.501 31.247
Totaal huisvestingslasten
726.988
718.758
723.204
62/74
4.4
4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.4.4
Overige instellingslasten 2020
begroting 2020
2019
EUR
EUR
EUR
Administratie- en beheerslasten Inventaris, apparatuur en leermiddelen Dotatie overige voorzieningen Overige
168.162 464.715 142.463
232.670 400.292 174.646
190.787 427.106 106.213
Totaal overige instellingslasten
775.341
807.608
724.106
Toelichting administratie- en beheerslasten
2020 EUR
Kantoorbenodigdheden Telefoon- en faxkosten Drukwerk- en reproductiekosten Portikosten Bankkosten Kosten administratiekantoor Deskundigenadvies Planmatig onderhoudsbeheer Accountantskosten Kosten Raad van Toezicht (onkostenverg.& overige zaken) PR & Marketing Obase niveau
begroting 2020 EUR 2.883 17.755 1.903 3.786 3.670 27.841 32.332 1.277 19.663 23.774 33.280 168.162
2019 EUR
3.005 17.647 2.000 4.793 3.220 30.000
3.057 18.759 1.363 3.847 3.078 30.110 63.091 20.693 23.790 22.997 190.787
103.000 18.000 33.780 17.225 232.670
De accountantskosten zijn als volgt te specificeren:
2020 EUR Controle jaarrekening Overige verklaringen Review
begroting 2020 EUR 19.663 19.663
2019 EUR
18.000 18.000
20.693 20.693
Naast bovenstaande werkzaamheden is van de accountantsorganisatie geen verdere dienstverlening ontvangen.
63/74
Toelichting Inventaris, apparatuur en leermiddelen
2020 EUR Leermiddelen Ict-kosten Kosten inventaris
Toelichting Overige instellingslasten Kosten tussenschoolse opvang Contributies en bijdragen Verzekeringen Medezeggenschap en ouderraad Culturele vorming Abonnementen Vervoerskosten Representatiekosten Overige
begroting 2020 EUR 340.411 119.635 4.669 464.715
2020 EUR
290.011 134.555 2.540 427.106
273.807 125.695 790 400.292
begroting 2020 EUR 7.801 51.976 6.172 3.353 9.193 85 1.863 62.020 142.463
2019 EUR
45.330 6.220 18.583 10.805 2.335 91.373 174.646
2019 EUR 2.630 43.469 6.154 4.139 5.143 1.977 4.591 38.111 106.213
64/74
5
5.1 5.5
Financiële baten en lasten 2020
begroting 2020
2019
EUR
EUR
EUR
Rentebaten Rentelasten
4.497
6.600
4.618
Saldo financiële baten en lasten
-4.497
-6.600
-4.618
-
Het rentepercentage is in 2020 gedaald tot bijna nihil. Hierdoor zijn er geen renteopbrengsten. De rentelasten hebben betrekking op de lease van touchscreens. De leasecontracten zijn in 2016 en 2018 afgesloten.
65/74
Model G Verantwoording subsidies G1 Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt
Omschrijving Subsidie zij-instroom Subsidie zij-instroom Subsidie inhaal- en ondersteuningsprogramma's onderwijs 2020-2021
Toewijzing Kenmerk Datum
De activiteiten zijn ultimo verslagjaar conform de subsidiebeschikking geheel uitgevoerd en afgerond
994465-1
15-4-2019
N
1078796-1
15-4-2020
N
IOP-41557-PO
2-7-2020
N
66/74
67/74
68/74
69/74
70/74
C3
Gebeurtenissen na balansdatum
Er zijn geen gebeurtenissen te melden.
71/74
Vaststelling door directeur-bestuurder op 14 juni 2021
drs. E. de Keijzer
Goedkeuring door Raad van Toezicht op 14 juni 2021
R.A. Sperna Weiland
N.M. Duinkerke
E.J.A. Fagg
72/74
Overige gegevens
73/74
Controleverklaring
74/74
Deloitte Accountants B.V. Park Veldzigt 25 4336 DR Middelburg Postbus 7056 4330 GB Middelburg Nederland Tel: 088 288 2888 Fax: 088 288 9895 www.deloitte.nl
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant Aan de raad van toezicht van Stichting OBASE (Openbaar Primair Onderwijs Schouwen-Duiveland)
A. VERKLARING OVER DE IN HET JAARVERSLAG OPGENOMEN JAARREKENING 2020 Ons oordeel Wij hebben de jaarrekening 2020 van Stichting OBASE (Openbaar Primair Onderwijs Schouwen-Duiveland) te Zierikzee gecontroleerd. Naar ons oordeel: •
Geeft de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van Stichting OBASE (Openbaar Primair Onderwijs SchouwenDuiveland) op 31 december 2020 en van het resultaat over 2020 in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.
•
Zijn de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2020 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in paragraaf 2.3.1 Referentiekader van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2020.