Eindrapport rekenkameronderzoek Participatie en de rol van de gemeenteraad
Tekst van het document
Dit zal ook altijd maatwerk zijn, er is geen blauwdruk mogelijk als het gaat over de vraag hoe als raad om te gaan met adviezen vanuit de samenleving. Er zijn twijfels over de representativiteit van een dorpsraad: vormt een dorpsraad de goede afspiegeling? Vertegenwoordigen zij de inwoners van de kern?
- de coalitie het initiatief na de verkiezingen opgenomen in het Coalitieprogramma met financiering daarbij; - de raad formeel de financiën beschikbaar gesteld voor de Schoolbussen en besloten tot het aangaan van de (aanvullende) sponsorovereenkomst met de Stichting Schoolbus Zonnemaire; - een aantal raadsleden acte de présence gegeven bij de presentatie van de bus. Bij de casus Ideeënloket Ikhebeenidee stuurde de raad op het aanstellen van een procesbegeleider om te zorgen dat initiatiefnemers beter de weg gewezen worden binnen de gemeentelijke organisatie en zo daadwerkelijke tot realisatie van hun initiatief te komen. Als het gaat om de casus Ikhebeenidee was/is de rol van de gemeenteraad: - het vaststellen van het ‘Actieplan Netwerksamenleving en netwerkmanagement: voor mekaar’ in april 2019. Het is een plan van aanpak met acties. Een van de acties die eind 2020 wordt uitgevoerd is Ikhebeenidee; - het indienen en aannemen van het amendement Procesbegeleider voor burgerinitiatieven op 14 november 2019; - het kennisnemen van de informatie over het ideeënloket. De raad is destijds per raadsbrief geïnformeerd over het loket en aan de huidige gemeenteraad is een presentatie gegeven over Ikhebeenidee. Verder heeft de raad geen rol bij het loket, tenzij er projecten uit voortkomen waarvoor een raadsbesluit nodig is.
Bij de casus Burgerinitiatief Schoolbussen Zonnemaire heeft de raad het initiatief omarmd en financieel ondersteund. Bij het Burgerinitiatief Schoolbussen Zonnemaire heeft: - een aantal raadsleden contact opgenomen met de initiatiefnemer, nadat hij een persbericht had uitgestuurd over dit initiatief en een bijeenkomst bezocht;
Inhoud
Deel A: Bestuurlijk deel
Deel B: Onderzoeksverslag
Deel C: Bijlagen
46
Deelvraag
Criteria
4. Hoe communiceert de gemeente met de samenleving over participatie(mogelijkheden)?
- De gemeente communiceert met de samenleving over participatie(mogelijkheden), in algemene zin en in de vier geselecteerde casussen. - De gemeente legt uit wanneer er geen prioriteit wordt gegeven aan participatie.
Bevindingen Communicatie met de samenleving bij participatie gebeurt indirect via adviesraden/DSW-raden en direct, via een volgens betrokkenen op maat gemaakt communicatieplan. De inzet van het online Participatieplatform denkmee heeft de mogelijkheden voor communicatie met de inwoners vergroot. Uit het gesprek met het college en de sleutelpersonen vanuit de vakdisciplines komt naar voren dat er veel wordt afgestemd met adviesraden, bijvoorbeeld de Adviesraad Sociaal Domein. Dat is een indirecte vorm van inwonersparticipatie. En ook de Stads- en Dorpsraden zijn belangrijke gesprekspartners van de gemeente, maar deze zouden nog beter ingezet kunnen worden om een bredere groep inwoners te betrekken in participatieprocessen. In de raadsbrief d.d. 8 juni 2021 over communicatie staat het volgende over communicatie: - Het college ziet open en transparante communicatie als een kerntaak van de gemeente. Inwoners, bedrijven en organisaties mogen verwachten dat we hen tijdig en volledig informeren op het moment dat gemeentelijke besluiten, projecten of ontwikkelingen hen raken. - Communicatie is vooral maatwerk; per project of besluit brengen we in kaart wie de belanghebbenden zijn en hoe zij het beste bereikt en geïnformeerd kunnen worden. Methodieken die we inzetten zijn bijvoorbeeld Factor C.
Inhoud
Deel A: Bestuurlijk deel
Deel B: Onderzoeksverslag
- Het verstrekken van informatie (en de timing daarvan) is soms ook afhankelijk van de politieke besluitvorming. - Per project of besluit wordt gekeken welke communicatiemiddelen ingezet of gebruikt moeten worden. Naast de gemeentelijke website en de gemeenterubriek in Wereldregio, communiceren we ook regelmatig via sociale media, projectwebsites, apps, advertenties, (digitale) nieuwsbrieven, (digitale) bijeenkomsten en diverse andere kanalen. Uiteraard benaderen we waar nodig mensen persoonlijk. - Bij projecten en besluiten zijn communicatieadviseurs betrokken. Zij stellen, in overleg met de betrokken (beleids)medewerkers, communicatieadviezen en -plannen op. Hierin staat welke communicatiemiddelen- en kanalen het beste ingezet kunnen worden. Communicatie is maatwerk: het effect van een gekozen communicatiestrategie is niet altijd op voorhand in te schatten. Maar communicatie houdt ook in dat we de effecten monitoren om waar nodig bij te sturen of aan te vullen. In dezelfde raadsbrief wordt de gemeenteraad geïnformeerd over het Participatieplatform denkmee.schouwen-duiveland.nl waar de gemeente sinds maart 2021 gebruik van maakt.
Hierover wordt aangegeven dat: - het platform een middel is dat participatie mogelijk maakt en ondersteunt; - een inwoner kan deelnemen op elk moment dat het hem/haar uitkomt en zijn/haar reactie en die van andere inwoners altijd kan terugzien; - het hele project of proces inzichtelijk blijft voor inwoners, tot het helemaal is afgerond; - het platform daarnaast ‘live’ participatie ondersteunt; - na een bewonersavond via het platform kan worden teruggekoppeld wat er met de input is gedaan; - het hele proces inzichtelijk is en blijft, waardoor de werkwijze en communicatie over processen en projecten via het platform transparant is voor inwoners. Een inwoner kan alle input terugvinden en zien wat de vervolgstappen zijn.
Deel C: Bijlagen
47
De ambtelijke organisatie geeft aan dat bij participatieprocessen meestal een communicatieadviseur is betrokken. Deze stelt bij grote processen een communicatieplan op, dat zowel gericht is op de interne als externe communicatie en de inzet van communicatiemiddelen in de tijd. Uit de gesprekken met de ambtelijke organisatie komt naar voren dat: - er bij grote projecten/trajecten altijd een communicatieadviseur is betrokken; - bij projecten Uitdaagrecht (right to challenge) is niet altijd een communicatieadviseur betrokken. - er ook bij de herinrichting van een straat vanuit het cluster communicatie en de stafadviseurs participatie wordt meegedacht over het te doorlopen proces; - de communicatieadviseurs op basis van een format een communicatieplan opstellen, dat zowel gericht is op de interne als externe communicatie, en de inzet van communicatiemiddelen in de tijd; - Factor C met enige regelmaat als methodiek wordt ingezet en helpt om omgevingsgericht werken te ondersteunen. De methodiek is erop gericht om met een multidisciplinair team van professionals de opdracht en het gezamenlijke doel scherp te krijgen; - elke gemeentelijke projectleider in principe de gelegenheid heeft gekregen de training Factor C basistraining te volgen.
Het cluster communicatie geeft aan in de praktijk de volgende tools bij communicatie en participatie te gebruiken: - gemeenterubriek, advertenties en speciale katernen in WereldRegio, magazines (voorbeeld Vitaal Schouwen-Duiveland, social interest artikelen over zorg en welzijn op S-D + overzicht minimaregelingen); - het online Participatieplatform denkmee: denkmee.schouwen-duiveland.nl Hiervoor is gekozen vanwege de gewenste verbreding van deelnemers aan participatieprocessen. Hiermee kunnen onderwerpen breed onder de aandacht gebracht worden van de samenleving en inwoners actief worden betrokken bij het maken van beleid of bij projecten; - enquêtes (via Laposta tool of Forms), inzet van Mentimeter of Kahoot bij bijeenkomsten en workshops
Inhoud
Deel A: Bestuurlijk deel
Deel B: Onderzoeksverslag
- Informatiebijeenkomsten fysiek of digitaal, klankbordgroepen, locatiebezoeken door college, workshops (bijvoorbeeld bij de bouw van de Pieter Zeeman Lyceum is een aantal workshops georganiseerd om input op te halen); - dorpsraden en wijkraden. Voorbeeld: voor de informatiebijeenkomst met omwonenden van verpleeghuis Cornelia is vooraf een gesprek gevoerd met de bewonerscommissie om vragen die leven op te halen; - nieuwsbrieven digitaal of hard copy (hangt af van de doelgroep); - social media kanalen (Facebook, Twitter, Instagram en LinkedIn;) - gemeentelijke website, projectenwebsite www.opschouwenduiveland.nl en Buiten Beter App; - persberichten, persbriefings, uitnodigingen aan pers om mee te lopen bij campagnes; - spreekuur collegeleden (er staat elke week een oproep in de gemeenterubriek Wereldregio); - filmpjes, tekeningen, visualisaties om op te roepen maar ook om zaken te verduidelijken. De gemeenteraad is in 2020 kritisch over de wijze waarop de gemeente uitvoering geeft aan communicatie bij participatieprocessen. Op 12 november 2020 nam de gemeenteraad vrijwel unaniem een motie aan waaruit een duidelijke onvrede spreekt over communicatie voorafgaand aan besluiten over nieuwe projecten, dan wel veranderingen in de directe leefomgeving door uitvoering van (grotere) projecten.
Aangegeven wordt onder meer dat: - recente onderwerpen zoals Vuurtoren Nieuw-Haamstede, Kademuren en Herinrichting Oude haven, Duinrand en Brouwerseiland alle tot grote ophef leidden door gebrek aan communicatie; - steeds weer blijkt dat de huidige communicatie bij (grotere) projecten de inwoners onvoldoende bereikt; - de huidige communicatie inwoners onvoldoende betrekt en/of te laat betrekt; - het onduidelijk is voor inwoners wanneer zij al of niet betrokken en/of geïnformeerd gaan worden bij voornemens van het college van burgemeester en wethouders.
Deel C: Bijlagen
48
De raad verzoekt het college onder meer: - een protocol op te stellen waarin duidelijk staat wat onze inwoners kunnen verwachten, dus heldere informatie over wie er wanneer over welk onderwerp/project betrokken en/of geïnformeerd gaat worden; - ook andere kanalen te gebruiken dan de gemeentelijke website en de rubriek in de Wereldregio. Hierbij kan gedacht worden aan social media en het gebruiken van ‘beeldschermen’ op veel bezochte plaatsen (Medisch centrum Borrendamme, Supermarkten, Laco, etc.); - deze motie uit te voeren samen met het Amendement ‘Versterking interne bestuurskracht door coördinatie op beleid door de burgemeester’; - regelmatig te monitoren of communicatie na aanpassingen voldoende blijkt en eventueel aanpassen. Tijdens de raadsvergadering bracht de wethouder het volgende in: Open en transparante communicatie is een kerntaak van de gemeente. Inwoners, bedrijven en organisaties mogen verwachten dat we hen tijdig en volledig informeren op het moment dat gemeentelijke besluiten, projecten of ontwikkelingen hen raken. Communicatie is daarbij vooral maatwerk; per project of besluit brengen we in kaart wie de belanghebbenden zijn en hoe zij het beste bereikt en geïnformeerd kunnen worden. Het bovenstaande is verwoord in een raadsbrief d.d. 8 juni 2021. De ambtelijke organisatie ervaart een dilemma over hoe te communiceren in het kader van participatie.
Het ideeënloket kan meer onder de aandacht gebracht worden, maar dit betekent dat de gemeente in staat moet zijn een mogelijke toename van ideeën en initiatieven te ontvangen, te beoordelen en te begeleiden. Het platform denkmee biedt nog meer mogelijkheden, maar vraagt openheid en kent ook een aantal beperkingen. Tijdens de SAMENloop is gesproken over het ideeënloket. Hierover is samengevat het volgende aangegeven: - vergroot de bekendheid: wie weet van het bestaan van Ikhebeenidee?; - zorg voor een lage drempel; - er zijn ook mensen die niet durven. “Stel dat mijn idee geen goed idee wordt gevonden.”
Inhoud
Deel A: Bestuurlijk deel
Deel B: Onderzoeksverslag
Er is ook een aantal overpeinzingen bij geuit, dat zeker als het loket bekender wordt, doordacht moet worden. Bijvoorbeeld: - hoe filter je de ideeën? Op draagvlak, uitvoerbaarheid? Niet ieder idee is een goed idee. Bijvoorbeeld het Silly Walk zebrapad in Zierikzee. En om nou de zoveelste jeu de boulesbaan te honoreren. Hoeveel mensen maken daar dan gebruik van? Hoeveel steun krijgt een initiatief van inwoners? Kortom, iemand moet een initiatief beoordelen. Als je dat niet gecontroleerd doet, kun je knallende ruzie krijgen; - een idee moet ook kunnen groeien, de kans krijgen om zich te kunnen ontwikkelen. Faciliteer, trek er niet te snel de stekker uit. Opzoomeren in Rotterdam is een mooi voorbeeld dat tijd nodig had om zich te ontwikkelen; - het is geen kwestie van een wensenlijstje indienen. De vraag is steeds wat doet/regelt degene met een idee zelf? Het gaat om wederkerigheid, daarover moet je in gesprek: wie is er blij mee, wat is jouw inbreng, wat is de inbreng van de gemeente? Daar moet steeds een balans in gevonden worden; - neem het niet over! Voorbeeld Pumptrack – de gemeente nam het eigenaarschap over; - er moet een potje voor zijn. Tot een bepaalde hoogte kan een initiatief uit het reguliere budget gefinancierd worden. Met het online platform denkmee kunnen participatieprocessen worden ondersteund. Inwoners kunnen online reageren op voorstellen.
Hiermee kunnen onderwerpen breed onder de aandacht gebracht worden van de samenleving en inwoners actief worden betrokken bij het maken van beleid of bij projecten. Tijdens de SAMENloop is over het online platform aangegeven dat er een drempel wordt ervaren in het geven van een mening door de inwoners op het online platform. Bijvoorbeeld als het gaat om laadpalen.
Deel C: Bijlagen
49
Uit aangeleverde documenten voor de casus Totstandkoming Maatregelenpakket parkeren centrum Zierikzee is met uitzondering van een persbericht na afloop van de enquête geen beeld ontstaan over hoe de gemeente hierover met de samenleving heeft gecommuniceerd. De Rekenkamer heeft geen documenten aangereikt gekregen over de wijze waarop met inwoners is gecommuniceerd over de totstandkoming van het Maatregelenpakket. Dit met uitzondering van een persbericht dat is verstuurd na afloop van de enquête. In andere documenten, zoals het raadsvoorstel, staat over de communicatie dat er: - een enquête is uitgezet en hierover een persbericht is uitgegaan; - het ontwerp-maatregelpakket is verspreid via de gebruikelijke gemeentelijke kanalen en dat inwoners door middel van een web-formulier hun reactie kunnen geven op het ontwerp-maatregelenpakket; - na definitieve vaststelling van het maatregelenpakket de klankbordgroep en de inwoners die hebben aangegeven op de hoogte te willen blijven van de ontwikkelingen persoonlijk worden geïnformeerd over het aanbieden van het maatregelenpakket aan de gemeenteraad; - via de gebruikelijke gemeentelijke communicatiekanalen het maatregelenpakket verder wordt verspreid; - er gecommuniceerd zal worden wat de planning zal zijn voor de uitvoering van de diverse thema’s.
De communicatie vanuit de gemeente naar en met de SDW-raden verloopt soms wel en soms niet goed. En niet in alle kernen/wijken is een (actieve) SDW-raad om mee te communiceren. In een gesprek met de ambtelijke organisatie over de casus Convenant Stads-, Dorps- en Wijkraden is aangegeven dat: - communicatie tussen de SDW-raad en de gemeente doorgaans plaatsvindt via de gemeentelijke contactfunctionaris. Deze verwijst ook naar collega’s binnen de gemeentelijke organisatie;
Inhoud
Deel A: Bestuurlijk deel
Deel B: Onderzoeksverslag
- het aan de SWD-raad is om vorm te geven aan de communicatie naar de eigen inwoners; - op de gemeentelijke website een samenvatting staat van het convenant en de contactgegevens van de SDW-raden. Communicatie over het Burgerinitiatief Schoolbussen Zonnemaire wordt voornamelijk verzorgd door de stichting zelf. De gemeente besteedt er in nieuwsbrieven aandacht aan. Communicatie over het Ideeënloket Ikhebeenidee vindt plaats via de gemeentelijke website. Het is vooral de initiatiefnemer van het Burgerinitiatief Schoolbussen Zonnemaire, die de communicatie rondom het initiatief verzorgt. De stichting Schoolbus Zonnemaire communiceert onder meer via haar website over de schoolbus. De gemeente besteedt via de nieuwsbrief over SD op Weg aandacht aan de Schoolbus Zonnemaire, zoals bijvoorbeeld over de inzet van de bus voor de Kerstreis voor ouderen, de inzet van de bussen vanaf het Transferium en het extra vervoer voor vluchtelingen. Over het loket Ikhebeenidee staat op de website van de gemeente. “U hebt een idee. U wilt iets doen voor Schouwen-Duiveland en daarover met ons overleggen? We gaan graag met u in gesprek.” Initiatiefnemers kunnen bellen met het algemene nummer en worden dan doorverbonden met een van de vier adviseurs, of mailen naar Ikhebeenidee@schouwen-duiveland.nl. De belofte is dat de adviseurs ervoor zorgen dat een idee snel bij de juiste afdeling(en) komt.
In het filmpje wordt de boodschap herhaald en worden voorbeelden gegeven van initiatieven. De Rekenkamer heeft in dit onderzoek geen beleidsuitspraken of concrete voorbeelden gezien van situaties waarin de gemeente ervoor kiest niet te participeren en dit ook toelicht. De Rekenkamer is in het onderzoek niet gestuit op beleidsuitspraken of duiding van situaties waarbij de gemeente geen prioriteit geeft aan participatie.
Deel C: Bijlagen
50
Deelvraag
Criterium
5. Welke effecten heeft de participatie op de besluitvorming (gehad)
e participatie heeft effect (gehad) op de D besluitvorming in algemene zin en in de vier geselecteerde casussen.
Bevindingen Er zijn motieven om als gemeente te kiezen voor participatie. Bijvoorbeeld om te komen tot beter beleid, of voor het verkrijgen van draagvlak. De gemeente maakt niet expliciet met welk doel zij participatie inzet, en of deze effecten ook worden bereikt. De positieve effecten van participatie worden niet belicht of uitvergroot. Deze blijven impliciet, wellicht zoals is geopperd, door Zeeuwse bescheidenheid. Bij de beantwoording van vraag 2 is aandacht besteed aan motieven van de gemeente om te kiezen voor participatie. De Rekenkamer heeft geen documenten aangereikt gekregen of kunnen achterhalen waarin staat wat de gemeente wil bereiken met afzonderlijke processen Inwonerspartcipatie. Ook wordt achteraf niet vastgesteld tot welke effecten de participatie heeft geleid en of de doelen zijn bereikt. Als het gaat om Overheidsparticipatie zijn er door de samenleving initiatieven ontwikkeld. Tijdens de SAMENloop is naar aanleiding van het Burgerinitiatief Schoolbussen Zonnemaire aangegeven dat de gemeente een informerende rol op zou moeten pakken naar andere dorpen; initiatieven/ideeën monitoren en dat wat goed uitpakt uitventen. Daarbij geldt wel dat wat in de ene kern werkt, in de andere niet zo hoeft te werken. Zo regelen inwoners in Haamstede en Dreischor onder elkaar een helpende hand, bijvoorbeeld dat ze ergens naartoe kunnen.
Aangegeven werd dat het wel een soort verlegenheid lijkt om te laten zien wat goed werkt. Dat is de volksaard: “doe maar gewoon”. Anderen kunnen beter vertellen wat goed gaat.
Inhoud
Deel A: Bestuurlijk deel
Deel B: Onderzoeksverslag
Er is geen standaard om als de raad tussentijds de vinger aan de pols te houden en participatieprocessen na afloop te (laten) evalueren. Dit is wel gebeurd voor de Omgevingsvisie Landelijk Gebied en experimenten Uitdaagrecht Uit het gesprek met de sleutelpersonen uit de vakdisciplines komt naar voren dat: - grote projecten soms worden geëvalueerd, inclusief de participatie die heeft plaatsgevonden; - participatieprocessen niet standaard worden geëvalueerd. Er zijn wel evaluaties uitgevoerd naar de participatieprocessen Omgevingsvisie Landelijk Gebied en de experimenten Uitdaagrecht. Omgevingsvisie Landelijk gebied In de ‘Reflectienotitie Omgevingsvisie Schouwen-Duiveland: Naar een uitnodigende overheid in het landelijke gebied van Schouwen-Duiveland’ blikt de Erasmus Universiteit Rotterdam terug op hoe het participatieproces van de Omgevingsvisie is ervaren vanuit inwoners, maatschappelijke organisaties, ondernemers en overheden. Hierin worden de volgende constateringen gedaan: - de gemeenteraad is op verschillende momenten betrokken geweest. Daarbij is gebruik gemaakt van de gebruikelijke instrumenten van een openbare informatieavond en een beeldvormende raadsbijeenkomst; - bij behandeling van de ontwerp Omgevingsvisie blijkt dat de raad zich onvoldoende betrokken heeft gevoeld bij het opstellen van de visie.
De raad heeft het gevoel dat ze het proces zijn kwijtgeraakt en toen te snel een beslissing moesten nemen. Daarbij hadden zij het idee enkel “ja” te kunnen zeggen tegen de visie, zonder vanuit haar politiek primaat de kaders te stellen en afwegingen te maken. Wij geven daarvoor drie concrete handvatten: 1. Bepaal van tevoren gezamenlijk het doel van de participatie en spreek af hoe het participatieproces zich verhoudt tot het democratische besluitvormingsproces.
Deel C: Bijlagen
51
2. Organiseer het participatieproces en het proces met de gemeenteraad niet volgtijdelijk maar parallel. Bijvoorbeeld door deelbesluiten voor te leggen of door raadsleden te betrekken bij gesprekken en bijeenkomsten met bewoners. Zo wordt voorkomen dat de inbreng van gemeenteraadsleden pas op het moment van vaststelling plaatsvindt. 3. Verken hoe het gesprek over de Omgevingsvisie binnen de gemeenteraad op een productieve manier gevoerd kan worden. Hoe kan in vertrouwelijkheid gesproken worden over belangen en dilemma’s, zonder daarbij het streven naar openbaarheid en transparantie los te laten? Hoe kan een Omgevingsvisie breed en integraal zijn, zonder daarbij dikke boekwerken te produceren? In de Reflectienotitie wordt de spanning belicht tussen de representatieve en participatieve democratie: “De wellicht belangrijkste en tegelijkertijd lastigste uitdaging, is de spanning tussen de representatieve en participatieve democratie. In de ‘geest van de Omgevingswet’ zijn gemeenteraad en participanten samen aan zet. Er zijn – vanuit de praktijk en de wetenschap – (nog) geen ‘simpele’ antwoorden, ‘quick fixes’ of ‘one-size-fits-all’ oplossingen bekend om aan deze spanning te ontsnappen.
Daarom is het zaak om vroegtijdig en tussentijds met de raad expliciet te spreken over het doel van participatie, de inbreng die participanten mogen leveren en hoe de uiteindelijke besluitvorming plaatsvindt.” Vanuit de ambtelijke organisatie is een eindverslag gemaakt: ‘Samen werken (we) aan een Omgevingsvisie! Eindverslag proces Omgevingsvisie Landelijk Gebied Schouwen-Duiveland’. De Rekenkamer bekeek een concept van 10 maart 2022. Niet duidelijk is wie de opsteller is en wat er met de evaluatie is gedaan. De volgende analyse is gemaakt: De relatie tussen het participatieproces (= participatieve democratie) en de gemeenteraad (= representatieve democratie) was ook onduidelijk. Vooraf is niet expliciet gemaakt hoe de uitkomsten van het participatieproces worden
Inhoud
Deel A: Bestuurlijk deel
Deel B: Onderzoeksverslag
vastgelegd en hoe de verschillende belangen uiteindelijk samenkomen in een Omgevingsvisie. Aan het einde van het traject werden bij de bestuurlijke behandeling van de Omgevingsvisie kritische vragen (insprekers en raadsleden) gesteld over inhoud en wijze van aansturing. Mede vanwege het feit dat veel raadsleden te ver van het proces en de inhoud afstonden ontstond verwarring en twijfel en werd het lastig deze vragen effectief (doel een raadsbesluit) te beantwoorden. “Raadsleden waren het proces kwijtgeraakt en moesten toen snel een beslissing nemen. Daarbij hadden zij het idee enkel “ja” te kunnen zeggen tegen de visie, zonder vanuit haar politiek primaat de kaders te stellen en afwegingen te maken” (citaat evaluatie EUR rapport). Daarmee stagneerde en strandde uiteindelijk het planproces. In het slotwoord wordt benadrukt dat de pilot waardevol is geweest, ondanks het feit dat het inhoudelijke doel niet is bereikt. “Een evaluatie in een proces dat (gedeeltelijk) niet heeft geleid tot het gewenste resultaat heeft al snel een negatieve lading. Wat ging er dan mis en waarom krijgt al snel de boventoon. Een negatieve toon doet echter onrecht aan het doorlopen proces. Met veel positieve energie en zelfs bevlogenheid is gewerkt aan de totstandkoming van een Omgevingsvisie Landelijk Gebied. Dit geldt voor organisaties en personen binnen en buiten de gemeentelijke organisatie.
Er ging juist ook heel veel goed. Dit verdient een groot compliment en mag niet onvermeld blijven (rapport EUR). Dat dit proces uiteindelijk niet geleid heeft tot een concreet resultaat is voor velen een teleurstelling. Dit doet immers geen recht aan de geleverde inzet, het beoogde resultaat, de (ontstane) verwachtingen en het opgewekte vertrouwen. Ook deze teleurstelling mag niet onvermeld blijven en geeft de kwetsbaarheid van deze processen aan. Het voorkomen van teleurstellingen en het (hernieuwd) vinden van en vasthouden van gezamenlijke energie is juist een belangrijke drijfveer achter deze eindevaluatie. De pilot heeft ons (en andere Zeeuwse gemeenten) in dat opzicht veel geleerd en is daarmee, ondanks het niet bereiken van het inhoudelijke doel en geleverde inzet, waardevol geweest.
Deel C: Bijlagen
52
Experimenten Uitdaagrecht De experimenten Uitdaagrecht zijn geëvalueerd en besproken in de gemeenteraad. De Rekenkamer bekeek het document ‘Uitdaagrecht, Wat is het, welke ervaring hebben we opgedaan en hoe gaan we het toepassen?’ Dit document is niet gedateerd en heeft geen afzender. Er staat onder meer: - de initiatiefnemers en ambtenaren die betrokken zijn bij de experimenten hebben deze samen geëvalueerd aan de had van vier vragen: Wat ging goed? Wat ging minder goed? Wat moet er meer gedaan worden? Wat moet er minder gedaan worden? - op basis van de ervaring en de evaluatie van de experimenten stelt de gemeente Schouwen-Duiveland een aantal uitgangspunten op , die op alle initiatieven van toepassing zijn. Daarnaast neemt het college over iedere aanvraag het besluit of zij hier positief tegenover staat. De uitgangspunten zijn: • het voorstel komt uit de gemeenschap zelf; • het voorstel wordt gedaan door een rechtspersoon; • de initiatiefnemers kunnen voldoende continuïteit bieden; • er is voldoende draagvlak; • de gemeente weet welke risico’s het voorstel met zich meebrengt en hoe zij daar mee om kan gaan. De conclusie is dat de ervaringen en resultaten van de experimenten positief zijn, voor initiatiefnemers en gemeente. En dat de gemeente het uitdaagrecht mogelijk maakt voor alle inwoners aan de hand van de vijf uitgangspunten.
In het Coalitieakkoord 2022-2026 staat dat de gemeente blijft inzetten op het gebruik van het Uitdaagrecht. De gemeente komt waar mogelijk tegemoet aan de wensen van inwoners, maar de gemeenteraad maakt haar eigen afweging. Uit het gesprek met sleutelpersonen binnen de ambtelijke organisatie komt naar voren dat:
Inhoud
Deel A: Bestuurlijk deel
Deel B: Onderzoeksverslag
- de gemeente waar mogelijk tegemoet komt aan de wensen van inwoners. Zo komen bij de uitvoering van civiele projecten inwoners naar inloopavonden en zijn er inwoners die een kijkje nemen bij de uitvoering. Goede ideeën die naar voren worden gebracht, worden dan zo mogelijk ingepast door de gemeente; - het anderzijds gebeurt dat de gemeenteraad afwijkt van de wensen van (een deel van) de inwoners. Hierbij kan verwezen worden naar de besluitvorming over de verplaatsing van de supermarkt in Burgh-Haamstede. Er zijn 400 handtekeningen ingediend tegen die verplaatsing, maar de gemeenteraad besluit het wel te doen op basis van kaders die eerder zijn gesteld. Bij de casus Totstandkoming Maatregelenpakket parkeren centrum Zierikzee heeft het participatieproces invloed gehad op de inhoud van het Maatregelenpakket, ook al wijkt de raad af van het resultaat van het participatieproces. In het BenW-advies van 22 september 2020 staat dat “het conceptMaatregelenpakket op 19 mei 2020 is besproken met de klankbordgroep en dat de opmerkingen en aanvullingen van de klankbordgroep zijn verwerkt in het maatregelenpakket”. En verderop: “Het maatregelenpakket is opgemaakt na een intensief participatietraject.
Het document wat er nu ligt is een product van de bewoners en ondernemers van Zierikzee.” Bij de besluitvorming wijkt de gemeenteraad door het indienen en aannemen van een amendement af van het resultaat van het participatieproces. Bij de casus SDW-raden speelt dat er (grote) verschillen zijn tussen raden: van krachtige raden, tot raden die niet als legitiem/representatief worden beschouwd. En er zijn kernen en wijken waar (nog) geen raad van de grond is gekomen. Dit heeft invloed op hoe de gemeenteraadsleden de adviezen van de SDW-raden wegen bij de besluitvorming. Tijdens het jaarlijks overleg Stads-, Dorps- en Wijkraden op 2 november 2021 is de vraag aan de orde gesteld hoe de raden de samenwerking met de gemeente
Deel C: Bijlagen
53
vinden gaan. Uit de notulen komt naar voren dat: - het verschilt per dorpsraad hoe zij de samenwerking met de gemeente ervaren; - vragen/verzoeken goed worden uitgezet en opgepikt; - dorpsraden regelmatig een luisterend oor ervaren bij de gemeente. Dit is de laatste jaren sterk verbeterd; - dorpsraden ervaren dat ze meer, vaker en eerder betrokken worden bij zaken die in hun kern spelen (maar nog niet altijd). Dit komt met name door een aantal enthousiaste/betrokken ambtenaren; - er vaker in concrete/praktische oplossingen wordt gedacht. Dat is prettig voor dorpsraden; - er vanuit de gemeente te weinig/laat/langzaam naar de dorpsraden wordt gecommuniceerd; - dorpsraden geen kennis hebben van gemeentelijke organisatie, en op de hoogte willen worden gehouden van hoe een verzoek wordt behandeld, welke route er gevolgd moet worden, hoelang een bepaalde procedure duurt, et cetera; - ambtenaren soms niet op de hoogte zijn van verschillende projecten die tegelijk bezig zijn in een kern. Het zou handiger zijn als dat integraal wordt opgepakt; - de overdracht bij het vertrek van een ambtenaar soms niet goed geregeld is, waardoor de communicatie/samenwerking ineens stopt; - dorpsraden soms ook teveel aanspreekpunten hebben binnen de gemeente, 1 aanspreekpunt zou het handigste zijn.
Uit gesprekken tijdens de SAMENloop kwam naar voren dat: - raadsleden zich bewust zijn dat niet alle dorpsraden hetzelfde zijn en dat de raad daar rekening mee houdt in de weging van het advies van de betreffende SDW-raad; - dit ook altijd maatwerk zal zijn, er is geen blauwdruk mogelijk als het gaat over de vraag hoe als raad om te gaan met adviezen vanuit de samenleving;
Inhoud
Deel A: Bestuurlijk deel
Deel B: Onderzoeksverslag
- er bij raadsleden twijfels zijn over de representativiteit van een dorpsraad; vormt een dorpsraad de goede afspiegeling? Bij de casus Ikhebeenidee hebben inwoners hun initiatief gehonoreerd zien worden. Verschillende initiatieven zijn bij het loket ingediend en worden uitgevoerd: - huisarts die met pensioen gaat en de gemeenschap beweegtuinen wil schenken (Brouwershaven, Scharendijke en Zonnemaire); - inwoners die bordjes op monumenten willen hangen en zo de Kloosterroute willen realiseren; - dorpsraad Renesse die geld heeft ingezameld om zelf een Jeu de Boulesbaan aan te leggen. Een overzicht van ingediende ideeën/initiatieven en de status daarvan is de Rekenkamer aangereikt, maar is volgens de ambtelijke organisatie niet geschikt voor extern gebruik. Ambtelijk is aangegeven dat de leerervaring is dat de portefeuillehouder over ieder initiatief geïnformeerd moet worden en via hem/haar de raad. Het gevaar bestaat anders dat initiatiefnemers rechtstreeks de raad/individuele raadsleden benaderen, die een initiatief ‘overpakken’. Dat is bijvoorbeeld gebeurd met het idee van een pumptrack. De casus Burgerinitiatief Schoolbussen Zonnemaire laat positieve resultaten zien en dat het initiatief een bredere doorwerking heeft. Deze positieve ontwikkeling wordt echter niet sterk uitvergroot in communicatieve zin.
Het burgerinitiatief is door de gemeenteraad omarmd en financieel ondersteund. De casus illustreert hoe een initiatief kan ontstaan vanuit een gevoelde urgentie/ noodzaak. En hoe een steeds grotere kring inwoners zich aan het initiatief verbindt. Het initiatief is succesvol op de lange termijn. Het is een icoon geworden in het dorp.
Deel C: Bijlagen
54
6. Vraag 5: hoe vult de raad zijn rol in? Reflectie op de rolinvulling door de raad Deelvragen en criteria Deelvragen
Criteria
1. In hoeverre gaf de raad in de praktijk - De uitvoering van participatie door invulling aan de kaders en afspraken over de raad in de praktijk past binnen de participatie? Had de raad een duidelijke vastgestelde kaders en afspraken. positie in het participatieproces? - De raad had in de praktijk een duidelijke positie in het participatieproces. 2. In hoeverre is de werkwijze van de raad toekomstbestendig in het licht van nieuwe wetgeving en ontwikkelingen? En hoe anticipeert de gemeenteraad hierop?
- De werkwijze van de raad is toekomstbestendig in het licht van nieuwe wetgeving en ontwikkelingen. - De raad anticipeert in de praktijk op de nieuwe wetgeving en ontwikkelingen.
3. Wat zou de raad moeten vasthouden, versterken, vernieuwen en verlaten als het gaat om zijn rol in participatieprocessen naar het oordeel van een brede groep betrokkenen bij de participatieprocessen?
n.v.t. (open vraag)
4. Welke handvatten en instrumenten kunnen hierbij behulpzaam zijn?
n.v.t. (open vraag)
Samenvatting Zoals in de beantwoording van de eerdere onderzoeksvragen is geschetst, is de positie van de gemeenteraad bij participatieprocessen niet expliciet gemaakt. Behalve dan dat de raad na afloop een besluit neemt. De vorige raad heeft verschillende keren gesproken over zijn rolinvulling bij participatietrajecten. Hier is niets over op papier gezet. In het verdere verleden omarmde de raad wel aanbevelingen uit de notitie Participatie: van vorm naar norm! over het
Inhoud
Deel A: Bestuurlijk deel
Deel B: Onderzoeksverslag
verduidelijken van zijn rol in participatieprocessen. Een van de acties uit het Actieplan Netwerksamenleving en netwerkmanagement is om de rol van de raad in specifieke trajecten/projecten te agenderen en om de raad daarin te faciliteren. Volgens gesprekspartners is die actie nog onvoldoende van de grond gekomen. In de praktijk neemt het college de leiding bij participatie. Hoe dat gebeurt is veelkleurig en gebaseerd op ‘learning by doing’. Er zijn geen gezamenlijke kaders, of spelregels waarin is vastgelegd welke rol de raad heeft voorafgaand, tijdens en na een participatieproces. De raad geeft uit eigen beweging niet aan hoe de raad door het college geïnformeerd wil worden over het verloop en resultaat van een participatieproces of betrokken wil zijn bij het proces. Soms wordt de betrokkenheid van de raad verduidelijkt in een bestuursopdracht/startnotitie. Dat gebeurt niet standaard. Veel tips aan de raad gaan over duidelijk positie kiezen en de rolinvulling van de raad. Er is een duidelijke behoefte om de rol van de raad explicieter te maken. Verwachtingsmanagement en communicatie zijn hierbij trefwoorden. Er worden wettelijke eisen gesteld aan participatie. Twee wetsvoorstellen hebben – als ze worden aangenomen – gevolgen voor het verankeren van participatie door gemeente(raden): de Wet versterking participatie op decentraal niveau en de Omgevingswet.
De eerste wet verplicht gemeenten tot het instellen van een participatieverordening. In deze verordening kunnen regels worden gesteld over het Uitdaagrecht als specifieke vorm van participatie. Over het Uitdaagrecht heeft de raad in Schouwen-Duiveland zich in februari 2022 uitgesproken. Naar aanleiding van de evaluatie van de drie experimenten die ermee werden gedaan op het eiland, stelde de raad uitgangspunten vast, die op alle initiatieven van het Uitdaagrecht van toepassing zijn. De Omgevingswet stelt dat iedere gemeente moet aangeven hoe zij haar participatiebeleid heeft ingevuld. Hieraan
Deel C: Bijlagen
55
heeft de gemeente Schouwen-Duiveland op dit moment niet voldaan. Wel experimenteerde de gemeente met het werken aan een Omgevingsvisie Landelijk Gebied in de geest van de Omgevingswet. Wat de raad heeft gedaan met de ervaringen en geleerde lessen is de Rekenkamer niet bekend.
Inhoud
Deel A: Bestuurlijk deel
Deel B: Onderzoeksverslag
Deel C: Bijlagen
56
Uitwerking onderzoeksvraag Deelvraag
Criteria
1. In hoeverre gaf de raad in de praktijk - De uitvoering van participatie door invulling aan de kaders en afspraken over de raad in de praktijk past binnen de participatie? Had de raad een duidelijke vastgestelde kaders en afspraken. positie in het participatieproces? - De raad had in de praktijk een duidelijke positie in het participatieproces.
Bevindingen De gemeente Schouwen-Duiveland heeft geen kaders en afspraken vastgelegd over de rol van de raad bij participatieprocessen. Soms is er door middel van het vaststellen van een bestuursopdracht wel meer expliciet gemaakt hoe de raad betrokken wordt tijdens het participatieproces. Er is geen standaardprocedure/aanpak om expliciet te maken welke rol de raad vooraf, tussentijds en na afloop van een participatieproces invult bij inwonersparticipatie. Niet in het algemeen en ook niet bij de casussen waarop in dit onderzoek is verdiept. Wel heeft de raad een duidelijke rol als het gaat om de besluitvorming na afloop van een voorstel dat in een participatieproces tot stand is gekomen. De gemeenteraad geeft niet aan hoe de raad door het college geïnformeerd wil worden over het verloop en resultaat van een participatieproces of betrokken wil zijn bij het proces. Veel tips aan de raad gaan over duidelijk positie kiezen en de rolinvulling van de raad. Er is een duidelijke behoefte om de rol van de raad explicieter te maken. Verwachtingsmanagement en communicatie zijn hierbij trefwoorden. De positie van de gemeenteraad bij participatieprocessen is niet expliciet gemaakt. Behalve dan dat de raad na afloop een besluit neemt. In de praktijk neemt het college de leiding bij participatie. Er is duidelijk behoefte aan
Inhoud
Deel A: Bestuurlijk deel
Deel B: Onderzoeksverslag
gezamenlijke spelregels/kaders, waar de komende periode ook aan gewerkt gaat worden. Er is geen document waarin is vastgelegd wat de positie is van de gemeenteraad bij participatieprocessen. Wel is de raad vaak aan zet na afloop van participatieprocessen wanneer er een besluit genomen moet worden. Bij de start van het onderzoek gaf het college het volgende aan over de positie van de raad: “Het is ook nog zoeken hoe de raad een positie te geven in de participatieprocessen. Dan volgt de raad bij de besluitvorming bijvoorbeeld niet de uitkomst van het participatieproces. En andersom is het lastig te bepalen wat je de samenleving kunt meegeven bij de start van een participatieproces, als je weet dat aan het eind de raad een besluit neemt.” Tijdens het onderzoek is in gesprekken, in de online vragenlijst en tijdens de SAMENloop naar voren gebracht dat er behoefte is aan duidelijkheid over de rol van de raad voorafgaand, tijdens en na afloop van een participatieproces. Deelvraag
Criteria
2. In hoeverre is de werkwijze van de raad toekomstbestendig in het licht van nieuwe wetgeving en ontwikkelingen? En hoe anticipeert de gemeenteraad hierop?
- De werkwijze van de raad is toekomstbestendig in het licht van nieuwe wetgeving en ontwikkelingen. - De raad anticipeert in de praktijk op de nieuwe wetgeving en ontwikkelingen.
Bevindingen Twee wetsvoorstellen hebben – als ze worden aangenomen – gevolgen hebben voor het verankeren van participatie door de gemeente(raad): de Wet versterking participatie op decentraal niveau en de Omgevingswet. De eerste wet verplicht gemeenten tot het instellen van een participatieverordening, de tweede stelt dat de gemeente moet aangeven hoe zij haar
Deel C: Bijlagen
57
participatiebeleid heeft ingevuld. Op beide punten voldoet de gemeente nu nog niet aan deze wettelijke verplichtingen. Bij nieuwe wetgeving die raakt aan participatie gaat het om twee voorgenomen wetten: de Wet versterking participatie op decentraal niveau en de Omgevingswet. De Rekenkamer heeft in een tweetal sheets » samengevat welke eisen beide wetten stellen aan participatie. Voor zover de Rekenkamer kan vaststellen op basis van aangereikte documenten en gesprekken, voldoet de gemeente Schouwen-Duiveland op dit moment nog niet aan de verplichtingen die voortkomen uit deze mogelijk toekomstige wetten. In de participatieverordening kunnen regels worden gesteld over het Uitdaagrecht als specifieke vorm van participatie. Over het Uitdaagrecht heeft de raad zich al uitgesproken door het vaststellen van een aantal uitgangspunten. Over het Uitdaagrecht heeft de raad in Schouwen-Duiveland zich uitgesproken. Naar aanleiding van de evaluatie van de drie experimenten die ermee werden gedaan op het eiland, stelde de raad op 24 februari 2022 unaniem een aantal uitgangspunten vast, die op alle initiatieven Uitdaagrecht van toepassing zijn.
Deze uitgangspunten zijn: - het voorstel komt uit de gemeenschap zelf; - het voorstel wordt gedaan door een rechtspersoon; - de initiatiefnemers kunnen voldoende continuïteit bieden; - er is voldoende draagvlak; - de gemeente weet welke risico’s het voorstel met zich meebrengt en hoe zij daar mee om kan gaan; - het gaat om een taak die is opgenomen in de gemeentelijke begroting. Wanneer de gemeente wordt uitgedaagd neemt het college hiervoor een beginselbesluit en informeert zij de gemeenteraad hierover. De gemeente heeft de afgelopen jaren invulling gegeven aan participatie, hiermee geëxperimenteerd en zich ontwikkeld door learning by doing’.
Inhoud
Deel A: Bestuurlijk deel
Deel B: Onderzoeksverslag
Wat op basis van mogelijke toekomstige wetgeving nog nodig is, is dat de gemeenteraad participatiebeleid vaststelt, zodat voor inwoners en gemeente duidelijk is wie op welke manier in welke fase van het beleidsproces betrokken is. Ook moet een Participatieverordening worden vastgesteld. De Rekenkamer heeft op basis van aangereikte documenten en gesprekken niet kunnen vaststellen hoe de gemeente zich voorbereidt op mogelijk toekomstige wetgeving. Deelvraag
Criterium
3. Wat zou de raad moeten vasthouden, versterken, vernieuwen en verlaten als het gaat om zijn rol in participatieprocessen naar het oordeel van een brede groep betrokkenen bij de participatieprocessen?
n.v.t. (open vraag)
Bevinding Betrokkenen bij dit onderzoek spraken zich uit over wat de raad zou moeten vasthouden, versterken, vernieuwen en verlaten als het gaat om zijn rolinvulling bij participatieprocessen, met het 4V-kwadrant als resultaat. Tijdens de SAMENloop spraken deelnemers zich uit over wat zij vinden dat de gemeente en met name de raad zou moeten vasthouden (blijven doen), versterken (meer doen), vernieuwen (anders doen) en verlaten (niet meer doen) in participatieprocessen. De Rekenkamer bracht deze uitspraken samen in het 4V-kwadrant, dat in de terugkoppeling van de SAMENloop is opgenomen. » Deelvraag
Criterium
4. Welke handvatten en instrumenten kunnen hierbij behulpzaam zijn?
n.v.t. (open vraag)
Deel C: Bijlagen
58
Bevinding Betrokkenen bij dit onderzoek gaven tips aan de raad. Dat deden zij in gesprekken met de Rekenkamer, in de beantwoording van online vragenlijsten en tijdens de SAMENloop. Met als resultaat een Top tien participatietips aan de raad. Deelnemers aan de SAMENloop gingen in gesprek over wat de raad te doen staat voor, tijdens en na het participatieproces. Dit deden ze aan de hand van de ‘Top tien participatietips’. Deze Top 10 baseerde de Rekenkamer op gesprekken die werden gevoerd en op de reacties van genodigden voor de SAMENloop op de online vragenlijsten. Deelnemers kleurden niet alleen de tips in, maar stonden ook stil bij wat er aan ieder participatieproces voorafgaat. Het leidt tot tips voor de raad. Deze zijn opgenomen in de Conclusies en aanbevelingen in Deel A: Bestuurlijk deel.
Inhoud
Deel A: Bestuurlijk deel
Deel B: Onderzoeksverslag
Deel C: Bijlagen
59
7. Vooruitzicht Raad en college hebben aangekondigd werk te maken van participatie. Participatie is in het raadsakkoord 2022-2026 een van de zes thema’s, waar de raad heldere uitgangspunten aan verbindt. “Participatie moet op een goede manier geborgd worden in de gemeentelijke processen en de gemeentelijke manier van werken om succesvol te kunnen zijn. Bij participatie managen we de verwachtingen en zorgen ervoor dat de ‘spelregels’ vooraf duidelijk zijn. Vooraf duidelijkheid voorkomt teleurstelling achteraf. De uiteindelijke beslissing is altijd aan de gemeenteraad; de raad weegt de uitkomsten van een participatietraject mee in de besluitvorming.” In ‘Samen Koers Houden’, het coalitieakkoord 2022-2026 wordt aangekondigd om in te zetten op invloed van inwoners, op basis van heldere afspraken, verwachtingsmanagement.
“Als we als gemeente burgerparticipatie inzetten dan zijn de verwachtingen over en weer duidelijk. Dat betekent dat: a) de gemeenteraad de mate van invloed van inwoners vaststelt voordat een traject start. Mag je als inwoner alleen meepraten of ook meebeslissen? b) de gemeente tijdens het traject zorgt dat het voor inwoners altijd helder is welke rol en invloed zij hebben, c) de rol van de gemeenteraad als eindbeslisser en volksvertegenwoordiger duidelijk is in het hele traject.”
In relatie tot de 5 onderzoeksvragen stellen raad, college en ambtelijke organisatie het volgende in het vooruitzicht.
Inhoud
Deel A: Bestuurlijk deel
Deel B: Onderzoeksverslag
1. Begrippen De ambtelijke organisatie streeft naar meer eenduidigheid. “Participatie is een containerbegrip. Het is goed om kleuring te geven, waar gaat het precies over?” (Gesprek 10 mei 2022). “De tijd is nu rijp om afspraken te maken over hoe we de verwachtingen managen en al aan de voorkant van een project afstemmen over de inrichting van het participatieproces. Bijvoorbeeld over wie heeft welke rol, welke trede van de participatieladder kiezen we?” (Gesprek 9 mei 2022). In alle gesprekken wordt gewezen op de noodzaak om helder te zijn over de rolverdeling in participatieprocessen. De raad krijgt hierover de nodige tips aangereikt. 2. Motieven voor participatie Zoals uit het Raadsakkoord 2022-2026 blijkt, wil de raad dat nieuw of aangepast beleid tot stand komt “vanuit of in samenwerking met inwoners, bedrijven en organisaties”. In het akkoord staat ook dat jongeren actief betrokken zullen worden bij vraagstukken die hen raken, doelgericht en op projectbasis, waarbij gezocht wordt naar participatievormen die hen passen. De doelgroep jongeren wordt ook in het Coalitieakkoord 2022-2026 uitgelicht. Daarin wordt ook aangegeven dat geëxperimenteerd wordt met een burgerforum of burgerberaad om burgers meer zeggenschap te geven over hun directe leefomgeving. Met als uitgangspunt dat de gemeenteraad de besluiten neemt. 3.
Wat er over participatie wordt vastgelegd De gemeente vindt dat de tijd is aangebroken om participatiebeleid op te stellen. De raad kondigt in het raadsakkoord aan dat het college een participatiekader opstelt dat de gemeenteraad vaststelt. Met de participatieladder die helpt om te verduidelijken wat ieders rol is. Het wordt een dynamisch document dat periodiek wordt bijgesteld op basis van opgedane leerervaringen. In het coalitieakkoord staat dat de gemeente haar werkwijze voor burger- en overheidsparticipatie de komende periode vaststelt. Het voornemen is ook om de SDW-raden (nog) beter
Deel C: Bijlagen
60
in positie te brengen in de ontwikkeling en uitvoering van stads-, dorps- en/of wijkvisies. Daarbij zal de gemeente naar alle betrokkenen communiceren over deze rol, zodat voor iedereen helder is wat de (nieuwe) rol inhoudt. 4. Participatie in de praktijk De breed gedragen behoefte van gesprekspartners om een nieuwe fase in te luiden, sluit aan bij de uitgangspunten die de raad in het Raadsakkoord formuleerde bij het thema Participatie. Evenals bij het voornemen uit het Coalitieakkoord ‘Samen koers houden’ om participatiebeleid op te stellen en de SDW-raden beter in positie te brengen. In dezelfde beweging als het actualiseren van het Tij van de Toekomst, kondigt de raad aan dat het college van BenW een participatiekader opstelt, dat wordt vastgesteld door de raad. “Het participatiekader moet een dynamisch document zijn dat periodiek kan worden bijgesteld op basis van opgedane leerervaringen.” (Raadsakkoord). De belofte in het Coalitieakkoord is: “Komende periode stellen we onze werkwijze voor burger- en overheidsparticipatie vast (…) en stellen via de programmabegroting 2023–2026 budget beschikbaar om participatiebeleid op te stellen en daarnaast structureel budget voor participatie; het college werkt dit verder uit.” In datzelfde Coalitieakkoord staat geschreven: “We vinden de betrokkenheid bij en het participeren in projecten door inwoners heel belangrijk.
De stads-, dorps- en wijkraden zijn daarin een essentiële schakel. Deze adviesorganen bestaan uit vrijwilligers die onbezoldigd veel tijd, inzet en energie hieraan besteden. De projecten waarbij zij betrokken zijn worden steeds complexer. Om te borgen dat zij goed kunnen blijven functioneren zetten we daarom in op meer ondersteuning en versterking van stads-, dorps-, en wijkraden. Daarnaast zetten we deze periode in op gelijke behandeling, voldoende representatie en gelijkwaardige participatie van alle doelgroepen in onze lokale samenleving.”
Inhoud
Deel A: Bestuurlijk deel
Deel B: Onderzoeksverslag
5. Rol van de gemeenteraad In het nieuwe Raadsakkoord wordt een participatiekader aangekondigd dat door de raad wordt vastgesteld. In het nieuwe coalitieakkoord staat dat de gemeente haar werkwijze voor burger- en overheidsparticipatie de komende periode vaststelt. Het voornemen is om verwachtingen over en weer duidelijk te maken. “Dat betekent dat: de gemeenteraad de mate van invloed van inwoners vaststelt voordat een traject start. Mag je als inwoner alleen meepraten of ook meebeslissen?, de gemeente tijdens het traject zorgt dat het voor inwoners altijd helder is welke rol en invloed zij hebben, de rol van de gemeenteraad als eindbeslisser en volksvertegenwoordiger duidelijk is in het hele traject.” In het Coalitieakkoord staat ook: “We bereiden een advies voor waarin, mede in het licht van de nieuwe Omgevingswet, de rolverdeling tussen gemeenteraad en college bij ruimtelijke planvorming en besluiten over ruimtelijke initiatieven wordt uitgewerkt.”
Deel C: Bijlagen
61
Deel C: Bijlagen Bijlage 1. Gesprekspartners
63
Bijlage 2. Beoordelingskader
65
Bijlage 3. Casusbeschrijvingen
68
• Totstandkoming maatregelenpakket parkeren centrum Zierikzee
69
• Werking van het convenant Stads- Dorps- en Wijkraden
75
• Burgerinitiatief Schoolbussen Zonnemaire
80
• Ideeënloket Ikhebeenidee
85
Bijlage 4. Bronnenoverzicht
91
Bijlage 5. Afbeeldingen
94
• Participatietermen en definities
94
• Participatieladder
95
• Convenant
96
• Wettelijke eisen aan participatie
97
• Het Participatieverhaal over feiten en beleving
99
• 4V-kwadrant
105
• Participatietips
106
• Participatiekompas
108
Inhoud
Deel A: Bestuurlijk deel
Deel B: Onderzoeksverslag
Deel C: Bijlagen
62 62
Bijlage 1: Gesprekspartners Startgesprek ambtelijk contactpersonen 10 maart • Denise de Leeuw, stafadviseur participatie • Janny de Jonge, stafadviseur participatie Startgesprek communicatieadviseur gemeenteraad 10 maart 2022 • Daan Frantzen, communicatieadviseur gemeenteraad Startgesprek college 22 maart 2022 • Jack van der Hoek, burgemeester • Ankie Smit, wethouder • Jacqueline van Burg, wethouder • Daniël Joppe, wethouder • Paula Schot, wethouder • Marieke van den Heuvel, gemeentesecretaris/algemeen directeur • Denise de Leeuw, stafadviseur participatie • Janny de Jonge, stafadviseur participatie Gesprek Casus Convenant SDW-raden, 14 april 2022 • Heleen Vis, beleidsmedewerker Stads- en Dorpsraden, dorpshuizen en sport • Corina Jansen, contactfunctionaris Stads- en Dorpsraden sinds 2014 • Pethy Maris, contactfunctionaris Stads- en Dorpsraden tot 2014 • Ellen Goossens, eerste contactfunctionaris Stads- en Dorpsraden SchouwenDuiveland • Ricardo de Winter, programmamanager ruimtelijke projecten en dorpsvisies Gesprek Casus Burgerinitiatief Schoolbussen Zonnemaire, 25 april 2022 • Rick Hiele, verkeerskundig medewerker gemeente • Rien Heutink, beleidsmedewerker gemeente
Inhoud
Deel A: Bestuurlijk deel
Deel B: Onderzoeksverslag
Gesprek Casus Burgerinitiatief Schoolbussen Zonnemaire, 3 mei 2022 • Joost Loomans, een van de initiatiefnemers en voormalig voorzitter stichting Schoolbus Zonnemaire • Janny de Jonge, als lid van het team ikhebeenidee van de gemeente betrokken bij burgerinitiatieven • Eric Caspers, strategisch adviseur concernzaken gemeente, aanspreekpunt voor de stichting Schoolbus Zonnemaire Gesprek Casus ikhebeenidee, 3 mei 2022 • Denise de Leeuw, stafadviseur participatie en lid team ikhebeenidee • Janny de Jonge, stafadviseur participatie en lid team ikhebeenidee Gesprek sleutelpersonen Participatie & Communicatie, 9 mei 2022 • Marieke van den Heuvel, gemeentesecretaris/algemeen directeur • Denise de Leeuw, stafadviseur participatie • Janny de Jonge, stafadviseur participatie • Manon de Jonge, communicatieadviseur • Marieke de Wild, coördinator cluster communicatie en communicatieadviseur • Janneke de Jonge, communicatieadviseur • Daan Frantzen, communicatieadviseur (gemeenteraad) Gesprek sleutelpersonen vakdisciplines, 10 mei 2022 • Onno Kasse, lid team ikhebeenidee en coördinator cluster Omgevingsbeleid • Kees Paauwe, lid team ikhebeenidee en projectleider • Ricardo de Winter, programmamanager ruimtelijke projecten en dorpsvisies • Jasper Maaskant, projectleider openbare werken • Cockie de Wilde, beleidsmedewerker groen en landschap • Baukje Bruinsma, beleidsadviseur energie en
duurzaamheid • Guus Besuijen, beleidsmedewerker erfgoed • Liesbeth Boerwinkel, beleidsmedewerker sociaal domein
Deel C: Bijlagen
63
Deelnemers SAMENloop 20 juni 2022 • Gertjan Benou, ambtenaar • Ron Brink, raadslid • Milco Busker, commissielid • Hanno Canters, collegelid • Richard Donselaar, inwoner • Jeffrey van Doorenmalen, raadslid • Dian Fluijt, commissielid • Rien Heutink, ambtenaar • Laurence Haack, commissielid • Jack van der Hoek, collegelid • Corina Jansen, ambtenaar • Manon de Jong, ambtenaar • Daniel Joppe, collegelid • Onno Kasse, ambtenaar • Rutger Kater, inwoner • Erika Kater, commissielid • Berbel Korenhof, raadslid • Leontien Kroesbeek, raadslid • Ruud van de Laar, raadslid • Willem Marsman, inwoner • Tonny Merle, inwoner • Karen Nije, inwoner • Florus van der Paauw, raadslid • Jose Schikker, raadslid • Ankie Smit, collegelid • Heleen Vis, ambtenaar • Corina van der Vliet-Hart, raadslid • Ricardo de Winter, ambtenaar
Inhoud
Deel A: Bestuurlijk deel
Gespreksbegeleiders SAMENloop 20 juni 2022 • Daan Frantzen, gemeente • Margot Gerritsen, 7Zebra’s • Ellen Goossens, gemeente • Roland Houtzager, gemeente • Janny de Jonge, gemeente • Aloys Kersten, Rekenkamer • Jessica van Koert, 7Zebra’s • Denise de Leeuw, gemeente • Arianne Metz, Rekenkamer • Betty Talstra, Rekenkamer
Deel B: Onderzoeksverslag
Deel C: Bijlagen
64
Bijlage 2: Beoordelingskader De Rekenkamer maakt bij dit onderzoek gebruik van een beoordelingskader met criteria om te komen tot bevindingen. Het is de meetlat waar de Rekenkamer het beleid en de uitvoering langs legt. Voor elk van de vijf onderzoeksvragen zijn deelvragen met criteria opgesteld. 2. Waarom hechten gemeente en samenleving aan participatie?
1. Waar gaat het bij participatie over? Deelvragen
Criteria
Deelvragen
Criteria
1. Wat verstaat de gemeente SchouwenDuiveland onder participatie en welke soorten participatie worden onderscheiden? En hoe verhoudt participatie zich tot de representatieve democratie?
- De gemeente heeft gedefinieerd wat zij verstaat onder participatie en welke vormen van participatie zij onderscheidt. - De gemeente heeft vastgelegd hoe participatie zich verhoudt tot de representatieve democratie.
1. Wat zijn beweegredenen van de gemeente om met de samenleving in gesprek te gaan?
- De gemeente noemt in haar beleid motieven om met de samenleving in gesprek te gaan.
2. Wat wordt bedoeld met de kaderstellende, volksvertegenwoordigende en controlerende rol van de raad? En wat betekent dit voor de rolinvulling bij participatietrajecten?
- De gemeente heeft vastgelegd wat wordt bedoeld met de kaderstellende, volksvertegenwoordigende en controlerende rol van de raad en wat deze betekenen voor de rolinvulling bij participatietrajecten.
2. Welke motieven hebben inwoners, ondernemers, instellingen om wel en niet te willen participeren?
- De gemeente realiseert zich wat de motieven van inwoners, ondernemers, instellingen kunnen zijn om wel en niet te willen participeren.
3. Wat wordt er (naar verwachting) wettelijk geregeld met betrekking tot participatie?
- De gemeente heeft inzicht in de wettelijke eisen die naar verwachting worden gesteld aan participatie.
3. Wanneer zegt de gemeente ‘nee’ tegen participatie?
- De gemeente heeft in haar beleid benoemd in welke situaties er geen prioriteit wordt gegeven aan participatie.
Inhoud
Deel A: Bestuurlijk deel
Deel B: Onderzoeksverslag
Deel C: Bijlagen
65
3. Wat staat er over participatie op papier in Schouwen-Duiveland?
4. Hoe verloopt de participatie feitelijk in de praktijk?
Deelvragen
Deelvragen
Criteria
1. Welke kaders (ambities, doelen en - De gemeenteraad heeft kaders (ambities, uitgangspunten) heeft de gemeenteraad doelen en uitgangspunten) vastgesteld vastgesteld op het gebied van op het gebied van participatie. participatie? Zijn deze duidelijk en - De kaders zijn duidelijk en concreet concreet geformuleerd? geformuleerd.
1. Hoe geeft de gemeente invulling aan participatie?
- De gemeente geeft in de praktijk invulling aan participatie.
2. Hoe zijn deze ambities, doelen en uitgangspunten uitgewerkt tot richtlijnen voor raad, college en ambtelijke organisatie? Zijn de taken, verantwoordlijkheden en procedures helder beschreven?
- De ambities, doelen en uitgangspunten met betrekking tot participatie zijn uitgewerkt tot richtlijnen voor raad, college en ambtelijke organisatie. - De taken, verantwoordlijkheden en procedures met betrekking tot participatie zijn helder beschreven.
2. Hoe geeft de samenleving invulling aan participatie?
- De samenleving geeft in de praktijk invulling aan participatie.
3. Op welke domeinen is het beleid of zijn de activiteiten met betrekking tot participatie gericht?
- De gemeente heeft bepaald op welke beleidsdomeinen beleid of activiteiten met betrekking tot participatie zijn gericht.
3. Hoe geeft de raad invulling aan zijn kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende rol bij participatie?
- De raad heeft invulling gegeven aan zijn kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende rol bij de vier geselecteerde casussen.
4. Wat is het communicatiebeleid van de gemeente in relatie tot participatie?
- De gemeente heeft beschreven hoe zij communiceert met de samenleving over de wijze waarop geparticipeerd kan worden bij initiatieven vanuit de gemeente. - De gemeente heeft beschreven hoe zij met de samenleving communiceert over de wijze waarop de gemeente aansluit bij initiatieven vanuit de samenleving.
4. Hoe communiceert de gemeente met de samenleving over participatie(mogelijkheden)?
- De gemeente communiceert met de samenleving over participatie(mogelijkheden), in algemene zin en in de vier geselecteerde casussen. - De gemeente legt uit in wanneer er geen prioriteit wordt gegeven aan participatie.
5. Welke effecten heeft de participatie op de besluitvorming (gehad)?
- De participatie heeft effect (gehad) op de besluitvorming in algemene zin en in de vier geselecteerde casussen.
Inhoud
Criteria
Deel A: Bestuurlijk deel
Deel B: Onderzoeksverslag
Deel C: Bijlagen
66
5. Reflectie op de rolinvulling door de raad Deelvragen
Criteria
1. In hoeverre gaf de raad in de praktijk - De uitvoering van participatie door invulling aan de kaders en afspraken over de raad in de praktijk past binnen de participatie? Had de raad een duidelijke vastgestelde kaders en afspraken. positie in het participatieproces? - De raad had in de praktijk een duidelijke positie in het participatieproces.
2. In hoeverre is de werkwijze van de raad toekomstbestendig in het licht van nieuwe wetgeving en ontwikkelingen? En hoe anticipeert de gemeenteraad hierop?
- De werkwijze van de raad is toekomstbestendig in het licht van nieuwe wetgeving en ontwikkelingen. - De raad anticipeert in de praktijk op de nieuwe wetgeving en ontwikkelingen.