CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

CVS Concept gebiedsvisie Moermondse Gravelinge - bijlage 1 concept gebiedsvisie

Commissie Ruimte en Economie 10 mei 2021, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Commissievoorstel concept gebiedsvisie Moermondse Gravelinge (432882) Diverse Thema's25.216 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

uitgegeven dient het projectgebied te worden vergroot met een gelijk aantal m2, zodat de landschappelijke opzet gegarandeerd

Door het beheer van nieuw te ontwikkelen gebieden in één

blijft.

hand te leggen (en niet bij individueel eigendom), blijft deze landschappelijke drager continu en gewaarborgd.

Recreatie integreert met de omgeving aanwezige landschappelijke structuren

e omgeving ekende manier gekoppeld aan het de landschappelijke structuur van rs en wandelaars maken deel uit kkeling. Nieuwe terreinen worden eeuwse landschap.

landschappelijke structuren -aanwezige Recreatie integreert met de omgeving Recreatie is op een vanzelfsprekende manier gekoppeld aan het landschappelijke streefbeeld en de landschappelijke structuur van het gebied. Routes voor fietsers en wandelaars maken deel uit van de landschappelijke ontwikkeling. Nieuwe terreinen worden onderdeel en attractie van het Zeeuwse landschap.

+

Recreatie is op een vanzelfsprekende manier gekoppeld aan het landschappelijke streefbeeld en de landschappelijke structuur van het gebied. Routes voor fietsers en wandelaars maken deel uit van de landschappelijke ontwikkeling. Nieuwe

+ worden onderdeel = terreinen en attractie van het Zeeuwse

=

landschap. niet zo:

niet zo:

maar zo: versterken

+

+

aanwezige landschappelijke structuren versterken landschappelijke kaders bepalen krijgen passende invulling met recreatiewoningen, routes en zichtlijnen worden aan het landschap toegevoegd

landschappelijke kaders bepalen krijgen passende invulling met recreatiewoningen, routes en zichtlijnen worden aan het landschap toegevoegd

huisjes in riet- en heggenlandschap recreatieve route

huisjes in riet- en heggenlandschap recreatieve route

zichtlijn

zichtlijn huisjes in boslandschap

• 24 •

B O S C H

huisjes in boslandschap

S LAB B E R S

72

Hekwerken worden vermeden

meden worden hekwerken vermeden. Eventun worden landschappelijk vormgegen, waterpartijen enz. Deze elementen atie met de omgeving. Landschappen oren niet meer in het recreatieve land-

Bij nieuwe ontwikkelingen worden hekwerken vermeden.

toegang tot terrein door hek en slagboom

niet zo:

10 meter singel als standaard landschappelijke inpassing

Eventueel wenselijke afscheidingen worden landschappelijk vormgegeven door middel van heggen, waterpartijen enz. Deze elementen zorgen gelijktijdig voor integratie met de omgeving. Landschappen van hekken en slagbomen horen niet meer in het recreatieve landschap van de 21e eeuw.

maar zo: terrein is helder afgebakend met landschappelijke middelen

meidoornhagen

zichtlijnen van binnen naar buiten en vice versa

6.2 spelregels kustvisie K US T VI S I E

Kustvisie

Z E E LAN D

-

G RO E N E

LU I K

• 25 •

De landschappelijke principes van de Kustvisie zijn onverkort van toepassing, en zijn essentieel voor het maken van dit landschap met de gewenste kwaliteit. De schema’s op deze pagina tonen de betreffende spelregels, betreffende de thema’s: • • • •

Bebouwingsdichtheid Integraal landschap in plaats van private verkaveling Recreatie integreert met de omgeving Hekwerken worden vermeden

73

1. overkoepelende regelset

2. spelregels landschap A

3. spelregels landschap B

4. spelregels verblijfsrecreatie

Schema van de spelregelsets voor de verschillende onderdelen van de gebiedsvisie (overkoepelend, landschap A, landschap B en verblijfsrecreatie

6.3 spelregels landschappelijke uitwerking kustvisie Schouwenduiveland Om de kwaliteit van het integrale recreatielandschap te borgen, wordt een set van samenhangende spelregels opgesteld. Ten eerste een overkoepelende regelset, die de samenhang der dingen bewaakt. Daarnaast specifieke regelsets voor respectievelijk het landschap en de verblijfsrecreatie. Landschap A (streven: ca 50% van de totale ontwikkeling) is een hoogwaardig landschap zonder visuele verstoring door het verblijfsrecreatieve product. Landschap B (streven: ca 20% van de totale ontwikkeling) draagt zorg voor een in het landschap ‘opgaand’ en met het landschap verweven verblijfsrecreatief product.

Blauw = doorgaand landschap A Paarsrecreatief = ontwikkelzone met daarin verweven landschap A en landschap B 74

Sfeerreferenties voor de integrale gebiedsvisie

1. Overkoepelende spelregelset Het integrale streefbeeld vormt de basis voor de volledige ontwikkeling Binnen het landschappelijk casco zoals vastgelegd in het streefbeeld, kan in onderling overleg maatwerk plaatsvinden. Dit zit met name in de verblijfsrecreatieve zones en het ‘Landschap B’, waarbij de aansluitingen tussen de ‘ontwikkelzones’ en ‘Landschap A’ goed worden afgestemd door overleg met de ondernemers, TBO’s, ZMf en HiswaRecron over het inrichtings-plan van zowel landschap A, landschap B als verblijfsrecreatie. Het is een integraal vormgegeven landschap, met doorgaande water- en groenstructuren en routes, over de huidige kavelgrenzen heen De huidige kavelgrenzen vervagen bij de realisatie van het landschap, zodat zij niet meer bepalend zijn voor de beleving van het prachtige nieuwe landschap. Beplanting is streekeigen, inheems en dragen bij aan de biodiversiteit. Een gesloten grondbalans voor de volledige gebiedsontwikkeling Verwerken van de grond die vrijkomt uit vergravingen (voor bijv. kreken en poelen) op passende, landschappelijke wijze.

Een samenhangend waterhuishoudkundig plan is leidend voor de afvoerprincipes en de te hanteren waterpeilen In samenwerking met Provincie Zeeland en Waterschap zal een meer gedetailleerd waterhuishoudkundig plan worden opgesteld. Hierin worden afspraken vastgelegd over bijvoorbeeld waterpeilen en manier van peilbeheer, locaties van sloten, waterkwaliteit. De kreken en terrein-verlagingen sluiten wel aan, maar zijn in. Opgaande beplantingen vormen de basis voor de inpassing van verblijfsrecreatieve objecten In een open landschap met lange zichten is de impact van bebouwing zeer groot. Beplanting is op deze locatie het passende middel om de visuele impact van de verblijfsrecreatie te verminderen.

Zichtlijnen Uitgangspunt: zichtlijnen zijn bewust ontworpen, juist in de landgoedsetting (niet alleen winterzicht door het bos). De zichtlijn kent op maaiveld een inrichting als gazon, weide of extensief grasland, en wordt vrijgehouden van opgaande beplanting / opkomend struweel. Het doorzicht vanaf de Rampweg naar het zuiden blijft geheel vrij van bebouwing (oranje aangeduid op de kaart)

75

Sfeerreferenties landschap A

2. Spelregelset - landschap A Aanleg en beheer van landschap A in één hand Geen onderscheid in aanleg en beheer tussen de verschillende kavels in het gebied, zodat er geen zichtbare grenzen in het doorlopende landschap ontstaan. (zie verder inrichting en beheer van het open/gesloten landschap). Geen direct aangrenzende permanente verblijfsrecreatie De landschappelijke structuren die samen het casco vormen, moeten openbaar toegankelijk en beleefbaar zijn. Hierin zijn geen verblijfsaccommodaties gelegen. De openheid vormt de basis van dit casco, daarom is sterke visuele invloed van direct er aan grenzende bebouwing ongewenst. Aanleg van het landschappelijk casco (landschap A), wordt gerealiseerd vóór de realisatie van de verblijfsrecreatieve bebouwing, dan wel gelijktijdig Per ontwikkeling dient het bijbehorende deel van het landschap gerealiseerd te worden voordat begonnen wordt met de aanleg van de verblijfsrecreatie in de ontwikkelzone. Gelijktijdige aanleg van landschap A en landschap B met het bouwrijp maken van de ontwikkelingslocaties is gewenst/noodzakelijk op basis van: • Kostenoogpunt en efficiencyoogpunt • Voldoen aan het uitgangspunt van “gesloten grondbalans”

•

Niet onnodig lang in een “bouwput”situatie verkeren

De samenhangende kreken vormen de uitvoering van het integrale waterhuishoudkundig plan Hieruit volgen o.a. randvoorwaarden: • Waterdiepte • Wijze van afdichting (ondoorlatend kleidek van 30 cm) • Aandacht voor waterkwaliteit en wisselwerking met polder- en grondwater (Let op bodem en met name de kreekrug in de ondergrond) De kreken vormen een doorgaande, samenhangende structuur: de kreek stopt niet bij de kavelgrens! De oevers zijn landschappelijk en ecologisch vormgegeven, helling 1:3 of flauwer. Natuurlijk ontstane kreken hebben flauwe met daar tegenover ook steile oevers. Deze gradiënten versterken de ecologische waarden van het landschappelijk raamwerk. De samenhangende kreken vormen de uitvoering van het integrale waterhuishoudkundig plan De oevers zijn landschappelijk en ecologisch vormgegeven, helling 1:5 of flauwer. 20 procent is flauwer dan 1:12. Deze gradiënten versterken de ecologische waarden van het landschappelijk raamwerk.

76

De kreekoevers zijn niet geprivatiseerd Bebouwing of terrassen zijn niet direct aangrenzend aan de waterpartijen van de hoofdstructuur. Dit betekent ook dat daar waar landschap B met een kreek aansluit op de kreek in landschap A, bebouwing of terrassen niet grenzen aan de waterpartijen van de hoofdstructuur. Landschappelijke vormgeving van de waterpartijen Nabij de invloedssfeer van duinen en zee (oostzijde van het plangebied): vormgeving volgens kreek-principes. Bredere en smallere delen, vertakkingen, versmallingen naar het einde. Westzijde van het plangebied; de waterpartijen van natuurontwikkeling Moermond doortrekken in het landschap, afwisseling van diepere en ondiepere delen, eilandjes, poelen plus kleine (struweel) bosjes met een mantel en zoom vegetatie ter verhoging van de ecologische waarde. Uitwerking in samenwerking met een ecoloog. Recreatieve langzaamverkeer routes (wandelaars en fietsers) zijn doorgaand en sluiten logisch aan op de routes in het aangrenzende landschap De recreatieve langzaamverkeer hoofdroutes: 3 meter breed, schelpen/halfverharding (mag ook evt. ook doorlopen op wegenstructuur van het recreatieve park). De informele routes: 1,5 meter breed, schelpen of gemaaid gras. Hierdoor ontstaat eenheid in de recreatieve routestructuren die doorgaand loopt in het gehele gebied (landschap A en landschap B).

Hiermee worden niet de interne ontsluitingen van de verschillende recreatieparken bedoeld.

Maximaal 30% van landschap A bestaat uit opgehoogd terrein De taluds hebben een landschappelijke vormgeving, in principe zijn ze flauw (1:10 of meer), behalve waar sprake is van een

landschappelijke of ecologische aanleiding. De ophogingen zijn maximaal 1,5 meter boven het gemiddelde huidige maaiveld. Inrichting van het open landschap • Het grasland heeft een open karakter • Laagtes / poelen op passende locaties zorgen voor gradiënten en variatie (afstemming met ecoloog voor nadere uitwerking) en dragen daarmee bij aan een grotere biodiversiteit • Hiertoe wordt navolgende sortimentslijst aangehouden • In onderling overleg wordt een beheerplan voor het landschap opgesteld, over het beheer (uitvoering) vindt regelmatig overleg tussen betrokken partijen en TBO plaats. (minimaal 2x jaar) Heestergroepen / struweel In het grasland zijn solitaire groepjes van heesters mogelijk, voor meer structuur in het landschap ten bate van de biodiversiteit. Beplantingssortiment en wijze van aanplant Zowel in de bosranden rond de ontwikkelzones van landschap A als het in volledige bos in landschap B is het gewenste toekomstbeeld een gemengd loofhoutbos met een goed ontwikkelde struiklaag. Er wordt dan ook een hakhoutbeheer toegepast op de boomvormers. De struiklaag en hakhoutlaag zorgen voor een goede afscherming van de bebouwing op maaiveldniveau. Tevens vormt het een ecologisch waardevol element van het bos.

Boven de struiklaag staan bomen, die op termijn volledig uitgegroeid zijn, op ruime afstand van elkaar zodat er voldoende lichtval is voor de struiklaag en hakhoutlaag. Het is niet de bedoeling dat een woud van stammen ontstaat met een hoog kronendak. De lijst met het toe te passen sortiment is te vinden in bijlage A.

77

Sfeerreferenties voor landschap B

3. Inspiratieregelset - landschap B Het landschap B geeft invulling aan de verweving van het integraal vormgegeven landschap door de verblijfsrecreatie Zo draagt het bij aan de landschappelijke beleving voor de recreant, ook in en nabij de overnachtingslocatie. De voor de ontwikkeling passende landschappelijke dragers (kreek, route, laan, zichtlijn) worden integraal doorgezet over het terrein en creëren meerwaarde voor recreant, landschap en ecologie. In tegenstalling tot het landschap A, mag aan deze dragers wel bebouwing, recreatieve voorziening of privéterras grenzen. Gebouwen en landschap ondersteunen elkaar De bouwhoogte t.o.v. het waterpeil is sterk bepalend voor het karakter van het landschap. De uitwerking van passendheid, soberheid en terughoudendheid van de bebouwing is in het BKP vastgelegd. Recreatieve langzaamverkeer routes (wandelaars en fietsers) zijn doorgaand en sluiten logisch aan op de routes in het aangrenzende landschap De recreatieve langzaamverkeer hoofdroutes: 3 meter breed, schelpen/halfverharding (mag ook evt. ook doorlopen op wegenstructuur van het recreatieve park). De informele routes: 1,5 meter breed, schelpen of gemaaid gras.

Hierdoor ontstaat eenheid in de recreatieve routestructuren die doorgaand loopt in het gehele gebied (landschap A en landschap B). Hiermee worden niet de interne ontsluitingen van de verschillende recreatieparken bedoeld. De kreken vormen een doorgaande, samenhangende structuur De kreekoevers zijn zo veel mogelijk landschappelijk en ecologisch vormgegeven, de helling van de kreekoevers is gemiddeld 1:5, variërend van 1:3 tot 1:7. De kreken voegen zich naar het achterliggende waterplan (nog op te stellen i.s.m. provincie en waterschap) en sluiten op een logische manier aan op de kreken van ‘landschap A’. Vrijgekomen grond wordt zo veel mogelijk binnen de eigen ontwikkeling gebruikt voor de inpassing van verblijfsrecreatie Vrijgekomen grond wordt zo veel mogelijk binnen de eigen ontwikkeling gebruikt voor de inpassing van verblijfsrecreatie. De taluds hebben een landschappelijke vormgeving. Langs de Recreatieverdeelweg is waarschijnlijk geluidswering nodig. Indien dit met een geluidswal wordt opgelost, is deze landschappelijk vormgegeven en beplant (zie ook hierna m.b.t. geluidwerende voorzieningen). Eventueel wordt een slimme combinatie ontworpen met verblijfsrecreatieve bebouwing.

78

Principe 1 minimale grondwal. Een wal van ca. 2 meter hoogte met topscherm van 1 meter is opgenomen in de bosrand.

Principe 2 grondsculpturen. Een wal van ca 2,5 meter is vanzelfsprekend onderdeel van het doorgaande reliëf van de ontwikkeling. Het geheel is opgenomen in het bosvak. Een laag topscherm (ca 05,m) completeert de geluidswering.

Geluidswering voor de recreatieve terreinen Langs de Recreatieverdeelweg is waarschijnlijk geluidswering nodig. Deze voorzieningen worden landschappelijk vormgegeven en vormen een vanzelfsprekend onderdeel van het bosvak. Eventueel wordt een slimme combinatie ontworpen met verblijfsrecreatieve bebouwing. Twee mogelijke principes voor de integratie van deze wal in de ontwikkelzones zijn weergegeven op bovenstaande schetsen. Beplantingssortiment en wijze van aanplant Zowel in de bosranden rond de ontwikkelzones van landschap A als het in volledige bos in landschap B is het gewenste toekomstbeeld een gemengd loofhoutbos met een goed ontwikkelde struiklaag. Er wordt dan ook een hakhoutbeheer toegepast op de boomvormers. De struiklaag en hakhoutlaag zorgen voor een goede afscherming van de bebouwing op maaiveldniveau. Tevens vormt het een ecologisch waardevol element van het bos. Boven de struiklaag staan bomen, die op termijn volledig uitgegroeid zijn, op ruime afstand

van elkaar zodat er voldoende lichtval is voor de struiklaag en hakhoutlaag. Het is niet de bedoeling dat een woud van stammen ontstaat met een hoog kronendak. Het hakhoutbeheer garandeert een aangenaam verblijfsrecreatiemilieu met voldoende zon voor de recreanten nabij de accommodatie. Door de aandacht voor dit aspect is een duurzame bosstructuur gegarandeerd, want men gaat op termijn niet zagen in de waardevolle bomen om meer zon op de terrassen te krijgen. Bos en bosrand (zoom en mantel) Bos en bosrand (zoom en mantel) Het sortiment is Inheems boom-, struik- en plantmateriaal passend bij de streek, met in achtneming van biodiversiteit. Het beheer wordt vastgelegd in een onderlinge samenwerking tussen ondernemers en grondeigenaren en TBO samengesteld beheersplan waarover regelmatig beheersoverleg plaatsvindt.

79

Sfeerreferenties voor landschap de verblijfsrecreatie

4. Inspiratieregels - verblijfsrecreatie

Gebouw en landschap ondersteunen elkaar, met het het ‘Schouws DNA’ als basis

Ieder initiatief moet individueel aan alle rekenregels voldoen En voorziet dus in de verhoudingsgewijze realisatie van landschap A en B

Ingetogen vormgeving van de verblijfsrecreatieve

Elke ontwikkeling biedt ook functionele meerwaarde voor andere recreanten in het gebied Elke ontwikkeling biedt ook functionele meerwaarde voor andere recreanten in het gebied. Denk hierbij aan een vanzelfsprekend openbaar toegankelijke (binnen)speeltuin, een restaurant/café, een kanosteiger, ..... Een eventuele centrumvoorziening ligt in of aan landschap B, en wordt hier niet toe gerekend.

5. Spelregels - verblijfsrecreatie

eenheden en eventuele overige - of hoofdgebouwen. Zie het BKP voor nadere uitwerking hiervan.

Bijgebouwen zijn niet toegestaan Bijgebouwen zijn niet toegestaan Zo mogelijk vormen bergingen onderdeel van de architectuur, privé sanitair uitgezonderd. Zie hiervoor ook het beeldkwaliteitsplan. De recreatie-eenheden zijn apart bestemd

Parkeren is groen en landschappelijk opgelost Zowel de verharding als het beeld van de parkeerplaats zijn zo groen mogelijk. Denk hierbij aan grasdoorgroeistenen en voldoende ruimte voor bomen. Hagen of lossere beplantingen kunnen de parkeerplaats omzomen. Ook terreinhoogte kan worden gemanipuleerd om de inpassing te realiseren.

Per type recreatieve eenheid is er een maximale stempel vastgelegd Per type recreatieve eenheid is er een maximale stempel vastgelegd De hoogtes zijn vastgelegd in het BKP (zie document gemeente Schouwen-Duiveland), met onderscheid tussen een hotel of een individueel verblijfsrecreatief gebouw. De maximale footprint is vastgelegd in de Agenda Toerisme.

Ingetogen omgang met verlichting Rekening houden met ecologie en beleving van een luw, donker landschap.

Toegangscontrole is toegestaan

80

6. Inspiratieregels binnenduinrand Landschap: • Het landschap vormt in alle gevallen de drager van de totale ruimtelijke structuur • In het gebied van de visie komen twee landschapstypen voor: De Binnenduinrand en de Landgoederen. • Bebouwing, positie en materialisatie is ondergeschikt aan het landschap en stelt zich zowel in bouwmassa als in materialisatie bescheiden op. • De bebouwing is op diverse punten zichtbaar, geen dichte randbeplanting maar het landschap buiten het plangebied loopt door en is verweven met landschap in het plangebied. • Nieuwe landschappen worden in hun inrichting en beplanting aangepast op de bestaande en/of oorspronkelijk voorkomende landschapstypen. • Voor erfafscheidingen is gebruik van harde erfafscheidingen of landschapsvreemde beplanting of structuren niet toegestaan. In principe loopt het landschap ongehinderd door tot tegenaan de bebouwing (woningen staan met “de voeten in het landschap“) Bouwmassa recreatie woningen: • Bouwmassa recreatiewoningen: • De bebouwing is ondergeschikt aan het landschap. • Het stedenbouwkundige plan is organisch en niet ritmisch opgesteld. • Hoge bebouwingsobjecten zijn niet toegestaan. • We gaan uit van één laag en een volledige kap (goot max 4m en totale hoogte maximaal 7m) of één laag plat, met een maximale hoogte van 4 meter.

•

•

•

•

De maximale toegestane oppervlakte is 88m² (inclusief inpandige berging, uitgaande van 6 personen) We gaan uit van een norm van 12,5m² pp tot een maximum van 200m² per woning exclusief berging (16 pp). De grotere groepswoningen tot 200m² mogen maximaal 15% van het totale aanbod beslaan en tellen mee als meerdere eenheden. norm: 75m² = 1 eenheid. Onderlinge afstand is minimaal gelijk aan 2x de hoogte van de naastgelegen woning (hoogste maat). Losse bijgebouwen zijn niet toegestaan, maar worden mee ontworpen in de hoofdmassa (inpandig).

Architectuur: • Architectuur bescheiden is sober, eigentijds en bescheiden • Streven naar verscheidenheid in het stedenbouwkundige plan (materiaal, kaprichting, oriëntatie, kleur etc.) • Accenten kunnen alleen gemaakt worden als het landschappelijk verantwoord is en ruimtelijk goed onderbouwd kan worden. • Gebruik van natuurlijke materialen (of gelijkwaardige uitstraling), trespa is niet toegestaan. • Uitvoering kleurgebruik stedenbouwkundig plan, past binnen onderstaand kleurenpallet, dit kleurenpallet komt voort uit: DNA kust Schouwen-Duiveland. • Voor wat betreft verlichting, reclameuitingen en vlaggenmasten, wordt verwezen naar de welstandsnota van de gemeente.

81

Verbeelding Schouws DNA

82

6.4 vervolgstappen: samen door naar de uitvoering Het streefbeeld voor het nieuwe landschap in het aandachtsgebied omgeving Rampweg, met de kreek ‘Moermondse Gravelinge’ als landschappelijke drager, is in gezamenlijkheid met gebiedspartners, stakeholders en inwoners tot stand gekomen. De visie is gemaakt om uitvoering aan te geven. De spelregels in de vorige paragrafen geven enerzijds de kaders aan en anderzijds handvatten en inspiratie voor het maken van de plannen door de verschillende initiatiefnemers. De verdere uitwerking van de planvorming en de realisatie is niet een zaak van een initiatiefnemer op zichzelf. Uitvoering geven aan het streefbeeld kan alleen in samenwerking met alle betrokkenen en op basis van gelijkwaardigheid. De meerwaarde van in gezamenlijkheid de opgaven oppakken is dat we samen meer kunnen bereiken, op het gebied van landschappelijke kwaliteiten en verblijfsrecreatieve aantrekkelijkheid, zodat het gewenste gedifferentieerde beeld en unieke verblijfsconcepten ook tot stand kunnen komen. Ook ten aanzien van de financiële uitvoerbaarheid is samenwerken kansrijker. De opgave is om over eigendoms- en kavelgrenzen heen te denken en de uitvoering aan te pakken.

Instrumenten inzetten als grondruil kan nodig zijn om realisatie mogelijk te maken, maar ook het opzetten van een grondexploitatie met bijdrages om het landschap aan te kunnen leggen en te beheren kan een route zijn die wordt gekozen. Daarbij onderzoeken we ook nadrukkelijk welke mogelijkheden er zijn om in het gebied aanwezige bestaande natuur als onderdeel van het Natuurnetwerk Zeeland verder uit te breiden. In de navolgende paragraaf benoemen we de stappen en opgaven waaraan overheden en ondernemers gezamenlijk moeten werken om de uitvoering van deze gebiedsvisie mogelijk te maken.

6.6 op te stellen deelproducten in het vervolg Waterhuishouding - Waterhuishoudkundigplan De nieuw aan te leggen kreek in het gebied vraagt om een nadere studie naar de waterhuishouding. Het integrale streefbeeld met de kreek als landschappelijke drager kan alleen worden gemaakt als over kavelgrenzen en eigendommen heen wordt gestapt. Nader onderzoek naar de waterhuishouding in het gebied is nodig om ervoor te zorgen dat de kreek op een juiste wijze wordt aangelegd, zodat de kreek landschappelijk als ecologisch meerwaarde op gaat leveren. De waterkwaliteit is daarbij van belang. Daarbij zal ook nodig zijn om te onderzoeken welk waterpeil nodig is om een goede waterkwaliteit te kunnen bereiken en vast te houden. Grondbalans Bij voorkeur gaan we uit van het ontwikkelen van het landschap en de recreatie daarbinnen via een gesloten grondbalans. Om die reden zien we de aanleg van de kreek als landschappelijke drager in het gebied ook als een belangrijke eerste stap. Door samen te werken in de planvorming en uitvoering van de aanleg van de kreek en de poelen kan uitkomende grond worden benut voor bijvoorbeeld het aanleggen van geluidswallen in het landschap, die nodig zijn vanwege wegverkeerslawaai. Verkeersstudie Deze gebiedsvisie geeft aan welke ontwikkelmogelijkheden er zouden kunnen zijn voor verblijfsrecreatie. De opgave is herstructureren.

Eenheden komen elders uit de regio Kop van

83

Schouwen. Waar aan de ene kant in het gebied minder verblijfseenheden zullen komen, gaat deze gebiedsvisie uit van een toename van verblijfseenheden in dit gebied. De effecten daarvan op het onderliggend wegennet moet in een verkeersstudie aanvullend op deze gebiedsvisie nader worden onderzocht. Ruimtelijke planvorming Deze gebiedsvisie is geen structuurvisie in de zin van de Wet ruimtelijke ordening. Bij inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet zal een omgevingsvisie voor het gehele gemeentelijke grondgebied worden opgesteld. Wet natuurbescherming Het aandachtsgebied grenst aan het Natura2000-gebied Kop van Schouwen. In hoofdstuk 2 is in beeld gebracht dat in de bestaande situatie in het gehele Natura2000-gebied Kop van Schouwen al veel stikstof overbelaste en bijna overbelaste habitattypen aanwezig zijn, ook in de directe omgeving van het aandachtsgebied in de Zoete en Zoute Haard. Stikstof is een serieus aandachtspunt bij de verdere uitvoering. Niet voor niets is de Kop van Schouwen betrokken in de pilot van de gebiedsgerichte aanpak stikstof. In zijn algemeenheid zijn er mogelijkheden om via intern en/of extern salderen ontwikkelingen mogelijk te maken. Gedacht kan worden aan het gasloos maken van de bestaande bebouwing in het gebied Schouwen-West. Een andere optie is het salderen van stikstofemissie.

Dat kan bijvoorbeeld door het uit productie halen van landbouwgrond en deze om te vormen tot nieuwe natuur/landschap. De aanwezigheid van gemotoriseerd verkeer op de wegen in het gebied en op de Rampweg in het bijzonder speelt in de huidige situatie ook een belangrijke rol in de stikstofdepositie op het natuurgebied Kop van Schouwen. Gelet op het voorgenomen toe te voegen toeristisch-recreatief programma in het aandachtsgebied en de daarmee verband houdende toename van verkeersbewegingen in de omgeving van het gebied moet rekening worden gehouden met een extra belasting op het Natura2000-gebied Kop van Schouwen, maar voor delen mogelijk ook op Natura2000-gebied De Grevelingen. Voor de reeds overbelaste habitattypen in de directe omgeving geldt dat er geen ruimte meer is om verkeersbewegingen toe te voegen op de Rampweg. Een toevoeging van 2 tot 6 verkeersbewegingen zorgt al voor een stikstofdepositie op de overbelaste habitattypes. Dit aantal voertuigbewegingen is zodanig gering, dat het van belang is om in de uit te voeren verkeersstudie naar maatregelen op het onderliggend wegennet, onderzoek te doen naar de mogelijkheden om de Rampweg autoluw te maken.

Het prominenter inzetten op het opheffen van de mogelijkheid van doorgaand verkeer op de Rampweg en het nog meer inzetten op het bevorderen van langzaam verkeer, ook tijdens het verblijf van gasten in de ruimere omgeving, zal in positieve zin kunnen bijdragen aan het verminderen van de overbelasting en mogelijk een bijdrage kunnen leveren aan de integrale ontwikkeling van dit gebied. De opgave voor dit aandachtsgebied tot omvorming van 70% van de oppervlakte aan landbouwgrond naar natuur/landschap kan in positieve zin bijdragen aan het vraagstuk stikstof, naast het feit dat het een positieve bijdrage levert aan de opgave om bos te ontwikkelen, biodiversiteit te versterken en waar mogelijk aan andere aspecten die samenhangen met klimaatverandering. Juist de integrale ontwikkeling van het gebied is mogelijk noodzakelijk om alle initiatieven voor het toeristisch-recreatieve programma een kans te kunnen geven om daadwerkelijk tot ontwikkeling te kunnen komen. Daarmee kan het uit productie nemen van landbouwgrond en omvorming naar natuur/landschap niet alleen zorgen voor het ontstaan van een integraal nieuw gebied dat voor

84

inwoners en gasten beleefbaar is, maar ook in belangrijke mate bijdragen aan de haalbaarheid van de ontwikkelingen. Wijziging en uitbreiding Natuurnetwerk In het voorliggende landschappelijk streefbeeld is een alternatief opgenomen waar recreatie wordt ingezet op bestaande natuur, dat onderdeel is van het Natuurnetwerk Nederland. Dat betekent dat dit effect heeft op de natuurwaarden. Compensatie daarvan zal onderdeel moeten zijn van de nadere uitwerking. In die nadere uitwerking is het voor het onderdeel landschap A niet alleen van belang dat de grens en ligging van de nieuwe natuur die onderdeel is van het Natuurnetwerk kan worden aangepast. Daarvoor is nader overleg met de provincie Zeeland als bevoegd gezag nodig. Ook zal uitbreiding van het Natuurnetwerk van belang zijn om naar de toekomst toe de in het gebied te maken nieuwe natuur duurzaam te kunnen beheren en onderhouden. Uitbreiding van het Natuurnetwerk past binnen de ambities en opgaven van het Rijk in het kader van het bredere klimaatbeleid. Bij de nadere uitwerking is daarover overleg nodig met de provincie Zeeland, Staatsbosbeheer als eigenaar en beheerder van het gebied en de Zeeuwse Milieufederatie.

85

86

Bijlagen •

opsomming bijlagen

87

Bijlage A - sortimentslijsten voor landschap A Beheer nader af te stemmen in samenspraak met TBO.

Beplantingssortiment gebiedsvisie Rampweg boskern plantverband in m 1,25 x 1,25 soort nederl.naam perc. Acer campestre Veldesdoorn 7,5% Carpinus betulus Haagbeuk 2,5% Cornus sanguinea Rode Kornoelje 7,5% Crateagus monogyna Meidoorn 12,5% Euonymus europaeus Kardinaalsmuts 5,0% Fraxinus excelsior Gewone es 7,5% Ligustrum vulgare Liguster 10,0% Quercus robur zomereik 7,5% Tilia platyphyllos linde 10,0% Populus alba populier 2,5% Prunus avium Zoete kers 2,5% Prunus padus Vogelkers 5,0% 5,0% Salix alba schietwilg boskern Ulmus fladderiep 7,5% plantverband in m laevis Alnus glutinosa zwarte els 7,5% 100,0% 1,25 x 1,25 soort nederl.naam perc. Acer campestre Veldesdoorn 7,5% Carpinus betulus Haagbeuk 2,5% buitenste bosrand, 5 rijen Cornus sanguinea Rode Kornoelje 7,5% plantverband in m Crateagus monogyna Meidoorn 12,5% Euonymus europaeus 5,0% 1 x 1Kardinaalsmuts Fraxinus excelsior Gewone es 7,5% soort nederl.naam perc.

Ligustrum vulgare Liguster 10,0% Acer campestre Veldesdoorn 20,0% Quercus robur zomereik 7,5% Euonymus europaeus Kardinaalsmuts 5,0% Tilia platyphyllos linde 10,0% Cornus sanguinea Rode Kornoelje 10,0% Populus alba populier 2,5% Crateagus monogyna Meidoorn 20,0% Prunus avium Zoete kers 2,5% Ligustrumhakhout vulgare Liguster 10,0% solitair hakhout Prunus Vogelkers 5,0% Quercuspadus robur zomereik 2,5% 5,0% Salix schietwilg Salix alba aurita Geoorde wilg 10,0% Ulmus laevis fladderiep 7,5% Bos en bosrandRosa (zoom en mantel) Hondsroos canina 10,0% Alnus glutinosa zwarte els 7,5% Prunus padus Vogelkers 5,0% Beheer nader af te stemmen in samenspraak met TBO. 100,0% Prunus spinosa Sleedoorn 7,5%

opmerkingen driehoeksverband planten in groepen van minimaal 3 stuks opmerkingen maat 80/100 maat 80/100 maat 80/100 maat 80/100 maat 80/100 maat 80/100 maat 80/100 maat 150/200 veer maat 150/200 veer maat 80/100 maat 80/100 maat 80/100 maat 150/200 veer, wijker maat 150/200 veer opmerkingen maat 150/200 veer,planten wijker in groepen driehoeksverband van minimaal 3 stuks opmerkingen maat 80/100 maat 80/100 maat 80/100 opmerkingen maat 80/100 driehoeksverband planten in groepen maatminimaal 80/100 3 stuks van maat 80/100 opmerkingen maat 80/100 80/100 maat maat 150/200 veer maat 80/100 maat maat 150/200 80/100 veer maat 80/100 80/100 maat maat 80/100 maat 80/100 maat maat 80/100 150/200 veer maat maat 150/200 80/100 veer, wijker maat 80/100 150/200 veer maat maat 80/100 150/200 veer, wijker maat

Beplantingssortiment gebiedsvisie Rampweg

maat 80/100

100,0% bosrand, buitenste 5 rijen plantverband in m 1 perc. 20,0% 5,0% 10,0% 20,0% 10,0% 2,5% 10,0% 10,0% 5,0% 7,5% 100,0%

x soort Acer campestre Euonymus europaeus Cornus sanguinea Crateagus monogyna Ligustrum vulgare Quercus robur Salix aurita Rosa canina Prunus padus Prunus spinosa

1 nederl.naam Veldesdoorn Kardinaalsmuts Rode Kornoelje Meidoorn Liguster zomereik Geoorde wilg Hondsroos Vogelkers Sleedoorn

opmerkingen driehoeksverband planten in groepen van minimaal 3 stuks opmerkingen maat 80/100 maat 80/100 maat 80/100 maat 80/100 maat 80/100 maat 150/200 veer maat 80/100 maat 80/100 maat 80/100 maat 80/100

88

Lanen Beheer nader af te stemmen in samenspraak met wegbeheerder.

Beplantingssortiment gebiedsvisie Rampweg bloemrijk grasland inzaaien met een zaadmengsel van 2gr/m2 soort nederl.naam Achillea millefolium Duizendblad Anthriscus sylvestris Fluitenkruid Barbarea vulgaris Gewoon barbarakruid Centaurea jacea Knoopkruid Crepis capillaris Klein streepzaad Daucus carota Peen Heracleum sphondylium Gewone berenklauw Leontodon autumnalis Vertakte leeuwentand Leucanthemum vulgare Gewone margriet Pastinaca sativa subsp. sativa Pastinaak Plantago lanceolata Smalle weegbree Prunella vulgaris Gewone brunel Ranunculus acris Scherpe boterbloem Rhinanthus minor Kleine ratelaar Silene latifolia subsp. Alba Avondkoekoeksbloem Tanacetum vulgare Boerenwormkruid Tragopogon pratensis Gele morgenster Trifolium pratense Rode klaver Vicia cracca Vogelwikke Vicia sativa subsp. nigra Smalle wikke specifieke advisering voor aanleg en beheer: www.cruydthoeck.nl/advies

Beplantingssortiment gebiedsvisie Rampweg

solitaire heestergroepen in bloemrijk grasland plantverband in m 1 perc. 50,0% 10,0% 10,0% 10,0% 5,0% 15,0% 100,0%

x soort Crateagus monogyna Quercus robur Salix aurita Rosa canina Salix caprea Prunus spinosa

1 nederl.naam Meidoorn zomereik Geoorde wilg Hondsroos schietwilg Sleedoorn

opmerkingen driehoeksverband planten in groepen van minimaal 3 stuks opmerkingen maat 80/100 maat 150/200 veer maat 80/100 maat 80/100 maat 80/100 maat 80/100

89

Beplantingssortiment gebiedsvisie Rampweg

Bijlage B - sortimentslijsten voor landschap B (inspiratie) Beheer nader af te stemmen in samenspraak met TBO. boskern plantverband in m

opmerkingen driehoeksverband planten in groepen van minimaal 3 stuks 1,25 x 1,25 soort nederl.naam opmerkingen perc. Acer campestre Veldesdoorn maat 80/100 7,5% Carpinus betulus Haagbeuk maat 80/100 2,5% Cornus sanguinea Rode Kornoelje maat 80/100 7,5% Crateagus monogyna Meidoorn maat 80/100 12,5% Euonymus europaeus Kardinaalsmuts maat 80/100 5,0% Fraxinus excelsior Gewone es maat 80/100 7,5% Beplantingssortiment gebiedsvisie Rampweg Ligustrum vulgare Liguster maat 80/100 10,0% Quercus robur zomereik maat 150/200 veer 7,5% Tilia platyphyllos linde maat 150/200 veer 10,0% boskern Populus alba populier maat 80/100 2,5% plantverband in m avium opmerkingen Prunus Zoete kers maat 80/100 2,5% driehoeksverband planten in groepen Prunus padus Vogelkers maat 80/100 5,0% van minimaal 3 veer, stuks wijker 1,25 1,25 5,0% Salix alba x schietwilg maat 150/200 soort nederl.naam opmerkingen perc.

Ulmus laevis fladderiep maat 150/200 veer 7,5% Acer campestre Veldesdoorn maat 7,5% Alnus glutinosa zwarte els maat80/100 150/200 veer, wijker 7,5% Carpinus betulus Haagbeuk maat 80/100 2,5% 100,0% Cornus sanguinea Rode Kornoelje maat 80/100 7,5% Crateagus monogyna Meidoorn maat 80/100 12,5% Euonymus europaeus Kardinaalsmuts maat 80/100 5,0% bosrand, 5 rijen Fraxinus excelsior Gewone es maat 80/100 7,5% buitenste plantverband inLigustrum m opmerkingen vulgare Liguster maat 80/100 10,0% driehoeksverband Quercus robur zomereik maat 150/200 veer planten in groepen 7,5% van minimaal 3 stuks 1 x 1 Tilia platyphyllos linde maat 150/200 veer 10,0% Populus alba populier maat 80/100 2,5% soort nederl.naam opmerkingen perc. Prunus avium Zoete kers maat 2,5% Acer campestre Veldesdoorn maat80/100 80/100 20,0% Prunus padus Vogelkers maat 5,0% Euonymus europaeus Kardinaalsmuts maat80/100 80/100 5,0% 5,0% Salix alba schietwilg maat Cornus sanguinea Rode Kornoelje maat150/200 80/100 veer, wijker 10,0% Ulmus laevis fladderiep maat 7,5% Crateagus monogyna Meidoorn maat150/200 80/100 veer 20,0% Alnus glutinosa zwarte maat 7,5% Ligustrum vulgare Ligusterels maat150/200 80/100 veer, wijker 10,0% solitair hakhout hakhout 100,0% Quercus robur zomereik maat 150/200 veer 2,5% Bos en bosrand (zoom en mantel) Salix aurita Geoorde wilg maat 80/100 10,0% Beheer nader af te stemmen in samenspraak met TBO.

Rosa canina Hondsroos maat 80/100 10,0% Prunus padus Vogelkers maat 80/100 5,0% bosrand, buitenste 5 rijen Prunus Sleedoorn maat 80/100 7,5% plantverband in m spinosa opmerkingen driehoeksverband planten in groepen 100,0% van minimaal 3 stuks 1 x 1 soort nederl.naam opmerkingen perc. Acer campestre Veldesdoorn maat 80/100 20,0% Euonymus europaeus Kardinaalsmuts maat 80/100 5,0% Cornus sanguinea Rode Kornoelje maat 80/100 10,0% Crateagus monogyna Meidoorn maat 80/100 20,0% Ligustrum vulgare Liguster maat 80/100 10,0% Quercus robur zomereik maat 150/200 veer 2,5% Salix aurita Geoorde wilg maat 80/100 10,0% Rosa canina Hondsroos maat 80/100 10,0% Prunus padus Vogelkers maat 80/100 5,0% Prunus spinosa Sleedoorn maat 80/100 7,5% 100,0%

Lanen Beplantingssortiment gebiedsvisie Rampweg De lanen op de recreatieterrein zijn landschappelijk van uitstraling. Qua sortiment wordt dan ook gekozen uit de bovenstaande lijsten (boskern/bosrand). lanen plant afstand h.o.h. 10m opmerkingen bomen voorzien van 3 kastanje boompalen met bovenlat (diam 8-10cm, 1,8m boven maaiveld), bomen voorzien van beluchtingsdrain en gietrand soort nederl.naam opmerkingen perc.

Laan Lange Moermondseweg 100,0%

Populus nigra 'Wolterson'

Laan Helleweg

zwarte populier

maat 12-14

90

Bijlage C Berekening oppervlaktes aandachtsgebied 111 ha

Strandpark Zeeuwse Kust 16,06 ha recreatief

Resort Land en Zee 5,57 ha recreatief

aangelegd landschap op recreatieterreinen 3,6 ha

ontwikkelzones ca. 32 ha

aangelegde natuur 8,8 ha

totale aandachtsgebied

111

ha

reeds recreatief ontwikkeld (16,06+5.57)

21,6

ha

waarvan reeds aangelegd landschap (3,6+8,8)

12,4

ha

nog te transformeren gebied

77

ha

nog resterend recreatief te ontwikkelen

11,6

ha

91

Bijlage D Ontwikkelprincipes en - kader

Bijlage D Ontwikkelprincipes en -kader

Ontwikkelprincipes Er zijn vier principes die centraal staan bij het toetsen van nieuwe logiesontwikkelingen in de sector. 1. Er is ruimte voor divers, kwalitatief goed verblijfsaanbod dat de recreatieve markt vergroot. 2. We kiezen voor recreatief ondernemerschap met ondernemers die gericht zijn op langjarige centrale bedrijfsmatige exploitatie met wisselend nachtverblijf. 3. De omgeving wordt zowel ruimtelijk als financieel versterkt. 4. Nieuwe initiatieven worden duurzaam ontwikkeld en geëxploiteerd. Vanuit deze vier principes is een aantal succesfactoren voor nieuwe logiesaccommodaties opgesteld, ingedeeld in 5 categorieën. Vijf categorieën: 1. Regioversterkend: het initiatief ligt in een uitstekende verblijfsomgeving en versterkt het karakter van de natuur en het landschap. 2. Ruimtelijk goed ingepast: het initiatief wordt ruimtelijk goed ingepast. Het beeldkwaliteitsplan wordt in acht genomen, evenals aanvullende landschappelijke regels die gelden in het aandachtsgebied Rampweg. 3. Meerwaarde in de markt: er is marktruimte voor het onderscheidende marktgerichte concept, zowel in de financieringsmarkt (eventuele uitponding) als in de huurmarkt van verblijfsrecreatie. 4.

Economisch bestendig (langjarige centrale bedrijfsmatige exploitatie): het initiatief is economisch haalbaar en heeft een langjarige focus op toeristischrecreatieve exploitatie met voldoende ondernemersprikkels. Financiers weten dat hun investering rendeert omdat de toeristisch-recreatieve huurmarkt wordt aangesproken. 5. Duurzaam en circulair: het initiatief wordt duurzaam en waar mogelijk circulair gerealiseerd en geëxploiteerd. Deze categorieën worden op de volgende pagina’s verder toegelicht. Dit kan richtinggevend zijn bij het opstellen van een ontwikkelkader. Richtinggevende elementen voor een ontwikkelkader Regioversterkend • Het initiatief ligt in een uitstekende verblijfsomgeving • Het concept versterkt het karakter van de natuur, het landschap of de cultuur

92

• • • • •

Het concept produceert ruimtelijke kwaliteit in plaats van dat het dit consumeert Het initiatief draagt bij aan de werkgelegenheid van de regio, en er is spin-off naar vrijetijdsvoorzieningen in de omgeving (zoals horeca, dagrecreatie) De verblijfskwaliteit van het concept en de locatie past bij de doelgroep Vestiging in bestaande bebouwing en/of op recreatiebestemming is onderzocht Indien uitbreiding: bijdrage kwaliteitsverbetering bestaand recreatieterrein

Ruimtelijke inpassing • Conform beeldkwaliteitsplan • Conform regelsets met betrekking tot landschappelijke kenmerken Meerwaarde in de markt • Wees excellent in je segment: excellentie en onderscheidend vermogen worden onderbouwd • Het concept vergroot de toeristisch-recreatieve markt op Schouwen-Duiveland • Er is een duidelijke conceptbeschrijving met marktfocus • Het concept is gericht op een toeristisch-recreatieve doelgroep • Er is een marktruimte-onderbouwing voor de huurmarkt, koopmarkt en/of en indien noodzakelijk de tweede woningmarkt (volgens het principe van de ladder voor duurzame verstedelijking) Economisch bestendig • Het initiatief richt zich op een toeristisch-recreatieve huurmarkt • Er is sprake van centrale bedrijfsmatige exploitatie; de exploitant betreft een professionele organisatie • Aangetoonde financiële haalbaarheid, zowel in de projectontwikkeling (financiering/en evt. uitponding) als exploitatiefase • Ervaring exploitant in recreatiesector • Indien uitponding: er is sprake van bedrijfsmatige exploitatie en overige bepalingen die dit borgen staan in een anterieure overeenkomst met kettingbeding Duurzaam en circulair • Het initiatief hergebruikt bij voorkeur bestaande locaties en bebouwing • Het concept wordt duurzaam ontwikkeld en bij voorkeur circulair.

Er is aandacht voor de menselijke maat en minimale belasting van natuur • Het initiatief levert een bijdrage aan de samenleving, bijv. door het oplossen van verpaupering van een recreatieterrein, het toevoegen van ruimtelijke kwaliteit aan de omgeving, toevoeging van publieke voorzieningen voor bewoners in de regio en verduurzaming van de recreatiewoningvoorraad. • Er is nagedacht over de exit-fase of alternatieve aanwendbaarheid van een nieuw verblijfsinitiatief. 93

Bijlage E - ontwikkelkader kustvisie

Een beperkte uitbreiding van eenheden is mogelijk indien: • er sprake is van een integrale kwaliteitsimpuls van het bestaande en toekomstige accommodatie; • en er sprake is van een maximale invulling ten behoeve van verblijfsrecreatie op het totale terrein van 13% (exclusief centrale voorzieningen); en er maximaal sprake is van 15% uitbreiding van eenheden.

94

WIJZIGING DOCUMENT REGELGEVING Bijlage F Wijziging document regelgeving agenda AGENDA toerisme 2018-2026 TOERISME 2018---2026: Kengetallen parkeren en verkeer Beleid Voor alle recreatieve eenheden wordt gerekend met 1 parkeerplaats per 3 slaapplaatsen en een verkeersgeneratie van 2,2 mvt/etmaal per parkeerplaats. Dit geldt voor alle verschillende typen verblijfsrecreatie m.u.v. hotels. Voor hotels worden per kamer 1,2 parkeerplaats gerekend met een verkeersgeneratie van 3,4 mvt/etmaal. Gemotiveerd afwijken van de genoemde kengetallen is mogelijk, bijvoorbeeld in het geval een combinatie van functies binnen een ontwikkeling. Dit beleid zal als addendum worden toegevoegd aan het vigerende parkeerbeleid “Schouwen-Duiveland 2017–2020”. Dit beleid vervangt het Document regelgeving Agenda Toerisme voor zover dit ziet op de kengetallen voor parkeren en verkeersgeneratie bij verblijfsrecreatie. Op basis van het voorgaand is onderstaand stappenschema opgesteld. Hierbij geldt voor elk type verblijfsrecreatie eenheid dat er één parkeerplaats per drie slaapplaatsen gerekend dient te worden. Per parkeerplaats wordt een verkeersgeneratie van 2,2 gerekend. Doorloop de onderstaande stappen om het aantal te realiseren parkeerplaatsen te bepalen. Op basis daarvan kan ook de verkeersgeneratie worden bepaald. Hiervoor zijn twee rekenvoorbeelden opgenomen.

Stap 1 : Bepaal het aantal slaapplaatsen Stap 2 : Deel het aantal slaapplaatsen door drie om het aantal parkeerplaatsen te berekenen en rond dit af naar boven (op een geheel getal). Stap 3 : Bereken de verkeersgeneratie door het aantal parkeerplaatsen te vermenigvuldigen met 2,2.

REKENVOORBEELD 1:

Ontwikkeling van drie recreatiewoningen (één met zes slaapplaatsen en twee met acht slaapplaatsen) Stap 1: 1 x 6= 6 & 2 x 8 = 16. Dit komt neer op een totaal van 6 + 16 = 22 slaapplaatsen Stap 2: Aantal parkeerplaatsen = 22 slaapplaatsen/ 3 = 7,333. Dit afronden = 8 parkeerplaatsen Stap 3: Verkeersgeneratie= 8 parkeerplaatsen x 2,2 = 17,6. Dit afronden= 18 verkeersgeneratie.

REKENVOORBEELD 2: Ontwikkeling van recreatiewoningterrein met 26 Ecolodges. Hiervan zijn er zestien vierpersoons en tien zespersoons. Stap 1: 16 x 4 = 64 & 10 x 6 = 60. Dit komt neer op een totaal van 64 + 60 = 124 slaapplaatsen Stap 2: Aantal parkeerplaatsen= 124 slaapplaatsen/ 3 = 41,3333. Dit afronden= 42 parkeerplaatsen Stap 3: Verkeersgeneratie= 42 parkeerplaatsen x 2,2 = 92,4. Dit afronden= 93 verkeersgeneratie

REKENVOORBEELD 3 (UITZONDERING OP DE REGEL = HOTEL) Een hotel met twintig kamers (vijftig slaapplaatsen). Stap 1: Niet rekenen met slaapplaatsen maar met kamers (hotel is uitzondering op de regel) Stap 2: Aantal parkeerplaatsen: 20 x 1,2 = 24 parkeerplaatsen Stap 3: Verkeersgeneratie: 24 x 3,4 = 81,6. Dit afronden= 82 verkeersgeneratie.

95

Bijlage G inspiratie duurzaamheid - biodiversiteit

Energie, klimaat, kringloopeconomie en biodiversiteit

In het kwaliteitsverbeteringplan moet duidelijk omschreven worden wat er gedaan wordt op het gebied van: Energie(neutraliteit) In de Agenda toerisme zijn voor (uitbreiding van) recreatiebedrijven voor het onderdeel energieneutraliteit de volgende toetsingscriteria opgenomen namelijk: -

een maximale EPC van 0,6;

-

het gebruiksgebonden deel van de energieconsumptie binnen het bedrijf moet gecompenseerd worden zodat het totale energieverbruik zoveel mogelijk naar nul gaat.

Vanaf 1 januari 2021 zal de EPC worden vervangen door de norm voor een Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG). De energieprestatie voor bijna energieneutrale gebouwen zal dan vastgelegd worden aan de hand van drie eisen: 1. maximale energiebehoefte in kWh per m²; 2. maximale primaire fossiel energiegebruik in kWh / m² en 3. minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten. Aanvragen omgevingsvergunning voor nieuwbouw moeten vanaf 1 januari 2021 voldoen aan deze BENG norm. Ook voor recreatiewoningen/kampeerhuizen geldt de BENG-norm.

a. Wat is het huidige verbruik, toekomstige verbruik en op welke wijze vindt duurzame energie opwekking plaats en hoeveel. b. Wat is de isolatiewaarde van de kampeerhuizen en wat kan daarover worden aangegeven voor de stacaravans?

Klimaat Welke maatregelen worden genomen om wateroverlast en hittestress te voorkomen? (denk aan: inrichting van het terrein (struiken/bomen (streekeigen), schaduw/schaduwplekken, water/waterbuffer) en gebouwen (denk aan: isolatie, groene daken, situering raampartijen, zonwering/overstekken zuidzijde), hoogteverschil wegen/paden – gebouwen (voorkoming wateroverlast bij hevige neerslag).

Hoe wordt ingespeeld op de opgave om efficiënter om te gaan met gebruik van drinkwater? (denk aan: grijswatercircuit, maatregelen waterbesparing en voorlichting)

Kringloop economie Welke (duurzame) materialen worden toegepast zowel in de gebouwen als in de inrichting van het recreatieterrein (evt. op de standplaatsen en overige buitenruimte op het recreatieterrein)?

In het kader van de Agenda Toerisme is bij uitbreiding als toetsingscriteria voor circulair bouwen het volgende opgenomen. Rekening houden met het thema circulair bouwen denk daarbij aan de volgende criteria: - Minimaal 50% van de gebruikte bouwproducten valt in milieuklasse 1 (1a, 1b of 1c) volgens de LevensCyclusAnalyse (LCA); - De overige bouwmaterialen vallen minimaal in milieuklasse 4; - Er wordt een materialenpaspoort opgesteld. Biodiversiteit Op welke wijze is er aandacht voor beschermde soorten en natuur-inclusief bouwen (het creëren van nestgelegenheid voor vleermuizen en vogels) en natuur-inclusieve inrichting van de standplaatsen / kavels en overige buitenruimte op het recreatieterrein? (zie bijlage: inspiratie natuur-inclusieve inrichting voor recreatieterreinen).

96

Natuurinclusieve, Zeeuwse recreatie Handvaten voor een natuurinclusieve inrichting van verblijfsrecreatieve terreinen in Zeeland

AANLEIDING

DOEL

DOELGROEP

Binnen de Zeeuwse Kustvisie zijn afspraken gemaakt over behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap aan de kust. Ontwikkeling van nieuwe recreatieve concepten gaat samen met het versterken en produceren van landschap en natuur.

• mensen meer in contact brengen met hun natuurlijke omgeving

verblijfsrecreatief terrein is:

Maar wat houdt dit precies in? Welke stappen kan je als ondernemer in de verblijfsrecreatie zetten? Bij wie kan je hierover advies krijgen? Deze en andere informatie vind je in deze leaflet.

• maximale natuurbeleving tijdens de vakantie in Zeeland • kansen om de biodiversiteitsopgave in het landelijk gebied te verzilveren • bijdrage leveren aan een meer duurzame leefomgeving voor mens en dier

MEER INFORMATIE? Heb je plannen voor je bedrijf? En wil je actief aan de slag om je plannen natuur-inclusief te maken? Meld je bij de gemeente of bij Impuls voor meer informatie en advies.

• camping / glamping • ecolodges

www.impulszeeland.nl

• bungalows • chalets

STRATEGIE/AANPAK:

1.

Natuur als integraal onderdeel bij planning & ontwerp van recreatieterreinen

2.

Het landschap & de natuur bepalen, de recreatie is er te gast!

3.

Op zoek naar synergieën tussen recreatie & natuur

4.

Meekoppelen met overige opgaven kan nog meer opleveren

• Een natuurinclusief ontwerp vraagt om het vroegtijdig betrekken van het aspect natuur, en niet slechts als ‘sausje’ over het plan;

• Het landschap & de natuur bepalen de aanwezige sfeer. Het recreatieterrein is hieraan ondergeschikt en is dus te gast in het landschap;

• Welke ‘ingrediënten’ leveren voor zowel recreatie áls voor natuur meerwaarde op? Het doel is win-win situaties te creëren voor zowel recreatie als natuur;

• Afhankelijk van de locatie is er met het ontwerp van een verblijfsrecreatieterrein meerwaarde te behalen voor overige opgaven in het landelijk gebied:

• Natuurinclusieviteit is streven naar een maximaal contact tussen recreant en natuur;

• Definieer lokale landschapstypes en/of biotopen afhankelijk van aanwezige bodem, ecologie en groeiomstandigheden en (cultuur)historie;

• Welke typen landschap, en welke karakteristieke elementen daarbinnen, zijn aantrekkelijk voor zowel recreant (natuurbeleving) als voor flora en fauna (natuurwaarde)? Voorbeelden hiervan zijn het kusten duinkarakter, krekenlandschap en een half-open boslandschap.

a. Recreatieterrein in agrarisch gebied? » Kansen voor bijvoorbeeld natuurlijke plaagbestrijding, (zoet)watervoorziening, bestuiving van (fruit)gewassen;

• Daarnaast gaat het over een goede verweving van het recreatieterrein en haar directe omgeving.

• Welke mogelijke nieuwe sferen / landschapstypes / biotopen passen bij het al aanwezige landschap? (uitgaande van de Zeeuwse context, zoals kust kreek, polder, erf, etc.)

b. Recreatieterrein vlakbij bestaande natuur? » Kansen voor bijvoorbeeld werking corridor versterken, natuurbuffer vergroten; c. Recreatieterrein vlakbij (dorps)kern? » Kansen voor bijvoorbeeld natuureducatie, speelbos, wandel- en fietsroutes; • Koppelen aan overige opgaven is ook een manier om extra financiële middelen beschikbaar te krijgen.

1

Natuurinclusieve, Zeeuwse recreatie Handvaten voor een natuurinclusieve inrichting van verblijfsrecreatieve terreinen in Zeeland

WAT BETEKENT NATUURINCLUSIVITEIT VOOR VERBLIJFSRECREATIE? Onderstaande termen geven een indruk van de veelzijdigheid van een natuurinclusieve inrichting

meerwaarde van een natuurinclusief recreatieterrein: NATUUR biodiversiteit

MENS bestuiving

ontspannen

KLIMAAT bewegen

waterberging (voorkomen van overlast)

voedsel

duurzamer materiaalgebruik

ontmoeten

natuurbeleving en - educatie

zoetwatervoorziening

bodemkwaliteit

...

landschapsbeleving

...

beperken hittestress

(tegengaan van verzilting)

ECONOMIE hergebruik water

hogere waarde onroerend goed

hogere opbrengsten

betere luchtkwaliteit

werk met werk maken

grip op onderhoud

...

baten lange termijn

...

2

97

Natuurinclusieve, Zeeuwse recreatie Handvaten voor een natuurinclusieve inrichting van verblijfsrecreatieve terreinen in Zeeland

AANSLUITEN BIJ DE LANDSCHAPPELIJKE KARAKTERISTIEK VAN ZEELAND Op de kaart hiernaast is een aantal landschappelijke eenheden gedefinieerd dat kenmerkend is voor het Zeeuwse landschap. Iedere landschappelijke eenheid kent een onderscheidend DNA. Dit DNA bepaalt de unieke kwaliteit van elk landschap waarop kan worden voortgebouwd bij het ontwerp van een natuurinclusief recreatieterrein. De opgave is de recreatieterreinen zodanig vorm te geven, dat de kernkwaliteiten behouden blijven, knelpunten tot een oplossing worden gebracht en nieuwe kwaliteiten worden toegevoegd. En dat alles op zo’n wijze dat het landschap ‘zijn verhaal kan blijven vertellen’. Onderstaande punten vatten deze insteek samen: • Uitgaan van de karakteristiek per landschapstype versterkt de identiteit van verschillende landschapstypen • Versterken van het contrast tussen verschillende landschapstypen bevordert de leesbaarheid van het landschap • Ontwikkelingen sluiten aan bij de karakteristiek van het landschap en dragen er aan bij • Archeologische, ecologische en cultuurhistorische waarden niet verstoren Op de pagina’s hierna zijn mogelijke ingrediënten voor natuurinclusief ontwerp en inrichting op een rij gezet. Steeds moet hierbij het passende element voor de plek worden gekozen. Een landschapsarchitect kan helpen deze keuzes doordacht te maken en goed te onderbouwen.

Hierbij is de focus op een optimale interactie tussen landschap en terrein essentieel. Zo wordt er in gezamenlijkheid gebouwd aan een de beleving van een samenhangend, Zeeuws topproduct: het Zeeuwse landschap. Landschappelijke eenheden in Zeeland De verschillende landschapstypen die we op schaal van Zeeland kunnen onderscheiden zijn: • het oudland, de gebieden waar nog zeer oude verkavelings- en wegenstructuren te vinden zijn, met haar kreeruggen en poelgebieden; • het nieuwland, sterk bepaald door dijken en polders, vaak rationeel en rechtlijnig, maar doorsneden door grillige kreken; • het dekzandlandschap, het minst sterk door de zee beïnvloede deel van Zeeland. • het kustlandschap, dat kan worden onderverdeeld in het landschap van de Deltawateren en het duinlandschap. Deze landschappelijke eenheden zijn terug te vinden in de kaart hiernaast, en in de doorsnede op de volgende pagina.

LANDSCHAPSTYPES IN ZEELAND

3

Natuurinclusieve, Zeeuwse recreatie Handvaten voor een natuurinclusieve inrichting van verblijfsrecreatieve terreinen in Zeeland

INGREDIËNTEN VOOR EEN NATUURINCLUSIEVE INRICHTING

PASSEND BIJ DE PLEK IN HET ZEEUWSE LANDSCHAP poel

kreekrug

KUSTLANDSCHAP

dijk

kreek

OUDLAND

NIEUWLAND

KRUIDENRIJK GRASLAND

MICRORELIËF

BEHEER

STRUWEEL

HAKHOUT(BOS)

KNOTWILGEN

DUURZAME BOSSEN

ZOOM-VEGETATIE

• • •

•

• • •

•

•

•

•

• •

•

nectar voor insecten weidevogels / akkervogels extensief (verschralings)beheer met beweiding door schapen hoge belevingswaarde

• •

op zon gerichte hellingen, interessant voor diverse flora en fauna inpassing van recreatieterreinen benutten eventueel aanwezig dijktalud

gifvrij, natuurvriendelijk beheer extensief maaibeheer, sinusbeheer snoeihout verwerken op locatie in takkenrillen dood hout laten liggen

•

•

voedsel-, schuil- en nestelplek voor vogels en kleine zoogdieren inheemse soortkeuze van belang

streekeigen versie: Elzenmeet/ knotwilgen schuilplaatsen voor vogels beheer aanpassen aan gewenste beeld en/of ecologische situatie

• •

• •

beheer aanpassen aan gewenste beeld/ ecologische situatie schuilplaatsen voor vogels holle ruimtes voor vleermuizen en uilen

vooral ecologisch waardevol op de lange termijn variatie door slimme soortkeuze goed beheerplan is nodig, met aandacht voor onderbegroeiing en dunningsstrategie

• •

KREEKSTRUCTUUR

POELTJES

PLAS-DRAS

LAANBEPLANTING

HAGEN / SINGELS

BOOMGAARD

VOEDSELBOS

• • •

• •

• • •

• •

• •

•

•

grote aaneengesloten watersysteem natuurlijke (riet)oevers broedplaats voor zoetwatervis

kleine geïsoleerde poeltjes specifiek voor amfibieën, libellen en waterjuffers

gradiënten nat - droog leefgebied voor amfibieën fourageer- en broedplaats voor vogels

corridor vleermuizen broedplaats voor vogels

Zeeuwse haag voedsel- en nestelplek voor vogels

• •

hoogstam fruitbomen met hoge diversiteit in soorten bevordert de bestuiving - ook voor fruit in omgeving vaak in combinatie met extensief kruidenrijk grasland

•

• •

waardevolle gradiënten bosranden bij voorkeur oriëntatie op het zuiden gelaagdheid aanbrengen interessant leefgebied voor vlinders / insecten

fruit- en noten voor vogels/kleine zoogdieren plek voor natuurbeleving/-educatie

4

98

Natuurinclusieve, Zeeuwse recreatie Handvaten voor een natuurinclusieve inrichting van verblijfsrecreatieve terreinen in Zeeland

DE UITWERKING VAN EEN NATUURINCLUSIEF INGERICHT TERREIN

MINIMAAL AANDEEL VERHARDINGEN • •

minimaliseer toegangswegen middels slim ontwerp waar mogelijk toepassing van halfverharding zodat water kan infiltreren in de bodem

GROEN PARKEREN

GROENDAK

CIRCULAIR BOUWEN

GEVELMATERIAAL

VLEERMUISOPENINGEN

• •

•

•

• •

•

•

parkeren op grasbetontegels water en lucht kan zo toetreden tot de bodem draagt bij aan een gezond bodemleven

•

• •

toepassing groene daken biedt kansen voor ecologie minimum variant is sedumdak, maar beter is een grasdak of beplant dak (bloei voor insecten) in combinatie met zonnepanelen werkt ook isolerend: energiebesparing

•

toepassen van herbruikbaar materiaal middels houtskeletbouw wordt ook CO2 duurzaam vastgelegd

gebruik natuurlijk materiaal voorkeur voor hout

GROENE AFSCHEIDINGEN

WATER ALS BARRIÈRE

HERGEBRUIK WATER

TOEGANG TOT WATER

OEVERZWALUWWAND

•

•

•

• •

•

•

toepassing van hagen als afscheiding van kampeerplekken in plaats van hekwerken of muren gebruik van gebiedseigen soorten

inzetten van water als natuurlijke barrière om hekwerken of muren te voorkomen

•

opvangen regenwater en hergebruik ervan voor beplanting, douche of toiletwater aanleg natuurlijke waterzuivering (helofytenfilter)

•

natuurvriendelijke oevers waterbeleving middels vlonders en/of steigers tevens is dit een plek voor vissers

hellingen en/of muren geschikt maken voor oeverzwaluw

•

SCHUILPLEK VOOR EGELS • • •

en andere kleine zoogdieren bijvoorbeeld een houtwal tevens geschikt als nestelplek voor vogels

benut holle ruimtes in gebouwen voor vleermuizen maak toegankelijk middels geschikte vliegopeningen

NESTPLEKKEN VOOR VOGELS IN GEVELS •

vogelnestkasten geïntegreerd in gevels & daken gebouwen

BIJENHOTEL XXL

INSECTENVERBLIJF

•

•

•

stapels geperforeerd hout specifiek voor wilde bijen grote uitvoering die ook landschappelijke waarde toevoegt

wand gebouwd van verschillende materialen gericht op het zuiden geschikt voor verschillende insecten

5

99

Bijlage H marktonderzoek en toeristisch recreatief programma

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10050332/1